HOOFDSTUK XVII.MINERALE STOFFEN.De mijn-wetten,Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenenconcessiënaan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven verkregen. In veleprovinciënvindt men het in de rivieren en inlanders worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden, zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op, maar het is zelden fijner dan 16karaten. Men vindt het in kwarts, maar denuggetszijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld, als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaanschefamiliënvinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos, als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten, welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.DeSociedad Exploradorais belast met de bewerking van de goud-mijnen en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit vanCaliforniëdoor de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten, zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, inweêrwilvan de herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel van goud overvloeit.IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan; maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu, aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer6 mijlen van de stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot 4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hoogepremiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het ’t karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meestemijn-speculatiënop de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd, zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien, zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan (tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door deIgorotteIndianen bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse, 44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte)familiënin Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden; dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137½ Eng.pond) leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper vinden voor sommige groote blokken, die door een’ vaderlandschen avonturier waren uitgehouwen.Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen duren en bij welke gelegenheid tallooze massa’s van het water komen drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.
HOOFDSTUK XVII.MINERALE STOFFEN.De mijn-wetten,Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenenconcessiënaan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven verkregen. In veleprovinciënvindt men het in de rivieren en inlanders worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden, zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op, maar het is zelden fijner dan 16karaten. Men vindt het in kwarts, maar denuggetszijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld, als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaanschefamiliënvinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos, als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten, welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.DeSociedad Exploradorais belast met de bewerking van de goud-mijnen en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit vanCaliforniëdoor de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten, zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, inweêrwilvan de herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel van goud overvloeit.IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan; maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu, aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer6 mijlen van de stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot 4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hoogepremiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het ’t karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meestemijn-speculatiënop de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd, zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien, zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan (tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door deIgorotteIndianen bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse, 44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte)familiënin Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden; dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137½ Eng.pond) leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper vinden voor sommige groote blokken, die door een’ vaderlandschen avonturier waren uitgehouwen.Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen duren en bij welke gelegenheid tallooze massa’s van het water komen drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.
HOOFDSTUK XVII.MINERALE STOFFEN.
De mijn-wetten,Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenenconcessiënaan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven verkregen. In veleprovinciënvindt men het in de rivieren en inlanders worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden, zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op, maar het is zelden fijner dan 16karaten. Men vindt het in kwarts, maar denuggetszijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld, als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaanschefamiliënvinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos, als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten, welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.DeSociedad Exploradorais belast met de bewerking van de goud-mijnen en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit vanCaliforniëdoor de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten, zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, inweêrwilvan de herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel van goud overvloeit.IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan; maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu, aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer6 mijlen van de stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot 4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hoogepremiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het ’t karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meestemijn-speculatiënop de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd, zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien, zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan (tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door deIgorotteIndianen bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse, 44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte)familiënin Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden; dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137½ Eng.pond) leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper vinden voor sommige groote blokken, die door een’ vaderlandschen avonturier waren uitgehouwen.Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen duren en bij welke gelegenheid tallooze massa’s van het water komen drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.
De mijn-wetten,Reglemento de Minas, zijn vrijzinnig en verleenenconcessiënaan iedereen: Spanjaard, Indiaan, mesties, genaturaliseerden of gevestigden vreemdeling, die eene mijn ontdekt, die ontdekking bekend maakt en ze exploiteert. Verschillende beambten en alle geestelijken zijn van dit voorregt uitgesloten. Het werk moet in negentig dagen worden aangevangen, onder zekere voorwaarden; vier achtereenvolgende maanden schorsing of acht maanden staking van arbeid in één jaar, doen de concessie verliezen. Er mogen niet minder dan acht werklieden bezig zijn. De mijnen zijn aan het onderzoek van het mijn-departement onderworpen. De mijn-verordeningen werden door den Kapitein-Generaal Claveria in Januarij 1846 uitgevaardigd.
Het goud van de Philippijnen wordt door wasschen en graven verkregen. In veleprovinciënvindt men het in de rivieren en inlanders worden belast om het daar verkregene te wasschen. De merkwaardigste en voordeeligste goudmijnen, die door de Indianen bewerkt worden, zijn die van Tulbin en Sujuc. Zij breken de rots met hamers en malen ze tusschen twee kleine molensteenen, terwijl zij de stukken in water oplossen, waardoor het goud wordt gescheiden. Zij smelten het in kleine schelpen en het levert gewoonlijk 8 à 10 dollars per ons op, maar het is zelden fijner dan 16karaten. Men vindt het in kwarts, maar denuggetszijn zelden zeer groot. De inwoners van Caraga houwen in den top van een berg een bekken van belangrijke grootte en brengen daarin water door kanalen, van den wilden palmboom gemaakt; zij graven den grond op, terwijl het bekken wordt gevuld, dat plotseling wordt geopend en elke bestaande goudlaag vertoont; deze werkzaamheden worden voortgezet totdat de putten met ingevallen aarde worden gevuld, als wanneer zij verlaten worden; gewoonlijk, wanneer het tot eene diepte is gekomen, die de voordeeligste resultaten geeft, spoelt de waterstroom veel van het metaal weg, dat anders zou worden verkregen en verzameld. Men vindt ook goud in de aangespoelde lagen, die tusschen steenen gedaan en in het water geworpen worden, zoodat het metaal tot op den bodem zinkt. De rivieren Caraballo, Camarines en Misamis en de bergen Caraga en Zebu zijn de meest productive. Vele Indiaanschefamiliënvinden haar bestaan in het wasschen van het rivierzand en bij hevige regens vindt men het goud op de straten van sommige pueblos, als de stroomen zijn overgeloopen. Er kan geen twijfel zijn aan het bestaan van veel goud op de eilanden, maar vooral op die gedeelten, welke door de onafhankelijke stammen worden bewoond.
DeSociedad Exploradorais belast met de bewerking van de goud-mijnen en het wasschen van stofgoud in de provincie Nieuw-Ecija.
Stofgoud is het ruilmiddel in het binnenland van Mindanao en wordt in zakken voor de gewone levensbehoeften geruild. Het bezit vanCaliforniëdoor de Spanjaarden, gedurende zoovele geslachten, zonder de ontwikkeling van zijne rijkdommen, kan verklaren hunne luiheid en onverschilligheid op de Philippijnen, inweêrwilvan de herhaalde waarschuwingen van Spaansche schrijvers dat de Archipel van goud overvloeit.
IJzer vindt men ook in overvloed, vooral in de provincie van Bulacan; maar men mag betwijfelen of het zoo goedkoop kan worden geproduceerd als ingevoerd, vooral daar de wegen in een zoo achterlijken staat verkeeren en wagenvrachten zoo zwaar zijn. Vele ijzerwerken zijn aangevangen, doch heeft men weder laten liggen.
Eene kolenmijn wordt geëxploiteerd te Guila Guila, op het eiland Zebu, aan de rivier Mananga, op een afstand van ongeveer6 mijlen van de stad San Nicolas, die omstreeks 20,000 inwoners telt en bijna de grootste stad op het eiland is. Men zegt dat er kolenlagen van 1 tot 4 voet dikte gevonden worden. De eigenaar zeide mij dat hij in den loop van het volgend jaar in staat zou zijn kolen aan de kust tegen een matigen prijs aan te voeren te Tangui, nabij de stad Falisay.
Onder de verschillende voorwerpen van speculatie is het mijnwerk zeker het meest aantrekkelijk voor den avonturier om de hoogepremiën, die het somtijds voor den gelukkige oplevert. Wanneer de kans tusschen verschillende deelhebbers is verdeeld, neemt het ’t karakter van eene loterij aan, waarin de kansen naar den inleg is geëvenredigd, maar waarin, zooals in de meestemijn-speculatiënop de Philippijnen, de ondernemingen door particulieren worden bestuurd, zonder de noodige middelen om de eerste zwarigheden te overkomen en in den noodigen inleg, teleurstellingen en verlies te kunnen voorzien, zoodat het verlaten van oogenschijnlijk kostbare en veel beloovende ondernemingen maar al te dikwijls voorkomt. Ik heb voor mij liggen eenige bijzonderheden omtrent de pogingen, die aangewend zijn tot bewerking van de kopermijnen van Mancajan, in het district Cagan (tegenwoordig Lepanto genaamd) in Zuid-Ilocos (Luzon). Zij werden op de ruwste wijze sedert onheugelijke tijden door deIgorotteIndianen bewerkt en de gunstige rapporten omtrent den rijkdom der aderen, die naar Europa werden overgebragt, leidden tot vernieuwde, maar slecht aangewende pogingen tot de exploitatie. Er moet veel geld verspild zijn, zonder dat zelfs de noodige werktuigen bestonden om het metaal uit te halen, of wegen om het te vervoeren. Eene proeve genomen met eene tien voet hooge en zeven voet breede laag, ter zijde van eene vier el diepe put gelegen, gaf, als de resultaten van eene analyse, 44 pCt. koper, 29 pCt. zwavel, 18 pCt. arsenicum en 9 pCt. ijzer. De ruwheid van de rotsen, de dikte van het struikgewas, de luiheid der inlanders en, waarschijnlijk vooral, het gemis aan eene intelligente leiding en voldoende geldelijke bronnen, hebben veel ontmoediging te weeg gebragt. Don Antonio Hernandez zegt dat 280 Indiaansche (Igorotte)familiënin Mancajan zich met koper graven en smelten bezig houden; dat zij alleen jaarlijks 200 picos (elke pico is 137½ Eng.pond) leveren, die zij van 8 tot 9 dollars per pico verkoopen, op de plaats zelve en aan de naburige Christen Indianen voor 10 à 12; deze laatste verkoopen ze weder op de kust voor 13 à 16 dollars.
De Indianen in Ilocos en Pangasinan vervaardigen hunne eigene huishoudelijke benoodigdheden uit het koper, dat zij zelve uitgraven.
Fijn gespikkeld marmer wordt in de provincie Bataan gevonden en men heeft er zelfs van gebruikt tot sieraad der kerken; maar het bestaan daarvan heeft weinig de aandacht getrokken en men kon geen koper vinden voor sommige groote blokken, die door een’ vaderlandschen avonturier waren uitgehouwen.
Reeds vroeger heb ik medegedeeld dat zich vele minerale wateren op het eiland bevinden, zoowel zwavel- als ijzerhoudend, te Antipolo. In de Laguna is eene beschermvrouw, waarvoor de feesten achttien dagen duren en bij welke gelegenheid tallooze massa’s van het water komen drinken en aan de processiën ter harer eere deelnemen. De inwoners van Manilla hechten veel waarde aan de wateren van Pagsanghan.