NASCHRIFT“Het werk, waartoe ik geboren was om te doen, is gedaan”, schreef een groot dichter, toen hij eindelijk zijn taak had volbracht En hoewel ik geen recht heb een “Nunc dimittis” te zingen, weet ik toch wel, dat de taak, die het beste gedeelte van mijn leven in beslag heeft genomen, maar weinige jaren en weinig kracht kan overlaten voor werk, dat nog na komt. Het is meer dan dertig jaar geleden, dat het eerste denkbeeld om het boek te schrijven, dat hier nu voleindigd is, zich vaag, maar toch met klem aan mij begon op te dringen; de studie en de voorbereiding heeft meer dan vijftien jaren in beslag genomen, en is geëindigd met de uitgave vanMan and Woman, dat geplaatst is als inleiding voor het hoofdwerk, hetwelk, met schrijven en uitgeven, de vijftien volgende jaren in beslag heeft genomen.Het is misschien gelukkig geweest voor mijn gemoedsrust, dat ik bij het begin niet al de bezwaren voorzien heb, die mijn weg zouden bemoeilijken. Ik wist natuurlijk, dat zij, die ernstig en nauwkeurig onderzoek doen naar een onderwerp, dat de menschen gewend zijn te vermijden, zich blootstellen aan misverstand en zelfs aan lasterpraatjes. Maar ik meende, dat een teruggetrokken-levend onderzoeker, die zich voorzichtig bezighield met levensvragen der maatschappij, en zich niet wendde tot het publiek in het algemeen, maar alleen tot de leeraren van het publiek, en die de resultaten van zijn onderzoekingen vastlegde in technisch geschreven boekdeelen, slechts voor weinigen toegankelijk, ik meende, dat zulk een onderzoeker ten minste veilig zou zijn voor grove aanvallen van den kant van politie of van regeering, onder welker bescherming hij meende te leven. Dat is een dwaling gebleken. Toen nog pas een deel van deze Studies geschreven enuitgegeven was, in Engeland, werd, ten gevolge van een vervolging door de regeering bevolen, aan den verkoop van dat deel in Engeland een einde gemaakt, en dit bracht mij er toe te besluiten, dat de volgende deelen niet in mijn eigen land moesten worden uitgegeven. Ik beklaag mij er niet over. Ik ben dankbaar voor de ware sympathie, die mijn werk gevonden heeft in Duitschland en de Vereenigde Staten, en ik moet erkennen, dat het zoo ten slotte een grooteren kring lezers gevonden heeft, zoowel in de Engelsche taal als in de andere belangrijke wereldtalen, dan het bij de aanvankelijke bescheiden wijze van uitgeven, die onze regeering mij toen onmogelijk gemaakt heeft, had kunnen vinden. Ook heeft de poging om mijn werk te onderdrukken, mij geen aanleiding gegeven, ook maar een woord daarin te veranderen. Ik heb, mèt of zonder hulp, mijn weg tot het einde toe voortgezet.Ik stam van vaders- zoowel als van moederszijde van Engelsche families, die, bijna drie honderd jaar geleden, precies deze zelfde moeilijkheden en gevaren hebben ontmoet. In de zeventiende eeuw ging de strijd om het probleem van den godsdienst, zooals hij nu gaat om het probleem van de sekse. Sedert in de laatste jaren die analogie mij duidelijk is geworden, heb ik dikwijls gedacht aan sommige van die bewonderenswaardige, niet bekende mannen, die verjaagd zijn, beroofd en vervolgd, sommige door de kerk, omdat de geest van het Puritanisme hen bezielde, sommige door de Puriteinen, omdat zij hingen aan de idealen van de kerk, beide echter even rustig en onbuigzaam, beide gelijkelijk vechtend voor de zaak der vrijheid of der orde, op een gebied, waar men nu niet meer over strijdt. Die overwinning heeft mij dikwijls een goed voorteeken geschenen voor het misschien ontaarde kind van deze mannen, die nu tracht de zaak van vrijheid en orde voor te staan op een ander gebied.Soms schijnt het werkelijk een wanhopige taak beweging te brengen in den druk der logge vooroordeelen, die op geen gebied zoo hardnekkig zijn, als op geslachtelijk gebied. Het kan er toe bijdragen de sereniteit van ons optimisme te herwinnen, als we maar duidelijker wilden erkennen, dat in maar zeer enkele generaties al deze vooroordeelen zullen zijn te gronde gegaan en vergeten. Hij, die voortschrijdt in de voetstappen der natuur volgens een wet, die niet door menschen gemaakt is, maar boven en buiten den mensch is, heeft tijd en eeuwigheid op zijn hand, en kan zoowel geduldig zijn als zonder vrees. Menschen sterven, maar de denkbeelden, die zij nastreven, blijven leven. Men kan onze boeken in de vlammen werpen, maar in de volgende generatie worden die vlammen tot menschelijke zielen. De verandering geschiedt door den dokter in zijn spreekkamer, door den leeraar op de school, den prediker op den preekstoel, door den journalistin de pers. Het is een verandering, die, langzaam maar zeker, zich om ons heen voltrekt.Ik weet zeker wel, dat velen zich niet in staat zullen gevoelen, de opvatting over den toestand der sexueele kwestie, zooals die hier uiteen is gezet, voornamelijk in het laatste deel, te aanvaarden. Sommigen zullen die opvatting te conservatief vinden, anderen te revolutionair. Want er zijn altijd menschen, die zich hartstochtelijk aan het verleden vasthouden; en er zijn altijd anderen, die hartstochtelijk dàt grijpen, wat zij voor de toekomst houden. Maar de wijze staat tusschen beide partijen in en sympatiseert met beide, omdat hij weet, dat wij altijd in een toestand van overgang zijn. Het tegenwoordige is in iederen tijd alleen het keerpunt, waar het verleden in de toekomst overgaat, en wij kunnen en moeten met beide vrede hebben. Er kan geen wereld zijn zonder tradities; en er kan geen leven zijn zonder beweging. Zooals Heraclitus al wist bij het begin van de moderne philosophie, wij kunnen niet tweemaal in denzelfden stroom baden, hoewel toch, zooals we tegenwoordig weten, de stroom vloeit in een eindeloozen kringloop. Er is nooit een oogenblik, waarop de nieuwe dageraad niet over de aarde aanbreekt, en nooit een oogenblik waarop de zon niet meer ondergaat. Het is goed zelfs den eersten glimp van den dageraad kalm te begroeten als we hem zien, er niet met ongepaste haast heen te snellen, en het ondergaan der zon niet den rug toe te keeren zonder dankbaarheid voor het stervende licht, dat eens de dageraad was.In de moreele wereld zijn wij zelf de lichtdragers, en het cosmische proces wordt in ons verwezenlijkt. Voor een korten tijd kunnen wij, als wij willen, de duisternis verlichten, die ons pad omgeeft. Evenals de toortsdragers der oudheid, die aan Lucretius toeschenen het symbool van het leven te zijn, snellen wij voorwaarts, met den fakkel in de hand. Spoedig loopt iemand achter ons, die ons zal inhalen. Al ons kunnen bestaat daarin, dat wij den brandenden fakkel helder en zonder flikkeren in zijn hand geven, terwijl wij zelf in het duister verdwijnen.HAVELOCK ELLIS.Oorspronkelijke rug.InhoudsopgaveWOORD VOORAFVINLEIDINGIXINHOUDXIIII.MOEDER EN KIND1II.SEXUEELE OPVOEDING31III.SEXUEELE OPVOEDING EN NAAKTHEID85IV.HET WAARDEEREN VAN DE GESLACHTSLIEFDE107V.HET WEZEN DER KUISCHHEID131VI.HET VRAAGSTUK VAN SEXUEELE ONTHOUDING163VII.PROSTITUTIE199I.De orgie202II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie207III.De Oorzaken van de Prostitutie.233IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie273VIII.DE BESTRIJDING DER VENERISCHE ZIEKTEN289IX.SEXUEELE MORAAL329X.HET HUWELIJK381XI.DE KUNST VAN LIEFHEBBEN461XII.DE WETENSCHAP DER VOORTPLANTING521NASCHRIFT577
NASCHRIFT“Het werk, waartoe ik geboren was om te doen, is gedaan”, schreef een groot dichter, toen hij eindelijk zijn taak had volbracht En hoewel ik geen recht heb een “Nunc dimittis” te zingen, weet ik toch wel, dat de taak, die het beste gedeelte van mijn leven in beslag heeft genomen, maar weinige jaren en weinig kracht kan overlaten voor werk, dat nog na komt. Het is meer dan dertig jaar geleden, dat het eerste denkbeeld om het boek te schrijven, dat hier nu voleindigd is, zich vaag, maar toch met klem aan mij begon op te dringen; de studie en de voorbereiding heeft meer dan vijftien jaren in beslag genomen, en is geëindigd met de uitgave vanMan and Woman, dat geplaatst is als inleiding voor het hoofdwerk, hetwelk, met schrijven en uitgeven, de vijftien volgende jaren in beslag heeft genomen.Het is misschien gelukkig geweest voor mijn gemoedsrust, dat ik bij het begin niet al de bezwaren voorzien heb, die mijn weg zouden bemoeilijken. Ik wist natuurlijk, dat zij, die ernstig en nauwkeurig onderzoek doen naar een onderwerp, dat de menschen gewend zijn te vermijden, zich blootstellen aan misverstand en zelfs aan lasterpraatjes. Maar ik meende, dat een teruggetrokken-levend onderzoeker, die zich voorzichtig bezighield met levensvragen der maatschappij, en zich niet wendde tot het publiek in het algemeen, maar alleen tot de leeraren van het publiek, en die de resultaten van zijn onderzoekingen vastlegde in technisch geschreven boekdeelen, slechts voor weinigen toegankelijk, ik meende, dat zulk een onderzoeker ten minste veilig zou zijn voor grove aanvallen van den kant van politie of van regeering, onder welker bescherming hij meende te leven. Dat is een dwaling gebleken. Toen nog pas een deel van deze Studies geschreven enuitgegeven was, in Engeland, werd, ten gevolge van een vervolging door de regeering bevolen, aan den verkoop van dat deel in Engeland een einde gemaakt, en dit bracht mij er toe te besluiten, dat de volgende deelen niet in mijn eigen land moesten worden uitgegeven. Ik beklaag mij er niet over. Ik ben dankbaar voor de ware sympathie, die mijn werk gevonden heeft in Duitschland en de Vereenigde Staten, en ik moet erkennen, dat het zoo ten slotte een grooteren kring lezers gevonden heeft, zoowel in de Engelsche taal als in de andere belangrijke wereldtalen, dan het bij de aanvankelijke bescheiden wijze van uitgeven, die onze regeering mij toen onmogelijk gemaakt heeft, had kunnen vinden. Ook heeft de poging om mijn werk te onderdrukken, mij geen aanleiding gegeven, ook maar een woord daarin te veranderen. Ik heb, mèt of zonder hulp, mijn weg tot het einde toe voortgezet.Ik stam van vaders- zoowel als van moederszijde van Engelsche families, die, bijna drie honderd jaar geleden, precies deze zelfde moeilijkheden en gevaren hebben ontmoet. In de zeventiende eeuw ging de strijd om het probleem van den godsdienst, zooals hij nu gaat om het probleem van de sekse. Sedert in de laatste jaren die analogie mij duidelijk is geworden, heb ik dikwijls gedacht aan sommige van die bewonderenswaardige, niet bekende mannen, die verjaagd zijn, beroofd en vervolgd, sommige door de kerk, omdat de geest van het Puritanisme hen bezielde, sommige door de Puriteinen, omdat zij hingen aan de idealen van de kerk, beide echter even rustig en onbuigzaam, beide gelijkelijk vechtend voor de zaak der vrijheid of der orde, op een gebied, waar men nu niet meer over strijdt. Die overwinning heeft mij dikwijls een goed voorteeken geschenen voor het misschien ontaarde kind van deze mannen, die nu tracht de zaak van vrijheid en orde voor te staan op een ander gebied.Soms schijnt het werkelijk een wanhopige taak beweging te brengen in den druk der logge vooroordeelen, die op geen gebied zoo hardnekkig zijn, als op geslachtelijk gebied. Het kan er toe bijdragen de sereniteit van ons optimisme te herwinnen, als we maar duidelijker wilden erkennen, dat in maar zeer enkele generaties al deze vooroordeelen zullen zijn te gronde gegaan en vergeten. Hij, die voortschrijdt in de voetstappen der natuur volgens een wet, die niet door menschen gemaakt is, maar boven en buiten den mensch is, heeft tijd en eeuwigheid op zijn hand, en kan zoowel geduldig zijn als zonder vrees. Menschen sterven, maar de denkbeelden, die zij nastreven, blijven leven. Men kan onze boeken in de vlammen werpen, maar in de volgende generatie worden die vlammen tot menschelijke zielen. De verandering geschiedt door den dokter in zijn spreekkamer, door den leeraar op de school, den prediker op den preekstoel, door den journalistin de pers. Het is een verandering, die, langzaam maar zeker, zich om ons heen voltrekt.Ik weet zeker wel, dat velen zich niet in staat zullen gevoelen, de opvatting over den toestand der sexueele kwestie, zooals die hier uiteen is gezet, voornamelijk in het laatste deel, te aanvaarden. Sommigen zullen die opvatting te conservatief vinden, anderen te revolutionair. Want er zijn altijd menschen, die zich hartstochtelijk aan het verleden vasthouden; en er zijn altijd anderen, die hartstochtelijk dàt grijpen, wat zij voor de toekomst houden. Maar de wijze staat tusschen beide partijen in en sympatiseert met beide, omdat hij weet, dat wij altijd in een toestand van overgang zijn. Het tegenwoordige is in iederen tijd alleen het keerpunt, waar het verleden in de toekomst overgaat, en wij kunnen en moeten met beide vrede hebben. Er kan geen wereld zijn zonder tradities; en er kan geen leven zijn zonder beweging. Zooals Heraclitus al wist bij het begin van de moderne philosophie, wij kunnen niet tweemaal in denzelfden stroom baden, hoewel toch, zooals we tegenwoordig weten, de stroom vloeit in een eindeloozen kringloop. Er is nooit een oogenblik, waarop de nieuwe dageraad niet over de aarde aanbreekt, en nooit een oogenblik waarop de zon niet meer ondergaat. Het is goed zelfs den eersten glimp van den dageraad kalm te begroeten als we hem zien, er niet met ongepaste haast heen te snellen, en het ondergaan der zon niet den rug toe te keeren zonder dankbaarheid voor het stervende licht, dat eens de dageraad was.In de moreele wereld zijn wij zelf de lichtdragers, en het cosmische proces wordt in ons verwezenlijkt. Voor een korten tijd kunnen wij, als wij willen, de duisternis verlichten, die ons pad omgeeft. Evenals de toortsdragers der oudheid, die aan Lucretius toeschenen het symbool van het leven te zijn, snellen wij voorwaarts, met den fakkel in de hand. Spoedig loopt iemand achter ons, die ons zal inhalen. Al ons kunnen bestaat daarin, dat wij den brandenden fakkel helder en zonder flikkeren in zijn hand geven, terwijl wij zelf in het duister verdwijnen.HAVELOCK ELLIS.
NASCHRIFT
“Het werk, waartoe ik geboren was om te doen, is gedaan”, schreef een groot dichter, toen hij eindelijk zijn taak had volbracht En hoewel ik geen recht heb een “Nunc dimittis” te zingen, weet ik toch wel, dat de taak, die het beste gedeelte van mijn leven in beslag heeft genomen, maar weinige jaren en weinig kracht kan overlaten voor werk, dat nog na komt. Het is meer dan dertig jaar geleden, dat het eerste denkbeeld om het boek te schrijven, dat hier nu voleindigd is, zich vaag, maar toch met klem aan mij begon op te dringen; de studie en de voorbereiding heeft meer dan vijftien jaren in beslag genomen, en is geëindigd met de uitgave vanMan and Woman, dat geplaatst is als inleiding voor het hoofdwerk, hetwelk, met schrijven en uitgeven, de vijftien volgende jaren in beslag heeft genomen.Het is misschien gelukkig geweest voor mijn gemoedsrust, dat ik bij het begin niet al de bezwaren voorzien heb, die mijn weg zouden bemoeilijken. Ik wist natuurlijk, dat zij, die ernstig en nauwkeurig onderzoek doen naar een onderwerp, dat de menschen gewend zijn te vermijden, zich blootstellen aan misverstand en zelfs aan lasterpraatjes. Maar ik meende, dat een teruggetrokken-levend onderzoeker, die zich voorzichtig bezighield met levensvragen der maatschappij, en zich niet wendde tot het publiek in het algemeen, maar alleen tot de leeraren van het publiek, en die de resultaten van zijn onderzoekingen vastlegde in technisch geschreven boekdeelen, slechts voor weinigen toegankelijk, ik meende, dat zulk een onderzoeker ten minste veilig zou zijn voor grove aanvallen van den kant van politie of van regeering, onder welker bescherming hij meende te leven. Dat is een dwaling gebleken. Toen nog pas een deel van deze Studies geschreven enuitgegeven was, in Engeland, werd, ten gevolge van een vervolging door de regeering bevolen, aan den verkoop van dat deel in Engeland een einde gemaakt, en dit bracht mij er toe te besluiten, dat de volgende deelen niet in mijn eigen land moesten worden uitgegeven. Ik beklaag mij er niet over. Ik ben dankbaar voor de ware sympathie, die mijn werk gevonden heeft in Duitschland en de Vereenigde Staten, en ik moet erkennen, dat het zoo ten slotte een grooteren kring lezers gevonden heeft, zoowel in de Engelsche taal als in de andere belangrijke wereldtalen, dan het bij de aanvankelijke bescheiden wijze van uitgeven, die onze regeering mij toen onmogelijk gemaakt heeft, had kunnen vinden. Ook heeft de poging om mijn werk te onderdrukken, mij geen aanleiding gegeven, ook maar een woord daarin te veranderen. Ik heb, mèt of zonder hulp, mijn weg tot het einde toe voortgezet.Ik stam van vaders- zoowel als van moederszijde van Engelsche families, die, bijna drie honderd jaar geleden, precies deze zelfde moeilijkheden en gevaren hebben ontmoet. In de zeventiende eeuw ging de strijd om het probleem van den godsdienst, zooals hij nu gaat om het probleem van de sekse. Sedert in de laatste jaren die analogie mij duidelijk is geworden, heb ik dikwijls gedacht aan sommige van die bewonderenswaardige, niet bekende mannen, die verjaagd zijn, beroofd en vervolgd, sommige door de kerk, omdat de geest van het Puritanisme hen bezielde, sommige door de Puriteinen, omdat zij hingen aan de idealen van de kerk, beide echter even rustig en onbuigzaam, beide gelijkelijk vechtend voor de zaak der vrijheid of der orde, op een gebied, waar men nu niet meer over strijdt. Die overwinning heeft mij dikwijls een goed voorteeken geschenen voor het misschien ontaarde kind van deze mannen, die nu tracht de zaak van vrijheid en orde voor te staan op een ander gebied.Soms schijnt het werkelijk een wanhopige taak beweging te brengen in den druk der logge vooroordeelen, die op geen gebied zoo hardnekkig zijn, als op geslachtelijk gebied. Het kan er toe bijdragen de sereniteit van ons optimisme te herwinnen, als we maar duidelijker wilden erkennen, dat in maar zeer enkele generaties al deze vooroordeelen zullen zijn te gronde gegaan en vergeten. Hij, die voortschrijdt in de voetstappen der natuur volgens een wet, die niet door menschen gemaakt is, maar boven en buiten den mensch is, heeft tijd en eeuwigheid op zijn hand, en kan zoowel geduldig zijn als zonder vrees. Menschen sterven, maar de denkbeelden, die zij nastreven, blijven leven. Men kan onze boeken in de vlammen werpen, maar in de volgende generatie worden die vlammen tot menschelijke zielen. De verandering geschiedt door den dokter in zijn spreekkamer, door den leeraar op de school, den prediker op den preekstoel, door den journalistin de pers. Het is een verandering, die, langzaam maar zeker, zich om ons heen voltrekt.Ik weet zeker wel, dat velen zich niet in staat zullen gevoelen, de opvatting over den toestand der sexueele kwestie, zooals die hier uiteen is gezet, voornamelijk in het laatste deel, te aanvaarden. Sommigen zullen die opvatting te conservatief vinden, anderen te revolutionair. Want er zijn altijd menschen, die zich hartstochtelijk aan het verleden vasthouden; en er zijn altijd anderen, die hartstochtelijk dàt grijpen, wat zij voor de toekomst houden. Maar de wijze staat tusschen beide partijen in en sympatiseert met beide, omdat hij weet, dat wij altijd in een toestand van overgang zijn. Het tegenwoordige is in iederen tijd alleen het keerpunt, waar het verleden in de toekomst overgaat, en wij kunnen en moeten met beide vrede hebben. Er kan geen wereld zijn zonder tradities; en er kan geen leven zijn zonder beweging. Zooals Heraclitus al wist bij het begin van de moderne philosophie, wij kunnen niet tweemaal in denzelfden stroom baden, hoewel toch, zooals we tegenwoordig weten, de stroom vloeit in een eindeloozen kringloop. Er is nooit een oogenblik, waarop de nieuwe dageraad niet over de aarde aanbreekt, en nooit een oogenblik waarop de zon niet meer ondergaat. Het is goed zelfs den eersten glimp van den dageraad kalm te begroeten als we hem zien, er niet met ongepaste haast heen te snellen, en het ondergaan der zon niet den rug toe te keeren zonder dankbaarheid voor het stervende licht, dat eens de dageraad was.In de moreele wereld zijn wij zelf de lichtdragers, en het cosmische proces wordt in ons verwezenlijkt. Voor een korten tijd kunnen wij, als wij willen, de duisternis verlichten, die ons pad omgeeft. Evenals de toortsdragers der oudheid, die aan Lucretius toeschenen het symbool van het leven te zijn, snellen wij voorwaarts, met den fakkel in de hand. Spoedig loopt iemand achter ons, die ons zal inhalen. Al ons kunnen bestaat daarin, dat wij den brandenden fakkel helder en zonder flikkeren in zijn hand geven, terwijl wij zelf in het duister verdwijnen.HAVELOCK ELLIS.
“Het werk, waartoe ik geboren was om te doen, is gedaan”, schreef een groot dichter, toen hij eindelijk zijn taak had volbracht En hoewel ik geen recht heb een “Nunc dimittis” te zingen, weet ik toch wel, dat de taak, die het beste gedeelte van mijn leven in beslag heeft genomen, maar weinige jaren en weinig kracht kan overlaten voor werk, dat nog na komt. Het is meer dan dertig jaar geleden, dat het eerste denkbeeld om het boek te schrijven, dat hier nu voleindigd is, zich vaag, maar toch met klem aan mij begon op te dringen; de studie en de voorbereiding heeft meer dan vijftien jaren in beslag genomen, en is geëindigd met de uitgave vanMan and Woman, dat geplaatst is als inleiding voor het hoofdwerk, hetwelk, met schrijven en uitgeven, de vijftien volgende jaren in beslag heeft genomen.
Het is misschien gelukkig geweest voor mijn gemoedsrust, dat ik bij het begin niet al de bezwaren voorzien heb, die mijn weg zouden bemoeilijken. Ik wist natuurlijk, dat zij, die ernstig en nauwkeurig onderzoek doen naar een onderwerp, dat de menschen gewend zijn te vermijden, zich blootstellen aan misverstand en zelfs aan lasterpraatjes. Maar ik meende, dat een teruggetrokken-levend onderzoeker, die zich voorzichtig bezighield met levensvragen der maatschappij, en zich niet wendde tot het publiek in het algemeen, maar alleen tot de leeraren van het publiek, en die de resultaten van zijn onderzoekingen vastlegde in technisch geschreven boekdeelen, slechts voor weinigen toegankelijk, ik meende, dat zulk een onderzoeker ten minste veilig zou zijn voor grove aanvallen van den kant van politie of van regeering, onder welker bescherming hij meende te leven. Dat is een dwaling gebleken. Toen nog pas een deel van deze Studies geschreven enuitgegeven was, in Engeland, werd, ten gevolge van een vervolging door de regeering bevolen, aan den verkoop van dat deel in Engeland een einde gemaakt, en dit bracht mij er toe te besluiten, dat de volgende deelen niet in mijn eigen land moesten worden uitgegeven. Ik beklaag mij er niet over. Ik ben dankbaar voor de ware sympathie, die mijn werk gevonden heeft in Duitschland en de Vereenigde Staten, en ik moet erkennen, dat het zoo ten slotte een grooteren kring lezers gevonden heeft, zoowel in de Engelsche taal als in de andere belangrijke wereldtalen, dan het bij de aanvankelijke bescheiden wijze van uitgeven, die onze regeering mij toen onmogelijk gemaakt heeft, had kunnen vinden. Ook heeft de poging om mijn werk te onderdrukken, mij geen aanleiding gegeven, ook maar een woord daarin te veranderen. Ik heb, mèt of zonder hulp, mijn weg tot het einde toe voortgezet.
Ik stam van vaders- zoowel als van moederszijde van Engelsche families, die, bijna drie honderd jaar geleden, precies deze zelfde moeilijkheden en gevaren hebben ontmoet. In de zeventiende eeuw ging de strijd om het probleem van den godsdienst, zooals hij nu gaat om het probleem van de sekse. Sedert in de laatste jaren die analogie mij duidelijk is geworden, heb ik dikwijls gedacht aan sommige van die bewonderenswaardige, niet bekende mannen, die verjaagd zijn, beroofd en vervolgd, sommige door de kerk, omdat de geest van het Puritanisme hen bezielde, sommige door de Puriteinen, omdat zij hingen aan de idealen van de kerk, beide echter even rustig en onbuigzaam, beide gelijkelijk vechtend voor de zaak der vrijheid of der orde, op een gebied, waar men nu niet meer over strijdt. Die overwinning heeft mij dikwijls een goed voorteeken geschenen voor het misschien ontaarde kind van deze mannen, die nu tracht de zaak van vrijheid en orde voor te staan op een ander gebied.
Soms schijnt het werkelijk een wanhopige taak beweging te brengen in den druk der logge vooroordeelen, die op geen gebied zoo hardnekkig zijn, als op geslachtelijk gebied. Het kan er toe bijdragen de sereniteit van ons optimisme te herwinnen, als we maar duidelijker wilden erkennen, dat in maar zeer enkele generaties al deze vooroordeelen zullen zijn te gronde gegaan en vergeten. Hij, die voortschrijdt in de voetstappen der natuur volgens een wet, die niet door menschen gemaakt is, maar boven en buiten den mensch is, heeft tijd en eeuwigheid op zijn hand, en kan zoowel geduldig zijn als zonder vrees. Menschen sterven, maar de denkbeelden, die zij nastreven, blijven leven. Men kan onze boeken in de vlammen werpen, maar in de volgende generatie worden die vlammen tot menschelijke zielen. De verandering geschiedt door den dokter in zijn spreekkamer, door den leeraar op de school, den prediker op den preekstoel, door den journalistin de pers. Het is een verandering, die, langzaam maar zeker, zich om ons heen voltrekt.
Ik weet zeker wel, dat velen zich niet in staat zullen gevoelen, de opvatting over den toestand der sexueele kwestie, zooals die hier uiteen is gezet, voornamelijk in het laatste deel, te aanvaarden. Sommigen zullen die opvatting te conservatief vinden, anderen te revolutionair. Want er zijn altijd menschen, die zich hartstochtelijk aan het verleden vasthouden; en er zijn altijd anderen, die hartstochtelijk dàt grijpen, wat zij voor de toekomst houden. Maar de wijze staat tusschen beide partijen in en sympatiseert met beide, omdat hij weet, dat wij altijd in een toestand van overgang zijn. Het tegenwoordige is in iederen tijd alleen het keerpunt, waar het verleden in de toekomst overgaat, en wij kunnen en moeten met beide vrede hebben. Er kan geen wereld zijn zonder tradities; en er kan geen leven zijn zonder beweging. Zooals Heraclitus al wist bij het begin van de moderne philosophie, wij kunnen niet tweemaal in denzelfden stroom baden, hoewel toch, zooals we tegenwoordig weten, de stroom vloeit in een eindeloozen kringloop. Er is nooit een oogenblik, waarop de nieuwe dageraad niet over de aarde aanbreekt, en nooit een oogenblik waarop de zon niet meer ondergaat. Het is goed zelfs den eersten glimp van den dageraad kalm te begroeten als we hem zien, er niet met ongepaste haast heen te snellen, en het ondergaan der zon niet den rug toe te keeren zonder dankbaarheid voor het stervende licht, dat eens de dageraad was.
In de moreele wereld zijn wij zelf de lichtdragers, en het cosmische proces wordt in ons verwezenlijkt. Voor een korten tijd kunnen wij, als wij willen, de duisternis verlichten, die ons pad omgeeft. Evenals de toortsdragers der oudheid, die aan Lucretius toeschenen het symbool van het leven te zijn, snellen wij voorwaarts, met den fakkel in de hand. Spoedig loopt iemand achter ons, die ons zal inhalen. Al ons kunnen bestaat daarin, dat wij den brandenden fakkel helder en zonder flikkeren in zijn hand geven, terwijl wij zelf in het duister verdwijnen.
HAVELOCK ELLIS.
Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke rug.
InhoudsopgaveWOORD VOORAFVINLEIDINGIXINHOUDXIIII.MOEDER EN KIND1II.SEXUEELE OPVOEDING31III.SEXUEELE OPVOEDING EN NAAKTHEID85IV.HET WAARDEEREN VAN DE GESLACHTSLIEFDE107V.HET WEZEN DER KUISCHHEID131VI.HET VRAAGSTUK VAN SEXUEELE ONTHOUDING163VII.PROSTITUTIE199I.De orgie202II.De oorsprong en de ontwikkeling van de prostitutie207III.De Oorzaken van de Prostitutie.233IV.De tegenwoordige houding der maatschappij tegenover de prostitutie273VIII.DE BESTRIJDING DER VENERISCHE ZIEKTEN289IX.SEXUEELE MORAAL329X.HET HUWELIJK381XI.DE KUNST VAN LIEFHEBBEN461XII.DE WETENSCHAP DER VOORTPLANTING521NASCHRIFT577