XIV.

XIV.Bij zonneschijn, bij regen, bij sneeuw, bij hagel, ’s winters en ’s zomers, dobberen de schepen der Geuzen op het ruime sop.Alle zeilen bijgezet, gelijk zwanen, blanke zwanen der vrijheid.Wit voor de vrijheid, blauw voor de grootheid, oranje voor den Prins, is de standaard der fiere bodems.Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Zij varen, zij wiegen, zij vliegen op den stroom, de fiere schepen der Geuzen, met de zeilen in ’t water, snel als de wolken gejaagd door den Noordenwind. Hoort gij hoe hun voorsteven klieft door de baren? God der vrije mannen, vive le Geus!Huiken, vliebooten, boeiers, poonen, vlug als de wind, die het orkaan met zich voert: als de wolk, die den bliksem met zich draagt. Vive le Geus!Boeiers en poonen, platboomde vaartuigen glijden op den vloed. De golven zuchten onder hunne kiel, als zij recht vóór zich stevenen, met den moorddadigen muil hunner slang open op de voorplecht. Vive le Geus!Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Bij dag en bij nacht, bij regen, bij hagel en sneeuw, varen zij op de wateren. Christus lacht hen toe in de wolk, in de zon, in de sterre. Vive le Geus!

XIV.Bij zonneschijn, bij regen, bij sneeuw, bij hagel, ’s winters en ’s zomers, dobberen de schepen der Geuzen op het ruime sop.Alle zeilen bijgezet, gelijk zwanen, blanke zwanen der vrijheid.Wit voor de vrijheid, blauw voor de grootheid, oranje voor den Prins, is de standaard der fiere bodems.Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Zij varen, zij wiegen, zij vliegen op den stroom, de fiere schepen der Geuzen, met de zeilen in ’t water, snel als de wolken gejaagd door den Noordenwind. Hoort gij hoe hun voorsteven klieft door de baren? God der vrije mannen, vive le Geus!Huiken, vliebooten, boeiers, poonen, vlug als de wind, die het orkaan met zich voert: als de wolk, die den bliksem met zich draagt. Vive le Geus!Boeiers en poonen, platboomde vaartuigen glijden op den vloed. De golven zuchten onder hunne kiel, als zij recht vóór zich stevenen, met den moorddadigen muil hunner slang open op de voorplecht. Vive le Geus!Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Bij dag en bij nacht, bij regen, bij hagel en sneeuw, varen zij op de wateren. Christus lacht hen toe in de wolk, in de zon, in de sterre. Vive le Geus!

XIV.Bij zonneschijn, bij regen, bij sneeuw, bij hagel, ’s winters en ’s zomers, dobberen de schepen der Geuzen op het ruime sop.Alle zeilen bijgezet, gelijk zwanen, blanke zwanen der vrijheid.Wit voor de vrijheid, blauw voor de grootheid, oranje voor den Prins, is de standaard der fiere bodems.Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Zij varen, zij wiegen, zij vliegen op den stroom, de fiere schepen der Geuzen, met de zeilen in ’t water, snel als de wolken gejaagd door den Noordenwind. Hoort gij hoe hun voorsteven klieft door de baren? God der vrije mannen, vive le Geus!Huiken, vliebooten, boeiers, poonen, vlug als de wind, die het orkaan met zich voert: als de wolk, die den bliksem met zich draagt. Vive le Geus!Boeiers en poonen, platboomde vaartuigen glijden op den vloed. De golven zuchten onder hunne kiel, als zij recht vóór zich stevenen, met den moorddadigen muil hunner slang open op de voorplecht. Vive le Geus!Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Bij dag en bij nacht, bij regen, bij hagel en sneeuw, varen zij op de wateren. Christus lacht hen toe in de wolk, in de zon, in de sterre. Vive le Geus!

XIV.

Bij zonneschijn, bij regen, bij sneeuw, bij hagel, ’s winters en ’s zomers, dobberen de schepen der Geuzen op het ruime sop.Alle zeilen bijgezet, gelijk zwanen, blanke zwanen der vrijheid.Wit voor de vrijheid, blauw voor de grootheid, oranje voor den Prins, is de standaard der fiere bodems.Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Zij varen, zij wiegen, zij vliegen op den stroom, de fiere schepen der Geuzen, met de zeilen in ’t water, snel als de wolken gejaagd door den Noordenwind. Hoort gij hoe hun voorsteven klieft door de baren? God der vrije mannen, vive le Geus!Huiken, vliebooten, boeiers, poonen, vlug als de wind, die het orkaan met zich voert: als de wolk, die den bliksem met zich draagt. Vive le Geus!Boeiers en poonen, platboomde vaartuigen glijden op den vloed. De golven zuchten onder hunne kiel, als zij recht vóór zich stevenen, met den moorddadigen muil hunner slang open op de voorplecht. Vive le Geus!Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.Bij dag en bij nacht, bij regen, bij hagel en sneeuw, varen zij op de wateren. Christus lacht hen toe in de wolk, in de zon, in de sterre. Vive le Geus!

Bij zonneschijn, bij regen, bij sneeuw, bij hagel, ’s winters en ’s zomers, dobberen de schepen der Geuzen op het ruime sop.

Alle zeilen bijgezet, gelijk zwanen, blanke zwanen der vrijheid.

Wit voor de vrijheid, blauw voor de grootheid, oranje voor den Prins, is de standaard der fiere bodems.

Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.

Zij varen, zij wiegen, zij vliegen op den stroom, de fiere schepen der Geuzen, met de zeilen in ’t water, snel als de wolken gejaagd door den Noordenwind. Hoort gij hoe hun voorsteven klieft door de baren? God der vrije mannen, vive le Geus!

Huiken, vliebooten, boeiers, poonen, vlug als de wind, die het orkaan met zich voert: als de wolk, die den bliksem met zich draagt. Vive le Geus!

Boeiers en poonen, platboomde vaartuigen glijden op den vloed. De golven zuchten onder hunne kiel, als zij recht vóór zich stevenen, met den moorddadigen muil hunner slang open op de voorplecht. Vive le Geus!

Alle zeilen bijgezet! alle zeilen bijgezet, varen de wakkere schepen; de golven klotsen er tegen, de baren besproeien ze met schuim.

Bij dag en bij nacht, bij regen, bij hagel en sneeuw, varen zij op de wateren. Christus lacht hen toe in de wolk, in de zon, in de sterre. Vive le Geus!


Back to IndexNext