Courtney,kɐ̂tni;Courtray,kûətrei, Kortrijk.Cousin,kɐz’n, neef, nicht:Cousin Betty= halfwijze;First cousin=Cousin-german= volle neef of nicht;Cousinship= neefschap, verwantschap.Coutts,kûts.Cove,kouv, subst. inham, baai, kreek, hol, gewelf; strook prairie-grond; vent;Coveverb. verwulven;Coving= het vooruitsteken der bovenverdiepingen; adj. overhangend.Covenant,kɐvən’nt, subst. verdrag, contract, verbond, acte;Covenantverb. zich verbinden, overeenkomen, volgens acte schenken;Covenanted= door een verdrag gebonden;Covenanter= aanhanger van de Partij derSchotsche Presbyterianen(1638).Covent Garden,kɐvən(t)gâd’n, groente- en fruitmarkt (Londen).Coventry,kɐv’ntri:Tosend to Coventry= doodverklaren, ignoreeren.Cover,kɐvə, subst. bedekking, deksel, scherm, (boek)omslag, foudraal, band (The book is interestingfrom cover to cover); struikgewas, schuilplaats (The fox broke cover= kwam uit zijne schuilplaats), beschutting; couvert (bord, vork, mes, lepel);Coververb. bedekken, bemantelen, bekleeden, beschermen, dekken, omhullen, inwikkelen; afleggen, broeden, van gelijke uitgestrektheid zijn, bevatten, mikken op, onder schot nemen, insluiten:That covers everything= sluit alles in;We havecovered a mile= eene mijl afgelegd;I knelt down,covered the tiger,and fired= mikte op;The house iscovered in= onder dak;The balcony has just beencovered in with glass= rondom omsloten;Cover-side= jachtterrein (eig. plaats bij de schuilplaats van wild of vossen);Covering= bedekking, dek, omhulsel, dekmantel, (lijk)wade;Covering-party= bedekking;Coverlet= sprei, somsCoverlid;Covert,kɐvət= subst. schuilplaats, lommerrijke plek, leger (van wild); adj. verborgen, geheim, beschermd:Femme covert= getrouwde vrouw;Covert-coating= een bepaalde stof;Coverture= beschutting, lommerrijke plaats; staat der gehuwde vrouw.Covet,kɐvət, vurig verlangen, begeeren, hunkeren:Thou shalt not covet= gij zult niet begeeren;Covetous,kɐvətɐs, begeerig, hebzuchtig; subst.Covetousness.Covey,kavi, broedsel, vlucht (patrijzen), troep:kouvi, ventje.Cow,kau, subst. koe;Cowbane= waterscheerling, hondspeterselie;Cowberry= roode boschbes;Cow-boy= koejongen, bereden koeherder (Amer.);Cow-bunting= (Amerik.) lijster;Cow-catcher= toestel vóór aan de locomotief om de baan schoon te maken (Amer.);Cow-feeder= koehouder (hoeder);Cow-hide= subst. koehuid, grove rijzweep;Cow-hideverb. afranselen;Cow-house= koestal;Cow-leech= koedokter;Cow-lick= weerbarstige haarlok; spuuglok;Cow-pock= koepok;Cow-pox= koepokken;Cow-shed= koestal;Cowslip= sleutelbloem;Milch cow= melkkoe:Tolook upon one as a milch cow.Cow,kau, vrees inboezemen, bang maken.Coward,kauəd, subst. lafaard; beest met den staart tusschen de pooten (Herald.); adj. lafhartig, verachtelijk;Cowardice= lafhartigheid =Cowardliness; adj.Cowardly.Cower,kauə, neerhurken (down), ineenkrimpen.Cowes,kauz, Cowes.Cowl,kaul, monnikskap, gek op een schoorsteen, kap van ijzerdraad op den schoorsteen van een locomotief; watervat, tusschen twee mannen aan een stok gedragen.Cowley,kauli.Cowlstaff,kaulstaf. ZieColstaff.Cowper,kûpə,kaupə.Cowry,kauri, porseleinslak, schelp als ruilmiddel gebruikt.Cox,koks; ZieCoxswain.[120]Coxcomb,kokskoum, zotskap, fat, pronker; hanekam (plant);Coxcom(b)ical,kokskomik’l, fatterig, ijdel.Coxswain,kokswein,koks’n, stuurman.Coy,kôi, adj. bedeesd, zedig, preutsch;Coyverb. afvleien (from); zich zedig gedragen; subst.Coyness.Coyote,koujout, prairiewolf.Coz,kɐs, familiaar voorCousin.Cozen,kɐs’n, beetnemen;Cozenage= beetnemerij;Cozener= bedrieger.Cozy, ZieCosy.Crab,krab, subst. krab, kreeft (in den Dierenriem), kaapstander, kraan, gangspil, wilde appel, gemelijk mensch; adj. zuur, gemelijk, norsch;Crabverb. verbitteren, ontstemmen, bederven:He hascaught a crab= hij heeft (bij het roeien) een snoek gevangen (fig.);Don’t crab the whole thing now= zeg er eens, bederf het spel nu niet;Crab-louse= platluis;Crabsidle= in zijwaartsche richting voortbewegen;Crab-tree= wilde appelboom;Crabbed= zuur, oneffen, grommig, verward, onleesbaar:Crab manuscripts; subst.Crabedness;Crabber= krabbenvisscher.Crack,krak, subst. gekraak, spleet, deuk, barst, (donder)slag, stemverandering (van jongen tot man), verbijstering (van het verstand), oogenblikje; kraan, piet; adj. kranig, uitstekend, chic, keur..;Crackverb. barsten, breken, knappen, knetteren, scheuren, diep treffen, verbijsteren, bluffen; doen knallen, breken, vernielen, uitdrinken, opkammen:He got itin a crack= onmiddellijk;There is a crack in your head= je bent niet recht snik;Crack piano;Crack surgeons;The premier isa crack speaker;To crack a crib= inbreken (in een huis);He was not in the habit ofcracking jokes= geestigheden te tappen;All the inhabitantscracked upthat watering-place(to the skies) = verhieven die badplaats tot in de wolken;Cracked= gemalen, fijngedrukt, gescheurd; gek =Crack-brained;He is acrack-hemp (crack-rope) = hij verdient de galg, hij komt nog wel eens aan de galg;Acrack-jaw= niet uit te spreken;Cracksman= inbreker;Cracker= knal, knalbonbon (pistache), voetzoeker, iets buitengewoons, blufferij, groote leugen, biscuitje;Crackey= drommels;Crackle= knetteren;Crackling= zwoerd van gebraden varkensvleesch;Cracknel= krakeling, bros beschuitje.Cracow,kreikou, Krakau.Cradle,kreid’l, subst. wieg, bakermat, kindsheid, net (of filet) in een spoorwagon, spalk,zwachtel, graveerstift, zeisboog; toestel bij ’t redden van schipbreukelingen; goudwaschmachine;Cradleverb. wiegen, tot bedaren brengen, bakeren, maaien (van koren), in eene wieg liggen, in de wieg leggen:I have known himfrom the (his) cradle= van zijne geboorte, van kindsbeen af;Cradled ininnocence= in onschuld;Cradle-clothes= luren;Cradling= ribben van een gewelfde zoldering.Craft,krâft, kunstvaardigheid, sluwheid; beroep, ambacht, kunstnijverheid; vaartuig:The Craft= de vrijmetselarij;Small craft= kleine vaartuigen van allerlei soort;Craft-guild= handwerksgilde;Craftsman= bekwaam handwerksman;Craftsmanship= het werk (beroep) van eencraftsman;Craftsmaster= meester (in zijn vak);Craftiness= subst. v.Crafty= listig, sluw.Crag,krag, ruwe rotst(punt), klip;Crag-and-tail= rots, steil aan de eene zijde, en langzaam af hellend aan de andere;Cragged(=Craggy) = rotsig, oneffen, stroef (van gelaatstrekken b.v.); subst.Craggedness=Cragginess.Craigenputtock,kreig’npɐtək.Crake.ZieCorn-crake.Cram,kram, subst. ingepompte kennis, leugen;Cramverb. volstoppen, inproppen, inpompen, gretig eten;Cram-jam= propvol;Crammer= leugen.Crambo,krambou:Dumb crambo= spel, waarin het te raden rijmwoord slechts door gebaren mag worden aangewezen.Cramp,kramp, subst. kramp, pijnlijke trekking; kram of klemhaak; dwang, belemmering; adj. moeilijk, lastig;Crampverb. krampachtig vertrekken; trekken, neerdrukken, beperken, achteruitgaan (van de wielen van een wagen), klampen, krammen:Cramped for room= te weinig ruimte hebbende, in enge ruimte besloten;Thatcrampedme for two months= daardoor moest ik krom liggen, mij behelpen;Acrampedand scrawlinghand= stijve en slordige;They labourcramped up= in kromme houding;Thecrampinginfluences of poverty= neerdrukkende;Cramp-fish= sidderoog;Cramp-iron= klemhaak, anker;Crampon= kanthaak, klimijzer, ijsspoor =Crampoon,krampûn.Cranberry,kranberi, soort v. veenbes, roode boschbes.Cranage,kreinidž, kraangeld;Crane,krein, subst. kraanvogel; kraan; hevel;Cranageverb. den nek uitrekken, voorzichtig uitkijken;Cranage-fly= soort mug;Cranage’s-bill= ooievaarsbek, reigersbek; soort van tang (chirurgie).Cranial,kreinj’l, schedel..;Craniology,kreiniolədži, schedelleer;Cranioscopy,kreinioskəpi, schedelonderzoek;Cranium,kreinj’m, schedel.Crank,kraŋk, subst. kruk, slinger, handvat; draai, verdraaiing, gril, dwaas, iemand met een stokpaardje; adj. rank, wrak, verdraaid, zwak, gek, levendig, lustig;Crankverb. kronkelen, zigzagsgewijze snijden: He wasmuch of a crank abouthis discovery= erg mal, dwaas met;Crankiness= grilligheid, enz.;Crankle, subst. kronkel;Crankleverb. draaien, kronkelen;Crankles= hoekige uitsteeksels;Crankness= verdraaidheid, rankheid;Cranky= dwars; kronkelend; geestig, dol; waggelend, wrak, rank.Crannied,kranid, gespleten, gebarsten;Cranny,krani, scheur, spleet, geheime verblijfplaats.Crape,kreip, subst. krip;Crapeverb. krullen.Crapnel,krapn’l, dreg, haak.Crapulence,krapjulens, overlading, dronkenschap, katterigheid; adj. Crapulent.Crash,kraš, gekraak, geraas, gedrang, krach (=algemeen failliet); grof linnen;Crashverb.[121]krassen, ineenstorten met gekraak, vermorzelen:Crasheson the doors were heard= geklop en gestomp op de deuren;Togo crash= failliet gaan.Crass,kras, grof, dik, lomp:Crass ignorance= kolossale domheid; subst.Crassness.Crassamentum,krasəment’m, (bloed)klomp, bloedkoek.Crate,kreit, teenen mand, krat:Cycle crate.Crater,kreitə, krater;Crateriform,krəteriföm= kratervormig;Craterlet= kleine krater.Craunch,krônš,krânš=Crunch.Cravat,krəvat, (stijve) das.Crave,kreiv, smeeken, verzoeken, eischen:I crave your indulgence= roep in;Acraving afterher child= vurig verlangen.Craven,kreiv’n, subst. lafaard; adj. lafhartig;Cravenverb. bang maken.Craw,krô, krop.Crawfish,krôfiš,Crayfish, rivierkreeft; overlooper;Crawfishverb. ontrouw worden (Amer.).Crawl,krôl, subst. schildpadvijver, vischweer;Crawlverb. kruipen (To crawl on hands and knees), krieuwelen, wemelen (with);Crawler= vigelante, die langzaam rijdend op een vrachtje wacht;Crawlers= ongedierte.Crayfish,kreifiš, rivierkreeft; zeekreeft (langouste).Crayon,kreiən, subst. teekenkrijt, pastelteekening;Crayonverb. schetsen, metcrayonteekenen:Portrait painterin crayons.Craze,kreiz, subst. barst; manie, rage, dwaze hartstocht;Crazeverb. afsplinteren, barsten; breken, kneuzen, het verstand krenken;Craziness= dwaasheid, dolheid;Crazing-mill= molen om tinerts te verbrijzelen =Craze-mill;Crazy= gebroken, oud, zwak, verpletterend; gek.Creak,krîk, subst. gekras;Creakverb. kraken, krassen:Creaking doors (hinges) last longest= krakende wagens loopen het langst.Cream,krîm, subst. room, vlies, bovenste laag, bloem, fine fleur, decrême;Creamverb. afroomen, room voegen bij, zich met room bedekken; vergruizelen:Cream and roses= melk en bloed (fig.);Cream-cake(-tart)= roomtaartje;Cream-cheese;Cream-colour(ed);Cream-faced= bleek, laf;Cream-laid paper= geel geribd schrijfpapier =Cream-wove paper;Creamery= roomhuis; zuivelfabriek;Creamy= vol room, vettig; uitgelezen:Soap-suds isa creamy mess= een vettig goedje.Crease,krîs, subst. vouw, ezelsoor, streep; kris;Creaseverb. kreuken, vouwen;Creasy= geplooid, gerimpeld:The child’screasy arms= mollige armpjes, met plooien erin.Create,krieit, adj. voortgebracht;Createverb. scheppen, voortbrengen, benoemen, maken;Creation,krieiš’n, het scheppen, de schepping, wereld, heelal, aanstelling, benoeming;Creative,krieitiv, scheppend:A creative genius= scheppend genie; subst.Creativeness;Creator,krieitə, Schepper, voortbrenger; vrouwl.Creatress;Creature,krîtšə, subst. schepsel, beest; kreatuur in ongunstigen zin; hartsterking; paard (Am.); adj. tot het lichaam behoorende:A silly creature= een sul;He despises allcreature comforts= hij geeft niets om de dingen, die den mensch aangenaam zijn;He was filled withcreature comforts= hij kreeg (had) wat zijn buikje maar begeerde.Credence,krîd’ns, subst. geloof, vertrouwen; credens-tafel:Letter of Credence= geloofsbrief;Credent= geloofwaardig, lichtgeloovig;Credential,kridenš’l, geloofs..:Credentials= geloofsbrieven, aanbevelingen.Credenda,kridendə, de te gelooven waarheden (tegenoverAgenda= de te vervullen plichten).Credibility,kredibiliti, geloofwaardigheid; adj.Credible,kredib’l.Credit,kredit, subst. vertrouwen, geloof, goede naam, autoriteit, aanzien, achting, crediet, creditzijde;Creditverb. gelooven, vertrouwen, tot eer strekken, crediteeren:Bills of Credit= schatkistbiljetten;Letter of credit= credietbrief;Thatdoes you credit= strekt je tot eer;Theygave us credit forfighting most gallantly = gaven ons de eer;Give him credit fora clever fellow= geloof maar gerust, dat hij is;Togrant (lodge, open) a credit= (een) krediet geven, openen;Itake credit fornothing but my books= ik betaal alles contant behalve mijne boeken;Hetakes credit tothe liberal party for the reforms during the past fifty years= hij geeft de … de eer van de hervormingen der laatste 50 jaren:Hetook great credit tohimself for it= hij rekende het zich als eene groote verdienste aan;There are a hundred poundsto your credit at the bank;I carrythatto your credit= dat zet ik op uw credit;I am credited witha good appetite= ik heb den naam van …;Creditability= aanzien, soliditeit;Creditable= eervol, fatsoenlijk, solide;Creditor= schuldeischer:Creditor in trust= curator (van een faillieten boedel, die mede-crediteur is);Creditress,Creditrix= schuldeischeres.Credulity,kridjûliti, lichtgeloovigheid;Credulous,kredjulɐs, lichtgeloovig; subst.Credulousness.Creed,krîd, geloof(sbelijdenis).Creek,krîk, kreek, inham, bocht, riviertje (Am.);Creeky= bochtig.Creel,krîl, teenen mand (vooral van visschers).Creep,krîp, kruipen, krieuwelen, sluipen, zich slaafs gedragen, laag vleien, dreggen (for a drowned man):My flesh began to creep= ik kreeg kippenvel =I crept all over=Itgave me the creeps;Creeps and horrors= akeligheden;Creep-hole= sluipgat, uitvlucht;Creep-mouse= kinderspelletje (soort van verstoppertje);Creeper= kruiper, kruipend dier, kruipende plant, boomkruiper; dreg, ijsspoor;Creepiness= griezeligheid; adj.Creepy:Acreepy tale,story.Creese,krîs, kris.Creighton,kreit’n.Cremate,krimeit,krîmeit, verbranden;Cremation,krimeiš’n, lijkverbranding;Cremator=Crematory,kremətori,krîmətori, crematorium.Cremona,krimounə, (Cremona) viool.Crenate(d),krîneit(id), gekerfd, getand;CrenatureofCrenature= tand; gekerfdheid, getandheid.[122]Crenel,krenəl, schietgat, kanteel;Crenel(l)ated= van schietgaten voorzien.Crenulate(d),krenjuleit(id)= fijn getand.Creole,krîoul, Creool(sche).Creosote,krîəsout, creosoot;Creosoteverb. creosoteeren.Crepitate,krepiteit, knarsen, knetteren; subst.Crepitation.Crepon,krep’n, soort van krip.Crept,krept, Imp. en P.P. vanto creep.Crepuscular,kripɐskjûlə, schemerend, schemer.., avond …Crescent,kres’nt, subst. wassende maan, Turksche vlag, de Porte; eene halfcirkelvormige rij huizen; adj. toenemend, halvemaanvormig (= Crescentic);Crescentverb. tot eenCrescentvormen.Cress,kres:Garden cress= tuinkers;Water-cress= witte waterkers.Cresset,kresət, groot bakenlicht, toorts of flambouw; meteoor.Crest,krest, subst. kam, kuif, manen, helmpluim of -teeken, wapen, kroon, kruin, trots, hoogmoed;Crestverb. van een kam of pluim voorzien, kuiven, den top bereiken:Crested= gekuifd, etc:Crestedlark= kuifleeuwerik;Crestedspoons= met wapen of insigne;He lookedCrest-fallen= hij zag er moedeloos, terneergeslagen uit;Crestless= zonder kuif (wapen).Creswick,kresik.Cretan,krîtən, Cretenzer; ook adj.;Crete,krît, Creta.Cretin,krîtin, cretin, idioot;Cretinism.Cretism,krîtizm, leugen (Vergel. Tit. I, 12).Crevasse,krəvas, scheur, spleet, doorbraak (Amer.).Crevet,krevət, smeltkroes (van goudsmeden).Crevice,krevis, subst. scheur, spleet;Creviced= gescheurd, enz.Crew,krû, menigte, troep, scheepsbemanning; gespuis, zootje.Crewel,krûəl, soort borduurwol.Crib,krib, subst. etenskribbe, stal (voor ossen), hut, woning, kinderkribbe, plaats, betrekking, zoutvaatje, (letter)dieverij, woordelijke vertaling (van een Latijnsch of Grieksch schrijver);Cribverb. beperken, opsluiten, (ont)stelen, ter sluiks nemen, letterkundigen diefstal plegen, overpennen, opgesloten worden;Crib-biter= kribbebijter; grompot;Cribbed, cabined and confined= in eene enge ruimte opgesloten.Cribbage,kribidž, een kaartspel;Cribbage-board.Cribble,krib’l, subst. groote zeef; grof meel; adj. grof;Cribbleverb. ziften;Cribration,kribreiš’n, het ziften.Crichton,kraitən,kritən.Crick,krik, subst. kramp, pijn;Crickverb. pijn krijgen:Crick in the back= spit;Crick in the neck= stijve nek;He cricked his neckwith gazing upon the pictures.Cricket,krikit, subst. cricket; huiskrekel, zwarte veldkrekel, voetbankje;Cricketverb. cricketen;Cricket-ground= cricketveld;Cricket-match= cricketwedstrijd;Cricketer= cricketspeler.Cricoid,kraikôid, ringvormig; subst. =Cricoid cartilage= ringvormig kraakbeen.Crier,kraiə, schreeuwer, omroeper (=Town-crier).Crikey,kraiki, heeremijntijd.Crim-con.,krimkon, overspel (verkorting vanCriminal conversation).Crime,kraim, misdaad;Criminal,krimin’l, subst. misdadiger, schuldige, veroordeelde; adj. misdadig, schuldig, strafrechterlijk:Crime-lawyer=Criminalist,kriminəlist, criminalist;Criminality,kriminaliti, strafbaarheid, criminaliteit;Criminate,krimineit, van misdaad beschuldigen, in eene misdaad betrekken;Crimination,krimineiš’n, aanklacht, betrekking in een misdaad;Criminatory= aanklagend.Crimea (The),kraimîə, de Krim;Crimean:The Crimean War.Crimp,krimp, subst. werver, zielverkooper, ronselaar; adj. broos, onstandvastig;Crimpverb. krullen, friseeren, knijpen, grijpen, krimpen (van visch); verlokken, ronselen;Crimping-iron= friseertang;Crimple= samentrekken, doen krimpen of krullen.Crimson,krimz’n, subst. karmozijn; adj. donkerrood;Crimsonverb. donkerrood kleuren, verven, blozen;Crimson-warm= roodgloeiend.Crincum-crancum,kriŋk’m-kraŋk’m, krom, zigzag; subst. zigzag, dingsigheidje.Cringe,krinž, subst. onderdanige buiging, lage vleierij;Cringeverb. kruipen, vleien;Cringer= kruiper.Cringle,kriŋg’l, kous, (blok)beslag (zeetermen).Crinkle,kriŋk’l, subst. vouw, kronkel, kronkeling;Crinkleverb. kronkelen, frommelen:Hecrinkled the news-paper.Crinkum-Crankum=Crincum-Crancum.Crinoline,krinəl(a)in, crinoline, paardenhaar:A crinoline hat= hoed van paardenhaar.Cripple,krip’l, subst. kreupele; adj. kreupel;Crippleverb. kreupel maken, verlammen, verminken, buiten gevecht stellen.Cripplings,kripliŋz, schoorbalken.Crisis,kraisis(Meerv.Crises,kraisîz), crisis, beslissend oogenblik.Crisp,krisp, adj. kroes, knetterend, brokkelig, broos, flink, frisch, helder, levendig, krachtig;Crispverb. krullen, rimpelen, broos maken:Crisp-almonds= gebrande;Crisp style= levendige;Crisping-iron= frizeerijzer.Crispin,krispin, Crispinus, schoenmaker:St Crispin’sDay= 25 October.Criss-cross,kriskros, subst. kruisje, gekriskras; adj. en adv. verward, kriskras:Criss-cross row= het alphabet.Criterion,kraitîriən, kenmerk, maatstaf.Critic,kritik, beoordeelaar, criticus, bediller;Critical= kritisch, onderscheidend, oordeelkundig, streng, bedillerig, bedenkelijk, hachelijk; subst.Criticalness;Criticaster= muggenzifter;Criticism= kritiek;Criticize,kritisaiz, recenseeren, beoordeelen, hekelen;Critique,kritîk=Criticism.Croak,krouk, subst. gekras, gekwaak;Croakverb. krassen, morren, kwaken, kwaad voorspellen, sterven:Hecroaked forthhis lesson= dreunde zijne les op;Croaker= ongeluksprofeet;Croaking-lizard= gecko van Jamaica.Croat,krouət, Croaat;Croatia(n),krəeišə(n), Croatië(r).Crochet,kroušei, subst. haakwerk;Crochetverb. haken;Crochet-hook= haaknaald.Crock,krok, subst. aarden kan of pot, roet[123](daaraan verzameld); vilderspaard;Crockverb. met roet zwart maken, in een pot doen, zwart of vuil afgeven;Crockery= aardewerk.Crocodile,krokədail, subst. krokodil; meisjeskostschool op de wandeling, twee aan twee; sophisme; adj. krokodilachtig, huichelachtig:Crocodile tears= krokodillentranen;Crocodilian= krokodilachtig, valsch; subst. krokodil;Crocodility= sophisme.Crocus,kroukəs, krokus; adj. saffraangeel.Croesus,krîsəs.Croft,kroft, klein stuk wei- of bouwland by een boerenplaatsje;Crofter= keuterboertje.Croma,kroumə, ⅛ noot (muziek).Cromarty,kroməti;Cromer,kroumə.Cromlech,kromlek, een groote platte tafelsteen op andere steenen steunend, gevonden in Keltische landen, òf graf òf Druïdenaltaar.Cromwell,kromwel,krɐmwel.Crone,kroun, oud wijf; oud schaap.Cronenburg,kroun’nbɐ̂g;Cronstadt,kronstat, Kroonstad.Crony,krouni, boezemvriend.Croodle,krûd’l, neerhurken; huiveren; flikflooien,Crook,kruk, subst. bocht, kromte, onaangenaamheid (That wasthe only crook in my lot); herdersstaf, bisschopsstaf, hanepoot (in ’t schrijven), ketelhaak, kunstgreep; oplichter, dief;Crookverb. buigen, krommen, uit den rechten stand brengen, krom zijn:By hook or by crook= op de een of andere manier, door eerlijke of oneerlijke middelen;Crooked= gebogen, gedraaid, scheef, slecht:Togo crooked= den slechten weg opgaan;Cross questions andcrooked answers= protocollen;Crooked-pated= stijfkoppig;Crooked-stick= dwarse kerel, norsche vent; subst.Crookedness.Croon,krûn, subst. gekreun, geneurie;Croonverb. jammeren, kreunen, neuriën.Crop,krop, subst. krop, oogst, kort afgesneden haar (staart), jachtzweep; erts, een heele huid;Cropverb. afsnijden, afvreten, maaien, oogsten, (vroegtijdig) plukken, verbouwen, oogst geven, aan de oppervlakte komen, te voorschijn komen (out):Neck and crop= geheel en al, volkomen;The cows werecropping the grass= vraten af;I mustget cropped= mijn haar laten knippen;It hascropped out= is aan het licht gekomen;Such subjects arecropping upnowadays= doen zich voor;Crop-ear= paard met korte ooren;Crop-haired= met kort haar;Crop-sick= ziek door overvoeren;Cropper= kropduif, kropper:Hecame (down) a cropper= hij schoot of viel over den kop (van het paard, van een rijwiel, etc.);Croppy= iemand met afgesneden ooren; gevangene; Iersch oproerling in 1798.Croquet,kroukei, subst. croquetspel;Croquetverb. croquetten.Crore,krö, een millioen pond sterling (= honderd lacs = 10.000.000 ropijen).Crosier,kroužə, bisschopsstaf.Croslet,kroslət=Crosslet.Cross,kros,krôs, subst. kruis, in de volgende drie vormen: †, T, ✕ (ookfig.), het lijden van Christus, de Christelijke godsdienst, wederwaardigheid, tusschending, kruising, gekruist ras;adj.en adv. wederkeerig, dwars, verkeerd, tegengesteld, onhandelbaar, knorrig;Crossverb. kruisen, oversteken, overzetten, een kruis slaan, dwarsboomen, tegengaan, doorhalen, dwars liggen, elkaar kruisen:He isa cross betweena Scandinavian and a Dutchman;St. Andrew’s cross= ✕ (wit op blauw);St. George’s cross= + (rood op wit);St. Patrick’s cross= ✕ (rood op wit);Cross and pile= kruis of munt;Ascross as two sticks= erg uit zijn humeur;On the cross= onbillijk;Itcrossed my mind= het kwam bij mij op;Tocross swords with= het zwaard kruisen met;When do youcross tothe continent= wanneer gaat gij de zee over?Acrossed cheque= een cheque met twee evenwijdige lijnen op de vóórzijde, alléén verhandelbaar bij een bankier;Cross-acceptance (-accommodation)= wisselruiterij;Cross-armed= met de armen over elkander;Cross-arrow= pijl van een voet- of handboog;Cross-aisle= zijbeuk;Cross-bar= dwarshout, dwarslat;Cross-bar-shot,krosbâšot, stangkogel;Cross-bones= gekruiste beenderen als zinnebeeld van den dood;Cross-bow= voet- of handboog;Cross-bowman;Cross-bred= gekruist;Cross-breed= gekruist ras;Cross-bun= krentenbroodje of gebakje met een kruis erop (op Goeden Vrijdag gegeten);Cross-circuiting= kortsluiting;Cross-country= dwars over ’t land, over heg en steg;Cross-cut, subst. kruishouw, korte weg;Cross-cutverb. dwars doorsnijden;Cross-examination= kruisverhoor;Cross-examine= ondervragen van een getuige door den advocaat der tegenpartij;Cross-eyed= scheel;Cross-grained= tegen den draad in, lastig, onhandelbaar, dwars;Cross-hatching= arceeren, schaduwen;Cross-head= juk, groot gedrukte beginwoorden van eene annonce;Cross-legged= met de beenen over elkander;Cross-over= omslagdoek, waarvan de einden gekruist over elkander loopen;Cross-patch,Cross-pate= dwarskop;Cross-purpose,krospɐ̂pəs, tegenstrijdig doel of plan, streep door de rekening, misverstand:To beat cross-purposes= tegen elkander in zijn of werken, elkaar misverstaan;Cross-question= (Cross-examine);Cross-questions= vraag en antwoordspel;Cross-reference= verwijzing over en weer;Cross-road= dwarsweg;Cross-river traffic= ’t verkeer over een rivier;Cross-row(Zie Criss-cross-row);Cross-spider= kruisspin;Cross-tie= dwarsligger (van den spoorweg);Cross-wind= tegenwind, zijwind;Cross-wort= kruisbladig walstroo;Crossing= kruising, overweg (Level crossing= kruising gelijkvloers), plaats om over te steken;Crossings= hindernis, tegenstand, tegenstrubbeling;Crossing-sweeper= schoonhouder van den overgang, straatveger;Crosslet= kruisje;Crossness= onwilligheid, baloorigheid, humeurigheid;Crosswise= kruiselings.Crotch,krotš, haak, gaffel, bifurcatie;Crotchet,krotšət, subst. haakje, kwartnoot,[124]eigenaardigheid, gril, stokpaardje:A crotch antimacassar= gehaakt;Crotch-mongerofCrotcheteer= grillig mensch;Crotchiness= subst. vanCrotchy= zonderling, eigenzinnig, nukkig.Crouch,krautš, zich laag bukken, kruipen, laag vleien;Crouched-friars,krautšədfraiəz, kruisbroeders of kruisheeren.Croup,krûp, kroep, kruis, romp, stuit.Croapade,krupeid, boogsprong.Croupier,krûpjə,krupîə, croupier; ondervoorzitter bij een diner (zittende tegenover den voorzitter).Crout,kraut, ingemaakte kool.Crow,krou, subst. kraai, gekraai; koevoet; darmscheel;Crowverb. kraaien, bluffen, snoeven, triumpheeren:Topluck (pull) a crow= over kleinigheden twisten;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;The distance isfive miles as the crow flies= in eene rechte lijn;When the black crows fly,then comes the sick man’s chance= als de dokter het opgeeft;He shall notcrow it over me= hij zal mij niet overbluffen, de baas zijn;Crow-bar= koevoet, breekijzer;Crow-flower= koekoeksbloem;Crow-foot= ranonkel; hanepoot, voetangel;Crow-keeper= vogelverschrikker;Crow-mill= kraaienknip;Crow’s bill= kogeltang (Chir.);Crow’s feet= rimpels om de oogen (bij oude menschen; ookCrowsfeet);Crow’s nest= kraaiennest, een vat (aan den mast van een walvischvaarder), waarin de uitkijk zit.Crowd,kraud, subst. menigte, troep, gepeupel;Crowdverb. dringen, duwen, overmatig vullen, volproppen, aandringen, wemelen:Tocrowd sail (all sails), steam= alle zeilen, alle stoom bijzetten;The room wascrowded withpeople, andI got crowded intoa corner= was stampvol…ik werd gedrongen;My articlegot crowded out= kon door gebrek aan ruimte niet geplaatst worden.Crowe,krou;Crowland,krouland.Crown,kraun, subst. kroon, koningsmacht, toppunt, belooning, eer, pracht, kruin, bol (van een hoed), geldstuk van 5 sh., voltooiing, formaat v. schrijfpapier (15 × 20 inches);Crownverb. kronen, eeren, sieren, loonen, voltooien, dam maken:Crown imperial= keizerskroon;Crown-lands= staatsdomeinen;Crown office=afdeelingvoor crimineele zaken van deQueen’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;The word glared at me incrown postersfromeveryhoarding= het woord staarde mij aan uit groote aanplakbiljetten van elke schutting;Crown-prince;Crowningadj. bekronend, hoogste.Crucial,krûš’l, kruisgewijze, kruis—, streng, hard, kritiek, beslissend:At the crucial moment;Cruciate= kruisvormig, kruis—;Cruciation= kruisvorm.Crucible,krûsib’l, smeltkroes, kritiek oogenblik, vuurproef.Crucifer,krûsifə, kruisdrager;Cruciferae,krusifərî, kruisbloemigen;Cruciferous= kruisbloemig.Crucifix,krûsifiks, kruisbeeld;Crucifixion= kruisiging;Crucify,krûsifai, kruisigen, pijnigen.Crude,krûd, ruw, onbereid, onrijp, slecht harmonieerend (van kleuren); subst.Crudeness=Crudity= het onverteerde.Cruel,krûəl, wreed, ongevoelig, hardvochtig, verschrikkelijk, bloedig; subst.Cruelty.Cruet,krûət, fleschje voor olie of azijn; ampulla (Kath.);Cruet-stand= olie- en azijnstelletje.Cruikshank,krukšaŋk.Cruise,krûz, kruistocht, zwerftocht;Cruiseverb. kruisen;Cruiser= kruiser.Cruller,krɐlə, knijpkoekje (Amer.).Crumb,krɐm, subst. kruimel, het zachte deel van brood, kruim;Crumbverb. kruimelen, paneeren;Crumb-brush= tafelschuier;Crumb-cloth= morskleed;Crumble,krɐmb’l, afbrokkelen, paneeren, langzaam achteruitgaan;Crummy= kruimig, vleezig, vuil; sierlijk (Amer.), kruimelig.Crumpet,krɐmpət, los gebak bij de thee; “bol”:He isbalmy on the crumpet= ’t schort hem in den “bol”.Crumple,krɐmp’l, kreukelen, fronsen, krommen:He lookedcrumpled= zag er moedeloos uit;His will wascrumpledwithin hers= ondergeschikt aan.Crunch,krɐnš, kraken, knarsen, kauwen; ook subst.Cruor,krûö,krûə, bloedkoek;Cruorin(e)= roode bloeddeeltjes.Crupper,krɐpə, subst. kruis, staartriem;Crupperverb. den staartriem aandoen.Crusade,kruseid, subst. kruistocht (ookfig.);Crusadeverb. een kruistocht ondernemen;Crusader= kruisvaarder.Cruse,krûs,krûz, kroes:Hespilt his mother’s cruse= hij maakte het spaarpotje (spaarpenningen)… op;Cruset,krûsət, smeltkroes.Crush,krɐš, subst. (groot) gedrang, schok, verplettering; groote avondpartij;Crushverb. verpletteren, vernietigen, samendrukken, persen, verfrommelen; samengedrukt worden:Wecrushed a cup (pot)= knapten eene flesch;He wascrushed= verbouwereerd, overdùveld;Crush-hat= slappe hoed (Amer.); klak;Crush-room= foyer;Crusher= kalkmolen, iets vernietigends; prachtexemplaar; politieagent:My fate isa crusher= mijn lot is vernietigend hard.Crusoe,krûsou.Crust,krɐst, subst. korst, aardkorst, schaal, wijnaanzetsel (in de flesch), ketelsteen;Crustverb. met eene korst bedekken, een korst vormen;Crusted= oud, met eene korst:Crusted with prejudice= vol vooroordeelen;Crusted manners= stijve manieren;Crustiness= korstigheid, knorrigheid; adj.Crusty.Crustacea,krɐsteišə, schaaldieren;Crustacean= tot de schaaldieren behoorend; subst. schaaldier;Crustaceous= als eene schelp, hard en broos, schaaldier - -;Crustate(d)= omkorst;Crustation= korstvorming.Crutch,krɐtš, subst. kruk;Crutchverb. steunen (met eene kruk):He wascrutching himselfslowly about the house;Crutched= op krukken steunend.Crux,krɐks, kruis, harde noot, groote moeilijkheid, niet te verklaren plaats (meerv.Cruces,krûsîz).[125]Cry,krai, subst. kreet, roep, geschreeuw, geween, gehuil, omroeping, straatroep, gerucht, aanslaan, geblaf, leus; troep;Cryverb. schreeuwen, huilen, schreien, weenen, roepen, janken, blaffen, aanslaan, gillen, omroepen:It is a far cryfrom the fifteenth to the nineteenth century= een heele sprong;It is more cry than wool=A great cry and little wool= veel geschreeuw en weinig wol;The dogs werein full cry= blaften luide bij de vervolging van het wild;Hecried mercy= om genade;Tocry shame upon= uitvaren over (tegen);Theycried downthe other party’s merits andcried uptheir own= zij braken … af, en verhieven hunne eigene hoog;Hecried offin time= hij gaf het bijtijds op, had er genoeg van;Tocry out against= protesteeren tegen;Crying, subst. geschreeuw, gejammer, gehuil; adj. hemeltergend, grienerig:I amthe crying oneof the family= de huilebalk;Cryish(ness)= grienerig(heid).Crypt,kript, onderaardsche gewelfde kapel, grafkelder;Cryptic(al),kriptik(’l), geheim, verborgen.Cryptogamia,kriptəgeimjə,kriptəgamjə, cryptogamen; adj.Cryptogamic=Cryptogamous;Cryptogamy= cryptogamie;Cryptography= geheimschrift;Cryptology= geheime taal.Crystal,krist’l, kristal; adj. kristallen, kristalhelder;Chrystalline,kristəl(a)in, kristalachtig, helder doorschijnend:Crystalline lens= kristallens;Chrystallization= kristallisatie;Chrystallize= kristalliseeren (laten);Chrystallography= kristallographie;Chrystalloid= kristalachtig; kristalloide.Ctenoid,tenôid, kamvormig, scherp gepunt:Ctenoid-scales.Cub,kɐb, subst. jong, welp; lobbes, blaag, bengel;Cubverb. jongen werpen, opsluiten;Cub-hunting= jacht op jonge vossen.Cuba,kjûbə, Cuba (sigaar);Cuban= uit Cuba, bewoner van Cuba.Cubature,kjûbətjuə, inhoudsmeting.Cubby,kɐbi, eng, beperkt;Cubby-hole= kleine ruimte, huisje.Cube,kjûb, subst. kubus, dobbelsteen, teerling, derdemacht;Cubeverb. tot de derdemacht verheffen;Cube-root= kubiekwortel;Cubic equation= derdemachtsvergelijking.Cubicle,kjûbik’l, slaapvertrek.Cubit,kjûbit, voorarm, ellepijp, voorarmslengte (±46c.M.);Cubit-arm= arm, bij den elleboog afgesneden;Cubital= onderarms—; eencubitlang; kussen.Cucaine,kûkə-in, cocaïne.Cucking-stool,kɐkiŋstûl, duikstoel (een oud strafwerktuig).Cuckold,kɐkəld, subst. horendrager;Cuckoldverb. horens opzetten (fig.).Cuckoo,kukû, koekoek, domkop;Cuckooverb. koekoeken;Cuckoo-bud= boterbloempje, dotterbloem;Cuckoo-clock;Cuckoo-flower= koekoeksbloem, pinksterbloem;Cuckoo-spit(tle)= koekoeksspog.Cucullate(d),kjûkəleit(id),kjukɐleit(id), van eene kap voorzien, kapvormig.Cucumber,kjûkɐmbə, komkommer:Cucumber-frame= komkommerbed;Cucumber-slicer= komkommerschaaf.Cucurbit,kjukɐ̂bit, distilleerkolf; laatkop; pompoen.Cud,kɐd, het ter herkauwing in den mond teruggebrachte voedsel; tabakspruim:To chew the cud= over iets peinzen, herkauwen.Cuddle,kɐd’l, warm, lekker liggen, warm instoppen, omhelzen, liefkoozen, pakken; subst. liefkoozing, omhelzing:I cuddled the fiddle under my chin= vlijde;Cuddlesome,Cuddly= aanhalig.Cuddy,kɐdi, kajuit, roef, kombuis:The cook’s cuddy;Cuddy-table= gemeenschappelijke tafel aan boord.Cudgel,kɐdž’l, subst. knuppel, stok;Cudgelverb. knuppelen, afrossen:Let uscross the cudgels= den strijd eindigen;I’lltake up the cudgelsfor you, in your behalf (favour)= het voor u opnemen;I’llcudgel my brainsno more about it= mijne hersens niet langer mee plagen;He iscudgel-proof= hij kan tegen een stootje, is niet gauw bang.Cue,kjû, einde of staart, slagwoord (tooneel), vingerwijzing, wenk, luim, humeur; queue (biljart):My uncle was notin good cue= had geen goede bui;It was not his cue to= zijn zaak niet;Shefound her cuein a moment= wist dadelijk te antwoorden;Togive a person his cue= een wenk geven;Totake the cue from a person= hem tot richtsnoer nemen.Cuff,kɐf, subst. vuistslag, slag; opslag (van eene mouw), losse manchet;Cuffverb. met de vuist, de klauwen of de vleugels slaan, vechten.Cuirass,kwiras,kwîrəs,kjûrəs,kuras, borstharnas;Cuirassier,kwirəsîə,kjûrəsîə, kurassier.Cuish,Cuisse,kwiš, dijstuk (harnas).Culdees,kɐldîz,kɐldîz, monniken (van de 9e tot de 15e eeuw) in Schotland, Ierland en Wales.Culex,kjûleks, steekmug.Culinary,kjûlinəri, tot keuken of kookkunst behoorende.Cull,kɐl, plukken, uitzoeken; sukkel, vent;Culler= uitzoeker;Cullings= uitschot.Cullender,kɐl’ndə. ZieColander.Cullion,kɐlj’n, schurk;Cullions= standelkruid.Cullis,kɐlis, bouillon; dakgoot.Culloden,kəloud’n.Cully,kɐli, subst. sukkel; kameraad;Cullyverb. foppen, beetnemen.Culm,kɐlm, halm, stengel; hooi, stroo; kolengruis.Culminate,kɐlmineit, culmineeren, het toppunt bereiken;Culmination= culminatie, hoogste punt.Culpability,kɐlpəbiliti, strafbaarheid, schuldigheid; adj.Culpable;Culpableness=Culpability.Culprit,kɐlprit, schuldige, beschuldigde.Cult,kɐlt, eeredienst, cultus.Cultiv(at)able,kɐltiv(eit)əb’l, bebouwbaar;Cultivate,kɐltiveit, verbouwen, bebouwen, koesteren, veredelen, beschaven, aankweeken; zoeken; subst.Cultivation= cultuur, etc.;Cultivator= bebouwer, aankweeker; cultivator (landbouwwerktuig).[126]Cultrate(d),kɐltreit(id), mesvormig =Cultriform.Culture,kɐltšə, subst. cultuur, zieCultivation;Cultured= beschaafd, ontwikkeld.Culver,kɐlvə, duif; ook = Culverin;Culver-tail= zwaluwstaart.Culverin,kɐlv’rin, veldslang (kanon uit de 16de en 17de eeuw).Culvert,kɐlvət, verwulfd riool.Cumber,kɐmbə, kwellen, een last zijn voor, belemmeren; ook subst.;Cumber-world= sta-in-den-weg;Cumbersome= lastig, vervelend, hinderlijk, veel plaats innemend; subst.Cumbersomeness;Cumbrous= zwaar, plomp; subst.Cumberness.Cumin,kɐmin, komijn.Cumulative,kjûmjulətiv, ophoopend, versneld:Cumulative voting= stemming, waarbij een stemgerechtigde al zijne stemmen aan één candidaat geeft; dit is eenCumulative vote.Cumulus,kjûmjulɐs, stapelwolk, hoop.Cunabula,kjunabjulə, incunabelen, vóór 1500 gedrukte boeken.Cunard,kunâd.Cuneate(d),kjûnieit(id), wigvormig;Cuneiform writing,kjunîfömof [kjûniiföm raitiŋ], keil- of spijkerschrift.Cunegond,kjûnəgɐnd, Kunegonde.Cunning,kɐniŋ, subst. ervaring, vaardigheid, slimheid, loosheid, list, bedrog; adj. listig, loos, sluw, handig:As cunning as a weasel= zoo slim als eene rot;Too much cunning undoes= wie te slim wil zijn, komt bedrogen uit;Cunning-man,Cunning-woman= waarzegger, waarzegster.Cup,kɐp, subst. kop, beker, kroes, kelk, nap, schaal, bowl, drinkgelag;Cupverb. koppen zetten (om bloed af te tappen); inschenken:He isin his cups= hij is dronken;They were quoting poetryover their cups= zij haalden de dichters aan bij hunne drinkgelagen;There is many a slip Betwixt the cup and the lip= Tusschen bekerrand en lippen, Kan u menige kans ontglippen;Claret cup(Champagne cup) = bowl;Cup-and-ball= kinderspel, waarbij een bal in een beker wordt opgevangen;Cup-and-ball joint= kogelgewricht;Cup-bearer= schenker (aan het hof);Cup-board,kɐbəd, subst. kast, huishoudkast, vertrekje, kabinetje;Cup-boardverb. vergaren;Cup-board-love= egoïstische liefde;Cup-gall= soort galappel;Cuprose= gewone klaproos;Cupping-glass= laatkop.Cupel,kjûp’l,kɐp’l, cupel (Essaai);Cupelverb. cupelleeren; subst.Cupellation.Cupid,kjûpid, Cupido.Cupidity,kjupiditi, hebzucht.Cupola,kjûpələ, koepel.Cupreous,kjûpriəs, koperachtig, koperkleurig, koperen;Cupriferous, koper …, koperhoudend.
Courtney,kɐ̂tni;Courtray,kûətrei, Kortrijk.Cousin,kɐz’n, neef, nicht:Cousin Betty= halfwijze;First cousin=Cousin-german= volle neef of nicht;Cousinship= neefschap, verwantschap.Coutts,kûts.Cove,kouv, subst. inham, baai, kreek, hol, gewelf; strook prairie-grond; vent;Coveverb. verwulven;Coving= het vooruitsteken der bovenverdiepingen; adj. overhangend.Covenant,kɐvən’nt, subst. verdrag, contract, verbond, acte;Covenantverb. zich verbinden, overeenkomen, volgens acte schenken;Covenanted= door een verdrag gebonden;Covenanter= aanhanger van de Partij derSchotsche Presbyterianen(1638).Covent Garden,kɐvən(t)gâd’n, groente- en fruitmarkt (Londen).Coventry,kɐv’ntri:Tosend to Coventry= doodverklaren, ignoreeren.Cover,kɐvə, subst. bedekking, deksel, scherm, (boek)omslag, foudraal, band (The book is interestingfrom cover to cover); struikgewas, schuilplaats (The fox broke cover= kwam uit zijne schuilplaats), beschutting; couvert (bord, vork, mes, lepel);Coververb. bedekken, bemantelen, bekleeden, beschermen, dekken, omhullen, inwikkelen; afleggen, broeden, van gelijke uitgestrektheid zijn, bevatten, mikken op, onder schot nemen, insluiten:That covers everything= sluit alles in;We havecovered a mile= eene mijl afgelegd;I knelt down,covered the tiger,and fired= mikte op;The house iscovered in= onder dak;The balcony has just beencovered in with glass= rondom omsloten;Cover-side= jachtterrein (eig. plaats bij de schuilplaats van wild of vossen);Covering= bedekking, dek, omhulsel, dekmantel, (lijk)wade;Covering-party= bedekking;Coverlet= sprei, somsCoverlid;Covert,kɐvət= subst. schuilplaats, lommerrijke plek, leger (van wild); adj. verborgen, geheim, beschermd:Femme covert= getrouwde vrouw;Covert-coating= een bepaalde stof;Coverture= beschutting, lommerrijke plaats; staat der gehuwde vrouw.Covet,kɐvət, vurig verlangen, begeeren, hunkeren:Thou shalt not covet= gij zult niet begeeren;Covetous,kɐvətɐs, begeerig, hebzuchtig; subst.Covetousness.Covey,kavi, broedsel, vlucht (patrijzen), troep:kouvi, ventje.Cow,kau, subst. koe;Cowbane= waterscheerling, hondspeterselie;Cowberry= roode boschbes;Cow-boy= koejongen, bereden koeherder (Amer.);Cow-bunting= (Amerik.) lijster;Cow-catcher= toestel vóór aan de locomotief om de baan schoon te maken (Amer.);Cow-feeder= koehouder (hoeder);Cow-hide= subst. koehuid, grove rijzweep;Cow-hideverb. afranselen;Cow-house= koestal;Cow-leech= koedokter;Cow-lick= weerbarstige haarlok; spuuglok;Cow-pock= koepok;Cow-pox= koepokken;Cow-shed= koestal;Cowslip= sleutelbloem;Milch cow= melkkoe:Tolook upon one as a milch cow.Cow,kau, vrees inboezemen, bang maken.Coward,kauəd, subst. lafaard; beest met den staart tusschen de pooten (Herald.); adj. lafhartig, verachtelijk;Cowardice= lafhartigheid =Cowardliness; adj.Cowardly.Cower,kauə, neerhurken (down), ineenkrimpen.Cowes,kauz, Cowes.Cowl,kaul, monnikskap, gek op een schoorsteen, kap van ijzerdraad op den schoorsteen van een locomotief; watervat, tusschen twee mannen aan een stok gedragen.Cowley,kauli.Cowlstaff,kaulstaf. ZieColstaff.Cowper,kûpə,kaupə.Cowry,kauri, porseleinslak, schelp als ruilmiddel gebruikt.Cox,koks; ZieCoxswain.[120]Coxcomb,kokskoum, zotskap, fat, pronker; hanekam (plant);Coxcom(b)ical,kokskomik’l, fatterig, ijdel.Coxswain,kokswein,koks’n, stuurman.Coy,kôi, adj. bedeesd, zedig, preutsch;Coyverb. afvleien (from); zich zedig gedragen; subst.Coyness.Coyote,koujout, prairiewolf.Coz,kɐs, familiaar voorCousin.Cozen,kɐs’n, beetnemen;Cozenage= beetnemerij;Cozener= bedrieger.Cozy, ZieCosy.Crab,krab, subst. krab, kreeft (in den Dierenriem), kaapstander, kraan, gangspil, wilde appel, gemelijk mensch; adj. zuur, gemelijk, norsch;Crabverb. verbitteren, ontstemmen, bederven:He hascaught a crab= hij heeft (bij het roeien) een snoek gevangen (fig.);Don’t crab the whole thing now= zeg er eens, bederf het spel nu niet;Crab-louse= platluis;Crabsidle= in zijwaartsche richting voortbewegen;Crab-tree= wilde appelboom;Crabbed= zuur, oneffen, grommig, verward, onleesbaar:Crab manuscripts; subst.Crabedness;Crabber= krabbenvisscher.Crack,krak, subst. gekraak, spleet, deuk, barst, (donder)slag, stemverandering (van jongen tot man), verbijstering (van het verstand), oogenblikje; kraan, piet; adj. kranig, uitstekend, chic, keur..;Crackverb. barsten, breken, knappen, knetteren, scheuren, diep treffen, verbijsteren, bluffen; doen knallen, breken, vernielen, uitdrinken, opkammen:He got itin a crack= onmiddellijk;There is a crack in your head= je bent niet recht snik;Crack piano;Crack surgeons;The premier isa crack speaker;To crack a crib= inbreken (in een huis);He was not in the habit ofcracking jokes= geestigheden te tappen;All the inhabitantscracked upthat watering-place(to the skies) = verhieven die badplaats tot in de wolken;Cracked= gemalen, fijngedrukt, gescheurd; gek =Crack-brained;He is acrack-hemp (crack-rope) = hij verdient de galg, hij komt nog wel eens aan de galg;Acrack-jaw= niet uit te spreken;Cracksman= inbreker;Cracker= knal, knalbonbon (pistache), voetzoeker, iets buitengewoons, blufferij, groote leugen, biscuitje;Crackey= drommels;Crackle= knetteren;Crackling= zwoerd van gebraden varkensvleesch;Cracknel= krakeling, bros beschuitje.Cracow,kreikou, Krakau.Cradle,kreid’l, subst. wieg, bakermat, kindsheid, net (of filet) in een spoorwagon, spalk,zwachtel, graveerstift, zeisboog; toestel bij ’t redden van schipbreukelingen; goudwaschmachine;Cradleverb. wiegen, tot bedaren brengen, bakeren, maaien (van koren), in eene wieg liggen, in de wieg leggen:I have known himfrom the (his) cradle= van zijne geboorte, van kindsbeen af;Cradled ininnocence= in onschuld;Cradle-clothes= luren;Cradling= ribben van een gewelfde zoldering.Craft,krâft, kunstvaardigheid, sluwheid; beroep, ambacht, kunstnijverheid; vaartuig:The Craft= de vrijmetselarij;Small craft= kleine vaartuigen van allerlei soort;Craft-guild= handwerksgilde;Craftsman= bekwaam handwerksman;Craftsmanship= het werk (beroep) van eencraftsman;Craftsmaster= meester (in zijn vak);Craftiness= subst. v.Crafty= listig, sluw.Crag,krag, ruwe rotst(punt), klip;Crag-and-tail= rots, steil aan de eene zijde, en langzaam af hellend aan de andere;Cragged(=Craggy) = rotsig, oneffen, stroef (van gelaatstrekken b.v.); subst.Craggedness=Cragginess.Craigenputtock,kreig’npɐtək.Crake.ZieCorn-crake.Cram,kram, subst. ingepompte kennis, leugen;Cramverb. volstoppen, inproppen, inpompen, gretig eten;Cram-jam= propvol;Crammer= leugen.Crambo,krambou:Dumb crambo= spel, waarin het te raden rijmwoord slechts door gebaren mag worden aangewezen.Cramp,kramp, subst. kramp, pijnlijke trekking; kram of klemhaak; dwang, belemmering; adj. moeilijk, lastig;Crampverb. krampachtig vertrekken; trekken, neerdrukken, beperken, achteruitgaan (van de wielen van een wagen), klampen, krammen:Cramped for room= te weinig ruimte hebbende, in enge ruimte besloten;Thatcrampedme for two months= daardoor moest ik krom liggen, mij behelpen;Acrampedand scrawlinghand= stijve en slordige;They labourcramped up= in kromme houding;Thecrampinginfluences of poverty= neerdrukkende;Cramp-fish= sidderoog;Cramp-iron= klemhaak, anker;Crampon= kanthaak, klimijzer, ijsspoor =Crampoon,krampûn.Cranberry,kranberi, soort v. veenbes, roode boschbes.Cranage,kreinidž, kraangeld;Crane,krein, subst. kraanvogel; kraan; hevel;Cranageverb. den nek uitrekken, voorzichtig uitkijken;Cranage-fly= soort mug;Cranage’s-bill= ooievaarsbek, reigersbek; soort van tang (chirurgie).Cranial,kreinj’l, schedel..;Craniology,kreiniolədži, schedelleer;Cranioscopy,kreinioskəpi, schedelonderzoek;Cranium,kreinj’m, schedel.Crank,kraŋk, subst. kruk, slinger, handvat; draai, verdraaiing, gril, dwaas, iemand met een stokpaardje; adj. rank, wrak, verdraaid, zwak, gek, levendig, lustig;Crankverb. kronkelen, zigzagsgewijze snijden: He wasmuch of a crank abouthis discovery= erg mal, dwaas met;Crankiness= grilligheid, enz.;Crankle, subst. kronkel;Crankleverb. draaien, kronkelen;Crankles= hoekige uitsteeksels;Crankness= verdraaidheid, rankheid;Cranky= dwars; kronkelend; geestig, dol; waggelend, wrak, rank.Crannied,kranid, gespleten, gebarsten;Cranny,krani, scheur, spleet, geheime verblijfplaats.Crape,kreip, subst. krip;Crapeverb. krullen.Crapnel,krapn’l, dreg, haak.Crapulence,krapjulens, overlading, dronkenschap, katterigheid; adj. Crapulent.Crash,kraš, gekraak, geraas, gedrang, krach (=algemeen failliet); grof linnen;Crashverb.[121]krassen, ineenstorten met gekraak, vermorzelen:Crasheson the doors were heard= geklop en gestomp op de deuren;Togo crash= failliet gaan.Crass,kras, grof, dik, lomp:Crass ignorance= kolossale domheid; subst.Crassness.Crassamentum,krasəment’m, (bloed)klomp, bloedkoek.Crate,kreit, teenen mand, krat:Cycle crate.Crater,kreitə, krater;Crateriform,krəteriföm= kratervormig;Craterlet= kleine krater.Craunch,krônš,krânš=Crunch.Cravat,krəvat, (stijve) das.Crave,kreiv, smeeken, verzoeken, eischen:I crave your indulgence= roep in;Acraving afterher child= vurig verlangen.Craven,kreiv’n, subst. lafaard; adj. lafhartig;Cravenverb. bang maken.Craw,krô, krop.Crawfish,krôfiš,Crayfish, rivierkreeft; overlooper;Crawfishverb. ontrouw worden (Amer.).Crawl,krôl, subst. schildpadvijver, vischweer;Crawlverb. kruipen (To crawl on hands and knees), krieuwelen, wemelen (with);Crawler= vigelante, die langzaam rijdend op een vrachtje wacht;Crawlers= ongedierte.Crayfish,kreifiš, rivierkreeft; zeekreeft (langouste).Crayon,kreiən, subst. teekenkrijt, pastelteekening;Crayonverb. schetsen, metcrayonteekenen:Portrait painterin crayons.Craze,kreiz, subst. barst; manie, rage, dwaze hartstocht;Crazeverb. afsplinteren, barsten; breken, kneuzen, het verstand krenken;Craziness= dwaasheid, dolheid;Crazing-mill= molen om tinerts te verbrijzelen =Craze-mill;Crazy= gebroken, oud, zwak, verpletterend; gek.Creak,krîk, subst. gekras;Creakverb. kraken, krassen:Creaking doors (hinges) last longest= krakende wagens loopen het langst.Cream,krîm, subst. room, vlies, bovenste laag, bloem, fine fleur, decrême;Creamverb. afroomen, room voegen bij, zich met room bedekken; vergruizelen:Cream and roses= melk en bloed (fig.);Cream-cake(-tart)= roomtaartje;Cream-cheese;Cream-colour(ed);Cream-faced= bleek, laf;Cream-laid paper= geel geribd schrijfpapier =Cream-wove paper;Creamery= roomhuis; zuivelfabriek;Creamy= vol room, vettig; uitgelezen:Soap-suds isa creamy mess= een vettig goedje.Crease,krîs, subst. vouw, ezelsoor, streep; kris;Creaseverb. kreuken, vouwen;Creasy= geplooid, gerimpeld:The child’screasy arms= mollige armpjes, met plooien erin.Create,krieit, adj. voortgebracht;Createverb. scheppen, voortbrengen, benoemen, maken;Creation,krieiš’n, het scheppen, de schepping, wereld, heelal, aanstelling, benoeming;Creative,krieitiv, scheppend:A creative genius= scheppend genie; subst.Creativeness;Creator,krieitə, Schepper, voortbrenger; vrouwl.Creatress;Creature,krîtšə, subst. schepsel, beest; kreatuur in ongunstigen zin; hartsterking; paard (Am.); adj. tot het lichaam behoorende:A silly creature= een sul;He despises allcreature comforts= hij geeft niets om de dingen, die den mensch aangenaam zijn;He was filled withcreature comforts= hij kreeg (had) wat zijn buikje maar begeerde.Credence,krîd’ns, subst. geloof, vertrouwen; credens-tafel:Letter of Credence= geloofsbrief;Credent= geloofwaardig, lichtgeloovig;Credential,kridenš’l, geloofs..:Credentials= geloofsbrieven, aanbevelingen.Credenda,kridendə, de te gelooven waarheden (tegenoverAgenda= de te vervullen plichten).Credibility,kredibiliti, geloofwaardigheid; adj.Credible,kredib’l.Credit,kredit, subst. vertrouwen, geloof, goede naam, autoriteit, aanzien, achting, crediet, creditzijde;Creditverb. gelooven, vertrouwen, tot eer strekken, crediteeren:Bills of Credit= schatkistbiljetten;Letter of credit= credietbrief;Thatdoes you credit= strekt je tot eer;Theygave us credit forfighting most gallantly = gaven ons de eer;Give him credit fora clever fellow= geloof maar gerust, dat hij is;Togrant (lodge, open) a credit= (een) krediet geven, openen;Itake credit fornothing but my books= ik betaal alles contant behalve mijne boeken;Hetakes credit tothe liberal party for the reforms during the past fifty years= hij geeft de … de eer van de hervormingen der laatste 50 jaren:Hetook great credit tohimself for it= hij rekende het zich als eene groote verdienste aan;There are a hundred poundsto your credit at the bank;I carrythatto your credit= dat zet ik op uw credit;I am credited witha good appetite= ik heb den naam van …;Creditability= aanzien, soliditeit;Creditable= eervol, fatsoenlijk, solide;Creditor= schuldeischer:Creditor in trust= curator (van een faillieten boedel, die mede-crediteur is);Creditress,Creditrix= schuldeischeres.Credulity,kridjûliti, lichtgeloovigheid;Credulous,kredjulɐs, lichtgeloovig; subst.Credulousness.Creed,krîd, geloof(sbelijdenis).Creek,krîk, kreek, inham, bocht, riviertje (Am.);Creeky= bochtig.Creel,krîl, teenen mand (vooral van visschers).Creep,krîp, kruipen, krieuwelen, sluipen, zich slaafs gedragen, laag vleien, dreggen (for a drowned man):My flesh began to creep= ik kreeg kippenvel =I crept all over=Itgave me the creeps;Creeps and horrors= akeligheden;Creep-hole= sluipgat, uitvlucht;Creep-mouse= kinderspelletje (soort van verstoppertje);Creeper= kruiper, kruipend dier, kruipende plant, boomkruiper; dreg, ijsspoor;Creepiness= griezeligheid; adj.Creepy:Acreepy tale,story.Creese,krîs, kris.Creighton,kreit’n.Cremate,krimeit,krîmeit, verbranden;Cremation,krimeiš’n, lijkverbranding;Cremator=Crematory,kremətori,krîmətori, crematorium.Cremona,krimounə, (Cremona) viool.Crenate(d),krîneit(id), gekerfd, getand;CrenatureofCrenature= tand; gekerfdheid, getandheid.[122]Crenel,krenəl, schietgat, kanteel;Crenel(l)ated= van schietgaten voorzien.Crenulate(d),krenjuleit(id)= fijn getand.Creole,krîoul, Creool(sche).Creosote,krîəsout, creosoot;Creosoteverb. creosoteeren.Crepitate,krepiteit, knarsen, knetteren; subst.Crepitation.Crepon,krep’n, soort van krip.Crept,krept, Imp. en P.P. vanto creep.Crepuscular,kripɐskjûlə, schemerend, schemer.., avond …Crescent,kres’nt, subst. wassende maan, Turksche vlag, de Porte; eene halfcirkelvormige rij huizen; adj. toenemend, halvemaanvormig (= Crescentic);Crescentverb. tot eenCrescentvormen.Cress,kres:Garden cress= tuinkers;Water-cress= witte waterkers.Cresset,kresət, groot bakenlicht, toorts of flambouw; meteoor.Crest,krest, subst. kam, kuif, manen, helmpluim of -teeken, wapen, kroon, kruin, trots, hoogmoed;Crestverb. van een kam of pluim voorzien, kuiven, den top bereiken:Crested= gekuifd, etc:Crestedlark= kuifleeuwerik;Crestedspoons= met wapen of insigne;He lookedCrest-fallen= hij zag er moedeloos, terneergeslagen uit;Crestless= zonder kuif (wapen).Creswick,kresik.Cretan,krîtən, Cretenzer; ook adj.;Crete,krît, Creta.Cretin,krîtin, cretin, idioot;Cretinism.Cretism,krîtizm, leugen (Vergel. Tit. I, 12).Crevasse,krəvas, scheur, spleet, doorbraak (Amer.).Crevet,krevət, smeltkroes (van goudsmeden).Crevice,krevis, subst. scheur, spleet;Creviced= gescheurd, enz.Crew,krû, menigte, troep, scheepsbemanning; gespuis, zootje.Crewel,krûəl, soort borduurwol.Crib,krib, subst. etenskribbe, stal (voor ossen), hut, woning, kinderkribbe, plaats, betrekking, zoutvaatje, (letter)dieverij, woordelijke vertaling (van een Latijnsch of Grieksch schrijver);Cribverb. beperken, opsluiten, (ont)stelen, ter sluiks nemen, letterkundigen diefstal plegen, overpennen, opgesloten worden;Crib-biter= kribbebijter; grompot;Cribbed, cabined and confined= in eene enge ruimte opgesloten.Cribbage,kribidž, een kaartspel;Cribbage-board.Cribble,krib’l, subst. groote zeef; grof meel; adj. grof;Cribbleverb. ziften;Cribration,kribreiš’n, het ziften.Crichton,kraitən,kritən.Crick,krik, subst. kramp, pijn;Crickverb. pijn krijgen:Crick in the back= spit;Crick in the neck= stijve nek;He cricked his neckwith gazing upon the pictures.Cricket,krikit, subst. cricket; huiskrekel, zwarte veldkrekel, voetbankje;Cricketverb. cricketen;Cricket-ground= cricketveld;Cricket-match= cricketwedstrijd;Cricketer= cricketspeler.Cricoid,kraikôid, ringvormig; subst. =Cricoid cartilage= ringvormig kraakbeen.Crier,kraiə, schreeuwer, omroeper (=Town-crier).Crikey,kraiki, heeremijntijd.Crim-con.,krimkon, overspel (verkorting vanCriminal conversation).Crime,kraim, misdaad;Criminal,krimin’l, subst. misdadiger, schuldige, veroordeelde; adj. misdadig, schuldig, strafrechterlijk:Crime-lawyer=Criminalist,kriminəlist, criminalist;Criminality,kriminaliti, strafbaarheid, criminaliteit;Criminate,krimineit, van misdaad beschuldigen, in eene misdaad betrekken;Crimination,krimineiš’n, aanklacht, betrekking in een misdaad;Criminatory= aanklagend.Crimea (The),kraimîə, de Krim;Crimean:The Crimean War.Crimp,krimp, subst. werver, zielverkooper, ronselaar; adj. broos, onstandvastig;Crimpverb. krullen, friseeren, knijpen, grijpen, krimpen (van visch); verlokken, ronselen;Crimping-iron= friseertang;Crimple= samentrekken, doen krimpen of krullen.Crimson,krimz’n, subst. karmozijn; adj. donkerrood;Crimsonverb. donkerrood kleuren, verven, blozen;Crimson-warm= roodgloeiend.Crincum-crancum,kriŋk’m-kraŋk’m, krom, zigzag; subst. zigzag, dingsigheidje.Cringe,krinž, subst. onderdanige buiging, lage vleierij;Cringeverb. kruipen, vleien;Cringer= kruiper.Cringle,kriŋg’l, kous, (blok)beslag (zeetermen).Crinkle,kriŋk’l, subst. vouw, kronkel, kronkeling;Crinkleverb. kronkelen, frommelen:Hecrinkled the news-paper.Crinkum-Crankum=Crincum-Crancum.Crinoline,krinəl(a)in, crinoline, paardenhaar:A crinoline hat= hoed van paardenhaar.Cripple,krip’l, subst. kreupele; adj. kreupel;Crippleverb. kreupel maken, verlammen, verminken, buiten gevecht stellen.Cripplings,kripliŋz, schoorbalken.Crisis,kraisis(Meerv.Crises,kraisîz), crisis, beslissend oogenblik.Crisp,krisp, adj. kroes, knetterend, brokkelig, broos, flink, frisch, helder, levendig, krachtig;Crispverb. krullen, rimpelen, broos maken:Crisp-almonds= gebrande;Crisp style= levendige;Crisping-iron= frizeerijzer.Crispin,krispin, Crispinus, schoenmaker:St Crispin’sDay= 25 October.Criss-cross,kriskros, subst. kruisje, gekriskras; adj. en adv. verward, kriskras:Criss-cross row= het alphabet.Criterion,kraitîriən, kenmerk, maatstaf.Critic,kritik, beoordeelaar, criticus, bediller;Critical= kritisch, onderscheidend, oordeelkundig, streng, bedillerig, bedenkelijk, hachelijk; subst.Criticalness;Criticaster= muggenzifter;Criticism= kritiek;Criticize,kritisaiz, recenseeren, beoordeelen, hekelen;Critique,kritîk=Criticism.Croak,krouk, subst. gekras, gekwaak;Croakverb. krassen, morren, kwaken, kwaad voorspellen, sterven:Hecroaked forthhis lesson= dreunde zijne les op;Croaker= ongeluksprofeet;Croaking-lizard= gecko van Jamaica.Croat,krouət, Croaat;Croatia(n),krəeišə(n), Croatië(r).Crochet,kroušei, subst. haakwerk;Crochetverb. haken;Crochet-hook= haaknaald.Crock,krok, subst. aarden kan of pot, roet[123](daaraan verzameld); vilderspaard;Crockverb. met roet zwart maken, in een pot doen, zwart of vuil afgeven;Crockery= aardewerk.Crocodile,krokədail, subst. krokodil; meisjeskostschool op de wandeling, twee aan twee; sophisme; adj. krokodilachtig, huichelachtig:Crocodile tears= krokodillentranen;Crocodilian= krokodilachtig, valsch; subst. krokodil;Crocodility= sophisme.Crocus,kroukəs, krokus; adj. saffraangeel.Croesus,krîsəs.Croft,kroft, klein stuk wei- of bouwland by een boerenplaatsje;Crofter= keuterboertje.Croma,kroumə, ⅛ noot (muziek).Cromarty,kroməti;Cromer,kroumə.Cromlech,kromlek, een groote platte tafelsteen op andere steenen steunend, gevonden in Keltische landen, òf graf òf Druïdenaltaar.Cromwell,kromwel,krɐmwel.Crone,kroun, oud wijf; oud schaap.Cronenburg,kroun’nbɐ̂g;Cronstadt,kronstat, Kroonstad.Crony,krouni, boezemvriend.Croodle,krûd’l, neerhurken; huiveren; flikflooien,Crook,kruk, subst. bocht, kromte, onaangenaamheid (That wasthe only crook in my lot); herdersstaf, bisschopsstaf, hanepoot (in ’t schrijven), ketelhaak, kunstgreep; oplichter, dief;Crookverb. buigen, krommen, uit den rechten stand brengen, krom zijn:By hook or by crook= op de een of andere manier, door eerlijke of oneerlijke middelen;Crooked= gebogen, gedraaid, scheef, slecht:Togo crooked= den slechten weg opgaan;Cross questions andcrooked answers= protocollen;Crooked-pated= stijfkoppig;Crooked-stick= dwarse kerel, norsche vent; subst.Crookedness.Croon,krûn, subst. gekreun, geneurie;Croonverb. jammeren, kreunen, neuriën.Crop,krop, subst. krop, oogst, kort afgesneden haar (staart), jachtzweep; erts, een heele huid;Cropverb. afsnijden, afvreten, maaien, oogsten, (vroegtijdig) plukken, verbouwen, oogst geven, aan de oppervlakte komen, te voorschijn komen (out):Neck and crop= geheel en al, volkomen;The cows werecropping the grass= vraten af;I mustget cropped= mijn haar laten knippen;It hascropped out= is aan het licht gekomen;Such subjects arecropping upnowadays= doen zich voor;Crop-ear= paard met korte ooren;Crop-haired= met kort haar;Crop-sick= ziek door overvoeren;Cropper= kropduif, kropper:Hecame (down) a cropper= hij schoot of viel over den kop (van het paard, van een rijwiel, etc.);Croppy= iemand met afgesneden ooren; gevangene; Iersch oproerling in 1798.Croquet,kroukei, subst. croquetspel;Croquetverb. croquetten.Crore,krö, een millioen pond sterling (= honderd lacs = 10.000.000 ropijen).Crosier,kroužə, bisschopsstaf.Croslet,kroslət=Crosslet.Cross,kros,krôs, subst. kruis, in de volgende drie vormen: †, T, ✕ (ookfig.), het lijden van Christus, de Christelijke godsdienst, wederwaardigheid, tusschending, kruising, gekruist ras;adj.en adv. wederkeerig, dwars, verkeerd, tegengesteld, onhandelbaar, knorrig;Crossverb. kruisen, oversteken, overzetten, een kruis slaan, dwarsboomen, tegengaan, doorhalen, dwars liggen, elkaar kruisen:He isa cross betweena Scandinavian and a Dutchman;St. Andrew’s cross= ✕ (wit op blauw);St. George’s cross= + (rood op wit);St. Patrick’s cross= ✕ (rood op wit);Cross and pile= kruis of munt;Ascross as two sticks= erg uit zijn humeur;On the cross= onbillijk;Itcrossed my mind= het kwam bij mij op;Tocross swords with= het zwaard kruisen met;When do youcross tothe continent= wanneer gaat gij de zee over?Acrossed cheque= een cheque met twee evenwijdige lijnen op de vóórzijde, alléén verhandelbaar bij een bankier;Cross-acceptance (-accommodation)= wisselruiterij;Cross-armed= met de armen over elkander;Cross-arrow= pijl van een voet- of handboog;Cross-aisle= zijbeuk;Cross-bar= dwarshout, dwarslat;Cross-bar-shot,krosbâšot, stangkogel;Cross-bones= gekruiste beenderen als zinnebeeld van den dood;Cross-bow= voet- of handboog;Cross-bowman;Cross-bred= gekruist;Cross-breed= gekruist ras;Cross-bun= krentenbroodje of gebakje met een kruis erop (op Goeden Vrijdag gegeten);Cross-circuiting= kortsluiting;Cross-country= dwars over ’t land, over heg en steg;Cross-cut, subst. kruishouw, korte weg;Cross-cutverb. dwars doorsnijden;Cross-examination= kruisverhoor;Cross-examine= ondervragen van een getuige door den advocaat der tegenpartij;Cross-eyed= scheel;Cross-grained= tegen den draad in, lastig, onhandelbaar, dwars;Cross-hatching= arceeren, schaduwen;Cross-head= juk, groot gedrukte beginwoorden van eene annonce;Cross-legged= met de beenen over elkander;Cross-over= omslagdoek, waarvan de einden gekruist over elkander loopen;Cross-patch,Cross-pate= dwarskop;Cross-purpose,krospɐ̂pəs, tegenstrijdig doel of plan, streep door de rekening, misverstand:To beat cross-purposes= tegen elkander in zijn of werken, elkaar misverstaan;Cross-question= (Cross-examine);Cross-questions= vraag en antwoordspel;Cross-reference= verwijzing over en weer;Cross-road= dwarsweg;Cross-river traffic= ’t verkeer over een rivier;Cross-row(Zie Criss-cross-row);Cross-spider= kruisspin;Cross-tie= dwarsligger (van den spoorweg);Cross-wind= tegenwind, zijwind;Cross-wort= kruisbladig walstroo;Crossing= kruising, overweg (Level crossing= kruising gelijkvloers), plaats om over te steken;Crossings= hindernis, tegenstand, tegenstrubbeling;Crossing-sweeper= schoonhouder van den overgang, straatveger;Crosslet= kruisje;Crossness= onwilligheid, baloorigheid, humeurigheid;Crosswise= kruiselings.Crotch,krotš, haak, gaffel, bifurcatie;Crotchet,krotšət, subst. haakje, kwartnoot,[124]eigenaardigheid, gril, stokpaardje:A crotch antimacassar= gehaakt;Crotch-mongerofCrotcheteer= grillig mensch;Crotchiness= subst. vanCrotchy= zonderling, eigenzinnig, nukkig.Crouch,krautš, zich laag bukken, kruipen, laag vleien;Crouched-friars,krautšədfraiəz, kruisbroeders of kruisheeren.Croup,krûp, kroep, kruis, romp, stuit.Croapade,krupeid, boogsprong.Croupier,krûpjə,krupîə, croupier; ondervoorzitter bij een diner (zittende tegenover den voorzitter).Crout,kraut, ingemaakte kool.Crow,krou, subst. kraai, gekraai; koevoet; darmscheel;Crowverb. kraaien, bluffen, snoeven, triumpheeren:Topluck (pull) a crow= over kleinigheden twisten;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;The distance isfive miles as the crow flies= in eene rechte lijn;When the black crows fly,then comes the sick man’s chance= als de dokter het opgeeft;He shall notcrow it over me= hij zal mij niet overbluffen, de baas zijn;Crow-bar= koevoet, breekijzer;Crow-flower= koekoeksbloem;Crow-foot= ranonkel; hanepoot, voetangel;Crow-keeper= vogelverschrikker;Crow-mill= kraaienknip;Crow’s bill= kogeltang (Chir.);Crow’s feet= rimpels om de oogen (bij oude menschen; ookCrowsfeet);Crow’s nest= kraaiennest, een vat (aan den mast van een walvischvaarder), waarin de uitkijk zit.Crowd,kraud, subst. menigte, troep, gepeupel;Crowdverb. dringen, duwen, overmatig vullen, volproppen, aandringen, wemelen:Tocrowd sail (all sails), steam= alle zeilen, alle stoom bijzetten;The room wascrowded withpeople, andI got crowded intoa corner= was stampvol…ik werd gedrongen;My articlegot crowded out= kon door gebrek aan ruimte niet geplaatst worden.Crowe,krou;Crowland,krouland.Crown,kraun, subst. kroon, koningsmacht, toppunt, belooning, eer, pracht, kruin, bol (van een hoed), geldstuk van 5 sh., voltooiing, formaat v. schrijfpapier (15 × 20 inches);Crownverb. kronen, eeren, sieren, loonen, voltooien, dam maken:Crown imperial= keizerskroon;Crown-lands= staatsdomeinen;Crown office=afdeelingvoor crimineele zaken van deQueen’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;The word glared at me incrown postersfromeveryhoarding= het woord staarde mij aan uit groote aanplakbiljetten van elke schutting;Crown-prince;Crowningadj. bekronend, hoogste.Crucial,krûš’l, kruisgewijze, kruis—, streng, hard, kritiek, beslissend:At the crucial moment;Cruciate= kruisvormig, kruis—;Cruciation= kruisvorm.Crucible,krûsib’l, smeltkroes, kritiek oogenblik, vuurproef.Crucifer,krûsifə, kruisdrager;Cruciferae,krusifərî, kruisbloemigen;Cruciferous= kruisbloemig.Crucifix,krûsifiks, kruisbeeld;Crucifixion= kruisiging;Crucify,krûsifai, kruisigen, pijnigen.Crude,krûd, ruw, onbereid, onrijp, slecht harmonieerend (van kleuren); subst.Crudeness=Crudity= het onverteerde.Cruel,krûəl, wreed, ongevoelig, hardvochtig, verschrikkelijk, bloedig; subst.Cruelty.Cruet,krûət, fleschje voor olie of azijn; ampulla (Kath.);Cruet-stand= olie- en azijnstelletje.Cruikshank,krukšaŋk.Cruise,krûz, kruistocht, zwerftocht;Cruiseverb. kruisen;Cruiser= kruiser.Cruller,krɐlə, knijpkoekje (Amer.).Crumb,krɐm, subst. kruimel, het zachte deel van brood, kruim;Crumbverb. kruimelen, paneeren;Crumb-brush= tafelschuier;Crumb-cloth= morskleed;Crumble,krɐmb’l, afbrokkelen, paneeren, langzaam achteruitgaan;Crummy= kruimig, vleezig, vuil; sierlijk (Amer.), kruimelig.Crumpet,krɐmpət, los gebak bij de thee; “bol”:He isbalmy on the crumpet= ’t schort hem in den “bol”.Crumple,krɐmp’l, kreukelen, fronsen, krommen:He lookedcrumpled= zag er moedeloos uit;His will wascrumpledwithin hers= ondergeschikt aan.Crunch,krɐnš, kraken, knarsen, kauwen; ook subst.Cruor,krûö,krûə, bloedkoek;Cruorin(e)= roode bloeddeeltjes.Crupper,krɐpə, subst. kruis, staartriem;Crupperverb. den staartriem aandoen.Crusade,kruseid, subst. kruistocht (ookfig.);Crusadeverb. een kruistocht ondernemen;Crusader= kruisvaarder.Cruse,krûs,krûz, kroes:Hespilt his mother’s cruse= hij maakte het spaarpotje (spaarpenningen)… op;Cruset,krûsət, smeltkroes.Crush,krɐš, subst. (groot) gedrang, schok, verplettering; groote avondpartij;Crushverb. verpletteren, vernietigen, samendrukken, persen, verfrommelen; samengedrukt worden:Wecrushed a cup (pot)= knapten eene flesch;He wascrushed= verbouwereerd, overdùveld;Crush-hat= slappe hoed (Amer.); klak;Crush-room= foyer;Crusher= kalkmolen, iets vernietigends; prachtexemplaar; politieagent:My fate isa crusher= mijn lot is vernietigend hard.Crusoe,krûsou.Crust,krɐst, subst. korst, aardkorst, schaal, wijnaanzetsel (in de flesch), ketelsteen;Crustverb. met eene korst bedekken, een korst vormen;Crusted= oud, met eene korst:Crusted with prejudice= vol vooroordeelen;Crusted manners= stijve manieren;Crustiness= korstigheid, knorrigheid; adj.Crusty.Crustacea,krɐsteišə, schaaldieren;Crustacean= tot de schaaldieren behoorend; subst. schaaldier;Crustaceous= als eene schelp, hard en broos, schaaldier - -;Crustate(d)= omkorst;Crustation= korstvorming.Crutch,krɐtš, subst. kruk;Crutchverb. steunen (met eene kruk):He wascrutching himselfslowly about the house;Crutched= op krukken steunend.Crux,krɐks, kruis, harde noot, groote moeilijkheid, niet te verklaren plaats (meerv.Cruces,krûsîz).[125]Cry,krai, subst. kreet, roep, geschreeuw, geween, gehuil, omroeping, straatroep, gerucht, aanslaan, geblaf, leus; troep;Cryverb. schreeuwen, huilen, schreien, weenen, roepen, janken, blaffen, aanslaan, gillen, omroepen:It is a far cryfrom the fifteenth to the nineteenth century= een heele sprong;It is more cry than wool=A great cry and little wool= veel geschreeuw en weinig wol;The dogs werein full cry= blaften luide bij de vervolging van het wild;Hecried mercy= om genade;Tocry shame upon= uitvaren over (tegen);Theycried downthe other party’s merits andcried uptheir own= zij braken … af, en verhieven hunne eigene hoog;Hecried offin time= hij gaf het bijtijds op, had er genoeg van;Tocry out against= protesteeren tegen;Crying, subst. geschreeuw, gejammer, gehuil; adj. hemeltergend, grienerig:I amthe crying oneof the family= de huilebalk;Cryish(ness)= grienerig(heid).Crypt,kript, onderaardsche gewelfde kapel, grafkelder;Cryptic(al),kriptik(’l), geheim, verborgen.Cryptogamia,kriptəgeimjə,kriptəgamjə, cryptogamen; adj.Cryptogamic=Cryptogamous;Cryptogamy= cryptogamie;Cryptography= geheimschrift;Cryptology= geheime taal.Crystal,krist’l, kristal; adj. kristallen, kristalhelder;Chrystalline,kristəl(a)in, kristalachtig, helder doorschijnend:Crystalline lens= kristallens;Chrystallization= kristallisatie;Chrystallize= kristalliseeren (laten);Chrystallography= kristallographie;Chrystalloid= kristalachtig; kristalloide.Ctenoid,tenôid, kamvormig, scherp gepunt:Ctenoid-scales.Cub,kɐb, subst. jong, welp; lobbes, blaag, bengel;Cubverb. jongen werpen, opsluiten;Cub-hunting= jacht op jonge vossen.Cuba,kjûbə, Cuba (sigaar);Cuban= uit Cuba, bewoner van Cuba.Cubature,kjûbətjuə, inhoudsmeting.Cubby,kɐbi, eng, beperkt;Cubby-hole= kleine ruimte, huisje.Cube,kjûb, subst. kubus, dobbelsteen, teerling, derdemacht;Cubeverb. tot de derdemacht verheffen;Cube-root= kubiekwortel;Cubic equation= derdemachtsvergelijking.Cubicle,kjûbik’l, slaapvertrek.Cubit,kjûbit, voorarm, ellepijp, voorarmslengte (±46c.M.);Cubit-arm= arm, bij den elleboog afgesneden;Cubital= onderarms—; eencubitlang; kussen.Cucaine,kûkə-in, cocaïne.Cucking-stool,kɐkiŋstûl, duikstoel (een oud strafwerktuig).Cuckold,kɐkəld, subst. horendrager;Cuckoldverb. horens opzetten (fig.).Cuckoo,kukû, koekoek, domkop;Cuckooverb. koekoeken;Cuckoo-bud= boterbloempje, dotterbloem;Cuckoo-clock;Cuckoo-flower= koekoeksbloem, pinksterbloem;Cuckoo-spit(tle)= koekoeksspog.Cucullate(d),kjûkəleit(id),kjukɐleit(id), van eene kap voorzien, kapvormig.Cucumber,kjûkɐmbə, komkommer:Cucumber-frame= komkommerbed;Cucumber-slicer= komkommerschaaf.Cucurbit,kjukɐ̂bit, distilleerkolf; laatkop; pompoen.Cud,kɐd, het ter herkauwing in den mond teruggebrachte voedsel; tabakspruim:To chew the cud= over iets peinzen, herkauwen.Cuddle,kɐd’l, warm, lekker liggen, warm instoppen, omhelzen, liefkoozen, pakken; subst. liefkoozing, omhelzing:I cuddled the fiddle under my chin= vlijde;Cuddlesome,Cuddly= aanhalig.Cuddy,kɐdi, kajuit, roef, kombuis:The cook’s cuddy;Cuddy-table= gemeenschappelijke tafel aan boord.Cudgel,kɐdž’l, subst. knuppel, stok;Cudgelverb. knuppelen, afrossen:Let uscross the cudgels= den strijd eindigen;I’lltake up the cudgelsfor you, in your behalf (favour)= het voor u opnemen;I’llcudgel my brainsno more about it= mijne hersens niet langer mee plagen;He iscudgel-proof= hij kan tegen een stootje, is niet gauw bang.Cue,kjû, einde of staart, slagwoord (tooneel), vingerwijzing, wenk, luim, humeur; queue (biljart):My uncle was notin good cue= had geen goede bui;It was not his cue to= zijn zaak niet;Shefound her cuein a moment= wist dadelijk te antwoorden;Togive a person his cue= een wenk geven;Totake the cue from a person= hem tot richtsnoer nemen.Cuff,kɐf, subst. vuistslag, slag; opslag (van eene mouw), losse manchet;Cuffverb. met de vuist, de klauwen of de vleugels slaan, vechten.Cuirass,kwiras,kwîrəs,kjûrəs,kuras, borstharnas;Cuirassier,kwirəsîə,kjûrəsîə, kurassier.Cuish,Cuisse,kwiš, dijstuk (harnas).Culdees,kɐldîz,kɐldîz, monniken (van de 9e tot de 15e eeuw) in Schotland, Ierland en Wales.Culex,kjûleks, steekmug.Culinary,kjûlinəri, tot keuken of kookkunst behoorende.Cull,kɐl, plukken, uitzoeken; sukkel, vent;Culler= uitzoeker;Cullings= uitschot.Cullender,kɐl’ndə. ZieColander.Cullion,kɐlj’n, schurk;Cullions= standelkruid.Cullis,kɐlis, bouillon; dakgoot.Culloden,kəloud’n.Cully,kɐli, subst. sukkel; kameraad;Cullyverb. foppen, beetnemen.Culm,kɐlm, halm, stengel; hooi, stroo; kolengruis.Culminate,kɐlmineit, culmineeren, het toppunt bereiken;Culmination= culminatie, hoogste punt.Culpability,kɐlpəbiliti, strafbaarheid, schuldigheid; adj.Culpable;Culpableness=Culpability.Culprit,kɐlprit, schuldige, beschuldigde.Cult,kɐlt, eeredienst, cultus.Cultiv(at)able,kɐltiv(eit)əb’l, bebouwbaar;Cultivate,kɐltiveit, verbouwen, bebouwen, koesteren, veredelen, beschaven, aankweeken; zoeken; subst.Cultivation= cultuur, etc.;Cultivator= bebouwer, aankweeker; cultivator (landbouwwerktuig).[126]Cultrate(d),kɐltreit(id), mesvormig =Cultriform.Culture,kɐltšə, subst. cultuur, zieCultivation;Cultured= beschaafd, ontwikkeld.Culver,kɐlvə, duif; ook = Culverin;Culver-tail= zwaluwstaart.Culverin,kɐlv’rin, veldslang (kanon uit de 16de en 17de eeuw).Culvert,kɐlvət, verwulfd riool.Cumber,kɐmbə, kwellen, een last zijn voor, belemmeren; ook subst.;Cumber-world= sta-in-den-weg;Cumbersome= lastig, vervelend, hinderlijk, veel plaats innemend; subst.Cumbersomeness;Cumbrous= zwaar, plomp; subst.Cumberness.Cumin,kɐmin, komijn.Cumulative,kjûmjulətiv, ophoopend, versneld:Cumulative voting= stemming, waarbij een stemgerechtigde al zijne stemmen aan één candidaat geeft; dit is eenCumulative vote.Cumulus,kjûmjulɐs, stapelwolk, hoop.Cunabula,kjunabjulə, incunabelen, vóór 1500 gedrukte boeken.Cunard,kunâd.Cuneate(d),kjûnieit(id), wigvormig;Cuneiform writing,kjunîfömof [kjûniiföm raitiŋ], keil- of spijkerschrift.Cunegond,kjûnəgɐnd, Kunegonde.Cunning,kɐniŋ, subst. ervaring, vaardigheid, slimheid, loosheid, list, bedrog; adj. listig, loos, sluw, handig:As cunning as a weasel= zoo slim als eene rot;Too much cunning undoes= wie te slim wil zijn, komt bedrogen uit;Cunning-man,Cunning-woman= waarzegger, waarzegster.Cup,kɐp, subst. kop, beker, kroes, kelk, nap, schaal, bowl, drinkgelag;Cupverb. koppen zetten (om bloed af te tappen); inschenken:He isin his cups= hij is dronken;They were quoting poetryover their cups= zij haalden de dichters aan bij hunne drinkgelagen;There is many a slip Betwixt the cup and the lip= Tusschen bekerrand en lippen, Kan u menige kans ontglippen;Claret cup(Champagne cup) = bowl;Cup-and-ball= kinderspel, waarbij een bal in een beker wordt opgevangen;Cup-and-ball joint= kogelgewricht;Cup-bearer= schenker (aan het hof);Cup-board,kɐbəd, subst. kast, huishoudkast, vertrekje, kabinetje;Cup-boardverb. vergaren;Cup-board-love= egoïstische liefde;Cup-gall= soort galappel;Cuprose= gewone klaproos;Cupping-glass= laatkop.Cupel,kjûp’l,kɐp’l, cupel (Essaai);Cupelverb. cupelleeren; subst.Cupellation.Cupid,kjûpid, Cupido.Cupidity,kjupiditi, hebzucht.Cupola,kjûpələ, koepel.Cupreous,kjûpriəs, koperachtig, koperkleurig, koperen;Cupriferous, koper …, koperhoudend.
Courtney,kɐ̂tni;Courtray,kûətrei, Kortrijk.Cousin,kɐz’n, neef, nicht:Cousin Betty= halfwijze;First cousin=Cousin-german= volle neef of nicht;Cousinship= neefschap, verwantschap.Coutts,kûts.Cove,kouv, subst. inham, baai, kreek, hol, gewelf; strook prairie-grond; vent;Coveverb. verwulven;Coving= het vooruitsteken der bovenverdiepingen; adj. overhangend.Covenant,kɐvən’nt, subst. verdrag, contract, verbond, acte;Covenantverb. zich verbinden, overeenkomen, volgens acte schenken;Covenanted= door een verdrag gebonden;Covenanter= aanhanger van de Partij derSchotsche Presbyterianen(1638).Covent Garden,kɐvən(t)gâd’n, groente- en fruitmarkt (Londen).Coventry,kɐv’ntri:Tosend to Coventry= doodverklaren, ignoreeren.Cover,kɐvə, subst. bedekking, deksel, scherm, (boek)omslag, foudraal, band (The book is interestingfrom cover to cover); struikgewas, schuilplaats (The fox broke cover= kwam uit zijne schuilplaats), beschutting; couvert (bord, vork, mes, lepel);Coververb. bedekken, bemantelen, bekleeden, beschermen, dekken, omhullen, inwikkelen; afleggen, broeden, van gelijke uitgestrektheid zijn, bevatten, mikken op, onder schot nemen, insluiten:That covers everything= sluit alles in;We havecovered a mile= eene mijl afgelegd;I knelt down,covered the tiger,and fired= mikte op;The house iscovered in= onder dak;The balcony has just beencovered in with glass= rondom omsloten;Cover-side= jachtterrein (eig. plaats bij de schuilplaats van wild of vossen);Covering= bedekking, dek, omhulsel, dekmantel, (lijk)wade;Covering-party= bedekking;Coverlet= sprei, somsCoverlid;Covert,kɐvət= subst. schuilplaats, lommerrijke plek, leger (van wild); adj. verborgen, geheim, beschermd:Femme covert= getrouwde vrouw;Covert-coating= een bepaalde stof;Coverture= beschutting, lommerrijke plaats; staat der gehuwde vrouw.Covet,kɐvət, vurig verlangen, begeeren, hunkeren:Thou shalt not covet= gij zult niet begeeren;Covetous,kɐvətɐs, begeerig, hebzuchtig; subst.Covetousness.Covey,kavi, broedsel, vlucht (patrijzen), troep:kouvi, ventje.Cow,kau, subst. koe;Cowbane= waterscheerling, hondspeterselie;Cowberry= roode boschbes;Cow-boy= koejongen, bereden koeherder (Amer.);Cow-bunting= (Amerik.) lijster;Cow-catcher= toestel vóór aan de locomotief om de baan schoon te maken (Amer.);Cow-feeder= koehouder (hoeder);Cow-hide= subst. koehuid, grove rijzweep;Cow-hideverb. afranselen;Cow-house= koestal;Cow-leech= koedokter;Cow-lick= weerbarstige haarlok; spuuglok;Cow-pock= koepok;Cow-pox= koepokken;Cow-shed= koestal;Cowslip= sleutelbloem;Milch cow= melkkoe:Tolook upon one as a milch cow.Cow,kau, vrees inboezemen, bang maken.Coward,kauəd, subst. lafaard; beest met den staart tusschen de pooten (Herald.); adj. lafhartig, verachtelijk;Cowardice= lafhartigheid =Cowardliness; adj.Cowardly.Cower,kauə, neerhurken (down), ineenkrimpen.Cowes,kauz, Cowes.Cowl,kaul, monnikskap, gek op een schoorsteen, kap van ijzerdraad op den schoorsteen van een locomotief; watervat, tusschen twee mannen aan een stok gedragen.Cowley,kauli.Cowlstaff,kaulstaf. ZieColstaff.Cowper,kûpə,kaupə.Cowry,kauri, porseleinslak, schelp als ruilmiddel gebruikt.Cox,koks; ZieCoxswain.[120]Coxcomb,kokskoum, zotskap, fat, pronker; hanekam (plant);Coxcom(b)ical,kokskomik’l, fatterig, ijdel.Coxswain,kokswein,koks’n, stuurman.Coy,kôi, adj. bedeesd, zedig, preutsch;Coyverb. afvleien (from); zich zedig gedragen; subst.Coyness.Coyote,koujout, prairiewolf.Coz,kɐs, familiaar voorCousin.Cozen,kɐs’n, beetnemen;Cozenage= beetnemerij;Cozener= bedrieger.Cozy, ZieCosy.Crab,krab, subst. krab, kreeft (in den Dierenriem), kaapstander, kraan, gangspil, wilde appel, gemelijk mensch; adj. zuur, gemelijk, norsch;Crabverb. verbitteren, ontstemmen, bederven:He hascaught a crab= hij heeft (bij het roeien) een snoek gevangen (fig.);Don’t crab the whole thing now= zeg er eens, bederf het spel nu niet;Crab-louse= platluis;Crabsidle= in zijwaartsche richting voortbewegen;Crab-tree= wilde appelboom;Crabbed= zuur, oneffen, grommig, verward, onleesbaar:Crab manuscripts; subst.Crabedness;Crabber= krabbenvisscher.Crack,krak, subst. gekraak, spleet, deuk, barst, (donder)slag, stemverandering (van jongen tot man), verbijstering (van het verstand), oogenblikje; kraan, piet; adj. kranig, uitstekend, chic, keur..;Crackverb. barsten, breken, knappen, knetteren, scheuren, diep treffen, verbijsteren, bluffen; doen knallen, breken, vernielen, uitdrinken, opkammen:He got itin a crack= onmiddellijk;There is a crack in your head= je bent niet recht snik;Crack piano;Crack surgeons;The premier isa crack speaker;To crack a crib= inbreken (in een huis);He was not in the habit ofcracking jokes= geestigheden te tappen;All the inhabitantscracked upthat watering-place(to the skies) = verhieven die badplaats tot in de wolken;Cracked= gemalen, fijngedrukt, gescheurd; gek =Crack-brained;He is acrack-hemp (crack-rope) = hij verdient de galg, hij komt nog wel eens aan de galg;Acrack-jaw= niet uit te spreken;Cracksman= inbreker;Cracker= knal, knalbonbon (pistache), voetzoeker, iets buitengewoons, blufferij, groote leugen, biscuitje;Crackey= drommels;Crackle= knetteren;Crackling= zwoerd van gebraden varkensvleesch;Cracknel= krakeling, bros beschuitje.Cracow,kreikou, Krakau.Cradle,kreid’l, subst. wieg, bakermat, kindsheid, net (of filet) in een spoorwagon, spalk,zwachtel, graveerstift, zeisboog; toestel bij ’t redden van schipbreukelingen; goudwaschmachine;Cradleverb. wiegen, tot bedaren brengen, bakeren, maaien (van koren), in eene wieg liggen, in de wieg leggen:I have known himfrom the (his) cradle= van zijne geboorte, van kindsbeen af;Cradled ininnocence= in onschuld;Cradle-clothes= luren;Cradling= ribben van een gewelfde zoldering.Craft,krâft, kunstvaardigheid, sluwheid; beroep, ambacht, kunstnijverheid; vaartuig:The Craft= de vrijmetselarij;Small craft= kleine vaartuigen van allerlei soort;Craft-guild= handwerksgilde;Craftsman= bekwaam handwerksman;Craftsmanship= het werk (beroep) van eencraftsman;Craftsmaster= meester (in zijn vak);Craftiness= subst. v.Crafty= listig, sluw.Crag,krag, ruwe rotst(punt), klip;Crag-and-tail= rots, steil aan de eene zijde, en langzaam af hellend aan de andere;Cragged(=Craggy) = rotsig, oneffen, stroef (van gelaatstrekken b.v.); subst.Craggedness=Cragginess.Craigenputtock,kreig’npɐtək.Crake.ZieCorn-crake.Cram,kram, subst. ingepompte kennis, leugen;Cramverb. volstoppen, inproppen, inpompen, gretig eten;Cram-jam= propvol;Crammer= leugen.Crambo,krambou:Dumb crambo= spel, waarin het te raden rijmwoord slechts door gebaren mag worden aangewezen.Cramp,kramp, subst. kramp, pijnlijke trekking; kram of klemhaak; dwang, belemmering; adj. moeilijk, lastig;Crampverb. krampachtig vertrekken; trekken, neerdrukken, beperken, achteruitgaan (van de wielen van een wagen), klampen, krammen:Cramped for room= te weinig ruimte hebbende, in enge ruimte besloten;Thatcrampedme for two months= daardoor moest ik krom liggen, mij behelpen;Acrampedand scrawlinghand= stijve en slordige;They labourcramped up= in kromme houding;Thecrampinginfluences of poverty= neerdrukkende;Cramp-fish= sidderoog;Cramp-iron= klemhaak, anker;Crampon= kanthaak, klimijzer, ijsspoor =Crampoon,krampûn.Cranberry,kranberi, soort v. veenbes, roode boschbes.Cranage,kreinidž, kraangeld;Crane,krein, subst. kraanvogel; kraan; hevel;Cranageverb. den nek uitrekken, voorzichtig uitkijken;Cranage-fly= soort mug;Cranage’s-bill= ooievaarsbek, reigersbek; soort van tang (chirurgie).Cranial,kreinj’l, schedel..;Craniology,kreiniolədži, schedelleer;Cranioscopy,kreinioskəpi, schedelonderzoek;Cranium,kreinj’m, schedel.Crank,kraŋk, subst. kruk, slinger, handvat; draai, verdraaiing, gril, dwaas, iemand met een stokpaardje; adj. rank, wrak, verdraaid, zwak, gek, levendig, lustig;Crankverb. kronkelen, zigzagsgewijze snijden: He wasmuch of a crank abouthis discovery= erg mal, dwaas met;Crankiness= grilligheid, enz.;Crankle, subst. kronkel;Crankleverb. draaien, kronkelen;Crankles= hoekige uitsteeksels;Crankness= verdraaidheid, rankheid;Cranky= dwars; kronkelend; geestig, dol; waggelend, wrak, rank.Crannied,kranid, gespleten, gebarsten;Cranny,krani, scheur, spleet, geheime verblijfplaats.Crape,kreip, subst. krip;Crapeverb. krullen.Crapnel,krapn’l, dreg, haak.Crapulence,krapjulens, overlading, dronkenschap, katterigheid; adj. Crapulent.Crash,kraš, gekraak, geraas, gedrang, krach (=algemeen failliet); grof linnen;Crashverb.[121]krassen, ineenstorten met gekraak, vermorzelen:Crasheson the doors were heard= geklop en gestomp op de deuren;Togo crash= failliet gaan.Crass,kras, grof, dik, lomp:Crass ignorance= kolossale domheid; subst.Crassness.Crassamentum,krasəment’m, (bloed)klomp, bloedkoek.Crate,kreit, teenen mand, krat:Cycle crate.Crater,kreitə, krater;Crateriform,krəteriföm= kratervormig;Craterlet= kleine krater.Craunch,krônš,krânš=Crunch.Cravat,krəvat, (stijve) das.Crave,kreiv, smeeken, verzoeken, eischen:I crave your indulgence= roep in;Acraving afterher child= vurig verlangen.Craven,kreiv’n, subst. lafaard; adj. lafhartig;Cravenverb. bang maken.Craw,krô, krop.Crawfish,krôfiš,Crayfish, rivierkreeft; overlooper;Crawfishverb. ontrouw worden (Amer.).Crawl,krôl, subst. schildpadvijver, vischweer;Crawlverb. kruipen (To crawl on hands and knees), krieuwelen, wemelen (with);Crawler= vigelante, die langzaam rijdend op een vrachtje wacht;Crawlers= ongedierte.Crayfish,kreifiš, rivierkreeft; zeekreeft (langouste).Crayon,kreiən, subst. teekenkrijt, pastelteekening;Crayonverb. schetsen, metcrayonteekenen:Portrait painterin crayons.Craze,kreiz, subst. barst; manie, rage, dwaze hartstocht;Crazeverb. afsplinteren, barsten; breken, kneuzen, het verstand krenken;Craziness= dwaasheid, dolheid;Crazing-mill= molen om tinerts te verbrijzelen =Craze-mill;Crazy= gebroken, oud, zwak, verpletterend; gek.Creak,krîk, subst. gekras;Creakverb. kraken, krassen:Creaking doors (hinges) last longest= krakende wagens loopen het langst.Cream,krîm, subst. room, vlies, bovenste laag, bloem, fine fleur, decrême;Creamverb. afroomen, room voegen bij, zich met room bedekken; vergruizelen:Cream and roses= melk en bloed (fig.);Cream-cake(-tart)= roomtaartje;Cream-cheese;Cream-colour(ed);Cream-faced= bleek, laf;Cream-laid paper= geel geribd schrijfpapier =Cream-wove paper;Creamery= roomhuis; zuivelfabriek;Creamy= vol room, vettig; uitgelezen:Soap-suds isa creamy mess= een vettig goedje.Crease,krîs, subst. vouw, ezelsoor, streep; kris;Creaseverb. kreuken, vouwen;Creasy= geplooid, gerimpeld:The child’screasy arms= mollige armpjes, met plooien erin.Create,krieit, adj. voortgebracht;Createverb. scheppen, voortbrengen, benoemen, maken;Creation,krieiš’n, het scheppen, de schepping, wereld, heelal, aanstelling, benoeming;Creative,krieitiv, scheppend:A creative genius= scheppend genie; subst.Creativeness;Creator,krieitə, Schepper, voortbrenger; vrouwl.Creatress;Creature,krîtšə, subst. schepsel, beest; kreatuur in ongunstigen zin; hartsterking; paard (Am.); adj. tot het lichaam behoorende:A silly creature= een sul;He despises allcreature comforts= hij geeft niets om de dingen, die den mensch aangenaam zijn;He was filled withcreature comforts= hij kreeg (had) wat zijn buikje maar begeerde.Credence,krîd’ns, subst. geloof, vertrouwen; credens-tafel:Letter of Credence= geloofsbrief;Credent= geloofwaardig, lichtgeloovig;Credential,kridenš’l, geloofs..:Credentials= geloofsbrieven, aanbevelingen.Credenda,kridendə, de te gelooven waarheden (tegenoverAgenda= de te vervullen plichten).Credibility,kredibiliti, geloofwaardigheid; adj.Credible,kredib’l.Credit,kredit, subst. vertrouwen, geloof, goede naam, autoriteit, aanzien, achting, crediet, creditzijde;Creditverb. gelooven, vertrouwen, tot eer strekken, crediteeren:Bills of Credit= schatkistbiljetten;Letter of credit= credietbrief;Thatdoes you credit= strekt je tot eer;Theygave us credit forfighting most gallantly = gaven ons de eer;Give him credit fora clever fellow= geloof maar gerust, dat hij is;Togrant (lodge, open) a credit= (een) krediet geven, openen;Itake credit fornothing but my books= ik betaal alles contant behalve mijne boeken;Hetakes credit tothe liberal party for the reforms during the past fifty years= hij geeft de … de eer van de hervormingen der laatste 50 jaren:Hetook great credit tohimself for it= hij rekende het zich als eene groote verdienste aan;There are a hundred poundsto your credit at the bank;I carrythatto your credit= dat zet ik op uw credit;I am credited witha good appetite= ik heb den naam van …;Creditability= aanzien, soliditeit;Creditable= eervol, fatsoenlijk, solide;Creditor= schuldeischer:Creditor in trust= curator (van een faillieten boedel, die mede-crediteur is);Creditress,Creditrix= schuldeischeres.Credulity,kridjûliti, lichtgeloovigheid;Credulous,kredjulɐs, lichtgeloovig; subst.Credulousness.Creed,krîd, geloof(sbelijdenis).Creek,krîk, kreek, inham, bocht, riviertje (Am.);Creeky= bochtig.Creel,krîl, teenen mand (vooral van visschers).Creep,krîp, kruipen, krieuwelen, sluipen, zich slaafs gedragen, laag vleien, dreggen (for a drowned man):My flesh began to creep= ik kreeg kippenvel =I crept all over=Itgave me the creeps;Creeps and horrors= akeligheden;Creep-hole= sluipgat, uitvlucht;Creep-mouse= kinderspelletje (soort van verstoppertje);Creeper= kruiper, kruipend dier, kruipende plant, boomkruiper; dreg, ijsspoor;Creepiness= griezeligheid; adj.Creepy:Acreepy tale,story.Creese,krîs, kris.Creighton,kreit’n.Cremate,krimeit,krîmeit, verbranden;Cremation,krimeiš’n, lijkverbranding;Cremator=Crematory,kremətori,krîmətori, crematorium.Cremona,krimounə, (Cremona) viool.Crenate(d),krîneit(id), gekerfd, getand;CrenatureofCrenature= tand; gekerfdheid, getandheid.[122]Crenel,krenəl, schietgat, kanteel;Crenel(l)ated= van schietgaten voorzien.Crenulate(d),krenjuleit(id)= fijn getand.Creole,krîoul, Creool(sche).Creosote,krîəsout, creosoot;Creosoteverb. creosoteeren.Crepitate,krepiteit, knarsen, knetteren; subst.Crepitation.Crepon,krep’n, soort van krip.Crept,krept, Imp. en P.P. vanto creep.Crepuscular,kripɐskjûlə, schemerend, schemer.., avond …Crescent,kres’nt, subst. wassende maan, Turksche vlag, de Porte; eene halfcirkelvormige rij huizen; adj. toenemend, halvemaanvormig (= Crescentic);Crescentverb. tot eenCrescentvormen.Cress,kres:Garden cress= tuinkers;Water-cress= witte waterkers.Cresset,kresət, groot bakenlicht, toorts of flambouw; meteoor.Crest,krest, subst. kam, kuif, manen, helmpluim of -teeken, wapen, kroon, kruin, trots, hoogmoed;Crestverb. van een kam of pluim voorzien, kuiven, den top bereiken:Crested= gekuifd, etc:Crestedlark= kuifleeuwerik;Crestedspoons= met wapen of insigne;He lookedCrest-fallen= hij zag er moedeloos, terneergeslagen uit;Crestless= zonder kuif (wapen).Creswick,kresik.Cretan,krîtən, Cretenzer; ook adj.;Crete,krît, Creta.Cretin,krîtin, cretin, idioot;Cretinism.Cretism,krîtizm, leugen (Vergel. Tit. I, 12).Crevasse,krəvas, scheur, spleet, doorbraak (Amer.).Crevet,krevət, smeltkroes (van goudsmeden).Crevice,krevis, subst. scheur, spleet;Creviced= gescheurd, enz.Crew,krû, menigte, troep, scheepsbemanning; gespuis, zootje.Crewel,krûəl, soort borduurwol.Crib,krib, subst. etenskribbe, stal (voor ossen), hut, woning, kinderkribbe, plaats, betrekking, zoutvaatje, (letter)dieverij, woordelijke vertaling (van een Latijnsch of Grieksch schrijver);Cribverb. beperken, opsluiten, (ont)stelen, ter sluiks nemen, letterkundigen diefstal plegen, overpennen, opgesloten worden;Crib-biter= kribbebijter; grompot;Cribbed, cabined and confined= in eene enge ruimte opgesloten.Cribbage,kribidž, een kaartspel;Cribbage-board.Cribble,krib’l, subst. groote zeef; grof meel; adj. grof;Cribbleverb. ziften;Cribration,kribreiš’n, het ziften.Crichton,kraitən,kritən.Crick,krik, subst. kramp, pijn;Crickverb. pijn krijgen:Crick in the back= spit;Crick in the neck= stijve nek;He cricked his neckwith gazing upon the pictures.Cricket,krikit, subst. cricket; huiskrekel, zwarte veldkrekel, voetbankje;Cricketverb. cricketen;Cricket-ground= cricketveld;Cricket-match= cricketwedstrijd;Cricketer= cricketspeler.Cricoid,kraikôid, ringvormig; subst. =Cricoid cartilage= ringvormig kraakbeen.Crier,kraiə, schreeuwer, omroeper (=Town-crier).Crikey,kraiki, heeremijntijd.Crim-con.,krimkon, overspel (verkorting vanCriminal conversation).Crime,kraim, misdaad;Criminal,krimin’l, subst. misdadiger, schuldige, veroordeelde; adj. misdadig, schuldig, strafrechterlijk:Crime-lawyer=Criminalist,kriminəlist, criminalist;Criminality,kriminaliti, strafbaarheid, criminaliteit;Criminate,krimineit, van misdaad beschuldigen, in eene misdaad betrekken;Crimination,krimineiš’n, aanklacht, betrekking in een misdaad;Criminatory= aanklagend.Crimea (The),kraimîə, de Krim;Crimean:The Crimean War.Crimp,krimp, subst. werver, zielverkooper, ronselaar; adj. broos, onstandvastig;Crimpverb. krullen, friseeren, knijpen, grijpen, krimpen (van visch); verlokken, ronselen;Crimping-iron= friseertang;Crimple= samentrekken, doen krimpen of krullen.Crimson,krimz’n, subst. karmozijn; adj. donkerrood;Crimsonverb. donkerrood kleuren, verven, blozen;Crimson-warm= roodgloeiend.Crincum-crancum,kriŋk’m-kraŋk’m, krom, zigzag; subst. zigzag, dingsigheidje.Cringe,krinž, subst. onderdanige buiging, lage vleierij;Cringeverb. kruipen, vleien;Cringer= kruiper.Cringle,kriŋg’l, kous, (blok)beslag (zeetermen).Crinkle,kriŋk’l, subst. vouw, kronkel, kronkeling;Crinkleverb. kronkelen, frommelen:Hecrinkled the news-paper.Crinkum-Crankum=Crincum-Crancum.Crinoline,krinəl(a)in, crinoline, paardenhaar:A crinoline hat= hoed van paardenhaar.Cripple,krip’l, subst. kreupele; adj. kreupel;Crippleverb. kreupel maken, verlammen, verminken, buiten gevecht stellen.Cripplings,kripliŋz, schoorbalken.Crisis,kraisis(Meerv.Crises,kraisîz), crisis, beslissend oogenblik.Crisp,krisp, adj. kroes, knetterend, brokkelig, broos, flink, frisch, helder, levendig, krachtig;Crispverb. krullen, rimpelen, broos maken:Crisp-almonds= gebrande;Crisp style= levendige;Crisping-iron= frizeerijzer.Crispin,krispin, Crispinus, schoenmaker:St Crispin’sDay= 25 October.Criss-cross,kriskros, subst. kruisje, gekriskras; adj. en adv. verward, kriskras:Criss-cross row= het alphabet.Criterion,kraitîriən, kenmerk, maatstaf.Critic,kritik, beoordeelaar, criticus, bediller;Critical= kritisch, onderscheidend, oordeelkundig, streng, bedillerig, bedenkelijk, hachelijk; subst.Criticalness;Criticaster= muggenzifter;Criticism= kritiek;Criticize,kritisaiz, recenseeren, beoordeelen, hekelen;Critique,kritîk=Criticism.Croak,krouk, subst. gekras, gekwaak;Croakverb. krassen, morren, kwaken, kwaad voorspellen, sterven:Hecroaked forthhis lesson= dreunde zijne les op;Croaker= ongeluksprofeet;Croaking-lizard= gecko van Jamaica.Croat,krouət, Croaat;Croatia(n),krəeišə(n), Croatië(r).Crochet,kroušei, subst. haakwerk;Crochetverb. haken;Crochet-hook= haaknaald.Crock,krok, subst. aarden kan of pot, roet[123](daaraan verzameld); vilderspaard;Crockverb. met roet zwart maken, in een pot doen, zwart of vuil afgeven;Crockery= aardewerk.Crocodile,krokədail, subst. krokodil; meisjeskostschool op de wandeling, twee aan twee; sophisme; adj. krokodilachtig, huichelachtig:Crocodile tears= krokodillentranen;Crocodilian= krokodilachtig, valsch; subst. krokodil;Crocodility= sophisme.Crocus,kroukəs, krokus; adj. saffraangeel.Croesus,krîsəs.Croft,kroft, klein stuk wei- of bouwland by een boerenplaatsje;Crofter= keuterboertje.Croma,kroumə, ⅛ noot (muziek).Cromarty,kroməti;Cromer,kroumə.Cromlech,kromlek, een groote platte tafelsteen op andere steenen steunend, gevonden in Keltische landen, òf graf òf Druïdenaltaar.Cromwell,kromwel,krɐmwel.Crone,kroun, oud wijf; oud schaap.Cronenburg,kroun’nbɐ̂g;Cronstadt,kronstat, Kroonstad.Crony,krouni, boezemvriend.Croodle,krûd’l, neerhurken; huiveren; flikflooien,Crook,kruk, subst. bocht, kromte, onaangenaamheid (That wasthe only crook in my lot); herdersstaf, bisschopsstaf, hanepoot (in ’t schrijven), ketelhaak, kunstgreep; oplichter, dief;Crookverb. buigen, krommen, uit den rechten stand brengen, krom zijn:By hook or by crook= op de een of andere manier, door eerlijke of oneerlijke middelen;Crooked= gebogen, gedraaid, scheef, slecht:Togo crooked= den slechten weg opgaan;Cross questions andcrooked answers= protocollen;Crooked-pated= stijfkoppig;Crooked-stick= dwarse kerel, norsche vent; subst.Crookedness.Croon,krûn, subst. gekreun, geneurie;Croonverb. jammeren, kreunen, neuriën.Crop,krop, subst. krop, oogst, kort afgesneden haar (staart), jachtzweep; erts, een heele huid;Cropverb. afsnijden, afvreten, maaien, oogsten, (vroegtijdig) plukken, verbouwen, oogst geven, aan de oppervlakte komen, te voorschijn komen (out):Neck and crop= geheel en al, volkomen;The cows werecropping the grass= vraten af;I mustget cropped= mijn haar laten knippen;It hascropped out= is aan het licht gekomen;Such subjects arecropping upnowadays= doen zich voor;Crop-ear= paard met korte ooren;Crop-haired= met kort haar;Crop-sick= ziek door overvoeren;Cropper= kropduif, kropper:Hecame (down) a cropper= hij schoot of viel over den kop (van het paard, van een rijwiel, etc.);Croppy= iemand met afgesneden ooren; gevangene; Iersch oproerling in 1798.Croquet,kroukei, subst. croquetspel;Croquetverb. croquetten.Crore,krö, een millioen pond sterling (= honderd lacs = 10.000.000 ropijen).Crosier,kroužə, bisschopsstaf.Croslet,kroslət=Crosslet.Cross,kros,krôs, subst. kruis, in de volgende drie vormen: †, T, ✕ (ookfig.), het lijden van Christus, de Christelijke godsdienst, wederwaardigheid, tusschending, kruising, gekruist ras;adj.en adv. wederkeerig, dwars, verkeerd, tegengesteld, onhandelbaar, knorrig;Crossverb. kruisen, oversteken, overzetten, een kruis slaan, dwarsboomen, tegengaan, doorhalen, dwars liggen, elkaar kruisen:He isa cross betweena Scandinavian and a Dutchman;St. Andrew’s cross= ✕ (wit op blauw);St. George’s cross= + (rood op wit);St. Patrick’s cross= ✕ (rood op wit);Cross and pile= kruis of munt;Ascross as two sticks= erg uit zijn humeur;On the cross= onbillijk;Itcrossed my mind= het kwam bij mij op;Tocross swords with= het zwaard kruisen met;When do youcross tothe continent= wanneer gaat gij de zee over?Acrossed cheque= een cheque met twee evenwijdige lijnen op de vóórzijde, alléén verhandelbaar bij een bankier;Cross-acceptance (-accommodation)= wisselruiterij;Cross-armed= met de armen over elkander;Cross-arrow= pijl van een voet- of handboog;Cross-aisle= zijbeuk;Cross-bar= dwarshout, dwarslat;Cross-bar-shot,krosbâšot, stangkogel;Cross-bones= gekruiste beenderen als zinnebeeld van den dood;Cross-bow= voet- of handboog;Cross-bowman;Cross-bred= gekruist;Cross-breed= gekruist ras;Cross-bun= krentenbroodje of gebakje met een kruis erop (op Goeden Vrijdag gegeten);Cross-circuiting= kortsluiting;Cross-country= dwars over ’t land, over heg en steg;Cross-cut, subst. kruishouw, korte weg;Cross-cutverb. dwars doorsnijden;Cross-examination= kruisverhoor;Cross-examine= ondervragen van een getuige door den advocaat der tegenpartij;Cross-eyed= scheel;Cross-grained= tegen den draad in, lastig, onhandelbaar, dwars;Cross-hatching= arceeren, schaduwen;Cross-head= juk, groot gedrukte beginwoorden van eene annonce;Cross-legged= met de beenen over elkander;Cross-over= omslagdoek, waarvan de einden gekruist over elkander loopen;Cross-patch,Cross-pate= dwarskop;Cross-purpose,krospɐ̂pəs, tegenstrijdig doel of plan, streep door de rekening, misverstand:To beat cross-purposes= tegen elkander in zijn of werken, elkaar misverstaan;Cross-question= (Cross-examine);Cross-questions= vraag en antwoordspel;Cross-reference= verwijzing over en weer;Cross-road= dwarsweg;Cross-river traffic= ’t verkeer over een rivier;Cross-row(Zie Criss-cross-row);Cross-spider= kruisspin;Cross-tie= dwarsligger (van den spoorweg);Cross-wind= tegenwind, zijwind;Cross-wort= kruisbladig walstroo;Crossing= kruising, overweg (Level crossing= kruising gelijkvloers), plaats om over te steken;Crossings= hindernis, tegenstand, tegenstrubbeling;Crossing-sweeper= schoonhouder van den overgang, straatveger;Crosslet= kruisje;Crossness= onwilligheid, baloorigheid, humeurigheid;Crosswise= kruiselings.Crotch,krotš, haak, gaffel, bifurcatie;Crotchet,krotšət, subst. haakje, kwartnoot,[124]eigenaardigheid, gril, stokpaardje:A crotch antimacassar= gehaakt;Crotch-mongerofCrotcheteer= grillig mensch;Crotchiness= subst. vanCrotchy= zonderling, eigenzinnig, nukkig.Crouch,krautš, zich laag bukken, kruipen, laag vleien;Crouched-friars,krautšədfraiəz, kruisbroeders of kruisheeren.Croup,krûp, kroep, kruis, romp, stuit.Croapade,krupeid, boogsprong.Croupier,krûpjə,krupîə, croupier; ondervoorzitter bij een diner (zittende tegenover den voorzitter).Crout,kraut, ingemaakte kool.Crow,krou, subst. kraai, gekraai; koevoet; darmscheel;Crowverb. kraaien, bluffen, snoeven, triumpheeren:Topluck (pull) a crow= over kleinigheden twisten;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;The distance isfive miles as the crow flies= in eene rechte lijn;When the black crows fly,then comes the sick man’s chance= als de dokter het opgeeft;He shall notcrow it over me= hij zal mij niet overbluffen, de baas zijn;Crow-bar= koevoet, breekijzer;Crow-flower= koekoeksbloem;Crow-foot= ranonkel; hanepoot, voetangel;Crow-keeper= vogelverschrikker;Crow-mill= kraaienknip;Crow’s bill= kogeltang (Chir.);Crow’s feet= rimpels om de oogen (bij oude menschen; ookCrowsfeet);Crow’s nest= kraaiennest, een vat (aan den mast van een walvischvaarder), waarin de uitkijk zit.Crowd,kraud, subst. menigte, troep, gepeupel;Crowdverb. dringen, duwen, overmatig vullen, volproppen, aandringen, wemelen:Tocrowd sail (all sails), steam= alle zeilen, alle stoom bijzetten;The room wascrowded withpeople, andI got crowded intoa corner= was stampvol…ik werd gedrongen;My articlegot crowded out= kon door gebrek aan ruimte niet geplaatst worden.Crowe,krou;Crowland,krouland.Crown,kraun, subst. kroon, koningsmacht, toppunt, belooning, eer, pracht, kruin, bol (van een hoed), geldstuk van 5 sh., voltooiing, formaat v. schrijfpapier (15 × 20 inches);Crownverb. kronen, eeren, sieren, loonen, voltooien, dam maken:Crown imperial= keizerskroon;Crown-lands= staatsdomeinen;Crown office=afdeelingvoor crimineele zaken van deQueen’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;The word glared at me incrown postersfromeveryhoarding= het woord staarde mij aan uit groote aanplakbiljetten van elke schutting;Crown-prince;Crowningadj. bekronend, hoogste.Crucial,krûš’l, kruisgewijze, kruis—, streng, hard, kritiek, beslissend:At the crucial moment;Cruciate= kruisvormig, kruis—;Cruciation= kruisvorm.Crucible,krûsib’l, smeltkroes, kritiek oogenblik, vuurproef.Crucifer,krûsifə, kruisdrager;Cruciferae,krusifərî, kruisbloemigen;Cruciferous= kruisbloemig.Crucifix,krûsifiks, kruisbeeld;Crucifixion= kruisiging;Crucify,krûsifai, kruisigen, pijnigen.Crude,krûd, ruw, onbereid, onrijp, slecht harmonieerend (van kleuren); subst.Crudeness=Crudity= het onverteerde.Cruel,krûəl, wreed, ongevoelig, hardvochtig, verschrikkelijk, bloedig; subst.Cruelty.Cruet,krûət, fleschje voor olie of azijn; ampulla (Kath.);Cruet-stand= olie- en azijnstelletje.Cruikshank,krukšaŋk.Cruise,krûz, kruistocht, zwerftocht;Cruiseverb. kruisen;Cruiser= kruiser.Cruller,krɐlə, knijpkoekje (Amer.).Crumb,krɐm, subst. kruimel, het zachte deel van brood, kruim;Crumbverb. kruimelen, paneeren;Crumb-brush= tafelschuier;Crumb-cloth= morskleed;Crumble,krɐmb’l, afbrokkelen, paneeren, langzaam achteruitgaan;Crummy= kruimig, vleezig, vuil; sierlijk (Amer.), kruimelig.Crumpet,krɐmpət, los gebak bij de thee; “bol”:He isbalmy on the crumpet= ’t schort hem in den “bol”.Crumple,krɐmp’l, kreukelen, fronsen, krommen:He lookedcrumpled= zag er moedeloos uit;His will wascrumpledwithin hers= ondergeschikt aan.Crunch,krɐnš, kraken, knarsen, kauwen; ook subst.Cruor,krûö,krûə, bloedkoek;Cruorin(e)= roode bloeddeeltjes.Crupper,krɐpə, subst. kruis, staartriem;Crupperverb. den staartriem aandoen.Crusade,kruseid, subst. kruistocht (ookfig.);Crusadeverb. een kruistocht ondernemen;Crusader= kruisvaarder.Cruse,krûs,krûz, kroes:Hespilt his mother’s cruse= hij maakte het spaarpotje (spaarpenningen)… op;Cruset,krûsət, smeltkroes.Crush,krɐš, subst. (groot) gedrang, schok, verplettering; groote avondpartij;Crushverb. verpletteren, vernietigen, samendrukken, persen, verfrommelen; samengedrukt worden:Wecrushed a cup (pot)= knapten eene flesch;He wascrushed= verbouwereerd, overdùveld;Crush-hat= slappe hoed (Amer.); klak;Crush-room= foyer;Crusher= kalkmolen, iets vernietigends; prachtexemplaar; politieagent:My fate isa crusher= mijn lot is vernietigend hard.Crusoe,krûsou.Crust,krɐst, subst. korst, aardkorst, schaal, wijnaanzetsel (in de flesch), ketelsteen;Crustverb. met eene korst bedekken, een korst vormen;Crusted= oud, met eene korst:Crusted with prejudice= vol vooroordeelen;Crusted manners= stijve manieren;Crustiness= korstigheid, knorrigheid; adj.Crusty.Crustacea,krɐsteišə, schaaldieren;Crustacean= tot de schaaldieren behoorend; subst. schaaldier;Crustaceous= als eene schelp, hard en broos, schaaldier - -;Crustate(d)= omkorst;Crustation= korstvorming.Crutch,krɐtš, subst. kruk;Crutchverb. steunen (met eene kruk):He wascrutching himselfslowly about the house;Crutched= op krukken steunend.Crux,krɐks, kruis, harde noot, groote moeilijkheid, niet te verklaren plaats (meerv.Cruces,krûsîz).[125]Cry,krai, subst. kreet, roep, geschreeuw, geween, gehuil, omroeping, straatroep, gerucht, aanslaan, geblaf, leus; troep;Cryverb. schreeuwen, huilen, schreien, weenen, roepen, janken, blaffen, aanslaan, gillen, omroepen:It is a far cryfrom the fifteenth to the nineteenth century= een heele sprong;It is more cry than wool=A great cry and little wool= veel geschreeuw en weinig wol;The dogs werein full cry= blaften luide bij de vervolging van het wild;Hecried mercy= om genade;Tocry shame upon= uitvaren over (tegen);Theycried downthe other party’s merits andcried uptheir own= zij braken … af, en verhieven hunne eigene hoog;Hecried offin time= hij gaf het bijtijds op, had er genoeg van;Tocry out against= protesteeren tegen;Crying, subst. geschreeuw, gejammer, gehuil; adj. hemeltergend, grienerig:I amthe crying oneof the family= de huilebalk;Cryish(ness)= grienerig(heid).Crypt,kript, onderaardsche gewelfde kapel, grafkelder;Cryptic(al),kriptik(’l), geheim, verborgen.Cryptogamia,kriptəgeimjə,kriptəgamjə, cryptogamen; adj.Cryptogamic=Cryptogamous;Cryptogamy= cryptogamie;Cryptography= geheimschrift;Cryptology= geheime taal.Crystal,krist’l, kristal; adj. kristallen, kristalhelder;Chrystalline,kristəl(a)in, kristalachtig, helder doorschijnend:Crystalline lens= kristallens;Chrystallization= kristallisatie;Chrystallize= kristalliseeren (laten);Chrystallography= kristallographie;Chrystalloid= kristalachtig; kristalloide.Ctenoid,tenôid, kamvormig, scherp gepunt:Ctenoid-scales.Cub,kɐb, subst. jong, welp; lobbes, blaag, bengel;Cubverb. jongen werpen, opsluiten;Cub-hunting= jacht op jonge vossen.Cuba,kjûbə, Cuba (sigaar);Cuban= uit Cuba, bewoner van Cuba.Cubature,kjûbətjuə, inhoudsmeting.Cubby,kɐbi, eng, beperkt;Cubby-hole= kleine ruimte, huisje.Cube,kjûb, subst. kubus, dobbelsteen, teerling, derdemacht;Cubeverb. tot de derdemacht verheffen;Cube-root= kubiekwortel;Cubic equation= derdemachtsvergelijking.Cubicle,kjûbik’l, slaapvertrek.Cubit,kjûbit, voorarm, ellepijp, voorarmslengte (±46c.M.);Cubit-arm= arm, bij den elleboog afgesneden;Cubital= onderarms—; eencubitlang; kussen.Cucaine,kûkə-in, cocaïne.Cucking-stool,kɐkiŋstûl, duikstoel (een oud strafwerktuig).Cuckold,kɐkəld, subst. horendrager;Cuckoldverb. horens opzetten (fig.).Cuckoo,kukû, koekoek, domkop;Cuckooverb. koekoeken;Cuckoo-bud= boterbloempje, dotterbloem;Cuckoo-clock;Cuckoo-flower= koekoeksbloem, pinksterbloem;Cuckoo-spit(tle)= koekoeksspog.Cucullate(d),kjûkəleit(id),kjukɐleit(id), van eene kap voorzien, kapvormig.Cucumber,kjûkɐmbə, komkommer:Cucumber-frame= komkommerbed;Cucumber-slicer= komkommerschaaf.Cucurbit,kjukɐ̂bit, distilleerkolf; laatkop; pompoen.Cud,kɐd, het ter herkauwing in den mond teruggebrachte voedsel; tabakspruim:To chew the cud= over iets peinzen, herkauwen.Cuddle,kɐd’l, warm, lekker liggen, warm instoppen, omhelzen, liefkoozen, pakken; subst. liefkoozing, omhelzing:I cuddled the fiddle under my chin= vlijde;Cuddlesome,Cuddly= aanhalig.Cuddy,kɐdi, kajuit, roef, kombuis:The cook’s cuddy;Cuddy-table= gemeenschappelijke tafel aan boord.Cudgel,kɐdž’l, subst. knuppel, stok;Cudgelverb. knuppelen, afrossen:Let uscross the cudgels= den strijd eindigen;I’lltake up the cudgelsfor you, in your behalf (favour)= het voor u opnemen;I’llcudgel my brainsno more about it= mijne hersens niet langer mee plagen;He iscudgel-proof= hij kan tegen een stootje, is niet gauw bang.Cue,kjû, einde of staart, slagwoord (tooneel), vingerwijzing, wenk, luim, humeur; queue (biljart):My uncle was notin good cue= had geen goede bui;It was not his cue to= zijn zaak niet;Shefound her cuein a moment= wist dadelijk te antwoorden;Togive a person his cue= een wenk geven;Totake the cue from a person= hem tot richtsnoer nemen.Cuff,kɐf, subst. vuistslag, slag; opslag (van eene mouw), losse manchet;Cuffverb. met de vuist, de klauwen of de vleugels slaan, vechten.Cuirass,kwiras,kwîrəs,kjûrəs,kuras, borstharnas;Cuirassier,kwirəsîə,kjûrəsîə, kurassier.Cuish,Cuisse,kwiš, dijstuk (harnas).Culdees,kɐldîz,kɐldîz, monniken (van de 9e tot de 15e eeuw) in Schotland, Ierland en Wales.Culex,kjûleks, steekmug.Culinary,kjûlinəri, tot keuken of kookkunst behoorende.Cull,kɐl, plukken, uitzoeken; sukkel, vent;Culler= uitzoeker;Cullings= uitschot.Cullender,kɐl’ndə. ZieColander.Cullion,kɐlj’n, schurk;Cullions= standelkruid.Cullis,kɐlis, bouillon; dakgoot.Culloden,kəloud’n.Cully,kɐli, subst. sukkel; kameraad;Cullyverb. foppen, beetnemen.Culm,kɐlm, halm, stengel; hooi, stroo; kolengruis.Culminate,kɐlmineit, culmineeren, het toppunt bereiken;Culmination= culminatie, hoogste punt.Culpability,kɐlpəbiliti, strafbaarheid, schuldigheid; adj.Culpable;Culpableness=Culpability.Culprit,kɐlprit, schuldige, beschuldigde.Cult,kɐlt, eeredienst, cultus.Cultiv(at)able,kɐltiv(eit)əb’l, bebouwbaar;Cultivate,kɐltiveit, verbouwen, bebouwen, koesteren, veredelen, beschaven, aankweeken; zoeken; subst.Cultivation= cultuur, etc.;Cultivator= bebouwer, aankweeker; cultivator (landbouwwerktuig).[126]Cultrate(d),kɐltreit(id), mesvormig =Cultriform.Culture,kɐltšə, subst. cultuur, zieCultivation;Cultured= beschaafd, ontwikkeld.Culver,kɐlvə, duif; ook = Culverin;Culver-tail= zwaluwstaart.Culverin,kɐlv’rin, veldslang (kanon uit de 16de en 17de eeuw).Culvert,kɐlvət, verwulfd riool.Cumber,kɐmbə, kwellen, een last zijn voor, belemmeren; ook subst.;Cumber-world= sta-in-den-weg;Cumbersome= lastig, vervelend, hinderlijk, veel plaats innemend; subst.Cumbersomeness;Cumbrous= zwaar, plomp; subst.Cumberness.Cumin,kɐmin, komijn.Cumulative,kjûmjulətiv, ophoopend, versneld:Cumulative voting= stemming, waarbij een stemgerechtigde al zijne stemmen aan één candidaat geeft; dit is eenCumulative vote.Cumulus,kjûmjulɐs, stapelwolk, hoop.Cunabula,kjunabjulə, incunabelen, vóór 1500 gedrukte boeken.Cunard,kunâd.Cuneate(d),kjûnieit(id), wigvormig;Cuneiform writing,kjunîfömof [kjûniiföm raitiŋ], keil- of spijkerschrift.Cunegond,kjûnəgɐnd, Kunegonde.Cunning,kɐniŋ, subst. ervaring, vaardigheid, slimheid, loosheid, list, bedrog; adj. listig, loos, sluw, handig:As cunning as a weasel= zoo slim als eene rot;Too much cunning undoes= wie te slim wil zijn, komt bedrogen uit;Cunning-man,Cunning-woman= waarzegger, waarzegster.Cup,kɐp, subst. kop, beker, kroes, kelk, nap, schaal, bowl, drinkgelag;Cupverb. koppen zetten (om bloed af te tappen); inschenken:He isin his cups= hij is dronken;They were quoting poetryover their cups= zij haalden de dichters aan bij hunne drinkgelagen;There is many a slip Betwixt the cup and the lip= Tusschen bekerrand en lippen, Kan u menige kans ontglippen;Claret cup(Champagne cup) = bowl;Cup-and-ball= kinderspel, waarbij een bal in een beker wordt opgevangen;Cup-and-ball joint= kogelgewricht;Cup-bearer= schenker (aan het hof);Cup-board,kɐbəd, subst. kast, huishoudkast, vertrekje, kabinetje;Cup-boardverb. vergaren;Cup-board-love= egoïstische liefde;Cup-gall= soort galappel;Cuprose= gewone klaproos;Cupping-glass= laatkop.Cupel,kjûp’l,kɐp’l, cupel (Essaai);Cupelverb. cupelleeren; subst.Cupellation.Cupid,kjûpid, Cupido.Cupidity,kjupiditi, hebzucht.Cupola,kjûpələ, koepel.Cupreous,kjûpriəs, koperachtig, koperkleurig, koperen;Cupriferous, koper …, koperhoudend.
Courtney,kɐ̂tni;Courtray,kûətrei, Kortrijk.
Cousin,kɐz’n, neef, nicht:Cousin Betty= halfwijze;First cousin=Cousin-german= volle neef of nicht;Cousinship= neefschap, verwantschap.
Coutts,kûts.
Cove,kouv, subst. inham, baai, kreek, hol, gewelf; strook prairie-grond; vent;Coveverb. verwulven;Coving= het vooruitsteken der bovenverdiepingen; adj. overhangend.
Covenant,kɐvən’nt, subst. verdrag, contract, verbond, acte;Covenantverb. zich verbinden, overeenkomen, volgens acte schenken;Covenanted= door een verdrag gebonden;Covenanter= aanhanger van de Partij derSchotsche Presbyterianen(1638).
Covent Garden,kɐvən(t)gâd’n, groente- en fruitmarkt (Londen).
Coventry,kɐv’ntri:Tosend to Coventry= doodverklaren, ignoreeren.
Cover,kɐvə, subst. bedekking, deksel, scherm, (boek)omslag, foudraal, band (The book is interestingfrom cover to cover); struikgewas, schuilplaats (The fox broke cover= kwam uit zijne schuilplaats), beschutting; couvert (bord, vork, mes, lepel);Coververb. bedekken, bemantelen, bekleeden, beschermen, dekken, omhullen, inwikkelen; afleggen, broeden, van gelijke uitgestrektheid zijn, bevatten, mikken op, onder schot nemen, insluiten:That covers everything= sluit alles in;We havecovered a mile= eene mijl afgelegd;I knelt down,covered the tiger,and fired= mikte op;The house iscovered in= onder dak;The balcony has just beencovered in with glass= rondom omsloten;Cover-side= jachtterrein (eig. plaats bij de schuilplaats van wild of vossen);Covering= bedekking, dek, omhulsel, dekmantel, (lijk)wade;Covering-party= bedekking;Coverlet= sprei, somsCoverlid;Covert,kɐvət= subst. schuilplaats, lommerrijke plek, leger (van wild); adj. verborgen, geheim, beschermd:Femme covert= getrouwde vrouw;Covert-coating= een bepaalde stof;Coverture= beschutting, lommerrijke plaats; staat der gehuwde vrouw.
Covet,kɐvət, vurig verlangen, begeeren, hunkeren:Thou shalt not covet= gij zult niet begeeren;Covetous,kɐvətɐs, begeerig, hebzuchtig; subst.Covetousness.
Covey,kavi, broedsel, vlucht (patrijzen), troep:kouvi, ventje.
Cow,kau, subst. koe;Cowbane= waterscheerling, hondspeterselie;Cowberry= roode boschbes;Cow-boy= koejongen, bereden koeherder (Amer.);Cow-bunting= (Amerik.) lijster;Cow-catcher= toestel vóór aan de locomotief om de baan schoon te maken (Amer.);Cow-feeder= koehouder (hoeder);Cow-hide= subst. koehuid, grove rijzweep;Cow-hideverb. afranselen;Cow-house= koestal;Cow-leech= koedokter;Cow-lick= weerbarstige haarlok; spuuglok;Cow-pock= koepok;Cow-pox= koepokken;Cow-shed= koestal;Cowslip= sleutelbloem;Milch cow= melkkoe:Tolook upon one as a milch cow.
Cow,kau, vrees inboezemen, bang maken.
Coward,kauəd, subst. lafaard; beest met den staart tusschen de pooten (Herald.); adj. lafhartig, verachtelijk;Cowardice= lafhartigheid =Cowardliness; adj.Cowardly.
Cower,kauə, neerhurken (down), ineenkrimpen.
Cowes,kauz, Cowes.
Cowl,kaul, monnikskap, gek op een schoorsteen, kap van ijzerdraad op den schoorsteen van een locomotief; watervat, tusschen twee mannen aan een stok gedragen.
Cowley,kauli.
Cowlstaff,kaulstaf. ZieColstaff.
Cowper,kûpə,kaupə.
Cowry,kauri, porseleinslak, schelp als ruilmiddel gebruikt.
Cox,koks; ZieCoxswain.[120]
Coxcomb,kokskoum, zotskap, fat, pronker; hanekam (plant);Coxcom(b)ical,kokskomik’l, fatterig, ijdel.
Coxswain,kokswein,koks’n, stuurman.
Coy,kôi, adj. bedeesd, zedig, preutsch;Coyverb. afvleien (from); zich zedig gedragen; subst.Coyness.
Coyote,koujout, prairiewolf.
Coz,kɐs, familiaar voorCousin.
Cozen,kɐs’n, beetnemen;Cozenage= beetnemerij;Cozener= bedrieger.
Cozy, ZieCosy.
Crab,krab, subst. krab, kreeft (in den Dierenriem), kaapstander, kraan, gangspil, wilde appel, gemelijk mensch; adj. zuur, gemelijk, norsch;Crabverb. verbitteren, ontstemmen, bederven:He hascaught a crab= hij heeft (bij het roeien) een snoek gevangen (fig.);Don’t crab the whole thing now= zeg er eens, bederf het spel nu niet;Crab-louse= platluis;Crabsidle= in zijwaartsche richting voortbewegen;Crab-tree= wilde appelboom;Crabbed= zuur, oneffen, grommig, verward, onleesbaar:Crab manuscripts; subst.Crabedness;Crabber= krabbenvisscher.
Crack,krak, subst. gekraak, spleet, deuk, barst, (donder)slag, stemverandering (van jongen tot man), verbijstering (van het verstand), oogenblikje; kraan, piet; adj. kranig, uitstekend, chic, keur..;Crackverb. barsten, breken, knappen, knetteren, scheuren, diep treffen, verbijsteren, bluffen; doen knallen, breken, vernielen, uitdrinken, opkammen:He got itin a crack= onmiddellijk;There is a crack in your head= je bent niet recht snik;Crack piano;Crack surgeons;The premier isa crack speaker;To crack a crib= inbreken (in een huis);He was not in the habit ofcracking jokes= geestigheden te tappen;All the inhabitantscracked upthat watering-place(to the skies) = verhieven die badplaats tot in de wolken;Cracked= gemalen, fijngedrukt, gescheurd; gek =Crack-brained;He is acrack-hemp (crack-rope) = hij verdient de galg, hij komt nog wel eens aan de galg;Acrack-jaw= niet uit te spreken;Cracksman= inbreker;Cracker= knal, knalbonbon (pistache), voetzoeker, iets buitengewoons, blufferij, groote leugen, biscuitje;Crackey= drommels;Crackle= knetteren;Crackling= zwoerd van gebraden varkensvleesch;Cracknel= krakeling, bros beschuitje.
Cracow,kreikou, Krakau.
Cradle,kreid’l, subst. wieg, bakermat, kindsheid, net (of filet) in een spoorwagon, spalk,zwachtel, graveerstift, zeisboog; toestel bij ’t redden van schipbreukelingen; goudwaschmachine;Cradleverb. wiegen, tot bedaren brengen, bakeren, maaien (van koren), in eene wieg liggen, in de wieg leggen:I have known himfrom the (his) cradle= van zijne geboorte, van kindsbeen af;Cradled ininnocence= in onschuld;Cradle-clothes= luren;Cradling= ribben van een gewelfde zoldering.
Craft,krâft, kunstvaardigheid, sluwheid; beroep, ambacht, kunstnijverheid; vaartuig:The Craft= de vrijmetselarij;Small craft= kleine vaartuigen van allerlei soort;Craft-guild= handwerksgilde;Craftsman= bekwaam handwerksman;Craftsmanship= het werk (beroep) van eencraftsman;Craftsmaster= meester (in zijn vak);Craftiness= subst. v.Crafty= listig, sluw.
Crag,krag, ruwe rotst(punt), klip;Crag-and-tail= rots, steil aan de eene zijde, en langzaam af hellend aan de andere;Cragged(=Craggy) = rotsig, oneffen, stroef (van gelaatstrekken b.v.); subst.Craggedness=Cragginess.
Craigenputtock,kreig’npɐtək.
Crake.ZieCorn-crake.
Cram,kram, subst. ingepompte kennis, leugen;Cramverb. volstoppen, inproppen, inpompen, gretig eten;Cram-jam= propvol;Crammer= leugen.
Crambo,krambou:Dumb crambo= spel, waarin het te raden rijmwoord slechts door gebaren mag worden aangewezen.
Cramp,kramp, subst. kramp, pijnlijke trekking; kram of klemhaak; dwang, belemmering; adj. moeilijk, lastig;Crampverb. krampachtig vertrekken; trekken, neerdrukken, beperken, achteruitgaan (van de wielen van een wagen), klampen, krammen:Cramped for room= te weinig ruimte hebbende, in enge ruimte besloten;Thatcrampedme for two months= daardoor moest ik krom liggen, mij behelpen;Acrampedand scrawlinghand= stijve en slordige;They labourcramped up= in kromme houding;Thecrampinginfluences of poverty= neerdrukkende;Cramp-fish= sidderoog;Cramp-iron= klemhaak, anker;Crampon= kanthaak, klimijzer, ijsspoor =Crampoon,krampûn.
Cranberry,kranberi, soort v. veenbes, roode boschbes.
Cranage,kreinidž, kraangeld;Crane,krein, subst. kraanvogel; kraan; hevel;Cranageverb. den nek uitrekken, voorzichtig uitkijken;Cranage-fly= soort mug;Cranage’s-bill= ooievaarsbek, reigersbek; soort van tang (chirurgie).
Cranial,kreinj’l, schedel..;Craniology,kreiniolədži, schedelleer;Cranioscopy,kreinioskəpi, schedelonderzoek;Cranium,kreinj’m, schedel.
Crank,kraŋk, subst. kruk, slinger, handvat; draai, verdraaiing, gril, dwaas, iemand met een stokpaardje; adj. rank, wrak, verdraaid, zwak, gek, levendig, lustig;Crankverb. kronkelen, zigzagsgewijze snijden: He wasmuch of a crank abouthis discovery= erg mal, dwaas met;Crankiness= grilligheid, enz.;Crankle, subst. kronkel;Crankleverb. draaien, kronkelen;Crankles= hoekige uitsteeksels;Crankness= verdraaidheid, rankheid;Cranky= dwars; kronkelend; geestig, dol; waggelend, wrak, rank.
Crannied,kranid, gespleten, gebarsten;Cranny,krani, scheur, spleet, geheime verblijfplaats.
Crape,kreip, subst. krip;Crapeverb. krullen.
Crapnel,krapn’l, dreg, haak.
Crapulence,krapjulens, overlading, dronkenschap, katterigheid; adj. Crapulent.
Crash,kraš, gekraak, geraas, gedrang, krach (=algemeen failliet); grof linnen;Crashverb.[121]krassen, ineenstorten met gekraak, vermorzelen:Crasheson the doors were heard= geklop en gestomp op de deuren;Togo crash= failliet gaan.
Crass,kras, grof, dik, lomp:Crass ignorance= kolossale domheid; subst.Crassness.
Crassamentum,krasəment’m, (bloed)klomp, bloedkoek.
Crate,kreit, teenen mand, krat:Cycle crate.
Crater,kreitə, krater;Crateriform,krəteriföm= kratervormig;Craterlet= kleine krater.
Craunch,krônš,krânš=Crunch.
Cravat,krəvat, (stijve) das.
Crave,kreiv, smeeken, verzoeken, eischen:I crave your indulgence= roep in;Acraving afterher child= vurig verlangen.
Craven,kreiv’n, subst. lafaard; adj. lafhartig;Cravenverb. bang maken.
Craw,krô, krop.
Crawfish,krôfiš,Crayfish, rivierkreeft; overlooper;Crawfishverb. ontrouw worden (Amer.).
Crawl,krôl, subst. schildpadvijver, vischweer;Crawlverb. kruipen (To crawl on hands and knees), krieuwelen, wemelen (with);Crawler= vigelante, die langzaam rijdend op een vrachtje wacht;Crawlers= ongedierte.
Crayfish,kreifiš, rivierkreeft; zeekreeft (langouste).
Crayon,kreiən, subst. teekenkrijt, pastelteekening;Crayonverb. schetsen, metcrayonteekenen:Portrait painterin crayons.
Craze,kreiz, subst. barst; manie, rage, dwaze hartstocht;Crazeverb. afsplinteren, barsten; breken, kneuzen, het verstand krenken;Craziness= dwaasheid, dolheid;Crazing-mill= molen om tinerts te verbrijzelen =Craze-mill;Crazy= gebroken, oud, zwak, verpletterend; gek.
Creak,krîk, subst. gekras;Creakverb. kraken, krassen:Creaking doors (hinges) last longest= krakende wagens loopen het langst.
Cream,krîm, subst. room, vlies, bovenste laag, bloem, fine fleur, decrême;Creamverb. afroomen, room voegen bij, zich met room bedekken; vergruizelen:Cream and roses= melk en bloed (fig.);Cream-cake(-tart)= roomtaartje;Cream-cheese;Cream-colour(ed);Cream-faced= bleek, laf;Cream-laid paper= geel geribd schrijfpapier =Cream-wove paper;Creamery= roomhuis; zuivelfabriek;Creamy= vol room, vettig; uitgelezen:Soap-suds isa creamy mess= een vettig goedje.
Crease,krîs, subst. vouw, ezelsoor, streep; kris;Creaseverb. kreuken, vouwen;Creasy= geplooid, gerimpeld:The child’screasy arms= mollige armpjes, met plooien erin.
Create,krieit, adj. voortgebracht;Createverb. scheppen, voortbrengen, benoemen, maken;Creation,krieiš’n, het scheppen, de schepping, wereld, heelal, aanstelling, benoeming;Creative,krieitiv, scheppend:A creative genius= scheppend genie; subst.Creativeness;Creator,krieitə, Schepper, voortbrenger; vrouwl.Creatress;Creature,krîtšə, subst. schepsel, beest; kreatuur in ongunstigen zin; hartsterking; paard (Am.); adj. tot het lichaam behoorende:A silly creature= een sul;He despises allcreature comforts= hij geeft niets om de dingen, die den mensch aangenaam zijn;He was filled withcreature comforts= hij kreeg (had) wat zijn buikje maar begeerde.
Credence,krîd’ns, subst. geloof, vertrouwen; credens-tafel:Letter of Credence= geloofsbrief;Credent= geloofwaardig, lichtgeloovig;Credential,kridenš’l, geloofs..:Credentials= geloofsbrieven, aanbevelingen.
Credenda,kridendə, de te gelooven waarheden (tegenoverAgenda= de te vervullen plichten).
Credibility,kredibiliti, geloofwaardigheid; adj.Credible,kredib’l.
Credit,kredit, subst. vertrouwen, geloof, goede naam, autoriteit, aanzien, achting, crediet, creditzijde;Creditverb. gelooven, vertrouwen, tot eer strekken, crediteeren:Bills of Credit= schatkistbiljetten;Letter of credit= credietbrief;Thatdoes you credit= strekt je tot eer;Theygave us credit forfighting most gallantly = gaven ons de eer;Give him credit fora clever fellow= geloof maar gerust, dat hij is;Togrant (lodge, open) a credit= (een) krediet geven, openen;Itake credit fornothing but my books= ik betaal alles contant behalve mijne boeken;Hetakes credit tothe liberal party for the reforms during the past fifty years= hij geeft de … de eer van de hervormingen der laatste 50 jaren:Hetook great credit tohimself for it= hij rekende het zich als eene groote verdienste aan;There are a hundred poundsto your credit at the bank;I carrythatto your credit= dat zet ik op uw credit;I am credited witha good appetite= ik heb den naam van …;Creditability= aanzien, soliditeit;Creditable= eervol, fatsoenlijk, solide;Creditor= schuldeischer:Creditor in trust= curator (van een faillieten boedel, die mede-crediteur is);Creditress,Creditrix= schuldeischeres.
Credulity,kridjûliti, lichtgeloovigheid;Credulous,kredjulɐs, lichtgeloovig; subst.Credulousness.
Creed,krîd, geloof(sbelijdenis).
Creek,krîk, kreek, inham, bocht, riviertje (Am.);Creeky= bochtig.
Creel,krîl, teenen mand (vooral van visschers).
Creep,krîp, kruipen, krieuwelen, sluipen, zich slaafs gedragen, laag vleien, dreggen (for a drowned man):My flesh began to creep= ik kreeg kippenvel =I crept all over=Itgave me the creeps;Creeps and horrors= akeligheden;Creep-hole= sluipgat, uitvlucht;Creep-mouse= kinderspelletje (soort van verstoppertje);Creeper= kruiper, kruipend dier, kruipende plant, boomkruiper; dreg, ijsspoor;Creepiness= griezeligheid; adj.Creepy:Acreepy tale,story.
Creese,krîs, kris.
Creighton,kreit’n.
Cremate,krimeit,krîmeit, verbranden;Cremation,krimeiš’n, lijkverbranding;Cremator=Crematory,kremətori,krîmətori, crematorium.
Cremona,krimounə, (Cremona) viool.
Crenate(d),krîneit(id), gekerfd, getand;CrenatureofCrenature= tand; gekerfdheid, getandheid.[122]
Crenel,krenəl, schietgat, kanteel;Crenel(l)ated= van schietgaten voorzien.
Crenulate(d),krenjuleit(id)= fijn getand.
Creole,krîoul, Creool(sche).
Creosote,krîəsout, creosoot;Creosoteverb. creosoteeren.
Crepitate,krepiteit, knarsen, knetteren; subst.Crepitation.
Crepon,krep’n, soort van krip.
Crept,krept, Imp. en P.P. vanto creep.
Crepuscular,kripɐskjûlə, schemerend, schemer.., avond …
Crescent,kres’nt, subst. wassende maan, Turksche vlag, de Porte; eene halfcirkelvormige rij huizen; adj. toenemend, halvemaanvormig (= Crescentic);Crescentverb. tot eenCrescentvormen.
Cress,kres:Garden cress= tuinkers;Water-cress= witte waterkers.
Cresset,kresət, groot bakenlicht, toorts of flambouw; meteoor.
Crest,krest, subst. kam, kuif, manen, helmpluim of -teeken, wapen, kroon, kruin, trots, hoogmoed;Crestverb. van een kam of pluim voorzien, kuiven, den top bereiken:Crested= gekuifd, etc:Crestedlark= kuifleeuwerik;Crestedspoons= met wapen of insigne;He lookedCrest-fallen= hij zag er moedeloos, terneergeslagen uit;Crestless= zonder kuif (wapen).
Creswick,kresik.
Cretan,krîtən, Cretenzer; ook adj.;Crete,krît, Creta.
Cretin,krîtin, cretin, idioot;Cretinism.
Cretism,krîtizm, leugen (Vergel. Tit. I, 12).
Crevasse,krəvas, scheur, spleet, doorbraak (Amer.).
Crevet,krevət, smeltkroes (van goudsmeden).
Crevice,krevis, subst. scheur, spleet;Creviced= gescheurd, enz.
Crew,krû, menigte, troep, scheepsbemanning; gespuis, zootje.
Crewel,krûəl, soort borduurwol.
Crib,krib, subst. etenskribbe, stal (voor ossen), hut, woning, kinderkribbe, plaats, betrekking, zoutvaatje, (letter)dieverij, woordelijke vertaling (van een Latijnsch of Grieksch schrijver);Cribverb. beperken, opsluiten, (ont)stelen, ter sluiks nemen, letterkundigen diefstal plegen, overpennen, opgesloten worden;Crib-biter= kribbebijter; grompot;Cribbed, cabined and confined= in eene enge ruimte opgesloten.
Cribbage,kribidž, een kaartspel;Cribbage-board.
Cribble,krib’l, subst. groote zeef; grof meel; adj. grof;Cribbleverb. ziften;Cribration,kribreiš’n, het ziften.
Crichton,kraitən,kritən.
Crick,krik, subst. kramp, pijn;Crickverb. pijn krijgen:Crick in the back= spit;Crick in the neck= stijve nek;He cricked his neckwith gazing upon the pictures.
Cricket,krikit, subst. cricket; huiskrekel, zwarte veldkrekel, voetbankje;Cricketverb. cricketen;Cricket-ground= cricketveld;Cricket-match= cricketwedstrijd;Cricketer= cricketspeler.
Cricoid,kraikôid, ringvormig; subst. =Cricoid cartilage= ringvormig kraakbeen.
Crier,kraiə, schreeuwer, omroeper (=Town-crier).
Crikey,kraiki, heeremijntijd.
Crim-con.,krimkon, overspel (verkorting vanCriminal conversation).
Crime,kraim, misdaad;Criminal,krimin’l, subst. misdadiger, schuldige, veroordeelde; adj. misdadig, schuldig, strafrechterlijk:Crime-lawyer=Criminalist,kriminəlist, criminalist;Criminality,kriminaliti, strafbaarheid, criminaliteit;Criminate,krimineit, van misdaad beschuldigen, in eene misdaad betrekken;Crimination,krimineiš’n, aanklacht, betrekking in een misdaad;Criminatory= aanklagend.
Crimea (The),kraimîə, de Krim;Crimean:The Crimean War.
Crimp,krimp, subst. werver, zielverkooper, ronselaar; adj. broos, onstandvastig;Crimpverb. krullen, friseeren, knijpen, grijpen, krimpen (van visch); verlokken, ronselen;Crimping-iron= friseertang;Crimple= samentrekken, doen krimpen of krullen.
Crimson,krimz’n, subst. karmozijn; adj. donkerrood;Crimsonverb. donkerrood kleuren, verven, blozen;Crimson-warm= roodgloeiend.
Crincum-crancum,kriŋk’m-kraŋk’m, krom, zigzag; subst. zigzag, dingsigheidje.
Cringe,krinž, subst. onderdanige buiging, lage vleierij;Cringeverb. kruipen, vleien;Cringer= kruiper.
Cringle,kriŋg’l, kous, (blok)beslag (zeetermen).
Crinkle,kriŋk’l, subst. vouw, kronkel, kronkeling;Crinkleverb. kronkelen, frommelen:Hecrinkled the news-paper.
Crinkum-Crankum=Crincum-Crancum.
Crinoline,krinəl(a)in, crinoline, paardenhaar:A crinoline hat= hoed van paardenhaar.
Cripple,krip’l, subst. kreupele; adj. kreupel;Crippleverb. kreupel maken, verlammen, verminken, buiten gevecht stellen.
Cripplings,kripliŋz, schoorbalken.
Crisis,kraisis(Meerv.Crises,kraisîz), crisis, beslissend oogenblik.
Crisp,krisp, adj. kroes, knetterend, brokkelig, broos, flink, frisch, helder, levendig, krachtig;Crispverb. krullen, rimpelen, broos maken:Crisp-almonds= gebrande;Crisp style= levendige;Crisping-iron= frizeerijzer.
Crispin,krispin, Crispinus, schoenmaker:St Crispin’sDay= 25 October.
Criss-cross,kriskros, subst. kruisje, gekriskras; adj. en adv. verward, kriskras:Criss-cross row= het alphabet.
Criterion,kraitîriən, kenmerk, maatstaf.
Critic,kritik, beoordeelaar, criticus, bediller;Critical= kritisch, onderscheidend, oordeelkundig, streng, bedillerig, bedenkelijk, hachelijk; subst.Criticalness;Criticaster= muggenzifter;Criticism= kritiek;Criticize,kritisaiz, recenseeren, beoordeelen, hekelen;Critique,kritîk=Criticism.
Croak,krouk, subst. gekras, gekwaak;Croakverb. krassen, morren, kwaken, kwaad voorspellen, sterven:Hecroaked forthhis lesson= dreunde zijne les op;Croaker= ongeluksprofeet;Croaking-lizard= gecko van Jamaica.
Croat,krouət, Croaat;Croatia(n),krəeišə(n), Croatië(r).
Crochet,kroušei, subst. haakwerk;Crochetverb. haken;Crochet-hook= haaknaald.
Crock,krok, subst. aarden kan of pot, roet[123](daaraan verzameld); vilderspaard;Crockverb. met roet zwart maken, in een pot doen, zwart of vuil afgeven;Crockery= aardewerk.
Crocodile,krokədail, subst. krokodil; meisjeskostschool op de wandeling, twee aan twee; sophisme; adj. krokodilachtig, huichelachtig:Crocodile tears= krokodillentranen;Crocodilian= krokodilachtig, valsch; subst. krokodil;Crocodility= sophisme.
Crocus,kroukəs, krokus; adj. saffraangeel.
Croesus,krîsəs.
Croft,kroft, klein stuk wei- of bouwland by een boerenplaatsje;Crofter= keuterboertje.
Croma,kroumə, ⅛ noot (muziek).
Cromarty,kroməti;Cromer,kroumə.
Cromlech,kromlek, een groote platte tafelsteen op andere steenen steunend, gevonden in Keltische landen, òf graf òf Druïdenaltaar.
Cromwell,kromwel,krɐmwel.
Crone,kroun, oud wijf; oud schaap.
Cronenburg,kroun’nbɐ̂g;Cronstadt,kronstat, Kroonstad.
Crony,krouni, boezemvriend.
Croodle,krûd’l, neerhurken; huiveren; flikflooien,
Crook,kruk, subst. bocht, kromte, onaangenaamheid (That wasthe only crook in my lot); herdersstaf, bisschopsstaf, hanepoot (in ’t schrijven), ketelhaak, kunstgreep; oplichter, dief;Crookverb. buigen, krommen, uit den rechten stand brengen, krom zijn:By hook or by crook= op de een of andere manier, door eerlijke of oneerlijke middelen;Crooked= gebogen, gedraaid, scheef, slecht:Togo crooked= den slechten weg opgaan;Cross questions andcrooked answers= protocollen;Crooked-pated= stijfkoppig;Crooked-stick= dwarse kerel, norsche vent; subst.Crookedness.
Croon,krûn, subst. gekreun, geneurie;Croonverb. jammeren, kreunen, neuriën.
Crop,krop, subst. krop, oogst, kort afgesneden haar (staart), jachtzweep; erts, een heele huid;Cropverb. afsnijden, afvreten, maaien, oogsten, (vroegtijdig) plukken, verbouwen, oogst geven, aan de oppervlakte komen, te voorschijn komen (out):Neck and crop= geheel en al, volkomen;The cows werecropping the grass= vraten af;I mustget cropped= mijn haar laten knippen;It hascropped out= is aan het licht gekomen;Such subjects arecropping upnowadays= doen zich voor;Crop-ear= paard met korte ooren;Crop-haired= met kort haar;Crop-sick= ziek door overvoeren;Cropper= kropduif, kropper:Hecame (down) a cropper= hij schoot of viel over den kop (van het paard, van een rijwiel, etc.);Croppy= iemand met afgesneden ooren; gevangene; Iersch oproerling in 1798.
Croquet,kroukei, subst. croquetspel;Croquetverb. croquetten.
Crore,krö, een millioen pond sterling (= honderd lacs = 10.000.000 ropijen).
Crosier,kroužə, bisschopsstaf.
Croslet,kroslət=Crosslet.
Cross,kros,krôs, subst. kruis, in de volgende drie vormen: †, T, ✕ (ookfig.), het lijden van Christus, de Christelijke godsdienst, wederwaardigheid, tusschending, kruising, gekruist ras;adj.en adv. wederkeerig, dwars, verkeerd, tegengesteld, onhandelbaar, knorrig;Crossverb. kruisen, oversteken, overzetten, een kruis slaan, dwarsboomen, tegengaan, doorhalen, dwars liggen, elkaar kruisen:He isa cross betweena Scandinavian and a Dutchman;St. Andrew’s cross= ✕ (wit op blauw);St. George’s cross= + (rood op wit);St. Patrick’s cross= ✕ (rood op wit);Cross and pile= kruis of munt;Ascross as two sticks= erg uit zijn humeur;On the cross= onbillijk;Itcrossed my mind= het kwam bij mij op;Tocross swords with= het zwaard kruisen met;When do youcross tothe continent= wanneer gaat gij de zee over?Acrossed cheque= een cheque met twee evenwijdige lijnen op de vóórzijde, alléén verhandelbaar bij een bankier;Cross-acceptance (-accommodation)= wisselruiterij;Cross-armed= met de armen over elkander;Cross-arrow= pijl van een voet- of handboog;Cross-aisle= zijbeuk;Cross-bar= dwarshout, dwarslat;Cross-bar-shot,krosbâšot, stangkogel;Cross-bones= gekruiste beenderen als zinnebeeld van den dood;Cross-bow= voet- of handboog;Cross-bowman;Cross-bred= gekruist;Cross-breed= gekruist ras;Cross-bun= krentenbroodje of gebakje met een kruis erop (op Goeden Vrijdag gegeten);Cross-circuiting= kortsluiting;Cross-country= dwars over ’t land, over heg en steg;Cross-cut, subst. kruishouw, korte weg;Cross-cutverb. dwars doorsnijden;Cross-examination= kruisverhoor;Cross-examine= ondervragen van een getuige door den advocaat der tegenpartij;Cross-eyed= scheel;Cross-grained= tegen den draad in, lastig, onhandelbaar, dwars;Cross-hatching= arceeren, schaduwen;Cross-head= juk, groot gedrukte beginwoorden van eene annonce;Cross-legged= met de beenen over elkander;Cross-over= omslagdoek, waarvan de einden gekruist over elkander loopen;Cross-patch,Cross-pate= dwarskop;Cross-purpose,krospɐ̂pəs, tegenstrijdig doel of plan, streep door de rekening, misverstand:To beat cross-purposes= tegen elkander in zijn of werken, elkaar misverstaan;Cross-question= (Cross-examine);Cross-questions= vraag en antwoordspel;Cross-reference= verwijzing over en weer;Cross-road= dwarsweg;Cross-river traffic= ’t verkeer over een rivier;Cross-row(Zie Criss-cross-row);Cross-spider= kruisspin;Cross-tie= dwarsligger (van den spoorweg);Cross-wind= tegenwind, zijwind;Cross-wort= kruisbladig walstroo;Crossing= kruising, overweg (Level crossing= kruising gelijkvloers), plaats om over te steken;Crossings= hindernis, tegenstand, tegenstrubbeling;Crossing-sweeper= schoonhouder van den overgang, straatveger;Crosslet= kruisje;Crossness= onwilligheid, baloorigheid, humeurigheid;Crosswise= kruiselings.
Crotch,krotš, haak, gaffel, bifurcatie;Crotchet,krotšət, subst. haakje, kwartnoot,[124]eigenaardigheid, gril, stokpaardje:A crotch antimacassar= gehaakt;Crotch-mongerofCrotcheteer= grillig mensch;Crotchiness= subst. vanCrotchy= zonderling, eigenzinnig, nukkig.
Crouch,krautš, zich laag bukken, kruipen, laag vleien;Crouched-friars,krautšədfraiəz, kruisbroeders of kruisheeren.
Croup,krûp, kroep, kruis, romp, stuit.
Croapade,krupeid, boogsprong.
Croupier,krûpjə,krupîə, croupier; ondervoorzitter bij een diner (zittende tegenover den voorzitter).
Crout,kraut, ingemaakte kool.
Crow,krou, subst. kraai, gekraai; koevoet; darmscheel;Crowverb. kraaien, bluffen, snoeven, triumpheeren:Topluck (pull) a crow= over kleinigheden twisten;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;The distance isfive miles as the crow flies= in eene rechte lijn;When the black crows fly,then comes the sick man’s chance= als de dokter het opgeeft;He shall notcrow it over me= hij zal mij niet overbluffen, de baas zijn;Crow-bar= koevoet, breekijzer;Crow-flower= koekoeksbloem;Crow-foot= ranonkel; hanepoot, voetangel;Crow-keeper= vogelverschrikker;Crow-mill= kraaienknip;Crow’s bill= kogeltang (Chir.);Crow’s feet= rimpels om de oogen (bij oude menschen; ookCrowsfeet);Crow’s nest= kraaiennest, een vat (aan den mast van een walvischvaarder), waarin de uitkijk zit.
Crowd,kraud, subst. menigte, troep, gepeupel;Crowdverb. dringen, duwen, overmatig vullen, volproppen, aandringen, wemelen:Tocrowd sail (all sails), steam= alle zeilen, alle stoom bijzetten;The room wascrowded withpeople, andI got crowded intoa corner= was stampvol…ik werd gedrongen;My articlegot crowded out= kon door gebrek aan ruimte niet geplaatst worden.
Crowe,krou;Crowland,krouland.
Crown,kraun, subst. kroon, koningsmacht, toppunt, belooning, eer, pracht, kruin, bol (van een hoed), geldstuk van 5 sh., voltooiing, formaat v. schrijfpapier (15 × 20 inches);Crownverb. kronen, eeren, sieren, loonen, voltooien, dam maken:Crown imperial= keizerskroon;Crown-lands= staatsdomeinen;Crown office=afdeelingvoor crimineele zaken van deQueen’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;The word glared at me incrown postersfromeveryhoarding= het woord staarde mij aan uit groote aanplakbiljetten van elke schutting;Crown-prince;Crowningadj. bekronend, hoogste.
Crucial,krûš’l, kruisgewijze, kruis—, streng, hard, kritiek, beslissend:At the crucial moment;Cruciate= kruisvormig, kruis—;Cruciation= kruisvorm.
Crucible,krûsib’l, smeltkroes, kritiek oogenblik, vuurproef.
Crucifer,krûsifə, kruisdrager;Cruciferae,krusifərî, kruisbloemigen;Cruciferous= kruisbloemig.
Crucifix,krûsifiks, kruisbeeld;Crucifixion= kruisiging;Crucify,krûsifai, kruisigen, pijnigen.
Crude,krûd, ruw, onbereid, onrijp, slecht harmonieerend (van kleuren); subst.Crudeness=Crudity= het onverteerde.
Cruel,krûəl, wreed, ongevoelig, hardvochtig, verschrikkelijk, bloedig; subst.Cruelty.
Cruet,krûət, fleschje voor olie of azijn; ampulla (Kath.);Cruet-stand= olie- en azijnstelletje.
Cruikshank,krukšaŋk.
Cruise,krûz, kruistocht, zwerftocht;Cruiseverb. kruisen;Cruiser= kruiser.
Cruller,krɐlə, knijpkoekje (Amer.).
Crumb,krɐm, subst. kruimel, het zachte deel van brood, kruim;Crumbverb. kruimelen, paneeren;Crumb-brush= tafelschuier;Crumb-cloth= morskleed;Crumble,krɐmb’l, afbrokkelen, paneeren, langzaam achteruitgaan;Crummy= kruimig, vleezig, vuil; sierlijk (Amer.), kruimelig.
Crumpet,krɐmpət, los gebak bij de thee; “bol”:He isbalmy on the crumpet= ’t schort hem in den “bol”.
Crumple,krɐmp’l, kreukelen, fronsen, krommen:He lookedcrumpled= zag er moedeloos uit;His will wascrumpledwithin hers= ondergeschikt aan.
Crunch,krɐnš, kraken, knarsen, kauwen; ook subst.
Cruor,krûö,krûə, bloedkoek;Cruorin(e)= roode bloeddeeltjes.
Crupper,krɐpə, subst. kruis, staartriem;Crupperverb. den staartriem aandoen.
Crusade,kruseid, subst. kruistocht (ookfig.);Crusadeverb. een kruistocht ondernemen;Crusader= kruisvaarder.
Cruse,krûs,krûz, kroes:Hespilt his mother’s cruse= hij maakte het spaarpotje (spaarpenningen)… op;Cruset,krûsət, smeltkroes.
Crush,krɐš, subst. (groot) gedrang, schok, verplettering; groote avondpartij;Crushverb. verpletteren, vernietigen, samendrukken, persen, verfrommelen; samengedrukt worden:Wecrushed a cup (pot)= knapten eene flesch;He wascrushed= verbouwereerd, overdùveld;Crush-hat= slappe hoed (Amer.); klak;Crush-room= foyer;Crusher= kalkmolen, iets vernietigends; prachtexemplaar; politieagent:My fate isa crusher= mijn lot is vernietigend hard.
Crusoe,krûsou.
Crust,krɐst, subst. korst, aardkorst, schaal, wijnaanzetsel (in de flesch), ketelsteen;Crustverb. met eene korst bedekken, een korst vormen;Crusted= oud, met eene korst:Crusted with prejudice= vol vooroordeelen;Crusted manners= stijve manieren;Crustiness= korstigheid, knorrigheid; adj.Crusty.
Crustacea,krɐsteišə, schaaldieren;Crustacean= tot de schaaldieren behoorend; subst. schaaldier;Crustaceous= als eene schelp, hard en broos, schaaldier - -;Crustate(d)= omkorst;Crustation= korstvorming.
Crutch,krɐtš, subst. kruk;Crutchverb. steunen (met eene kruk):He wascrutching himselfslowly about the house;Crutched= op krukken steunend.
Crux,krɐks, kruis, harde noot, groote moeilijkheid, niet te verklaren plaats (meerv.Cruces,krûsîz).[125]
Cry,krai, subst. kreet, roep, geschreeuw, geween, gehuil, omroeping, straatroep, gerucht, aanslaan, geblaf, leus; troep;Cryverb. schreeuwen, huilen, schreien, weenen, roepen, janken, blaffen, aanslaan, gillen, omroepen:It is a far cryfrom the fifteenth to the nineteenth century= een heele sprong;It is more cry than wool=A great cry and little wool= veel geschreeuw en weinig wol;The dogs werein full cry= blaften luide bij de vervolging van het wild;Hecried mercy= om genade;Tocry shame upon= uitvaren over (tegen);Theycried downthe other party’s merits andcried uptheir own= zij braken … af, en verhieven hunne eigene hoog;Hecried offin time= hij gaf het bijtijds op, had er genoeg van;Tocry out against= protesteeren tegen;Crying, subst. geschreeuw, gejammer, gehuil; adj. hemeltergend, grienerig:I amthe crying oneof the family= de huilebalk;Cryish(ness)= grienerig(heid).
Crypt,kript, onderaardsche gewelfde kapel, grafkelder;Cryptic(al),kriptik(’l), geheim, verborgen.
Cryptogamia,kriptəgeimjə,kriptəgamjə, cryptogamen; adj.Cryptogamic=Cryptogamous;Cryptogamy= cryptogamie;Cryptography= geheimschrift;Cryptology= geheime taal.
Crystal,krist’l, kristal; adj. kristallen, kristalhelder;Chrystalline,kristəl(a)in, kristalachtig, helder doorschijnend:Crystalline lens= kristallens;Chrystallization= kristallisatie;Chrystallize= kristalliseeren (laten);Chrystallography= kristallographie;Chrystalloid= kristalachtig; kristalloide.
Ctenoid,tenôid, kamvormig, scherp gepunt:Ctenoid-scales.
Cub,kɐb, subst. jong, welp; lobbes, blaag, bengel;Cubverb. jongen werpen, opsluiten;Cub-hunting= jacht op jonge vossen.
Cuba,kjûbə, Cuba (sigaar);Cuban= uit Cuba, bewoner van Cuba.
Cubature,kjûbətjuə, inhoudsmeting.
Cubby,kɐbi, eng, beperkt;Cubby-hole= kleine ruimte, huisje.
Cube,kjûb, subst. kubus, dobbelsteen, teerling, derdemacht;Cubeverb. tot de derdemacht verheffen;Cube-root= kubiekwortel;Cubic equation= derdemachtsvergelijking.
Cubicle,kjûbik’l, slaapvertrek.
Cubit,kjûbit, voorarm, ellepijp, voorarmslengte (±46c.M.);Cubit-arm= arm, bij den elleboog afgesneden;Cubital= onderarms—; eencubitlang; kussen.
Cucaine,kûkə-in, cocaïne.
Cucking-stool,kɐkiŋstûl, duikstoel (een oud strafwerktuig).
Cuckold,kɐkəld, subst. horendrager;Cuckoldverb. horens opzetten (fig.).
Cuckoo,kukû, koekoek, domkop;Cuckooverb. koekoeken;Cuckoo-bud= boterbloempje, dotterbloem;Cuckoo-clock;Cuckoo-flower= koekoeksbloem, pinksterbloem;Cuckoo-spit(tle)= koekoeksspog.
Cucullate(d),kjûkəleit(id),kjukɐleit(id), van eene kap voorzien, kapvormig.
Cucumber,kjûkɐmbə, komkommer:Cucumber-frame= komkommerbed;Cucumber-slicer= komkommerschaaf.
Cucurbit,kjukɐ̂bit, distilleerkolf; laatkop; pompoen.
Cud,kɐd, het ter herkauwing in den mond teruggebrachte voedsel; tabakspruim:To chew the cud= over iets peinzen, herkauwen.
Cuddle,kɐd’l, warm, lekker liggen, warm instoppen, omhelzen, liefkoozen, pakken; subst. liefkoozing, omhelzing:I cuddled the fiddle under my chin= vlijde;Cuddlesome,Cuddly= aanhalig.
Cuddy,kɐdi, kajuit, roef, kombuis:The cook’s cuddy;Cuddy-table= gemeenschappelijke tafel aan boord.
Cudgel,kɐdž’l, subst. knuppel, stok;Cudgelverb. knuppelen, afrossen:Let uscross the cudgels= den strijd eindigen;I’lltake up the cudgelsfor you, in your behalf (favour)= het voor u opnemen;I’llcudgel my brainsno more about it= mijne hersens niet langer mee plagen;He iscudgel-proof= hij kan tegen een stootje, is niet gauw bang.
Cue,kjû, einde of staart, slagwoord (tooneel), vingerwijzing, wenk, luim, humeur; queue (biljart):My uncle was notin good cue= had geen goede bui;It was not his cue to= zijn zaak niet;Shefound her cuein a moment= wist dadelijk te antwoorden;Togive a person his cue= een wenk geven;Totake the cue from a person= hem tot richtsnoer nemen.
Cuff,kɐf, subst. vuistslag, slag; opslag (van eene mouw), losse manchet;Cuffverb. met de vuist, de klauwen of de vleugels slaan, vechten.
Cuirass,kwiras,kwîrəs,kjûrəs,kuras, borstharnas;Cuirassier,kwirəsîə,kjûrəsîə, kurassier.
Cuish,Cuisse,kwiš, dijstuk (harnas).
Culdees,kɐldîz,kɐldîz, monniken (van de 9e tot de 15e eeuw) in Schotland, Ierland en Wales.
Culex,kjûleks, steekmug.
Culinary,kjûlinəri, tot keuken of kookkunst behoorende.
Cull,kɐl, plukken, uitzoeken; sukkel, vent;Culler= uitzoeker;Cullings= uitschot.
Cullender,kɐl’ndə. ZieColander.
Cullion,kɐlj’n, schurk;Cullions= standelkruid.
Cullis,kɐlis, bouillon; dakgoot.
Culloden,kəloud’n.
Cully,kɐli, subst. sukkel; kameraad;Cullyverb. foppen, beetnemen.
Culm,kɐlm, halm, stengel; hooi, stroo; kolengruis.
Culminate,kɐlmineit, culmineeren, het toppunt bereiken;Culmination= culminatie, hoogste punt.
Culpability,kɐlpəbiliti, strafbaarheid, schuldigheid; adj.Culpable;Culpableness=Culpability.
Culprit,kɐlprit, schuldige, beschuldigde.
Cult,kɐlt, eeredienst, cultus.
Cultiv(at)able,kɐltiv(eit)əb’l, bebouwbaar;Cultivate,kɐltiveit, verbouwen, bebouwen, koesteren, veredelen, beschaven, aankweeken; zoeken; subst.Cultivation= cultuur, etc.;Cultivator= bebouwer, aankweeker; cultivator (landbouwwerktuig).[126]
Cultrate(d),kɐltreit(id), mesvormig =Cultriform.
Culture,kɐltšə, subst. cultuur, zieCultivation;Cultured= beschaafd, ontwikkeld.
Culver,kɐlvə, duif; ook = Culverin;Culver-tail= zwaluwstaart.
Culverin,kɐlv’rin, veldslang (kanon uit de 16de en 17de eeuw).
Culvert,kɐlvət, verwulfd riool.
Cumber,kɐmbə, kwellen, een last zijn voor, belemmeren; ook subst.;Cumber-world= sta-in-den-weg;Cumbersome= lastig, vervelend, hinderlijk, veel plaats innemend; subst.Cumbersomeness;Cumbrous= zwaar, plomp; subst.Cumberness.
Cumin,kɐmin, komijn.
Cumulative,kjûmjulətiv, ophoopend, versneld:Cumulative voting= stemming, waarbij een stemgerechtigde al zijne stemmen aan één candidaat geeft; dit is eenCumulative vote.
Cumulus,kjûmjulɐs, stapelwolk, hoop.
Cunabula,kjunabjulə, incunabelen, vóór 1500 gedrukte boeken.
Cunard,kunâd.
Cuneate(d),kjûnieit(id), wigvormig;Cuneiform writing,kjunîfömof [kjûniiföm raitiŋ], keil- of spijkerschrift.
Cunegond,kjûnəgɐnd, Kunegonde.
Cunning,kɐniŋ, subst. ervaring, vaardigheid, slimheid, loosheid, list, bedrog; adj. listig, loos, sluw, handig:As cunning as a weasel= zoo slim als eene rot;Too much cunning undoes= wie te slim wil zijn, komt bedrogen uit;Cunning-man,Cunning-woman= waarzegger, waarzegster.
Cup,kɐp, subst. kop, beker, kroes, kelk, nap, schaal, bowl, drinkgelag;Cupverb. koppen zetten (om bloed af te tappen); inschenken:He isin his cups= hij is dronken;They were quoting poetryover their cups= zij haalden de dichters aan bij hunne drinkgelagen;There is many a slip Betwixt the cup and the lip= Tusschen bekerrand en lippen, Kan u menige kans ontglippen;Claret cup(Champagne cup) = bowl;Cup-and-ball= kinderspel, waarbij een bal in een beker wordt opgevangen;Cup-and-ball joint= kogelgewricht;Cup-bearer= schenker (aan het hof);Cup-board,kɐbəd, subst. kast, huishoudkast, vertrekje, kabinetje;Cup-boardverb. vergaren;Cup-board-love= egoïstische liefde;Cup-gall= soort galappel;Cuprose= gewone klaproos;Cupping-glass= laatkop.
Cupel,kjûp’l,kɐp’l, cupel (Essaai);Cupelverb. cupelleeren; subst.Cupellation.
Cupid,kjûpid, Cupido.
Cupidity,kjupiditi, hebzucht.
Cupola,kjûpələ, koepel.
Cupreous,kjûpriəs, koperachtig, koperkleurig, koperen;Cupriferous, koper …, koperhoudend.