1De aartsbisschop Hilarion zegt: «Er zijn eene menigte pueblos, als Argao, Dalaguete, Boljoon in Zebu en vele in de provincie Iloilo, waar men naauwelijks een jongen of een meisje zal vinden, die niet kunnen lezen of schrijven, hetgeen niet kan gezegd worden van vele steden op het schiereiland.» (Antwoord aan de Manilla-deputatie.)↑2Onder de wijzen, waarop een schadelijke wetgeving wordt ontdoken, bieden de Philippijnsche eilanden een curieus voorbeeld aan. Daar witte katoenen goederen in het belang van zekere inlandsche producenten geprohibeerd zijn, heeft men het economischer geacht geele en groene twist in te voeren, die binnen mogen komen, en later wordt het in wit veranderd door het uittrekken der kleur, hetgeen gemakkelijk kan geschieden door den draad in eene sterke oplossing van lijm te doopen.↑3In 1859 werd het bedrag geschat op 3,000 à 3,500 vaten.↑4Aldus schrijft Bowring in een brief van 3 Augustus 1858 aan den heer N. Loney.↑5De route van de Spaansche ontdekkingschepenAtrevidaenDescubiertaloopt daar langs. Zie de zeekaart van de St. Bernardino-straat en naburige gedeelten no. 2577, schaal, graad = 6 duim.↑6Vaartuigen, die langs de zuidelijke passage naar Iloilo varen, moeten, in den n. o. mousson, als zij ten noorden van kaap Guinad komen, langs de kust van Guimaras gaan. In April 1859 vond ik in het schipCamilla, van Manilla naar Iloilo, veel grooter diepte ten Z. W. dan op de Spaansche kaarten is aangewezen. Door kaap Guinad zuidelijk en kaap Balingasag oostelijk te brengen, had ik van 7 tot 9 vademen water, met zachten grond. Ten N. W. had ik 7 vademen dieplood.Vijf of zes mijlen van het strand af had ik vier vademen; ik ging strand-inwaarts en wierp het anker uit voor den nacht, liggende kaap Cabalis ten N. O. twee mijlen, acht vademen water; goede ankergrond; het dieplood tot 20 vademen op eene mijl van het strand.Kaap Cabalis en kaap Bondulan, ten N. O. blijvende, vormen twee zeer uitstekende hoofdlanden, die op de Spaansche kaarten, welke ik had, niet voorkwamen. Met den gewonen voorzorg bestaat er geenerlei gevaar, wanneer men de haven van Iloilo nadert en de kust van Guimaras digt houdt aan den kant van kaapCabalistot ongeveer het fort, waardoor men de Oton-bank vermijdt. Wanneer zelfs een vaartuig zou vastraken, zou het geene schade bekomen en kan het gemakkelijk uitgehaald worden, daar de bodem zeer zacht is. Als het fort eene mijl Z. W. ten W. is, is het kanaal naar Iloilo open en bij vloedgetij houde men het N. O. punt digt aan boord. Is men dit voorbij, blijve men meer bij het andere strand, waar 3½ tot 3 vademen water digt aan het strand en 2 vademen bij laag water zijn. De haven van Iloilo is een volmaakt natuurlijk dok. Vaartuigen liggen langs de werf, waar 2½ vadem bij hoog water en 2 vademen bij laag water zijn, terwijl het laden en lossen hier zeer gemakkelijk is. Ik loste 200 vaten ballast en nam binnen negen dagen 300 vaten suiker in. Werk en versche provisie verkrijgt men tot zeer gematigde prijzen.Iloilo, 4 Mei 1859.(Get.)J. H. Pritchard,schipCamilla.↑
1De aartsbisschop Hilarion zegt: «Er zijn eene menigte pueblos, als Argao, Dalaguete, Boljoon in Zebu en vele in de provincie Iloilo, waar men naauwelijks een jongen of een meisje zal vinden, die niet kunnen lezen of schrijven, hetgeen niet kan gezegd worden van vele steden op het schiereiland.» (Antwoord aan de Manilla-deputatie.)↑2Onder de wijzen, waarop een schadelijke wetgeving wordt ontdoken, bieden de Philippijnsche eilanden een curieus voorbeeld aan. Daar witte katoenen goederen in het belang van zekere inlandsche producenten geprohibeerd zijn, heeft men het economischer geacht geele en groene twist in te voeren, die binnen mogen komen, en later wordt het in wit veranderd door het uittrekken der kleur, hetgeen gemakkelijk kan geschieden door den draad in eene sterke oplossing van lijm te doopen.↑3In 1859 werd het bedrag geschat op 3,000 à 3,500 vaten.↑4Aldus schrijft Bowring in een brief van 3 Augustus 1858 aan den heer N. Loney.↑5De route van de Spaansche ontdekkingschepenAtrevidaenDescubiertaloopt daar langs. Zie de zeekaart van de St. Bernardino-straat en naburige gedeelten no. 2577, schaal, graad = 6 duim.↑6Vaartuigen, die langs de zuidelijke passage naar Iloilo varen, moeten, in den n. o. mousson, als zij ten noorden van kaap Guinad komen, langs de kust van Guimaras gaan. In April 1859 vond ik in het schipCamilla, van Manilla naar Iloilo, veel grooter diepte ten Z. W. dan op de Spaansche kaarten is aangewezen. Door kaap Guinad zuidelijk en kaap Balingasag oostelijk te brengen, had ik van 7 tot 9 vademen water, met zachten grond. Ten N. W. had ik 7 vademen dieplood.Vijf of zes mijlen van het strand af had ik vier vademen; ik ging strand-inwaarts en wierp het anker uit voor den nacht, liggende kaap Cabalis ten N. O. twee mijlen, acht vademen water; goede ankergrond; het dieplood tot 20 vademen op eene mijl van het strand.Kaap Cabalis en kaap Bondulan, ten N. O. blijvende, vormen twee zeer uitstekende hoofdlanden, die op de Spaansche kaarten, welke ik had, niet voorkwamen. Met den gewonen voorzorg bestaat er geenerlei gevaar, wanneer men de haven van Iloilo nadert en de kust van Guimaras digt houdt aan den kant van kaapCabalistot ongeveer het fort, waardoor men de Oton-bank vermijdt. Wanneer zelfs een vaartuig zou vastraken, zou het geene schade bekomen en kan het gemakkelijk uitgehaald worden, daar de bodem zeer zacht is. Als het fort eene mijl Z. W. ten W. is, is het kanaal naar Iloilo open en bij vloedgetij houde men het N. O. punt digt aan boord. Is men dit voorbij, blijve men meer bij het andere strand, waar 3½ tot 3 vademen water digt aan het strand en 2 vademen bij laag water zijn. De haven van Iloilo is een volmaakt natuurlijk dok. Vaartuigen liggen langs de werf, waar 2½ vadem bij hoog water en 2 vademen bij laag water zijn, terwijl het laden en lossen hier zeer gemakkelijk is. Ik loste 200 vaten ballast en nam binnen negen dagen 300 vaten suiker in. Werk en versche provisie verkrijgt men tot zeer gematigde prijzen.Iloilo, 4 Mei 1859.(Get.)J. H. Pritchard,schipCamilla.↑
1De aartsbisschop Hilarion zegt: «Er zijn eene menigte pueblos, als Argao, Dalaguete, Boljoon in Zebu en vele in de provincie Iloilo, waar men naauwelijks een jongen of een meisje zal vinden, die niet kunnen lezen of schrijven, hetgeen niet kan gezegd worden van vele steden op het schiereiland.» (Antwoord aan de Manilla-deputatie.)↑2Onder de wijzen, waarop een schadelijke wetgeving wordt ontdoken, bieden de Philippijnsche eilanden een curieus voorbeeld aan. Daar witte katoenen goederen in het belang van zekere inlandsche producenten geprohibeerd zijn, heeft men het economischer geacht geele en groene twist in te voeren, die binnen mogen komen, en later wordt het in wit veranderd door het uittrekken der kleur, hetgeen gemakkelijk kan geschieden door den draad in eene sterke oplossing van lijm te doopen.↑3In 1859 werd het bedrag geschat op 3,000 à 3,500 vaten.↑4Aldus schrijft Bowring in een brief van 3 Augustus 1858 aan den heer N. Loney.↑5De route van de Spaansche ontdekkingschepenAtrevidaenDescubiertaloopt daar langs. Zie de zeekaart van de St. Bernardino-straat en naburige gedeelten no. 2577, schaal, graad = 6 duim.↑6Vaartuigen, die langs de zuidelijke passage naar Iloilo varen, moeten, in den n. o. mousson, als zij ten noorden van kaap Guinad komen, langs de kust van Guimaras gaan. In April 1859 vond ik in het schipCamilla, van Manilla naar Iloilo, veel grooter diepte ten Z. W. dan op de Spaansche kaarten is aangewezen. Door kaap Guinad zuidelijk en kaap Balingasag oostelijk te brengen, had ik van 7 tot 9 vademen water, met zachten grond. Ten N. W. had ik 7 vademen dieplood.Vijf of zes mijlen van het strand af had ik vier vademen; ik ging strand-inwaarts en wierp het anker uit voor den nacht, liggende kaap Cabalis ten N. O. twee mijlen, acht vademen water; goede ankergrond; het dieplood tot 20 vademen op eene mijl van het strand.Kaap Cabalis en kaap Bondulan, ten N. O. blijvende, vormen twee zeer uitstekende hoofdlanden, die op de Spaansche kaarten, welke ik had, niet voorkwamen. Met den gewonen voorzorg bestaat er geenerlei gevaar, wanneer men de haven van Iloilo nadert en de kust van Guimaras digt houdt aan den kant van kaapCabalistot ongeveer het fort, waardoor men de Oton-bank vermijdt. Wanneer zelfs een vaartuig zou vastraken, zou het geene schade bekomen en kan het gemakkelijk uitgehaald worden, daar de bodem zeer zacht is. Als het fort eene mijl Z. W. ten W. is, is het kanaal naar Iloilo open en bij vloedgetij houde men het N. O. punt digt aan boord. Is men dit voorbij, blijve men meer bij het andere strand, waar 3½ tot 3 vademen water digt aan het strand en 2 vademen bij laag water zijn. De haven van Iloilo is een volmaakt natuurlijk dok. Vaartuigen liggen langs de werf, waar 2½ vadem bij hoog water en 2 vademen bij laag water zijn, terwijl het laden en lossen hier zeer gemakkelijk is. Ik loste 200 vaten ballast en nam binnen negen dagen 300 vaten suiker in. Werk en versche provisie verkrijgt men tot zeer gematigde prijzen.Iloilo, 4 Mei 1859.(Get.)J. H. Pritchard,schipCamilla.↑
1De aartsbisschop Hilarion zegt: «Er zijn eene menigte pueblos, als Argao, Dalaguete, Boljoon in Zebu en vele in de provincie Iloilo, waar men naauwelijks een jongen of een meisje zal vinden, die niet kunnen lezen of schrijven, hetgeen niet kan gezegd worden van vele steden op het schiereiland.» (Antwoord aan de Manilla-deputatie.)↑
2Onder de wijzen, waarop een schadelijke wetgeving wordt ontdoken, bieden de Philippijnsche eilanden een curieus voorbeeld aan. Daar witte katoenen goederen in het belang van zekere inlandsche producenten geprohibeerd zijn, heeft men het economischer geacht geele en groene twist in te voeren, die binnen mogen komen, en later wordt het in wit veranderd door het uittrekken der kleur, hetgeen gemakkelijk kan geschieden door den draad in eene sterke oplossing van lijm te doopen.↑
3In 1859 werd het bedrag geschat op 3,000 à 3,500 vaten.↑
4Aldus schrijft Bowring in een brief van 3 Augustus 1858 aan den heer N. Loney.↑
5De route van de Spaansche ontdekkingschepenAtrevidaenDescubiertaloopt daar langs. Zie de zeekaart van de St. Bernardino-straat en naburige gedeelten no. 2577, schaal, graad = 6 duim.↑
6Vaartuigen, die langs de zuidelijke passage naar Iloilo varen, moeten, in den n. o. mousson, als zij ten noorden van kaap Guinad komen, langs de kust van Guimaras gaan. In April 1859 vond ik in het schipCamilla, van Manilla naar Iloilo, veel grooter diepte ten Z. W. dan op de Spaansche kaarten is aangewezen. Door kaap Guinad zuidelijk en kaap Balingasag oostelijk te brengen, had ik van 7 tot 9 vademen water, met zachten grond. Ten N. W. had ik 7 vademen dieplood.
Vijf of zes mijlen van het strand af had ik vier vademen; ik ging strand-inwaarts en wierp het anker uit voor den nacht, liggende kaap Cabalis ten N. O. twee mijlen, acht vademen water; goede ankergrond; het dieplood tot 20 vademen op eene mijl van het strand.
Kaap Cabalis en kaap Bondulan, ten N. O. blijvende, vormen twee zeer uitstekende hoofdlanden, die op de Spaansche kaarten, welke ik had, niet voorkwamen. Met den gewonen voorzorg bestaat er geenerlei gevaar, wanneer men de haven van Iloilo nadert en de kust van Guimaras digt houdt aan den kant van kaapCabalistot ongeveer het fort, waardoor men de Oton-bank vermijdt. Wanneer zelfs een vaartuig zou vastraken, zou het geene schade bekomen en kan het gemakkelijk uitgehaald worden, daar de bodem zeer zacht is. Als het fort eene mijl Z. W. ten W. is, is het kanaal naar Iloilo open en bij vloedgetij houde men het N. O. punt digt aan boord. Is men dit voorbij, blijve men meer bij het andere strand, waar 3½ tot 3 vademen water digt aan het strand en 2 vademen bij laag water zijn. De haven van Iloilo is een volmaakt natuurlijk dok. Vaartuigen liggen langs de werf, waar 2½ vadem bij hoog water en 2 vademen bij laag water zijn, terwijl het laden en lossen hier zeer gemakkelijk is. Ik loste 200 vaten ballast en nam binnen negen dagen 300 vaten suiker in. Werk en versche provisie verkrijgt men tot zeer gematigde prijzen.
Iloilo, 4 Mei 1859.
(Get.)J. H. Pritchard,schipCamilla.↑