Chapter 13

[208]bezigen.[209]op de proef stellen,nagaan.[210]grappenmaker(verg. nog onspoets) en zie boven XXXIV. aant.191.[211]schertste(van 't oudeboerde, een grap.)[212]voor't meerendeel.[213]Zoo lees ik voordat, 't welk hier geen zin geeft, en waarschijnlijk uit het twee regels later volgende is ingeslopen.[214]Voorligst dumet het geheel vergeten voornaamw. van den 2en pers. enkelv.; ook Vondel verwart hier echter reeds den 2en pers. der gebiedende wijs van 't werkw. met die van de aant. wijs,ligstvoorlig.[215]beladen.[216]Thansvoort, gelijkaltijdbij Vondelaltijds; verg. boven XXX, aant.3.[217]Gelijk nog in de Overijselsche spreektaal.[218]Rijmshalve voorverdrinken.[219]overleg.[220]kring.[221]dutkan hier geen goeden zin geven, en is alleen rijmshalve te verklaren.[222]Verouderd voorwijsgeer.[223]Bij 't middagmaal.[224]Voorzoo en; verg. boven bladz. 1 aant.347.[225]Voor dewijsgeer; verg. boven XXVI.[226]voor.[227]oplost.[228]toorn.[229]Thanszelfden.[230]Thansschielijk(dat eigenlijk voorschierlijkstaat).[231]Andersleunen.[232]Men zou hier lieverhijlezen, daar nu de volgorde averechtsch is.[233]ziet gij.[234]Lees lievergrijnst, daar het anders geen zin geeft.[235]zakken; verg. boven XXXIII en XXXVI.[236]Gallische; naar de oude overlevering had de zoogenoemde Tyrische Hercules, op zijne tochten door West-Europa, Gallië de eerste beschaving aangebracht. (Verg. desbelust Am. Thierry'sHist. des GauloisI, p. 62.)[237]Of-schoon.[238]Voorzijner; thanszijneofzijn.[239]Thanstong.[240]welsprekend.[241]Anderssleur.[242]Thans in den verlengden vormbevestigde.[243]Thanstong.[244]Thanszond.[245]Beval te.[246]Basterdvloek voorGods.[247]bedenkt.[248]altijd.[249]gewrocht.[250]Thansworden.[251]Hier in den zin vangekald, waarmeê het trouwens in oorsprong één is (verg. 't Hoogd.walden onswoud, enz.)[252]Thans totscholeenschoolgeslonken.[253]Andersdure; gelijk vervolgensstiermanvoorstuurman.[254]Andersfaam; verg. 't oudenieuw-marevoor onsnieuwstijding, en 't dichterlijkemaar,marevoorbericht.[255]Rijmshalve voortromp, thanstrompet.[256]voor zoo ver noodig.[257]Gelijk reeds herhaaldelijk voorlage.[258]Zaamgetrokken uitwilt het.[259]kan.[260]verstandig zijt.[261]wie er—God betere 't—dan ook vasten moge; niet, gelijk Van L. schijnt te willen:God zorge maar voor hem, die vast.[262]bedenkt,weet wel.[263]Voordes te eer.[264]schroomvallig.[265]doodt(verg. 't Hoogd.würgen).[266]ouderdom.[267]hennepen(versta:aan de galg.)[268]Andersglinstering.[269]Gelijk vroeger steeds voor onsomdat.[270]Anders veelalstriemen.[271]Thansalwaar.[272]Voorleidt.[273]Naam van Hercules, als kleinzoon van Alceus.[274]Thansbesprengd.[275]Thanstegendeel; verg. echter onsjegens.[276]naaktst,kennelijkst.[277]keuken.[278]houdt het; verg. boven XLVI, aant.394.[279]Thans wil.[280]Anders en beterin, maar hier door de tegenstellingop 't beddeveroorzaakt.[281]Gelijk steeds in Vondels tijd, voor 't natuurlijkehaar; verg. vroeger.[282]Lat. 3e naamv. van Cyrus, den bekenden Perzischen koning.[283]Voor 't land der Scythen, (gelijk Zweden, Saxen, enz. voor 't land waar de menschen van dien naam wonen).[284]storten(eig.doen lekken).[285]staan,weêrstaan.[286]Met dichterlijke vrijheid voorzoo lang tot zij.[287]Thanswerpt het.[288]Thansgij.[289]Lat. bijv. naamw. voorvan Circe.[290]kunt.[291]de verklaring geeft; (van 't Grieksch-Lat.glossa, dat uit het midden-eeuwsch kerke-Latijn in 't Hollandsch overging.)[292]Midden-eeuwsch Latijnsch schrijver.[293]omgaat met.[294]Versterkte vorm vangrijpen.[295]voedt.[296]ontfutselde.[297]wisselzieke,ongestadige.[298]Thansvuile.[299]Gelijkleerlijk(zie boven), thans doorleerrijkverdrongen.[300]Voorjonge, en wulpsche,snaken.[301]ontvlamde.[302]vermoogt gij.[303]Thansgegeten.[304]Verkeerdelijk voorniemand; men zou daarom haastniemand aanwillen lezen.[305]vrijers.[306]Voorbezwijkt; verg. echter 't enkelezwicht.[307]nabij.[308]Thansmakkers(verg. echtergebroedersengezusters.)[309]werd uitgesteld,bleef achter.[310]ben des doods schuldig.[311]Thansvond.[312]Thansbetrappen.[313]onmachtig, en vooral niet vanaâm,ademaf te leiden.[314]muildier,muilezel.[315]Thansbroederlijke zorg.[316]Voorverscholen,weggestopt.[317]Voorgemunt geld.[318]schat,beurs.[319]Verstahet weet.[320]Tasch; verg. boven.[321]VoorRomeinschen.[322]uitstellen; verg. boven LVI. aant.284en vroeger.[323]Hier rijmshalve voorongedurigen.[324]Andersuitnemend.[325]punt aan punt.[326]nakomen,vervullen.[327]Thans verouderd voordwazen,onzinnigen, maar oudtijds, gelijk nog in 't Hoogd., algemeen in gebruik.[328]wijsgeer.[329]Gelijk meer bij Vondel voorberoemd(verg. o. a. boven, bladz.25).[330]bezigen,gebruiken(verg. boven.)[331]zal ontvouwen, (eig.ontsluiten.)[332]Simson.[333]Gelijk nog steeds in de dagelijksche spreektaal, voorgehouden.[334]Versta niethempersoonlijk, maar (naar de oude zegswijs:wien lief, wien leed)wie 't al of niet mocht wraken.[335]wakker,kloek.[336]Hier, geheel tegen 't gebruik, in lijdenden zin, als dat waarop men graag is.[337]Thanswilde.[338]Verbeterhares.[339]Met overgroote dichterlijke vrijheid, niet van Tantalus, maar zijn dorst en honger te verstaan.[340]Thansniets.[341]meester wordt.[342]tot aan de kin.[343]Germ. voorschreeuwt.[344]Voorgelaafd.[345]Voor den mond alsweggenomen.[346]durft(of eigenlijkdert, door 't andere geheel ten onrechte verdrongen).[347]plaagtofbezet als een kanker.[348]overdadige winst.[349]'t FranscheEloy(Eligius).[350]Rijmshalve misplaatst.[351]Thansna-apen.[352]poetsen speelt(verg. vroegerbootsevoorpoets.)[353]Thansoverlaadt.[354]Thanszich.[355]Met verkeerden klemtoon, voorAríon.[356]harpspeler.[357]Niet metnaauwals één woord te verbinden, maar als ontkenning te verstaan.[358]Germ.(hübsch)voornet, fraai.[359]Voortoegerust.[360]VanApollo.[361]Die zijns levens nam.[362]Klanknabootsend; gewoonlijkplast.[363]Voorgetorscht.[364]op blijmoedige wijs, vrolijk gestemd.[365]onderwijl.[366]Thansuwe schulp.[367]Versta:en die.[368]Thanshunofhen.[369]Gelijk het bij een koning vereischt wordt.[370]Rijmshalve maar verkeerdelijk vooropgeslorpt.[371]Dat is van Antonius; over de ij in plaats vaniizie boven, bladz. 1, aant.1.[372]in 't bijzonder.[373]kan.[374]Voorhulp; zie benedenstorfvoorstierf.[375]zich.[376]naar de natuur.[377]teffens, tevens; hier geheel als stoplap.[378]Thansschande.

[208]bezigen.

[208]bezigen.

[209]op de proef stellen,nagaan.

[209]op de proef stellen,nagaan.

[210]grappenmaker(verg. nog onspoets) en zie boven XXXIV. aant.191.

[210]grappenmaker(verg. nog onspoets) en zie boven XXXIV. aant.191.

[211]schertste(van 't oudeboerde, een grap.)

[211]schertste(van 't oudeboerde, een grap.)

[212]voor't meerendeel.

[212]voor't meerendeel.

[213]Zoo lees ik voordat, 't welk hier geen zin geeft, en waarschijnlijk uit het twee regels later volgende is ingeslopen.

[213]Zoo lees ik voordat, 't welk hier geen zin geeft, en waarschijnlijk uit het twee regels later volgende is ingeslopen.

[214]Voorligst dumet het geheel vergeten voornaamw. van den 2en pers. enkelv.; ook Vondel verwart hier echter reeds den 2en pers. der gebiedende wijs van 't werkw. met die van de aant. wijs,ligstvoorlig.

[214]Voorligst dumet het geheel vergeten voornaamw. van den 2en pers. enkelv.; ook Vondel verwart hier echter reeds den 2en pers. der gebiedende wijs van 't werkw. met die van de aant. wijs,ligstvoorlig.

[215]beladen.

[215]beladen.

[216]Thansvoort, gelijkaltijdbij Vondelaltijds; verg. boven XXX, aant.3.

[216]Thansvoort, gelijkaltijdbij Vondelaltijds; verg. boven XXX, aant.3.

[217]Gelijk nog in de Overijselsche spreektaal.

[217]Gelijk nog in de Overijselsche spreektaal.

[218]Rijmshalve voorverdrinken.

[218]Rijmshalve voorverdrinken.

[219]overleg.

[219]overleg.

[220]kring.

[220]kring.

[221]dutkan hier geen goeden zin geven, en is alleen rijmshalve te verklaren.

[221]dutkan hier geen goeden zin geven, en is alleen rijmshalve te verklaren.

[222]Verouderd voorwijsgeer.

[222]Verouderd voorwijsgeer.

[223]Bij 't middagmaal.

[223]Bij 't middagmaal.

[224]Voorzoo en; verg. boven bladz. 1 aant.347.

[224]Voorzoo en; verg. boven bladz. 1 aant.347.

[225]Voor dewijsgeer; verg. boven XXVI.

[225]Voor dewijsgeer; verg. boven XXVI.

[226]voor.

[226]voor.

[227]oplost.

[227]oplost.

[228]toorn.

[228]toorn.

[229]Thanszelfden.

[229]Thanszelfden.

[230]Thansschielijk(dat eigenlijk voorschierlijkstaat).

[230]Thansschielijk(dat eigenlijk voorschierlijkstaat).

[231]Andersleunen.

[231]Andersleunen.

[232]Men zou hier lieverhijlezen, daar nu de volgorde averechtsch is.

[232]Men zou hier lieverhijlezen, daar nu de volgorde averechtsch is.

[233]ziet gij.

[233]ziet gij.

[234]Lees lievergrijnst, daar het anders geen zin geeft.

[234]Lees lievergrijnst, daar het anders geen zin geeft.

[235]zakken; verg. boven XXXIII en XXXVI.

[235]zakken; verg. boven XXXIII en XXXVI.

[236]Gallische; naar de oude overlevering had de zoogenoemde Tyrische Hercules, op zijne tochten door West-Europa, Gallië de eerste beschaving aangebracht. (Verg. desbelust Am. Thierry'sHist. des GauloisI, p. 62.)

[236]Gallische; naar de oude overlevering had de zoogenoemde Tyrische Hercules, op zijne tochten door West-Europa, Gallië de eerste beschaving aangebracht. (Verg. desbelust Am. Thierry'sHist. des GauloisI, p. 62.)

[237]Of-schoon.

[237]Of-schoon.

[238]Voorzijner; thanszijneofzijn.

[238]Voorzijner; thanszijneofzijn.

[239]Thanstong.

[239]Thanstong.

[240]welsprekend.

[240]welsprekend.

[241]Anderssleur.

[241]Anderssleur.

[242]Thans in den verlengden vormbevestigde.

[242]Thans in den verlengden vormbevestigde.

[243]Thanstong.

[243]Thanstong.

[244]Thanszond.

[244]Thanszond.

[245]Beval te.

[245]Beval te.

[246]Basterdvloek voorGods.

[246]Basterdvloek voorGods.

[247]bedenkt.

[247]bedenkt.

[248]altijd.

[248]altijd.

[249]gewrocht.

[249]gewrocht.

[250]Thansworden.

[250]Thansworden.

[251]Hier in den zin vangekald, waarmeê het trouwens in oorsprong één is (verg. 't Hoogd.walden onswoud, enz.)

[251]Hier in den zin vangekald, waarmeê het trouwens in oorsprong één is (verg. 't Hoogd.walden onswoud, enz.)

[252]Thans totscholeenschoolgeslonken.

[252]Thans totscholeenschoolgeslonken.

[253]Andersdure; gelijk vervolgensstiermanvoorstuurman.

[253]Andersdure; gelijk vervolgensstiermanvoorstuurman.

[254]Andersfaam; verg. 't oudenieuw-marevoor onsnieuwstijding, en 't dichterlijkemaar,marevoorbericht.

[254]Andersfaam; verg. 't oudenieuw-marevoor onsnieuwstijding, en 't dichterlijkemaar,marevoorbericht.

[255]Rijmshalve voortromp, thanstrompet.

[255]Rijmshalve voortromp, thanstrompet.

[256]voor zoo ver noodig.

[256]voor zoo ver noodig.

[257]Gelijk reeds herhaaldelijk voorlage.

[257]Gelijk reeds herhaaldelijk voorlage.

[258]Zaamgetrokken uitwilt het.

[258]Zaamgetrokken uitwilt het.

[259]kan.

[259]kan.

[260]verstandig zijt.

[260]verstandig zijt.

[261]wie er—God betere 't—dan ook vasten moge; niet, gelijk Van L. schijnt te willen:God zorge maar voor hem, die vast.

[261]wie er—God betere 't—dan ook vasten moge; niet, gelijk Van L. schijnt te willen:God zorge maar voor hem, die vast.

[262]bedenkt,weet wel.

[262]bedenkt,weet wel.

[263]Voordes te eer.

[263]Voordes te eer.

[264]schroomvallig.

[264]schroomvallig.

[265]doodt(verg. 't Hoogd.würgen).

[265]doodt(verg. 't Hoogd.würgen).

[266]ouderdom.

[266]ouderdom.

[267]hennepen(versta:aan de galg.)

[267]hennepen(versta:aan de galg.)

[268]Andersglinstering.

[268]Andersglinstering.

[269]Gelijk vroeger steeds voor onsomdat.

[269]Gelijk vroeger steeds voor onsomdat.

[270]Anders veelalstriemen.

[270]Anders veelalstriemen.

[271]Thansalwaar.

[271]Thansalwaar.

[272]Voorleidt.

[272]Voorleidt.

[273]Naam van Hercules, als kleinzoon van Alceus.

[273]Naam van Hercules, als kleinzoon van Alceus.

[274]Thansbesprengd.

[274]Thansbesprengd.

[275]Thanstegendeel; verg. echter onsjegens.

[275]Thanstegendeel; verg. echter onsjegens.

[276]naaktst,kennelijkst.

[276]naaktst,kennelijkst.

[277]keuken.

[277]keuken.

[278]houdt het; verg. boven XLVI, aant.394.

[278]houdt het; verg. boven XLVI, aant.394.

[279]Thans wil.

[279]Thans wil.

[280]Anders en beterin, maar hier door de tegenstellingop 't beddeveroorzaakt.

[280]Anders en beterin, maar hier door de tegenstellingop 't beddeveroorzaakt.

[281]Gelijk steeds in Vondels tijd, voor 't natuurlijkehaar; verg. vroeger.

[281]Gelijk steeds in Vondels tijd, voor 't natuurlijkehaar; verg. vroeger.

[282]Lat. 3e naamv. van Cyrus, den bekenden Perzischen koning.

[282]Lat. 3e naamv. van Cyrus, den bekenden Perzischen koning.

[283]Voor 't land der Scythen, (gelijk Zweden, Saxen, enz. voor 't land waar de menschen van dien naam wonen).

[283]Voor 't land der Scythen, (gelijk Zweden, Saxen, enz. voor 't land waar de menschen van dien naam wonen).

[284]storten(eig.doen lekken).

[284]storten(eig.doen lekken).

[285]staan,weêrstaan.

[285]staan,weêrstaan.

[286]Met dichterlijke vrijheid voorzoo lang tot zij.

[286]Met dichterlijke vrijheid voorzoo lang tot zij.

[287]Thanswerpt het.

[287]Thanswerpt het.

[288]Thansgij.

[288]Thansgij.

[289]Lat. bijv. naamw. voorvan Circe.

[289]Lat. bijv. naamw. voorvan Circe.

[290]kunt.

[290]kunt.

[291]de verklaring geeft; (van 't Grieksch-Lat.glossa, dat uit het midden-eeuwsch kerke-Latijn in 't Hollandsch overging.)

[291]de verklaring geeft; (van 't Grieksch-Lat.glossa, dat uit het midden-eeuwsch kerke-Latijn in 't Hollandsch overging.)

[292]Midden-eeuwsch Latijnsch schrijver.

[292]Midden-eeuwsch Latijnsch schrijver.

[293]omgaat met.

[293]omgaat met.

[294]Versterkte vorm vangrijpen.

[294]Versterkte vorm vangrijpen.

[295]voedt.

[295]voedt.

[296]ontfutselde.

[296]ontfutselde.

[297]wisselzieke,ongestadige.

[297]wisselzieke,ongestadige.

[298]Thansvuile.

[298]Thansvuile.

[299]Gelijkleerlijk(zie boven), thans doorleerrijkverdrongen.

[299]Gelijkleerlijk(zie boven), thans doorleerrijkverdrongen.

[300]Voorjonge, en wulpsche,snaken.

[300]Voorjonge, en wulpsche,snaken.

[301]ontvlamde.

[301]ontvlamde.

[302]vermoogt gij.

[302]vermoogt gij.

[303]Thansgegeten.

[303]Thansgegeten.

[304]Verkeerdelijk voorniemand; men zou daarom haastniemand aanwillen lezen.

[304]Verkeerdelijk voorniemand; men zou daarom haastniemand aanwillen lezen.

[305]vrijers.

[305]vrijers.

[306]Voorbezwijkt; verg. echter 't enkelezwicht.

[306]Voorbezwijkt; verg. echter 't enkelezwicht.

[307]nabij.

[307]nabij.

[308]Thansmakkers(verg. echtergebroedersengezusters.)

[308]Thansmakkers(verg. echtergebroedersengezusters.)

[309]werd uitgesteld,bleef achter.

[309]werd uitgesteld,bleef achter.

[310]ben des doods schuldig.

[310]ben des doods schuldig.

[311]Thansvond.

[311]Thansvond.

[312]Thansbetrappen.

[312]Thansbetrappen.

[313]onmachtig, en vooral niet vanaâm,ademaf te leiden.

[313]onmachtig, en vooral niet vanaâm,ademaf te leiden.

[314]muildier,muilezel.

[314]muildier,muilezel.

[315]Thansbroederlijke zorg.

[315]Thansbroederlijke zorg.

[316]Voorverscholen,weggestopt.

[316]Voorverscholen,weggestopt.

[317]Voorgemunt geld.

[317]Voorgemunt geld.

[318]schat,beurs.

[318]schat,beurs.

[319]Verstahet weet.

[319]Verstahet weet.

[320]Tasch; verg. boven.

[320]Tasch; verg. boven.

[321]VoorRomeinschen.

[321]VoorRomeinschen.

[322]uitstellen; verg. boven LVI. aant.284en vroeger.

[322]uitstellen; verg. boven LVI. aant.284en vroeger.

[323]Hier rijmshalve voorongedurigen.

[323]Hier rijmshalve voorongedurigen.

[324]Andersuitnemend.

[324]Andersuitnemend.

[325]punt aan punt.

[325]punt aan punt.

[326]nakomen,vervullen.

[326]nakomen,vervullen.

[327]Thans verouderd voordwazen,onzinnigen, maar oudtijds, gelijk nog in 't Hoogd., algemeen in gebruik.

[327]Thans verouderd voordwazen,onzinnigen, maar oudtijds, gelijk nog in 't Hoogd., algemeen in gebruik.

[328]wijsgeer.

[328]wijsgeer.

[329]Gelijk meer bij Vondel voorberoemd(verg. o. a. boven, bladz.25).

[329]Gelijk meer bij Vondel voorberoemd(verg. o. a. boven, bladz.25).

[330]bezigen,gebruiken(verg. boven.)

[330]bezigen,gebruiken(verg. boven.)

[331]zal ontvouwen, (eig.ontsluiten.)

[331]zal ontvouwen, (eig.ontsluiten.)

[332]Simson.

[332]Simson.

[333]Gelijk nog steeds in de dagelijksche spreektaal, voorgehouden.

[333]Gelijk nog steeds in de dagelijksche spreektaal, voorgehouden.

[334]Versta niethempersoonlijk, maar (naar de oude zegswijs:wien lief, wien leed)wie 't al of niet mocht wraken.

[334]Versta niethempersoonlijk, maar (naar de oude zegswijs:wien lief, wien leed)wie 't al of niet mocht wraken.

[335]wakker,kloek.

[335]wakker,kloek.

[336]Hier, geheel tegen 't gebruik, in lijdenden zin, als dat waarop men graag is.

[336]Hier, geheel tegen 't gebruik, in lijdenden zin, als dat waarop men graag is.

[337]Thanswilde.

[337]Thanswilde.

[338]Verbeterhares.

[338]Verbeterhares.

[339]Met overgroote dichterlijke vrijheid, niet van Tantalus, maar zijn dorst en honger te verstaan.

[339]Met overgroote dichterlijke vrijheid, niet van Tantalus, maar zijn dorst en honger te verstaan.

[340]Thansniets.

[340]Thansniets.

[341]meester wordt.

[341]meester wordt.

[342]tot aan de kin.

[342]tot aan de kin.

[343]Germ. voorschreeuwt.

[343]Germ. voorschreeuwt.

[344]Voorgelaafd.

[344]Voorgelaafd.

[345]Voor den mond alsweggenomen.

[345]Voor den mond alsweggenomen.

[346]durft(of eigenlijkdert, door 't andere geheel ten onrechte verdrongen).

[346]durft(of eigenlijkdert, door 't andere geheel ten onrechte verdrongen).

[347]plaagtofbezet als een kanker.

[347]plaagtofbezet als een kanker.

[348]overdadige winst.

[348]overdadige winst.

[349]'t FranscheEloy(Eligius).

[349]'t FranscheEloy(Eligius).

[350]Rijmshalve misplaatst.

[350]Rijmshalve misplaatst.

[351]Thansna-apen.

[351]Thansna-apen.

[352]poetsen speelt(verg. vroegerbootsevoorpoets.)

[352]poetsen speelt(verg. vroegerbootsevoorpoets.)

[353]Thansoverlaadt.

[353]Thansoverlaadt.

[354]Thanszich.

[354]Thanszich.

[355]Met verkeerden klemtoon, voorAríon.

[355]Met verkeerden klemtoon, voorAríon.

[356]harpspeler.

[356]harpspeler.

[357]Niet metnaauwals één woord te verbinden, maar als ontkenning te verstaan.

[357]Niet metnaauwals één woord te verbinden, maar als ontkenning te verstaan.

[358]Germ.(hübsch)voornet, fraai.

[358]Germ.(hübsch)voornet, fraai.

[359]Voortoegerust.

[359]Voortoegerust.

[360]VanApollo.

[360]VanApollo.

[361]Die zijns levens nam.

[361]Die zijns levens nam.

[362]Klanknabootsend; gewoonlijkplast.

[362]Klanknabootsend; gewoonlijkplast.

[363]Voorgetorscht.

[363]Voorgetorscht.

[364]op blijmoedige wijs, vrolijk gestemd.

[364]op blijmoedige wijs, vrolijk gestemd.

[365]onderwijl.

[365]onderwijl.

[366]Thansuwe schulp.

[366]Thansuwe schulp.

[367]Versta:en die.

[367]Versta:en die.

[368]Thanshunofhen.

[368]Thanshunofhen.

[369]Gelijk het bij een koning vereischt wordt.

[369]Gelijk het bij een koning vereischt wordt.

[370]Rijmshalve maar verkeerdelijk vooropgeslorpt.

[370]Rijmshalve maar verkeerdelijk vooropgeslorpt.

[371]Dat is van Antonius; over de ij in plaats vaniizie boven, bladz. 1, aant.1.

[371]Dat is van Antonius; over de ij in plaats vaniizie boven, bladz. 1, aant.1.

[372]in 't bijzonder.

[372]in 't bijzonder.

[373]kan.

[373]kan.

[374]Voorhulp; zie benedenstorfvoorstierf.

[374]Voorhulp; zie benedenstorfvoorstierf.

[375]zich.

[375]zich.

[376]naar de natuur.

[376]naar de natuur.

[377]teffens, tevens; hier geheel als stoplap.

[377]teffens, tevens; hier geheel als stoplap.

[378]Thansschande.

[378]Thansschande.


Back to IndexNext