Unprejudiced,ɐnpredžədist, onbevooroordeeld, onpartijdig, niet benadeeld.Unpremeditated,ɐnprimediteitid, niet expresselijk, niet overdacht, onvoorbereid.Unprepared,ɐnpripêəd, onvoorbereid; subst.Unpreparedness.Unprepossessed,ɐnprîpəzest, onbevooroordeeld;Unprepossessing= niet innemend.Unpresuming,ɐnprižûmiŋ, niet verwaand, bescheiden.Unpretending,ɐnpritendiŋ, niet aanmatigend; subst.Unpretendingness;Unpretentious= onaanzienlijk.Unprevailing,ɐnpriveiliŋ, krachteloos, onnut.Unprincipled,ɐnprinsip’ld, beginselloos, onzedelijk.Unprinted,ɐnprintid, niet be- of gedrukt, wit.Unprivileged,ɐnprivilidžd, zonder voorrechten.Unproductive,ɐnprədɐktiv, onvruchtbaar, geene winst afwerpend; subst.Unproductiveness=Unproductivity.Unprofessional,ɐnprəfešən’l, niet tot een beroep behoorende, leeken …, niet overeenkomstig de eischen van een beroep.Unprofitable,ɐnprofitəb’l, niet voordeelig, zonder vrucht; subst.Unprofitableness.Unprogressive,ɐnprəgresiv, niet vooruitkomend.Unprohibited,ɐnprəhibitid, niet verboden, wettig.Unprolific,ɐnprəlifik, onvruchtbaar.Unpromising,ɐnpromisiŋ, niet veel belovend, onvruchtbaar:That’s anunpromising subject= ondankbaar;Unpromising of success= niet veel belovend.Unpronounceable,ɐnprənaunsib’l, niet uit te spreken;Unpronounced= stom, onbeslist.Unprophetic(al),ɐnprəfetik(’l), niet prophetisch:Unprophetic of a thing= iets niet vermoedend.Unpropitious,ɐnprəpišəs, ongunstig.Unprotected,ɐnprətektid, onbeschermd.Unproved, Unproven,ɐnprûvd,ɐnprûv’n, niet bewezen.Unprovided,ɐnprəvaidid, niet verzorgd, onvoorzien.Unprovoked,ɐnprəvoukt, niet geprikkeld (tot) of uitgelokt, zonder aanleiding.Unpublished,ɐnpɐblišt, onuitgegeven.Unpunctual,ɐnpɐŋktjuəl, onnauwkeurig, niet op tijd.Unpunished,ɐnpɐništ, ongestraft.Unpurged,ɐnpɐ̂džd, ongezuiverd, niet gelouterd =Unpurified,ɐnpjûrifaid.Unpursued,ɐnpəsiûd, onvervolgd, niet voortgezet.Unqualified,ɐnkwolifaid, ongeschikt, onbevoegd, onvermengd.Unquenchable,ɐnkwenšəb’l, onbluschbaar, onverzadelijk; subst.Unquenchableness;Unquenched,ɐnkwenšt, ongebluscht.Unquestionable,ɐnkwestjənəb’l, ontwijfelbaar;Unquestioned,ɐnkwestj’nd, ongetwijfeld:Togo unquestioned= van zelf spreken.Unquickened,ɐnkwik’nd, onbezield.Unquiet,ɐnkwaiit, onrustig, rusteloos, onbevredigd; subst.Unquietness.Unracked,ɐnrakt, ongeklaard.Unraked,ɐnreikt, ongeharkt, niet opgerakeld.Unravel,ɐnrav’l, ontwarren, ontwikkelen, afwikkelen; subst.Unravelment= ontknooping.Unreached,ɐnrîtšt, onbereikt.[611]Unread,ɐnred, ongelezen, ongeletterd;Unreadable,ɐnrîdəb’l, onleesbaar.Unreadiness,ɐnredinəs, subst. v.Unready,ɐnredi, niet gereed, niet bereid, ongeneigd.Unreal,ɐnrîəl, onwerkelijk, denkbeeldig;Unreality,ɐnrialiti, onwerkelijkheid.Unreaped,ɐnrîpt, ongeoogst.Unreason,ɐnrîz’n, onzinnigheid;Unreasonable,ɐnrîzənəb’l, onredelijk, dwaas, buitensporig; subst.Unreasonableness.Unrebuked,ɐnribjûkt, onberispt.Unrecanted,ɐnrikantid, niet herroepen.Unreckoned,ɐnrek’nd, ongerekend, niet geteld.Unreclaimed,ɐnrikleimd, niet opgeëischt, niet getemd, niet op den goeden weg teruggebracht, onontgonnen.Unrecognized,ɐnrekəgnaizd, niet (h)erkend.Unreconciled,ɐnrek’nsaild, onverzoend, onvereenigbaar, niet in overeenstemming (gebracht).Unrecorded,ɐnriködid, onvermeld, vergeten.Unrecovered,ɐnrikɐvəd, niet herkregen of hersteld.Unrectified,ɐnrektifaid, niet verbeterd.Unredeemable,ɐnridîməb’l, wat niet vrijgekocht of gelost kan worden;Unredeemed,ɐnridîmd, niet vrijgekocht, niet verlost, niet gedelgd, niet verzacht.Unredressed,ɐnridrest, niet hersteld.Unrefined,ɐnrifaind, onbeschaafd, ongezuiverd:Unrefined sugar.Unreflecting,ɐnriflektiŋ, niet terugkaatsend; gedachteloos.Unreformed,ɐnrifömd, onverbeterd.Unrefreshed,ɐnrifrešt, onverkwikt;Unrefreshing= niet verkwikkend.Unrefuted,ɐnrifjûtid, onweerlegd.Unregarded,ɐnrigâdid, verwaarloosd, veronachtzaamd;Unregardful= achteloos.Unregenerate(d),ɐnridženərit(ɐnridženəreitid), niet wedergeboren tot nieuw leven.Unregistered,ɐnredžistəd, niet aangeteekend of ingeschreven.Unregretted,ɐnrigretid, onbetreurd.Unrehearsed,ɐnrihɐ̂st, onvoorbereid; zonder voorafgaande repetities.Unrelaxing,ɐnrilaksiŋ, niet toegevend.Unrelenting,ɐnrilentiŋ, streng, hardvochtig, onverbiddelijk, onophoudelijk.Unreliable,ɐnrilaiəb’l, onbetrouwbaar.Unrelieved,ɐnrilîvd, niet verlicht, ongesteund, ongeholpen, niet afgelost, niet ontzet:The monotony isunrelieved bybrilliant touches= wordt niet afgewisseld door.Unremedied,ɐnremədid, onverholpen.Unremembered,ɐnrimembəd, vergeten.Unremitted,ɐnrimitid, niet vergeven, onverzwakt, aanhoudend;Unremitting= niet vergevend, onophoudelijk.Unremovable,ɐnrimûvəb’l, vast, onafzetbaar;Unremoved= niet weggenomen, vast, niet afgezet.Unremunerative,ɐnrimjûnərətiv, niet voordeelig.Unrenewed,ɐnrinjûd, niet ver- of hernieuwd, niet wedergeboren.Unrepaid,ɐnripeid, niet vergoed.Unrepaired,ɐnripêəd, onhersteld.Unrepealed,ɐnripîld, onherroepen.Unrepentant,ɐnripent’nt;Unrepented= onberouwd;Unrepenting,ɐnripentiŋ, verstokt.Unrepining,ɐnripainiŋ, niet klagend, geduldig, gelaten.Unreplenished,ɐnripleništ, onaangevuld.Unrepresented,ɐnreprizentid, niet vertegenwoordigd, onopgevoerd.Unreprovable,ɐnriprûvəb’l, onberispelijk:Unreproved= onberispt.Unrequested,ɐnrikwestid, ongevraagd.Unrequitable,ɐnrikwaitəb’l, niet te vergelden;Unrequited= onvergolden, onbeantwoord.Unresented,ɐnrizentid, niet kwalijk genomen, ongewroken.Unreserve,ɐnrizɐ̂v, vrijmoedigheid, ongedwongenheid:Unreserved= openhartig, vrijmoedig, onbeperkt, volledig; subst.Unreservedness.Unresigned,ɐnrizaind, niet gelaten.Unresisted,ɐnrizistid, niet weerstaan;Unresisting= zonder weerstand te bieden.Unresolved,ɐnrizolvd, onopgelost;Unresolving, besluiteloos.Unresponsive,ɐnrisponsiv, onhartelijk.Unrest,ɐnrest, onrust, ongerustheid;Unresting= rusteloos, onophoudelijk.Unrestored,ɐnristöd, niet hersteld.Unrestrained,ɐnristreind, onbeteugeld, bandeloos;Unrestricted= onbeperkt.Unretracted,ɐnritraktid, onherroepen.Unrevealed,ɐnrivîld, ongeopenbaard.Unreversed,ɐnrivɐ̂st, onherroepen =Unrevoked,ɐnrivoukt.Unriddle,ɐnrid’l, oplossen, verklaren.Unrideable,ɐnraidəb’l, onberijdbaar.Unrig,ɐnrig, aftakelen, uitkleeden.Unrighteous,ɐnraitjəs, onrechtvaardig, zondig; subst.Unrighteousness.Unrip,ɐnrip, opensnijden.Unripe,ɐnraip, onrijp;Unripened= niet gerijpt; subst.Unripeness.Unrival(l)ed,ɐnraiv’ld, ongeëvenaard.Unrobe,ɐnroub, (zich) uitkleeden.Unroll,ɐnroul, afrollen, ontplooien, loskronkelen.Unromantic,ɐnrəmantik, niet romantisch.Unroof,ɐnrûf, het dak wegnemen.Unroot,ɐnrût, ontwortelen.Unround,ɐnraund, verb. ontronden (van vokalen):Unrounded= niet gerond.Unruffled,ɐnrɐf’ld, kalm, bedaard.Unruliness,ɐnrûlinəs, subst. v.Unruly,ɐnrûli, toomeloos, bandeloos, uitgelaten, lastig.Unsaddle,ɐnsad’l, ontzadelen.Unsafe,ɐnseif, onveilig, gewaagd; subst.Unsafeness.Unsaid,ɐnsed, ongesproken, niet gezegd.Unsal(e)able,ɐnseiləb’l, onverkoopbaar.Unsalted,ɐnsôltid, ongezouten, versch.Unsanctified,ɐnsaŋktifaid, onheilig, ongewijd.Unsanctioned,ɐnsaŋkš’nd, niet bekrachtigd.Unsatiable,ɐnseišəb’l, onverzadelijk;Unsatiating,ɐnseišeitiŋ, niet te verzadigen.[612]Unsatisfactoriness,ɐnsatisfaktərinəs, subst. v.Unsatisfactory,ɐnsatisfaktəri, onvoldoende, onbevredigend;Unsatisfied= onvoldaan, ontevreden, niet overtuigd, onbevredigd;Unsatisfying= onvoldoende.Unsaturated,ɐnsatjureitid, niet verzadigd.Unsavouriness,ɐnseivərinəs, subst. v.Unsavoury,ɐnseivəri, onsmakelijk, walgelijk, smakeloos.Unsay,ɐnsei, herroepen, intrekken:Tosay and unsay= nu eens ja, dan weer neen zeggen.Unscalable,ɐnskeiləb’l, onbeklimbaar.Unscared,ɐnskêəd, niet verschrikt.Unscarred,ɐnskâd, zonder litteeken(s).Unscathed,ɐnskeidhd,ɐnskeitht, ongedeerd.Unschooled,ɐnskûld, ongeletterd, ongeoefend.Unscientific,ɐnsaiəntifik, onwetenschappelijk.Unscorched,ɐnskötšt, niet geschroeid.Unscreened,ɐnskrînd, onbeschut, niet gezeefd.Unscrew,ɐnskrû, losschroeven.Unscriptural,ɐnskriptjur’l, niet naar de Schrift.Unscrupulous,ɐnskrûpjulɐs, gewetenloos; subst.Unscrupulousness.Unseal,ɐnsîl, ontzegelen, openen:Unsealed= ongezegeld, ontzegeld.Unsearchable,ɐnsɐ̂tšəb’l, onnaspeurlijk; subst.Unsearchableness;Unsearched= niet onderzocht.Unseasonable,ɐnsîzənəb’l, ontijdig, niet van pas, ongelegen, ongeschikt:At an unseasonable time of night= laat in den nacht; subst.Unseasonableness;Unseasoned= niet toebereid, niet gekruid, niet geacclimatiseerd, onervaren, ongewend:Unseasoned deal= niet uitgedroogd vuren(grenen)hout.Unseat,ɐnsît, van het paard werpen, van eene plaats (in het Lagerhuis) berooven.Unseaworthiness,ɐnsîwɐ̂dhinəs, subst. v.Unseaworthy,ɐnsîwɐ̂dhi, niet zeewaardig.Unseconded,ɐnsek’ndid, niet ondersteund.Unsectarian,ɐnsektêriən, neutraal.Unseemliness,ɐnsîmlinəs, subst. v.Unseemly,ɐnsîmli, onbetamelijk, ongepast.Unseen,ɐnsîn, ongezien, onzichtbaar:The Unseen= geestenwereld, hiernamaals;LatinUnseens=à vuevertalingen.Unselfish,ɐnselfiš, onbaatzuchtig; subst.Unselfishness.Unsent,ɐnsent, ongezonden:Unsent for= ongenood, ongevraagd.Unsepulch(e)red,ɐnsep’lkəd, onbegraven.Unserved,ɐnsɐ̂vd, niet (op)gediend;Unserviceable,ɐnsɐ̂visəb’l, ondienstig, onbruikbaar.Unset,ɐnset, niet geplaatst (gezet, geplant, ondergegaan).Unsettle,ɐnset’l, doen weifelen, uit de voegen of uit het verband rukken, schokken:Your tidingshave unsettled me= mij van streek gebracht;Unsettled= niet geregeld, onzeker, troebel, veranderlijk, weifelend, onbetaald.Unsex,ɐnseks:Ambition hasunsexd her= haar het (zacht-)vrouwelijke ontnomen;ToUnsex oneself= zich emancipeeren.Unshackle,ɐnšak’l, ontkluisteren.Unshaded,ɐnšeidid, onbeschaduwd, zonder schaduw =Unshadowed,ɐnšadoud.Unshak(e)able,ɐnšeikəb’l, onwrikbaar;Unshaken,ɐnšeik’n, onverwrikt.Unshapely,ɐnšeipli, wanstaltig.Unsheath(e),ɐnšîdh, uit de scheede halen:Tounsheath the sword= het zwaard trekken.Unsheltered,ɐnšeltəd, onbeschut.Unshielded,ɐnšîldid, niet verdedigd.Unship,ɐnšip, ontschepen, lossen, over boord werpen, losmaken:We unshipped the oars= wij namen de riemen uit de dollen.Unshocked,ɐnšokt, ongeschokt.Unshot,ɐnšot, adj. niet afgeschoten, niet getroffen;Unshotverb. een kanon of geweer ontladen.Unshrinkable,ɐnšrinkəb’l, krimpvrij.Unshrinking,ɐnšriŋkiŋ, onvervaard.Unsifted,ɐnsiftid, ongezift, onervaren.Unsight,ɐnsait, ongezien:Tobuy a thing unsight.Unsightliness,ɐnsaitlinəs, subst. v.Unsightly,ɐnsaitli, afzichtelijk, leelijk, wanstaltig.Unsilvered,ɐnsilvəd, niet met (kwik)zilver bedekt.Unsisterly,ɐnsistəli, niet zusterlijk.Unsized,ɐnsaizd, ongesteven, niet geplaneerd of gegrondeerd.Unskilful,ɐnskilful, onbekwaam, onbedreven; subst.Unskilfulness;Unskilled,ɐnskild, onbedreven:Unskilled labour= eenvoudige handenarbeid;Unskilled labourers= werklui die geen vak verstaan.Unslacked,ɐnslakt,Unslackened,ɐnslak’nd, onverminderd.Unslaked,ɐnsleikt, niet gelescht of gebluscht.Unsmoked,ɐnsmoukt, niet (uit)gerookt.Unsoaped,ɐnsoupt, niet gezeept, ongewasschen:The unsoaped= het janhagel.Unsociability,ɐnsoušəbiliti, subst. v.Unsociable,ɐnsoušəb’l, ongezellig; subst.Unsociableness;Unsocial,ɐnsouš’l, eenzelvig.Unsocket,ɐnsokət, uit eene holte of kas nemen:The storm has unsocketed the oak= den eik ontworteld.Unsoiled,ɐnsôild, onbezoedeld.Unsold,ɐnsould, niet verkocht.Unsolder,ɐnso(l)də, lossoldeeren, scheiden.Unsoldierlike,ɐnsouldžəlaik, een soldaat onwaardig =Unsoldierly.Unsolicited,ɐnsəlisitid, ongevraagd.Unsolicitous,ɐnsəlisitɐs, onbezorgd.Unsolved,ɐnsolvd, niet opgelost.Unsophisticated,ɐnsəfistikeitid, onbedorven, echt, kunsteloos.Unsought,ɐnsôt, ongezocht:Tocome unsought= onverwacht.Unsound,ɐnsaund, ongezond, zwak, ziekelijk, niet gaaf, wormstekig, wrak, onwaar, ijdel, valsch, onbetrouwbaar, onrustig:Unsound doctrine, ice;A manof unsound mind= met gekrenkte geestvermogens;Unsound pleasures, sleep; subst.Unsoundness.Unsoured,ɐnsauəd, ongezuurd, niet verbitterd.[613]Unsown,ɐnsoun, ongezaaid:Unsown flowers= wilde.Unsparing,ɐnspêriŋ, ongenadig; mild, royaal; subst.Unsparingness.Unspeakable,ɐnspîkəb’l, onuitsprekelijk, jammerlijk, afschuwelijk:An unspeakable kind of person= onmogelijke vent.Unspecified,ɐnspesifaid, niet afzonderlijk vermeld.Unspent,ɐnspent, onverbruikt, nog niet uitgeput:Unspent ball= nog niet matte.Unspilt,ɐnspilt, ongestort.Unsplit,ɐnsplit, ongespleten.Unspoiled,ɐnspôild, onbedolven.Unspoken,ɐnspouk’n, niet geuit:Unspoken of= onvermeld.Unspotted,ɐnspotid, ongevlekt, zonder blaam, volmaakt, zonder gebreken; subst.Unspottedness.Unsquared,ɐnskwêəd, niet vierkant bekapt, onregelmatig, ongeschikt.Unstable,ɐnsteib’l, onvast, wankelend, labiel.Unstaid,ɐnsteid, onstandvastig, vluchtig.Unstained,ɐnsteind, onbesmet, onbezoedeld, ongeverfd.Unstamped,ɐnstampt, ongestempeld, zonder zegel.Unstanched,ɐnstânšt, ongestelpt, niet dicht.Unstatesmanlike,ɐnsteitsm’nlaik, een staatsman niet passend of waardig.Unsteadiness,ɐnstedinəs, subst. v.Unsteady,ɐnstedi, ongestadig, flikkerend, onvast, wispelturig, lichtzinnig.Unstep,ɐnstep, (een mast) uitnemen.Unstilled,ɐnstild, ongestild.Unstinted,ɐnstintid, onbegrensd, onbekrompen.Unstirred,ɐnstɐ̂d, niet be- of geroerd.Unstitch,ɐnstitš, lostornen.Unstop,ɐnstop, openen, de belemmering wegnemen, ontkurken.Unstrained,ɐnstreind, ongefiltreerd, niet gespannen, ongedwongen, natuurlijk.Unstraitened,ɐnstreit’nd, onbekrompen.Unstrengthened,ɐnstreŋth’nd, niet versterkt of gesteund.Unstring,ɐnstriŋ, losmaken, ontspannen, de snaar of snaren afnemen:She wasquite unstrung= van streek.Unstudied,ɐnstɐdid, onbestudeerd, natuurlijk, onkundig, onervaren.Unstuffed,ɐnstɐft, niet volgestopt, niet gefarceerd.Unsubdued,ɐnsəbdjûd, onverwonnen.Unsubstantial,ɐnsəbstanš’l, onwerkelijk, ingebeeld, slap, niet voedzaam of degelijk.Unsuccessful,ɐnsəksesful, niet gelukkig, zonder resultaat:He has been unsuccessful= hij is niet geslaagd; subst.Unsuccessfulness.Unsufferable,ɐnsɐfərəb’l, on(ver)dragelijk.Unsuitable,ɐnsiûtəb’l, ongepast, ongeschikt, onvoegzaam, onbekwaam; subst.Unsuitableness;Unsuited= ongeschikt, etc.;Unsuitedness.Unsullied,ɐnsɐlid, onbevlekt.Unsupported,ɐnsəpötid, niet gesteund.Unsurmountable,ɐnsɐ̂mauntəb’l, onoverkomelijk.Unsurpassable,ɐnsɐpâsəb’l, onovertreffelijk;Unsurpassed= onovertroffen.Unsusceptible,ɐnsəseptib’l, niet vatbaar (voor =of).Unsuspected,ɐnsəspektid, onverdacht;Unsuspecting= niet achterdochtig;Unsuspicious,ɐnsəspišəs, niet wantrouwend, argeloos; subst.Unsuspiciousness.Unsustainable,ɐnsəsteinəb’l, onhoudbaar;Unsustained= niet gesteund.Unswayable,ɐnsweiəb’l, niet te beheerschen;Unswayed,ɐnsweid, niet bewerkt of door invloeden beheerscht.Unswept,ɐnswept, ongeveegd.Unswerving,ɐnswɐ̂viŋ, niet afwijkend.Unsworn,ɐnswön, niet beëedigd.Unsymmetric(al),ɐnsimetrik(’l), niet met goede verhoudingen.Unsystematic(al),ɐnsistəmatik(’l), stelselloos.Untack,ɐntak, losmaken.Untainted,ɐnteintid, onbesmet, niet bedorven.Untalked,ɐntôkt, onvermeld, niet besproken (metof).Untam(e)able,ɐnteiməb’l, ontembaar;Untamed,ɐnteimd, ongetemd, woest, wild:Untamed beauty= woeste schoonheid.Untarnished,ɐntâništ, zonder smet of blaam.Untasked,ɐntâskt, zonder taak.Untasted,ɐnteistid, onaangeroerd.Untaught,ɐntôt, onwetend, onervaren, ongeletterd.Untaxed,ɐntakst, onbelast, niet beschuldigd.Unteachable,ɐntîtšəb’l, onleerzaam; niet te leeren.Untempered,ɐntempəd, niet toebereid, niet gehard, niet gematigd.Untempted,ɐntem(p)tid, niet verleid of verlokt.Untenable,ɐntenəb’l, onhoudbaar.Untenantable,ɐnten’ntəb’l,niet (ver)huurbaar,onbewoonbaar;Untenanted= onverhuurd, onbewoond.Untended,ɐntendid, onverzorgd.Unterrified,ɐnterifaid, onverschrokken.Untested,ɐntestid, onbeproefd.Unthanked,ɐnthaŋkt, zonder dank;Unthankful= ondankbaar; subst.Unthankfulness.Unthinkable,ɐnthiŋkəb’l, ondenkbaar;Unthinking= onnadenkend, onbezonnen;Unthought,ɐnthôt, niet gedacht, onverwacht (metof).Untidiness,ɐntaidinəs, subst. v.Untidy,ɐntaidi, slordig, onordelijk.Untie,ɐntai, losbinden, losknoopen, losmaken.Until,ɐntil, tot:He didnotwriteuntil yesterday= gister pas.Untilled,ɐntild, onbebouwd.Untimbered,ɐntimbəd, zonder boomen of timmerhout.Untimely,ɐntaimli, ontijdig, ongelegen:Untimely merriment= ongepaste vroolijkheid;Hedied untimely= vroeg, jong;Untim(e)ous,ɐntaiməs, al te vroeg:It reachedan untimeous end= het kwam vóór zijn tijd aan een eind.Untinged,ɐntinžd, ongeverfd, ongetint, rein.[614]Untirable,ɐntairəb’l, onvermoeibaar, onvermoeid =Untired, Untiring.Unto,ɐntû, tot (aan).Untold,ɐntould, ongeteld, niet verhaald, onbeschrijfelijk.Untouched,ɐntɐtšt, on(aan)geroerd, niet geretoucheerd.Untoward,ɐntouəd, stijfhoofdig, weerbarstig, eigenzinnig, onaangenaam, ongunstig;Untoward(li)ness.Untraced,ɐntreist, ongebaand, ook =Untracked,ɐntrakt, niet opgespoord.Untractable,ɐntraktəb’l, onhandelbaar.Untrained,ɐntreind, niet geoefend of gedrild.Untrammelled,ɐntram’ld, onbelemmerd.Untransferable,ɐntransfərəb’l, niet over te dragen.Untranslatable,ɐntr’nsleitəb’l, onvertaalbaar.Untravelled,ɐntrav’ld, onbereisd.Untraversed,ɐntravəst, niet doorsneden of betreden, niet doorreisd.Untried,ɐntraid, onbeproefd, onervaren.Untrimmed,ɐntrimd, niet gesnoeid, niet in orde gebracht of opgemaakt.Untrod(den),ɐntrod(’n), onbetreden.Untroubled,ɐntrɐb’ld, ongestoord, onbewogen (van de zee).Untrue,ɐntrû, onwaar, trouweloos, wispelturig; adv.Untruly;Untruth,ɐntrûth,ɐntrûth, onwaarheid, trouweloosheid, leugen:Totell an untruth;Untruthful= onoprecht.Untuck,ɐntɐk, losvouwen, een vouw nemen uit.Unturned,ɐntɐ̂nd, ongekeerd:He left no stone unturnedto get it= heeft hemel en aarde bewogen.Untutored,ɐntjûtəd, niet onderwezen, onbeschaafd, ruw.Untwine,ɐntwain, losdraaien, losgaan, uit de war maken, uitrafelen =Untwist.Unused,ɐnjûzd, (ɐnjûst), ongebruikt, ongewoon (to);Unusual,ɐnjûžuəl, ongewoon, niet veelvuldig.Unutterable,ɐnɐtərəb’l, onuitsprekelijk:Unutterables= broek;Unuttered= niet geuit.Unvaccinated,ɐnvaksineitid, oningeënt.Unvanquished,ɐnvaŋkwišt, onoverwonnen.Unvaried,ɐnvêrid, onveranderd, zonder afwisseling;Unvarying= onveranderlijk.Unvarnished,ɐnvâništ, ongevernist, onverbloemd, onopgesmukt, eenvoudig.Unveil,ɐnveil, ontsluieren, onthullen.Unvendible,ɐnvendib’l, onverkoopbaar.Unventilated,ɐnventileitid, niet van frissche lucht voorzien.Unversed,ɐnvɐ̂st, onbedreven (in).Unvindicated,ɐnvindikeitid, niet verdedigd.Unviolated,ɐnvaiəleitid, ongeschonden.Unvisited,ɐnvizitid, onbezocht.Unvoiced,ɐnvôist, zonder stemtoon.Unvowelled,ɐnvauəld, zonder klinkers.Unwalled,ɐnwöld, zonder muren.Unwarlike,ɐnwölaik, onkrijgshaftig.Unwarned,ɐnwönd, ongewaarschuwd.Unwarped,ɐnwöpt, niet getrokken; onbevooroordeeld;Unwarping= onbuigzaam.Unwarrantable,ɐnwor’ntəb’l, onwettig, onverantwoordelijk, onverdedigbaar; subst.Unwarrantableness;Unwarranted,ɐnwor’ntid, ongewettigd, onverantwoordelijk, ongewaarborgd.Unwariness,ɐnwêrinəs, subst. v.Unwary,ɐnwêri, onbezonnen, overijld.Unwashed,ɐnwošt, ongewasschen, vuil:The (great) unwashed= het janhagel.Unwatched,ɐnwotšt, niet bewaakt.Unwatered,ɐnwötəd, onbesproeid, droog.Unwavering,ɐnweiv’riŋ, standvastig.Unweaned,ɐnwînd, niet gespeend, niet ontwend.Unwearied,ɐnwîrid, onvermoeid.Unwebbed,ɐnwebd, zonder zwemvlies.Unwed(ded),ɐnwed(id), ongetrouwd.Unweeded,ɐnwîdid, ongewied.Unwelcome,ɐnwelk’m, niet welkom, onaangenaam:He hasmade me unwelcome= heeft mij onhartelijk ontvangen.Unwell,ɐnwel, niet wel, ongesteld.Unwept,ɐnwept, onbeweend.Unwhipped,ɐnwipt, ongestraft.Unwholesome,ɐnhouls’m, ongezond, verderfelijk; subst.Unwholesomeness.Unwieldiness,ɐnwîldinəs, subst. v.Unwieldy,ɐnwîldi, onhandelbaar, niet te hanteeren, zwaar, lomp.Unwilling,ɐnwiliŋ, onwillig, ongenegen:I am (feel) unwillingto go there= heb geen zin;Willing or unwilling= willens of onwillens;Unwillingness= ongeneigdheid.Unwind,ɐnwaind, loswinden.Unwise,ɐnwaiz, onwijs, dwaas.Unwished,ɐnwišt, niet gewenscht:Unwished forcircumstances= ongewenschte.Unwithered,ɐnwidhəd, onverwelkt;Unwithering= onverwelkbaar.Unwitnessed,ɐnwitnəst, ongezien, niet door getuigen gestaafd, nooit beleefd.Unwitting(ly),ɐnwitiŋ(li), zonder te weten:Withunwittingirony= onbewuste.Unwomanly,ɐnwum’nli, onvrouwelijk.Unwonted,ɐnwɐntid,ɐnwountid, ongewoon, ongewend; subst.Unwontedness.Unworkable,ɐnwɐ̂kəb’l, onpraktisch, onuitvoerbaar.Unworkmanlike,ɐnwɐ̂km’nlaik, niet goed afgewerkt, prullerig.Unworldliness,ɐnwɐ̂ldlinəs, subst. v.Unworldly,ɐnwɐ̂ldli, niet wereldsch, onbaatzuchtig.Unworn,ɐnwön, niet gedragen:Unworn out= niet versleten.Unworried,ɐnwɐrid, niet gekweld.Unworthiness,ɐnwɐ̂dhinəs, subst. v.Unworthy,ɐnwɐ̂dhi, onwaardig, ongepast, verachtelijk.Unwound,ɐnwaund, imp. en p.p. vanto unwind.Unwounded,ɐnwûndid, ongewond.Unwrap,ɐnrap, loswikkelen, openmaken.Unwritten,ɐnrit’n, ongeschreven:Unwritten law= gewoonterecht, ongeschreven wet.Unwrought,ɐnrôt, onbewerkt, ruw:Unwrought goods, iron.Unyielded,ɐnjîldid, onovergegeven;Unyielding= niet toegevend, halsstarrig.[615]Unyoke,ɐnjouk, uitspannen, het juk afnemen.Up,ɐp, verb. opspringen, aanleggen; adv. op, omhoog, op de been, in het zadel, etc.:He upped gun,and let drive at a young hare= legde aan en schoot op;His blood is up= hij kookt van woede;Shall weplay fifty up? = vijftig uit (bilj.);The game is up= het spel is uit, verloren;The House is up= het Parlement is gesloten;The quarter is up= het kwartaal is verschenen;The street is up= is opgebroken;The sun is up= is op;Time is up= de tijd is om;All the town is up= in rep en roer, opstand;Tobe upat seven= op(gestaan);It is all up with him= hij is totaal geruïneerd;We shall be up withanother covey in five minutes= binnen 5 minuten treffen we weer aan;What’s up?= wat is er aan de hand;Hecame up tome= kwam naar mij toe;Hecame up withme= hij haalde mij in;The river isfrozen up= dichtgevroren;The emigrantswent up(the) country= trokken verder het land in (Amer.);Wewent up to the hub= tot het uiterste punt;He will notgo upfor his examination= zal zich niet onderwerpen;The studentsgo upto-morrow= keeren naar de academie terug;Tosail upa river, stream= de rivier op, tegen den stroom op;Up and down= op en neer;The ups and downs of life= de wisselvalligheden des levens;I have been attached to himfrom my youth up= van mijne jeugd af;He iswell upin English= kent goed Engelsch;Hold your tongueup there= daar ginder, daar boven;To goup to town= naar stad;He agreed with meup toa certain point= tot op zekere hoogte;That fellow isup tosnuff(toa thing or two, a trick or two) = dat is een gladde kerel, slimme kwant;Upto this time = tot dezen tijd toe;We wadedup toour knees through the snow= tot aan de knieën;What are youup to? = wat voert gij uit (in ’t schild);He isup tomischief= voert kattekwaad uit;I amup towhat you mean= begrijp;Do you think he isup tothe task? = berekend voor die taak;The candidate is notup tothe mark= is onvoldoende.Upas(-tree),jûpəs(trî), upas(boom).Upbear,ɐpbêə, ondersteunen, schragen, opheffen:His firm faith upbore him= zijn onwankelbaar geloof schraagde hem.Upbraid,ɐpbreid, verwijten, berispen:Heupbraided me forhaving been there= nam mij onder handen;Upbraiding;Upbraider.Upbringing,ɐpbriŋiŋ, grootbrengen, opvoeding.Upham,ɐpəm.Upheaval,əphîv’l, verheffing, opheffing, omwenteling;Upheave,əphîv, opheffen, zich verheffen.Upheld,ɐpheld, imp. en p.p. vanto uphold.Uphill,ɐphil, bergopwaarts(ch), moeilijk:That’suphill work= dat werk valt niet mee.Uphold,ɐphould, omhoog houden, steunen, schragen, handhaven, verdedigen:Their Lordships upheld the judge’s finding= bevestigden de uitspraak;Upholder= verdediger, steuner.Upholster,əphoulstə, bekleeden, stoffeeren;Upholsterer= stoffeerder;Upholstery, bedden, gordijnen, karpetten, kleeden, kussens, enz. enz. om de huizen te meubileeren; stoffeerderij:Mere upholstery= louter schijn.Upkeep,ɐpkîp, onderhoud.Upland,ɐpl’nd, subst. hoogland, binnenland; adj. hooglandsch, binnenlandsch.Uplift,ɐplift, subst. verheffing; adj. opgeheven;Upliftverb. opheffen, optillen:Her victory had uplifted her= vroolijk (trotsch) gestemd.Up-line,ɐplain, lijn naar het hoofdstation.Upmost,ɐpmoust, bovenste.Upon,əpon, op, bovenop, omtrent, bij, etc.:Upon his arm= aan zijn arm;Upon my arrival (arriving)= bij mijne aankomst;Upon bread and water;You do itupon your own danger= op eigen risico;Upon duty= in dienst, op post;I learned thisupon inquiry= bij onderzoek;It was justupon midnight= tegen;Upon the whole= over het geheel;Icall upon this assemblyto do away with such an abuse= doe een beroep op deze vergadering;Icalled upon (on) him= ik ben bij hem aangeloopen;I do not wantto be imposed upon= bedrogen te worden;This townlies upona river= ligt aan;Helives upon his mother= op kosten van;Tolive upon vegetables= van groenten;Look upon me= zie mij aan;Tomake war upona people= den oorlog aandoen;I don’t wishto be played upon= voor den gek te worden gehouden;Don’trely uponsuch people= vertrouw niet op;Tostand uponceremonies= staan op complimenten;Tostand uponone’s dignity= op zijn waardigheid gesteld zijn;I willthink upon it= zal me er eens op bedenken;Hetook upon himselfto arrange the matter= nam op zich.Upper,ɐpə, adj. hooger, bovenste, boven; subst.:Uppers= bovenleer:Tobe on one’s uppers= in armzalige toestand zijn;Upper crust= de hoogere kringen, aristocratie =Theupper ten (thousand);Upper deck;Upper guard= hoofdconducteur;Upper hand= overhand, bovenhand;Upper House= het Huis der Lords, Senaat, Eerste Kamer;Upper leather= bovenleer;Upper lip= bovenlip;Upper Rhine;Upper story= bovenverdieping:He isnot right in his upper story= het scheelt hem in zijn bovenste verdieping;Upper teeth= boventanden;Upper works= het gedeelte van het schip, dat boven water is; bol (kop);Upper world= bovenwereld;Uppermost= bovenste, hoogste, heerschend, beste:That fellowsays whatever comes uppermost= zegt maar wat hem voor den mond komt;Tofloat belly uppermost(van visch).Uppish,ɐpiš, trotsch, aanmatigend; subst.Uppishness.Upraise,ɐpreiz, opheffen.Uprear,ɐprîə, oprichten.Upright,ɐprait, subst. opstand van een gebouw, gevel, paal, pilaar; adj. rechtop, oprecht:His hair stands upright= zijne haren rijzen te berge; subst.Uprightness[616](ɐpraitnəs), opgerichte stand, rechtschapenheid, oprechtheid.Uprising,ɐpraiziŋ, verheffing, opgang, glooiing, opstand.Uproar,ɐprö, oproer, verwarring, drukte, lawaai:Tomake an uproar= herrie maken;Toset in(to) uproar= in opstand brengen;Unproarious,əprôriəs, oproerig, lawaaierig; subst.Uproariousness.Uproot,ɐprût, ontwortelen, verdelgen.Uprouse,ɐprauz, opwekken.Upsaddle,ɐpsad’l, opzadelen.Upsala,ɐpsâlə.Upset,ɐpsət,ɐpset, subst. het omvallen of omgevallen zijn, het mislukken, schrik, ontroering; adj. vast:Upset-price= inzet (van goederen op verkoopingen).Upset,ɐpset, omverwerpen, onderstboven gooien, van zijn stuk brengen, overstuur maken, teleurstellen, omvallen, omslaan:To be upset= omslaan; kapot zijn (fig.).Upshot,ɐpšot, resultaat, uitkomst, einde:That’sthe upshot of the rumour= daar komt het gerucht op neer;When it comes to the upshot= van naderbij beschouwd.Upside,ɐpsaid, bovenzijde;Upside-down= onderstboven, in volkomen verwarring.Upstairs,ɐpstêəz,ɐpstêəz, boven:He waskicked upstairs= hij werd vooruitgeschopt, voortgeholpen.Upstart,ɐpstât, opspringen,opschieten.Upstart,ɐpstât, subst. parvenu; adj. plotseling tot groote macht gebracht; parvenuachtig:Upstart pride.Up-stroke,ɐpstrouk, ophaal, opwaartsche beweging.Uptake,ɐpteik, opneming, begrip, begrijpen.Uptear,ɐptêə, opscheuren.Up-to-date,ɐptudeit, volgens de nieuwste mode, (hyper)modern.Up-town,ɐptaun, in de bovenstad (het beste gedeelte) gelegen (Amer.).Up-train,ɐptrein, opkomende trein.Upturn,ɐptɐ̂n, omwerpen, omslaan, opslaan.Upward,ɐpwəd, adj. bovenwaartsch, stijgend, naar boven;Upwards= naar boven, opwaarts:Upwards of= meer dan;It costsupwards ofa hundred guilders= over de honderd gulden;Ten guilders and upwards= meer dan;From five guilders upwards= van af vijf gulden en hooger.Upwhirl,ɐpwɐ̂l, opwarrelen.Upwind,ɐpwaind, oprollen.Ural,(j)ûr’l, Ural(isch), adj.Uralian,Uralic.Urania,jureinjə, Urania;Uranography,jûrənogrəfi, uranographie;Uranology,jûrənolədži, uranologie;Uranus,jûrənɐs, Uranus.Urban,ɐ̂b’n, subst. Urbanus.Urban,ɐ̂b’n, stedelijk, stads - -;Urbane,ɐ̂bein, hoffelijk, beschaafd, wellevend.Urbanist,ɐ̂bənist, soort Franciscaner non.Urbaniste,ɐ̂bənist, soort peer.Urbanity,ɐ̂baniti, hoffelijkheid, wellevendheid.Urchin,ɐ̂tšin, schalk, rakkertje, deugniet.Urdu,ûədû, taal van Hindostan.
Unprejudiced,ɐnpredžədist, onbevooroordeeld, onpartijdig, niet benadeeld.Unpremeditated,ɐnprimediteitid, niet expresselijk, niet overdacht, onvoorbereid.Unprepared,ɐnpripêəd, onvoorbereid; subst.Unpreparedness.Unprepossessed,ɐnprîpəzest, onbevooroordeeld;Unprepossessing= niet innemend.Unpresuming,ɐnprižûmiŋ, niet verwaand, bescheiden.Unpretending,ɐnpritendiŋ, niet aanmatigend; subst.Unpretendingness;Unpretentious= onaanzienlijk.Unprevailing,ɐnpriveiliŋ, krachteloos, onnut.Unprincipled,ɐnprinsip’ld, beginselloos, onzedelijk.Unprinted,ɐnprintid, niet be- of gedrukt, wit.Unprivileged,ɐnprivilidžd, zonder voorrechten.Unproductive,ɐnprədɐktiv, onvruchtbaar, geene winst afwerpend; subst.Unproductiveness=Unproductivity.Unprofessional,ɐnprəfešən’l, niet tot een beroep behoorende, leeken …, niet overeenkomstig de eischen van een beroep.Unprofitable,ɐnprofitəb’l, niet voordeelig, zonder vrucht; subst.Unprofitableness.Unprogressive,ɐnprəgresiv, niet vooruitkomend.Unprohibited,ɐnprəhibitid, niet verboden, wettig.Unprolific,ɐnprəlifik, onvruchtbaar.Unpromising,ɐnpromisiŋ, niet veel belovend, onvruchtbaar:That’s anunpromising subject= ondankbaar;Unpromising of success= niet veel belovend.Unpronounceable,ɐnprənaunsib’l, niet uit te spreken;Unpronounced= stom, onbeslist.Unprophetic(al),ɐnprəfetik(’l), niet prophetisch:Unprophetic of a thing= iets niet vermoedend.Unpropitious,ɐnprəpišəs, ongunstig.Unprotected,ɐnprətektid, onbeschermd.Unproved, Unproven,ɐnprûvd,ɐnprûv’n, niet bewezen.Unprovided,ɐnprəvaidid, niet verzorgd, onvoorzien.Unprovoked,ɐnprəvoukt, niet geprikkeld (tot) of uitgelokt, zonder aanleiding.Unpublished,ɐnpɐblišt, onuitgegeven.Unpunctual,ɐnpɐŋktjuəl, onnauwkeurig, niet op tijd.Unpunished,ɐnpɐništ, ongestraft.Unpurged,ɐnpɐ̂džd, ongezuiverd, niet gelouterd =Unpurified,ɐnpjûrifaid.Unpursued,ɐnpəsiûd, onvervolgd, niet voortgezet.Unqualified,ɐnkwolifaid, ongeschikt, onbevoegd, onvermengd.Unquenchable,ɐnkwenšəb’l, onbluschbaar, onverzadelijk; subst.Unquenchableness;Unquenched,ɐnkwenšt, ongebluscht.Unquestionable,ɐnkwestjənəb’l, ontwijfelbaar;Unquestioned,ɐnkwestj’nd, ongetwijfeld:Togo unquestioned= van zelf spreken.Unquickened,ɐnkwik’nd, onbezield.Unquiet,ɐnkwaiit, onrustig, rusteloos, onbevredigd; subst.Unquietness.Unracked,ɐnrakt, ongeklaard.Unraked,ɐnreikt, ongeharkt, niet opgerakeld.Unravel,ɐnrav’l, ontwarren, ontwikkelen, afwikkelen; subst.Unravelment= ontknooping.Unreached,ɐnrîtšt, onbereikt.[611]Unread,ɐnred, ongelezen, ongeletterd;Unreadable,ɐnrîdəb’l, onleesbaar.Unreadiness,ɐnredinəs, subst. v.Unready,ɐnredi, niet gereed, niet bereid, ongeneigd.Unreal,ɐnrîəl, onwerkelijk, denkbeeldig;Unreality,ɐnrialiti, onwerkelijkheid.Unreaped,ɐnrîpt, ongeoogst.Unreason,ɐnrîz’n, onzinnigheid;Unreasonable,ɐnrîzənəb’l, onredelijk, dwaas, buitensporig; subst.Unreasonableness.Unrebuked,ɐnribjûkt, onberispt.Unrecanted,ɐnrikantid, niet herroepen.Unreckoned,ɐnrek’nd, ongerekend, niet geteld.Unreclaimed,ɐnrikleimd, niet opgeëischt, niet getemd, niet op den goeden weg teruggebracht, onontgonnen.Unrecognized,ɐnrekəgnaizd, niet (h)erkend.Unreconciled,ɐnrek’nsaild, onverzoend, onvereenigbaar, niet in overeenstemming (gebracht).Unrecorded,ɐnriködid, onvermeld, vergeten.Unrecovered,ɐnrikɐvəd, niet herkregen of hersteld.Unrectified,ɐnrektifaid, niet verbeterd.Unredeemable,ɐnridîməb’l, wat niet vrijgekocht of gelost kan worden;Unredeemed,ɐnridîmd, niet vrijgekocht, niet verlost, niet gedelgd, niet verzacht.Unredressed,ɐnridrest, niet hersteld.Unrefined,ɐnrifaind, onbeschaafd, ongezuiverd:Unrefined sugar.Unreflecting,ɐnriflektiŋ, niet terugkaatsend; gedachteloos.Unreformed,ɐnrifömd, onverbeterd.Unrefreshed,ɐnrifrešt, onverkwikt;Unrefreshing= niet verkwikkend.Unrefuted,ɐnrifjûtid, onweerlegd.Unregarded,ɐnrigâdid, verwaarloosd, veronachtzaamd;Unregardful= achteloos.Unregenerate(d),ɐnridženərit(ɐnridženəreitid), niet wedergeboren tot nieuw leven.Unregistered,ɐnredžistəd, niet aangeteekend of ingeschreven.Unregretted,ɐnrigretid, onbetreurd.Unrehearsed,ɐnrihɐ̂st, onvoorbereid; zonder voorafgaande repetities.Unrelaxing,ɐnrilaksiŋ, niet toegevend.Unrelenting,ɐnrilentiŋ, streng, hardvochtig, onverbiddelijk, onophoudelijk.Unreliable,ɐnrilaiəb’l, onbetrouwbaar.Unrelieved,ɐnrilîvd, niet verlicht, ongesteund, ongeholpen, niet afgelost, niet ontzet:The monotony isunrelieved bybrilliant touches= wordt niet afgewisseld door.Unremedied,ɐnremədid, onverholpen.Unremembered,ɐnrimembəd, vergeten.Unremitted,ɐnrimitid, niet vergeven, onverzwakt, aanhoudend;Unremitting= niet vergevend, onophoudelijk.Unremovable,ɐnrimûvəb’l, vast, onafzetbaar;Unremoved= niet weggenomen, vast, niet afgezet.Unremunerative,ɐnrimjûnərətiv, niet voordeelig.Unrenewed,ɐnrinjûd, niet ver- of hernieuwd, niet wedergeboren.Unrepaid,ɐnripeid, niet vergoed.Unrepaired,ɐnripêəd, onhersteld.Unrepealed,ɐnripîld, onherroepen.Unrepentant,ɐnripent’nt;Unrepented= onberouwd;Unrepenting,ɐnripentiŋ, verstokt.Unrepining,ɐnripainiŋ, niet klagend, geduldig, gelaten.Unreplenished,ɐnripleništ, onaangevuld.Unrepresented,ɐnreprizentid, niet vertegenwoordigd, onopgevoerd.Unreprovable,ɐnriprûvəb’l, onberispelijk:Unreproved= onberispt.Unrequested,ɐnrikwestid, ongevraagd.Unrequitable,ɐnrikwaitəb’l, niet te vergelden;Unrequited= onvergolden, onbeantwoord.Unresented,ɐnrizentid, niet kwalijk genomen, ongewroken.Unreserve,ɐnrizɐ̂v, vrijmoedigheid, ongedwongenheid:Unreserved= openhartig, vrijmoedig, onbeperkt, volledig; subst.Unreservedness.Unresigned,ɐnrizaind, niet gelaten.Unresisted,ɐnrizistid, niet weerstaan;Unresisting= zonder weerstand te bieden.Unresolved,ɐnrizolvd, onopgelost;Unresolving, besluiteloos.Unresponsive,ɐnrisponsiv, onhartelijk.Unrest,ɐnrest, onrust, ongerustheid;Unresting= rusteloos, onophoudelijk.Unrestored,ɐnristöd, niet hersteld.Unrestrained,ɐnristreind, onbeteugeld, bandeloos;Unrestricted= onbeperkt.Unretracted,ɐnritraktid, onherroepen.Unrevealed,ɐnrivîld, ongeopenbaard.Unreversed,ɐnrivɐ̂st, onherroepen =Unrevoked,ɐnrivoukt.Unriddle,ɐnrid’l, oplossen, verklaren.Unrideable,ɐnraidəb’l, onberijdbaar.Unrig,ɐnrig, aftakelen, uitkleeden.Unrighteous,ɐnraitjəs, onrechtvaardig, zondig; subst.Unrighteousness.Unrip,ɐnrip, opensnijden.Unripe,ɐnraip, onrijp;Unripened= niet gerijpt; subst.Unripeness.Unrival(l)ed,ɐnraiv’ld, ongeëvenaard.Unrobe,ɐnroub, (zich) uitkleeden.Unroll,ɐnroul, afrollen, ontplooien, loskronkelen.Unromantic,ɐnrəmantik, niet romantisch.Unroof,ɐnrûf, het dak wegnemen.Unroot,ɐnrût, ontwortelen.Unround,ɐnraund, verb. ontronden (van vokalen):Unrounded= niet gerond.Unruffled,ɐnrɐf’ld, kalm, bedaard.Unruliness,ɐnrûlinəs, subst. v.Unruly,ɐnrûli, toomeloos, bandeloos, uitgelaten, lastig.Unsaddle,ɐnsad’l, ontzadelen.Unsafe,ɐnseif, onveilig, gewaagd; subst.Unsafeness.Unsaid,ɐnsed, ongesproken, niet gezegd.Unsal(e)able,ɐnseiləb’l, onverkoopbaar.Unsalted,ɐnsôltid, ongezouten, versch.Unsanctified,ɐnsaŋktifaid, onheilig, ongewijd.Unsanctioned,ɐnsaŋkš’nd, niet bekrachtigd.Unsatiable,ɐnseišəb’l, onverzadelijk;Unsatiating,ɐnseišeitiŋ, niet te verzadigen.[612]Unsatisfactoriness,ɐnsatisfaktərinəs, subst. v.Unsatisfactory,ɐnsatisfaktəri, onvoldoende, onbevredigend;Unsatisfied= onvoldaan, ontevreden, niet overtuigd, onbevredigd;Unsatisfying= onvoldoende.Unsaturated,ɐnsatjureitid, niet verzadigd.Unsavouriness,ɐnseivərinəs, subst. v.Unsavoury,ɐnseivəri, onsmakelijk, walgelijk, smakeloos.Unsay,ɐnsei, herroepen, intrekken:Tosay and unsay= nu eens ja, dan weer neen zeggen.Unscalable,ɐnskeiləb’l, onbeklimbaar.Unscared,ɐnskêəd, niet verschrikt.Unscarred,ɐnskâd, zonder litteeken(s).Unscathed,ɐnskeidhd,ɐnskeitht, ongedeerd.Unschooled,ɐnskûld, ongeletterd, ongeoefend.Unscientific,ɐnsaiəntifik, onwetenschappelijk.Unscorched,ɐnskötšt, niet geschroeid.Unscreened,ɐnskrînd, onbeschut, niet gezeefd.Unscrew,ɐnskrû, losschroeven.Unscriptural,ɐnskriptjur’l, niet naar de Schrift.Unscrupulous,ɐnskrûpjulɐs, gewetenloos; subst.Unscrupulousness.Unseal,ɐnsîl, ontzegelen, openen:Unsealed= ongezegeld, ontzegeld.Unsearchable,ɐnsɐ̂tšəb’l, onnaspeurlijk; subst.Unsearchableness;Unsearched= niet onderzocht.Unseasonable,ɐnsîzənəb’l, ontijdig, niet van pas, ongelegen, ongeschikt:At an unseasonable time of night= laat in den nacht; subst.Unseasonableness;Unseasoned= niet toebereid, niet gekruid, niet geacclimatiseerd, onervaren, ongewend:Unseasoned deal= niet uitgedroogd vuren(grenen)hout.Unseat,ɐnsît, van het paard werpen, van eene plaats (in het Lagerhuis) berooven.Unseaworthiness,ɐnsîwɐ̂dhinəs, subst. v.Unseaworthy,ɐnsîwɐ̂dhi, niet zeewaardig.Unseconded,ɐnsek’ndid, niet ondersteund.Unsectarian,ɐnsektêriən, neutraal.Unseemliness,ɐnsîmlinəs, subst. v.Unseemly,ɐnsîmli, onbetamelijk, ongepast.Unseen,ɐnsîn, ongezien, onzichtbaar:The Unseen= geestenwereld, hiernamaals;LatinUnseens=à vuevertalingen.Unselfish,ɐnselfiš, onbaatzuchtig; subst.Unselfishness.Unsent,ɐnsent, ongezonden:Unsent for= ongenood, ongevraagd.Unsepulch(e)red,ɐnsep’lkəd, onbegraven.Unserved,ɐnsɐ̂vd, niet (op)gediend;Unserviceable,ɐnsɐ̂visəb’l, ondienstig, onbruikbaar.Unset,ɐnset, niet geplaatst (gezet, geplant, ondergegaan).Unsettle,ɐnset’l, doen weifelen, uit de voegen of uit het verband rukken, schokken:Your tidingshave unsettled me= mij van streek gebracht;Unsettled= niet geregeld, onzeker, troebel, veranderlijk, weifelend, onbetaald.Unsex,ɐnseks:Ambition hasunsexd her= haar het (zacht-)vrouwelijke ontnomen;ToUnsex oneself= zich emancipeeren.Unshackle,ɐnšak’l, ontkluisteren.Unshaded,ɐnšeidid, onbeschaduwd, zonder schaduw =Unshadowed,ɐnšadoud.Unshak(e)able,ɐnšeikəb’l, onwrikbaar;Unshaken,ɐnšeik’n, onverwrikt.Unshapely,ɐnšeipli, wanstaltig.Unsheath(e),ɐnšîdh, uit de scheede halen:Tounsheath the sword= het zwaard trekken.Unsheltered,ɐnšeltəd, onbeschut.Unshielded,ɐnšîldid, niet verdedigd.Unship,ɐnšip, ontschepen, lossen, over boord werpen, losmaken:We unshipped the oars= wij namen de riemen uit de dollen.Unshocked,ɐnšokt, ongeschokt.Unshot,ɐnšot, adj. niet afgeschoten, niet getroffen;Unshotverb. een kanon of geweer ontladen.Unshrinkable,ɐnšrinkəb’l, krimpvrij.Unshrinking,ɐnšriŋkiŋ, onvervaard.Unsifted,ɐnsiftid, ongezift, onervaren.Unsight,ɐnsait, ongezien:Tobuy a thing unsight.Unsightliness,ɐnsaitlinəs, subst. v.Unsightly,ɐnsaitli, afzichtelijk, leelijk, wanstaltig.Unsilvered,ɐnsilvəd, niet met (kwik)zilver bedekt.Unsisterly,ɐnsistəli, niet zusterlijk.Unsized,ɐnsaizd, ongesteven, niet geplaneerd of gegrondeerd.Unskilful,ɐnskilful, onbekwaam, onbedreven; subst.Unskilfulness;Unskilled,ɐnskild, onbedreven:Unskilled labour= eenvoudige handenarbeid;Unskilled labourers= werklui die geen vak verstaan.Unslacked,ɐnslakt,Unslackened,ɐnslak’nd, onverminderd.Unslaked,ɐnsleikt, niet gelescht of gebluscht.Unsmoked,ɐnsmoukt, niet (uit)gerookt.Unsoaped,ɐnsoupt, niet gezeept, ongewasschen:The unsoaped= het janhagel.Unsociability,ɐnsoušəbiliti, subst. v.Unsociable,ɐnsoušəb’l, ongezellig; subst.Unsociableness;Unsocial,ɐnsouš’l, eenzelvig.Unsocket,ɐnsokət, uit eene holte of kas nemen:The storm has unsocketed the oak= den eik ontworteld.Unsoiled,ɐnsôild, onbezoedeld.Unsold,ɐnsould, niet verkocht.Unsolder,ɐnso(l)də, lossoldeeren, scheiden.Unsoldierlike,ɐnsouldžəlaik, een soldaat onwaardig =Unsoldierly.Unsolicited,ɐnsəlisitid, ongevraagd.Unsolicitous,ɐnsəlisitɐs, onbezorgd.Unsolved,ɐnsolvd, niet opgelost.Unsophisticated,ɐnsəfistikeitid, onbedorven, echt, kunsteloos.Unsought,ɐnsôt, ongezocht:Tocome unsought= onverwacht.Unsound,ɐnsaund, ongezond, zwak, ziekelijk, niet gaaf, wormstekig, wrak, onwaar, ijdel, valsch, onbetrouwbaar, onrustig:Unsound doctrine, ice;A manof unsound mind= met gekrenkte geestvermogens;Unsound pleasures, sleep; subst.Unsoundness.Unsoured,ɐnsauəd, ongezuurd, niet verbitterd.[613]Unsown,ɐnsoun, ongezaaid:Unsown flowers= wilde.Unsparing,ɐnspêriŋ, ongenadig; mild, royaal; subst.Unsparingness.Unspeakable,ɐnspîkəb’l, onuitsprekelijk, jammerlijk, afschuwelijk:An unspeakable kind of person= onmogelijke vent.Unspecified,ɐnspesifaid, niet afzonderlijk vermeld.Unspent,ɐnspent, onverbruikt, nog niet uitgeput:Unspent ball= nog niet matte.Unspilt,ɐnspilt, ongestort.Unsplit,ɐnsplit, ongespleten.Unspoiled,ɐnspôild, onbedolven.Unspoken,ɐnspouk’n, niet geuit:Unspoken of= onvermeld.Unspotted,ɐnspotid, ongevlekt, zonder blaam, volmaakt, zonder gebreken; subst.Unspottedness.Unsquared,ɐnskwêəd, niet vierkant bekapt, onregelmatig, ongeschikt.Unstable,ɐnsteib’l, onvast, wankelend, labiel.Unstaid,ɐnsteid, onstandvastig, vluchtig.Unstained,ɐnsteind, onbesmet, onbezoedeld, ongeverfd.Unstamped,ɐnstampt, ongestempeld, zonder zegel.Unstanched,ɐnstânšt, ongestelpt, niet dicht.Unstatesmanlike,ɐnsteitsm’nlaik, een staatsman niet passend of waardig.Unsteadiness,ɐnstedinəs, subst. v.Unsteady,ɐnstedi, ongestadig, flikkerend, onvast, wispelturig, lichtzinnig.Unstep,ɐnstep, (een mast) uitnemen.Unstilled,ɐnstild, ongestild.Unstinted,ɐnstintid, onbegrensd, onbekrompen.Unstirred,ɐnstɐ̂d, niet be- of geroerd.Unstitch,ɐnstitš, lostornen.Unstop,ɐnstop, openen, de belemmering wegnemen, ontkurken.Unstrained,ɐnstreind, ongefiltreerd, niet gespannen, ongedwongen, natuurlijk.Unstraitened,ɐnstreit’nd, onbekrompen.Unstrengthened,ɐnstreŋth’nd, niet versterkt of gesteund.Unstring,ɐnstriŋ, losmaken, ontspannen, de snaar of snaren afnemen:She wasquite unstrung= van streek.Unstudied,ɐnstɐdid, onbestudeerd, natuurlijk, onkundig, onervaren.Unstuffed,ɐnstɐft, niet volgestopt, niet gefarceerd.Unsubdued,ɐnsəbdjûd, onverwonnen.Unsubstantial,ɐnsəbstanš’l, onwerkelijk, ingebeeld, slap, niet voedzaam of degelijk.Unsuccessful,ɐnsəksesful, niet gelukkig, zonder resultaat:He has been unsuccessful= hij is niet geslaagd; subst.Unsuccessfulness.Unsufferable,ɐnsɐfərəb’l, on(ver)dragelijk.Unsuitable,ɐnsiûtəb’l, ongepast, ongeschikt, onvoegzaam, onbekwaam; subst.Unsuitableness;Unsuited= ongeschikt, etc.;Unsuitedness.Unsullied,ɐnsɐlid, onbevlekt.Unsupported,ɐnsəpötid, niet gesteund.Unsurmountable,ɐnsɐ̂mauntəb’l, onoverkomelijk.Unsurpassable,ɐnsɐpâsəb’l, onovertreffelijk;Unsurpassed= onovertroffen.Unsusceptible,ɐnsəseptib’l, niet vatbaar (voor =of).Unsuspected,ɐnsəspektid, onverdacht;Unsuspecting= niet achterdochtig;Unsuspicious,ɐnsəspišəs, niet wantrouwend, argeloos; subst.Unsuspiciousness.Unsustainable,ɐnsəsteinəb’l, onhoudbaar;Unsustained= niet gesteund.Unswayable,ɐnsweiəb’l, niet te beheerschen;Unswayed,ɐnsweid, niet bewerkt of door invloeden beheerscht.Unswept,ɐnswept, ongeveegd.Unswerving,ɐnswɐ̂viŋ, niet afwijkend.Unsworn,ɐnswön, niet beëedigd.Unsymmetric(al),ɐnsimetrik(’l), niet met goede verhoudingen.Unsystematic(al),ɐnsistəmatik(’l), stelselloos.Untack,ɐntak, losmaken.Untainted,ɐnteintid, onbesmet, niet bedorven.Untalked,ɐntôkt, onvermeld, niet besproken (metof).Untam(e)able,ɐnteiməb’l, ontembaar;Untamed,ɐnteimd, ongetemd, woest, wild:Untamed beauty= woeste schoonheid.Untarnished,ɐntâništ, zonder smet of blaam.Untasked,ɐntâskt, zonder taak.Untasted,ɐnteistid, onaangeroerd.Untaught,ɐntôt, onwetend, onervaren, ongeletterd.Untaxed,ɐntakst, onbelast, niet beschuldigd.Unteachable,ɐntîtšəb’l, onleerzaam; niet te leeren.Untempered,ɐntempəd, niet toebereid, niet gehard, niet gematigd.Untempted,ɐntem(p)tid, niet verleid of verlokt.Untenable,ɐntenəb’l, onhoudbaar.Untenantable,ɐnten’ntəb’l,niet (ver)huurbaar,onbewoonbaar;Untenanted= onverhuurd, onbewoond.Untended,ɐntendid, onverzorgd.Unterrified,ɐnterifaid, onverschrokken.Untested,ɐntestid, onbeproefd.Unthanked,ɐnthaŋkt, zonder dank;Unthankful= ondankbaar; subst.Unthankfulness.Unthinkable,ɐnthiŋkəb’l, ondenkbaar;Unthinking= onnadenkend, onbezonnen;Unthought,ɐnthôt, niet gedacht, onverwacht (metof).Untidiness,ɐntaidinəs, subst. v.Untidy,ɐntaidi, slordig, onordelijk.Untie,ɐntai, losbinden, losknoopen, losmaken.Until,ɐntil, tot:He didnotwriteuntil yesterday= gister pas.Untilled,ɐntild, onbebouwd.Untimbered,ɐntimbəd, zonder boomen of timmerhout.Untimely,ɐntaimli, ontijdig, ongelegen:Untimely merriment= ongepaste vroolijkheid;Hedied untimely= vroeg, jong;Untim(e)ous,ɐntaiməs, al te vroeg:It reachedan untimeous end= het kwam vóór zijn tijd aan een eind.Untinged,ɐntinžd, ongeverfd, ongetint, rein.[614]Untirable,ɐntairəb’l, onvermoeibaar, onvermoeid =Untired, Untiring.Unto,ɐntû, tot (aan).Untold,ɐntould, ongeteld, niet verhaald, onbeschrijfelijk.Untouched,ɐntɐtšt, on(aan)geroerd, niet geretoucheerd.Untoward,ɐntouəd, stijfhoofdig, weerbarstig, eigenzinnig, onaangenaam, ongunstig;Untoward(li)ness.Untraced,ɐntreist, ongebaand, ook =Untracked,ɐntrakt, niet opgespoord.Untractable,ɐntraktəb’l, onhandelbaar.Untrained,ɐntreind, niet geoefend of gedrild.Untrammelled,ɐntram’ld, onbelemmerd.Untransferable,ɐntransfərəb’l, niet over te dragen.Untranslatable,ɐntr’nsleitəb’l, onvertaalbaar.Untravelled,ɐntrav’ld, onbereisd.Untraversed,ɐntravəst, niet doorsneden of betreden, niet doorreisd.Untried,ɐntraid, onbeproefd, onervaren.Untrimmed,ɐntrimd, niet gesnoeid, niet in orde gebracht of opgemaakt.Untrod(den),ɐntrod(’n), onbetreden.Untroubled,ɐntrɐb’ld, ongestoord, onbewogen (van de zee).Untrue,ɐntrû, onwaar, trouweloos, wispelturig; adv.Untruly;Untruth,ɐntrûth,ɐntrûth, onwaarheid, trouweloosheid, leugen:Totell an untruth;Untruthful= onoprecht.Untuck,ɐntɐk, losvouwen, een vouw nemen uit.Unturned,ɐntɐ̂nd, ongekeerd:He left no stone unturnedto get it= heeft hemel en aarde bewogen.Untutored,ɐntjûtəd, niet onderwezen, onbeschaafd, ruw.Untwine,ɐntwain, losdraaien, losgaan, uit de war maken, uitrafelen =Untwist.Unused,ɐnjûzd, (ɐnjûst), ongebruikt, ongewoon (to);Unusual,ɐnjûžuəl, ongewoon, niet veelvuldig.Unutterable,ɐnɐtərəb’l, onuitsprekelijk:Unutterables= broek;Unuttered= niet geuit.Unvaccinated,ɐnvaksineitid, oningeënt.Unvanquished,ɐnvaŋkwišt, onoverwonnen.Unvaried,ɐnvêrid, onveranderd, zonder afwisseling;Unvarying= onveranderlijk.Unvarnished,ɐnvâništ, ongevernist, onverbloemd, onopgesmukt, eenvoudig.Unveil,ɐnveil, ontsluieren, onthullen.Unvendible,ɐnvendib’l, onverkoopbaar.Unventilated,ɐnventileitid, niet van frissche lucht voorzien.Unversed,ɐnvɐ̂st, onbedreven (in).Unvindicated,ɐnvindikeitid, niet verdedigd.Unviolated,ɐnvaiəleitid, ongeschonden.Unvisited,ɐnvizitid, onbezocht.Unvoiced,ɐnvôist, zonder stemtoon.Unvowelled,ɐnvauəld, zonder klinkers.Unwalled,ɐnwöld, zonder muren.Unwarlike,ɐnwölaik, onkrijgshaftig.Unwarned,ɐnwönd, ongewaarschuwd.Unwarped,ɐnwöpt, niet getrokken; onbevooroordeeld;Unwarping= onbuigzaam.Unwarrantable,ɐnwor’ntəb’l, onwettig, onverantwoordelijk, onverdedigbaar; subst.Unwarrantableness;Unwarranted,ɐnwor’ntid, ongewettigd, onverantwoordelijk, ongewaarborgd.Unwariness,ɐnwêrinəs, subst. v.Unwary,ɐnwêri, onbezonnen, overijld.Unwashed,ɐnwošt, ongewasschen, vuil:The (great) unwashed= het janhagel.Unwatched,ɐnwotšt, niet bewaakt.Unwatered,ɐnwötəd, onbesproeid, droog.Unwavering,ɐnweiv’riŋ, standvastig.Unweaned,ɐnwînd, niet gespeend, niet ontwend.Unwearied,ɐnwîrid, onvermoeid.Unwebbed,ɐnwebd, zonder zwemvlies.Unwed(ded),ɐnwed(id), ongetrouwd.Unweeded,ɐnwîdid, ongewied.Unwelcome,ɐnwelk’m, niet welkom, onaangenaam:He hasmade me unwelcome= heeft mij onhartelijk ontvangen.Unwell,ɐnwel, niet wel, ongesteld.Unwept,ɐnwept, onbeweend.Unwhipped,ɐnwipt, ongestraft.Unwholesome,ɐnhouls’m, ongezond, verderfelijk; subst.Unwholesomeness.Unwieldiness,ɐnwîldinəs, subst. v.Unwieldy,ɐnwîldi, onhandelbaar, niet te hanteeren, zwaar, lomp.Unwilling,ɐnwiliŋ, onwillig, ongenegen:I am (feel) unwillingto go there= heb geen zin;Willing or unwilling= willens of onwillens;Unwillingness= ongeneigdheid.Unwind,ɐnwaind, loswinden.Unwise,ɐnwaiz, onwijs, dwaas.Unwished,ɐnwišt, niet gewenscht:Unwished forcircumstances= ongewenschte.Unwithered,ɐnwidhəd, onverwelkt;Unwithering= onverwelkbaar.Unwitnessed,ɐnwitnəst, ongezien, niet door getuigen gestaafd, nooit beleefd.Unwitting(ly),ɐnwitiŋ(li), zonder te weten:Withunwittingirony= onbewuste.Unwomanly,ɐnwum’nli, onvrouwelijk.Unwonted,ɐnwɐntid,ɐnwountid, ongewoon, ongewend; subst.Unwontedness.Unworkable,ɐnwɐ̂kəb’l, onpraktisch, onuitvoerbaar.Unworkmanlike,ɐnwɐ̂km’nlaik, niet goed afgewerkt, prullerig.Unworldliness,ɐnwɐ̂ldlinəs, subst. v.Unworldly,ɐnwɐ̂ldli, niet wereldsch, onbaatzuchtig.Unworn,ɐnwön, niet gedragen:Unworn out= niet versleten.Unworried,ɐnwɐrid, niet gekweld.Unworthiness,ɐnwɐ̂dhinəs, subst. v.Unworthy,ɐnwɐ̂dhi, onwaardig, ongepast, verachtelijk.Unwound,ɐnwaund, imp. en p.p. vanto unwind.Unwounded,ɐnwûndid, ongewond.Unwrap,ɐnrap, loswikkelen, openmaken.Unwritten,ɐnrit’n, ongeschreven:Unwritten law= gewoonterecht, ongeschreven wet.Unwrought,ɐnrôt, onbewerkt, ruw:Unwrought goods, iron.Unyielded,ɐnjîldid, onovergegeven;Unyielding= niet toegevend, halsstarrig.[615]Unyoke,ɐnjouk, uitspannen, het juk afnemen.Up,ɐp, verb. opspringen, aanleggen; adv. op, omhoog, op de been, in het zadel, etc.:He upped gun,and let drive at a young hare= legde aan en schoot op;His blood is up= hij kookt van woede;Shall weplay fifty up? = vijftig uit (bilj.);The game is up= het spel is uit, verloren;The House is up= het Parlement is gesloten;The quarter is up= het kwartaal is verschenen;The street is up= is opgebroken;The sun is up= is op;Time is up= de tijd is om;All the town is up= in rep en roer, opstand;Tobe upat seven= op(gestaan);It is all up with him= hij is totaal geruïneerd;We shall be up withanother covey in five minutes= binnen 5 minuten treffen we weer aan;What’s up?= wat is er aan de hand;Hecame up tome= kwam naar mij toe;Hecame up withme= hij haalde mij in;The river isfrozen up= dichtgevroren;The emigrantswent up(the) country= trokken verder het land in (Amer.);Wewent up to the hub= tot het uiterste punt;He will notgo upfor his examination= zal zich niet onderwerpen;The studentsgo upto-morrow= keeren naar de academie terug;Tosail upa river, stream= de rivier op, tegen den stroom op;Up and down= op en neer;The ups and downs of life= de wisselvalligheden des levens;I have been attached to himfrom my youth up= van mijne jeugd af;He iswell upin English= kent goed Engelsch;Hold your tongueup there= daar ginder, daar boven;To goup to town= naar stad;He agreed with meup toa certain point= tot op zekere hoogte;That fellow isup tosnuff(toa thing or two, a trick or two) = dat is een gladde kerel, slimme kwant;Upto this time = tot dezen tijd toe;We wadedup toour knees through the snow= tot aan de knieën;What are youup to? = wat voert gij uit (in ’t schild);He isup tomischief= voert kattekwaad uit;I amup towhat you mean= begrijp;Do you think he isup tothe task? = berekend voor die taak;The candidate is notup tothe mark= is onvoldoende.Upas(-tree),jûpəs(trî), upas(boom).Upbear,ɐpbêə, ondersteunen, schragen, opheffen:His firm faith upbore him= zijn onwankelbaar geloof schraagde hem.Upbraid,ɐpbreid, verwijten, berispen:Heupbraided me forhaving been there= nam mij onder handen;Upbraiding;Upbraider.Upbringing,ɐpbriŋiŋ, grootbrengen, opvoeding.Upham,ɐpəm.Upheaval,əphîv’l, verheffing, opheffing, omwenteling;Upheave,əphîv, opheffen, zich verheffen.Upheld,ɐpheld, imp. en p.p. vanto uphold.Uphill,ɐphil, bergopwaarts(ch), moeilijk:That’suphill work= dat werk valt niet mee.Uphold,ɐphould, omhoog houden, steunen, schragen, handhaven, verdedigen:Their Lordships upheld the judge’s finding= bevestigden de uitspraak;Upholder= verdediger, steuner.Upholster,əphoulstə, bekleeden, stoffeeren;Upholsterer= stoffeerder;Upholstery, bedden, gordijnen, karpetten, kleeden, kussens, enz. enz. om de huizen te meubileeren; stoffeerderij:Mere upholstery= louter schijn.Upkeep,ɐpkîp, onderhoud.Upland,ɐpl’nd, subst. hoogland, binnenland; adj. hooglandsch, binnenlandsch.Uplift,ɐplift, subst. verheffing; adj. opgeheven;Upliftverb. opheffen, optillen:Her victory had uplifted her= vroolijk (trotsch) gestemd.Up-line,ɐplain, lijn naar het hoofdstation.Upmost,ɐpmoust, bovenste.Upon,əpon, op, bovenop, omtrent, bij, etc.:Upon his arm= aan zijn arm;Upon my arrival (arriving)= bij mijne aankomst;Upon bread and water;You do itupon your own danger= op eigen risico;Upon duty= in dienst, op post;I learned thisupon inquiry= bij onderzoek;It was justupon midnight= tegen;Upon the whole= over het geheel;Icall upon this assemblyto do away with such an abuse= doe een beroep op deze vergadering;Icalled upon (on) him= ik ben bij hem aangeloopen;I do not wantto be imposed upon= bedrogen te worden;This townlies upona river= ligt aan;Helives upon his mother= op kosten van;Tolive upon vegetables= van groenten;Look upon me= zie mij aan;Tomake war upona people= den oorlog aandoen;I don’t wishto be played upon= voor den gek te worden gehouden;Don’trely uponsuch people= vertrouw niet op;Tostand uponceremonies= staan op complimenten;Tostand uponone’s dignity= op zijn waardigheid gesteld zijn;I willthink upon it= zal me er eens op bedenken;Hetook upon himselfto arrange the matter= nam op zich.Upper,ɐpə, adj. hooger, bovenste, boven; subst.:Uppers= bovenleer:Tobe on one’s uppers= in armzalige toestand zijn;Upper crust= de hoogere kringen, aristocratie =Theupper ten (thousand);Upper deck;Upper guard= hoofdconducteur;Upper hand= overhand, bovenhand;Upper House= het Huis der Lords, Senaat, Eerste Kamer;Upper leather= bovenleer;Upper lip= bovenlip;Upper Rhine;Upper story= bovenverdieping:He isnot right in his upper story= het scheelt hem in zijn bovenste verdieping;Upper teeth= boventanden;Upper works= het gedeelte van het schip, dat boven water is; bol (kop);Upper world= bovenwereld;Uppermost= bovenste, hoogste, heerschend, beste:That fellowsays whatever comes uppermost= zegt maar wat hem voor den mond komt;Tofloat belly uppermost(van visch).Uppish,ɐpiš, trotsch, aanmatigend; subst.Uppishness.Upraise,ɐpreiz, opheffen.Uprear,ɐprîə, oprichten.Upright,ɐprait, subst. opstand van een gebouw, gevel, paal, pilaar; adj. rechtop, oprecht:His hair stands upright= zijne haren rijzen te berge; subst.Uprightness[616](ɐpraitnəs), opgerichte stand, rechtschapenheid, oprechtheid.Uprising,ɐpraiziŋ, verheffing, opgang, glooiing, opstand.Uproar,ɐprö, oproer, verwarring, drukte, lawaai:Tomake an uproar= herrie maken;Toset in(to) uproar= in opstand brengen;Unproarious,əprôriəs, oproerig, lawaaierig; subst.Uproariousness.Uproot,ɐprût, ontwortelen, verdelgen.Uprouse,ɐprauz, opwekken.Upsaddle,ɐpsad’l, opzadelen.Upsala,ɐpsâlə.Upset,ɐpsət,ɐpset, subst. het omvallen of omgevallen zijn, het mislukken, schrik, ontroering; adj. vast:Upset-price= inzet (van goederen op verkoopingen).Upset,ɐpset, omverwerpen, onderstboven gooien, van zijn stuk brengen, overstuur maken, teleurstellen, omvallen, omslaan:To be upset= omslaan; kapot zijn (fig.).Upshot,ɐpšot, resultaat, uitkomst, einde:That’sthe upshot of the rumour= daar komt het gerucht op neer;When it comes to the upshot= van naderbij beschouwd.Upside,ɐpsaid, bovenzijde;Upside-down= onderstboven, in volkomen verwarring.Upstairs,ɐpstêəz,ɐpstêəz, boven:He waskicked upstairs= hij werd vooruitgeschopt, voortgeholpen.Upstart,ɐpstât, opspringen,opschieten.Upstart,ɐpstât, subst. parvenu; adj. plotseling tot groote macht gebracht; parvenuachtig:Upstart pride.Up-stroke,ɐpstrouk, ophaal, opwaartsche beweging.Uptake,ɐpteik, opneming, begrip, begrijpen.Uptear,ɐptêə, opscheuren.Up-to-date,ɐptudeit, volgens de nieuwste mode, (hyper)modern.Up-town,ɐptaun, in de bovenstad (het beste gedeelte) gelegen (Amer.).Up-train,ɐptrein, opkomende trein.Upturn,ɐptɐ̂n, omwerpen, omslaan, opslaan.Upward,ɐpwəd, adj. bovenwaartsch, stijgend, naar boven;Upwards= naar boven, opwaarts:Upwards of= meer dan;It costsupwards ofa hundred guilders= over de honderd gulden;Ten guilders and upwards= meer dan;From five guilders upwards= van af vijf gulden en hooger.Upwhirl,ɐpwɐ̂l, opwarrelen.Upwind,ɐpwaind, oprollen.Ural,(j)ûr’l, Ural(isch), adj.Uralian,Uralic.Urania,jureinjə, Urania;Uranography,jûrənogrəfi, uranographie;Uranology,jûrənolədži, uranologie;Uranus,jûrənɐs, Uranus.Urban,ɐ̂b’n, subst. Urbanus.Urban,ɐ̂b’n, stedelijk, stads - -;Urbane,ɐ̂bein, hoffelijk, beschaafd, wellevend.Urbanist,ɐ̂bənist, soort Franciscaner non.Urbaniste,ɐ̂bənist, soort peer.Urbanity,ɐ̂baniti, hoffelijkheid, wellevendheid.Urchin,ɐ̂tšin, schalk, rakkertje, deugniet.Urdu,ûədû, taal van Hindostan.
Unprejudiced,ɐnpredžədist, onbevooroordeeld, onpartijdig, niet benadeeld.Unpremeditated,ɐnprimediteitid, niet expresselijk, niet overdacht, onvoorbereid.Unprepared,ɐnpripêəd, onvoorbereid; subst.Unpreparedness.Unprepossessed,ɐnprîpəzest, onbevooroordeeld;Unprepossessing= niet innemend.Unpresuming,ɐnprižûmiŋ, niet verwaand, bescheiden.Unpretending,ɐnpritendiŋ, niet aanmatigend; subst.Unpretendingness;Unpretentious= onaanzienlijk.Unprevailing,ɐnpriveiliŋ, krachteloos, onnut.Unprincipled,ɐnprinsip’ld, beginselloos, onzedelijk.Unprinted,ɐnprintid, niet be- of gedrukt, wit.Unprivileged,ɐnprivilidžd, zonder voorrechten.Unproductive,ɐnprədɐktiv, onvruchtbaar, geene winst afwerpend; subst.Unproductiveness=Unproductivity.Unprofessional,ɐnprəfešən’l, niet tot een beroep behoorende, leeken …, niet overeenkomstig de eischen van een beroep.Unprofitable,ɐnprofitəb’l, niet voordeelig, zonder vrucht; subst.Unprofitableness.Unprogressive,ɐnprəgresiv, niet vooruitkomend.Unprohibited,ɐnprəhibitid, niet verboden, wettig.Unprolific,ɐnprəlifik, onvruchtbaar.Unpromising,ɐnpromisiŋ, niet veel belovend, onvruchtbaar:That’s anunpromising subject= ondankbaar;Unpromising of success= niet veel belovend.Unpronounceable,ɐnprənaunsib’l, niet uit te spreken;Unpronounced= stom, onbeslist.Unprophetic(al),ɐnprəfetik(’l), niet prophetisch:Unprophetic of a thing= iets niet vermoedend.Unpropitious,ɐnprəpišəs, ongunstig.Unprotected,ɐnprətektid, onbeschermd.Unproved, Unproven,ɐnprûvd,ɐnprûv’n, niet bewezen.Unprovided,ɐnprəvaidid, niet verzorgd, onvoorzien.Unprovoked,ɐnprəvoukt, niet geprikkeld (tot) of uitgelokt, zonder aanleiding.Unpublished,ɐnpɐblišt, onuitgegeven.Unpunctual,ɐnpɐŋktjuəl, onnauwkeurig, niet op tijd.Unpunished,ɐnpɐništ, ongestraft.Unpurged,ɐnpɐ̂džd, ongezuiverd, niet gelouterd =Unpurified,ɐnpjûrifaid.Unpursued,ɐnpəsiûd, onvervolgd, niet voortgezet.Unqualified,ɐnkwolifaid, ongeschikt, onbevoegd, onvermengd.Unquenchable,ɐnkwenšəb’l, onbluschbaar, onverzadelijk; subst.Unquenchableness;Unquenched,ɐnkwenšt, ongebluscht.Unquestionable,ɐnkwestjənəb’l, ontwijfelbaar;Unquestioned,ɐnkwestj’nd, ongetwijfeld:Togo unquestioned= van zelf spreken.Unquickened,ɐnkwik’nd, onbezield.Unquiet,ɐnkwaiit, onrustig, rusteloos, onbevredigd; subst.Unquietness.Unracked,ɐnrakt, ongeklaard.Unraked,ɐnreikt, ongeharkt, niet opgerakeld.Unravel,ɐnrav’l, ontwarren, ontwikkelen, afwikkelen; subst.Unravelment= ontknooping.Unreached,ɐnrîtšt, onbereikt.[611]Unread,ɐnred, ongelezen, ongeletterd;Unreadable,ɐnrîdəb’l, onleesbaar.Unreadiness,ɐnredinəs, subst. v.Unready,ɐnredi, niet gereed, niet bereid, ongeneigd.Unreal,ɐnrîəl, onwerkelijk, denkbeeldig;Unreality,ɐnrialiti, onwerkelijkheid.Unreaped,ɐnrîpt, ongeoogst.Unreason,ɐnrîz’n, onzinnigheid;Unreasonable,ɐnrîzənəb’l, onredelijk, dwaas, buitensporig; subst.Unreasonableness.Unrebuked,ɐnribjûkt, onberispt.Unrecanted,ɐnrikantid, niet herroepen.Unreckoned,ɐnrek’nd, ongerekend, niet geteld.Unreclaimed,ɐnrikleimd, niet opgeëischt, niet getemd, niet op den goeden weg teruggebracht, onontgonnen.Unrecognized,ɐnrekəgnaizd, niet (h)erkend.Unreconciled,ɐnrek’nsaild, onverzoend, onvereenigbaar, niet in overeenstemming (gebracht).Unrecorded,ɐnriködid, onvermeld, vergeten.Unrecovered,ɐnrikɐvəd, niet herkregen of hersteld.Unrectified,ɐnrektifaid, niet verbeterd.Unredeemable,ɐnridîməb’l, wat niet vrijgekocht of gelost kan worden;Unredeemed,ɐnridîmd, niet vrijgekocht, niet verlost, niet gedelgd, niet verzacht.Unredressed,ɐnridrest, niet hersteld.Unrefined,ɐnrifaind, onbeschaafd, ongezuiverd:Unrefined sugar.Unreflecting,ɐnriflektiŋ, niet terugkaatsend; gedachteloos.Unreformed,ɐnrifömd, onverbeterd.Unrefreshed,ɐnrifrešt, onverkwikt;Unrefreshing= niet verkwikkend.Unrefuted,ɐnrifjûtid, onweerlegd.Unregarded,ɐnrigâdid, verwaarloosd, veronachtzaamd;Unregardful= achteloos.Unregenerate(d),ɐnridženərit(ɐnridženəreitid), niet wedergeboren tot nieuw leven.Unregistered,ɐnredžistəd, niet aangeteekend of ingeschreven.Unregretted,ɐnrigretid, onbetreurd.Unrehearsed,ɐnrihɐ̂st, onvoorbereid; zonder voorafgaande repetities.Unrelaxing,ɐnrilaksiŋ, niet toegevend.Unrelenting,ɐnrilentiŋ, streng, hardvochtig, onverbiddelijk, onophoudelijk.Unreliable,ɐnrilaiəb’l, onbetrouwbaar.Unrelieved,ɐnrilîvd, niet verlicht, ongesteund, ongeholpen, niet afgelost, niet ontzet:The monotony isunrelieved bybrilliant touches= wordt niet afgewisseld door.Unremedied,ɐnremədid, onverholpen.Unremembered,ɐnrimembəd, vergeten.Unremitted,ɐnrimitid, niet vergeven, onverzwakt, aanhoudend;Unremitting= niet vergevend, onophoudelijk.Unremovable,ɐnrimûvəb’l, vast, onafzetbaar;Unremoved= niet weggenomen, vast, niet afgezet.Unremunerative,ɐnrimjûnərətiv, niet voordeelig.Unrenewed,ɐnrinjûd, niet ver- of hernieuwd, niet wedergeboren.Unrepaid,ɐnripeid, niet vergoed.Unrepaired,ɐnripêəd, onhersteld.Unrepealed,ɐnripîld, onherroepen.Unrepentant,ɐnripent’nt;Unrepented= onberouwd;Unrepenting,ɐnripentiŋ, verstokt.Unrepining,ɐnripainiŋ, niet klagend, geduldig, gelaten.Unreplenished,ɐnripleništ, onaangevuld.Unrepresented,ɐnreprizentid, niet vertegenwoordigd, onopgevoerd.Unreprovable,ɐnriprûvəb’l, onberispelijk:Unreproved= onberispt.Unrequested,ɐnrikwestid, ongevraagd.Unrequitable,ɐnrikwaitəb’l, niet te vergelden;Unrequited= onvergolden, onbeantwoord.Unresented,ɐnrizentid, niet kwalijk genomen, ongewroken.Unreserve,ɐnrizɐ̂v, vrijmoedigheid, ongedwongenheid:Unreserved= openhartig, vrijmoedig, onbeperkt, volledig; subst.Unreservedness.Unresigned,ɐnrizaind, niet gelaten.Unresisted,ɐnrizistid, niet weerstaan;Unresisting= zonder weerstand te bieden.Unresolved,ɐnrizolvd, onopgelost;Unresolving, besluiteloos.Unresponsive,ɐnrisponsiv, onhartelijk.Unrest,ɐnrest, onrust, ongerustheid;Unresting= rusteloos, onophoudelijk.Unrestored,ɐnristöd, niet hersteld.Unrestrained,ɐnristreind, onbeteugeld, bandeloos;Unrestricted= onbeperkt.Unretracted,ɐnritraktid, onherroepen.Unrevealed,ɐnrivîld, ongeopenbaard.Unreversed,ɐnrivɐ̂st, onherroepen =Unrevoked,ɐnrivoukt.Unriddle,ɐnrid’l, oplossen, verklaren.Unrideable,ɐnraidəb’l, onberijdbaar.Unrig,ɐnrig, aftakelen, uitkleeden.Unrighteous,ɐnraitjəs, onrechtvaardig, zondig; subst.Unrighteousness.Unrip,ɐnrip, opensnijden.Unripe,ɐnraip, onrijp;Unripened= niet gerijpt; subst.Unripeness.Unrival(l)ed,ɐnraiv’ld, ongeëvenaard.Unrobe,ɐnroub, (zich) uitkleeden.Unroll,ɐnroul, afrollen, ontplooien, loskronkelen.Unromantic,ɐnrəmantik, niet romantisch.Unroof,ɐnrûf, het dak wegnemen.Unroot,ɐnrût, ontwortelen.Unround,ɐnraund, verb. ontronden (van vokalen):Unrounded= niet gerond.Unruffled,ɐnrɐf’ld, kalm, bedaard.Unruliness,ɐnrûlinəs, subst. v.Unruly,ɐnrûli, toomeloos, bandeloos, uitgelaten, lastig.Unsaddle,ɐnsad’l, ontzadelen.Unsafe,ɐnseif, onveilig, gewaagd; subst.Unsafeness.Unsaid,ɐnsed, ongesproken, niet gezegd.Unsal(e)able,ɐnseiləb’l, onverkoopbaar.Unsalted,ɐnsôltid, ongezouten, versch.Unsanctified,ɐnsaŋktifaid, onheilig, ongewijd.Unsanctioned,ɐnsaŋkš’nd, niet bekrachtigd.Unsatiable,ɐnseišəb’l, onverzadelijk;Unsatiating,ɐnseišeitiŋ, niet te verzadigen.[612]Unsatisfactoriness,ɐnsatisfaktərinəs, subst. v.Unsatisfactory,ɐnsatisfaktəri, onvoldoende, onbevredigend;Unsatisfied= onvoldaan, ontevreden, niet overtuigd, onbevredigd;Unsatisfying= onvoldoende.Unsaturated,ɐnsatjureitid, niet verzadigd.Unsavouriness,ɐnseivərinəs, subst. v.Unsavoury,ɐnseivəri, onsmakelijk, walgelijk, smakeloos.Unsay,ɐnsei, herroepen, intrekken:Tosay and unsay= nu eens ja, dan weer neen zeggen.Unscalable,ɐnskeiləb’l, onbeklimbaar.Unscared,ɐnskêəd, niet verschrikt.Unscarred,ɐnskâd, zonder litteeken(s).Unscathed,ɐnskeidhd,ɐnskeitht, ongedeerd.Unschooled,ɐnskûld, ongeletterd, ongeoefend.Unscientific,ɐnsaiəntifik, onwetenschappelijk.Unscorched,ɐnskötšt, niet geschroeid.Unscreened,ɐnskrînd, onbeschut, niet gezeefd.Unscrew,ɐnskrû, losschroeven.Unscriptural,ɐnskriptjur’l, niet naar de Schrift.Unscrupulous,ɐnskrûpjulɐs, gewetenloos; subst.Unscrupulousness.Unseal,ɐnsîl, ontzegelen, openen:Unsealed= ongezegeld, ontzegeld.Unsearchable,ɐnsɐ̂tšəb’l, onnaspeurlijk; subst.Unsearchableness;Unsearched= niet onderzocht.Unseasonable,ɐnsîzənəb’l, ontijdig, niet van pas, ongelegen, ongeschikt:At an unseasonable time of night= laat in den nacht; subst.Unseasonableness;Unseasoned= niet toebereid, niet gekruid, niet geacclimatiseerd, onervaren, ongewend:Unseasoned deal= niet uitgedroogd vuren(grenen)hout.Unseat,ɐnsît, van het paard werpen, van eene plaats (in het Lagerhuis) berooven.Unseaworthiness,ɐnsîwɐ̂dhinəs, subst. v.Unseaworthy,ɐnsîwɐ̂dhi, niet zeewaardig.Unseconded,ɐnsek’ndid, niet ondersteund.Unsectarian,ɐnsektêriən, neutraal.Unseemliness,ɐnsîmlinəs, subst. v.Unseemly,ɐnsîmli, onbetamelijk, ongepast.Unseen,ɐnsîn, ongezien, onzichtbaar:The Unseen= geestenwereld, hiernamaals;LatinUnseens=à vuevertalingen.Unselfish,ɐnselfiš, onbaatzuchtig; subst.Unselfishness.Unsent,ɐnsent, ongezonden:Unsent for= ongenood, ongevraagd.Unsepulch(e)red,ɐnsep’lkəd, onbegraven.Unserved,ɐnsɐ̂vd, niet (op)gediend;Unserviceable,ɐnsɐ̂visəb’l, ondienstig, onbruikbaar.Unset,ɐnset, niet geplaatst (gezet, geplant, ondergegaan).Unsettle,ɐnset’l, doen weifelen, uit de voegen of uit het verband rukken, schokken:Your tidingshave unsettled me= mij van streek gebracht;Unsettled= niet geregeld, onzeker, troebel, veranderlijk, weifelend, onbetaald.Unsex,ɐnseks:Ambition hasunsexd her= haar het (zacht-)vrouwelijke ontnomen;ToUnsex oneself= zich emancipeeren.Unshackle,ɐnšak’l, ontkluisteren.Unshaded,ɐnšeidid, onbeschaduwd, zonder schaduw =Unshadowed,ɐnšadoud.Unshak(e)able,ɐnšeikəb’l, onwrikbaar;Unshaken,ɐnšeik’n, onverwrikt.Unshapely,ɐnšeipli, wanstaltig.Unsheath(e),ɐnšîdh, uit de scheede halen:Tounsheath the sword= het zwaard trekken.Unsheltered,ɐnšeltəd, onbeschut.Unshielded,ɐnšîldid, niet verdedigd.Unship,ɐnšip, ontschepen, lossen, over boord werpen, losmaken:We unshipped the oars= wij namen de riemen uit de dollen.Unshocked,ɐnšokt, ongeschokt.Unshot,ɐnšot, adj. niet afgeschoten, niet getroffen;Unshotverb. een kanon of geweer ontladen.Unshrinkable,ɐnšrinkəb’l, krimpvrij.Unshrinking,ɐnšriŋkiŋ, onvervaard.Unsifted,ɐnsiftid, ongezift, onervaren.Unsight,ɐnsait, ongezien:Tobuy a thing unsight.Unsightliness,ɐnsaitlinəs, subst. v.Unsightly,ɐnsaitli, afzichtelijk, leelijk, wanstaltig.Unsilvered,ɐnsilvəd, niet met (kwik)zilver bedekt.Unsisterly,ɐnsistəli, niet zusterlijk.Unsized,ɐnsaizd, ongesteven, niet geplaneerd of gegrondeerd.Unskilful,ɐnskilful, onbekwaam, onbedreven; subst.Unskilfulness;Unskilled,ɐnskild, onbedreven:Unskilled labour= eenvoudige handenarbeid;Unskilled labourers= werklui die geen vak verstaan.Unslacked,ɐnslakt,Unslackened,ɐnslak’nd, onverminderd.Unslaked,ɐnsleikt, niet gelescht of gebluscht.Unsmoked,ɐnsmoukt, niet (uit)gerookt.Unsoaped,ɐnsoupt, niet gezeept, ongewasschen:The unsoaped= het janhagel.Unsociability,ɐnsoušəbiliti, subst. v.Unsociable,ɐnsoušəb’l, ongezellig; subst.Unsociableness;Unsocial,ɐnsouš’l, eenzelvig.Unsocket,ɐnsokət, uit eene holte of kas nemen:The storm has unsocketed the oak= den eik ontworteld.Unsoiled,ɐnsôild, onbezoedeld.Unsold,ɐnsould, niet verkocht.Unsolder,ɐnso(l)də, lossoldeeren, scheiden.Unsoldierlike,ɐnsouldžəlaik, een soldaat onwaardig =Unsoldierly.Unsolicited,ɐnsəlisitid, ongevraagd.Unsolicitous,ɐnsəlisitɐs, onbezorgd.Unsolved,ɐnsolvd, niet opgelost.Unsophisticated,ɐnsəfistikeitid, onbedorven, echt, kunsteloos.Unsought,ɐnsôt, ongezocht:Tocome unsought= onverwacht.Unsound,ɐnsaund, ongezond, zwak, ziekelijk, niet gaaf, wormstekig, wrak, onwaar, ijdel, valsch, onbetrouwbaar, onrustig:Unsound doctrine, ice;A manof unsound mind= met gekrenkte geestvermogens;Unsound pleasures, sleep; subst.Unsoundness.Unsoured,ɐnsauəd, ongezuurd, niet verbitterd.[613]Unsown,ɐnsoun, ongezaaid:Unsown flowers= wilde.Unsparing,ɐnspêriŋ, ongenadig; mild, royaal; subst.Unsparingness.Unspeakable,ɐnspîkəb’l, onuitsprekelijk, jammerlijk, afschuwelijk:An unspeakable kind of person= onmogelijke vent.Unspecified,ɐnspesifaid, niet afzonderlijk vermeld.Unspent,ɐnspent, onverbruikt, nog niet uitgeput:Unspent ball= nog niet matte.Unspilt,ɐnspilt, ongestort.Unsplit,ɐnsplit, ongespleten.Unspoiled,ɐnspôild, onbedolven.Unspoken,ɐnspouk’n, niet geuit:Unspoken of= onvermeld.Unspotted,ɐnspotid, ongevlekt, zonder blaam, volmaakt, zonder gebreken; subst.Unspottedness.Unsquared,ɐnskwêəd, niet vierkant bekapt, onregelmatig, ongeschikt.Unstable,ɐnsteib’l, onvast, wankelend, labiel.Unstaid,ɐnsteid, onstandvastig, vluchtig.Unstained,ɐnsteind, onbesmet, onbezoedeld, ongeverfd.Unstamped,ɐnstampt, ongestempeld, zonder zegel.Unstanched,ɐnstânšt, ongestelpt, niet dicht.Unstatesmanlike,ɐnsteitsm’nlaik, een staatsman niet passend of waardig.Unsteadiness,ɐnstedinəs, subst. v.Unsteady,ɐnstedi, ongestadig, flikkerend, onvast, wispelturig, lichtzinnig.Unstep,ɐnstep, (een mast) uitnemen.Unstilled,ɐnstild, ongestild.Unstinted,ɐnstintid, onbegrensd, onbekrompen.Unstirred,ɐnstɐ̂d, niet be- of geroerd.Unstitch,ɐnstitš, lostornen.Unstop,ɐnstop, openen, de belemmering wegnemen, ontkurken.Unstrained,ɐnstreind, ongefiltreerd, niet gespannen, ongedwongen, natuurlijk.Unstraitened,ɐnstreit’nd, onbekrompen.Unstrengthened,ɐnstreŋth’nd, niet versterkt of gesteund.Unstring,ɐnstriŋ, losmaken, ontspannen, de snaar of snaren afnemen:She wasquite unstrung= van streek.Unstudied,ɐnstɐdid, onbestudeerd, natuurlijk, onkundig, onervaren.Unstuffed,ɐnstɐft, niet volgestopt, niet gefarceerd.Unsubdued,ɐnsəbdjûd, onverwonnen.Unsubstantial,ɐnsəbstanš’l, onwerkelijk, ingebeeld, slap, niet voedzaam of degelijk.Unsuccessful,ɐnsəksesful, niet gelukkig, zonder resultaat:He has been unsuccessful= hij is niet geslaagd; subst.Unsuccessfulness.Unsufferable,ɐnsɐfərəb’l, on(ver)dragelijk.Unsuitable,ɐnsiûtəb’l, ongepast, ongeschikt, onvoegzaam, onbekwaam; subst.Unsuitableness;Unsuited= ongeschikt, etc.;Unsuitedness.Unsullied,ɐnsɐlid, onbevlekt.Unsupported,ɐnsəpötid, niet gesteund.Unsurmountable,ɐnsɐ̂mauntəb’l, onoverkomelijk.Unsurpassable,ɐnsɐpâsəb’l, onovertreffelijk;Unsurpassed= onovertroffen.Unsusceptible,ɐnsəseptib’l, niet vatbaar (voor =of).Unsuspected,ɐnsəspektid, onverdacht;Unsuspecting= niet achterdochtig;Unsuspicious,ɐnsəspišəs, niet wantrouwend, argeloos; subst.Unsuspiciousness.Unsustainable,ɐnsəsteinəb’l, onhoudbaar;Unsustained= niet gesteund.Unswayable,ɐnsweiəb’l, niet te beheerschen;Unswayed,ɐnsweid, niet bewerkt of door invloeden beheerscht.Unswept,ɐnswept, ongeveegd.Unswerving,ɐnswɐ̂viŋ, niet afwijkend.Unsworn,ɐnswön, niet beëedigd.Unsymmetric(al),ɐnsimetrik(’l), niet met goede verhoudingen.Unsystematic(al),ɐnsistəmatik(’l), stelselloos.Untack,ɐntak, losmaken.Untainted,ɐnteintid, onbesmet, niet bedorven.Untalked,ɐntôkt, onvermeld, niet besproken (metof).Untam(e)able,ɐnteiməb’l, ontembaar;Untamed,ɐnteimd, ongetemd, woest, wild:Untamed beauty= woeste schoonheid.Untarnished,ɐntâništ, zonder smet of blaam.Untasked,ɐntâskt, zonder taak.Untasted,ɐnteistid, onaangeroerd.Untaught,ɐntôt, onwetend, onervaren, ongeletterd.Untaxed,ɐntakst, onbelast, niet beschuldigd.Unteachable,ɐntîtšəb’l, onleerzaam; niet te leeren.Untempered,ɐntempəd, niet toebereid, niet gehard, niet gematigd.Untempted,ɐntem(p)tid, niet verleid of verlokt.Untenable,ɐntenəb’l, onhoudbaar.Untenantable,ɐnten’ntəb’l,niet (ver)huurbaar,onbewoonbaar;Untenanted= onverhuurd, onbewoond.Untended,ɐntendid, onverzorgd.Unterrified,ɐnterifaid, onverschrokken.Untested,ɐntestid, onbeproefd.Unthanked,ɐnthaŋkt, zonder dank;Unthankful= ondankbaar; subst.Unthankfulness.Unthinkable,ɐnthiŋkəb’l, ondenkbaar;Unthinking= onnadenkend, onbezonnen;Unthought,ɐnthôt, niet gedacht, onverwacht (metof).Untidiness,ɐntaidinəs, subst. v.Untidy,ɐntaidi, slordig, onordelijk.Untie,ɐntai, losbinden, losknoopen, losmaken.Until,ɐntil, tot:He didnotwriteuntil yesterday= gister pas.Untilled,ɐntild, onbebouwd.Untimbered,ɐntimbəd, zonder boomen of timmerhout.Untimely,ɐntaimli, ontijdig, ongelegen:Untimely merriment= ongepaste vroolijkheid;Hedied untimely= vroeg, jong;Untim(e)ous,ɐntaiməs, al te vroeg:It reachedan untimeous end= het kwam vóór zijn tijd aan een eind.Untinged,ɐntinžd, ongeverfd, ongetint, rein.[614]Untirable,ɐntairəb’l, onvermoeibaar, onvermoeid =Untired, Untiring.Unto,ɐntû, tot (aan).Untold,ɐntould, ongeteld, niet verhaald, onbeschrijfelijk.Untouched,ɐntɐtšt, on(aan)geroerd, niet geretoucheerd.Untoward,ɐntouəd, stijfhoofdig, weerbarstig, eigenzinnig, onaangenaam, ongunstig;Untoward(li)ness.Untraced,ɐntreist, ongebaand, ook =Untracked,ɐntrakt, niet opgespoord.Untractable,ɐntraktəb’l, onhandelbaar.Untrained,ɐntreind, niet geoefend of gedrild.Untrammelled,ɐntram’ld, onbelemmerd.Untransferable,ɐntransfərəb’l, niet over te dragen.Untranslatable,ɐntr’nsleitəb’l, onvertaalbaar.Untravelled,ɐntrav’ld, onbereisd.Untraversed,ɐntravəst, niet doorsneden of betreden, niet doorreisd.Untried,ɐntraid, onbeproefd, onervaren.Untrimmed,ɐntrimd, niet gesnoeid, niet in orde gebracht of opgemaakt.Untrod(den),ɐntrod(’n), onbetreden.Untroubled,ɐntrɐb’ld, ongestoord, onbewogen (van de zee).Untrue,ɐntrû, onwaar, trouweloos, wispelturig; adv.Untruly;Untruth,ɐntrûth,ɐntrûth, onwaarheid, trouweloosheid, leugen:Totell an untruth;Untruthful= onoprecht.Untuck,ɐntɐk, losvouwen, een vouw nemen uit.Unturned,ɐntɐ̂nd, ongekeerd:He left no stone unturnedto get it= heeft hemel en aarde bewogen.Untutored,ɐntjûtəd, niet onderwezen, onbeschaafd, ruw.Untwine,ɐntwain, losdraaien, losgaan, uit de war maken, uitrafelen =Untwist.Unused,ɐnjûzd, (ɐnjûst), ongebruikt, ongewoon (to);Unusual,ɐnjûžuəl, ongewoon, niet veelvuldig.Unutterable,ɐnɐtərəb’l, onuitsprekelijk:Unutterables= broek;Unuttered= niet geuit.Unvaccinated,ɐnvaksineitid, oningeënt.Unvanquished,ɐnvaŋkwišt, onoverwonnen.Unvaried,ɐnvêrid, onveranderd, zonder afwisseling;Unvarying= onveranderlijk.Unvarnished,ɐnvâništ, ongevernist, onverbloemd, onopgesmukt, eenvoudig.Unveil,ɐnveil, ontsluieren, onthullen.Unvendible,ɐnvendib’l, onverkoopbaar.Unventilated,ɐnventileitid, niet van frissche lucht voorzien.Unversed,ɐnvɐ̂st, onbedreven (in).Unvindicated,ɐnvindikeitid, niet verdedigd.Unviolated,ɐnvaiəleitid, ongeschonden.Unvisited,ɐnvizitid, onbezocht.Unvoiced,ɐnvôist, zonder stemtoon.Unvowelled,ɐnvauəld, zonder klinkers.Unwalled,ɐnwöld, zonder muren.Unwarlike,ɐnwölaik, onkrijgshaftig.Unwarned,ɐnwönd, ongewaarschuwd.Unwarped,ɐnwöpt, niet getrokken; onbevooroordeeld;Unwarping= onbuigzaam.Unwarrantable,ɐnwor’ntəb’l, onwettig, onverantwoordelijk, onverdedigbaar; subst.Unwarrantableness;Unwarranted,ɐnwor’ntid, ongewettigd, onverantwoordelijk, ongewaarborgd.Unwariness,ɐnwêrinəs, subst. v.Unwary,ɐnwêri, onbezonnen, overijld.Unwashed,ɐnwošt, ongewasschen, vuil:The (great) unwashed= het janhagel.Unwatched,ɐnwotšt, niet bewaakt.Unwatered,ɐnwötəd, onbesproeid, droog.Unwavering,ɐnweiv’riŋ, standvastig.Unweaned,ɐnwînd, niet gespeend, niet ontwend.Unwearied,ɐnwîrid, onvermoeid.Unwebbed,ɐnwebd, zonder zwemvlies.Unwed(ded),ɐnwed(id), ongetrouwd.Unweeded,ɐnwîdid, ongewied.Unwelcome,ɐnwelk’m, niet welkom, onaangenaam:He hasmade me unwelcome= heeft mij onhartelijk ontvangen.Unwell,ɐnwel, niet wel, ongesteld.Unwept,ɐnwept, onbeweend.Unwhipped,ɐnwipt, ongestraft.Unwholesome,ɐnhouls’m, ongezond, verderfelijk; subst.Unwholesomeness.Unwieldiness,ɐnwîldinəs, subst. v.Unwieldy,ɐnwîldi, onhandelbaar, niet te hanteeren, zwaar, lomp.Unwilling,ɐnwiliŋ, onwillig, ongenegen:I am (feel) unwillingto go there= heb geen zin;Willing or unwilling= willens of onwillens;Unwillingness= ongeneigdheid.Unwind,ɐnwaind, loswinden.Unwise,ɐnwaiz, onwijs, dwaas.Unwished,ɐnwišt, niet gewenscht:Unwished forcircumstances= ongewenschte.Unwithered,ɐnwidhəd, onverwelkt;Unwithering= onverwelkbaar.Unwitnessed,ɐnwitnəst, ongezien, niet door getuigen gestaafd, nooit beleefd.Unwitting(ly),ɐnwitiŋ(li), zonder te weten:Withunwittingirony= onbewuste.Unwomanly,ɐnwum’nli, onvrouwelijk.Unwonted,ɐnwɐntid,ɐnwountid, ongewoon, ongewend; subst.Unwontedness.Unworkable,ɐnwɐ̂kəb’l, onpraktisch, onuitvoerbaar.Unworkmanlike,ɐnwɐ̂km’nlaik, niet goed afgewerkt, prullerig.Unworldliness,ɐnwɐ̂ldlinəs, subst. v.Unworldly,ɐnwɐ̂ldli, niet wereldsch, onbaatzuchtig.Unworn,ɐnwön, niet gedragen:Unworn out= niet versleten.Unworried,ɐnwɐrid, niet gekweld.Unworthiness,ɐnwɐ̂dhinəs, subst. v.Unworthy,ɐnwɐ̂dhi, onwaardig, ongepast, verachtelijk.Unwound,ɐnwaund, imp. en p.p. vanto unwind.Unwounded,ɐnwûndid, ongewond.Unwrap,ɐnrap, loswikkelen, openmaken.Unwritten,ɐnrit’n, ongeschreven:Unwritten law= gewoonterecht, ongeschreven wet.Unwrought,ɐnrôt, onbewerkt, ruw:Unwrought goods, iron.Unyielded,ɐnjîldid, onovergegeven;Unyielding= niet toegevend, halsstarrig.[615]Unyoke,ɐnjouk, uitspannen, het juk afnemen.Up,ɐp, verb. opspringen, aanleggen; adv. op, omhoog, op de been, in het zadel, etc.:He upped gun,and let drive at a young hare= legde aan en schoot op;His blood is up= hij kookt van woede;Shall weplay fifty up? = vijftig uit (bilj.);The game is up= het spel is uit, verloren;The House is up= het Parlement is gesloten;The quarter is up= het kwartaal is verschenen;The street is up= is opgebroken;The sun is up= is op;Time is up= de tijd is om;All the town is up= in rep en roer, opstand;Tobe upat seven= op(gestaan);It is all up with him= hij is totaal geruïneerd;We shall be up withanother covey in five minutes= binnen 5 minuten treffen we weer aan;What’s up?= wat is er aan de hand;Hecame up tome= kwam naar mij toe;Hecame up withme= hij haalde mij in;The river isfrozen up= dichtgevroren;The emigrantswent up(the) country= trokken verder het land in (Amer.);Wewent up to the hub= tot het uiterste punt;He will notgo upfor his examination= zal zich niet onderwerpen;The studentsgo upto-morrow= keeren naar de academie terug;Tosail upa river, stream= de rivier op, tegen den stroom op;Up and down= op en neer;The ups and downs of life= de wisselvalligheden des levens;I have been attached to himfrom my youth up= van mijne jeugd af;He iswell upin English= kent goed Engelsch;Hold your tongueup there= daar ginder, daar boven;To goup to town= naar stad;He agreed with meup toa certain point= tot op zekere hoogte;That fellow isup tosnuff(toa thing or two, a trick or two) = dat is een gladde kerel, slimme kwant;Upto this time = tot dezen tijd toe;We wadedup toour knees through the snow= tot aan de knieën;What are youup to? = wat voert gij uit (in ’t schild);He isup tomischief= voert kattekwaad uit;I amup towhat you mean= begrijp;Do you think he isup tothe task? = berekend voor die taak;The candidate is notup tothe mark= is onvoldoende.Upas(-tree),jûpəs(trî), upas(boom).Upbear,ɐpbêə, ondersteunen, schragen, opheffen:His firm faith upbore him= zijn onwankelbaar geloof schraagde hem.Upbraid,ɐpbreid, verwijten, berispen:Heupbraided me forhaving been there= nam mij onder handen;Upbraiding;Upbraider.Upbringing,ɐpbriŋiŋ, grootbrengen, opvoeding.Upham,ɐpəm.Upheaval,əphîv’l, verheffing, opheffing, omwenteling;Upheave,əphîv, opheffen, zich verheffen.Upheld,ɐpheld, imp. en p.p. vanto uphold.Uphill,ɐphil, bergopwaarts(ch), moeilijk:That’suphill work= dat werk valt niet mee.Uphold,ɐphould, omhoog houden, steunen, schragen, handhaven, verdedigen:Their Lordships upheld the judge’s finding= bevestigden de uitspraak;Upholder= verdediger, steuner.Upholster,əphoulstə, bekleeden, stoffeeren;Upholsterer= stoffeerder;Upholstery, bedden, gordijnen, karpetten, kleeden, kussens, enz. enz. om de huizen te meubileeren; stoffeerderij:Mere upholstery= louter schijn.Upkeep,ɐpkîp, onderhoud.Upland,ɐpl’nd, subst. hoogland, binnenland; adj. hooglandsch, binnenlandsch.Uplift,ɐplift, subst. verheffing; adj. opgeheven;Upliftverb. opheffen, optillen:Her victory had uplifted her= vroolijk (trotsch) gestemd.Up-line,ɐplain, lijn naar het hoofdstation.Upmost,ɐpmoust, bovenste.Upon,əpon, op, bovenop, omtrent, bij, etc.:Upon his arm= aan zijn arm;Upon my arrival (arriving)= bij mijne aankomst;Upon bread and water;You do itupon your own danger= op eigen risico;Upon duty= in dienst, op post;I learned thisupon inquiry= bij onderzoek;It was justupon midnight= tegen;Upon the whole= over het geheel;Icall upon this assemblyto do away with such an abuse= doe een beroep op deze vergadering;Icalled upon (on) him= ik ben bij hem aangeloopen;I do not wantto be imposed upon= bedrogen te worden;This townlies upona river= ligt aan;Helives upon his mother= op kosten van;Tolive upon vegetables= van groenten;Look upon me= zie mij aan;Tomake war upona people= den oorlog aandoen;I don’t wishto be played upon= voor den gek te worden gehouden;Don’trely uponsuch people= vertrouw niet op;Tostand uponceremonies= staan op complimenten;Tostand uponone’s dignity= op zijn waardigheid gesteld zijn;I willthink upon it= zal me er eens op bedenken;Hetook upon himselfto arrange the matter= nam op zich.Upper,ɐpə, adj. hooger, bovenste, boven; subst.:Uppers= bovenleer:Tobe on one’s uppers= in armzalige toestand zijn;Upper crust= de hoogere kringen, aristocratie =Theupper ten (thousand);Upper deck;Upper guard= hoofdconducteur;Upper hand= overhand, bovenhand;Upper House= het Huis der Lords, Senaat, Eerste Kamer;Upper leather= bovenleer;Upper lip= bovenlip;Upper Rhine;Upper story= bovenverdieping:He isnot right in his upper story= het scheelt hem in zijn bovenste verdieping;Upper teeth= boventanden;Upper works= het gedeelte van het schip, dat boven water is; bol (kop);Upper world= bovenwereld;Uppermost= bovenste, hoogste, heerschend, beste:That fellowsays whatever comes uppermost= zegt maar wat hem voor den mond komt;Tofloat belly uppermost(van visch).Uppish,ɐpiš, trotsch, aanmatigend; subst.Uppishness.Upraise,ɐpreiz, opheffen.Uprear,ɐprîə, oprichten.Upright,ɐprait, subst. opstand van een gebouw, gevel, paal, pilaar; adj. rechtop, oprecht:His hair stands upright= zijne haren rijzen te berge; subst.Uprightness[616](ɐpraitnəs), opgerichte stand, rechtschapenheid, oprechtheid.Uprising,ɐpraiziŋ, verheffing, opgang, glooiing, opstand.Uproar,ɐprö, oproer, verwarring, drukte, lawaai:Tomake an uproar= herrie maken;Toset in(to) uproar= in opstand brengen;Unproarious,əprôriəs, oproerig, lawaaierig; subst.Uproariousness.Uproot,ɐprût, ontwortelen, verdelgen.Uprouse,ɐprauz, opwekken.Upsaddle,ɐpsad’l, opzadelen.Upsala,ɐpsâlə.Upset,ɐpsət,ɐpset, subst. het omvallen of omgevallen zijn, het mislukken, schrik, ontroering; adj. vast:Upset-price= inzet (van goederen op verkoopingen).Upset,ɐpset, omverwerpen, onderstboven gooien, van zijn stuk brengen, overstuur maken, teleurstellen, omvallen, omslaan:To be upset= omslaan; kapot zijn (fig.).Upshot,ɐpšot, resultaat, uitkomst, einde:That’sthe upshot of the rumour= daar komt het gerucht op neer;When it comes to the upshot= van naderbij beschouwd.Upside,ɐpsaid, bovenzijde;Upside-down= onderstboven, in volkomen verwarring.Upstairs,ɐpstêəz,ɐpstêəz, boven:He waskicked upstairs= hij werd vooruitgeschopt, voortgeholpen.Upstart,ɐpstât, opspringen,opschieten.Upstart,ɐpstât, subst. parvenu; adj. plotseling tot groote macht gebracht; parvenuachtig:Upstart pride.Up-stroke,ɐpstrouk, ophaal, opwaartsche beweging.Uptake,ɐpteik, opneming, begrip, begrijpen.Uptear,ɐptêə, opscheuren.Up-to-date,ɐptudeit, volgens de nieuwste mode, (hyper)modern.Up-town,ɐptaun, in de bovenstad (het beste gedeelte) gelegen (Amer.).Up-train,ɐptrein, opkomende trein.Upturn,ɐptɐ̂n, omwerpen, omslaan, opslaan.Upward,ɐpwəd, adj. bovenwaartsch, stijgend, naar boven;Upwards= naar boven, opwaarts:Upwards of= meer dan;It costsupwards ofa hundred guilders= over de honderd gulden;Ten guilders and upwards= meer dan;From five guilders upwards= van af vijf gulden en hooger.Upwhirl,ɐpwɐ̂l, opwarrelen.Upwind,ɐpwaind, oprollen.Ural,(j)ûr’l, Ural(isch), adj.Uralian,Uralic.Urania,jureinjə, Urania;Uranography,jûrənogrəfi, uranographie;Uranology,jûrənolədži, uranologie;Uranus,jûrənɐs, Uranus.Urban,ɐ̂b’n, subst. Urbanus.Urban,ɐ̂b’n, stedelijk, stads - -;Urbane,ɐ̂bein, hoffelijk, beschaafd, wellevend.Urbanist,ɐ̂bənist, soort Franciscaner non.Urbaniste,ɐ̂bənist, soort peer.Urbanity,ɐ̂baniti, hoffelijkheid, wellevendheid.Urchin,ɐ̂tšin, schalk, rakkertje, deugniet.Urdu,ûədû, taal van Hindostan.
Unprejudiced,ɐnpredžədist, onbevooroordeeld, onpartijdig, niet benadeeld.
Unpremeditated,ɐnprimediteitid, niet expresselijk, niet overdacht, onvoorbereid.
Unprepared,ɐnpripêəd, onvoorbereid; subst.Unpreparedness.
Unprepossessed,ɐnprîpəzest, onbevooroordeeld;Unprepossessing= niet innemend.
Unpresuming,ɐnprižûmiŋ, niet verwaand, bescheiden.
Unpretending,ɐnpritendiŋ, niet aanmatigend; subst.Unpretendingness;Unpretentious= onaanzienlijk.
Unprevailing,ɐnpriveiliŋ, krachteloos, onnut.
Unprincipled,ɐnprinsip’ld, beginselloos, onzedelijk.
Unprinted,ɐnprintid, niet be- of gedrukt, wit.
Unprivileged,ɐnprivilidžd, zonder voorrechten.
Unproductive,ɐnprədɐktiv, onvruchtbaar, geene winst afwerpend; subst.Unproductiveness=Unproductivity.
Unprofessional,ɐnprəfešən’l, niet tot een beroep behoorende, leeken …, niet overeenkomstig de eischen van een beroep.
Unprofitable,ɐnprofitəb’l, niet voordeelig, zonder vrucht; subst.Unprofitableness.
Unprogressive,ɐnprəgresiv, niet vooruitkomend.
Unprohibited,ɐnprəhibitid, niet verboden, wettig.
Unprolific,ɐnprəlifik, onvruchtbaar.
Unpromising,ɐnpromisiŋ, niet veel belovend, onvruchtbaar:That’s anunpromising subject= ondankbaar;Unpromising of success= niet veel belovend.
Unpronounceable,ɐnprənaunsib’l, niet uit te spreken;Unpronounced= stom, onbeslist.
Unprophetic(al),ɐnprəfetik(’l), niet prophetisch:Unprophetic of a thing= iets niet vermoedend.
Unpropitious,ɐnprəpišəs, ongunstig.
Unprotected,ɐnprətektid, onbeschermd.
Unproved, Unproven,ɐnprûvd,ɐnprûv’n, niet bewezen.
Unprovided,ɐnprəvaidid, niet verzorgd, onvoorzien.
Unprovoked,ɐnprəvoukt, niet geprikkeld (tot) of uitgelokt, zonder aanleiding.
Unpublished,ɐnpɐblišt, onuitgegeven.
Unpunctual,ɐnpɐŋktjuəl, onnauwkeurig, niet op tijd.
Unpunished,ɐnpɐništ, ongestraft.
Unpurged,ɐnpɐ̂džd, ongezuiverd, niet gelouterd =Unpurified,ɐnpjûrifaid.
Unpursued,ɐnpəsiûd, onvervolgd, niet voortgezet.
Unqualified,ɐnkwolifaid, ongeschikt, onbevoegd, onvermengd.
Unquenchable,ɐnkwenšəb’l, onbluschbaar, onverzadelijk; subst.Unquenchableness;Unquenched,ɐnkwenšt, ongebluscht.
Unquestionable,ɐnkwestjənəb’l, ontwijfelbaar;Unquestioned,ɐnkwestj’nd, ongetwijfeld:Togo unquestioned= van zelf spreken.
Unquickened,ɐnkwik’nd, onbezield.
Unquiet,ɐnkwaiit, onrustig, rusteloos, onbevredigd; subst.Unquietness.
Unracked,ɐnrakt, ongeklaard.
Unraked,ɐnreikt, ongeharkt, niet opgerakeld.
Unravel,ɐnrav’l, ontwarren, ontwikkelen, afwikkelen; subst.Unravelment= ontknooping.
Unreached,ɐnrîtšt, onbereikt.[611]
Unread,ɐnred, ongelezen, ongeletterd;Unreadable,ɐnrîdəb’l, onleesbaar.
Unreadiness,ɐnredinəs, subst. v.Unready,ɐnredi, niet gereed, niet bereid, ongeneigd.
Unreal,ɐnrîəl, onwerkelijk, denkbeeldig;Unreality,ɐnrialiti, onwerkelijkheid.
Unreaped,ɐnrîpt, ongeoogst.
Unreason,ɐnrîz’n, onzinnigheid;Unreasonable,ɐnrîzənəb’l, onredelijk, dwaas, buitensporig; subst.Unreasonableness.
Unrebuked,ɐnribjûkt, onberispt.
Unrecanted,ɐnrikantid, niet herroepen.
Unreckoned,ɐnrek’nd, ongerekend, niet geteld.
Unreclaimed,ɐnrikleimd, niet opgeëischt, niet getemd, niet op den goeden weg teruggebracht, onontgonnen.
Unrecognized,ɐnrekəgnaizd, niet (h)erkend.
Unreconciled,ɐnrek’nsaild, onverzoend, onvereenigbaar, niet in overeenstemming (gebracht).
Unrecorded,ɐnriködid, onvermeld, vergeten.
Unrecovered,ɐnrikɐvəd, niet herkregen of hersteld.
Unrectified,ɐnrektifaid, niet verbeterd.
Unredeemable,ɐnridîməb’l, wat niet vrijgekocht of gelost kan worden;Unredeemed,ɐnridîmd, niet vrijgekocht, niet verlost, niet gedelgd, niet verzacht.
Unredressed,ɐnridrest, niet hersteld.
Unrefined,ɐnrifaind, onbeschaafd, ongezuiverd:Unrefined sugar.
Unreflecting,ɐnriflektiŋ, niet terugkaatsend; gedachteloos.
Unreformed,ɐnrifömd, onverbeterd.
Unrefreshed,ɐnrifrešt, onverkwikt;Unrefreshing= niet verkwikkend.
Unrefuted,ɐnrifjûtid, onweerlegd.
Unregarded,ɐnrigâdid, verwaarloosd, veronachtzaamd;Unregardful= achteloos.
Unregenerate(d),ɐnridženərit(ɐnridženəreitid), niet wedergeboren tot nieuw leven.
Unregistered,ɐnredžistəd, niet aangeteekend of ingeschreven.
Unregretted,ɐnrigretid, onbetreurd.
Unrehearsed,ɐnrihɐ̂st, onvoorbereid; zonder voorafgaande repetities.
Unrelaxing,ɐnrilaksiŋ, niet toegevend.
Unrelenting,ɐnrilentiŋ, streng, hardvochtig, onverbiddelijk, onophoudelijk.
Unreliable,ɐnrilaiəb’l, onbetrouwbaar.
Unrelieved,ɐnrilîvd, niet verlicht, ongesteund, ongeholpen, niet afgelost, niet ontzet:The monotony isunrelieved bybrilliant touches= wordt niet afgewisseld door.
Unremedied,ɐnremədid, onverholpen.
Unremembered,ɐnrimembəd, vergeten.
Unremitted,ɐnrimitid, niet vergeven, onverzwakt, aanhoudend;Unremitting= niet vergevend, onophoudelijk.
Unremovable,ɐnrimûvəb’l, vast, onafzetbaar;Unremoved= niet weggenomen, vast, niet afgezet.
Unremunerative,ɐnrimjûnərətiv, niet voordeelig.
Unrenewed,ɐnrinjûd, niet ver- of hernieuwd, niet wedergeboren.
Unrepaid,ɐnripeid, niet vergoed.
Unrepaired,ɐnripêəd, onhersteld.
Unrepealed,ɐnripîld, onherroepen.
Unrepentant,ɐnripent’nt;Unrepented= onberouwd;Unrepenting,ɐnripentiŋ, verstokt.
Unrepining,ɐnripainiŋ, niet klagend, geduldig, gelaten.
Unreplenished,ɐnripleništ, onaangevuld.
Unrepresented,ɐnreprizentid, niet vertegenwoordigd, onopgevoerd.
Unreprovable,ɐnriprûvəb’l, onberispelijk:Unreproved= onberispt.
Unrequested,ɐnrikwestid, ongevraagd.
Unrequitable,ɐnrikwaitəb’l, niet te vergelden;Unrequited= onvergolden, onbeantwoord.
Unresented,ɐnrizentid, niet kwalijk genomen, ongewroken.
Unreserve,ɐnrizɐ̂v, vrijmoedigheid, ongedwongenheid:Unreserved= openhartig, vrijmoedig, onbeperkt, volledig; subst.Unreservedness.
Unresigned,ɐnrizaind, niet gelaten.
Unresisted,ɐnrizistid, niet weerstaan;Unresisting= zonder weerstand te bieden.
Unresolved,ɐnrizolvd, onopgelost;Unresolving, besluiteloos.
Unresponsive,ɐnrisponsiv, onhartelijk.
Unrest,ɐnrest, onrust, ongerustheid;Unresting= rusteloos, onophoudelijk.
Unrestored,ɐnristöd, niet hersteld.
Unrestrained,ɐnristreind, onbeteugeld, bandeloos;Unrestricted= onbeperkt.
Unretracted,ɐnritraktid, onherroepen.
Unrevealed,ɐnrivîld, ongeopenbaard.
Unreversed,ɐnrivɐ̂st, onherroepen =Unrevoked,ɐnrivoukt.
Unriddle,ɐnrid’l, oplossen, verklaren.
Unrideable,ɐnraidəb’l, onberijdbaar.
Unrig,ɐnrig, aftakelen, uitkleeden.
Unrighteous,ɐnraitjəs, onrechtvaardig, zondig; subst.Unrighteousness.
Unrip,ɐnrip, opensnijden.
Unripe,ɐnraip, onrijp;Unripened= niet gerijpt; subst.Unripeness.
Unrival(l)ed,ɐnraiv’ld, ongeëvenaard.
Unrobe,ɐnroub, (zich) uitkleeden.
Unroll,ɐnroul, afrollen, ontplooien, loskronkelen.
Unromantic,ɐnrəmantik, niet romantisch.
Unroof,ɐnrûf, het dak wegnemen.
Unroot,ɐnrût, ontwortelen.
Unround,ɐnraund, verb. ontronden (van vokalen):Unrounded= niet gerond.
Unruffled,ɐnrɐf’ld, kalm, bedaard.
Unruliness,ɐnrûlinəs, subst. v.Unruly,ɐnrûli, toomeloos, bandeloos, uitgelaten, lastig.
Unsaddle,ɐnsad’l, ontzadelen.
Unsafe,ɐnseif, onveilig, gewaagd; subst.Unsafeness.
Unsaid,ɐnsed, ongesproken, niet gezegd.
Unsal(e)able,ɐnseiləb’l, onverkoopbaar.
Unsalted,ɐnsôltid, ongezouten, versch.
Unsanctified,ɐnsaŋktifaid, onheilig, ongewijd.
Unsanctioned,ɐnsaŋkš’nd, niet bekrachtigd.
Unsatiable,ɐnseišəb’l, onverzadelijk;Unsatiating,ɐnseišeitiŋ, niet te verzadigen.[612]
Unsatisfactoriness,ɐnsatisfaktərinəs, subst. v.Unsatisfactory,ɐnsatisfaktəri, onvoldoende, onbevredigend;Unsatisfied= onvoldaan, ontevreden, niet overtuigd, onbevredigd;Unsatisfying= onvoldoende.
Unsaturated,ɐnsatjureitid, niet verzadigd.
Unsavouriness,ɐnseivərinəs, subst. v.Unsavoury,ɐnseivəri, onsmakelijk, walgelijk, smakeloos.
Unsay,ɐnsei, herroepen, intrekken:Tosay and unsay= nu eens ja, dan weer neen zeggen.
Unscalable,ɐnskeiləb’l, onbeklimbaar.
Unscared,ɐnskêəd, niet verschrikt.
Unscarred,ɐnskâd, zonder litteeken(s).
Unscathed,ɐnskeidhd,ɐnskeitht, ongedeerd.
Unschooled,ɐnskûld, ongeletterd, ongeoefend.
Unscientific,ɐnsaiəntifik, onwetenschappelijk.
Unscorched,ɐnskötšt, niet geschroeid.
Unscreened,ɐnskrînd, onbeschut, niet gezeefd.
Unscrew,ɐnskrû, losschroeven.
Unscriptural,ɐnskriptjur’l, niet naar de Schrift.
Unscrupulous,ɐnskrûpjulɐs, gewetenloos; subst.Unscrupulousness.
Unseal,ɐnsîl, ontzegelen, openen:Unsealed= ongezegeld, ontzegeld.
Unsearchable,ɐnsɐ̂tšəb’l, onnaspeurlijk; subst.Unsearchableness;Unsearched= niet onderzocht.
Unseasonable,ɐnsîzənəb’l, ontijdig, niet van pas, ongelegen, ongeschikt:At an unseasonable time of night= laat in den nacht; subst.Unseasonableness;Unseasoned= niet toebereid, niet gekruid, niet geacclimatiseerd, onervaren, ongewend:Unseasoned deal= niet uitgedroogd vuren(grenen)hout.
Unseat,ɐnsît, van het paard werpen, van eene plaats (in het Lagerhuis) berooven.
Unseaworthiness,ɐnsîwɐ̂dhinəs, subst. v.Unseaworthy,ɐnsîwɐ̂dhi, niet zeewaardig.
Unseconded,ɐnsek’ndid, niet ondersteund.
Unsectarian,ɐnsektêriən, neutraal.
Unseemliness,ɐnsîmlinəs, subst. v.Unseemly,ɐnsîmli, onbetamelijk, ongepast.
Unseen,ɐnsîn, ongezien, onzichtbaar:The Unseen= geestenwereld, hiernamaals;LatinUnseens=à vuevertalingen.
Unselfish,ɐnselfiš, onbaatzuchtig; subst.Unselfishness.
Unsent,ɐnsent, ongezonden:Unsent for= ongenood, ongevraagd.
Unsepulch(e)red,ɐnsep’lkəd, onbegraven.
Unserved,ɐnsɐ̂vd, niet (op)gediend;Unserviceable,ɐnsɐ̂visəb’l, ondienstig, onbruikbaar.
Unset,ɐnset, niet geplaatst (gezet, geplant, ondergegaan).
Unsettle,ɐnset’l, doen weifelen, uit de voegen of uit het verband rukken, schokken:Your tidingshave unsettled me= mij van streek gebracht;Unsettled= niet geregeld, onzeker, troebel, veranderlijk, weifelend, onbetaald.
Unsex,ɐnseks:Ambition hasunsexd her= haar het (zacht-)vrouwelijke ontnomen;ToUnsex oneself= zich emancipeeren.
Unshackle,ɐnšak’l, ontkluisteren.
Unshaded,ɐnšeidid, onbeschaduwd, zonder schaduw =Unshadowed,ɐnšadoud.
Unshak(e)able,ɐnšeikəb’l, onwrikbaar;Unshaken,ɐnšeik’n, onverwrikt.
Unshapely,ɐnšeipli, wanstaltig.
Unsheath(e),ɐnšîdh, uit de scheede halen:Tounsheath the sword= het zwaard trekken.
Unsheltered,ɐnšeltəd, onbeschut.
Unshielded,ɐnšîldid, niet verdedigd.
Unship,ɐnšip, ontschepen, lossen, over boord werpen, losmaken:We unshipped the oars= wij namen de riemen uit de dollen.
Unshocked,ɐnšokt, ongeschokt.
Unshot,ɐnšot, adj. niet afgeschoten, niet getroffen;Unshotverb. een kanon of geweer ontladen.
Unshrinkable,ɐnšrinkəb’l, krimpvrij.
Unshrinking,ɐnšriŋkiŋ, onvervaard.
Unsifted,ɐnsiftid, ongezift, onervaren.
Unsight,ɐnsait, ongezien:Tobuy a thing unsight.
Unsightliness,ɐnsaitlinəs, subst. v.Unsightly,ɐnsaitli, afzichtelijk, leelijk, wanstaltig.
Unsilvered,ɐnsilvəd, niet met (kwik)zilver bedekt.
Unsisterly,ɐnsistəli, niet zusterlijk.
Unsized,ɐnsaizd, ongesteven, niet geplaneerd of gegrondeerd.
Unskilful,ɐnskilful, onbekwaam, onbedreven; subst.Unskilfulness;Unskilled,ɐnskild, onbedreven:Unskilled labour= eenvoudige handenarbeid;Unskilled labourers= werklui die geen vak verstaan.
Unslacked,ɐnslakt,Unslackened,ɐnslak’nd, onverminderd.
Unslaked,ɐnsleikt, niet gelescht of gebluscht.
Unsmoked,ɐnsmoukt, niet (uit)gerookt.
Unsoaped,ɐnsoupt, niet gezeept, ongewasschen:The unsoaped= het janhagel.
Unsociability,ɐnsoušəbiliti, subst. v.Unsociable,ɐnsoušəb’l, ongezellig; subst.Unsociableness;Unsocial,ɐnsouš’l, eenzelvig.
Unsocket,ɐnsokət, uit eene holte of kas nemen:The storm has unsocketed the oak= den eik ontworteld.
Unsoiled,ɐnsôild, onbezoedeld.
Unsold,ɐnsould, niet verkocht.
Unsolder,ɐnso(l)də, lossoldeeren, scheiden.
Unsoldierlike,ɐnsouldžəlaik, een soldaat onwaardig =Unsoldierly.
Unsolicited,ɐnsəlisitid, ongevraagd.
Unsolicitous,ɐnsəlisitɐs, onbezorgd.
Unsolved,ɐnsolvd, niet opgelost.
Unsophisticated,ɐnsəfistikeitid, onbedorven, echt, kunsteloos.
Unsought,ɐnsôt, ongezocht:Tocome unsought= onverwacht.
Unsound,ɐnsaund, ongezond, zwak, ziekelijk, niet gaaf, wormstekig, wrak, onwaar, ijdel, valsch, onbetrouwbaar, onrustig:Unsound doctrine, ice;A manof unsound mind= met gekrenkte geestvermogens;Unsound pleasures, sleep; subst.Unsoundness.
Unsoured,ɐnsauəd, ongezuurd, niet verbitterd.[613]
Unsown,ɐnsoun, ongezaaid:Unsown flowers= wilde.
Unsparing,ɐnspêriŋ, ongenadig; mild, royaal; subst.Unsparingness.
Unspeakable,ɐnspîkəb’l, onuitsprekelijk, jammerlijk, afschuwelijk:An unspeakable kind of person= onmogelijke vent.
Unspecified,ɐnspesifaid, niet afzonderlijk vermeld.
Unspent,ɐnspent, onverbruikt, nog niet uitgeput:Unspent ball= nog niet matte.
Unspilt,ɐnspilt, ongestort.
Unsplit,ɐnsplit, ongespleten.
Unspoiled,ɐnspôild, onbedolven.
Unspoken,ɐnspouk’n, niet geuit:Unspoken of= onvermeld.
Unspotted,ɐnspotid, ongevlekt, zonder blaam, volmaakt, zonder gebreken; subst.Unspottedness.
Unsquared,ɐnskwêəd, niet vierkant bekapt, onregelmatig, ongeschikt.
Unstable,ɐnsteib’l, onvast, wankelend, labiel.
Unstaid,ɐnsteid, onstandvastig, vluchtig.
Unstained,ɐnsteind, onbesmet, onbezoedeld, ongeverfd.
Unstamped,ɐnstampt, ongestempeld, zonder zegel.
Unstanched,ɐnstânšt, ongestelpt, niet dicht.
Unstatesmanlike,ɐnsteitsm’nlaik, een staatsman niet passend of waardig.
Unsteadiness,ɐnstedinəs, subst. v.Unsteady,ɐnstedi, ongestadig, flikkerend, onvast, wispelturig, lichtzinnig.
Unstep,ɐnstep, (een mast) uitnemen.
Unstilled,ɐnstild, ongestild.
Unstinted,ɐnstintid, onbegrensd, onbekrompen.
Unstirred,ɐnstɐ̂d, niet be- of geroerd.
Unstitch,ɐnstitš, lostornen.
Unstop,ɐnstop, openen, de belemmering wegnemen, ontkurken.
Unstrained,ɐnstreind, ongefiltreerd, niet gespannen, ongedwongen, natuurlijk.
Unstraitened,ɐnstreit’nd, onbekrompen.
Unstrengthened,ɐnstreŋth’nd, niet versterkt of gesteund.
Unstring,ɐnstriŋ, losmaken, ontspannen, de snaar of snaren afnemen:She wasquite unstrung= van streek.
Unstudied,ɐnstɐdid, onbestudeerd, natuurlijk, onkundig, onervaren.
Unstuffed,ɐnstɐft, niet volgestopt, niet gefarceerd.
Unsubdued,ɐnsəbdjûd, onverwonnen.
Unsubstantial,ɐnsəbstanš’l, onwerkelijk, ingebeeld, slap, niet voedzaam of degelijk.
Unsuccessful,ɐnsəksesful, niet gelukkig, zonder resultaat:He has been unsuccessful= hij is niet geslaagd; subst.Unsuccessfulness.
Unsufferable,ɐnsɐfərəb’l, on(ver)dragelijk.
Unsuitable,ɐnsiûtəb’l, ongepast, ongeschikt, onvoegzaam, onbekwaam; subst.Unsuitableness;Unsuited= ongeschikt, etc.;Unsuitedness.
Unsullied,ɐnsɐlid, onbevlekt.
Unsupported,ɐnsəpötid, niet gesteund.
Unsurmountable,ɐnsɐ̂mauntəb’l, onoverkomelijk.
Unsurpassable,ɐnsɐpâsəb’l, onovertreffelijk;Unsurpassed= onovertroffen.
Unsusceptible,ɐnsəseptib’l, niet vatbaar (voor =of).
Unsuspected,ɐnsəspektid, onverdacht;Unsuspecting= niet achterdochtig;Unsuspicious,ɐnsəspišəs, niet wantrouwend, argeloos; subst.Unsuspiciousness.
Unsustainable,ɐnsəsteinəb’l, onhoudbaar;Unsustained= niet gesteund.
Unswayable,ɐnsweiəb’l, niet te beheerschen;Unswayed,ɐnsweid, niet bewerkt of door invloeden beheerscht.
Unswept,ɐnswept, ongeveegd.
Unswerving,ɐnswɐ̂viŋ, niet afwijkend.
Unsworn,ɐnswön, niet beëedigd.
Unsymmetric(al),ɐnsimetrik(’l), niet met goede verhoudingen.
Unsystematic(al),ɐnsistəmatik(’l), stelselloos.
Untack,ɐntak, losmaken.
Untainted,ɐnteintid, onbesmet, niet bedorven.
Untalked,ɐntôkt, onvermeld, niet besproken (metof).
Untam(e)able,ɐnteiməb’l, ontembaar;Untamed,ɐnteimd, ongetemd, woest, wild:Untamed beauty= woeste schoonheid.
Untarnished,ɐntâništ, zonder smet of blaam.
Untasked,ɐntâskt, zonder taak.
Untasted,ɐnteistid, onaangeroerd.
Untaught,ɐntôt, onwetend, onervaren, ongeletterd.
Untaxed,ɐntakst, onbelast, niet beschuldigd.
Unteachable,ɐntîtšəb’l, onleerzaam; niet te leeren.
Untempered,ɐntempəd, niet toebereid, niet gehard, niet gematigd.
Untempted,ɐntem(p)tid, niet verleid of verlokt.
Untenable,ɐntenəb’l, onhoudbaar.
Untenantable,ɐnten’ntəb’l,niet (ver)huurbaar,onbewoonbaar;Untenanted= onverhuurd, onbewoond.
Untended,ɐntendid, onverzorgd.
Unterrified,ɐnterifaid, onverschrokken.
Untested,ɐntestid, onbeproefd.
Unthanked,ɐnthaŋkt, zonder dank;Unthankful= ondankbaar; subst.Unthankfulness.
Unthinkable,ɐnthiŋkəb’l, ondenkbaar;Unthinking= onnadenkend, onbezonnen;Unthought,ɐnthôt, niet gedacht, onverwacht (metof).
Untidiness,ɐntaidinəs, subst. v.Untidy,ɐntaidi, slordig, onordelijk.
Untie,ɐntai, losbinden, losknoopen, losmaken.
Until,ɐntil, tot:He didnotwriteuntil yesterday= gister pas.
Untilled,ɐntild, onbebouwd.
Untimbered,ɐntimbəd, zonder boomen of timmerhout.
Untimely,ɐntaimli, ontijdig, ongelegen:Untimely merriment= ongepaste vroolijkheid;Hedied untimely= vroeg, jong;Untim(e)ous,ɐntaiməs, al te vroeg:It reachedan untimeous end= het kwam vóór zijn tijd aan een eind.
Untinged,ɐntinžd, ongeverfd, ongetint, rein.[614]
Untirable,ɐntairəb’l, onvermoeibaar, onvermoeid =Untired, Untiring.
Unto,ɐntû, tot (aan).
Untold,ɐntould, ongeteld, niet verhaald, onbeschrijfelijk.
Untouched,ɐntɐtšt, on(aan)geroerd, niet geretoucheerd.
Untoward,ɐntouəd, stijfhoofdig, weerbarstig, eigenzinnig, onaangenaam, ongunstig;Untoward(li)ness.
Untraced,ɐntreist, ongebaand, ook =Untracked,ɐntrakt, niet opgespoord.
Untractable,ɐntraktəb’l, onhandelbaar.
Untrained,ɐntreind, niet geoefend of gedrild.
Untrammelled,ɐntram’ld, onbelemmerd.
Untransferable,ɐntransfərəb’l, niet over te dragen.
Untranslatable,ɐntr’nsleitəb’l, onvertaalbaar.
Untravelled,ɐntrav’ld, onbereisd.
Untraversed,ɐntravəst, niet doorsneden of betreden, niet doorreisd.
Untried,ɐntraid, onbeproefd, onervaren.
Untrimmed,ɐntrimd, niet gesnoeid, niet in orde gebracht of opgemaakt.
Untrod(den),ɐntrod(’n), onbetreden.
Untroubled,ɐntrɐb’ld, ongestoord, onbewogen (van de zee).
Untrue,ɐntrû, onwaar, trouweloos, wispelturig; adv.Untruly;Untruth,ɐntrûth,ɐntrûth, onwaarheid, trouweloosheid, leugen:Totell an untruth;Untruthful= onoprecht.
Untuck,ɐntɐk, losvouwen, een vouw nemen uit.
Unturned,ɐntɐ̂nd, ongekeerd:He left no stone unturnedto get it= heeft hemel en aarde bewogen.
Untutored,ɐntjûtəd, niet onderwezen, onbeschaafd, ruw.
Untwine,ɐntwain, losdraaien, losgaan, uit de war maken, uitrafelen =Untwist.
Unused,ɐnjûzd, (ɐnjûst), ongebruikt, ongewoon (to);Unusual,ɐnjûžuəl, ongewoon, niet veelvuldig.
Unutterable,ɐnɐtərəb’l, onuitsprekelijk:Unutterables= broek;Unuttered= niet geuit.
Unvaccinated,ɐnvaksineitid, oningeënt.
Unvanquished,ɐnvaŋkwišt, onoverwonnen.
Unvaried,ɐnvêrid, onveranderd, zonder afwisseling;Unvarying= onveranderlijk.
Unvarnished,ɐnvâništ, ongevernist, onverbloemd, onopgesmukt, eenvoudig.
Unveil,ɐnveil, ontsluieren, onthullen.
Unvendible,ɐnvendib’l, onverkoopbaar.
Unventilated,ɐnventileitid, niet van frissche lucht voorzien.
Unversed,ɐnvɐ̂st, onbedreven (in).
Unvindicated,ɐnvindikeitid, niet verdedigd.
Unviolated,ɐnvaiəleitid, ongeschonden.
Unvisited,ɐnvizitid, onbezocht.
Unvoiced,ɐnvôist, zonder stemtoon.
Unvowelled,ɐnvauəld, zonder klinkers.
Unwalled,ɐnwöld, zonder muren.
Unwarlike,ɐnwölaik, onkrijgshaftig.
Unwarned,ɐnwönd, ongewaarschuwd.
Unwarped,ɐnwöpt, niet getrokken; onbevooroordeeld;Unwarping= onbuigzaam.
Unwarrantable,ɐnwor’ntəb’l, onwettig, onverantwoordelijk, onverdedigbaar; subst.Unwarrantableness;Unwarranted,ɐnwor’ntid, ongewettigd, onverantwoordelijk, ongewaarborgd.
Unwariness,ɐnwêrinəs, subst. v.Unwary,ɐnwêri, onbezonnen, overijld.
Unwashed,ɐnwošt, ongewasschen, vuil:The (great) unwashed= het janhagel.
Unwatched,ɐnwotšt, niet bewaakt.
Unwatered,ɐnwötəd, onbesproeid, droog.
Unwavering,ɐnweiv’riŋ, standvastig.
Unweaned,ɐnwînd, niet gespeend, niet ontwend.
Unwearied,ɐnwîrid, onvermoeid.
Unwebbed,ɐnwebd, zonder zwemvlies.
Unwed(ded),ɐnwed(id), ongetrouwd.
Unweeded,ɐnwîdid, ongewied.
Unwelcome,ɐnwelk’m, niet welkom, onaangenaam:He hasmade me unwelcome= heeft mij onhartelijk ontvangen.
Unwell,ɐnwel, niet wel, ongesteld.
Unwept,ɐnwept, onbeweend.
Unwhipped,ɐnwipt, ongestraft.
Unwholesome,ɐnhouls’m, ongezond, verderfelijk; subst.Unwholesomeness.
Unwieldiness,ɐnwîldinəs, subst. v.Unwieldy,ɐnwîldi, onhandelbaar, niet te hanteeren, zwaar, lomp.
Unwilling,ɐnwiliŋ, onwillig, ongenegen:I am (feel) unwillingto go there= heb geen zin;Willing or unwilling= willens of onwillens;Unwillingness= ongeneigdheid.
Unwind,ɐnwaind, loswinden.
Unwise,ɐnwaiz, onwijs, dwaas.
Unwished,ɐnwišt, niet gewenscht:Unwished forcircumstances= ongewenschte.
Unwithered,ɐnwidhəd, onverwelkt;Unwithering= onverwelkbaar.
Unwitnessed,ɐnwitnəst, ongezien, niet door getuigen gestaafd, nooit beleefd.
Unwitting(ly),ɐnwitiŋ(li), zonder te weten:Withunwittingirony= onbewuste.
Unwomanly,ɐnwum’nli, onvrouwelijk.
Unwonted,ɐnwɐntid,ɐnwountid, ongewoon, ongewend; subst.Unwontedness.
Unworkable,ɐnwɐ̂kəb’l, onpraktisch, onuitvoerbaar.
Unworkmanlike,ɐnwɐ̂km’nlaik, niet goed afgewerkt, prullerig.
Unworldliness,ɐnwɐ̂ldlinəs, subst. v.Unworldly,ɐnwɐ̂ldli, niet wereldsch, onbaatzuchtig.
Unworn,ɐnwön, niet gedragen:Unworn out= niet versleten.
Unworried,ɐnwɐrid, niet gekweld.
Unworthiness,ɐnwɐ̂dhinəs, subst. v.Unworthy,ɐnwɐ̂dhi, onwaardig, ongepast, verachtelijk.
Unwound,ɐnwaund, imp. en p.p. vanto unwind.
Unwounded,ɐnwûndid, ongewond.
Unwrap,ɐnrap, loswikkelen, openmaken.
Unwritten,ɐnrit’n, ongeschreven:Unwritten law= gewoonterecht, ongeschreven wet.
Unwrought,ɐnrôt, onbewerkt, ruw:Unwrought goods, iron.
Unyielded,ɐnjîldid, onovergegeven;Unyielding= niet toegevend, halsstarrig.[615]
Unyoke,ɐnjouk, uitspannen, het juk afnemen.
Up,ɐp, verb. opspringen, aanleggen; adv. op, omhoog, op de been, in het zadel, etc.:He upped gun,and let drive at a young hare= legde aan en schoot op;His blood is up= hij kookt van woede;Shall weplay fifty up? = vijftig uit (bilj.);The game is up= het spel is uit, verloren;The House is up= het Parlement is gesloten;The quarter is up= het kwartaal is verschenen;The street is up= is opgebroken;The sun is up= is op;Time is up= de tijd is om;All the town is up= in rep en roer, opstand;Tobe upat seven= op(gestaan);It is all up with him= hij is totaal geruïneerd;We shall be up withanother covey in five minutes= binnen 5 minuten treffen we weer aan;What’s up?= wat is er aan de hand;Hecame up tome= kwam naar mij toe;Hecame up withme= hij haalde mij in;The river isfrozen up= dichtgevroren;The emigrantswent up(the) country= trokken verder het land in (Amer.);Wewent up to the hub= tot het uiterste punt;He will notgo upfor his examination= zal zich niet onderwerpen;The studentsgo upto-morrow= keeren naar de academie terug;Tosail upa river, stream= de rivier op, tegen den stroom op;Up and down= op en neer;The ups and downs of life= de wisselvalligheden des levens;I have been attached to himfrom my youth up= van mijne jeugd af;He iswell upin English= kent goed Engelsch;Hold your tongueup there= daar ginder, daar boven;To goup to town= naar stad;He agreed with meup toa certain point= tot op zekere hoogte;That fellow isup tosnuff(toa thing or two, a trick or two) = dat is een gladde kerel, slimme kwant;Upto this time = tot dezen tijd toe;We wadedup toour knees through the snow= tot aan de knieën;What are youup to? = wat voert gij uit (in ’t schild);He isup tomischief= voert kattekwaad uit;I amup towhat you mean= begrijp;Do you think he isup tothe task? = berekend voor die taak;The candidate is notup tothe mark= is onvoldoende.
Upas(-tree),jûpəs(trî), upas(boom).
Upbear,ɐpbêə, ondersteunen, schragen, opheffen:His firm faith upbore him= zijn onwankelbaar geloof schraagde hem.
Upbraid,ɐpbreid, verwijten, berispen:Heupbraided me forhaving been there= nam mij onder handen;Upbraiding;Upbraider.
Upbringing,ɐpbriŋiŋ, grootbrengen, opvoeding.
Upham,ɐpəm.
Upheaval,əphîv’l, verheffing, opheffing, omwenteling;Upheave,əphîv, opheffen, zich verheffen.
Upheld,ɐpheld, imp. en p.p. vanto uphold.
Uphill,ɐphil, bergopwaarts(ch), moeilijk:That’suphill work= dat werk valt niet mee.
Uphold,ɐphould, omhoog houden, steunen, schragen, handhaven, verdedigen:Their Lordships upheld the judge’s finding= bevestigden de uitspraak;Upholder= verdediger, steuner.
Upholster,əphoulstə, bekleeden, stoffeeren;Upholsterer= stoffeerder;Upholstery, bedden, gordijnen, karpetten, kleeden, kussens, enz. enz. om de huizen te meubileeren; stoffeerderij:Mere upholstery= louter schijn.
Upkeep,ɐpkîp, onderhoud.
Upland,ɐpl’nd, subst. hoogland, binnenland; adj. hooglandsch, binnenlandsch.
Uplift,ɐplift, subst. verheffing; adj. opgeheven;Upliftverb. opheffen, optillen:Her victory had uplifted her= vroolijk (trotsch) gestemd.
Up-line,ɐplain, lijn naar het hoofdstation.
Upmost,ɐpmoust, bovenste.
Upon,əpon, op, bovenop, omtrent, bij, etc.:Upon his arm= aan zijn arm;Upon my arrival (arriving)= bij mijne aankomst;Upon bread and water;You do itupon your own danger= op eigen risico;Upon duty= in dienst, op post;I learned thisupon inquiry= bij onderzoek;It was justupon midnight= tegen;Upon the whole= over het geheel;Icall upon this assemblyto do away with such an abuse= doe een beroep op deze vergadering;Icalled upon (on) him= ik ben bij hem aangeloopen;I do not wantto be imposed upon= bedrogen te worden;This townlies upona river= ligt aan;Helives upon his mother= op kosten van;Tolive upon vegetables= van groenten;Look upon me= zie mij aan;Tomake war upona people= den oorlog aandoen;I don’t wishto be played upon= voor den gek te worden gehouden;Don’trely uponsuch people= vertrouw niet op;Tostand uponceremonies= staan op complimenten;Tostand uponone’s dignity= op zijn waardigheid gesteld zijn;I willthink upon it= zal me er eens op bedenken;Hetook upon himselfto arrange the matter= nam op zich.
Upper,ɐpə, adj. hooger, bovenste, boven; subst.:Uppers= bovenleer:Tobe on one’s uppers= in armzalige toestand zijn;Upper crust= de hoogere kringen, aristocratie =Theupper ten (thousand);Upper deck;Upper guard= hoofdconducteur;Upper hand= overhand, bovenhand;Upper House= het Huis der Lords, Senaat, Eerste Kamer;Upper leather= bovenleer;Upper lip= bovenlip;Upper Rhine;Upper story= bovenverdieping:He isnot right in his upper story= het scheelt hem in zijn bovenste verdieping;Upper teeth= boventanden;Upper works= het gedeelte van het schip, dat boven water is; bol (kop);Upper world= bovenwereld;Uppermost= bovenste, hoogste, heerschend, beste:That fellowsays whatever comes uppermost= zegt maar wat hem voor den mond komt;Tofloat belly uppermost(van visch).
Uppish,ɐpiš, trotsch, aanmatigend; subst.Uppishness.
Upraise,ɐpreiz, opheffen.
Uprear,ɐprîə, oprichten.
Upright,ɐprait, subst. opstand van een gebouw, gevel, paal, pilaar; adj. rechtop, oprecht:His hair stands upright= zijne haren rijzen te berge; subst.Uprightness[616](ɐpraitnəs), opgerichte stand, rechtschapenheid, oprechtheid.
Uprising,ɐpraiziŋ, verheffing, opgang, glooiing, opstand.
Uproar,ɐprö, oproer, verwarring, drukte, lawaai:Tomake an uproar= herrie maken;Toset in(to) uproar= in opstand brengen;Unproarious,əprôriəs, oproerig, lawaaierig; subst.Uproariousness.
Uproot,ɐprût, ontwortelen, verdelgen.
Uprouse,ɐprauz, opwekken.
Upsaddle,ɐpsad’l, opzadelen.
Upsala,ɐpsâlə.
Upset,ɐpsət,ɐpset, subst. het omvallen of omgevallen zijn, het mislukken, schrik, ontroering; adj. vast:Upset-price= inzet (van goederen op verkoopingen).
Upset,ɐpset, omverwerpen, onderstboven gooien, van zijn stuk brengen, overstuur maken, teleurstellen, omvallen, omslaan:To be upset= omslaan; kapot zijn (fig.).
Upshot,ɐpšot, resultaat, uitkomst, einde:That’sthe upshot of the rumour= daar komt het gerucht op neer;When it comes to the upshot= van naderbij beschouwd.
Upside,ɐpsaid, bovenzijde;Upside-down= onderstboven, in volkomen verwarring.
Upstairs,ɐpstêəz,ɐpstêəz, boven:He waskicked upstairs= hij werd vooruitgeschopt, voortgeholpen.
Upstart,ɐpstât, opspringen,opschieten.
Upstart,ɐpstât, subst. parvenu; adj. plotseling tot groote macht gebracht; parvenuachtig:Upstart pride.
Up-stroke,ɐpstrouk, ophaal, opwaartsche beweging.
Uptake,ɐpteik, opneming, begrip, begrijpen.
Uptear,ɐptêə, opscheuren.
Up-to-date,ɐptudeit, volgens de nieuwste mode, (hyper)modern.
Up-town,ɐptaun, in de bovenstad (het beste gedeelte) gelegen (Amer.).
Up-train,ɐptrein, opkomende trein.
Upturn,ɐptɐ̂n, omwerpen, omslaan, opslaan.
Upward,ɐpwəd, adj. bovenwaartsch, stijgend, naar boven;Upwards= naar boven, opwaarts:Upwards of= meer dan;It costsupwards ofa hundred guilders= over de honderd gulden;Ten guilders and upwards= meer dan;From five guilders upwards= van af vijf gulden en hooger.
Upwhirl,ɐpwɐ̂l, opwarrelen.
Upwind,ɐpwaind, oprollen.
Ural,(j)ûr’l, Ural(isch), adj.Uralian,Uralic.
Urania,jureinjə, Urania;Uranography,jûrənogrəfi, uranographie;Uranology,jûrənolədži, uranologie;Uranus,jûrənɐs, Uranus.
Urban,ɐ̂b’n, subst. Urbanus.
Urban,ɐ̂b’n, stedelijk, stads - -;Urbane,ɐ̂bein, hoffelijk, beschaafd, wellevend.
Urbanist,ɐ̂bənist, soort Franciscaner non.
Urbaniste,ɐ̂bənist, soort peer.
Urbanity,ɐ̂baniti, hoffelijkheid, wellevendheid.
Urchin,ɐ̂tšin, schalk, rakkertje, deugniet.
Urdu,ûədû, taal van Hindostan.