1Voor Blake en voor Shelley, zoowel als, naar we er mogen bijvoegen, voor Hinton, is kuischheid, zooals Todhunter in zijnStudy of Shelleyopmerkt, een wijze van zich onderwerpen aan het actueele, een verzaken van het oneindige, en daarom voelen zij er niet voor. De kuische man, d.i. de man van voorzichtigheid en zelfbeheersching, is hij, die de naaktheid van zijn oorspronkelijke onschuld verloren heeft.↑2Voor bewijsmateriaal voor de gebruiken van natuurvolken in deze zaak zie men ook hoofdst. IV en VII van deHistory of Human Marriagedoor Westermarck en ook hoofdst. XXXVIII en XVI vanOrigin and Development of the Moral Ideasvan denzelfden schrijver, deel II;Golden Boughvan Fraser bevat veel, dat op het onderwerp betrekking heeft, evenals ookMystic Rosevan Crawley.↑3Zie bv. Westermarck,Origin and Development of the Moral Ideas, vol. II, pp. 412et seq.↑4Zoo verklaarde een oude Maori, eenige jaren geleden, dat de achteruitgang van zijn ras geheel te wijten is aan het verlies van het oude godsdienstige geloof in detabu. “Want”, zeide hij (ik doe een aanhaling uit een Auklandsche courant),“in den ouden tijd was onstapusamengevlochten met het geheele maatschappelijke systeem. Het hoofd, het haar, plaatsen waar geestverschijningen zich vertoonden, plaatsen die detohungasheilig noemden, zijn wij vergeten en hebben wij verwaarloosd. Wie denkt er tegenwoordig aan de heiligheid van het hoofd? Zie, als het water in den ketel kookt, dan springt de jonge man op, neemt zijn pet van zijn hoofd en gebruikt die om den deksel vast te pakken. Wie is er tegenwoordig, die niet met onverschilligheid toeziet als de barbier van het dorp, als hij dicht bij het vuur is, het losse haar van zijn laken er in gooit, en het gescherts en het lachen gaan door alsof niet een heilige handeling juist voleindigd was. Voedsel wordt gegeten op plaatsen, waar men het in vroeger dagen niet overheen durfde dragen”.↑5Zoo bestond, lang voordat er Christelijke monniken optraden, het ascetische kloosterleven in zeer gelijksoortigen geest in Egypte bij de vereering van Serapis (Dill,RomanSociety, p. 79).↑6’s Nachts, in de doopkapel, met lampen, die flauw brandden, werd der vrouwen zelfs haar tunica uitgetrokken, en werden zij driemaal in den poel gedompeld, dan gezalfd, in het wit gekleed, en gekust.↑7Zoo verwijst Jeronimus, in zijn brief aan Eustachius, naar die paren, die “dezelfde kamer deelen, dikwijls hetzelfde bed, en die ons ergdenkend zouden noemen als wij daar conclusies uit trokken”, terwijl Cyprianus (Epistola, 85) niet in staat is het gedrag van die mannen goed te keuren, waarvan hij hoort spreken en waarvan een zelfs een deken is, die in intiemen omgang leven met meisjes, en zelfs in hetzelfde bed met haar slapen; want, zegt hij, het vrouwelijk geslacht is zwak en de jeugd is lichtzinnig.↑8Perpetua (ActaSanctorum, March 7) wordt door Hort en Mayor genoemd “de mooiste bloem in den tuin van het na-apostolisch Christendom”. Zij was echter geen maagd, maar een jonge moeder, met een kind aan de borst.↑9De kracht van het oude Christelijke ascetisme lag in zijn spontaan en vrijwillig karakter. Toen, in de negende eeuw, de Carlovingen probeerden het celibaat in kloosters en aan de geestelijkheid op te leggen, was het resultaat een grote uitbarsting van onkuischheid en misdaad; nonnenkloosters werden bordelen, nonnen waren dikwijls schuldig aan kindermoord, monniken begingen niet te vermelden schanddaden, de vaste geestelijkheid knoopte bloedschendige betrekkingen aan met hun naaste vrouwelijke verwanten. (Lea,History of Sacerdotal Celibacy, vol. I, pp. 155et seq.).↑10Senancour,De l’Amour, deel II p. 233. De Islam heeft veel minder den nadruk gelegd op de kuischheid dan het Christendom, maar in de praktijk is er, naar het schijnt, dikwijls meer eerbied voor kuischheid onder Mohammedaansche dan onder Christelijke heerschappij. Zoo wordt gezegd door “Viator” (Fortnightly Review, Dec. 1908) dat het vroeger, onder Muzelmansche heerschappij, onmogelijk was de deugd van vrouwen in Bosnië te koopen, maar dat het nu, onder de Christelijke heerschappij van Oostenrijk, overal bij de Oostenrijksche grens mogelijk is dit te doen.↑11De basis van dit gevoel werd versterkt, toen het bleek, dat door geleerden was aangetoond, dat de physieke deugd van “maagdelijkheid” onder een valschen naam vermomd was geweest. Een maagd te blijven schijnt in het eerst, onder volken van oude Arische cultuur in het geheel niet een gelofte van kuischheid beteekend te hebben, maar een weigering zich te onderwerpen aan het juk van het patriarchale huwelijk. De vrouwen, die er de voorkeur aan gaven buiten het huwelijk te blijven waren “maagden”, zelfs als zij moeders van groote families waren, en Aeschylus spreekt van de amazonen als van “maagden”, terwijl in het Grieksch het kind van een ongetrouwd meisje altijd “de zoon eener maagd” was. De geschiedenis van Artemis, de meest primitieve van de Grieksche godheden, is uit dit gezichtspunt leerzaam. Zij was oorspronkelijk alleen maagdelijk in den zin, dat zij het huwelijk verwierp, daar zij de godin was van een nomadisch en matriarchaal jagersvolk, dat het huwelijk nog niet aangenomen had en zij was de godin der bevallingen, die met orgiastische dansen en phallische zinnebeelden vereerd werd. Eerst door een latere gedaanteverwisseling werd Artemis de godin der kuischheid (Farnell,Cults of the Greek States, Deel II, pp. 442et seq.; Sir W. M. Ramsay,Cities of Phrygia, Deel I, p. 96; Paul Lafargue, “Les Mythes Historiques”,Revue des Idées, Dec., 1904).↑12Zie b.v.,Nicomachean Ethics, Bk. III, hoofdst. XIII.↑13De Civitate Dei, lib. XV, cap. XX. Wat verderop (boek XVI, hoofdst. XXV) verwijst hij naar Abraham als naar een man, die met vrouwen kan omgaan zooals het behoort, met zijn vrouw met mate, met zijn bijwijf inschikkelijk, met geen van beide onmatig.↑14Summa, Migne’s uitgave, deel III, qu. 154, art. 1.↑15De meerderheid der kuische jonge mannen, merkt een schrander criticus van het moderne leven op (Hellpach,Nervosität und Kultur, p. 175), wordt alleen gedreven door traditioneele principes, of door verlegenheid, vrees voor venerische infecties, gebrek aan zelfvertrouwen, geldgebrek, zeer zelden door eenige consideratie voor een toekomstige vrouw, en dat zou ook inderdaad een tragi-comische dwaling zijn, want een vrouw hecht geen waarde aan onaangeroerde mannelijkheid. Bovendien, voegt hij er bij, is de kuische man niet in staat met verstand een vrouw te kiezen, en het is onder de onderwijzers en de geestelijken,—de meest kuische klasse—dat de meeste ongelukkige huwelijken gesloten worden. Milton had dit feit al tot een argument gemaakt voor het gemakkelijk maken der echtscheiding.↑16“Bij eten”, zeide Hinton, “hebben wij de taak volbracht om genoegen te vereenigen met de afwezigheid van “lust”. Het probleem voor man en vrouw is den sexueelen hartstocht zoo te gebruiken en te bezitten, dat hij gemaakt wordt tot een werktuig voor hoogere dingen, met geen andere beperking er op dan deze. Zij is essentieel verbonden met dingen van de geestelijke orde, en zou van nature zich daar naar voegen. Er over te denken als enkel lichamelijk is een dwaling”.↑17Ik heb op een andere plaats de behoefte in het moderne leven aan een natuurlijk en ernstig ascetisme breeder besproken (zieAffirmations, 1898) “St. Francis and Others”.↑18Der Wille zur Macht, p. 392.↑19Op den leeftijd van vijf en twintig, toen hij reeds veel mooi werk had gemaakt, schreef Mozart in zijn brieven, dat hij nooit een vrouw had aangeraakt, hoewel hij naar liefde en huwelijk verlangde. Hij had geen middelen om te trouwen, hij wilde geen onschuldig meisje verleiden, een vergeeflijke verhouding was stuitend voor hem.↑20Reibmayr,Die Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. 1. p. 437↑21Maagdelijkheid, dat wil zeggen het bezit van een ongeschonden hymen, kunnen wij—behoeven wij dit nog te herhalen—geheel buiten bespreking laten, daar zij louter een physieke eigenschap is, die niet noodzakelijk ethische verwantschappen heeft. De eisch van maagdelijkheid in vrouwen is, voor het grootste gedeelte, òf de vraag naar een meer verkoopbaar artikel, òf naar een machtiger prikkel voor de mannelijke begeerte. Maagdelijkheid sluit geen moreele eigenschappen in bij haar bezitster. Kuischheid en ascetisme zijn aan den anderen kant woorden zonder beteekenis, behalve als eischen, die de geest aan zichzelf stelt of aan het lichaam dat hij beinvloedt.↑
1Voor Blake en voor Shelley, zoowel als, naar we er mogen bijvoegen, voor Hinton, is kuischheid, zooals Todhunter in zijnStudy of Shelleyopmerkt, een wijze van zich onderwerpen aan het actueele, een verzaken van het oneindige, en daarom voelen zij er niet voor. De kuische man, d.i. de man van voorzichtigheid en zelfbeheersching, is hij, die de naaktheid van zijn oorspronkelijke onschuld verloren heeft.↑2Voor bewijsmateriaal voor de gebruiken van natuurvolken in deze zaak zie men ook hoofdst. IV en VII van deHistory of Human Marriagedoor Westermarck en ook hoofdst. XXXVIII en XVI vanOrigin and Development of the Moral Ideasvan denzelfden schrijver, deel II;Golden Boughvan Fraser bevat veel, dat op het onderwerp betrekking heeft, evenals ookMystic Rosevan Crawley.↑3Zie bv. Westermarck,Origin and Development of the Moral Ideas, vol. II, pp. 412et seq.↑4Zoo verklaarde een oude Maori, eenige jaren geleden, dat de achteruitgang van zijn ras geheel te wijten is aan het verlies van het oude godsdienstige geloof in detabu. “Want”, zeide hij (ik doe een aanhaling uit een Auklandsche courant),“in den ouden tijd was onstapusamengevlochten met het geheele maatschappelijke systeem. Het hoofd, het haar, plaatsen waar geestverschijningen zich vertoonden, plaatsen die detohungasheilig noemden, zijn wij vergeten en hebben wij verwaarloosd. Wie denkt er tegenwoordig aan de heiligheid van het hoofd? Zie, als het water in den ketel kookt, dan springt de jonge man op, neemt zijn pet van zijn hoofd en gebruikt die om den deksel vast te pakken. Wie is er tegenwoordig, die niet met onverschilligheid toeziet als de barbier van het dorp, als hij dicht bij het vuur is, het losse haar van zijn laken er in gooit, en het gescherts en het lachen gaan door alsof niet een heilige handeling juist voleindigd was. Voedsel wordt gegeten op plaatsen, waar men het in vroeger dagen niet overheen durfde dragen”.↑5Zoo bestond, lang voordat er Christelijke monniken optraden, het ascetische kloosterleven in zeer gelijksoortigen geest in Egypte bij de vereering van Serapis (Dill,RomanSociety, p. 79).↑6’s Nachts, in de doopkapel, met lampen, die flauw brandden, werd der vrouwen zelfs haar tunica uitgetrokken, en werden zij driemaal in den poel gedompeld, dan gezalfd, in het wit gekleed, en gekust.↑7Zoo verwijst Jeronimus, in zijn brief aan Eustachius, naar die paren, die “dezelfde kamer deelen, dikwijls hetzelfde bed, en die ons ergdenkend zouden noemen als wij daar conclusies uit trokken”, terwijl Cyprianus (Epistola, 85) niet in staat is het gedrag van die mannen goed te keuren, waarvan hij hoort spreken en waarvan een zelfs een deken is, die in intiemen omgang leven met meisjes, en zelfs in hetzelfde bed met haar slapen; want, zegt hij, het vrouwelijk geslacht is zwak en de jeugd is lichtzinnig.↑8Perpetua (ActaSanctorum, March 7) wordt door Hort en Mayor genoemd “de mooiste bloem in den tuin van het na-apostolisch Christendom”. Zij was echter geen maagd, maar een jonge moeder, met een kind aan de borst.↑9De kracht van het oude Christelijke ascetisme lag in zijn spontaan en vrijwillig karakter. Toen, in de negende eeuw, de Carlovingen probeerden het celibaat in kloosters en aan de geestelijkheid op te leggen, was het resultaat een grote uitbarsting van onkuischheid en misdaad; nonnenkloosters werden bordelen, nonnen waren dikwijls schuldig aan kindermoord, monniken begingen niet te vermelden schanddaden, de vaste geestelijkheid knoopte bloedschendige betrekkingen aan met hun naaste vrouwelijke verwanten. (Lea,History of Sacerdotal Celibacy, vol. I, pp. 155et seq.).↑10Senancour,De l’Amour, deel II p. 233. De Islam heeft veel minder den nadruk gelegd op de kuischheid dan het Christendom, maar in de praktijk is er, naar het schijnt, dikwijls meer eerbied voor kuischheid onder Mohammedaansche dan onder Christelijke heerschappij. Zoo wordt gezegd door “Viator” (Fortnightly Review, Dec. 1908) dat het vroeger, onder Muzelmansche heerschappij, onmogelijk was de deugd van vrouwen in Bosnië te koopen, maar dat het nu, onder de Christelijke heerschappij van Oostenrijk, overal bij de Oostenrijksche grens mogelijk is dit te doen.↑11De basis van dit gevoel werd versterkt, toen het bleek, dat door geleerden was aangetoond, dat de physieke deugd van “maagdelijkheid” onder een valschen naam vermomd was geweest. Een maagd te blijven schijnt in het eerst, onder volken van oude Arische cultuur in het geheel niet een gelofte van kuischheid beteekend te hebben, maar een weigering zich te onderwerpen aan het juk van het patriarchale huwelijk. De vrouwen, die er de voorkeur aan gaven buiten het huwelijk te blijven waren “maagden”, zelfs als zij moeders van groote families waren, en Aeschylus spreekt van de amazonen als van “maagden”, terwijl in het Grieksch het kind van een ongetrouwd meisje altijd “de zoon eener maagd” was. De geschiedenis van Artemis, de meest primitieve van de Grieksche godheden, is uit dit gezichtspunt leerzaam. Zij was oorspronkelijk alleen maagdelijk in den zin, dat zij het huwelijk verwierp, daar zij de godin was van een nomadisch en matriarchaal jagersvolk, dat het huwelijk nog niet aangenomen had en zij was de godin der bevallingen, die met orgiastische dansen en phallische zinnebeelden vereerd werd. Eerst door een latere gedaanteverwisseling werd Artemis de godin der kuischheid (Farnell,Cults of the Greek States, Deel II, pp. 442et seq.; Sir W. M. Ramsay,Cities of Phrygia, Deel I, p. 96; Paul Lafargue, “Les Mythes Historiques”,Revue des Idées, Dec., 1904).↑12Zie b.v.,Nicomachean Ethics, Bk. III, hoofdst. XIII.↑13De Civitate Dei, lib. XV, cap. XX. Wat verderop (boek XVI, hoofdst. XXV) verwijst hij naar Abraham als naar een man, die met vrouwen kan omgaan zooals het behoort, met zijn vrouw met mate, met zijn bijwijf inschikkelijk, met geen van beide onmatig.↑14Summa, Migne’s uitgave, deel III, qu. 154, art. 1.↑15De meerderheid der kuische jonge mannen, merkt een schrander criticus van het moderne leven op (Hellpach,Nervosität und Kultur, p. 175), wordt alleen gedreven door traditioneele principes, of door verlegenheid, vrees voor venerische infecties, gebrek aan zelfvertrouwen, geldgebrek, zeer zelden door eenige consideratie voor een toekomstige vrouw, en dat zou ook inderdaad een tragi-comische dwaling zijn, want een vrouw hecht geen waarde aan onaangeroerde mannelijkheid. Bovendien, voegt hij er bij, is de kuische man niet in staat met verstand een vrouw te kiezen, en het is onder de onderwijzers en de geestelijken,—de meest kuische klasse—dat de meeste ongelukkige huwelijken gesloten worden. Milton had dit feit al tot een argument gemaakt voor het gemakkelijk maken der echtscheiding.↑16“Bij eten”, zeide Hinton, “hebben wij de taak volbracht om genoegen te vereenigen met de afwezigheid van “lust”. Het probleem voor man en vrouw is den sexueelen hartstocht zoo te gebruiken en te bezitten, dat hij gemaakt wordt tot een werktuig voor hoogere dingen, met geen andere beperking er op dan deze. Zij is essentieel verbonden met dingen van de geestelijke orde, en zou van nature zich daar naar voegen. Er over te denken als enkel lichamelijk is een dwaling”.↑17Ik heb op een andere plaats de behoefte in het moderne leven aan een natuurlijk en ernstig ascetisme breeder besproken (zieAffirmations, 1898) “St. Francis and Others”.↑18Der Wille zur Macht, p. 392.↑19Op den leeftijd van vijf en twintig, toen hij reeds veel mooi werk had gemaakt, schreef Mozart in zijn brieven, dat hij nooit een vrouw had aangeraakt, hoewel hij naar liefde en huwelijk verlangde. Hij had geen middelen om te trouwen, hij wilde geen onschuldig meisje verleiden, een vergeeflijke verhouding was stuitend voor hem.↑20Reibmayr,Die Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. 1. p. 437↑21Maagdelijkheid, dat wil zeggen het bezit van een ongeschonden hymen, kunnen wij—behoeven wij dit nog te herhalen—geheel buiten bespreking laten, daar zij louter een physieke eigenschap is, die niet noodzakelijk ethische verwantschappen heeft. De eisch van maagdelijkheid in vrouwen is, voor het grootste gedeelte, òf de vraag naar een meer verkoopbaar artikel, òf naar een machtiger prikkel voor de mannelijke begeerte. Maagdelijkheid sluit geen moreele eigenschappen in bij haar bezitster. Kuischheid en ascetisme zijn aan den anderen kant woorden zonder beteekenis, behalve als eischen, die de geest aan zichzelf stelt of aan het lichaam dat hij beinvloedt.↑
1Voor Blake en voor Shelley, zoowel als, naar we er mogen bijvoegen, voor Hinton, is kuischheid, zooals Todhunter in zijnStudy of Shelleyopmerkt, een wijze van zich onderwerpen aan het actueele, een verzaken van het oneindige, en daarom voelen zij er niet voor. De kuische man, d.i. de man van voorzichtigheid en zelfbeheersching, is hij, die de naaktheid van zijn oorspronkelijke onschuld verloren heeft.↑2Voor bewijsmateriaal voor de gebruiken van natuurvolken in deze zaak zie men ook hoofdst. IV en VII van deHistory of Human Marriagedoor Westermarck en ook hoofdst. XXXVIII en XVI vanOrigin and Development of the Moral Ideasvan denzelfden schrijver, deel II;Golden Boughvan Fraser bevat veel, dat op het onderwerp betrekking heeft, evenals ookMystic Rosevan Crawley.↑3Zie bv. Westermarck,Origin and Development of the Moral Ideas, vol. II, pp. 412et seq.↑4Zoo verklaarde een oude Maori, eenige jaren geleden, dat de achteruitgang van zijn ras geheel te wijten is aan het verlies van het oude godsdienstige geloof in detabu. “Want”, zeide hij (ik doe een aanhaling uit een Auklandsche courant),“in den ouden tijd was onstapusamengevlochten met het geheele maatschappelijke systeem. Het hoofd, het haar, plaatsen waar geestverschijningen zich vertoonden, plaatsen die detohungasheilig noemden, zijn wij vergeten en hebben wij verwaarloosd. Wie denkt er tegenwoordig aan de heiligheid van het hoofd? Zie, als het water in den ketel kookt, dan springt de jonge man op, neemt zijn pet van zijn hoofd en gebruikt die om den deksel vast te pakken. Wie is er tegenwoordig, die niet met onverschilligheid toeziet als de barbier van het dorp, als hij dicht bij het vuur is, het losse haar van zijn laken er in gooit, en het gescherts en het lachen gaan door alsof niet een heilige handeling juist voleindigd was. Voedsel wordt gegeten op plaatsen, waar men het in vroeger dagen niet overheen durfde dragen”.↑5Zoo bestond, lang voordat er Christelijke monniken optraden, het ascetische kloosterleven in zeer gelijksoortigen geest in Egypte bij de vereering van Serapis (Dill,RomanSociety, p. 79).↑6’s Nachts, in de doopkapel, met lampen, die flauw brandden, werd der vrouwen zelfs haar tunica uitgetrokken, en werden zij driemaal in den poel gedompeld, dan gezalfd, in het wit gekleed, en gekust.↑7Zoo verwijst Jeronimus, in zijn brief aan Eustachius, naar die paren, die “dezelfde kamer deelen, dikwijls hetzelfde bed, en die ons ergdenkend zouden noemen als wij daar conclusies uit trokken”, terwijl Cyprianus (Epistola, 85) niet in staat is het gedrag van die mannen goed te keuren, waarvan hij hoort spreken en waarvan een zelfs een deken is, die in intiemen omgang leven met meisjes, en zelfs in hetzelfde bed met haar slapen; want, zegt hij, het vrouwelijk geslacht is zwak en de jeugd is lichtzinnig.↑8Perpetua (ActaSanctorum, March 7) wordt door Hort en Mayor genoemd “de mooiste bloem in den tuin van het na-apostolisch Christendom”. Zij was echter geen maagd, maar een jonge moeder, met een kind aan de borst.↑9De kracht van het oude Christelijke ascetisme lag in zijn spontaan en vrijwillig karakter. Toen, in de negende eeuw, de Carlovingen probeerden het celibaat in kloosters en aan de geestelijkheid op te leggen, was het resultaat een grote uitbarsting van onkuischheid en misdaad; nonnenkloosters werden bordelen, nonnen waren dikwijls schuldig aan kindermoord, monniken begingen niet te vermelden schanddaden, de vaste geestelijkheid knoopte bloedschendige betrekkingen aan met hun naaste vrouwelijke verwanten. (Lea,History of Sacerdotal Celibacy, vol. I, pp. 155et seq.).↑10Senancour,De l’Amour, deel II p. 233. De Islam heeft veel minder den nadruk gelegd op de kuischheid dan het Christendom, maar in de praktijk is er, naar het schijnt, dikwijls meer eerbied voor kuischheid onder Mohammedaansche dan onder Christelijke heerschappij. Zoo wordt gezegd door “Viator” (Fortnightly Review, Dec. 1908) dat het vroeger, onder Muzelmansche heerschappij, onmogelijk was de deugd van vrouwen in Bosnië te koopen, maar dat het nu, onder de Christelijke heerschappij van Oostenrijk, overal bij de Oostenrijksche grens mogelijk is dit te doen.↑11De basis van dit gevoel werd versterkt, toen het bleek, dat door geleerden was aangetoond, dat de physieke deugd van “maagdelijkheid” onder een valschen naam vermomd was geweest. Een maagd te blijven schijnt in het eerst, onder volken van oude Arische cultuur in het geheel niet een gelofte van kuischheid beteekend te hebben, maar een weigering zich te onderwerpen aan het juk van het patriarchale huwelijk. De vrouwen, die er de voorkeur aan gaven buiten het huwelijk te blijven waren “maagden”, zelfs als zij moeders van groote families waren, en Aeschylus spreekt van de amazonen als van “maagden”, terwijl in het Grieksch het kind van een ongetrouwd meisje altijd “de zoon eener maagd” was. De geschiedenis van Artemis, de meest primitieve van de Grieksche godheden, is uit dit gezichtspunt leerzaam. Zij was oorspronkelijk alleen maagdelijk in den zin, dat zij het huwelijk verwierp, daar zij de godin was van een nomadisch en matriarchaal jagersvolk, dat het huwelijk nog niet aangenomen had en zij was de godin der bevallingen, die met orgiastische dansen en phallische zinnebeelden vereerd werd. Eerst door een latere gedaanteverwisseling werd Artemis de godin der kuischheid (Farnell,Cults of the Greek States, Deel II, pp. 442et seq.; Sir W. M. Ramsay,Cities of Phrygia, Deel I, p. 96; Paul Lafargue, “Les Mythes Historiques”,Revue des Idées, Dec., 1904).↑12Zie b.v.,Nicomachean Ethics, Bk. III, hoofdst. XIII.↑13De Civitate Dei, lib. XV, cap. XX. Wat verderop (boek XVI, hoofdst. XXV) verwijst hij naar Abraham als naar een man, die met vrouwen kan omgaan zooals het behoort, met zijn vrouw met mate, met zijn bijwijf inschikkelijk, met geen van beide onmatig.↑14Summa, Migne’s uitgave, deel III, qu. 154, art. 1.↑15De meerderheid der kuische jonge mannen, merkt een schrander criticus van het moderne leven op (Hellpach,Nervosität und Kultur, p. 175), wordt alleen gedreven door traditioneele principes, of door verlegenheid, vrees voor venerische infecties, gebrek aan zelfvertrouwen, geldgebrek, zeer zelden door eenige consideratie voor een toekomstige vrouw, en dat zou ook inderdaad een tragi-comische dwaling zijn, want een vrouw hecht geen waarde aan onaangeroerde mannelijkheid. Bovendien, voegt hij er bij, is de kuische man niet in staat met verstand een vrouw te kiezen, en het is onder de onderwijzers en de geestelijken,—de meest kuische klasse—dat de meeste ongelukkige huwelijken gesloten worden. Milton had dit feit al tot een argument gemaakt voor het gemakkelijk maken der echtscheiding.↑16“Bij eten”, zeide Hinton, “hebben wij de taak volbracht om genoegen te vereenigen met de afwezigheid van “lust”. Het probleem voor man en vrouw is den sexueelen hartstocht zoo te gebruiken en te bezitten, dat hij gemaakt wordt tot een werktuig voor hoogere dingen, met geen andere beperking er op dan deze. Zij is essentieel verbonden met dingen van de geestelijke orde, en zou van nature zich daar naar voegen. Er over te denken als enkel lichamelijk is een dwaling”.↑17Ik heb op een andere plaats de behoefte in het moderne leven aan een natuurlijk en ernstig ascetisme breeder besproken (zieAffirmations, 1898) “St. Francis and Others”.↑18Der Wille zur Macht, p. 392.↑19Op den leeftijd van vijf en twintig, toen hij reeds veel mooi werk had gemaakt, schreef Mozart in zijn brieven, dat hij nooit een vrouw had aangeraakt, hoewel hij naar liefde en huwelijk verlangde. Hij had geen middelen om te trouwen, hij wilde geen onschuldig meisje verleiden, een vergeeflijke verhouding was stuitend voor hem.↑20Reibmayr,Die Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. 1. p. 437↑21Maagdelijkheid, dat wil zeggen het bezit van een ongeschonden hymen, kunnen wij—behoeven wij dit nog te herhalen—geheel buiten bespreking laten, daar zij louter een physieke eigenschap is, die niet noodzakelijk ethische verwantschappen heeft. De eisch van maagdelijkheid in vrouwen is, voor het grootste gedeelte, òf de vraag naar een meer verkoopbaar artikel, òf naar een machtiger prikkel voor de mannelijke begeerte. Maagdelijkheid sluit geen moreele eigenschappen in bij haar bezitster. Kuischheid en ascetisme zijn aan den anderen kant woorden zonder beteekenis, behalve als eischen, die de geest aan zichzelf stelt of aan het lichaam dat hij beinvloedt.↑
1Voor Blake en voor Shelley, zoowel als, naar we er mogen bijvoegen, voor Hinton, is kuischheid, zooals Todhunter in zijnStudy of Shelleyopmerkt, een wijze van zich onderwerpen aan het actueele, een verzaken van het oneindige, en daarom voelen zij er niet voor. De kuische man, d.i. de man van voorzichtigheid en zelfbeheersching, is hij, die de naaktheid van zijn oorspronkelijke onschuld verloren heeft.↑2Voor bewijsmateriaal voor de gebruiken van natuurvolken in deze zaak zie men ook hoofdst. IV en VII van deHistory of Human Marriagedoor Westermarck en ook hoofdst. XXXVIII en XVI vanOrigin and Development of the Moral Ideasvan denzelfden schrijver, deel II;Golden Boughvan Fraser bevat veel, dat op het onderwerp betrekking heeft, evenals ookMystic Rosevan Crawley.↑3Zie bv. Westermarck,Origin and Development of the Moral Ideas, vol. II, pp. 412et seq.↑4Zoo verklaarde een oude Maori, eenige jaren geleden, dat de achteruitgang van zijn ras geheel te wijten is aan het verlies van het oude godsdienstige geloof in detabu. “Want”, zeide hij (ik doe een aanhaling uit een Auklandsche courant),“in den ouden tijd was onstapusamengevlochten met het geheele maatschappelijke systeem. Het hoofd, het haar, plaatsen waar geestverschijningen zich vertoonden, plaatsen die detohungasheilig noemden, zijn wij vergeten en hebben wij verwaarloosd. Wie denkt er tegenwoordig aan de heiligheid van het hoofd? Zie, als het water in den ketel kookt, dan springt de jonge man op, neemt zijn pet van zijn hoofd en gebruikt die om den deksel vast te pakken. Wie is er tegenwoordig, die niet met onverschilligheid toeziet als de barbier van het dorp, als hij dicht bij het vuur is, het losse haar van zijn laken er in gooit, en het gescherts en het lachen gaan door alsof niet een heilige handeling juist voleindigd was. Voedsel wordt gegeten op plaatsen, waar men het in vroeger dagen niet overheen durfde dragen”.↑5Zoo bestond, lang voordat er Christelijke monniken optraden, het ascetische kloosterleven in zeer gelijksoortigen geest in Egypte bij de vereering van Serapis (Dill,RomanSociety, p. 79).↑6’s Nachts, in de doopkapel, met lampen, die flauw brandden, werd der vrouwen zelfs haar tunica uitgetrokken, en werden zij driemaal in den poel gedompeld, dan gezalfd, in het wit gekleed, en gekust.↑7Zoo verwijst Jeronimus, in zijn brief aan Eustachius, naar die paren, die “dezelfde kamer deelen, dikwijls hetzelfde bed, en die ons ergdenkend zouden noemen als wij daar conclusies uit trokken”, terwijl Cyprianus (Epistola, 85) niet in staat is het gedrag van die mannen goed te keuren, waarvan hij hoort spreken en waarvan een zelfs een deken is, die in intiemen omgang leven met meisjes, en zelfs in hetzelfde bed met haar slapen; want, zegt hij, het vrouwelijk geslacht is zwak en de jeugd is lichtzinnig.↑8Perpetua (ActaSanctorum, March 7) wordt door Hort en Mayor genoemd “de mooiste bloem in den tuin van het na-apostolisch Christendom”. Zij was echter geen maagd, maar een jonge moeder, met een kind aan de borst.↑9De kracht van het oude Christelijke ascetisme lag in zijn spontaan en vrijwillig karakter. Toen, in de negende eeuw, de Carlovingen probeerden het celibaat in kloosters en aan de geestelijkheid op te leggen, was het resultaat een grote uitbarsting van onkuischheid en misdaad; nonnenkloosters werden bordelen, nonnen waren dikwijls schuldig aan kindermoord, monniken begingen niet te vermelden schanddaden, de vaste geestelijkheid knoopte bloedschendige betrekkingen aan met hun naaste vrouwelijke verwanten. (Lea,History of Sacerdotal Celibacy, vol. I, pp. 155et seq.).↑10Senancour,De l’Amour, deel II p. 233. De Islam heeft veel minder den nadruk gelegd op de kuischheid dan het Christendom, maar in de praktijk is er, naar het schijnt, dikwijls meer eerbied voor kuischheid onder Mohammedaansche dan onder Christelijke heerschappij. Zoo wordt gezegd door “Viator” (Fortnightly Review, Dec. 1908) dat het vroeger, onder Muzelmansche heerschappij, onmogelijk was de deugd van vrouwen in Bosnië te koopen, maar dat het nu, onder de Christelijke heerschappij van Oostenrijk, overal bij de Oostenrijksche grens mogelijk is dit te doen.↑11De basis van dit gevoel werd versterkt, toen het bleek, dat door geleerden was aangetoond, dat de physieke deugd van “maagdelijkheid” onder een valschen naam vermomd was geweest. Een maagd te blijven schijnt in het eerst, onder volken van oude Arische cultuur in het geheel niet een gelofte van kuischheid beteekend te hebben, maar een weigering zich te onderwerpen aan het juk van het patriarchale huwelijk. De vrouwen, die er de voorkeur aan gaven buiten het huwelijk te blijven waren “maagden”, zelfs als zij moeders van groote families waren, en Aeschylus spreekt van de amazonen als van “maagden”, terwijl in het Grieksch het kind van een ongetrouwd meisje altijd “de zoon eener maagd” was. De geschiedenis van Artemis, de meest primitieve van de Grieksche godheden, is uit dit gezichtspunt leerzaam. Zij was oorspronkelijk alleen maagdelijk in den zin, dat zij het huwelijk verwierp, daar zij de godin was van een nomadisch en matriarchaal jagersvolk, dat het huwelijk nog niet aangenomen had en zij was de godin der bevallingen, die met orgiastische dansen en phallische zinnebeelden vereerd werd. Eerst door een latere gedaanteverwisseling werd Artemis de godin der kuischheid (Farnell,Cults of the Greek States, Deel II, pp. 442et seq.; Sir W. M. Ramsay,Cities of Phrygia, Deel I, p. 96; Paul Lafargue, “Les Mythes Historiques”,Revue des Idées, Dec., 1904).↑12Zie b.v.,Nicomachean Ethics, Bk. III, hoofdst. XIII.↑13De Civitate Dei, lib. XV, cap. XX. Wat verderop (boek XVI, hoofdst. XXV) verwijst hij naar Abraham als naar een man, die met vrouwen kan omgaan zooals het behoort, met zijn vrouw met mate, met zijn bijwijf inschikkelijk, met geen van beide onmatig.↑14Summa, Migne’s uitgave, deel III, qu. 154, art. 1.↑15De meerderheid der kuische jonge mannen, merkt een schrander criticus van het moderne leven op (Hellpach,Nervosität und Kultur, p. 175), wordt alleen gedreven door traditioneele principes, of door verlegenheid, vrees voor venerische infecties, gebrek aan zelfvertrouwen, geldgebrek, zeer zelden door eenige consideratie voor een toekomstige vrouw, en dat zou ook inderdaad een tragi-comische dwaling zijn, want een vrouw hecht geen waarde aan onaangeroerde mannelijkheid. Bovendien, voegt hij er bij, is de kuische man niet in staat met verstand een vrouw te kiezen, en het is onder de onderwijzers en de geestelijken,—de meest kuische klasse—dat de meeste ongelukkige huwelijken gesloten worden. Milton had dit feit al tot een argument gemaakt voor het gemakkelijk maken der echtscheiding.↑16“Bij eten”, zeide Hinton, “hebben wij de taak volbracht om genoegen te vereenigen met de afwezigheid van “lust”. Het probleem voor man en vrouw is den sexueelen hartstocht zoo te gebruiken en te bezitten, dat hij gemaakt wordt tot een werktuig voor hoogere dingen, met geen andere beperking er op dan deze. Zij is essentieel verbonden met dingen van de geestelijke orde, en zou van nature zich daar naar voegen. Er over te denken als enkel lichamelijk is een dwaling”.↑17Ik heb op een andere plaats de behoefte in het moderne leven aan een natuurlijk en ernstig ascetisme breeder besproken (zieAffirmations, 1898) “St. Francis and Others”.↑18Der Wille zur Macht, p. 392.↑19Op den leeftijd van vijf en twintig, toen hij reeds veel mooi werk had gemaakt, schreef Mozart in zijn brieven, dat hij nooit een vrouw had aangeraakt, hoewel hij naar liefde en huwelijk verlangde. Hij had geen middelen om te trouwen, hij wilde geen onschuldig meisje verleiden, een vergeeflijke verhouding was stuitend voor hem.↑20Reibmayr,Die Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. 1. p. 437↑21Maagdelijkheid, dat wil zeggen het bezit van een ongeschonden hymen, kunnen wij—behoeven wij dit nog te herhalen—geheel buiten bespreking laten, daar zij louter een physieke eigenschap is, die niet noodzakelijk ethische verwantschappen heeft. De eisch van maagdelijkheid in vrouwen is, voor het grootste gedeelte, òf de vraag naar een meer verkoopbaar artikel, òf naar een machtiger prikkel voor de mannelijke begeerte. Maagdelijkheid sluit geen moreele eigenschappen in bij haar bezitster. Kuischheid en ascetisme zijn aan den anderen kant woorden zonder beteekenis, behalve als eischen, die de geest aan zichzelf stelt of aan het lichaam dat hij beinvloedt.↑
1Voor Blake en voor Shelley, zoowel als, naar we er mogen bijvoegen, voor Hinton, is kuischheid, zooals Todhunter in zijnStudy of Shelleyopmerkt, een wijze van zich onderwerpen aan het actueele, een verzaken van het oneindige, en daarom voelen zij er niet voor. De kuische man, d.i. de man van voorzichtigheid en zelfbeheersching, is hij, die de naaktheid van zijn oorspronkelijke onschuld verloren heeft.↑
2Voor bewijsmateriaal voor de gebruiken van natuurvolken in deze zaak zie men ook hoofdst. IV en VII van deHistory of Human Marriagedoor Westermarck en ook hoofdst. XXXVIII en XVI vanOrigin and Development of the Moral Ideasvan denzelfden schrijver, deel II;Golden Boughvan Fraser bevat veel, dat op het onderwerp betrekking heeft, evenals ookMystic Rosevan Crawley.↑
3Zie bv. Westermarck,Origin and Development of the Moral Ideas, vol. II, pp. 412et seq.↑
4Zoo verklaarde een oude Maori, eenige jaren geleden, dat de achteruitgang van zijn ras geheel te wijten is aan het verlies van het oude godsdienstige geloof in detabu. “Want”, zeide hij (ik doe een aanhaling uit een Auklandsche courant),“in den ouden tijd was onstapusamengevlochten met het geheele maatschappelijke systeem. Het hoofd, het haar, plaatsen waar geestverschijningen zich vertoonden, plaatsen die detohungasheilig noemden, zijn wij vergeten en hebben wij verwaarloosd. Wie denkt er tegenwoordig aan de heiligheid van het hoofd? Zie, als het water in den ketel kookt, dan springt de jonge man op, neemt zijn pet van zijn hoofd en gebruikt die om den deksel vast te pakken. Wie is er tegenwoordig, die niet met onverschilligheid toeziet als de barbier van het dorp, als hij dicht bij het vuur is, het losse haar van zijn laken er in gooit, en het gescherts en het lachen gaan door alsof niet een heilige handeling juist voleindigd was. Voedsel wordt gegeten op plaatsen, waar men het in vroeger dagen niet overheen durfde dragen”.↑
5Zoo bestond, lang voordat er Christelijke monniken optraden, het ascetische kloosterleven in zeer gelijksoortigen geest in Egypte bij de vereering van Serapis (Dill,RomanSociety, p. 79).↑
6’s Nachts, in de doopkapel, met lampen, die flauw brandden, werd der vrouwen zelfs haar tunica uitgetrokken, en werden zij driemaal in den poel gedompeld, dan gezalfd, in het wit gekleed, en gekust.↑
7Zoo verwijst Jeronimus, in zijn brief aan Eustachius, naar die paren, die “dezelfde kamer deelen, dikwijls hetzelfde bed, en die ons ergdenkend zouden noemen als wij daar conclusies uit trokken”, terwijl Cyprianus (Epistola, 85) niet in staat is het gedrag van die mannen goed te keuren, waarvan hij hoort spreken en waarvan een zelfs een deken is, die in intiemen omgang leven met meisjes, en zelfs in hetzelfde bed met haar slapen; want, zegt hij, het vrouwelijk geslacht is zwak en de jeugd is lichtzinnig.↑
8Perpetua (ActaSanctorum, March 7) wordt door Hort en Mayor genoemd “de mooiste bloem in den tuin van het na-apostolisch Christendom”. Zij was echter geen maagd, maar een jonge moeder, met een kind aan de borst.↑
9De kracht van het oude Christelijke ascetisme lag in zijn spontaan en vrijwillig karakter. Toen, in de negende eeuw, de Carlovingen probeerden het celibaat in kloosters en aan de geestelijkheid op te leggen, was het resultaat een grote uitbarsting van onkuischheid en misdaad; nonnenkloosters werden bordelen, nonnen waren dikwijls schuldig aan kindermoord, monniken begingen niet te vermelden schanddaden, de vaste geestelijkheid knoopte bloedschendige betrekkingen aan met hun naaste vrouwelijke verwanten. (Lea,History of Sacerdotal Celibacy, vol. I, pp. 155et seq.).↑
10Senancour,De l’Amour, deel II p. 233. De Islam heeft veel minder den nadruk gelegd op de kuischheid dan het Christendom, maar in de praktijk is er, naar het schijnt, dikwijls meer eerbied voor kuischheid onder Mohammedaansche dan onder Christelijke heerschappij. Zoo wordt gezegd door “Viator” (Fortnightly Review, Dec. 1908) dat het vroeger, onder Muzelmansche heerschappij, onmogelijk was de deugd van vrouwen in Bosnië te koopen, maar dat het nu, onder de Christelijke heerschappij van Oostenrijk, overal bij de Oostenrijksche grens mogelijk is dit te doen.↑
11De basis van dit gevoel werd versterkt, toen het bleek, dat door geleerden was aangetoond, dat de physieke deugd van “maagdelijkheid” onder een valschen naam vermomd was geweest. Een maagd te blijven schijnt in het eerst, onder volken van oude Arische cultuur in het geheel niet een gelofte van kuischheid beteekend te hebben, maar een weigering zich te onderwerpen aan het juk van het patriarchale huwelijk. De vrouwen, die er de voorkeur aan gaven buiten het huwelijk te blijven waren “maagden”, zelfs als zij moeders van groote families waren, en Aeschylus spreekt van de amazonen als van “maagden”, terwijl in het Grieksch het kind van een ongetrouwd meisje altijd “de zoon eener maagd” was. De geschiedenis van Artemis, de meest primitieve van de Grieksche godheden, is uit dit gezichtspunt leerzaam. Zij was oorspronkelijk alleen maagdelijk in den zin, dat zij het huwelijk verwierp, daar zij de godin was van een nomadisch en matriarchaal jagersvolk, dat het huwelijk nog niet aangenomen had en zij was de godin der bevallingen, die met orgiastische dansen en phallische zinnebeelden vereerd werd. Eerst door een latere gedaanteverwisseling werd Artemis de godin der kuischheid (Farnell,Cults of the Greek States, Deel II, pp. 442et seq.; Sir W. M. Ramsay,Cities of Phrygia, Deel I, p. 96; Paul Lafargue, “Les Mythes Historiques”,Revue des Idées, Dec., 1904).↑
12Zie b.v.,Nicomachean Ethics, Bk. III, hoofdst. XIII.↑
13De Civitate Dei, lib. XV, cap. XX. Wat verderop (boek XVI, hoofdst. XXV) verwijst hij naar Abraham als naar een man, die met vrouwen kan omgaan zooals het behoort, met zijn vrouw met mate, met zijn bijwijf inschikkelijk, met geen van beide onmatig.↑
14Summa, Migne’s uitgave, deel III, qu. 154, art. 1.↑
15De meerderheid der kuische jonge mannen, merkt een schrander criticus van het moderne leven op (Hellpach,Nervosität und Kultur, p. 175), wordt alleen gedreven door traditioneele principes, of door verlegenheid, vrees voor venerische infecties, gebrek aan zelfvertrouwen, geldgebrek, zeer zelden door eenige consideratie voor een toekomstige vrouw, en dat zou ook inderdaad een tragi-comische dwaling zijn, want een vrouw hecht geen waarde aan onaangeroerde mannelijkheid. Bovendien, voegt hij er bij, is de kuische man niet in staat met verstand een vrouw te kiezen, en het is onder de onderwijzers en de geestelijken,—de meest kuische klasse—dat de meeste ongelukkige huwelijken gesloten worden. Milton had dit feit al tot een argument gemaakt voor het gemakkelijk maken der echtscheiding.↑
16“Bij eten”, zeide Hinton, “hebben wij de taak volbracht om genoegen te vereenigen met de afwezigheid van “lust”. Het probleem voor man en vrouw is den sexueelen hartstocht zoo te gebruiken en te bezitten, dat hij gemaakt wordt tot een werktuig voor hoogere dingen, met geen andere beperking er op dan deze. Zij is essentieel verbonden met dingen van de geestelijke orde, en zou van nature zich daar naar voegen. Er over te denken als enkel lichamelijk is een dwaling”.↑
17Ik heb op een andere plaats de behoefte in het moderne leven aan een natuurlijk en ernstig ascetisme breeder besproken (zieAffirmations, 1898) “St. Francis and Others”.↑
18Der Wille zur Macht, p. 392.↑
19Op den leeftijd van vijf en twintig, toen hij reeds veel mooi werk had gemaakt, schreef Mozart in zijn brieven, dat hij nooit een vrouw had aangeraakt, hoewel hij naar liefde en huwelijk verlangde. Hij had geen middelen om te trouwen, hij wilde geen onschuldig meisje verleiden, een vergeeflijke verhouding was stuitend voor hem.↑
20Reibmayr,Die Entwicklungsgeschichte des Talentes und Genies, Bd. 1. p. 437↑
21Maagdelijkheid, dat wil zeggen het bezit van een ongeschonden hymen, kunnen wij—behoeven wij dit nog te herhalen—geheel buiten bespreking laten, daar zij louter een physieke eigenschap is, die niet noodzakelijk ethische verwantschappen heeft. De eisch van maagdelijkheid in vrouwen is, voor het grootste gedeelte, òf de vraag naar een meer verkoopbaar artikel, òf naar een machtiger prikkel voor de mannelijke begeerte. Maagdelijkheid sluit geen moreele eigenschappen in bij haar bezitster. Kuischheid en ascetisme zijn aan den anderen kant woorden zonder beteekenis, behalve als eischen, die de geest aan zichzelf stelt of aan het lichaam dat hij beinvloedt.↑