Chapter 11

De beide jonge vrouwen sleepten zich voort.De beide jonge vrouwen sleepten zich voort.

Met het krieken van den volgenden dag vertrok men. Ten elf ure waren ze te Delegete, in het graafschap Wellesley, vijftig mijlen van de Twofold-baai.

Daar werd spoedig rijtuig genomen. Toen hij zoo digt bij de kust was, herleefde de hoop in het hart van Glenarvan. Als deDuncanmaar een beetje oponthoud had gehad, zou hij ze misschien nog vóór zijn! In vieretwintig uren kon hij aan de baai zijn!

Na een versterkend maal gebruikt te hebben, vertrokken alle reizigers ten twaalf ure in een postkoets zoo hard vijf sterke paarden maar loopen konden. De postiljons, aangezet door de belofte van een vorstelijk drinkgeld, joegen het snelle rijtuig over een goed onderhouden weg voort. Zij verloren geen twee minuten op de pleisterplaatsen, die tien mijlen van elkander verwijderd waren. Het scheen, dat Glenarvan hun het vuur had in geblazen, dat hem verteerde.

Dien ganschen dag en nacht reed men zoo door met een snelheid van zes mijlen in het uur.

Toen de zon den volgenden dag opging, kondigde een dof geruisch de nabijheid van den Indischen oceaan aan.

Men moest de baai omrijden om op den zevenendertigsten breedtegraad den oever te bereiken, juist ter plaatse waar Tom Austin de komst der reizigers moest afwachten.

Toen de zee zigtbaar werd, rigtten allen hunne blikken verlangend daarheen. Stoomde deDuncandaar soms door een wonder der Voorzienigheid op en neer, even als een maand vroeger bij kaap Corrientes op de argentijnsche kust?

Niets was er te zien. De lucht en het water liepen aan den gezigteinder ineen. Geen enkel zeil verlevendigde de ontzettende watervlakte.

Nog ééne hoop bleef er over. Misschien had Tom Austin gemeend het anker in de Twofold-baai te moeten werpen; want de zee stond hol en geen schip kon veilig wezen bij zulk een nabijheid van het strand.

"Naar Eden!" riep lord Glenarvan.

Dadelijk sloeg de postwagen regts den cirkelvormigen weg in, die langs de oevers der baai liep, en rigtte zich naar het vijf mijlen verder gelegen stadje Eden.

De postiljons hielden stil niet ver van het vaste licht, dat den ingang der haven aanduidt. Eenige schepen lagen op de reede voor anker, maar geen een had de vlag van Malcolm geheschen.

Glenarvan, John Mangles en Paganel stapten uit het rijtuig, liepen naar het tolkantoor, ondervroegen de beambten en zagen de lijst van de in de laatste dagen aangekomen schepen in.

In den loop eener week was geen enkel vaartuig de baai binnengeloopen.

"Zou hij niet vertrokken zijn?" riep Glenarvan, die door een in het menschelijke hart dikwijls voorkomende omkeering niet meer wilde wanhopen. "Misschien zijn wij hem voor geweest!"

John Mangles schudde het hoofd. Hij kende Tom Austin. Zijn eerste stuurman zou de uitvoering van een bevel geen tien dagen uitstellen.

"Ik wil weten, hoe de zaken staan," zeide Glenarvan. "Zekerheid is beter dan twijfel!"

Een kwartier later werd een telegram gezonden aan den overman der scheeps-agenten te Melbourne.

Daarna lieten de reizigers zich brengen naar hetVictoria-hotel.

Ten twee ure kreeg lord Glenarvan een telegram van dezen inhoud:

Aan lord Glenarvan, Eden,Twofold-baai."DeDuncanden 18dendezer vertrokken. Bestemmingonbekend."I. Andrew. S.A.

Het berigt ontviel Glenarvan's handen.

Geen twijfel meer! Het eerlijke schotsche jagt was in handen van Ben Joyce een kaperschip geworden!

Zoo eindigde die reis door Australië, die zich in den beginne zoo gunstig liet aanzien. Het spoor van kapitein Grant en de schipbreukelingen scheen onherroepelijk verloren, en die tegenspoed kostte eener geheele bemanning het leven. Glenarvan bezweek in dien strijd, en die moedige zoeker, dien de zaamverbonden elementen in de Pampa's niet hadden kunnen stuiten, was door de verdorvenheid der menschen op het vastland van Australië overwonnen.

Lijst van illustraties

(Uit de oorspronkelijke 19deeeuwse Franse ed., door Riou.)

01. Lady Helena en Mary Grant op de kampanje staande...02. De geleerde, zoo tot spreken uitgenoodigd, was terstond gereed...03. "Dat is Tristan d'Acunha," hernam John Mangles.04. Gedurende den nacht maakten de matrozen van de Duncan een goede jagt.05. Het huisje ... stond aan het uiteinde eener natuurlijke haven ...06. Warme en ijzerhoudende bronnen ontsprongen hier en daar uit de zwarte lava ...07. "Majoor, verwedt gij uw karabijn...?"08. De vertellingen van Paganel.09. Met dit stukje doek liet de Duncan zich nu voortzweepen....10. "Een, twee, drie! in Gods naam!" riep de jeugdige kapitein.11. De sloepen werden aan land gezonden....12. "Voort, naar den molen!" antwoordde Glenarvan.13. Het was iemand van vijf en veertig jaar,...14. Weldra liep het schip op het strand.15. Toen hij weer bijkwam, was hij in de handen der inboorlingen,...16. ... kwam hij eindelijk aan de gastvrije woning van Paddy O'Moore,...17. ... de passagiers keerden naar boord terug.18. Het inrichten van het voertuig.19. Het sein tot het vertrek werd gegeven.20. De "muskieten-vlakte."21. Red-Gumstation.22. Het was een "jabiru", de reusachtige kraanvogel der engelsche kolonisten.23. ... de wagen helde vreeselijk over....24. ... de nacht overviel hen een halve mijl van de legerplaats af.25. De dood van Burke.26. Stuart heesch de australische vlag in top.27. Een vreeselijk ongeluk had er plaats gehad....28. Het was het reeds ijskoude lijk van den wachter.29. Een inlandsch kind lag rustig te slapen.30. "Leerling Toliné! sta op!"31. Daar verhief zich een ware stad.32. Het delfstoffelijk museum der Bank.33. Paganel raapte een kei op.34. Het woud van gombomen.35. 's Avonds legerde men zich aan den voet van gomboomen....36. Er waren er omtrent dertig, mannen, vrouwen en kinderen....37. ... zij zwaaiden als bezetenen met al die wapenen.38. Paganel ging niet liggen....39. Den liervogel.40. Het was een aardig van hout en steen opgetrokken gebouw.41. De kangoeroe-jagt.42. Een allergeweldigste hagelbui overviel de reizigers.43. Reis rond de wereld, deel 2—Midden-Australië.44. Een bosch van boom-varens.45. Aan den gezigteinder flikkerden eenige weerlichten.46. De majoor verdween in het hooge gras.47. Het zware voertuig bewoog zich niet.48. Ayrton: "Met uw welnemen, Uwe Edelheid! ik zal vertrekken...."49. Een schot viel.50. ... een paar kasuarissen, wier kop vertrouwelijk tusschen de heesters uitstak....51. Juist verdubbelde het geweld van den storm.52. Zij vervoerden het lichaam van Mulrady....53. Vijf mannen wierpen zich voor de kop van zijn paard.54. Intusschen kwam het vlot in het midden van de Sneeuw-rivier.55. De beide jonge vrouwen sleepten zich voort.


Back to IndexNext