IV.OUDE OÏRCONDEN.Ik zoude hier bepaaldelijk mijne beschouwingen omtrent het voormalig en hedendaagschVianenhebbengeëindigd, ware het niet, dat aan mij op het onverwacht, en nadat ik mijne brochure reeds ter perse had gegeven, van eene zeer geachte hand het navolgenduittrekselwas gezonden, hetwelk een belangrijk licht verspreidt over het doorluchtig geslacht der GravenVan Brederode.Ik heb verkozen, eenigzins tegen den vorm te zondigen, die men bij de uitgave van eenig boekwerk pleegt in acht te nemen, en er alzoo niet toe kunnen besluiten, dit uittreksel achterwege te laten. Hetzelve zal niet weinig de waarde mijner brochure verhoogen. De zoodanige mijner lezers, die zich gaarne verdiepen in de aloude geschiedenis van hun Vaderland, en die den roem hunner voorvaderen op hoogen prijs stellen, zullen er mij en den geachten inzender dank voor weten; het werk toch vanProfessorPaulus Voetis niet in aller handen; en menig inwoner vanVianen(ik bedoel de zoodanige, die weetgierigheid aan gevoel en smaak paren) zal, wanneer hij dituittrekselzal gelezen hebben,voortaan met heiligen eerbied den gewijden grond betreden, op welke voor eeuwen het slot Batenstein gesticht was en de omstreken zijner stad bewandelen, die vroeger het tooneel waren van zooveel krijgsbedrijven, van zooveel heldendaden. Hel genoemdeuittrekselworde dus als bijlage aan mijn geschrift toegevoegd en vulleaanhet gebrekkige, het onvolledige, hetwelk in hetzelve mogt opgemerkt worden.UITTREKSELUIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADENDERDOORLUGTIGE HEERENVANBREDERODE,BIJEENGESTELDDOORPAULUS VOET,der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.’T UTRECHTbijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.Pag. 145.Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.PAULUS VOET.Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.1Heuterus in Geneal. Vianens Domin.2Hortens, lib. 3, Rerum, Ultraject pag. mihi in fol. 79.3Pontanus, Lib. II. Hist. Geldr. fol 728.4Heda in Histor. pag. 268.
IV.OUDE OÏRCONDEN.Ik zoude hier bepaaldelijk mijne beschouwingen omtrent het voormalig en hedendaagschVianenhebbengeëindigd, ware het niet, dat aan mij op het onverwacht, en nadat ik mijne brochure reeds ter perse had gegeven, van eene zeer geachte hand het navolgenduittrekselwas gezonden, hetwelk een belangrijk licht verspreidt over het doorluchtig geslacht der GravenVan Brederode.Ik heb verkozen, eenigzins tegen den vorm te zondigen, die men bij de uitgave van eenig boekwerk pleegt in acht te nemen, en er alzoo niet toe kunnen besluiten, dit uittreksel achterwege te laten. Hetzelve zal niet weinig de waarde mijner brochure verhoogen. De zoodanige mijner lezers, die zich gaarne verdiepen in de aloude geschiedenis van hun Vaderland, en die den roem hunner voorvaderen op hoogen prijs stellen, zullen er mij en den geachten inzender dank voor weten; het werk toch vanProfessorPaulus Voetis niet in aller handen; en menig inwoner vanVianen(ik bedoel de zoodanige, die weetgierigheid aan gevoel en smaak paren) zal, wanneer hij dituittrekselzal gelezen hebben,voortaan met heiligen eerbied den gewijden grond betreden, op welke voor eeuwen het slot Batenstein gesticht was en de omstreken zijner stad bewandelen, die vroeger het tooneel waren van zooveel krijgsbedrijven, van zooveel heldendaden. Hel genoemdeuittrekselworde dus als bijlage aan mijn geschrift toegevoegd en vulleaanhet gebrekkige, het onvolledige, hetwelk in hetzelve mogt opgemerkt worden.UITTREKSELUIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADENDERDOORLUGTIGE HEERENVANBREDERODE,BIJEENGESTELDDOORPAULUS VOET,der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.’T UTRECHTbijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.Pag. 145.Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.PAULUS VOET.Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.1Heuterus in Geneal. Vianens Domin.2Hortens, lib. 3, Rerum, Ultraject pag. mihi in fol. 79.3Pontanus, Lib. II. Hist. Geldr. fol 728.4Heda in Histor. pag. 268.
IV.OUDE OÏRCONDEN.
Ik zoude hier bepaaldelijk mijne beschouwingen omtrent het voormalig en hedendaagschVianenhebbengeëindigd, ware het niet, dat aan mij op het onverwacht, en nadat ik mijne brochure reeds ter perse had gegeven, van eene zeer geachte hand het navolgenduittrekselwas gezonden, hetwelk een belangrijk licht verspreidt over het doorluchtig geslacht der GravenVan Brederode.Ik heb verkozen, eenigzins tegen den vorm te zondigen, die men bij de uitgave van eenig boekwerk pleegt in acht te nemen, en er alzoo niet toe kunnen besluiten, dit uittreksel achterwege te laten. Hetzelve zal niet weinig de waarde mijner brochure verhoogen. De zoodanige mijner lezers, die zich gaarne verdiepen in de aloude geschiedenis van hun Vaderland, en die den roem hunner voorvaderen op hoogen prijs stellen, zullen er mij en den geachten inzender dank voor weten; het werk toch vanProfessorPaulus Voetis niet in aller handen; en menig inwoner vanVianen(ik bedoel de zoodanige, die weetgierigheid aan gevoel en smaak paren) zal, wanneer hij dituittrekselzal gelezen hebben,voortaan met heiligen eerbied den gewijden grond betreden, op welke voor eeuwen het slot Batenstein gesticht was en de omstreken zijner stad bewandelen, die vroeger het tooneel waren van zooveel krijgsbedrijven, van zooveel heldendaden. Hel genoemdeuittrekselworde dus als bijlage aan mijn geschrift toegevoegd en vulleaanhet gebrekkige, het onvolledige, hetwelk in hetzelve mogt opgemerkt worden.UITTREKSELUIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADENDERDOORLUGTIGE HEERENVANBREDERODE,BIJEENGESTELDDOORPAULUS VOET,der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.’T UTRECHTbijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.Pag. 145.Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.PAULUS VOET.Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.
Ik zoude hier bepaaldelijk mijne beschouwingen omtrent het voormalig en hedendaagschVianenhebbengeëindigd, ware het niet, dat aan mij op het onverwacht, en nadat ik mijne brochure reeds ter perse had gegeven, van eene zeer geachte hand het navolgenduittrekselwas gezonden, hetwelk een belangrijk licht verspreidt over het doorluchtig geslacht der GravenVan Brederode.
Ik heb verkozen, eenigzins tegen den vorm te zondigen, die men bij de uitgave van eenig boekwerk pleegt in acht te nemen, en er alzoo niet toe kunnen besluiten, dit uittreksel achterwege te laten. Hetzelve zal niet weinig de waarde mijner brochure verhoogen. De zoodanige mijner lezers, die zich gaarne verdiepen in de aloude geschiedenis van hun Vaderland, en die den roem hunner voorvaderen op hoogen prijs stellen, zullen er mij en den geachten inzender dank voor weten; het werk toch vanProfessorPaulus Voetis niet in aller handen; en menig inwoner vanVianen(ik bedoel de zoodanige, die weetgierigheid aan gevoel en smaak paren) zal, wanneer hij dituittrekselzal gelezen hebben,voortaan met heiligen eerbied den gewijden grond betreden, op welke voor eeuwen het slot Batenstein gesticht was en de omstreken zijner stad bewandelen, die vroeger het tooneel waren van zooveel krijgsbedrijven, van zooveel heldendaden. Hel genoemdeuittrekselworde dus als bijlage aan mijn geschrift toegevoegd en vulleaanhet gebrekkige, het onvolledige, hetwelk in hetzelve mogt opgemerkt worden.
UITTREKSELUIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADENDERDOORLUGTIGE HEERENVANBREDERODE,BIJEENGESTELDDOORPAULUS VOET,der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.’T UTRECHTbijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.Pag. 145.Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.PAULUS VOET.Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.
UITTREKSELUIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADENDERDOORLUGTIGE HEERENVANBREDERODE,BIJEENGESTELDDOORPAULUS VOET,der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.’T UTRECHTbijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.Pag. 145.Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.PAULUS VOET.Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.
UITTREKSEL
UIT ZEKER TRACTAAT, GEINTITULEERD:
OORSPRONK, VOORTGANK EN DAADEN
DER
DOORLUGTIGE HEEREN
VAN
BREDERODE,
BIJEENGESTELD
DOOR
PAULUS VOET,
der rechten Proffessor in de accad. tot Utrecht, en Raadspersoon in de kamer van Justitie ’s lands Vianen.
’T UTRECHT
bijJohannes van Waesberge, Boekverkooper over ’t Stadhuis, Ao. 1656.
Pag. 145.
Vianenis een plaisante stede, liggende op een vierkante forme met sterke hooge muuren, en poorten voorzien. Welke muuren met ronde torenen, hier en daar bezet, gelijk men in oude tijden placht te doen, niet oncierlijk gesterkt zijn Is omcingeld met eene breede graft, en heeft buiten dezelverontom eene fraaije wandelinge met boomen bezet. Sulks dat men op de meeste plaatsen onder de schaduwe van het looff schuilende, van der sonnenhitten des somers bevrijd werd. T’ heeft eene bekwaame geleegendheid aan de linkerzijde van de riviere deLek, tegen overVreeswijk, andersde Vaartgenaamd. En word ten Noorden van dezelve Rivier bezet, die door eenen ingang de haven maakt, zo dat de schepen, zoo wanneer het water tamelijk hoog is, tot in ’t midden van de voorstede aanleggen. Ten Oosten, Westen, en Zuiden, werd het becingeld met vruchtbare koornvelden, weiden en boomgaarden. Een plaatse daar de lijfftocht, in overvloed is, en voortst alles wat tot onderhoud noodig is, bekwamelijk van alle plaatsen toegevoerd, ook voor redelijken prijs werd bekomen. En die het vermakelijk leven zoekt, zoo door de gelegenheid der omliggende Landerijen, als het op en afvaren der voorbij zeilende schepen, ’t doortrekken der rijzigers kan het nergens bekwamer vinden. Brengt mede geen gering vermaak aan den mensch het wel beplante bosch, alwaar de boomen op rijen met menigte wederzijdsch tegen den anderen overgezet, een aangenaam perspectief den gezichte vertoonen; Daar bij komt het Rijgersbosch, ’t gezang van allerhande klein gevogeltje, de ooren met een aangenaamheid vermakende.En dat te verwonderen is, evenals of ’t was ’t middelpunt van de vereenigde Provincien, men kan daar van daan in het gezichte krijgen, zoo wanneer den Hemel klaar is, omtrent de een en twintig steden, met poorten, muuren en grachten, voorzien. En geen plaats bekwamer, waar van daan zoo te water als te Lande, de principaalste steden des Lands kennenbereisd worden. Die zig daar aan liet gelegen zijn, zoude op een Zomersche dag, daar van daan konnen bezoeken omtrend twaalff zoo steden, als stedekens, en ’s avonds totVianenmaaltijd houden.
Deze plaats heeft onder zich verscheidene dorpen en gehuchten, alsLexmond, eertijdsLaxmondgeheeten,Heijkop, Boekoop, Lakerveld, Tienhoven, enMarekerk, door zijne Paardemarkt, ’t gansche Land door vermaard. Is daarenboven voorzien, met een sterk slot, Batestein genoemd, ’t welk van verre door de grootheid van ’t gebouw zig opdoed.
Omtrent den oorsprong van dezen naam ben ik curieus geweest, en meinde daarom dit slot Batestein te zijn genoemd, om dat het tot nut en dienste der stede was gebouwd, zijnde als de sterkte deszelfs, ’T welk even zoo veel te zeggen is, als ter baate. Gelijk sommige alzoo den oorsprong des woords Batavieren verklaren, omdat ze aan de rivier t’ naarder bate, eene bekwaame woonplaats uitgevonden hadden. En dan zoude het bijvoegsel stein, den nederlanders beteekende stevigheid, daarbij gesteld zijn, om te kennen te geven, dat het uit steen, of stein opgebouwd is, tot een sterkte off Burcht.
Doch uit verhaal van eenige anderen onderricht zijnde, hebbe deeze mijne gissinge aan een zijde gesteld. Men verteld datGijsbert van Vianen, ten wijve haddeBeatrix, op het nederlandsch in ’t kort gezegdBaate, dewelke een dochter was vanJohan, de negentiende Heere vanEgmond, deeze hadde eene Suster die jonger was dan zij, getrouwd aanGeraerdHeere vanCulenborch, van dewelke zij als van eenopper vrouwe te Leen ontvong het Slot vanVianen, doen ter tijd buiten de stads muuren in den Boomgaard gelegen. Ende niet konnende lijden, dat zij die een oude suster was, van haare jongere, het slot te leen zoude ontvangen, beweegt haren Man, om het oude slot af te breeken, en binnen de muuren vanVianen, een nieuw op te maken. ’T welk ook is geschied, en omdat zulks ter baate en bede vanBaatewas gedaan, wierd het nieuwe slot, Batenstein genoemd, door bijvoeging van het woordeke stein, ’t welk men gewoon is aan sloten en adelijke Huizen te voegen.
1Dit slot is te heerlijker door eene bijgevoegde Toren, van een zeer groot vierkant en dikte en hoogten hebbende in het ’t Nederlands de benaminge van Simpols toren; Is doen opmaken bijGijsbert van Vianen, Ridder omtrent den jare Duizend drie honderd en twee en zeventig, en dat tot kosten des graven vanSt. PauwelsinArtois. Deze wierd in een slach in het land vanGulickbijGijsbert van Vianen, overwonnen en gevangen totVianengevoerd, en moestte tot zijn rantsoen, zoo veel geven, dat deze Toren konde gebouwd worde; En nadien in de Nederduitsche spraak St. Pauwels, in ’t kort gezegd word Sintpol off Simpol, ook inArtoiseene stede genaamd wordSimpol, en de GraveSimpol, zoo gebeurden ’t dat de Toren met des Graffs losgeld gemetseld, Simpols toren genaamd wierd.
Niet verre vanVianen, omtrent duizend schreden, is een stedeken, indien men zijne privilegien inziet,Ameidengenoemd, op een scheutweegs nabij de Rivier deLek; al vanouds bij de schrijvers van den jare dertien honderd twee en tachtig, ten aanzien van het slot Termeiden bekend. Voor dezen wierd het genoemd Hazelaer, omdat de Heeren,Van Hazelaarhetzelve vanGuidoBisschop vanUtrechtte leen ontvangen hadden. ’T zelve genoeg door de situatie, en alzoo door de natuur gesterkt, is bij liste des Bisschop vanUtrechtop den jaare vijftien honderd zeven en twintig ingenomen. De oorzaak en maniere daarvan zal ik in ’t kort verhalen.Hendrik van Brederode, hadde eenige vluchtelingen vanUtrechttotVianen, komende, vrijgelijde gegeven, en vergunt, en onder zijne bescherming genomen. En als die vanUtrecht, door brieven, ook den Bisschop door afgesanten, niet en vorderden, beraatslagen om het kasteel Termeiden in te nemen. En dewijle dat niet zonder bloedstortinge geschieden konde, indien men zulks met geweld deden, besluiten het met lagen te krijgen.
2Alsdan den opziender des Kasteels, met zijn volk daar af was gegaan, in de naaste plaatse, ten dienste, zoo komen daar twee, in Cellebroers gewaad, om niet bekend te werden, en geklopt hebbende aan de poorte, worden door de Meijdt, die dezen handel onbekend was, ingelaten. Bezetten straks den ingang, tot dat de anderen, die daar omtrent haar versteken hadden, te voorschijn kwamen; Stooten alzoo de Meijdt, met eenige wijnige die tot bewaringe des Kasteels gebleven waren, daar uit. Soo haast en kwam dit geruchte niet totVianen, offBrederode, een kloekmoedig heer, zendt gezanten aan den Bisschop, met dewelke hij tot nochtoe vrede en vriendschap hadde onderhouden.3De gezanten nadat ze vele woorden met den Bisschop hadden gewisselt, tot krakeelens toe, en haar over het aangedaan ongelijk beklaagd; doenden deze woorden bij:«dat het niet genoeg voor hem (te weten den Bisschop) en scheen, gesmoord te hebben dat twistvier, ’t welk hij onder de zijnen gehad hadden, ten zij hij ook de naastgelegene heeren door een schijn van regt tergde en tot den oorlog als uitdaagden. Zeiden vorder bereid te zijn, indien het kasteel niet weder geleverdt wierdt, dit ongelijk te verdragen, nadien het haar niet gelegen kwam de zaake met de wapenen te bepleiten.»Waarop den Bisschop tot antwoord gaff, dat hij niet eer zijn volk van den kasteele zoude lichten, voor datBrederodede vluchtelingen geboden hadde, uit zijn land te moeten overtrekken. Evenwel zoo heeft den Bisschop, vreezende datBrederode, zoo van zijne vrienden, als van den grave vanHollandhulpe mogte verzoeken, en alzo met Krijgsluiden ’t Sticht invallen, zijn volk van het slot doen afgaan, en is metBrederodebevredigd.
Deze Landstreke vanVianenetc. nu beschreven met hare onderhoorige plaatsen, hoewel gelegen in het begrip van de vereenigde provincien, is nochtans ten aanzien van het recht van Jurisdictie, en Leene, tot op dezen huidigen dage geen Provincie onderworpen; Ook met de Provincie vanHolland, alhoewel het aan de eene zijde die palen vanHollandraakt.
Nadien het land van Arkel voor dezen niet onderHolland, maar eene bijzondere Heerschappije geweest is. Sulks datook van oude tijden aff, niet blijken zal, onder de Hollandsche afdeilinge ’t Land vanVianenooit te zijn vervat geweest.
4Hierom gebeurden ’t dat wanneer de graven vanHollandttegens die vanUtrecht, offte anderen ten oorloch trekkende, de Heeren vanVianen, niet onder hare Leenmannen, maar onder de meede hulpers gesteld hebben. Zoo steldWillemGrave vanHollandin den jare dertienhonderd ses en vijftig den Heer vanVianenmet die vanMontfoortenIJsselstein, onder zijne hulperen, en vrienden, waarom ook, zoo wanneer den oorlog ontstond tusschen de Stichtsche en Hollanders, die vanVianenvoor neutrale luiden gehouden wierden. Mede de Hollanders totVianenzomtijds, als in een neutrale plaatse, met hare vijanden, om den vreede te treffen gehandeld hebben.
En dit is de reden waarom dat boven de Memorie van menschen, die vanVianen, eene hooge kamer offte Hoff van Justitie gehad hebben, en noch hebben, zonder dat van dezelven ooit voor dezen aan den Hoogen Raad totMechelenoff aan den Hove vanHolland, te appeleren, toegelaten is. Alleen heeft men daar overig het middel van suppliceren, off revisie verzoeken, aan den Opperheer dier plaatsen, dat noch meer is, zijnde die vanVianenverscheide malen, van wegen ’t Hoff vanHolland, bij edicte gedagvaard, hebben ook anders geen dagvaardigen willen aannemen. En indien eenige Bode zich verstoutede die vanVianenoff van wege den Hoogenraad totMechelen, off van wege den Hove vanHollandte roepen, off iets te plegen, ’t gene mochtnaa indracht harer Opperheerschappij smaken, hebben dat nooit geleden. In zoodaniger voege, dat ten tijde vanPhilippusde tweeden,Hendrik van Brederode, den deurwaarder van den hoogen rade, vanMechelengezonden, om iets totVianenter executie te stellen, in de gevangenissegeworpen heeft. En heeft deze zijne daad als strekkende tot bewaringe zijnes rechtst kloekmoedelijk voor den Koning gedefendeerd. Die indien voor den Fiscaal eenige actie waren geboren geweest, tegenBrederode, dezelve veel ligt zoude hebben doen intenteren. Dat ik daar niet bij en doe het exempel van den voorleden jaare dat den Drossaard der stede, dede apprehenderen, den Deurwaarder van den hove, vanHolland, omdat hij totVianenzijne Commissie wilde voltrekken, en is ten laatste noch uit de gevangenisse geraakt en ontkomen, door de onvoorzigtigheid der bewaarders. Dat ik nu niet en verhaale alle acten van Souverainiteit bij de Heeren vanVianenvan tijd tot tijd gepleegt, zonder iemands verhindering, als op haar eigen authoriteid de naburige Princen en Heeren den oorloch aan te zeggen; wederom te zoenen, en verbonden te maken. Munte te slaan met de wapenen vanVianenen de beeltenissen derzelver Heeren. Brieven van pardon, gratie, Remissie, Beneficien van Inventaris, Cessie, letteren van Respijt, en attirminatie te verleenen; Wellen en Constitutien omtrent de munte, Pauselijke exercitien, sterke bedelarijen, de jacht, verbondene goederen erfenissen, en besterffenissen, verschillende van de wetten der naburige provincien uit te geven. En volgens dezelve constitutien, sententien in de hooge kamere aldaar te wijzen, dewelke inHollandzouden tegenspreken bij requisitoirenzijn ter executie gesteld. Waarom die vanVianennooit gevolgt hebben, omtrent de Successien ab intestato, offte het Hollandsche Aardoms off Schependomsrecht, offte de Polijticque ordonnantien van den jare vijftien honderd, entachtigoff negen en ’t negentig. Waarom ook de graven vanHollandende hare Stedehouderen de Heeren van den LandeVianen, altoos voor vrije Heeren zoo expresselijk als stilzwijgende erkend hebben.
EnCarelde Vijfde, die niet over en gaff, dat hij met eenig schijn van recht na zig konde trekken, heeft menigmaal door pracktijken gezocht het land vanVianen, onderHollandte brengen, belovende hetzelve tot een Graaffschap te willen verheffen, zoo wanneer de Heeren vanVianen, onder ’t Hollandsche gebied, zouden willen staan. Alle welke stellingen met veele anderen des noods zijnde bij te brengen, ik voor deeze reijse niet en zal off bewijsen, off uitbreiden, niet anders voor gehad hebbende, als een korthistorischverhaal van eenige alhier op te stellen, om den nieuwsgierigen leezer te voldoen.
PAULUS VOET.
Dit uittreksel heeft, behalve het belangrijke van deszelfs inhoud, ook nog deze verdienste; dat hetzelve ons aantoont, tot welk eenen trap van volmaaktheid de geschiedkundige stijl het, nu bijkans honderd vijf en negentig jaren geledengebragt had. Voorwaar dezelve wedijvert met die vanHooft; zoude de letterkunde van den tegenwoordigen tijd wel op hare tegenwoordige hoogte zijn gekomen, wanneer zij zich niet naar modellen, als deze en soortgelijke gevormd had!? En hiermede den goedgunstigen lezer heil.
1Heuterus in Geneal. Vianens Domin.2Hortens, lib. 3, Rerum, Ultraject pag. mihi in fol. 79.3Pontanus, Lib. II. Hist. Geldr. fol 728.4Heda in Histor. pag. 268.
1Heuterus in Geneal. Vianens Domin.
2Hortens, lib. 3, Rerum, Ultraject pag. mihi in fol. 79.
3Pontanus, Lib. II. Hist. Geldr. fol 728.
4Heda in Histor. pag. 268.