[74][Inhoud]KOELIE-ORDONNANTIE.Vastgesteld bij Besluit van Z. E. den Gouverneur-Generaal dato 13 Juli 1889 (Stbl. No. 138) en herzien bij Besluit van 11 Maart 1898 (Stbl. No. 78).[Inhoud]Artikel 1.Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1[Inhoud]Art. 2.De werkcontracten vermelden:1e.den naam of de namen, den ouderdom (naar gissing), de nationaliteit, de geboorteplaats en, zoo mogelijk, den stam van den werkman;2e.den naam van den werkgever en van de onderneming of de maatschappij, waarvoor de werkman is gehuurd, zoomede van het landschap, waarin de onderneming ligt;3e.de soort van arbeid, waarvoor de werkman is aangenomen, en het aantal werkuren, hetwelk niet meer zal mogen bedragen dan tien uren per etmaal;Onder dit aantal werkuren moet mede worden geteld de tijd, gedurende welken de arbeider voor extra-werkzaamheden wordt gebezigd, als transporten, wachtdiensten, enz.[75]Bij nadere, mede op den voet van artikel 3 te registreeren overeenkomst tusschen werkgever en werkman, kan de arbeid op andere wijze worden geregeld, mits het getal van tien werkuren per etmaal niet worde overschreden;4e.de wijze, waarop de loonen worden berekend en betaald;5e.het bedrag en de verrekening der genoten voorschotten;6e.den duur der overeenkomst, welke den tijd van drie jaren niet mag te boven gaan;8e.de verplichting van den werkgever om op zijn kosten te voorzien in de huisvesting en geneeskundige behandeling van den werkman en diens gezin;9e.het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal worden gescheiden;10e.het tijdstip, waarop de arbeider zich op de onderneming behoort te bevinden en bij den beheerder behoort aan te melden.De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.[Inhoud]Art. 3.Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77][Inhoud]Art. 4.De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.[Inhoud]Art. 5.De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78][Inhoud]Art. 6.Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.[Inhoud]Art. 7.De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.[Inhoud]Art. 8.Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79][Inhoud]Art. 9.Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:a.niet voldoening aan de verplichting, omschreven in No. 10 van artikel 2;b.desertie;c.voortgezette weigering om te werken.[Inhoud]Art. 10.Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 11.Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.[Inhoud]Art. 12.Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.[Inhoud]Art. 13.Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 13a.Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.[Inhoud]Art. 14.Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑InhoudsopgaveINLEIDING.5TUSSCHENWOORD.13HET TOETOEPSTELSEL.15RESIDENTS-VENDUTIE.17RECHTSPRAAK.26MISHANDELING EN WREEDHEID.28ONGEVOELIGHEID EN GELDDORST.39WILLEKEUR EN BEDROG.49HET VERDUISTEREN VAN GETUIGEN.54DE GESCHIEDENIS VAN GOH TJAU HIN.58HET SJOEKOELIËN.63HOE VERDIENT EENE JAVAANSCHE VROUW HAAR SARONG?66HET EINDE.71KOELIE-ORDONNANTIE.741.Artikel 1.742.Art. 2.743.Art. 3.754.Art. 4.775.Art. 5.776.Art. 6.787.Art. 7.788.Art. 8.789.Art. 9.7910.Art. 10.7911.Art. 11.7912.Art. 12.8013.Art. 13.8013a.Art. 13a.8014.Art. 14.80ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:De millioenen uit DeliAuteur:Johannes van den Brand (–1921)InfoTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2021-06-14 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand9(—214hunnnehunne117,70,.121,39[Niet in bron].133,45[Niet in bron],143koelikoelie150MexiaanscheMexicaansche150overmijdelijkonvermijdelijk151kediekedei256:;166contractantencontractante177AreArt178,[Verwijderd]1
[74]
[Inhoud]KOELIE-ORDONNANTIE.Vastgesteld bij Besluit van Z. E. den Gouverneur-Generaal dato 13 Juli 1889 (Stbl. No. 138) en herzien bij Besluit van 11 Maart 1898 (Stbl. No. 78).[Inhoud]Artikel 1.Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1[Inhoud]Art. 2.De werkcontracten vermelden:1e.den naam of de namen, den ouderdom (naar gissing), de nationaliteit, de geboorteplaats en, zoo mogelijk, den stam van den werkman;2e.den naam van den werkgever en van de onderneming of de maatschappij, waarvoor de werkman is gehuurd, zoomede van het landschap, waarin de onderneming ligt;3e.de soort van arbeid, waarvoor de werkman is aangenomen, en het aantal werkuren, hetwelk niet meer zal mogen bedragen dan tien uren per etmaal;Onder dit aantal werkuren moet mede worden geteld de tijd, gedurende welken de arbeider voor extra-werkzaamheden wordt gebezigd, als transporten, wachtdiensten, enz.[75]Bij nadere, mede op den voet van artikel 3 te registreeren overeenkomst tusschen werkgever en werkman, kan de arbeid op andere wijze worden geregeld, mits het getal van tien werkuren per etmaal niet worde overschreden;4e.de wijze, waarop de loonen worden berekend en betaald;5e.het bedrag en de verrekening der genoten voorschotten;6e.den duur der overeenkomst, welke den tijd van drie jaren niet mag te boven gaan;8e.de verplichting van den werkgever om op zijn kosten te voorzien in de huisvesting en geneeskundige behandeling van den werkman en diens gezin;9e.het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal worden gescheiden;10e.het tijdstip, waarop de arbeider zich op de onderneming behoort te bevinden en bij den beheerder behoort aan te melden.De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.[Inhoud]Art. 3.Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77][Inhoud]Art. 4.De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.[Inhoud]Art. 5.De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78][Inhoud]Art. 6.Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.[Inhoud]Art. 7.De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.[Inhoud]Art. 8.Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79][Inhoud]Art. 9.Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:a.niet voldoening aan de verplichting, omschreven in No. 10 van artikel 2;b.desertie;c.voortgezette weigering om te werken.[Inhoud]Art. 10.Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 11.Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.[Inhoud]Art. 12.Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.[Inhoud]Art. 13.Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 13a.Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.[Inhoud]Art. 14.Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑
KOELIE-ORDONNANTIE.
Vastgesteld bij Besluit van Z. E. den Gouverneur-Generaal dato 13 Juli 1889 (Stbl. No. 138) en herzien bij Besluit van 11 Maart 1898 (Stbl. No. 78).[Inhoud]Artikel 1.Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1[Inhoud]Art. 2.De werkcontracten vermelden:1e.den naam of de namen, den ouderdom (naar gissing), de nationaliteit, de geboorteplaats en, zoo mogelijk, den stam van den werkman;2e.den naam van den werkgever en van de onderneming of de maatschappij, waarvoor de werkman is gehuurd, zoomede van het landschap, waarin de onderneming ligt;3e.de soort van arbeid, waarvoor de werkman is aangenomen, en het aantal werkuren, hetwelk niet meer zal mogen bedragen dan tien uren per etmaal;Onder dit aantal werkuren moet mede worden geteld de tijd, gedurende welken de arbeider voor extra-werkzaamheden wordt gebezigd, als transporten, wachtdiensten, enz.[75]Bij nadere, mede op den voet van artikel 3 te registreeren overeenkomst tusschen werkgever en werkman, kan de arbeid op andere wijze worden geregeld, mits het getal van tien werkuren per etmaal niet worde overschreden;4e.de wijze, waarop de loonen worden berekend en betaald;5e.het bedrag en de verrekening der genoten voorschotten;6e.den duur der overeenkomst, welke den tijd van drie jaren niet mag te boven gaan;8e.de verplichting van den werkgever om op zijn kosten te voorzien in de huisvesting en geneeskundige behandeling van den werkman en diens gezin;9e.het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal worden gescheiden;10e.het tijdstip, waarop de arbeider zich op de onderneming behoort te bevinden en bij den beheerder behoort aan te melden.De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.[Inhoud]Art. 3.Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77][Inhoud]Art. 4.De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.[Inhoud]Art. 5.De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78][Inhoud]Art. 6.Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.[Inhoud]Art. 7.De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.[Inhoud]Art. 8.Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79][Inhoud]Art. 9.Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:a.niet voldoening aan de verplichting, omschreven in No. 10 van artikel 2;b.desertie;c.voortgezette weigering om te werken.[Inhoud]Art. 10.Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 11.Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.[Inhoud]Art. 12.Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.[Inhoud]Art. 13.Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.[Inhoud]Art. 13a.Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.[Inhoud]Art. 14.Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.
Vastgesteld bij Besluit van Z. E. den Gouverneur-Generaal dato 13 Juli 1889 (Stbl. No. 138) en herzien bij Besluit van 11 Maart 1898 (Stbl. No. 78).
[Inhoud]Artikel 1.Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1
Artikel 1.
Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1
Werklieden, afkomstig van buiten den Nederlandsch-Indischen Archipel, worden ten behoeve van eenige onderneming van land- of mijnbouw in de residentie Oostkust van Sumatra door den eigenaar of den administrateur der onderneming slechts in dienst genomen krachtens eene schriftelijke overeenkomst.
Dergelijke overeenkomsten kunnen ook gesloten worden met werklieden, afkomstig uit andere deelen van den Nederlandsch-Indischen Archipel dan de residentie Oostkust van Sumatra.1
[Inhoud]Art. 2.De werkcontracten vermelden:1e.den naam of de namen, den ouderdom (naar gissing), de nationaliteit, de geboorteplaats en, zoo mogelijk, den stam van den werkman;2e.den naam van den werkgever en van de onderneming of de maatschappij, waarvoor de werkman is gehuurd, zoomede van het landschap, waarin de onderneming ligt;3e.de soort van arbeid, waarvoor de werkman is aangenomen, en het aantal werkuren, hetwelk niet meer zal mogen bedragen dan tien uren per etmaal;Onder dit aantal werkuren moet mede worden geteld de tijd, gedurende welken de arbeider voor extra-werkzaamheden wordt gebezigd, als transporten, wachtdiensten, enz.[75]Bij nadere, mede op den voet van artikel 3 te registreeren overeenkomst tusschen werkgever en werkman, kan de arbeid op andere wijze worden geregeld, mits het getal van tien werkuren per etmaal niet worde overschreden;4e.de wijze, waarop de loonen worden berekend en betaald;5e.het bedrag en de verrekening der genoten voorschotten;6e.den duur der overeenkomst, welke den tijd van drie jaren niet mag te boven gaan;8e.de verplichting van den werkgever om op zijn kosten te voorzien in de huisvesting en geneeskundige behandeling van den werkman en diens gezin;9e.het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal worden gescheiden;10e.het tijdstip, waarop de arbeider zich op de onderneming behoort te bevinden en bij den beheerder behoort aan te melden.De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.
Art. 2.
De werkcontracten vermelden:1e.den naam of de namen, den ouderdom (naar gissing), de nationaliteit, de geboorteplaats en, zoo mogelijk, den stam van den werkman;2e.den naam van den werkgever en van de onderneming of de maatschappij, waarvoor de werkman is gehuurd, zoomede van het landschap, waarin de onderneming ligt;3e.de soort van arbeid, waarvoor de werkman is aangenomen, en het aantal werkuren, hetwelk niet meer zal mogen bedragen dan tien uren per etmaal;Onder dit aantal werkuren moet mede worden geteld de tijd, gedurende welken de arbeider voor extra-werkzaamheden wordt gebezigd, als transporten, wachtdiensten, enz.[75]Bij nadere, mede op den voet van artikel 3 te registreeren overeenkomst tusschen werkgever en werkman, kan de arbeid op andere wijze worden geregeld, mits het getal van tien werkuren per etmaal niet worde overschreden;4e.de wijze, waarop de loonen worden berekend en betaald;5e.het bedrag en de verrekening der genoten voorschotten;6e.den duur der overeenkomst, welke den tijd van drie jaren niet mag te boven gaan;8e.de verplichting van den werkgever om op zijn kosten te voorzien in de huisvesting en geneeskundige behandeling van den werkman en diens gezin;9e.het beding, dat de werkman niet tegen zijn wil van zijn gezin zal worden gescheiden;10e.het tijdstip, waarop de arbeider zich op de onderneming behoort te bevinden en bij den beheerder behoort aan te melden.De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.
De werkcontracten vermelden:
De werkcontracten worden opgemaakt volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.
De tijd, gedurende welken de werkman wegens verlof of ziekte van meer dan één maand, dan wel wegens desertie of het ondergaan van straf, niet heeft gewerkt, wordt bij de berekening van den duur der verrichte diensten of van de overeenkomst niet medegerekend.
[Inhoud]Art. 3.Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77]
Art. 3.
Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77]
Met uitzondering van hetgeen overeengekomen is ingevolge No. 10 van het vorige artikel, zijn de werkcontracten en de daarin met inachtneming van de voorschriften dezer ordonnantie gebrachte wijzigingen eerst van kracht, na registratie door het hoofd van plaatselijk bestuur.
De werkgever is verplicht binnen acht dagen nadat de werkman op de onderneming is aangekomen, of, indien hij zich daar reeds bevond, na het aangaan der overeenkomst, of der daarin gebrachte wijziging, de akte der overeenkomst in duplo ter registratie aan te bieden aan het hoofd van plaatselijk bestuur, binnen welks ressort de onderneming gelegen is.
Indien de overeenkomst is gesloten op eene plaats in het buitenland, waar, volgens de uitdrukkelijke en openlijke verklaring der Regeering, voldoende contrôle op de landverhuizing wordt uitgeoefend, weigert het hoofd van plaatselijk bestuur alleen dan de registratie, als de[76]overeenkomst niet voldoet aan de vereischten, gesteld bij artikel 2 dezer verordening.
Indien de overeenkomst elders is gesloten, gaat het hoofd van plaatselijk bestuur tot de registratie niet over, alvorens zich door ondervraging te hebben overtuigd, dat de werkman vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden en met hare voorwaarden behoorlijk bekend is.
Hij weigert de registratie, zoodra er gegrond vermoeden bij hem bestaat dat de werkman niet vrijwillig tot de overeenkomst is toegetreden of wel de overeenkomst niet voldoet aan de bij artikel 2 dezer verordening voorgeschreven vereischten.
Als de registratie wordt geweigerd, kan de werkgever de beslissing inroepen van het hoofd van gewestelijk bestuur, wanneer de weigering niet van dezen als plaatselijk bestuurder is uitgegaan.
Bij weigering van de registratie van het werkcontract (dus niet van de daarin gebrachte wijziging), wordt de werkman, tenzij hij verlangt te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoont, genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen, met de eerstmogelijke gelegenheid voor rekening van den werkgever door het plaatselijk bestuur naar de plaats van aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans niet door den werkgever zelven wordt gedaan.
De werkgever blijft aansprakelijk voor het onderhoud van den werkman tot het oogenblik, waarop deze wordt teruggezonden.
De in dit artikel bedoelde contracten zijn vrij van zegel en worden ingeschreven in een register, ingericht volgens een door den Gouverneur-Generaal vast te stellen model.
Van de registratie wordt door het betrokken Hoofd van Plaatselijk Bestuur op beide exemplaren aanteekening gehouden, met vermelding van den datum, op welken zij heeft plaats gehad.
Een exemplaar wordt daarna teruggezonden aan den werkgever, terwijl het andere blijft berusten bij den ambtenaar, die het heeft geregistreerd.
Bij de registratie moet voor rekening van den werkgever één gulden betaald worden voor elken werkman, die zich bij het te registreeren contract heeft verbonden. Deze gelden worden maandelijks door de betrokken ambtenaren in ’s lands kas gestort.[77]
[Inhoud]Art. 4.De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.
Art. 4.
De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.
De werkman mag zich van de onderneming, waar hij werkzaam is, niet verwijderen zonder schriftelijke vergunning, afgegeven door den ondernemer, diens administrateur, of iemand door of van wege den ondernemer daartoe aangesteld, behalve op vrije dagen, en wanneer hij wegens slechte behandeling klachten tegen den werkgever of diens personeel gaat uitbrengen.
Hij is verplicht geregeld zijn arbeid te verrichten, de hem door den werkgever of diens personeel gegeven bevelen getrouw na te komen, en in alles zich overeenkomstig zijn contract te gedragen.
[Inhoud]Art. 5.De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78]
Art. 5.
De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78]
De werkgever is verplicht zijne werklieden goed te behandelen, hun geregeld de bedongen loonen te betalen, hun kosteloos eene voegzame huisvesting en behoorlijke geneeskundige verpleging met inbegrip der noodige medicamenten te verschaffen, ook in geval van verwondingen niet in zijn dienst ontstaan, en zorg te dragen voor goed bad- en drinkwater.
Hij is tevens verplicht zijne werklieden te voorzien van een kaart, waarvan het model door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur wordt vastgesteld en waarop de naam of de namen, de landaard of stam, de werkelijke of gegiste ouderdom, de lichaamslengte in centimeters, de kenbare teekenen, de datum van indiensttreding en de duur der overeenkomst van den betrokken werkman moeten worden aangerekend, benevens de naam van de onderneming waartoe hij behoort, en de dagen, waarop hij vrij is.
De werklieden zijn verplicht die kaart steeds bij zich te dragen als zij zich van de onderneming verwijderen en dezelve op aanvraag van het bestuur te vertoonen.
Op het overeengekomen loon van den arbeider mag geen andere inhouding plaats vinden dan die, welke bij de overeenkomst bepaald is, en die wegens betalingen, waartoe de arbeider bij rechterlijke uitspraak veroordeeld is zoomedehet opvatloonbij desertie.
Desverlangd is de ondernemer verplicht aan de besturende ambtenaren inzage te geven van het boek, dat de rekening courant der arbeiders bevat.[78]
[Inhoud]Art. 6.Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.
Art. 6.
Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.
Geschillen over de uitlegging van het contract worden zooveel mogelijk bij minnelijke schikking, zonder vorm van proces, door het hoofd van plaatselijk bestuur vereffend.
Waar zulks niet mogelijk is, verwijst hij partijen, zoo noodig, naar den burgerlijken of den strafrechter.
[Inhoud]Art. 7.De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.
Art. 7.
De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.
De werkgever is verplicht den werkman bij het einde van het contract een ontslagbriefje te geven.
Het model van dat ontslagbriefje wordt vastgesteld door het Hoofd van Gewestelijk Bestuur.
De werkgever is verplicht op het ontslagbriefje te vermelden den naam of de namen, den landaard of stam, den werkelijken of gegisten ouderdom, de lichaamslengte in centimeters en de kenbare teekenen van den werkman, ten wiens behoeve het is afgegeven.
Binnen acht dagen na het ontslag geeft de werkgever daarvan schriftelijk kennis aan het hoofd van plaatselijk bestuur, dat van het ontslag aanteekening houdt in het register.
[Inhoud]Art. 8.Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79]
Art. 8.
Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79]
Bij behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor de werkman zich verbonden heeft, kan de werkgever, met voorkennis van het hoofdvan plaatselijk bestuur, het aangegaan contract als ontbonden beschouwen.
Werklieden, die wegens het eindigen van hun werkcontract zijn ontslagen, of wier werkcontract door den werkgever niet is nagekomen, dan wel tengevolge van behoorlijk geconstateerde voortdurende ongeschiktheid tot den arbeid, waarvoor zij zich verbonden hebben, als ontbonden wordt beschouwd, worden—tenzij zij verlangen te blijven en ten genoegen van het plaatselijk bestuur aantoonen genoegzame middelen van bestaan te bezitten of door werkzaamheid te kunnen verkrijgen—met de eerstmogelijke gelegenheid door het plaatselijk bestuur voor rekening van den werkgever naar de plaats hunner aanwerving teruggezonden, wanneer dit althans door den werkgever zelven niet wordt gedaan. Deze blijft voor het onderhoud van den werkman aansprakelijk tot het oogenblik van terugzending.[79]
[Inhoud]Art. 9.Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:a.niet voldoening aan de verplichting, omschreven in No. 10 van artikel 2;b.desertie;c.voortgezette weigering om te werken.
Art. 9.
Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:a.niet voldoening aan de verplichting, omschreven in No. 10 van artikel 2;b.desertie;c.voortgezette weigering om te werken.
Elke willekeurige inbreuk op het werkcontract wordt gestraft: aan den kant van den werkgever met een geldboete van ten hoogste f 100 (één honderd gulden), zullende bij herhaling het hoofd van gewestelijk bestuur bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren;
aan den kant van den arbeider met een geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden), of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.
De arbeider, die reeds éénmaal wegens willekeurige inbreuk op het werkcontract is veroordeeld, wordt bij herhaling van het feit gestraft met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste drie maanden, zullende het hoofd van gewestelijk bestuur ook in dit geval bevoegd zijn het contract ontbonden te verklaren, indien de werkgever zulks verlangt.
De feiten, waardoor de werkman geacht wordt op zijn werkcontract willekeurig inbreuk te maken, zijn:
[Inhoud]Art. 10.Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
Art. 10.
Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
Verzet, beleediging of bedreiging tegen de werkgevers of hun personeel, rustverstoring, verregaande luiheid, dienstweigering, opruiing tot desertie of tot dienstweigering, vechterij, dronkenschap en dergelijke vergrijpen tegen de goede orde, worden, indien het feit niet als misdrijf is aan te merken, gestraft met eene geldboete van ten hoogst f 25 (vijf en twintig gulden), of met tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
[Inhoud]Art. 11.Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.
Art. 11.
Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.
Het aanmoedigen tot nietnaleving van werkcontracten, of het begunstigen daarvan door het verleenen van huisvestiging aan- of het indienstnemen van een werkman, die niet door een behoorlijk ingevuld ontslagbriefje of door een van wege het Bestuur aan hem uitgereikt schriftuur heeft bewezen geheel vrij te zijn van dienstverplichtingen tegenover anderen, wordt, elke overtreding op zich zelve, gestraft, voor zooveel Europeanen of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste[80]f 100 (één honderd gulden) of gevangenisstraf van ten hoogste acht dagen, en voor zooveel Inlanders of met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste f 50 (vijftig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste één maand.
[Inhoud]Art. 12.Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.
Art. 12.
Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.
Willekeurige inbreuk op het contract, door den werkman gepleegd, wordt alleen vervolgd op aanklacht van den eigenaar of administrateur der onderneming, waartoe de werkman behoort.
De werkman, die voor de eerste maal ter zake van desertie terecht staat, kan de straf voorkomen, indien hij met goedvinden van den aanklager, vóór de oplegging vrijwillig naar zijn meester terugkeert.
[Inhoud]Art. 13.Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
Art. 13.
Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
Overtredingen van de voorschriften dezer ordonnantie, waartegen geen bepaalde straffen zijn bedreigd, worden gestraft voor zooveel Europeanen en met dezen gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 100 (een honderd gulden); voor zooveel Inlanders en daarmede gelijkgestelden betreft, met eene geldboete van ten hoogste ƒ 25 (vijf en twintig gulden) of tenarbeidstelling aan de publieke werken voor den kost zonder loon van ten hoogste twaalf dagen.
[Inhoud]Art. 13a.Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.
Art. 13a.
Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.
Arbeiders, die tijdens den duur der overeenkomst buiten de onderneming terechtgestaan of eene vrijheidsstraf ondergaan hebben, dan wel zij, die na eene afwezigheid wegens verlof, ziekte of anderszins, niet derwaarts binnen den toegestanen of door het plaatselijk bestuur voldoende geachten tijd terug keeren,kunnen op kosten van den werkgever door de politie, of namens deze door personeel van den werkgever naar de onderneming teruggevoerd worden. Deze bepaling geldt mede ten aanzien van werklieden bij den bouw van den Staatsspoorweg ter Sumatra’s Westkust en bij spoor- en tramwegondernemingen voor publiek verkeer in de Residentie Oostkust van Sumatra, die op den voet der ordonnantiën van 18 Augustus 1889 (Staatsblad No. 182) en 24 December 1891 (Staatsblad No. 264) krachtens eene schriftelijke overeenkomst in dienst zijn genomen.
[Inhoud]Art. 14.Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.
Art. 14.
Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.
Deze ordonnantie treedt in werking den 1en October 1889.
1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑
1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑
1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑
1De Sultan van Deli schijnt blijkbaar de zegeningen der koelie-ordonnantie, in tegenstelling met het Gouvernement van Ned.-Indië, voor zijne onderdanen niet te wenschen.↑
InhoudsopgaveINLEIDING.5TUSSCHENWOORD.13HET TOETOEPSTELSEL.15RESIDENTS-VENDUTIE.17RECHTSPRAAK.26MISHANDELING EN WREEDHEID.28ONGEVOELIGHEID EN GELDDORST.39WILLEKEUR EN BEDROG.49HET VERDUISTEREN VAN GETUIGEN.54DE GESCHIEDENIS VAN GOH TJAU HIN.58HET SJOEKOELIËN.63HOE VERDIENT EENE JAVAANSCHE VROUW HAAR SARONG?66HET EINDE.71KOELIE-ORDONNANTIE.741.Artikel 1.742.Art. 2.743.Art. 3.754.Art. 4.775.Art. 5.776.Art. 6.787.Art. 7.788.Art. 8.789.Art. 9.7910.Art. 10.7911.Art. 11.7912.Art. 12.8013.Art. 13.8013a.Art. 13a.8014.Art. 14.80
ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:De millioenen uit DeliAuteur:Johannes van den Brand (–1921)InfoTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)CoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2021-06-14 Begonnen.Externe ReferentiesDit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.VerbeteringenDe volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand9(—214hunnnehunne117,70,.121,39[Niet in bron].133,45[Niet in bron],143koelikoelie150MexiaanscheMexicaansche150overmijdelijkonvermijdelijk151kediekedei256:;166contractantencontractante177AreArt178,[Verwijderd]1
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links voor u niet werken.
De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst: