Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.Begriffenfeldt.Ziehier een mes!Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.(snijdt over zijn keel).Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!(valt flauw).Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse PeerEINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.
Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.Begriffenfeldt.Ziehier een mes!Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.(snijdt over zijn keel).Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!(valt flauw).Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse PeerEINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.
Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.Begriffenfeldt.Ziehier een mes!Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.(snijdt over zijn keel).Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!(valt flauw).Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse PeerEINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.
Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.Begriffenfeldt.Ziehier een mes!Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.(snijdt over zijn keel).Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!(valt flauw).Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse PeerEINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.
Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.Begriffenfeldt.Ziehier een mes!Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.(snijdt over zijn keel).Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!(valt flauw).Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse PeerEINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.
Peer Gynt(wanhopend).Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!
Peer Gynt(wanhopend).
Is u dat?Ja, dat ’s een uitgemaakte zaak!
Hoessein.Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.
Hoessein.
Goed … Hier zijn stukken die antwoord eischen.
Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!
Peer Gynt(grijpt zich in ’t haar).
Heisa! Goed zoo; hoe doller hoe beter!
Hoessein.Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).Ik ben een pen.
Hoessein.
Wil u mij de eer doen mij in te doopen?(buigt diep).
Ik ben een pen.
Peer Gynt(buigt nog dieper).Ik ben een pen.En ik, als u ziet,Een verfrommeld keizerlijk perkament.
Peer Gynt(buigt nog dieper).
Ik ben een pen.En ik, als u ziet,
Een verfrommeld keizerlijk perkament.
Hoessein.Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.
Hoessein.
Mijn geschiedenis, heer, is kortweg dit:
Mij houdt men voor ’n zandkoker en ’k ben een pen.
Peer Gynt.En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.
Peer Gynt.
En de mijne, heer pen, kan ’k ook u vertellen …
’k Ben een vel wit papier en werd nooit nog beschreven.
Hoessein.Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!
Hoessein.
Waar ik voor dien, kunnen de menschen niet begrijpen;
Allen willen mij gebruiken om zand uit te strooien!
Peer Gynt.Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!
Peer Gynt.
Ik behoorde aan een vrouw, als boek met zilver slot;…
Wees wijs of wees gek, dat ’s alleen maar een drukfout!
Hoessein.Denk eens: welk een leven van lijden,Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!
Hoessein.
Denk eens: welk een leven van lijden,
Pen te zijn en nooit ’t genot van een mes te smaken!
Peer Gynt(maakt een sprong).Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!
Peer Gynt(maakt een sprong).
Denk eens: een rendier zijn; springen van boven;…
Aldoor vallen,… nooit grond voelen onder zijn hoeven!
Hoessein.Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!
Hoessein.
Een mes! Ik ben stomp;… laat snijden en splijten mij!
De wereld vergaat, als men ’t mes er niet in zet!
Peer Gynt.’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.
Peer Gynt.
’t Waar’ zonde van de wereld, die, als meest eigen werk,
Door onzen-lieven-Heer zoo goed gelukt werd gevonden.
Begriffenfeldt.Ziehier een mes!
Begriffenfeldt.
Ziehier een mes!
Hoessein(grijpt het).Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!Wat een wellust zich te snijden.
Hoessein(grijpt het).
Ziehier een mes!O, wat zal ’k de inkt opslurpen!
Wat een wellust zich te snijden.
(snijdt over zijn keel).
Begriffenfeldt(wijkt op zij).Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!
Begriffenfeldt(wijkt op zij).
Wat een wellust zich te snijden.Niet zoo spatten!
Peer Gynt(in stijgenden angst).Houdt hem vast!
Peer Gynt(in stijgenden angst).
Houdt hem vast!
Hoessein.Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!
Hoessein.
Houdt hem vast!Houd mij vast! Dat is het woord!
Houd! Houd de pen vast! Papier op de tafel …!(valt neer).
Nu ben ’k verbruikt. Onthoud dat: dit is ’t naschrift:
Hij leefde en hij stierf als een vastgehouden pen!
Peer Gynt(wankelend).Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!(schreeuwt).Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!
Peer Gynt(wankelend).
Wat moet ik …! Wat ben ik? Gij groote, houd mij vast!
’k Ben al wat gij wilt … een Turk, een zondaar,…
’n Kabouter …; maar help!… er was iets dat brak …!
(schreeuwt).
Ik weet niet meer hoe gij heet, zoo gauw!…
Help mij … gij toevlucht voor alle dwazen!
(valt flauw).
Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)Lang leve de keizer van het zelf!
Begriffenfeldt(met een krans van stroo in de hand, gaat met een sprong schrijlings boven op hem zitten).
Ha, kijk hoe hij in ’t stof zich hoog houdt!…
En van zichzelf is …! Hij zij gekroond!…
(drukt hem den krans op het hoofd en roept uit:)
Lang leve de keizer van het zelf!
Schafmann(in de kooi).Es lebe hoch der grosse Peer
Schafmann(in de kooi).
Es lebe hoch der grosse Peer
EINDE VAN HET VIERDE BEDRIJF.