XXI.

XXI.Nele leefde bedroefd en eenzaam te Damme bij Katelijne, die om den ijskouden duivel riep, maar dewelke niet kwam.—Ach! zei ze, gij zijt rijk, Hansken, en zoudt mij de zevenhonderd karolussen kunnen terugbrengen. Soetkin zou op aarde terugkomen en Klaas zou tevreden zijn in het hemelrijk; gij moet ze teruggeven. Doe het vuur weg, de ziel wil er uit, maak een gat, mijn ziel wil er uit.En gedurig wees zij met den vinger naar de plaats, waar het werk heur hoofd verbrand had.Katelijne was nu zeer arm, doch de buren stonden haar bij met boonen, met brood en met vleesch, al naarvolgens hunne middelen. Ook de disch gaf heur wat geld. En Nele naaide voor de rijke poorteressen, ging uit strijken en verdiende aldus een gulden per week.En Katelijne riep altoos:—Maak een gat, laat mijne ziel er uit. Zij klopt om buiten te zijn. Hij zal de zevenhonderd karolussen teruggeven.En weenend aanhoorde Nele heur waanzinnige reden.

XXI.Nele leefde bedroefd en eenzaam te Damme bij Katelijne, die om den ijskouden duivel riep, maar dewelke niet kwam.—Ach! zei ze, gij zijt rijk, Hansken, en zoudt mij de zevenhonderd karolussen kunnen terugbrengen. Soetkin zou op aarde terugkomen en Klaas zou tevreden zijn in het hemelrijk; gij moet ze teruggeven. Doe het vuur weg, de ziel wil er uit, maak een gat, mijn ziel wil er uit.En gedurig wees zij met den vinger naar de plaats, waar het werk heur hoofd verbrand had.Katelijne was nu zeer arm, doch de buren stonden haar bij met boonen, met brood en met vleesch, al naarvolgens hunne middelen. Ook de disch gaf heur wat geld. En Nele naaide voor de rijke poorteressen, ging uit strijken en verdiende aldus een gulden per week.En Katelijne riep altoos:—Maak een gat, laat mijne ziel er uit. Zij klopt om buiten te zijn. Hij zal de zevenhonderd karolussen teruggeven.En weenend aanhoorde Nele heur waanzinnige reden.

XXI.Nele leefde bedroefd en eenzaam te Damme bij Katelijne, die om den ijskouden duivel riep, maar dewelke niet kwam.—Ach! zei ze, gij zijt rijk, Hansken, en zoudt mij de zevenhonderd karolussen kunnen terugbrengen. Soetkin zou op aarde terugkomen en Klaas zou tevreden zijn in het hemelrijk; gij moet ze teruggeven. Doe het vuur weg, de ziel wil er uit, maak een gat, mijn ziel wil er uit.En gedurig wees zij met den vinger naar de plaats, waar het werk heur hoofd verbrand had.Katelijne was nu zeer arm, doch de buren stonden haar bij met boonen, met brood en met vleesch, al naarvolgens hunne middelen. Ook de disch gaf heur wat geld. En Nele naaide voor de rijke poorteressen, ging uit strijken en verdiende aldus een gulden per week.En Katelijne riep altoos:—Maak een gat, laat mijne ziel er uit. Zij klopt om buiten te zijn. Hij zal de zevenhonderd karolussen teruggeven.En weenend aanhoorde Nele heur waanzinnige reden.

XXI.

Nele leefde bedroefd en eenzaam te Damme bij Katelijne, die om den ijskouden duivel riep, maar dewelke niet kwam.—Ach! zei ze, gij zijt rijk, Hansken, en zoudt mij de zevenhonderd karolussen kunnen terugbrengen. Soetkin zou op aarde terugkomen en Klaas zou tevreden zijn in het hemelrijk; gij moet ze teruggeven. Doe het vuur weg, de ziel wil er uit, maak een gat, mijn ziel wil er uit.En gedurig wees zij met den vinger naar de plaats, waar het werk heur hoofd verbrand had.Katelijne was nu zeer arm, doch de buren stonden haar bij met boonen, met brood en met vleesch, al naarvolgens hunne middelen. Ook de disch gaf heur wat geld. En Nele naaide voor de rijke poorteressen, ging uit strijken en verdiende aldus een gulden per week.En Katelijne riep altoos:—Maak een gat, laat mijne ziel er uit. Zij klopt om buiten te zijn. Hij zal de zevenhonderd karolussen teruggeven.En weenend aanhoorde Nele heur waanzinnige reden.

Nele leefde bedroefd en eenzaam te Damme bij Katelijne, die om den ijskouden duivel riep, maar dewelke niet kwam.

—Ach! zei ze, gij zijt rijk, Hansken, en zoudt mij de zevenhonderd karolussen kunnen terugbrengen. Soetkin zou op aarde terugkomen en Klaas zou tevreden zijn in het hemelrijk; gij moet ze teruggeven. Doe het vuur weg, de ziel wil er uit, maak een gat, mijn ziel wil er uit.

En gedurig wees zij met den vinger naar de plaats, waar het werk heur hoofd verbrand had.

Katelijne was nu zeer arm, doch de buren stonden haar bij met boonen, met brood en met vleesch, al naarvolgens hunne middelen. Ook de disch gaf heur wat geld. En Nele naaide voor de rijke poorteressen, ging uit strijken en verdiende aldus een gulden per week.

En Katelijne riep altoos:

—Maak een gat, laat mijne ziel er uit. Zij klopt om buiten te zijn. Hij zal de zevenhonderd karolussen teruggeven.

En weenend aanhoorde Nele heur waanzinnige reden.


Back to IndexNext