Chapter 13

Boycot,bôikət, zich vereenigen ter algeheele uitsluiting van iemand, maatschappelijk of op handelsgebied; subst. dit uitsluiten;Boycotee= uitgeslotene;Boycotism=Boycot;Boycotter= wie zich bij eenboycotaansluit.Boyer,bôiə, boeier.Boz,boz,bouz.Brabant,brâb’nt,brâbant;Brabantine,brəbantin, Brabantsch.Brabble,brab’l, subst. getwist, ruzie;Brabbleverb. twisten;Brabbler= twister.Brace,breis, subst. riem, stut, anker, band, bras; bretel, draagband, koppel, spanning, accolade, bras, spansnoer (v. een trom); drank (Amer.);Braceverb. spannen, vastbinden, verankeren, verfrisschen, brassen, versterken:He braced himself (up) againstmisfortune= zette zich schrap;Brace up your head,you have done nothing to be ashamed of= houd … omhoog;Bracer= gordel, zwachtel, versterkend geneesmiddel; drank (Amer.); flinke wandeling;Bracing= versterkend, opwekkend; subst. verankering:Bracing air= opwekkende lucht.Bracelet,breislət, armband, armscheen; handboei.Brach,bratš,brak, brak.Brachial,brakjəl,breikjəl, arm - -, armvormig.Brachiate,braki-it,breiki-it, kruisvormig.Bracken,brak’n, varen.Bracket,brakət, subst. console, kraagsteen, gasarm, étagère, haakje:Bracketverb. tusschen haakjes plaatsen, met klampen verbinden:This writer bracketswomen with fools= plaatst op ééne lijn met;Bracket-light= gasarm;Bracket-seat= klapstoel.Brackish,brakiš, brak, zoutachtig;Brackishness= brakheid.Bract,brakt, dekblad;Bracteolate,braktîəlit, van dekbl. voorzien;Bracteole,braktioul, dekblaadje.Brad,brad, spijker zonder kop, stift;Bradawl= els.Bradshaw,bradshô, bekende reisgids.Brag,brag, subst. bluf, zeker kaartspel;Bragverb. bluffen, pochen (of, about):He is all brag= hij is een praalhans;Braggadocio,bragədoušiou, praalhans, bluffer, gesnoef;Braggart,bragət, subst. pocher, bluffer; adj. blufferig;Bragger= pocher.Brahm(a),brâm, brâmâ, Brahma;Brahman, Brahmin,brâm’n, brâmin, priester van Brahma;Brahminee,brâminî= vrouw uit de B. kaste; Brahmaansch =Brahmanic(al);Brahminism= Brahminisme.Braid,breid, subst. vlecht, nestel, smal boordsel of veterband;Braidverb. vlechten, garneeren.Brail,breil, subst. leeren riem tot het opbinden van de vleugels van valken; geitouw;Brailverb. opbinden, geien.Brain,brein, subst.brein;Brainverb. de hersens inslaan;Brains= hersenen, verstand, verbeelding:Tobeat (dash, knock) out a person’s brains= iemand de hersens inslaan:Toblow out one’s brains= zich een kogel door den kop jagen;Topick a person’s brains= letterk. diefstal bedrijven;The interviewer triedto pick (suck) the poet’s brains= den dichter uit te hooren;Toturn one’s brain= duizelig, ijdel maken;Brain-fag= hersenvermoeidheid;Brain-fever= hersenziekte;Brain-pan= hersenpan;Brainsick= krankzinnig; subst.Brainsickness;Brain-tapper= iemand die anderen uithoort, om later met hunne ideeën te pronken;Brainy= knap, vlug.Braise,breiz, (vleesch) smoren; subst. gesmoord vleesch.Brake,breik, doornbosch, braambosch, varenkruid, boschje; vlasbraak, slinger (van eene pomp), bakkerstrog, kluitenbreker, rem, wagen (om paarden af te rijden en te dresseeren), hoefstal (voor onwillige paarden bij het beslaan);Safety brake= noodrem;Toapply, put on the brake= remmen;Brake(s)man= remmer;Brake-van= remwagon;Braky= doornig, ruw.Bramah,brâma, brama, een bekend werktuigkundige:Bramah lock= een naar hem genoemd slot.Bramble,bramb’l, braamstruik, doornbosch; heester;Bramble-berry= braambes;Bramble-net= slagnet;Bramble-rose= hondsroos.Brambling,brambliŋ, bergvink.Brambly,brambli, vol braamstruiken; narrig.Bran,bran, zemelen;Branny= vol zemelen.Brancard,braŋked, brancard.Branch,brânš, subst. tak, arm, afdeeling, filiaal, zijlijn, loodspatent, stang, been van een passer; adj. zij…;Branchverb. takken schieten, vertakken, met takken versieren:Here the alleybranched off fromthemain street= hier ging de steeg van de hoofdstraat af.Branchiae,braŋkiî, kieuwen;Branchial,braŋkiəl= kieuw…;Branchiate(d)= van kieuwen voorzien.[62]Brand,brand, subst. brandend stuk hout, fakkel, brand (plantenziekte), (brand)merk, soort, hoedanigheid, schandvlek; zwaard;Brandverb. brandmerken (ookfig.), griffen:Theyset a brand uponhim= hij werd gebrandmerkt;Cigars and winesof the choicest (best) brands= fijnste merken;Brand-fox,Brand-goose, ZieBrent;Brand(ing)-iron= treeft; brandijzer;Bran(d)new,bran(d)njû, spiksplinternieuw.Brandish,brandiš, zwaaien.Brandy,brandi, brandewijn, (French)Brandy= cognac; cider, persico (Am.):He wasin a state of brandy= dronken;Brandy-ball= likeurbonbon;Brandy-faced= met een gezicht, als iemand die aan den drank is;Brandy-nose= jeneverneus;Brandy-pawnee=toddyvan cognac (Eng.-Ind.).Brank-ursine,braŋkɐ̂sinofbraŋkɐ̂sin, acanthus.Brant-fox, Brant-goose, ZieBrent.Brash,braš, subst. afgebrokkelde rotsen of ijsschotsen; uitslag; regenbui; adj. broos; haastig, driftig;Brashverb. verbrijzelen (Dial.);Brashy= kruimelig; regenachtig (Dial.).Brass,brâs, subst. geel koper, brons (Monumental brass) bronzen gedenkplaat, (koper) geld, brutaliteit, koperinstrumenten (in een muziekkorps); adj. koperen;Brassverb. verkoperen, opdokken (up):As bold as brass= zoo brutaal als de beul;Brass-band, ZieBand;Brass-foil= klatergoud;Thebrass-throatedtrumpet= de schetterende trompet;Brass-visaged= onbeschaamd, brutaal;Brassy= koperachtig, koperkleurig; onbeschaamd.Brassard,brəsâd,brasəd, rouwband, armband.Brasset,brasət, ijzeren armbeschermer =Brassard.Brassey,brâsi, houten kolf met koperen zool (Golfspel).Brassica,brasikə, kool.Brat,brat, kind, jong.Bravado,brəveido,bravâdou, blufferij, aanmatigende bedreiging, uitdaging:In bravado= uitdagend, blufferig.Brave,breiv, moedig, dapper, koen, onverschrokken; statig, prachtig, kostbaar; subst. een dappere, een (dapper) Roodhuid;Braveverb. weerstaan, braveeren, trotseeren, onbeschaamd volhouden (beweren, doorzetten):A brave show= een kranige (fraaie) vertooning;Bravery= dapperheid, pracht, glans.Bravo,brâvou,breivou, subst. bandiet, sluipmoordenaar; interj. Mooi zoo! Bravo!Bravura,bravûrə, subst. bravour-aria; adj. schitterend, bravour - -.Brawl,brôl, subst. ruzie, twist; oude dans;Brawlverb. ruzie hebben, lawaai maken; bruisen;Brawlerruziemaker, lawaaimaker.Brawn,brôn, wild zwijnenvleesch (gekookt en gepekeld); hoofdkaas; spiervleesch, spierkracht:A man ofbrawn and muscle= gezond en sterk;Brawner= wild zwijn, voor den disch geslacht;Brawniness= vleezigheid, gespierdheid;Brawny= gespierd.Bray,brei, balken, onaangenaam klinken; uitbazuinen (out); fijn stampen; subst. gebalk;Brayer= schreeuwer; stamper.Braze,breiz, bronzen, stalen (fig.).Brazen,breiz’n, adj. geelkoperen; onbeschaamd, hard;Brazenverb. zich onbeschaamd gedragen, onbeschaamd volhouden (out);Brazen-face= onbeschaamde kerel;Brazen-faced= onbeschaamd.Brazier,breižə, koperslager; (koperen) komfoor.Brazil(-wood),brəzil(wud), fernambuk-hout;Brazilian= Braziliaan(sch).Breach,brîtš, subst. breuk, bres, overtreding, inbreuk, twist; branding, stortzee;Breachverb, bres schieten:Breach of (the) peace= rustverstoring;Breach ofpromise= verbreking van trouwbelofte.Bread,bred, brood (ookfig.):He knows on which side his bread is buttered= hij kan meer dan brood eten;Bread and butter= boterham (ookfig.):Toquarrel with one’s bread and butter= zich zelf in ’t licht staan;Aslice (piece) of bread and butter= boterham;The bread and butter brigade= baantjesjagers (Amer.);She is a merebread and butter miss= een echt bakvischje;Who finds my bread and cheese, it’s to him I dance= wiens brood men eet, wiens woord men spreekt;Bread-basket= broodmand; maag;Bread-crumb= broodkruimel;Bread-fruit= broodvrucht;Breadstuffs= meel, etc. (Amer.);Bread-tin= broodvorm:She had beenbuttering her bread-tins= gezorgd, dat ze “binnen” kwam;Bread-winner= kostwinner.Breadth,bredth, breedte, ruimte van opvatting, algemeenheid van blik.Break,breik, subst. breuk, scheur, afbreking, rustpunt, pauze, overgang, poging tot vluchten, uitbarsting, stroomwisselaar, afbreekteeken, dageraad, rem; rijtuig (brik), serie caramboles:Yes, she said, witha break in her voice= met (van aandoening) gebroken stem;Breakverb. breken, scheuren, afbreken, aanbreken, verpletteren, verspreiden, verstrooien; verzwakken, onderdrukken, dresseeren, bankroet maken, wegzenden, schenden, overtreden, verminderen; mededeelen (voor het eerst), dagen, uitbarsten, uitroepen, failliet gaan, doen springen, achteruitgaan, zich een weg banen, de vriendschap afbreken, veranderen:Tobreak one’s back= den nek breken, te gronde richten;Tobreak the back of= iemand den nek breken; het moeilijkste van een werk achter den rug zien te krijgen;Tobreak balls= het spel (of een serie) beginnen (bilj.);Tobreak bulk= beginnen te lossen;Tobreak cover= “uitvaren” van den vos;Tobreakone’sfast= ontbijten;Tobreak ground= eene loopgraaf openen, met iets beginnen;Tobreaka person’shead= iemand een gat in het hoofd slaan;Tobreakone’sheart= diep bedroefd zijn;Tobreakone’sheart toa person= uitstorten;Tobreak the ice= het ijs breken; gesprek beginnen;Tobreak jail= uitbreken;Tobreak jestson= aardigheden tappen over;Tobreakalance with= een lans breken, zich meten met;I brokethe newsgently to him= deelde hem voorzichtig mee;Break ranks!ingerukt, marsch!Tobreakasovereign= wisselen;[63]Tobreak wind= een ‘boer’ laten.Met voorzetsels en bijwoorden:Tobreak away= afbreken; zich losrukken van, wegsnellen, er uit breken;Tobreak down= afbreken, te gronde richten, defect raken, vallen, blijven steken, geen woord uit kunnen brengen;He brokedownin his speech= bleef steken;She brokedownin her knitting= raakte in de war;Break-down van= déraillementswagen;Tobreak forth= losbarsten, uitbarsten, plotseling te voorschijn komen;Tobreak inhorses= dresseeren;Tobreak intoa house= inbreken;Tobreak ofa habit= afleeren;Tobreak onthe wheel= radbraken;Young men willbreak out= loskomen, uit den band slaan;The court, meeting, school brokeup= ging uit(een);The fair was brokenup= afgebroken;The cold weather broke(up) = sloeg om, veranderde;Itbreaks upon me= ’t wordt me plotseling bewust;Tobreak witha person= vriendschap afbreken;Why do youbreak in uponmy rest? = verstoort gij?He brokein uponus= kwam ons storen;Let us notbreak withhim on that subject= laten wij hem daaromtrent niets mededeelen;Hebroke withthe turf, and sold his horses= deed niet meer aan wedrennen;I represented my uncle asbreaking= doodziek, stervende;However strong the rope, it has itsbreaking-strain= ieder touw, hoe sterk ook, heeft een punt, waarop het breken moet;Brokenfood, meat, victuals= kliekjes;A house ofbroken fortunes= dat betere dagen gekend heeft;Breakage,breikidž, het breken, schadevergoeding voor bij vervoer gebroken goederen;Break-down= instorting, mislukking, storing; soort van wilde dans;Break-down gang= troep arbeiders, om de spoorbaan (na een ongeluk) vrij te maken;Breaker= breker, stortzee, ijsbreker, watervaatje in sloepen;Breakers= branding;Breakfast,brekf’st, subst. ontbijt;Breakfastverb. ontbijten, een ontbijt verschaffen:Tohave breakfast= ontbijten;Imade a hearty breakfast= ontbeet stevig;Break-neck, subst.gevaarlijke val of plaats; adj. halsbrekend, gevaarlijk:Ridingat break-neck pace= in dolle vaart;That isa break-neck affair;Breakwater= stroomleidende dam.Bream,brîm, subst. brasem.Bream,brîm, (een schip van onderen) schoon branden.Breast,brest, subst. borst, boezem, binnenste, hart, de voorzijde;Breastverb. weerstaan, te gemoet gaan, bestijgen, omhoog stijgen op:Togive (take)the breast;Imade a clean breastof it= ik biechtte alles op;To breast upa hedge= eene heg gelijk of glad snoeien;This book has inspired many a youthto breast the chance of fate= te trotseeren, het hoofd te bieden;Breast-fast= dwarstros om een schip te meeren aan den wal, etc.;Breast-knot= strik(je) op de borst;Breast-pin= borstspeld;Breast-rail= bovenste leuning van een balcon, hek;Breastwork= borstwering, hek, schanskleed;Narrow-breasted= met smalle borst.Breath,breth, adem, leven, ademhaling, ademtocht, tijd, oogenblik, uitstel, rust, luchtje; woord, stem, taal, rede; stemloosheid:Breath-consonant= stemlooze medekl.;At a (one) breath= in één adem, tegelijk;Below one’s breath= fluisterend;Out of breath= buiten adem;Under one’s breath= nauw hoorbaar;By keeping his lips firmly closed, hecaught his second breath= kwam hij weer op adem;Hedrew a long breath= haalde diep adem;Hegave up his breath= gaf den geest;Toget a breath of air= een luchtje scheppen;Heheld his breath= hield in;Hetook breath= schepte;Breathed,bretht, stemloos;Breathless= ademloos;Breathlessness= ademloosheid.Breathable,brîdhəb’l, in te ademen;Breathe,brîdh, ademen, leven, op adem komen, rusten, blazen, waaien, geuren, ruiken naar (of), uit- of inademen, op adem laten komen, zacht spreken, uiting geven aan, uitdrukken:We shallbreathe him= op adem laten komen;Hebreathed his last= gaf den geest;Tobreathe a vein= een ader openen;Hebreathed a wish= hij uitte den wensch;Tobreathe upon= iets kwaads toefluisteren over;Breather:That hill’s a breather= het beklimmen van dien heuvel beneemt iemand den adem;Togive a horse a breather= afrijden;Breathing= ademen, zucht, lichaamsbeweging, uiting, rust:Breathing-space (Breathing-spell, Breathing-time)= tijd om op zijn verhaal te komen, rusttijd.Breccia,bre(t)šə, brecciën.Bred,bred, imp. en p.p. vanto breed.Breech,brîtš, subst. achterste, sluitstuk;Breechverb.,britš,brîtš, eene broek aandoen, voor de broek geven:Towhip on the breech= voor de broek geven;Breeches,britšiz,brîtšiz, broek:Shewears the breeches= zij heeft de broek aan;Breech-clout= Ind. lendendoek;Breech-loader= achterlaadgeweer;Breeching= pak voor de broek; broek (vanpaardetuig), broeking (v. een kanon).Breed,brîd, subst. geslacht, ras, soort, gebroed;Breedverb. voortbrengen, telen, fokken, zich vermeerderen, ontstaan, zich ontwikkelen, veroorzaken, grootbrengen:Tobreed in and out= afwisselend met oud en nieuw fokmateriaal;Breeder= fokker, fokdier;Breeding= voortbrenging, fokken, beschaving;Breeding in and in= steeds fokken met dezelfde dieren;Breeding-cage= broedkooi;Breeding-place;Breeding-pond.Breeze,brîz, subst. bries, lawaai, twist, gerucht;Breezeverb.:Breeze up= aanwakkeren.Breeze,brîz, brems (insect).Breeze,brîz, veegsel, kolenstof.Breezy,brîzi, winderig, druk.Brehon,brîh’n, voormalig erfelijk Iersch rechter:Brehon law= oud Iersch recht.Brent,brent:Brent-fox= lichtkleurige vos;Brent-goose= ringelgans;Brent Hill:He is lookingfrom under Brent Hill= kijkt boos.Brethren,bredhr’n, broeders (fig.);Brethren of the brush (pen)= kunstbroeders;My Brethren= Geliefde Broeders en Zusters.Breton,bret’n, Bretagner; ook adj.Bretwalda,bretwôldə, Angel-Saksisch hoofd.Breve,brîv, twee heele noten (in de muziek); boogje boven een klinker. (˘)Brevet,brevət,brəvet, brevet, patent;Brevet[64]verb. tot titulairen rang verheffen;Brevet rank, Brevetcy= titulaire rang zonder de bij dien rang behoorende soldij.Breviary,brîvjəri,brevjeri, brevier.Brevier,brəvîə, brevier (soort drukletter).Brevity,breviti, kortheid, beknoptheid:Brevity is the soul of wit= kort maar krachtig.Brew,brû, brouwen (ookfig.), vermengen, uitbroeden, broeien, opkomen, dreigen; subst. brouwsel:A storm is brewing= er broeit;Mischief is brewing= er broeit wat;As you have brewed so shall you drink= gelijk gij zaait, zult gij maaien;Brew your own tea= bemoei je met je eigen zaken;Brewage= brouwsel;Brewer (Brewster)= brouwer;BreweryofBrew-house= brouwerij;Brewis=Broth.Brewershaven,brûəzheiv’n, Brouwershaven.Briar,braiə, heideplant (Erica arborea), pijp van dat hout gemaakt. ZieBrier.Briarean,braiêrj’n,braiərîən, honderdhandig;Briareus,braiêriəs,braiəriəs.Bribable,braibəb’l, omkoopbaar;Bribe,braib, subst. steekpenning, omkooperij, lokaas;Bribeverb. omkoopen, verleiden;Bribeable=Bribable;Briber= omkooper;Bribery= omkooperij, omkoopbaarheid.Bric-a-brac,brikəbrak, snuisterijen.Brick,brik, subst. baksteen, blok; kranige vent (meid);Brickverb. bouwen, bekleeden, baksteenen nabootsen; adj. steenen:A box of (wooden) bricks= bouwdoos;I resisted himlike bricks= zeer krachtig;Brick-bat= stuk baksteen:Brickverb. gooien met stukken baksteen;Brick-clay= tichelaarde;Brick-dust= steengruis;Brick-kiln= steenoven;Brick-layer= metselaar;Brick-laying= het metselen;Brick-maker= steenbakker;Brick-moulder= steenvormer;Brick-nogging= metselwerk tusschen houtwerk;Brick-tea= Tartaarsche thee;Brick-work= metselwerk;Brick-works, Brick-yard= tichelwerk;Brickish= als van steen:Of a brickish red= steenrood.Bridal,braid’l, subst. huwelijksfeest; adj. bruids - -, bruilofts - -:Bridal dress= bruidsjapon.Bride,braid, bruid, pas getrouwde vrouw;The bride elect= bruid (in de bruidsdagen);Bride(s)-cake= bruidstaart;Bridegroom= bruidegom, jong gehuwd man;Bride(’s)-maid, Bride(’s)-man= bruidsmeisje, bruidsjonker;Bride-wort= moerasspiraea, theeboompje.Bridewell,braidwel, een oude gevangenis in Londen; gevangenis, huis van correctie.Bridge,bridž, subst. brug, kam(van eene viool), het bovendeel van den neus, een kaartspel;Bridgeverb. een brug leggen, overbruggen:We havebridged over the difficulty= geëffend;Bridge-head= bruggenhoofd (Mil.);Bridge-railing= leuning;Bridge-toll= tol;Bridge-train= pontontrein.Bridget,bridžət, Brigitta.Bridle,braid’l, subst. teugel, toom, beteugeling;Bridleverb. beteugelen, in toom houden; het hoofd in den nek werpen, opstuiven(up):She wasa bridling little piece of consequence= zij was een pedant stukje gewichtigheid;Bridle-hand= linkerhand:You shall notget hold of my bridle-hand= ge zult me de teugels niet uit handen nemen;Bridle-path, Bridle-way= rijpad.Bridoon,bridûn, trens.Brief,brîf, adj. kort, beknopt; subst. uittreksel, beknopte instructie, die door densolicitoraan den te pleitenbarristerwordt overhandigd; exploit; pauselijke brief of breve:In brief= kortom;To hold a brief= een rechtszaak in handen hebben;To take a brief= de verdediging op zich nemen;A briefless lawyer= die geen praktijk heeft;Briefness= beknoptheid, bondigheid.Brier,braiə, doornstruik; wilde roos:He isin the briers= hij zit er leelijk in;Sweet brier= eglantier; roos;Briery= vol doornen.Brig,brig, brik.Brigade,brigeid, subst. brigade;Brigadeverb. tot eene brigade vereenigen;Brigadier,brigədîə, brigade-generaal.Brigand,brig’nd, roover;Brigandage= rooverij.Brigantine,brig’ntîn,brig’ntin, brigantijn of schoenerbrik.Brigham-Young,brig’m-jɐŋ.Bright,brait, schitterend, lichtend, prachtig, beroemd, klaar, helder (ookfig.), gunstig, vernuftig, geestig, levendig, opgewekt, “glad” (Am.);Brighten= verhelderen, verlichten, opklaren, opvroolijken, opscherpen, glans bijzetten, polijsten;Brightness= glans, etc.Bright’s Disease,braitsdizîz, een nierziekte.Brighton,brait’n;Brigit,bridžit.Brill,bril, witte tarbotsoort.Brilliance,brilj’ns,Brilliancy,brilj’nsi, glans, schittering;Brilliant,brilj’nt, adj. schitterend, glansrijk, geestig; subst. briljant (druk);Brilliantness=Brilliancy.Brim,brim, subst. rand, boord, kant:Full to the brim= boordevol;Brimverb. tot den rand vol zijn of vullen:Tobrim over= overvol zijn;Brimming over with happiness= uitgelaten van;Brimful= boordevol; subst.Brimfulness;Brimmer= tot aan den rand gevulde roemer.Brimstone,brimst’n, subst. zwavel; helleveeg; adj. van zwavel, zwavelkleurig:Vegetable brimstone= blitzpulver.Brinded,brindid,Brindled,brind’ld, gestreept, getijgerd.Brine,brain, subst. brem of pekel; de zee; tranen;Brineverb. pekelen:Brine-pan= zoutpan (zouttuin);Brine-pit= zoutkuil;Brine-spring= zoutbron.Bring,briŋ, brengen, halen, geleiden, doen komen, indienen, veroorzaken, overhalen:Things neverbring what they cost= brengen nooit op;Your letter brought us £ 200= bevatte;Tobring an actionagainst a person= actie instellen;Tobring word= bericht brengen;Tobring low= doen verarmen, op ’t ziekbed werpen, verootmoedigen;Tobring to pass= teweegbrengen, tot stand brengen;Tobring about= bewerkstelligen; overreden;Tobring beforethe public= uitgeven, publiceeren;That speechbroughtthe Housedown= deed het huis (de zaal) daveren van toejuichingen;He[65]brought downhis hand on the table= sloeg met de vuist;I willbringhis pridedown= ik zal zijn trots wel breken;Tobring forth= baren, werpen;Tobring forward= vooruitbrengen, transporteeren, aanvoeren, bijbrengen;Tobring home= thuis brengen; bewijzen, duidelijk maken;Tobring in= binnenbrengen, invoeren, opbrengen, bijbrengen:The jurybroughthiminguilty= verklaarde hem schuldig;Tobring off= wegbrengen, redden, er bovenop halen (van zieken);Tobring on= veroorzaken, ter sprake brengen, beginnen;Tobring out= voor den dag halen, doen uitkomen, voor ’t eerst opvoeren (uitgeven);Tobring over= overbrengen, andersdenkenden tot onze meening of partij overhalen, transporteeren;Tobring round= zijn doel bereiken, tot bewustzijn brengen, tot andere (onze) opvatting brengen;Tobring to= brengen naar, er toe brengen, bijbrengen, bijdraaien, tot staan brengen;Tobring together= samenbrengen, verzoenen;Tobring up= boven brengen, groot brengen, te berde brengen, aanklagen, bijbrengen, transporteeren, tot staan brengen, tot staan komen, onderbreken, braken, aanvoeren:Tobring up the rear= de achterhoede vormen (aanvoeren), den aftocht dekken;Hebrought upwith a bump against the door= kwam met een harde bons tegen de deur aan;Ibrought upthe cartridge of a repeating rifle= bracht een patroon voor;Bringer= brenger;Bringer-up= opvoeder;Bringing-up= opvoeding.Brink,briŋk, rand:We areon the brink (verge) of ruin= rand des ondergangs.Briny,braini, zout:Thebriny= het zilte nat.Briquet(te),brikətbriket, briket.Brisgow,brisgou, Breisgau.Brisk,brisk, adj. levendig, vlug, flink, frisch, helder brandend, snelwerkend;Briskverb. verlevendigen, aanwakkeren (metup), snel komen aanloopen, vlug rondloopen (about); mooi kleeden;Briskness= levendigheid, etc.Brisket,briskət, borst (van een dier), borststuk:Brisket-bone= borstbeen.Bristle,bris’l, subst. borstel;Bristleverb. de haren overeind zetten, overeind gaan staan, opvliegen, boos worden, vol zijn van, vol liggen met:Toset up a person’s bristles= nijdig maken;My deskbristles with letters;He bristled up to me= kwam verontwaardigd naar mij toe;Bristly= borstelig.Bristol,brist’l, stad;Bristol-board= glad carton;Bristol-brick= schuursteen;Bristol-milk= sherry bowl.Brit,brit, verkort vanBritainenBritish; broed of jong van haring of sprot.Britain,britn, Brittanje = Britannia:Britain metal= Brittannia-metaal; Britannic = Britsch.British,britiš, Britsch:British gum= dextrine;Britisher= Engelschman (Amer.).Briton,brit’n, Brit.Brittany,britəni, Bretagne.Brittle,brit’l, broos, vergankelijk, onzeker; subst.Brittleness.Britz(s)ka,britskə, soort Russisch rijtuig.Broach,broutš, subst. els, priem, boorstift, spit, spits, jonge hoorn van een hert, (boor)gat;Broachverb. aansteken (van een vat), beginnen (over), ter sprake brengen; snel oploeven:He broached the subjectto me= begon er over;Broacher= verspreider.Broad,brôd, breed, wijd, uitgestrekt, ruim, omvangrijk, algemeen, groot, liberaal, tolerant, helder, duidelijk, volledig, open, plomp, brutaal, luid, plat; subst. plas; oude gouden munt (20 s.);Broads= kaarten;Broad Church= gematigd vrijzinnige richting in de Engelsche kerk;Broad compliment= grof;Broad daylight= helder dag;Broad gauge= wijdspoor;Broad nonsense= klinkklare onzin;Broad trade= nouveauté’s;(As) broad as (it is) long= zoo breed als het lang is, net hetzelfde;Broad arrow= regeeringsstempel op regeeringseigendom (b.v. op de kleederen der gevangenen, paarden der cavalerie, etc.);Broad-axe= timmermansbijl, houweel; strijdbijl;Broad-bill= lepelaar, lepelreiger;Broad-blown= in vollen bloei;Broad-brim= breedgerande hoed; Kwaker;Broadcast= subst. en verb. (het) wijd uitzaaien met de hand; adj. en adv. ruim en wijd gezaaid of verspreid;Broad-cloth= fijn zwart laken van dubbele breedte;Broad-piece= goudstuk van 20 sh. (17e eeuw);Broadseal= subst. Engelsch rijkszegel;Broad-set= van krachtigen lichaamsbouw;Broadsheet= aan eene zijde bedrukt groot blad; plakkaat, vlugschrift;Broadside= zijde (van een schip), volle laag; pamflet of groot vel;Broadsword,brôdsöd, slagzwaard;Broadwise= in de breedte;Broaden= breeder worden of maken;Broadness= ruwheid, platheid.Brobdingnag,brobdiŋnag;Brobdingnagian,brobdiŋnagiən, reusachtig; reus.Brocade,brəkeid, brocaat.Broc(c)oli,brokəli, Ital. aspergekool.Brochure,brošuə, brochure.Brock,brok, das; vuilpoes.Brocket,brokət, tweejarig hert.Broidery,brôidəri, borduurwerk:He described itwith much broidery= borduurde erg.Brogue,broug, grove schoen van ongelooid leer; provinciaal (vooral Iersch) accent;Brogues= broek.Broil,brôil, subst. tumult, twist;Broilverb. braden (op een rooster, in de zon); erg verhit zijn;Broiler= rooster, braadkippetje, heete dag; ruziemaker.Broke,brouk, imperf. vanto break.Broken,brouk’n, part. perf. vanto break:Broken bread (victuals)= restanten, klieken;Broken horse= gedresseerd;Old broken soldier= invalide;Broken wind= dampigheid;Broken-backed= doorgezakt;Broken-bellied= met een breuk; ontaard;Broken-down= geruineerd, ongelukkig;Broken-hearted,Broken-spirited= ontmoedigd;Brokenness= gebrokenheid.Broker,broukdə, makelaar, agent; uitdrager; soort deurwaarder, die meubilair, etc., waarop beslag is gelegd, verkoopt; koppelaar:Broker’s man= bediende van denBroker, die toe moet zien, dat niets vervreemd wordt;The brokers were put in= er werd beslag gelegd op de goederen;Brokerage= makelaarschap; commissieloon.[66]Brome,broum, dravik.Bromine,broum(a)in, broom.Brompton,bromt’n;Bromwich,bromidž.Bronchia,broŋkiə, luchtpijpvertakkingen;Bronchial,broŋkiəl(Bronchic,broŋkik) de luchtpijp betreffend:Bronchial tubes=Bronchia;Bronchitis,broŋkaitis, luchtpijpontsteking.Bronze,bronz, subst. brons, bronskleur, kunstwerk van brons; onbeschaamdheid; adj. van brons, bronskleurig;Bronzeverb. bronzen, hard maken;Bronze age (Bronze period)= bronsperiode;Bronze-liquor,Bronze-powder= preparaten om te bronzen.Brooch,broutš, subst. borst- of doekspeld, schilderij met ééne kleur.Brood,brûd, subst. gebroed, broedsel, kroost;Broodverb. broeden, koesteren; bepeinzen, peinzen; broeien, dreigen:He brooded overthe fire= hij zat over het vuur gebukt te peinzen;Brood-cage;Brood-hen;Brood-mare= fokmerrie;Brooder= broedmachine;Broody= broedsch; geneigd tot peinzen.Brook,bruk, subst. beek, stroompje;Brooklet= beekje;Brook-mint= waterkruizemunt;Brook-weed= waterpunge.Brook,bruk, verdragen, dulden.Broom,brûm, subst. brem, bezem;Broomverb. bezemen, vegen:New brooms sweep clean;Tohang out the broom= onbestorven weduwnaar zijn; ook gebruikt van trouwlustige weduwen;Broom-maker= bezembinder;Broom-staff,Broom-stick= bezemsteel:Tobe married over the broom-stick= over den puthaak getrouwd zijn;Broomy= vol brem.Broth,broth,brôth, bouillon, soep:A broth of a boy= een flinke jongen;Too many cooks spoil the broth= te veel koks bederven de brij.Brothel,broth’l, bordeel.Brother,brɐdhə, broeder, ambtsbroeder;Brother-in-law= schoonbroeder, stiefbroeder;Brother Jonathan= de Amerikanen;Brotherhood= broederschap, korpsgeest;Brotherlike= broederlijk; subst.Brotherliness.Brough,brɐf.Brougham,brûəm,brûm, eigennaam; meestbrouəmvoor een soort dicht rijtuig.Brought,brôt, imperf. en p.p. vanbring.Broughton,brôt’n,braut’n.Brow,brau, subst. wenkbrauw, voorhoofd, gelaat, voorkomen; rand (van afgrond of heuvel); loopplank:Tobend (contract, knit, wrinkle) one’s brows= het voorhoofd fronsen;Brow-ague= migraine;Browbeat= dreigend aankijken, overdonderen;Brow-bound= gekroond.Brown,braun, bruin, donker, ernstig; subst. een bruine kleur; ½ penny;Brownverb. bruinen, doorrooken, bruin worden; in ’t wild schieten (it):Not for brown= om den dood niet;In a brown study= in gepeins verzonken;Todo brown= afzetten, bedriegen;Brown Bess= oude snaphaan;Brown bill= oude strijdbijl;Brown bread;Brown cloth= ongebleekt linnen;Brown coal;Brown George= kommiesbrood, bruine kruik, soort pruik;Brown paper= pakpapier;Brown rust= roest (in koren);Brownish= bruinachtig;Brownness= bruine kleur.Brown, Jones and Robinson= Jan, Piet en Klaas; Jan en alleman.Brownie,brauni, goede huisgeest (Schotland).Browning,brauniŋ;Browningite,brauniŋgait, bewonderaar van R. Browning.Brownist,braunist, aanhanger van Robert Brown, uit den tijd van Elizabeth;Brownism= diens stelsel.Browse,brauz, subst. scheuten, spruiten;Browseverb. grazen, afknabbelen;Browsing= weideplaats.Bruges,brûdžiz, Brugge.Bruin,brûin, Bruin (de beer).Bruise,brûz, kneuzen, stampen; bont en blauw slaan; subst. kneuzing, buil;Bruiser= bokser, vechtersbaas;Bruise-wort,brûzwɐ̂t, smeerwortel.Bruit,brût, subst. gerucht, geraas;Bruitverb. verspreiden, ruchtbaar maken.Brumal,brûm’l, winter .…Brummagem,brɐmədžem, in Birmingham vervaardigd artikel; adj. valsch, nagemaakt, opzichtig:Brummagem buttons= valsch geld.Brunette,brunet, brunette; bruinachtig.Brunonian,brunounj’n:Brunonian theory= Brownism; subst. student of gegradueerde van de Br. universiteit (Rhode Island).Brunt,brɐnt, hevige schok, woeste aanval, geweld, het heete (van een gevecht), hoogtepunt:Tobear the brunt of= het meest te verduren hebben.Brush,brɐš, subst. borstel, kwast of penseel, wisscher; kreupelboschje; schermutseling, woeste rit; volle staart (b.v. van een vos); draadbundel (Electr.);Brushverb. borstelen (down, up), schilderen, strijken langs, opfrisschen, voorbijsnellen (by):He paints with the big brush= legt het er dik op;Tomake a brush= zich uit de voeten maken;Give me a brush (down)= borstel me eens af;Tarred with the same brush= met hetzelfde sop overgoten;Their coats were soundly brushed= zij kregen er flink van;Brush-maker= borstelmaker;Brushwood= kreupelbosch, bezemrijs;Brushwheels= raderen, die elkander door wrijving, niet door tanden in beweging brengen;Brushing gallop= gestrekte gallop;Brushy= borstelig.Brusque,brɐsk, kortaf; ruw;Brusqueverb. bruskeeren.Brussels,brɐs’lz, Brussel(sch):Brussels carpet;Brussels lace;Brussels sprouts= spruitjes.Brutal,brût’l, dierlijk, onmenschelijk:Brutality= dierlijkheid, grove zinnelijkheid, ruwheid;Brutalize= verdierlijken, verwilderen.Brute,brût, subst. redeloos beest, bruut; adj. redeloos, ruw, dom, dierlijk;Brutish= dierlijk, zinnelijk, dom; subst.Bruteness.Brutus,brûtəs.Bryan,braiən.Bryony,braiəni, heggerank.Bubble,bɐb’l, subst. bobbel, luchtbel, zeepbel (ookfig.), zwendel, windhandel;Bubbleverb. bobbelen, opborrelen, pruttelen, murmelen, beetnemen:Bubble companies= zwendelmaatschappijen;Bubbler= bedrieger.Bubby,bɐbi, tiet; ventje, kereltje (Am.).Bubo,bjûbou, kliergezwel; ooruil;The bubonicplague= builenpest.[67]Buccal,bɐk’l, wang - -.Buc(c)an,bɐk’n, subst. rek om vleesch op te rooken;Buccanverb. rooken.Buccaneer,bɐkənîə, subst. zeeroover, vrijbuiter;Buccaneerverb. zeerooverij plegen.Buccleugh, Buccleuch,bəklû.Bucentaur,bjûšəntö,bjusentö, Bucentaur; staatsiebark der Venetiaansche doges.Bucephalus,bjusefəlɐs, Bucephalus, rijpaard.Buchanan,bəkanən;Bucharia,bjukêriə, Bokhara.Buck,bɐk, subst. bok, mannetje (van verschillende dieren); fat, pierewaaier, mannelijke neger (Indiaan), zaagbok (Amer.), sixpence;Buckverb. paren (van sommige dieren); bokken (van paarden):My buck= ouwe jongen;Tobuck up= zich taai houden; optooien;Buck-bean=Bog-buck;Buck-eye= Amerik. paardekastanje; spotnaam voor een bewoner van Ohio; kleine schoener;Buck-eyed= met slechte oogen (paard);Buck-horn= hertshoorn;Buck-hound= soort jachthond:Master of the buck-hounds= opperjagermeester aan het Eng. hof;Buck-jumper= bokkend paard;Buck-party= heerenpartij;Buckskin, subst. bokkevel; zacht, geel leer; broek (gewoonlijk meerv.); adj. van bukskin;Buckstall= net om herten, etc. te vangen;Buck-stick= vervelende vent (Anglo-Ind.);Buckthorn= wegedoorn;Buck-tooth= vooruitstekende tand;Buckwheat,bɐkwît, boekweit;Bucker=Buck-jumper;Buckish= fatterig; subst.Buckishness.Buckeen,bɐkîn, Iersch jonker; fat.Bucket,bɐkət, emmer, puts; ½ bushel;Bucketverb. putten, te snel vooroverbuigen (roeisport); er snel van door gaan, afjakkeren, bedriegen:Togive the bucket= de laan uitsturen;Tokick the bucket= het hoekje om gaan, sterven:Bucket-shop= kantoor voor het afsluiten van kleine weddenschappen;Bucketful:Itrained in buckets full= het kwam met emmers uit de lucht vallen.Buckle,bɐk’l, subst. gesp, krul, bocht;Buckleverb. gespen, zich krullen, buigen, insluiten, krachtig aanpakken, zich toerusten:The horsebuckled downto the journey= aanvaardde, maakte zich klaar;You’llhave tobuckle to= gij zult u moeten inspannen;Tobuckle with= handgemeen worden met;Buckler= beukelaar;Buckler-thorn= Christusdoorn, steekdoorn.Buckram,bɐkr’m, subst. grove, gepapte linnen stof; stijfheid; adj. stijf, vormelijk;Buckramverb. stijven:Men in buckram= inbuckramgekleede mannen, alleen in de verbeelding bestaande mannen (toespeling op Falstaff).Bucks,bɐks, verkorting voorBuckinghamshire,bɐkiŋəmšə,bɐkiŋhamšə.Bucolic,bjukolik, subst. herdersgedicht; landman; adj. herderlijk =Bucolical.Bud,bɐd, subst. knop, kiem; snoes;Budverb. uitbotten, knoppen, zich ontwikkelen; enten;Budlet= knopje.Buda,bjûdə, Ofen.Buddha,budha,bûda, Boeddha;Buddhism;Buddhist.Budgerow,bɐdžrou, vaartuig (Br. Ind.).Buddle,bɐd’l, subst. soort trog;Buddleverb. erts wasschen.Budge,bɐdž, subst. lamsvel, leeren zak; adj. met lamsvel omzoomd; stijf, pedant:Budge Bachelors= arme, oude, in lamsvel gekleede mannen, die vroeger denLord Mayorbij zijn intocht vergezelden.Budge,bɐdž, zich bewegen, verroeren.Budget,bɐdžət, zak, holster, voorraad, budget:Budget Speech= millioenenrede;The ministeropened the Budget= hield de millioenenrede.Buff,bɐf, subst. sterk (buffel)leer (met olie bereid), leeren kolder, geelbruin, naakte huid; adj. leeren, geelbruin:The Buffs= hetEast KentRegiment;All in buff= spiernaakt.Buff,bɐf, slag, stoot, onzin;Buffverb. dreunen; dempen, verzwakken (Schot.);Tostand buff= weerstaan, standhouden;Blindman’s buff= blindemannetjes(spel);Tosay neither buff nor baff(stye)= boe noch ba zeggen;Buffer= stootkussen, pistool, vent, hond:An old buff= gezellige “ouwe” baas.Buffalo,bɐfəlou, subst. buffel, bison van N. Amer.;Buffalo-chips= gedroogde buffelmest (brandstof);Buffalo-grass= prairiegras;Buffalo-robe= reisdeken van buffelvel.Buffet,bɐfət, buffet.Buffet,bɐfət, subst. klap, vuistslag; geweld (van wind of golven):Buffetverb. slaan, beuken, worstelen met, boksen.Bufflehead,bɐf’lhed, dikkop, domkop.Buffo,bɐfou,bufou, subst. komisch (opera) zanger; adj. grappig;Buffoon,bəfûn, potsenmaker, Jan Klaassen;Buffoonery,bəfûnəri= grappen en streken.Bug,bɐg, wand- of weegluis, kever, kabouter, bloedzuiger (fig.):He isas snug as a bug in a rug= hij heeft een leventje als een vloo in eene wollen deken (zéér plat).Bugbear,bɐgbêə, boeman.Buggy,bɐgi, vol luizen of wormen; vermolmd.Buggy,bɐgi, licht rijtuig op twee (inAm.vier) wielen met ééne zitbank; kolenwagentje.Bugle,bjûg’lsubst. lange zwarte kraal, zenegroen; (jacht)hoorn; neus;Bugleverb. hoornblazen:Tosound the bugle= signaal blazen;Bugle-call= hoornsignaal;Bugler= trompetter.Bugloss,bjûglos, ossetong (plant).Buhl,bûl, goud, ivoor, schildpad of paarlemoer gebruikt voor inlegwerk; ingelegd werk; onnatuurlijkheid.Build,bild, subst. vorm, maaksel, bouw;Buildverb. bouwen, stichten; versterken; aanleggen:Rome was not built in a day;Builder= bouwmeester, schepper:General builder= aannemer;Builder’s estimate= bestek;Building= gebouw;Building-site= bouwterrein;Built,bilt, imperf. en p.p. vanto build.Bulb,bɐlb, subst. bol, bolletje, appel (oog);Bulbverb. vooruitsteken, uitzetten:Bulb culture,Bulb growers= kweeken, kweekers;Bulbaceous,bɐlbeišəs, bolvormig;Bulbiferous= bollen voortbrengend;Bulbiform= bolvormig;Bulbous= knolachtig, rond;Bulbule,bɐlbjûl, bolletje.Bulbul,bulbul, nachtegaal (Perzië).[68]Bulgaria,bɐlgêriə, Bulgarije;Bulgarian= Bulgaar(sch).Bulge,bɐldž, subst. buik; buikdelling (scheepst.);Bulgeverb. vooruitsteken.Bulimia,bjulimiə,Bulimy,bjûlimi, geeuwhonger.Bulk,bɐlk, omvang, grootte, volume, massa; meerendeel; scheepslading; hoofd:By the bulk= alles met elkaar;In bulk= in losse massa, hoopen;Tobreak bulk= beginnen te lossen;Laden in bulk= met stortgoederen (graan, zout) geladen;Bulkhead= schot;Watertight bulkhead= waterdicht schot;Bulkiness= omvang;Bulky= groot, zwaar.Bull,bul, subst. stier, speculantà la hausse(zieBear); bul van den Paus; onzin, domheid; adj. van grooten omvang; mannetjes …;Bullverb.à la haussespeculeeren:Hetook the bull by the horns= pakte de koe bij de horens;John Bull= de Eng. natie;Bull-baiting= het vechten van stieren met honden;Bull-beef= ossenvleesch;Bull-calf= bulkalf; uilskuiken;Bulldog= bulhond; dienaar van den Proctor; revolver;Bulldoze= lange zweep (Am.);Bulldozeverb. ranselen, overdonderen;Bull’s-eye= rond venster of opening, dievenlantaarn, dik glas in een scheepsdek, roos (van schietschijf), schot in de roos, kleine, storm voorspellende wolk, kokinje:That is wide of the Bull’s-eye= de plank ver mis;Bull-faced= met grof en groot gezicht;Bullfinch= bloedvink;Bull-feast,Bull-fight= stierengevecht;Bullfrog= brulkikvorsch;Bullhead= rivierdonderpad; waterinsect; domkop;Bullheaded= doldriftig en koppig;Bull-pup= jonge bulhond;Bullroarer(zieTurndun);Bull-terrier= gekruist ras tusschen bulhond en dashond;Bull-trout= zalmforel;Bullwort= komijn (zwarte).

Boycot,bôikət, zich vereenigen ter algeheele uitsluiting van iemand, maatschappelijk of op handelsgebied; subst. dit uitsluiten;Boycotee= uitgeslotene;Boycotism=Boycot;Boycotter= wie zich bij eenboycotaansluit.Boyer,bôiə, boeier.Boz,boz,bouz.Brabant,brâb’nt,brâbant;Brabantine,brəbantin, Brabantsch.Brabble,brab’l, subst. getwist, ruzie;Brabbleverb. twisten;Brabbler= twister.Brace,breis, subst. riem, stut, anker, band, bras; bretel, draagband, koppel, spanning, accolade, bras, spansnoer (v. een trom); drank (Amer.);Braceverb. spannen, vastbinden, verankeren, verfrisschen, brassen, versterken:He braced himself (up) againstmisfortune= zette zich schrap;Brace up your head,you have done nothing to be ashamed of= houd … omhoog;Bracer= gordel, zwachtel, versterkend geneesmiddel; drank (Amer.); flinke wandeling;Bracing= versterkend, opwekkend; subst. verankering:Bracing air= opwekkende lucht.Bracelet,breislət, armband, armscheen; handboei.Brach,bratš,brak, brak.Brachial,brakjəl,breikjəl, arm - -, armvormig.Brachiate,braki-it,breiki-it, kruisvormig.Bracken,brak’n, varen.Bracket,brakət, subst. console, kraagsteen, gasarm, étagère, haakje:Bracketverb. tusschen haakjes plaatsen, met klampen verbinden:This writer bracketswomen with fools= plaatst op ééne lijn met;Bracket-light= gasarm;Bracket-seat= klapstoel.Brackish,brakiš, brak, zoutachtig;Brackishness= brakheid.Bract,brakt, dekblad;Bracteolate,braktîəlit, van dekbl. voorzien;Bracteole,braktioul, dekblaadje.Brad,brad, spijker zonder kop, stift;Bradawl= els.Bradshaw,bradshô, bekende reisgids.Brag,brag, subst. bluf, zeker kaartspel;Bragverb. bluffen, pochen (of, about):He is all brag= hij is een praalhans;Braggadocio,bragədoušiou, praalhans, bluffer, gesnoef;Braggart,bragət, subst. pocher, bluffer; adj. blufferig;Bragger= pocher.Brahm(a),brâm, brâmâ, Brahma;Brahman, Brahmin,brâm’n, brâmin, priester van Brahma;Brahminee,brâminî= vrouw uit de B. kaste; Brahmaansch =Brahmanic(al);Brahminism= Brahminisme.Braid,breid, subst. vlecht, nestel, smal boordsel of veterband;Braidverb. vlechten, garneeren.Brail,breil, subst. leeren riem tot het opbinden van de vleugels van valken; geitouw;Brailverb. opbinden, geien.Brain,brein, subst.brein;Brainverb. de hersens inslaan;Brains= hersenen, verstand, verbeelding:Tobeat (dash, knock) out a person’s brains= iemand de hersens inslaan:Toblow out one’s brains= zich een kogel door den kop jagen;Topick a person’s brains= letterk. diefstal bedrijven;The interviewer triedto pick (suck) the poet’s brains= den dichter uit te hooren;Toturn one’s brain= duizelig, ijdel maken;Brain-fag= hersenvermoeidheid;Brain-fever= hersenziekte;Brain-pan= hersenpan;Brainsick= krankzinnig; subst.Brainsickness;Brain-tapper= iemand die anderen uithoort, om later met hunne ideeën te pronken;Brainy= knap, vlug.Braise,breiz, (vleesch) smoren; subst. gesmoord vleesch.Brake,breik, doornbosch, braambosch, varenkruid, boschje; vlasbraak, slinger (van eene pomp), bakkerstrog, kluitenbreker, rem, wagen (om paarden af te rijden en te dresseeren), hoefstal (voor onwillige paarden bij het beslaan);Safety brake= noodrem;Toapply, put on the brake= remmen;Brake(s)man= remmer;Brake-van= remwagon;Braky= doornig, ruw.Bramah,brâma, brama, een bekend werktuigkundige:Bramah lock= een naar hem genoemd slot.Bramble,bramb’l, braamstruik, doornbosch; heester;Bramble-berry= braambes;Bramble-net= slagnet;Bramble-rose= hondsroos.Brambling,brambliŋ, bergvink.Brambly,brambli, vol braamstruiken; narrig.Bran,bran, zemelen;Branny= vol zemelen.Brancard,braŋked, brancard.Branch,brânš, subst. tak, arm, afdeeling, filiaal, zijlijn, loodspatent, stang, been van een passer; adj. zij…;Branchverb. takken schieten, vertakken, met takken versieren:Here the alleybranched off fromthemain street= hier ging de steeg van de hoofdstraat af.Branchiae,braŋkiî, kieuwen;Branchial,braŋkiəl= kieuw…;Branchiate(d)= van kieuwen voorzien.[62]Brand,brand, subst. brandend stuk hout, fakkel, brand (plantenziekte), (brand)merk, soort, hoedanigheid, schandvlek; zwaard;Brandverb. brandmerken (ookfig.), griffen:Theyset a brand uponhim= hij werd gebrandmerkt;Cigars and winesof the choicest (best) brands= fijnste merken;Brand-fox,Brand-goose, ZieBrent;Brand(ing)-iron= treeft; brandijzer;Bran(d)new,bran(d)njû, spiksplinternieuw.Brandish,brandiš, zwaaien.Brandy,brandi, brandewijn, (French)Brandy= cognac; cider, persico (Am.):He wasin a state of brandy= dronken;Brandy-ball= likeurbonbon;Brandy-faced= met een gezicht, als iemand die aan den drank is;Brandy-nose= jeneverneus;Brandy-pawnee=toddyvan cognac (Eng.-Ind.).Brank-ursine,braŋkɐ̂sinofbraŋkɐ̂sin, acanthus.Brant-fox, Brant-goose, ZieBrent.Brash,braš, subst. afgebrokkelde rotsen of ijsschotsen; uitslag; regenbui; adj. broos; haastig, driftig;Brashverb. verbrijzelen (Dial.);Brashy= kruimelig; regenachtig (Dial.).Brass,brâs, subst. geel koper, brons (Monumental brass) bronzen gedenkplaat, (koper) geld, brutaliteit, koperinstrumenten (in een muziekkorps); adj. koperen;Brassverb. verkoperen, opdokken (up):As bold as brass= zoo brutaal als de beul;Brass-band, ZieBand;Brass-foil= klatergoud;Thebrass-throatedtrumpet= de schetterende trompet;Brass-visaged= onbeschaamd, brutaal;Brassy= koperachtig, koperkleurig; onbeschaamd.Brassard,brəsâd,brasəd, rouwband, armband.Brasset,brasət, ijzeren armbeschermer =Brassard.Brassey,brâsi, houten kolf met koperen zool (Golfspel).Brassica,brasikə, kool.Brat,brat, kind, jong.Bravado,brəveido,bravâdou, blufferij, aanmatigende bedreiging, uitdaging:In bravado= uitdagend, blufferig.Brave,breiv, moedig, dapper, koen, onverschrokken; statig, prachtig, kostbaar; subst. een dappere, een (dapper) Roodhuid;Braveverb. weerstaan, braveeren, trotseeren, onbeschaamd volhouden (beweren, doorzetten):A brave show= een kranige (fraaie) vertooning;Bravery= dapperheid, pracht, glans.Bravo,brâvou,breivou, subst. bandiet, sluipmoordenaar; interj. Mooi zoo! Bravo!Bravura,bravûrə, subst. bravour-aria; adj. schitterend, bravour - -.Brawl,brôl, subst. ruzie, twist; oude dans;Brawlverb. ruzie hebben, lawaai maken; bruisen;Brawlerruziemaker, lawaaimaker.Brawn,brôn, wild zwijnenvleesch (gekookt en gepekeld); hoofdkaas; spiervleesch, spierkracht:A man ofbrawn and muscle= gezond en sterk;Brawner= wild zwijn, voor den disch geslacht;Brawniness= vleezigheid, gespierdheid;Brawny= gespierd.Bray,brei, balken, onaangenaam klinken; uitbazuinen (out); fijn stampen; subst. gebalk;Brayer= schreeuwer; stamper.Braze,breiz, bronzen, stalen (fig.).Brazen,breiz’n, adj. geelkoperen; onbeschaamd, hard;Brazenverb. zich onbeschaamd gedragen, onbeschaamd volhouden (out);Brazen-face= onbeschaamde kerel;Brazen-faced= onbeschaamd.Brazier,breižə, koperslager; (koperen) komfoor.Brazil(-wood),brəzil(wud), fernambuk-hout;Brazilian= Braziliaan(sch).Breach,brîtš, subst. breuk, bres, overtreding, inbreuk, twist; branding, stortzee;Breachverb, bres schieten:Breach of (the) peace= rustverstoring;Breach ofpromise= verbreking van trouwbelofte.Bread,bred, brood (ookfig.):He knows on which side his bread is buttered= hij kan meer dan brood eten;Bread and butter= boterham (ookfig.):Toquarrel with one’s bread and butter= zich zelf in ’t licht staan;Aslice (piece) of bread and butter= boterham;The bread and butter brigade= baantjesjagers (Amer.);She is a merebread and butter miss= een echt bakvischje;Who finds my bread and cheese, it’s to him I dance= wiens brood men eet, wiens woord men spreekt;Bread-basket= broodmand; maag;Bread-crumb= broodkruimel;Bread-fruit= broodvrucht;Breadstuffs= meel, etc. (Amer.);Bread-tin= broodvorm:She had beenbuttering her bread-tins= gezorgd, dat ze “binnen” kwam;Bread-winner= kostwinner.Breadth,bredth, breedte, ruimte van opvatting, algemeenheid van blik.Break,breik, subst. breuk, scheur, afbreking, rustpunt, pauze, overgang, poging tot vluchten, uitbarsting, stroomwisselaar, afbreekteeken, dageraad, rem; rijtuig (brik), serie caramboles:Yes, she said, witha break in her voice= met (van aandoening) gebroken stem;Breakverb. breken, scheuren, afbreken, aanbreken, verpletteren, verspreiden, verstrooien; verzwakken, onderdrukken, dresseeren, bankroet maken, wegzenden, schenden, overtreden, verminderen; mededeelen (voor het eerst), dagen, uitbarsten, uitroepen, failliet gaan, doen springen, achteruitgaan, zich een weg banen, de vriendschap afbreken, veranderen:Tobreak one’s back= den nek breken, te gronde richten;Tobreak the back of= iemand den nek breken; het moeilijkste van een werk achter den rug zien te krijgen;Tobreak balls= het spel (of een serie) beginnen (bilj.);Tobreak bulk= beginnen te lossen;Tobreak cover= “uitvaren” van den vos;Tobreakone’sfast= ontbijten;Tobreak ground= eene loopgraaf openen, met iets beginnen;Tobreaka person’shead= iemand een gat in het hoofd slaan;Tobreakone’sheart= diep bedroefd zijn;Tobreakone’sheart toa person= uitstorten;Tobreak the ice= het ijs breken; gesprek beginnen;Tobreak jail= uitbreken;Tobreak jestson= aardigheden tappen over;Tobreakalance with= een lans breken, zich meten met;I brokethe newsgently to him= deelde hem voorzichtig mee;Break ranks!ingerukt, marsch!Tobreakasovereign= wisselen;[63]Tobreak wind= een ‘boer’ laten.Met voorzetsels en bijwoorden:Tobreak away= afbreken; zich losrukken van, wegsnellen, er uit breken;Tobreak down= afbreken, te gronde richten, defect raken, vallen, blijven steken, geen woord uit kunnen brengen;He brokedownin his speech= bleef steken;She brokedownin her knitting= raakte in de war;Break-down van= déraillementswagen;Tobreak forth= losbarsten, uitbarsten, plotseling te voorschijn komen;Tobreak inhorses= dresseeren;Tobreak intoa house= inbreken;Tobreak ofa habit= afleeren;Tobreak onthe wheel= radbraken;Young men willbreak out= loskomen, uit den band slaan;The court, meeting, school brokeup= ging uit(een);The fair was brokenup= afgebroken;The cold weather broke(up) = sloeg om, veranderde;Itbreaks upon me= ’t wordt me plotseling bewust;Tobreak witha person= vriendschap afbreken;Why do youbreak in uponmy rest? = verstoort gij?He brokein uponus= kwam ons storen;Let us notbreak withhim on that subject= laten wij hem daaromtrent niets mededeelen;Hebroke withthe turf, and sold his horses= deed niet meer aan wedrennen;I represented my uncle asbreaking= doodziek, stervende;However strong the rope, it has itsbreaking-strain= ieder touw, hoe sterk ook, heeft een punt, waarop het breken moet;Brokenfood, meat, victuals= kliekjes;A house ofbroken fortunes= dat betere dagen gekend heeft;Breakage,breikidž, het breken, schadevergoeding voor bij vervoer gebroken goederen;Break-down= instorting, mislukking, storing; soort van wilde dans;Break-down gang= troep arbeiders, om de spoorbaan (na een ongeluk) vrij te maken;Breaker= breker, stortzee, ijsbreker, watervaatje in sloepen;Breakers= branding;Breakfast,brekf’st, subst. ontbijt;Breakfastverb. ontbijten, een ontbijt verschaffen:Tohave breakfast= ontbijten;Imade a hearty breakfast= ontbeet stevig;Break-neck, subst.gevaarlijke val of plaats; adj. halsbrekend, gevaarlijk:Ridingat break-neck pace= in dolle vaart;That isa break-neck affair;Breakwater= stroomleidende dam.Bream,brîm, subst. brasem.Bream,brîm, (een schip van onderen) schoon branden.Breast,brest, subst. borst, boezem, binnenste, hart, de voorzijde;Breastverb. weerstaan, te gemoet gaan, bestijgen, omhoog stijgen op:Togive (take)the breast;Imade a clean breastof it= ik biechtte alles op;To breast upa hedge= eene heg gelijk of glad snoeien;This book has inspired many a youthto breast the chance of fate= te trotseeren, het hoofd te bieden;Breast-fast= dwarstros om een schip te meeren aan den wal, etc.;Breast-knot= strik(je) op de borst;Breast-pin= borstspeld;Breast-rail= bovenste leuning van een balcon, hek;Breastwork= borstwering, hek, schanskleed;Narrow-breasted= met smalle borst.Breath,breth, adem, leven, ademhaling, ademtocht, tijd, oogenblik, uitstel, rust, luchtje; woord, stem, taal, rede; stemloosheid:Breath-consonant= stemlooze medekl.;At a (one) breath= in één adem, tegelijk;Below one’s breath= fluisterend;Out of breath= buiten adem;Under one’s breath= nauw hoorbaar;By keeping his lips firmly closed, hecaught his second breath= kwam hij weer op adem;Hedrew a long breath= haalde diep adem;Hegave up his breath= gaf den geest;Toget a breath of air= een luchtje scheppen;Heheld his breath= hield in;Hetook breath= schepte;Breathed,bretht, stemloos;Breathless= ademloos;Breathlessness= ademloosheid.Breathable,brîdhəb’l, in te ademen;Breathe,brîdh, ademen, leven, op adem komen, rusten, blazen, waaien, geuren, ruiken naar (of), uit- of inademen, op adem laten komen, zacht spreken, uiting geven aan, uitdrukken:We shallbreathe him= op adem laten komen;Hebreathed his last= gaf den geest;Tobreathe a vein= een ader openen;Hebreathed a wish= hij uitte den wensch;Tobreathe upon= iets kwaads toefluisteren over;Breather:That hill’s a breather= het beklimmen van dien heuvel beneemt iemand den adem;Togive a horse a breather= afrijden;Breathing= ademen, zucht, lichaamsbeweging, uiting, rust:Breathing-space (Breathing-spell, Breathing-time)= tijd om op zijn verhaal te komen, rusttijd.Breccia,bre(t)šə, brecciën.Bred,bred, imp. en p.p. vanto breed.Breech,brîtš, subst. achterste, sluitstuk;Breechverb.,britš,brîtš, eene broek aandoen, voor de broek geven:Towhip on the breech= voor de broek geven;Breeches,britšiz,brîtšiz, broek:Shewears the breeches= zij heeft de broek aan;Breech-clout= Ind. lendendoek;Breech-loader= achterlaadgeweer;Breeching= pak voor de broek; broek (vanpaardetuig), broeking (v. een kanon).Breed,brîd, subst. geslacht, ras, soort, gebroed;Breedverb. voortbrengen, telen, fokken, zich vermeerderen, ontstaan, zich ontwikkelen, veroorzaken, grootbrengen:Tobreed in and out= afwisselend met oud en nieuw fokmateriaal;Breeder= fokker, fokdier;Breeding= voortbrenging, fokken, beschaving;Breeding in and in= steeds fokken met dezelfde dieren;Breeding-cage= broedkooi;Breeding-place;Breeding-pond.Breeze,brîz, subst. bries, lawaai, twist, gerucht;Breezeverb.:Breeze up= aanwakkeren.Breeze,brîz, brems (insect).Breeze,brîz, veegsel, kolenstof.Breezy,brîzi, winderig, druk.Brehon,brîh’n, voormalig erfelijk Iersch rechter:Brehon law= oud Iersch recht.Brent,brent:Brent-fox= lichtkleurige vos;Brent-goose= ringelgans;Brent Hill:He is lookingfrom under Brent Hill= kijkt boos.Brethren,bredhr’n, broeders (fig.);Brethren of the brush (pen)= kunstbroeders;My Brethren= Geliefde Broeders en Zusters.Breton,bret’n, Bretagner; ook adj.Bretwalda,bretwôldə, Angel-Saksisch hoofd.Breve,brîv, twee heele noten (in de muziek); boogje boven een klinker. (˘)Brevet,brevət,brəvet, brevet, patent;Brevet[64]verb. tot titulairen rang verheffen;Brevet rank, Brevetcy= titulaire rang zonder de bij dien rang behoorende soldij.Breviary,brîvjəri,brevjeri, brevier.Brevier,brəvîə, brevier (soort drukletter).Brevity,breviti, kortheid, beknoptheid:Brevity is the soul of wit= kort maar krachtig.Brew,brû, brouwen (ookfig.), vermengen, uitbroeden, broeien, opkomen, dreigen; subst. brouwsel:A storm is brewing= er broeit;Mischief is brewing= er broeit wat;As you have brewed so shall you drink= gelijk gij zaait, zult gij maaien;Brew your own tea= bemoei je met je eigen zaken;Brewage= brouwsel;Brewer (Brewster)= brouwer;BreweryofBrew-house= brouwerij;Brewis=Broth.Brewershaven,brûəzheiv’n, Brouwershaven.Briar,braiə, heideplant (Erica arborea), pijp van dat hout gemaakt. ZieBrier.Briarean,braiêrj’n,braiərîən, honderdhandig;Briareus,braiêriəs,braiəriəs.Bribable,braibəb’l, omkoopbaar;Bribe,braib, subst. steekpenning, omkooperij, lokaas;Bribeverb. omkoopen, verleiden;Bribeable=Bribable;Briber= omkooper;Bribery= omkooperij, omkoopbaarheid.Bric-a-brac,brikəbrak, snuisterijen.Brick,brik, subst. baksteen, blok; kranige vent (meid);Brickverb. bouwen, bekleeden, baksteenen nabootsen; adj. steenen:A box of (wooden) bricks= bouwdoos;I resisted himlike bricks= zeer krachtig;Brick-bat= stuk baksteen:Brickverb. gooien met stukken baksteen;Brick-clay= tichelaarde;Brick-dust= steengruis;Brick-kiln= steenoven;Brick-layer= metselaar;Brick-laying= het metselen;Brick-maker= steenbakker;Brick-moulder= steenvormer;Brick-nogging= metselwerk tusschen houtwerk;Brick-tea= Tartaarsche thee;Brick-work= metselwerk;Brick-works, Brick-yard= tichelwerk;Brickish= als van steen:Of a brickish red= steenrood.Bridal,braid’l, subst. huwelijksfeest; adj. bruids - -, bruilofts - -:Bridal dress= bruidsjapon.Bride,braid, bruid, pas getrouwde vrouw;The bride elect= bruid (in de bruidsdagen);Bride(s)-cake= bruidstaart;Bridegroom= bruidegom, jong gehuwd man;Bride(’s)-maid, Bride(’s)-man= bruidsmeisje, bruidsjonker;Bride-wort= moerasspiraea, theeboompje.Bridewell,braidwel, een oude gevangenis in Londen; gevangenis, huis van correctie.Bridge,bridž, subst. brug, kam(van eene viool), het bovendeel van den neus, een kaartspel;Bridgeverb. een brug leggen, overbruggen:We havebridged over the difficulty= geëffend;Bridge-head= bruggenhoofd (Mil.);Bridge-railing= leuning;Bridge-toll= tol;Bridge-train= pontontrein.Bridget,bridžət, Brigitta.Bridle,braid’l, subst. teugel, toom, beteugeling;Bridleverb. beteugelen, in toom houden; het hoofd in den nek werpen, opstuiven(up):She wasa bridling little piece of consequence= zij was een pedant stukje gewichtigheid;Bridle-hand= linkerhand:You shall notget hold of my bridle-hand= ge zult me de teugels niet uit handen nemen;Bridle-path, Bridle-way= rijpad.Bridoon,bridûn, trens.Brief,brîf, adj. kort, beknopt; subst. uittreksel, beknopte instructie, die door densolicitoraan den te pleitenbarristerwordt overhandigd; exploit; pauselijke brief of breve:In brief= kortom;To hold a brief= een rechtszaak in handen hebben;To take a brief= de verdediging op zich nemen;A briefless lawyer= die geen praktijk heeft;Briefness= beknoptheid, bondigheid.Brier,braiə, doornstruik; wilde roos:He isin the briers= hij zit er leelijk in;Sweet brier= eglantier; roos;Briery= vol doornen.Brig,brig, brik.Brigade,brigeid, subst. brigade;Brigadeverb. tot eene brigade vereenigen;Brigadier,brigədîə, brigade-generaal.Brigand,brig’nd, roover;Brigandage= rooverij.Brigantine,brig’ntîn,brig’ntin, brigantijn of schoenerbrik.Brigham-Young,brig’m-jɐŋ.Bright,brait, schitterend, lichtend, prachtig, beroemd, klaar, helder (ookfig.), gunstig, vernuftig, geestig, levendig, opgewekt, “glad” (Am.);Brighten= verhelderen, verlichten, opklaren, opvroolijken, opscherpen, glans bijzetten, polijsten;Brightness= glans, etc.Bright’s Disease,braitsdizîz, een nierziekte.Brighton,brait’n;Brigit,bridžit.Brill,bril, witte tarbotsoort.Brilliance,brilj’ns,Brilliancy,brilj’nsi, glans, schittering;Brilliant,brilj’nt, adj. schitterend, glansrijk, geestig; subst. briljant (druk);Brilliantness=Brilliancy.Brim,brim, subst. rand, boord, kant:Full to the brim= boordevol;Brimverb. tot den rand vol zijn of vullen:Tobrim over= overvol zijn;Brimming over with happiness= uitgelaten van;Brimful= boordevol; subst.Brimfulness;Brimmer= tot aan den rand gevulde roemer.Brimstone,brimst’n, subst. zwavel; helleveeg; adj. van zwavel, zwavelkleurig:Vegetable brimstone= blitzpulver.Brinded,brindid,Brindled,brind’ld, gestreept, getijgerd.Brine,brain, subst. brem of pekel; de zee; tranen;Brineverb. pekelen:Brine-pan= zoutpan (zouttuin);Brine-pit= zoutkuil;Brine-spring= zoutbron.Bring,briŋ, brengen, halen, geleiden, doen komen, indienen, veroorzaken, overhalen:Things neverbring what they cost= brengen nooit op;Your letter brought us £ 200= bevatte;Tobring an actionagainst a person= actie instellen;Tobring word= bericht brengen;Tobring low= doen verarmen, op ’t ziekbed werpen, verootmoedigen;Tobring to pass= teweegbrengen, tot stand brengen;Tobring about= bewerkstelligen; overreden;Tobring beforethe public= uitgeven, publiceeren;That speechbroughtthe Housedown= deed het huis (de zaal) daveren van toejuichingen;He[65]brought downhis hand on the table= sloeg met de vuist;I willbringhis pridedown= ik zal zijn trots wel breken;Tobring forth= baren, werpen;Tobring forward= vooruitbrengen, transporteeren, aanvoeren, bijbrengen;Tobring home= thuis brengen; bewijzen, duidelijk maken;Tobring in= binnenbrengen, invoeren, opbrengen, bijbrengen:The jurybroughthiminguilty= verklaarde hem schuldig;Tobring off= wegbrengen, redden, er bovenop halen (van zieken);Tobring on= veroorzaken, ter sprake brengen, beginnen;Tobring out= voor den dag halen, doen uitkomen, voor ’t eerst opvoeren (uitgeven);Tobring over= overbrengen, andersdenkenden tot onze meening of partij overhalen, transporteeren;Tobring round= zijn doel bereiken, tot bewustzijn brengen, tot andere (onze) opvatting brengen;Tobring to= brengen naar, er toe brengen, bijbrengen, bijdraaien, tot staan brengen;Tobring together= samenbrengen, verzoenen;Tobring up= boven brengen, groot brengen, te berde brengen, aanklagen, bijbrengen, transporteeren, tot staan brengen, tot staan komen, onderbreken, braken, aanvoeren:Tobring up the rear= de achterhoede vormen (aanvoeren), den aftocht dekken;Hebrought upwith a bump against the door= kwam met een harde bons tegen de deur aan;Ibrought upthe cartridge of a repeating rifle= bracht een patroon voor;Bringer= brenger;Bringer-up= opvoeder;Bringing-up= opvoeding.Brink,briŋk, rand:We areon the brink (verge) of ruin= rand des ondergangs.Briny,braini, zout:Thebriny= het zilte nat.Briquet(te),brikətbriket, briket.Brisgow,brisgou, Breisgau.Brisk,brisk, adj. levendig, vlug, flink, frisch, helder brandend, snelwerkend;Briskverb. verlevendigen, aanwakkeren (metup), snel komen aanloopen, vlug rondloopen (about); mooi kleeden;Briskness= levendigheid, etc.Brisket,briskət, borst (van een dier), borststuk:Brisket-bone= borstbeen.Bristle,bris’l, subst. borstel;Bristleverb. de haren overeind zetten, overeind gaan staan, opvliegen, boos worden, vol zijn van, vol liggen met:Toset up a person’s bristles= nijdig maken;My deskbristles with letters;He bristled up to me= kwam verontwaardigd naar mij toe;Bristly= borstelig.Bristol,brist’l, stad;Bristol-board= glad carton;Bristol-brick= schuursteen;Bristol-milk= sherry bowl.Brit,brit, verkort vanBritainenBritish; broed of jong van haring of sprot.Britain,britn, Brittanje = Britannia:Britain metal= Brittannia-metaal; Britannic = Britsch.British,britiš, Britsch:British gum= dextrine;Britisher= Engelschman (Amer.).Briton,brit’n, Brit.Brittany,britəni, Bretagne.Brittle,brit’l, broos, vergankelijk, onzeker; subst.Brittleness.Britz(s)ka,britskə, soort Russisch rijtuig.Broach,broutš, subst. els, priem, boorstift, spit, spits, jonge hoorn van een hert, (boor)gat;Broachverb. aansteken (van een vat), beginnen (over), ter sprake brengen; snel oploeven:He broached the subjectto me= begon er over;Broacher= verspreider.Broad,brôd, breed, wijd, uitgestrekt, ruim, omvangrijk, algemeen, groot, liberaal, tolerant, helder, duidelijk, volledig, open, plomp, brutaal, luid, plat; subst. plas; oude gouden munt (20 s.);Broads= kaarten;Broad Church= gematigd vrijzinnige richting in de Engelsche kerk;Broad compliment= grof;Broad daylight= helder dag;Broad gauge= wijdspoor;Broad nonsense= klinkklare onzin;Broad trade= nouveauté’s;(As) broad as (it is) long= zoo breed als het lang is, net hetzelfde;Broad arrow= regeeringsstempel op regeeringseigendom (b.v. op de kleederen der gevangenen, paarden der cavalerie, etc.);Broad-axe= timmermansbijl, houweel; strijdbijl;Broad-bill= lepelaar, lepelreiger;Broad-blown= in vollen bloei;Broad-brim= breedgerande hoed; Kwaker;Broadcast= subst. en verb. (het) wijd uitzaaien met de hand; adj. en adv. ruim en wijd gezaaid of verspreid;Broad-cloth= fijn zwart laken van dubbele breedte;Broad-piece= goudstuk van 20 sh. (17e eeuw);Broadseal= subst. Engelsch rijkszegel;Broad-set= van krachtigen lichaamsbouw;Broadsheet= aan eene zijde bedrukt groot blad; plakkaat, vlugschrift;Broadside= zijde (van een schip), volle laag; pamflet of groot vel;Broadsword,brôdsöd, slagzwaard;Broadwise= in de breedte;Broaden= breeder worden of maken;Broadness= ruwheid, platheid.Brobdingnag,brobdiŋnag;Brobdingnagian,brobdiŋnagiən, reusachtig; reus.Brocade,brəkeid, brocaat.Broc(c)oli,brokəli, Ital. aspergekool.Brochure,brošuə, brochure.Brock,brok, das; vuilpoes.Brocket,brokət, tweejarig hert.Broidery,brôidəri, borduurwerk:He described itwith much broidery= borduurde erg.Brogue,broug, grove schoen van ongelooid leer; provinciaal (vooral Iersch) accent;Brogues= broek.Broil,brôil, subst. tumult, twist;Broilverb. braden (op een rooster, in de zon); erg verhit zijn;Broiler= rooster, braadkippetje, heete dag; ruziemaker.Broke,brouk, imperf. vanto break.Broken,brouk’n, part. perf. vanto break:Broken bread (victuals)= restanten, klieken;Broken horse= gedresseerd;Old broken soldier= invalide;Broken wind= dampigheid;Broken-backed= doorgezakt;Broken-bellied= met een breuk; ontaard;Broken-down= geruineerd, ongelukkig;Broken-hearted,Broken-spirited= ontmoedigd;Brokenness= gebrokenheid.Broker,broukdə, makelaar, agent; uitdrager; soort deurwaarder, die meubilair, etc., waarop beslag is gelegd, verkoopt; koppelaar:Broker’s man= bediende van denBroker, die toe moet zien, dat niets vervreemd wordt;The brokers were put in= er werd beslag gelegd op de goederen;Brokerage= makelaarschap; commissieloon.[66]Brome,broum, dravik.Bromine,broum(a)in, broom.Brompton,bromt’n;Bromwich,bromidž.Bronchia,broŋkiə, luchtpijpvertakkingen;Bronchial,broŋkiəl(Bronchic,broŋkik) de luchtpijp betreffend:Bronchial tubes=Bronchia;Bronchitis,broŋkaitis, luchtpijpontsteking.Bronze,bronz, subst. brons, bronskleur, kunstwerk van brons; onbeschaamdheid; adj. van brons, bronskleurig;Bronzeverb. bronzen, hard maken;Bronze age (Bronze period)= bronsperiode;Bronze-liquor,Bronze-powder= preparaten om te bronzen.Brooch,broutš, subst. borst- of doekspeld, schilderij met ééne kleur.Brood,brûd, subst. gebroed, broedsel, kroost;Broodverb. broeden, koesteren; bepeinzen, peinzen; broeien, dreigen:He brooded overthe fire= hij zat over het vuur gebukt te peinzen;Brood-cage;Brood-hen;Brood-mare= fokmerrie;Brooder= broedmachine;Broody= broedsch; geneigd tot peinzen.Brook,bruk, subst. beek, stroompje;Brooklet= beekje;Brook-mint= waterkruizemunt;Brook-weed= waterpunge.Brook,bruk, verdragen, dulden.Broom,brûm, subst. brem, bezem;Broomverb. bezemen, vegen:New brooms sweep clean;Tohang out the broom= onbestorven weduwnaar zijn; ook gebruikt van trouwlustige weduwen;Broom-maker= bezembinder;Broom-staff,Broom-stick= bezemsteel:Tobe married over the broom-stick= over den puthaak getrouwd zijn;Broomy= vol brem.Broth,broth,brôth, bouillon, soep:A broth of a boy= een flinke jongen;Too many cooks spoil the broth= te veel koks bederven de brij.Brothel,broth’l, bordeel.Brother,brɐdhə, broeder, ambtsbroeder;Brother-in-law= schoonbroeder, stiefbroeder;Brother Jonathan= de Amerikanen;Brotherhood= broederschap, korpsgeest;Brotherlike= broederlijk; subst.Brotherliness.Brough,brɐf.Brougham,brûəm,brûm, eigennaam; meestbrouəmvoor een soort dicht rijtuig.Brought,brôt, imperf. en p.p. vanbring.Broughton,brôt’n,braut’n.Brow,brau, subst. wenkbrauw, voorhoofd, gelaat, voorkomen; rand (van afgrond of heuvel); loopplank:Tobend (contract, knit, wrinkle) one’s brows= het voorhoofd fronsen;Brow-ague= migraine;Browbeat= dreigend aankijken, overdonderen;Brow-bound= gekroond.Brown,braun, bruin, donker, ernstig; subst. een bruine kleur; ½ penny;Brownverb. bruinen, doorrooken, bruin worden; in ’t wild schieten (it):Not for brown= om den dood niet;In a brown study= in gepeins verzonken;Todo brown= afzetten, bedriegen;Brown Bess= oude snaphaan;Brown bill= oude strijdbijl;Brown bread;Brown cloth= ongebleekt linnen;Brown coal;Brown George= kommiesbrood, bruine kruik, soort pruik;Brown paper= pakpapier;Brown rust= roest (in koren);Brownish= bruinachtig;Brownness= bruine kleur.Brown, Jones and Robinson= Jan, Piet en Klaas; Jan en alleman.Brownie,brauni, goede huisgeest (Schotland).Browning,brauniŋ;Browningite,brauniŋgait, bewonderaar van R. Browning.Brownist,braunist, aanhanger van Robert Brown, uit den tijd van Elizabeth;Brownism= diens stelsel.Browse,brauz, subst. scheuten, spruiten;Browseverb. grazen, afknabbelen;Browsing= weideplaats.Bruges,brûdžiz, Brugge.Bruin,brûin, Bruin (de beer).Bruise,brûz, kneuzen, stampen; bont en blauw slaan; subst. kneuzing, buil;Bruiser= bokser, vechtersbaas;Bruise-wort,brûzwɐ̂t, smeerwortel.Bruit,brût, subst. gerucht, geraas;Bruitverb. verspreiden, ruchtbaar maken.Brumal,brûm’l, winter .…Brummagem,brɐmədžem, in Birmingham vervaardigd artikel; adj. valsch, nagemaakt, opzichtig:Brummagem buttons= valsch geld.Brunette,brunet, brunette; bruinachtig.Brunonian,brunounj’n:Brunonian theory= Brownism; subst. student of gegradueerde van de Br. universiteit (Rhode Island).Brunt,brɐnt, hevige schok, woeste aanval, geweld, het heete (van een gevecht), hoogtepunt:Tobear the brunt of= het meest te verduren hebben.Brush,brɐš, subst. borstel, kwast of penseel, wisscher; kreupelboschje; schermutseling, woeste rit; volle staart (b.v. van een vos); draadbundel (Electr.);Brushverb. borstelen (down, up), schilderen, strijken langs, opfrisschen, voorbijsnellen (by):He paints with the big brush= legt het er dik op;Tomake a brush= zich uit de voeten maken;Give me a brush (down)= borstel me eens af;Tarred with the same brush= met hetzelfde sop overgoten;Their coats were soundly brushed= zij kregen er flink van;Brush-maker= borstelmaker;Brushwood= kreupelbosch, bezemrijs;Brushwheels= raderen, die elkander door wrijving, niet door tanden in beweging brengen;Brushing gallop= gestrekte gallop;Brushy= borstelig.Brusque,brɐsk, kortaf; ruw;Brusqueverb. bruskeeren.Brussels,brɐs’lz, Brussel(sch):Brussels carpet;Brussels lace;Brussels sprouts= spruitjes.Brutal,brût’l, dierlijk, onmenschelijk:Brutality= dierlijkheid, grove zinnelijkheid, ruwheid;Brutalize= verdierlijken, verwilderen.Brute,brût, subst. redeloos beest, bruut; adj. redeloos, ruw, dom, dierlijk;Brutish= dierlijk, zinnelijk, dom; subst.Bruteness.Brutus,brûtəs.Bryan,braiən.Bryony,braiəni, heggerank.Bubble,bɐb’l, subst. bobbel, luchtbel, zeepbel (ookfig.), zwendel, windhandel;Bubbleverb. bobbelen, opborrelen, pruttelen, murmelen, beetnemen:Bubble companies= zwendelmaatschappijen;Bubbler= bedrieger.Bubby,bɐbi, tiet; ventje, kereltje (Am.).Bubo,bjûbou, kliergezwel; ooruil;The bubonicplague= builenpest.[67]Buccal,bɐk’l, wang - -.Buc(c)an,bɐk’n, subst. rek om vleesch op te rooken;Buccanverb. rooken.Buccaneer,bɐkənîə, subst. zeeroover, vrijbuiter;Buccaneerverb. zeerooverij plegen.Buccleugh, Buccleuch,bəklû.Bucentaur,bjûšəntö,bjusentö, Bucentaur; staatsiebark der Venetiaansche doges.Bucephalus,bjusefəlɐs, Bucephalus, rijpaard.Buchanan,bəkanən;Bucharia,bjukêriə, Bokhara.Buck,bɐk, subst. bok, mannetje (van verschillende dieren); fat, pierewaaier, mannelijke neger (Indiaan), zaagbok (Amer.), sixpence;Buckverb. paren (van sommige dieren); bokken (van paarden):My buck= ouwe jongen;Tobuck up= zich taai houden; optooien;Buck-bean=Bog-buck;Buck-eye= Amerik. paardekastanje; spotnaam voor een bewoner van Ohio; kleine schoener;Buck-eyed= met slechte oogen (paard);Buck-horn= hertshoorn;Buck-hound= soort jachthond:Master of the buck-hounds= opperjagermeester aan het Eng. hof;Buck-jumper= bokkend paard;Buck-party= heerenpartij;Buckskin, subst. bokkevel; zacht, geel leer; broek (gewoonlijk meerv.); adj. van bukskin;Buckstall= net om herten, etc. te vangen;Buck-stick= vervelende vent (Anglo-Ind.);Buckthorn= wegedoorn;Buck-tooth= vooruitstekende tand;Buckwheat,bɐkwît, boekweit;Bucker=Buck-jumper;Buckish= fatterig; subst.Buckishness.Buckeen,bɐkîn, Iersch jonker; fat.Bucket,bɐkət, emmer, puts; ½ bushel;Bucketverb. putten, te snel vooroverbuigen (roeisport); er snel van door gaan, afjakkeren, bedriegen:Togive the bucket= de laan uitsturen;Tokick the bucket= het hoekje om gaan, sterven:Bucket-shop= kantoor voor het afsluiten van kleine weddenschappen;Bucketful:Itrained in buckets full= het kwam met emmers uit de lucht vallen.Buckle,bɐk’l, subst. gesp, krul, bocht;Buckleverb. gespen, zich krullen, buigen, insluiten, krachtig aanpakken, zich toerusten:The horsebuckled downto the journey= aanvaardde, maakte zich klaar;You’llhave tobuckle to= gij zult u moeten inspannen;Tobuckle with= handgemeen worden met;Buckler= beukelaar;Buckler-thorn= Christusdoorn, steekdoorn.Buckram,bɐkr’m, subst. grove, gepapte linnen stof; stijfheid; adj. stijf, vormelijk;Buckramverb. stijven:Men in buckram= inbuckramgekleede mannen, alleen in de verbeelding bestaande mannen (toespeling op Falstaff).Bucks,bɐks, verkorting voorBuckinghamshire,bɐkiŋəmšə,bɐkiŋhamšə.Bucolic,bjukolik, subst. herdersgedicht; landman; adj. herderlijk =Bucolical.Bud,bɐd, subst. knop, kiem; snoes;Budverb. uitbotten, knoppen, zich ontwikkelen; enten;Budlet= knopje.Buda,bjûdə, Ofen.Buddha,budha,bûda, Boeddha;Buddhism;Buddhist.Budgerow,bɐdžrou, vaartuig (Br. Ind.).Buddle,bɐd’l, subst. soort trog;Buddleverb. erts wasschen.Budge,bɐdž, subst. lamsvel, leeren zak; adj. met lamsvel omzoomd; stijf, pedant:Budge Bachelors= arme, oude, in lamsvel gekleede mannen, die vroeger denLord Mayorbij zijn intocht vergezelden.Budge,bɐdž, zich bewegen, verroeren.Budget,bɐdžət, zak, holster, voorraad, budget:Budget Speech= millioenenrede;The ministeropened the Budget= hield de millioenenrede.Buff,bɐf, subst. sterk (buffel)leer (met olie bereid), leeren kolder, geelbruin, naakte huid; adj. leeren, geelbruin:The Buffs= hetEast KentRegiment;All in buff= spiernaakt.Buff,bɐf, slag, stoot, onzin;Buffverb. dreunen; dempen, verzwakken (Schot.);Tostand buff= weerstaan, standhouden;Blindman’s buff= blindemannetjes(spel);Tosay neither buff nor baff(stye)= boe noch ba zeggen;Buffer= stootkussen, pistool, vent, hond:An old buff= gezellige “ouwe” baas.Buffalo,bɐfəlou, subst. buffel, bison van N. Amer.;Buffalo-chips= gedroogde buffelmest (brandstof);Buffalo-grass= prairiegras;Buffalo-robe= reisdeken van buffelvel.Buffet,bɐfət, buffet.Buffet,bɐfət, subst. klap, vuistslag; geweld (van wind of golven):Buffetverb. slaan, beuken, worstelen met, boksen.Bufflehead,bɐf’lhed, dikkop, domkop.Buffo,bɐfou,bufou, subst. komisch (opera) zanger; adj. grappig;Buffoon,bəfûn, potsenmaker, Jan Klaassen;Buffoonery,bəfûnəri= grappen en streken.Bug,bɐg, wand- of weegluis, kever, kabouter, bloedzuiger (fig.):He isas snug as a bug in a rug= hij heeft een leventje als een vloo in eene wollen deken (zéér plat).Bugbear,bɐgbêə, boeman.Buggy,bɐgi, vol luizen of wormen; vermolmd.Buggy,bɐgi, licht rijtuig op twee (inAm.vier) wielen met ééne zitbank; kolenwagentje.Bugle,bjûg’lsubst. lange zwarte kraal, zenegroen; (jacht)hoorn; neus;Bugleverb. hoornblazen:Tosound the bugle= signaal blazen;Bugle-call= hoornsignaal;Bugler= trompetter.Bugloss,bjûglos, ossetong (plant).Buhl,bûl, goud, ivoor, schildpad of paarlemoer gebruikt voor inlegwerk; ingelegd werk; onnatuurlijkheid.Build,bild, subst. vorm, maaksel, bouw;Buildverb. bouwen, stichten; versterken; aanleggen:Rome was not built in a day;Builder= bouwmeester, schepper:General builder= aannemer;Builder’s estimate= bestek;Building= gebouw;Building-site= bouwterrein;Built,bilt, imperf. en p.p. vanto build.Bulb,bɐlb, subst. bol, bolletje, appel (oog);Bulbverb. vooruitsteken, uitzetten:Bulb culture,Bulb growers= kweeken, kweekers;Bulbaceous,bɐlbeišəs, bolvormig;Bulbiferous= bollen voortbrengend;Bulbiform= bolvormig;Bulbous= knolachtig, rond;Bulbule,bɐlbjûl, bolletje.Bulbul,bulbul, nachtegaal (Perzië).[68]Bulgaria,bɐlgêriə, Bulgarije;Bulgarian= Bulgaar(sch).Bulge,bɐldž, subst. buik; buikdelling (scheepst.);Bulgeverb. vooruitsteken.Bulimia,bjulimiə,Bulimy,bjûlimi, geeuwhonger.Bulk,bɐlk, omvang, grootte, volume, massa; meerendeel; scheepslading; hoofd:By the bulk= alles met elkaar;In bulk= in losse massa, hoopen;Tobreak bulk= beginnen te lossen;Laden in bulk= met stortgoederen (graan, zout) geladen;Bulkhead= schot;Watertight bulkhead= waterdicht schot;Bulkiness= omvang;Bulky= groot, zwaar.Bull,bul, subst. stier, speculantà la hausse(zieBear); bul van den Paus; onzin, domheid; adj. van grooten omvang; mannetjes …;Bullverb.à la haussespeculeeren:Hetook the bull by the horns= pakte de koe bij de horens;John Bull= de Eng. natie;Bull-baiting= het vechten van stieren met honden;Bull-beef= ossenvleesch;Bull-calf= bulkalf; uilskuiken;Bulldog= bulhond; dienaar van den Proctor; revolver;Bulldoze= lange zweep (Am.);Bulldozeverb. ranselen, overdonderen;Bull’s-eye= rond venster of opening, dievenlantaarn, dik glas in een scheepsdek, roos (van schietschijf), schot in de roos, kleine, storm voorspellende wolk, kokinje:That is wide of the Bull’s-eye= de plank ver mis;Bull-faced= met grof en groot gezicht;Bullfinch= bloedvink;Bull-feast,Bull-fight= stierengevecht;Bullfrog= brulkikvorsch;Bullhead= rivierdonderpad; waterinsect; domkop;Bullheaded= doldriftig en koppig;Bull-pup= jonge bulhond;Bullroarer(zieTurndun);Bull-terrier= gekruist ras tusschen bulhond en dashond;Bull-trout= zalmforel;Bullwort= komijn (zwarte).

Boycot,bôikət, zich vereenigen ter algeheele uitsluiting van iemand, maatschappelijk of op handelsgebied; subst. dit uitsluiten;Boycotee= uitgeslotene;Boycotism=Boycot;Boycotter= wie zich bij eenboycotaansluit.Boyer,bôiə, boeier.Boz,boz,bouz.Brabant,brâb’nt,brâbant;Brabantine,brəbantin, Brabantsch.Brabble,brab’l, subst. getwist, ruzie;Brabbleverb. twisten;Brabbler= twister.Brace,breis, subst. riem, stut, anker, band, bras; bretel, draagband, koppel, spanning, accolade, bras, spansnoer (v. een trom); drank (Amer.);Braceverb. spannen, vastbinden, verankeren, verfrisschen, brassen, versterken:He braced himself (up) againstmisfortune= zette zich schrap;Brace up your head,you have done nothing to be ashamed of= houd … omhoog;Bracer= gordel, zwachtel, versterkend geneesmiddel; drank (Amer.); flinke wandeling;Bracing= versterkend, opwekkend; subst. verankering:Bracing air= opwekkende lucht.Bracelet,breislət, armband, armscheen; handboei.Brach,bratš,brak, brak.Brachial,brakjəl,breikjəl, arm - -, armvormig.Brachiate,braki-it,breiki-it, kruisvormig.Bracken,brak’n, varen.Bracket,brakət, subst. console, kraagsteen, gasarm, étagère, haakje:Bracketverb. tusschen haakjes plaatsen, met klampen verbinden:This writer bracketswomen with fools= plaatst op ééne lijn met;Bracket-light= gasarm;Bracket-seat= klapstoel.Brackish,brakiš, brak, zoutachtig;Brackishness= brakheid.Bract,brakt, dekblad;Bracteolate,braktîəlit, van dekbl. voorzien;Bracteole,braktioul, dekblaadje.Brad,brad, spijker zonder kop, stift;Bradawl= els.Bradshaw,bradshô, bekende reisgids.Brag,brag, subst. bluf, zeker kaartspel;Bragverb. bluffen, pochen (of, about):He is all brag= hij is een praalhans;Braggadocio,bragədoušiou, praalhans, bluffer, gesnoef;Braggart,bragət, subst. pocher, bluffer; adj. blufferig;Bragger= pocher.Brahm(a),brâm, brâmâ, Brahma;Brahman, Brahmin,brâm’n, brâmin, priester van Brahma;Brahminee,brâminî= vrouw uit de B. kaste; Brahmaansch =Brahmanic(al);Brahminism= Brahminisme.Braid,breid, subst. vlecht, nestel, smal boordsel of veterband;Braidverb. vlechten, garneeren.Brail,breil, subst. leeren riem tot het opbinden van de vleugels van valken; geitouw;Brailverb. opbinden, geien.Brain,brein, subst.brein;Brainverb. de hersens inslaan;Brains= hersenen, verstand, verbeelding:Tobeat (dash, knock) out a person’s brains= iemand de hersens inslaan:Toblow out one’s brains= zich een kogel door den kop jagen;Topick a person’s brains= letterk. diefstal bedrijven;The interviewer triedto pick (suck) the poet’s brains= den dichter uit te hooren;Toturn one’s brain= duizelig, ijdel maken;Brain-fag= hersenvermoeidheid;Brain-fever= hersenziekte;Brain-pan= hersenpan;Brainsick= krankzinnig; subst.Brainsickness;Brain-tapper= iemand die anderen uithoort, om later met hunne ideeën te pronken;Brainy= knap, vlug.Braise,breiz, (vleesch) smoren; subst. gesmoord vleesch.Brake,breik, doornbosch, braambosch, varenkruid, boschje; vlasbraak, slinger (van eene pomp), bakkerstrog, kluitenbreker, rem, wagen (om paarden af te rijden en te dresseeren), hoefstal (voor onwillige paarden bij het beslaan);Safety brake= noodrem;Toapply, put on the brake= remmen;Brake(s)man= remmer;Brake-van= remwagon;Braky= doornig, ruw.Bramah,brâma, brama, een bekend werktuigkundige:Bramah lock= een naar hem genoemd slot.Bramble,bramb’l, braamstruik, doornbosch; heester;Bramble-berry= braambes;Bramble-net= slagnet;Bramble-rose= hondsroos.Brambling,brambliŋ, bergvink.Brambly,brambli, vol braamstruiken; narrig.Bran,bran, zemelen;Branny= vol zemelen.Brancard,braŋked, brancard.Branch,brânš, subst. tak, arm, afdeeling, filiaal, zijlijn, loodspatent, stang, been van een passer; adj. zij…;Branchverb. takken schieten, vertakken, met takken versieren:Here the alleybranched off fromthemain street= hier ging de steeg van de hoofdstraat af.Branchiae,braŋkiî, kieuwen;Branchial,braŋkiəl= kieuw…;Branchiate(d)= van kieuwen voorzien.[62]Brand,brand, subst. brandend stuk hout, fakkel, brand (plantenziekte), (brand)merk, soort, hoedanigheid, schandvlek; zwaard;Brandverb. brandmerken (ookfig.), griffen:Theyset a brand uponhim= hij werd gebrandmerkt;Cigars and winesof the choicest (best) brands= fijnste merken;Brand-fox,Brand-goose, ZieBrent;Brand(ing)-iron= treeft; brandijzer;Bran(d)new,bran(d)njû, spiksplinternieuw.Brandish,brandiš, zwaaien.Brandy,brandi, brandewijn, (French)Brandy= cognac; cider, persico (Am.):He wasin a state of brandy= dronken;Brandy-ball= likeurbonbon;Brandy-faced= met een gezicht, als iemand die aan den drank is;Brandy-nose= jeneverneus;Brandy-pawnee=toddyvan cognac (Eng.-Ind.).Brank-ursine,braŋkɐ̂sinofbraŋkɐ̂sin, acanthus.Brant-fox, Brant-goose, ZieBrent.Brash,braš, subst. afgebrokkelde rotsen of ijsschotsen; uitslag; regenbui; adj. broos; haastig, driftig;Brashverb. verbrijzelen (Dial.);Brashy= kruimelig; regenachtig (Dial.).Brass,brâs, subst. geel koper, brons (Monumental brass) bronzen gedenkplaat, (koper) geld, brutaliteit, koperinstrumenten (in een muziekkorps); adj. koperen;Brassverb. verkoperen, opdokken (up):As bold as brass= zoo brutaal als de beul;Brass-band, ZieBand;Brass-foil= klatergoud;Thebrass-throatedtrumpet= de schetterende trompet;Brass-visaged= onbeschaamd, brutaal;Brassy= koperachtig, koperkleurig; onbeschaamd.Brassard,brəsâd,brasəd, rouwband, armband.Brasset,brasət, ijzeren armbeschermer =Brassard.Brassey,brâsi, houten kolf met koperen zool (Golfspel).Brassica,brasikə, kool.Brat,brat, kind, jong.Bravado,brəveido,bravâdou, blufferij, aanmatigende bedreiging, uitdaging:In bravado= uitdagend, blufferig.Brave,breiv, moedig, dapper, koen, onverschrokken; statig, prachtig, kostbaar; subst. een dappere, een (dapper) Roodhuid;Braveverb. weerstaan, braveeren, trotseeren, onbeschaamd volhouden (beweren, doorzetten):A brave show= een kranige (fraaie) vertooning;Bravery= dapperheid, pracht, glans.Bravo,brâvou,breivou, subst. bandiet, sluipmoordenaar; interj. Mooi zoo! Bravo!Bravura,bravûrə, subst. bravour-aria; adj. schitterend, bravour - -.Brawl,brôl, subst. ruzie, twist; oude dans;Brawlverb. ruzie hebben, lawaai maken; bruisen;Brawlerruziemaker, lawaaimaker.Brawn,brôn, wild zwijnenvleesch (gekookt en gepekeld); hoofdkaas; spiervleesch, spierkracht:A man ofbrawn and muscle= gezond en sterk;Brawner= wild zwijn, voor den disch geslacht;Brawniness= vleezigheid, gespierdheid;Brawny= gespierd.Bray,brei, balken, onaangenaam klinken; uitbazuinen (out); fijn stampen; subst. gebalk;Brayer= schreeuwer; stamper.Braze,breiz, bronzen, stalen (fig.).Brazen,breiz’n, adj. geelkoperen; onbeschaamd, hard;Brazenverb. zich onbeschaamd gedragen, onbeschaamd volhouden (out);Brazen-face= onbeschaamde kerel;Brazen-faced= onbeschaamd.Brazier,breižə, koperslager; (koperen) komfoor.Brazil(-wood),brəzil(wud), fernambuk-hout;Brazilian= Braziliaan(sch).Breach,brîtš, subst. breuk, bres, overtreding, inbreuk, twist; branding, stortzee;Breachverb, bres schieten:Breach of (the) peace= rustverstoring;Breach ofpromise= verbreking van trouwbelofte.Bread,bred, brood (ookfig.):He knows on which side his bread is buttered= hij kan meer dan brood eten;Bread and butter= boterham (ookfig.):Toquarrel with one’s bread and butter= zich zelf in ’t licht staan;Aslice (piece) of bread and butter= boterham;The bread and butter brigade= baantjesjagers (Amer.);She is a merebread and butter miss= een echt bakvischje;Who finds my bread and cheese, it’s to him I dance= wiens brood men eet, wiens woord men spreekt;Bread-basket= broodmand; maag;Bread-crumb= broodkruimel;Bread-fruit= broodvrucht;Breadstuffs= meel, etc. (Amer.);Bread-tin= broodvorm:She had beenbuttering her bread-tins= gezorgd, dat ze “binnen” kwam;Bread-winner= kostwinner.Breadth,bredth, breedte, ruimte van opvatting, algemeenheid van blik.Break,breik, subst. breuk, scheur, afbreking, rustpunt, pauze, overgang, poging tot vluchten, uitbarsting, stroomwisselaar, afbreekteeken, dageraad, rem; rijtuig (brik), serie caramboles:Yes, she said, witha break in her voice= met (van aandoening) gebroken stem;Breakverb. breken, scheuren, afbreken, aanbreken, verpletteren, verspreiden, verstrooien; verzwakken, onderdrukken, dresseeren, bankroet maken, wegzenden, schenden, overtreden, verminderen; mededeelen (voor het eerst), dagen, uitbarsten, uitroepen, failliet gaan, doen springen, achteruitgaan, zich een weg banen, de vriendschap afbreken, veranderen:Tobreak one’s back= den nek breken, te gronde richten;Tobreak the back of= iemand den nek breken; het moeilijkste van een werk achter den rug zien te krijgen;Tobreak balls= het spel (of een serie) beginnen (bilj.);Tobreak bulk= beginnen te lossen;Tobreak cover= “uitvaren” van den vos;Tobreakone’sfast= ontbijten;Tobreak ground= eene loopgraaf openen, met iets beginnen;Tobreaka person’shead= iemand een gat in het hoofd slaan;Tobreakone’sheart= diep bedroefd zijn;Tobreakone’sheart toa person= uitstorten;Tobreak the ice= het ijs breken; gesprek beginnen;Tobreak jail= uitbreken;Tobreak jestson= aardigheden tappen over;Tobreakalance with= een lans breken, zich meten met;I brokethe newsgently to him= deelde hem voorzichtig mee;Break ranks!ingerukt, marsch!Tobreakasovereign= wisselen;[63]Tobreak wind= een ‘boer’ laten.Met voorzetsels en bijwoorden:Tobreak away= afbreken; zich losrukken van, wegsnellen, er uit breken;Tobreak down= afbreken, te gronde richten, defect raken, vallen, blijven steken, geen woord uit kunnen brengen;He brokedownin his speech= bleef steken;She brokedownin her knitting= raakte in de war;Break-down van= déraillementswagen;Tobreak forth= losbarsten, uitbarsten, plotseling te voorschijn komen;Tobreak inhorses= dresseeren;Tobreak intoa house= inbreken;Tobreak ofa habit= afleeren;Tobreak onthe wheel= radbraken;Young men willbreak out= loskomen, uit den band slaan;The court, meeting, school brokeup= ging uit(een);The fair was brokenup= afgebroken;The cold weather broke(up) = sloeg om, veranderde;Itbreaks upon me= ’t wordt me plotseling bewust;Tobreak witha person= vriendschap afbreken;Why do youbreak in uponmy rest? = verstoort gij?He brokein uponus= kwam ons storen;Let us notbreak withhim on that subject= laten wij hem daaromtrent niets mededeelen;Hebroke withthe turf, and sold his horses= deed niet meer aan wedrennen;I represented my uncle asbreaking= doodziek, stervende;However strong the rope, it has itsbreaking-strain= ieder touw, hoe sterk ook, heeft een punt, waarop het breken moet;Brokenfood, meat, victuals= kliekjes;A house ofbroken fortunes= dat betere dagen gekend heeft;Breakage,breikidž, het breken, schadevergoeding voor bij vervoer gebroken goederen;Break-down= instorting, mislukking, storing; soort van wilde dans;Break-down gang= troep arbeiders, om de spoorbaan (na een ongeluk) vrij te maken;Breaker= breker, stortzee, ijsbreker, watervaatje in sloepen;Breakers= branding;Breakfast,brekf’st, subst. ontbijt;Breakfastverb. ontbijten, een ontbijt verschaffen:Tohave breakfast= ontbijten;Imade a hearty breakfast= ontbeet stevig;Break-neck, subst.gevaarlijke val of plaats; adj. halsbrekend, gevaarlijk:Ridingat break-neck pace= in dolle vaart;That isa break-neck affair;Breakwater= stroomleidende dam.Bream,brîm, subst. brasem.Bream,brîm, (een schip van onderen) schoon branden.Breast,brest, subst. borst, boezem, binnenste, hart, de voorzijde;Breastverb. weerstaan, te gemoet gaan, bestijgen, omhoog stijgen op:Togive (take)the breast;Imade a clean breastof it= ik biechtte alles op;To breast upa hedge= eene heg gelijk of glad snoeien;This book has inspired many a youthto breast the chance of fate= te trotseeren, het hoofd te bieden;Breast-fast= dwarstros om een schip te meeren aan den wal, etc.;Breast-knot= strik(je) op de borst;Breast-pin= borstspeld;Breast-rail= bovenste leuning van een balcon, hek;Breastwork= borstwering, hek, schanskleed;Narrow-breasted= met smalle borst.Breath,breth, adem, leven, ademhaling, ademtocht, tijd, oogenblik, uitstel, rust, luchtje; woord, stem, taal, rede; stemloosheid:Breath-consonant= stemlooze medekl.;At a (one) breath= in één adem, tegelijk;Below one’s breath= fluisterend;Out of breath= buiten adem;Under one’s breath= nauw hoorbaar;By keeping his lips firmly closed, hecaught his second breath= kwam hij weer op adem;Hedrew a long breath= haalde diep adem;Hegave up his breath= gaf den geest;Toget a breath of air= een luchtje scheppen;Heheld his breath= hield in;Hetook breath= schepte;Breathed,bretht, stemloos;Breathless= ademloos;Breathlessness= ademloosheid.Breathable,brîdhəb’l, in te ademen;Breathe,brîdh, ademen, leven, op adem komen, rusten, blazen, waaien, geuren, ruiken naar (of), uit- of inademen, op adem laten komen, zacht spreken, uiting geven aan, uitdrukken:We shallbreathe him= op adem laten komen;Hebreathed his last= gaf den geest;Tobreathe a vein= een ader openen;Hebreathed a wish= hij uitte den wensch;Tobreathe upon= iets kwaads toefluisteren over;Breather:That hill’s a breather= het beklimmen van dien heuvel beneemt iemand den adem;Togive a horse a breather= afrijden;Breathing= ademen, zucht, lichaamsbeweging, uiting, rust:Breathing-space (Breathing-spell, Breathing-time)= tijd om op zijn verhaal te komen, rusttijd.Breccia,bre(t)šə, brecciën.Bred,bred, imp. en p.p. vanto breed.Breech,brîtš, subst. achterste, sluitstuk;Breechverb.,britš,brîtš, eene broek aandoen, voor de broek geven:Towhip on the breech= voor de broek geven;Breeches,britšiz,brîtšiz, broek:Shewears the breeches= zij heeft de broek aan;Breech-clout= Ind. lendendoek;Breech-loader= achterlaadgeweer;Breeching= pak voor de broek; broek (vanpaardetuig), broeking (v. een kanon).Breed,brîd, subst. geslacht, ras, soort, gebroed;Breedverb. voortbrengen, telen, fokken, zich vermeerderen, ontstaan, zich ontwikkelen, veroorzaken, grootbrengen:Tobreed in and out= afwisselend met oud en nieuw fokmateriaal;Breeder= fokker, fokdier;Breeding= voortbrenging, fokken, beschaving;Breeding in and in= steeds fokken met dezelfde dieren;Breeding-cage= broedkooi;Breeding-place;Breeding-pond.Breeze,brîz, subst. bries, lawaai, twist, gerucht;Breezeverb.:Breeze up= aanwakkeren.Breeze,brîz, brems (insect).Breeze,brîz, veegsel, kolenstof.Breezy,brîzi, winderig, druk.Brehon,brîh’n, voormalig erfelijk Iersch rechter:Brehon law= oud Iersch recht.Brent,brent:Brent-fox= lichtkleurige vos;Brent-goose= ringelgans;Brent Hill:He is lookingfrom under Brent Hill= kijkt boos.Brethren,bredhr’n, broeders (fig.);Brethren of the brush (pen)= kunstbroeders;My Brethren= Geliefde Broeders en Zusters.Breton,bret’n, Bretagner; ook adj.Bretwalda,bretwôldə, Angel-Saksisch hoofd.Breve,brîv, twee heele noten (in de muziek); boogje boven een klinker. (˘)Brevet,brevət,brəvet, brevet, patent;Brevet[64]verb. tot titulairen rang verheffen;Brevet rank, Brevetcy= titulaire rang zonder de bij dien rang behoorende soldij.Breviary,brîvjəri,brevjeri, brevier.Brevier,brəvîə, brevier (soort drukletter).Brevity,breviti, kortheid, beknoptheid:Brevity is the soul of wit= kort maar krachtig.Brew,brû, brouwen (ookfig.), vermengen, uitbroeden, broeien, opkomen, dreigen; subst. brouwsel:A storm is brewing= er broeit;Mischief is brewing= er broeit wat;As you have brewed so shall you drink= gelijk gij zaait, zult gij maaien;Brew your own tea= bemoei je met je eigen zaken;Brewage= brouwsel;Brewer (Brewster)= brouwer;BreweryofBrew-house= brouwerij;Brewis=Broth.Brewershaven,brûəzheiv’n, Brouwershaven.Briar,braiə, heideplant (Erica arborea), pijp van dat hout gemaakt. ZieBrier.Briarean,braiêrj’n,braiərîən, honderdhandig;Briareus,braiêriəs,braiəriəs.Bribable,braibəb’l, omkoopbaar;Bribe,braib, subst. steekpenning, omkooperij, lokaas;Bribeverb. omkoopen, verleiden;Bribeable=Bribable;Briber= omkooper;Bribery= omkooperij, omkoopbaarheid.Bric-a-brac,brikəbrak, snuisterijen.Brick,brik, subst. baksteen, blok; kranige vent (meid);Brickverb. bouwen, bekleeden, baksteenen nabootsen; adj. steenen:A box of (wooden) bricks= bouwdoos;I resisted himlike bricks= zeer krachtig;Brick-bat= stuk baksteen:Brickverb. gooien met stukken baksteen;Brick-clay= tichelaarde;Brick-dust= steengruis;Brick-kiln= steenoven;Brick-layer= metselaar;Brick-laying= het metselen;Brick-maker= steenbakker;Brick-moulder= steenvormer;Brick-nogging= metselwerk tusschen houtwerk;Brick-tea= Tartaarsche thee;Brick-work= metselwerk;Brick-works, Brick-yard= tichelwerk;Brickish= als van steen:Of a brickish red= steenrood.Bridal,braid’l, subst. huwelijksfeest; adj. bruids - -, bruilofts - -:Bridal dress= bruidsjapon.Bride,braid, bruid, pas getrouwde vrouw;The bride elect= bruid (in de bruidsdagen);Bride(s)-cake= bruidstaart;Bridegroom= bruidegom, jong gehuwd man;Bride(’s)-maid, Bride(’s)-man= bruidsmeisje, bruidsjonker;Bride-wort= moerasspiraea, theeboompje.Bridewell,braidwel, een oude gevangenis in Londen; gevangenis, huis van correctie.Bridge,bridž, subst. brug, kam(van eene viool), het bovendeel van den neus, een kaartspel;Bridgeverb. een brug leggen, overbruggen:We havebridged over the difficulty= geëffend;Bridge-head= bruggenhoofd (Mil.);Bridge-railing= leuning;Bridge-toll= tol;Bridge-train= pontontrein.Bridget,bridžət, Brigitta.Bridle,braid’l, subst. teugel, toom, beteugeling;Bridleverb. beteugelen, in toom houden; het hoofd in den nek werpen, opstuiven(up):She wasa bridling little piece of consequence= zij was een pedant stukje gewichtigheid;Bridle-hand= linkerhand:You shall notget hold of my bridle-hand= ge zult me de teugels niet uit handen nemen;Bridle-path, Bridle-way= rijpad.Bridoon,bridûn, trens.Brief,brîf, adj. kort, beknopt; subst. uittreksel, beknopte instructie, die door densolicitoraan den te pleitenbarristerwordt overhandigd; exploit; pauselijke brief of breve:In brief= kortom;To hold a brief= een rechtszaak in handen hebben;To take a brief= de verdediging op zich nemen;A briefless lawyer= die geen praktijk heeft;Briefness= beknoptheid, bondigheid.Brier,braiə, doornstruik; wilde roos:He isin the briers= hij zit er leelijk in;Sweet brier= eglantier; roos;Briery= vol doornen.Brig,brig, brik.Brigade,brigeid, subst. brigade;Brigadeverb. tot eene brigade vereenigen;Brigadier,brigədîə, brigade-generaal.Brigand,brig’nd, roover;Brigandage= rooverij.Brigantine,brig’ntîn,brig’ntin, brigantijn of schoenerbrik.Brigham-Young,brig’m-jɐŋ.Bright,brait, schitterend, lichtend, prachtig, beroemd, klaar, helder (ookfig.), gunstig, vernuftig, geestig, levendig, opgewekt, “glad” (Am.);Brighten= verhelderen, verlichten, opklaren, opvroolijken, opscherpen, glans bijzetten, polijsten;Brightness= glans, etc.Bright’s Disease,braitsdizîz, een nierziekte.Brighton,brait’n;Brigit,bridžit.Brill,bril, witte tarbotsoort.Brilliance,brilj’ns,Brilliancy,brilj’nsi, glans, schittering;Brilliant,brilj’nt, adj. schitterend, glansrijk, geestig; subst. briljant (druk);Brilliantness=Brilliancy.Brim,brim, subst. rand, boord, kant:Full to the brim= boordevol;Brimverb. tot den rand vol zijn of vullen:Tobrim over= overvol zijn;Brimming over with happiness= uitgelaten van;Brimful= boordevol; subst.Brimfulness;Brimmer= tot aan den rand gevulde roemer.Brimstone,brimst’n, subst. zwavel; helleveeg; adj. van zwavel, zwavelkleurig:Vegetable brimstone= blitzpulver.Brinded,brindid,Brindled,brind’ld, gestreept, getijgerd.Brine,brain, subst. brem of pekel; de zee; tranen;Brineverb. pekelen:Brine-pan= zoutpan (zouttuin);Brine-pit= zoutkuil;Brine-spring= zoutbron.Bring,briŋ, brengen, halen, geleiden, doen komen, indienen, veroorzaken, overhalen:Things neverbring what they cost= brengen nooit op;Your letter brought us £ 200= bevatte;Tobring an actionagainst a person= actie instellen;Tobring word= bericht brengen;Tobring low= doen verarmen, op ’t ziekbed werpen, verootmoedigen;Tobring to pass= teweegbrengen, tot stand brengen;Tobring about= bewerkstelligen; overreden;Tobring beforethe public= uitgeven, publiceeren;That speechbroughtthe Housedown= deed het huis (de zaal) daveren van toejuichingen;He[65]brought downhis hand on the table= sloeg met de vuist;I willbringhis pridedown= ik zal zijn trots wel breken;Tobring forth= baren, werpen;Tobring forward= vooruitbrengen, transporteeren, aanvoeren, bijbrengen;Tobring home= thuis brengen; bewijzen, duidelijk maken;Tobring in= binnenbrengen, invoeren, opbrengen, bijbrengen:The jurybroughthiminguilty= verklaarde hem schuldig;Tobring off= wegbrengen, redden, er bovenop halen (van zieken);Tobring on= veroorzaken, ter sprake brengen, beginnen;Tobring out= voor den dag halen, doen uitkomen, voor ’t eerst opvoeren (uitgeven);Tobring over= overbrengen, andersdenkenden tot onze meening of partij overhalen, transporteeren;Tobring round= zijn doel bereiken, tot bewustzijn brengen, tot andere (onze) opvatting brengen;Tobring to= brengen naar, er toe brengen, bijbrengen, bijdraaien, tot staan brengen;Tobring together= samenbrengen, verzoenen;Tobring up= boven brengen, groot brengen, te berde brengen, aanklagen, bijbrengen, transporteeren, tot staan brengen, tot staan komen, onderbreken, braken, aanvoeren:Tobring up the rear= de achterhoede vormen (aanvoeren), den aftocht dekken;Hebrought upwith a bump against the door= kwam met een harde bons tegen de deur aan;Ibrought upthe cartridge of a repeating rifle= bracht een patroon voor;Bringer= brenger;Bringer-up= opvoeder;Bringing-up= opvoeding.Brink,briŋk, rand:We areon the brink (verge) of ruin= rand des ondergangs.Briny,braini, zout:Thebriny= het zilte nat.Briquet(te),brikətbriket, briket.Brisgow,brisgou, Breisgau.Brisk,brisk, adj. levendig, vlug, flink, frisch, helder brandend, snelwerkend;Briskverb. verlevendigen, aanwakkeren (metup), snel komen aanloopen, vlug rondloopen (about); mooi kleeden;Briskness= levendigheid, etc.Brisket,briskət, borst (van een dier), borststuk:Brisket-bone= borstbeen.Bristle,bris’l, subst. borstel;Bristleverb. de haren overeind zetten, overeind gaan staan, opvliegen, boos worden, vol zijn van, vol liggen met:Toset up a person’s bristles= nijdig maken;My deskbristles with letters;He bristled up to me= kwam verontwaardigd naar mij toe;Bristly= borstelig.Bristol,brist’l, stad;Bristol-board= glad carton;Bristol-brick= schuursteen;Bristol-milk= sherry bowl.Brit,brit, verkort vanBritainenBritish; broed of jong van haring of sprot.Britain,britn, Brittanje = Britannia:Britain metal= Brittannia-metaal; Britannic = Britsch.British,britiš, Britsch:British gum= dextrine;Britisher= Engelschman (Amer.).Briton,brit’n, Brit.Brittany,britəni, Bretagne.Brittle,brit’l, broos, vergankelijk, onzeker; subst.Brittleness.Britz(s)ka,britskə, soort Russisch rijtuig.Broach,broutš, subst. els, priem, boorstift, spit, spits, jonge hoorn van een hert, (boor)gat;Broachverb. aansteken (van een vat), beginnen (over), ter sprake brengen; snel oploeven:He broached the subjectto me= begon er over;Broacher= verspreider.Broad,brôd, breed, wijd, uitgestrekt, ruim, omvangrijk, algemeen, groot, liberaal, tolerant, helder, duidelijk, volledig, open, plomp, brutaal, luid, plat; subst. plas; oude gouden munt (20 s.);Broads= kaarten;Broad Church= gematigd vrijzinnige richting in de Engelsche kerk;Broad compliment= grof;Broad daylight= helder dag;Broad gauge= wijdspoor;Broad nonsense= klinkklare onzin;Broad trade= nouveauté’s;(As) broad as (it is) long= zoo breed als het lang is, net hetzelfde;Broad arrow= regeeringsstempel op regeeringseigendom (b.v. op de kleederen der gevangenen, paarden der cavalerie, etc.);Broad-axe= timmermansbijl, houweel; strijdbijl;Broad-bill= lepelaar, lepelreiger;Broad-blown= in vollen bloei;Broad-brim= breedgerande hoed; Kwaker;Broadcast= subst. en verb. (het) wijd uitzaaien met de hand; adj. en adv. ruim en wijd gezaaid of verspreid;Broad-cloth= fijn zwart laken van dubbele breedte;Broad-piece= goudstuk van 20 sh. (17e eeuw);Broadseal= subst. Engelsch rijkszegel;Broad-set= van krachtigen lichaamsbouw;Broadsheet= aan eene zijde bedrukt groot blad; plakkaat, vlugschrift;Broadside= zijde (van een schip), volle laag; pamflet of groot vel;Broadsword,brôdsöd, slagzwaard;Broadwise= in de breedte;Broaden= breeder worden of maken;Broadness= ruwheid, platheid.Brobdingnag,brobdiŋnag;Brobdingnagian,brobdiŋnagiən, reusachtig; reus.Brocade,brəkeid, brocaat.Broc(c)oli,brokəli, Ital. aspergekool.Brochure,brošuə, brochure.Brock,brok, das; vuilpoes.Brocket,brokət, tweejarig hert.Broidery,brôidəri, borduurwerk:He described itwith much broidery= borduurde erg.Brogue,broug, grove schoen van ongelooid leer; provinciaal (vooral Iersch) accent;Brogues= broek.Broil,brôil, subst. tumult, twist;Broilverb. braden (op een rooster, in de zon); erg verhit zijn;Broiler= rooster, braadkippetje, heete dag; ruziemaker.Broke,brouk, imperf. vanto break.Broken,brouk’n, part. perf. vanto break:Broken bread (victuals)= restanten, klieken;Broken horse= gedresseerd;Old broken soldier= invalide;Broken wind= dampigheid;Broken-backed= doorgezakt;Broken-bellied= met een breuk; ontaard;Broken-down= geruineerd, ongelukkig;Broken-hearted,Broken-spirited= ontmoedigd;Brokenness= gebrokenheid.Broker,broukdə, makelaar, agent; uitdrager; soort deurwaarder, die meubilair, etc., waarop beslag is gelegd, verkoopt; koppelaar:Broker’s man= bediende van denBroker, die toe moet zien, dat niets vervreemd wordt;The brokers were put in= er werd beslag gelegd op de goederen;Brokerage= makelaarschap; commissieloon.[66]Brome,broum, dravik.Bromine,broum(a)in, broom.Brompton,bromt’n;Bromwich,bromidž.Bronchia,broŋkiə, luchtpijpvertakkingen;Bronchial,broŋkiəl(Bronchic,broŋkik) de luchtpijp betreffend:Bronchial tubes=Bronchia;Bronchitis,broŋkaitis, luchtpijpontsteking.Bronze,bronz, subst. brons, bronskleur, kunstwerk van brons; onbeschaamdheid; adj. van brons, bronskleurig;Bronzeverb. bronzen, hard maken;Bronze age (Bronze period)= bronsperiode;Bronze-liquor,Bronze-powder= preparaten om te bronzen.Brooch,broutš, subst. borst- of doekspeld, schilderij met ééne kleur.Brood,brûd, subst. gebroed, broedsel, kroost;Broodverb. broeden, koesteren; bepeinzen, peinzen; broeien, dreigen:He brooded overthe fire= hij zat over het vuur gebukt te peinzen;Brood-cage;Brood-hen;Brood-mare= fokmerrie;Brooder= broedmachine;Broody= broedsch; geneigd tot peinzen.Brook,bruk, subst. beek, stroompje;Brooklet= beekje;Brook-mint= waterkruizemunt;Brook-weed= waterpunge.Brook,bruk, verdragen, dulden.Broom,brûm, subst. brem, bezem;Broomverb. bezemen, vegen:New brooms sweep clean;Tohang out the broom= onbestorven weduwnaar zijn; ook gebruikt van trouwlustige weduwen;Broom-maker= bezembinder;Broom-staff,Broom-stick= bezemsteel:Tobe married over the broom-stick= over den puthaak getrouwd zijn;Broomy= vol brem.Broth,broth,brôth, bouillon, soep:A broth of a boy= een flinke jongen;Too many cooks spoil the broth= te veel koks bederven de brij.Brothel,broth’l, bordeel.Brother,brɐdhə, broeder, ambtsbroeder;Brother-in-law= schoonbroeder, stiefbroeder;Brother Jonathan= de Amerikanen;Brotherhood= broederschap, korpsgeest;Brotherlike= broederlijk; subst.Brotherliness.Brough,brɐf.Brougham,brûəm,brûm, eigennaam; meestbrouəmvoor een soort dicht rijtuig.Brought,brôt, imperf. en p.p. vanbring.Broughton,brôt’n,braut’n.Brow,brau, subst. wenkbrauw, voorhoofd, gelaat, voorkomen; rand (van afgrond of heuvel); loopplank:Tobend (contract, knit, wrinkle) one’s brows= het voorhoofd fronsen;Brow-ague= migraine;Browbeat= dreigend aankijken, overdonderen;Brow-bound= gekroond.Brown,braun, bruin, donker, ernstig; subst. een bruine kleur; ½ penny;Brownverb. bruinen, doorrooken, bruin worden; in ’t wild schieten (it):Not for brown= om den dood niet;In a brown study= in gepeins verzonken;Todo brown= afzetten, bedriegen;Brown Bess= oude snaphaan;Brown bill= oude strijdbijl;Brown bread;Brown cloth= ongebleekt linnen;Brown coal;Brown George= kommiesbrood, bruine kruik, soort pruik;Brown paper= pakpapier;Brown rust= roest (in koren);Brownish= bruinachtig;Brownness= bruine kleur.Brown, Jones and Robinson= Jan, Piet en Klaas; Jan en alleman.Brownie,brauni, goede huisgeest (Schotland).Browning,brauniŋ;Browningite,brauniŋgait, bewonderaar van R. Browning.Brownist,braunist, aanhanger van Robert Brown, uit den tijd van Elizabeth;Brownism= diens stelsel.Browse,brauz, subst. scheuten, spruiten;Browseverb. grazen, afknabbelen;Browsing= weideplaats.Bruges,brûdžiz, Brugge.Bruin,brûin, Bruin (de beer).Bruise,brûz, kneuzen, stampen; bont en blauw slaan; subst. kneuzing, buil;Bruiser= bokser, vechtersbaas;Bruise-wort,brûzwɐ̂t, smeerwortel.Bruit,brût, subst. gerucht, geraas;Bruitverb. verspreiden, ruchtbaar maken.Brumal,brûm’l, winter .…Brummagem,brɐmədžem, in Birmingham vervaardigd artikel; adj. valsch, nagemaakt, opzichtig:Brummagem buttons= valsch geld.Brunette,brunet, brunette; bruinachtig.Brunonian,brunounj’n:Brunonian theory= Brownism; subst. student of gegradueerde van de Br. universiteit (Rhode Island).Brunt,brɐnt, hevige schok, woeste aanval, geweld, het heete (van een gevecht), hoogtepunt:Tobear the brunt of= het meest te verduren hebben.Brush,brɐš, subst. borstel, kwast of penseel, wisscher; kreupelboschje; schermutseling, woeste rit; volle staart (b.v. van een vos); draadbundel (Electr.);Brushverb. borstelen (down, up), schilderen, strijken langs, opfrisschen, voorbijsnellen (by):He paints with the big brush= legt het er dik op;Tomake a brush= zich uit de voeten maken;Give me a brush (down)= borstel me eens af;Tarred with the same brush= met hetzelfde sop overgoten;Their coats were soundly brushed= zij kregen er flink van;Brush-maker= borstelmaker;Brushwood= kreupelbosch, bezemrijs;Brushwheels= raderen, die elkander door wrijving, niet door tanden in beweging brengen;Brushing gallop= gestrekte gallop;Brushy= borstelig.Brusque,brɐsk, kortaf; ruw;Brusqueverb. bruskeeren.Brussels,brɐs’lz, Brussel(sch):Brussels carpet;Brussels lace;Brussels sprouts= spruitjes.Brutal,brût’l, dierlijk, onmenschelijk:Brutality= dierlijkheid, grove zinnelijkheid, ruwheid;Brutalize= verdierlijken, verwilderen.Brute,brût, subst. redeloos beest, bruut; adj. redeloos, ruw, dom, dierlijk;Brutish= dierlijk, zinnelijk, dom; subst.Bruteness.Brutus,brûtəs.Bryan,braiən.Bryony,braiəni, heggerank.Bubble,bɐb’l, subst. bobbel, luchtbel, zeepbel (ookfig.), zwendel, windhandel;Bubbleverb. bobbelen, opborrelen, pruttelen, murmelen, beetnemen:Bubble companies= zwendelmaatschappijen;Bubbler= bedrieger.Bubby,bɐbi, tiet; ventje, kereltje (Am.).Bubo,bjûbou, kliergezwel; ooruil;The bubonicplague= builenpest.[67]Buccal,bɐk’l, wang - -.Buc(c)an,bɐk’n, subst. rek om vleesch op te rooken;Buccanverb. rooken.Buccaneer,bɐkənîə, subst. zeeroover, vrijbuiter;Buccaneerverb. zeerooverij plegen.Buccleugh, Buccleuch,bəklû.Bucentaur,bjûšəntö,bjusentö, Bucentaur; staatsiebark der Venetiaansche doges.Bucephalus,bjusefəlɐs, Bucephalus, rijpaard.Buchanan,bəkanən;Bucharia,bjukêriə, Bokhara.Buck,bɐk, subst. bok, mannetje (van verschillende dieren); fat, pierewaaier, mannelijke neger (Indiaan), zaagbok (Amer.), sixpence;Buckverb. paren (van sommige dieren); bokken (van paarden):My buck= ouwe jongen;Tobuck up= zich taai houden; optooien;Buck-bean=Bog-buck;Buck-eye= Amerik. paardekastanje; spotnaam voor een bewoner van Ohio; kleine schoener;Buck-eyed= met slechte oogen (paard);Buck-horn= hertshoorn;Buck-hound= soort jachthond:Master of the buck-hounds= opperjagermeester aan het Eng. hof;Buck-jumper= bokkend paard;Buck-party= heerenpartij;Buckskin, subst. bokkevel; zacht, geel leer; broek (gewoonlijk meerv.); adj. van bukskin;Buckstall= net om herten, etc. te vangen;Buck-stick= vervelende vent (Anglo-Ind.);Buckthorn= wegedoorn;Buck-tooth= vooruitstekende tand;Buckwheat,bɐkwît, boekweit;Bucker=Buck-jumper;Buckish= fatterig; subst.Buckishness.Buckeen,bɐkîn, Iersch jonker; fat.Bucket,bɐkət, emmer, puts; ½ bushel;Bucketverb. putten, te snel vooroverbuigen (roeisport); er snel van door gaan, afjakkeren, bedriegen:Togive the bucket= de laan uitsturen;Tokick the bucket= het hoekje om gaan, sterven:Bucket-shop= kantoor voor het afsluiten van kleine weddenschappen;Bucketful:Itrained in buckets full= het kwam met emmers uit de lucht vallen.Buckle,bɐk’l, subst. gesp, krul, bocht;Buckleverb. gespen, zich krullen, buigen, insluiten, krachtig aanpakken, zich toerusten:The horsebuckled downto the journey= aanvaardde, maakte zich klaar;You’llhave tobuckle to= gij zult u moeten inspannen;Tobuckle with= handgemeen worden met;Buckler= beukelaar;Buckler-thorn= Christusdoorn, steekdoorn.Buckram,bɐkr’m, subst. grove, gepapte linnen stof; stijfheid; adj. stijf, vormelijk;Buckramverb. stijven:Men in buckram= inbuckramgekleede mannen, alleen in de verbeelding bestaande mannen (toespeling op Falstaff).Bucks,bɐks, verkorting voorBuckinghamshire,bɐkiŋəmšə,bɐkiŋhamšə.Bucolic,bjukolik, subst. herdersgedicht; landman; adj. herderlijk =Bucolical.Bud,bɐd, subst. knop, kiem; snoes;Budverb. uitbotten, knoppen, zich ontwikkelen; enten;Budlet= knopje.Buda,bjûdə, Ofen.Buddha,budha,bûda, Boeddha;Buddhism;Buddhist.Budgerow,bɐdžrou, vaartuig (Br. Ind.).Buddle,bɐd’l, subst. soort trog;Buddleverb. erts wasschen.Budge,bɐdž, subst. lamsvel, leeren zak; adj. met lamsvel omzoomd; stijf, pedant:Budge Bachelors= arme, oude, in lamsvel gekleede mannen, die vroeger denLord Mayorbij zijn intocht vergezelden.Budge,bɐdž, zich bewegen, verroeren.Budget,bɐdžət, zak, holster, voorraad, budget:Budget Speech= millioenenrede;The ministeropened the Budget= hield de millioenenrede.Buff,bɐf, subst. sterk (buffel)leer (met olie bereid), leeren kolder, geelbruin, naakte huid; adj. leeren, geelbruin:The Buffs= hetEast KentRegiment;All in buff= spiernaakt.Buff,bɐf, slag, stoot, onzin;Buffverb. dreunen; dempen, verzwakken (Schot.);Tostand buff= weerstaan, standhouden;Blindman’s buff= blindemannetjes(spel);Tosay neither buff nor baff(stye)= boe noch ba zeggen;Buffer= stootkussen, pistool, vent, hond:An old buff= gezellige “ouwe” baas.Buffalo,bɐfəlou, subst. buffel, bison van N. Amer.;Buffalo-chips= gedroogde buffelmest (brandstof);Buffalo-grass= prairiegras;Buffalo-robe= reisdeken van buffelvel.Buffet,bɐfət, buffet.Buffet,bɐfət, subst. klap, vuistslag; geweld (van wind of golven):Buffetverb. slaan, beuken, worstelen met, boksen.Bufflehead,bɐf’lhed, dikkop, domkop.Buffo,bɐfou,bufou, subst. komisch (opera) zanger; adj. grappig;Buffoon,bəfûn, potsenmaker, Jan Klaassen;Buffoonery,bəfûnəri= grappen en streken.Bug,bɐg, wand- of weegluis, kever, kabouter, bloedzuiger (fig.):He isas snug as a bug in a rug= hij heeft een leventje als een vloo in eene wollen deken (zéér plat).Bugbear,bɐgbêə, boeman.Buggy,bɐgi, vol luizen of wormen; vermolmd.Buggy,bɐgi, licht rijtuig op twee (inAm.vier) wielen met ééne zitbank; kolenwagentje.Bugle,bjûg’lsubst. lange zwarte kraal, zenegroen; (jacht)hoorn; neus;Bugleverb. hoornblazen:Tosound the bugle= signaal blazen;Bugle-call= hoornsignaal;Bugler= trompetter.Bugloss,bjûglos, ossetong (plant).Buhl,bûl, goud, ivoor, schildpad of paarlemoer gebruikt voor inlegwerk; ingelegd werk; onnatuurlijkheid.Build,bild, subst. vorm, maaksel, bouw;Buildverb. bouwen, stichten; versterken; aanleggen:Rome was not built in a day;Builder= bouwmeester, schepper:General builder= aannemer;Builder’s estimate= bestek;Building= gebouw;Building-site= bouwterrein;Built,bilt, imperf. en p.p. vanto build.Bulb,bɐlb, subst. bol, bolletje, appel (oog);Bulbverb. vooruitsteken, uitzetten:Bulb culture,Bulb growers= kweeken, kweekers;Bulbaceous,bɐlbeišəs, bolvormig;Bulbiferous= bollen voortbrengend;Bulbiform= bolvormig;Bulbous= knolachtig, rond;Bulbule,bɐlbjûl, bolletje.Bulbul,bulbul, nachtegaal (Perzië).[68]Bulgaria,bɐlgêriə, Bulgarije;Bulgarian= Bulgaar(sch).Bulge,bɐldž, subst. buik; buikdelling (scheepst.);Bulgeverb. vooruitsteken.Bulimia,bjulimiə,Bulimy,bjûlimi, geeuwhonger.Bulk,bɐlk, omvang, grootte, volume, massa; meerendeel; scheepslading; hoofd:By the bulk= alles met elkaar;In bulk= in losse massa, hoopen;Tobreak bulk= beginnen te lossen;Laden in bulk= met stortgoederen (graan, zout) geladen;Bulkhead= schot;Watertight bulkhead= waterdicht schot;Bulkiness= omvang;Bulky= groot, zwaar.Bull,bul, subst. stier, speculantà la hausse(zieBear); bul van den Paus; onzin, domheid; adj. van grooten omvang; mannetjes …;Bullverb.à la haussespeculeeren:Hetook the bull by the horns= pakte de koe bij de horens;John Bull= de Eng. natie;Bull-baiting= het vechten van stieren met honden;Bull-beef= ossenvleesch;Bull-calf= bulkalf; uilskuiken;Bulldog= bulhond; dienaar van den Proctor; revolver;Bulldoze= lange zweep (Am.);Bulldozeverb. ranselen, overdonderen;Bull’s-eye= rond venster of opening, dievenlantaarn, dik glas in een scheepsdek, roos (van schietschijf), schot in de roos, kleine, storm voorspellende wolk, kokinje:That is wide of the Bull’s-eye= de plank ver mis;Bull-faced= met grof en groot gezicht;Bullfinch= bloedvink;Bull-feast,Bull-fight= stierengevecht;Bullfrog= brulkikvorsch;Bullhead= rivierdonderpad; waterinsect; domkop;Bullheaded= doldriftig en koppig;Bull-pup= jonge bulhond;Bullroarer(zieTurndun);Bull-terrier= gekruist ras tusschen bulhond en dashond;Bull-trout= zalmforel;Bullwort= komijn (zwarte).

Boycot,bôikət, zich vereenigen ter algeheele uitsluiting van iemand, maatschappelijk of op handelsgebied; subst. dit uitsluiten;Boycotee= uitgeslotene;Boycotism=Boycot;Boycotter= wie zich bij eenboycotaansluit.

Boyer,bôiə, boeier.

Boz,boz,bouz.

Brabant,brâb’nt,brâbant;Brabantine,brəbantin, Brabantsch.

Brabble,brab’l, subst. getwist, ruzie;Brabbleverb. twisten;Brabbler= twister.

Brace,breis, subst. riem, stut, anker, band, bras; bretel, draagband, koppel, spanning, accolade, bras, spansnoer (v. een trom); drank (Amer.);Braceverb. spannen, vastbinden, verankeren, verfrisschen, brassen, versterken:He braced himself (up) againstmisfortune= zette zich schrap;Brace up your head,you have done nothing to be ashamed of= houd … omhoog;Bracer= gordel, zwachtel, versterkend geneesmiddel; drank (Amer.); flinke wandeling;Bracing= versterkend, opwekkend; subst. verankering:Bracing air= opwekkende lucht.

Bracelet,breislət, armband, armscheen; handboei.

Brach,bratš,brak, brak.

Brachial,brakjəl,breikjəl, arm - -, armvormig.

Brachiate,braki-it,breiki-it, kruisvormig.

Bracken,brak’n, varen.

Bracket,brakət, subst. console, kraagsteen, gasarm, étagère, haakje:Bracketverb. tusschen haakjes plaatsen, met klampen verbinden:This writer bracketswomen with fools= plaatst op ééne lijn met;Bracket-light= gasarm;Bracket-seat= klapstoel.

Brackish,brakiš, brak, zoutachtig;Brackishness= brakheid.

Bract,brakt, dekblad;Bracteolate,braktîəlit, van dekbl. voorzien;Bracteole,braktioul, dekblaadje.

Brad,brad, spijker zonder kop, stift;Bradawl= els.

Bradshaw,bradshô, bekende reisgids.

Brag,brag, subst. bluf, zeker kaartspel;Bragverb. bluffen, pochen (of, about):He is all brag= hij is een praalhans;Braggadocio,bragədoušiou, praalhans, bluffer, gesnoef;Braggart,bragət, subst. pocher, bluffer; adj. blufferig;Bragger= pocher.

Brahm(a),brâm, brâmâ, Brahma;Brahman, Brahmin,brâm’n, brâmin, priester van Brahma;Brahminee,brâminî= vrouw uit de B. kaste; Brahmaansch =Brahmanic(al);Brahminism= Brahminisme.

Braid,breid, subst. vlecht, nestel, smal boordsel of veterband;Braidverb. vlechten, garneeren.

Brail,breil, subst. leeren riem tot het opbinden van de vleugels van valken; geitouw;Brailverb. opbinden, geien.

Brain,brein, subst.brein;Brainverb. de hersens inslaan;Brains= hersenen, verstand, verbeelding:Tobeat (dash, knock) out a person’s brains= iemand de hersens inslaan:Toblow out one’s brains= zich een kogel door den kop jagen;Topick a person’s brains= letterk. diefstal bedrijven;The interviewer triedto pick (suck) the poet’s brains= den dichter uit te hooren;Toturn one’s brain= duizelig, ijdel maken;Brain-fag= hersenvermoeidheid;Brain-fever= hersenziekte;Brain-pan= hersenpan;Brainsick= krankzinnig; subst.Brainsickness;Brain-tapper= iemand die anderen uithoort, om later met hunne ideeën te pronken;Brainy= knap, vlug.

Braise,breiz, (vleesch) smoren; subst. gesmoord vleesch.

Brake,breik, doornbosch, braambosch, varenkruid, boschje; vlasbraak, slinger (van eene pomp), bakkerstrog, kluitenbreker, rem, wagen (om paarden af te rijden en te dresseeren), hoefstal (voor onwillige paarden bij het beslaan);Safety brake= noodrem;Toapply, put on the brake= remmen;Brake(s)man= remmer;Brake-van= remwagon;Braky= doornig, ruw.

Bramah,brâma, brama, een bekend werktuigkundige:Bramah lock= een naar hem genoemd slot.

Bramble,bramb’l, braamstruik, doornbosch; heester;Bramble-berry= braambes;Bramble-net= slagnet;Bramble-rose= hondsroos.

Brambling,brambliŋ, bergvink.

Brambly,brambli, vol braamstruiken; narrig.

Bran,bran, zemelen;Branny= vol zemelen.

Brancard,braŋked, brancard.

Branch,brânš, subst. tak, arm, afdeeling, filiaal, zijlijn, loodspatent, stang, been van een passer; adj. zij…;Branchverb. takken schieten, vertakken, met takken versieren:Here the alleybranched off fromthemain street= hier ging de steeg van de hoofdstraat af.

Branchiae,braŋkiî, kieuwen;Branchial,braŋkiəl= kieuw…;Branchiate(d)= van kieuwen voorzien.[62]

Brand,brand, subst. brandend stuk hout, fakkel, brand (plantenziekte), (brand)merk, soort, hoedanigheid, schandvlek; zwaard;Brandverb. brandmerken (ookfig.), griffen:Theyset a brand uponhim= hij werd gebrandmerkt;Cigars and winesof the choicest (best) brands= fijnste merken;Brand-fox,Brand-goose, ZieBrent;Brand(ing)-iron= treeft; brandijzer;Bran(d)new,bran(d)njû, spiksplinternieuw.

Brandish,brandiš, zwaaien.

Brandy,brandi, brandewijn, (French)Brandy= cognac; cider, persico (Am.):He wasin a state of brandy= dronken;Brandy-ball= likeurbonbon;Brandy-faced= met een gezicht, als iemand die aan den drank is;Brandy-nose= jeneverneus;Brandy-pawnee=toddyvan cognac (Eng.-Ind.).

Brank-ursine,braŋkɐ̂sinofbraŋkɐ̂sin, acanthus.

Brant-fox, Brant-goose, ZieBrent.

Brash,braš, subst. afgebrokkelde rotsen of ijsschotsen; uitslag; regenbui; adj. broos; haastig, driftig;Brashverb. verbrijzelen (Dial.);Brashy= kruimelig; regenachtig (Dial.).

Brass,brâs, subst. geel koper, brons (Monumental brass) bronzen gedenkplaat, (koper) geld, brutaliteit, koperinstrumenten (in een muziekkorps); adj. koperen;Brassverb. verkoperen, opdokken (up):As bold as brass= zoo brutaal als de beul;Brass-band, ZieBand;Brass-foil= klatergoud;Thebrass-throatedtrumpet= de schetterende trompet;Brass-visaged= onbeschaamd, brutaal;Brassy= koperachtig, koperkleurig; onbeschaamd.

Brassard,brəsâd,brasəd, rouwband, armband.

Brasset,brasət, ijzeren armbeschermer =Brassard.

Brassey,brâsi, houten kolf met koperen zool (Golfspel).

Brassica,brasikə, kool.

Brat,brat, kind, jong.

Bravado,brəveido,bravâdou, blufferij, aanmatigende bedreiging, uitdaging:In bravado= uitdagend, blufferig.

Brave,breiv, moedig, dapper, koen, onverschrokken; statig, prachtig, kostbaar; subst. een dappere, een (dapper) Roodhuid;Braveverb. weerstaan, braveeren, trotseeren, onbeschaamd volhouden (beweren, doorzetten):A brave show= een kranige (fraaie) vertooning;Bravery= dapperheid, pracht, glans.

Bravo,brâvou,breivou, subst. bandiet, sluipmoordenaar; interj. Mooi zoo! Bravo!

Bravura,bravûrə, subst. bravour-aria; adj. schitterend, bravour - -.

Brawl,brôl, subst. ruzie, twist; oude dans;Brawlverb. ruzie hebben, lawaai maken; bruisen;Brawlerruziemaker, lawaaimaker.

Brawn,brôn, wild zwijnenvleesch (gekookt en gepekeld); hoofdkaas; spiervleesch, spierkracht:A man ofbrawn and muscle= gezond en sterk;Brawner= wild zwijn, voor den disch geslacht;Brawniness= vleezigheid, gespierdheid;Brawny= gespierd.

Bray,brei, balken, onaangenaam klinken; uitbazuinen (out); fijn stampen; subst. gebalk;Brayer= schreeuwer; stamper.

Braze,breiz, bronzen, stalen (fig.).

Brazen,breiz’n, adj. geelkoperen; onbeschaamd, hard;Brazenverb. zich onbeschaamd gedragen, onbeschaamd volhouden (out);Brazen-face= onbeschaamde kerel;Brazen-faced= onbeschaamd.

Brazier,breižə, koperslager; (koperen) komfoor.

Brazil(-wood),brəzil(wud), fernambuk-hout;Brazilian= Braziliaan(sch).

Breach,brîtš, subst. breuk, bres, overtreding, inbreuk, twist; branding, stortzee;Breachverb, bres schieten:Breach of (the) peace= rustverstoring;Breach ofpromise= verbreking van trouwbelofte.

Bread,bred, brood (ookfig.):He knows on which side his bread is buttered= hij kan meer dan brood eten;Bread and butter= boterham (ookfig.):Toquarrel with one’s bread and butter= zich zelf in ’t licht staan;Aslice (piece) of bread and butter= boterham;The bread and butter brigade= baantjesjagers (Amer.);She is a merebread and butter miss= een echt bakvischje;Who finds my bread and cheese, it’s to him I dance= wiens brood men eet, wiens woord men spreekt;Bread-basket= broodmand; maag;Bread-crumb= broodkruimel;Bread-fruit= broodvrucht;Breadstuffs= meel, etc. (Amer.);Bread-tin= broodvorm:She had beenbuttering her bread-tins= gezorgd, dat ze “binnen” kwam;Bread-winner= kostwinner.

Breadth,bredth, breedte, ruimte van opvatting, algemeenheid van blik.

Break,breik, subst. breuk, scheur, afbreking, rustpunt, pauze, overgang, poging tot vluchten, uitbarsting, stroomwisselaar, afbreekteeken, dageraad, rem; rijtuig (brik), serie caramboles:Yes, she said, witha break in her voice= met (van aandoening) gebroken stem;Breakverb. breken, scheuren, afbreken, aanbreken, verpletteren, verspreiden, verstrooien; verzwakken, onderdrukken, dresseeren, bankroet maken, wegzenden, schenden, overtreden, verminderen; mededeelen (voor het eerst), dagen, uitbarsten, uitroepen, failliet gaan, doen springen, achteruitgaan, zich een weg banen, de vriendschap afbreken, veranderen:Tobreak one’s back= den nek breken, te gronde richten;Tobreak the back of= iemand den nek breken; het moeilijkste van een werk achter den rug zien te krijgen;Tobreak balls= het spel (of een serie) beginnen (bilj.);Tobreak bulk= beginnen te lossen;Tobreak cover= “uitvaren” van den vos;Tobreakone’sfast= ontbijten;Tobreak ground= eene loopgraaf openen, met iets beginnen;Tobreaka person’shead= iemand een gat in het hoofd slaan;Tobreakone’sheart= diep bedroefd zijn;Tobreakone’sheart toa person= uitstorten;Tobreak the ice= het ijs breken; gesprek beginnen;Tobreak jail= uitbreken;Tobreak jestson= aardigheden tappen over;Tobreakalance with= een lans breken, zich meten met;I brokethe newsgently to him= deelde hem voorzichtig mee;Break ranks!ingerukt, marsch!Tobreakasovereign= wisselen;[63]Tobreak wind= een ‘boer’ laten.Met voorzetsels en bijwoorden:Tobreak away= afbreken; zich losrukken van, wegsnellen, er uit breken;Tobreak down= afbreken, te gronde richten, defect raken, vallen, blijven steken, geen woord uit kunnen brengen;He brokedownin his speech= bleef steken;She brokedownin her knitting= raakte in de war;Break-down van= déraillementswagen;Tobreak forth= losbarsten, uitbarsten, plotseling te voorschijn komen;Tobreak inhorses= dresseeren;Tobreak intoa house= inbreken;Tobreak ofa habit= afleeren;Tobreak onthe wheel= radbraken;Young men willbreak out= loskomen, uit den band slaan;The court, meeting, school brokeup= ging uit(een);The fair was brokenup= afgebroken;The cold weather broke(up) = sloeg om, veranderde;Itbreaks upon me= ’t wordt me plotseling bewust;Tobreak witha person= vriendschap afbreken;Why do youbreak in uponmy rest? = verstoort gij?He brokein uponus= kwam ons storen;Let us notbreak withhim on that subject= laten wij hem daaromtrent niets mededeelen;Hebroke withthe turf, and sold his horses= deed niet meer aan wedrennen;I represented my uncle asbreaking= doodziek, stervende;However strong the rope, it has itsbreaking-strain= ieder touw, hoe sterk ook, heeft een punt, waarop het breken moet;Brokenfood, meat, victuals= kliekjes;A house ofbroken fortunes= dat betere dagen gekend heeft;Breakage,breikidž, het breken, schadevergoeding voor bij vervoer gebroken goederen;Break-down= instorting, mislukking, storing; soort van wilde dans;Break-down gang= troep arbeiders, om de spoorbaan (na een ongeluk) vrij te maken;Breaker= breker, stortzee, ijsbreker, watervaatje in sloepen;Breakers= branding;Breakfast,brekf’st, subst. ontbijt;Breakfastverb. ontbijten, een ontbijt verschaffen:Tohave breakfast= ontbijten;Imade a hearty breakfast= ontbeet stevig;Break-neck, subst.gevaarlijke val of plaats; adj. halsbrekend, gevaarlijk:Ridingat break-neck pace= in dolle vaart;That isa break-neck affair;Breakwater= stroomleidende dam.

Bream,brîm, subst. brasem.

Bream,brîm, (een schip van onderen) schoon branden.

Breast,brest, subst. borst, boezem, binnenste, hart, de voorzijde;Breastverb. weerstaan, te gemoet gaan, bestijgen, omhoog stijgen op:Togive (take)the breast;Imade a clean breastof it= ik biechtte alles op;To breast upa hedge= eene heg gelijk of glad snoeien;This book has inspired many a youthto breast the chance of fate= te trotseeren, het hoofd te bieden;Breast-fast= dwarstros om een schip te meeren aan den wal, etc.;Breast-knot= strik(je) op de borst;Breast-pin= borstspeld;Breast-rail= bovenste leuning van een balcon, hek;Breastwork= borstwering, hek, schanskleed;Narrow-breasted= met smalle borst.

Breath,breth, adem, leven, ademhaling, ademtocht, tijd, oogenblik, uitstel, rust, luchtje; woord, stem, taal, rede; stemloosheid:Breath-consonant= stemlooze medekl.;At a (one) breath= in één adem, tegelijk;Below one’s breath= fluisterend;Out of breath= buiten adem;Under one’s breath= nauw hoorbaar;By keeping his lips firmly closed, hecaught his second breath= kwam hij weer op adem;Hedrew a long breath= haalde diep adem;Hegave up his breath= gaf den geest;Toget a breath of air= een luchtje scheppen;Heheld his breath= hield in;Hetook breath= schepte;Breathed,bretht, stemloos;Breathless= ademloos;Breathlessness= ademloosheid.

Breathable,brîdhəb’l, in te ademen;Breathe,brîdh, ademen, leven, op adem komen, rusten, blazen, waaien, geuren, ruiken naar (of), uit- of inademen, op adem laten komen, zacht spreken, uiting geven aan, uitdrukken:We shallbreathe him= op adem laten komen;Hebreathed his last= gaf den geest;Tobreathe a vein= een ader openen;Hebreathed a wish= hij uitte den wensch;Tobreathe upon= iets kwaads toefluisteren over;Breather:That hill’s a breather= het beklimmen van dien heuvel beneemt iemand den adem;Togive a horse a breather= afrijden;Breathing= ademen, zucht, lichaamsbeweging, uiting, rust:Breathing-space (Breathing-spell, Breathing-time)= tijd om op zijn verhaal te komen, rusttijd.

Breccia,bre(t)šə, brecciën.

Bred,bred, imp. en p.p. vanto breed.

Breech,brîtš, subst. achterste, sluitstuk;Breechverb.,britš,brîtš, eene broek aandoen, voor de broek geven:Towhip on the breech= voor de broek geven;Breeches,britšiz,brîtšiz, broek:Shewears the breeches= zij heeft de broek aan;Breech-clout= Ind. lendendoek;Breech-loader= achterlaadgeweer;Breeching= pak voor de broek; broek (vanpaardetuig), broeking (v. een kanon).

Breed,brîd, subst. geslacht, ras, soort, gebroed;Breedverb. voortbrengen, telen, fokken, zich vermeerderen, ontstaan, zich ontwikkelen, veroorzaken, grootbrengen:Tobreed in and out= afwisselend met oud en nieuw fokmateriaal;Breeder= fokker, fokdier;Breeding= voortbrenging, fokken, beschaving;Breeding in and in= steeds fokken met dezelfde dieren;Breeding-cage= broedkooi;Breeding-place;Breeding-pond.

Breeze,brîz, subst. bries, lawaai, twist, gerucht;Breezeverb.:Breeze up= aanwakkeren.

Breeze,brîz, brems (insect).

Breeze,brîz, veegsel, kolenstof.

Breezy,brîzi, winderig, druk.

Brehon,brîh’n, voormalig erfelijk Iersch rechter:Brehon law= oud Iersch recht.

Brent,brent:Brent-fox= lichtkleurige vos;Brent-goose= ringelgans;Brent Hill:He is lookingfrom under Brent Hill= kijkt boos.

Brethren,bredhr’n, broeders (fig.);Brethren of the brush (pen)= kunstbroeders;My Brethren= Geliefde Broeders en Zusters.

Breton,bret’n, Bretagner; ook adj.

Bretwalda,bretwôldə, Angel-Saksisch hoofd.

Breve,brîv, twee heele noten (in de muziek); boogje boven een klinker. (˘)

Brevet,brevət,brəvet, brevet, patent;Brevet[64]verb. tot titulairen rang verheffen;Brevet rank, Brevetcy= titulaire rang zonder de bij dien rang behoorende soldij.

Breviary,brîvjəri,brevjeri, brevier.

Brevier,brəvîə, brevier (soort drukletter).

Brevity,breviti, kortheid, beknoptheid:Brevity is the soul of wit= kort maar krachtig.

Brew,brû, brouwen (ookfig.), vermengen, uitbroeden, broeien, opkomen, dreigen; subst. brouwsel:A storm is brewing= er broeit;Mischief is brewing= er broeit wat;As you have brewed so shall you drink= gelijk gij zaait, zult gij maaien;Brew your own tea= bemoei je met je eigen zaken;Brewage= brouwsel;Brewer (Brewster)= brouwer;BreweryofBrew-house= brouwerij;Brewis=Broth.Brewershaven,brûəzheiv’n, Brouwershaven.

Briar,braiə, heideplant (Erica arborea), pijp van dat hout gemaakt. ZieBrier.

Briarean,braiêrj’n,braiərîən, honderdhandig;Briareus,braiêriəs,braiəriəs.

Bribable,braibəb’l, omkoopbaar;Bribe,braib, subst. steekpenning, omkooperij, lokaas;Bribeverb. omkoopen, verleiden;Bribeable=Bribable;Briber= omkooper;Bribery= omkooperij, omkoopbaarheid.

Bric-a-brac,brikəbrak, snuisterijen.

Brick,brik, subst. baksteen, blok; kranige vent (meid);Brickverb. bouwen, bekleeden, baksteenen nabootsen; adj. steenen:A box of (wooden) bricks= bouwdoos;I resisted himlike bricks= zeer krachtig;Brick-bat= stuk baksteen:Brickverb. gooien met stukken baksteen;Brick-clay= tichelaarde;Brick-dust= steengruis;Brick-kiln= steenoven;Brick-layer= metselaar;Brick-laying= het metselen;Brick-maker= steenbakker;Brick-moulder= steenvormer;Brick-nogging= metselwerk tusschen houtwerk;Brick-tea= Tartaarsche thee;Brick-work= metselwerk;Brick-works, Brick-yard= tichelwerk;Brickish= als van steen:Of a brickish red= steenrood.

Bridal,braid’l, subst. huwelijksfeest; adj. bruids - -, bruilofts - -:Bridal dress= bruidsjapon.

Bride,braid, bruid, pas getrouwde vrouw;The bride elect= bruid (in de bruidsdagen);Bride(s)-cake= bruidstaart;Bridegroom= bruidegom, jong gehuwd man;Bride(’s)-maid, Bride(’s)-man= bruidsmeisje, bruidsjonker;Bride-wort= moerasspiraea, theeboompje.

Bridewell,braidwel, een oude gevangenis in Londen; gevangenis, huis van correctie.

Bridge,bridž, subst. brug, kam(van eene viool), het bovendeel van den neus, een kaartspel;Bridgeverb. een brug leggen, overbruggen:We havebridged over the difficulty= geëffend;Bridge-head= bruggenhoofd (Mil.);Bridge-railing= leuning;Bridge-toll= tol;Bridge-train= pontontrein.

Bridget,bridžət, Brigitta.

Bridle,braid’l, subst. teugel, toom, beteugeling;Bridleverb. beteugelen, in toom houden; het hoofd in den nek werpen, opstuiven(up):She wasa bridling little piece of consequence= zij was een pedant stukje gewichtigheid;Bridle-hand= linkerhand:You shall notget hold of my bridle-hand= ge zult me de teugels niet uit handen nemen;Bridle-path, Bridle-way= rijpad.

Bridoon,bridûn, trens.

Brief,brîf, adj. kort, beknopt; subst. uittreksel, beknopte instructie, die door densolicitoraan den te pleitenbarristerwordt overhandigd; exploit; pauselijke brief of breve:In brief= kortom;To hold a brief= een rechtszaak in handen hebben;To take a brief= de verdediging op zich nemen;A briefless lawyer= die geen praktijk heeft;Briefness= beknoptheid, bondigheid.

Brier,braiə, doornstruik; wilde roos:He isin the briers= hij zit er leelijk in;Sweet brier= eglantier; roos;Briery= vol doornen.

Brig,brig, brik.

Brigade,brigeid, subst. brigade;Brigadeverb. tot eene brigade vereenigen;Brigadier,brigədîə, brigade-generaal.

Brigand,brig’nd, roover;Brigandage= rooverij.

Brigantine,brig’ntîn,brig’ntin, brigantijn of schoenerbrik.

Brigham-Young,brig’m-jɐŋ.

Bright,brait, schitterend, lichtend, prachtig, beroemd, klaar, helder (ookfig.), gunstig, vernuftig, geestig, levendig, opgewekt, “glad” (Am.);Brighten= verhelderen, verlichten, opklaren, opvroolijken, opscherpen, glans bijzetten, polijsten;Brightness= glans, etc.

Bright’s Disease,braitsdizîz, een nierziekte.

Brighton,brait’n;Brigit,bridžit.

Brill,bril, witte tarbotsoort.

Brilliance,brilj’ns,Brilliancy,brilj’nsi, glans, schittering;Brilliant,brilj’nt, adj. schitterend, glansrijk, geestig; subst. briljant (druk);Brilliantness=Brilliancy.

Brim,brim, subst. rand, boord, kant:Full to the brim= boordevol;Brimverb. tot den rand vol zijn of vullen:Tobrim over= overvol zijn;Brimming over with happiness= uitgelaten van;Brimful= boordevol; subst.Brimfulness;Brimmer= tot aan den rand gevulde roemer.

Brimstone,brimst’n, subst. zwavel; helleveeg; adj. van zwavel, zwavelkleurig:Vegetable brimstone= blitzpulver.

Brinded,brindid,Brindled,brind’ld, gestreept, getijgerd.

Brine,brain, subst. brem of pekel; de zee; tranen;Brineverb. pekelen:Brine-pan= zoutpan (zouttuin);Brine-pit= zoutkuil;Brine-spring= zoutbron.

Bring,briŋ, brengen, halen, geleiden, doen komen, indienen, veroorzaken, overhalen:Things neverbring what they cost= brengen nooit op;Your letter brought us £ 200= bevatte;Tobring an actionagainst a person= actie instellen;Tobring word= bericht brengen;Tobring low= doen verarmen, op ’t ziekbed werpen, verootmoedigen;Tobring to pass= teweegbrengen, tot stand brengen;Tobring about= bewerkstelligen; overreden;Tobring beforethe public= uitgeven, publiceeren;That speechbroughtthe Housedown= deed het huis (de zaal) daveren van toejuichingen;He[65]brought downhis hand on the table= sloeg met de vuist;I willbringhis pridedown= ik zal zijn trots wel breken;Tobring forth= baren, werpen;Tobring forward= vooruitbrengen, transporteeren, aanvoeren, bijbrengen;Tobring home= thuis brengen; bewijzen, duidelijk maken;Tobring in= binnenbrengen, invoeren, opbrengen, bijbrengen:The jurybroughthiminguilty= verklaarde hem schuldig;Tobring off= wegbrengen, redden, er bovenop halen (van zieken);Tobring on= veroorzaken, ter sprake brengen, beginnen;Tobring out= voor den dag halen, doen uitkomen, voor ’t eerst opvoeren (uitgeven);Tobring over= overbrengen, andersdenkenden tot onze meening of partij overhalen, transporteeren;Tobring round= zijn doel bereiken, tot bewustzijn brengen, tot andere (onze) opvatting brengen;Tobring to= brengen naar, er toe brengen, bijbrengen, bijdraaien, tot staan brengen;Tobring together= samenbrengen, verzoenen;Tobring up= boven brengen, groot brengen, te berde brengen, aanklagen, bijbrengen, transporteeren, tot staan brengen, tot staan komen, onderbreken, braken, aanvoeren:Tobring up the rear= de achterhoede vormen (aanvoeren), den aftocht dekken;Hebrought upwith a bump against the door= kwam met een harde bons tegen de deur aan;Ibrought upthe cartridge of a repeating rifle= bracht een patroon voor;Bringer= brenger;Bringer-up= opvoeder;Bringing-up= opvoeding.

Brink,briŋk, rand:We areon the brink (verge) of ruin= rand des ondergangs.

Briny,braini, zout:Thebriny= het zilte nat.

Briquet(te),brikətbriket, briket.

Brisgow,brisgou, Breisgau.

Brisk,brisk, adj. levendig, vlug, flink, frisch, helder brandend, snelwerkend;Briskverb. verlevendigen, aanwakkeren (metup), snel komen aanloopen, vlug rondloopen (about); mooi kleeden;Briskness= levendigheid, etc.

Brisket,briskət, borst (van een dier), borststuk:Brisket-bone= borstbeen.

Bristle,bris’l, subst. borstel;Bristleverb. de haren overeind zetten, overeind gaan staan, opvliegen, boos worden, vol zijn van, vol liggen met:Toset up a person’s bristles= nijdig maken;My deskbristles with letters;He bristled up to me= kwam verontwaardigd naar mij toe;Bristly= borstelig.

Bristol,brist’l, stad;Bristol-board= glad carton;Bristol-brick= schuursteen;Bristol-milk= sherry bowl.

Brit,brit, verkort vanBritainenBritish; broed of jong van haring of sprot.

Britain,britn, Brittanje = Britannia:Britain metal= Brittannia-metaal; Britannic = Britsch.

British,britiš, Britsch:British gum= dextrine;Britisher= Engelschman (Amer.).

Briton,brit’n, Brit.

Brittany,britəni, Bretagne.

Brittle,brit’l, broos, vergankelijk, onzeker; subst.Brittleness.

Britz(s)ka,britskə, soort Russisch rijtuig.

Broach,broutš, subst. els, priem, boorstift, spit, spits, jonge hoorn van een hert, (boor)gat;Broachverb. aansteken (van een vat), beginnen (over), ter sprake brengen; snel oploeven:He broached the subjectto me= begon er over;Broacher= verspreider.

Broad,brôd, breed, wijd, uitgestrekt, ruim, omvangrijk, algemeen, groot, liberaal, tolerant, helder, duidelijk, volledig, open, plomp, brutaal, luid, plat; subst. plas; oude gouden munt (20 s.);Broads= kaarten;Broad Church= gematigd vrijzinnige richting in de Engelsche kerk;Broad compliment= grof;Broad daylight= helder dag;Broad gauge= wijdspoor;Broad nonsense= klinkklare onzin;Broad trade= nouveauté’s;(As) broad as (it is) long= zoo breed als het lang is, net hetzelfde;Broad arrow= regeeringsstempel op regeeringseigendom (b.v. op de kleederen der gevangenen, paarden der cavalerie, etc.);Broad-axe= timmermansbijl, houweel; strijdbijl;Broad-bill= lepelaar, lepelreiger;Broad-blown= in vollen bloei;Broad-brim= breedgerande hoed; Kwaker;Broadcast= subst. en verb. (het) wijd uitzaaien met de hand; adj. en adv. ruim en wijd gezaaid of verspreid;Broad-cloth= fijn zwart laken van dubbele breedte;Broad-piece= goudstuk van 20 sh. (17e eeuw);Broadseal= subst. Engelsch rijkszegel;Broad-set= van krachtigen lichaamsbouw;Broadsheet= aan eene zijde bedrukt groot blad; plakkaat, vlugschrift;Broadside= zijde (van een schip), volle laag; pamflet of groot vel;Broadsword,brôdsöd, slagzwaard;Broadwise= in de breedte;Broaden= breeder worden of maken;Broadness= ruwheid, platheid.

Brobdingnag,brobdiŋnag;Brobdingnagian,brobdiŋnagiən, reusachtig; reus.

Brocade,brəkeid, brocaat.

Broc(c)oli,brokəli, Ital. aspergekool.

Brochure,brošuə, brochure.

Brock,brok, das; vuilpoes.

Brocket,brokət, tweejarig hert.

Broidery,brôidəri, borduurwerk:He described itwith much broidery= borduurde erg.

Brogue,broug, grove schoen van ongelooid leer; provinciaal (vooral Iersch) accent;Brogues= broek.

Broil,brôil, subst. tumult, twist;Broilverb. braden (op een rooster, in de zon); erg verhit zijn;Broiler= rooster, braadkippetje, heete dag; ruziemaker.

Broke,brouk, imperf. vanto break.

Broken,brouk’n, part. perf. vanto break:Broken bread (victuals)= restanten, klieken;Broken horse= gedresseerd;Old broken soldier= invalide;Broken wind= dampigheid;Broken-backed= doorgezakt;Broken-bellied= met een breuk; ontaard;Broken-down= geruineerd, ongelukkig;Broken-hearted,Broken-spirited= ontmoedigd;Brokenness= gebrokenheid.

Broker,broukdə, makelaar, agent; uitdrager; soort deurwaarder, die meubilair, etc., waarop beslag is gelegd, verkoopt; koppelaar:Broker’s man= bediende van denBroker, die toe moet zien, dat niets vervreemd wordt;The brokers were put in= er werd beslag gelegd op de goederen;Brokerage= makelaarschap; commissieloon.[66]

Brome,broum, dravik.

Bromine,broum(a)in, broom.

Brompton,bromt’n;Bromwich,bromidž.

Bronchia,broŋkiə, luchtpijpvertakkingen;Bronchial,broŋkiəl(Bronchic,broŋkik) de luchtpijp betreffend:Bronchial tubes=Bronchia;Bronchitis,broŋkaitis, luchtpijpontsteking.

Bronze,bronz, subst. brons, bronskleur, kunstwerk van brons; onbeschaamdheid; adj. van brons, bronskleurig;Bronzeverb. bronzen, hard maken;Bronze age (Bronze period)= bronsperiode;Bronze-liquor,Bronze-powder= preparaten om te bronzen.

Brooch,broutš, subst. borst- of doekspeld, schilderij met ééne kleur.

Brood,brûd, subst. gebroed, broedsel, kroost;Broodverb. broeden, koesteren; bepeinzen, peinzen; broeien, dreigen:He brooded overthe fire= hij zat over het vuur gebukt te peinzen;Brood-cage;Brood-hen;Brood-mare= fokmerrie;Brooder= broedmachine;Broody= broedsch; geneigd tot peinzen.

Brook,bruk, subst. beek, stroompje;Brooklet= beekje;Brook-mint= waterkruizemunt;Brook-weed= waterpunge.

Brook,bruk, verdragen, dulden.

Broom,brûm, subst. brem, bezem;Broomverb. bezemen, vegen:New brooms sweep clean;Tohang out the broom= onbestorven weduwnaar zijn; ook gebruikt van trouwlustige weduwen;Broom-maker= bezembinder;Broom-staff,Broom-stick= bezemsteel:Tobe married over the broom-stick= over den puthaak getrouwd zijn;Broomy= vol brem.

Broth,broth,brôth, bouillon, soep:A broth of a boy= een flinke jongen;Too many cooks spoil the broth= te veel koks bederven de brij.

Brothel,broth’l, bordeel.

Brother,brɐdhə, broeder, ambtsbroeder;Brother-in-law= schoonbroeder, stiefbroeder;Brother Jonathan= de Amerikanen;Brotherhood= broederschap, korpsgeest;Brotherlike= broederlijk; subst.Brotherliness.

Brough,brɐf.

Brougham,brûəm,brûm, eigennaam; meestbrouəmvoor een soort dicht rijtuig.

Brought,brôt, imperf. en p.p. vanbring.

Broughton,brôt’n,braut’n.

Brow,brau, subst. wenkbrauw, voorhoofd, gelaat, voorkomen; rand (van afgrond of heuvel); loopplank:Tobend (contract, knit, wrinkle) one’s brows= het voorhoofd fronsen;Brow-ague= migraine;Browbeat= dreigend aankijken, overdonderen;Brow-bound= gekroond.

Brown,braun, bruin, donker, ernstig; subst. een bruine kleur; ½ penny;Brownverb. bruinen, doorrooken, bruin worden; in ’t wild schieten (it):Not for brown= om den dood niet;In a brown study= in gepeins verzonken;Todo brown= afzetten, bedriegen;Brown Bess= oude snaphaan;Brown bill= oude strijdbijl;Brown bread;Brown cloth= ongebleekt linnen;Brown coal;Brown George= kommiesbrood, bruine kruik, soort pruik;Brown paper= pakpapier;Brown rust= roest (in koren);Brownish= bruinachtig;Brownness= bruine kleur.

Brown, Jones and Robinson= Jan, Piet en Klaas; Jan en alleman.

Brownie,brauni, goede huisgeest (Schotland).

Browning,brauniŋ;Browningite,brauniŋgait, bewonderaar van R. Browning.

Brownist,braunist, aanhanger van Robert Brown, uit den tijd van Elizabeth;Brownism= diens stelsel.

Browse,brauz, subst. scheuten, spruiten;Browseverb. grazen, afknabbelen;Browsing= weideplaats.

Bruges,brûdžiz, Brugge.

Bruin,brûin, Bruin (de beer).

Bruise,brûz, kneuzen, stampen; bont en blauw slaan; subst. kneuzing, buil;Bruiser= bokser, vechtersbaas;Bruise-wort,brûzwɐ̂t, smeerwortel.

Bruit,brût, subst. gerucht, geraas;Bruitverb. verspreiden, ruchtbaar maken.

Brumal,brûm’l, winter .…

Brummagem,brɐmədžem, in Birmingham vervaardigd artikel; adj. valsch, nagemaakt, opzichtig:Brummagem buttons= valsch geld.

Brunette,brunet, brunette; bruinachtig.

Brunonian,brunounj’n:Brunonian theory= Brownism; subst. student of gegradueerde van de Br. universiteit (Rhode Island).

Brunt,brɐnt, hevige schok, woeste aanval, geweld, het heete (van een gevecht), hoogtepunt:Tobear the brunt of= het meest te verduren hebben.

Brush,brɐš, subst. borstel, kwast of penseel, wisscher; kreupelboschje; schermutseling, woeste rit; volle staart (b.v. van een vos); draadbundel (Electr.);Brushverb. borstelen (down, up), schilderen, strijken langs, opfrisschen, voorbijsnellen (by):He paints with the big brush= legt het er dik op;Tomake a brush= zich uit de voeten maken;Give me a brush (down)= borstel me eens af;Tarred with the same brush= met hetzelfde sop overgoten;Their coats were soundly brushed= zij kregen er flink van;Brush-maker= borstelmaker;Brushwood= kreupelbosch, bezemrijs;Brushwheels= raderen, die elkander door wrijving, niet door tanden in beweging brengen;Brushing gallop= gestrekte gallop;Brushy= borstelig.

Brusque,brɐsk, kortaf; ruw;Brusqueverb. bruskeeren.

Brussels,brɐs’lz, Brussel(sch):Brussels carpet;Brussels lace;Brussels sprouts= spruitjes.

Brutal,brût’l, dierlijk, onmenschelijk:Brutality= dierlijkheid, grove zinnelijkheid, ruwheid;Brutalize= verdierlijken, verwilderen.

Brute,brût, subst. redeloos beest, bruut; adj. redeloos, ruw, dom, dierlijk;Brutish= dierlijk, zinnelijk, dom; subst.Bruteness.

Brutus,brûtəs.

Bryan,braiən.

Bryony,braiəni, heggerank.

Bubble,bɐb’l, subst. bobbel, luchtbel, zeepbel (ookfig.), zwendel, windhandel;Bubbleverb. bobbelen, opborrelen, pruttelen, murmelen, beetnemen:Bubble companies= zwendelmaatschappijen;Bubbler= bedrieger.

Bubby,bɐbi, tiet; ventje, kereltje (Am.).

Bubo,bjûbou, kliergezwel; ooruil;The bubonicplague= builenpest.[67]

Buccal,bɐk’l, wang - -.

Buc(c)an,bɐk’n, subst. rek om vleesch op te rooken;Buccanverb. rooken.

Buccaneer,bɐkənîə, subst. zeeroover, vrijbuiter;Buccaneerverb. zeerooverij plegen.

Buccleugh, Buccleuch,bəklû.

Bucentaur,bjûšəntö,bjusentö, Bucentaur; staatsiebark der Venetiaansche doges.

Bucephalus,bjusefəlɐs, Bucephalus, rijpaard.

Buchanan,bəkanən;Bucharia,bjukêriə, Bokhara.

Buck,bɐk, subst. bok, mannetje (van verschillende dieren); fat, pierewaaier, mannelijke neger (Indiaan), zaagbok (Amer.), sixpence;Buckverb. paren (van sommige dieren); bokken (van paarden):My buck= ouwe jongen;Tobuck up= zich taai houden; optooien;Buck-bean=Bog-buck;Buck-eye= Amerik. paardekastanje; spotnaam voor een bewoner van Ohio; kleine schoener;Buck-eyed= met slechte oogen (paard);Buck-horn= hertshoorn;Buck-hound= soort jachthond:Master of the buck-hounds= opperjagermeester aan het Eng. hof;Buck-jumper= bokkend paard;Buck-party= heerenpartij;Buckskin, subst. bokkevel; zacht, geel leer; broek (gewoonlijk meerv.); adj. van bukskin;Buckstall= net om herten, etc. te vangen;Buck-stick= vervelende vent (Anglo-Ind.);Buckthorn= wegedoorn;Buck-tooth= vooruitstekende tand;Buckwheat,bɐkwît, boekweit;Bucker=Buck-jumper;Buckish= fatterig; subst.Buckishness.

Buckeen,bɐkîn, Iersch jonker; fat.

Bucket,bɐkət, emmer, puts; ½ bushel;Bucketverb. putten, te snel vooroverbuigen (roeisport); er snel van door gaan, afjakkeren, bedriegen:Togive the bucket= de laan uitsturen;Tokick the bucket= het hoekje om gaan, sterven:Bucket-shop= kantoor voor het afsluiten van kleine weddenschappen;Bucketful:Itrained in buckets full= het kwam met emmers uit de lucht vallen.

Buckle,bɐk’l, subst. gesp, krul, bocht;Buckleverb. gespen, zich krullen, buigen, insluiten, krachtig aanpakken, zich toerusten:The horsebuckled downto the journey= aanvaardde, maakte zich klaar;You’llhave tobuckle to= gij zult u moeten inspannen;Tobuckle with= handgemeen worden met;Buckler= beukelaar;Buckler-thorn= Christusdoorn, steekdoorn.

Buckram,bɐkr’m, subst. grove, gepapte linnen stof; stijfheid; adj. stijf, vormelijk;Buckramverb. stijven:Men in buckram= inbuckramgekleede mannen, alleen in de verbeelding bestaande mannen (toespeling op Falstaff).

Bucks,bɐks, verkorting voorBuckinghamshire,bɐkiŋəmšə,bɐkiŋhamšə.

Bucolic,bjukolik, subst. herdersgedicht; landman; adj. herderlijk =Bucolical.

Bud,bɐd, subst. knop, kiem; snoes;Budverb. uitbotten, knoppen, zich ontwikkelen; enten;Budlet= knopje.

Buda,bjûdə, Ofen.

Buddha,budha,bûda, Boeddha;Buddhism;Buddhist.

Budgerow,bɐdžrou, vaartuig (Br. Ind.).

Buddle,bɐd’l, subst. soort trog;Buddleverb. erts wasschen.

Budge,bɐdž, subst. lamsvel, leeren zak; adj. met lamsvel omzoomd; stijf, pedant:Budge Bachelors= arme, oude, in lamsvel gekleede mannen, die vroeger denLord Mayorbij zijn intocht vergezelden.

Budge,bɐdž, zich bewegen, verroeren.

Budget,bɐdžət, zak, holster, voorraad, budget:Budget Speech= millioenenrede;The ministeropened the Budget= hield de millioenenrede.

Buff,bɐf, subst. sterk (buffel)leer (met olie bereid), leeren kolder, geelbruin, naakte huid; adj. leeren, geelbruin:The Buffs= hetEast KentRegiment;All in buff= spiernaakt.

Buff,bɐf, slag, stoot, onzin;Buffverb. dreunen; dempen, verzwakken (Schot.);Tostand buff= weerstaan, standhouden;Blindman’s buff= blindemannetjes(spel);Tosay neither buff nor baff(stye)= boe noch ba zeggen;Buffer= stootkussen, pistool, vent, hond:An old buff= gezellige “ouwe” baas.

Buffalo,bɐfəlou, subst. buffel, bison van N. Amer.;Buffalo-chips= gedroogde buffelmest (brandstof);Buffalo-grass= prairiegras;Buffalo-robe= reisdeken van buffelvel.

Buffet,bɐfət, buffet.

Buffet,bɐfət, subst. klap, vuistslag; geweld (van wind of golven):Buffetverb. slaan, beuken, worstelen met, boksen.

Bufflehead,bɐf’lhed, dikkop, domkop.

Buffo,bɐfou,bufou, subst. komisch (opera) zanger; adj. grappig;Buffoon,bəfûn, potsenmaker, Jan Klaassen;Buffoonery,bəfûnəri= grappen en streken.

Bug,bɐg, wand- of weegluis, kever, kabouter, bloedzuiger (fig.):He isas snug as a bug in a rug= hij heeft een leventje als een vloo in eene wollen deken (zéér plat).

Bugbear,bɐgbêə, boeman.

Buggy,bɐgi, vol luizen of wormen; vermolmd.

Buggy,bɐgi, licht rijtuig op twee (inAm.vier) wielen met ééne zitbank; kolenwagentje.

Bugle,bjûg’lsubst. lange zwarte kraal, zenegroen; (jacht)hoorn; neus;Bugleverb. hoornblazen:Tosound the bugle= signaal blazen;Bugle-call= hoornsignaal;Bugler= trompetter.

Bugloss,bjûglos, ossetong (plant).

Buhl,bûl, goud, ivoor, schildpad of paarlemoer gebruikt voor inlegwerk; ingelegd werk; onnatuurlijkheid.

Build,bild, subst. vorm, maaksel, bouw;Buildverb. bouwen, stichten; versterken; aanleggen:Rome was not built in a day;Builder= bouwmeester, schepper:General builder= aannemer;Builder’s estimate= bestek;Building= gebouw;Building-site= bouwterrein;Built,bilt, imperf. en p.p. vanto build.

Bulb,bɐlb, subst. bol, bolletje, appel (oog);Bulbverb. vooruitsteken, uitzetten:Bulb culture,Bulb growers= kweeken, kweekers;Bulbaceous,bɐlbeišəs, bolvormig;Bulbiferous= bollen voortbrengend;Bulbiform= bolvormig;Bulbous= knolachtig, rond;Bulbule,bɐlbjûl, bolletje.

Bulbul,bulbul, nachtegaal (Perzië).[68]

Bulgaria,bɐlgêriə, Bulgarije;Bulgarian= Bulgaar(sch).

Bulge,bɐldž, subst. buik; buikdelling (scheepst.);Bulgeverb. vooruitsteken.

Bulimia,bjulimiə,Bulimy,bjûlimi, geeuwhonger.

Bulk,bɐlk, omvang, grootte, volume, massa; meerendeel; scheepslading; hoofd:By the bulk= alles met elkaar;In bulk= in losse massa, hoopen;Tobreak bulk= beginnen te lossen;Laden in bulk= met stortgoederen (graan, zout) geladen;Bulkhead= schot;Watertight bulkhead= waterdicht schot;Bulkiness= omvang;Bulky= groot, zwaar.

Bull,bul, subst. stier, speculantà la hausse(zieBear); bul van den Paus; onzin, domheid; adj. van grooten omvang; mannetjes …;Bullverb.à la haussespeculeeren:Hetook the bull by the horns= pakte de koe bij de horens;John Bull= de Eng. natie;Bull-baiting= het vechten van stieren met honden;Bull-beef= ossenvleesch;Bull-calf= bulkalf; uilskuiken;Bulldog= bulhond; dienaar van den Proctor; revolver;Bulldoze= lange zweep (Am.);Bulldozeverb. ranselen, overdonderen;Bull’s-eye= rond venster of opening, dievenlantaarn, dik glas in een scheepsdek, roos (van schietschijf), schot in de roos, kleine, storm voorspellende wolk, kokinje:That is wide of the Bull’s-eye= de plank ver mis;Bull-faced= met grof en groot gezicht;Bullfinch= bloedvink;Bull-feast,Bull-fight= stierengevecht;Bullfrog= brulkikvorsch;Bullhead= rivierdonderpad; waterinsect; domkop;Bullheaded= doldriftig en koppig;Bull-pup= jonge bulhond;Bullroarer(zieTurndun);Bull-terrier= gekruist ras tusschen bulhond en dashond;Bull-trout= zalmforel;Bullwort= komijn (zwarte).


Back to IndexNext