De vrouw der toekomst.

De vrouw der toekomst.Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: “De vrouw der toekomst.”Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren—als de naam van den godsloochenaar en oproerkraaier—terwijl de lichtstralen van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als angstwekkende bliksemflitsen,—uit de verte.Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd waarin de vrouw zoude zijn:“.... frank, beautiful and kindAs the free heaven, which rains fresh light and dewOn the wide earth....From customs evil taint exempt and pure;Speaking the wisdom once they could not think,Looking emotions once they feared to feel,And, changed to all which once they dared not beYet being now, made earth like heaven....”1.Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen.Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de vrouw zal drukken dan op heden het geval is.Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn idéaal der toekomstige vrouw—en als men zich in een droombeeld verdiept mag menzeerver dwalen in het rijk der fantasie!—is, dat zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeerveelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke.Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping.Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot het algemeene nut.Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen.Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart.Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, maar ook tebekennen—gewaarwordingen die zij thans onderdrukt of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, dat in evenredigheid tot haar eigenkunnenblijken zal een hooger doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken, krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter dan de vrouw in onze dagen dit kan.Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, dan de vrouw van heden genieten en lijden kan.Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap en letterkunde.Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van overbeschaving.Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren—het gevoel; tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de ontleding, haar indruk van ’t geheel.Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te veredelen—dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar, het gebied der poézie te verwijden—aan hem meer ruimte te verwerven voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft de teederheid—hij de rechtvaardigheid. Hij behaaltmenige overwinning door overmoedigheid—zij door moed.De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische en antifeministische dwaasheden.Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te vinden en te verhoogen.Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen.Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid.Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht.De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in haar is, ’s levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en door een dieper gevoelvan verantwoordelijkheid geleid worden, bij de keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen.Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht alleen te behagen door op elken leeftijd zich tetoonenzooals zij, daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie.Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in den vertrouwelijken vriendenkring.Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de hedendaagsche vrouwenbeweging belegd.Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit;frisch als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten medevoeren—in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart—nimmer vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; koelte of vuurgloed—altijd is zij de ideale vrouw.Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van “Das ewig Weibliche”. Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere tijdperken.In de middeleeuwen schreef zij Heloïse’s brieven; in den tijd der Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning; zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;—en als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord van den dichter dat Rahel’s persoonlijkheid uitdrukte:“Still und bewegt.”1“Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van ’t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!....”Vert.

De vrouw der toekomst.Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: “De vrouw der toekomst.”Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren—als de naam van den godsloochenaar en oproerkraaier—terwijl de lichtstralen van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als angstwekkende bliksemflitsen,—uit de verte.Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd waarin de vrouw zoude zijn:“.... frank, beautiful and kindAs the free heaven, which rains fresh light and dewOn the wide earth....From customs evil taint exempt and pure;Speaking the wisdom once they could not think,Looking emotions once they feared to feel,And, changed to all which once they dared not beYet being now, made earth like heaven....”1.Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen.Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de vrouw zal drukken dan op heden het geval is.Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn idéaal der toekomstige vrouw—en als men zich in een droombeeld verdiept mag menzeerver dwalen in het rijk der fantasie!—is, dat zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeerveelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke.Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping.Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot het algemeene nut.Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen.Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart.Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, maar ook tebekennen—gewaarwordingen die zij thans onderdrukt of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, dat in evenredigheid tot haar eigenkunnenblijken zal een hooger doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken, krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter dan de vrouw in onze dagen dit kan.Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, dan de vrouw van heden genieten en lijden kan.Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap en letterkunde.Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van overbeschaving.Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren—het gevoel; tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de ontleding, haar indruk van ’t geheel.Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te veredelen—dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar, het gebied der poézie te verwijden—aan hem meer ruimte te verwerven voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft de teederheid—hij de rechtvaardigheid. Hij behaaltmenige overwinning door overmoedigheid—zij door moed.De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische en antifeministische dwaasheden.Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te vinden en te verhoogen.Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen.Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid.Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht.De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in haar is, ’s levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en door een dieper gevoelvan verantwoordelijkheid geleid worden, bij de keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen.Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht alleen te behagen door op elken leeftijd zich tetoonenzooals zij, daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie.Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in den vertrouwelijken vriendenkring.Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de hedendaagsche vrouwenbeweging belegd.Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit;frisch als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten medevoeren—in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart—nimmer vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; koelte of vuurgloed—altijd is zij de ideale vrouw.Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van “Das ewig Weibliche”. Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere tijdperken.In de middeleeuwen schreef zij Heloïse’s brieven; in den tijd der Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning; zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;—en als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord van den dichter dat Rahel’s persoonlijkheid uitdrukte:“Still und bewegt.”1“Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van ’t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!....”Vert.

Er zijn woorden die ons aantrekken als een lied. Een dezer woorden is: “De vrouw der toekomst.”

Dit lied klinkt voor mij als de poézie van een Dichter, van een Dichter en Ziener tegelijk; van éen, wiens naam thans schittert in het licht der morgenster, maar die, toen hij in het land der levenden verkeerde, dien naam hoorde door het slijk sleuren—als de naam van den godsloochenaar en oproerkraaier—terwijl de lichtstralen van zijn genius op de vooroordeelen zijner tijdgenooten werkten als angstwekkende bliksemflitsen,—uit de verte.

Zijn profetische dichtergeest liet hem een blik slaan in een tijd waarin de vrouw zoude zijn:

“.... frank, beautiful and kindAs the free heaven, which rains fresh light and dewOn the wide earth....From customs evil taint exempt and pure;Speaking the wisdom once they could not think,Looking emotions once they feared to feel,And, changed to all which once they dared not beYet being now, made earth like heaven....”1.

“.... frank, beautiful and kind

As the free heaven, which rains fresh light and dew

On the wide earth....

From customs evil taint exempt and pure;

Speaking the wisdom once they could not think,

Looking emotions once they feared to feel,

And, changed to all which once they dared not be

Yet being now, made earth like heaven....”1.

Dit visioen der vrouw in de toekomst, door Shelley in zulke schoone omtrekken geschetst, zweefde mij voor den geest, toen ik mij voornam haar beeld in eenige meer vaste trekken te schilderen.

Zeer waarschijnlijk zal de Sturm-und-Drang-tijd der vrouwen en de hiermede samenhangende sociale hervorming, tot ver in de volgende eeuw aanhouden. Dit tijdperk, vervuld met twistvragen en botsingen van allerhande soort, zal niet eer eindigen, dan wanneer de vrouw, in en buiten het huwelijk, voor de wet gelijkstelling met den man zal hebben verkregen; wanneer zulk eene herschepping in de samenleving zal hebben plaats gegrepen, dat hierdoor aan de hatelijke mededinging tusschen de beide seksen op eene, voor beide partijen bevredigende wijze, een einde werd gemaakt; en wanneer de arbeid, zoowel het bedrijf tot eigen onderhoud als de arbeid in de huishouding, minder zwaar op de vrouw zal drukken dan op heden het geval is.

Het is best mogelijk dat eerst tegen het laatst der twintigste eeuw het vrouwentype onzer dagen tot het onhoudbare zal zijn gestegen en een nieuw type der vrouw uit dien toestand zal geboren worden. Mijn idéaal der toekomstige vrouw—en als men zich in een droombeeld verdiept mag menzeerver dwalen in het rijk der fantasie!—is, dat zij zal worden een wezen van groote tegenstrijdigheden die tot een harmonisch akkoord worden vereenigd. Zij zal zich doen kennen als zeerveelzijdig, maar tevens als een gesloten geheel; als een rijke schat en volmaakte eenvoud; als een zeer beschaafd, flink ontwikkeld wezen en toch oorspronkelijk; als eene sterk sprekende, echt menschelijke persoonlijkheid en eene volkomen openbaring van het innig vrouwelijke.

Deze vrouw zal in staat zijn den ernst van den arbeid op wetenschappelijk gebied te verstaan in een streng onderzoek naar de waarheid, in een vrijen gedachtenloop, in een artistieke schepping.

Zij zal de noodzakelijkheid inzien van de wetten der natuur en de daardoor te voorschijn geroepene ontwikkelingen; zij zal bij een sterk gevoel van solidariteit belang stellen in hetgeen dient tot het algemeene nut.

Omdat zij meer weet en helderder denkt dan de vrouw in onze dagen, zal zij ook rechtvaardiger oordeelen; omdat zij krachtiger is zal zij beter zijn; omdat zij verstandiger is, zal zij zachtzinniger wezen. Zij kan de dingen breeder opvatten, ze in den samenhang met het groot geheel beschouwen; het gevolg hiervan is, dat zij langzamerhand verscheidene vooroordeelen, die men heden vrouwelijke deugden noemt, laat varen.

Zij is en blijft de ontwerpster der zeden, die zij adelt. Maar daarbij steunt zij niet op de in de samenleving nu eenmaal gebruikelijke vormen, maar op de wetten en geboden in eigen hart.

Zij heeft den moed haar eigen gedachten over menig vraagstuk te hebben; ook dien om de nieuwe denkbeelden van haar tijd ernstig te onderzoeken en te toetsen. Zij durft niet alleen te kennen, maar ook tebekennen—gewaarwordingen die zij thans onderdrukt of verbergt. Hare volkomen vrijheid van beweging en veelzijdige ontwikkeling als zelfstandig persoon, maken voor haar moeilijke ondernemingen mogelijk, het wilskrachtig streven naar een bestaan, dat in evenredigheid tot haar eigenkunnenblijken zal een hooger doel te beoogen: Een zoodanig doel zal zij met een scherper instinct dan zij nu bezit, weten te vinden. Zij heeft geleerd beter te werken, krachtiger zich te verblijden over eenvoudige, voor de hand liggende onderwerpen en op haar tijd behoorlijk en volkomen te rusten, beter dan de vrouw in onze dagen dit kan.

Op deze wijze wordt het levensbewustzijn der nieuwe vrouw verhoogd; hare ervaring wint aan diepte; haar gemoedsleven, haar zin voor het schoone, haar talenten worden ontwikkeld en fijner beschaafd. Zij wordt allengs meer gevoelig voor indrukken; zij voelt en gevoelt levendiger en smaakt meer genot maar lijdt ook meer en heviger smart, dan de vrouw van heden genieten en lijden kan.

Ten gevolge van dit alles zal de vrouw der toekomst de waarde verhoogen der onderlinge samenleving, de waarde van de kunst, van wetenschap en letterkunde.

Maar de grootste beteekenis op het gebied der cultuur zal toch voor haar altijd daarin bestaan, dat zij door het raadselachtige en oorspronkelijke, het profetische en voor indrukken gevoelige in haar wezen, het menschdom beschermt tegen het ernstige gevaar van overbeschaving.

Tegenover hetgeen wij weten kunnen stelt zij eerlijk datgene wat ons nog niet is geopenbaard; tegenover verstandig redeneeren—het gevoel; tegenover de nuchtere werkelijkheid, mogelijkheden; en tegenover de ontleding, haar indruk van ’t geheel.

Het is in de eerste plaats het streven der vrouw, om het hart te veredelen—dat van den man, het verstand te ontwikkelen; aan haar, het gebied der poézie te verwijden—aan hem meer ruimte te verwerven voor de vruchten van geest en vernuft. Zij vertegenwoordigt en verheft de teederheid—hij de rechtvaardigheid. Hij behaaltmenige overwinning door overmoedigheid—zij door moed.

De vrouw der toekomst zal niet alleen veel hebben geleerd, zij zal ook zeer veel hebben vergeten, vooral van de hedendaagsche feministische en antifeministische dwaasheden.

Zij zal met alles wat in haar is trachten het geluk der liefde te vinden en te verhoogen.

Zij is kuisch, niet omdat zij koel, maar omdat zij hartstochtelijk is. Zij is teer, niet omdat zij bleek is, maar omdat zij zooveel en zoo warm stroomend bloed in hare aderen heeft. Zij is geestdriftig en daarom ook zinnelijk; zij is trotsch en daarom eerlijk, oprecht en waarheidslievend. Zij eischt een sterke liefde, omdat zij zich bewust is zelve nog onverdeelder en met een nog grooter liefde te kunnen beminnen. Het erotische problema is door haar verfijnd idéalisme vaak zeer geheimzinnig en moeilijk op te lossen.

Hier tegenover staat, dat het geluk der liefde, als zij deze eenmaal schenkt en gevoelt, rijker, dieper en waarachtiger is, dan alles wat men ooit geluk had genoemd; eene nog ongekende zaligheid.

Het is niet onmogelijk, het is zelfs te verwachten, dat een aantal hoedanigheden en trekjes die onzen echtgenooten en huismoeders eigen zijn, bij de vrouw der toekomst te vergeefs zullen worden gezocht.

De eerstgenoemde wil altijd de geliefde blijven en alleen als de zoodanige wil zij moeder worden. Aan den grootschen maar moeilijken plicht om geliefde en moeder te gelijkertijd te zijn wijdt de laatste haar beste krachten; het wordt haar godsdienst, om met alles wat in haar is, ’s levens genot tot zaligheid te verheffen. Juist omdat zij de groote voorrechten van schoonheid en gezondheid kent en op hoogen prijs stelt, op geestelijk en lichamelijk gebied, zal zij met meer ernst en door een dieper gevoelvan verantwoordelijkheid geleid worden, bij de keuze van den vader harer kinderen. Zij zal aan gezonde, krachtige menschen het leven geven en dezen naar haar beste weten voeden, verzorgen, opvoeden, en daarbij zal zij zelf hare bekoorlijkheid en hare jeugd langer behouden dan de vrouw in onze dagen.

Zij wil haar geheele leven door behagen, omdat het altijd haar wensch is het leven schoon en aantrekkelijk te maken. Maar zij wenscht alleen te behagen door op elken leeftijd zich tetoonenzooals zij, daarmede in overeenstemming, is; haar hoogste bekoorlijkheid, hare eeuwige jeugd, openbaart zij uitsluitend aan hem dien zij bemint. Zij weet dat de bekoorlijkheid des geestes de diepste gevoelens opwekt en uit de volheid van haar rijk gemoed put zij bestendige hernieuwing van die bevalligheid; telkens onverwacht en in, tot het oneindige afwisselende, schakeeringen van hare persoonlijke gratie.

Eenvoudig door haar bijzijn verjaagt zij de dwaze en zinledige vormen, den dwang der gewoonten en vervangt deze door van haar oorspronkelijk uitgaande en door haar zielenadel verfijnde, manieren en uitingen, zoowel in de samenleving als in het huisgezin, en in den vertrouwelijken vriendenkring.

Waarschijnlijk zal zij veel minder redeneeren dan de vrouw in onze dagen, maar haar stilzwijgen en haar glimlach zal welsprekender zijn, dan lange voordrachten en debatten in de vergaderingen door de hedendaagsche vrouwenbeweging belegd.

Zij zegt altijd duidelijk verstaanbaar wat zij te zeggen heeft en spreekt altijd gematigd; zij kiest hare woorden onveranderlijk en blijft bij hetgeen zij gezegd heeft, in schijnbaar zeer gewone, maar inderdaad zorgvuldig gekozene, doeltreffende, uitdrukkingen. Er gaat een opgewekte en opwekkende, gezonde strooming van haar uit;frisch als de beek in het bosch die van de bergen stort, maar als deze, aan een bepaalde grens gebonden. Hoe ver zij ook schijnt zich te laten medevoeren—in den roes der vreugde of in den hartstocht van hare liefde; in buitengewoon genot of bij de wanhoop der smart—nimmer vergeet zij zichzelf. Zij vereenigt vele vrouwen in éen persoon, hetzij dat zij lacht en schertst, hetzij dat zij lijdt en ook dan glimlacht; dat zij een bloeiende gezondheid geniet of aan een ongeneeselijke wonde verbloedt; kalm is of ontroerd; of zij juicht of weent; of er zonneschijn is in heur hart of nachtelijk duister; koelte of vuurgloed—altijd is zij de ideale vrouw.

Reeds sedert lang leeft de vrouw der toekomst in de droombeelden van den man en zij wordt geschapen naar het beeld dat hij van haar heeft gemaakt. Het vrouwelijk idéaal van den modernen man is geenszins de mannelijke vrouw, maar de veelzijdig ontwikkelde openbaring van “Das ewig Weibliche”. Dit nieuwe vrouwentype is bij tusschenpoozen verschenen, niet alleen in onze dagen, maar in verschillende vroegere tijdperken.

In de middeleeuwen schreef zij Heloïse’s brieven; in den tijd der Hervorming schilderde Leonardo haar als Mona Lisa en in de achttiende eeuw hield zij haar salon als Mademoiselle de Lespinasse. In onze eeuw heeft zij het lied der liefde gezongen als Elisabeth Barett Browning; zij heeft van het tooneel tot ons gesproken als Eleonore Duse;—en als een edel gesteente is haar wezen gekristalliseerd door het woord van den dichter dat Rahel’s persoonlijkheid uitdrukte:

“Still und bewegt.”

“Still und bewegt.”

1“Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van ’t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!....”Vert.

1“Vrij, schoon en goed, als de open hemel, wiens regen wazig en zachtde geheele aarde verfrischt.... Ontwassen aan het kwaad van den vormendienst; eenvoudig en rein; een taal sprekend van ’t verlicht verstand, waaraan door haar voorheen zelfs niet gedacht werd; aandoeningen onder de oogen ziende, die zij voorheen vreesde te gevoelen; en aldus ontwikkeld tot alles wat zij voorheen niet durfde te zijn; toch aardsch en hemelsch tegelijk, ook nu!....”

Vert.


Back to IndexNext