IV.

"Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijck DalSnachts vleughelen bespreet, zoo slaept den grooten Al,De Son, in Thetis schoot, ..."

"Wanneer de schaduw valt, en dat het sterflijck DalSnachts vleughelen bespreet, zoo slaept den grooten Al,De Son, in Thetis schoot, ..."

Pascha, (739-41)

Verklaar metDiferee, dat de schaduw des nachts de aarde met vleugelen bespreidt en dat "den grooten Al" de zon is die 't alles verlicht, en niet 't heelal zoalsVan LennepenUngermenen.

In het geding tussen Dr.Leendertzen Dr.SterckofEusebia, aan wieVondelsPeter en Pauwelswerd opgedragen,Anna van den VondelofMaria Tesselschade Roemerszou zijn, heeft Dr.Sterckgelijk.

De bewering vanJohn Middleton Murry, datJames Boswelleen absolute pionier op het pad der biografie was, is onjuist.

De mening van Dr.Theal, datJan van Riebeeckuit lage stand in Kompanjiesdienst is opgeklommen kan niet als juist worden aanvaard.

"In sommige van sy liedjies en in 'n heel enkele reël ook, is daar onmiskenbare bewys van ware poëtiese gevoel en digterlike uitdrukking. Al wat mankeer is die handskaaf en die sandpapier." (Adv. E.N.MaraisinDie Brandwag, Maart 1920.) So 'n bewering is in stryd met die wese van alle egte poësie.

Gemeenskapskuns behoort nie as algemene leuse voorgeskryf te word nie.

Transcriber's notesOns Kleintji standardised from Ons Klyntji, and Ons Klintji

Transcriber's notes

Ons Kleintji standardised from Ons Klyntji, and Ons Klintji


Back to IndexNext