Chapter 19

Circumcise,sɐ̂k’msaiz, besnijden;Circumcision= besnijdenis.Circumference,sɐ̂kɐmfər’ns, omtrek; adj.Circumferential.Circumflex,sɐ̂k’mfleks, circonflex; rondbuigen, van een circonflex voorzien.Circumfluent,sɐ̂kɐmfluent, omstròòmend.Circumfuse,sɐ̂k’mfjûz, omgieten;Circumfusion= verbreiding (fig.).Circumgyrate,sɐ̂k’mdžaireit, ronddraaien;Circumgyration= ronddraaiing.Circumjacent,sɐ̂k’mdžeis’nt, omliggend, omgevend.Circumlocution,sɐ̂k’mləkjûš’n, omschrijving; noodelooze omslag;Circumlocutory,sɐ̂k’mlokjutəri, omschrijvend.Circumnavigable,sɐ̂k’mnavigəb’l, omvaarbaar;Circumnavigate= omvaren;Circumnavigation= òmvaring;Circumnavigator.Circumpolar,sɐ̂k’mpoulə, om de pool.Circumscribe,sɐ̂k’mskraib, omschrijven, beperken;Circumscription= begrenzing, beperking.Circumspect,sɐ̂k’mspekt, omzichtig;Circumspection= omzichtigheid.Circumstance,sɐ̂k’mst’ns, subst. omstandigheid, voorval, gebeurtenis, toestand;Circumstanceverb.:Tobe circumstanced= in een bepaalden toestand zijn;Not a circumstance to= niets in vergelijking met (Amer.);Circumstantial, omstandig, toevallig:Circumstantial evidence= derivatief bewijs, bewijs door reductie; tegenoverDirect evidence= blijk;Extenuating circumstances= verzachtende omstandigheden;Circumstantiate= omstandig meedeelen, verifieeren.Circumvallation,sɐ̂k’mvəleiš’n, circumvallatie.Circumvent,sɐ̂k’mvent, misleiden, bedriegen;Circumvention= bedrog;Circumventive= bedriegelijk.Circumvolute,sɐ̂kɐmvəl(j)ût, omwikkelen.Circumvolution= omwikkeling.Circus,sɐ̂kəs, circus:Circus-rider= paardrijder.Cirencester,sisəstə.Cirrose,sirous,Cirrous,sirəs, met ranken (vederwolken);Cirrus,sirəs(Mv.Cirri,sirai), hechtrank; vederwolk.Cisalpine,sisalp(a)in, Cisalpijnsch.Cisatlantic,sisətlantik; aan deze zijde van den Atlantischen oceaan.[92]Cispadane,siseid’n,sispədein, ten Z. van de Po.Cis(sy),sis(i), verkorting vanCecily,sisili.Cist,sist, kist; Keltisch graf.Cistercian,sistɐ̂š’n, subst. Cistenciencer monnik; leerling van deCharterhouse School; adj. van eenCistercian.Cistern,sistən, (vergaar)bak, put.Cit,sit, burger, philister.Citadel,sitədel, citadel.Citation,saiteiš’n, dagvaarding; aanhaling;Letter Citatory= dagvaarding;Cite,sait, dagvaarden; aanhalen, aanvoeren;Citer= deurwaarder.Cithara,sithərə,Cither(n),sithə(n), cither.Citizen,sitiz’n, subst. burger; adj. burger—:The Citizen King;Citizen-soldier= burgermilitair;Citizenship= burgerrecht.Citrin(e),sitrin, subst. citrin; adj. citroengeelkleurig.Citron,citr’n, citroen(boom).Citrus,sitrəs, lemoen.City,siti, subst. groote stad (oorspronkelijk:bisschopsstad); handelswijk van Londen; in Amer. elke stad; de burgers; adj. stads—:Mr. A. of this city= de Heer A. alhier;City-article= beursbericht;City-bag= soort reistasch;City-fathers= de raad;City-hall= stadhuis;City-man= koopman;Cityfied= versteedscht.Civet-cat,sivətkat, civetkat.Civic,sivik, burger—:Civic crown= burgerkroon;Civic guard= burgerwacht;Civics= leer van de rechten en plichten eens burgers.Civil,sivil, burger—, civiel, beschaafd, beleefd:Doing the civil to= beleefd zijn tegen;Civil death= verlies der burgerschapsrechten, afsterven van de wereld;Civil-engineer= civiel-ingenieur;Civil law= burgerl. recht;Civil list= civiele lijst;Civil servant= burgerlijk ambtenaar;Civil service= civiele dienst, burgerlijke ambtenaren;Civil-spoken= beleefd;Civilian,sivilj’n= professor in (beoefenaar van) ’t civiele recht;Civility,siviliti, beleefdheid, beschaafdheid;Civilities= attenties;Civiližation, beschaving;Civilize= beschaven, civiliseeren.Clabber,klabə:Bonny clabber, subst. dikke, zure melk;Clabberverb. klonteren (Amer.).Clack,klak, subst. geklepper, klepper, geratel (fig.), klik, klep, babbelaar:Clackverb. klappen, snappen, kakelen, klappeien:Heclackedhis whip;Clack-box= ventiel;Clack-dish= doos of bord met beweegbaar deksel van de vroegere bedelaars.Clad,klad, gekleed; bevredigd.Claim,kleim, subst. aanspraak, eisch, concessie aanvraag, stuk land, dat een kolonist productief maakt om het zoo mogelijk te koopen;Claimverb. aanspraak maken op, eischen:Heclaims kindred withus= zegt dat hij familie van ons is;Toenter(Tomake, put in)a claim= eisch instellen;Togive up (renounce, waive) a claim= laten varen;Tolay claim to= aanspraak maken op;Claim-jumper= iemand die een stuk land in bezit neemt, waarop een ander een vroeger recht heeft;Claimant, eischer, pretendent.Clair,klêə:The telegram wassent en clair= open besteld.Clam,klam, subst. naam van allerlei soorten mossels (mantelschelpen, stroommossels, zoetwatermossels) mond, domkop (Amer.); nijptang, schroef; sabel van Harlekijn:Heshut up like a clam(Amer.) = zweeg als een mof;Clam-bake=clams(gapersenvenusschelpen) gebakken op heete steenen met laagjes aardappelen, visch en maïs; picnic waarbij dit het hoofdgerecht is (Amer.);If itisn’ttrue,I am a clam-shell= ben ik “ik weet niet wat”;Shut your clam-shell= houd je mond.Clam,klam, klamheid; honger; adj. klam,Clamverb. besmeren, verstoppen; kleven; hongerlijden.Clamber,klambə, klouteren.Clamorous,klamərɐs, luidruchtig, tierend, schreeuwend;Clamour,klamə, subst. getier, luidruchtigheid; weeklacht;Clamourverb. luid schreeuwen, tieren, dringend eischen, klagen.Clamp,klamp, subst. klamp; zware voetstap, hoop (steenen);Clampverb. klampen, lasschen, zwaar stappen;Clamp-nails= klampnagels.Clan,klan, stam, geslacht, kliek, secte:Theyclanned together= zij staken de hoofden bij elkaar;Clannish= aanhankelijk;Clannishness= aanhankelijkheid;Clanship=clan-schap;Clansman= lid van eenclan.Clandestine,klandestin, heimelijk, ongeoorloofd.Clang,klaŋ, harde klank, gekletter, geraas; interj. kling!Clangverb. klinken, (laten) kletteren:A clanking noise= een kletterend, rammelend geraas.Clap,klap, subst. slag, klap, flap, donderslag, handgeklap;Clapverb. klappen, knallen, tikken, kloppen, slaan (met iets plats), plotseling bijeendrijven, haastig dichtslaan, met kracht neerzetten, met handgeklap begroeten:Hetook a clap atme with his stick= sloeg naar mij;Toclap eyeson a person= zien, ontmoeten;Toclap hands= in de handen klappen;The chancellor of the Exchequer hasclapped five shillings onchampagne= gooide;He wasclapped intoa strait-waistcoat= hij kreeg een dwangbuis aan;He wasclappedintoprison, under lock and key= in de gevangenis gestopt;Toclap on a dress= aanschieten;I’ll sell my boots, I believe andclap everything on= alles zetten op (wedden);He wasclapped out ofthe room= gesloten;Toclap spurs to a horse= de sporen geven;Theyclappedhimup= in de gevangenis;The bargain wasclapped up= plotseling gesloten;Clapboard= subst. kleine eikenh. duig; dakspaan (Amer.);Clapboardverb. met dakspanen bedekken (Amer.);Clap-bread= harde, dunne havermeelkoeken;Clap-dish, ZieClack-dish;Clap-net= slagnet;Clap-trap= subst. kletspraat; bombast; adj. bedriegelijk; schoonklinkend;Clap display= knaleffect;Clapper= klepel, claqueur.Clapper-claw,klapərklô, uitschelden, toetakelen, krabben.[93]Clara,klêrə,Clare,klêə, Clara, non(orde v. St. Clare).Clarence,klar’ns, rijtuigje = coupé clarence.Clarendon,klar’nd’n.Clare-obscure,klêrobskjuə, clair-obscuur.Claret,klarət, subst. Bordeauxwijn; adj. wijnkleurig;Claret-cup= bowl van rooden wijn, citroen en brandewijn met ijs.Clarification,klarifikeiš’n, klaring;Clarifier= klaarmiddel, klaarpan;Clarify= klaren, reinigen; opklaren.Clari(o)net,klari(ə)net, klarinet.Clarion,klariən, klaroen.Clarity,klariti, klaarheid, glans.Clarty,klâti, nat, vuil, glibberig (Dial.).Clary,klêri, scharlei, muskadel-salie.Clash,klaš, subst. gekletter, knal, botsen, tegenspraak, tegenstrijd;Clashverb. rammelen, rinkelen, kletteren, strijden, in strijd zijn met:The clash of cymbals;Thatclashes withmy interests= strijdt met …Clasp,klâsp, kram, haak, gesp, knip, omhelzing;Claspverb. vasthaken, sluiten, grijpen, omklemmen, omhelzen, vouwen:A medal with six clasps= met zes gespen;Clasp-knife= knipmes;Clasp-pin= veiligheidsspeld.Class,klâs, subst. klasse, lesuur, cursus;Classverb. classificeeren, ordenen:When(the) class is over= het lesuur om is;To besent out of class;Class-feeling= standen-(kasten)geest;Class-fellow (Class-mate)= klassegenoot;Classman= een “met lof” geslaagde (tegenoverPassman), bij Academ. examens;Class periodicals= vaktijdschriften;Class schools= standenscholen.Classic(al),klasik(’l), subst. en adj. klassiek (schrijver of boek);Classics= de kl. studiën:The Classics= de kl. schrijvers;The Prussianclassical schools= gymnasia;Classicality= het klassieke;Classicism= classicisme, klassieke vorm of stijl;Classicist= klassiek geleerde.Classification,klasifikeiš’n, classificatie;Classifier;Classify= classificeeren.Clatter,klatə, subst. geklater, gerammel, geratel;Clatterverb. klateren, ratelen, rammelen;Clatterer.Claudia,klôdjə.Claudius,klôdjəs.Clause,klôz, zindeel, clausule.Claustral,klôstr’l, kloosterachtig, klooster …Clavate(d),kleivit(id), knotsvormig.Clavecin,kleivsin, spinet, clavecimbaal.Claver,kleivə,klavə, wauwelen; gewauwel.Claverhouse,klavərɐs.Clavichord,klaviköd, clavecordium.Clavicle,klavik’l, sleutelbeen;Clavicular,kləvikjulə, sleutelbeen …Clavicorn,klavikön, knotssprietigen (insect.).Clavier,kləvîə;klavjə, claviatuur, klavier.Claviger,klavidžə, claviger, custos.Clavis,kleivis, sleutel, vertaling.Claw,klô, subst. klauw, nagel, schaar, poot;Clawverb. krabben, (ver)scheuren, grijpen, krauwen, kittelen, flikflooien, knijpen (zeeterm):Claw off= door te knijpen uit lager wal komen;Claw-back= vleier, lekkerbek;Claw-backverb. vleien;Claw-hammer= klauwhamer; zwarte rok; adj. gekleed, deftig:There was quitea claw-hammer crowdat the governor’s palace= een troep heeren met zwarte rokken;Claw-sickness= klauwzeer.Clay,klei, subst. klei, leem, aarde, stof, aarden pijp; adj. van klei gemaakt;Clayverb. met klei bedekken (mengen); zemelen, kleien;Clay-cold= ijskoud;Clay-marl= kleimergel;Clayey= kleiig, leemig =Clayish.Claymore,kleimö, vroeger slagzwaard der Schotsche Hooglanders.Clean,klîn, adj. zuiver, rein, blank, kuisch, onschuldig, welgevormd, slim, totaal;Cleanverb. reinigen, schoonmaken, zuiveren:As clean as a new penny= zoo blank als zilver;He went out of officewith his hands clean= hij legde zijne portefeuille neer zonder smet of blaam;A clean bill(=Bill of Health);He madea clean jobof it= hij deed het uitstekend, keurig;To clean a person out= iemand “blut” maken, geheel uitschudden;Clean-limbed (Clean-shaped)= goed geproportioneerd;Clean-shaven= gladgeschoren;Cleaner= stijfster:Vacuum cleaner= stofzuiger;Cleaning= schoonmaak;Cleanliness,klenlinəs, zindelijkheid:Cleanliness is next to godliness;Cleanly,klenli, adj. zindelijk;Cleanly,klînli, adv. rein;Cleanliness= reinheid;Cleanse,klenz, zuiveren.Clear,klîə, adj. klaar, zuiver, helder, doorzichtig, doorschijnend, duidelijk, onbetwistbaar, vlekkeloos, netto, volle, onbelast, onbezwaard, ongehinderd, vrij;Clearverb. helder maken, verduidelijken, zuiveren, ophelderen, wegnemen, vrijmaken, vrijspreken, zuivere winst maken, betalen, klareeren, overspringen, afruimen, opruimen:The coast is clear= de kust is vrij, het veld is schoon;Hecarried it clear= won het royaal;I will tryto setyouclear= u uit de verlegenheid te helpen;Westeered clear ofthe rock= liepen de rots vrij;A clear hour= vol uur;Toclear accounts= vereffenen;Toclear a character= van blaam zuiveren;The grounds will be clearedat ten= het park zal ontruimd worden;Clear-the-ground skirt= grondvrije rok;Toclear a hedge= springen over;Toclear the land= in volle zee blijven;Hecleared more than 200 pounds= winst maken;The table was cleared= de tafel werd afgenomen;He cleared his throat= schraapte de keel;Hecleared the way= baande den weg;The ship wascleared atthe custom-house= uit-, ingeklaard;Toclear away the tea= opruimen;The ship wascleared foraction= voor het gevecht gereed gemaakt;Toclear off= vertrekken; uit den weg ruimen; afbetalen;He cleared out= hij kneep uit;I am cleared out= platzak;Clear-cut= fijn besneden, scherp omlijnd;Clear-headed= helder;Clear-sighted= helderziend;Clear-starch= stijven;Clear-starcher= stijfster;Clearance= opklaren, opruimen, (bewijs van) in- of uitklaren, dunnen van boomen, uitverkoop (=Clearance sale);Clearing= dunnen van boomen; ontgonnen land in bosschen (Amer.); verrekening van saldo’s tusschen bankiers, bij spoorwegmaatschappijen, etc. (dit wordt gedaan in hetClearing-house);[94]Clearness= helderheid, duidelijkheid, etc.Cleat,klît, subst. klamp, stang, ijzeren zoolplaatje;Cleatverb. bevestigen.Cleavable,klîvəb’l, kloofbaar;Cleavage= kloven, kloofbaarheid;Cleave= kloven, splijten, banen; kleven, aanhangen, trouw blijven:Hecleaves tohis right= staat op;My tonguecleaves tomy mouth= kleeft vast aan mijn gehemelte;Cleaver= (slagers)hakmes, houthakkersbijl:Marrow-bones and cleavers= mergpijpen en hakmessen (met deze werd eertijds bij een huwelijk uit de lagere standen muziek gemaakt);Cleavers= kleefkruid.Cleek,klîk, kolf met ijzeren voet (bij het Golfspel) voor ’t “drijven” gebruikt.Clef,klef, (muziek)sleutel.Cleft,kleft, kloof, reet, barst, scheur; P.P. gespleten;Cleft-footed= met gespleten hoef;The cleft infinitive(ZieSplit).Cleg,kleg, paardenhorzel.Clematis,klemətis, heggeboschdruif.Clemency,klem’nsi, zachtheid, genade.Clement,klem’nt, subst. Clementius; adj. zacht, vergevend, medelijdend.Clementina,klem’ntînə, Clementine.Clemmed,klemd, uitgehongerd.Clench,klenš. ZieClinch.Cleomenes,kliominîz;Cleon,klîən;Cleopatra,klîəpeitrə,klîəpatrə,klîopətrə.Clergy,klɐ̂dži, geestelijkheid, clerus;Clergyman= geestelijke;Clergywoman= vrouw van denclergyman(iron.).Cleric,klerik, klerk, geestelijke, clericaal;Cleric(al)= geestelijk - -; schrijf - -:Clerical coat (hat);Clerical and typographical errors= schrijf- en drukfouten;Clericalism= clericalisme.Clerk,klâk, subst. geestelijke, cantor, koster (=Parish clerk), geleerde, schrijver, klerk; winkelbediende (Am.);Clerkverb. het boekhouder- of klerkschap uitoefenen (Amer.):Articled clerk= klerk van eenSolicitor, die na eenige jaren bij hem gewerkt te hebben het solicitorsexamen kan afleggen voor deIncorporated Law Society;Clerk of the House= de 1ste griffier van het Lagerhuis;I don’t like figures well enoughto clerk= genoeg van cijfers om klerk of boekhouder te worden;Clerkship= betrekking van klerk of schrijver.Clever,klevə, handig, bekwaam, vlug, gevat, gezond, knap, lief (Amer.):A clever leading-article= knap hoofdartikel;Clever at sums= knap in ’t rekenen;Cleverly, volkomen (Amer.);Cleverness, handigheid, etc.Cleves,klîvz, Kleef.Clevis,klevis,Clevy,klevi, U-vormig ijzer aan een ploeg of dissel.Clew,klû, subst. kluwen, bal, draad (fig.), wenk, schoothoorn;Clewverb. (metup) = oprollen, geien.Click,klik, subst. tik, knip, knap, klink, pal;Clickverb. tikken, knappen, knippen; wegnemen, gappen; klinken:Toclick glasses= klinken;Watches click;Clicker= winkelknecht om klanten te lokken; vormopmaker (zetterij); schoenmaker, die het leer snijdt.Client,klaiənt, client, beschermeling, creatuur;Clientage,klaiəntidž, clientèle =Clientele,klaiəntîl,klaiəntîl,klaiəntel.Cliff,klif, steile rots;Cliffy= rotsachtig, steil.Climacteric,klaimakterik,klaimaktərik, kritiek; subst. kritieke leeftijd (jaar):Grand climacteric= het 63ste levensjaar.Climate,klaimit, klimaat, luchtstreek, gewest;Climatic(al)= klimaat..;Climatize= acclimatiseeren;Climatology= klimatologie.Climax,klaimaks, climax, toppunt.Climb,klaim, verb. klimmen, klauteren, beklimmen, stijgen; subst. klim:It isa good climb= heele klim;We began the upward climb;Toclimb down= afklimmen; inbinden (fig.);Climbable= beklimbaar;Climber= klimmer, clematis;Climbers= klimvogels:Hasty climbers have sudden falls, High climbers fall low= wie hoog klimt, valt laag.Climene,klaimîn, Climeen.Clinch,klinš, klinknagel, ankersteek;Clinchverb. klinken, bevestigen, vasthouden:That clinches the matter= dat is afdoende;I can’tclinch her name= komen op;Clinch-nails= klinknagels;Clincher= klamp, houvast:That’s a clincher= daarmee slaat gij den spijker op den kop, dat is afdoende;Clincher-built=Clinker-built.Cling,kliŋ, vastzetten, kleven (hangen) aan, zich vastklemmen, verdorren:Sheclung hold ofhis coat= hield stevig vast.Clinic,klinik, een bedlegerige; kliniek:Clinic(al)= klinisch:Clinical baptism= doop aan zieke of stervende;Clinical convert= de aldus gedoopte;Clinical lecture= kliniek.Clinique,klinîk, kliniek.Clink,kliŋk,—verb. klinken, doen klinken, laten rijmen; subst. het klinken:At theclink of gold;Toclink glasses (together)= aanstooten;Clinking= buitengewoon.Clinker,kliŋkə, klinkersteen, hamerslag, metaalschuim, best paard; klikker (Schotl.):Clinker-built= met over elkaar liggende planken, overboeid (scheepst.).Clinquant,kliŋk’nt, subst. klatergoud; adj. glinsterend, in klatergoud gekleed.Clio,klaiou, Clio; walvischaas.Clip,klip, subst. de scheerwol van één seizoen; slag, uitknipsel, voorpunt aan hoefijzer, klemhoutje, knijper;Clipverb. afknippen, snoeien, verkleinen, verkorten, afsnijden, radbraken, slaan, voortrennen (Amer.):He slurred andclipped his words= sprak slordig - - uit en slikte in;His wings wereclipped= hij werd gekortwiekt (fig.);Clipper= besnoeier; klipper; pracht van een kerel (meid);Clippers= tondeuse;Clipping= snelzeilend (vliegend), uitstekend, omarmend;Clippings= lappen, uitknipsels.Clique,klîk, kliek;Cliquism= kliekwezen;Cliquy= kliekerig.Clish-clash,klišklaš, geratel:Togo clish-clash= rammelen, ratelen (fig.).Clitter-clatter,klitəklatə, gewauwel:Her shoesgo clitter-clatter= klip-klap.Clivers,klaivəz=Cleavers.Clo,klou=Clothes.Cloak,klouk, subst. mantel, dekmantel (fig.);Cloakverb. bemantelen, verbergen;Cloak-bag=[95]mantelzak, valies;Cloak-room= vestiaire, (dames)toilet, retirade; bagagelokaal.Clobber,klobə, smeersel om bij het oplappen van oude schoenen de scheuren te stoppen.Clock,klok, subst. klok, kever, versierde klink (aan de zijde van eene kous);Clockverb. klokken, broeden, beieren:What o’clock is it? What is (it) o’clock?= Hoe laat is het?Theyset all clocks by Greenwich time= scheren alles over één kam;Clock-dial=Clock-face= wijzerplaat;Clock-hand= wijzer;Clockmaker;As regular as clock-work= zoo precies als een uurwerk;Clock-workanimal= stuk speelgoed met mechaniek.Clod,klod, subst. aardkluit, stof, lomperd, domoor;Clodverb. kluiten, klonteren, met kluiten gooien;Clod-crusher= wals;Clod-hopper= boerenkinkel;Clod-pate, Clod-poll= ezelskop;Cloddish=Cloddy= klonterig, plomp.Clog,klog, subst. blok, stomp, belemmering, rem, holsblok, trip;Clogverb. te zwaar belasten, overladen, belemmeren, verhinderen, tegenhouden, stokken, klonteren, verstoppen;Cloggy, klonterig, kleverig, etc.Cloister,klôistə, subst. klooster, kruisgang, veranda, piazza;Cloisterverb. in een klooster opsluiten, afzonderen.Clomb,kloum, oud imperf. vanTo Climb.Close,klouz, subst. besluit, einde; schermutseling, handgemeen;Closeverb. sluiten, eindigen, besluiten, aaneensluiten; overeenkomen, handgemeen worden, worstelen:With closeed doors= met gesloten deuren;These areclosed questionsnow= uitgemaakt;Evening closed= de avond viel;At this momentthe scene closes in= valt het gordijn;Toclose in= de gelederen sluiten;We haveclosed onthat point= het eens geworden;Theyclosed roundthe fortress= sloten in;The passage wasclosed up= afgesloten;Close up,gentlemen; we won’t go home yet= aansluiten, Heeren!Toclose with= aannemen, het eens zijn, naderen.Close,klous, subst. ingesloten of omheinde plaats, terrein bij eene cathedraal of abdij, blinde straat of steeg, slop; adj. gesloten, benauwd, drukkend, dicht, stilstaand, nauw, strak, compres, dicht in elkaar, nabij, innig, vlijtig, streng logisch, zeldzaam, nabij(Close by), ongeveer gelijk, geheim, achterhoudend, oplettend, beknopt, getrouw, nauwkeurig, gierig, krenterig:Close corporation= een corporatie, die vacatures zelf aanvult;Close season, Close time= gesloten vischtijd of jachttijd;Asclose as wax= zoo dicht als een pot (fig.);The air is close here= het is hier benauwd;Close is my shirt, but closer is my skin= het hemd is nader dan de rok;Tocome to close quarters= handgemeen worden;Tokeep oneself close= zich koest houden;Tolive at close quarters= klein behuisd zijn;Tosit close= dicht opeen;Close-banded= dicht aaneengesloten;Close by (on);Closeupon= bijna; dicht bij;Close-cropped= kort geknipt;Close-fisted, Close-handed= vrekkig, gierig;Close-grained=dicht (v. hout, steen);A close-stool= stilletje;Close-tongued= zwijgend, “zoo dicht als een pot”;Closely= dicht op elkaar, ijverig, grondig;Closeness= vastheid, dichtheid, geslotenheid, bedomptheid, etc.Closet,klozət, subst. kabinet, studeerkamer, privaat; adj. geheim, theoretisch, kamer..;Closetverb.:Tobeclosetedwith= een geheim onderhoud hebben met.Closure,kloužə, subst. sluiting, slot;Closureverb. het debat sluiten:Toapply the closurehet debat sluiten.Clot,klot, subst. klonter;Clotverb. klonteren;Clotted cream= dikke room.Cloth,kloth, laken, wol, stof, calicot, tafellaken, gewaad:The Cloth= de geestelijkheid;More cloth than dinner= meer vertoon dan degelijkheid;Tolay the cloth= tafeldekken;Towear the cloth= den soldatenrok (liverei) dragen; geestelijke zijn;Cloth-shearer= lakenscheerder;Cloth-worker= lakenmaker.Clothe,kloudh, kleeden, bekleeden, inkleeden.Clothes,kloudhz, kleeren, kleeding, de wasch, luiers:Bed-clothes= bedlinnen;Long clothes= lange kinderjurk;Short clothes= korte rokken;A suit of clothes= pak;Clothes-press= kleerkast;Clothes-wringer= wringmachine.Clothier,kloudhjə, lakenkooper, lakenfabrikant; lakenvoller (Amer.).Clothing,kloudhiŋ, kleeding.Cloture, Fr. uitspr. =Closure.Cloud,klaud, subst. wolk, ader, groote menigte, lichte wollen sjaal;Cloudverb. bewolken, verduisteren, somber maken, aderen, moireeren:Every cloud has a silver lining= geen kwaad zonder baat;Tobe in the clouds= droomen, absent zijn;Tobe under a cloud= in verlegenheid zijn, gecompromitteerd zijn;Toblow a cloud= rooken;Tocast a cloud upon= een schaduw werpen op;Todrop (fall) from the clouds= uit de lucht vallen;Cloudberry= bergbraambes;Cloud-burst= wolkbreuk;Cloud-capped (capt)= zeer hoog, met wolken bedekt;InCloud Cuckoo Town= hoogst onzeker;Cloud-drift= wolkendrift;Cloud-rack= drijvend zwerk;Cloud-wrapt= in wolken of mist gehuld;Clouded= bewolkt, betrokken, troebel, beneveld:I gotclouded out= de wolken beletten mij te photographeeren;Cloudiness= bewolktheid enz.;Cloudless= onbewolkt;Cloudlet= wolkje;Cloudy= bewolkt, somber, duister, geaderd, gemoireerd.Clough,klɐf(Arthur);Clough,klau,klɐf, ravijn; kruik; sluis; toegift van 2 Eng. ponden op iedere honderd.Clout,klaut, subst. lap, vod, roos van een schijf, as-plaatje:Cloutverb. oplappen, opflikken, slaan, met spijkers bevestigen:He looksas white as a clout= zoo wit als een doek;Clout(-nail)= schoenbeslag;Clouted= met spijkers beslagen.Clove,klouv, kruidnagel; gewicht voor kaas en boter (± 3,6K.G.) en voor wol (± 3,17 K.G.); ravijn;Clove-gilly-flower= tuinanjelier;Cloves,klouvz= een soort likeur.Cloven,klouv’n:Cloven-footed,Cloven-hoofed= met gespleten hoef, satanisch;There wasa decided exhibition of the cloven foot= daar kwam de aap leelijk uit den mouw kijken =Heshowed his cloven foot.[96]Clover,klouvə, klaver:Tobe (live) in clover= een lekker leventje leiden;Togo from clover to rye-grass= van de veeren op het stroo komen.Clown,klaun, boerenkinkel, hansworst;Clownish= boersch, clownachtig; subst.Clownishness.Cloy,klôi, overladen, tegenstaan.Club,klɐb, subst. knots, kolfstok, uitwas, haarknoop; club,sociëteit, vereeniging; adj. knotsvormig;Clubs= klaveren (kaartspel);Clubverb. met een knots (neer) slaan, samen betalen, geld bijeenleggen:Weclubbed (our funds) together= wij legden bij elkander wat wij hadden;The soldierclubbed his musket= sloeg met den kolf;Clubfist(ed)= (met) klomphand;Club-foot= horrelvoet;Club-haul= overstag gaan bij stormweer met behulp van een anker;Club-headed= met dikken kop;Club-house=sociëteit;Club-law= het recht van den sterkste;Club-man= lid van een club, knotsdrager;Club-moss= wolfsklauw;Club-pigtail= dik uitloopende pruik;Club-room;Club-suit= “smoking”;Club-train= bliksemtrein tusschen Londen en Parijs;Club(b)able= gezellig;Clubbed= klomp …, knotsvormig, plomp.Cluck,klɐk, klokken, smakkend spreken als een Hottentot;Clucking-hen= kloekhen.Clue,klû, kluwen, (leid)draad.Clump,klɐmp, subst. blok, brok, groep, dikke zool;Clumpverb. lomp stappen, tot groepen vormen;Clump-boots= zware vetlaarzen.Clumsiness,klɐmzinəs, plompheid, onbeholpenheid;Clumsy= onhandig, lomp, plomp; subst. stommeling.Clunch,klɐnš, verharde leemlaag, weeke kalksteen.Clung,klɐŋ, imperf. en part. perf. vanTo cling.Cluster,klɐstə, subst. tros, bos, groep, troep, zwerm, menigte;Clusterverb. in trossen groeien, scharen, zwermen, ophoopen:In clusters= saamgehoopt.Clutch,klɐtš, subst. greep, klauw, haak;Clutchverb. grijpen, omvatten;Clutch-fisted= vrekkig.Clutter,klɐtə, subst. warboel, lawaai;Clutterverb. onderstboven gooien, eene warboel of drukte maken:Cluttered shops= drukke, volle.Clyster,klistə, lavement;Clysterverb. een lavement zetten;Clyster-pipe= klisteerspuit.Co,kou, verkort voorCompany;County;c/o=care of;C. O.=Colonial Office;Commanding Officer.Coach,koutš, subst. rijtuig, koets, diligence, personenwagen, kapiteinshut; repetitor;Coachverb. (in) eene koets rijden, drillen, africhten:Todrive a coach and six(=horses)through(an Act of Parliament, etc.): een uitdrukking veel gebruikt om het gebrekkige van een wet, etc. uit te drukken. (Verg.:Door zijn geweten kan wel een koets met 4 paarden rondrijden);Theyplay at coacheswith my money= hangen den “heer” uit van;Aslow-coach= treuzelaar;Coach-house= koets- of wagenhuis;Coachman= koetsier;Coach-office= plaatsbureau (van eene diligence);Coachstand; Coach-wheel= wagenrad; ‘achterwiel’ = ½crown(=Forecoach);crown(=Hindcoach);Coachee= koetsier.Coadjutor,kouədžûtə, coadjutor, medehelper;Coadjutorship, coadjutorschap.Co-agency,koueidž’nsi, medewerking;Co-agent= medewerker.Coagulable,keagjuləb’l, strembaar;Coagulate,kəagjuleit, (doen) stremmen (stollen);Coagulation= stremming;Coagulum,kəagjul’m, gestolde massa, geronnen bloed.Coak,kouk, lasch, blokbus;Coakverb. lasschen.Coal,koul, subst. kool, steenkool;Coalverb. verkolen, van kolen voorzien, kolen innemen:Toblow the coals= de hartstochten aanwakkeren;Tohaul over the coals= duchtig onder handen nemen;Coal-backer= kolendrager;Coal-box= kolenbak;Coal-bunker= kolenbergplaats aan boord;Coal-cake= briket;Coal-fish= koolvisch;Coal-gas= steenkolengas;Coal-heaver= kolendrager;Coal-hole= kolenhok;Coal-mine;Coal-mouse= zwartkopmees;Coal-pit= kolenmijn;Coal-scuttle= kolenemmer;(Coal-scuttle bonnet); Coal-tar= koolteer;Coal-whipper= kolenwipper;Coaling-station= kolenstation.Coalesce,kouəles, samengroeien, samenvloeien, zich vereenigen;Coalescence= vergroeiing, etc.; adj.Coalescent.Coalition,kouəliš’n, coalitie.Coaptation,kouəpteiš’n, aanpassing.Coarse,kös, grof, ruw, onbeleefd, onkiesch;Coarse-grained= grof, norsch;Coarsen= grof maken (worden);Coarseness, grofheid, etc.Coast,koust, subst. kust, met sneeuw bedekte helling;Coastverb. langs de kust zeilen, van haven tot haven zeilen; op sneeuw of ijs in eene slede naar beneden glijden, eene helling affietsen met de voeten op defoot-rests(Am.):Heknows the coast of France= is een smokkelaar;Coast-guard= kustwacht;Coasting-trade= kusthandel;Coasting-vessel(=Coaster) = kustvaarder;Coastways=Coastwise= langs de kust.Coat,kout, subst. jas, haren, pels, veeren, laag, schil, wapen (herald.);Coatverb. bekleeden, bedekken:Dress-coat= rok;Frock-coat= gekleede jas;Coat of arms= familiewapen;Acoat of mail= maliënkolder;Cut your coat according to your cloth= zet de tering naar de nering;Coat-card=Court-card;Coat-tail= rokspand;Hetrailed his coat-tails over the green,and dared any one to tread on them(een Iersche vorm van uitdaging);Coatee,koutî, nauwsluitend jasje;Coating= overtrek, bekleeding, laag, jasstof.Coax,kouks, vleien:Tocoax into= bepraten, bevleien;Tocoax out of= aftroggelen;Coaxer= vleier;ACoaxing puss(=A coax) = vleister(tje).Cob,kob, subst. zware hit; mantelmeeuw, meelballetje voor het mesten van vogels, spin, rond brood, steen, chignon, maïsaar, piaster, dracht slagen;Cobverb. afranselen;Cob-loaf= rond brood;Cob-nut= kleine hazelnoot;Cob-wall= muur van leem en[97]stroo;Cobweb= spinneweb, spinrag; adj. dun, fijn, waardeloos:To brush off the cobwebs= de blommetjes buiten zetten;Tohave cobwebs in one’s brain= muizenissen in zijn hoofd hebben;Cobby= kort en gedrongen.Cobalt,koubolt, kobalt;Cobaltic, kobaltachtig.Cobble,kob’l, subst. kiezelsteen, rond stuk kool;Cobbleverb. lappen, samenflansen:The buttonholes had beencobbled out of their original shape= waren verknoeid;Cobbler= schoenlapper, knoeier; wijn met vruchten en ijs, die men door een rietje opzuigt:The cobbler must stick to (not go beyond) his last= schoenmaker, houd je bij je leest.Cobham,kob’m.Coble,kob’l,koub’l, soort van visschersschuit.Cocaigne,kəkein, het land van Cocagne, luilekkerland.Cochin-China,kotšin(koutšin)-tšainə.Cochineal,kotšinîl,kotšinîl, cochenille.Cochlean,kokliən, lepelvormig;Cochleate(d),kokli(e)it(id), spiraalvormig.Cochrane,kokrein.Cock,kok, subst. haan, mannetje, kemphaan (ookfig.), weerhaan, kraan; hooiopper; onrust; wijzer, tong, boot, aanvoerder, opperste; het hanengekraai, kerfje;Cockverb. overhalen, opheffen, opzetten, optoomen, schuin (zwierig) opzetten, wenken:Bycock and pie= bij kris en kras;As the old cock crows, the young cock learns= zooals de ouden zongen, piepen de jongen;Helives like a fighting cock= leidt een weelderig leven;That cock won’t fight= die vlieger gaat niet op;Cock-a-doodle (-doo)= kikeriki;That man isCock-a-hoop= zijn haan kraait victorie;Thecock of the school= de “primus”;He is thecock of the walk= haantje de voorste, leider;A cock and bull (A cock-and-a-bull) story= onmogelijk verhaal;Tocock the ears= spitsen;Tocock the eye= wenken;Tocock the eye at= boos aankijken;Tocock the tail= hoog dragen;Cock-boat= kleine boot;Cock-brained= onbezonnen, dwaas;Cock-broth= hanensoep;Cock-chafer= meikever;Cock-crow(ing)= hanengekraai, dageraad;Cock-fight(ing)= hanengevecht;Cock-eyed= loensch;Cock-horse= hobbelpaard, stokpaardje; fier paard; trotsch, op hooge plaats, schrijlings:Toride a cock-horse to Banbury= paardje rijden; zich trotsch, aanmatigend gedragen;Cock-match= hanengevecht;Cockpit= hanenmat, plaats voor hanengevechten;Cockpit deck= ziekenboeg aan boord;Cockroach=kakkerlak;Cock-robin= roodborstje;Cock-rose= roode papaver;Cocks-comb=hanekam, ratelaar, hoofd, fat. ZieCoxcomb;Cock’s-head= spurrie;Cock-shut (Cocktime)= schemeravond;Cock-shy= spel, om met stokken (Cock-shy sticks) iets op een afstand om te gooien;Cock-spur= hanenspoor;Cock-sure,šuə, positief zeker;Cockswain,koks’n, stuurman in een giek;Cocktail= renpaard, dat geenvolbloedis; paard met fier gedragen staart; poen:Champagne cocktail= champ. met enkele droppels Angostura bitter;Soda cocktail= selterswater met bitter etc.;Cock-tread= hanetree;Cocked hat= steek; driehoekig gevouwen briefje:To knock into a cocked hat= tot moes slaan;Cockerel (Cocklet, Cockling)= jonge haan;Cock-up= naar boven gekeerd; boven den regel uitstekend; scheeve hoed;Cocky= onbeschaamd, pedant, aanmatigend.Cockade,kəkeid, kokarde.Cockatoo,kokətû, kaketoe.Cockatrice,kokətr(a)is, basiliskus.Cockburn,koubɐ̂n.Cocker,kokə, subst. fokker van kemphanen; hond voor de snippenjacht;Cockerverb. troetelen, liefkoozen:Cockered uptoo much;Cocker thy childand he shall make thee afraid= vertroetel;According to Cocker= volgens Bartjes.Cocket,kokət, douanezegel, tolbewijs, douane (veroud.); adj. dartel, levendig, coquet:Cocketed upin fair gowns= uitgedost;Cocket-bread= tweede soort tarwebrood.Cockieleekie,kokəlîki, kippesoep met look.Cockle,kok’l, subst. mossel; bolderik, dolik;Cockleverb. rimpelen, samentrekken:That warmsthe cockles of my heart= doet me innig genoegen;Hot cockles= spel waarbij een geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Cockle-hat= pelgrimshoed met eenCockle-shell= (mossel)schelp (als pelgrimsinsigne); notedop (=klein bootje);Cockle-stairs= wenteltrap;Cockler= mosselverkooper.Cockney,kokni, subst. (geboren en getogen) Londenaar; verwende en verwijfde jongen; adj. wat eenCockneyeigen is;Cockneydom;Cockneyfy= tot C. maken; adj.Cockneyish;Cockneyism= aard of uitdrukking van een C.Cocoa,koukou, cacao;Cocoabutter;Cocoa-nib= zaadvliesje van de cacaoboon;Cocoa-nut= kokosnoot.Cocoon,kəkûn, cocon;Cocoonery= inrichting voor de zijdewormteelt.Coctile,kokt(a)il, gebakken;Coction,kokš’n, koking, bakken.Cod,kod, subst. schil, schaal, buidel, zak;Codverb. in eene schil besluiten.Cod,kod, kabeljauw;Cod-liver-oil= levertraan;Codder= visschersschuit (voorCods);Codling= jonge kabeljauw.Coda,koudə, coda.Coddle,kod’l, zacht koken; troetelen, vleien:Don’t coddle yourself= verwen je zelf niet.Code,koud, wetboek, reglement:Code of morality= zedewet;Code-words= afgesproken of telegramwoorden:The telegram wasput into the code-words= in dit schrift overgebracht;Codex= wetboek.Codger,kodžə, oude vent, vrek.Codicil,kodisil, aanhangsel van een testament; adj.Codicillary.Codification,koudifikeiš’n,kodifikeiš’n, codificatie;Codify,koudifai,kodifai, codificeeren.Codilla,kədilə, ruwe hennep of vlas.Codille,kədîl, codille (in quadrille of omber).Codlin(g),kodliŋ, Codlin, soort appelboom; ZieCod.[98]Codrington,kodriŋt’n.Coefficient,kouəfiš’nt, medewerkend; subst. coefficient.Coemption,kouem(p)š’n, het opkoopen of koopen in het groot.Coequal,kouîkw’l, subst. en adj. gelijk(e);Coequality,kouikwoliti, gelijkheid.Coerce,kouɐ̂s, dwingen;Coercer;Coercion= dwang;Coercion-act= dwangwet.Coessential,kouəsenš’l, van hetzelfde wezen.Coetaneous,kouiteiniəs, even oud.Coeternal,kouitɐ̂n’l, eeuwig bestaand met; subst.Coeternity.Coeval,kouîv’l=Coetaneous.Coexist,kouegzist, gelijktijdig bestaan; subst.Coexistence; adj.Coexistent.Coffee,kofi, koffie:A cup ofblack coffee;Togrind, make, roast, take coffee;Coffee-beans(=Coffee-nibs);Coffee-mill;Coffee-pot;Coffee-room= gelagkamer.Coffer,kofə, subst. geldkist, kist, koffer, schat; gracht, galerij (vestingb.), sluis (in een kanaal);Cofferverb. in eene kist besluiten;Coffer-dam,kofədam, kistdam;Coffered.Coffin,kofin, subst. doodkist, pasteikorst, peperhuisje, bovenste van een paardehoef, kar van een drukpers;Coffinverb. in eene kist besluiten, insluiten.Cog,kog, subst. kam of tand (van een rad); kleine boot;Cogverb. paaien, door mooie praatjes bedriegen:His dice were cogged= zijne dobbelsteenen waren valsch (met lood aan ééne zijde bezwaard);Cog-wheel= tand- of kamrad.Cogency,koudž’nsi, overtuigende kracht;Cogent,koudž’nt, krachtig, overtuigend.Coggle,kog’l, kleine boot;Coggle-stone= afgeronde keisteen.Cogitate,kodžiteit, denken, overpeinzen; subst.Cogitation; adj.Cogitative.Cognac,ko(u)njak, cognac.Cognate,kognit, subst. bloedverwant; adj. verwant (in Schotl. vooral van moederszijde), vermaagschapt, van denzelfden aard;Cognation= bloedverwantschap.Cognition,kogniš’n, kennis (door eigen ondervinding of onderzoek opgedaan); adj.Cognitive.Cognizable,ko(g)nizəb’l, kenbaar, vervolgbaar;Cognizance,ko(g)niz’ns, kennis(neming), kenmerk, insigne; competentie, (rechts)gebied:Out of the cognizance of the post;Cognizant,ko(g)niz’nt, kennis dragend of nemend van (of).Cognomen,kognoum’n, familienaam, bijnaam; benaming.Cognovit,kognouvit, schriftel. erkenning door den gedaagde, dat de eischer in zijn recht is.Cogue,kog, nap, vaatje, emmer, slok.Cohabit,kouhabit, (als man en vrouw) samenwonen; subst.Cohabitation.Coheir(ess),kouêə(rəs), mede-erfgenaam.Cohere,kouhîə, samenkleven, logisch samenhangen; subst.Coherence=Coherency; adj.Coherent;Coherer= cohaerer, fritter (Draadl. telegr.).

Circumcise,sɐ̂k’msaiz, besnijden;Circumcision= besnijdenis.Circumference,sɐ̂kɐmfər’ns, omtrek; adj.Circumferential.Circumflex,sɐ̂k’mfleks, circonflex; rondbuigen, van een circonflex voorzien.Circumfluent,sɐ̂kɐmfluent, omstròòmend.Circumfuse,sɐ̂k’mfjûz, omgieten;Circumfusion= verbreiding (fig.).Circumgyrate,sɐ̂k’mdžaireit, ronddraaien;Circumgyration= ronddraaiing.Circumjacent,sɐ̂k’mdžeis’nt, omliggend, omgevend.Circumlocution,sɐ̂k’mləkjûš’n, omschrijving; noodelooze omslag;Circumlocutory,sɐ̂k’mlokjutəri, omschrijvend.Circumnavigable,sɐ̂k’mnavigəb’l, omvaarbaar;Circumnavigate= omvaren;Circumnavigation= òmvaring;Circumnavigator.Circumpolar,sɐ̂k’mpoulə, om de pool.Circumscribe,sɐ̂k’mskraib, omschrijven, beperken;Circumscription= begrenzing, beperking.Circumspect,sɐ̂k’mspekt, omzichtig;Circumspection= omzichtigheid.Circumstance,sɐ̂k’mst’ns, subst. omstandigheid, voorval, gebeurtenis, toestand;Circumstanceverb.:Tobe circumstanced= in een bepaalden toestand zijn;Not a circumstance to= niets in vergelijking met (Amer.);Circumstantial, omstandig, toevallig:Circumstantial evidence= derivatief bewijs, bewijs door reductie; tegenoverDirect evidence= blijk;Extenuating circumstances= verzachtende omstandigheden;Circumstantiate= omstandig meedeelen, verifieeren.Circumvallation,sɐ̂k’mvəleiš’n, circumvallatie.Circumvent,sɐ̂k’mvent, misleiden, bedriegen;Circumvention= bedrog;Circumventive= bedriegelijk.Circumvolute,sɐ̂kɐmvəl(j)ût, omwikkelen.Circumvolution= omwikkeling.Circus,sɐ̂kəs, circus:Circus-rider= paardrijder.Cirencester,sisəstə.Cirrose,sirous,Cirrous,sirəs, met ranken (vederwolken);Cirrus,sirəs(Mv.Cirri,sirai), hechtrank; vederwolk.Cisalpine,sisalp(a)in, Cisalpijnsch.Cisatlantic,sisətlantik; aan deze zijde van den Atlantischen oceaan.[92]Cispadane,siseid’n,sispədein, ten Z. van de Po.Cis(sy),sis(i), verkorting vanCecily,sisili.Cist,sist, kist; Keltisch graf.Cistercian,sistɐ̂š’n, subst. Cistenciencer monnik; leerling van deCharterhouse School; adj. van eenCistercian.Cistern,sistən, (vergaar)bak, put.Cit,sit, burger, philister.Citadel,sitədel, citadel.Citation,saiteiš’n, dagvaarding; aanhaling;Letter Citatory= dagvaarding;Cite,sait, dagvaarden; aanhalen, aanvoeren;Citer= deurwaarder.Cithara,sithərə,Cither(n),sithə(n), cither.Citizen,sitiz’n, subst. burger; adj. burger—:The Citizen King;Citizen-soldier= burgermilitair;Citizenship= burgerrecht.Citrin(e),sitrin, subst. citrin; adj. citroengeelkleurig.Citron,citr’n, citroen(boom).Citrus,sitrəs, lemoen.City,siti, subst. groote stad (oorspronkelijk:bisschopsstad); handelswijk van Londen; in Amer. elke stad; de burgers; adj. stads—:Mr. A. of this city= de Heer A. alhier;City-article= beursbericht;City-bag= soort reistasch;City-fathers= de raad;City-hall= stadhuis;City-man= koopman;Cityfied= versteedscht.Civet-cat,sivətkat, civetkat.Civic,sivik, burger—:Civic crown= burgerkroon;Civic guard= burgerwacht;Civics= leer van de rechten en plichten eens burgers.Civil,sivil, burger—, civiel, beschaafd, beleefd:Doing the civil to= beleefd zijn tegen;Civil death= verlies der burgerschapsrechten, afsterven van de wereld;Civil-engineer= civiel-ingenieur;Civil law= burgerl. recht;Civil list= civiele lijst;Civil servant= burgerlijk ambtenaar;Civil service= civiele dienst, burgerlijke ambtenaren;Civil-spoken= beleefd;Civilian,sivilj’n= professor in (beoefenaar van) ’t civiele recht;Civility,siviliti, beleefdheid, beschaafdheid;Civilities= attenties;Civiližation, beschaving;Civilize= beschaven, civiliseeren.Clabber,klabə:Bonny clabber, subst. dikke, zure melk;Clabberverb. klonteren (Amer.).Clack,klak, subst. geklepper, klepper, geratel (fig.), klik, klep, babbelaar:Clackverb. klappen, snappen, kakelen, klappeien:Heclackedhis whip;Clack-box= ventiel;Clack-dish= doos of bord met beweegbaar deksel van de vroegere bedelaars.Clad,klad, gekleed; bevredigd.Claim,kleim, subst. aanspraak, eisch, concessie aanvraag, stuk land, dat een kolonist productief maakt om het zoo mogelijk te koopen;Claimverb. aanspraak maken op, eischen:Heclaims kindred withus= zegt dat hij familie van ons is;Toenter(Tomake, put in)a claim= eisch instellen;Togive up (renounce, waive) a claim= laten varen;Tolay claim to= aanspraak maken op;Claim-jumper= iemand die een stuk land in bezit neemt, waarop een ander een vroeger recht heeft;Claimant, eischer, pretendent.Clair,klêə:The telegram wassent en clair= open besteld.Clam,klam, subst. naam van allerlei soorten mossels (mantelschelpen, stroommossels, zoetwatermossels) mond, domkop (Amer.); nijptang, schroef; sabel van Harlekijn:Heshut up like a clam(Amer.) = zweeg als een mof;Clam-bake=clams(gapersenvenusschelpen) gebakken op heete steenen met laagjes aardappelen, visch en maïs; picnic waarbij dit het hoofdgerecht is (Amer.);If itisn’ttrue,I am a clam-shell= ben ik “ik weet niet wat”;Shut your clam-shell= houd je mond.Clam,klam, klamheid; honger; adj. klam,Clamverb. besmeren, verstoppen; kleven; hongerlijden.Clamber,klambə, klouteren.Clamorous,klamərɐs, luidruchtig, tierend, schreeuwend;Clamour,klamə, subst. getier, luidruchtigheid; weeklacht;Clamourverb. luid schreeuwen, tieren, dringend eischen, klagen.Clamp,klamp, subst. klamp; zware voetstap, hoop (steenen);Clampverb. klampen, lasschen, zwaar stappen;Clamp-nails= klampnagels.Clan,klan, stam, geslacht, kliek, secte:Theyclanned together= zij staken de hoofden bij elkaar;Clannish= aanhankelijk;Clannishness= aanhankelijkheid;Clanship=clan-schap;Clansman= lid van eenclan.Clandestine,klandestin, heimelijk, ongeoorloofd.Clang,klaŋ, harde klank, gekletter, geraas; interj. kling!Clangverb. klinken, (laten) kletteren:A clanking noise= een kletterend, rammelend geraas.Clap,klap, subst. slag, klap, flap, donderslag, handgeklap;Clapverb. klappen, knallen, tikken, kloppen, slaan (met iets plats), plotseling bijeendrijven, haastig dichtslaan, met kracht neerzetten, met handgeklap begroeten:Hetook a clap atme with his stick= sloeg naar mij;Toclap eyeson a person= zien, ontmoeten;Toclap hands= in de handen klappen;The chancellor of the Exchequer hasclapped five shillings onchampagne= gooide;He wasclapped intoa strait-waistcoat= hij kreeg een dwangbuis aan;He wasclappedintoprison, under lock and key= in de gevangenis gestopt;Toclap on a dress= aanschieten;I’ll sell my boots, I believe andclap everything on= alles zetten op (wedden);He wasclapped out ofthe room= gesloten;Toclap spurs to a horse= de sporen geven;Theyclappedhimup= in de gevangenis;The bargain wasclapped up= plotseling gesloten;Clapboard= subst. kleine eikenh. duig; dakspaan (Amer.);Clapboardverb. met dakspanen bedekken (Amer.);Clap-bread= harde, dunne havermeelkoeken;Clap-dish, ZieClack-dish;Clap-net= slagnet;Clap-trap= subst. kletspraat; bombast; adj. bedriegelijk; schoonklinkend;Clap display= knaleffect;Clapper= klepel, claqueur.Clapper-claw,klapərklô, uitschelden, toetakelen, krabben.[93]Clara,klêrə,Clare,klêə, Clara, non(orde v. St. Clare).Clarence,klar’ns, rijtuigje = coupé clarence.Clarendon,klar’nd’n.Clare-obscure,klêrobskjuə, clair-obscuur.Claret,klarət, subst. Bordeauxwijn; adj. wijnkleurig;Claret-cup= bowl van rooden wijn, citroen en brandewijn met ijs.Clarification,klarifikeiš’n, klaring;Clarifier= klaarmiddel, klaarpan;Clarify= klaren, reinigen; opklaren.Clari(o)net,klari(ə)net, klarinet.Clarion,klariən, klaroen.Clarity,klariti, klaarheid, glans.Clarty,klâti, nat, vuil, glibberig (Dial.).Clary,klêri, scharlei, muskadel-salie.Clash,klaš, subst. gekletter, knal, botsen, tegenspraak, tegenstrijd;Clashverb. rammelen, rinkelen, kletteren, strijden, in strijd zijn met:The clash of cymbals;Thatclashes withmy interests= strijdt met …Clasp,klâsp, kram, haak, gesp, knip, omhelzing;Claspverb. vasthaken, sluiten, grijpen, omklemmen, omhelzen, vouwen:A medal with six clasps= met zes gespen;Clasp-knife= knipmes;Clasp-pin= veiligheidsspeld.Class,klâs, subst. klasse, lesuur, cursus;Classverb. classificeeren, ordenen:When(the) class is over= het lesuur om is;To besent out of class;Class-feeling= standen-(kasten)geest;Class-fellow (Class-mate)= klassegenoot;Classman= een “met lof” geslaagde (tegenoverPassman), bij Academ. examens;Class periodicals= vaktijdschriften;Class schools= standenscholen.Classic(al),klasik(’l), subst. en adj. klassiek (schrijver of boek);Classics= de kl. studiën:The Classics= de kl. schrijvers;The Prussianclassical schools= gymnasia;Classicality= het klassieke;Classicism= classicisme, klassieke vorm of stijl;Classicist= klassiek geleerde.Classification,klasifikeiš’n, classificatie;Classifier;Classify= classificeeren.Clatter,klatə, subst. geklater, gerammel, geratel;Clatterverb. klateren, ratelen, rammelen;Clatterer.Claudia,klôdjə.Claudius,klôdjəs.Clause,klôz, zindeel, clausule.Claustral,klôstr’l, kloosterachtig, klooster …Clavate(d),kleivit(id), knotsvormig.Clavecin,kleivsin, spinet, clavecimbaal.Claver,kleivə,klavə, wauwelen; gewauwel.Claverhouse,klavərɐs.Clavichord,klaviköd, clavecordium.Clavicle,klavik’l, sleutelbeen;Clavicular,kləvikjulə, sleutelbeen …Clavicorn,klavikön, knotssprietigen (insect.).Clavier,kləvîə;klavjə, claviatuur, klavier.Claviger,klavidžə, claviger, custos.Clavis,kleivis, sleutel, vertaling.Claw,klô, subst. klauw, nagel, schaar, poot;Clawverb. krabben, (ver)scheuren, grijpen, krauwen, kittelen, flikflooien, knijpen (zeeterm):Claw off= door te knijpen uit lager wal komen;Claw-back= vleier, lekkerbek;Claw-backverb. vleien;Claw-hammer= klauwhamer; zwarte rok; adj. gekleed, deftig:There was quitea claw-hammer crowdat the governor’s palace= een troep heeren met zwarte rokken;Claw-sickness= klauwzeer.Clay,klei, subst. klei, leem, aarde, stof, aarden pijp; adj. van klei gemaakt;Clayverb. met klei bedekken (mengen); zemelen, kleien;Clay-cold= ijskoud;Clay-marl= kleimergel;Clayey= kleiig, leemig =Clayish.Claymore,kleimö, vroeger slagzwaard der Schotsche Hooglanders.Clean,klîn, adj. zuiver, rein, blank, kuisch, onschuldig, welgevormd, slim, totaal;Cleanverb. reinigen, schoonmaken, zuiveren:As clean as a new penny= zoo blank als zilver;He went out of officewith his hands clean= hij legde zijne portefeuille neer zonder smet of blaam;A clean bill(=Bill of Health);He madea clean jobof it= hij deed het uitstekend, keurig;To clean a person out= iemand “blut” maken, geheel uitschudden;Clean-limbed (Clean-shaped)= goed geproportioneerd;Clean-shaven= gladgeschoren;Cleaner= stijfster:Vacuum cleaner= stofzuiger;Cleaning= schoonmaak;Cleanliness,klenlinəs, zindelijkheid:Cleanliness is next to godliness;Cleanly,klenli, adj. zindelijk;Cleanly,klînli, adv. rein;Cleanliness= reinheid;Cleanse,klenz, zuiveren.Clear,klîə, adj. klaar, zuiver, helder, doorzichtig, doorschijnend, duidelijk, onbetwistbaar, vlekkeloos, netto, volle, onbelast, onbezwaard, ongehinderd, vrij;Clearverb. helder maken, verduidelijken, zuiveren, ophelderen, wegnemen, vrijmaken, vrijspreken, zuivere winst maken, betalen, klareeren, overspringen, afruimen, opruimen:The coast is clear= de kust is vrij, het veld is schoon;Hecarried it clear= won het royaal;I will tryto setyouclear= u uit de verlegenheid te helpen;Westeered clear ofthe rock= liepen de rots vrij;A clear hour= vol uur;Toclear accounts= vereffenen;Toclear a character= van blaam zuiveren;The grounds will be clearedat ten= het park zal ontruimd worden;Clear-the-ground skirt= grondvrije rok;Toclear a hedge= springen over;Toclear the land= in volle zee blijven;Hecleared more than 200 pounds= winst maken;The table was cleared= de tafel werd afgenomen;He cleared his throat= schraapte de keel;Hecleared the way= baande den weg;The ship wascleared atthe custom-house= uit-, ingeklaard;Toclear away the tea= opruimen;The ship wascleared foraction= voor het gevecht gereed gemaakt;Toclear off= vertrekken; uit den weg ruimen; afbetalen;He cleared out= hij kneep uit;I am cleared out= platzak;Clear-cut= fijn besneden, scherp omlijnd;Clear-headed= helder;Clear-sighted= helderziend;Clear-starch= stijven;Clear-starcher= stijfster;Clearance= opklaren, opruimen, (bewijs van) in- of uitklaren, dunnen van boomen, uitverkoop (=Clearance sale);Clearing= dunnen van boomen; ontgonnen land in bosschen (Amer.); verrekening van saldo’s tusschen bankiers, bij spoorwegmaatschappijen, etc. (dit wordt gedaan in hetClearing-house);[94]Clearness= helderheid, duidelijkheid, etc.Cleat,klît, subst. klamp, stang, ijzeren zoolplaatje;Cleatverb. bevestigen.Cleavable,klîvəb’l, kloofbaar;Cleavage= kloven, kloofbaarheid;Cleave= kloven, splijten, banen; kleven, aanhangen, trouw blijven:Hecleaves tohis right= staat op;My tonguecleaves tomy mouth= kleeft vast aan mijn gehemelte;Cleaver= (slagers)hakmes, houthakkersbijl:Marrow-bones and cleavers= mergpijpen en hakmessen (met deze werd eertijds bij een huwelijk uit de lagere standen muziek gemaakt);Cleavers= kleefkruid.Cleek,klîk, kolf met ijzeren voet (bij het Golfspel) voor ’t “drijven” gebruikt.Clef,klef, (muziek)sleutel.Cleft,kleft, kloof, reet, barst, scheur; P.P. gespleten;Cleft-footed= met gespleten hoef;The cleft infinitive(ZieSplit).Cleg,kleg, paardenhorzel.Clematis,klemətis, heggeboschdruif.Clemency,klem’nsi, zachtheid, genade.Clement,klem’nt, subst. Clementius; adj. zacht, vergevend, medelijdend.Clementina,klem’ntînə, Clementine.Clemmed,klemd, uitgehongerd.Clench,klenš. ZieClinch.Cleomenes,kliominîz;Cleon,klîən;Cleopatra,klîəpeitrə,klîəpatrə,klîopətrə.Clergy,klɐ̂dži, geestelijkheid, clerus;Clergyman= geestelijke;Clergywoman= vrouw van denclergyman(iron.).Cleric,klerik, klerk, geestelijke, clericaal;Cleric(al)= geestelijk - -; schrijf - -:Clerical coat (hat);Clerical and typographical errors= schrijf- en drukfouten;Clericalism= clericalisme.Clerk,klâk, subst. geestelijke, cantor, koster (=Parish clerk), geleerde, schrijver, klerk; winkelbediende (Am.);Clerkverb. het boekhouder- of klerkschap uitoefenen (Amer.):Articled clerk= klerk van eenSolicitor, die na eenige jaren bij hem gewerkt te hebben het solicitorsexamen kan afleggen voor deIncorporated Law Society;Clerk of the House= de 1ste griffier van het Lagerhuis;I don’t like figures well enoughto clerk= genoeg van cijfers om klerk of boekhouder te worden;Clerkship= betrekking van klerk of schrijver.Clever,klevə, handig, bekwaam, vlug, gevat, gezond, knap, lief (Amer.):A clever leading-article= knap hoofdartikel;Clever at sums= knap in ’t rekenen;Cleverly, volkomen (Amer.);Cleverness, handigheid, etc.Cleves,klîvz, Kleef.Clevis,klevis,Clevy,klevi, U-vormig ijzer aan een ploeg of dissel.Clew,klû, subst. kluwen, bal, draad (fig.), wenk, schoothoorn;Clewverb. (metup) = oprollen, geien.Click,klik, subst. tik, knip, knap, klink, pal;Clickverb. tikken, knappen, knippen; wegnemen, gappen; klinken:Toclick glasses= klinken;Watches click;Clicker= winkelknecht om klanten te lokken; vormopmaker (zetterij); schoenmaker, die het leer snijdt.Client,klaiənt, client, beschermeling, creatuur;Clientage,klaiəntidž, clientèle =Clientele,klaiəntîl,klaiəntîl,klaiəntel.Cliff,klif, steile rots;Cliffy= rotsachtig, steil.Climacteric,klaimakterik,klaimaktərik, kritiek; subst. kritieke leeftijd (jaar):Grand climacteric= het 63ste levensjaar.Climate,klaimit, klimaat, luchtstreek, gewest;Climatic(al)= klimaat..;Climatize= acclimatiseeren;Climatology= klimatologie.Climax,klaimaks, climax, toppunt.Climb,klaim, verb. klimmen, klauteren, beklimmen, stijgen; subst. klim:It isa good climb= heele klim;We began the upward climb;Toclimb down= afklimmen; inbinden (fig.);Climbable= beklimbaar;Climber= klimmer, clematis;Climbers= klimvogels:Hasty climbers have sudden falls, High climbers fall low= wie hoog klimt, valt laag.Climene,klaimîn, Climeen.Clinch,klinš, klinknagel, ankersteek;Clinchverb. klinken, bevestigen, vasthouden:That clinches the matter= dat is afdoende;I can’tclinch her name= komen op;Clinch-nails= klinknagels;Clincher= klamp, houvast:That’s a clincher= daarmee slaat gij den spijker op den kop, dat is afdoende;Clincher-built=Clinker-built.Cling,kliŋ, vastzetten, kleven (hangen) aan, zich vastklemmen, verdorren:Sheclung hold ofhis coat= hield stevig vast.Clinic,klinik, een bedlegerige; kliniek:Clinic(al)= klinisch:Clinical baptism= doop aan zieke of stervende;Clinical convert= de aldus gedoopte;Clinical lecture= kliniek.Clinique,klinîk, kliniek.Clink,kliŋk,—verb. klinken, doen klinken, laten rijmen; subst. het klinken:At theclink of gold;Toclink glasses (together)= aanstooten;Clinking= buitengewoon.Clinker,kliŋkə, klinkersteen, hamerslag, metaalschuim, best paard; klikker (Schotl.):Clinker-built= met over elkaar liggende planken, overboeid (scheepst.).Clinquant,kliŋk’nt, subst. klatergoud; adj. glinsterend, in klatergoud gekleed.Clio,klaiou, Clio; walvischaas.Clip,klip, subst. de scheerwol van één seizoen; slag, uitknipsel, voorpunt aan hoefijzer, klemhoutje, knijper;Clipverb. afknippen, snoeien, verkleinen, verkorten, afsnijden, radbraken, slaan, voortrennen (Amer.):He slurred andclipped his words= sprak slordig - - uit en slikte in;His wings wereclipped= hij werd gekortwiekt (fig.);Clipper= besnoeier; klipper; pracht van een kerel (meid);Clippers= tondeuse;Clipping= snelzeilend (vliegend), uitstekend, omarmend;Clippings= lappen, uitknipsels.Clique,klîk, kliek;Cliquism= kliekwezen;Cliquy= kliekerig.Clish-clash,klišklaš, geratel:Togo clish-clash= rammelen, ratelen (fig.).Clitter-clatter,klitəklatə, gewauwel:Her shoesgo clitter-clatter= klip-klap.Clivers,klaivəz=Cleavers.Clo,klou=Clothes.Cloak,klouk, subst. mantel, dekmantel (fig.);Cloakverb. bemantelen, verbergen;Cloak-bag=[95]mantelzak, valies;Cloak-room= vestiaire, (dames)toilet, retirade; bagagelokaal.Clobber,klobə, smeersel om bij het oplappen van oude schoenen de scheuren te stoppen.Clock,klok, subst. klok, kever, versierde klink (aan de zijde van eene kous);Clockverb. klokken, broeden, beieren:What o’clock is it? What is (it) o’clock?= Hoe laat is het?Theyset all clocks by Greenwich time= scheren alles over één kam;Clock-dial=Clock-face= wijzerplaat;Clock-hand= wijzer;Clockmaker;As regular as clock-work= zoo precies als een uurwerk;Clock-workanimal= stuk speelgoed met mechaniek.Clod,klod, subst. aardkluit, stof, lomperd, domoor;Clodverb. kluiten, klonteren, met kluiten gooien;Clod-crusher= wals;Clod-hopper= boerenkinkel;Clod-pate, Clod-poll= ezelskop;Cloddish=Cloddy= klonterig, plomp.Clog,klog, subst. blok, stomp, belemmering, rem, holsblok, trip;Clogverb. te zwaar belasten, overladen, belemmeren, verhinderen, tegenhouden, stokken, klonteren, verstoppen;Cloggy, klonterig, kleverig, etc.Cloister,klôistə, subst. klooster, kruisgang, veranda, piazza;Cloisterverb. in een klooster opsluiten, afzonderen.Clomb,kloum, oud imperf. vanTo Climb.Close,klouz, subst. besluit, einde; schermutseling, handgemeen;Closeverb. sluiten, eindigen, besluiten, aaneensluiten; overeenkomen, handgemeen worden, worstelen:With closeed doors= met gesloten deuren;These areclosed questionsnow= uitgemaakt;Evening closed= de avond viel;At this momentthe scene closes in= valt het gordijn;Toclose in= de gelederen sluiten;We haveclosed onthat point= het eens geworden;Theyclosed roundthe fortress= sloten in;The passage wasclosed up= afgesloten;Close up,gentlemen; we won’t go home yet= aansluiten, Heeren!Toclose with= aannemen, het eens zijn, naderen.Close,klous, subst. ingesloten of omheinde plaats, terrein bij eene cathedraal of abdij, blinde straat of steeg, slop; adj. gesloten, benauwd, drukkend, dicht, stilstaand, nauw, strak, compres, dicht in elkaar, nabij, innig, vlijtig, streng logisch, zeldzaam, nabij(Close by), ongeveer gelijk, geheim, achterhoudend, oplettend, beknopt, getrouw, nauwkeurig, gierig, krenterig:Close corporation= een corporatie, die vacatures zelf aanvult;Close season, Close time= gesloten vischtijd of jachttijd;Asclose as wax= zoo dicht als een pot (fig.);The air is close here= het is hier benauwd;Close is my shirt, but closer is my skin= het hemd is nader dan de rok;Tocome to close quarters= handgemeen worden;Tokeep oneself close= zich koest houden;Tolive at close quarters= klein behuisd zijn;Tosit close= dicht opeen;Close-banded= dicht aaneengesloten;Close by (on);Closeupon= bijna; dicht bij;Close-cropped= kort geknipt;Close-fisted, Close-handed= vrekkig, gierig;Close-grained=dicht (v. hout, steen);A close-stool= stilletje;Close-tongued= zwijgend, “zoo dicht als een pot”;Closely= dicht op elkaar, ijverig, grondig;Closeness= vastheid, dichtheid, geslotenheid, bedomptheid, etc.Closet,klozət, subst. kabinet, studeerkamer, privaat; adj. geheim, theoretisch, kamer..;Closetverb.:Tobeclosetedwith= een geheim onderhoud hebben met.Closure,kloužə, subst. sluiting, slot;Closureverb. het debat sluiten:Toapply the closurehet debat sluiten.Clot,klot, subst. klonter;Clotverb. klonteren;Clotted cream= dikke room.Cloth,kloth, laken, wol, stof, calicot, tafellaken, gewaad:The Cloth= de geestelijkheid;More cloth than dinner= meer vertoon dan degelijkheid;Tolay the cloth= tafeldekken;Towear the cloth= den soldatenrok (liverei) dragen; geestelijke zijn;Cloth-shearer= lakenscheerder;Cloth-worker= lakenmaker.Clothe,kloudh, kleeden, bekleeden, inkleeden.Clothes,kloudhz, kleeren, kleeding, de wasch, luiers:Bed-clothes= bedlinnen;Long clothes= lange kinderjurk;Short clothes= korte rokken;A suit of clothes= pak;Clothes-press= kleerkast;Clothes-wringer= wringmachine.Clothier,kloudhjə, lakenkooper, lakenfabrikant; lakenvoller (Amer.).Clothing,kloudhiŋ, kleeding.Cloture, Fr. uitspr. =Closure.Cloud,klaud, subst. wolk, ader, groote menigte, lichte wollen sjaal;Cloudverb. bewolken, verduisteren, somber maken, aderen, moireeren:Every cloud has a silver lining= geen kwaad zonder baat;Tobe in the clouds= droomen, absent zijn;Tobe under a cloud= in verlegenheid zijn, gecompromitteerd zijn;Toblow a cloud= rooken;Tocast a cloud upon= een schaduw werpen op;Todrop (fall) from the clouds= uit de lucht vallen;Cloudberry= bergbraambes;Cloud-burst= wolkbreuk;Cloud-capped (capt)= zeer hoog, met wolken bedekt;InCloud Cuckoo Town= hoogst onzeker;Cloud-drift= wolkendrift;Cloud-rack= drijvend zwerk;Cloud-wrapt= in wolken of mist gehuld;Clouded= bewolkt, betrokken, troebel, beneveld:I gotclouded out= de wolken beletten mij te photographeeren;Cloudiness= bewolktheid enz.;Cloudless= onbewolkt;Cloudlet= wolkje;Cloudy= bewolkt, somber, duister, geaderd, gemoireerd.Clough,klɐf(Arthur);Clough,klau,klɐf, ravijn; kruik; sluis; toegift van 2 Eng. ponden op iedere honderd.Clout,klaut, subst. lap, vod, roos van een schijf, as-plaatje:Cloutverb. oplappen, opflikken, slaan, met spijkers bevestigen:He looksas white as a clout= zoo wit als een doek;Clout(-nail)= schoenbeslag;Clouted= met spijkers beslagen.Clove,klouv, kruidnagel; gewicht voor kaas en boter (± 3,6K.G.) en voor wol (± 3,17 K.G.); ravijn;Clove-gilly-flower= tuinanjelier;Cloves,klouvz= een soort likeur.Cloven,klouv’n:Cloven-footed,Cloven-hoofed= met gespleten hoef, satanisch;There wasa decided exhibition of the cloven foot= daar kwam de aap leelijk uit den mouw kijken =Heshowed his cloven foot.[96]Clover,klouvə, klaver:Tobe (live) in clover= een lekker leventje leiden;Togo from clover to rye-grass= van de veeren op het stroo komen.Clown,klaun, boerenkinkel, hansworst;Clownish= boersch, clownachtig; subst.Clownishness.Cloy,klôi, overladen, tegenstaan.Club,klɐb, subst. knots, kolfstok, uitwas, haarknoop; club,sociëteit, vereeniging; adj. knotsvormig;Clubs= klaveren (kaartspel);Clubverb. met een knots (neer) slaan, samen betalen, geld bijeenleggen:Weclubbed (our funds) together= wij legden bij elkander wat wij hadden;The soldierclubbed his musket= sloeg met den kolf;Clubfist(ed)= (met) klomphand;Club-foot= horrelvoet;Club-haul= overstag gaan bij stormweer met behulp van een anker;Club-headed= met dikken kop;Club-house=sociëteit;Club-law= het recht van den sterkste;Club-man= lid van een club, knotsdrager;Club-moss= wolfsklauw;Club-pigtail= dik uitloopende pruik;Club-room;Club-suit= “smoking”;Club-train= bliksemtrein tusschen Londen en Parijs;Club(b)able= gezellig;Clubbed= klomp …, knotsvormig, plomp.Cluck,klɐk, klokken, smakkend spreken als een Hottentot;Clucking-hen= kloekhen.Clue,klû, kluwen, (leid)draad.Clump,klɐmp, subst. blok, brok, groep, dikke zool;Clumpverb. lomp stappen, tot groepen vormen;Clump-boots= zware vetlaarzen.Clumsiness,klɐmzinəs, plompheid, onbeholpenheid;Clumsy= onhandig, lomp, plomp; subst. stommeling.Clunch,klɐnš, verharde leemlaag, weeke kalksteen.Clung,klɐŋ, imperf. en part. perf. vanTo cling.Cluster,klɐstə, subst. tros, bos, groep, troep, zwerm, menigte;Clusterverb. in trossen groeien, scharen, zwermen, ophoopen:In clusters= saamgehoopt.Clutch,klɐtš, subst. greep, klauw, haak;Clutchverb. grijpen, omvatten;Clutch-fisted= vrekkig.Clutter,klɐtə, subst. warboel, lawaai;Clutterverb. onderstboven gooien, eene warboel of drukte maken:Cluttered shops= drukke, volle.Clyster,klistə, lavement;Clysterverb. een lavement zetten;Clyster-pipe= klisteerspuit.Co,kou, verkort voorCompany;County;c/o=care of;C. O.=Colonial Office;Commanding Officer.Coach,koutš, subst. rijtuig, koets, diligence, personenwagen, kapiteinshut; repetitor;Coachverb. (in) eene koets rijden, drillen, africhten:Todrive a coach and six(=horses)through(an Act of Parliament, etc.): een uitdrukking veel gebruikt om het gebrekkige van een wet, etc. uit te drukken. (Verg.:Door zijn geweten kan wel een koets met 4 paarden rondrijden);Theyplay at coacheswith my money= hangen den “heer” uit van;Aslow-coach= treuzelaar;Coach-house= koets- of wagenhuis;Coachman= koetsier;Coach-office= plaatsbureau (van eene diligence);Coachstand; Coach-wheel= wagenrad; ‘achterwiel’ = ½crown(=Forecoach);crown(=Hindcoach);Coachee= koetsier.Coadjutor,kouədžûtə, coadjutor, medehelper;Coadjutorship, coadjutorschap.Co-agency,koueidž’nsi, medewerking;Co-agent= medewerker.Coagulable,keagjuləb’l, strembaar;Coagulate,kəagjuleit, (doen) stremmen (stollen);Coagulation= stremming;Coagulum,kəagjul’m, gestolde massa, geronnen bloed.Coak,kouk, lasch, blokbus;Coakverb. lasschen.Coal,koul, subst. kool, steenkool;Coalverb. verkolen, van kolen voorzien, kolen innemen:Toblow the coals= de hartstochten aanwakkeren;Tohaul over the coals= duchtig onder handen nemen;Coal-backer= kolendrager;Coal-box= kolenbak;Coal-bunker= kolenbergplaats aan boord;Coal-cake= briket;Coal-fish= koolvisch;Coal-gas= steenkolengas;Coal-heaver= kolendrager;Coal-hole= kolenhok;Coal-mine;Coal-mouse= zwartkopmees;Coal-pit= kolenmijn;Coal-scuttle= kolenemmer;(Coal-scuttle bonnet); Coal-tar= koolteer;Coal-whipper= kolenwipper;Coaling-station= kolenstation.Coalesce,kouəles, samengroeien, samenvloeien, zich vereenigen;Coalescence= vergroeiing, etc.; adj.Coalescent.Coalition,kouəliš’n, coalitie.Coaptation,kouəpteiš’n, aanpassing.Coarse,kös, grof, ruw, onbeleefd, onkiesch;Coarse-grained= grof, norsch;Coarsen= grof maken (worden);Coarseness, grofheid, etc.Coast,koust, subst. kust, met sneeuw bedekte helling;Coastverb. langs de kust zeilen, van haven tot haven zeilen; op sneeuw of ijs in eene slede naar beneden glijden, eene helling affietsen met de voeten op defoot-rests(Am.):Heknows the coast of France= is een smokkelaar;Coast-guard= kustwacht;Coasting-trade= kusthandel;Coasting-vessel(=Coaster) = kustvaarder;Coastways=Coastwise= langs de kust.Coat,kout, subst. jas, haren, pels, veeren, laag, schil, wapen (herald.);Coatverb. bekleeden, bedekken:Dress-coat= rok;Frock-coat= gekleede jas;Coat of arms= familiewapen;Acoat of mail= maliënkolder;Cut your coat according to your cloth= zet de tering naar de nering;Coat-card=Court-card;Coat-tail= rokspand;Hetrailed his coat-tails over the green,and dared any one to tread on them(een Iersche vorm van uitdaging);Coatee,koutî, nauwsluitend jasje;Coating= overtrek, bekleeding, laag, jasstof.Coax,kouks, vleien:Tocoax into= bepraten, bevleien;Tocoax out of= aftroggelen;Coaxer= vleier;ACoaxing puss(=A coax) = vleister(tje).Cob,kob, subst. zware hit; mantelmeeuw, meelballetje voor het mesten van vogels, spin, rond brood, steen, chignon, maïsaar, piaster, dracht slagen;Cobverb. afranselen;Cob-loaf= rond brood;Cob-nut= kleine hazelnoot;Cob-wall= muur van leem en[97]stroo;Cobweb= spinneweb, spinrag; adj. dun, fijn, waardeloos:To brush off the cobwebs= de blommetjes buiten zetten;Tohave cobwebs in one’s brain= muizenissen in zijn hoofd hebben;Cobby= kort en gedrongen.Cobalt,koubolt, kobalt;Cobaltic, kobaltachtig.Cobble,kob’l, subst. kiezelsteen, rond stuk kool;Cobbleverb. lappen, samenflansen:The buttonholes had beencobbled out of their original shape= waren verknoeid;Cobbler= schoenlapper, knoeier; wijn met vruchten en ijs, die men door een rietje opzuigt:The cobbler must stick to (not go beyond) his last= schoenmaker, houd je bij je leest.Cobham,kob’m.Coble,kob’l,koub’l, soort van visschersschuit.Cocaigne,kəkein, het land van Cocagne, luilekkerland.Cochin-China,kotšin(koutšin)-tšainə.Cochineal,kotšinîl,kotšinîl, cochenille.Cochlean,kokliən, lepelvormig;Cochleate(d),kokli(e)it(id), spiraalvormig.Cochrane,kokrein.Cock,kok, subst. haan, mannetje, kemphaan (ookfig.), weerhaan, kraan; hooiopper; onrust; wijzer, tong, boot, aanvoerder, opperste; het hanengekraai, kerfje;Cockverb. overhalen, opheffen, opzetten, optoomen, schuin (zwierig) opzetten, wenken:Bycock and pie= bij kris en kras;As the old cock crows, the young cock learns= zooals de ouden zongen, piepen de jongen;Helives like a fighting cock= leidt een weelderig leven;That cock won’t fight= die vlieger gaat niet op;Cock-a-doodle (-doo)= kikeriki;That man isCock-a-hoop= zijn haan kraait victorie;Thecock of the school= de “primus”;He is thecock of the walk= haantje de voorste, leider;A cock and bull (A cock-and-a-bull) story= onmogelijk verhaal;Tocock the ears= spitsen;Tocock the eye= wenken;Tocock the eye at= boos aankijken;Tocock the tail= hoog dragen;Cock-boat= kleine boot;Cock-brained= onbezonnen, dwaas;Cock-broth= hanensoep;Cock-chafer= meikever;Cock-crow(ing)= hanengekraai, dageraad;Cock-fight(ing)= hanengevecht;Cock-eyed= loensch;Cock-horse= hobbelpaard, stokpaardje; fier paard; trotsch, op hooge plaats, schrijlings:Toride a cock-horse to Banbury= paardje rijden; zich trotsch, aanmatigend gedragen;Cock-match= hanengevecht;Cockpit= hanenmat, plaats voor hanengevechten;Cockpit deck= ziekenboeg aan boord;Cockroach=kakkerlak;Cock-robin= roodborstje;Cock-rose= roode papaver;Cocks-comb=hanekam, ratelaar, hoofd, fat. ZieCoxcomb;Cock’s-head= spurrie;Cock-shut (Cocktime)= schemeravond;Cock-shy= spel, om met stokken (Cock-shy sticks) iets op een afstand om te gooien;Cock-spur= hanenspoor;Cock-sure,šuə, positief zeker;Cockswain,koks’n, stuurman in een giek;Cocktail= renpaard, dat geenvolbloedis; paard met fier gedragen staart; poen:Champagne cocktail= champ. met enkele droppels Angostura bitter;Soda cocktail= selterswater met bitter etc.;Cock-tread= hanetree;Cocked hat= steek; driehoekig gevouwen briefje:To knock into a cocked hat= tot moes slaan;Cockerel (Cocklet, Cockling)= jonge haan;Cock-up= naar boven gekeerd; boven den regel uitstekend; scheeve hoed;Cocky= onbeschaamd, pedant, aanmatigend.Cockade,kəkeid, kokarde.Cockatoo,kokətû, kaketoe.Cockatrice,kokətr(a)is, basiliskus.Cockburn,koubɐ̂n.Cocker,kokə, subst. fokker van kemphanen; hond voor de snippenjacht;Cockerverb. troetelen, liefkoozen:Cockered uptoo much;Cocker thy childand he shall make thee afraid= vertroetel;According to Cocker= volgens Bartjes.Cocket,kokət, douanezegel, tolbewijs, douane (veroud.); adj. dartel, levendig, coquet:Cocketed upin fair gowns= uitgedost;Cocket-bread= tweede soort tarwebrood.Cockieleekie,kokəlîki, kippesoep met look.Cockle,kok’l, subst. mossel; bolderik, dolik;Cockleverb. rimpelen, samentrekken:That warmsthe cockles of my heart= doet me innig genoegen;Hot cockles= spel waarbij een geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Cockle-hat= pelgrimshoed met eenCockle-shell= (mossel)schelp (als pelgrimsinsigne); notedop (=klein bootje);Cockle-stairs= wenteltrap;Cockler= mosselverkooper.Cockney,kokni, subst. (geboren en getogen) Londenaar; verwende en verwijfde jongen; adj. wat eenCockneyeigen is;Cockneydom;Cockneyfy= tot C. maken; adj.Cockneyish;Cockneyism= aard of uitdrukking van een C.Cocoa,koukou, cacao;Cocoabutter;Cocoa-nib= zaadvliesje van de cacaoboon;Cocoa-nut= kokosnoot.Cocoon,kəkûn, cocon;Cocoonery= inrichting voor de zijdewormteelt.Coctile,kokt(a)il, gebakken;Coction,kokš’n, koking, bakken.Cod,kod, subst. schil, schaal, buidel, zak;Codverb. in eene schil besluiten.Cod,kod, kabeljauw;Cod-liver-oil= levertraan;Codder= visschersschuit (voorCods);Codling= jonge kabeljauw.Coda,koudə, coda.Coddle,kod’l, zacht koken; troetelen, vleien:Don’t coddle yourself= verwen je zelf niet.Code,koud, wetboek, reglement:Code of morality= zedewet;Code-words= afgesproken of telegramwoorden:The telegram wasput into the code-words= in dit schrift overgebracht;Codex= wetboek.Codger,kodžə, oude vent, vrek.Codicil,kodisil, aanhangsel van een testament; adj.Codicillary.Codification,koudifikeiš’n,kodifikeiš’n, codificatie;Codify,koudifai,kodifai, codificeeren.Codilla,kədilə, ruwe hennep of vlas.Codille,kədîl, codille (in quadrille of omber).Codlin(g),kodliŋ, Codlin, soort appelboom; ZieCod.[98]Codrington,kodriŋt’n.Coefficient,kouəfiš’nt, medewerkend; subst. coefficient.Coemption,kouem(p)š’n, het opkoopen of koopen in het groot.Coequal,kouîkw’l, subst. en adj. gelijk(e);Coequality,kouikwoliti, gelijkheid.Coerce,kouɐ̂s, dwingen;Coercer;Coercion= dwang;Coercion-act= dwangwet.Coessential,kouəsenš’l, van hetzelfde wezen.Coetaneous,kouiteiniəs, even oud.Coeternal,kouitɐ̂n’l, eeuwig bestaand met; subst.Coeternity.Coeval,kouîv’l=Coetaneous.Coexist,kouegzist, gelijktijdig bestaan; subst.Coexistence; adj.Coexistent.Coffee,kofi, koffie:A cup ofblack coffee;Togrind, make, roast, take coffee;Coffee-beans(=Coffee-nibs);Coffee-mill;Coffee-pot;Coffee-room= gelagkamer.Coffer,kofə, subst. geldkist, kist, koffer, schat; gracht, galerij (vestingb.), sluis (in een kanaal);Cofferverb. in eene kist besluiten;Coffer-dam,kofədam, kistdam;Coffered.Coffin,kofin, subst. doodkist, pasteikorst, peperhuisje, bovenste van een paardehoef, kar van een drukpers;Coffinverb. in eene kist besluiten, insluiten.Cog,kog, subst. kam of tand (van een rad); kleine boot;Cogverb. paaien, door mooie praatjes bedriegen:His dice were cogged= zijne dobbelsteenen waren valsch (met lood aan ééne zijde bezwaard);Cog-wheel= tand- of kamrad.Cogency,koudž’nsi, overtuigende kracht;Cogent,koudž’nt, krachtig, overtuigend.Coggle,kog’l, kleine boot;Coggle-stone= afgeronde keisteen.Cogitate,kodžiteit, denken, overpeinzen; subst.Cogitation; adj.Cogitative.Cognac,ko(u)njak, cognac.Cognate,kognit, subst. bloedverwant; adj. verwant (in Schotl. vooral van moederszijde), vermaagschapt, van denzelfden aard;Cognation= bloedverwantschap.Cognition,kogniš’n, kennis (door eigen ondervinding of onderzoek opgedaan); adj.Cognitive.Cognizable,ko(g)nizəb’l, kenbaar, vervolgbaar;Cognizance,ko(g)niz’ns, kennis(neming), kenmerk, insigne; competentie, (rechts)gebied:Out of the cognizance of the post;Cognizant,ko(g)niz’nt, kennis dragend of nemend van (of).Cognomen,kognoum’n, familienaam, bijnaam; benaming.Cognovit,kognouvit, schriftel. erkenning door den gedaagde, dat de eischer in zijn recht is.Cogue,kog, nap, vaatje, emmer, slok.Cohabit,kouhabit, (als man en vrouw) samenwonen; subst.Cohabitation.Coheir(ess),kouêə(rəs), mede-erfgenaam.Cohere,kouhîə, samenkleven, logisch samenhangen; subst.Coherence=Coherency; adj.Coherent;Coherer= cohaerer, fritter (Draadl. telegr.).

Circumcise,sɐ̂k’msaiz, besnijden;Circumcision= besnijdenis.Circumference,sɐ̂kɐmfər’ns, omtrek; adj.Circumferential.Circumflex,sɐ̂k’mfleks, circonflex; rondbuigen, van een circonflex voorzien.Circumfluent,sɐ̂kɐmfluent, omstròòmend.Circumfuse,sɐ̂k’mfjûz, omgieten;Circumfusion= verbreiding (fig.).Circumgyrate,sɐ̂k’mdžaireit, ronddraaien;Circumgyration= ronddraaiing.Circumjacent,sɐ̂k’mdžeis’nt, omliggend, omgevend.Circumlocution,sɐ̂k’mləkjûš’n, omschrijving; noodelooze omslag;Circumlocutory,sɐ̂k’mlokjutəri, omschrijvend.Circumnavigable,sɐ̂k’mnavigəb’l, omvaarbaar;Circumnavigate= omvaren;Circumnavigation= òmvaring;Circumnavigator.Circumpolar,sɐ̂k’mpoulə, om de pool.Circumscribe,sɐ̂k’mskraib, omschrijven, beperken;Circumscription= begrenzing, beperking.Circumspect,sɐ̂k’mspekt, omzichtig;Circumspection= omzichtigheid.Circumstance,sɐ̂k’mst’ns, subst. omstandigheid, voorval, gebeurtenis, toestand;Circumstanceverb.:Tobe circumstanced= in een bepaalden toestand zijn;Not a circumstance to= niets in vergelijking met (Amer.);Circumstantial, omstandig, toevallig:Circumstantial evidence= derivatief bewijs, bewijs door reductie; tegenoverDirect evidence= blijk;Extenuating circumstances= verzachtende omstandigheden;Circumstantiate= omstandig meedeelen, verifieeren.Circumvallation,sɐ̂k’mvəleiš’n, circumvallatie.Circumvent,sɐ̂k’mvent, misleiden, bedriegen;Circumvention= bedrog;Circumventive= bedriegelijk.Circumvolute,sɐ̂kɐmvəl(j)ût, omwikkelen.Circumvolution= omwikkeling.Circus,sɐ̂kəs, circus:Circus-rider= paardrijder.Cirencester,sisəstə.Cirrose,sirous,Cirrous,sirəs, met ranken (vederwolken);Cirrus,sirəs(Mv.Cirri,sirai), hechtrank; vederwolk.Cisalpine,sisalp(a)in, Cisalpijnsch.Cisatlantic,sisətlantik; aan deze zijde van den Atlantischen oceaan.[92]Cispadane,siseid’n,sispədein, ten Z. van de Po.Cis(sy),sis(i), verkorting vanCecily,sisili.Cist,sist, kist; Keltisch graf.Cistercian,sistɐ̂š’n, subst. Cistenciencer monnik; leerling van deCharterhouse School; adj. van eenCistercian.Cistern,sistən, (vergaar)bak, put.Cit,sit, burger, philister.Citadel,sitədel, citadel.Citation,saiteiš’n, dagvaarding; aanhaling;Letter Citatory= dagvaarding;Cite,sait, dagvaarden; aanhalen, aanvoeren;Citer= deurwaarder.Cithara,sithərə,Cither(n),sithə(n), cither.Citizen,sitiz’n, subst. burger; adj. burger—:The Citizen King;Citizen-soldier= burgermilitair;Citizenship= burgerrecht.Citrin(e),sitrin, subst. citrin; adj. citroengeelkleurig.Citron,citr’n, citroen(boom).Citrus,sitrəs, lemoen.City,siti, subst. groote stad (oorspronkelijk:bisschopsstad); handelswijk van Londen; in Amer. elke stad; de burgers; adj. stads—:Mr. A. of this city= de Heer A. alhier;City-article= beursbericht;City-bag= soort reistasch;City-fathers= de raad;City-hall= stadhuis;City-man= koopman;Cityfied= versteedscht.Civet-cat,sivətkat, civetkat.Civic,sivik, burger—:Civic crown= burgerkroon;Civic guard= burgerwacht;Civics= leer van de rechten en plichten eens burgers.Civil,sivil, burger—, civiel, beschaafd, beleefd:Doing the civil to= beleefd zijn tegen;Civil death= verlies der burgerschapsrechten, afsterven van de wereld;Civil-engineer= civiel-ingenieur;Civil law= burgerl. recht;Civil list= civiele lijst;Civil servant= burgerlijk ambtenaar;Civil service= civiele dienst, burgerlijke ambtenaren;Civil-spoken= beleefd;Civilian,sivilj’n= professor in (beoefenaar van) ’t civiele recht;Civility,siviliti, beleefdheid, beschaafdheid;Civilities= attenties;Civiližation, beschaving;Civilize= beschaven, civiliseeren.Clabber,klabə:Bonny clabber, subst. dikke, zure melk;Clabberverb. klonteren (Amer.).Clack,klak, subst. geklepper, klepper, geratel (fig.), klik, klep, babbelaar:Clackverb. klappen, snappen, kakelen, klappeien:Heclackedhis whip;Clack-box= ventiel;Clack-dish= doos of bord met beweegbaar deksel van de vroegere bedelaars.Clad,klad, gekleed; bevredigd.Claim,kleim, subst. aanspraak, eisch, concessie aanvraag, stuk land, dat een kolonist productief maakt om het zoo mogelijk te koopen;Claimverb. aanspraak maken op, eischen:Heclaims kindred withus= zegt dat hij familie van ons is;Toenter(Tomake, put in)a claim= eisch instellen;Togive up (renounce, waive) a claim= laten varen;Tolay claim to= aanspraak maken op;Claim-jumper= iemand die een stuk land in bezit neemt, waarop een ander een vroeger recht heeft;Claimant, eischer, pretendent.Clair,klêə:The telegram wassent en clair= open besteld.Clam,klam, subst. naam van allerlei soorten mossels (mantelschelpen, stroommossels, zoetwatermossels) mond, domkop (Amer.); nijptang, schroef; sabel van Harlekijn:Heshut up like a clam(Amer.) = zweeg als een mof;Clam-bake=clams(gapersenvenusschelpen) gebakken op heete steenen met laagjes aardappelen, visch en maïs; picnic waarbij dit het hoofdgerecht is (Amer.);If itisn’ttrue,I am a clam-shell= ben ik “ik weet niet wat”;Shut your clam-shell= houd je mond.Clam,klam, klamheid; honger; adj. klam,Clamverb. besmeren, verstoppen; kleven; hongerlijden.Clamber,klambə, klouteren.Clamorous,klamərɐs, luidruchtig, tierend, schreeuwend;Clamour,klamə, subst. getier, luidruchtigheid; weeklacht;Clamourverb. luid schreeuwen, tieren, dringend eischen, klagen.Clamp,klamp, subst. klamp; zware voetstap, hoop (steenen);Clampverb. klampen, lasschen, zwaar stappen;Clamp-nails= klampnagels.Clan,klan, stam, geslacht, kliek, secte:Theyclanned together= zij staken de hoofden bij elkaar;Clannish= aanhankelijk;Clannishness= aanhankelijkheid;Clanship=clan-schap;Clansman= lid van eenclan.Clandestine,klandestin, heimelijk, ongeoorloofd.Clang,klaŋ, harde klank, gekletter, geraas; interj. kling!Clangverb. klinken, (laten) kletteren:A clanking noise= een kletterend, rammelend geraas.Clap,klap, subst. slag, klap, flap, donderslag, handgeklap;Clapverb. klappen, knallen, tikken, kloppen, slaan (met iets plats), plotseling bijeendrijven, haastig dichtslaan, met kracht neerzetten, met handgeklap begroeten:Hetook a clap atme with his stick= sloeg naar mij;Toclap eyeson a person= zien, ontmoeten;Toclap hands= in de handen klappen;The chancellor of the Exchequer hasclapped five shillings onchampagne= gooide;He wasclapped intoa strait-waistcoat= hij kreeg een dwangbuis aan;He wasclappedintoprison, under lock and key= in de gevangenis gestopt;Toclap on a dress= aanschieten;I’ll sell my boots, I believe andclap everything on= alles zetten op (wedden);He wasclapped out ofthe room= gesloten;Toclap spurs to a horse= de sporen geven;Theyclappedhimup= in de gevangenis;The bargain wasclapped up= plotseling gesloten;Clapboard= subst. kleine eikenh. duig; dakspaan (Amer.);Clapboardverb. met dakspanen bedekken (Amer.);Clap-bread= harde, dunne havermeelkoeken;Clap-dish, ZieClack-dish;Clap-net= slagnet;Clap-trap= subst. kletspraat; bombast; adj. bedriegelijk; schoonklinkend;Clap display= knaleffect;Clapper= klepel, claqueur.Clapper-claw,klapərklô, uitschelden, toetakelen, krabben.[93]Clara,klêrə,Clare,klêə, Clara, non(orde v. St. Clare).Clarence,klar’ns, rijtuigje = coupé clarence.Clarendon,klar’nd’n.Clare-obscure,klêrobskjuə, clair-obscuur.Claret,klarət, subst. Bordeauxwijn; adj. wijnkleurig;Claret-cup= bowl van rooden wijn, citroen en brandewijn met ijs.Clarification,klarifikeiš’n, klaring;Clarifier= klaarmiddel, klaarpan;Clarify= klaren, reinigen; opklaren.Clari(o)net,klari(ə)net, klarinet.Clarion,klariən, klaroen.Clarity,klariti, klaarheid, glans.Clarty,klâti, nat, vuil, glibberig (Dial.).Clary,klêri, scharlei, muskadel-salie.Clash,klaš, subst. gekletter, knal, botsen, tegenspraak, tegenstrijd;Clashverb. rammelen, rinkelen, kletteren, strijden, in strijd zijn met:The clash of cymbals;Thatclashes withmy interests= strijdt met …Clasp,klâsp, kram, haak, gesp, knip, omhelzing;Claspverb. vasthaken, sluiten, grijpen, omklemmen, omhelzen, vouwen:A medal with six clasps= met zes gespen;Clasp-knife= knipmes;Clasp-pin= veiligheidsspeld.Class,klâs, subst. klasse, lesuur, cursus;Classverb. classificeeren, ordenen:When(the) class is over= het lesuur om is;To besent out of class;Class-feeling= standen-(kasten)geest;Class-fellow (Class-mate)= klassegenoot;Classman= een “met lof” geslaagde (tegenoverPassman), bij Academ. examens;Class periodicals= vaktijdschriften;Class schools= standenscholen.Classic(al),klasik(’l), subst. en adj. klassiek (schrijver of boek);Classics= de kl. studiën:The Classics= de kl. schrijvers;The Prussianclassical schools= gymnasia;Classicality= het klassieke;Classicism= classicisme, klassieke vorm of stijl;Classicist= klassiek geleerde.Classification,klasifikeiš’n, classificatie;Classifier;Classify= classificeeren.Clatter,klatə, subst. geklater, gerammel, geratel;Clatterverb. klateren, ratelen, rammelen;Clatterer.Claudia,klôdjə.Claudius,klôdjəs.Clause,klôz, zindeel, clausule.Claustral,klôstr’l, kloosterachtig, klooster …Clavate(d),kleivit(id), knotsvormig.Clavecin,kleivsin, spinet, clavecimbaal.Claver,kleivə,klavə, wauwelen; gewauwel.Claverhouse,klavərɐs.Clavichord,klaviköd, clavecordium.Clavicle,klavik’l, sleutelbeen;Clavicular,kləvikjulə, sleutelbeen …Clavicorn,klavikön, knotssprietigen (insect.).Clavier,kləvîə;klavjə, claviatuur, klavier.Claviger,klavidžə, claviger, custos.Clavis,kleivis, sleutel, vertaling.Claw,klô, subst. klauw, nagel, schaar, poot;Clawverb. krabben, (ver)scheuren, grijpen, krauwen, kittelen, flikflooien, knijpen (zeeterm):Claw off= door te knijpen uit lager wal komen;Claw-back= vleier, lekkerbek;Claw-backverb. vleien;Claw-hammer= klauwhamer; zwarte rok; adj. gekleed, deftig:There was quitea claw-hammer crowdat the governor’s palace= een troep heeren met zwarte rokken;Claw-sickness= klauwzeer.Clay,klei, subst. klei, leem, aarde, stof, aarden pijp; adj. van klei gemaakt;Clayverb. met klei bedekken (mengen); zemelen, kleien;Clay-cold= ijskoud;Clay-marl= kleimergel;Clayey= kleiig, leemig =Clayish.Claymore,kleimö, vroeger slagzwaard der Schotsche Hooglanders.Clean,klîn, adj. zuiver, rein, blank, kuisch, onschuldig, welgevormd, slim, totaal;Cleanverb. reinigen, schoonmaken, zuiveren:As clean as a new penny= zoo blank als zilver;He went out of officewith his hands clean= hij legde zijne portefeuille neer zonder smet of blaam;A clean bill(=Bill of Health);He madea clean jobof it= hij deed het uitstekend, keurig;To clean a person out= iemand “blut” maken, geheel uitschudden;Clean-limbed (Clean-shaped)= goed geproportioneerd;Clean-shaven= gladgeschoren;Cleaner= stijfster:Vacuum cleaner= stofzuiger;Cleaning= schoonmaak;Cleanliness,klenlinəs, zindelijkheid:Cleanliness is next to godliness;Cleanly,klenli, adj. zindelijk;Cleanly,klînli, adv. rein;Cleanliness= reinheid;Cleanse,klenz, zuiveren.Clear,klîə, adj. klaar, zuiver, helder, doorzichtig, doorschijnend, duidelijk, onbetwistbaar, vlekkeloos, netto, volle, onbelast, onbezwaard, ongehinderd, vrij;Clearverb. helder maken, verduidelijken, zuiveren, ophelderen, wegnemen, vrijmaken, vrijspreken, zuivere winst maken, betalen, klareeren, overspringen, afruimen, opruimen:The coast is clear= de kust is vrij, het veld is schoon;Hecarried it clear= won het royaal;I will tryto setyouclear= u uit de verlegenheid te helpen;Westeered clear ofthe rock= liepen de rots vrij;A clear hour= vol uur;Toclear accounts= vereffenen;Toclear a character= van blaam zuiveren;The grounds will be clearedat ten= het park zal ontruimd worden;Clear-the-ground skirt= grondvrije rok;Toclear a hedge= springen over;Toclear the land= in volle zee blijven;Hecleared more than 200 pounds= winst maken;The table was cleared= de tafel werd afgenomen;He cleared his throat= schraapte de keel;Hecleared the way= baande den weg;The ship wascleared atthe custom-house= uit-, ingeklaard;Toclear away the tea= opruimen;The ship wascleared foraction= voor het gevecht gereed gemaakt;Toclear off= vertrekken; uit den weg ruimen; afbetalen;He cleared out= hij kneep uit;I am cleared out= platzak;Clear-cut= fijn besneden, scherp omlijnd;Clear-headed= helder;Clear-sighted= helderziend;Clear-starch= stijven;Clear-starcher= stijfster;Clearance= opklaren, opruimen, (bewijs van) in- of uitklaren, dunnen van boomen, uitverkoop (=Clearance sale);Clearing= dunnen van boomen; ontgonnen land in bosschen (Amer.); verrekening van saldo’s tusschen bankiers, bij spoorwegmaatschappijen, etc. (dit wordt gedaan in hetClearing-house);[94]Clearness= helderheid, duidelijkheid, etc.Cleat,klît, subst. klamp, stang, ijzeren zoolplaatje;Cleatverb. bevestigen.Cleavable,klîvəb’l, kloofbaar;Cleavage= kloven, kloofbaarheid;Cleave= kloven, splijten, banen; kleven, aanhangen, trouw blijven:Hecleaves tohis right= staat op;My tonguecleaves tomy mouth= kleeft vast aan mijn gehemelte;Cleaver= (slagers)hakmes, houthakkersbijl:Marrow-bones and cleavers= mergpijpen en hakmessen (met deze werd eertijds bij een huwelijk uit de lagere standen muziek gemaakt);Cleavers= kleefkruid.Cleek,klîk, kolf met ijzeren voet (bij het Golfspel) voor ’t “drijven” gebruikt.Clef,klef, (muziek)sleutel.Cleft,kleft, kloof, reet, barst, scheur; P.P. gespleten;Cleft-footed= met gespleten hoef;The cleft infinitive(ZieSplit).Cleg,kleg, paardenhorzel.Clematis,klemətis, heggeboschdruif.Clemency,klem’nsi, zachtheid, genade.Clement,klem’nt, subst. Clementius; adj. zacht, vergevend, medelijdend.Clementina,klem’ntînə, Clementine.Clemmed,klemd, uitgehongerd.Clench,klenš. ZieClinch.Cleomenes,kliominîz;Cleon,klîən;Cleopatra,klîəpeitrə,klîəpatrə,klîopətrə.Clergy,klɐ̂dži, geestelijkheid, clerus;Clergyman= geestelijke;Clergywoman= vrouw van denclergyman(iron.).Cleric,klerik, klerk, geestelijke, clericaal;Cleric(al)= geestelijk - -; schrijf - -:Clerical coat (hat);Clerical and typographical errors= schrijf- en drukfouten;Clericalism= clericalisme.Clerk,klâk, subst. geestelijke, cantor, koster (=Parish clerk), geleerde, schrijver, klerk; winkelbediende (Am.);Clerkverb. het boekhouder- of klerkschap uitoefenen (Amer.):Articled clerk= klerk van eenSolicitor, die na eenige jaren bij hem gewerkt te hebben het solicitorsexamen kan afleggen voor deIncorporated Law Society;Clerk of the House= de 1ste griffier van het Lagerhuis;I don’t like figures well enoughto clerk= genoeg van cijfers om klerk of boekhouder te worden;Clerkship= betrekking van klerk of schrijver.Clever,klevə, handig, bekwaam, vlug, gevat, gezond, knap, lief (Amer.):A clever leading-article= knap hoofdartikel;Clever at sums= knap in ’t rekenen;Cleverly, volkomen (Amer.);Cleverness, handigheid, etc.Cleves,klîvz, Kleef.Clevis,klevis,Clevy,klevi, U-vormig ijzer aan een ploeg of dissel.Clew,klû, subst. kluwen, bal, draad (fig.), wenk, schoothoorn;Clewverb. (metup) = oprollen, geien.Click,klik, subst. tik, knip, knap, klink, pal;Clickverb. tikken, knappen, knippen; wegnemen, gappen; klinken:Toclick glasses= klinken;Watches click;Clicker= winkelknecht om klanten te lokken; vormopmaker (zetterij); schoenmaker, die het leer snijdt.Client,klaiənt, client, beschermeling, creatuur;Clientage,klaiəntidž, clientèle =Clientele,klaiəntîl,klaiəntîl,klaiəntel.Cliff,klif, steile rots;Cliffy= rotsachtig, steil.Climacteric,klaimakterik,klaimaktərik, kritiek; subst. kritieke leeftijd (jaar):Grand climacteric= het 63ste levensjaar.Climate,klaimit, klimaat, luchtstreek, gewest;Climatic(al)= klimaat..;Climatize= acclimatiseeren;Climatology= klimatologie.Climax,klaimaks, climax, toppunt.Climb,klaim, verb. klimmen, klauteren, beklimmen, stijgen; subst. klim:It isa good climb= heele klim;We began the upward climb;Toclimb down= afklimmen; inbinden (fig.);Climbable= beklimbaar;Climber= klimmer, clematis;Climbers= klimvogels:Hasty climbers have sudden falls, High climbers fall low= wie hoog klimt, valt laag.Climene,klaimîn, Climeen.Clinch,klinš, klinknagel, ankersteek;Clinchverb. klinken, bevestigen, vasthouden:That clinches the matter= dat is afdoende;I can’tclinch her name= komen op;Clinch-nails= klinknagels;Clincher= klamp, houvast:That’s a clincher= daarmee slaat gij den spijker op den kop, dat is afdoende;Clincher-built=Clinker-built.Cling,kliŋ, vastzetten, kleven (hangen) aan, zich vastklemmen, verdorren:Sheclung hold ofhis coat= hield stevig vast.Clinic,klinik, een bedlegerige; kliniek:Clinic(al)= klinisch:Clinical baptism= doop aan zieke of stervende;Clinical convert= de aldus gedoopte;Clinical lecture= kliniek.Clinique,klinîk, kliniek.Clink,kliŋk,—verb. klinken, doen klinken, laten rijmen; subst. het klinken:At theclink of gold;Toclink glasses (together)= aanstooten;Clinking= buitengewoon.Clinker,kliŋkə, klinkersteen, hamerslag, metaalschuim, best paard; klikker (Schotl.):Clinker-built= met over elkaar liggende planken, overboeid (scheepst.).Clinquant,kliŋk’nt, subst. klatergoud; adj. glinsterend, in klatergoud gekleed.Clio,klaiou, Clio; walvischaas.Clip,klip, subst. de scheerwol van één seizoen; slag, uitknipsel, voorpunt aan hoefijzer, klemhoutje, knijper;Clipverb. afknippen, snoeien, verkleinen, verkorten, afsnijden, radbraken, slaan, voortrennen (Amer.):He slurred andclipped his words= sprak slordig - - uit en slikte in;His wings wereclipped= hij werd gekortwiekt (fig.);Clipper= besnoeier; klipper; pracht van een kerel (meid);Clippers= tondeuse;Clipping= snelzeilend (vliegend), uitstekend, omarmend;Clippings= lappen, uitknipsels.Clique,klîk, kliek;Cliquism= kliekwezen;Cliquy= kliekerig.Clish-clash,klišklaš, geratel:Togo clish-clash= rammelen, ratelen (fig.).Clitter-clatter,klitəklatə, gewauwel:Her shoesgo clitter-clatter= klip-klap.Clivers,klaivəz=Cleavers.Clo,klou=Clothes.Cloak,klouk, subst. mantel, dekmantel (fig.);Cloakverb. bemantelen, verbergen;Cloak-bag=[95]mantelzak, valies;Cloak-room= vestiaire, (dames)toilet, retirade; bagagelokaal.Clobber,klobə, smeersel om bij het oplappen van oude schoenen de scheuren te stoppen.Clock,klok, subst. klok, kever, versierde klink (aan de zijde van eene kous);Clockverb. klokken, broeden, beieren:What o’clock is it? What is (it) o’clock?= Hoe laat is het?Theyset all clocks by Greenwich time= scheren alles over één kam;Clock-dial=Clock-face= wijzerplaat;Clock-hand= wijzer;Clockmaker;As regular as clock-work= zoo precies als een uurwerk;Clock-workanimal= stuk speelgoed met mechaniek.Clod,klod, subst. aardkluit, stof, lomperd, domoor;Clodverb. kluiten, klonteren, met kluiten gooien;Clod-crusher= wals;Clod-hopper= boerenkinkel;Clod-pate, Clod-poll= ezelskop;Cloddish=Cloddy= klonterig, plomp.Clog,klog, subst. blok, stomp, belemmering, rem, holsblok, trip;Clogverb. te zwaar belasten, overladen, belemmeren, verhinderen, tegenhouden, stokken, klonteren, verstoppen;Cloggy, klonterig, kleverig, etc.Cloister,klôistə, subst. klooster, kruisgang, veranda, piazza;Cloisterverb. in een klooster opsluiten, afzonderen.Clomb,kloum, oud imperf. vanTo Climb.Close,klouz, subst. besluit, einde; schermutseling, handgemeen;Closeverb. sluiten, eindigen, besluiten, aaneensluiten; overeenkomen, handgemeen worden, worstelen:With closeed doors= met gesloten deuren;These areclosed questionsnow= uitgemaakt;Evening closed= de avond viel;At this momentthe scene closes in= valt het gordijn;Toclose in= de gelederen sluiten;We haveclosed onthat point= het eens geworden;Theyclosed roundthe fortress= sloten in;The passage wasclosed up= afgesloten;Close up,gentlemen; we won’t go home yet= aansluiten, Heeren!Toclose with= aannemen, het eens zijn, naderen.Close,klous, subst. ingesloten of omheinde plaats, terrein bij eene cathedraal of abdij, blinde straat of steeg, slop; adj. gesloten, benauwd, drukkend, dicht, stilstaand, nauw, strak, compres, dicht in elkaar, nabij, innig, vlijtig, streng logisch, zeldzaam, nabij(Close by), ongeveer gelijk, geheim, achterhoudend, oplettend, beknopt, getrouw, nauwkeurig, gierig, krenterig:Close corporation= een corporatie, die vacatures zelf aanvult;Close season, Close time= gesloten vischtijd of jachttijd;Asclose as wax= zoo dicht als een pot (fig.);The air is close here= het is hier benauwd;Close is my shirt, but closer is my skin= het hemd is nader dan de rok;Tocome to close quarters= handgemeen worden;Tokeep oneself close= zich koest houden;Tolive at close quarters= klein behuisd zijn;Tosit close= dicht opeen;Close-banded= dicht aaneengesloten;Close by (on);Closeupon= bijna; dicht bij;Close-cropped= kort geknipt;Close-fisted, Close-handed= vrekkig, gierig;Close-grained=dicht (v. hout, steen);A close-stool= stilletje;Close-tongued= zwijgend, “zoo dicht als een pot”;Closely= dicht op elkaar, ijverig, grondig;Closeness= vastheid, dichtheid, geslotenheid, bedomptheid, etc.Closet,klozət, subst. kabinet, studeerkamer, privaat; adj. geheim, theoretisch, kamer..;Closetverb.:Tobeclosetedwith= een geheim onderhoud hebben met.Closure,kloužə, subst. sluiting, slot;Closureverb. het debat sluiten:Toapply the closurehet debat sluiten.Clot,klot, subst. klonter;Clotverb. klonteren;Clotted cream= dikke room.Cloth,kloth, laken, wol, stof, calicot, tafellaken, gewaad:The Cloth= de geestelijkheid;More cloth than dinner= meer vertoon dan degelijkheid;Tolay the cloth= tafeldekken;Towear the cloth= den soldatenrok (liverei) dragen; geestelijke zijn;Cloth-shearer= lakenscheerder;Cloth-worker= lakenmaker.Clothe,kloudh, kleeden, bekleeden, inkleeden.Clothes,kloudhz, kleeren, kleeding, de wasch, luiers:Bed-clothes= bedlinnen;Long clothes= lange kinderjurk;Short clothes= korte rokken;A suit of clothes= pak;Clothes-press= kleerkast;Clothes-wringer= wringmachine.Clothier,kloudhjə, lakenkooper, lakenfabrikant; lakenvoller (Amer.).Clothing,kloudhiŋ, kleeding.Cloture, Fr. uitspr. =Closure.Cloud,klaud, subst. wolk, ader, groote menigte, lichte wollen sjaal;Cloudverb. bewolken, verduisteren, somber maken, aderen, moireeren:Every cloud has a silver lining= geen kwaad zonder baat;Tobe in the clouds= droomen, absent zijn;Tobe under a cloud= in verlegenheid zijn, gecompromitteerd zijn;Toblow a cloud= rooken;Tocast a cloud upon= een schaduw werpen op;Todrop (fall) from the clouds= uit de lucht vallen;Cloudberry= bergbraambes;Cloud-burst= wolkbreuk;Cloud-capped (capt)= zeer hoog, met wolken bedekt;InCloud Cuckoo Town= hoogst onzeker;Cloud-drift= wolkendrift;Cloud-rack= drijvend zwerk;Cloud-wrapt= in wolken of mist gehuld;Clouded= bewolkt, betrokken, troebel, beneveld:I gotclouded out= de wolken beletten mij te photographeeren;Cloudiness= bewolktheid enz.;Cloudless= onbewolkt;Cloudlet= wolkje;Cloudy= bewolkt, somber, duister, geaderd, gemoireerd.Clough,klɐf(Arthur);Clough,klau,klɐf, ravijn; kruik; sluis; toegift van 2 Eng. ponden op iedere honderd.Clout,klaut, subst. lap, vod, roos van een schijf, as-plaatje:Cloutverb. oplappen, opflikken, slaan, met spijkers bevestigen:He looksas white as a clout= zoo wit als een doek;Clout(-nail)= schoenbeslag;Clouted= met spijkers beslagen.Clove,klouv, kruidnagel; gewicht voor kaas en boter (± 3,6K.G.) en voor wol (± 3,17 K.G.); ravijn;Clove-gilly-flower= tuinanjelier;Cloves,klouvz= een soort likeur.Cloven,klouv’n:Cloven-footed,Cloven-hoofed= met gespleten hoef, satanisch;There wasa decided exhibition of the cloven foot= daar kwam de aap leelijk uit den mouw kijken =Heshowed his cloven foot.[96]Clover,klouvə, klaver:Tobe (live) in clover= een lekker leventje leiden;Togo from clover to rye-grass= van de veeren op het stroo komen.Clown,klaun, boerenkinkel, hansworst;Clownish= boersch, clownachtig; subst.Clownishness.Cloy,klôi, overladen, tegenstaan.Club,klɐb, subst. knots, kolfstok, uitwas, haarknoop; club,sociëteit, vereeniging; adj. knotsvormig;Clubs= klaveren (kaartspel);Clubverb. met een knots (neer) slaan, samen betalen, geld bijeenleggen:Weclubbed (our funds) together= wij legden bij elkander wat wij hadden;The soldierclubbed his musket= sloeg met den kolf;Clubfist(ed)= (met) klomphand;Club-foot= horrelvoet;Club-haul= overstag gaan bij stormweer met behulp van een anker;Club-headed= met dikken kop;Club-house=sociëteit;Club-law= het recht van den sterkste;Club-man= lid van een club, knotsdrager;Club-moss= wolfsklauw;Club-pigtail= dik uitloopende pruik;Club-room;Club-suit= “smoking”;Club-train= bliksemtrein tusschen Londen en Parijs;Club(b)able= gezellig;Clubbed= klomp …, knotsvormig, plomp.Cluck,klɐk, klokken, smakkend spreken als een Hottentot;Clucking-hen= kloekhen.Clue,klû, kluwen, (leid)draad.Clump,klɐmp, subst. blok, brok, groep, dikke zool;Clumpverb. lomp stappen, tot groepen vormen;Clump-boots= zware vetlaarzen.Clumsiness,klɐmzinəs, plompheid, onbeholpenheid;Clumsy= onhandig, lomp, plomp; subst. stommeling.Clunch,klɐnš, verharde leemlaag, weeke kalksteen.Clung,klɐŋ, imperf. en part. perf. vanTo cling.Cluster,klɐstə, subst. tros, bos, groep, troep, zwerm, menigte;Clusterverb. in trossen groeien, scharen, zwermen, ophoopen:In clusters= saamgehoopt.Clutch,klɐtš, subst. greep, klauw, haak;Clutchverb. grijpen, omvatten;Clutch-fisted= vrekkig.Clutter,klɐtə, subst. warboel, lawaai;Clutterverb. onderstboven gooien, eene warboel of drukte maken:Cluttered shops= drukke, volle.Clyster,klistə, lavement;Clysterverb. een lavement zetten;Clyster-pipe= klisteerspuit.Co,kou, verkort voorCompany;County;c/o=care of;C. O.=Colonial Office;Commanding Officer.Coach,koutš, subst. rijtuig, koets, diligence, personenwagen, kapiteinshut; repetitor;Coachverb. (in) eene koets rijden, drillen, africhten:Todrive a coach and six(=horses)through(an Act of Parliament, etc.): een uitdrukking veel gebruikt om het gebrekkige van een wet, etc. uit te drukken. (Verg.:Door zijn geweten kan wel een koets met 4 paarden rondrijden);Theyplay at coacheswith my money= hangen den “heer” uit van;Aslow-coach= treuzelaar;Coach-house= koets- of wagenhuis;Coachman= koetsier;Coach-office= plaatsbureau (van eene diligence);Coachstand; Coach-wheel= wagenrad; ‘achterwiel’ = ½crown(=Forecoach);crown(=Hindcoach);Coachee= koetsier.Coadjutor,kouədžûtə, coadjutor, medehelper;Coadjutorship, coadjutorschap.Co-agency,koueidž’nsi, medewerking;Co-agent= medewerker.Coagulable,keagjuləb’l, strembaar;Coagulate,kəagjuleit, (doen) stremmen (stollen);Coagulation= stremming;Coagulum,kəagjul’m, gestolde massa, geronnen bloed.Coak,kouk, lasch, blokbus;Coakverb. lasschen.Coal,koul, subst. kool, steenkool;Coalverb. verkolen, van kolen voorzien, kolen innemen:Toblow the coals= de hartstochten aanwakkeren;Tohaul over the coals= duchtig onder handen nemen;Coal-backer= kolendrager;Coal-box= kolenbak;Coal-bunker= kolenbergplaats aan boord;Coal-cake= briket;Coal-fish= koolvisch;Coal-gas= steenkolengas;Coal-heaver= kolendrager;Coal-hole= kolenhok;Coal-mine;Coal-mouse= zwartkopmees;Coal-pit= kolenmijn;Coal-scuttle= kolenemmer;(Coal-scuttle bonnet); Coal-tar= koolteer;Coal-whipper= kolenwipper;Coaling-station= kolenstation.Coalesce,kouəles, samengroeien, samenvloeien, zich vereenigen;Coalescence= vergroeiing, etc.; adj.Coalescent.Coalition,kouəliš’n, coalitie.Coaptation,kouəpteiš’n, aanpassing.Coarse,kös, grof, ruw, onbeleefd, onkiesch;Coarse-grained= grof, norsch;Coarsen= grof maken (worden);Coarseness, grofheid, etc.Coast,koust, subst. kust, met sneeuw bedekte helling;Coastverb. langs de kust zeilen, van haven tot haven zeilen; op sneeuw of ijs in eene slede naar beneden glijden, eene helling affietsen met de voeten op defoot-rests(Am.):Heknows the coast of France= is een smokkelaar;Coast-guard= kustwacht;Coasting-trade= kusthandel;Coasting-vessel(=Coaster) = kustvaarder;Coastways=Coastwise= langs de kust.Coat,kout, subst. jas, haren, pels, veeren, laag, schil, wapen (herald.);Coatverb. bekleeden, bedekken:Dress-coat= rok;Frock-coat= gekleede jas;Coat of arms= familiewapen;Acoat of mail= maliënkolder;Cut your coat according to your cloth= zet de tering naar de nering;Coat-card=Court-card;Coat-tail= rokspand;Hetrailed his coat-tails over the green,and dared any one to tread on them(een Iersche vorm van uitdaging);Coatee,koutî, nauwsluitend jasje;Coating= overtrek, bekleeding, laag, jasstof.Coax,kouks, vleien:Tocoax into= bepraten, bevleien;Tocoax out of= aftroggelen;Coaxer= vleier;ACoaxing puss(=A coax) = vleister(tje).Cob,kob, subst. zware hit; mantelmeeuw, meelballetje voor het mesten van vogels, spin, rond brood, steen, chignon, maïsaar, piaster, dracht slagen;Cobverb. afranselen;Cob-loaf= rond brood;Cob-nut= kleine hazelnoot;Cob-wall= muur van leem en[97]stroo;Cobweb= spinneweb, spinrag; adj. dun, fijn, waardeloos:To brush off the cobwebs= de blommetjes buiten zetten;Tohave cobwebs in one’s brain= muizenissen in zijn hoofd hebben;Cobby= kort en gedrongen.Cobalt,koubolt, kobalt;Cobaltic, kobaltachtig.Cobble,kob’l, subst. kiezelsteen, rond stuk kool;Cobbleverb. lappen, samenflansen:The buttonholes had beencobbled out of their original shape= waren verknoeid;Cobbler= schoenlapper, knoeier; wijn met vruchten en ijs, die men door een rietje opzuigt:The cobbler must stick to (not go beyond) his last= schoenmaker, houd je bij je leest.Cobham,kob’m.Coble,kob’l,koub’l, soort van visschersschuit.Cocaigne,kəkein, het land van Cocagne, luilekkerland.Cochin-China,kotšin(koutšin)-tšainə.Cochineal,kotšinîl,kotšinîl, cochenille.Cochlean,kokliən, lepelvormig;Cochleate(d),kokli(e)it(id), spiraalvormig.Cochrane,kokrein.Cock,kok, subst. haan, mannetje, kemphaan (ookfig.), weerhaan, kraan; hooiopper; onrust; wijzer, tong, boot, aanvoerder, opperste; het hanengekraai, kerfje;Cockverb. overhalen, opheffen, opzetten, optoomen, schuin (zwierig) opzetten, wenken:Bycock and pie= bij kris en kras;As the old cock crows, the young cock learns= zooals de ouden zongen, piepen de jongen;Helives like a fighting cock= leidt een weelderig leven;That cock won’t fight= die vlieger gaat niet op;Cock-a-doodle (-doo)= kikeriki;That man isCock-a-hoop= zijn haan kraait victorie;Thecock of the school= de “primus”;He is thecock of the walk= haantje de voorste, leider;A cock and bull (A cock-and-a-bull) story= onmogelijk verhaal;Tocock the ears= spitsen;Tocock the eye= wenken;Tocock the eye at= boos aankijken;Tocock the tail= hoog dragen;Cock-boat= kleine boot;Cock-brained= onbezonnen, dwaas;Cock-broth= hanensoep;Cock-chafer= meikever;Cock-crow(ing)= hanengekraai, dageraad;Cock-fight(ing)= hanengevecht;Cock-eyed= loensch;Cock-horse= hobbelpaard, stokpaardje; fier paard; trotsch, op hooge plaats, schrijlings:Toride a cock-horse to Banbury= paardje rijden; zich trotsch, aanmatigend gedragen;Cock-match= hanengevecht;Cockpit= hanenmat, plaats voor hanengevechten;Cockpit deck= ziekenboeg aan boord;Cockroach=kakkerlak;Cock-robin= roodborstje;Cock-rose= roode papaver;Cocks-comb=hanekam, ratelaar, hoofd, fat. ZieCoxcomb;Cock’s-head= spurrie;Cock-shut (Cocktime)= schemeravond;Cock-shy= spel, om met stokken (Cock-shy sticks) iets op een afstand om te gooien;Cock-spur= hanenspoor;Cock-sure,šuə, positief zeker;Cockswain,koks’n, stuurman in een giek;Cocktail= renpaard, dat geenvolbloedis; paard met fier gedragen staart; poen:Champagne cocktail= champ. met enkele droppels Angostura bitter;Soda cocktail= selterswater met bitter etc.;Cock-tread= hanetree;Cocked hat= steek; driehoekig gevouwen briefje:To knock into a cocked hat= tot moes slaan;Cockerel (Cocklet, Cockling)= jonge haan;Cock-up= naar boven gekeerd; boven den regel uitstekend; scheeve hoed;Cocky= onbeschaamd, pedant, aanmatigend.Cockade,kəkeid, kokarde.Cockatoo,kokətû, kaketoe.Cockatrice,kokətr(a)is, basiliskus.Cockburn,koubɐ̂n.Cocker,kokə, subst. fokker van kemphanen; hond voor de snippenjacht;Cockerverb. troetelen, liefkoozen:Cockered uptoo much;Cocker thy childand he shall make thee afraid= vertroetel;According to Cocker= volgens Bartjes.Cocket,kokət, douanezegel, tolbewijs, douane (veroud.); adj. dartel, levendig, coquet:Cocketed upin fair gowns= uitgedost;Cocket-bread= tweede soort tarwebrood.Cockieleekie,kokəlîki, kippesoep met look.Cockle,kok’l, subst. mossel; bolderik, dolik;Cockleverb. rimpelen, samentrekken:That warmsthe cockles of my heart= doet me innig genoegen;Hot cockles= spel waarbij een geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Cockle-hat= pelgrimshoed met eenCockle-shell= (mossel)schelp (als pelgrimsinsigne); notedop (=klein bootje);Cockle-stairs= wenteltrap;Cockler= mosselverkooper.Cockney,kokni, subst. (geboren en getogen) Londenaar; verwende en verwijfde jongen; adj. wat eenCockneyeigen is;Cockneydom;Cockneyfy= tot C. maken; adj.Cockneyish;Cockneyism= aard of uitdrukking van een C.Cocoa,koukou, cacao;Cocoabutter;Cocoa-nib= zaadvliesje van de cacaoboon;Cocoa-nut= kokosnoot.Cocoon,kəkûn, cocon;Cocoonery= inrichting voor de zijdewormteelt.Coctile,kokt(a)il, gebakken;Coction,kokš’n, koking, bakken.Cod,kod, subst. schil, schaal, buidel, zak;Codverb. in eene schil besluiten.Cod,kod, kabeljauw;Cod-liver-oil= levertraan;Codder= visschersschuit (voorCods);Codling= jonge kabeljauw.Coda,koudə, coda.Coddle,kod’l, zacht koken; troetelen, vleien:Don’t coddle yourself= verwen je zelf niet.Code,koud, wetboek, reglement:Code of morality= zedewet;Code-words= afgesproken of telegramwoorden:The telegram wasput into the code-words= in dit schrift overgebracht;Codex= wetboek.Codger,kodžə, oude vent, vrek.Codicil,kodisil, aanhangsel van een testament; adj.Codicillary.Codification,koudifikeiš’n,kodifikeiš’n, codificatie;Codify,koudifai,kodifai, codificeeren.Codilla,kədilə, ruwe hennep of vlas.Codille,kədîl, codille (in quadrille of omber).Codlin(g),kodliŋ, Codlin, soort appelboom; ZieCod.[98]Codrington,kodriŋt’n.Coefficient,kouəfiš’nt, medewerkend; subst. coefficient.Coemption,kouem(p)š’n, het opkoopen of koopen in het groot.Coequal,kouîkw’l, subst. en adj. gelijk(e);Coequality,kouikwoliti, gelijkheid.Coerce,kouɐ̂s, dwingen;Coercer;Coercion= dwang;Coercion-act= dwangwet.Coessential,kouəsenš’l, van hetzelfde wezen.Coetaneous,kouiteiniəs, even oud.Coeternal,kouitɐ̂n’l, eeuwig bestaand met; subst.Coeternity.Coeval,kouîv’l=Coetaneous.Coexist,kouegzist, gelijktijdig bestaan; subst.Coexistence; adj.Coexistent.Coffee,kofi, koffie:A cup ofblack coffee;Togrind, make, roast, take coffee;Coffee-beans(=Coffee-nibs);Coffee-mill;Coffee-pot;Coffee-room= gelagkamer.Coffer,kofə, subst. geldkist, kist, koffer, schat; gracht, galerij (vestingb.), sluis (in een kanaal);Cofferverb. in eene kist besluiten;Coffer-dam,kofədam, kistdam;Coffered.Coffin,kofin, subst. doodkist, pasteikorst, peperhuisje, bovenste van een paardehoef, kar van een drukpers;Coffinverb. in eene kist besluiten, insluiten.Cog,kog, subst. kam of tand (van een rad); kleine boot;Cogverb. paaien, door mooie praatjes bedriegen:His dice were cogged= zijne dobbelsteenen waren valsch (met lood aan ééne zijde bezwaard);Cog-wheel= tand- of kamrad.Cogency,koudž’nsi, overtuigende kracht;Cogent,koudž’nt, krachtig, overtuigend.Coggle,kog’l, kleine boot;Coggle-stone= afgeronde keisteen.Cogitate,kodžiteit, denken, overpeinzen; subst.Cogitation; adj.Cogitative.Cognac,ko(u)njak, cognac.Cognate,kognit, subst. bloedverwant; adj. verwant (in Schotl. vooral van moederszijde), vermaagschapt, van denzelfden aard;Cognation= bloedverwantschap.Cognition,kogniš’n, kennis (door eigen ondervinding of onderzoek opgedaan); adj.Cognitive.Cognizable,ko(g)nizəb’l, kenbaar, vervolgbaar;Cognizance,ko(g)niz’ns, kennis(neming), kenmerk, insigne; competentie, (rechts)gebied:Out of the cognizance of the post;Cognizant,ko(g)niz’nt, kennis dragend of nemend van (of).Cognomen,kognoum’n, familienaam, bijnaam; benaming.Cognovit,kognouvit, schriftel. erkenning door den gedaagde, dat de eischer in zijn recht is.Cogue,kog, nap, vaatje, emmer, slok.Cohabit,kouhabit, (als man en vrouw) samenwonen; subst.Cohabitation.Coheir(ess),kouêə(rəs), mede-erfgenaam.Cohere,kouhîə, samenkleven, logisch samenhangen; subst.Coherence=Coherency; adj.Coherent;Coherer= cohaerer, fritter (Draadl. telegr.).

Circumcise,sɐ̂k’msaiz, besnijden;Circumcision= besnijdenis.

Circumference,sɐ̂kɐmfər’ns, omtrek; adj.Circumferential.

Circumflex,sɐ̂k’mfleks, circonflex; rondbuigen, van een circonflex voorzien.

Circumfluent,sɐ̂kɐmfluent, omstròòmend.

Circumfuse,sɐ̂k’mfjûz, omgieten;Circumfusion= verbreiding (fig.).

Circumgyrate,sɐ̂k’mdžaireit, ronddraaien;Circumgyration= ronddraaiing.

Circumjacent,sɐ̂k’mdžeis’nt, omliggend, omgevend.

Circumlocution,sɐ̂k’mləkjûš’n, omschrijving; noodelooze omslag;Circumlocutory,sɐ̂k’mlokjutəri, omschrijvend.

Circumnavigable,sɐ̂k’mnavigəb’l, omvaarbaar;Circumnavigate= omvaren;Circumnavigation= òmvaring;Circumnavigator.

Circumpolar,sɐ̂k’mpoulə, om de pool.

Circumscribe,sɐ̂k’mskraib, omschrijven, beperken;Circumscription= begrenzing, beperking.

Circumspect,sɐ̂k’mspekt, omzichtig;Circumspection= omzichtigheid.

Circumstance,sɐ̂k’mst’ns, subst. omstandigheid, voorval, gebeurtenis, toestand;Circumstanceverb.:Tobe circumstanced= in een bepaalden toestand zijn;Not a circumstance to= niets in vergelijking met (Amer.);Circumstantial, omstandig, toevallig:Circumstantial evidence= derivatief bewijs, bewijs door reductie; tegenoverDirect evidence= blijk;Extenuating circumstances= verzachtende omstandigheden;Circumstantiate= omstandig meedeelen, verifieeren.

Circumvallation,sɐ̂k’mvəleiš’n, circumvallatie.

Circumvent,sɐ̂k’mvent, misleiden, bedriegen;Circumvention= bedrog;Circumventive= bedriegelijk.

Circumvolute,sɐ̂kɐmvəl(j)ût, omwikkelen.Circumvolution= omwikkeling.

Circus,sɐ̂kəs, circus:Circus-rider= paardrijder.

Cirencester,sisəstə.

Cirrose,sirous,Cirrous,sirəs, met ranken (vederwolken);Cirrus,sirəs(Mv.Cirri,sirai), hechtrank; vederwolk.

Cisalpine,sisalp(a)in, Cisalpijnsch.

Cisatlantic,sisətlantik; aan deze zijde van den Atlantischen oceaan.[92]

Cispadane,siseid’n,sispədein, ten Z. van de Po.

Cis(sy),sis(i), verkorting vanCecily,sisili.

Cist,sist, kist; Keltisch graf.

Cistercian,sistɐ̂š’n, subst. Cistenciencer monnik; leerling van deCharterhouse School; adj. van eenCistercian.

Cistern,sistən, (vergaar)bak, put.

Cit,sit, burger, philister.

Citadel,sitədel, citadel.

Citation,saiteiš’n, dagvaarding; aanhaling;Letter Citatory= dagvaarding;Cite,sait, dagvaarden; aanhalen, aanvoeren;Citer= deurwaarder.

Cithara,sithərə,Cither(n),sithə(n), cither.

Citizen,sitiz’n, subst. burger; adj. burger—:The Citizen King;Citizen-soldier= burgermilitair;Citizenship= burgerrecht.

Citrin(e),sitrin, subst. citrin; adj. citroengeelkleurig.

Citron,citr’n, citroen(boom).

Citrus,sitrəs, lemoen.

City,siti, subst. groote stad (oorspronkelijk:bisschopsstad); handelswijk van Londen; in Amer. elke stad; de burgers; adj. stads—:Mr. A. of this city= de Heer A. alhier;City-article= beursbericht;City-bag= soort reistasch;City-fathers= de raad;City-hall= stadhuis;City-man= koopman;Cityfied= versteedscht.

Civet-cat,sivətkat, civetkat.

Civic,sivik, burger—:Civic crown= burgerkroon;Civic guard= burgerwacht;Civics= leer van de rechten en plichten eens burgers.

Civil,sivil, burger—, civiel, beschaafd, beleefd:Doing the civil to= beleefd zijn tegen;Civil death= verlies der burgerschapsrechten, afsterven van de wereld;Civil-engineer= civiel-ingenieur;Civil law= burgerl. recht;Civil list= civiele lijst;Civil servant= burgerlijk ambtenaar;Civil service= civiele dienst, burgerlijke ambtenaren;Civil-spoken= beleefd;Civilian,sivilj’n= professor in (beoefenaar van) ’t civiele recht;Civility,siviliti, beleefdheid, beschaafdheid;Civilities= attenties;Civiližation, beschaving;Civilize= beschaven, civiliseeren.

Clabber,klabə:Bonny clabber, subst. dikke, zure melk;Clabberverb. klonteren (Amer.).

Clack,klak, subst. geklepper, klepper, geratel (fig.), klik, klep, babbelaar:Clackverb. klappen, snappen, kakelen, klappeien:Heclackedhis whip;Clack-box= ventiel;Clack-dish= doos of bord met beweegbaar deksel van de vroegere bedelaars.

Clad,klad, gekleed; bevredigd.

Claim,kleim, subst. aanspraak, eisch, concessie aanvraag, stuk land, dat een kolonist productief maakt om het zoo mogelijk te koopen;Claimverb. aanspraak maken op, eischen:Heclaims kindred withus= zegt dat hij familie van ons is;Toenter(Tomake, put in)a claim= eisch instellen;Togive up (renounce, waive) a claim= laten varen;Tolay claim to= aanspraak maken op;Claim-jumper= iemand die een stuk land in bezit neemt, waarop een ander een vroeger recht heeft;Claimant, eischer, pretendent.

Clair,klêə:The telegram wassent en clair= open besteld.

Clam,klam, subst. naam van allerlei soorten mossels (mantelschelpen, stroommossels, zoetwatermossels) mond, domkop (Amer.); nijptang, schroef; sabel van Harlekijn:Heshut up like a clam(Amer.) = zweeg als een mof;Clam-bake=clams(gapersenvenusschelpen) gebakken op heete steenen met laagjes aardappelen, visch en maïs; picnic waarbij dit het hoofdgerecht is (Amer.);If itisn’ttrue,I am a clam-shell= ben ik “ik weet niet wat”;Shut your clam-shell= houd je mond.

Clam,klam, klamheid; honger; adj. klam,Clamverb. besmeren, verstoppen; kleven; hongerlijden.

Clamber,klambə, klouteren.

Clamorous,klamərɐs, luidruchtig, tierend, schreeuwend;Clamour,klamə, subst. getier, luidruchtigheid; weeklacht;Clamourverb. luid schreeuwen, tieren, dringend eischen, klagen.

Clamp,klamp, subst. klamp; zware voetstap, hoop (steenen);Clampverb. klampen, lasschen, zwaar stappen;Clamp-nails= klampnagels.

Clan,klan, stam, geslacht, kliek, secte:Theyclanned together= zij staken de hoofden bij elkaar;Clannish= aanhankelijk;Clannishness= aanhankelijkheid;Clanship=clan-schap;Clansman= lid van eenclan.

Clandestine,klandestin, heimelijk, ongeoorloofd.

Clang,klaŋ, harde klank, gekletter, geraas; interj. kling!Clangverb. klinken, (laten) kletteren:A clanking noise= een kletterend, rammelend geraas.

Clap,klap, subst. slag, klap, flap, donderslag, handgeklap;Clapverb. klappen, knallen, tikken, kloppen, slaan (met iets plats), plotseling bijeendrijven, haastig dichtslaan, met kracht neerzetten, met handgeklap begroeten:Hetook a clap atme with his stick= sloeg naar mij;Toclap eyeson a person= zien, ontmoeten;Toclap hands= in de handen klappen;The chancellor of the Exchequer hasclapped five shillings onchampagne= gooide;He wasclapped intoa strait-waistcoat= hij kreeg een dwangbuis aan;He wasclappedintoprison, under lock and key= in de gevangenis gestopt;Toclap on a dress= aanschieten;I’ll sell my boots, I believe andclap everything on= alles zetten op (wedden);He wasclapped out ofthe room= gesloten;Toclap spurs to a horse= de sporen geven;Theyclappedhimup= in de gevangenis;The bargain wasclapped up= plotseling gesloten;Clapboard= subst. kleine eikenh. duig; dakspaan (Amer.);Clapboardverb. met dakspanen bedekken (Amer.);Clap-bread= harde, dunne havermeelkoeken;Clap-dish, ZieClack-dish;Clap-net= slagnet;Clap-trap= subst. kletspraat; bombast; adj. bedriegelijk; schoonklinkend;Clap display= knaleffect;Clapper= klepel, claqueur.

Clapper-claw,klapərklô, uitschelden, toetakelen, krabben.[93]

Clara,klêrə,Clare,klêə, Clara, non(orde v. St. Clare).

Clarence,klar’ns, rijtuigje = coupé clarence.

Clarendon,klar’nd’n.

Clare-obscure,klêrobskjuə, clair-obscuur.

Claret,klarət, subst. Bordeauxwijn; adj. wijnkleurig;Claret-cup= bowl van rooden wijn, citroen en brandewijn met ijs.

Clarification,klarifikeiš’n, klaring;Clarifier= klaarmiddel, klaarpan;Clarify= klaren, reinigen; opklaren.

Clari(o)net,klari(ə)net, klarinet.

Clarion,klariən, klaroen.

Clarity,klariti, klaarheid, glans.

Clarty,klâti, nat, vuil, glibberig (Dial.).

Clary,klêri, scharlei, muskadel-salie.

Clash,klaš, subst. gekletter, knal, botsen, tegenspraak, tegenstrijd;Clashverb. rammelen, rinkelen, kletteren, strijden, in strijd zijn met:The clash of cymbals;Thatclashes withmy interests= strijdt met …

Clasp,klâsp, kram, haak, gesp, knip, omhelzing;Claspverb. vasthaken, sluiten, grijpen, omklemmen, omhelzen, vouwen:A medal with six clasps= met zes gespen;Clasp-knife= knipmes;Clasp-pin= veiligheidsspeld.

Class,klâs, subst. klasse, lesuur, cursus;Classverb. classificeeren, ordenen:When(the) class is over= het lesuur om is;To besent out of class;Class-feeling= standen-(kasten)geest;Class-fellow (Class-mate)= klassegenoot;Classman= een “met lof” geslaagde (tegenoverPassman), bij Academ. examens;Class periodicals= vaktijdschriften;Class schools= standenscholen.

Classic(al),klasik(’l), subst. en adj. klassiek (schrijver of boek);Classics= de kl. studiën:The Classics= de kl. schrijvers;The Prussianclassical schools= gymnasia;Classicality= het klassieke;Classicism= classicisme, klassieke vorm of stijl;Classicist= klassiek geleerde.

Classification,klasifikeiš’n, classificatie;Classifier;Classify= classificeeren.

Clatter,klatə, subst. geklater, gerammel, geratel;Clatterverb. klateren, ratelen, rammelen;Clatterer.

Claudia,klôdjə.Claudius,klôdjəs.

Clause,klôz, zindeel, clausule.

Claustral,klôstr’l, kloosterachtig, klooster …

Clavate(d),kleivit(id), knotsvormig.

Clavecin,kleivsin, spinet, clavecimbaal.

Claver,kleivə,klavə, wauwelen; gewauwel.

Claverhouse,klavərɐs.

Clavichord,klaviköd, clavecordium.

Clavicle,klavik’l, sleutelbeen;Clavicular,kləvikjulə, sleutelbeen …

Clavicorn,klavikön, knotssprietigen (insect.).

Clavier,kləvîə;klavjə, claviatuur, klavier.

Claviger,klavidžə, claviger, custos.

Clavis,kleivis, sleutel, vertaling.

Claw,klô, subst. klauw, nagel, schaar, poot;Clawverb. krabben, (ver)scheuren, grijpen, krauwen, kittelen, flikflooien, knijpen (zeeterm):Claw off= door te knijpen uit lager wal komen;Claw-back= vleier, lekkerbek;Claw-backverb. vleien;Claw-hammer= klauwhamer; zwarte rok; adj. gekleed, deftig:There was quitea claw-hammer crowdat the governor’s palace= een troep heeren met zwarte rokken;Claw-sickness= klauwzeer.

Clay,klei, subst. klei, leem, aarde, stof, aarden pijp; adj. van klei gemaakt;Clayverb. met klei bedekken (mengen); zemelen, kleien;Clay-cold= ijskoud;Clay-marl= kleimergel;Clayey= kleiig, leemig =Clayish.

Claymore,kleimö, vroeger slagzwaard der Schotsche Hooglanders.

Clean,klîn, adj. zuiver, rein, blank, kuisch, onschuldig, welgevormd, slim, totaal;Cleanverb. reinigen, schoonmaken, zuiveren:As clean as a new penny= zoo blank als zilver;He went out of officewith his hands clean= hij legde zijne portefeuille neer zonder smet of blaam;A clean bill(=Bill of Health);He madea clean jobof it= hij deed het uitstekend, keurig;To clean a person out= iemand “blut” maken, geheel uitschudden;Clean-limbed (Clean-shaped)= goed geproportioneerd;Clean-shaven= gladgeschoren;Cleaner= stijfster:Vacuum cleaner= stofzuiger;Cleaning= schoonmaak;Cleanliness,klenlinəs, zindelijkheid:Cleanliness is next to godliness;Cleanly,klenli, adj. zindelijk;Cleanly,klînli, adv. rein;Cleanliness= reinheid;Cleanse,klenz, zuiveren.

Clear,klîə, adj. klaar, zuiver, helder, doorzichtig, doorschijnend, duidelijk, onbetwistbaar, vlekkeloos, netto, volle, onbelast, onbezwaard, ongehinderd, vrij;Clearverb. helder maken, verduidelijken, zuiveren, ophelderen, wegnemen, vrijmaken, vrijspreken, zuivere winst maken, betalen, klareeren, overspringen, afruimen, opruimen:The coast is clear= de kust is vrij, het veld is schoon;Hecarried it clear= won het royaal;I will tryto setyouclear= u uit de verlegenheid te helpen;Westeered clear ofthe rock= liepen de rots vrij;A clear hour= vol uur;Toclear accounts= vereffenen;Toclear a character= van blaam zuiveren;The grounds will be clearedat ten= het park zal ontruimd worden;Clear-the-ground skirt= grondvrije rok;Toclear a hedge= springen over;Toclear the land= in volle zee blijven;Hecleared more than 200 pounds= winst maken;The table was cleared= de tafel werd afgenomen;He cleared his throat= schraapte de keel;Hecleared the way= baande den weg;The ship wascleared atthe custom-house= uit-, ingeklaard;Toclear away the tea= opruimen;The ship wascleared foraction= voor het gevecht gereed gemaakt;Toclear off= vertrekken; uit den weg ruimen; afbetalen;He cleared out= hij kneep uit;I am cleared out= platzak;Clear-cut= fijn besneden, scherp omlijnd;Clear-headed= helder;Clear-sighted= helderziend;Clear-starch= stijven;Clear-starcher= stijfster;Clearance= opklaren, opruimen, (bewijs van) in- of uitklaren, dunnen van boomen, uitverkoop (=Clearance sale);Clearing= dunnen van boomen; ontgonnen land in bosschen (Amer.); verrekening van saldo’s tusschen bankiers, bij spoorwegmaatschappijen, etc. (dit wordt gedaan in hetClearing-house);[94]Clearness= helderheid, duidelijkheid, etc.

Cleat,klît, subst. klamp, stang, ijzeren zoolplaatje;Cleatverb. bevestigen.

Cleavable,klîvəb’l, kloofbaar;Cleavage= kloven, kloofbaarheid;Cleave= kloven, splijten, banen; kleven, aanhangen, trouw blijven:Hecleaves tohis right= staat op;My tonguecleaves tomy mouth= kleeft vast aan mijn gehemelte;Cleaver= (slagers)hakmes, houthakkersbijl:Marrow-bones and cleavers= mergpijpen en hakmessen (met deze werd eertijds bij een huwelijk uit de lagere standen muziek gemaakt);Cleavers= kleefkruid.

Cleek,klîk, kolf met ijzeren voet (bij het Golfspel) voor ’t “drijven” gebruikt.

Clef,klef, (muziek)sleutel.

Cleft,kleft, kloof, reet, barst, scheur; P.P. gespleten;Cleft-footed= met gespleten hoef;The cleft infinitive(ZieSplit).

Cleg,kleg, paardenhorzel.

Clematis,klemətis, heggeboschdruif.

Clemency,klem’nsi, zachtheid, genade.

Clement,klem’nt, subst. Clementius; adj. zacht, vergevend, medelijdend.

Clementina,klem’ntînə, Clementine.

Clemmed,klemd, uitgehongerd.

Clench,klenš. ZieClinch.

Cleomenes,kliominîz;Cleon,klîən;Cleopatra,klîəpeitrə,klîəpatrə,klîopətrə.

Clergy,klɐ̂dži, geestelijkheid, clerus;Clergyman= geestelijke;Clergywoman= vrouw van denclergyman(iron.).

Cleric,klerik, klerk, geestelijke, clericaal;Cleric(al)= geestelijk - -; schrijf - -:Clerical coat (hat);Clerical and typographical errors= schrijf- en drukfouten;Clericalism= clericalisme.

Clerk,klâk, subst. geestelijke, cantor, koster (=Parish clerk), geleerde, schrijver, klerk; winkelbediende (Am.);Clerkverb. het boekhouder- of klerkschap uitoefenen (Amer.):Articled clerk= klerk van eenSolicitor, die na eenige jaren bij hem gewerkt te hebben het solicitorsexamen kan afleggen voor deIncorporated Law Society;Clerk of the House= de 1ste griffier van het Lagerhuis;I don’t like figures well enoughto clerk= genoeg van cijfers om klerk of boekhouder te worden;Clerkship= betrekking van klerk of schrijver.

Clever,klevə, handig, bekwaam, vlug, gevat, gezond, knap, lief (Amer.):A clever leading-article= knap hoofdartikel;Clever at sums= knap in ’t rekenen;Cleverly, volkomen (Amer.);Cleverness, handigheid, etc.

Cleves,klîvz, Kleef.

Clevis,klevis,Clevy,klevi, U-vormig ijzer aan een ploeg of dissel.

Clew,klû, subst. kluwen, bal, draad (fig.), wenk, schoothoorn;Clewverb. (metup) = oprollen, geien.

Click,klik, subst. tik, knip, knap, klink, pal;Clickverb. tikken, knappen, knippen; wegnemen, gappen; klinken:Toclick glasses= klinken;Watches click;Clicker= winkelknecht om klanten te lokken; vormopmaker (zetterij); schoenmaker, die het leer snijdt.

Client,klaiənt, client, beschermeling, creatuur;Clientage,klaiəntidž, clientèle =Clientele,klaiəntîl,klaiəntîl,klaiəntel.

Cliff,klif, steile rots;Cliffy= rotsachtig, steil.

Climacteric,klaimakterik,klaimaktərik, kritiek; subst. kritieke leeftijd (jaar):Grand climacteric= het 63ste levensjaar.

Climate,klaimit, klimaat, luchtstreek, gewest;Climatic(al)= klimaat..;Climatize= acclimatiseeren;Climatology= klimatologie.

Climax,klaimaks, climax, toppunt.

Climb,klaim, verb. klimmen, klauteren, beklimmen, stijgen; subst. klim:It isa good climb= heele klim;We began the upward climb;Toclimb down= afklimmen; inbinden (fig.);Climbable= beklimbaar;Climber= klimmer, clematis;Climbers= klimvogels:Hasty climbers have sudden falls, High climbers fall low= wie hoog klimt, valt laag.

Climene,klaimîn, Climeen.

Clinch,klinš, klinknagel, ankersteek;Clinchverb. klinken, bevestigen, vasthouden:That clinches the matter= dat is afdoende;I can’tclinch her name= komen op;Clinch-nails= klinknagels;Clincher= klamp, houvast:That’s a clincher= daarmee slaat gij den spijker op den kop, dat is afdoende;Clincher-built=Clinker-built.

Cling,kliŋ, vastzetten, kleven (hangen) aan, zich vastklemmen, verdorren:Sheclung hold ofhis coat= hield stevig vast.

Clinic,klinik, een bedlegerige; kliniek:Clinic(al)= klinisch:Clinical baptism= doop aan zieke of stervende;Clinical convert= de aldus gedoopte;Clinical lecture= kliniek.Clinique,klinîk, kliniek.

Clink,kliŋk,—verb. klinken, doen klinken, laten rijmen; subst. het klinken:At theclink of gold;Toclink glasses (together)= aanstooten;Clinking= buitengewoon.

Clinker,kliŋkə, klinkersteen, hamerslag, metaalschuim, best paard; klikker (Schotl.):Clinker-built= met over elkaar liggende planken, overboeid (scheepst.).

Clinquant,kliŋk’nt, subst. klatergoud; adj. glinsterend, in klatergoud gekleed.

Clio,klaiou, Clio; walvischaas.

Clip,klip, subst. de scheerwol van één seizoen; slag, uitknipsel, voorpunt aan hoefijzer, klemhoutje, knijper;Clipverb. afknippen, snoeien, verkleinen, verkorten, afsnijden, radbraken, slaan, voortrennen (Amer.):He slurred andclipped his words= sprak slordig - - uit en slikte in;His wings wereclipped= hij werd gekortwiekt (fig.);Clipper= besnoeier; klipper; pracht van een kerel (meid);Clippers= tondeuse;Clipping= snelzeilend (vliegend), uitstekend, omarmend;Clippings= lappen, uitknipsels.

Clique,klîk, kliek;Cliquism= kliekwezen;Cliquy= kliekerig.

Clish-clash,klišklaš, geratel:Togo clish-clash= rammelen, ratelen (fig.).

Clitter-clatter,klitəklatə, gewauwel:Her shoesgo clitter-clatter= klip-klap.

Clivers,klaivəz=Cleavers.

Clo,klou=Clothes.

Cloak,klouk, subst. mantel, dekmantel (fig.);Cloakverb. bemantelen, verbergen;Cloak-bag=[95]mantelzak, valies;Cloak-room= vestiaire, (dames)toilet, retirade; bagagelokaal.

Clobber,klobə, smeersel om bij het oplappen van oude schoenen de scheuren te stoppen.

Clock,klok, subst. klok, kever, versierde klink (aan de zijde van eene kous);Clockverb. klokken, broeden, beieren:What o’clock is it? What is (it) o’clock?= Hoe laat is het?Theyset all clocks by Greenwich time= scheren alles over één kam;Clock-dial=Clock-face= wijzerplaat;Clock-hand= wijzer;Clockmaker;As regular as clock-work= zoo precies als een uurwerk;Clock-workanimal= stuk speelgoed met mechaniek.

Clod,klod, subst. aardkluit, stof, lomperd, domoor;Clodverb. kluiten, klonteren, met kluiten gooien;Clod-crusher= wals;Clod-hopper= boerenkinkel;Clod-pate, Clod-poll= ezelskop;Cloddish=Cloddy= klonterig, plomp.

Clog,klog, subst. blok, stomp, belemmering, rem, holsblok, trip;Clogverb. te zwaar belasten, overladen, belemmeren, verhinderen, tegenhouden, stokken, klonteren, verstoppen;Cloggy, klonterig, kleverig, etc.

Cloister,klôistə, subst. klooster, kruisgang, veranda, piazza;Cloisterverb. in een klooster opsluiten, afzonderen.

Clomb,kloum, oud imperf. vanTo Climb.

Close,klouz, subst. besluit, einde; schermutseling, handgemeen;Closeverb. sluiten, eindigen, besluiten, aaneensluiten; overeenkomen, handgemeen worden, worstelen:With closeed doors= met gesloten deuren;These areclosed questionsnow= uitgemaakt;Evening closed= de avond viel;At this momentthe scene closes in= valt het gordijn;Toclose in= de gelederen sluiten;We haveclosed onthat point= het eens geworden;Theyclosed roundthe fortress= sloten in;The passage wasclosed up= afgesloten;Close up,gentlemen; we won’t go home yet= aansluiten, Heeren!Toclose with= aannemen, het eens zijn, naderen.

Close,klous, subst. ingesloten of omheinde plaats, terrein bij eene cathedraal of abdij, blinde straat of steeg, slop; adj. gesloten, benauwd, drukkend, dicht, stilstaand, nauw, strak, compres, dicht in elkaar, nabij, innig, vlijtig, streng logisch, zeldzaam, nabij(Close by), ongeveer gelijk, geheim, achterhoudend, oplettend, beknopt, getrouw, nauwkeurig, gierig, krenterig:Close corporation= een corporatie, die vacatures zelf aanvult;Close season, Close time= gesloten vischtijd of jachttijd;Asclose as wax= zoo dicht als een pot (fig.);The air is close here= het is hier benauwd;Close is my shirt, but closer is my skin= het hemd is nader dan de rok;Tocome to close quarters= handgemeen worden;Tokeep oneself close= zich koest houden;Tolive at close quarters= klein behuisd zijn;Tosit close= dicht opeen;Close-banded= dicht aaneengesloten;Close by (on);Closeupon= bijna; dicht bij;Close-cropped= kort geknipt;Close-fisted, Close-handed= vrekkig, gierig;Close-grained=dicht (v. hout, steen);A close-stool= stilletje;Close-tongued= zwijgend, “zoo dicht als een pot”;Closely= dicht op elkaar, ijverig, grondig;Closeness= vastheid, dichtheid, geslotenheid, bedomptheid, etc.

Closet,klozət, subst. kabinet, studeerkamer, privaat; adj. geheim, theoretisch, kamer..;Closetverb.:Tobeclosetedwith= een geheim onderhoud hebben met.

Closure,kloužə, subst. sluiting, slot;Closureverb. het debat sluiten:Toapply the closurehet debat sluiten.

Clot,klot, subst. klonter;Clotverb. klonteren;Clotted cream= dikke room.

Cloth,kloth, laken, wol, stof, calicot, tafellaken, gewaad:The Cloth= de geestelijkheid;More cloth than dinner= meer vertoon dan degelijkheid;Tolay the cloth= tafeldekken;Towear the cloth= den soldatenrok (liverei) dragen; geestelijke zijn;Cloth-shearer= lakenscheerder;Cloth-worker= lakenmaker.

Clothe,kloudh, kleeden, bekleeden, inkleeden.

Clothes,kloudhz, kleeren, kleeding, de wasch, luiers:Bed-clothes= bedlinnen;Long clothes= lange kinderjurk;Short clothes= korte rokken;A suit of clothes= pak;Clothes-press= kleerkast;Clothes-wringer= wringmachine.

Clothier,kloudhjə, lakenkooper, lakenfabrikant; lakenvoller (Amer.).

Clothing,kloudhiŋ, kleeding.

Cloture, Fr. uitspr. =Closure.

Cloud,klaud, subst. wolk, ader, groote menigte, lichte wollen sjaal;Cloudverb. bewolken, verduisteren, somber maken, aderen, moireeren:Every cloud has a silver lining= geen kwaad zonder baat;Tobe in the clouds= droomen, absent zijn;Tobe under a cloud= in verlegenheid zijn, gecompromitteerd zijn;Toblow a cloud= rooken;Tocast a cloud upon= een schaduw werpen op;Todrop (fall) from the clouds= uit de lucht vallen;Cloudberry= bergbraambes;Cloud-burst= wolkbreuk;Cloud-capped (capt)= zeer hoog, met wolken bedekt;InCloud Cuckoo Town= hoogst onzeker;Cloud-drift= wolkendrift;Cloud-rack= drijvend zwerk;Cloud-wrapt= in wolken of mist gehuld;Clouded= bewolkt, betrokken, troebel, beneveld:I gotclouded out= de wolken beletten mij te photographeeren;Cloudiness= bewolktheid enz.;Cloudless= onbewolkt;Cloudlet= wolkje;Cloudy= bewolkt, somber, duister, geaderd, gemoireerd.

Clough,klɐf(Arthur);Clough,klau,klɐf, ravijn; kruik; sluis; toegift van 2 Eng. ponden op iedere honderd.

Clout,klaut, subst. lap, vod, roos van een schijf, as-plaatje:Cloutverb. oplappen, opflikken, slaan, met spijkers bevestigen:He looksas white as a clout= zoo wit als een doek;Clout(-nail)= schoenbeslag;Clouted= met spijkers beslagen.

Clove,klouv, kruidnagel; gewicht voor kaas en boter (± 3,6K.G.) en voor wol (± 3,17 K.G.); ravijn;Clove-gilly-flower= tuinanjelier;Cloves,klouvz= een soort likeur.

Cloven,klouv’n:Cloven-footed,Cloven-hoofed= met gespleten hoef, satanisch;There wasa decided exhibition of the cloven foot= daar kwam de aap leelijk uit den mouw kijken =Heshowed his cloven foot.[96]

Clover,klouvə, klaver:Tobe (live) in clover= een lekker leventje leiden;Togo from clover to rye-grass= van de veeren op het stroo komen.

Clown,klaun, boerenkinkel, hansworst;Clownish= boersch, clownachtig; subst.Clownishness.

Cloy,klôi, overladen, tegenstaan.

Club,klɐb, subst. knots, kolfstok, uitwas, haarknoop; club,sociëteit, vereeniging; adj. knotsvormig;Clubs= klaveren (kaartspel);Clubverb. met een knots (neer) slaan, samen betalen, geld bijeenleggen:Weclubbed (our funds) together= wij legden bij elkander wat wij hadden;The soldierclubbed his musket= sloeg met den kolf;Clubfist(ed)= (met) klomphand;Club-foot= horrelvoet;Club-haul= overstag gaan bij stormweer met behulp van een anker;Club-headed= met dikken kop;Club-house=sociëteit;Club-law= het recht van den sterkste;Club-man= lid van een club, knotsdrager;Club-moss= wolfsklauw;Club-pigtail= dik uitloopende pruik;Club-room;Club-suit= “smoking”;Club-train= bliksemtrein tusschen Londen en Parijs;Club(b)able= gezellig;Clubbed= klomp …, knotsvormig, plomp.

Cluck,klɐk, klokken, smakkend spreken als een Hottentot;Clucking-hen= kloekhen.

Clue,klû, kluwen, (leid)draad.

Clump,klɐmp, subst. blok, brok, groep, dikke zool;Clumpverb. lomp stappen, tot groepen vormen;Clump-boots= zware vetlaarzen.

Clumsiness,klɐmzinəs, plompheid, onbeholpenheid;Clumsy= onhandig, lomp, plomp; subst. stommeling.

Clunch,klɐnš, verharde leemlaag, weeke kalksteen.

Clung,klɐŋ, imperf. en part. perf. vanTo cling.

Cluster,klɐstə, subst. tros, bos, groep, troep, zwerm, menigte;Clusterverb. in trossen groeien, scharen, zwermen, ophoopen:In clusters= saamgehoopt.

Clutch,klɐtš, subst. greep, klauw, haak;Clutchverb. grijpen, omvatten;Clutch-fisted= vrekkig.

Clutter,klɐtə, subst. warboel, lawaai;Clutterverb. onderstboven gooien, eene warboel of drukte maken:Cluttered shops= drukke, volle.

Clyster,klistə, lavement;Clysterverb. een lavement zetten;Clyster-pipe= klisteerspuit.

Co,kou, verkort voorCompany;County;c/o=care of;C. O.=Colonial Office;Commanding Officer.

Coach,koutš, subst. rijtuig, koets, diligence, personenwagen, kapiteinshut; repetitor;Coachverb. (in) eene koets rijden, drillen, africhten:Todrive a coach and six(=horses)through(an Act of Parliament, etc.): een uitdrukking veel gebruikt om het gebrekkige van een wet, etc. uit te drukken. (Verg.:Door zijn geweten kan wel een koets met 4 paarden rondrijden);Theyplay at coacheswith my money= hangen den “heer” uit van;Aslow-coach= treuzelaar;Coach-house= koets- of wagenhuis;Coachman= koetsier;Coach-office= plaatsbureau (van eene diligence);Coachstand; Coach-wheel= wagenrad; ‘achterwiel’ = ½crown(=Forecoach);crown(=Hindcoach);Coachee= koetsier.

Coadjutor,kouədžûtə, coadjutor, medehelper;Coadjutorship, coadjutorschap.

Co-agency,koueidž’nsi, medewerking;Co-agent= medewerker.

Coagulable,keagjuləb’l, strembaar;Coagulate,kəagjuleit, (doen) stremmen (stollen);Coagulation= stremming;Coagulum,kəagjul’m, gestolde massa, geronnen bloed.

Coak,kouk, lasch, blokbus;Coakverb. lasschen.

Coal,koul, subst. kool, steenkool;Coalverb. verkolen, van kolen voorzien, kolen innemen:Toblow the coals= de hartstochten aanwakkeren;Tohaul over the coals= duchtig onder handen nemen;Coal-backer= kolendrager;Coal-box= kolenbak;Coal-bunker= kolenbergplaats aan boord;Coal-cake= briket;Coal-fish= koolvisch;Coal-gas= steenkolengas;Coal-heaver= kolendrager;Coal-hole= kolenhok;Coal-mine;Coal-mouse= zwartkopmees;Coal-pit= kolenmijn;Coal-scuttle= kolenemmer;(Coal-scuttle bonnet); Coal-tar= koolteer;Coal-whipper= kolenwipper;Coaling-station= kolenstation.

Coalesce,kouəles, samengroeien, samenvloeien, zich vereenigen;Coalescence= vergroeiing, etc.; adj.Coalescent.

Coalition,kouəliš’n, coalitie.

Coaptation,kouəpteiš’n, aanpassing.

Coarse,kös, grof, ruw, onbeleefd, onkiesch;Coarse-grained= grof, norsch;Coarsen= grof maken (worden);Coarseness, grofheid, etc.

Coast,koust, subst. kust, met sneeuw bedekte helling;Coastverb. langs de kust zeilen, van haven tot haven zeilen; op sneeuw of ijs in eene slede naar beneden glijden, eene helling affietsen met de voeten op defoot-rests(Am.):Heknows the coast of France= is een smokkelaar;Coast-guard= kustwacht;Coasting-trade= kusthandel;Coasting-vessel(=Coaster) = kustvaarder;Coastways=Coastwise= langs de kust.

Coat,kout, subst. jas, haren, pels, veeren, laag, schil, wapen (herald.);Coatverb. bekleeden, bedekken:Dress-coat= rok;Frock-coat= gekleede jas;Coat of arms= familiewapen;Acoat of mail= maliënkolder;Cut your coat according to your cloth= zet de tering naar de nering;Coat-card=Court-card;Coat-tail= rokspand;Hetrailed his coat-tails over the green,and dared any one to tread on them(een Iersche vorm van uitdaging);Coatee,koutî, nauwsluitend jasje;Coating= overtrek, bekleeding, laag, jasstof.

Coax,kouks, vleien:Tocoax into= bepraten, bevleien;Tocoax out of= aftroggelen;Coaxer= vleier;ACoaxing puss(=A coax) = vleister(tje).

Cob,kob, subst. zware hit; mantelmeeuw, meelballetje voor het mesten van vogels, spin, rond brood, steen, chignon, maïsaar, piaster, dracht slagen;Cobverb. afranselen;Cob-loaf= rond brood;Cob-nut= kleine hazelnoot;Cob-wall= muur van leem en[97]stroo;Cobweb= spinneweb, spinrag; adj. dun, fijn, waardeloos:To brush off the cobwebs= de blommetjes buiten zetten;Tohave cobwebs in one’s brain= muizenissen in zijn hoofd hebben;Cobby= kort en gedrongen.

Cobalt,koubolt, kobalt;Cobaltic, kobaltachtig.

Cobble,kob’l, subst. kiezelsteen, rond stuk kool;Cobbleverb. lappen, samenflansen:The buttonholes had beencobbled out of their original shape= waren verknoeid;Cobbler= schoenlapper, knoeier; wijn met vruchten en ijs, die men door een rietje opzuigt:The cobbler must stick to (not go beyond) his last= schoenmaker, houd je bij je leest.

Cobham,kob’m.

Coble,kob’l,koub’l, soort van visschersschuit.

Cocaigne,kəkein, het land van Cocagne, luilekkerland.

Cochin-China,kotšin(koutšin)-tšainə.

Cochineal,kotšinîl,kotšinîl, cochenille.

Cochlean,kokliən, lepelvormig;Cochleate(d),kokli(e)it(id), spiraalvormig.

Cochrane,kokrein.

Cock,kok, subst. haan, mannetje, kemphaan (ookfig.), weerhaan, kraan; hooiopper; onrust; wijzer, tong, boot, aanvoerder, opperste; het hanengekraai, kerfje;Cockverb. overhalen, opheffen, opzetten, optoomen, schuin (zwierig) opzetten, wenken:Bycock and pie= bij kris en kras;As the old cock crows, the young cock learns= zooals de ouden zongen, piepen de jongen;Helives like a fighting cock= leidt een weelderig leven;That cock won’t fight= die vlieger gaat niet op;Cock-a-doodle (-doo)= kikeriki;That man isCock-a-hoop= zijn haan kraait victorie;Thecock of the school= de “primus”;He is thecock of the walk= haantje de voorste, leider;A cock and bull (A cock-and-a-bull) story= onmogelijk verhaal;Tocock the ears= spitsen;Tocock the eye= wenken;Tocock the eye at= boos aankijken;Tocock the tail= hoog dragen;Cock-boat= kleine boot;Cock-brained= onbezonnen, dwaas;Cock-broth= hanensoep;Cock-chafer= meikever;Cock-crow(ing)= hanengekraai, dageraad;Cock-fight(ing)= hanengevecht;Cock-eyed= loensch;Cock-horse= hobbelpaard, stokpaardje; fier paard; trotsch, op hooge plaats, schrijlings:Toride a cock-horse to Banbury= paardje rijden; zich trotsch, aanmatigend gedragen;Cock-match= hanengevecht;Cockpit= hanenmat, plaats voor hanengevechten;Cockpit deck= ziekenboeg aan boord;Cockroach=kakkerlak;Cock-robin= roodborstje;Cock-rose= roode papaver;Cocks-comb=hanekam, ratelaar, hoofd, fat. ZieCoxcomb;Cock’s-head= spurrie;Cock-shut (Cocktime)= schemeravond;Cock-shy= spel, om met stokken (Cock-shy sticks) iets op een afstand om te gooien;Cock-spur= hanenspoor;Cock-sure,šuə, positief zeker;Cockswain,koks’n, stuurman in een giek;Cocktail= renpaard, dat geenvolbloedis; paard met fier gedragen staart; poen:Champagne cocktail= champ. met enkele droppels Angostura bitter;Soda cocktail= selterswater met bitter etc.;Cock-tread= hanetree;Cocked hat= steek; driehoekig gevouwen briefje:To knock into a cocked hat= tot moes slaan;Cockerel (Cocklet, Cockling)= jonge haan;Cock-up= naar boven gekeerd; boven den regel uitstekend; scheeve hoed;Cocky= onbeschaamd, pedant, aanmatigend.

Cockade,kəkeid, kokarde.

Cockatoo,kokətû, kaketoe.

Cockatrice,kokətr(a)is, basiliskus.

Cockburn,koubɐ̂n.

Cocker,kokə, subst. fokker van kemphanen; hond voor de snippenjacht;Cockerverb. troetelen, liefkoozen:Cockered uptoo much;Cocker thy childand he shall make thee afraid= vertroetel;According to Cocker= volgens Bartjes.

Cocket,kokət, douanezegel, tolbewijs, douane (veroud.); adj. dartel, levendig, coquet:Cocketed upin fair gowns= uitgedost;Cocket-bread= tweede soort tarwebrood.

Cockieleekie,kokəlîki, kippesoep met look.

Cockle,kok’l, subst. mossel; bolderik, dolik;Cockleverb. rimpelen, samentrekken:That warmsthe cockles of my heart= doet me innig genoegen;Hot cockles= spel waarbij een geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Cockle-hat= pelgrimshoed met eenCockle-shell= (mossel)schelp (als pelgrimsinsigne); notedop (=klein bootje);Cockle-stairs= wenteltrap;Cockler= mosselverkooper.

Cockney,kokni, subst. (geboren en getogen) Londenaar; verwende en verwijfde jongen; adj. wat eenCockneyeigen is;Cockneydom;Cockneyfy= tot C. maken; adj.Cockneyish;Cockneyism= aard of uitdrukking van een C.

Cocoa,koukou, cacao;Cocoabutter;Cocoa-nib= zaadvliesje van de cacaoboon;Cocoa-nut= kokosnoot.

Cocoon,kəkûn, cocon;Cocoonery= inrichting voor de zijdewormteelt.

Coctile,kokt(a)il, gebakken;Coction,kokš’n, koking, bakken.

Cod,kod, subst. schil, schaal, buidel, zak;Codverb. in eene schil besluiten.

Cod,kod, kabeljauw;Cod-liver-oil= levertraan;Codder= visschersschuit (voorCods);Codling= jonge kabeljauw.

Coda,koudə, coda.

Coddle,kod’l, zacht koken; troetelen, vleien:Don’t coddle yourself= verwen je zelf niet.

Code,koud, wetboek, reglement:Code of morality= zedewet;Code-words= afgesproken of telegramwoorden:The telegram wasput into the code-words= in dit schrift overgebracht;Codex= wetboek.

Codger,kodžə, oude vent, vrek.

Codicil,kodisil, aanhangsel van een testament; adj.Codicillary.

Codification,koudifikeiš’n,kodifikeiš’n, codificatie;Codify,koudifai,kodifai, codificeeren.

Codilla,kədilə, ruwe hennep of vlas.

Codille,kədîl, codille (in quadrille of omber).

Codlin(g),kodliŋ, Codlin, soort appelboom; ZieCod.[98]

Codrington,kodriŋt’n.

Coefficient,kouəfiš’nt, medewerkend; subst. coefficient.

Coemption,kouem(p)š’n, het opkoopen of koopen in het groot.

Coequal,kouîkw’l, subst. en adj. gelijk(e);Coequality,kouikwoliti, gelijkheid.

Coerce,kouɐ̂s, dwingen;Coercer;Coercion= dwang;Coercion-act= dwangwet.

Coessential,kouəsenš’l, van hetzelfde wezen.

Coetaneous,kouiteiniəs, even oud.

Coeternal,kouitɐ̂n’l, eeuwig bestaand met; subst.Coeternity.

Coeval,kouîv’l=Coetaneous.

Coexist,kouegzist, gelijktijdig bestaan; subst.Coexistence; adj.Coexistent.

Coffee,kofi, koffie:A cup ofblack coffee;Togrind, make, roast, take coffee;Coffee-beans(=Coffee-nibs);Coffee-mill;Coffee-pot;Coffee-room= gelagkamer.

Coffer,kofə, subst. geldkist, kist, koffer, schat; gracht, galerij (vestingb.), sluis (in een kanaal);Cofferverb. in eene kist besluiten;Coffer-dam,kofədam, kistdam;Coffered.

Coffin,kofin, subst. doodkist, pasteikorst, peperhuisje, bovenste van een paardehoef, kar van een drukpers;Coffinverb. in eene kist besluiten, insluiten.

Cog,kog, subst. kam of tand (van een rad); kleine boot;Cogverb. paaien, door mooie praatjes bedriegen:His dice were cogged= zijne dobbelsteenen waren valsch (met lood aan ééne zijde bezwaard);Cog-wheel= tand- of kamrad.

Cogency,koudž’nsi, overtuigende kracht;Cogent,koudž’nt, krachtig, overtuigend.

Coggle,kog’l, kleine boot;Coggle-stone= afgeronde keisteen.

Cogitate,kodžiteit, denken, overpeinzen; subst.Cogitation; adj.Cogitative.

Cognac,ko(u)njak, cognac.

Cognate,kognit, subst. bloedverwant; adj. verwant (in Schotl. vooral van moederszijde), vermaagschapt, van denzelfden aard;Cognation= bloedverwantschap.

Cognition,kogniš’n, kennis (door eigen ondervinding of onderzoek opgedaan); adj.Cognitive.

Cognizable,ko(g)nizəb’l, kenbaar, vervolgbaar;Cognizance,ko(g)niz’ns, kennis(neming), kenmerk, insigne; competentie, (rechts)gebied:Out of the cognizance of the post;Cognizant,ko(g)niz’nt, kennis dragend of nemend van (of).

Cognomen,kognoum’n, familienaam, bijnaam; benaming.

Cognovit,kognouvit, schriftel. erkenning door den gedaagde, dat de eischer in zijn recht is.

Cogue,kog, nap, vaatje, emmer, slok.

Cohabit,kouhabit, (als man en vrouw) samenwonen; subst.Cohabitation.

Coheir(ess),kouêə(rəs), mede-erfgenaam.

Cohere,kouhîə, samenkleven, logisch samenhangen; subst.Coherence=Coherency; adj.Coherent;Coherer= cohaerer, fritter (Draadl. telegr.).


Back to IndexNext