VERKLARINGvan niet algemeen bekende Latijnsche woorden, in den Tekst van den Roman gebruikt.Abacus: schenktafel, met doorboorde vakken, om de spitse wijnkruiken in te zetten.Abolla: regenmantel.Acta diurna: nieuwsbericht.Acus Matris: navel der Moeder (acus = naald).Adulescens: jeune premier, jongeling.Admissio: particuliere audiëntie.Ædilibus Curulibus: door de Curulische magistraten, naar deSella Curulisof ambtsstoel, waarin zij zaten.Ædilen: gemeente-bestuursleden.Area palatina: paleisplein.Archimimus: eerste mimus of danser.As: de eenheid van het muntstelsel, eerst een pond, in latere eeuw lichter en lichter geworden.Atellana: nastuk of boert, zooals vroeger in de stad Atella in Campanië gespeeld werd.Atrium: voorhof.AulariumofAulæum: tooneelgordijn, dat om een kabel onder de planken wegrolde.Auxilia: hulptroepen uit de koloniën.Belluarius: wilde-beestentemmer.Bombyx: zijde.Caliga: soldatenschoen.Capistrum: fluitband der dubbelfluit, om de kin sluitend.Capsarius: kleederbewaarder.Carpentum: wagentje op twee wielen.Carpere diem: den dag plukken.Cataclista: wit priestergewaad.Caterva: troep.Cathedra: leunstoel.Caupo: waard.Cavea: benedenruimte in den schouwburg.Cena: avondmaal.Chlamys: feestmantel voor mannen en vrouwen.Choragium: regie en alles wat de uitbeelding van het stuk betreft.Choragus: regisseur, aanvoerder van het koor.Cinædus: ballet-danser, meestal in dubbelzinnige beteekenis, als scheldnaam gebezigd.Clare adplaudere: klinkend toejuichen.Columnarius: boef, die tusschen de zuilen der portieken schuilde.Comœdus: tooneelspeler.Cuneus: wigvormige rij banken in den schouwburg.Cornicularius: ordonnans, die een eereteeken, een hoorn, droeg aan zijn helm.Cothurnus: tooneelschoen voor de tragedie, broos.Dacicus: bijnaam van Domitianus als overwinnaar der Daciërs en daarna naam der gouden munten, die hij liet slaan.Decanus: onderofficier.Decurio cubiculariorum: opperkamerheer.Delicatus: fatje.Denarius: zilveren munt, tien as waard.Dies Sanguinis:Dag des Bloeds.Distichon: twee-regelig gedicht, bestaande uit een hexameter en een pentameter.Diverbium: samenspraak.Domina: vrouwe.Dominus-gregis: meester van dengrexof troep, directeur.Ecloga: herdersdicht.Exodusofexodium-spel: naspel.Exostra: draaibaar zij-tooneel.Fallus: mannelijk lid.Fengiet: spiegelsteen uit Cappadocië.Fibula: kuischheidsgordel, gesp.Fornix: gewelf; publiek huis.Frigidarium: koude-badzaal.Gens: familie; groep van familiën.Hastatus: lansdrager.Heptaforum: draagstoel, door zeven dragers getorst (vermoedelijk door zes, met een zevenden, die telkens een der zes anderen verving).Histrio: tooneelspeler.Hypocaustum: centrale-verwarmingsskachel in onderaardsch gewelf.Ilex: steeneik.Janitor: portier.Kordax: een zekere Tango-dans.Lacerna: mantel.Lanista: schermmeester.LaserpiciumofSilfium: een geurig kruid.Laticlavia: toga van Senatoren met purperen rand en strepen.Lectus-pavonius: bed in den vorm van een pauw.Legionarius: soldaat van een legioen.Leno: waard van een publiek huis;Lena, waardin.Ludi Megalesia: spelen, ter eere der Groote Godin Rheia Kubele, Moeder der Goden.Ludus: school.ManipelofManipulus: compagnie.Manumissio: vrijlating van slaven (met de hand een teeken gevende).Matrona-jongen: jongen, die deMatronaspeelt of deftige vrouwe-rol.Meretrix: courtizane.Miles Glorisus: type van den Bluffenden Krijgsman.MirmilloofMurmillo: zwaardvechter met een visch op den helm.Moretum: gerecht, dat men tijdens de feesten (Megalezia) der Groote Godin at.Mystes: Isis-priester.Nonæ: vijfde dag der maand, behalve van Maart, Mei, Juli en October, waarin de Nonæ de zevende was.Nymfæum: bassin met fontein.Orarium: zakdoek.Ostiarius: portier.Psaltherion:verschillende muziekinstrumenten.Spadix:Tonarion:Pædagogium: leerschool.Palla: mantel der matrona.Palliata: in Grieksche dracht (pallium) vertoond hooger blijspel.Palliolum: manteltje.Persona: masker.Personatus: gemaskerd.Petaso: varkenshaas.Planipes: ongeschoeid.Præcinctiones: ommegangen, corridors.Prætor: de hoogste magistraat na de Consuls.Promiscua salutatio: algemeene audiëntie.Proscænium: gedeelte van het tooneel vóór de scæna of tooneelmuur.Quadriga: vierspan.Retiarius: zwaardvechter met net en drietand, die tegen den mirmillo streed.Rhetor: leermeester in de welsprekendheid.Rudis: schermroede, door den Keizer vereerd als afscheid aan den gladiator.Saltatio: dans.Salutatio: audiëntie.Senarius: zesvoetig jambiesch.Senex: grijsaard, père-noble.Septenarius: zevenvoetig jambiesch.Servus currens: dravende slaaf.Sestertius: twee-en-een-halve as.Siparium: tweede (achter-) tooneelgordijn, dat weg schoof.Sistrum: muziekinstrument uit Egypte.Soccus: tooneelschoen voor de komedie.Soleæ: sandalen voor thuis.Solœcismus: taalfout tegen de woordvoeging.Stadium: renbaan.Stola: gewaad der matrona.Stupidus-græcus: Grieksche clown.Subsellium: zetel in den schouwburg voor senatoren.Suffibulum: sluier, huif der Vestaalsche Maagden.Synthesis: licht huis- of tafelgewaad.Tepidarium: lauwe-badzaal.Tessera: toegangsbiljet.Titulus, didascalia: programma.Tonstrix: kapster, barbierster.Triclinium: eetzaal.Vale, Valete: gegroet.Velarium: gordijn, doek, zeil.Vasculum: bassin.N.B. Voor de verklaringen zijn geraadpleegd:Latijnsch Woordenboek van Dr. K. E. Georges, op nieuw bewerkt door Prof. Dr. Engelbregten I. J. G. Schelleri, Lexicon Latino-Belgicum Autorum-Classicorum curante Davide Ruhnkenio.ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team opwww.pgdp.net.CoderingDit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.Documentgeschiedenis2009-08-24 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbetering18......21-28..?....?37......39......43bedelpriesterbedelpriesters43......44hunhen44......47.......49......51krijtwitkrijt-wit52.. ......55,.57de[Verwijderd]61......64.......74..........83beâamdebeaâmde91beâamdenbeaâmden110[Niet in bron].126AedilibusÆdilibus131tilulustitulus161overmogenovermorgen174.. ......176barstenbarstten190......195slank heupigeslank-heupige201[Niet in bron]”228AlexandrieAlexandrië231......232......237[Niet in bron],237CarthagoKarthago242[Niet in bron].254heefheel277schuchtérschuchter277helmènhelmen292CeciliusCecilianus294gladiatorengladiator303.,307AlxandriëAlexandrië309in eenineen310miuntenminuten313.,319;,320......321dominis-gregisdominus-gregis324nieuwgierigheidnieuwsgierigheid328.......329.. ......337honderdehonderden339dénden
VERKLARINGvan niet algemeen bekende Latijnsche woorden, in den Tekst van den Roman gebruikt.Abacus: schenktafel, met doorboorde vakken, om de spitse wijnkruiken in te zetten.Abolla: regenmantel.Acta diurna: nieuwsbericht.Acus Matris: navel der Moeder (acus = naald).Adulescens: jeune premier, jongeling.Admissio: particuliere audiëntie.Ædilibus Curulibus: door de Curulische magistraten, naar deSella Curulisof ambtsstoel, waarin zij zaten.Ædilen: gemeente-bestuursleden.Area palatina: paleisplein.Archimimus: eerste mimus of danser.As: de eenheid van het muntstelsel, eerst een pond, in latere eeuw lichter en lichter geworden.Atellana: nastuk of boert, zooals vroeger in de stad Atella in Campanië gespeeld werd.Atrium: voorhof.AulariumofAulæum: tooneelgordijn, dat om een kabel onder de planken wegrolde.Auxilia: hulptroepen uit de koloniën.Belluarius: wilde-beestentemmer.Bombyx: zijde.Caliga: soldatenschoen.Capistrum: fluitband der dubbelfluit, om de kin sluitend.Capsarius: kleederbewaarder.Carpentum: wagentje op twee wielen.Carpere diem: den dag plukken.Cataclista: wit priestergewaad.Caterva: troep.Cathedra: leunstoel.Caupo: waard.Cavea: benedenruimte in den schouwburg.Cena: avondmaal.Chlamys: feestmantel voor mannen en vrouwen.Choragium: regie en alles wat de uitbeelding van het stuk betreft.Choragus: regisseur, aanvoerder van het koor.Cinædus: ballet-danser, meestal in dubbelzinnige beteekenis, als scheldnaam gebezigd.Clare adplaudere: klinkend toejuichen.Columnarius: boef, die tusschen de zuilen der portieken schuilde.Comœdus: tooneelspeler.Cuneus: wigvormige rij banken in den schouwburg.Cornicularius: ordonnans, die een eereteeken, een hoorn, droeg aan zijn helm.Cothurnus: tooneelschoen voor de tragedie, broos.Dacicus: bijnaam van Domitianus als overwinnaar der Daciërs en daarna naam der gouden munten, die hij liet slaan.Decanus: onderofficier.Decurio cubiculariorum: opperkamerheer.Delicatus: fatje.Denarius: zilveren munt, tien as waard.Dies Sanguinis:Dag des Bloeds.Distichon: twee-regelig gedicht, bestaande uit een hexameter en een pentameter.Diverbium: samenspraak.Domina: vrouwe.Dominus-gregis: meester van dengrexof troep, directeur.Ecloga: herdersdicht.Exodusofexodium-spel: naspel.Exostra: draaibaar zij-tooneel.Fallus: mannelijk lid.Fengiet: spiegelsteen uit Cappadocië.Fibula: kuischheidsgordel, gesp.Fornix: gewelf; publiek huis.Frigidarium: koude-badzaal.Gens: familie; groep van familiën.Hastatus: lansdrager.Heptaforum: draagstoel, door zeven dragers getorst (vermoedelijk door zes, met een zevenden, die telkens een der zes anderen verving).Histrio: tooneelspeler.Hypocaustum: centrale-verwarmingsskachel in onderaardsch gewelf.Ilex: steeneik.Janitor: portier.Kordax: een zekere Tango-dans.Lacerna: mantel.Lanista: schermmeester.LaserpiciumofSilfium: een geurig kruid.Laticlavia: toga van Senatoren met purperen rand en strepen.Lectus-pavonius: bed in den vorm van een pauw.Legionarius: soldaat van een legioen.Leno: waard van een publiek huis;Lena, waardin.Ludi Megalesia: spelen, ter eere der Groote Godin Rheia Kubele, Moeder der Goden.Ludus: school.ManipelofManipulus: compagnie.Manumissio: vrijlating van slaven (met de hand een teeken gevende).Matrona-jongen: jongen, die deMatronaspeelt of deftige vrouwe-rol.Meretrix: courtizane.Miles Glorisus: type van den Bluffenden Krijgsman.MirmilloofMurmillo: zwaardvechter met een visch op den helm.Moretum: gerecht, dat men tijdens de feesten (Megalezia) der Groote Godin at.Mystes: Isis-priester.Nonæ: vijfde dag der maand, behalve van Maart, Mei, Juli en October, waarin de Nonæ de zevende was.Nymfæum: bassin met fontein.Orarium: zakdoek.Ostiarius: portier.Psaltherion:verschillende muziekinstrumenten.Spadix:Tonarion:Pædagogium: leerschool.Palla: mantel der matrona.Palliata: in Grieksche dracht (pallium) vertoond hooger blijspel.Palliolum: manteltje.Persona: masker.Personatus: gemaskerd.Petaso: varkenshaas.Planipes: ongeschoeid.Præcinctiones: ommegangen, corridors.Prætor: de hoogste magistraat na de Consuls.Promiscua salutatio: algemeene audiëntie.Proscænium: gedeelte van het tooneel vóór de scæna of tooneelmuur.Quadriga: vierspan.Retiarius: zwaardvechter met net en drietand, die tegen den mirmillo streed.Rhetor: leermeester in de welsprekendheid.Rudis: schermroede, door den Keizer vereerd als afscheid aan den gladiator.Saltatio: dans.Salutatio: audiëntie.Senarius: zesvoetig jambiesch.Senex: grijsaard, père-noble.Septenarius: zevenvoetig jambiesch.Servus currens: dravende slaaf.Sestertius: twee-en-een-halve as.Siparium: tweede (achter-) tooneelgordijn, dat weg schoof.Sistrum: muziekinstrument uit Egypte.Soccus: tooneelschoen voor de komedie.Soleæ: sandalen voor thuis.Solœcismus: taalfout tegen de woordvoeging.Stadium: renbaan.Stola: gewaad der matrona.Stupidus-græcus: Grieksche clown.Subsellium: zetel in den schouwburg voor senatoren.Suffibulum: sluier, huif der Vestaalsche Maagden.Synthesis: licht huis- of tafelgewaad.Tepidarium: lauwe-badzaal.Tessera: toegangsbiljet.Titulus, didascalia: programma.Tonstrix: kapster, barbierster.Triclinium: eetzaal.Vale, Valete: gegroet.Velarium: gordijn, doek, zeil.Vasculum: bassin.N.B. Voor de verklaringen zijn geraadpleegd:Latijnsch Woordenboek van Dr. K. E. Georges, op nieuw bewerkt door Prof. Dr. Engelbregten I. J. G. Schelleri, Lexicon Latino-Belgicum Autorum-Classicorum curante Davide Ruhnkenio.
van niet algemeen bekende Latijnsche woorden, in den Tekst van den Roman gebruikt.
Abacus: schenktafel, met doorboorde vakken, om de spitse wijnkruiken in te zetten.
Abolla: regenmantel.
Acta diurna: nieuwsbericht.
Acus Matris: navel der Moeder (acus = naald).
Adulescens: jeune premier, jongeling.
Admissio: particuliere audiëntie.
Ædilibus Curulibus: door de Curulische magistraten, naar deSella Curulisof ambtsstoel, waarin zij zaten.
Ædilen: gemeente-bestuursleden.
Area palatina: paleisplein.
Archimimus: eerste mimus of danser.
As: de eenheid van het muntstelsel, eerst een pond, in latere eeuw lichter en lichter geworden.
Atellana: nastuk of boert, zooals vroeger in de stad Atella in Campanië gespeeld werd.
Atrium: voorhof.
AulariumofAulæum: tooneelgordijn, dat om een kabel onder de planken wegrolde.
Auxilia: hulptroepen uit de koloniën.
Belluarius: wilde-beestentemmer.
Bombyx: zijde.
Caliga: soldatenschoen.
Capistrum: fluitband der dubbelfluit, om de kin sluitend.
Capsarius: kleederbewaarder.
Carpentum: wagentje op twee wielen.
Carpere diem: den dag plukken.
Cataclista: wit priestergewaad.
Caterva: troep.
Cathedra: leunstoel.
Caupo: waard.
Cavea: benedenruimte in den schouwburg.
Cena: avondmaal.
Chlamys: feestmantel voor mannen en vrouwen.
Choragium: regie en alles wat de uitbeelding van het stuk betreft.
Choragus: regisseur, aanvoerder van het koor.
Cinædus: ballet-danser, meestal in dubbelzinnige beteekenis, als scheldnaam gebezigd.
Clare adplaudere: klinkend toejuichen.
Columnarius: boef, die tusschen de zuilen der portieken schuilde.
Comœdus: tooneelspeler.
Cuneus: wigvormige rij banken in den schouwburg.
Cornicularius: ordonnans, die een eereteeken, een hoorn, droeg aan zijn helm.
Cothurnus: tooneelschoen voor de tragedie, broos.
Dacicus: bijnaam van Domitianus als overwinnaar der Daciërs en daarna naam der gouden munten, die hij liet slaan.
Decanus: onderofficier.
Decurio cubiculariorum: opperkamerheer.
Delicatus: fatje.
Denarius: zilveren munt, tien as waard.
Dies Sanguinis:Dag des Bloeds.
Distichon: twee-regelig gedicht, bestaande uit een hexameter en een pentameter.
Diverbium: samenspraak.
Domina: vrouwe.
Dominus-gregis: meester van dengrexof troep, directeur.
Ecloga: herdersdicht.
Exodusofexodium-spel: naspel.
Exostra: draaibaar zij-tooneel.
Fallus: mannelijk lid.
Fengiet: spiegelsteen uit Cappadocië.
Fibula: kuischheidsgordel, gesp.
Fornix: gewelf; publiek huis.
Frigidarium: koude-badzaal.
Gens: familie; groep van familiën.
Hastatus: lansdrager.
Heptaforum: draagstoel, door zeven dragers getorst (vermoedelijk door zes, met een zevenden, die telkens een der zes anderen verving).
Histrio: tooneelspeler.
Hypocaustum: centrale-verwarmingsskachel in onderaardsch gewelf.
Ilex: steeneik.
Janitor: portier.
Kordax: een zekere Tango-dans.
Lacerna: mantel.
Lanista: schermmeester.
LaserpiciumofSilfium: een geurig kruid.
Laticlavia: toga van Senatoren met purperen rand en strepen.
Lectus-pavonius: bed in den vorm van een pauw.
Legionarius: soldaat van een legioen.
Leno: waard van een publiek huis;Lena, waardin.
Ludi Megalesia: spelen, ter eere der Groote Godin Rheia Kubele, Moeder der Goden.
Ludus: school.
ManipelofManipulus: compagnie.
Manumissio: vrijlating van slaven (met de hand een teeken gevende).
Matrona-jongen: jongen, die deMatronaspeelt of deftige vrouwe-rol.
Meretrix: courtizane.
Miles Glorisus: type van den Bluffenden Krijgsman.
MirmilloofMurmillo: zwaardvechter met een visch op den helm.
Moretum: gerecht, dat men tijdens de feesten (Megalezia) der Groote Godin at.
Mystes: Isis-priester.
Nonæ: vijfde dag der maand, behalve van Maart, Mei, Juli en October, waarin de Nonæ de zevende was.
Nymfæum: bassin met fontein.
Orarium: zakdoek.
Ostiarius: portier.
Psaltherion:verschillende muziekinstrumenten.Spadix:Tonarion:
Pædagogium: leerschool.
Palla: mantel der matrona.
Palliata: in Grieksche dracht (pallium) vertoond hooger blijspel.
Palliolum: manteltje.
Persona: masker.
Personatus: gemaskerd.
Petaso: varkenshaas.
Planipes: ongeschoeid.
Præcinctiones: ommegangen, corridors.
Prætor: de hoogste magistraat na de Consuls.
Promiscua salutatio: algemeene audiëntie.
Proscænium: gedeelte van het tooneel vóór de scæna of tooneelmuur.
Quadriga: vierspan.
Retiarius: zwaardvechter met net en drietand, die tegen den mirmillo streed.
Rhetor: leermeester in de welsprekendheid.
Rudis: schermroede, door den Keizer vereerd als afscheid aan den gladiator.
Saltatio: dans.
Salutatio: audiëntie.
Senarius: zesvoetig jambiesch.
Senex: grijsaard, père-noble.
Septenarius: zevenvoetig jambiesch.
Servus currens: dravende slaaf.
Sestertius: twee-en-een-halve as.
Siparium: tweede (achter-) tooneelgordijn, dat weg schoof.
Sistrum: muziekinstrument uit Egypte.
Soccus: tooneelschoen voor de komedie.
Soleæ: sandalen voor thuis.
Solœcismus: taalfout tegen de woordvoeging.
Stadium: renbaan.
Stola: gewaad der matrona.
Stupidus-græcus: Grieksche clown.
Subsellium: zetel in den schouwburg voor senatoren.
Suffibulum: sluier, huif der Vestaalsche Maagden.
Synthesis: licht huis- of tafelgewaad.
Tepidarium: lauwe-badzaal.
Tessera: toegangsbiljet.
Titulus, didascalia: programma.
Tonstrix: kapster, barbierster.
Triclinium: eetzaal.
Vale, Valete: gegroet.
Velarium: gordijn, doek, zeil.
Vasculum: bassin.
N.B. Voor de verklaringen zijn geraadpleegd:
Latijnsch Woordenboek van Dr. K. E. Georges, op nieuw bewerkt door Prof. Dr. Engelbregt
en I. J. G. Schelleri, Lexicon Latino-Belgicum Autorum-Classicorum curante Davide Ruhnkenio.
ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team opwww.pgdp.net.CoderingDit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.Documentgeschiedenis2009-08-24 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbetering18......21-28..?....?37......39......43bedelpriesterbedelpriesters43......44hunhen44......47.......49......51krijtwitkrijt-wit52.. ......55,.57de[Verwijderd]61......64.......74..........83beâamdebeaâmde91beâamdenbeaâmden110[Niet in bron].126AedilibusÆdilibus131tilulustitulus161overmogenovermorgen174.. ......176barstenbarstten190......195slank heupigeslank-heupige201[Niet in bron]”228AlexandrieAlexandrië231......232......237[Niet in bron],237CarthagoKarthago242[Niet in bron].254heefheel277schuchtérschuchter277helmènhelmen292CeciliusCecilianus294gladiatorengladiator303.,307AlxandriëAlexandrië309in eenineen310miuntenminuten313.,319;,320......321dominis-gregisdominus-gregis324nieuwgierigheidnieuwsgierigheid328.......329.. ......337honderdehonderden339dénden
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie bij dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctie team opwww.pgdp.net.
Dit bestand is in een verouderde spelling. Er is geen poging gedaan de tekst te moderniseren. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn gecorrigeerd. Dergelijke correcties zijn gemarkeerd met het corr-element.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst: