VII.

VII.Op de hulken, op de boeiers, de poonen der Geuzen, vaart Thijl Klaas Uilenspiegel.De vrije zee draagt de wakkere vliebooten, op dewelke acht, tien, tot twintig ijzeren stukken staan: zij braken dood en vernieling naar de verraderlijke Spanjolen.Hij is een ervaren kanonnier, Thijl Uilenspiegel, zoon van Klaas: het is een lust te zien hoe juist hij het stuk richt, hoe goed hij mikt, en, als in boter, een gat boort in de schepen der beulen.Op den vilten hoed draagt hij de zilveren halvemaan met het opschrift:Liever den Turc als den Paus.De matrozen, die hem, vlug als eene kat, met een referein op de lippen, op hunne boot zagen springen, ondervroegen hem nieuwsgieriglijk:—Hoe komt het, maat, dat gij er nog zoo jeugdig uitziet, want men zegt, dat het reeds lang geleden is dat gij te Damme ter wereld kwaamt?—Ik ben geen lichaam, maar een geest, zei hij, en Nele, mijne vriendinne, gelijkt mij. Geest van Vlaanderen, Liefde van Vlaanderen, zullen wij beiden nooit sterven.—Maar, zeiden zij, als men u snijdt, bloedt gij toch?—Schijn bedriegt, antwoordde Uilenspiegel, het is wijn, maar geen bloed.En de geborduurde banieren uit de ommegangen der Roomschen wapperden aan de masten der schepen. En gekleed in panne, in brocaat, in zijde, in goud- en zilverlaken, met mijteren staf, den wijn der monniken drinkend, hielden de Geuzen de wacht op hunne schepen.En ’t was een vreemdsoortig schouwspel, uit de mouwen der rijke kleederen die ruwe handen te zien steken, dewelke bogen of bussen, hellebaarden of pieken droegen, en al die mannen met stuursche tronie, met flikkerende pistolen en kruismessen in den gordelriem, uit gouden kelken den wijn der abten te zien drinken, die nu de wijn der vrijheid was.En zij zongen en riepen: „Vive le Geus!” en dobberden aldus op het ruime sop.

VII.Op de hulken, op de boeiers, de poonen der Geuzen, vaart Thijl Klaas Uilenspiegel.De vrije zee draagt de wakkere vliebooten, op dewelke acht, tien, tot twintig ijzeren stukken staan: zij braken dood en vernieling naar de verraderlijke Spanjolen.Hij is een ervaren kanonnier, Thijl Uilenspiegel, zoon van Klaas: het is een lust te zien hoe juist hij het stuk richt, hoe goed hij mikt, en, als in boter, een gat boort in de schepen der beulen.Op den vilten hoed draagt hij de zilveren halvemaan met het opschrift:Liever den Turc als den Paus.De matrozen, die hem, vlug als eene kat, met een referein op de lippen, op hunne boot zagen springen, ondervroegen hem nieuwsgieriglijk:—Hoe komt het, maat, dat gij er nog zoo jeugdig uitziet, want men zegt, dat het reeds lang geleden is dat gij te Damme ter wereld kwaamt?—Ik ben geen lichaam, maar een geest, zei hij, en Nele, mijne vriendinne, gelijkt mij. Geest van Vlaanderen, Liefde van Vlaanderen, zullen wij beiden nooit sterven.—Maar, zeiden zij, als men u snijdt, bloedt gij toch?—Schijn bedriegt, antwoordde Uilenspiegel, het is wijn, maar geen bloed.En de geborduurde banieren uit de ommegangen der Roomschen wapperden aan de masten der schepen. En gekleed in panne, in brocaat, in zijde, in goud- en zilverlaken, met mijteren staf, den wijn der monniken drinkend, hielden de Geuzen de wacht op hunne schepen.En ’t was een vreemdsoortig schouwspel, uit de mouwen der rijke kleederen die ruwe handen te zien steken, dewelke bogen of bussen, hellebaarden of pieken droegen, en al die mannen met stuursche tronie, met flikkerende pistolen en kruismessen in den gordelriem, uit gouden kelken den wijn der abten te zien drinken, die nu de wijn der vrijheid was.En zij zongen en riepen: „Vive le Geus!” en dobberden aldus op het ruime sop.

VII.Op de hulken, op de boeiers, de poonen der Geuzen, vaart Thijl Klaas Uilenspiegel.De vrije zee draagt de wakkere vliebooten, op dewelke acht, tien, tot twintig ijzeren stukken staan: zij braken dood en vernieling naar de verraderlijke Spanjolen.Hij is een ervaren kanonnier, Thijl Uilenspiegel, zoon van Klaas: het is een lust te zien hoe juist hij het stuk richt, hoe goed hij mikt, en, als in boter, een gat boort in de schepen der beulen.Op den vilten hoed draagt hij de zilveren halvemaan met het opschrift:Liever den Turc als den Paus.De matrozen, die hem, vlug als eene kat, met een referein op de lippen, op hunne boot zagen springen, ondervroegen hem nieuwsgieriglijk:—Hoe komt het, maat, dat gij er nog zoo jeugdig uitziet, want men zegt, dat het reeds lang geleden is dat gij te Damme ter wereld kwaamt?—Ik ben geen lichaam, maar een geest, zei hij, en Nele, mijne vriendinne, gelijkt mij. Geest van Vlaanderen, Liefde van Vlaanderen, zullen wij beiden nooit sterven.—Maar, zeiden zij, als men u snijdt, bloedt gij toch?—Schijn bedriegt, antwoordde Uilenspiegel, het is wijn, maar geen bloed.En de geborduurde banieren uit de ommegangen der Roomschen wapperden aan de masten der schepen. En gekleed in panne, in brocaat, in zijde, in goud- en zilverlaken, met mijteren staf, den wijn der monniken drinkend, hielden de Geuzen de wacht op hunne schepen.En ’t was een vreemdsoortig schouwspel, uit de mouwen der rijke kleederen die ruwe handen te zien steken, dewelke bogen of bussen, hellebaarden of pieken droegen, en al die mannen met stuursche tronie, met flikkerende pistolen en kruismessen in den gordelriem, uit gouden kelken den wijn der abten te zien drinken, die nu de wijn der vrijheid was.En zij zongen en riepen: „Vive le Geus!” en dobberden aldus op het ruime sop.

VII.

Op de hulken, op de boeiers, de poonen der Geuzen, vaart Thijl Klaas Uilenspiegel.De vrije zee draagt de wakkere vliebooten, op dewelke acht, tien, tot twintig ijzeren stukken staan: zij braken dood en vernieling naar de verraderlijke Spanjolen.Hij is een ervaren kanonnier, Thijl Uilenspiegel, zoon van Klaas: het is een lust te zien hoe juist hij het stuk richt, hoe goed hij mikt, en, als in boter, een gat boort in de schepen der beulen.Op den vilten hoed draagt hij de zilveren halvemaan met het opschrift:Liever den Turc als den Paus.De matrozen, die hem, vlug als eene kat, met een referein op de lippen, op hunne boot zagen springen, ondervroegen hem nieuwsgieriglijk:—Hoe komt het, maat, dat gij er nog zoo jeugdig uitziet, want men zegt, dat het reeds lang geleden is dat gij te Damme ter wereld kwaamt?—Ik ben geen lichaam, maar een geest, zei hij, en Nele, mijne vriendinne, gelijkt mij. Geest van Vlaanderen, Liefde van Vlaanderen, zullen wij beiden nooit sterven.—Maar, zeiden zij, als men u snijdt, bloedt gij toch?—Schijn bedriegt, antwoordde Uilenspiegel, het is wijn, maar geen bloed.En de geborduurde banieren uit de ommegangen der Roomschen wapperden aan de masten der schepen. En gekleed in panne, in brocaat, in zijde, in goud- en zilverlaken, met mijteren staf, den wijn der monniken drinkend, hielden de Geuzen de wacht op hunne schepen.En ’t was een vreemdsoortig schouwspel, uit de mouwen der rijke kleederen die ruwe handen te zien steken, dewelke bogen of bussen, hellebaarden of pieken droegen, en al die mannen met stuursche tronie, met flikkerende pistolen en kruismessen in den gordelriem, uit gouden kelken den wijn der abten te zien drinken, die nu de wijn der vrijheid was.En zij zongen en riepen: „Vive le Geus!” en dobberden aldus op het ruime sop.

Op de hulken, op de boeiers, de poonen der Geuzen, vaart Thijl Klaas Uilenspiegel.

De vrije zee draagt de wakkere vliebooten, op dewelke acht, tien, tot twintig ijzeren stukken staan: zij braken dood en vernieling naar de verraderlijke Spanjolen.

Hij is een ervaren kanonnier, Thijl Uilenspiegel, zoon van Klaas: het is een lust te zien hoe juist hij het stuk richt, hoe goed hij mikt, en, als in boter, een gat boort in de schepen der beulen.

Op den vilten hoed draagt hij de zilveren halvemaan met het opschrift:Liever den Turc als den Paus.

De matrozen, die hem, vlug als eene kat, met een referein op de lippen, op hunne boot zagen springen, ondervroegen hem nieuwsgieriglijk:

—Hoe komt het, maat, dat gij er nog zoo jeugdig uitziet, want men zegt, dat het reeds lang geleden is dat gij te Damme ter wereld kwaamt?

—Ik ben geen lichaam, maar een geest, zei hij, en Nele, mijne vriendinne, gelijkt mij. Geest van Vlaanderen, Liefde van Vlaanderen, zullen wij beiden nooit sterven.

—Maar, zeiden zij, als men u snijdt, bloedt gij toch?

—Schijn bedriegt, antwoordde Uilenspiegel, het is wijn, maar geen bloed.

En de geborduurde banieren uit de ommegangen der Roomschen wapperden aan de masten der schepen. En gekleed in panne, in brocaat, in zijde, in goud- en zilverlaken, met mijteren staf, den wijn der monniken drinkend, hielden de Geuzen de wacht op hunne schepen.

En ’t was een vreemdsoortig schouwspel, uit de mouwen der rijke kleederen die ruwe handen te zien steken, dewelke bogen of bussen, hellebaarden of pieken droegen, en al die mannen met stuursche tronie, met flikkerende pistolen en kruismessen in den gordelriem, uit gouden kelken den wijn der abten te zien drinken, die nu de wijn der vrijheid was.

En zij zongen en riepen: „Vive le Geus!” en dobberden aldus op het ruime sop.


Back to IndexNext