HOOFDSTUK XX.HANDEL.Voor vreemde volkeren—vooral voor de Engelschen—is het bijzondere belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt, natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die eilandenmoetenin handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken, waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden, is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn zoowel voor ’s Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het Spaansche bewind en de administratie vanlas Indiaswerd voorgestaan, en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden door de dikke duisternis van het verledene.De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerdenhandel en de onheilen diemonopoliëntevens aan de algemeene belangen toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest worden gekommandeerd door officieren van ’s Rijks marine, als een oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten, wanneer hij niet was eenvocal de consulado, waarvoor een verblijf van verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken, ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd te worden, 33⅓ pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was, moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren in het plegen van bedrog.De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling van de koloniale industrie.Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!» uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over den Archipel kunnen uitgestort worden!Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel, vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing, de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten, verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens, het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland; sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen, marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken, die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk te zien.In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen zouden aanwijzen om de rijkdommenvan de Philippijnsche eilanden te ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan, die dringende verbetering vereischten:1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongeneverlovenvoor iedere ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last, misbruiken en oponthoud.2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land) betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde kleederen, die meestal in handen der Chinezenkomen. Buitenlandsche ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen en bijna 100,000 flesschenniet-Spaansch bier.3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit, en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens—Hongkong, Macao en Singapore—en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten, de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet, die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten, tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met de tolkantoren de beste resultatenhad opgeleverd door geregelde en gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de andere zijde.Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000 dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen, die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1½ millioen uit zilver naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden, is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten, van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt geeft: «De nesten worden tweemaal ’s jaars verzameld; die uit diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt, waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een belangrijke uitvoer van schildpad.Tripang(zeeschelp,Holothuria) en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China wordenzeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker, fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen, worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen, aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten in decommunicatieen het verschillende bederf, waaraan de koopwaren blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd; bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot (balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt, die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen, waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden worden geëxploiteerd.Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo, waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul het hoofd is.Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond te Manillavijf honderdlevende vogels (mimas?) mede te brengen; men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten valt en 500 vogels was het verlangdeminimum, door ieder schip aan te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam, deCarabineros de Real Haciendagenaamd. Het bestaat uit inlanders onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal, België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten, die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten, aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Erbestaat eene wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen van dePeninsular and Oriental Companywordt verrigt, die meestal aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van alle havenlasten, behalve loodsgelden.Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van 45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.De BancoEspañolde Isabel II is eene maatschappij, waarvan het kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars.De Bank heeft veel gemak aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest» van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:De Arroba (25 lbs. Spaansch)=25.36Eng. lbs.De Quintal (100 lbs. Spaansch)=101.44Eng.»lbs.»De Kattie=1.395Eng.»lbs.»De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.)=139.48Eng.»lbs.»Cavan=25gautas.Gauta=8chupas.Pie=12Sp. duim.11Eng. duim.Vara=3pies.33Eng. duim.De zak rijst (zuiver) weegt132lbs. avoirdupois.De»zak»padie103½lbs.»avoirdupois.»Vat olie96lbs.»avoirdupois.»In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilandenwas belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt aan den Minister van Finantiën in Spanje1.Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba, met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars, terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten, een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af, dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba, die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000 dollars zouden opbrengen.Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten—suiker, koffij, tabak, indigo, cacao en katoen—uitmuntend is; dat hij bijna een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.Zijne drie voorstellen zijn:1o. de opening van nieuwe havens voor den vreemden handel;2o. vrijlating van de productie, de fabricatie en de verkoop van tabak;3o. de vermeerdering van de bevolking der eilanden.Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay) en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen, tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen, geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel, die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd, wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500 planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft,die voor 4 à 5 dollars per quintal kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren, die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5¼ dollars, en de kisten ter verpakking 3½ dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6½ dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval de winst 77¼ dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van 70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen, die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2: weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur, fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie) ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan, die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het personeel terbescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd, niet onder Spaansch gezag staat.»Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop van invloed is.Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin als den algemeenen weêrzin daartoe van dezijde van de Chineschefamiliën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China, deSainte Enfancegenaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden; vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende, doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855 werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858 een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China, vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen, zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden, geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende:Mas sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena(de dwaas weet meer van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen), zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel isonvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk; de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren om devera effigiesvan toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen, die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene vraag voor philosophen en staatslieden.Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de vrouw methet eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen; de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijngallobovenal. Hij kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd, bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van demilitiaof eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden, valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen, doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats, als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn.«De Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje (nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden, die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen) en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida) heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen, de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw, de fabrieknijverheid en den handel,—in één woord, tot die groote werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele van overwonnennatiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in het belang van het algemeene welzijn.«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues van het moederland worden ter zijde gesteld.»Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos, eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk zeker niet hare medewerking zou verleenen.«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar, dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters en de zuiverheid zijner geregtshoven. Eenpleytoop het schiereiland wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo Spanje moeijelijkheden heeft om zich in hetmoederland van onkreukbare regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen, door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren; door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken; door de opheffing van de massa’spapel sellado(documenten op gezegeld papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land aanmerkelijk kunnen uitbreiden.«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen, rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels, medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à 70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.«Met eenige hervormingen in de wetgeving—aldus besluit hij—met verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen envan eene welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders, hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven, maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor de toekomst.»21Articulo sobre las Rentas de Filipinas y los medios de aumentarlas, por D. Sinibaldo de Mas (later Minister-plenipotentiaris van Spanje in China), Madrid 1855.↑2Marcaida rekent de paters Blanco, Santa Maria, Zuniga, Concepcion en Buzeta onder de beste geschiedkundige autoriteiten. Hij geeft hoog op van deApuntesvan Don Sinibaldo de Mas, van eene deugdelijkheid, waarvan ik mij zelf meermalen heb kunnen overtuigen.↑
HOOFDSTUK XX.HANDEL.Voor vreemde volkeren—vooral voor de Engelschen—is het bijzondere belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt, natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die eilandenmoetenin handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken, waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden, is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn zoowel voor ’s Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het Spaansche bewind en de administratie vanlas Indiaswerd voorgestaan, en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden door de dikke duisternis van het verledene.De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerdenhandel en de onheilen diemonopoliëntevens aan de algemeene belangen toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest worden gekommandeerd door officieren van ’s Rijks marine, als een oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten, wanneer hij niet was eenvocal de consulado, waarvoor een verblijf van verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken, ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd te worden, 33⅓ pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was, moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren in het plegen van bedrog.De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling van de koloniale industrie.Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!» uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over den Archipel kunnen uitgestort worden!Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel, vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing, de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten, verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens, het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland; sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen, marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken, die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk te zien.In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen zouden aanwijzen om de rijkdommenvan de Philippijnsche eilanden te ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan, die dringende verbetering vereischten:1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongeneverlovenvoor iedere ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last, misbruiken en oponthoud.2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land) betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde kleederen, die meestal in handen der Chinezenkomen. Buitenlandsche ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen en bijna 100,000 flesschenniet-Spaansch bier.3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit, en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens—Hongkong, Macao en Singapore—en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten, de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet, die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten, tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met de tolkantoren de beste resultatenhad opgeleverd door geregelde en gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de andere zijde.Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000 dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen, die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1½ millioen uit zilver naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden, is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten, van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt geeft: «De nesten worden tweemaal ’s jaars verzameld; die uit diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt, waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een belangrijke uitvoer van schildpad.Tripang(zeeschelp,Holothuria) en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China wordenzeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker, fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen, worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen, aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten in decommunicatieen het verschillende bederf, waaraan de koopwaren blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd; bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot (balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt, die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen, waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden worden geëxploiteerd.Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo, waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul het hoofd is.Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond te Manillavijf honderdlevende vogels (mimas?) mede te brengen; men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten valt en 500 vogels was het verlangdeminimum, door ieder schip aan te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam, deCarabineros de Real Haciendagenaamd. Het bestaat uit inlanders onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal, België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten, die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten, aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Erbestaat eene wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen van dePeninsular and Oriental Companywordt verrigt, die meestal aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van alle havenlasten, behalve loodsgelden.Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van 45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.De BancoEspañolde Isabel II is eene maatschappij, waarvan het kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars.De Bank heeft veel gemak aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest» van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:De Arroba (25 lbs. Spaansch)=25.36Eng. lbs.De Quintal (100 lbs. Spaansch)=101.44Eng.»lbs.»De Kattie=1.395Eng.»lbs.»De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.)=139.48Eng.»lbs.»Cavan=25gautas.Gauta=8chupas.Pie=12Sp. duim.11Eng. duim.Vara=3pies.33Eng. duim.De zak rijst (zuiver) weegt132lbs. avoirdupois.De»zak»padie103½lbs.»avoirdupois.»Vat olie96lbs.»avoirdupois.»In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilandenwas belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt aan den Minister van Finantiën in Spanje1.Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba, met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars, terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten, een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af, dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba, die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000 dollars zouden opbrengen.Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten—suiker, koffij, tabak, indigo, cacao en katoen—uitmuntend is; dat hij bijna een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.Zijne drie voorstellen zijn:1o. de opening van nieuwe havens voor den vreemden handel;2o. vrijlating van de productie, de fabricatie en de verkoop van tabak;3o. de vermeerdering van de bevolking der eilanden.Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay) en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen, tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen, geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel, die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd, wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500 planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft,die voor 4 à 5 dollars per quintal kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren, die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5¼ dollars, en de kisten ter verpakking 3½ dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6½ dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval de winst 77¼ dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van 70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen, die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2: weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur, fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie) ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan, die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het personeel terbescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd, niet onder Spaansch gezag staat.»Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop van invloed is.Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin als den algemeenen weêrzin daartoe van dezijde van de Chineschefamiliën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China, deSainte Enfancegenaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden; vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende, doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855 werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858 een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China, vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen, zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden, geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende:Mas sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena(de dwaas weet meer van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen), zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel isonvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk; de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren om devera effigiesvan toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen, die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene vraag voor philosophen en staatslieden.Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de vrouw methet eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen; de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijngallobovenal. Hij kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd, bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van demilitiaof eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden, valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen, doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats, als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn.«De Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje (nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden, die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen) en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida) heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen, de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw, de fabrieknijverheid en den handel,—in één woord, tot die groote werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele van overwonnennatiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in het belang van het algemeene welzijn.«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues van het moederland worden ter zijde gesteld.»Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos, eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk zeker niet hare medewerking zou verleenen.«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar, dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters en de zuiverheid zijner geregtshoven. Eenpleytoop het schiereiland wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo Spanje moeijelijkheden heeft om zich in hetmoederland van onkreukbare regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen, door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren; door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken; door de opheffing van de massa’spapel sellado(documenten op gezegeld papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land aanmerkelijk kunnen uitbreiden.«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen, rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels, medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à 70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.«Met eenige hervormingen in de wetgeving—aldus besluit hij—met verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen envan eene welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders, hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven, maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor de toekomst.»21Articulo sobre las Rentas de Filipinas y los medios de aumentarlas, por D. Sinibaldo de Mas (later Minister-plenipotentiaris van Spanje in China), Madrid 1855.↑2Marcaida rekent de paters Blanco, Santa Maria, Zuniga, Concepcion en Buzeta onder de beste geschiedkundige autoriteiten. Hij geeft hoog op van deApuntesvan Don Sinibaldo de Mas, van eene deugdelijkheid, waarvan ik mij zelf meermalen heb kunnen overtuigen.↑
HOOFDSTUK XX.HANDEL.
Voor vreemde volkeren—vooral voor de Engelschen—is het bijzondere belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt, natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die eilandenmoetenin handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken, waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden, is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn zoowel voor ’s Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het Spaansche bewind en de administratie vanlas Indiaswerd voorgestaan, en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden door de dikke duisternis van het verledene.De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerdenhandel en de onheilen diemonopoliëntevens aan de algemeene belangen toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest worden gekommandeerd door officieren van ’s Rijks marine, als een oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten, wanneer hij niet was eenvocal de consulado, waarvoor een verblijf van verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken, ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd te worden, 33⅓ pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was, moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren in het plegen van bedrog.De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling van de koloniale industrie.Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!» uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over den Archipel kunnen uitgestort worden!Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel, vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing, de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten, verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens, het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland; sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen, marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken, die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk te zien.In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen zouden aanwijzen om de rijkdommenvan de Philippijnsche eilanden te ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan, die dringende verbetering vereischten:1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongeneverlovenvoor iedere ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last, misbruiken en oponthoud.2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land) betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde kleederen, die meestal in handen der Chinezenkomen. Buitenlandsche ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen en bijna 100,000 flesschenniet-Spaansch bier.3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit, en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens—Hongkong, Macao en Singapore—en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten, de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet, die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten, tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met de tolkantoren de beste resultatenhad opgeleverd door geregelde en gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de andere zijde.Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000 dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen, die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1½ millioen uit zilver naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden, is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten, van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt geeft: «De nesten worden tweemaal ’s jaars verzameld; die uit diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt, waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een belangrijke uitvoer van schildpad.Tripang(zeeschelp,Holothuria) en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China wordenzeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker, fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen, worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen, aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten in decommunicatieen het verschillende bederf, waaraan de koopwaren blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd; bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot (balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt, die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen, waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden worden geëxploiteerd.Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo, waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul het hoofd is.Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond te Manillavijf honderdlevende vogels (mimas?) mede te brengen; men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten valt en 500 vogels was het verlangdeminimum, door ieder schip aan te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam, deCarabineros de Real Haciendagenaamd. Het bestaat uit inlanders onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal, België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten, die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten, aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Erbestaat eene wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen van dePeninsular and Oriental Companywordt verrigt, die meestal aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van alle havenlasten, behalve loodsgelden.Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van 45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.De BancoEspañolde Isabel II is eene maatschappij, waarvan het kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars.De Bank heeft veel gemak aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest» van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:De Arroba (25 lbs. Spaansch)=25.36Eng. lbs.De Quintal (100 lbs. Spaansch)=101.44Eng.»lbs.»De Kattie=1.395Eng.»lbs.»De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.)=139.48Eng.»lbs.»Cavan=25gautas.Gauta=8chupas.Pie=12Sp. duim.11Eng. duim.Vara=3pies.33Eng. duim.De zak rijst (zuiver) weegt132lbs. avoirdupois.De»zak»padie103½lbs.»avoirdupois.»Vat olie96lbs.»avoirdupois.»In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilandenwas belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt aan den Minister van Finantiën in Spanje1.Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba, met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars, terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten, een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af, dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba, die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000 dollars zouden opbrengen.Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten—suiker, koffij, tabak, indigo, cacao en katoen—uitmuntend is; dat hij bijna een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.Zijne drie voorstellen zijn:1o. de opening van nieuwe havens voor den vreemden handel;2o. vrijlating van de productie, de fabricatie en de verkoop van tabak;3o. de vermeerdering van de bevolking der eilanden.Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay) en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen, tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen, geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel, die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd, wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500 planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft,die voor 4 à 5 dollars per quintal kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren, die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5¼ dollars, en de kisten ter verpakking 3½ dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6½ dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval de winst 77¼ dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van 70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen, die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2: weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur, fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie) ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan, die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het personeel terbescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd, niet onder Spaansch gezag staat.»Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop van invloed is.Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin als den algemeenen weêrzin daartoe van dezijde van de Chineschefamiliën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China, deSainte Enfancegenaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden; vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende, doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855 werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858 een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China, vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen, zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden, geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende:Mas sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena(de dwaas weet meer van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen), zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel isonvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk; de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren om devera effigiesvan toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen, die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene vraag voor philosophen en staatslieden.Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de vrouw methet eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen; de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijngallobovenal. Hij kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd, bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van demilitiaof eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden, valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen, doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats, als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn.«De Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje (nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden, die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen) en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida) heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen, de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw, de fabrieknijverheid en den handel,—in één woord, tot die groote werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele van overwonnennatiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in het belang van het algemeene welzijn.«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues van het moederland worden ter zijde gesteld.»Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos, eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk zeker niet hare medewerking zou verleenen.«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar, dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters en de zuiverheid zijner geregtshoven. Eenpleytoop het schiereiland wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo Spanje moeijelijkheden heeft om zich in hetmoederland van onkreukbare regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen, door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren; door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken; door de opheffing van de massa’spapel sellado(documenten op gezegeld papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land aanmerkelijk kunnen uitbreiden.«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen, rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels, medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à 70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.«Met eenige hervormingen in de wetgeving—aldus besluit hij—met verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen envan eene welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders, hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven, maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor de toekomst.»2
Voor vreemde volkeren—vooral voor de Engelschen—is het bijzondere belang, dat voor den toestand der Philippijnen gekoesterd wordt, natuurlijk meer uit een oogpunt van handel dan van politiek. Die eilandenmoetenin handelsgewigt toenemen; reeds is genoeg gedaan om eene achteruitgaande of zelfs eene stilstaande staatkunde onhoudbaar te maken. Iedere stap, die genomen is om de oude banden los te maken, waarmede onwetendheid en monopolie den vooruitgang belemmerden, is gelukkig en productief genoeg geweest om voortgang te beloven en bijna te verzekeren op een weg, die nu gebleken is heilzaam te zijn zoowel voor ’s Rijks schatkist als voor de algemeene welvaart. De statistieke tabellen, die ik heb kunnen verzamelen, zijn veelal onvolledig en niet accuraat, maar kunnen over het algemeen geacht worden als de waarheid te naderen en zijn zeker niet van belang ontbloot als middelen van vergelijking tusschen de resultaten van het beperkte stelsel van uitsluiting, dat zoo geruimen tijd door het Spaansche bewind en de administratie vanlas Indiaswerd voorgestaan, en de wijzer en meer vrijzinnige beginselen, die hun licht verspreiden door de dikke duisternis van het verledene.
De nadeelen en misslagen van een gepriviligieerden en geprotegeerdenhandel en de onheilen diemonopoliëntevens aan de algemeene belangen toebrengen, kan men inderdaad wel leeren kennen in de oude wetgeving van Spanje, wat hare koloniën aangaat. In den beginne mogt slechts één vaartuig van de Philippijnen naar Mexico varen; het moest worden gekommandeerd door officieren van ’s Rijks marine, als een oorlogsschip zijn uitgerust en aan een aantal ongerijmde beperkingen en voorschriften onderworpen: zoo moesten gelukzoekers 20,000 dollars betalen voor hun privilegie en niemand werd als zoodanig toegelaten, wanneer hij niet was eenvocal de consulado, waarvoor een verblijf van verscheidene jaren op de eilanden en het bezit van grondeigendom tot eene uitgestrektheid van 8,000 dollars werd vereischt. Het privilegie ging dikwijls heimelijk, door koop, in de handen van monniken, ambtenaren, vrouwen en andere speculanten over, en men kan dus wel onderstellen tot welke prijzen de goederen gesteld werden. Zoo was de geoorloofde plundering in Azië, bij de aankomst te Acapulco, in Amerika, naar welke plaats de lading gedwongen werd geconsigneerd te worden, 33⅓ pCt. opgelegd naar de facturen van Manilla. En bij de terugkomst van het schip werden gelijke of nog ongerijmder voorwaarden opgelegd: het dubbele van de lading, die verzonden was, moest worden teruggebragt, maar daar de winsten dikwijls ontzaggelijk waren, werd elke soort van fraude uitgeoefend om fictive waarde aan de ingevoerde artikelen te geven; van het begin tot het einde van de onderneming schenen de betrokken partijen als het ware te wedijveren in het plegen van bedrog.
De oprigting van de Compagnie der Philippijnen, in 1785, gaf een anderen vorm aan het monopolie, maar leidde tot eenige ontwikkeling van de koloniale industrie.
Het is naauwelijks noodig de geschiedenis te volgen van den handel der Philippijnen, zoo als hij door de vele phasen tot zijn tegenwoordigen betrekkelijken voorspoed is gekomen, welke moet afgemeten worden naar de vrijheid, die ingevoerd is. Wanneer de Spaansche autoriteiten den moed gehad hadden de tooverwoorden: «Laissez faire, laissez passer!» uit te spreken, welk een overvloed van zegeningen hadden niet over den Archipel kunnen uitgestort worden!
Maar het kon naauwelijks verwacht worden van een Gouvernement als het Spaansche, om, hetzij uit eigene beweging, hetzij door de noodige vrijheid aan den Gouverneur-Generaal te geven, een zoo grootsch werk te verrigten, als dat van eene vrije productie, vrijen handel, vrije kolonisatie en vrije opvoeding in de Philippijnen; en toch zou een zoo grootsche en edele stap, naar ik geloof, in een paar jaren gevolgd worden door een vooruitgang en voorspoed, die nog verre de berekeningen zouden overtreffen, welke men heeft durven maken. Het weinige, dat voor vrijheid van handel is gewaagd, hoe haastig en gebrekkig ook, kan niet anders dan toekomstige pogingen aanmoedigen en te gelijker tijd zijn vele zegenrijke hervormingen onder de aandacht van het Gouvernement gebragt, met zulke sprekende cijfers en onweerstaanbare redenen, dat, zoo het slechts van deze afhing, de Philippijnen de hoop mogten voeden, spoedig in het genot te worden gesteld van een vooruitzigt op toekomstigen voorspoed. De herziening der tarieven, de afschaffing van kleine lastige fiscale formaliteiten, verbetering van de rivier-scheepvaart, het zuiveren der havens, het plaatsen van lichttorens en andere voorzorgmaatregelen voor de veiligheid der scheepvaart, zijn de meest dringende en onmiddellijke verlangens van den handel. Te Manilla wordt het gemis van dokken voor het herstel en het beschermen van schepen zeer gevoeld; het tolhuis bevindt zich aan de kwade zijde van de rivier, ofschoon het beter ware dat het aan geen enkele zijde stond; er bestaan geen middelen van geregelde postcommunicatie met de eilanden van uit het schiereiland; sleepstoombooten, reddingbooten, kaden- en havenhoofden, zeemanshuizen, marine-hospitalen ontbreken, maar de noodzakelijkheid daarvan is zoo sterk bepleit, dat men op eene spoedige voorziening daarin mag hopen. In waarheid, het is verblijdend in zoo verwijderde landstreken, die zoo lang onder de meest ontmoedigende en tegenhoudende invloeden hebben verkeerd, dat streven, dat de pionnier van en de sleutel tot alle verbetering is, zoo krachtdadig en niet te vergeefs aan het werk te zien.
In 1858 werd aan de kamer van koophandel door den Gouverneur-Generaal het verzoek gedaan, dat de kooplieden hem de best mogelijke middelen zouden aanwijzen om de rijkdommenvan de Philippijnsche eilanden te ontwikkelen, door hunnen buitenlandschen handel uit te breiden. De Britsche kooplieden drukten den algemeenen wensch uit, dat de eilanden de zegeningen mogten ondervinden van dat stelsel van vrijen handel en vrije handelspolitiek, waarvan de «grootsche resultaten» aan allen bekend waren, en wezen daarna de volgende speciale bezwaren aan, die dringende verbetering vereischten:
1o. Het tegenwoordige stelsel van gedwongeneverlovenvoor iedere ladingboot, die men gebruikt, leidt tot menige noodelooze last, misbruiken en oponthoud.
2o. Herziening van de tarieven, die op sommige artikelen zeer zwaar drukken, tot bescherming van eenig gering fabriekbelang op het eiland. Dit is vooral het geval met katoenen goederen, voor dagelijksch gebruik bestemd; de gekleurde met de op het eiland gefabriceerde verw worden het zwaarst belast, om de inlandsche verwerijen aan te moedigen. Vele artikelen worden veel boven de wezenlijke waarde geschat, zoodat de percentmatige belasting te groot wordt. Kamerdoek bijv., wordt met het dubbele van den marktprijs belast. IJzeren ketenen, die vijf dollars per cwt. waard zijn, worden met 12 dollars belast. Daar er eene kleine hoeveelheid wit, zwart, blaauw, purper en rozenkleurig katoen wordt geproduceerd, wordt daarvoor een regt van 40 tot 50 pCt. geheven, terwijl roode, gele, groene enz., die de inlanders niet kunnen verwen, vrij worden ingevoerd. Dit zijn sprekende voorbeelden van de werking van een beschermend stelsel.
Andere blaauwe goederen worden geprohibeerd, omdat de eilanden indigo produceren, en ter bescherming van de inlandsche schoenmakers (die in den regel bijna altijd Chinezen zijn en slechts trekvogels in het land) betalen buitenlandsche schoenen en laarzen van 40 tot 50 pCt., tot groot nadeel van de openbare gezondheid, daar het inlandsch gelooide leder niet tegen regen en modder bestand is, terwijl de beschermende regten den Chineschen kolonist aanmoedigen fabrikant te worden, hoezeer die minder noodig is dan de landbouwer. Op dezelfde wijze worden de kleedermakers beschermd, d. i., hun wordt vergund om den verbruiker te hoog te belasten tot 40 à 50 pCt. toe, zijnde het regt op ingevoerde kleederen, die meestal in handen der Chinezenkomen. Buitenlandsche ingemaakte vruchten en likeuren hebben gelijke lasten te dragen, en toch kunnen de Philippijnen geen inmaaksel en zoetigheden genoeg voor zich zelven opleveren. Zoo volgt de eene dwaasheid en misrekening op de andere. 1200 flesschen Spaansch bier werden in 1857 in de Philippijnen ingevoerd en ten einde een zoo gewigtig belang te beschermen en aan te moedigen, werd een buitensporig invoerregt geheven op 350 pijpen en bijna 100,000 flesschenniet-Spaansch bier.
3o. Voorts maken de hooge differentiële regten ten voordeele van Spaansche schepen een zeer gegrond punt van ontevredenheid uit, en strekken die zeer ten nadeele van het algemeen belang. Over de tonneregten op in- en uitzeilende schepen met ladingen zijn maar al te juiste klagten gerezen. De nabijheid van zoo vele vrijhavens—Hongkong, Macao en Singapore—en het meer vrijzinnige stelsel van de Australische en Polynesische streken, plaatsen den Philippijnschen handel in eene nadeelige positie. Onder de door mij verzamelde stukken behoort een van een inlandsch koopman, waarin deze zegt: «De beschouwingen van staathuishoudkundigen en de practische resultaten van vrije handelswetgeving bevestigen het feit, dat het publiek crediet en de publieke voorspoed gelijkelijk worden begunstigd door de vrijheid van handel, en hij ziet uit een beperkt oogpunt, die, alleen met het oog op tijdelijke derving van inkomsten door de vermindering van invoerregten, de ontzaggelijke vermeerdering van al de bronnen van inkomsten vergeet, die uit lage prijzen en toenemende aanvraag zal voortvloeijen.» Op die wijze zullen de groote waarheden die stil en met succes eene omkeering in de handelswetgeving hebben gebragt, zich overal verspreiden en ten slotte de wereld in den grooten band van broederschap omvatten, tot vrede en voorspoed van hen, die er getuigen van zijn.
Bij besluit van 18 Junij 1857 werden de beperkingen in den handel in rijst en padie opgeheven en vreemde granen in den vrijen invoer begrepen niet alleen in de voor den vreemden handel geopende, maar in verschillende ondergeschikte havens. Ofschoon het verlof toen slechts tijdelijk was, is het thans duurzaam geworden, en ik bevond dat de vrijdom op deze gewigtige artikelen van alle tusschenkomst met de tolkantoren de beste resultatenhad opgeleverd door geregelde en gelijke prijzen vast te stellen, zonder eenig nadeel voor de inlandsche productie. Hoe meer algemeen de beginselen van den vrijen handel worden toegepast, hoe meer men beveiligd zal zijn tegen schaarschte en hongersnood aan de eene, tegen overvloed en vraatzucht aan de andere zijde.
Rijst wordt bij de cavan verkocht. De prijs is gewoonlijk het dubbele van die van padie. De gemiddelde fluctuatie beloopt 1 tot 2 dollars.
In 1810 bedroeg de invoerhandel op de Philippijnen slechts 5,329,000 dollars, waarvan meer dan de helft bestond uit kostbare metalen, die uit de Spaansche koloniën van Amerika werden gezonden. Uit Europa en de Vereenigde Staten beliep de handel slechts 175,000 dollars. De uitvoer bedroeg 4,795,000 dollars, waarvan 1½ millioen uit zilver naar China bestond, terwijl het geheele bedrag van den uitvoer naar Europa en de Vereenigde Staten 250,000 dollars beliep. De groote sprong had in 1834 plaats, toen het monopolie van de Philippijnsche Compagnie eindigde en de handel van dien tijd als in bloei toenemend mag worden beschouwd. Van den handel met de omringende eilanden, is die met Jolo, vooral door Chinezen gevoerd, belangrijk. Een van de voornaamste artikelen van uitvoer zijn de eetbare vogelnesten, van wier verzameling een Spaansch schrijver het volgende berigt geeft: «De nesten worden tweemaal ’s jaars verzameld; die uit diepe en vochtige holen zijn het meeste waard. Om de plaatsen te ruimen waar de nesten worden gevonden, is vroegtijdige schoonmaking noodig en deze taak is altijd gevaarlijk. Om de kelders te bereiken moet men verscheidene honderde voet loodregt afdalen, ondersteund door een touw van bamboes of riet, dat over de zeegolven hangt, waar deze tegen de rotsen stooten.» Uit Jolo bestaat ook een belangrijke uitvoer van schildpad.Tripang(zeeschelp,Holothuria) en haaivinnen worden naar de Chinesche markten gezonden, even als paarlemoer, was en stofgoud. De reis van Manilla naar Jolo en terug duurt gewoonlijk zeven à acht maanden. Een bijna gelijke handel als die van Jolo wordt tusschen Manilla en de Molukkos gevoerd. Daarbij komen echter ook specerijen onder den invoer voor. Er bestaat een groote handel tusschen Singapore en Manilla, en met Amoy in China wordenzeer belangrijke zaken gedreven. Vaartuigen worden gewoonlijk uit en naar die haven geladen. Rijst, padie, kokosnoten-olie, suiker, fijn hout, lekkernijen en eene verscheidenheid van kleinere artikelen, worden uitgevoerd; zijde, nankin, thee, vermiljoen, zonneschermen, aardewerk en duizende kleinere zaken worden daartegen gegeven.
De binnenlandsche handel lijdt veel onder de groote inconveniënten in decommunicatieen het verschillende bederf, waaraan de koopwaren blootstaan. Men zegt dat in den doorvoerhandel van het noorden van Luzon naar de hoofdstad, er meer dan honderd houtvlotten zijn, waarop de goederen over de verschillende stroomen moeten worden vervoerd; bij elken overtogt heeft een langdurig oponthoud plaats, daar het vlot (balsa) zelden gevonden wordt wanneer en waar het noodig is. Gedurende een half jaar is bovendien het inlandsch vervoer het eenige middel van vervoer, daar de moussons die zeereis onmogelijk maken voor kustvaartuigen. Op de meer verwijderde eilanden gaan dikwijls maanden voorbij zonder dat schepen uit de hoofdstad aankomen. Sommige missen in het binnenland worden dikwijls bezocht door mohammedaansche en heidensche inlanders, die de havens of grootere steden niet willen bezoeken. Die van Yligan (Misamis, in Mindanao) wordt veel door Mooren bezocht, die daar padie, cacao, koffij, stofgoud, katoenen goederen, krissen en oorlogswapenen ter verkoop brengen, bij vele andere inlandsche artikelen, die zij meestal tegen Europesche en Chinesche goederen inruilen. Panaguis, in Luzon, is eene andere markt, die door de Igorotte-Indianen veel wordt bezocht. Vele van de oude riviercommunicatiën hebben opgehouden door overstroomingen, die eene nieuwe rigting aan den stroom hebben gegeven en door het invallen van blokken, boomen en rotsen uit de bovenlanden. Er bestaat veel reizende kleinhandel in het binnenland; de Chinezen vooral zijn active venters en rondloopers, en gaan overal om te koopen en te verkoopen, waar iets te verdienen valt. Zij zijn in een groote mate de pionniers van den handel en daardoor dienstig tot behulp en medewerkers bij het openen van nieuwe velden, die later op meer uitgebreide wijze konden worden geëxploiteerd.
Men vindt te Manilla zeven Engelsche, drie Amerikaansche, twee Fransche, twee Zwitsersche en een Duitsch handels-etablissementen. In de nieuwe havens is geen Europeesch handelshuis, behalve te Iloilo, waar eene Engelsche firma bestaat, waarvan de Britsche vice-consul het hoofd is.
Onder de curiositeiten van de handelswetgeving behoort een besluit van den gouverneur der Philippijnen, gedagteekend van nog weinige jaren geleden, waarbij bevolen werd dat geen schip eene lading uit China of Oost-Indië mogt invoeren, zonder dat de kapitein zich verbond te Manillavijf honderdlevende vogels (mimas?) mede te brengen; men zeide toch dat deze vogel het best de insecten vernielde, die destijds veel schade aan den oogst toebragten. Ik geloof niet dat er ooit een vogel werd ingevoerd. Men had even gemakkelijk en redelijk den invoer van eenige stukjes van de maan kunnen eischen, daar het vangen en het houden naauwelijks onder het bereik van menschelijke krachten valt en 500 vogels was het verlangdeminimum, door ieder schip aan te voeren. Niet het minst merkwaardige gedeelte van dat besluit of die vordering was, dat zij allen gratis moesten worden afgeleverd.
Voor de bescherming der belastingen bestaat een gewapend ligchaam, deCarabineros de Real Haciendagenaamd. Het bestaat uit inlanders onder Europesche officieren en is belast met de land- en zeedienst. Zij dragen een militairen uniform en een breeden hoed, die op een grooten punschschaal gelijkt, doch zeer goed togen de zonnestralen beveiligt.
Groot-Brittannië heeft een bezoldigden consul en vice-consul te Manilla en vice-consuls te Iloilo en Sual. Frankrijk heeft ook een bezoldigden consul in de hoofdstad. De Vereenigde Staten, Portugal, België, Zweden en Chili worden vertegenwoordigd door leden van handels-etablissementen, die consulair gezag te Manilla uitoefenen. De Amerikaansche consul is de heer Charles Griswold, en de meesten, die deze eilanden bezocht hebben, hebben zijne gastvrijheid kunnen op prijs stellen en voordeel getrokken van zijne ondervinding.
De post-etablissementen zijn onvolmaakt en onvoldoende en de lasten, aan de verzending van brieven verbonden, talrijk. Erbestaat eene wekelijksche postcommunicatie van uit de hoofdstad met de provinciën op het eiland Luzon en zuidwaarts tot aan Samar en Leyte, maar al de overige oostelijke en zuidelijke eilanden zijn aan de kansen overgelaten, die de kusthandel aanbiedt, en daar gaan dikwijls maanden voorbij, zonder dat er eenig nieuws uit de hoofdstad of het moederland wordt ontvangen. Eene geregelde dienst, die in de behoeften van deze belangrijke districten, vooral van Panay, met zijne meer dan een half millioen bedragende bevolking, voorziet, is zeer wenschelijk.
Er bestaat thans eene veertiendaagsche dienst, die door de stoomschepen van dePeninsular and Oriental Companywordt verrigt, die meestal aankomt 48 uren vóór het vertrek en vertrekt 48 uren vóór de aankomst van de stoomschepen uit Europa. Zij heeft geregeld plaats en de brieven uit Spanje komen in omstreeks 50 dagen aan; maar verscheidene dagen zouden nog gespaard worden zoo er eene stoomvaart bestond van Malta naar Alicante. Voor deze dienst wordt eene jaarlijksche som (in maandelijksche termijnen) van 120,000 dollars door het gouvernement van Manilla aan de Compagnie betaald. De stoomschepen zijn vrij van alle havenlasten, behalve loodsgelden.
Het Gouvernement heeft voorstellen gedaan voor de oprigting van eene stoompakketvaart voor de dienst van de eilanden, onder aanbod van 45,000 dollars jaarlijks, als een staatssubsidie, maar ik geloof dat er voorloopig geen uitzigt tot de verwezenlijking van dit plan bestaat.
De BancoEspañolde Isabel II is eene maatschappij, waarvan het kapitaal 400,000 dollars bedraagt, in duizend aandeelen van 400 dollars elk. Zij werd opgerigt in het jaar 1855 en aan de aandeelhouders werden gewoonlijk dividenden betaald van 6 à 8 pCt. Zij geeft bankbiljetten uit, discompteert plaatselijke wisselbrieven en leent geld op hypotheek. De interest op de Philippijnen bedraagt gewoonlijk zes tot negen pCt. De jaarlijksche operatiën van de Bank bedragen meer dan 2 millioen dollars. In den regel wordt eene waarde van een half millioen ongeveer aan wisselbrieven gediscompteerd. De gewone omloop gaat 2,000,000 dollars niet te boven in bankbiljetten en zij heeft goederen in bewaring genomen en rekeningen uitstaan tot eene waarde van ongeveer 1,750,000 dollars.De Bank heeft veel gemak aan den handel opgeleverd en aan een zijner voornaamste vereischten beantwoord, dat namelijk om eenig opgehoopt geld van de inlanders in omloop te brengen. De meeste buitenlandsche huizen zijn aandeelhouders.
Het tiendeelig stelsel in het rekenen en den geldsomloop werd op de Philippijnen ingevoerd bij Koninklijk besluit; daardoor werd een einde gemaakt aan al de complicatiën van maravedis, quartos en reales de ocho, door de eenvoudige aanneming van den dollar, in honderd centen verdeeld. Het zou inderdaad niet tot lof strekken van de Engelsche bevolking (het zij in het voorbijgaan gezegd), indien, zoo als sommige tegenstanders van verbetering hebben beweerd, zij nooit zou gebragt worden om het goede te waarderen of te begrijpen eener verandering om over te gaan tot het tiendeelige stelsel, dat de «onbeschaafde geest» van den «woesten Indiaan» reeds is begonnen aan te nemen, die zijne vingers gebruikt als de instrumenten voor de nieuwe philosophie en waarschijnlijk nu en dan geholpen wordt door de eenvoudige abacus van den Chineschen winkelier, waarmede hij veel te doen heeft.
De maten en gewigten, die op de Philippijnen gebruikt worden, zijn:
De Arroba (25 lbs. Spaansch)=25.36Eng. lbs.De Quintal (100 lbs. Spaansch)=101.44Eng.»lbs.»De Kattie=1.395Eng.»lbs.»De Pikol van 137 katties (36 lbs. Sp.)=139.48Eng.»lbs.»Cavan=25gautas.Gauta=8chupas.Pie=12Sp. duim.11Eng. duim.Vara=3pies.33Eng. duim.
De zak rijst (zuiver) weegt132lbs. avoirdupois.De»zak»padie103½lbs.»avoirdupois.»Vat olie96lbs.»avoirdupois.»
In het jaar 1855 publiceerde Don Sinibaldo de Mas, die met eene officiële zending tot onderzoek van den toestand dezer eilandenwas belast, een rapport omtrent de inkomsten van de Philippijnen, gerigt aan den Minister van Finantiën in Spanje1.
Hij begint zijn rapport met eene vergelijking van de bevolking en den handel van Cuba met die van de Philippijnen; hij gaf op dat Cuba, met nog geen millioen inwoners, een handel van 27,500,000 dollars, terwijl de Philippijnen, die hij zeide dat in 1850 4 millioen zielen in een staat van onderwerping en 1 millioen niet onderworpenen bevatten, een handel hadden van nog geene 5 millioen dollars. Hij berekent de gekleurde bevolking van Cuba op 500,000; de blanke bevolking op de Philippijnen van 7,000 tot 8,000 personen. Hij leidt daaruit af, dat zoo de productie der Philippijnen gelijk stond met die van Cuba, die eene waarde van 250 millioen dollars zou bedragen en dat de belastingen dan 48 millioen dollars, in plaats van ongeveer 9,500,000 dollars zouden opbrengen.
Hij beweert, dat de grond in zijne productive krachten gelijk staat met welke ook ter wereld; dat de hoedanigheid der producten—suiker, koffij, tabak, indigo, cacao en katoen—uitmuntend is; dat hij bijna een monopolie van abacá (Manilla-hennip) bezit, en gaat dan over tot het nagaan der middelen, op welke wijze van deze natuurlijke voordeelen het best kan worden gebruik gemaakt.
Hij verwerpt intusschen elke uitbreiding van het bestaande systeem of vermeerdering van belastingen in hare tegenwoordige vormen en beweert te regt, dat tot ontwikkeling van den landbouw, de nijverheid en den handel de Philippijnen naar vermeerderden bloei moeten streven.
Zijne drie voorstellen zijn:
Bij Koninklijk besluit van 31 Maart 1855, werden nog drie havens voor den vreemden handel geopend; Zamboanga (Mindanao), Iloilo (Panay) en Sùal (Luzon). De resultaten hebben niet aan de verwachting beantwoord. Eene reden ligt boven op: tolbeambten, tolbepalingen, tolkantoor-lasten gingen aan de schijnbaar vrijzinnige wetgeving gepaard. Deze zijn voldoende om het verkeer te belemmeren, zoo niet te vernietigen. Ik betwijfel of in eenige der nieuwe havens de ontvangsten aan de tolkantoren de kosten van inning dekten. De proeve zou eene van vrijen handel geweest zijn, maar de nijd en vrees van de hoofdstad hebben hier zeker invloed uitgeoefend. Men moet niet vergeten dat de nieuwe havens, die onder al de lasten gedrukt gingen die Manilla had te ondergaan, geene van de gemakken aanbood, die de schepping zijn van vele geslachten, zoo als werven en magazijnen, geroutineerde kooplieden, kapitalen, voorname buitenlandsche kolonisten, verzekerde consumptie van invoer- en voorziening van uitvoerartikelen; deze overwogen de kosten van verzending van goederen naar of van de hoofdstad, terwijl aan den anderen kant, de invoering van een tolkantoor nadeel heeft toegebragt aan den handel, die vroeger bestond, zooals bijv. het bezoek der walvischvaarders te Zamboanga, die zich niet aan de fiscale bepalingen, thans ingevoerd, wilden onderwerpen. Maar als iedere haven op de Philippijnen tolvrij zou gemaakt worden, zou eene groote impulsie gegeven worden aan de industrie, den handel en de scheepvaart; het verlies voor de schatkist zou niet belangrijk zijn, want de zuivere opbrengst der tolregten is zeer onbeteekenend, terwijl andere bronnen van inkomsten ongetwijfeld zouden vermeerderd worden door den prikkel, die aan de algemeene welvaart zou worden gegeven. De Mas toont aan dat de uitbreiding van den handel van Cuba uit Havannah naar andere havens eene vermeerdering in de waarde te weeg bragt van 2 millioen op 30 millioen dollars.
Twee plannen zijn door Senor de Mas ontworpen voor de losmaking van de tabakskultuur en fabrikatie van het bestaande Rijks-monopolie. Het eerste is eene zware grondbelasting te heffen van alle landen waar geproduceerd wordt; het andere om een regt op den uitvoer te heffen. Hij berekent dat een baleta land (1000 vierk. brazas) 1500 planten en 4 à 5 cwt. tabak geeft,die voor 4 à 5 dollars per quintal kunnen worden verkocht. De kosten van fabrikatie van 14,000 cigaren, die 1 cwt. vertegenwoordigen, zijn 5¼ dollars, en de kisten ter verpakking 3½ dollars. Hij zegt dat de waarde der cigaren 6½ dollars per kist bedraagt (zij is thans veel meer), in welk geval de winst 77¼ dollars zou beloopen, en stelt een regt voor van 70 dollars per cwt., zijnde meer dan vijf maal de kosten van dit artikel. Hij geeft voldoende redenen op voor zijn conclusie, dat cigaren op goedkooper wijze door de boeren dan door het Gouvernement zullen gemaakt worden, toont aan dat de kosten van de administratie belangrijk zouden verminderd worden, verzekert dat de Indianen, die te huis werken, zich met lagere belooningen tevreden zouden stellen dan het loon van het Gouvernement bedraagt, en onderstelt dat de onbewoonde huizen der inlanders zouden gebruikt worden tot het maken van cigaren als een vermakelijk en nuttig huiswerk. Het mag betwijfeld worden of hij op de juiste waarde schat den weêrstand[P2: weêrstand?], die de luije gewoonten van den Indiaan aan vrijwilligen of uit zich zelf verrigten arbeid biedt; maar de conclusie, waartoe ik gekomen ben door niet juist dezelfde redeneringen, is dezelfde als die waartoe mijn vriend gekomen is, dien ik aangehaald heb, namelijk dat het Gouvernements-monopolie minder productief is dan vrije kultuur, fabrikatie en verkoop zou blijken te zijn; dat eene verlaging van prijzen de aanvraag vermeerderen, grootere winsten aan de schatkist afwerpen en meerdere voordeelen aan het volk toekennen zou, en dat de argumenten (meestal van de belanghebbenden bij het monopolie) ten gunste van het bestaande systeem, op geene gezonde redeneringen rusten en door geene statistieke feiten worden gestaafd.
Het tabaksmonopolie (estanco) werd in 1780 door den Gouverneur-Generaal Basco gevestigd; de monniken verzetteden er zich hevig tegen en bedreigingen van verschillende straffen werden aan diegenen gedaan, die zich aan de gestelde verpligtingen zochten te onttrekken. Maar tot op heden toe moeten er groote tabaksplantaadjes bestaan, die de waakzaamheid van het Gouvernement ontgaan, en cigaren kan men op vele eilanden koopen voor een vierde van den gouvernementsprijs. Het personeel terbescherming van het tabaksmonopolie bestaat uit bijna duizend beambten en meer dan dertig booten. Desniettegenstaande wordt de tabak veel in de provinciën gekultiveerd, waar de kultuur door de wet is verboden, en ik vind in een rapport van den Alcalde van Misamis (Mindanao) den volgenden volzin: «Het denkbeeld om bij de tabakskultuur ten voordeele van de schatkist te werken, moet ter zijde gesteld worden, daar het grondgebied, waar zij wordt geproduceerd, niet onder Spaansch gezag staat.»
Weinige jaren geleden werd eene poging gedaan om het tabaksplanten in de provincie Iloilo aan te moedigen door eene maatschappij, die de Indianen voorschotten deed; maar de onderneming, die door het Gouvernement werd ontmoedigd, mislukte, en ik vond, toen ik de plaats bezocht, de magazijnen verlaten en de maatschappij ontbonden. Er hebben vele expeditiën plaats gehad tot vernieling en verbeurdverklaring van onwettig geproduceerde tabak, en bij meer dan eene gelegenheid zijn opstanden, twisten, ernstig verlies van levens en vele twijfelachtige resultaten, gevolgen van deze inmenging geweest. De statistieke opgaven bewijzen dat de consumptie van de tabak van den Staat belangrijk in de verschillende provinciën verschilt, daar de grootere of mindere moeijelijkheid in het verkrijgen van het verbodene artikel daarop van invloed is.
Er zijn verschillende plannen gevormd ter vermeerdering van de bevolking der Philippijnen uit China, Zwitserland, Borneo en zelfs uit Britsch Indië. De monniken hebben geen dezer plannen ooit gaarne gezien. Zij vertegenwoordigen allen elementen, die niet gemakkelijk aan geestelijken invloed zouden worden onderworpen. De Chinezen zouden niet gewillig bebouwers van den grond zijn, zoo eenig ander bedrijf grootere voordeelen beloofde, en het is bijna zeker dat de vadsige Indiaan nergens met den nijveren, volhardenden en spaarzamen Chinees zou kunnen wedijveren. Vele plannen zijn gemaakt voor de invoering van Chinesche vrouwen, met het doel om Chinesche familiën aan den grond te verbinden; maar tot nog toe heeft niets den afkeer kunnen overwinnen, waarmede eene Chinesche vrouw haar land verlaat, evenmin als den algemeenen weêrzin daartoe van dezijde van de Chineschefamiliën. Chinesche meisjes zijn dikwijls geschaakt ter verzending naar de Philippijnen, en menig gruwzaam feit is daaromtrent ter kennis van Britsche autoriteiten in China gekomen, die door de bestraffing is gevolgd van Britsche onderdanen, welke in deze wreede en barbaarsche handelingen gemengd waren. De oprigting van eene zusterschap in China, deSainte Enfancegenaamd, is als een middel beschouwd om vrouwelijke kinderen tot Christenen te maken en ze naar de Philippijnen te zenden; vele weezen zijn bijeengezameld of aangekocht, maar deze welgemeende, doch niet welbestuurde arbeid heeft weinig succes gehad. In 1855 werd in een officiëel stuk beweerd (De Mas, bl. 26), dat in 1858 een jaarlijksche invoer van 2500 kinderen mogt verwacht worden. De berekening is geheel mislukt; de etablissementen in China zijn in een staat van verlegenheid en moeijelijkheid, en ik ben niet overtuigd dat eene enkele Chinesche vrouw voor het beoogde doel is aangevoerd. Eenige weezen of verlaten kinderen mogen in de groote steden van China, vooral uit de weeshuizen, aangekocht worden, maar eene vermeerderde aanvraag zou slechts de verlating door haar moeders aanmoedigen. Deze gestichten zijn van zeer betwijfelbaar nut en verbreiden waarschijnlijk meer ellende, dan dat zij verbetering aanbrengen.
De grootste hinderpaal tegen den vooruitgang der Philippijnen en de ontwikkeling van hunne onmetelijke hulpbronnen, is toe te schrijven aan de ellendige traditionele politiek van het moederland, wiens wangunst de handen der gouverneurs bindt, aan wie het bestuur wordt opgedragen, zoodat de kennis en ondervinding die op de plaats verkregen worden, geheel onderworpen is aan de onwetendheid en kortzigtigheid van de verwijderde, maar hoogste autoriteiten. Wanneer de Spanjaard slechts de moraal van een zijner vele leerzame spreekwoorden erkende:Mas sabe el loco en su casa que cuerdo en la agena(de dwaas weet meer van zijne eigene woning, dan de wijze man van de woning van anderen), zou meer vertrouwen gesteld worden in diegenen, welke geheel bekend zijn met de plaatselijke omstandigheden en plaatselijke behoeften. Zoo als het nu is, wordt alles naar Madrid verwezen. Een lang uitstel isonvermijdelijk; eene verkeerde beslissing waarschijnlijk; de omstandigheden veranderen voortdurend, en wat heden nuttig zou geweest zijn, is morgen geheel onraadzaam. Dan bestaat de grootste onwilligheid om zelfs de schaduw van autoriteit te laten varen of eenige van die bronnen van bescherming te erkennen, waaraan een zoo verzwakt en bedorven Gouvernement als het Spaansche, zich vastklemt als aan zijn steun en protectie. Ook de onzekerheid van het behouden van een ambt, waarin alle hoogere ambtenaren van het Spaansche Gouvernement verkeeren, kan niet anders dan demoralisatie en ontmoediging te weeg brengen. Vóór dat een gouverneur zijn grondgebied bezigtigd en een bepaald stelsel aangenomen heeft, staat hij bloot aan eene van die veelvuldige veranderingen, welke de grillen van het hof of de stem van het volk doen plaats hebben. Het was eene droevige bezigheid voor mij de verzameling te bezigtigen van de verschillende portretten van Gouverneurs-Generaal, die mijne kamer versierden en waarop de datums hunner benoeming en aftreding waren vermeld. Sommigen hunner vervulden hunne betrekking slechts weinige maanden en werden zoo goedsmoeds en zonder eenige reden ontslagen als men eene onnuttige plant wegsmijt. In dit opzigt scheen ook geene verandering te zullen komen, daar reeds verscheidene ledige lijsten gereed waren om devera effigiesvan toekomstige Excellentiën te ontvangen. Het Engelsche koloniale systeem is beter, waarbij gouverneurs voor zes jaren benoemd en, behalve onder bijzondere omstandigheden, vóór dien tijd niet ontzet worden. Of er aan het bezit van magt eenig zedelijk bederf verbonden is, genoeg om tegen al de voordeelen op te wegen, die langdurige ondervinding en plaatselijke kennis opleveren, is eene vraag voor philosophen en staatslieden.
Maar ook andere oorzaken van achteruitgang zijn merkbaar juist in die elementen van rijkdom en voorspoed, waarnaar deze eilanden voor hunnen toekomstigen bloei moeten streven. Een zoo vruchtbare grond, eene zoo heldere zon en zoo overvloedige regen vereischen zoo weinig medewerking van de hulp van den mensch dat hij onbezorgd, lui, onbekommerd voor den dag van morgen wordt. Hij behoeft de hand slechts uit te strekken om het voedsel daarin op te vangen. De vezel van de aloë, die de vrouw methet eenvoudigste werktuig weeft, verschaft haar kleederen; de verdiepingen en de zolderingen, benevens de vaste deelen van zijne woning zijn van bamboe gemaakt, die hij in overvloed vindt, terwijl de nipa-palm het dak en de muren van zijne hut oplevert. Hij heeft weinige behoeften en is niet gehecht aan weelde. Zijne genoegens bestaan in godsdienstige processiën, in muziek en dans, in zijngallobovenal. Hij kan zonder huur bezit nemen van elke hoeveelheid gronds, die hij wil bebouwen. Er bestaat ongetwijfeld eene neiging tot verbetering. De kultuur neemt toe en goede voorbeelden zullen hunne werking doen.
In tijden van rust heeft Spanje niets voor zijne Philippijnsche koloniën te vreezen. Zoo lang de vreemde vijand daarbuiten blijft en het bewind mild en met voorzigtigheid wordt gevoerd, bestaat geene bezorgdheid voor een inwendigen opstand; maar ik twijfel aan de deugdelijkheid van eenige der ter beschikking van de autoriteiten staande middelen van defensie, zoo onverhoopt eens onlusten mogten ontstaan. Men kon voor eenigen tijd welligt op de Indische geregelde troepen vertrouwen, maar of hetzelfde van demilitiaof eene der stedelijke hulptroepen kan verwacht worden, valt te betwijfelen. Het aantal Spanjaarden is klein, op de meeste eilanden geheel onbeteekenend; luiheid en onverschilligheid zijn de kenmerken der inlandsche rassen, en zoo, aan den eenen kant, zij zich niet aan de zijde van indringende vreemdelingen scharen; men kan hun geene vaderlandslievende of energieke bedoelingen toeschrijven ten opzigte van hunne Spaansche meesters. Toch hebben zij geene traditiën van vroegere onafhankelijkheid, geene afstammelingen van beroemde hoofden of vorsten, waarop zij met liefde, hoop of eerbied neêrzien. Er zijn geene overblijfselen van omvergeworpen hierarchiën. Geen Montezumas, noch Colocolos komen in hunne gezangen voor of worden in hunne gedenkschriften vermeld. Er bestaan geene ruïnen van groote steden of tempels; in één woord geene teekenen van het verledene. Er bestaat eene zekere ontevredenheid onder de Indianen, doch die is sterker jegens de inlandsche gobernadorcillos, de hoofden van barangais, de gepriviligiëerde leden van de principalia der plaats, als zij hunne «kleine dwingelandijen» uitvoeren, dan wel jegens de hoogere autoriteiten, die boven hunne klagten verheven zijn.«De Gouverneur-Generaal is in Manilla (ver weg); de Koning is in Spanje (nog verder), en God is in den hemel (het verst van al).» Het is eene natuurlijke klagt, dat de stam- of hoofdbelasting gelijkelijk op alle klassen van Indianen drukt, rijk of arm. De barangay hoofden, die met de inzameling belast zijn, verteren het geld niet zelden met spelen. Één misbruik is echter uit den weg geruimd: de belasting in verscheidene provinciën werd vroeger in producten ingezameld, en daarbij werden aan de inlanders groote afpersingen aangedaan, waarvan de schatkist geenerlei voordeel trok, maar de mindere ambtenaren veel. Ik meen dat de belasting nu in het algemeen in geld wordt geheven. Alle Spanjaarden, alle vreemdelingen (uitgezonderd Chinezen) en hunne afstammelingen, zijn van de belasting vrijgesteld. Een van de meest intelligente kooplieden van Manilla (Don Juan Bautista Marcaida) heeft de goedheid gehad mij verscheidene memoranda te geven nopens het onderwerp van de middelen der Philippijnsche eilanden en de wijze om die te ontwikkelen. Ik hecht groote waarde aan zijne opmerkingen, de resultaten van zorgvuldige nasporingen, veel ondervinding en eene uitgebreide belezenheid. Zij zijn doorspekt met sommige van de nationale vooroordeelen van een Spaansch katholiek, in wiens geest de zamenstelling van de Roomsche Kerk met iederen vorm van gezag zamenhangt en die in die zamenstelling zelve en in hare noodzakelijke werking niet wil zien onoverwinnelijke hinderpalen tot de volle bevordering van kennis, tot den grootsten bloei in den landbouw, de fabrieknijverheid en den handel,—in één woord, tot die groote werking van den populairen geest, waaraan Protestantsche natiën hunne godsdienstige hervormingen en hunne onbetwijfelbare superioriteit op het groote veld van speculatie en goed geluk verschuldigd zijn. Hij zegt: «De maatschappelijke organisatie van de Philippijnen is de meest vaderlijke en beschaafde van eenige ter wereld, die tot grondslag heeft de leerstellingen van het Evangelie en de goede en vaderlijke geest van de wetten van Indië.» Men mag aannemen, ten opzigte van de wetgeving der koloniën van vele natiën, dat de Spaansche wetgeving betrekkelijk humaan is en dat de invloed van de Roomsche geestelijkheid dikwijls en met succes is aangewend ter bescherming en ten voordeele van overwonnennatiën en van ingevoerde slaven; maar Marcaida erkent en toont aan «den verdoofden en weinig verbetering aanbrengenden aard van het bestaande stelsel», en verlangt gewigtige veranderingen in het belang van het algemeene welzijn.
«Het Gouvernement handelt langzaam door zijne gecompliceerde organisatie en door gebrek aan de noodige krachten om die hervormingen in te voeren, die door plaatselijke kennis worden gevorderd, doch door de onwetendheid, zelfzuchtige belangen of politieke intrigues van het moederland worden ter zijde gesteld.»
Met opzigt tot de geestelijkheid, acht hij de administratie in het algemeen goed, maar meent dat de tijd en latere omstandigheden gewigtige veranderingen hebben noodig gemaakt in de verdeeling van de geestelijke magt, benevens eene nieuwe regeling van de pueblos, eene betere opvoeding van de kerkbeambten, eene groote vermeerdering van het aantal parochiale priesters, waarvan thans vele kerspelen hebben van 3 tot 60,000 zielen. Hij wenschte in den geestelijke van een kerspel den godsdienstigen en tevens den wereldlijken leeraar van zijne gemeente te zien, en verlangt daarvoor dat hij eene goede en groote opvoeding hebbe genoten, een punt, waarvoor het Gouvernement niet gemakkelijk de middelen zou verschaffen en waarvoor de Kerk zeker niet hare medewerking zou verleenen.
«Voor de administratie der justitie hebben de Philippijnen één hoogste en 42 lagere geregtshoven. Dit aantal is zeer onvoldoende voor de behoeften van 5 millioen inwoners, die over 1200 eilanden verspreid zijn en een zoo uitgestrekt grondgebied beslaan.» Het lijdt geen twijfel dat het verkrijgen van regt bijna ongenaakbaar, dat het kostbaar, langdurig, onvoldoende en dat er menige last aan verbonden is. Spanje was nooit beroemd om de opregtheid zijner regters en de zuiverheid zijner geregtshoven. Eenpleytoop het schiereiland wordt als eene even groote ramp beschouwd als een regtsgeding voor de kanselarij in Engeland, waarbij dan nog het kwaad komt van gebrek aan vertrouwen in de bedeelers van het regt. Hun karakter is wel niet verbeterd op een afstand van 10,000 mijlen van het schiereiland, en zoo Spanje moeijelijkheden heeft om zich in hetmoederland van onkreukbare regters te voorzien, dat bezwaar zou zich in zijne verste bezittingen nog meer voordoen. Er scheen mij toe veel bewonderenswaardige veêrkracht te bestaan in de traditionele en nog bestaande gebruiken en instellingen der inlanders. Veel kan ongetwijfeld nog gedaan worden om het gebrekkige, kostbare en lastige van processen weg te nemen, door meer natuurlijke en minder technische handelingen in te voeren; door het verkrijgen en onderzoeken van bewijzen te vergemakkelijken; door de opheffing van de massa’spapel sellado(documenten op gezegeld papier); door de kosten te verminderen en de wijze te vereenvoudigen van appèl en bovenal door de invoering van eene wetgeving, strookende met de gewone omstandigheden van het maatschappelijke leven.
Hij acht de pogingen om de bevolking in steden zamen te pakken nadeelig voor de belangen van den landbouw in het land, maar deze zamenpakking is zeker bevorderlijk aan beschaving, een goed bestuur en het verkrijgen van rijkdommen, en het is gemakkelijker, dan bij de verspreiding van de inwoners, te voorzien in de behoefte aan die groote hoeven, waardoor de Philippijnen de productie van het land aanmerkelijk kunnen uitbreiden.
«De natuurlijke rijkdommen van het land zijn onberekenbaar. Er bestaan uitgestrekte plekken van den meest vruchtbaren grond; beken, stroomen, rivieren, meren aan alle kanten, bergen, mineraal, metalen en eene groote verscheidenheid van marmer; bosschen, waarvan het hout voor alle dagelijksche benoodigdheden geschikt is; gomsoorten, wortels, medicijnen, kleurstoffen, allerlei soorten van vruchten. Op vele eilanden kost behoorlijk voedsel voor een gezin van vijf personen niet meer dan een cuarto, iets meer dan een oortje, per dag. Sommige eetbare planten groeijen tot eene aanmerkelijke hoogte en wegen dikwijls 50 à 70 pond; gutta-percha, caoutchouc, gom-lak en vele andere gomsoorten vindt men in overvloed. Het aantal vezelen is oneindig; de bekende en onbekende rijkdom der eilanden vereischt dan ook slechts geschikte krachten om dien ontzaggelijk te ontwikkelen.
«Met eenige hervormingen in de wetgeving—aldus besluit hij—met verbeterd onderrigt aan de geestelijkheid, zouden de eilanden een paradijs worden van onuitputtelijke rijkdommen envan eene welvaart, die in geene vergelijking zou komen met eenig gedeelte van den aardbol. De gehoorzaamheid en intelligentie van de inlanders, hunne onnavolgbare deugden (die nu ontbreken, al mogen zij voorzien kunnen worden) doen hen oneindig hooger staan dan eenige Aziatische of Afrikaansche stam, die aan Europeesch gezag onderworpen is. Waar diepe kennis en berekening vereischt worden, zullen zij in gebreke blijven, maar hunne natuurlijke neigingen en eigenschappen en de tegenwoordige staat van beschaving onder hen, geven veel hoop en aanmoediging voor de toekomst.»2
1Articulo sobre las Rentas de Filipinas y los medios de aumentarlas, por D. Sinibaldo de Mas (later Minister-plenipotentiaris van Spanje in China), Madrid 1855.↑2Marcaida rekent de paters Blanco, Santa Maria, Zuniga, Concepcion en Buzeta onder de beste geschiedkundige autoriteiten. Hij geeft hoog op van deApuntesvan Don Sinibaldo de Mas, van eene deugdelijkheid, waarvan ik mij zelf meermalen heb kunnen overtuigen.↑
1Articulo sobre las Rentas de Filipinas y los medios de aumentarlas, por D. Sinibaldo de Mas (later Minister-plenipotentiaris van Spanje in China), Madrid 1855.↑
2Marcaida rekent de paters Blanco, Santa Maria, Zuniga, Concepcion en Buzeta onder de beste geschiedkundige autoriteiten. Hij geeft hoog op van deApuntesvan Don Sinibaldo de Mas, van eene deugdelijkheid, waarvan ik mij zelf meermalen heb kunnen overtuigen.↑