Chapter 34

Zoo schijnt het wel waarschijnlijk, dat de toename van de moreele verantwoordelijkheid er toe leiden zal het gedrag van een vrouw begrijpelijker te maken voor anderen54; het zal er in ieder geval toe leiden, dat anderen er zich minder mee bemoeien. Dit geldt zeer bijzonder voor de verhoudingen van de seksen. Vroeger waren het de mannen, die zich in vele vormen van deugd moesten oefenen; terwijl maar éen deugd voor de vrouwen openstond. Dat is niet langer mogelijk. Als we de vrouw belasten met de voornaamste verantwoordelijkheid voor haar eigen sexueel gedrag, dan berooven we daarmee dat gedrag van zijn duidelijk openlijk karakter als een deugd of als een ondeugd. Sexueele vereeniging is zoowel voor de vrouw als voor den man een physiologisch feit; het kan ook een geestelijk feit zijn; maar het is geen maatschappelijk feit. Het is integendeel een daad, die, meer dan alle andere daden, terugtrekking en heimelijkheid voor hare voltrekking noodig heeft. Dat is inderdaad een algemeen menschelijk, bijna zoölogisch feit. Bovendien wordt deze eisch van heimelijkheid meer speciaal gedaan door de vrouw, ten gevolge van haar grootere ingetogenheid, die, zooals we reden hebben om te gelooven, een biologische basis heeft. Niet voordat een kind geboren is of ontvangen, heeft de gemeenschap eenig recht zich te interesseeren voor de sexueele daden van haar leden. De sexueele daad gaat de gemeenschap niet meer aan, dan eenige andere persoonlijke physiologische daad. Het is onbeschaamd, zoo niet ergerlijk, hier navraag te doen. Maar de geboorte van een kind is een maatschappelijke gebeurtenis. Niet wat den schoot ingaat, maar wat die schoot baart, is van belang voor de maatschappij. De maatschappij wordt uitgenoodigd een nieuwen burger te ontvangen. Ze heeft recht te eischen, dat die burger een plaats in haar midden waardig zal zijn, en dat hij behoorlijk zal worden geïntroduceerd door een verantwoordelijken vader en een verantwoordelijkemoeder. De sexueele moraal draait, zooals Ellen Key gezegd heeft, heelemaal om het kind.Bij dit laatste punt van onze bespreking over de sexueele moraal zullen we misschien de enorme verandering kunnen opmerken, die de ontwikkeling bij de vrouwen van de moreele verantwoordelijkheid in zich sluit. Zoolang alle verantwoordelijkheid aan de vrouwen ontzegd werd, zoolang een vader of een man, gesteund door de gemeenschap, zich verantwoordelijk stelde voor het sexueele gedrag van de vrouw, voor haar “deugd”, was het noodig, dat de geheele sexueele moraal zou draaien om den ingang van de vagina. Het werd absoluut het hoofdpunt voor het behoud van de moraal, dat alle oogen van de gemeenschap steeds zouden gericht zijn op dat punt, en ook de geheele huwelijkswet moest er op gericht zijn. Dat is niet langer mogelijk. Als een vrouw haar eigen moreele verantwoordelijkheid op zich neemt, in sexueele evenals in andere zaken, dan wordt het niet alleen ondragelijk, maar ook zonder beteekenis voor de gemeenschap, in haar meest intieme physiologische of geestelijke daden te speuren. Zij is zelf direct verantwoordelijk aan de maatschappij, zoodra zij een maatschappelijke daad doet, en niet vóor dien tijd.Vooral met betrekking tot het moederschap is de verwerkelijking van alles, wat in de nieuwe moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen besloten is, van beteekenis. Onder een systeem van moraal, waarbij een man vrijgelaten wordt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor zijn sexueele daden, terwijl een vrouw niet even vrij is om dat ook te doen, wordt een premie gesteld op sexueele daden, die niet uitloopen op voortplanting, en wordt er een straf gesteld op de daden, die tot de voortplanting leiden. De reden is, dat bij de eerste klasse van daden de mannen voornamelijk bevrediging vinden; en dat in de andere klassen de vrouwen voornamelijk bevrediging vinden. Want het tragische in de oude sexueele moraal was, dat, terwijl ze alleen de mannen verantwoordelijk stelde voor sexueele daden, waarin de man en de vrouw beiden deel namen, de vrouwen zoowel maatschappelijk als wettelijk in de onmogelijkheid gesteld werden zich het feit van de mannelijke verantwoordelijkheid ten nutte te maken, tenzij ze de voorwaarden vervuld hadden, die de mannen voor haar gemaakt hadden, en die ze zichzelf toch niet oplegden. De daad van sexueelen omgang, die de daad was, waarin de mannen het meeste genoegen vonden, was onder alle omstandigheden een daad van gering maatschappelijk belang; de daad van het ter wereld brengen van een kind, die voor de vrouwen de meest werkelijk bevredigende van alle sexueele daden is, werd als een misdaad beschouwd, tenzij de vrouw van tevoren de voorwaarden vervuld had, die door den man geëischt werden. Dat was misschien het ongelukkigste en zeker het onnatuurlijkste van de resultaten vande patriarchale regeling van de maatschappij. Ze heeft nooit bestaan in een of anderen grooten Staat, waar de vrouwen wetgevende macht bezeten hebben.Natuurlijk is er door abstracte theoretici gezegd, dat de vrouwen de zaken zelf in de hand hebben. Zij moeten nooit van een man houden, eer zij hem veilig in de wettige banden van het huwelijk vast hebben. Zulk een argument dient nergens toe, want het neemt geen nota van het feit, dat, terwijl liefde en zelfs monogamie natuurlijk zijn, het wettige huwelijk alleen maar een uiterlijke vorm is, met een zeer zwakke macht om de natuurlijke impulsen ten onder te brengen, behalve wanneer deze impulsen zwak zijn, en in het geheel geen macht om ze duurzaam ten onder te brengen. Beschaving sluit in zich den groei van het vooruitzien, en van zelfbeheersching in beide seksen; maar het is dwaas deze fijnste en laatste uitloopers van de beschaving bloot te stellen aan een druk, waartegen ze nooit bestand zouden kunnen zijn. Hoe dwaas het is, is kort en bondig, aangetoond door Lea in zijn bewonderenswaardigeHistory of Sacerdotal Celibacy.Vergelijken wij verder de geschiktheid van de beide geslachten op dit bijzondere gebied met elkaar, dan moeten wij er aan denken, dat mannen meer kracht van vooruitzien en zelfbeheersching bezitten, niettegenstaande de bescheidenheid en terughouding van de vrouwen. De sexueele sfeer is oneindig veel uitgebreider bij de vrouwen, zoodat, als de werkzaamheid eenmaal opgewekt is, het veel moeilijker is ze meester te worden of te beheerschen. Het is derhalve oneerlijk jegens de vrouwen, en het begunstigt in ongepaste mate de mannen, als een te hooge prijs wordt gesteld op vooruitzien en zelfbeheersching in sexueele zaken. Daar de vrouwen de overheerschende rol spelen in deze zaak der sexueele sfeer, moeten haar natuurlijke behoeften, eer dan die van de mannen, den standaard aangeven.Met het erkennen van de moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen vinden de natuurlijke levensverhoudingen weer hun juiste oriënteering. Het moederschap wordt in zijn oude heiligheid hersteld. Het wordt de zaak van de vrouw zelf, en niet van de maatschappij of van eenig individu, om de voorwaarden te bepalen, waaronder het kind zal ontvangen worden. De maatschappij heeft het recht te eischen, dat de vader in ieder geval het feit van het vaderschap zal erkennen, maar ze moet de voornaamste verantwoordelijkheid voor al de omstandigheden van de kindervoortbrenging overlaten aan de moeder. Dat is het gezichtspunt, dat nu grond wint in alle beschaafde landen, zoowel in theorie als in de praktijk55.

Zoo schijnt het wel waarschijnlijk, dat de toename van de moreele verantwoordelijkheid er toe leiden zal het gedrag van een vrouw begrijpelijker te maken voor anderen54; het zal er in ieder geval toe leiden, dat anderen er zich minder mee bemoeien. Dit geldt zeer bijzonder voor de verhoudingen van de seksen. Vroeger waren het de mannen, die zich in vele vormen van deugd moesten oefenen; terwijl maar éen deugd voor de vrouwen openstond. Dat is niet langer mogelijk. Als we de vrouw belasten met de voornaamste verantwoordelijkheid voor haar eigen sexueel gedrag, dan berooven we daarmee dat gedrag van zijn duidelijk openlijk karakter als een deugd of als een ondeugd. Sexueele vereeniging is zoowel voor de vrouw als voor den man een physiologisch feit; het kan ook een geestelijk feit zijn; maar het is geen maatschappelijk feit. Het is integendeel een daad, die, meer dan alle andere daden, terugtrekking en heimelijkheid voor hare voltrekking noodig heeft. Dat is inderdaad een algemeen menschelijk, bijna zoölogisch feit. Bovendien wordt deze eisch van heimelijkheid meer speciaal gedaan door de vrouw, ten gevolge van haar grootere ingetogenheid, die, zooals we reden hebben om te gelooven, een biologische basis heeft. Niet voordat een kind geboren is of ontvangen, heeft de gemeenschap eenig recht zich te interesseeren voor de sexueele daden van haar leden. De sexueele daad gaat de gemeenschap niet meer aan, dan eenige andere persoonlijke physiologische daad. Het is onbeschaamd, zoo niet ergerlijk, hier navraag te doen. Maar de geboorte van een kind is een maatschappelijke gebeurtenis. Niet wat den schoot ingaat, maar wat die schoot baart, is van belang voor de maatschappij. De maatschappij wordt uitgenoodigd een nieuwen burger te ontvangen. Ze heeft recht te eischen, dat die burger een plaats in haar midden waardig zal zijn, en dat hij behoorlijk zal worden geïntroduceerd door een verantwoordelijken vader en een verantwoordelijkemoeder. De sexueele moraal draait, zooals Ellen Key gezegd heeft, heelemaal om het kind.Bij dit laatste punt van onze bespreking over de sexueele moraal zullen we misschien de enorme verandering kunnen opmerken, die de ontwikkeling bij de vrouwen van de moreele verantwoordelijkheid in zich sluit. Zoolang alle verantwoordelijkheid aan de vrouwen ontzegd werd, zoolang een vader of een man, gesteund door de gemeenschap, zich verantwoordelijk stelde voor het sexueele gedrag van de vrouw, voor haar “deugd”, was het noodig, dat de geheele sexueele moraal zou draaien om den ingang van de vagina. Het werd absoluut het hoofdpunt voor het behoud van de moraal, dat alle oogen van de gemeenschap steeds zouden gericht zijn op dat punt, en ook de geheele huwelijkswet moest er op gericht zijn. Dat is niet langer mogelijk. Als een vrouw haar eigen moreele verantwoordelijkheid op zich neemt, in sexueele evenals in andere zaken, dan wordt het niet alleen ondragelijk, maar ook zonder beteekenis voor de gemeenschap, in haar meest intieme physiologische of geestelijke daden te speuren. Zij is zelf direct verantwoordelijk aan de maatschappij, zoodra zij een maatschappelijke daad doet, en niet vóor dien tijd.Vooral met betrekking tot het moederschap is de verwerkelijking van alles, wat in de nieuwe moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen besloten is, van beteekenis. Onder een systeem van moraal, waarbij een man vrijgelaten wordt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor zijn sexueele daden, terwijl een vrouw niet even vrij is om dat ook te doen, wordt een premie gesteld op sexueele daden, die niet uitloopen op voortplanting, en wordt er een straf gesteld op de daden, die tot de voortplanting leiden. De reden is, dat bij de eerste klasse van daden de mannen voornamelijk bevrediging vinden; en dat in de andere klassen de vrouwen voornamelijk bevrediging vinden. Want het tragische in de oude sexueele moraal was, dat, terwijl ze alleen de mannen verantwoordelijk stelde voor sexueele daden, waarin de man en de vrouw beiden deel namen, de vrouwen zoowel maatschappelijk als wettelijk in de onmogelijkheid gesteld werden zich het feit van de mannelijke verantwoordelijkheid ten nutte te maken, tenzij ze de voorwaarden vervuld hadden, die de mannen voor haar gemaakt hadden, en die ze zichzelf toch niet oplegden. De daad van sexueelen omgang, die de daad was, waarin de mannen het meeste genoegen vonden, was onder alle omstandigheden een daad van gering maatschappelijk belang; de daad van het ter wereld brengen van een kind, die voor de vrouwen de meest werkelijk bevredigende van alle sexueele daden is, werd als een misdaad beschouwd, tenzij de vrouw van tevoren de voorwaarden vervuld had, die door den man geëischt werden. Dat was misschien het ongelukkigste en zeker het onnatuurlijkste van de resultaten vande patriarchale regeling van de maatschappij. Ze heeft nooit bestaan in een of anderen grooten Staat, waar de vrouwen wetgevende macht bezeten hebben.Natuurlijk is er door abstracte theoretici gezegd, dat de vrouwen de zaken zelf in de hand hebben. Zij moeten nooit van een man houden, eer zij hem veilig in de wettige banden van het huwelijk vast hebben. Zulk een argument dient nergens toe, want het neemt geen nota van het feit, dat, terwijl liefde en zelfs monogamie natuurlijk zijn, het wettige huwelijk alleen maar een uiterlijke vorm is, met een zeer zwakke macht om de natuurlijke impulsen ten onder te brengen, behalve wanneer deze impulsen zwak zijn, en in het geheel geen macht om ze duurzaam ten onder te brengen. Beschaving sluit in zich den groei van het vooruitzien, en van zelfbeheersching in beide seksen; maar het is dwaas deze fijnste en laatste uitloopers van de beschaving bloot te stellen aan een druk, waartegen ze nooit bestand zouden kunnen zijn. Hoe dwaas het is, is kort en bondig, aangetoond door Lea in zijn bewonderenswaardigeHistory of Sacerdotal Celibacy.Vergelijken wij verder de geschiktheid van de beide geslachten op dit bijzondere gebied met elkaar, dan moeten wij er aan denken, dat mannen meer kracht van vooruitzien en zelfbeheersching bezitten, niettegenstaande de bescheidenheid en terughouding van de vrouwen. De sexueele sfeer is oneindig veel uitgebreider bij de vrouwen, zoodat, als de werkzaamheid eenmaal opgewekt is, het veel moeilijker is ze meester te worden of te beheerschen. Het is derhalve oneerlijk jegens de vrouwen, en het begunstigt in ongepaste mate de mannen, als een te hooge prijs wordt gesteld op vooruitzien en zelfbeheersching in sexueele zaken. Daar de vrouwen de overheerschende rol spelen in deze zaak der sexueele sfeer, moeten haar natuurlijke behoeften, eer dan die van de mannen, den standaard aangeven.Met het erkennen van de moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen vinden de natuurlijke levensverhoudingen weer hun juiste oriënteering. Het moederschap wordt in zijn oude heiligheid hersteld. Het wordt de zaak van de vrouw zelf, en niet van de maatschappij of van eenig individu, om de voorwaarden te bepalen, waaronder het kind zal ontvangen worden. De maatschappij heeft het recht te eischen, dat de vader in ieder geval het feit van het vaderschap zal erkennen, maar ze moet de voornaamste verantwoordelijkheid voor al de omstandigheden van de kindervoortbrenging overlaten aan de moeder. Dat is het gezichtspunt, dat nu grond wint in alle beschaafde landen, zoowel in theorie als in de praktijk55.

Zoo schijnt het wel waarschijnlijk, dat de toename van de moreele verantwoordelijkheid er toe leiden zal het gedrag van een vrouw begrijpelijker te maken voor anderen54; het zal er in ieder geval toe leiden, dat anderen er zich minder mee bemoeien. Dit geldt zeer bijzonder voor de verhoudingen van de seksen. Vroeger waren het de mannen, die zich in vele vormen van deugd moesten oefenen; terwijl maar éen deugd voor de vrouwen openstond. Dat is niet langer mogelijk. Als we de vrouw belasten met de voornaamste verantwoordelijkheid voor haar eigen sexueel gedrag, dan berooven we daarmee dat gedrag van zijn duidelijk openlijk karakter als een deugd of als een ondeugd. Sexueele vereeniging is zoowel voor de vrouw als voor den man een physiologisch feit; het kan ook een geestelijk feit zijn; maar het is geen maatschappelijk feit. Het is integendeel een daad, die, meer dan alle andere daden, terugtrekking en heimelijkheid voor hare voltrekking noodig heeft. Dat is inderdaad een algemeen menschelijk, bijna zoölogisch feit. Bovendien wordt deze eisch van heimelijkheid meer speciaal gedaan door de vrouw, ten gevolge van haar grootere ingetogenheid, die, zooals we reden hebben om te gelooven, een biologische basis heeft. Niet voordat een kind geboren is of ontvangen, heeft de gemeenschap eenig recht zich te interesseeren voor de sexueele daden van haar leden. De sexueele daad gaat de gemeenschap niet meer aan, dan eenige andere persoonlijke physiologische daad. Het is onbeschaamd, zoo niet ergerlijk, hier navraag te doen. Maar de geboorte van een kind is een maatschappelijke gebeurtenis. Niet wat den schoot ingaat, maar wat die schoot baart, is van belang voor de maatschappij. De maatschappij wordt uitgenoodigd een nieuwen burger te ontvangen. Ze heeft recht te eischen, dat die burger een plaats in haar midden waardig zal zijn, en dat hij behoorlijk zal worden geïntroduceerd door een verantwoordelijken vader en een verantwoordelijkemoeder. De sexueele moraal draait, zooals Ellen Key gezegd heeft, heelemaal om het kind.Bij dit laatste punt van onze bespreking over de sexueele moraal zullen we misschien de enorme verandering kunnen opmerken, die de ontwikkeling bij de vrouwen van de moreele verantwoordelijkheid in zich sluit. Zoolang alle verantwoordelijkheid aan de vrouwen ontzegd werd, zoolang een vader of een man, gesteund door de gemeenschap, zich verantwoordelijk stelde voor het sexueele gedrag van de vrouw, voor haar “deugd”, was het noodig, dat de geheele sexueele moraal zou draaien om den ingang van de vagina. Het werd absoluut het hoofdpunt voor het behoud van de moraal, dat alle oogen van de gemeenschap steeds zouden gericht zijn op dat punt, en ook de geheele huwelijkswet moest er op gericht zijn. Dat is niet langer mogelijk. Als een vrouw haar eigen moreele verantwoordelijkheid op zich neemt, in sexueele evenals in andere zaken, dan wordt het niet alleen ondragelijk, maar ook zonder beteekenis voor de gemeenschap, in haar meest intieme physiologische of geestelijke daden te speuren. Zij is zelf direct verantwoordelijk aan de maatschappij, zoodra zij een maatschappelijke daad doet, en niet vóor dien tijd.Vooral met betrekking tot het moederschap is de verwerkelijking van alles, wat in de nieuwe moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen besloten is, van beteekenis. Onder een systeem van moraal, waarbij een man vrijgelaten wordt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor zijn sexueele daden, terwijl een vrouw niet even vrij is om dat ook te doen, wordt een premie gesteld op sexueele daden, die niet uitloopen op voortplanting, en wordt er een straf gesteld op de daden, die tot de voortplanting leiden. De reden is, dat bij de eerste klasse van daden de mannen voornamelijk bevrediging vinden; en dat in de andere klassen de vrouwen voornamelijk bevrediging vinden. Want het tragische in de oude sexueele moraal was, dat, terwijl ze alleen de mannen verantwoordelijk stelde voor sexueele daden, waarin de man en de vrouw beiden deel namen, de vrouwen zoowel maatschappelijk als wettelijk in de onmogelijkheid gesteld werden zich het feit van de mannelijke verantwoordelijkheid ten nutte te maken, tenzij ze de voorwaarden vervuld hadden, die de mannen voor haar gemaakt hadden, en die ze zichzelf toch niet oplegden. De daad van sexueelen omgang, die de daad was, waarin de mannen het meeste genoegen vonden, was onder alle omstandigheden een daad van gering maatschappelijk belang; de daad van het ter wereld brengen van een kind, die voor de vrouwen de meest werkelijk bevredigende van alle sexueele daden is, werd als een misdaad beschouwd, tenzij de vrouw van tevoren de voorwaarden vervuld had, die door den man geëischt werden. Dat was misschien het ongelukkigste en zeker het onnatuurlijkste van de resultaten vande patriarchale regeling van de maatschappij. Ze heeft nooit bestaan in een of anderen grooten Staat, waar de vrouwen wetgevende macht bezeten hebben.Natuurlijk is er door abstracte theoretici gezegd, dat de vrouwen de zaken zelf in de hand hebben. Zij moeten nooit van een man houden, eer zij hem veilig in de wettige banden van het huwelijk vast hebben. Zulk een argument dient nergens toe, want het neemt geen nota van het feit, dat, terwijl liefde en zelfs monogamie natuurlijk zijn, het wettige huwelijk alleen maar een uiterlijke vorm is, met een zeer zwakke macht om de natuurlijke impulsen ten onder te brengen, behalve wanneer deze impulsen zwak zijn, en in het geheel geen macht om ze duurzaam ten onder te brengen. Beschaving sluit in zich den groei van het vooruitzien, en van zelfbeheersching in beide seksen; maar het is dwaas deze fijnste en laatste uitloopers van de beschaving bloot te stellen aan een druk, waartegen ze nooit bestand zouden kunnen zijn. Hoe dwaas het is, is kort en bondig, aangetoond door Lea in zijn bewonderenswaardigeHistory of Sacerdotal Celibacy.Vergelijken wij verder de geschiktheid van de beide geslachten op dit bijzondere gebied met elkaar, dan moeten wij er aan denken, dat mannen meer kracht van vooruitzien en zelfbeheersching bezitten, niettegenstaande de bescheidenheid en terughouding van de vrouwen. De sexueele sfeer is oneindig veel uitgebreider bij de vrouwen, zoodat, als de werkzaamheid eenmaal opgewekt is, het veel moeilijker is ze meester te worden of te beheerschen. Het is derhalve oneerlijk jegens de vrouwen, en het begunstigt in ongepaste mate de mannen, als een te hooge prijs wordt gesteld op vooruitzien en zelfbeheersching in sexueele zaken. Daar de vrouwen de overheerschende rol spelen in deze zaak der sexueele sfeer, moeten haar natuurlijke behoeften, eer dan die van de mannen, den standaard aangeven.Met het erkennen van de moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen vinden de natuurlijke levensverhoudingen weer hun juiste oriënteering. Het moederschap wordt in zijn oude heiligheid hersteld. Het wordt de zaak van de vrouw zelf, en niet van de maatschappij of van eenig individu, om de voorwaarden te bepalen, waaronder het kind zal ontvangen worden. De maatschappij heeft het recht te eischen, dat de vader in ieder geval het feit van het vaderschap zal erkennen, maar ze moet de voornaamste verantwoordelijkheid voor al de omstandigheden van de kindervoortbrenging overlaten aan de moeder. Dat is het gezichtspunt, dat nu grond wint in alle beschaafde landen, zoowel in theorie als in de praktijk55.

Zoo schijnt het wel waarschijnlijk, dat de toename van de moreele verantwoordelijkheid er toe leiden zal het gedrag van een vrouw begrijpelijker te maken voor anderen54; het zal er in ieder geval toe leiden, dat anderen er zich minder mee bemoeien. Dit geldt zeer bijzonder voor de verhoudingen van de seksen. Vroeger waren het de mannen, die zich in vele vormen van deugd moesten oefenen; terwijl maar éen deugd voor de vrouwen openstond. Dat is niet langer mogelijk. Als we de vrouw belasten met de voornaamste verantwoordelijkheid voor haar eigen sexueel gedrag, dan berooven we daarmee dat gedrag van zijn duidelijk openlijk karakter als een deugd of als een ondeugd. Sexueele vereeniging is zoowel voor de vrouw als voor den man een physiologisch feit; het kan ook een geestelijk feit zijn; maar het is geen maatschappelijk feit. Het is integendeel een daad, die, meer dan alle andere daden, terugtrekking en heimelijkheid voor hare voltrekking noodig heeft. Dat is inderdaad een algemeen menschelijk, bijna zoölogisch feit. Bovendien wordt deze eisch van heimelijkheid meer speciaal gedaan door de vrouw, ten gevolge van haar grootere ingetogenheid, die, zooals we reden hebben om te gelooven, een biologische basis heeft. Niet voordat een kind geboren is of ontvangen, heeft de gemeenschap eenig recht zich te interesseeren voor de sexueele daden van haar leden. De sexueele daad gaat de gemeenschap niet meer aan, dan eenige andere persoonlijke physiologische daad. Het is onbeschaamd, zoo niet ergerlijk, hier navraag te doen. Maar de geboorte van een kind is een maatschappelijke gebeurtenis. Niet wat den schoot ingaat, maar wat die schoot baart, is van belang voor de maatschappij. De maatschappij wordt uitgenoodigd een nieuwen burger te ontvangen. Ze heeft recht te eischen, dat die burger een plaats in haar midden waardig zal zijn, en dat hij behoorlijk zal worden geïntroduceerd door een verantwoordelijken vader en een verantwoordelijkemoeder. De sexueele moraal draait, zooals Ellen Key gezegd heeft, heelemaal om het kind.

Bij dit laatste punt van onze bespreking over de sexueele moraal zullen we misschien de enorme verandering kunnen opmerken, die de ontwikkeling bij de vrouwen van de moreele verantwoordelijkheid in zich sluit. Zoolang alle verantwoordelijkheid aan de vrouwen ontzegd werd, zoolang een vader of een man, gesteund door de gemeenschap, zich verantwoordelijk stelde voor het sexueele gedrag van de vrouw, voor haar “deugd”, was het noodig, dat de geheele sexueele moraal zou draaien om den ingang van de vagina. Het werd absoluut het hoofdpunt voor het behoud van de moraal, dat alle oogen van de gemeenschap steeds zouden gericht zijn op dat punt, en ook de geheele huwelijkswet moest er op gericht zijn. Dat is niet langer mogelijk. Als een vrouw haar eigen moreele verantwoordelijkheid op zich neemt, in sexueele evenals in andere zaken, dan wordt het niet alleen ondragelijk, maar ook zonder beteekenis voor de gemeenschap, in haar meest intieme physiologische of geestelijke daden te speuren. Zij is zelf direct verantwoordelijk aan de maatschappij, zoodra zij een maatschappelijke daad doet, en niet vóor dien tijd.

Vooral met betrekking tot het moederschap is de verwerkelijking van alles, wat in de nieuwe moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen besloten is, van beteekenis. Onder een systeem van moraal, waarbij een man vrijgelaten wordt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor zijn sexueele daden, terwijl een vrouw niet even vrij is om dat ook te doen, wordt een premie gesteld op sexueele daden, die niet uitloopen op voortplanting, en wordt er een straf gesteld op de daden, die tot de voortplanting leiden. De reden is, dat bij de eerste klasse van daden de mannen voornamelijk bevrediging vinden; en dat in de andere klassen de vrouwen voornamelijk bevrediging vinden. Want het tragische in de oude sexueele moraal was, dat, terwijl ze alleen de mannen verantwoordelijk stelde voor sexueele daden, waarin de man en de vrouw beiden deel namen, de vrouwen zoowel maatschappelijk als wettelijk in de onmogelijkheid gesteld werden zich het feit van de mannelijke verantwoordelijkheid ten nutte te maken, tenzij ze de voorwaarden vervuld hadden, die de mannen voor haar gemaakt hadden, en die ze zichzelf toch niet oplegden. De daad van sexueelen omgang, die de daad was, waarin de mannen het meeste genoegen vonden, was onder alle omstandigheden een daad van gering maatschappelijk belang; de daad van het ter wereld brengen van een kind, die voor de vrouwen de meest werkelijk bevredigende van alle sexueele daden is, werd als een misdaad beschouwd, tenzij de vrouw van tevoren de voorwaarden vervuld had, die door den man geëischt werden. Dat was misschien het ongelukkigste en zeker het onnatuurlijkste van de resultaten vande patriarchale regeling van de maatschappij. Ze heeft nooit bestaan in een of anderen grooten Staat, waar de vrouwen wetgevende macht bezeten hebben.

Natuurlijk is er door abstracte theoretici gezegd, dat de vrouwen de zaken zelf in de hand hebben. Zij moeten nooit van een man houden, eer zij hem veilig in de wettige banden van het huwelijk vast hebben. Zulk een argument dient nergens toe, want het neemt geen nota van het feit, dat, terwijl liefde en zelfs monogamie natuurlijk zijn, het wettige huwelijk alleen maar een uiterlijke vorm is, met een zeer zwakke macht om de natuurlijke impulsen ten onder te brengen, behalve wanneer deze impulsen zwak zijn, en in het geheel geen macht om ze duurzaam ten onder te brengen. Beschaving sluit in zich den groei van het vooruitzien, en van zelfbeheersching in beide seksen; maar het is dwaas deze fijnste en laatste uitloopers van de beschaving bloot te stellen aan een druk, waartegen ze nooit bestand zouden kunnen zijn. Hoe dwaas het is, is kort en bondig, aangetoond door Lea in zijn bewonderenswaardigeHistory of Sacerdotal Celibacy.Vergelijken wij verder de geschiktheid van de beide geslachten op dit bijzondere gebied met elkaar, dan moeten wij er aan denken, dat mannen meer kracht van vooruitzien en zelfbeheersching bezitten, niettegenstaande de bescheidenheid en terughouding van de vrouwen. De sexueele sfeer is oneindig veel uitgebreider bij de vrouwen, zoodat, als de werkzaamheid eenmaal opgewekt is, het veel moeilijker is ze meester te worden of te beheerschen. Het is derhalve oneerlijk jegens de vrouwen, en het begunstigt in ongepaste mate de mannen, als een te hooge prijs wordt gesteld op vooruitzien en zelfbeheersching in sexueele zaken. Daar de vrouwen de overheerschende rol spelen in deze zaak der sexueele sfeer, moeten haar natuurlijke behoeften, eer dan die van de mannen, den standaard aangeven.

Natuurlijk is er door abstracte theoretici gezegd, dat de vrouwen de zaken zelf in de hand hebben. Zij moeten nooit van een man houden, eer zij hem veilig in de wettige banden van het huwelijk vast hebben. Zulk een argument dient nergens toe, want het neemt geen nota van het feit, dat, terwijl liefde en zelfs monogamie natuurlijk zijn, het wettige huwelijk alleen maar een uiterlijke vorm is, met een zeer zwakke macht om de natuurlijke impulsen ten onder te brengen, behalve wanneer deze impulsen zwak zijn, en in het geheel geen macht om ze duurzaam ten onder te brengen. Beschaving sluit in zich den groei van het vooruitzien, en van zelfbeheersching in beide seksen; maar het is dwaas deze fijnste en laatste uitloopers van de beschaving bloot te stellen aan een druk, waartegen ze nooit bestand zouden kunnen zijn. Hoe dwaas het is, is kort en bondig, aangetoond door Lea in zijn bewonderenswaardigeHistory of Sacerdotal Celibacy.

Vergelijken wij verder de geschiktheid van de beide geslachten op dit bijzondere gebied met elkaar, dan moeten wij er aan denken, dat mannen meer kracht van vooruitzien en zelfbeheersching bezitten, niettegenstaande de bescheidenheid en terughouding van de vrouwen. De sexueele sfeer is oneindig veel uitgebreider bij de vrouwen, zoodat, als de werkzaamheid eenmaal opgewekt is, het veel moeilijker is ze meester te worden of te beheerschen. Het is derhalve oneerlijk jegens de vrouwen, en het begunstigt in ongepaste mate de mannen, als een te hooge prijs wordt gesteld op vooruitzien en zelfbeheersching in sexueele zaken. Daar de vrouwen de overheerschende rol spelen in deze zaak der sexueele sfeer, moeten haar natuurlijke behoeften, eer dan die van de mannen, den standaard aangeven.

Met het erkennen van de moreele verantwoordelijkheid van de vrouwen vinden de natuurlijke levensverhoudingen weer hun juiste oriënteering. Het moederschap wordt in zijn oude heiligheid hersteld. Het wordt de zaak van de vrouw zelf, en niet van de maatschappij of van eenig individu, om de voorwaarden te bepalen, waaronder het kind zal ontvangen worden. De maatschappij heeft het recht te eischen, dat de vader in ieder geval het feit van het vaderschap zal erkennen, maar ze moet de voornaamste verantwoordelijkheid voor al de omstandigheden van de kindervoortbrenging overlaten aan de moeder. Dat is het gezichtspunt, dat nu grond wint in alle beschaafde landen, zoowel in theorie als in de praktijk55.


Back to IndexNext