Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!Eenige andere.Ja, dansen, dansen!Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).Juffr.Ekster.Bedankt!De tantes.Bedankt!Bedankt?Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?Zwaanhilde.’k Vind alles goed.Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.Zwaanhilde.En tijd …Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).Juffr.Ekster.Wat is dat nu?Anna.Wat is dat nu?Studenten!Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.De student.Verloofd!Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!De studenten.Jij, Valk! Hoera!Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!(wuift met zijn pet en volgt de studenten).Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!De meesten op het tooneel.Hoera!(Dansen en gejuich; het scherm valt).EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.
Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!Eenige andere.Ja, dansen, dansen!Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).Juffr.Ekster.Bedankt!De tantes.Bedankt!Bedankt?Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?Zwaanhilde.’k Vind alles goed.Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.Zwaanhilde.En tijd …Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).Juffr.Ekster.Wat is dat nu?Anna.Wat is dat nu?Studenten!Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.De student.Verloofd!Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!De studenten.Jij, Valk! Hoera!Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!(wuift met zijn pet en volgt de studenten).Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!De meesten op het tooneel.Hoera!(Dansen en gejuich; het scherm valt).EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.
Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!Eenige andere.Ja, dansen, dansen!Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).Juffr.Ekster.Bedankt!De tantes.Bedankt!Bedankt?Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?Zwaanhilde.’k Vind alles goed.Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.Zwaanhilde.En tijd …Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).Juffr.Ekster.Wat is dat nu?Anna.Wat is dat nu?Studenten!Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.De student.Verloofd!Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!De studenten.Jij, Valk! Hoera!Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!(wuift met zijn pet en volgt de studenten).Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!De meesten op het tooneel.Hoera!(Dansen en gejuich; het scherm valt).EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.
Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!Eenige andere.Ja, dansen, dansen!Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).Juffr.Ekster.Bedankt!De tantes.Bedankt!Bedankt?Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?Zwaanhilde.’k Vind alles goed.Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.Zwaanhilde.En tijd …Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).Juffr.Ekster.Wat is dat nu?Anna.Wat is dat nu?Studenten!Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.De student.Verloofd!Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!De studenten.Jij, Valk! Hoera!Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!(wuift met zijn pet en volgt de studenten).Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!De meesten op het tooneel.Hoera!(Dansen en gejuich; het scherm valt).EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.
Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!Eenige andere.Ja, dansen, dansen!Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).Juffr.Ekster.Bedankt!De tantes.Bedankt!Bedankt?Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?Zwaanhilde.’k Vind alles goed.Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.Zwaanhilde.En tijd …Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).Juffr.Ekster.Wat is dat nu?Anna.Wat is dat nu?Studenten!Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.De student.Verloofd!Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!De studenten.Jij, Valk! Hoera!Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!(wuift met zijn pet en volgt de studenten).Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!De meesten op het tooneel.Hoera!(Dansen en gejuich; het scherm valt).EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.
Een ander.Een bloemendans in lente en sterrenglans!
Een ander.
Een bloemendans in lente en sterrenglans!
Eenige andere.Ja, dansen, dansen!
Eenige andere.
Ja, dansen, dansen!
Allen.Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!
Allen.
Ja, dansen, dansen!Stilstaan doen wij nooit!
(Stuiver komt gearmd met Strooman. Mevr. Strooman en de kinderen achter hen aan).
Stuiver.Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.
Stuiver.
Ja, jij en ik zijn vrienden voor altijd.
Strooman.En ik en jij, wij strijden als één man.
Strooman.
En ik en jij, wij strijden als één man.
Stuiver.Als twee vereende machten samen strijden …
Stuiver.
Als twee vereende machten samen strijden …
Strooman.Is ’t resultaat voor beiden …
Strooman.
Is ’t resultaat voor beiden …
Stuiver(snel).Is ’t resultaat voor beiden …Nut!
Stuiver(snel).
Is ’t resultaat voor beiden …Nut!
Strooman.Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.
Strooman.
Is ’t resultaat voor beiden … Nut!En voordeel.
(Mevr. Halm, Lind, Anna, Goudstad en juffr. Ekster en de overige gasten komen naar buiten. Aller oogen zoeken Valk en Zwaanhilde. Algemeene verbazing als men hen ieder apart ziet).
Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?
Juffr.Ekster(tusschen de tantes, slaat de handen in elkaar).
Wat? Zeg toch of ik droom, of ben ik wakker?
Lind(die niets gemerkt heeft).Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).Wat is metjougebeurd? Je hebt als JanusTwee aangezichten!
Lind(die niets gemerkt heeft).
Ik mag mijn nieuwen zwager wel begroeten.
(Hij met verscheidene andere gasten, gaat naar Valk toe, maar treedt onwillekeurig een stap achteruit als hij hem aanziet en roept uit).
Wat is metjougebeurd? Je hebt als Janus
Twee aangezichten!
Valk(met een glimlach).Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).
Valk(met een glimlach).
Twee aangezichten!Ik roep, als Montanus:
De aarde is vlak, messieurs;… mijn oog bedroog mij;
Vlak als een pannekoek;… is ’t zoo dan beter?(gaat snel rechts af).
Juffr.Ekster.Bedankt!
Juffr.Ekster.
Bedankt!
De tantes.Bedankt!Bedankt?
De tantes.
Bedankt!Bedankt?
Mevr.Halm.Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).
Mevr.Halm.
Bedankt! Bedankt?Toe, niet meer over spreken!(gaat naar Zwaanhilde toe).
Mevr.Strooman(tegen haar man).Och kom, bedankt!
Mevr.Strooman(tegen haar man).
Och kom, bedankt!
Strooman.Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?
Strooman.
Och kom, bedankt!Maar is dat mooglijk?
Juffr.Ekster.Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).
Juffr.Ekster.
Bedankt! Bedankt!(zij gaan in groepjes bij elkaar staan dieper den tuin in).
Stuiver(als versteend).Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?
Stuiver(als versteend).
Bedankt! Bedankt!Wat? Deed hij ’n huwlijksaanzoek?
Strooman.Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).
Strooman.
Ja, stel je voor! Hij lachte ons uit, ha, ha,…(zij kijken elkaar sprakeloos aan).
Anna(tegen Lind).’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!
Anna(tegen Lind).
’t Is zijn verdiende loon. Hè, ’t was te erg!
Lind(omarmt haar).Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).
Lind(omarmt haar).
Hoera, nu ben je heelemaal van mij!(zij gaan dieper den tuin in).
Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).In deze jonge ziel is iets gebroken;Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.
Goudstad(kijkt achterom naar Zwaanhilde).
In deze jonge ziel is iets gebroken;
Maar wat nog leeft zal ik trachten te heelen.
Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).Nu kan je blij getroost je weer verheugenDat je verloofd bent met je lieve Ekster!
Strooman(krijgt de spraak terug en omhelst Stuiver).
Nu kan je blij getroost je weer verheugen
Dat je verloofd bent met je lieve Ekster!
Stuiver.En jij kan jaar op jaar een jonge StroomanMet vreugde je geslacht vermeerdren zien!
Stuiver.
En jij kan jaar op jaar een jonge Strooman
Met vreugde je geslacht vermeerdren zien!
Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).
Strooman(wrijft zich vergenoegd de handen en kijkt uit naar Valk).
’t Doet mij plezier, ik gun het hem van harte.
Dat ’s net goed voor zoo’n ongeluksprofeet!(zij gaan samen pratende voort, terwijl mevr. Halm naar Zwaanhilde toekomt).
Mevr.Halm(gedempt en dringend).En bindt je waarlijk niets?
Mevr.Halm(gedempt en dringend).
En bindt je waarlijk niets?
Zwaanhilde.En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.
Zwaanhilde.
En bindt je waarlijk niets?Neen, moeder, niets.
Mevr.Halm.Dan ken je toch je plicht als dochter wel?
Mevr.Halm.
Dan ken je toch je plicht als dochter wel?
Zwaanhilde.’k Vind alles goed.
Zwaanhilde.
’k Vind alles goed.
Mevr.Halm.’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hemNiet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …
Mevr.Halm.
’k Vind alles goed.Ik dank je, kind.(Met een gebaar naar Goudstad).
’k Vind alles goed. Ik dank je, kind.Wijs hem
Niet af … hij ’s rijk … en heb je geen bezwaar …
Zwaanhilde.Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;’k Wil weg van hier …
Zwaanhilde.
Ja,ietsverlang ik toch bij dit verbond;
’k Wil weg van hier …
Mevr.Halm.’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.
Mevr.Halm.
’k Wil weg van hier …Dat is juist wat hij wil.
Zwaanhilde.En tijd …
Zwaanhilde.
En tijd …
Mevr.Halm.En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.
Mevr.Halm.
En tijd …Hoe lang? Denk dat ’t geluk je roept nu.
Zwaanhilde(met stillen lach).O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.
Zwaanhilde(met stillen lach).
O, niet heel lang; totdat de blaren vallen.
(Zij gaat naar de veranda; mevr. Halm zoekt Goudstad op).
Strooman(onder de gasten).Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,’t Goed recht der waarheid overwint de slang,En liefde triomfeert.
Strooman(onder de gasten).
Iets, lieve vrienden, leerden wij van daag;
Of twijfel ons ook ernstig komt belagen,
’t Goed recht der waarheid overwint de slang,
En liefde triomfeert.
De gasten.En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!
De gasten.
En liefde triomfeert.Die triomfeert, ja!
(alle paren omarmen en kussen elkander. Links hoort men lachen en zingen).
Juffr.Ekster.Wat is dat nu?
Juffr.Ekster.
Wat is dat nu?
Anna.Wat is dat nu?Studenten!
Anna.
Wat is dat nu?Studenten!
Lind.Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,Dat naar de bergen gaat … en ik heb gladVergeten af te zeggen …
Lind.
Wat is dat nu? Studenten!Het kwartet,
Dat naar de bergen gaat … en ik heb glad
Vergeten af te zeggen …
(De studenten komen van links op en blijven aan den ingang staan).
Een student(tegen Lind).Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!
Een student(tegen Lind).
Vergeten af te zeggen …Hier zijn wij!
Mevr.Halm.Wien zoekt u? Lind misschien?
Mevr.Halm.
Wien zoekt u? Lind misschien?
Juffr.Ekster.Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;Hij is geëngageerd …
Juffr.Ekster.
Wien zoekt u? Lind misschien?Ja, dat is gek;
Hij is geëngageerd …
Een tante.Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.
Een tante.
Hij is geëngageerd …Dus u begrijpt wel,
Dat hij nu niets te doen heeft in de bergen.
De student.Verloofd!
De student.
Verloofd!
Alle studenten.Verloofd!Gelukgewenscht!
Alle studenten.
Verloofd!Gelukgewenscht!
Lind.Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,
Lind.
Verloofd! Gelukgewenscht!Ik dank je wel,
De student(tegen de kameraden).Nu ligt ons heele plan tegen den grond.Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.
De student(tegen de kameraden).
Nu ligt ons heele plan tegen den grond.
Wat doen wij nu? Onze tenor ontbreekt.
Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!
Valk(die van rechts komt in een zomerpakje met studentenpet, randsel en stok).
Die stem zing ik in ’t jonge Noorsche koor!
De studenten.Jij, Valk! Hoera!
De studenten.
Jij, Valk! Hoera!
Valk.Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!Ik draag een snarenspel in mijne borst,Een cither met een dubble rij van tonen;De éénehoog, trilt mee in levenslust,De andre klinkt daaronder, diep en droevig.(tegen een paar van de studenten).Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?Best; zwermt dan bijen in het groene loof …Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terugNaar onze korf, naar onze koningin!(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!
Valk.
Jij, Valk! Hoera!Bergop in Gods natuur,
Zooals de bij vliegt uit haar winterkorf!
Ik draag een snarenspel in mijne borst,
Een cither met een dubble rij van tonen;
De éénehoog, trilt mee in levenslust,
De andre klinkt daaronder, diep en droevig.
(tegen een paar van de studenten).
Jij hebt een schetsboek?… Jij muziekpapier?
Best; zwermt dan bijen in het groene loof …
Eéns keeren, rijk aan stuifmeel, wij terug
Naar onze korf, naar onze koningin!
(Tot het gezelschap gekeerd, terwijl de studenten heengaan en het koor uit het eerste bedrijf gedempt buiten invalt).
Vergeeft mij alles, groote en kleine zonden;
Ook ik wisch alles uit;(zachtjes)maar blijf gedenken!
Strooman(in overmatige vreugde).Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …(trekt hem fluisterend ter zijde).Daar straks vertelde mij de lieve ziel …(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!
Strooman(in overmatige vreugde).
Kijk, nu is mijn gelukspotje weer heel!
Mijn vrouw heeft weer eens hoop … blijde verwachting …
(trekt hem fluisterend ter zijde).
Daar straks vertelde mij de lieve ziel …
(gedeeltelijk fluisterend. Hoorbaar alleen:)
Als alles goed gaat … in November … ’t dertiende!
Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …
Stuiver(met juffr. Ekster aan zijn arm wendt zich tot Valk, glimlacht triomfeerend, en zegt, terwijl hij op den dominee wijst):
Ik krijg de honderd thaler—en ga trouwen …
Juffr.Ekster(met een spottende buiging).Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.
Juffr.Ekster(met een spottende buiging).
Met Kerstmis stap ik in het huwlijksbootje.
Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …
Anna(evenzoo, terwijl zij haar arm in dien van Lind legt).
Mijn Lind blijft hier, en laat het g’loof het g’loof …
Lind(verbergt zijn verlegenheid).’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.
Lind(verbergt zijn verlegenheid).
’k Zoek plaats als leeraar aan een meisjesschool.
Mevr.Halm.Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.
Mevr.Halm.
Ik zal mijn Anna ’t huishouden gaan leeren.
Goudstad(ernstig).Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.
Goudstad(ernstig).
Ik ga beginnen aan ’n discreet gedicht …
Van iemand die volbrengt een heil’gen plicht.
Valk(met een glimlach over allen heen).En ik stijg òp tot onbekende toekomst!Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).God zegen je, mijn lentelief;…Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!
Valk(met een glimlach over allen heen).
En ik stijg òp tot onbekende toekomst!
Vaartwel!(gedempt tegen Zwaanhilde).
God zegen je, mijn lentelief;…
Waarheen ’k ook ga, mijn werk zal bij je wezen!
(wuift met zijn pet en volgt de studenten).
Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.
Zwaanhilde(kijkt hem een oogenblik na en zegt dan stil, maar vast).
Nu is mijn jonge vrijheidsleven uit;
Nu valt het loof … nu hoor ik aan de wereld.
(Op dit oogenblik wordt er op de piano dansmuziek gespeeld en knallen de champagnekurken op den achtergrond. De heeren met hunne dames aan den arm loopen door elkaar; Goudstad nadert Zwaanhilde en buigt voor haar; zij schrikt even, maar beheerscht zich en reikt hem de hand. Mevr. Halm en de naaste familieleden, die in spanning dit tooneel gevolgd hebben, komen naderbij en omringen het paar met woorden en teekenen van groote blijdschap, die evenwel overstemd worden door de muziek en de vroolijkheid van de dansenden verderop in den tuin.
Maar van verre en door de dansmuziek heen van de hoogte klinkend, luidt krachtig en flink:)
Het koor van studenten.Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grondMaar hetistoch zoo heerlijk te varen!
Het koor van studenten.
Misschien raakt mijn bootje straks wel aan den grond
Maar hetistoch zoo heerlijk te varen!
De meesten op het tooneel.Hoera!
De meesten op het tooneel.
Hoera!
(Dansen en gejuich; het scherm valt).
EINDE VAN HET DERDE OF LAATSTE BEDRIJF.