Het hoogste woord onzer wijsheid zal wel zijn de vereering, de eerbied voor God. Ik ben niet bang voor een verkeerde opvatting bij het woord God: het is beter dat men er een naïeve opvatting bij heeft dan heelemaal geen. Het zich los voelen en apart voelen uit het wereldgeheel is het noodlottigste sentiment: dat is de machteloosheid, dat is de onvrijheid. Het bewustzijn der eenheid met God is de vrijheid. Daarom eindigt Spinoza zijn Ethiek ook met de verheerlijking van de geestelijke liefde tot God als hoogste levensmoment.—
Hier eindigde ons gesprek, voor zoover het betrekking had op den trek van Kunst naar Bespiegeling, die niet alleen voor Bierens de Haan maar tevens voor het geestelijk leven in ons land zoo kenmerkend is. Het overige gaat buiten den lezer om. Maar één eigenaardigheid moet ik nog vermelden. Ik had dien namiddag enkele uren door te brengen in het gezelschap van een veertigtal woelige en ongevormde Hoogere Burgers en -burgeressen. Het is opmerkelijk dat zulke ongecultiveerde jongelui, zoodra ze in eengroepzijn vereenigd, volkomen onbewust voelen of ge u zelf zijt of niet. Door hun gedrag vertellen ze u of ge vermoeid zijt of afgetrokken, en menig leeraar raakte het stuur over zijn klasse kwijt doorbuitenzichzelf te treden. Welnu, mijn jongelui toonden dien middag bijna ademlooze aandacht voor het weinigje dat ik hun mocht voordragen, en ik weet zeker dat dit is toe te schrijven aan den moed en zekerheid die ik uit dit gesprek had geput.
We spraken dus en ten slotte vroeg ik hem wat toch de beteekenis is van 't beeldhouwwerk aan zijn schoorsteenmantel. Hij deelde het mij mede, en een beschrijving van zijn (weliswaar niet huiselijken, doch persoonlijken) haard moge niet alleen dit opstel, maar ook het relaas van geheel mijn onderzoek besluiten en symboliseeren:
De hooge schouw is omgeven door een eikenhouten lijst, waaruit, te weerszijden, het borstbeeld van een Faun en een denkerskop te voorschijn treden. Zij kijken elkander aan over den haard van mijn gastheer, maar men weet niet of ze elkander wel zien. De Faun heeft het oog gericht op een figuur, bestaande uit twee dooreengevlochten driehoeken in een cirkel. Hij stelt voor de natuur in haar dubbel-karakter van grilligheid èn planmatigheid. De denkerskop (hij gelijkt iets op Goethe in zijn laatste jaren) ziet uit naar een stralende ster: hij stelt voor het geestesleven, door het geestelijk Licht bestraald. Tusschen beide borstbeelden slingeren guirlandes over den houten lijst, die elkander halverwege in een vlammend altaar—den wereldhaard—boven den menschelijken haard ontmoeten. Achter den Faun (in een afzonderlijk vak) prijkt een boom, de natuurkracht; achter den Denker de duif met aureool, aldus de geestelijke bezieling voorstellend.
Deze schouwlijst wordt geschraagd door zandsteenen zuiltjes, waaruit de kop van den denker Plato en de kop van den dichter Dante te voorschijn komen en de kamer in staren.
Het moet schoon zijn, zijn haard te vestigen tusschen natuurkracht en geestelijke bezieling, wanneer die beiden elkander in een vlammend altaar ontmoeten.
Moge onze Nederlandsche cultuur zich harmonisch en wel-bewust ontwikkelen volgens dit symbool. Dan staan wij schrap tegenover geestelijke vijanden die onze cultuur bedreigen—gelijk onze duinen, waar deze ménschelijke haard geplant is, schrap stonden en staan tegen een materiëelen belager.
Kerstmis 1913.
De psychische afkomst van het oorzaakbegrip. Een studie tot kennis van menschelijk denken (1895)—De norm der waarheid is in onszelf (1897)—Idee-studies (1898)—Levensleer naar de beginselen van Spinoza (1900)—Plutarchus als godsdienstig denker. Een gestalte uit de Grieksch-Romeinsche godsdienstgeschiedenis (1902)—Wijsgeerige studies (1904)—De weg tot het inzicht, eene inleiding in de wijsbegeerte (1909)—Uren met Spinoza, een keur van stukken uit zijne werken, vertaald en met een inleiding en aanteekeningen voorzien (1913).
Ter InleidingJohan de MeesterKarel van de WoestijneJosine A. Simons-MeesCyriel BuysseFrans BastiaanseHerman RobbersIs. QueridoCarel SchartenAdama van ScheltemaP.N. van EijckDr. J.D. Bierens de Haan
Frontespiece: Louis CouperusJohan de MeesterKarel van de WoestijneCyriel BuysseId. Op het balkon van zijn werkhuisFrans BastiaanseId.Herman RobbersId.Carel Scharten.Id.Adama van ScheltemaId.P.N. van EijckDr. J.D. Bierens de Haan