Swathe,sweidh, subst. zwachtel;Swatheverb. zwachtelen, bakeren;Swathing-clothes= luren, pak (zieSwaddle).Sway,swei, subst. zwaai of slag, overwicht, overmacht, heerschappij, invloed, het doorslaan (van den balans);Swayverb. zwaaien, slingeren, hanteeren, overhellen, neerdrukken, richten, (be)heerschen, invloed oefenen:He wasswayed bymy advice= liet zich leiden;Sway on= vooruit maar;Swayed (in the back)= lendenlam (van paarden).Sweal,swîl, afloopen (van een kaars), walmen, schroeien van een dood varken.Swear,swêə, subst. eed, vloek;Swearverb. zweren, vloeken, bezweren, beëedigen, onder eede bevestigen:The jury was sworn= werd beëedigd;Toswear an oath= een eed doen;Toswear the peaceagainst a person= iemand bij den vrederechter aanklagen wegens bedreiging;Toswear false= een meineed doen;Heswore byall that is holy= (be)zwoer bij al wat heilig is;Iswear byyou for the best of friends= ik vertrouw u;The new mayor wassworn in= werd beëedigd;Iswear offlying= ik beloof plechtig niet meer te zullen liegen;They weresworn tosilence= moesten onder eede beloven te zullen zwijgen;Swearer= vloeker, hij die een eed doet.Sweat,swet, subst. zweet, zware arbeid, het bezweet zijn;Sweatverb. zweeten, uitbuiten, huiden zweeten:In the sweat of thy face shalt thou eat bread;Itgave him (put him in) a cold sweat= maakte dat hem ’t koude zweet uitbrak;You’llsweat forit= er voor bloeden;The sweatedcarry on their miserable lives= de slachtoffers van hongerloon voor harden arbeid;Sweater,swetə, zweeter, uitbuiter; dikke wollen trui;Sweating:Sweating-bath= zweetbad;Sweating-house= zweethuis;Sweating-iron= roskam;Sweating-room= zweetkamer, droogkamer (kaas);Sweating-sickness= zweetziekte;Sweating-system= hongerloon voor hard werk (vooral bij thuiswerkende arbeiders);Sweatiness, subst. v.Sweaty= zweeterig, bezweet, zwoegend, zwaar.Swede,swîd, Zweed, Zweedsche raap;Sweden= Zweden.Swedenborgian,swîd’nbödžiən, subst. en adj. (volgeling) van Swedenborg;Swedenborgianism= leer van deSwedenborgians.Swedish,swîdiš, subst. en adj. Zweedsch(e taal).Sweep,swîp, subst. het vegen, veger, veeg, zwaai, draai, omvang, uitgestrektheid, vluchtige blik, sleep, schoorsteenveger, ploert, lang roer, zwengel, half cirkelvormig oprijpad van een buiten;Sweepverb. vegen, wegvegen, even aanraken, voorbij vliegen of schieten, langs schuren, zwaaien, reiken, zich uitstrekken, dreggen, bestrijken, snel overzien:We heardthe sweeps of the oars= de riemslagen;He killed themat one sweep= met éénen slag;Give this room a sweep= veeg eens aan;Tomake a clean sweep= schoon schip maken, een flinke opruiming houden;Lamp-chimney sweep= lampeglasveger;Sweep before your own door= veeg uw eigen pad schoon;Our cannonswept the walls= veegde(n) schoon;Everything wasswept away= werd weggevaagd;He wasswept fromour sight= plotseling aan ons oog onttrokken;The wavessweep (over) the deck= slaan over het dek, vegen het dek schoon;Sweep-net= sleepnet;Sweep-stakes= spelen of wedstrijden waarbij de prijzen hoofdzakelijk bestaan uit de inleggelden; die prijzen zelf:Theygot up sweep-stakes= zij zetten samen geld in, dat den winner tebeurt zou vallen;Sweep-washings= afval in goud en zilversmederijen;Sweeper= wie of wat veegt;Sweeping:Sweeping assertions= algemeene;The motion was carried by asweeping majority= met eene verpletterende meerderheid;Asweeping reduction= kolossale prijsvermindering;Sweepings= op- of uitvaagsel, vuilnis:His troops were thesweepings of the galleys= uitvaagsel der galeien;Sweepy= voorbijsnellend, trotsch stappend, met kleine golven, kronkelend.Sweet,swît, subst. zoetigheid, liefelijkheid, lieverd; adj. zoet, geurig, welluidend, schoon, lief, aangenaam, frisch, bevallig:A dear littlesweet= lieve snoes =Dearest sweet;My sweet;Have a sweet?= wil je een zoetigheidje;The sweetof the district= de bekende snoeperij van het district;The sweets and bitters of life= het zoet en zuur des levens;Sweets to the sweet= het lieve voor de lieve;Sweets= bonbons, lekkernijen, suikerwerken, enz.;Sweet airs= lieve melodiën;Sweet corn= soort Turksche maïs;Sweet herbs= tijm en marjolein;Sweet manners= zachte, vriendelijke manieren;Sweetmouth= lekkerbek;Sweet oil= olijfolie;Sweet orange= sinaasappel;He has asweet tooth= hij is een zoetekauw;Sweet violet= welriekend viooltje;At your sweet will= naar uw welbehagen;No sweet without sweat= kermis is een[556]bilslag waard, voor wat hoort wat;He issweet onher= verliefd, dol op;Sweetbread= zwezerik;Sweet-briar= eglantier, hondsroos;Sweet-broom= priemkruid;Sweetheart, subst. minnaar, minnares, lieveling;Sweetheartverb. het hof maken:My masteris sweet-heartinginside= aan het vrijen;Sweetmeat= suikerwerken, bonbons, gecandeerde vruchten;Sweet-pea= pronkerwt;Sweet-potato= bataat;Sweet-scented= geurig, welriekend =Sweet-smelling;Sweet-tea= thee, waarbij brood, jams, etc. wordt gepresenteerd;Sweet-william= duizendschoon, ruwe anjer;Sweetwort= elke plant van zoeten smaak;Sweeten= verzoeten, parfumeeren, verzachten, aangenaam maken, zuiveren, reinigen, ontsmetten:SheSweetened upthe apple-sauce= zoette aan;Sweeting= St. Jansappel; lieveling;Sweetish= tamelijk zoet; subst.Sweetishness;Sweetly pretty= snoezig;Sweetness= zoetheid, welluidendheid, geurigheid, wellevendheid;Thesweetness of his mannerswas only equalled by his liberality= de vriendelijkheid zijner manieren;Sweety= ulevelletje, bonbon.Swell,swel, subst. zwelling, gezwel, aanzwellen, stijging, hoogte, deining; groote heer, “heele piet”, fat, bram; crescendo- of decrescendoteeken; adj. fijn, chique, fatterig;Swellverb. zwellen, opzwellen, toenemen, zich verheffen, opgeblazen zijn, buiken, vergrooten, vermeerderen:You are quite a swellwith your new suit= een heele piet;Hedoes the swell= hij hangt den fijnen meneer uit;What was calleda swell25 years ago isa dudeoran effete youthnow;He hasswelled all expenses= alle uitgaven vermeerderd;The wind hadswelled the sails= doen zwellen;My bookswells toan unexpected size= groeit aan tot;He wasswollen withpride= opgeblazen van trots;Swell-mob= bende van als heeren gekleede gauwdieven of zakkenrollers;Swell-mobsman= fortuinzoeker, oplichter;Swelldom= nageaapte voornaamheid:An ounce of comfort is worth a pound ofswelldom= zoogenaamde “chic”;Swelling:Theswelling of the sea= het deinen der zee;Swellish= als een fatje.Swelter,sweltə, smoren of braden van de hitte, in zijn zweet baden, verdorren, verzengen:It wasa sweltering morning= een smoorheete morgen.Swept,swept, imp. en p.p. van to sweep.Swerve,swɐ̂v, subst. beweging naar ééne zijde;Swerveverb. afdwalen, afwijken:He neverswerved fromthe path of duty= verliet nooit.Swift,swift, subst. gierzwaluw; adj. vlug, snel, kort, geneigd tot:Swift of foot= rap van voet;Swift to mischief= geneigd tot; subst.Swiftness.Swifter,swiftə, boomtouw, zwichtlijn;Swifterverb. sjorren, zwichten.Swig,swig, subst. groote teug;Swigverb. met groote teugen (uit)drinken (at), gretig slokken of drinken:Heswigged offa great bumper.Swill,swil, subst. groote teug, overmatig veel drank; spoeling;Swillverb. gretig en overmatig drinken, dronken maken, zuipen;Swiller= zuiplap;Swillings= varkensdraf.Swim,swim, subst. zwemmen, zweven; zwemblaas;Swimverb. zwemmen, vlot zijn, drijven (van), voortglijden, doornat worden, overzwemmen, duizelig zijn:Tohave (take) a swim= zwemmen;Heis in (out of) the swim= hij is in (niet in) het geheim ingewijd, (niet) medeschuldig;Heswam against, with the tide= hij zwom tegen den stroom in, met den stroom mee;Weswam downthe river= de rivier af;Heswims in wealth and luxury= baadt zich in rijkdom en weelde;My head begins to swim= het begint mij voor de oogen te draaien, te duizelen;Theroom began to swimwith him= begon met hem rond te draaien;The generalswam his horse across the river= zwom met zijn paard over de rivier;Swim(ming)-bladder= zwemblaas;Swimmer= zwemmer, zwemvogel, waterspin, plankje op een vollen emmer die gedragen wordt;Swimming, subst. duizeling, het zwemmen:Swimming-belt= zwemgordel;Swimming-bladder= zwemblaas;Swimming-jacket= zwembuis;Swimming-match;Swimming-school= zwemschool;Weare getting on swimmingly= maken het uitstekend;The workis getting on swimmingly= vordert vlot.Swindle,swind’l, subst. oplichterij, zwendelarij;Swindleverb. zwendelen, oplichten:Heswindled me out ofmy watch= heeft mij ontfutseld, afgezet;Swindler= zwendelaar, oplichter.Swine,swain, varken, zwijn;Swine-bread= truffel;Swineherd= zwijnenhoeder;Swine-pipe=koperwiek;Swine-pox= waterpokken;Swine’s snout= paardenbloem;Swine-sty= varkenskot.Swing,swiŋ, subst. zwaai, schommeling, schommel, stoot, zet, vrije loop, vrijheid van beweging, neiging, trek, streven, invloed;Swingverb. schommelen, slingeren, zwaaien, draaien, met lange passen loopen, hangen, ophangen, leiden:The praise of mankind washis swing= fort, lust en leven;All the mills arein full swing= in volle werking;The party wasin full swing= in vollen gang;Shegot into the swingof her work= raakte geheel vertrouwd met;Tohave one’s full swing= volle vrijheid hebben, volop krijgen;We playedto our full swing= naar hartelust;Hemay swing for it= ’t kan hem zijn kraag kosten;Toswing in a swing= schommelen;Toswing into line= (laten) opmarcheeren;Heswung roundthe corner= reed met korten draai om;Swing-boats= Russische schommel;Swing-bridge= draaibrug;Swing-door(s)= toeslaande (dubbele) deur(en);Swing-gate;Swing-glass= draaispiegel;Swing-lamp= hanglamp;Swing-wheel= balans- of drijfrad (in een horloge);Swinger= opsnijderij, groote leugen (fig.).Swinge,swinž, afranselen, kastijden;Swing(e)ing,swinžiŋ, kolossaal groot, verbazend.Swingle,swiŋg’l, subst. zwingel, vlegel;Swingleverb. vlas zwingelen,Swingle-bar (-tree)=[557]zwingelhout;Swingle-staff= vlaszwingel, vlegel =Swingling-staff.Swinish,swainiš, zwijnachtig, vuil;Swinishness.Swipe,swaip, subst. lange stok of stang, pompzwengel, harde slag (bij cricket);Swipeverb. met kracht slaan;Swiper.Swipes,swaips, dun bier;Swipey= aangeschoten.Swirl,swɐ̂l, subst. warreling, draai(kolk);Swirlverb. warrelen, draaien:Thesilent swirl of bats= geruischloos rondvliegen.Swish,swiš, zwaaien, slingeren, ranselen, ruischen, suizen; ook subst.:He wasswishedseveral times= afgestraft.Swiss,swis, subst. Zwitser; adj. Zwitsersch:Swiss cottage= chalet;Swiss guards.Switch,switš, subst. teentje (takje), roede, karwats, wisselspoor, stroomwisselaar;Switchverb. slaan, ranselen, op een ander spoor brengen, rangeeren, in- of uitschakelen (bij telefoon of electrisch licht):The telephone-girls have quite enough to do withswitching on and off= met in-, en uitschakelen:Iswitched onthe electric light= draaide op;The train wasswitched onto a side-rail= werd op een zijspoor gebracht;Switch-back= rutschbaan;Switch-board= schakelbord;Switch-man= wisselwachter.Swithin,swithin;Switzer,switsə, Zwitser;Switzerland;Saxon-Switzerland.Swivel,swiv’l, subst. schijf, wervel, draaibas (=Swivel-gun);Swivelverb. op eene spil of schijf draaien;Swivel-bridge= draaibrug;Swivel-chair= draaistoel;Swivel-eye= scheel oog;Swivel-eyed= scheel;Swivel-hook= wartelhaak (scheepst.);Swivel-knife.Swob,swob. Z.Swab.Swollen, Swoln,swouln, p.p. vanto swell.Swoon,swûn, subst. bezwijming;Swoonverb. bezwijmen:Togo off in a swoon= in zwijm vallen.Swoop,swûp, subst. het plotseling neerschieten op (van een roofvogel);Swoopverb. neerschieten op, neerstrijken:At a swoop= met één slag.Swop,swop, subst. ruil;Swopverb. ruilen:Don’t swop horses in mid river (while crossing the stream)= bepaal u bij ééne zaak in een kritiek geval; ZieSwap.Sword,söd, zwaard, sabel, degen:He stood on his defence,Sword in hand= met het zwaard in de hand;At the point of the sword= met den blanken sabel;With the flat of the sword= het plat;Sword of State= rijkszwaard;Todraw the sword= trekken;Toput to the sword= over de kling jagen;Sheathe your sword= steek op;Sword-arm= rechterarm;Sword-bayonet= sabelbajonet;Sword-bearer= zwaarddrager;Sword-belt= koppel;Sword-blade= degenkling, lemmet;Sword-cane= degenstok;Sword-cut= sabelhouw;Swordcutler= zwaardveger;Sword-dance= sabeldans (der Hooglanders);Sword-fight= gevecht op den sabel;Swordfish= zwaardvisch;Sword-grass= honigklaver (Mel. sulcata), rietgras, korenschijnspurrie;Sword-guard= stootplaat;Sword-hilt= gevest;Sword-knot= sabelkwast, dragon;Sword-lily= zwaardlelie;Sword-play= gevecht op den degen;Sword-shaped= zwaardvormig;Swordsman= soldaat, schermmeester;Swordsmanship= schermkunst;Sword-stick= degenstok.Swore,swö, imperf. vanto swear.Sworn,swön, gezworen, onder eede:I’ll be sworn, that… = er een eed op doen, dat …;Sworn broker= beëedigd makelaar;Sworn enemies= gezworen vijanden;Sworn friends= dikke vrienden;Sworn statement= beëedigde verklaring.Swot,swot, inpompen; subst. wiskundige, wiskunde, blokker:It’s no use swotting this up,they never set it in exams= het geeft niets of men dat erin pompt.Swum,swɐm, p. perf. vanto swim.Swung,swɐŋ, imp. en p.p. vanto swing.Sybarite,sibərait, verwijfd persoon, wellusteling, sybariet; adj.Sybaritic(al),sibəritik(’l);Sybaritism,sibər(a)itizm.Sycamine,sikəmain, zwarte moerbezie.Sycamore,sikəmö, wilde vijgeboom, gewone eschdoorn;Sycamore-fig= wilde vijg.Syce,sais, Brit. Ind. rijknecht.Sycomore,sikəmö=Sycamore.Sycophancy,sikəfansi, lage vleierij, verklikkerij, slaafschheid, pluimstrijkerij;Sycophant,sikəfant, subst. lage vleier, pluimstrijker, sycophant;Sycophantverb. den pluimstrijker, etc. spelen; adj. Sycophantic(al),sikəfantik(’l),Sycophantish.Sycosis,saikousis, baardworm.Sydenham,sidən’m;Sydney,sidni;Sylla,silə.Syllabic,silabik, tot de lettergreep behoorende;Syllabicate, tot lettergrepen vormen;Syllabication,Syllabification= verdeeling in of vorming tot lettergrepen;Syllabify=Syllabicate;Syllable,siləb’l, subst. lettergreep;Syllableverb. onder woorden brengen:The warning syllabled itself in his ear.Syllabub,siləbɐb; ZieSillabub.Syllabus,siləbɐs, korte inhoud, leerplan; Syllabus.Syllogism,silədžizm, syllogisme;Syllogistic,silədžistik, tot eensyllogismbehoorende;Syllogization,silədž(a)izeiš’n, het maken v. een syllogisme;Syllogize,silədžaiz, syllogiseeren.Sylomite,sailəmait, (van) imitatie-ivoor.Sylph,silf, sylphe;Sylphid= sylphide;Sylphlike= bevallig, slank.Sylvan,silv’n, bosch.., lommerrijk; subst. boschgod, Silvanus.Sylvestral,silvestr’l, een woud bewonend, woud.., woest.Sylvia,silviə.Symbiosis,simbiousis, symbiose.Symbol,simb’l, subst. zinnebeeld, teeken, kenteeken; adj.Symbolic,simbolik:Tobe symbol of= voorstellen =Symbolical; subst.Symbolicalness;Symbolics= symboliek;Symbolism= symbolisme;Symbolist;Symbolization= zinnebeeldige voorstelling, verzinnelijking;Symbolize,simbəlaiz, symboliseeren.Symmetric(al),simetrik(’l), symmetrisch;Symmetrize,simətraiz, symmetrisch maken;Symmetry,simətri, symmetrie:Want (Lack) of symmetry.Sympathetic,simpəthetik, sympathetisch, sympathiek, sympathisch:Sympathetic cures;Sympathetic ink[558]= kleurlooze inkt, die eerst na verwarming zichtbaar wordt; ook:Sympathetical;Sympathize,simpəthaiz, sympathiseeren:Sympathizer;Sympathy,simpəthi, sympathie, harmonie:Tofeel (express) sympathy for.Symphonic,simfonik, symphonisch;Symphonist,simfənist, componist van symphonieën;Symphony,simfəni, symphonie.Symposiac,simpouziak, feest …;Symposiarch,simpouziâk, president van eenSymposium,simpouž’m, feestgelag.Symptom,simt’m, symptoom;Symptomatic(al)= symptomatisch;Symptomatology= leer en studie der ziekteverschijnselen.Synaeresis,sinîrəsis, samentrekking van twee lettergrepen (of klinkers) tot een(e).Synagogical,sinəgodžik’l, tot eeneSynagogue,sinəgog, synagoge behoorend.Synchronal,siŋkrən’l, subst. en adj. (het) gelijktijdig(e);Synchronism,siŋkrənizm, synchronisme, synchron. tabel;Synchronistic(al)= synchronistisch;Synchronization,siŋkrənizeiš’n, het gelijktijdig plaats hebben van gebeurtenissen;Synchronize,siŋkrənaiz, terzelfder tijd (doen) plaats hebben, klokken electr. gelijk houden, tegelijk ergens zijn (Amer.);Synchronizer;Synchronous,siŋkrənɐs, synchronisch.Syncopal,siŋkəp’l, syncopisch;Syncopate,siŋkəpeit, syncopeeren; subst.Syncopation;Syncope,siŋkəpî, syncope, flauwte, bezwijming.Syndic,sindik, syndicus:The Celebrated Five Syndics= de Staalmeesters (v.Rembr.);Syndicate,sindikit, raad,syndicaat, consortium;Syndicateverb. tot syndicaat maken.Synecdoche,sinekdəkî, synecdoche.Synergy,sinədži, synergismus.Synod,sinəd, synode, kerkvergadering;Synodal, synodaal =Synodic(al),sinodik(’l); ook synodisch (astron.).Synonym,sinənim, zinverwant woord;Synonymic(al),sinənimik(’l), synoniem;Synonymity,sinənimiti=Synonymy;Synonymize,sinonimaiz, door een synoniem of synoniemen uitdrukken of verduidelijken;Synonymous,sinonimɐs, synoniem;Synonymy,sinonimi, het synoniem zijn, synonymie.Synopsis,sinopsis, synopsis, kort en algemeen overzicht of begrip;Synoptic, subst. en adj. synoptisch bijbelboek (Mattheus, Marcus, Lukas);Synoptical= synoptisch.Syntactic(al),sintaktik(’l), syntactisch;Syntax= syntaxis.Synthesis,sinthəsis, synthese;Synthetic(al),sinthetik(’l), synthetisch.Syphilis,sifilis, syphilis; adj.Syphilitic.Syphon,saif’n, siphon, spuitwaterflesch, hevel.Syracusan,sirəkjûs’n, (bewoner) van Syracuse;Syracuse,sirəkjûs;Syracusian=Syracusan.Syren,sair’n, sirene.Syria,siriə, Syrië;Syriac,Syrian, subst. en adj. Syrisch(e taal), (inwoner) van Syrië.Syringa,siriŋgə, sering.Syringe,sirinž, subst. spuit;Syringeverb. uit(in)spuiten, bespuiten:Asyringe for streaming the windows.Syrinx,siriŋks, Eustachiaansche buis, pansfluit.Syrtis,sɐ̂tis, drijfzand (aan de noordkust van Afrika).Syrup,sirəp, stroop;Syrupy= als stroop.System,sist’m, stelsel, systeem, formatie:Planetary system= planetenstelsel;System of railways= spoorwegnet;Nervous system= zenuwstelsel;It wasreduced to a systemby a German= gesystematiseerd;Systematic(al)= stelselmatig, systematisch, methodisch;Systematist= stelselmaker;Systematization= systematiseering;Systematize= systematiseeren;Systematizer;Systemic,sistemik, systematisch;Systemless= stelselloos.Systole,sistəlî, samentrekking; adj.Systolic.Systyle,sistail, bouworde waarbij de zuilen slechts 2 zuildikten van elkaar staan.
Swathe,sweidh, subst. zwachtel;Swatheverb. zwachtelen, bakeren;Swathing-clothes= luren, pak (zieSwaddle).Sway,swei, subst. zwaai of slag, overwicht, overmacht, heerschappij, invloed, het doorslaan (van den balans);Swayverb. zwaaien, slingeren, hanteeren, overhellen, neerdrukken, richten, (be)heerschen, invloed oefenen:He wasswayed bymy advice= liet zich leiden;Sway on= vooruit maar;Swayed (in the back)= lendenlam (van paarden).Sweal,swîl, afloopen (van een kaars), walmen, schroeien van een dood varken.Swear,swêə, subst. eed, vloek;Swearverb. zweren, vloeken, bezweren, beëedigen, onder eede bevestigen:The jury was sworn= werd beëedigd;Toswear an oath= een eed doen;Toswear the peaceagainst a person= iemand bij den vrederechter aanklagen wegens bedreiging;Toswear false= een meineed doen;Heswore byall that is holy= (be)zwoer bij al wat heilig is;Iswear byyou for the best of friends= ik vertrouw u;The new mayor wassworn in= werd beëedigd;Iswear offlying= ik beloof plechtig niet meer te zullen liegen;They weresworn tosilence= moesten onder eede beloven te zullen zwijgen;Swearer= vloeker, hij die een eed doet.Sweat,swet, subst. zweet, zware arbeid, het bezweet zijn;Sweatverb. zweeten, uitbuiten, huiden zweeten:In the sweat of thy face shalt thou eat bread;Itgave him (put him in) a cold sweat= maakte dat hem ’t koude zweet uitbrak;You’llsweat forit= er voor bloeden;The sweatedcarry on their miserable lives= de slachtoffers van hongerloon voor harden arbeid;Sweater,swetə, zweeter, uitbuiter; dikke wollen trui;Sweating:Sweating-bath= zweetbad;Sweating-house= zweethuis;Sweating-iron= roskam;Sweating-room= zweetkamer, droogkamer (kaas);Sweating-sickness= zweetziekte;Sweating-system= hongerloon voor hard werk (vooral bij thuiswerkende arbeiders);Sweatiness, subst. v.Sweaty= zweeterig, bezweet, zwoegend, zwaar.Swede,swîd, Zweed, Zweedsche raap;Sweden= Zweden.Swedenborgian,swîd’nbödžiən, subst. en adj. (volgeling) van Swedenborg;Swedenborgianism= leer van deSwedenborgians.Swedish,swîdiš, subst. en adj. Zweedsch(e taal).Sweep,swîp, subst. het vegen, veger, veeg, zwaai, draai, omvang, uitgestrektheid, vluchtige blik, sleep, schoorsteenveger, ploert, lang roer, zwengel, half cirkelvormig oprijpad van een buiten;Sweepverb. vegen, wegvegen, even aanraken, voorbij vliegen of schieten, langs schuren, zwaaien, reiken, zich uitstrekken, dreggen, bestrijken, snel overzien:We heardthe sweeps of the oars= de riemslagen;He killed themat one sweep= met éénen slag;Give this room a sweep= veeg eens aan;Tomake a clean sweep= schoon schip maken, een flinke opruiming houden;Lamp-chimney sweep= lampeglasveger;Sweep before your own door= veeg uw eigen pad schoon;Our cannonswept the walls= veegde(n) schoon;Everything wasswept away= werd weggevaagd;He wasswept fromour sight= plotseling aan ons oog onttrokken;The wavessweep (over) the deck= slaan over het dek, vegen het dek schoon;Sweep-net= sleepnet;Sweep-stakes= spelen of wedstrijden waarbij de prijzen hoofdzakelijk bestaan uit de inleggelden; die prijzen zelf:Theygot up sweep-stakes= zij zetten samen geld in, dat den winner tebeurt zou vallen;Sweep-washings= afval in goud en zilversmederijen;Sweeper= wie of wat veegt;Sweeping:Sweeping assertions= algemeene;The motion was carried by asweeping majority= met eene verpletterende meerderheid;Asweeping reduction= kolossale prijsvermindering;Sweepings= op- of uitvaagsel, vuilnis:His troops were thesweepings of the galleys= uitvaagsel der galeien;Sweepy= voorbijsnellend, trotsch stappend, met kleine golven, kronkelend.Sweet,swît, subst. zoetigheid, liefelijkheid, lieverd; adj. zoet, geurig, welluidend, schoon, lief, aangenaam, frisch, bevallig:A dear littlesweet= lieve snoes =Dearest sweet;My sweet;Have a sweet?= wil je een zoetigheidje;The sweetof the district= de bekende snoeperij van het district;The sweets and bitters of life= het zoet en zuur des levens;Sweets to the sweet= het lieve voor de lieve;Sweets= bonbons, lekkernijen, suikerwerken, enz.;Sweet airs= lieve melodiën;Sweet corn= soort Turksche maïs;Sweet herbs= tijm en marjolein;Sweet manners= zachte, vriendelijke manieren;Sweetmouth= lekkerbek;Sweet oil= olijfolie;Sweet orange= sinaasappel;He has asweet tooth= hij is een zoetekauw;Sweet violet= welriekend viooltje;At your sweet will= naar uw welbehagen;No sweet without sweat= kermis is een[556]bilslag waard, voor wat hoort wat;He issweet onher= verliefd, dol op;Sweetbread= zwezerik;Sweet-briar= eglantier, hondsroos;Sweet-broom= priemkruid;Sweetheart, subst. minnaar, minnares, lieveling;Sweetheartverb. het hof maken:My masteris sweet-heartinginside= aan het vrijen;Sweetmeat= suikerwerken, bonbons, gecandeerde vruchten;Sweet-pea= pronkerwt;Sweet-potato= bataat;Sweet-scented= geurig, welriekend =Sweet-smelling;Sweet-tea= thee, waarbij brood, jams, etc. wordt gepresenteerd;Sweet-william= duizendschoon, ruwe anjer;Sweetwort= elke plant van zoeten smaak;Sweeten= verzoeten, parfumeeren, verzachten, aangenaam maken, zuiveren, reinigen, ontsmetten:SheSweetened upthe apple-sauce= zoette aan;Sweeting= St. Jansappel; lieveling;Sweetish= tamelijk zoet; subst.Sweetishness;Sweetly pretty= snoezig;Sweetness= zoetheid, welluidendheid, geurigheid, wellevendheid;Thesweetness of his mannerswas only equalled by his liberality= de vriendelijkheid zijner manieren;Sweety= ulevelletje, bonbon.Swell,swel, subst. zwelling, gezwel, aanzwellen, stijging, hoogte, deining; groote heer, “heele piet”, fat, bram; crescendo- of decrescendoteeken; adj. fijn, chique, fatterig;Swellverb. zwellen, opzwellen, toenemen, zich verheffen, opgeblazen zijn, buiken, vergrooten, vermeerderen:You are quite a swellwith your new suit= een heele piet;Hedoes the swell= hij hangt den fijnen meneer uit;What was calleda swell25 years ago isa dudeoran effete youthnow;He hasswelled all expenses= alle uitgaven vermeerderd;The wind hadswelled the sails= doen zwellen;My bookswells toan unexpected size= groeit aan tot;He wasswollen withpride= opgeblazen van trots;Swell-mob= bende van als heeren gekleede gauwdieven of zakkenrollers;Swell-mobsman= fortuinzoeker, oplichter;Swelldom= nageaapte voornaamheid:An ounce of comfort is worth a pound ofswelldom= zoogenaamde “chic”;Swelling:Theswelling of the sea= het deinen der zee;Swellish= als een fatje.Swelter,sweltə, smoren of braden van de hitte, in zijn zweet baden, verdorren, verzengen:It wasa sweltering morning= een smoorheete morgen.Swept,swept, imp. en p.p. van to sweep.Swerve,swɐ̂v, subst. beweging naar ééne zijde;Swerveverb. afdwalen, afwijken:He neverswerved fromthe path of duty= verliet nooit.Swift,swift, subst. gierzwaluw; adj. vlug, snel, kort, geneigd tot:Swift of foot= rap van voet;Swift to mischief= geneigd tot; subst.Swiftness.Swifter,swiftə, boomtouw, zwichtlijn;Swifterverb. sjorren, zwichten.Swig,swig, subst. groote teug;Swigverb. met groote teugen (uit)drinken (at), gretig slokken of drinken:Heswigged offa great bumper.Swill,swil, subst. groote teug, overmatig veel drank; spoeling;Swillverb. gretig en overmatig drinken, dronken maken, zuipen;Swiller= zuiplap;Swillings= varkensdraf.Swim,swim, subst. zwemmen, zweven; zwemblaas;Swimverb. zwemmen, vlot zijn, drijven (van), voortglijden, doornat worden, overzwemmen, duizelig zijn:Tohave (take) a swim= zwemmen;Heis in (out of) the swim= hij is in (niet in) het geheim ingewijd, (niet) medeschuldig;Heswam against, with the tide= hij zwom tegen den stroom in, met den stroom mee;Weswam downthe river= de rivier af;Heswims in wealth and luxury= baadt zich in rijkdom en weelde;My head begins to swim= het begint mij voor de oogen te draaien, te duizelen;Theroom began to swimwith him= begon met hem rond te draaien;The generalswam his horse across the river= zwom met zijn paard over de rivier;Swim(ming)-bladder= zwemblaas;Swimmer= zwemmer, zwemvogel, waterspin, plankje op een vollen emmer die gedragen wordt;Swimming, subst. duizeling, het zwemmen:Swimming-belt= zwemgordel;Swimming-bladder= zwemblaas;Swimming-jacket= zwembuis;Swimming-match;Swimming-school= zwemschool;Weare getting on swimmingly= maken het uitstekend;The workis getting on swimmingly= vordert vlot.Swindle,swind’l, subst. oplichterij, zwendelarij;Swindleverb. zwendelen, oplichten:Heswindled me out ofmy watch= heeft mij ontfutseld, afgezet;Swindler= zwendelaar, oplichter.Swine,swain, varken, zwijn;Swine-bread= truffel;Swineherd= zwijnenhoeder;Swine-pipe=koperwiek;Swine-pox= waterpokken;Swine’s snout= paardenbloem;Swine-sty= varkenskot.Swing,swiŋ, subst. zwaai, schommeling, schommel, stoot, zet, vrije loop, vrijheid van beweging, neiging, trek, streven, invloed;Swingverb. schommelen, slingeren, zwaaien, draaien, met lange passen loopen, hangen, ophangen, leiden:The praise of mankind washis swing= fort, lust en leven;All the mills arein full swing= in volle werking;The party wasin full swing= in vollen gang;Shegot into the swingof her work= raakte geheel vertrouwd met;Tohave one’s full swing= volle vrijheid hebben, volop krijgen;We playedto our full swing= naar hartelust;Hemay swing for it= ’t kan hem zijn kraag kosten;Toswing in a swing= schommelen;Toswing into line= (laten) opmarcheeren;Heswung roundthe corner= reed met korten draai om;Swing-boats= Russische schommel;Swing-bridge= draaibrug;Swing-door(s)= toeslaande (dubbele) deur(en);Swing-gate;Swing-glass= draaispiegel;Swing-lamp= hanglamp;Swing-wheel= balans- of drijfrad (in een horloge);Swinger= opsnijderij, groote leugen (fig.).Swinge,swinž, afranselen, kastijden;Swing(e)ing,swinžiŋ, kolossaal groot, verbazend.Swingle,swiŋg’l, subst. zwingel, vlegel;Swingleverb. vlas zwingelen,Swingle-bar (-tree)=[557]zwingelhout;Swingle-staff= vlaszwingel, vlegel =Swingling-staff.Swinish,swainiš, zwijnachtig, vuil;Swinishness.Swipe,swaip, subst. lange stok of stang, pompzwengel, harde slag (bij cricket);Swipeverb. met kracht slaan;Swiper.Swipes,swaips, dun bier;Swipey= aangeschoten.Swirl,swɐ̂l, subst. warreling, draai(kolk);Swirlverb. warrelen, draaien:Thesilent swirl of bats= geruischloos rondvliegen.Swish,swiš, zwaaien, slingeren, ranselen, ruischen, suizen; ook subst.:He wasswishedseveral times= afgestraft.Swiss,swis, subst. Zwitser; adj. Zwitsersch:Swiss cottage= chalet;Swiss guards.Switch,switš, subst. teentje (takje), roede, karwats, wisselspoor, stroomwisselaar;Switchverb. slaan, ranselen, op een ander spoor brengen, rangeeren, in- of uitschakelen (bij telefoon of electrisch licht):The telephone-girls have quite enough to do withswitching on and off= met in-, en uitschakelen:Iswitched onthe electric light= draaide op;The train wasswitched onto a side-rail= werd op een zijspoor gebracht;Switch-back= rutschbaan;Switch-board= schakelbord;Switch-man= wisselwachter.Swithin,swithin;Switzer,switsə, Zwitser;Switzerland;Saxon-Switzerland.Swivel,swiv’l, subst. schijf, wervel, draaibas (=Swivel-gun);Swivelverb. op eene spil of schijf draaien;Swivel-bridge= draaibrug;Swivel-chair= draaistoel;Swivel-eye= scheel oog;Swivel-eyed= scheel;Swivel-hook= wartelhaak (scheepst.);Swivel-knife.Swob,swob. Z.Swab.Swollen, Swoln,swouln, p.p. vanto swell.Swoon,swûn, subst. bezwijming;Swoonverb. bezwijmen:Togo off in a swoon= in zwijm vallen.Swoop,swûp, subst. het plotseling neerschieten op (van een roofvogel);Swoopverb. neerschieten op, neerstrijken:At a swoop= met één slag.Swop,swop, subst. ruil;Swopverb. ruilen:Don’t swop horses in mid river (while crossing the stream)= bepaal u bij ééne zaak in een kritiek geval; ZieSwap.Sword,söd, zwaard, sabel, degen:He stood on his defence,Sword in hand= met het zwaard in de hand;At the point of the sword= met den blanken sabel;With the flat of the sword= het plat;Sword of State= rijkszwaard;Todraw the sword= trekken;Toput to the sword= over de kling jagen;Sheathe your sword= steek op;Sword-arm= rechterarm;Sword-bayonet= sabelbajonet;Sword-bearer= zwaarddrager;Sword-belt= koppel;Sword-blade= degenkling, lemmet;Sword-cane= degenstok;Sword-cut= sabelhouw;Swordcutler= zwaardveger;Sword-dance= sabeldans (der Hooglanders);Sword-fight= gevecht op den sabel;Swordfish= zwaardvisch;Sword-grass= honigklaver (Mel. sulcata), rietgras, korenschijnspurrie;Sword-guard= stootplaat;Sword-hilt= gevest;Sword-knot= sabelkwast, dragon;Sword-lily= zwaardlelie;Sword-play= gevecht op den degen;Sword-shaped= zwaardvormig;Swordsman= soldaat, schermmeester;Swordsmanship= schermkunst;Sword-stick= degenstok.Swore,swö, imperf. vanto swear.Sworn,swön, gezworen, onder eede:I’ll be sworn, that… = er een eed op doen, dat …;Sworn broker= beëedigd makelaar;Sworn enemies= gezworen vijanden;Sworn friends= dikke vrienden;Sworn statement= beëedigde verklaring.Swot,swot, inpompen; subst. wiskundige, wiskunde, blokker:It’s no use swotting this up,they never set it in exams= het geeft niets of men dat erin pompt.Swum,swɐm, p. perf. vanto swim.Swung,swɐŋ, imp. en p.p. vanto swing.Sybarite,sibərait, verwijfd persoon, wellusteling, sybariet; adj.Sybaritic(al),sibəritik(’l);Sybaritism,sibər(a)itizm.Sycamine,sikəmain, zwarte moerbezie.Sycamore,sikəmö, wilde vijgeboom, gewone eschdoorn;Sycamore-fig= wilde vijg.Syce,sais, Brit. Ind. rijknecht.Sycomore,sikəmö=Sycamore.Sycophancy,sikəfansi, lage vleierij, verklikkerij, slaafschheid, pluimstrijkerij;Sycophant,sikəfant, subst. lage vleier, pluimstrijker, sycophant;Sycophantverb. den pluimstrijker, etc. spelen; adj. Sycophantic(al),sikəfantik(’l),Sycophantish.Sycosis,saikousis, baardworm.Sydenham,sidən’m;Sydney,sidni;Sylla,silə.Syllabic,silabik, tot de lettergreep behoorende;Syllabicate, tot lettergrepen vormen;Syllabication,Syllabification= verdeeling in of vorming tot lettergrepen;Syllabify=Syllabicate;Syllable,siləb’l, subst. lettergreep;Syllableverb. onder woorden brengen:The warning syllabled itself in his ear.Syllabub,siləbɐb; ZieSillabub.Syllabus,siləbɐs, korte inhoud, leerplan; Syllabus.Syllogism,silədžizm, syllogisme;Syllogistic,silədžistik, tot eensyllogismbehoorende;Syllogization,silədž(a)izeiš’n, het maken v. een syllogisme;Syllogize,silədžaiz, syllogiseeren.Sylomite,sailəmait, (van) imitatie-ivoor.Sylph,silf, sylphe;Sylphid= sylphide;Sylphlike= bevallig, slank.Sylvan,silv’n, bosch.., lommerrijk; subst. boschgod, Silvanus.Sylvestral,silvestr’l, een woud bewonend, woud.., woest.Sylvia,silviə.Symbiosis,simbiousis, symbiose.Symbol,simb’l, subst. zinnebeeld, teeken, kenteeken; adj.Symbolic,simbolik:Tobe symbol of= voorstellen =Symbolical; subst.Symbolicalness;Symbolics= symboliek;Symbolism= symbolisme;Symbolist;Symbolization= zinnebeeldige voorstelling, verzinnelijking;Symbolize,simbəlaiz, symboliseeren.Symmetric(al),simetrik(’l), symmetrisch;Symmetrize,simətraiz, symmetrisch maken;Symmetry,simətri, symmetrie:Want (Lack) of symmetry.Sympathetic,simpəthetik, sympathetisch, sympathiek, sympathisch:Sympathetic cures;Sympathetic ink[558]= kleurlooze inkt, die eerst na verwarming zichtbaar wordt; ook:Sympathetical;Sympathize,simpəthaiz, sympathiseeren:Sympathizer;Sympathy,simpəthi, sympathie, harmonie:Tofeel (express) sympathy for.Symphonic,simfonik, symphonisch;Symphonist,simfənist, componist van symphonieën;Symphony,simfəni, symphonie.Symposiac,simpouziak, feest …;Symposiarch,simpouziâk, president van eenSymposium,simpouž’m, feestgelag.Symptom,simt’m, symptoom;Symptomatic(al)= symptomatisch;Symptomatology= leer en studie der ziekteverschijnselen.Synaeresis,sinîrəsis, samentrekking van twee lettergrepen (of klinkers) tot een(e).Synagogical,sinəgodžik’l, tot eeneSynagogue,sinəgog, synagoge behoorend.Synchronal,siŋkrən’l, subst. en adj. (het) gelijktijdig(e);Synchronism,siŋkrənizm, synchronisme, synchron. tabel;Synchronistic(al)= synchronistisch;Synchronization,siŋkrənizeiš’n, het gelijktijdig plaats hebben van gebeurtenissen;Synchronize,siŋkrənaiz, terzelfder tijd (doen) plaats hebben, klokken electr. gelijk houden, tegelijk ergens zijn (Amer.);Synchronizer;Synchronous,siŋkrənɐs, synchronisch.Syncopal,siŋkəp’l, syncopisch;Syncopate,siŋkəpeit, syncopeeren; subst.Syncopation;Syncope,siŋkəpî, syncope, flauwte, bezwijming.Syndic,sindik, syndicus:The Celebrated Five Syndics= de Staalmeesters (v.Rembr.);Syndicate,sindikit, raad,syndicaat, consortium;Syndicateverb. tot syndicaat maken.Synecdoche,sinekdəkî, synecdoche.Synergy,sinədži, synergismus.Synod,sinəd, synode, kerkvergadering;Synodal, synodaal =Synodic(al),sinodik(’l); ook synodisch (astron.).Synonym,sinənim, zinverwant woord;Synonymic(al),sinənimik(’l), synoniem;Synonymity,sinənimiti=Synonymy;Synonymize,sinonimaiz, door een synoniem of synoniemen uitdrukken of verduidelijken;Synonymous,sinonimɐs, synoniem;Synonymy,sinonimi, het synoniem zijn, synonymie.Synopsis,sinopsis, synopsis, kort en algemeen overzicht of begrip;Synoptic, subst. en adj. synoptisch bijbelboek (Mattheus, Marcus, Lukas);Synoptical= synoptisch.Syntactic(al),sintaktik(’l), syntactisch;Syntax= syntaxis.Synthesis,sinthəsis, synthese;Synthetic(al),sinthetik(’l), synthetisch.Syphilis,sifilis, syphilis; adj.Syphilitic.Syphon,saif’n, siphon, spuitwaterflesch, hevel.Syracusan,sirəkjûs’n, (bewoner) van Syracuse;Syracuse,sirəkjûs;Syracusian=Syracusan.Syren,sair’n, sirene.Syria,siriə, Syrië;Syriac,Syrian, subst. en adj. Syrisch(e taal), (inwoner) van Syrië.Syringa,siriŋgə, sering.Syringe,sirinž, subst. spuit;Syringeverb. uit(in)spuiten, bespuiten:Asyringe for streaming the windows.Syrinx,siriŋks, Eustachiaansche buis, pansfluit.Syrtis,sɐ̂tis, drijfzand (aan de noordkust van Afrika).Syrup,sirəp, stroop;Syrupy= als stroop.System,sist’m, stelsel, systeem, formatie:Planetary system= planetenstelsel;System of railways= spoorwegnet;Nervous system= zenuwstelsel;It wasreduced to a systemby a German= gesystematiseerd;Systematic(al)= stelselmatig, systematisch, methodisch;Systematist= stelselmaker;Systematization= systematiseering;Systematize= systematiseeren;Systematizer;Systemic,sistemik, systematisch;Systemless= stelselloos.Systole,sistəlî, samentrekking; adj.Systolic.Systyle,sistail, bouworde waarbij de zuilen slechts 2 zuildikten van elkaar staan.
Swathe,sweidh, subst. zwachtel;Swatheverb. zwachtelen, bakeren;Swathing-clothes= luren, pak (zieSwaddle).Sway,swei, subst. zwaai of slag, overwicht, overmacht, heerschappij, invloed, het doorslaan (van den balans);Swayverb. zwaaien, slingeren, hanteeren, overhellen, neerdrukken, richten, (be)heerschen, invloed oefenen:He wasswayed bymy advice= liet zich leiden;Sway on= vooruit maar;Swayed (in the back)= lendenlam (van paarden).Sweal,swîl, afloopen (van een kaars), walmen, schroeien van een dood varken.Swear,swêə, subst. eed, vloek;Swearverb. zweren, vloeken, bezweren, beëedigen, onder eede bevestigen:The jury was sworn= werd beëedigd;Toswear an oath= een eed doen;Toswear the peaceagainst a person= iemand bij den vrederechter aanklagen wegens bedreiging;Toswear false= een meineed doen;Heswore byall that is holy= (be)zwoer bij al wat heilig is;Iswear byyou for the best of friends= ik vertrouw u;The new mayor wassworn in= werd beëedigd;Iswear offlying= ik beloof plechtig niet meer te zullen liegen;They weresworn tosilence= moesten onder eede beloven te zullen zwijgen;Swearer= vloeker, hij die een eed doet.Sweat,swet, subst. zweet, zware arbeid, het bezweet zijn;Sweatverb. zweeten, uitbuiten, huiden zweeten:In the sweat of thy face shalt thou eat bread;Itgave him (put him in) a cold sweat= maakte dat hem ’t koude zweet uitbrak;You’llsweat forit= er voor bloeden;The sweatedcarry on their miserable lives= de slachtoffers van hongerloon voor harden arbeid;Sweater,swetə, zweeter, uitbuiter; dikke wollen trui;Sweating:Sweating-bath= zweetbad;Sweating-house= zweethuis;Sweating-iron= roskam;Sweating-room= zweetkamer, droogkamer (kaas);Sweating-sickness= zweetziekte;Sweating-system= hongerloon voor hard werk (vooral bij thuiswerkende arbeiders);Sweatiness, subst. v.Sweaty= zweeterig, bezweet, zwoegend, zwaar.Swede,swîd, Zweed, Zweedsche raap;Sweden= Zweden.Swedenborgian,swîd’nbödžiən, subst. en adj. (volgeling) van Swedenborg;Swedenborgianism= leer van deSwedenborgians.Swedish,swîdiš, subst. en adj. Zweedsch(e taal).Sweep,swîp, subst. het vegen, veger, veeg, zwaai, draai, omvang, uitgestrektheid, vluchtige blik, sleep, schoorsteenveger, ploert, lang roer, zwengel, half cirkelvormig oprijpad van een buiten;Sweepverb. vegen, wegvegen, even aanraken, voorbij vliegen of schieten, langs schuren, zwaaien, reiken, zich uitstrekken, dreggen, bestrijken, snel overzien:We heardthe sweeps of the oars= de riemslagen;He killed themat one sweep= met éénen slag;Give this room a sweep= veeg eens aan;Tomake a clean sweep= schoon schip maken, een flinke opruiming houden;Lamp-chimney sweep= lampeglasveger;Sweep before your own door= veeg uw eigen pad schoon;Our cannonswept the walls= veegde(n) schoon;Everything wasswept away= werd weggevaagd;He wasswept fromour sight= plotseling aan ons oog onttrokken;The wavessweep (over) the deck= slaan over het dek, vegen het dek schoon;Sweep-net= sleepnet;Sweep-stakes= spelen of wedstrijden waarbij de prijzen hoofdzakelijk bestaan uit de inleggelden; die prijzen zelf:Theygot up sweep-stakes= zij zetten samen geld in, dat den winner tebeurt zou vallen;Sweep-washings= afval in goud en zilversmederijen;Sweeper= wie of wat veegt;Sweeping:Sweeping assertions= algemeene;The motion was carried by asweeping majority= met eene verpletterende meerderheid;Asweeping reduction= kolossale prijsvermindering;Sweepings= op- of uitvaagsel, vuilnis:His troops were thesweepings of the galleys= uitvaagsel der galeien;Sweepy= voorbijsnellend, trotsch stappend, met kleine golven, kronkelend.Sweet,swît, subst. zoetigheid, liefelijkheid, lieverd; adj. zoet, geurig, welluidend, schoon, lief, aangenaam, frisch, bevallig:A dear littlesweet= lieve snoes =Dearest sweet;My sweet;Have a sweet?= wil je een zoetigheidje;The sweetof the district= de bekende snoeperij van het district;The sweets and bitters of life= het zoet en zuur des levens;Sweets to the sweet= het lieve voor de lieve;Sweets= bonbons, lekkernijen, suikerwerken, enz.;Sweet airs= lieve melodiën;Sweet corn= soort Turksche maïs;Sweet herbs= tijm en marjolein;Sweet manners= zachte, vriendelijke manieren;Sweetmouth= lekkerbek;Sweet oil= olijfolie;Sweet orange= sinaasappel;He has asweet tooth= hij is een zoetekauw;Sweet violet= welriekend viooltje;At your sweet will= naar uw welbehagen;No sweet without sweat= kermis is een[556]bilslag waard, voor wat hoort wat;He issweet onher= verliefd, dol op;Sweetbread= zwezerik;Sweet-briar= eglantier, hondsroos;Sweet-broom= priemkruid;Sweetheart, subst. minnaar, minnares, lieveling;Sweetheartverb. het hof maken:My masteris sweet-heartinginside= aan het vrijen;Sweetmeat= suikerwerken, bonbons, gecandeerde vruchten;Sweet-pea= pronkerwt;Sweet-potato= bataat;Sweet-scented= geurig, welriekend =Sweet-smelling;Sweet-tea= thee, waarbij brood, jams, etc. wordt gepresenteerd;Sweet-william= duizendschoon, ruwe anjer;Sweetwort= elke plant van zoeten smaak;Sweeten= verzoeten, parfumeeren, verzachten, aangenaam maken, zuiveren, reinigen, ontsmetten:SheSweetened upthe apple-sauce= zoette aan;Sweeting= St. Jansappel; lieveling;Sweetish= tamelijk zoet; subst.Sweetishness;Sweetly pretty= snoezig;Sweetness= zoetheid, welluidendheid, geurigheid, wellevendheid;Thesweetness of his mannerswas only equalled by his liberality= de vriendelijkheid zijner manieren;Sweety= ulevelletje, bonbon.Swell,swel, subst. zwelling, gezwel, aanzwellen, stijging, hoogte, deining; groote heer, “heele piet”, fat, bram; crescendo- of decrescendoteeken; adj. fijn, chique, fatterig;Swellverb. zwellen, opzwellen, toenemen, zich verheffen, opgeblazen zijn, buiken, vergrooten, vermeerderen:You are quite a swellwith your new suit= een heele piet;Hedoes the swell= hij hangt den fijnen meneer uit;What was calleda swell25 years ago isa dudeoran effete youthnow;He hasswelled all expenses= alle uitgaven vermeerderd;The wind hadswelled the sails= doen zwellen;My bookswells toan unexpected size= groeit aan tot;He wasswollen withpride= opgeblazen van trots;Swell-mob= bende van als heeren gekleede gauwdieven of zakkenrollers;Swell-mobsman= fortuinzoeker, oplichter;Swelldom= nageaapte voornaamheid:An ounce of comfort is worth a pound ofswelldom= zoogenaamde “chic”;Swelling:Theswelling of the sea= het deinen der zee;Swellish= als een fatje.Swelter,sweltə, smoren of braden van de hitte, in zijn zweet baden, verdorren, verzengen:It wasa sweltering morning= een smoorheete morgen.Swept,swept, imp. en p.p. van to sweep.Swerve,swɐ̂v, subst. beweging naar ééne zijde;Swerveverb. afdwalen, afwijken:He neverswerved fromthe path of duty= verliet nooit.Swift,swift, subst. gierzwaluw; adj. vlug, snel, kort, geneigd tot:Swift of foot= rap van voet;Swift to mischief= geneigd tot; subst.Swiftness.Swifter,swiftə, boomtouw, zwichtlijn;Swifterverb. sjorren, zwichten.Swig,swig, subst. groote teug;Swigverb. met groote teugen (uit)drinken (at), gretig slokken of drinken:Heswigged offa great bumper.Swill,swil, subst. groote teug, overmatig veel drank; spoeling;Swillverb. gretig en overmatig drinken, dronken maken, zuipen;Swiller= zuiplap;Swillings= varkensdraf.Swim,swim, subst. zwemmen, zweven; zwemblaas;Swimverb. zwemmen, vlot zijn, drijven (van), voortglijden, doornat worden, overzwemmen, duizelig zijn:Tohave (take) a swim= zwemmen;Heis in (out of) the swim= hij is in (niet in) het geheim ingewijd, (niet) medeschuldig;Heswam against, with the tide= hij zwom tegen den stroom in, met den stroom mee;Weswam downthe river= de rivier af;Heswims in wealth and luxury= baadt zich in rijkdom en weelde;My head begins to swim= het begint mij voor de oogen te draaien, te duizelen;Theroom began to swimwith him= begon met hem rond te draaien;The generalswam his horse across the river= zwom met zijn paard over de rivier;Swim(ming)-bladder= zwemblaas;Swimmer= zwemmer, zwemvogel, waterspin, plankje op een vollen emmer die gedragen wordt;Swimming, subst. duizeling, het zwemmen:Swimming-belt= zwemgordel;Swimming-bladder= zwemblaas;Swimming-jacket= zwembuis;Swimming-match;Swimming-school= zwemschool;Weare getting on swimmingly= maken het uitstekend;The workis getting on swimmingly= vordert vlot.Swindle,swind’l, subst. oplichterij, zwendelarij;Swindleverb. zwendelen, oplichten:Heswindled me out ofmy watch= heeft mij ontfutseld, afgezet;Swindler= zwendelaar, oplichter.Swine,swain, varken, zwijn;Swine-bread= truffel;Swineherd= zwijnenhoeder;Swine-pipe=koperwiek;Swine-pox= waterpokken;Swine’s snout= paardenbloem;Swine-sty= varkenskot.Swing,swiŋ, subst. zwaai, schommeling, schommel, stoot, zet, vrije loop, vrijheid van beweging, neiging, trek, streven, invloed;Swingverb. schommelen, slingeren, zwaaien, draaien, met lange passen loopen, hangen, ophangen, leiden:The praise of mankind washis swing= fort, lust en leven;All the mills arein full swing= in volle werking;The party wasin full swing= in vollen gang;Shegot into the swingof her work= raakte geheel vertrouwd met;Tohave one’s full swing= volle vrijheid hebben, volop krijgen;We playedto our full swing= naar hartelust;Hemay swing for it= ’t kan hem zijn kraag kosten;Toswing in a swing= schommelen;Toswing into line= (laten) opmarcheeren;Heswung roundthe corner= reed met korten draai om;Swing-boats= Russische schommel;Swing-bridge= draaibrug;Swing-door(s)= toeslaande (dubbele) deur(en);Swing-gate;Swing-glass= draaispiegel;Swing-lamp= hanglamp;Swing-wheel= balans- of drijfrad (in een horloge);Swinger= opsnijderij, groote leugen (fig.).Swinge,swinž, afranselen, kastijden;Swing(e)ing,swinžiŋ, kolossaal groot, verbazend.Swingle,swiŋg’l, subst. zwingel, vlegel;Swingleverb. vlas zwingelen,Swingle-bar (-tree)=[557]zwingelhout;Swingle-staff= vlaszwingel, vlegel =Swingling-staff.Swinish,swainiš, zwijnachtig, vuil;Swinishness.Swipe,swaip, subst. lange stok of stang, pompzwengel, harde slag (bij cricket);Swipeverb. met kracht slaan;Swiper.Swipes,swaips, dun bier;Swipey= aangeschoten.Swirl,swɐ̂l, subst. warreling, draai(kolk);Swirlverb. warrelen, draaien:Thesilent swirl of bats= geruischloos rondvliegen.Swish,swiš, zwaaien, slingeren, ranselen, ruischen, suizen; ook subst.:He wasswishedseveral times= afgestraft.Swiss,swis, subst. Zwitser; adj. Zwitsersch:Swiss cottage= chalet;Swiss guards.Switch,switš, subst. teentje (takje), roede, karwats, wisselspoor, stroomwisselaar;Switchverb. slaan, ranselen, op een ander spoor brengen, rangeeren, in- of uitschakelen (bij telefoon of electrisch licht):The telephone-girls have quite enough to do withswitching on and off= met in-, en uitschakelen:Iswitched onthe electric light= draaide op;The train wasswitched onto a side-rail= werd op een zijspoor gebracht;Switch-back= rutschbaan;Switch-board= schakelbord;Switch-man= wisselwachter.Swithin,swithin;Switzer,switsə, Zwitser;Switzerland;Saxon-Switzerland.Swivel,swiv’l, subst. schijf, wervel, draaibas (=Swivel-gun);Swivelverb. op eene spil of schijf draaien;Swivel-bridge= draaibrug;Swivel-chair= draaistoel;Swivel-eye= scheel oog;Swivel-eyed= scheel;Swivel-hook= wartelhaak (scheepst.);Swivel-knife.Swob,swob. Z.Swab.Swollen, Swoln,swouln, p.p. vanto swell.Swoon,swûn, subst. bezwijming;Swoonverb. bezwijmen:Togo off in a swoon= in zwijm vallen.Swoop,swûp, subst. het plotseling neerschieten op (van een roofvogel);Swoopverb. neerschieten op, neerstrijken:At a swoop= met één slag.Swop,swop, subst. ruil;Swopverb. ruilen:Don’t swop horses in mid river (while crossing the stream)= bepaal u bij ééne zaak in een kritiek geval; ZieSwap.Sword,söd, zwaard, sabel, degen:He stood on his defence,Sword in hand= met het zwaard in de hand;At the point of the sword= met den blanken sabel;With the flat of the sword= het plat;Sword of State= rijkszwaard;Todraw the sword= trekken;Toput to the sword= over de kling jagen;Sheathe your sword= steek op;Sword-arm= rechterarm;Sword-bayonet= sabelbajonet;Sword-bearer= zwaarddrager;Sword-belt= koppel;Sword-blade= degenkling, lemmet;Sword-cane= degenstok;Sword-cut= sabelhouw;Swordcutler= zwaardveger;Sword-dance= sabeldans (der Hooglanders);Sword-fight= gevecht op den sabel;Swordfish= zwaardvisch;Sword-grass= honigklaver (Mel. sulcata), rietgras, korenschijnspurrie;Sword-guard= stootplaat;Sword-hilt= gevest;Sword-knot= sabelkwast, dragon;Sword-lily= zwaardlelie;Sword-play= gevecht op den degen;Sword-shaped= zwaardvormig;Swordsman= soldaat, schermmeester;Swordsmanship= schermkunst;Sword-stick= degenstok.Swore,swö, imperf. vanto swear.Sworn,swön, gezworen, onder eede:I’ll be sworn, that… = er een eed op doen, dat …;Sworn broker= beëedigd makelaar;Sworn enemies= gezworen vijanden;Sworn friends= dikke vrienden;Sworn statement= beëedigde verklaring.Swot,swot, inpompen; subst. wiskundige, wiskunde, blokker:It’s no use swotting this up,they never set it in exams= het geeft niets of men dat erin pompt.Swum,swɐm, p. perf. vanto swim.Swung,swɐŋ, imp. en p.p. vanto swing.Sybarite,sibərait, verwijfd persoon, wellusteling, sybariet; adj.Sybaritic(al),sibəritik(’l);Sybaritism,sibər(a)itizm.Sycamine,sikəmain, zwarte moerbezie.Sycamore,sikəmö, wilde vijgeboom, gewone eschdoorn;Sycamore-fig= wilde vijg.Syce,sais, Brit. Ind. rijknecht.Sycomore,sikəmö=Sycamore.Sycophancy,sikəfansi, lage vleierij, verklikkerij, slaafschheid, pluimstrijkerij;Sycophant,sikəfant, subst. lage vleier, pluimstrijker, sycophant;Sycophantverb. den pluimstrijker, etc. spelen; adj. Sycophantic(al),sikəfantik(’l),Sycophantish.Sycosis,saikousis, baardworm.Sydenham,sidən’m;Sydney,sidni;Sylla,silə.Syllabic,silabik, tot de lettergreep behoorende;Syllabicate, tot lettergrepen vormen;Syllabication,Syllabification= verdeeling in of vorming tot lettergrepen;Syllabify=Syllabicate;Syllable,siləb’l, subst. lettergreep;Syllableverb. onder woorden brengen:The warning syllabled itself in his ear.Syllabub,siləbɐb; ZieSillabub.Syllabus,siləbɐs, korte inhoud, leerplan; Syllabus.Syllogism,silədžizm, syllogisme;Syllogistic,silədžistik, tot eensyllogismbehoorende;Syllogization,silədž(a)izeiš’n, het maken v. een syllogisme;Syllogize,silədžaiz, syllogiseeren.Sylomite,sailəmait, (van) imitatie-ivoor.Sylph,silf, sylphe;Sylphid= sylphide;Sylphlike= bevallig, slank.Sylvan,silv’n, bosch.., lommerrijk; subst. boschgod, Silvanus.Sylvestral,silvestr’l, een woud bewonend, woud.., woest.Sylvia,silviə.Symbiosis,simbiousis, symbiose.Symbol,simb’l, subst. zinnebeeld, teeken, kenteeken; adj.Symbolic,simbolik:Tobe symbol of= voorstellen =Symbolical; subst.Symbolicalness;Symbolics= symboliek;Symbolism= symbolisme;Symbolist;Symbolization= zinnebeeldige voorstelling, verzinnelijking;Symbolize,simbəlaiz, symboliseeren.Symmetric(al),simetrik(’l), symmetrisch;Symmetrize,simətraiz, symmetrisch maken;Symmetry,simətri, symmetrie:Want (Lack) of symmetry.Sympathetic,simpəthetik, sympathetisch, sympathiek, sympathisch:Sympathetic cures;Sympathetic ink[558]= kleurlooze inkt, die eerst na verwarming zichtbaar wordt; ook:Sympathetical;Sympathize,simpəthaiz, sympathiseeren:Sympathizer;Sympathy,simpəthi, sympathie, harmonie:Tofeel (express) sympathy for.Symphonic,simfonik, symphonisch;Symphonist,simfənist, componist van symphonieën;Symphony,simfəni, symphonie.Symposiac,simpouziak, feest …;Symposiarch,simpouziâk, president van eenSymposium,simpouž’m, feestgelag.Symptom,simt’m, symptoom;Symptomatic(al)= symptomatisch;Symptomatology= leer en studie der ziekteverschijnselen.Synaeresis,sinîrəsis, samentrekking van twee lettergrepen (of klinkers) tot een(e).Synagogical,sinəgodžik’l, tot eeneSynagogue,sinəgog, synagoge behoorend.Synchronal,siŋkrən’l, subst. en adj. (het) gelijktijdig(e);Synchronism,siŋkrənizm, synchronisme, synchron. tabel;Synchronistic(al)= synchronistisch;Synchronization,siŋkrənizeiš’n, het gelijktijdig plaats hebben van gebeurtenissen;Synchronize,siŋkrənaiz, terzelfder tijd (doen) plaats hebben, klokken electr. gelijk houden, tegelijk ergens zijn (Amer.);Synchronizer;Synchronous,siŋkrənɐs, synchronisch.Syncopal,siŋkəp’l, syncopisch;Syncopate,siŋkəpeit, syncopeeren; subst.Syncopation;Syncope,siŋkəpî, syncope, flauwte, bezwijming.Syndic,sindik, syndicus:The Celebrated Five Syndics= de Staalmeesters (v.Rembr.);Syndicate,sindikit, raad,syndicaat, consortium;Syndicateverb. tot syndicaat maken.Synecdoche,sinekdəkî, synecdoche.Synergy,sinədži, synergismus.Synod,sinəd, synode, kerkvergadering;Synodal, synodaal =Synodic(al),sinodik(’l); ook synodisch (astron.).Synonym,sinənim, zinverwant woord;Synonymic(al),sinənimik(’l), synoniem;Synonymity,sinənimiti=Synonymy;Synonymize,sinonimaiz, door een synoniem of synoniemen uitdrukken of verduidelijken;Synonymous,sinonimɐs, synoniem;Synonymy,sinonimi, het synoniem zijn, synonymie.Synopsis,sinopsis, synopsis, kort en algemeen overzicht of begrip;Synoptic, subst. en adj. synoptisch bijbelboek (Mattheus, Marcus, Lukas);Synoptical= synoptisch.Syntactic(al),sintaktik(’l), syntactisch;Syntax= syntaxis.Synthesis,sinthəsis, synthese;Synthetic(al),sinthetik(’l), synthetisch.Syphilis,sifilis, syphilis; adj.Syphilitic.Syphon,saif’n, siphon, spuitwaterflesch, hevel.Syracusan,sirəkjûs’n, (bewoner) van Syracuse;Syracuse,sirəkjûs;Syracusian=Syracusan.Syren,sair’n, sirene.Syria,siriə, Syrië;Syriac,Syrian, subst. en adj. Syrisch(e taal), (inwoner) van Syrië.Syringa,siriŋgə, sering.Syringe,sirinž, subst. spuit;Syringeverb. uit(in)spuiten, bespuiten:Asyringe for streaming the windows.Syrinx,siriŋks, Eustachiaansche buis, pansfluit.Syrtis,sɐ̂tis, drijfzand (aan de noordkust van Afrika).Syrup,sirəp, stroop;Syrupy= als stroop.System,sist’m, stelsel, systeem, formatie:Planetary system= planetenstelsel;System of railways= spoorwegnet;Nervous system= zenuwstelsel;It wasreduced to a systemby a German= gesystematiseerd;Systematic(al)= stelselmatig, systematisch, methodisch;Systematist= stelselmaker;Systematization= systematiseering;Systematize= systematiseeren;Systematizer;Systemic,sistemik, systematisch;Systemless= stelselloos.Systole,sistəlî, samentrekking; adj.Systolic.Systyle,sistail, bouworde waarbij de zuilen slechts 2 zuildikten van elkaar staan.
Swathe,sweidh, subst. zwachtel;Swatheverb. zwachtelen, bakeren;Swathing-clothes= luren, pak (zieSwaddle).
Sway,swei, subst. zwaai of slag, overwicht, overmacht, heerschappij, invloed, het doorslaan (van den balans);Swayverb. zwaaien, slingeren, hanteeren, overhellen, neerdrukken, richten, (be)heerschen, invloed oefenen:He wasswayed bymy advice= liet zich leiden;Sway on= vooruit maar;Swayed (in the back)= lendenlam (van paarden).
Sweal,swîl, afloopen (van een kaars), walmen, schroeien van een dood varken.
Swear,swêə, subst. eed, vloek;Swearverb. zweren, vloeken, bezweren, beëedigen, onder eede bevestigen:The jury was sworn= werd beëedigd;Toswear an oath= een eed doen;Toswear the peaceagainst a person= iemand bij den vrederechter aanklagen wegens bedreiging;Toswear false= een meineed doen;Heswore byall that is holy= (be)zwoer bij al wat heilig is;Iswear byyou for the best of friends= ik vertrouw u;The new mayor wassworn in= werd beëedigd;Iswear offlying= ik beloof plechtig niet meer te zullen liegen;They weresworn tosilence= moesten onder eede beloven te zullen zwijgen;Swearer= vloeker, hij die een eed doet.
Sweat,swet, subst. zweet, zware arbeid, het bezweet zijn;Sweatverb. zweeten, uitbuiten, huiden zweeten:In the sweat of thy face shalt thou eat bread;Itgave him (put him in) a cold sweat= maakte dat hem ’t koude zweet uitbrak;You’llsweat forit= er voor bloeden;The sweatedcarry on their miserable lives= de slachtoffers van hongerloon voor harden arbeid;Sweater,swetə, zweeter, uitbuiter; dikke wollen trui;Sweating:Sweating-bath= zweetbad;Sweating-house= zweethuis;Sweating-iron= roskam;Sweating-room= zweetkamer, droogkamer (kaas);Sweating-sickness= zweetziekte;Sweating-system= hongerloon voor hard werk (vooral bij thuiswerkende arbeiders);Sweatiness, subst. v.Sweaty= zweeterig, bezweet, zwoegend, zwaar.
Swede,swîd, Zweed, Zweedsche raap;Sweden= Zweden.
Swedenborgian,swîd’nbödžiən, subst. en adj. (volgeling) van Swedenborg;Swedenborgianism= leer van deSwedenborgians.
Swedish,swîdiš, subst. en adj. Zweedsch(e taal).
Sweep,swîp, subst. het vegen, veger, veeg, zwaai, draai, omvang, uitgestrektheid, vluchtige blik, sleep, schoorsteenveger, ploert, lang roer, zwengel, half cirkelvormig oprijpad van een buiten;Sweepverb. vegen, wegvegen, even aanraken, voorbij vliegen of schieten, langs schuren, zwaaien, reiken, zich uitstrekken, dreggen, bestrijken, snel overzien:We heardthe sweeps of the oars= de riemslagen;He killed themat one sweep= met éénen slag;Give this room a sweep= veeg eens aan;Tomake a clean sweep= schoon schip maken, een flinke opruiming houden;Lamp-chimney sweep= lampeglasveger;Sweep before your own door= veeg uw eigen pad schoon;Our cannonswept the walls= veegde(n) schoon;Everything wasswept away= werd weggevaagd;He wasswept fromour sight= plotseling aan ons oog onttrokken;The wavessweep (over) the deck= slaan over het dek, vegen het dek schoon;Sweep-net= sleepnet;Sweep-stakes= spelen of wedstrijden waarbij de prijzen hoofdzakelijk bestaan uit de inleggelden; die prijzen zelf:Theygot up sweep-stakes= zij zetten samen geld in, dat den winner tebeurt zou vallen;Sweep-washings= afval in goud en zilversmederijen;Sweeper= wie of wat veegt;Sweeping:Sweeping assertions= algemeene;The motion was carried by asweeping majority= met eene verpletterende meerderheid;Asweeping reduction= kolossale prijsvermindering;Sweepings= op- of uitvaagsel, vuilnis:His troops were thesweepings of the galleys= uitvaagsel der galeien;Sweepy= voorbijsnellend, trotsch stappend, met kleine golven, kronkelend.
Sweet,swît, subst. zoetigheid, liefelijkheid, lieverd; adj. zoet, geurig, welluidend, schoon, lief, aangenaam, frisch, bevallig:A dear littlesweet= lieve snoes =Dearest sweet;My sweet;Have a sweet?= wil je een zoetigheidje;The sweetof the district= de bekende snoeperij van het district;The sweets and bitters of life= het zoet en zuur des levens;Sweets to the sweet= het lieve voor de lieve;Sweets= bonbons, lekkernijen, suikerwerken, enz.;Sweet airs= lieve melodiën;Sweet corn= soort Turksche maïs;Sweet herbs= tijm en marjolein;Sweet manners= zachte, vriendelijke manieren;Sweetmouth= lekkerbek;Sweet oil= olijfolie;Sweet orange= sinaasappel;He has asweet tooth= hij is een zoetekauw;Sweet violet= welriekend viooltje;At your sweet will= naar uw welbehagen;No sweet without sweat= kermis is een[556]bilslag waard, voor wat hoort wat;He issweet onher= verliefd, dol op;Sweetbread= zwezerik;Sweet-briar= eglantier, hondsroos;Sweet-broom= priemkruid;Sweetheart, subst. minnaar, minnares, lieveling;Sweetheartverb. het hof maken:My masteris sweet-heartinginside= aan het vrijen;Sweetmeat= suikerwerken, bonbons, gecandeerde vruchten;Sweet-pea= pronkerwt;Sweet-potato= bataat;Sweet-scented= geurig, welriekend =Sweet-smelling;Sweet-tea= thee, waarbij brood, jams, etc. wordt gepresenteerd;Sweet-william= duizendschoon, ruwe anjer;Sweetwort= elke plant van zoeten smaak;Sweeten= verzoeten, parfumeeren, verzachten, aangenaam maken, zuiveren, reinigen, ontsmetten:SheSweetened upthe apple-sauce= zoette aan;Sweeting= St. Jansappel; lieveling;Sweetish= tamelijk zoet; subst.Sweetishness;Sweetly pretty= snoezig;Sweetness= zoetheid, welluidendheid, geurigheid, wellevendheid;Thesweetness of his mannerswas only equalled by his liberality= de vriendelijkheid zijner manieren;Sweety= ulevelletje, bonbon.
Swell,swel, subst. zwelling, gezwel, aanzwellen, stijging, hoogte, deining; groote heer, “heele piet”, fat, bram; crescendo- of decrescendoteeken; adj. fijn, chique, fatterig;Swellverb. zwellen, opzwellen, toenemen, zich verheffen, opgeblazen zijn, buiken, vergrooten, vermeerderen:You are quite a swellwith your new suit= een heele piet;Hedoes the swell= hij hangt den fijnen meneer uit;What was calleda swell25 years ago isa dudeoran effete youthnow;He hasswelled all expenses= alle uitgaven vermeerderd;The wind hadswelled the sails= doen zwellen;My bookswells toan unexpected size= groeit aan tot;He wasswollen withpride= opgeblazen van trots;Swell-mob= bende van als heeren gekleede gauwdieven of zakkenrollers;Swell-mobsman= fortuinzoeker, oplichter;Swelldom= nageaapte voornaamheid:An ounce of comfort is worth a pound ofswelldom= zoogenaamde “chic”;Swelling:Theswelling of the sea= het deinen der zee;Swellish= als een fatje.
Swelter,sweltə, smoren of braden van de hitte, in zijn zweet baden, verdorren, verzengen:It wasa sweltering morning= een smoorheete morgen.
Swept,swept, imp. en p.p. van to sweep.
Swerve,swɐ̂v, subst. beweging naar ééne zijde;Swerveverb. afdwalen, afwijken:He neverswerved fromthe path of duty= verliet nooit.
Swift,swift, subst. gierzwaluw; adj. vlug, snel, kort, geneigd tot:Swift of foot= rap van voet;Swift to mischief= geneigd tot; subst.Swiftness.
Swifter,swiftə, boomtouw, zwichtlijn;Swifterverb. sjorren, zwichten.
Swig,swig, subst. groote teug;Swigverb. met groote teugen (uit)drinken (at), gretig slokken of drinken:Heswigged offa great bumper.
Swill,swil, subst. groote teug, overmatig veel drank; spoeling;Swillverb. gretig en overmatig drinken, dronken maken, zuipen;Swiller= zuiplap;Swillings= varkensdraf.
Swim,swim, subst. zwemmen, zweven; zwemblaas;Swimverb. zwemmen, vlot zijn, drijven (van), voortglijden, doornat worden, overzwemmen, duizelig zijn:Tohave (take) a swim= zwemmen;Heis in (out of) the swim= hij is in (niet in) het geheim ingewijd, (niet) medeschuldig;Heswam against, with the tide= hij zwom tegen den stroom in, met den stroom mee;Weswam downthe river= de rivier af;Heswims in wealth and luxury= baadt zich in rijkdom en weelde;My head begins to swim= het begint mij voor de oogen te draaien, te duizelen;Theroom began to swimwith him= begon met hem rond te draaien;The generalswam his horse across the river= zwom met zijn paard over de rivier;Swim(ming)-bladder= zwemblaas;Swimmer= zwemmer, zwemvogel, waterspin, plankje op een vollen emmer die gedragen wordt;Swimming, subst. duizeling, het zwemmen:Swimming-belt= zwemgordel;Swimming-bladder= zwemblaas;Swimming-jacket= zwembuis;Swimming-match;Swimming-school= zwemschool;Weare getting on swimmingly= maken het uitstekend;The workis getting on swimmingly= vordert vlot.
Swindle,swind’l, subst. oplichterij, zwendelarij;Swindleverb. zwendelen, oplichten:Heswindled me out ofmy watch= heeft mij ontfutseld, afgezet;Swindler= zwendelaar, oplichter.
Swine,swain, varken, zwijn;Swine-bread= truffel;Swineherd= zwijnenhoeder;Swine-pipe=koperwiek;Swine-pox= waterpokken;Swine’s snout= paardenbloem;Swine-sty= varkenskot.
Swing,swiŋ, subst. zwaai, schommeling, schommel, stoot, zet, vrije loop, vrijheid van beweging, neiging, trek, streven, invloed;Swingverb. schommelen, slingeren, zwaaien, draaien, met lange passen loopen, hangen, ophangen, leiden:The praise of mankind washis swing= fort, lust en leven;All the mills arein full swing= in volle werking;The party wasin full swing= in vollen gang;Shegot into the swingof her work= raakte geheel vertrouwd met;Tohave one’s full swing= volle vrijheid hebben, volop krijgen;We playedto our full swing= naar hartelust;Hemay swing for it= ’t kan hem zijn kraag kosten;Toswing in a swing= schommelen;Toswing into line= (laten) opmarcheeren;Heswung roundthe corner= reed met korten draai om;Swing-boats= Russische schommel;Swing-bridge= draaibrug;Swing-door(s)= toeslaande (dubbele) deur(en);Swing-gate;Swing-glass= draaispiegel;Swing-lamp= hanglamp;Swing-wheel= balans- of drijfrad (in een horloge);Swinger= opsnijderij, groote leugen (fig.).
Swinge,swinž, afranselen, kastijden;Swing(e)ing,swinžiŋ, kolossaal groot, verbazend.
Swingle,swiŋg’l, subst. zwingel, vlegel;Swingleverb. vlas zwingelen,Swingle-bar (-tree)=[557]zwingelhout;Swingle-staff= vlaszwingel, vlegel =Swingling-staff.
Swinish,swainiš, zwijnachtig, vuil;Swinishness.
Swipe,swaip, subst. lange stok of stang, pompzwengel, harde slag (bij cricket);Swipeverb. met kracht slaan;Swiper.
Swipes,swaips, dun bier;Swipey= aangeschoten.
Swirl,swɐ̂l, subst. warreling, draai(kolk);Swirlverb. warrelen, draaien:Thesilent swirl of bats= geruischloos rondvliegen.
Swish,swiš, zwaaien, slingeren, ranselen, ruischen, suizen; ook subst.:He wasswishedseveral times= afgestraft.
Swiss,swis, subst. Zwitser; adj. Zwitsersch:Swiss cottage= chalet;Swiss guards.
Switch,switš, subst. teentje (takje), roede, karwats, wisselspoor, stroomwisselaar;Switchverb. slaan, ranselen, op een ander spoor brengen, rangeeren, in- of uitschakelen (bij telefoon of electrisch licht):The telephone-girls have quite enough to do withswitching on and off= met in-, en uitschakelen:Iswitched onthe electric light= draaide op;The train wasswitched onto a side-rail= werd op een zijspoor gebracht;Switch-back= rutschbaan;Switch-board= schakelbord;Switch-man= wisselwachter.
Swithin,swithin;Switzer,switsə, Zwitser;Switzerland;Saxon-Switzerland.
Swivel,swiv’l, subst. schijf, wervel, draaibas (=Swivel-gun);Swivelverb. op eene spil of schijf draaien;Swivel-bridge= draaibrug;Swivel-chair= draaistoel;Swivel-eye= scheel oog;Swivel-eyed= scheel;Swivel-hook= wartelhaak (scheepst.);Swivel-knife.
Swob,swob. Z.Swab.
Swollen, Swoln,swouln, p.p. vanto swell.
Swoon,swûn, subst. bezwijming;Swoonverb. bezwijmen:Togo off in a swoon= in zwijm vallen.
Swoop,swûp, subst. het plotseling neerschieten op (van een roofvogel);Swoopverb. neerschieten op, neerstrijken:At a swoop= met één slag.
Swop,swop, subst. ruil;Swopverb. ruilen:Don’t swop horses in mid river (while crossing the stream)= bepaal u bij ééne zaak in een kritiek geval; ZieSwap.
Sword,söd, zwaard, sabel, degen:He stood on his defence,Sword in hand= met het zwaard in de hand;At the point of the sword= met den blanken sabel;With the flat of the sword= het plat;Sword of State= rijkszwaard;Todraw the sword= trekken;Toput to the sword= over de kling jagen;Sheathe your sword= steek op;Sword-arm= rechterarm;Sword-bayonet= sabelbajonet;Sword-bearer= zwaarddrager;Sword-belt= koppel;Sword-blade= degenkling, lemmet;Sword-cane= degenstok;Sword-cut= sabelhouw;Swordcutler= zwaardveger;Sword-dance= sabeldans (der Hooglanders);Sword-fight= gevecht op den sabel;Swordfish= zwaardvisch;Sword-grass= honigklaver (Mel. sulcata), rietgras, korenschijnspurrie;Sword-guard= stootplaat;Sword-hilt= gevest;Sword-knot= sabelkwast, dragon;Sword-lily= zwaardlelie;Sword-play= gevecht op den degen;Sword-shaped= zwaardvormig;Swordsman= soldaat, schermmeester;Swordsmanship= schermkunst;Sword-stick= degenstok.
Swore,swö, imperf. vanto swear.
Sworn,swön, gezworen, onder eede:I’ll be sworn, that… = er een eed op doen, dat …;Sworn broker= beëedigd makelaar;Sworn enemies= gezworen vijanden;Sworn friends= dikke vrienden;Sworn statement= beëedigde verklaring.
Swot,swot, inpompen; subst. wiskundige, wiskunde, blokker:It’s no use swotting this up,they never set it in exams= het geeft niets of men dat erin pompt.
Swum,swɐm, p. perf. vanto swim.
Swung,swɐŋ, imp. en p.p. vanto swing.
Sybarite,sibərait, verwijfd persoon, wellusteling, sybariet; adj.Sybaritic(al),sibəritik(’l);Sybaritism,sibər(a)itizm.
Sycamine,sikəmain, zwarte moerbezie.
Sycamore,sikəmö, wilde vijgeboom, gewone eschdoorn;Sycamore-fig= wilde vijg.
Syce,sais, Brit. Ind. rijknecht.
Sycomore,sikəmö=Sycamore.
Sycophancy,sikəfansi, lage vleierij, verklikkerij, slaafschheid, pluimstrijkerij;Sycophant,sikəfant, subst. lage vleier, pluimstrijker, sycophant;Sycophantverb. den pluimstrijker, etc. spelen; adj. Sycophantic(al),sikəfantik(’l),Sycophantish.
Sycosis,saikousis, baardworm.
Sydenham,sidən’m;Sydney,sidni;Sylla,silə.
Syllabic,silabik, tot de lettergreep behoorende;Syllabicate, tot lettergrepen vormen;Syllabication,Syllabification= verdeeling in of vorming tot lettergrepen;Syllabify=Syllabicate;Syllable,siləb’l, subst. lettergreep;Syllableverb. onder woorden brengen:The warning syllabled itself in his ear.
Syllabub,siləbɐb; ZieSillabub.
Syllabus,siləbɐs, korte inhoud, leerplan; Syllabus.
Syllogism,silədžizm, syllogisme;Syllogistic,silədžistik, tot eensyllogismbehoorende;Syllogization,silədž(a)izeiš’n, het maken v. een syllogisme;Syllogize,silədžaiz, syllogiseeren.
Sylomite,sailəmait, (van) imitatie-ivoor.
Sylph,silf, sylphe;Sylphid= sylphide;Sylphlike= bevallig, slank.
Sylvan,silv’n, bosch.., lommerrijk; subst. boschgod, Silvanus.
Sylvestral,silvestr’l, een woud bewonend, woud.., woest.
Sylvia,silviə.
Symbiosis,simbiousis, symbiose.
Symbol,simb’l, subst. zinnebeeld, teeken, kenteeken; adj.Symbolic,simbolik:Tobe symbol of= voorstellen =Symbolical; subst.Symbolicalness;Symbolics= symboliek;Symbolism= symbolisme;Symbolist;Symbolization= zinnebeeldige voorstelling, verzinnelijking;Symbolize,simbəlaiz, symboliseeren.
Symmetric(al),simetrik(’l), symmetrisch;Symmetrize,simətraiz, symmetrisch maken;Symmetry,simətri, symmetrie:Want (Lack) of symmetry.
Sympathetic,simpəthetik, sympathetisch, sympathiek, sympathisch:Sympathetic cures;Sympathetic ink[558]= kleurlooze inkt, die eerst na verwarming zichtbaar wordt; ook:Sympathetical;Sympathize,simpəthaiz, sympathiseeren:Sympathizer;Sympathy,simpəthi, sympathie, harmonie:Tofeel (express) sympathy for.
Symphonic,simfonik, symphonisch;Symphonist,simfənist, componist van symphonieën;Symphony,simfəni, symphonie.
Symposiac,simpouziak, feest …;Symposiarch,simpouziâk, president van eenSymposium,simpouž’m, feestgelag.
Symptom,simt’m, symptoom;Symptomatic(al)= symptomatisch;Symptomatology= leer en studie der ziekteverschijnselen.
Synaeresis,sinîrəsis, samentrekking van twee lettergrepen (of klinkers) tot een(e).
Synagogical,sinəgodžik’l, tot eeneSynagogue,sinəgog, synagoge behoorend.
Synchronal,siŋkrən’l, subst. en adj. (het) gelijktijdig(e);Synchronism,siŋkrənizm, synchronisme, synchron. tabel;Synchronistic(al)= synchronistisch;Synchronization,siŋkrənizeiš’n, het gelijktijdig plaats hebben van gebeurtenissen;Synchronize,siŋkrənaiz, terzelfder tijd (doen) plaats hebben, klokken electr. gelijk houden, tegelijk ergens zijn (Amer.);Synchronizer;Synchronous,siŋkrənɐs, synchronisch.
Syncopal,siŋkəp’l, syncopisch;Syncopate,siŋkəpeit, syncopeeren; subst.Syncopation;Syncope,siŋkəpî, syncope, flauwte, bezwijming.
Syndic,sindik, syndicus:The Celebrated Five Syndics= de Staalmeesters (v.Rembr.);Syndicate,sindikit, raad,syndicaat, consortium;Syndicateverb. tot syndicaat maken.
Synecdoche,sinekdəkî, synecdoche.
Synergy,sinədži, synergismus.
Synod,sinəd, synode, kerkvergadering;Synodal, synodaal =Synodic(al),sinodik(’l); ook synodisch (astron.).
Synonym,sinənim, zinverwant woord;Synonymic(al),sinənimik(’l), synoniem;Synonymity,sinənimiti=Synonymy;Synonymize,sinonimaiz, door een synoniem of synoniemen uitdrukken of verduidelijken;Synonymous,sinonimɐs, synoniem;Synonymy,sinonimi, het synoniem zijn, synonymie.
Synopsis,sinopsis, synopsis, kort en algemeen overzicht of begrip;Synoptic, subst. en adj. synoptisch bijbelboek (Mattheus, Marcus, Lukas);Synoptical= synoptisch.
Syntactic(al),sintaktik(’l), syntactisch;Syntax= syntaxis.
Synthesis,sinthəsis, synthese;Synthetic(al),sinthetik(’l), synthetisch.
Syphilis,sifilis, syphilis; adj.Syphilitic.
Syphon,saif’n, siphon, spuitwaterflesch, hevel.
Syracusan,sirəkjûs’n, (bewoner) van Syracuse;Syracuse,sirəkjûs;Syracusian=Syracusan.
Syren,sair’n, sirene.
Syria,siriə, Syrië;Syriac,Syrian, subst. en adj. Syrisch(e taal), (inwoner) van Syrië.
Syringa,siriŋgə, sering.
Syringe,sirinž, subst. spuit;Syringeverb. uit(in)spuiten, bespuiten:Asyringe for streaming the windows.
Syrinx,siriŋks, Eustachiaansche buis, pansfluit.
Syrtis,sɐ̂tis, drijfzand (aan de noordkust van Afrika).
Syrup,sirəp, stroop;Syrupy= als stroop.
System,sist’m, stelsel, systeem, formatie:Planetary system= planetenstelsel;System of railways= spoorwegnet;Nervous system= zenuwstelsel;It wasreduced to a systemby a German= gesystematiseerd;Systematic(al)= stelselmatig, systematisch, methodisch;Systematist= stelselmaker;Systematization= systematiseering;Systematize= systematiseeren;Systematizer;Systemic,sistemik, systematisch;Systemless= stelselloos.
Systole,sistəlî, samentrekking; adj.Systolic.
Systyle,sistail, bouworde waarbij de zuilen slechts 2 zuildikten van elkaar staan.