Emerald,emər’ld, smaragd, bep. Eng. drukletter:Emerald green= smaragdgroen;Emerald Isle= Ierland.Emerge,imɐ̂dž, oprijzen uit, zich verheffen, te voorschijn komen, ontstaan; subst.Emergence, ookEmergency= plotselinge verschijning, onverwachte gebeurtenis, moeilijkheid, dringende noodzakelijkheid:In case of emergency= geval van nood;In an emergency= desnoods;Emergency-door= nooddeur;Emergency-loan;Emergency-man= noodhulp, ook bijgeboycotteIersche landheeren;Emergent= opduikend, ontstaand, dringend.Emeritus,imeritɐs, emeritus:Pastor emeritus= emeritus predikant.Emerods,emərodz, aambeien.Emersion,imɐ̂š’n, oprijzing; emersie.Emerson,eməs’n.Emery,eməri, amaril:Emery-paper= schuurpapier;Emery-wheel= slijprad.Emetic,imetik, subst. en adj. braakwekkend (middel):Tartar emetic= braakwijnsteen.Emeu,îmju. ZieEmu.Emigrant,emigr’nt, subst. landverhuizer; ook adj.;Emigrant-ship;Emigrate,emigreit, uit het land verhuizen; subst.Emigration.Emilia,imîljə;Emily,emili.Eminence,eminens, verhevenheid, hoogte, hooge rang, beroemdheid, onderscheiding, eminentie;Eminent= verheven, uitstekend;Eminently= in hooge mate.Emir,imîə,îmə, emir.Emissary,emisəri, subst. (geheime) gezant, bespieder.Emission,imiš’n, uitstraling, uitstrooming, emissie, uitgifte, het bedrag in omloop gebracht;Emissive= uitstralend, uitzendend =Emissory.Emit,imit, uitzenden, uitstralen, (laten) uitstroomen, uiten, uitwerpen, uitgeven, in omloop brengen.Emma,emə;Emmanuel,əmanjuəl.Emmet,emət, mier.Emollient,imolj’nt, subst. en adj. weekmakend, verzachtend (middel).Emolument,imoljument, emolument, nut, voordeel, salaris.Emotion,imouš’n, aandoening, ontroering, gisting;Emotional= ontroerend, gemoeds …Empale,əmpeil, omheinen, met palen omgeven; spietsen.Empan(n)el,əmpan’l, subst. lijst van de gezworenen;Empaleverb. zulk een lijst maken, hen oproepen.Emperil,əmperil=Imperil.Emperor,empərə, keizer:Purple Emperor= pauwenoog (kapel);Emperor paper= grootst formaat teekenpapier, 165 cM. bij 118 cM.Emphasis,emfəsis, nadruk, klem:I wishto emphasizethis fact= den nadruk te leggen op;Emphatic= nadrukkelijk:Emphasis form= de vorm van een bevestigend werkwoord metto do.Empire,empaiə, keizerrijk, rijk, heerschappij, macht:The Empire City= (bijnaam van)New-York;Empire Day= 24 Mei (geboortedag van Koningin Victoria);Empire gown.Empiric,əmpirik, empirisch (=Empirical); subst. empiricus, kwakzalver;Empiricism,əmpirisizm= empirie; kwakzalverij.Employ,əmplôi, subst. bezigheid, beroep, dienst;Employverb. gebruiken, besteden, aanwenden, bezig zijn met:He has many menin his employ= aan ’t werk;Tobe employed= in dienst zijn;He employed himselfactively whilst there= werkte hard;Employable= bruikbaar;Employee=emplôi-î, employé;Employer= werkgever, principaal;Employment= bezigheid, beroep, plaatsing, belegging:Thrown out of employment= werkloos.Emporium,əmpôriəm, handelscentrum, stapelplaats, entrepot, bazaar, magazijn.Empower,əmpauə, machtigen, in staat stellen.Empress,emprəs, keizerin.Emptiness,em(p)tinəs, ledigheid, holheid, waardeloosheid.Empty,em(p)ti, adj. ledig, leeg, hongerig, leegstaand, vergeefsch, ijdel, nutteloos, woest en ledig;Emptyverb. ledigen, uit- of weggieten, leeg worden, zich ontlasten:The room wasempty ofeverything but a lamp= er was niets in de kamer dan;Theempties= alle ledige dingen (zooals bussen, flesschen, zakken, kisten, enz.);He got (they gave him) the empties= den bons;Empty-handed= met leege handen;Empty-headed= onwetend;Empty-hearted= harteloos;Emptyings= droesem van bier, cider, etc.; gist (Amer.).Empurple,əmpɐ̂p’l, purperrood kleuren.Empyreal,əmpiriəl,empirîəl, den hemel betreffend; hemelsch, vurig =Empyrean,empirîən,əmpiriən, subst. hoogste hemel, firmament.Ems,emz.Emu,îmjû, casuaris (Australië);Emu-wren= klein Australisch vogeltje.Emulate,emjuleit, wedijveren met, nastreven:He emulated popularity;Emulation= wedijver, naijver, concurrentie;Emulator= wedijveraar.Emulgent,imɐldž’nt, subst. en adj. afvoerend (middel).Emulous,emjulɐs, wedijverend, naijverig.Emulsion,imɐlš’n, emulsie; amandelmelk;Emulsive= geschikt voor emulsie, verzachtend.Emunctory,imɐŋktəri, afscheidend.Enable,əneib’l, in staat stellen, machtigen.Enact,ənakt, vaststellen, bepalen, tot wet verheffen; voorstellen, spelen, volvoeren:To enact a part= eene rol spelen;Enactment= wetsbekrachtiging, wet, verordening;Enactor= wetgever;Enacture= volbrenging.Enamel,ənam’lsubst. email, glazuur;Enamelverb. emailleeren, glazuren, opsmukken;Enamellar, adj. op email gelijkend, glad, glanzig;Enameller= emailleerder, brandschilder.[170]Enamour,ənamə, verliefd maken, bekoren:Tobe enamoured of= verliefd op.Encamp,ənkamp, (laten) kampeeren; subst.Encampment.Encase,ənkeis, in een koker sluiten, omsluiten:Encased in black silk= gestoken, gedost.Encash,ənkaš, in baar geld uitbetalen (ontvangen), incasseeren.Enceinte,Fr. uitspr., subst. wal, ringmuur; adj. zwanger.Enchafe,əntšeif, sarren, boos maken.Enchain,əntšein, ketenen, boeien;Enchainment= aaneenschakeling.Enchant,əntšânt, bekoren, verrukken, betooveren:Enchanted ring= tooverkring;Enchanter= toovenaar, betooveraar;Enchantment= betoovering;Enchantress= heks, betooverende vrouw.Enchase,əntšeis, zetten (b.v. van juweelen in goud), ciseleeren; drijven, sieren;Enchaser= graveur, ciseleur.Encircle,ənsɐ̂k’l, omringen, omgeven, omarmen, omsluiten.Enclasp,ənklâsp, omvatten, omsluiten.Enclitic,ənklitik(=Enclitical), enklitisch, onafscheidelijk verbonden.Enclose,ənklouz, omgeven, omringen, omheinen, insluiten:The enclosed= bijgaande (ingesloten) stukken;Enclosure= omheining, afsluiting, insluiting.Encomiast,ənkoumiast, lofredenaar;Encomiastic= lovend;Encomium,ənkoumj’m, lof, loftuiting.Encompass,ənkɐmpəs, omringen, omgeven; subst.Encompassment.Encore,âŋkö, verb. bisseeren:To give an encore= biscouplet geven;Encore!= bis!Encounter,ənkauntə, subst. ontmoeting, treffen, gevecht;Encounterverb. (onverwacht) ontmoeten, stooten op, beloopen worden door, het hoofd bieden.Encourage,ənkɐridž, aanmoedigen, steunen; subst.Encouragement;Encourager= begunstiger.Encroach,ənkroutš, inbreuk maken op (on), benadeelen, indringen, inbreuk maken, misbruiken:Heencroached onmy kindness= maakte misbruik van;Encroachment= inbreuk, benadeeling, aanmatiging.Encrust,ənkrɐst, incrusteeren, (zich) omkorsten.Encumber,ənkɐmbə, belemmeren, versperren, nauwer maken, met schulden belasten;Encumbrance= hindernis, last, hypotheek:Married people,no encumbrance= zonder kinderen tot hun last;Encumbrancer= hypotheekhouder.Encyclic(al),əns(a)iklik(’l), subst. rondgaand schrijven, encycliek; adj. rondgaand.Encyclop(a)edia,ənsaikləpîdjə, encyclopedie;Encyclop(a)edian=Encyclopedic(al),ənsaikləpîdik(’l),ənsaikləpedik(’l), encyclopedisch;Encyclopedist,ənsaikləpîdist, encyclopedist (1750–1770 in Frankrijk).End,end, subst. einde, eindje, stukje, besluit, uitslag, dood, grens, oogmerk, doel, resultaat, nut;Endverb. eindigen, ophouden, een einde maken aan, besluiten, voleindigen:Theend justifies the means= het doel heiligt de middelen;Theend is not yet= het einde is niet te voorzien;There’s an end of the matter= daar is de zaak mee uit;At an end= ten einde, uit;At the end= ten slotte;At one’s wit’s (wits’) end= ten einde raad;In the end= bij slot van rekening;No end= vreeselijk, erg, enorm:No end ofa fool (fun, a row, time)= een groote dwaas (veel, hoogloopend, zeer veel);For a fortnighton end= veertien dagen aan één stuk;This train runs 80 mileson end= zonder stoppen;His hairstood on end= was te berge gerezen;To no end= vergeefs;To this end= met dit doel;World without end= van eeuwigheid tot amen;Tocome (draw) to an end= afloopen;He cannotmake both ends meet= hij kan niet rondkomen (vergel.Joindre les deux bouts);Heput an end to it (to himself)= maakte er een einde aan (aan zijn leven);Heroamed to the ends of the earth= zwierf tot de uiterste grenzen der aarde;All’s well that ends well= eind goed, al goed;End-all= slot, einde voorgoed;Ending= einde, uitgang;Endless= eindeloos; subst.Endlessness;Endlong= rechtuit;Endmost= laatst, uiterst;Endways,Endwise= overeind, rechtop, in de lengte.Endanger,əndeinžə, in gevaar brengen, aan schade blootstellen.Endear,əndîə, bemind of dierbaar maken;Endearing, dier, lief:Endearing terms= lieve namen of woorden;Endearment= toegenegenheid, teederheid, bekoring.Endeavour,əndevə, subst. poging, inspanning;Endeavourverb. pogen, trachten.Endecagon,əndekəgon, elfhoek.Endemic,əndemik(=Endemical), subst. endemie, locale ziekte; adj. inheemsch, endemisch.Endirons,endaiənz, standaards waarin het spit draait, of die dienen om de houtblokken te steunen.Endive,endiv, andijvie.Endocardium,endəkâdj’m, binnenste hartvlies;Endocarditis= hartvliesontsteking.Endogamy,əndogəmi, huwelijk onder de leden van denzelfden stam; adj.Endogamous:Endogamous marriage.Endogastritis,endəgastraitis, maagvliesontsteking.Endorse,əndös, endosseeren, in omloop brengen, bevestigen, onderschrijven:These typewriters areendorsed as the best= verklaard de beste te zijn;Endorsee= iemand aan wien een wissel, etc. geëndosseerd is;Endorsement= endossement, giro, bevestiging;Endorser= endossant.Endow,əndau, begiftigen, doteeren;Endower= schenker;Endowment= huwelijksgift, schenking, dotatie; talent, gave.Endue,əndjû, aantrekken, bekleeden met.Endurable,əndjûrəb’l, verdraaglijk;Endurance,əndjûr’ns, duur, voortduring; lijden, lijdzaamheid, geduld, uithoudingsvermogen;Endure,əndjûə, duren; verdragen, dulden, uithouden:He was veryenduring= kon het lang uithouden.Endymion,əndimiən;Eneid,îniid, de Eneïde.[171]Enemy,enəmi, vijand, tegenstander:The Enemy= de Duivel; de tijd;How goes the enemy?= hoe laat is het;The hands of the enemy= wijzers v. d. klok.Energetic(=Energetical),enədžetik, krachtig;Energetics,enədžetiks, de leer van het arbeidsvermogen;Energic(al),ənɐ̂dzik(’l)krachtig, werkzaam;Energize, krachtig werken (handelen), energie verleenen;Energy,enədži, energie, nadruk, beweging:Conservation of energy= de leer van het behoud van het arbeidsvermogen.Enervate,ənɐ̂veit,enəveit, verzwakken, ontzenuwen; subst.Enervation.Enfeeble,ənfîb’l, verzwakken; subst.Enfeeblement.Enfeoff,ənfef, met een leen of eene schenking begiftigen, overdragen;Enfeoffment= begiftiging, leenbrief.Enfilade,enfileid, subst. bestrijking overlangs;Enfiladeverb. overlangs bestrijken:Enfilading fire= overlangsch vuur;This windowenfilades the park= geeft uitzicht op het park in zijn geheele lengte.Enfist,ənfist:The book enfists the reader= pakt, bindt.Enforce,ənfös, doorzetten, dwingen, opleggen, opdwingen, doen eerbiedigen:The law was enforced= werd streng toegepast;Enforced absence= gedwongen; subst.Enforcement.Enfranchise,ənfranš(a)iz, vrijmaken, vrij laten, het burgerrecht verleenen, het kiesrecht geven; subst.Enfranchisement:Enfranchisement of copyhold lands= het veranderen van deze infreeholds.Engage,əngeidž, verbinden, engageeren, bespreken, in dienst nemen, in dienst treden (Engage oneself), bewegen tot, verplichten, zich bezig houden met, aan den gang brengen, wikkelen (in een strijd), slaags raken, zich begeven in, op zich nemen, zich verbinden:I am engaged= ben bezet, niet te spreken, heb al eene uitnoodiging;Theyengaged ingeneral conversation= het gesprek werd algemeen;Engagement= afspraak, verplichting, verloving, aanstelling, bezigheid; gevecht:A general and close engagement= algemeen gevecht van man tegen man;I amunder an engagement to him= ik ben jegens hem gebonden;To break, enter into, stand by an engagement= eene verbintenis verbreken, aangaan, houden;Meet your engagements= betaal uwe schulden;Engaged-wheels= in elkander grijpende raderen; het drijvende rad heetengaging, het gedreveneengaged wheel;Engaging= innemend, boeiend.Engender,əndžendə, voortbrengen, telen, veroorzaken.Engine,endžin, machine, locomotief (=Fire-engine,Locomotive-Engine);Engineverb. van machines voorzien:Light engine= losse machine;Engine-driver= machinist;Engine-hose= brandspuitslang(en);Engine-house= machineloods, brandspuithuisje;Engine-man= machinist, spuitgast;Engine-wright= locomotiefconstructeur.Engineer,endžinîə, subst. ingenieur, machinist v. een trein (Amer.), officier of soldaat van de genie, technicus, machinist (op een schip);Engineerverb. aanleggen, op touw zetten, klaarspelen:Civil engineer;Electric engineer;Practical engineer= werktuigkundige;Thenthe Dreyfus case was engineered= op touw gezet;With a little tact itcould be engineered= met een beetje tact kon het wel klaargespeeld worden;Civil and Military engineering= burgerlijke en militaire bouwkunde of genie;Engineering-drawing= machineteekenen.Engird,əngɐ̂d, omgorden =Engirdle.England,iŋlənd;Englander=Brit, Engelschman:A Little Englander= tegenstander van de uitbreiding van het rijk.English,iŋgliš, Engelsch, ook subst.;Englishverb. verengelschen, in het E. overbrengen;She (He) is English= zij (hij) is een(e) Engelsche(-man);The King’s (Queen’s) English= zuiver Engelsch;Englishman= Engelschman;Englishwoman= eene Engelsche;Englishry= bewoners (in een ander land) van Engelschen stam.Engorge,əngödž, gulzig verslinden;Engorged= volbloedig;Engorgement= vraatzucht; congestie.Engraft,əngrâft, enten, indrukken, inplanten; subst.Engraftment.Engrail,əngreil, kartelen, versieren;Engrailment= gekartelde of uit een kring van puntjes bestaande rand op een geldstuk.Engrain,əngrein, in de wol verven, drenken in, inwortelen:Engrained with filth= door en door vuil.Engrave,engreiv, graveeren, inprenten, indrukken;Engraver(on copper,on steel,on stone,on wood);Engraving= gravure, houtsnee.Engross,əngrous, geheel innemen of bezitten, geheel in beslag nemen, aan zich trekken, in ’t groot opkoopen; in ’t net schrijven;Engrosser= copiïst; subst.Engrossment.Engulf,əngɐlf, verzwelgen, verzwolgen worden, zich uitstorten, verdwijnen (onder de aarde).Enhance,ənhâns, verhoogen, verheffen, vermeerderen, verzwaren; subst.Enhancement.Enid,înid.Enigma,inigmə, raadsel;Enigmatic(al), ookenigmatik(’l), raadselachtig, duister;Enigmatize= in raadselen spreken.Enisle,ənail, tot eiland maken, isoleeren.Enjoin,əndžôin, opleggen, bevelen, verbieden, vermanen (meton).Enjoy,əndžôi, genieten, zich verheugen over, zich laten smaken, bezitten; zich vermaken (=Enjoy oneself):Did youenjoy your holiday= hebt ge plezier gehad in de vacantie?Enjoyable= genietbaar, genotvol;Enjoyer= bezitter, genieter;Enjoyment= genot, vreugde.Enkindle,ənkind’l, aansteken, doen ontvlammen, opwekken.Enlace,ənleis, omstrengelen, omgeven.Enlard,ənlâd, lardeeren.Enlarge,ənlâdž, grooter maken, verwijden, uitzetten, uitweiden over, in vrijheid stellen, grooter worden:Such an educationenlarges the heart= maakt het hart ontvankelijker; subst.Enlargement.Enlighten,ənlait’n, verlichten, beschaven,[172]duidelijk maken, inlichten; subst.Enlightenment.Enlink,ənliŋk, aaneenschakelen.Enlist,ənlist, inschrijven, registreeren, in dienst nemen, winnen voor, werven, dienstnemen (into):I got him enlisted intomy company;I enlist my pity in your behalf= ik heb medelijden met u; subst.Enlistment:Voluntary enlistment.Enliven,ənlaiv’n, verlevendigen, opwekken, opvroolijken;Enlivener= opwekkend middel.Enmesh,ənmeš,in een net vangen, omstrikken.Enmity,enmiti, vijandschap, vijandige gezindheid.Ennea …,eniə(in samenstellingen), negen:Enneagon,eniəgon, negenhoek; adj.Enneatic(al):Enneatic(al) days= iedere negende dag van eene ziekte;Enneatic(al) years= ieder negende jaar van een menschenleven.Enniskillen,eniskilən.Ennoble,ənoub’l, adelen, veredelen, verheffen;subst.Ennoblement.Enoch,înok.Enormity,inömiti, kolossaalheid, buitengewoonheid, gruwelijke misdaad, wreedheid, afschuwelijkheid; adj.Enormous; subst.Enormousness.Enough,inɐf, genoeg, voldoende (hoeveelheid):Hold, enough= schei uit, ’t is genoeg;That is an easy pillow enough= zeer gemakkelijk;That’s right enough= volkomen juist;Sure enough= voorzeker, inderdaad;It is true enough= maar al te waar;Well enough=vrij goed, voldoende;Enough and to spare= meer dan genoeg;Enough is as good as a feast= de tevredenheid gaat boven alle schatten.Enow,inau= Enough.Enquire,əŋkwaiə=Inquire.Enrage,ənreidž, woedend maken, vertoornen.Enrapt,ənrapt, verrukt; subst.Enrapture,ənraptšə.Enravish,ənraviš, verrukken; subst.Enravishment.Enrich,ənritš, verrijken, tooien, vruchtbaar maken; subst.Enrichment.Enrobe,ənroub, (be)kleeden, tooien.Enrockment,ənrokm’nt, steenstorting, hordenwerk voor havenhoofden, wallen, dammen, enz.Enrol(l),ənroul, inschrijven, registreeren, opnemen, aanmonsteren:They enrolled themselves membersof the university= lieten zich inschrijven als;They were preparedto enrol themselves= bereid dienst te nemen;Enrolment= inschrijving, register, oorkonde.Enroot,ənrût, doen wortel schieten.Enschedule,ənšedjûl, opteekenen, inschrijven.Ensconce,ənskons, zich verbergen, zich neerzetten:They ensconced themselveson one of the sofas= zij doken in;Ensconced in an angle= verscholen, verdekt opgesteld.Enshrine,ənšrain, wegsluiten (als iets heiligs), koesteren (met heilige liefde).Enshroud,ənšraud, omhullen, bedekken.Ensiferous,ensifərɐs, zwaarddragend;Ensiform,ensiföm, zwaardvormig.Ensign,ensain, vlag, standaard, signaal, vaandrig, (onderscheidings)teeken, insigne, verhuurbordje, uithangbord;Ensign-bearer= vaandeldrager;Ensigncy,Ensignship= vaandrigrang.Ensilage,ensilidž, subst. ingekuild voeder, inkuiling van groen veevoeder en vruchten;Ensilageverb. inkuilen =Ensile.Enslave,ənsleiv, tot slaaf maken, onderwerpen; subst.Enslavement.Ensnare,ənsnêə, in eene val lokken, verstrikken, verlokken.Ensphere,ənsfîə, omringen, een bolvorm geven aan.Ensue,ənsiû, volgen, voortkomen;Ensuing:Ensuing ages= het nageslacht.Ensure,ənšûə. ZieInsure.Entablature,əntablətjuə,Entablement,ənteib’lm’nt, entablement, architraaf, fries en kroonlijst samen.Entail,ənteil, subst. =Entailed estate, grondbezit, dat van vader op zoon moet overgaan; de regeling van de overdracht van goederen;Entailverb. vermaken (zóó, dat het vermaakte onvervreemdbaar is), na zich sleepen, meebrengen, leiden tot:My property has got no entail on it= ik kan vrij beschikken over;To cut off the entail=The Estate in Tailveranderen in eenEstate in Fee Simple, waarover de erflater vrij beschikken mag; subst.Entailment.Entangle,əntaŋg’l, verstrikken, verwarren, verlegen maken; subst.Entanglement= verwikkeling, verwarring, verlegenheid, valstrik, havenversperring.Enter,entə, binnengaan, binnenkomen, instroomen, intreden, zich begeven in, lid worden van, toelaten, inschrijven, boeken, aanvangen, beginnen, inklaren (v. goederen), indringen, ingaan (fig.), indrijven:Toenter the cargo= bij de douane aangeven;Toenter the church= geestelijke worden;Heentered the listsagainst a formidable adversary= trad het strijdperk binnen, bond het gevecht aan met;Heentered his office= trad binnen;Toenter a protest against= aanteekenen tegen;To enter intoconversation= aanknoopen;Ienter into your feelings= begrijp volkomen, deel in;Toenter intothe Kingdom of Heaven= binnengaan;Toenter into (on)one’s rest= de eeuwige rust ingaan;He was entered ofthe Inner Temple= werd lid van;A new actorentered onthe scene= trad op;Sheentered tohim= zij kwam bij hem op het tooneel;Entered tonational account= geboekt voor het rijk;Toenter uponthe joys of Heaven= deelachtig worden;Heentered upon his office= aanvaardde zijn ambt.Enteric,ənterik, darm…:Enteric fever= typheuse koorts;Enteritis,entəraitis, ingewandsontsteking;Entero …,entərou(in samenstellingen), ingewands…, buik …Enterclose,entəklous, doorgang tusschen twee kamers.Enterprise,entəpraiz, subst. onderneming, waagstuk, speculatie, energie, ondernemingsgeest; ook verb.;Enterprising= ondernemend, vermetel.Entertain,entətein, onthalen, zich onderhouden,[173]bezighouden, handhaven, voeden of koesteren, in overweging nemen, vermaken:I do notentertain the idea of it= ik denk er niet over;Toentertain an offer, an overture= op een aanbod (voorstel) ingaan;To beentertained at (to)dinner= de gast zijn;Entertainer= onderhouder, patroon, gastheer:I am the entertainer= ik betaal;Entertaining= amusant;Entertainment= onthaal, gastvrijheid, feestmaal, vermaak, geestesgenot, koesteren (van gedachten).Enthral,ənthrôl, tot slaaf maken, onderwerpen, betooveren; subst.Enthralment.Enthrone,ənthroun(Enthronize,ənthrounaiz), ten troon verheffen, zetelen, wijden (een bisschop); subst.Enthralment.Enthuse,ənthjûz, in geestdrift (in vuur) geraken, vol geestdrift zijn (Am.):ToEnthuse over;Enthusiasm,ənthjûziazm, geestdrift, overdreven ijver;Enthusiast= geestdriftig, vurig bewonderaar of vereerder; adj.Enthusiastic(al).Entice,əntais, verlokken of verleiden; subst.Enticement.Entire,əntaiə, adj. geheel, volkomen, oprecht, onbetwist, zuiver; subst. bier (direct v. de brouwerij), niet gecastreerd paard; subst.Entireness=Entirety.Entitle,əntait’l, aanspraak of recht geven op, betitelen, noemen.Entity,entiti, zijn, aanwezen, bestaand iets:That remarkable entity,the French people= dat merkwaardig geheel.Entoil,əntôil, verstrikken.Entomb,əntûm, (levend) begraven;Entombment= begrafenis.Entomologic(al),entəməlodžik(’l), entomologisch;Entomologist= entomoloog;Entomology,entəmolədži, insectenleer.Entozoön,entəzouən, ingewandsworm.Entrails,entreilz, ingewanden, binnenste.Entrain,əntrein, ten gevolge hebben, meesleepen; inladen (in een trein):The troopsentrained forKimberley.Entrammel,əntram’l, verwarren, verstrikken.Entrance,entr’ns, binnenkomst, intrede, intocht, optreden, aanvaarding, toelating, ingang, monding, inklaring:His entrance into his office= het aanvaarden van zijn ambt;Entrance-examination= toelatingsexamen;Entrance-duty= invoerrecht;Entrance-fee= inleggeld, entrée(geld);Entrance money= toegangsprijs;Entrance subscription= entree (bij het lid worden.)Entrance,əntrâns, verrukken, in geestverrukking brengen; subst.Entrancement.Entrant,entr’nt, optredende, deelnemer.Entrap,əntrap, in eene val vangen, verstrikken.Entreat,əntrît, smeeken, dringend verzoeken:Entreative words= smeekbeden;Entreaty= dringend verzoek, smeekbede.Entrée,Fr. uitspr., toegang;Entrées=Entremets,Fr. uitspr., tusschengerechten (inEngel.).Entrench,əntrenš, verschansen (m. loopgr.); subst.Entrenchment.Entrepot,Fr. uitspr., hoofdstapelplaats, magazijn, entrepôt.Entrust,əntrɐst(ZieIntrust):He was entrusted with your interests= hem werden toevertrouwd.Entry,entri, ingang, (binnen)komst, intocht, optreden, steeg, boeking, post, inklaring, declaratie, inbezitneming:To make one’s entry= zijn intocht houden;To make an entry= declareeren (van goed);Will youmake an entry ofthis= dit opschrijven?The entrieswere six in all= deelnemers; (Book-keeping by) Double, Single entry= dubbel, enkel boekhouden;Bill of entry= lijst der voor invoer in te klaren goederen;Entry-money.Entwine,əntwain,Entwist,əntwist, omwinden, omslingeren.Enucleate,injûklieit, ontwarren, ophelderen; subst.Enucleation.Enumerate,ənjûməreit, optellen, opnoemen;Enumeration= optelling, lijst; adj.Enumerative.Enunciate,inɐnšieit, uiten, uitspreken, verklaren;Enunciation= uitdrukking, bewoordingen, uitspraak, verklaring; adj.Enunciative.Envelop,ənveləp, omringen, omwikkelen, verbergen;Envelope,envəloup, omslag, enveloppe; decoma(zie dit woord) van een planeet, omhulsel, versterkte wal:A visiting-cardis carried in an open envelopefor one centime— kan worden verzonden;Envelopment= inwikkeling, omslag.Envenom,ənvenəm, vergiftigen, verbitteren.Enviable,enviəb’l, benijdenswaardig;Envied,envid, benijd;Envious,enviəs, afgunstig:The envious flood= de boosaardige golven (vloed); subst.Enviousness.Environ,ənvair’n, omringen, omgeven, insluiten;Environsookenvir’nz, omstreken, omgeving; subst.Environment.Envisage,ənvizidž, onder de oogen zien, beschouwen.Envoy,envôi, afgezant, bode; slotstrophe welke een opdracht bevat (ookənvôi);Envoyship= ambt v.envoy.Envy,envi, subst. nijd, afgunst, voorwerp van afgunst; kwaadaardigheid;Envyverb. benijden, misgunnen:In envy= uit jaloerschheid, nijd.Enwrap,ənrap, omwikkelen, inwikkelen, omhullen.Enwreathe,ənrîdh, be-, omkransen.Eolian,ioulj’n,Eolic, iolik, Eolisch.Eon,îən, eeuw, eeuwigheid.Eostre,îəstə, Angelsaksische godin.Epact,îpakt,epakt, epacta.Eparch,epək, gouverneur, bisschop (Grieksche kerk);Eparchy= provincie; diocees.Epaule,əpôl, hoek van een bastion;Epaulement= epaulement, borstwering.Epaulet(te),epôlet, epaulette.Epenthesis,ipenthisis, epenthesis.Ephemera,ifemərə, ééndagsvlieg, ding van één dag;Ephemeral, kortstondig, ephemeer;Ephemeris,ifeməris(Meerv.Ephemerides,îfemeridîz), sterrekundige tafel, astronomische almanak;Ephemeron,ifeməron, =Ephemera.Ephesian,ifîž’n, subst. Ephezer; adj. vanEphesus,efəsɐs.[174]Ephialtes,efialtîz, nachtmerrie.Ephod,efod, rijk en kort opperkleed der Joodsche (hooge)priesters.Ephor,efö, opziener; mv.EphorsofEphori,efərai, ephoren (Sparta).Epic,epik, adj. episch, verhalend; subst.epos, heldendicht.Epicede,episîd, lijk- of klaagzang.Epicene,episîn, gemeenslachtig.Epicure,epikjuə, epicurist, gastronoom;Epicurean,epikjurîən, adj. epicuristisch, weelderig; subst. epicurist, lekkerbek;Epicureanism,epikjurîənizm=Epicurism= epicurisme.Epidemic,epidemik(Epidemy,epidəmi), epidemie:Anepidemic of typhoidwas raging;Epidemic(al)= heerschend, epidemisch.Epidermis,epidɐ̂mis, opperhuid.Epigastric,epigastrik, tot het bovendeel van den onderbuik (=Epigastrium) behoorende.Epiglottis,epiglotis, keelklep; adj. Epiglottic.Epigram,epigram, puntdicht, epigram; adj.Epigrammatic(al);Epigrammatist,epigramətist, maker van puntdichten;Epigramverb.Epigrammatize.Epigraph,epigraf, opschrift, motto.Epilepsy,pilepsi, vallende ziekte;Epileptic,epileptik, subst. epilepticus; adj. epileptisch (=Epileptical).Epilogical,epilodžik’l,Epilogistic,epiləžistik, epilogisch, tot een epiloog behoorend; Epilogue,epilog, epiloog.Epiphany,əpifəni, Driekoningen (6 Jan.).Epiphyte,epifait, woekerplant.Epirus,epirəs.Episcopacy,əpiskəpəsi, bisschoppelijke regeering der kerk;Episcopal,əpiskəp’l, episcopaal;Episcopalian,əpiskəpeilj’n, subst. lid v. de episcop. kerk; adj. bisschoppelijk;Episcopate,əpiskəpit, subst. bisdom, waardigheid van bisschop; het episcopaat.Episode,episoud, episode, voorval, tusschenverhaal;Episodial,episoudj’l;Episodic(al),episodik(’l), tot eene episode behoorend, toevallig.Epistle,ipis’l, subst. brief, Zendbrief; gedeelte vande Zendbr., dat bij ’t Avondmaal wordt voorgelezen;Epistle side= rechterzijde van het altaar (als men er vóór staat) waar dit voorgelezen wordt;Epistolary,əpistələri:Epistolary style= briefstijl.Epistyle,epistail, architraaf.Epitaph,epitaf, grafschrift.Epithalamium,epithəleimj’m, bruiloftsdicht of lied.Epithelium,epithîliəm, opperhuid, slijmhuid.Epithet,epithet, subst. epitheton, toenaam, bijnaam.Epitome,əpitəmî, korte inhoud, kort begrip;Epitomist= maker van eenepitome;Epitomeverb.Epitomize= condenseeren.Epoch,epok,îpok, tijdstip, tijdperk;Epoch-making;Epochal,epək’l, opzienbarend.Epode,epoud, epode, slotzang, refrein.Epopee,epəpî,Epos,epos, heldendicht.Epsom Salts,eps’msôlts, Engelsch zout.Equability,îkwəbiliti,ekwəbiliti, gelijkmatigheid;Equable,îkwəb’l,ekwəb’l, gelijkmatig, gelijkvormig.Equal,îkw’l, subst. gelijke, wederga; adj. gelijk, gelijkvormig, opgewassen tegen;Equalverb. gelijk zijn (worden, maken), evenaren:Hismental (social) equal;Heis not (does not feel) equal to it= hij is er niet tegen opgewassen;Equal to the occasion= berekend voor zijn taak, slagvaardig;Not to be equalled= zijns gelijke niet hebben;Equality,ikwoliti, gelijkheid, enz.;Equalization,ikwəl(a)izeiš’n, gelijkmaking;Equalize= gelijkmaken.Equanimity,îkwənimiti, gelijkmoedigheid.Equate,ikweit, herleiden tot een gemiddelde, in den vorm van een vergelijking brengen;Equation,ikweiš’n, vergelijking, equatie of verevening:Equation of time= tijdsverevening.Equator,ikweitə, evenaar, aequator;Equatorial,îkwətôri’l, adj. aequatoriaal, ook subst. = bepaalde astronomische kijker;Equatorial current= aequatoriaalstroom;Equatorial regions= de tropen.Equer(r)y,ekwəri,ikweri, stalmeester.Eques,îkwiz=Equites.Equestrian,ikwestriən, subst. ruiter, kunstrijder; adj. te paard zittend, tot het rijden behoorend:Fair equestrian= amazone;Equestrianism= rijkunst;Esquestrienne,ikwestrien,ikwestrien, kunstrijderes.Equiangular,îkwiaŋgjulə, gelijkhoekig.Equibalance,îkwibal’ns, subst. evenwicht;Equibalanceverb. in evenwicht zijn met.Equidifferent,îkwidifər’nt, met gelijke verschillen.Equidistant,îkwidist’nt, op gelijken afstand.Equilateral,îkwilatər’l, subst. en adj. gelijkzijdige (figuur).Equilibrate,îkwilaibreit, in evenwicht zijn (houden, brengen), in evenwicht blijven;Equilibration= evenwicht;Equilibrist,ikwilibrist,ikwilaibrist, koorddanser;Equilibrity,îkwilibriti, evenwicht;Equilibrium,îkwilibriəm.Equimultiple,îkwimɐltip’l, subst. en adj. met hetzelfde getal vermenigvuldigd (getal).Equine,îkw(a)in, paardachtig, paarde …Equinoctial,îkwinokš’l, subst. evenachtslijn; adj. tot de e. behoorende:Equinox,îkwinoks,ekwinoks, dag- en nachtevening:Vernal and autumnal equinox= lente- en herfstnachtevening.Equip,ikwip, uitrusten;Equipment= equipement.Equipage,ekwipidž, uitrusting, stoet, gevolg, (staatsie)rijtuig.Equipoise,îkwipôiz, evenwicht.Equipollence,îkwipol’ns, gelijkheid van macht of kracht, gelijkwaardigheid;Equipollent= gelijkwaardig.Equiponderance,îkwipondər’ns, gelijk gewicht;Equiponderant,îkwipondər’nt, van gelijk gewicht;Equiponderate,îkwipondəreit, opwegen tegen, in evenwicht brengen.Equitable,ekwitəb’l, billijk, onpartijdig; subst.Equitableness.Equitation,ekwiteiš’n, rijkunst;Equites[175]ekwtîz, de tweede adellijke orde in het oude Rome, die oorspronkelijk de cavalerie vormde.Equity,ekwiti, billijkheid, rechtvaardigheid; soort van aanvullingsrecht (meer naar den geest dan naar de letter der wet) voor gevallen waarin de oudeCommon Lawniet voorzag:Equity of redemption= de tijd, iemand toegestaan, om de hypotheek op zijne landerijen af te lossen; het hem toekomende overschot na verkoop;Court of Equity= rechtbank waarEquity-recht werd gesproken, vroeger ressorteerend onder het oudeCourt of Chancery; sedert 1878 onder deChancery Divisionvan hetHigh Court of Justice.Equivalence,ikwivəlens, gelijkwaardigheid;Equivalent= equivalent, adj. en subst.Equivocal,ikwivək’l, dubbelzinnig, verdacht, onzeker; subst.Equivocalness;Equivocate,ikwivəkeit, dubbelzinnig spreken, het niet nauw met de waarheid nemen; subst.Equivocation;Equivocator= draaier.Equus,îkwɐs, paard.Era,îrə, tijdperk, jaartelling.Eradicate,iradikeit, met wortel en tak uitroeien, verdelgen; subst.Eradication;Eradicative,iradikətiv, subst. en adj. radicaal uitroeiend (middel).Erase,ireis, uitschrappen, uitwisschen;Erasement= uitkrassing, uitschrapping;Eraser= radeermesje; radeergomelastiek;Erasure,ireižə, uitkrassing, geradeerd gedeelte.Erasmus,irazməs.Erastian,irastj’n, Erastiaan(sch), genoemd naarErastus,irastəs, die de Kerk wilde ondergeschikt maken aan den Staat.Ere,êə, eer, vroeger dan, vóór:Ere ever= voordat;Erelong= eerlang;Erenow= vóór dezen;Ere this= vroeger, te voren;Erewhile= vroeger.Erebus,eribɐs, Erebus, onderwereld.Erect,irekt, adj. rechtop, loodrecht, vast, flink;Erectverb. oprichten, stichten, bouwen, monteeren, verheffen, uitzetten, stijf worden, zich verheffen:ToErect a perpendicular= eene loodlijn oprichten;Erectile,irektil, wat opgericht kan worden;Erecting-shop= stelkamer;Erection= oprichting, verheffing, stichting; erectie; gebouw;Erective= oprichtend;Erectness= opgerichte stand of houding; oprechtheid;Erector= oprichter, spier, die ter oprichting dient.Eremite,erəmait, (h)eremiet, kluizenaar; adj.Eremitic(al).Ergo,ɐ̂gou, dus, derhalve.Ergot,ɐ̂gət, moederkoren;Ergotism= moederkoren, vergiftiging hierdoor.Eric,îrik,erik.Erica,iraikə, heidekruid.Erie,îri:Lake Erie;Erin,îrin, Ierland:Son of Erin= Ier.Erinnys,irinis,irainis, Erinnyen, wraakgodinnen; furiën;Erlking,ɐ̂lkiŋ, elfenkoning.Ermin(e),ɐ̂min, hermelijn, hermelijnen mantel; rechterlijke waardigheid:Ermined= met rechterl. ofpairs-waardigheid bekleed.Ern(e),ɐ̂n, zee-arend.Ernest,ɐ̂nəst.Erode,iroud, wegvreten, invreten:Erodent= wegvretend (middel).Eros,îros.Erosion,irouž’n, wegvreting, weggevreten plaats; kanker; adj.Erosive,irousiv.Erotic,irotik, erotisch; minnedicht.Erotomania,əroutəmeinjə,Erotomany,erətoməni, minnewaanzin, erotomanie.Err,ɐ̂, dwalen, een fout begaan, zondigen.Errand,er’nd, boodschap:Bent on an errand= op een boodschap uit;Togo (on) an errand,Torun errands= boodschap(pen) doen;Tobe sent on a fool’s errand= voor gek loopen;Errand-boy= loopjongen.Errant,er’nt, dolend, dwalend:Knight errant= dolende ridder;Errantry= zwerftocht, leven van een dolenden ridder.Errata,əreitə, Meerv. v.Erratum= fout, vergissing;Erratic(al),əratik(’l), dwalend, doelloos, opvallend, excentriek:Erratic block= erratisch rotsblok.Erroneous,ərouniəs, verkeerd, onjuist; subst.Erroneousness.
Emerald,emər’ld, smaragd, bep. Eng. drukletter:Emerald green= smaragdgroen;Emerald Isle= Ierland.Emerge,imɐ̂dž, oprijzen uit, zich verheffen, te voorschijn komen, ontstaan; subst.Emergence, ookEmergency= plotselinge verschijning, onverwachte gebeurtenis, moeilijkheid, dringende noodzakelijkheid:In case of emergency= geval van nood;In an emergency= desnoods;Emergency-door= nooddeur;Emergency-loan;Emergency-man= noodhulp, ook bijgeboycotteIersche landheeren;Emergent= opduikend, ontstaand, dringend.Emeritus,imeritɐs, emeritus:Pastor emeritus= emeritus predikant.Emerods,emərodz, aambeien.Emersion,imɐ̂š’n, oprijzing; emersie.Emerson,eməs’n.Emery,eməri, amaril:Emery-paper= schuurpapier;Emery-wheel= slijprad.Emetic,imetik, subst. en adj. braakwekkend (middel):Tartar emetic= braakwijnsteen.Emeu,îmju. ZieEmu.Emigrant,emigr’nt, subst. landverhuizer; ook adj.;Emigrant-ship;Emigrate,emigreit, uit het land verhuizen; subst.Emigration.Emilia,imîljə;Emily,emili.Eminence,eminens, verhevenheid, hoogte, hooge rang, beroemdheid, onderscheiding, eminentie;Eminent= verheven, uitstekend;Eminently= in hooge mate.Emir,imîə,îmə, emir.Emissary,emisəri, subst. (geheime) gezant, bespieder.Emission,imiš’n, uitstraling, uitstrooming, emissie, uitgifte, het bedrag in omloop gebracht;Emissive= uitstralend, uitzendend =Emissory.Emit,imit, uitzenden, uitstralen, (laten) uitstroomen, uiten, uitwerpen, uitgeven, in omloop brengen.Emma,emə;Emmanuel,əmanjuəl.Emmet,emət, mier.Emollient,imolj’nt, subst. en adj. weekmakend, verzachtend (middel).Emolument,imoljument, emolument, nut, voordeel, salaris.Emotion,imouš’n, aandoening, ontroering, gisting;Emotional= ontroerend, gemoeds …Empale,əmpeil, omheinen, met palen omgeven; spietsen.Empan(n)el,əmpan’l, subst. lijst van de gezworenen;Empaleverb. zulk een lijst maken, hen oproepen.Emperil,əmperil=Imperil.Emperor,empərə, keizer:Purple Emperor= pauwenoog (kapel);Emperor paper= grootst formaat teekenpapier, 165 cM. bij 118 cM.Emphasis,emfəsis, nadruk, klem:I wishto emphasizethis fact= den nadruk te leggen op;Emphatic= nadrukkelijk:Emphasis form= de vorm van een bevestigend werkwoord metto do.Empire,empaiə, keizerrijk, rijk, heerschappij, macht:The Empire City= (bijnaam van)New-York;Empire Day= 24 Mei (geboortedag van Koningin Victoria);Empire gown.Empiric,əmpirik, empirisch (=Empirical); subst. empiricus, kwakzalver;Empiricism,əmpirisizm= empirie; kwakzalverij.Employ,əmplôi, subst. bezigheid, beroep, dienst;Employverb. gebruiken, besteden, aanwenden, bezig zijn met:He has many menin his employ= aan ’t werk;Tobe employed= in dienst zijn;He employed himselfactively whilst there= werkte hard;Employable= bruikbaar;Employee=emplôi-î, employé;Employer= werkgever, principaal;Employment= bezigheid, beroep, plaatsing, belegging:Thrown out of employment= werkloos.Emporium,əmpôriəm, handelscentrum, stapelplaats, entrepot, bazaar, magazijn.Empower,əmpauə, machtigen, in staat stellen.Empress,emprəs, keizerin.Emptiness,em(p)tinəs, ledigheid, holheid, waardeloosheid.Empty,em(p)ti, adj. ledig, leeg, hongerig, leegstaand, vergeefsch, ijdel, nutteloos, woest en ledig;Emptyverb. ledigen, uit- of weggieten, leeg worden, zich ontlasten:The room wasempty ofeverything but a lamp= er was niets in de kamer dan;Theempties= alle ledige dingen (zooals bussen, flesschen, zakken, kisten, enz.);He got (they gave him) the empties= den bons;Empty-handed= met leege handen;Empty-headed= onwetend;Empty-hearted= harteloos;Emptyings= droesem van bier, cider, etc.; gist (Amer.).Empurple,əmpɐ̂p’l, purperrood kleuren.Empyreal,əmpiriəl,empirîəl, den hemel betreffend; hemelsch, vurig =Empyrean,empirîən,əmpiriən, subst. hoogste hemel, firmament.Ems,emz.Emu,îmjû, casuaris (Australië);Emu-wren= klein Australisch vogeltje.Emulate,emjuleit, wedijveren met, nastreven:He emulated popularity;Emulation= wedijver, naijver, concurrentie;Emulator= wedijveraar.Emulgent,imɐldž’nt, subst. en adj. afvoerend (middel).Emulous,emjulɐs, wedijverend, naijverig.Emulsion,imɐlš’n, emulsie; amandelmelk;Emulsive= geschikt voor emulsie, verzachtend.Emunctory,imɐŋktəri, afscheidend.Enable,əneib’l, in staat stellen, machtigen.Enact,ənakt, vaststellen, bepalen, tot wet verheffen; voorstellen, spelen, volvoeren:To enact a part= eene rol spelen;Enactment= wetsbekrachtiging, wet, verordening;Enactor= wetgever;Enacture= volbrenging.Enamel,ənam’lsubst. email, glazuur;Enamelverb. emailleeren, glazuren, opsmukken;Enamellar, adj. op email gelijkend, glad, glanzig;Enameller= emailleerder, brandschilder.[170]Enamour,ənamə, verliefd maken, bekoren:Tobe enamoured of= verliefd op.Encamp,ənkamp, (laten) kampeeren; subst.Encampment.Encase,ənkeis, in een koker sluiten, omsluiten:Encased in black silk= gestoken, gedost.Encash,ənkaš, in baar geld uitbetalen (ontvangen), incasseeren.Enceinte,Fr. uitspr., subst. wal, ringmuur; adj. zwanger.Enchafe,əntšeif, sarren, boos maken.Enchain,əntšein, ketenen, boeien;Enchainment= aaneenschakeling.Enchant,əntšânt, bekoren, verrukken, betooveren:Enchanted ring= tooverkring;Enchanter= toovenaar, betooveraar;Enchantment= betoovering;Enchantress= heks, betooverende vrouw.Enchase,əntšeis, zetten (b.v. van juweelen in goud), ciseleeren; drijven, sieren;Enchaser= graveur, ciseleur.Encircle,ənsɐ̂k’l, omringen, omgeven, omarmen, omsluiten.Enclasp,ənklâsp, omvatten, omsluiten.Enclitic,ənklitik(=Enclitical), enklitisch, onafscheidelijk verbonden.Enclose,ənklouz, omgeven, omringen, omheinen, insluiten:The enclosed= bijgaande (ingesloten) stukken;Enclosure= omheining, afsluiting, insluiting.Encomiast,ənkoumiast, lofredenaar;Encomiastic= lovend;Encomium,ənkoumj’m, lof, loftuiting.Encompass,ənkɐmpəs, omringen, omgeven; subst.Encompassment.Encore,âŋkö, verb. bisseeren:To give an encore= biscouplet geven;Encore!= bis!Encounter,ənkauntə, subst. ontmoeting, treffen, gevecht;Encounterverb. (onverwacht) ontmoeten, stooten op, beloopen worden door, het hoofd bieden.Encourage,ənkɐridž, aanmoedigen, steunen; subst.Encouragement;Encourager= begunstiger.Encroach,ənkroutš, inbreuk maken op (on), benadeelen, indringen, inbreuk maken, misbruiken:Heencroached onmy kindness= maakte misbruik van;Encroachment= inbreuk, benadeeling, aanmatiging.Encrust,ənkrɐst, incrusteeren, (zich) omkorsten.Encumber,ənkɐmbə, belemmeren, versperren, nauwer maken, met schulden belasten;Encumbrance= hindernis, last, hypotheek:Married people,no encumbrance= zonder kinderen tot hun last;Encumbrancer= hypotheekhouder.Encyclic(al),əns(a)iklik(’l), subst. rondgaand schrijven, encycliek; adj. rondgaand.Encyclop(a)edia,ənsaikləpîdjə, encyclopedie;Encyclop(a)edian=Encyclopedic(al),ənsaikləpîdik(’l),ənsaikləpedik(’l), encyclopedisch;Encyclopedist,ənsaikləpîdist, encyclopedist (1750–1770 in Frankrijk).End,end, subst. einde, eindje, stukje, besluit, uitslag, dood, grens, oogmerk, doel, resultaat, nut;Endverb. eindigen, ophouden, een einde maken aan, besluiten, voleindigen:Theend justifies the means= het doel heiligt de middelen;Theend is not yet= het einde is niet te voorzien;There’s an end of the matter= daar is de zaak mee uit;At an end= ten einde, uit;At the end= ten slotte;At one’s wit’s (wits’) end= ten einde raad;In the end= bij slot van rekening;No end= vreeselijk, erg, enorm:No end ofa fool (fun, a row, time)= een groote dwaas (veel, hoogloopend, zeer veel);For a fortnighton end= veertien dagen aan één stuk;This train runs 80 mileson end= zonder stoppen;His hairstood on end= was te berge gerezen;To no end= vergeefs;To this end= met dit doel;World without end= van eeuwigheid tot amen;Tocome (draw) to an end= afloopen;He cannotmake both ends meet= hij kan niet rondkomen (vergel.Joindre les deux bouts);Heput an end to it (to himself)= maakte er een einde aan (aan zijn leven);Heroamed to the ends of the earth= zwierf tot de uiterste grenzen der aarde;All’s well that ends well= eind goed, al goed;End-all= slot, einde voorgoed;Ending= einde, uitgang;Endless= eindeloos; subst.Endlessness;Endlong= rechtuit;Endmost= laatst, uiterst;Endways,Endwise= overeind, rechtop, in de lengte.Endanger,əndeinžə, in gevaar brengen, aan schade blootstellen.Endear,əndîə, bemind of dierbaar maken;Endearing, dier, lief:Endearing terms= lieve namen of woorden;Endearment= toegenegenheid, teederheid, bekoring.Endeavour,əndevə, subst. poging, inspanning;Endeavourverb. pogen, trachten.Endecagon,əndekəgon, elfhoek.Endemic,əndemik(=Endemical), subst. endemie, locale ziekte; adj. inheemsch, endemisch.Endirons,endaiənz, standaards waarin het spit draait, of die dienen om de houtblokken te steunen.Endive,endiv, andijvie.Endocardium,endəkâdj’m, binnenste hartvlies;Endocarditis= hartvliesontsteking.Endogamy,əndogəmi, huwelijk onder de leden van denzelfden stam; adj.Endogamous:Endogamous marriage.Endogastritis,endəgastraitis, maagvliesontsteking.Endorse,əndös, endosseeren, in omloop brengen, bevestigen, onderschrijven:These typewriters areendorsed as the best= verklaard de beste te zijn;Endorsee= iemand aan wien een wissel, etc. geëndosseerd is;Endorsement= endossement, giro, bevestiging;Endorser= endossant.Endow,əndau, begiftigen, doteeren;Endower= schenker;Endowment= huwelijksgift, schenking, dotatie; talent, gave.Endue,əndjû, aantrekken, bekleeden met.Endurable,əndjûrəb’l, verdraaglijk;Endurance,əndjûr’ns, duur, voortduring; lijden, lijdzaamheid, geduld, uithoudingsvermogen;Endure,əndjûə, duren; verdragen, dulden, uithouden:He was veryenduring= kon het lang uithouden.Endymion,əndimiən;Eneid,îniid, de Eneïde.[171]Enemy,enəmi, vijand, tegenstander:The Enemy= de Duivel; de tijd;How goes the enemy?= hoe laat is het;The hands of the enemy= wijzers v. d. klok.Energetic(=Energetical),enədžetik, krachtig;Energetics,enədžetiks, de leer van het arbeidsvermogen;Energic(al),ənɐ̂dzik(’l)krachtig, werkzaam;Energize, krachtig werken (handelen), energie verleenen;Energy,enədži, energie, nadruk, beweging:Conservation of energy= de leer van het behoud van het arbeidsvermogen.Enervate,ənɐ̂veit,enəveit, verzwakken, ontzenuwen; subst.Enervation.Enfeeble,ənfîb’l, verzwakken; subst.Enfeeblement.Enfeoff,ənfef, met een leen of eene schenking begiftigen, overdragen;Enfeoffment= begiftiging, leenbrief.Enfilade,enfileid, subst. bestrijking overlangs;Enfiladeverb. overlangs bestrijken:Enfilading fire= overlangsch vuur;This windowenfilades the park= geeft uitzicht op het park in zijn geheele lengte.Enfist,ənfist:The book enfists the reader= pakt, bindt.Enforce,ənfös, doorzetten, dwingen, opleggen, opdwingen, doen eerbiedigen:The law was enforced= werd streng toegepast;Enforced absence= gedwongen; subst.Enforcement.Enfranchise,ənfranš(a)iz, vrijmaken, vrij laten, het burgerrecht verleenen, het kiesrecht geven; subst.Enfranchisement:Enfranchisement of copyhold lands= het veranderen van deze infreeholds.Engage,əngeidž, verbinden, engageeren, bespreken, in dienst nemen, in dienst treden (Engage oneself), bewegen tot, verplichten, zich bezig houden met, aan den gang brengen, wikkelen (in een strijd), slaags raken, zich begeven in, op zich nemen, zich verbinden:I am engaged= ben bezet, niet te spreken, heb al eene uitnoodiging;Theyengaged ingeneral conversation= het gesprek werd algemeen;Engagement= afspraak, verplichting, verloving, aanstelling, bezigheid; gevecht:A general and close engagement= algemeen gevecht van man tegen man;I amunder an engagement to him= ik ben jegens hem gebonden;To break, enter into, stand by an engagement= eene verbintenis verbreken, aangaan, houden;Meet your engagements= betaal uwe schulden;Engaged-wheels= in elkander grijpende raderen; het drijvende rad heetengaging, het gedreveneengaged wheel;Engaging= innemend, boeiend.Engender,əndžendə, voortbrengen, telen, veroorzaken.Engine,endžin, machine, locomotief (=Fire-engine,Locomotive-Engine);Engineverb. van machines voorzien:Light engine= losse machine;Engine-driver= machinist;Engine-hose= brandspuitslang(en);Engine-house= machineloods, brandspuithuisje;Engine-man= machinist, spuitgast;Engine-wright= locomotiefconstructeur.Engineer,endžinîə, subst. ingenieur, machinist v. een trein (Amer.), officier of soldaat van de genie, technicus, machinist (op een schip);Engineerverb. aanleggen, op touw zetten, klaarspelen:Civil engineer;Electric engineer;Practical engineer= werktuigkundige;Thenthe Dreyfus case was engineered= op touw gezet;With a little tact itcould be engineered= met een beetje tact kon het wel klaargespeeld worden;Civil and Military engineering= burgerlijke en militaire bouwkunde of genie;Engineering-drawing= machineteekenen.Engird,əngɐ̂d, omgorden =Engirdle.England,iŋlənd;Englander=Brit, Engelschman:A Little Englander= tegenstander van de uitbreiding van het rijk.English,iŋgliš, Engelsch, ook subst.;Englishverb. verengelschen, in het E. overbrengen;She (He) is English= zij (hij) is een(e) Engelsche(-man);The King’s (Queen’s) English= zuiver Engelsch;Englishman= Engelschman;Englishwoman= eene Engelsche;Englishry= bewoners (in een ander land) van Engelschen stam.Engorge,əngödž, gulzig verslinden;Engorged= volbloedig;Engorgement= vraatzucht; congestie.Engraft,əngrâft, enten, indrukken, inplanten; subst.Engraftment.Engrail,əngreil, kartelen, versieren;Engrailment= gekartelde of uit een kring van puntjes bestaande rand op een geldstuk.Engrain,əngrein, in de wol verven, drenken in, inwortelen:Engrained with filth= door en door vuil.Engrave,engreiv, graveeren, inprenten, indrukken;Engraver(on copper,on steel,on stone,on wood);Engraving= gravure, houtsnee.Engross,əngrous, geheel innemen of bezitten, geheel in beslag nemen, aan zich trekken, in ’t groot opkoopen; in ’t net schrijven;Engrosser= copiïst; subst.Engrossment.Engulf,əngɐlf, verzwelgen, verzwolgen worden, zich uitstorten, verdwijnen (onder de aarde).Enhance,ənhâns, verhoogen, verheffen, vermeerderen, verzwaren; subst.Enhancement.Enid,înid.Enigma,inigmə, raadsel;Enigmatic(al), ookenigmatik(’l), raadselachtig, duister;Enigmatize= in raadselen spreken.Enisle,ənail, tot eiland maken, isoleeren.Enjoin,əndžôin, opleggen, bevelen, verbieden, vermanen (meton).Enjoy,əndžôi, genieten, zich verheugen over, zich laten smaken, bezitten; zich vermaken (=Enjoy oneself):Did youenjoy your holiday= hebt ge plezier gehad in de vacantie?Enjoyable= genietbaar, genotvol;Enjoyer= bezitter, genieter;Enjoyment= genot, vreugde.Enkindle,ənkind’l, aansteken, doen ontvlammen, opwekken.Enlace,ənleis, omstrengelen, omgeven.Enlard,ənlâd, lardeeren.Enlarge,ənlâdž, grooter maken, verwijden, uitzetten, uitweiden over, in vrijheid stellen, grooter worden:Such an educationenlarges the heart= maakt het hart ontvankelijker; subst.Enlargement.Enlighten,ənlait’n, verlichten, beschaven,[172]duidelijk maken, inlichten; subst.Enlightenment.Enlink,ənliŋk, aaneenschakelen.Enlist,ənlist, inschrijven, registreeren, in dienst nemen, winnen voor, werven, dienstnemen (into):I got him enlisted intomy company;I enlist my pity in your behalf= ik heb medelijden met u; subst.Enlistment:Voluntary enlistment.Enliven,ənlaiv’n, verlevendigen, opwekken, opvroolijken;Enlivener= opwekkend middel.Enmesh,ənmeš,in een net vangen, omstrikken.Enmity,enmiti, vijandschap, vijandige gezindheid.Ennea …,eniə(in samenstellingen), negen:Enneagon,eniəgon, negenhoek; adj.Enneatic(al):Enneatic(al) days= iedere negende dag van eene ziekte;Enneatic(al) years= ieder negende jaar van een menschenleven.Enniskillen,eniskilən.Ennoble,ənoub’l, adelen, veredelen, verheffen;subst.Ennoblement.Enoch,înok.Enormity,inömiti, kolossaalheid, buitengewoonheid, gruwelijke misdaad, wreedheid, afschuwelijkheid; adj.Enormous; subst.Enormousness.Enough,inɐf, genoeg, voldoende (hoeveelheid):Hold, enough= schei uit, ’t is genoeg;That is an easy pillow enough= zeer gemakkelijk;That’s right enough= volkomen juist;Sure enough= voorzeker, inderdaad;It is true enough= maar al te waar;Well enough=vrij goed, voldoende;Enough and to spare= meer dan genoeg;Enough is as good as a feast= de tevredenheid gaat boven alle schatten.Enow,inau= Enough.Enquire,əŋkwaiə=Inquire.Enrage,ənreidž, woedend maken, vertoornen.Enrapt,ənrapt, verrukt; subst.Enrapture,ənraptšə.Enravish,ənraviš, verrukken; subst.Enravishment.Enrich,ənritš, verrijken, tooien, vruchtbaar maken; subst.Enrichment.Enrobe,ənroub, (be)kleeden, tooien.Enrockment,ənrokm’nt, steenstorting, hordenwerk voor havenhoofden, wallen, dammen, enz.Enrol(l),ənroul, inschrijven, registreeren, opnemen, aanmonsteren:They enrolled themselves membersof the university= lieten zich inschrijven als;They were preparedto enrol themselves= bereid dienst te nemen;Enrolment= inschrijving, register, oorkonde.Enroot,ənrût, doen wortel schieten.Enschedule,ənšedjûl, opteekenen, inschrijven.Ensconce,ənskons, zich verbergen, zich neerzetten:They ensconced themselveson one of the sofas= zij doken in;Ensconced in an angle= verscholen, verdekt opgesteld.Enshrine,ənšrain, wegsluiten (als iets heiligs), koesteren (met heilige liefde).Enshroud,ənšraud, omhullen, bedekken.Ensiferous,ensifərɐs, zwaarddragend;Ensiform,ensiföm, zwaardvormig.Ensign,ensain, vlag, standaard, signaal, vaandrig, (onderscheidings)teeken, insigne, verhuurbordje, uithangbord;Ensign-bearer= vaandeldrager;Ensigncy,Ensignship= vaandrigrang.Ensilage,ensilidž, subst. ingekuild voeder, inkuiling van groen veevoeder en vruchten;Ensilageverb. inkuilen =Ensile.Enslave,ənsleiv, tot slaaf maken, onderwerpen; subst.Enslavement.Ensnare,ənsnêə, in eene val lokken, verstrikken, verlokken.Ensphere,ənsfîə, omringen, een bolvorm geven aan.Ensue,ənsiû, volgen, voortkomen;Ensuing:Ensuing ages= het nageslacht.Ensure,ənšûə. ZieInsure.Entablature,əntablətjuə,Entablement,ənteib’lm’nt, entablement, architraaf, fries en kroonlijst samen.Entail,ənteil, subst. =Entailed estate, grondbezit, dat van vader op zoon moet overgaan; de regeling van de overdracht van goederen;Entailverb. vermaken (zóó, dat het vermaakte onvervreemdbaar is), na zich sleepen, meebrengen, leiden tot:My property has got no entail on it= ik kan vrij beschikken over;To cut off the entail=The Estate in Tailveranderen in eenEstate in Fee Simple, waarover de erflater vrij beschikken mag; subst.Entailment.Entangle,əntaŋg’l, verstrikken, verwarren, verlegen maken; subst.Entanglement= verwikkeling, verwarring, verlegenheid, valstrik, havenversperring.Enter,entə, binnengaan, binnenkomen, instroomen, intreden, zich begeven in, lid worden van, toelaten, inschrijven, boeken, aanvangen, beginnen, inklaren (v. goederen), indringen, ingaan (fig.), indrijven:Toenter the cargo= bij de douane aangeven;Toenter the church= geestelijke worden;Heentered the listsagainst a formidable adversary= trad het strijdperk binnen, bond het gevecht aan met;Heentered his office= trad binnen;Toenter a protest against= aanteekenen tegen;To enter intoconversation= aanknoopen;Ienter into your feelings= begrijp volkomen, deel in;Toenter intothe Kingdom of Heaven= binnengaan;Toenter into (on)one’s rest= de eeuwige rust ingaan;He was entered ofthe Inner Temple= werd lid van;A new actorentered onthe scene= trad op;Sheentered tohim= zij kwam bij hem op het tooneel;Entered tonational account= geboekt voor het rijk;Toenter uponthe joys of Heaven= deelachtig worden;Heentered upon his office= aanvaardde zijn ambt.Enteric,ənterik, darm…:Enteric fever= typheuse koorts;Enteritis,entəraitis, ingewandsontsteking;Entero …,entərou(in samenstellingen), ingewands…, buik …Enterclose,entəklous, doorgang tusschen twee kamers.Enterprise,entəpraiz, subst. onderneming, waagstuk, speculatie, energie, ondernemingsgeest; ook verb.;Enterprising= ondernemend, vermetel.Entertain,entətein, onthalen, zich onderhouden,[173]bezighouden, handhaven, voeden of koesteren, in overweging nemen, vermaken:I do notentertain the idea of it= ik denk er niet over;Toentertain an offer, an overture= op een aanbod (voorstel) ingaan;To beentertained at (to)dinner= de gast zijn;Entertainer= onderhouder, patroon, gastheer:I am the entertainer= ik betaal;Entertaining= amusant;Entertainment= onthaal, gastvrijheid, feestmaal, vermaak, geestesgenot, koesteren (van gedachten).Enthral,ənthrôl, tot slaaf maken, onderwerpen, betooveren; subst.Enthralment.Enthrone,ənthroun(Enthronize,ənthrounaiz), ten troon verheffen, zetelen, wijden (een bisschop); subst.Enthralment.Enthuse,ənthjûz, in geestdrift (in vuur) geraken, vol geestdrift zijn (Am.):ToEnthuse over;Enthusiasm,ənthjûziazm, geestdrift, overdreven ijver;Enthusiast= geestdriftig, vurig bewonderaar of vereerder; adj.Enthusiastic(al).Entice,əntais, verlokken of verleiden; subst.Enticement.Entire,əntaiə, adj. geheel, volkomen, oprecht, onbetwist, zuiver; subst. bier (direct v. de brouwerij), niet gecastreerd paard; subst.Entireness=Entirety.Entitle,əntait’l, aanspraak of recht geven op, betitelen, noemen.Entity,entiti, zijn, aanwezen, bestaand iets:That remarkable entity,the French people= dat merkwaardig geheel.Entoil,əntôil, verstrikken.Entomb,əntûm, (levend) begraven;Entombment= begrafenis.Entomologic(al),entəməlodžik(’l), entomologisch;Entomologist= entomoloog;Entomology,entəmolədži, insectenleer.Entozoön,entəzouən, ingewandsworm.Entrails,entreilz, ingewanden, binnenste.Entrain,əntrein, ten gevolge hebben, meesleepen; inladen (in een trein):The troopsentrained forKimberley.Entrammel,əntram’l, verwarren, verstrikken.Entrance,entr’ns, binnenkomst, intrede, intocht, optreden, aanvaarding, toelating, ingang, monding, inklaring:His entrance into his office= het aanvaarden van zijn ambt;Entrance-examination= toelatingsexamen;Entrance-duty= invoerrecht;Entrance-fee= inleggeld, entrée(geld);Entrance money= toegangsprijs;Entrance subscription= entree (bij het lid worden.)Entrance,əntrâns, verrukken, in geestverrukking brengen; subst.Entrancement.Entrant,entr’nt, optredende, deelnemer.Entrap,əntrap, in eene val vangen, verstrikken.Entreat,əntrît, smeeken, dringend verzoeken:Entreative words= smeekbeden;Entreaty= dringend verzoek, smeekbede.Entrée,Fr. uitspr., toegang;Entrées=Entremets,Fr. uitspr., tusschengerechten (inEngel.).Entrench,əntrenš, verschansen (m. loopgr.); subst.Entrenchment.Entrepot,Fr. uitspr., hoofdstapelplaats, magazijn, entrepôt.Entrust,əntrɐst(ZieIntrust):He was entrusted with your interests= hem werden toevertrouwd.Entry,entri, ingang, (binnen)komst, intocht, optreden, steeg, boeking, post, inklaring, declaratie, inbezitneming:To make one’s entry= zijn intocht houden;To make an entry= declareeren (van goed);Will youmake an entry ofthis= dit opschrijven?The entrieswere six in all= deelnemers; (Book-keeping by) Double, Single entry= dubbel, enkel boekhouden;Bill of entry= lijst der voor invoer in te klaren goederen;Entry-money.Entwine,əntwain,Entwist,əntwist, omwinden, omslingeren.Enucleate,injûklieit, ontwarren, ophelderen; subst.Enucleation.Enumerate,ənjûməreit, optellen, opnoemen;Enumeration= optelling, lijst; adj.Enumerative.Enunciate,inɐnšieit, uiten, uitspreken, verklaren;Enunciation= uitdrukking, bewoordingen, uitspraak, verklaring; adj.Enunciative.Envelop,ənveləp, omringen, omwikkelen, verbergen;Envelope,envəloup, omslag, enveloppe; decoma(zie dit woord) van een planeet, omhulsel, versterkte wal:A visiting-cardis carried in an open envelopefor one centime— kan worden verzonden;Envelopment= inwikkeling, omslag.Envenom,ənvenəm, vergiftigen, verbitteren.Enviable,enviəb’l, benijdenswaardig;Envied,envid, benijd;Envious,enviəs, afgunstig:The envious flood= de boosaardige golven (vloed); subst.Enviousness.Environ,ənvair’n, omringen, omgeven, insluiten;Environsookenvir’nz, omstreken, omgeving; subst.Environment.Envisage,ənvizidž, onder de oogen zien, beschouwen.Envoy,envôi, afgezant, bode; slotstrophe welke een opdracht bevat (ookənvôi);Envoyship= ambt v.envoy.Envy,envi, subst. nijd, afgunst, voorwerp van afgunst; kwaadaardigheid;Envyverb. benijden, misgunnen:In envy= uit jaloerschheid, nijd.Enwrap,ənrap, omwikkelen, inwikkelen, omhullen.Enwreathe,ənrîdh, be-, omkransen.Eolian,ioulj’n,Eolic, iolik, Eolisch.Eon,îən, eeuw, eeuwigheid.Eostre,îəstə, Angelsaksische godin.Epact,îpakt,epakt, epacta.Eparch,epək, gouverneur, bisschop (Grieksche kerk);Eparchy= provincie; diocees.Epaule,əpôl, hoek van een bastion;Epaulement= epaulement, borstwering.Epaulet(te),epôlet, epaulette.Epenthesis,ipenthisis, epenthesis.Ephemera,ifemərə, ééndagsvlieg, ding van één dag;Ephemeral, kortstondig, ephemeer;Ephemeris,ifeməris(Meerv.Ephemerides,îfemeridîz), sterrekundige tafel, astronomische almanak;Ephemeron,ifeməron, =Ephemera.Ephesian,ifîž’n, subst. Ephezer; adj. vanEphesus,efəsɐs.[174]Ephialtes,efialtîz, nachtmerrie.Ephod,efod, rijk en kort opperkleed der Joodsche (hooge)priesters.Ephor,efö, opziener; mv.EphorsofEphori,efərai, ephoren (Sparta).Epic,epik, adj. episch, verhalend; subst.epos, heldendicht.Epicede,episîd, lijk- of klaagzang.Epicene,episîn, gemeenslachtig.Epicure,epikjuə, epicurist, gastronoom;Epicurean,epikjurîən, adj. epicuristisch, weelderig; subst. epicurist, lekkerbek;Epicureanism,epikjurîənizm=Epicurism= epicurisme.Epidemic,epidemik(Epidemy,epidəmi), epidemie:Anepidemic of typhoidwas raging;Epidemic(al)= heerschend, epidemisch.Epidermis,epidɐ̂mis, opperhuid.Epigastric,epigastrik, tot het bovendeel van den onderbuik (=Epigastrium) behoorende.Epiglottis,epiglotis, keelklep; adj. Epiglottic.Epigram,epigram, puntdicht, epigram; adj.Epigrammatic(al);Epigrammatist,epigramətist, maker van puntdichten;Epigramverb.Epigrammatize.Epigraph,epigraf, opschrift, motto.Epilepsy,pilepsi, vallende ziekte;Epileptic,epileptik, subst. epilepticus; adj. epileptisch (=Epileptical).Epilogical,epilodžik’l,Epilogistic,epiləžistik, epilogisch, tot een epiloog behoorend; Epilogue,epilog, epiloog.Epiphany,əpifəni, Driekoningen (6 Jan.).Epiphyte,epifait, woekerplant.Epirus,epirəs.Episcopacy,əpiskəpəsi, bisschoppelijke regeering der kerk;Episcopal,əpiskəp’l, episcopaal;Episcopalian,əpiskəpeilj’n, subst. lid v. de episcop. kerk; adj. bisschoppelijk;Episcopate,əpiskəpit, subst. bisdom, waardigheid van bisschop; het episcopaat.Episode,episoud, episode, voorval, tusschenverhaal;Episodial,episoudj’l;Episodic(al),episodik(’l), tot eene episode behoorend, toevallig.Epistle,ipis’l, subst. brief, Zendbrief; gedeelte vande Zendbr., dat bij ’t Avondmaal wordt voorgelezen;Epistle side= rechterzijde van het altaar (als men er vóór staat) waar dit voorgelezen wordt;Epistolary,əpistələri:Epistolary style= briefstijl.Epistyle,epistail, architraaf.Epitaph,epitaf, grafschrift.Epithalamium,epithəleimj’m, bruiloftsdicht of lied.Epithelium,epithîliəm, opperhuid, slijmhuid.Epithet,epithet, subst. epitheton, toenaam, bijnaam.Epitome,əpitəmî, korte inhoud, kort begrip;Epitomist= maker van eenepitome;Epitomeverb.Epitomize= condenseeren.Epoch,epok,îpok, tijdstip, tijdperk;Epoch-making;Epochal,epək’l, opzienbarend.Epode,epoud, epode, slotzang, refrein.Epopee,epəpî,Epos,epos, heldendicht.Epsom Salts,eps’msôlts, Engelsch zout.Equability,îkwəbiliti,ekwəbiliti, gelijkmatigheid;Equable,îkwəb’l,ekwəb’l, gelijkmatig, gelijkvormig.Equal,îkw’l, subst. gelijke, wederga; adj. gelijk, gelijkvormig, opgewassen tegen;Equalverb. gelijk zijn (worden, maken), evenaren:Hismental (social) equal;Heis not (does not feel) equal to it= hij is er niet tegen opgewassen;Equal to the occasion= berekend voor zijn taak, slagvaardig;Not to be equalled= zijns gelijke niet hebben;Equality,ikwoliti, gelijkheid, enz.;Equalization,ikwəl(a)izeiš’n, gelijkmaking;Equalize= gelijkmaken.Equanimity,îkwənimiti, gelijkmoedigheid.Equate,ikweit, herleiden tot een gemiddelde, in den vorm van een vergelijking brengen;Equation,ikweiš’n, vergelijking, equatie of verevening:Equation of time= tijdsverevening.Equator,ikweitə, evenaar, aequator;Equatorial,îkwətôri’l, adj. aequatoriaal, ook subst. = bepaalde astronomische kijker;Equatorial current= aequatoriaalstroom;Equatorial regions= de tropen.Equer(r)y,ekwəri,ikweri, stalmeester.Eques,îkwiz=Equites.Equestrian,ikwestriən, subst. ruiter, kunstrijder; adj. te paard zittend, tot het rijden behoorend:Fair equestrian= amazone;Equestrianism= rijkunst;Esquestrienne,ikwestrien,ikwestrien, kunstrijderes.Equiangular,îkwiaŋgjulə, gelijkhoekig.Equibalance,îkwibal’ns, subst. evenwicht;Equibalanceverb. in evenwicht zijn met.Equidifferent,îkwidifər’nt, met gelijke verschillen.Equidistant,îkwidist’nt, op gelijken afstand.Equilateral,îkwilatər’l, subst. en adj. gelijkzijdige (figuur).Equilibrate,îkwilaibreit, in evenwicht zijn (houden, brengen), in evenwicht blijven;Equilibration= evenwicht;Equilibrist,ikwilibrist,ikwilaibrist, koorddanser;Equilibrity,îkwilibriti, evenwicht;Equilibrium,îkwilibriəm.Equimultiple,îkwimɐltip’l, subst. en adj. met hetzelfde getal vermenigvuldigd (getal).Equine,îkw(a)in, paardachtig, paarde …Equinoctial,îkwinokš’l, subst. evenachtslijn; adj. tot de e. behoorende:Equinox,îkwinoks,ekwinoks, dag- en nachtevening:Vernal and autumnal equinox= lente- en herfstnachtevening.Equip,ikwip, uitrusten;Equipment= equipement.Equipage,ekwipidž, uitrusting, stoet, gevolg, (staatsie)rijtuig.Equipoise,îkwipôiz, evenwicht.Equipollence,îkwipol’ns, gelijkheid van macht of kracht, gelijkwaardigheid;Equipollent= gelijkwaardig.Equiponderance,îkwipondər’ns, gelijk gewicht;Equiponderant,îkwipondər’nt, van gelijk gewicht;Equiponderate,îkwipondəreit, opwegen tegen, in evenwicht brengen.Equitable,ekwitəb’l, billijk, onpartijdig; subst.Equitableness.Equitation,ekwiteiš’n, rijkunst;Equites[175]ekwtîz, de tweede adellijke orde in het oude Rome, die oorspronkelijk de cavalerie vormde.Equity,ekwiti, billijkheid, rechtvaardigheid; soort van aanvullingsrecht (meer naar den geest dan naar de letter der wet) voor gevallen waarin de oudeCommon Lawniet voorzag:Equity of redemption= de tijd, iemand toegestaan, om de hypotheek op zijne landerijen af te lossen; het hem toekomende overschot na verkoop;Court of Equity= rechtbank waarEquity-recht werd gesproken, vroeger ressorteerend onder het oudeCourt of Chancery; sedert 1878 onder deChancery Divisionvan hetHigh Court of Justice.Equivalence,ikwivəlens, gelijkwaardigheid;Equivalent= equivalent, adj. en subst.Equivocal,ikwivək’l, dubbelzinnig, verdacht, onzeker; subst.Equivocalness;Equivocate,ikwivəkeit, dubbelzinnig spreken, het niet nauw met de waarheid nemen; subst.Equivocation;Equivocator= draaier.Equus,îkwɐs, paard.Era,îrə, tijdperk, jaartelling.Eradicate,iradikeit, met wortel en tak uitroeien, verdelgen; subst.Eradication;Eradicative,iradikətiv, subst. en adj. radicaal uitroeiend (middel).Erase,ireis, uitschrappen, uitwisschen;Erasement= uitkrassing, uitschrapping;Eraser= radeermesje; radeergomelastiek;Erasure,ireižə, uitkrassing, geradeerd gedeelte.Erasmus,irazməs.Erastian,irastj’n, Erastiaan(sch), genoemd naarErastus,irastəs, die de Kerk wilde ondergeschikt maken aan den Staat.Ere,êə, eer, vroeger dan, vóór:Ere ever= voordat;Erelong= eerlang;Erenow= vóór dezen;Ere this= vroeger, te voren;Erewhile= vroeger.Erebus,eribɐs, Erebus, onderwereld.Erect,irekt, adj. rechtop, loodrecht, vast, flink;Erectverb. oprichten, stichten, bouwen, monteeren, verheffen, uitzetten, stijf worden, zich verheffen:ToErect a perpendicular= eene loodlijn oprichten;Erectile,irektil, wat opgericht kan worden;Erecting-shop= stelkamer;Erection= oprichting, verheffing, stichting; erectie; gebouw;Erective= oprichtend;Erectness= opgerichte stand of houding; oprechtheid;Erector= oprichter, spier, die ter oprichting dient.Eremite,erəmait, (h)eremiet, kluizenaar; adj.Eremitic(al).Ergo,ɐ̂gou, dus, derhalve.Ergot,ɐ̂gət, moederkoren;Ergotism= moederkoren, vergiftiging hierdoor.Eric,îrik,erik.Erica,iraikə, heidekruid.Erie,îri:Lake Erie;Erin,îrin, Ierland:Son of Erin= Ier.Erinnys,irinis,irainis, Erinnyen, wraakgodinnen; furiën;Erlking,ɐ̂lkiŋ, elfenkoning.Ermin(e),ɐ̂min, hermelijn, hermelijnen mantel; rechterlijke waardigheid:Ermined= met rechterl. ofpairs-waardigheid bekleed.Ern(e),ɐ̂n, zee-arend.Ernest,ɐ̂nəst.Erode,iroud, wegvreten, invreten:Erodent= wegvretend (middel).Eros,îros.Erosion,irouž’n, wegvreting, weggevreten plaats; kanker; adj.Erosive,irousiv.Erotic,irotik, erotisch; minnedicht.Erotomania,əroutəmeinjə,Erotomany,erətoməni, minnewaanzin, erotomanie.Err,ɐ̂, dwalen, een fout begaan, zondigen.Errand,er’nd, boodschap:Bent on an errand= op een boodschap uit;Togo (on) an errand,Torun errands= boodschap(pen) doen;Tobe sent on a fool’s errand= voor gek loopen;Errand-boy= loopjongen.Errant,er’nt, dolend, dwalend:Knight errant= dolende ridder;Errantry= zwerftocht, leven van een dolenden ridder.Errata,əreitə, Meerv. v.Erratum= fout, vergissing;Erratic(al),əratik(’l), dwalend, doelloos, opvallend, excentriek:Erratic block= erratisch rotsblok.Erroneous,ərouniəs, verkeerd, onjuist; subst.Erroneousness.
Emerald,emər’ld, smaragd, bep. Eng. drukletter:Emerald green= smaragdgroen;Emerald Isle= Ierland.Emerge,imɐ̂dž, oprijzen uit, zich verheffen, te voorschijn komen, ontstaan; subst.Emergence, ookEmergency= plotselinge verschijning, onverwachte gebeurtenis, moeilijkheid, dringende noodzakelijkheid:In case of emergency= geval van nood;In an emergency= desnoods;Emergency-door= nooddeur;Emergency-loan;Emergency-man= noodhulp, ook bijgeboycotteIersche landheeren;Emergent= opduikend, ontstaand, dringend.Emeritus,imeritɐs, emeritus:Pastor emeritus= emeritus predikant.Emerods,emərodz, aambeien.Emersion,imɐ̂š’n, oprijzing; emersie.Emerson,eməs’n.Emery,eməri, amaril:Emery-paper= schuurpapier;Emery-wheel= slijprad.Emetic,imetik, subst. en adj. braakwekkend (middel):Tartar emetic= braakwijnsteen.Emeu,îmju. ZieEmu.Emigrant,emigr’nt, subst. landverhuizer; ook adj.;Emigrant-ship;Emigrate,emigreit, uit het land verhuizen; subst.Emigration.Emilia,imîljə;Emily,emili.Eminence,eminens, verhevenheid, hoogte, hooge rang, beroemdheid, onderscheiding, eminentie;Eminent= verheven, uitstekend;Eminently= in hooge mate.Emir,imîə,îmə, emir.Emissary,emisəri, subst. (geheime) gezant, bespieder.Emission,imiš’n, uitstraling, uitstrooming, emissie, uitgifte, het bedrag in omloop gebracht;Emissive= uitstralend, uitzendend =Emissory.Emit,imit, uitzenden, uitstralen, (laten) uitstroomen, uiten, uitwerpen, uitgeven, in omloop brengen.Emma,emə;Emmanuel,əmanjuəl.Emmet,emət, mier.Emollient,imolj’nt, subst. en adj. weekmakend, verzachtend (middel).Emolument,imoljument, emolument, nut, voordeel, salaris.Emotion,imouš’n, aandoening, ontroering, gisting;Emotional= ontroerend, gemoeds …Empale,əmpeil, omheinen, met palen omgeven; spietsen.Empan(n)el,əmpan’l, subst. lijst van de gezworenen;Empaleverb. zulk een lijst maken, hen oproepen.Emperil,əmperil=Imperil.Emperor,empərə, keizer:Purple Emperor= pauwenoog (kapel);Emperor paper= grootst formaat teekenpapier, 165 cM. bij 118 cM.Emphasis,emfəsis, nadruk, klem:I wishto emphasizethis fact= den nadruk te leggen op;Emphatic= nadrukkelijk:Emphasis form= de vorm van een bevestigend werkwoord metto do.Empire,empaiə, keizerrijk, rijk, heerschappij, macht:The Empire City= (bijnaam van)New-York;Empire Day= 24 Mei (geboortedag van Koningin Victoria);Empire gown.Empiric,əmpirik, empirisch (=Empirical); subst. empiricus, kwakzalver;Empiricism,əmpirisizm= empirie; kwakzalverij.Employ,əmplôi, subst. bezigheid, beroep, dienst;Employverb. gebruiken, besteden, aanwenden, bezig zijn met:He has many menin his employ= aan ’t werk;Tobe employed= in dienst zijn;He employed himselfactively whilst there= werkte hard;Employable= bruikbaar;Employee=emplôi-î, employé;Employer= werkgever, principaal;Employment= bezigheid, beroep, plaatsing, belegging:Thrown out of employment= werkloos.Emporium,əmpôriəm, handelscentrum, stapelplaats, entrepot, bazaar, magazijn.Empower,əmpauə, machtigen, in staat stellen.Empress,emprəs, keizerin.Emptiness,em(p)tinəs, ledigheid, holheid, waardeloosheid.Empty,em(p)ti, adj. ledig, leeg, hongerig, leegstaand, vergeefsch, ijdel, nutteloos, woest en ledig;Emptyverb. ledigen, uit- of weggieten, leeg worden, zich ontlasten:The room wasempty ofeverything but a lamp= er was niets in de kamer dan;Theempties= alle ledige dingen (zooals bussen, flesschen, zakken, kisten, enz.);He got (they gave him) the empties= den bons;Empty-handed= met leege handen;Empty-headed= onwetend;Empty-hearted= harteloos;Emptyings= droesem van bier, cider, etc.; gist (Amer.).Empurple,əmpɐ̂p’l, purperrood kleuren.Empyreal,əmpiriəl,empirîəl, den hemel betreffend; hemelsch, vurig =Empyrean,empirîən,əmpiriən, subst. hoogste hemel, firmament.Ems,emz.Emu,îmjû, casuaris (Australië);Emu-wren= klein Australisch vogeltje.Emulate,emjuleit, wedijveren met, nastreven:He emulated popularity;Emulation= wedijver, naijver, concurrentie;Emulator= wedijveraar.Emulgent,imɐldž’nt, subst. en adj. afvoerend (middel).Emulous,emjulɐs, wedijverend, naijverig.Emulsion,imɐlš’n, emulsie; amandelmelk;Emulsive= geschikt voor emulsie, verzachtend.Emunctory,imɐŋktəri, afscheidend.Enable,əneib’l, in staat stellen, machtigen.Enact,ənakt, vaststellen, bepalen, tot wet verheffen; voorstellen, spelen, volvoeren:To enact a part= eene rol spelen;Enactment= wetsbekrachtiging, wet, verordening;Enactor= wetgever;Enacture= volbrenging.Enamel,ənam’lsubst. email, glazuur;Enamelverb. emailleeren, glazuren, opsmukken;Enamellar, adj. op email gelijkend, glad, glanzig;Enameller= emailleerder, brandschilder.[170]Enamour,ənamə, verliefd maken, bekoren:Tobe enamoured of= verliefd op.Encamp,ənkamp, (laten) kampeeren; subst.Encampment.Encase,ənkeis, in een koker sluiten, omsluiten:Encased in black silk= gestoken, gedost.Encash,ənkaš, in baar geld uitbetalen (ontvangen), incasseeren.Enceinte,Fr. uitspr., subst. wal, ringmuur; adj. zwanger.Enchafe,əntšeif, sarren, boos maken.Enchain,əntšein, ketenen, boeien;Enchainment= aaneenschakeling.Enchant,əntšânt, bekoren, verrukken, betooveren:Enchanted ring= tooverkring;Enchanter= toovenaar, betooveraar;Enchantment= betoovering;Enchantress= heks, betooverende vrouw.Enchase,əntšeis, zetten (b.v. van juweelen in goud), ciseleeren; drijven, sieren;Enchaser= graveur, ciseleur.Encircle,ənsɐ̂k’l, omringen, omgeven, omarmen, omsluiten.Enclasp,ənklâsp, omvatten, omsluiten.Enclitic,ənklitik(=Enclitical), enklitisch, onafscheidelijk verbonden.Enclose,ənklouz, omgeven, omringen, omheinen, insluiten:The enclosed= bijgaande (ingesloten) stukken;Enclosure= omheining, afsluiting, insluiting.Encomiast,ənkoumiast, lofredenaar;Encomiastic= lovend;Encomium,ənkoumj’m, lof, loftuiting.Encompass,ənkɐmpəs, omringen, omgeven; subst.Encompassment.Encore,âŋkö, verb. bisseeren:To give an encore= biscouplet geven;Encore!= bis!Encounter,ənkauntə, subst. ontmoeting, treffen, gevecht;Encounterverb. (onverwacht) ontmoeten, stooten op, beloopen worden door, het hoofd bieden.Encourage,ənkɐridž, aanmoedigen, steunen; subst.Encouragement;Encourager= begunstiger.Encroach,ənkroutš, inbreuk maken op (on), benadeelen, indringen, inbreuk maken, misbruiken:Heencroached onmy kindness= maakte misbruik van;Encroachment= inbreuk, benadeeling, aanmatiging.Encrust,ənkrɐst, incrusteeren, (zich) omkorsten.Encumber,ənkɐmbə, belemmeren, versperren, nauwer maken, met schulden belasten;Encumbrance= hindernis, last, hypotheek:Married people,no encumbrance= zonder kinderen tot hun last;Encumbrancer= hypotheekhouder.Encyclic(al),əns(a)iklik(’l), subst. rondgaand schrijven, encycliek; adj. rondgaand.Encyclop(a)edia,ənsaikləpîdjə, encyclopedie;Encyclop(a)edian=Encyclopedic(al),ənsaikləpîdik(’l),ənsaikləpedik(’l), encyclopedisch;Encyclopedist,ənsaikləpîdist, encyclopedist (1750–1770 in Frankrijk).End,end, subst. einde, eindje, stukje, besluit, uitslag, dood, grens, oogmerk, doel, resultaat, nut;Endverb. eindigen, ophouden, een einde maken aan, besluiten, voleindigen:Theend justifies the means= het doel heiligt de middelen;Theend is not yet= het einde is niet te voorzien;There’s an end of the matter= daar is de zaak mee uit;At an end= ten einde, uit;At the end= ten slotte;At one’s wit’s (wits’) end= ten einde raad;In the end= bij slot van rekening;No end= vreeselijk, erg, enorm:No end ofa fool (fun, a row, time)= een groote dwaas (veel, hoogloopend, zeer veel);For a fortnighton end= veertien dagen aan één stuk;This train runs 80 mileson end= zonder stoppen;His hairstood on end= was te berge gerezen;To no end= vergeefs;To this end= met dit doel;World without end= van eeuwigheid tot amen;Tocome (draw) to an end= afloopen;He cannotmake both ends meet= hij kan niet rondkomen (vergel.Joindre les deux bouts);Heput an end to it (to himself)= maakte er een einde aan (aan zijn leven);Heroamed to the ends of the earth= zwierf tot de uiterste grenzen der aarde;All’s well that ends well= eind goed, al goed;End-all= slot, einde voorgoed;Ending= einde, uitgang;Endless= eindeloos; subst.Endlessness;Endlong= rechtuit;Endmost= laatst, uiterst;Endways,Endwise= overeind, rechtop, in de lengte.Endanger,əndeinžə, in gevaar brengen, aan schade blootstellen.Endear,əndîə, bemind of dierbaar maken;Endearing, dier, lief:Endearing terms= lieve namen of woorden;Endearment= toegenegenheid, teederheid, bekoring.Endeavour,əndevə, subst. poging, inspanning;Endeavourverb. pogen, trachten.Endecagon,əndekəgon, elfhoek.Endemic,əndemik(=Endemical), subst. endemie, locale ziekte; adj. inheemsch, endemisch.Endirons,endaiənz, standaards waarin het spit draait, of die dienen om de houtblokken te steunen.Endive,endiv, andijvie.Endocardium,endəkâdj’m, binnenste hartvlies;Endocarditis= hartvliesontsteking.Endogamy,əndogəmi, huwelijk onder de leden van denzelfden stam; adj.Endogamous:Endogamous marriage.Endogastritis,endəgastraitis, maagvliesontsteking.Endorse,əndös, endosseeren, in omloop brengen, bevestigen, onderschrijven:These typewriters areendorsed as the best= verklaard de beste te zijn;Endorsee= iemand aan wien een wissel, etc. geëndosseerd is;Endorsement= endossement, giro, bevestiging;Endorser= endossant.Endow,əndau, begiftigen, doteeren;Endower= schenker;Endowment= huwelijksgift, schenking, dotatie; talent, gave.Endue,əndjû, aantrekken, bekleeden met.Endurable,əndjûrəb’l, verdraaglijk;Endurance,əndjûr’ns, duur, voortduring; lijden, lijdzaamheid, geduld, uithoudingsvermogen;Endure,əndjûə, duren; verdragen, dulden, uithouden:He was veryenduring= kon het lang uithouden.Endymion,əndimiən;Eneid,îniid, de Eneïde.[171]Enemy,enəmi, vijand, tegenstander:The Enemy= de Duivel; de tijd;How goes the enemy?= hoe laat is het;The hands of the enemy= wijzers v. d. klok.Energetic(=Energetical),enədžetik, krachtig;Energetics,enədžetiks, de leer van het arbeidsvermogen;Energic(al),ənɐ̂dzik(’l)krachtig, werkzaam;Energize, krachtig werken (handelen), energie verleenen;Energy,enədži, energie, nadruk, beweging:Conservation of energy= de leer van het behoud van het arbeidsvermogen.Enervate,ənɐ̂veit,enəveit, verzwakken, ontzenuwen; subst.Enervation.Enfeeble,ənfîb’l, verzwakken; subst.Enfeeblement.Enfeoff,ənfef, met een leen of eene schenking begiftigen, overdragen;Enfeoffment= begiftiging, leenbrief.Enfilade,enfileid, subst. bestrijking overlangs;Enfiladeverb. overlangs bestrijken:Enfilading fire= overlangsch vuur;This windowenfilades the park= geeft uitzicht op het park in zijn geheele lengte.Enfist,ənfist:The book enfists the reader= pakt, bindt.Enforce,ənfös, doorzetten, dwingen, opleggen, opdwingen, doen eerbiedigen:The law was enforced= werd streng toegepast;Enforced absence= gedwongen; subst.Enforcement.Enfranchise,ənfranš(a)iz, vrijmaken, vrij laten, het burgerrecht verleenen, het kiesrecht geven; subst.Enfranchisement:Enfranchisement of copyhold lands= het veranderen van deze infreeholds.Engage,əngeidž, verbinden, engageeren, bespreken, in dienst nemen, in dienst treden (Engage oneself), bewegen tot, verplichten, zich bezig houden met, aan den gang brengen, wikkelen (in een strijd), slaags raken, zich begeven in, op zich nemen, zich verbinden:I am engaged= ben bezet, niet te spreken, heb al eene uitnoodiging;Theyengaged ingeneral conversation= het gesprek werd algemeen;Engagement= afspraak, verplichting, verloving, aanstelling, bezigheid; gevecht:A general and close engagement= algemeen gevecht van man tegen man;I amunder an engagement to him= ik ben jegens hem gebonden;To break, enter into, stand by an engagement= eene verbintenis verbreken, aangaan, houden;Meet your engagements= betaal uwe schulden;Engaged-wheels= in elkander grijpende raderen; het drijvende rad heetengaging, het gedreveneengaged wheel;Engaging= innemend, boeiend.Engender,əndžendə, voortbrengen, telen, veroorzaken.Engine,endžin, machine, locomotief (=Fire-engine,Locomotive-Engine);Engineverb. van machines voorzien:Light engine= losse machine;Engine-driver= machinist;Engine-hose= brandspuitslang(en);Engine-house= machineloods, brandspuithuisje;Engine-man= machinist, spuitgast;Engine-wright= locomotiefconstructeur.Engineer,endžinîə, subst. ingenieur, machinist v. een trein (Amer.), officier of soldaat van de genie, technicus, machinist (op een schip);Engineerverb. aanleggen, op touw zetten, klaarspelen:Civil engineer;Electric engineer;Practical engineer= werktuigkundige;Thenthe Dreyfus case was engineered= op touw gezet;With a little tact itcould be engineered= met een beetje tact kon het wel klaargespeeld worden;Civil and Military engineering= burgerlijke en militaire bouwkunde of genie;Engineering-drawing= machineteekenen.Engird,əngɐ̂d, omgorden =Engirdle.England,iŋlənd;Englander=Brit, Engelschman:A Little Englander= tegenstander van de uitbreiding van het rijk.English,iŋgliš, Engelsch, ook subst.;Englishverb. verengelschen, in het E. overbrengen;She (He) is English= zij (hij) is een(e) Engelsche(-man);The King’s (Queen’s) English= zuiver Engelsch;Englishman= Engelschman;Englishwoman= eene Engelsche;Englishry= bewoners (in een ander land) van Engelschen stam.Engorge,əngödž, gulzig verslinden;Engorged= volbloedig;Engorgement= vraatzucht; congestie.Engraft,əngrâft, enten, indrukken, inplanten; subst.Engraftment.Engrail,əngreil, kartelen, versieren;Engrailment= gekartelde of uit een kring van puntjes bestaande rand op een geldstuk.Engrain,əngrein, in de wol verven, drenken in, inwortelen:Engrained with filth= door en door vuil.Engrave,engreiv, graveeren, inprenten, indrukken;Engraver(on copper,on steel,on stone,on wood);Engraving= gravure, houtsnee.Engross,əngrous, geheel innemen of bezitten, geheel in beslag nemen, aan zich trekken, in ’t groot opkoopen; in ’t net schrijven;Engrosser= copiïst; subst.Engrossment.Engulf,əngɐlf, verzwelgen, verzwolgen worden, zich uitstorten, verdwijnen (onder de aarde).Enhance,ənhâns, verhoogen, verheffen, vermeerderen, verzwaren; subst.Enhancement.Enid,înid.Enigma,inigmə, raadsel;Enigmatic(al), ookenigmatik(’l), raadselachtig, duister;Enigmatize= in raadselen spreken.Enisle,ənail, tot eiland maken, isoleeren.Enjoin,əndžôin, opleggen, bevelen, verbieden, vermanen (meton).Enjoy,əndžôi, genieten, zich verheugen over, zich laten smaken, bezitten; zich vermaken (=Enjoy oneself):Did youenjoy your holiday= hebt ge plezier gehad in de vacantie?Enjoyable= genietbaar, genotvol;Enjoyer= bezitter, genieter;Enjoyment= genot, vreugde.Enkindle,ənkind’l, aansteken, doen ontvlammen, opwekken.Enlace,ənleis, omstrengelen, omgeven.Enlard,ənlâd, lardeeren.Enlarge,ənlâdž, grooter maken, verwijden, uitzetten, uitweiden over, in vrijheid stellen, grooter worden:Such an educationenlarges the heart= maakt het hart ontvankelijker; subst.Enlargement.Enlighten,ənlait’n, verlichten, beschaven,[172]duidelijk maken, inlichten; subst.Enlightenment.Enlink,ənliŋk, aaneenschakelen.Enlist,ənlist, inschrijven, registreeren, in dienst nemen, winnen voor, werven, dienstnemen (into):I got him enlisted intomy company;I enlist my pity in your behalf= ik heb medelijden met u; subst.Enlistment:Voluntary enlistment.Enliven,ənlaiv’n, verlevendigen, opwekken, opvroolijken;Enlivener= opwekkend middel.Enmesh,ənmeš,in een net vangen, omstrikken.Enmity,enmiti, vijandschap, vijandige gezindheid.Ennea …,eniə(in samenstellingen), negen:Enneagon,eniəgon, negenhoek; adj.Enneatic(al):Enneatic(al) days= iedere negende dag van eene ziekte;Enneatic(al) years= ieder negende jaar van een menschenleven.Enniskillen,eniskilən.Ennoble,ənoub’l, adelen, veredelen, verheffen;subst.Ennoblement.Enoch,înok.Enormity,inömiti, kolossaalheid, buitengewoonheid, gruwelijke misdaad, wreedheid, afschuwelijkheid; adj.Enormous; subst.Enormousness.Enough,inɐf, genoeg, voldoende (hoeveelheid):Hold, enough= schei uit, ’t is genoeg;That is an easy pillow enough= zeer gemakkelijk;That’s right enough= volkomen juist;Sure enough= voorzeker, inderdaad;It is true enough= maar al te waar;Well enough=vrij goed, voldoende;Enough and to spare= meer dan genoeg;Enough is as good as a feast= de tevredenheid gaat boven alle schatten.Enow,inau= Enough.Enquire,əŋkwaiə=Inquire.Enrage,ənreidž, woedend maken, vertoornen.Enrapt,ənrapt, verrukt; subst.Enrapture,ənraptšə.Enravish,ənraviš, verrukken; subst.Enravishment.Enrich,ənritš, verrijken, tooien, vruchtbaar maken; subst.Enrichment.Enrobe,ənroub, (be)kleeden, tooien.Enrockment,ənrokm’nt, steenstorting, hordenwerk voor havenhoofden, wallen, dammen, enz.Enrol(l),ənroul, inschrijven, registreeren, opnemen, aanmonsteren:They enrolled themselves membersof the university= lieten zich inschrijven als;They were preparedto enrol themselves= bereid dienst te nemen;Enrolment= inschrijving, register, oorkonde.Enroot,ənrût, doen wortel schieten.Enschedule,ənšedjûl, opteekenen, inschrijven.Ensconce,ənskons, zich verbergen, zich neerzetten:They ensconced themselveson one of the sofas= zij doken in;Ensconced in an angle= verscholen, verdekt opgesteld.Enshrine,ənšrain, wegsluiten (als iets heiligs), koesteren (met heilige liefde).Enshroud,ənšraud, omhullen, bedekken.Ensiferous,ensifərɐs, zwaarddragend;Ensiform,ensiföm, zwaardvormig.Ensign,ensain, vlag, standaard, signaal, vaandrig, (onderscheidings)teeken, insigne, verhuurbordje, uithangbord;Ensign-bearer= vaandeldrager;Ensigncy,Ensignship= vaandrigrang.Ensilage,ensilidž, subst. ingekuild voeder, inkuiling van groen veevoeder en vruchten;Ensilageverb. inkuilen =Ensile.Enslave,ənsleiv, tot slaaf maken, onderwerpen; subst.Enslavement.Ensnare,ənsnêə, in eene val lokken, verstrikken, verlokken.Ensphere,ənsfîə, omringen, een bolvorm geven aan.Ensue,ənsiû, volgen, voortkomen;Ensuing:Ensuing ages= het nageslacht.Ensure,ənšûə. ZieInsure.Entablature,əntablətjuə,Entablement,ənteib’lm’nt, entablement, architraaf, fries en kroonlijst samen.Entail,ənteil, subst. =Entailed estate, grondbezit, dat van vader op zoon moet overgaan; de regeling van de overdracht van goederen;Entailverb. vermaken (zóó, dat het vermaakte onvervreemdbaar is), na zich sleepen, meebrengen, leiden tot:My property has got no entail on it= ik kan vrij beschikken over;To cut off the entail=The Estate in Tailveranderen in eenEstate in Fee Simple, waarover de erflater vrij beschikken mag; subst.Entailment.Entangle,əntaŋg’l, verstrikken, verwarren, verlegen maken; subst.Entanglement= verwikkeling, verwarring, verlegenheid, valstrik, havenversperring.Enter,entə, binnengaan, binnenkomen, instroomen, intreden, zich begeven in, lid worden van, toelaten, inschrijven, boeken, aanvangen, beginnen, inklaren (v. goederen), indringen, ingaan (fig.), indrijven:Toenter the cargo= bij de douane aangeven;Toenter the church= geestelijke worden;Heentered the listsagainst a formidable adversary= trad het strijdperk binnen, bond het gevecht aan met;Heentered his office= trad binnen;Toenter a protest against= aanteekenen tegen;To enter intoconversation= aanknoopen;Ienter into your feelings= begrijp volkomen, deel in;Toenter intothe Kingdom of Heaven= binnengaan;Toenter into (on)one’s rest= de eeuwige rust ingaan;He was entered ofthe Inner Temple= werd lid van;A new actorentered onthe scene= trad op;Sheentered tohim= zij kwam bij hem op het tooneel;Entered tonational account= geboekt voor het rijk;Toenter uponthe joys of Heaven= deelachtig worden;Heentered upon his office= aanvaardde zijn ambt.Enteric,ənterik, darm…:Enteric fever= typheuse koorts;Enteritis,entəraitis, ingewandsontsteking;Entero …,entərou(in samenstellingen), ingewands…, buik …Enterclose,entəklous, doorgang tusschen twee kamers.Enterprise,entəpraiz, subst. onderneming, waagstuk, speculatie, energie, ondernemingsgeest; ook verb.;Enterprising= ondernemend, vermetel.Entertain,entətein, onthalen, zich onderhouden,[173]bezighouden, handhaven, voeden of koesteren, in overweging nemen, vermaken:I do notentertain the idea of it= ik denk er niet over;Toentertain an offer, an overture= op een aanbod (voorstel) ingaan;To beentertained at (to)dinner= de gast zijn;Entertainer= onderhouder, patroon, gastheer:I am the entertainer= ik betaal;Entertaining= amusant;Entertainment= onthaal, gastvrijheid, feestmaal, vermaak, geestesgenot, koesteren (van gedachten).Enthral,ənthrôl, tot slaaf maken, onderwerpen, betooveren; subst.Enthralment.Enthrone,ənthroun(Enthronize,ənthrounaiz), ten troon verheffen, zetelen, wijden (een bisschop); subst.Enthralment.Enthuse,ənthjûz, in geestdrift (in vuur) geraken, vol geestdrift zijn (Am.):ToEnthuse over;Enthusiasm,ənthjûziazm, geestdrift, overdreven ijver;Enthusiast= geestdriftig, vurig bewonderaar of vereerder; adj.Enthusiastic(al).Entice,əntais, verlokken of verleiden; subst.Enticement.Entire,əntaiə, adj. geheel, volkomen, oprecht, onbetwist, zuiver; subst. bier (direct v. de brouwerij), niet gecastreerd paard; subst.Entireness=Entirety.Entitle,əntait’l, aanspraak of recht geven op, betitelen, noemen.Entity,entiti, zijn, aanwezen, bestaand iets:That remarkable entity,the French people= dat merkwaardig geheel.Entoil,əntôil, verstrikken.Entomb,əntûm, (levend) begraven;Entombment= begrafenis.Entomologic(al),entəməlodžik(’l), entomologisch;Entomologist= entomoloog;Entomology,entəmolədži, insectenleer.Entozoön,entəzouən, ingewandsworm.Entrails,entreilz, ingewanden, binnenste.Entrain,əntrein, ten gevolge hebben, meesleepen; inladen (in een trein):The troopsentrained forKimberley.Entrammel,əntram’l, verwarren, verstrikken.Entrance,entr’ns, binnenkomst, intrede, intocht, optreden, aanvaarding, toelating, ingang, monding, inklaring:His entrance into his office= het aanvaarden van zijn ambt;Entrance-examination= toelatingsexamen;Entrance-duty= invoerrecht;Entrance-fee= inleggeld, entrée(geld);Entrance money= toegangsprijs;Entrance subscription= entree (bij het lid worden.)Entrance,əntrâns, verrukken, in geestverrukking brengen; subst.Entrancement.Entrant,entr’nt, optredende, deelnemer.Entrap,əntrap, in eene val vangen, verstrikken.Entreat,əntrît, smeeken, dringend verzoeken:Entreative words= smeekbeden;Entreaty= dringend verzoek, smeekbede.Entrée,Fr. uitspr., toegang;Entrées=Entremets,Fr. uitspr., tusschengerechten (inEngel.).Entrench,əntrenš, verschansen (m. loopgr.); subst.Entrenchment.Entrepot,Fr. uitspr., hoofdstapelplaats, magazijn, entrepôt.Entrust,əntrɐst(ZieIntrust):He was entrusted with your interests= hem werden toevertrouwd.Entry,entri, ingang, (binnen)komst, intocht, optreden, steeg, boeking, post, inklaring, declaratie, inbezitneming:To make one’s entry= zijn intocht houden;To make an entry= declareeren (van goed);Will youmake an entry ofthis= dit opschrijven?The entrieswere six in all= deelnemers; (Book-keeping by) Double, Single entry= dubbel, enkel boekhouden;Bill of entry= lijst der voor invoer in te klaren goederen;Entry-money.Entwine,əntwain,Entwist,əntwist, omwinden, omslingeren.Enucleate,injûklieit, ontwarren, ophelderen; subst.Enucleation.Enumerate,ənjûməreit, optellen, opnoemen;Enumeration= optelling, lijst; adj.Enumerative.Enunciate,inɐnšieit, uiten, uitspreken, verklaren;Enunciation= uitdrukking, bewoordingen, uitspraak, verklaring; adj.Enunciative.Envelop,ənveləp, omringen, omwikkelen, verbergen;Envelope,envəloup, omslag, enveloppe; decoma(zie dit woord) van een planeet, omhulsel, versterkte wal:A visiting-cardis carried in an open envelopefor one centime— kan worden verzonden;Envelopment= inwikkeling, omslag.Envenom,ənvenəm, vergiftigen, verbitteren.Enviable,enviəb’l, benijdenswaardig;Envied,envid, benijd;Envious,enviəs, afgunstig:The envious flood= de boosaardige golven (vloed); subst.Enviousness.Environ,ənvair’n, omringen, omgeven, insluiten;Environsookenvir’nz, omstreken, omgeving; subst.Environment.Envisage,ənvizidž, onder de oogen zien, beschouwen.Envoy,envôi, afgezant, bode; slotstrophe welke een opdracht bevat (ookənvôi);Envoyship= ambt v.envoy.Envy,envi, subst. nijd, afgunst, voorwerp van afgunst; kwaadaardigheid;Envyverb. benijden, misgunnen:In envy= uit jaloerschheid, nijd.Enwrap,ənrap, omwikkelen, inwikkelen, omhullen.Enwreathe,ənrîdh, be-, omkransen.Eolian,ioulj’n,Eolic, iolik, Eolisch.Eon,îən, eeuw, eeuwigheid.Eostre,îəstə, Angelsaksische godin.Epact,îpakt,epakt, epacta.Eparch,epək, gouverneur, bisschop (Grieksche kerk);Eparchy= provincie; diocees.Epaule,əpôl, hoek van een bastion;Epaulement= epaulement, borstwering.Epaulet(te),epôlet, epaulette.Epenthesis,ipenthisis, epenthesis.Ephemera,ifemərə, ééndagsvlieg, ding van één dag;Ephemeral, kortstondig, ephemeer;Ephemeris,ifeməris(Meerv.Ephemerides,îfemeridîz), sterrekundige tafel, astronomische almanak;Ephemeron,ifeməron, =Ephemera.Ephesian,ifîž’n, subst. Ephezer; adj. vanEphesus,efəsɐs.[174]Ephialtes,efialtîz, nachtmerrie.Ephod,efod, rijk en kort opperkleed der Joodsche (hooge)priesters.Ephor,efö, opziener; mv.EphorsofEphori,efərai, ephoren (Sparta).Epic,epik, adj. episch, verhalend; subst.epos, heldendicht.Epicede,episîd, lijk- of klaagzang.Epicene,episîn, gemeenslachtig.Epicure,epikjuə, epicurist, gastronoom;Epicurean,epikjurîən, adj. epicuristisch, weelderig; subst. epicurist, lekkerbek;Epicureanism,epikjurîənizm=Epicurism= epicurisme.Epidemic,epidemik(Epidemy,epidəmi), epidemie:Anepidemic of typhoidwas raging;Epidemic(al)= heerschend, epidemisch.Epidermis,epidɐ̂mis, opperhuid.Epigastric,epigastrik, tot het bovendeel van den onderbuik (=Epigastrium) behoorende.Epiglottis,epiglotis, keelklep; adj. Epiglottic.Epigram,epigram, puntdicht, epigram; adj.Epigrammatic(al);Epigrammatist,epigramətist, maker van puntdichten;Epigramverb.Epigrammatize.Epigraph,epigraf, opschrift, motto.Epilepsy,pilepsi, vallende ziekte;Epileptic,epileptik, subst. epilepticus; adj. epileptisch (=Epileptical).Epilogical,epilodžik’l,Epilogistic,epiləžistik, epilogisch, tot een epiloog behoorend; Epilogue,epilog, epiloog.Epiphany,əpifəni, Driekoningen (6 Jan.).Epiphyte,epifait, woekerplant.Epirus,epirəs.Episcopacy,əpiskəpəsi, bisschoppelijke regeering der kerk;Episcopal,əpiskəp’l, episcopaal;Episcopalian,əpiskəpeilj’n, subst. lid v. de episcop. kerk; adj. bisschoppelijk;Episcopate,əpiskəpit, subst. bisdom, waardigheid van bisschop; het episcopaat.Episode,episoud, episode, voorval, tusschenverhaal;Episodial,episoudj’l;Episodic(al),episodik(’l), tot eene episode behoorend, toevallig.Epistle,ipis’l, subst. brief, Zendbrief; gedeelte vande Zendbr., dat bij ’t Avondmaal wordt voorgelezen;Epistle side= rechterzijde van het altaar (als men er vóór staat) waar dit voorgelezen wordt;Epistolary,əpistələri:Epistolary style= briefstijl.Epistyle,epistail, architraaf.Epitaph,epitaf, grafschrift.Epithalamium,epithəleimj’m, bruiloftsdicht of lied.Epithelium,epithîliəm, opperhuid, slijmhuid.Epithet,epithet, subst. epitheton, toenaam, bijnaam.Epitome,əpitəmî, korte inhoud, kort begrip;Epitomist= maker van eenepitome;Epitomeverb.Epitomize= condenseeren.Epoch,epok,îpok, tijdstip, tijdperk;Epoch-making;Epochal,epək’l, opzienbarend.Epode,epoud, epode, slotzang, refrein.Epopee,epəpî,Epos,epos, heldendicht.Epsom Salts,eps’msôlts, Engelsch zout.Equability,îkwəbiliti,ekwəbiliti, gelijkmatigheid;Equable,îkwəb’l,ekwəb’l, gelijkmatig, gelijkvormig.Equal,îkw’l, subst. gelijke, wederga; adj. gelijk, gelijkvormig, opgewassen tegen;Equalverb. gelijk zijn (worden, maken), evenaren:Hismental (social) equal;Heis not (does not feel) equal to it= hij is er niet tegen opgewassen;Equal to the occasion= berekend voor zijn taak, slagvaardig;Not to be equalled= zijns gelijke niet hebben;Equality,ikwoliti, gelijkheid, enz.;Equalization,ikwəl(a)izeiš’n, gelijkmaking;Equalize= gelijkmaken.Equanimity,îkwənimiti, gelijkmoedigheid.Equate,ikweit, herleiden tot een gemiddelde, in den vorm van een vergelijking brengen;Equation,ikweiš’n, vergelijking, equatie of verevening:Equation of time= tijdsverevening.Equator,ikweitə, evenaar, aequator;Equatorial,îkwətôri’l, adj. aequatoriaal, ook subst. = bepaalde astronomische kijker;Equatorial current= aequatoriaalstroom;Equatorial regions= de tropen.Equer(r)y,ekwəri,ikweri, stalmeester.Eques,îkwiz=Equites.Equestrian,ikwestriən, subst. ruiter, kunstrijder; adj. te paard zittend, tot het rijden behoorend:Fair equestrian= amazone;Equestrianism= rijkunst;Esquestrienne,ikwestrien,ikwestrien, kunstrijderes.Equiangular,îkwiaŋgjulə, gelijkhoekig.Equibalance,îkwibal’ns, subst. evenwicht;Equibalanceverb. in evenwicht zijn met.Equidifferent,îkwidifər’nt, met gelijke verschillen.Equidistant,îkwidist’nt, op gelijken afstand.Equilateral,îkwilatər’l, subst. en adj. gelijkzijdige (figuur).Equilibrate,îkwilaibreit, in evenwicht zijn (houden, brengen), in evenwicht blijven;Equilibration= evenwicht;Equilibrist,ikwilibrist,ikwilaibrist, koorddanser;Equilibrity,îkwilibriti, evenwicht;Equilibrium,îkwilibriəm.Equimultiple,îkwimɐltip’l, subst. en adj. met hetzelfde getal vermenigvuldigd (getal).Equine,îkw(a)in, paardachtig, paarde …Equinoctial,îkwinokš’l, subst. evenachtslijn; adj. tot de e. behoorende:Equinox,îkwinoks,ekwinoks, dag- en nachtevening:Vernal and autumnal equinox= lente- en herfstnachtevening.Equip,ikwip, uitrusten;Equipment= equipement.Equipage,ekwipidž, uitrusting, stoet, gevolg, (staatsie)rijtuig.Equipoise,îkwipôiz, evenwicht.Equipollence,îkwipol’ns, gelijkheid van macht of kracht, gelijkwaardigheid;Equipollent= gelijkwaardig.Equiponderance,îkwipondər’ns, gelijk gewicht;Equiponderant,îkwipondər’nt, van gelijk gewicht;Equiponderate,îkwipondəreit, opwegen tegen, in evenwicht brengen.Equitable,ekwitəb’l, billijk, onpartijdig; subst.Equitableness.Equitation,ekwiteiš’n, rijkunst;Equites[175]ekwtîz, de tweede adellijke orde in het oude Rome, die oorspronkelijk de cavalerie vormde.Equity,ekwiti, billijkheid, rechtvaardigheid; soort van aanvullingsrecht (meer naar den geest dan naar de letter der wet) voor gevallen waarin de oudeCommon Lawniet voorzag:Equity of redemption= de tijd, iemand toegestaan, om de hypotheek op zijne landerijen af te lossen; het hem toekomende overschot na verkoop;Court of Equity= rechtbank waarEquity-recht werd gesproken, vroeger ressorteerend onder het oudeCourt of Chancery; sedert 1878 onder deChancery Divisionvan hetHigh Court of Justice.Equivalence,ikwivəlens, gelijkwaardigheid;Equivalent= equivalent, adj. en subst.Equivocal,ikwivək’l, dubbelzinnig, verdacht, onzeker; subst.Equivocalness;Equivocate,ikwivəkeit, dubbelzinnig spreken, het niet nauw met de waarheid nemen; subst.Equivocation;Equivocator= draaier.Equus,îkwɐs, paard.Era,îrə, tijdperk, jaartelling.Eradicate,iradikeit, met wortel en tak uitroeien, verdelgen; subst.Eradication;Eradicative,iradikətiv, subst. en adj. radicaal uitroeiend (middel).Erase,ireis, uitschrappen, uitwisschen;Erasement= uitkrassing, uitschrapping;Eraser= radeermesje; radeergomelastiek;Erasure,ireižə, uitkrassing, geradeerd gedeelte.Erasmus,irazməs.Erastian,irastj’n, Erastiaan(sch), genoemd naarErastus,irastəs, die de Kerk wilde ondergeschikt maken aan den Staat.Ere,êə, eer, vroeger dan, vóór:Ere ever= voordat;Erelong= eerlang;Erenow= vóór dezen;Ere this= vroeger, te voren;Erewhile= vroeger.Erebus,eribɐs, Erebus, onderwereld.Erect,irekt, adj. rechtop, loodrecht, vast, flink;Erectverb. oprichten, stichten, bouwen, monteeren, verheffen, uitzetten, stijf worden, zich verheffen:ToErect a perpendicular= eene loodlijn oprichten;Erectile,irektil, wat opgericht kan worden;Erecting-shop= stelkamer;Erection= oprichting, verheffing, stichting; erectie; gebouw;Erective= oprichtend;Erectness= opgerichte stand of houding; oprechtheid;Erector= oprichter, spier, die ter oprichting dient.Eremite,erəmait, (h)eremiet, kluizenaar; adj.Eremitic(al).Ergo,ɐ̂gou, dus, derhalve.Ergot,ɐ̂gət, moederkoren;Ergotism= moederkoren, vergiftiging hierdoor.Eric,îrik,erik.Erica,iraikə, heidekruid.Erie,îri:Lake Erie;Erin,îrin, Ierland:Son of Erin= Ier.Erinnys,irinis,irainis, Erinnyen, wraakgodinnen; furiën;Erlking,ɐ̂lkiŋ, elfenkoning.Ermin(e),ɐ̂min, hermelijn, hermelijnen mantel; rechterlijke waardigheid:Ermined= met rechterl. ofpairs-waardigheid bekleed.Ern(e),ɐ̂n, zee-arend.Ernest,ɐ̂nəst.Erode,iroud, wegvreten, invreten:Erodent= wegvretend (middel).Eros,îros.Erosion,irouž’n, wegvreting, weggevreten plaats; kanker; adj.Erosive,irousiv.Erotic,irotik, erotisch; minnedicht.Erotomania,əroutəmeinjə,Erotomany,erətoməni, minnewaanzin, erotomanie.Err,ɐ̂, dwalen, een fout begaan, zondigen.Errand,er’nd, boodschap:Bent on an errand= op een boodschap uit;Togo (on) an errand,Torun errands= boodschap(pen) doen;Tobe sent on a fool’s errand= voor gek loopen;Errand-boy= loopjongen.Errant,er’nt, dolend, dwalend:Knight errant= dolende ridder;Errantry= zwerftocht, leven van een dolenden ridder.Errata,əreitə, Meerv. v.Erratum= fout, vergissing;Erratic(al),əratik(’l), dwalend, doelloos, opvallend, excentriek:Erratic block= erratisch rotsblok.Erroneous,ərouniəs, verkeerd, onjuist; subst.Erroneousness.
Emerald,emər’ld, smaragd, bep. Eng. drukletter:Emerald green= smaragdgroen;Emerald Isle= Ierland.
Emerge,imɐ̂dž, oprijzen uit, zich verheffen, te voorschijn komen, ontstaan; subst.Emergence, ookEmergency= plotselinge verschijning, onverwachte gebeurtenis, moeilijkheid, dringende noodzakelijkheid:In case of emergency= geval van nood;In an emergency= desnoods;Emergency-door= nooddeur;Emergency-loan;Emergency-man= noodhulp, ook bijgeboycotteIersche landheeren;Emergent= opduikend, ontstaand, dringend.
Emeritus,imeritɐs, emeritus:Pastor emeritus= emeritus predikant.
Emerods,emərodz, aambeien.
Emersion,imɐ̂š’n, oprijzing; emersie.
Emerson,eməs’n.
Emery,eməri, amaril:Emery-paper= schuurpapier;Emery-wheel= slijprad.
Emetic,imetik, subst. en adj. braakwekkend (middel):Tartar emetic= braakwijnsteen.
Emeu,îmju. ZieEmu.
Emigrant,emigr’nt, subst. landverhuizer; ook adj.;Emigrant-ship;Emigrate,emigreit, uit het land verhuizen; subst.Emigration.
Emilia,imîljə;Emily,emili.
Eminence,eminens, verhevenheid, hoogte, hooge rang, beroemdheid, onderscheiding, eminentie;Eminent= verheven, uitstekend;Eminently= in hooge mate.
Emir,imîə,îmə, emir.
Emissary,emisəri, subst. (geheime) gezant, bespieder.
Emission,imiš’n, uitstraling, uitstrooming, emissie, uitgifte, het bedrag in omloop gebracht;Emissive= uitstralend, uitzendend =Emissory.
Emit,imit, uitzenden, uitstralen, (laten) uitstroomen, uiten, uitwerpen, uitgeven, in omloop brengen.
Emma,emə;Emmanuel,əmanjuəl.
Emmet,emət, mier.
Emollient,imolj’nt, subst. en adj. weekmakend, verzachtend (middel).
Emolument,imoljument, emolument, nut, voordeel, salaris.
Emotion,imouš’n, aandoening, ontroering, gisting;Emotional= ontroerend, gemoeds …
Empale,əmpeil, omheinen, met palen omgeven; spietsen.
Empan(n)el,əmpan’l, subst. lijst van de gezworenen;Empaleverb. zulk een lijst maken, hen oproepen.
Emperil,əmperil=Imperil.
Emperor,empərə, keizer:Purple Emperor= pauwenoog (kapel);Emperor paper= grootst formaat teekenpapier, 165 cM. bij 118 cM.
Emphasis,emfəsis, nadruk, klem:I wishto emphasizethis fact= den nadruk te leggen op;Emphatic= nadrukkelijk:Emphasis form= de vorm van een bevestigend werkwoord metto do.
Empire,empaiə, keizerrijk, rijk, heerschappij, macht:The Empire City= (bijnaam van)New-York;Empire Day= 24 Mei (geboortedag van Koningin Victoria);Empire gown.
Empiric,əmpirik, empirisch (=Empirical); subst. empiricus, kwakzalver;Empiricism,əmpirisizm= empirie; kwakzalverij.
Employ,əmplôi, subst. bezigheid, beroep, dienst;Employverb. gebruiken, besteden, aanwenden, bezig zijn met:He has many menin his employ= aan ’t werk;Tobe employed= in dienst zijn;He employed himselfactively whilst there= werkte hard;Employable= bruikbaar;Employee=emplôi-î, employé;Employer= werkgever, principaal;Employment= bezigheid, beroep, plaatsing, belegging:Thrown out of employment= werkloos.
Emporium,əmpôriəm, handelscentrum, stapelplaats, entrepot, bazaar, magazijn.
Empower,əmpauə, machtigen, in staat stellen.
Empress,emprəs, keizerin.
Emptiness,em(p)tinəs, ledigheid, holheid, waardeloosheid.
Empty,em(p)ti, adj. ledig, leeg, hongerig, leegstaand, vergeefsch, ijdel, nutteloos, woest en ledig;Emptyverb. ledigen, uit- of weggieten, leeg worden, zich ontlasten:The room wasempty ofeverything but a lamp= er was niets in de kamer dan;Theempties= alle ledige dingen (zooals bussen, flesschen, zakken, kisten, enz.);He got (they gave him) the empties= den bons;Empty-handed= met leege handen;Empty-headed= onwetend;Empty-hearted= harteloos;Emptyings= droesem van bier, cider, etc.; gist (Amer.).
Empurple,əmpɐ̂p’l, purperrood kleuren.
Empyreal,əmpiriəl,empirîəl, den hemel betreffend; hemelsch, vurig =Empyrean,empirîən,əmpiriən, subst. hoogste hemel, firmament.
Ems,emz.
Emu,îmjû, casuaris (Australië);Emu-wren= klein Australisch vogeltje.
Emulate,emjuleit, wedijveren met, nastreven:He emulated popularity;Emulation= wedijver, naijver, concurrentie;Emulator= wedijveraar.
Emulgent,imɐldž’nt, subst. en adj. afvoerend (middel).
Emulous,emjulɐs, wedijverend, naijverig.
Emulsion,imɐlš’n, emulsie; amandelmelk;Emulsive= geschikt voor emulsie, verzachtend.
Emunctory,imɐŋktəri, afscheidend.
Enable,əneib’l, in staat stellen, machtigen.
Enact,ənakt, vaststellen, bepalen, tot wet verheffen; voorstellen, spelen, volvoeren:To enact a part= eene rol spelen;Enactment= wetsbekrachtiging, wet, verordening;Enactor= wetgever;Enacture= volbrenging.
Enamel,ənam’lsubst. email, glazuur;Enamelverb. emailleeren, glazuren, opsmukken;Enamellar, adj. op email gelijkend, glad, glanzig;Enameller= emailleerder, brandschilder.[170]
Enamour,ənamə, verliefd maken, bekoren:Tobe enamoured of= verliefd op.
Encamp,ənkamp, (laten) kampeeren; subst.Encampment.
Encase,ənkeis, in een koker sluiten, omsluiten:Encased in black silk= gestoken, gedost.
Encash,ənkaš, in baar geld uitbetalen (ontvangen), incasseeren.
Enceinte,Fr. uitspr., subst. wal, ringmuur; adj. zwanger.
Enchafe,əntšeif, sarren, boos maken.
Enchain,əntšein, ketenen, boeien;Enchainment= aaneenschakeling.
Enchant,əntšânt, bekoren, verrukken, betooveren:Enchanted ring= tooverkring;Enchanter= toovenaar, betooveraar;Enchantment= betoovering;Enchantress= heks, betooverende vrouw.
Enchase,əntšeis, zetten (b.v. van juweelen in goud), ciseleeren; drijven, sieren;Enchaser= graveur, ciseleur.
Encircle,ənsɐ̂k’l, omringen, omgeven, omarmen, omsluiten.
Enclasp,ənklâsp, omvatten, omsluiten.
Enclitic,ənklitik(=Enclitical), enklitisch, onafscheidelijk verbonden.
Enclose,ənklouz, omgeven, omringen, omheinen, insluiten:The enclosed= bijgaande (ingesloten) stukken;Enclosure= omheining, afsluiting, insluiting.
Encomiast,ənkoumiast, lofredenaar;Encomiastic= lovend;Encomium,ənkoumj’m, lof, loftuiting.
Encompass,ənkɐmpəs, omringen, omgeven; subst.Encompassment.
Encore,âŋkö, verb. bisseeren:To give an encore= biscouplet geven;Encore!= bis!
Encounter,ənkauntə, subst. ontmoeting, treffen, gevecht;Encounterverb. (onverwacht) ontmoeten, stooten op, beloopen worden door, het hoofd bieden.
Encourage,ənkɐridž, aanmoedigen, steunen; subst.Encouragement;Encourager= begunstiger.
Encroach,ənkroutš, inbreuk maken op (on), benadeelen, indringen, inbreuk maken, misbruiken:Heencroached onmy kindness= maakte misbruik van;Encroachment= inbreuk, benadeeling, aanmatiging.
Encrust,ənkrɐst, incrusteeren, (zich) omkorsten.
Encumber,ənkɐmbə, belemmeren, versperren, nauwer maken, met schulden belasten;Encumbrance= hindernis, last, hypotheek:Married people,no encumbrance= zonder kinderen tot hun last;Encumbrancer= hypotheekhouder.
Encyclic(al),əns(a)iklik(’l), subst. rondgaand schrijven, encycliek; adj. rondgaand.
Encyclop(a)edia,ənsaikləpîdjə, encyclopedie;Encyclop(a)edian=Encyclopedic(al),ənsaikləpîdik(’l),ənsaikləpedik(’l), encyclopedisch;Encyclopedist,ənsaikləpîdist, encyclopedist (1750–1770 in Frankrijk).
End,end, subst. einde, eindje, stukje, besluit, uitslag, dood, grens, oogmerk, doel, resultaat, nut;Endverb. eindigen, ophouden, een einde maken aan, besluiten, voleindigen:Theend justifies the means= het doel heiligt de middelen;Theend is not yet= het einde is niet te voorzien;There’s an end of the matter= daar is de zaak mee uit;At an end= ten einde, uit;At the end= ten slotte;At one’s wit’s (wits’) end= ten einde raad;In the end= bij slot van rekening;No end= vreeselijk, erg, enorm:No end ofa fool (fun, a row, time)= een groote dwaas (veel, hoogloopend, zeer veel);For a fortnighton end= veertien dagen aan één stuk;This train runs 80 mileson end= zonder stoppen;His hairstood on end= was te berge gerezen;To no end= vergeefs;To this end= met dit doel;World without end= van eeuwigheid tot amen;Tocome (draw) to an end= afloopen;He cannotmake both ends meet= hij kan niet rondkomen (vergel.Joindre les deux bouts);Heput an end to it (to himself)= maakte er een einde aan (aan zijn leven);Heroamed to the ends of the earth= zwierf tot de uiterste grenzen der aarde;All’s well that ends well= eind goed, al goed;End-all= slot, einde voorgoed;Ending= einde, uitgang;Endless= eindeloos; subst.Endlessness;Endlong= rechtuit;Endmost= laatst, uiterst;Endways,Endwise= overeind, rechtop, in de lengte.
Endanger,əndeinžə, in gevaar brengen, aan schade blootstellen.
Endear,əndîə, bemind of dierbaar maken;Endearing, dier, lief:Endearing terms= lieve namen of woorden;Endearment= toegenegenheid, teederheid, bekoring.
Endeavour,əndevə, subst. poging, inspanning;Endeavourverb. pogen, trachten.
Endecagon,əndekəgon, elfhoek.
Endemic,əndemik(=Endemical), subst. endemie, locale ziekte; adj. inheemsch, endemisch.
Endirons,endaiənz, standaards waarin het spit draait, of die dienen om de houtblokken te steunen.
Endive,endiv, andijvie.
Endocardium,endəkâdj’m, binnenste hartvlies;Endocarditis= hartvliesontsteking.
Endogamy,əndogəmi, huwelijk onder de leden van denzelfden stam; adj.Endogamous:Endogamous marriage.
Endogastritis,endəgastraitis, maagvliesontsteking.
Endorse,əndös, endosseeren, in omloop brengen, bevestigen, onderschrijven:These typewriters areendorsed as the best= verklaard de beste te zijn;Endorsee= iemand aan wien een wissel, etc. geëndosseerd is;Endorsement= endossement, giro, bevestiging;Endorser= endossant.
Endow,əndau, begiftigen, doteeren;Endower= schenker;Endowment= huwelijksgift, schenking, dotatie; talent, gave.
Endue,əndjû, aantrekken, bekleeden met.
Endurable,əndjûrəb’l, verdraaglijk;Endurance,əndjûr’ns, duur, voortduring; lijden, lijdzaamheid, geduld, uithoudingsvermogen;Endure,əndjûə, duren; verdragen, dulden, uithouden:He was veryenduring= kon het lang uithouden.
Endymion,əndimiən;Eneid,îniid, de Eneïde.[171]
Enemy,enəmi, vijand, tegenstander:The Enemy= de Duivel; de tijd;How goes the enemy?= hoe laat is het;The hands of the enemy= wijzers v. d. klok.
Energetic(=Energetical),enədžetik, krachtig;Energetics,enədžetiks, de leer van het arbeidsvermogen;Energic(al),ənɐ̂dzik(’l)krachtig, werkzaam;Energize, krachtig werken (handelen), energie verleenen;Energy,enədži, energie, nadruk, beweging:Conservation of energy= de leer van het behoud van het arbeidsvermogen.
Enervate,ənɐ̂veit,enəveit, verzwakken, ontzenuwen; subst.Enervation.
Enfeeble,ənfîb’l, verzwakken; subst.Enfeeblement.
Enfeoff,ənfef, met een leen of eene schenking begiftigen, overdragen;Enfeoffment= begiftiging, leenbrief.
Enfilade,enfileid, subst. bestrijking overlangs;Enfiladeverb. overlangs bestrijken:Enfilading fire= overlangsch vuur;This windowenfilades the park= geeft uitzicht op het park in zijn geheele lengte.
Enfist,ənfist:The book enfists the reader= pakt, bindt.
Enforce,ənfös, doorzetten, dwingen, opleggen, opdwingen, doen eerbiedigen:The law was enforced= werd streng toegepast;Enforced absence= gedwongen; subst.Enforcement.
Enfranchise,ənfranš(a)iz, vrijmaken, vrij laten, het burgerrecht verleenen, het kiesrecht geven; subst.Enfranchisement:Enfranchisement of copyhold lands= het veranderen van deze infreeholds.
Engage,əngeidž, verbinden, engageeren, bespreken, in dienst nemen, in dienst treden (Engage oneself), bewegen tot, verplichten, zich bezig houden met, aan den gang brengen, wikkelen (in een strijd), slaags raken, zich begeven in, op zich nemen, zich verbinden:I am engaged= ben bezet, niet te spreken, heb al eene uitnoodiging;Theyengaged ingeneral conversation= het gesprek werd algemeen;Engagement= afspraak, verplichting, verloving, aanstelling, bezigheid; gevecht:A general and close engagement= algemeen gevecht van man tegen man;I amunder an engagement to him= ik ben jegens hem gebonden;To break, enter into, stand by an engagement= eene verbintenis verbreken, aangaan, houden;Meet your engagements= betaal uwe schulden;Engaged-wheels= in elkander grijpende raderen; het drijvende rad heetengaging, het gedreveneengaged wheel;Engaging= innemend, boeiend.
Engender,əndžendə, voortbrengen, telen, veroorzaken.
Engine,endžin, machine, locomotief (=Fire-engine,Locomotive-Engine);Engineverb. van machines voorzien:Light engine= losse machine;Engine-driver= machinist;Engine-hose= brandspuitslang(en);Engine-house= machineloods, brandspuithuisje;Engine-man= machinist, spuitgast;Engine-wright= locomotiefconstructeur.
Engineer,endžinîə, subst. ingenieur, machinist v. een trein (Amer.), officier of soldaat van de genie, technicus, machinist (op een schip);Engineerverb. aanleggen, op touw zetten, klaarspelen:Civil engineer;Electric engineer;Practical engineer= werktuigkundige;Thenthe Dreyfus case was engineered= op touw gezet;With a little tact itcould be engineered= met een beetje tact kon het wel klaargespeeld worden;Civil and Military engineering= burgerlijke en militaire bouwkunde of genie;Engineering-drawing= machineteekenen.
Engird,əngɐ̂d, omgorden =Engirdle.
England,iŋlənd;Englander=Brit, Engelschman:A Little Englander= tegenstander van de uitbreiding van het rijk.
English,iŋgliš, Engelsch, ook subst.;Englishverb. verengelschen, in het E. overbrengen;She (He) is English= zij (hij) is een(e) Engelsche(-man);The King’s (Queen’s) English= zuiver Engelsch;Englishman= Engelschman;Englishwoman= eene Engelsche;Englishry= bewoners (in een ander land) van Engelschen stam.
Engorge,əngödž, gulzig verslinden;Engorged= volbloedig;Engorgement= vraatzucht; congestie.
Engraft,əngrâft, enten, indrukken, inplanten; subst.Engraftment.
Engrail,əngreil, kartelen, versieren;Engrailment= gekartelde of uit een kring van puntjes bestaande rand op een geldstuk.
Engrain,əngrein, in de wol verven, drenken in, inwortelen:Engrained with filth= door en door vuil.
Engrave,engreiv, graveeren, inprenten, indrukken;Engraver(on copper,on steel,on stone,on wood);Engraving= gravure, houtsnee.
Engross,əngrous, geheel innemen of bezitten, geheel in beslag nemen, aan zich trekken, in ’t groot opkoopen; in ’t net schrijven;Engrosser= copiïst; subst.Engrossment.
Engulf,əngɐlf, verzwelgen, verzwolgen worden, zich uitstorten, verdwijnen (onder de aarde).
Enhance,ənhâns, verhoogen, verheffen, vermeerderen, verzwaren; subst.Enhancement.
Enid,înid.
Enigma,inigmə, raadsel;Enigmatic(al), ookenigmatik(’l), raadselachtig, duister;Enigmatize= in raadselen spreken.
Enisle,ənail, tot eiland maken, isoleeren.
Enjoin,əndžôin, opleggen, bevelen, verbieden, vermanen (meton).
Enjoy,əndžôi, genieten, zich verheugen over, zich laten smaken, bezitten; zich vermaken (=Enjoy oneself):Did youenjoy your holiday= hebt ge plezier gehad in de vacantie?Enjoyable= genietbaar, genotvol;Enjoyer= bezitter, genieter;Enjoyment= genot, vreugde.
Enkindle,ənkind’l, aansteken, doen ontvlammen, opwekken.
Enlace,ənleis, omstrengelen, omgeven.
Enlard,ənlâd, lardeeren.
Enlarge,ənlâdž, grooter maken, verwijden, uitzetten, uitweiden over, in vrijheid stellen, grooter worden:Such an educationenlarges the heart= maakt het hart ontvankelijker; subst.Enlargement.
Enlighten,ənlait’n, verlichten, beschaven,[172]duidelijk maken, inlichten; subst.Enlightenment.
Enlink,ənliŋk, aaneenschakelen.
Enlist,ənlist, inschrijven, registreeren, in dienst nemen, winnen voor, werven, dienstnemen (into):I got him enlisted intomy company;I enlist my pity in your behalf= ik heb medelijden met u; subst.Enlistment:Voluntary enlistment.
Enliven,ənlaiv’n, verlevendigen, opwekken, opvroolijken;Enlivener= opwekkend middel.
Enmesh,ənmeš,in een net vangen, omstrikken.
Enmity,enmiti, vijandschap, vijandige gezindheid.
Ennea …,eniə(in samenstellingen), negen:Enneagon,eniəgon, negenhoek; adj.Enneatic(al):Enneatic(al) days= iedere negende dag van eene ziekte;Enneatic(al) years= ieder negende jaar van een menschenleven.
Enniskillen,eniskilən.
Ennoble,ənoub’l, adelen, veredelen, verheffen;subst.Ennoblement.
Enoch,înok.
Enormity,inömiti, kolossaalheid, buitengewoonheid, gruwelijke misdaad, wreedheid, afschuwelijkheid; adj.Enormous; subst.Enormousness.
Enough,inɐf, genoeg, voldoende (hoeveelheid):Hold, enough= schei uit, ’t is genoeg;That is an easy pillow enough= zeer gemakkelijk;That’s right enough= volkomen juist;Sure enough= voorzeker, inderdaad;It is true enough= maar al te waar;Well enough=vrij goed, voldoende;Enough and to spare= meer dan genoeg;Enough is as good as a feast= de tevredenheid gaat boven alle schatten.
Enow,inau= Enough.
Enquire,əŋkwaiə=Inquire.
Enrage,ənreidž, woedend maken, vertoornen.
Enrapt,ənrapt, verrukt; subst.Enrapture,ənraptšə.
Enravish,ənraviš, verrukken; subst.Enravishment.
Enrich,ənritš, verrijken, tooien, vruchtbaar maken; subst.Enrichment.
Enrobe,ənroub, (be)kleeden, tooien.
Enrockment,ənrokm’nt, steenstorting, hordenwerk voor havenhoofden, wallen, dammen, enz.
Enrol(l),ənroul, inschrijven, registreeren, opnemen, aanmonsteren:They enrolled themselves membersof the university= lieten zich inschrijven als;They were preparedto enrol themselves= bereid dienst te nemen;Enrolment= inschrijving, register, oorkonde.
Enroot,ənrût, doen wortel schieten.
Enschedule,ənšedjûl, opteekenen, inschrijven.
Ensconce,ənskons, zich verbergen, zich neerzetten:They ensconced themselveson one of the sofas= zij doken in;Ensconced in an angle= verscholen, verdekt opgesteld.
Enshrine,ənšrain, wegsluiten (als iets heiligs), koesteren (met heilige liefde).
Enshroud,ənšraud, omhullen, bedekken.
Ensiferous,ensifərɐs, zwaarddragend;Ensiform,ensiföm, zwaardvormig.
Ensign,ensain, vlag, standaard, signaal, vaandrig, (onderscheidings)teeken, insigne, verhuurbordje, uithangbord;Ensign-bearer= vaandeldrager;Ensigncy,Ensignship= vaandrigrang.
Ensilage,ensilidž, subst. ingekuild voeder, inkuiling van groen veevoeder en vruchten;Ensilageverb. inkuilen =Ensile.
Enslave,ənsleiv, tot slaaf maken, onderwerpen; subst.Enslavement.
Ensnare,ənsnêə, in eene val lokken, verstrikken, verlokken.
Ensphere,ənsfîə, omringen, een bolvorm geven aan.
Ensue,ənsiû, volgen, voortkomen;Ensuing:Ensuing ages= het nageslacht.
Ensure,ənšûə. ZieInsure.
Entablature,əntablətjuə,Entablement,ənteib’lm’nt, entablement, architraaf, fries en kroonlijst samen.
Entail,ənteil, subst. =Entailed estate, grondbezit, dat van vader op zoon moet overgaan; de regeling van de overdracht van goederen;Entailverb. vermaken (zóó, dat het vermaakte onvervreemdbaar is), na zich sleepen, meebrengen, leiden tot:My property has got no entail on it= ik kan vrij beschikken over;To cut off the entail=The Estate in Tailveranderen in eenEstate in Fee Simple, waarover de erflater vrij beschikken mag; subst.Entailment.
Entangle,əntaŋg’l, verstrikken, verwarren, verlegen maken; subst.Entanglement= verwikkeling, verwarring, verlegenheid, valstrik, havenversperring.
Enter,entə, binnengaan, binnenkomen, instroomen, intreden, zich begeven in, lid worden van, toelaten, inschrijven, boeken, aanvangen, beginnen, inklaren (v. goederen), indringen, ingaan (fig.), indrijven:Toenter the cargo= bij de douane aangeven;Toenter the church= geestelijke worden;Heentered the listsagainst a formidable adversary= trad het strijdperk binnen, bond het gevecht aan met;Heentered his office= trad binnen;Toenter a protest against= aanteekenen tegen;To enter intoconversation= aanknoopen;Ienter into your feelings= begrijp volkomen, deel in;Toenter intothe Kingdom of Heaven= binnengaan;Toenter into (on)one’s rest= de eeuwige rust ingaan;He was entered ofthe Inner Temple= werd lid van;A new actorentered onthe scene= trad op;Sheentered tohim= zij kwam bij hem op het tooneel;Entered tonational account= geboekt voor het rijk;Toenter uponthe joys of Heaven= deelachtig worden;Heentered upon his office= aanvaardde zijn ambt.
Enteric,ənterik, darm…:Enteric fever= typheuse koorts;Enteritis,entəraitis, ingewandsontsteking;Entero …,entərou(in samenstellingen), ingewands…, buik …
Enterclose,entəklous, doorgang tusschen twee kamers.
Enterprise,entəpraiz, subst. onderneming, waagstuk, speculatie, energie, ondernemingsgeest; ook verb.;Enterprising= ondernemend, vermetel.
Entertain,entətein, onthalen, zich onderhouden,[173]bezighouden, handhaven, voeden of koesteren, in overweging nemen, vermaken:I do notentertain the idea of it= ik denk er niet over;Toentertain an offer, an overture= op een aanbod (voorstel) ingaan;To beentertained at (to)dinner= de gast zijn;Entertainer= onderhouder, patroon, gastheer:I am the entertainer= ik betaal;Entertaining= amusant;Entertainment= onthaal, gastvrijheid, feestmaal, vermaak, geestesgenot, koesteren (van gedachten).
Enthral,ənthrôl, tot slaaf maken, onderwerpen, betooveren; subst.Enthralment.
Enthrone,ənthroun(Enthronize,ənthrounaiz), ten troon verheffen, zetelen, wijden (een bisschop); subst.Enthralment.
Enthuse,ənthjûz, in geestdrift (in vuur) geraken, vol geestdrift zijn (Am.):ToEnthuse over;Enthusiasm,ənthjûziazm, geestdrift, overdreven ijver;Enthusiast= geestdriftig, vurig bewonderaar of vereerder; adj.Enthusiastic(al).
Entice,əntais, verlokken of verleiden; subst.Enticement.
Entire,əntaiə, adj. geheel, volkomen, oprecht, onbetwist, zuiver; subst. bier (direct v. de brouwerij), niet gecastreerd paard; subst.Entireness=Entirety.
Entitle,əntait’l, aanspraak of recht geven op, betitelen, noemen.
Entity,entiti, zijn, aanwezen, bestaand iets:That remarkable entity,the French people= dat merkwaardig geheel.
Entoil,əntôil, verstrikken.
Entomb,əntûm, (levend) begraven;Entombment= begrafenis.
Entomologic(al),entəməlodžik(’l), entomologisch;Entomologist= entomoloog;Entomology,entəmolədži, insectenleer.
Entozoön,entəzouən, ingewandsworm.
Entrails,entreilz, ingewanden, binnenste.
Entrain,əntrein, ten gevolge hebben, meesleepen; inladen (in een trein):The troopsentrained forKimberley.
Entrammel,əntram’l, verwarren, verstrikken.
Entrance,entr’ns, binnenkomst, intrede, intocht, optreden, aanvaarding, toelating, ingang, monding, inklaring:His entrance into his office= het aanvaarden van zijn ambt;Entrance-examination= toelatingsexamen;Entrance-duty= invoerrecht;Entrance-fee= inleggeld, entrée(geld);Entrance money= toegangsprijs;Entrance subscription= entree (bij het lid worden.)
Entrance,əntrâns, verrukken, in geestverrukking brengen; subst.Entrancement.
Entrant,entr’nt, optredende, deelnemer.
Entrap,əntrap, in eene val vangen, verstrikken.
Entreat,əntrît, smeeken, dringend verzoeken:Entreative words= smeekbeden;Entreaty= dringend verzoek, smeekbede.
Entrée,Fr. uitspr., toegang;Entrées=Entremets,Fr. uitspr., tusschengerechten (inEngel.).
Entrench,əntrenš, verschansen (m. loopgr.); subst.Entrenchment.
Entrepot,Fr. uitspr., hoofdstapelplaats, magazijn, entrepôt.
Entrust,əntrɐst(ZieIntrust):He was entrusted with your interests= hem werden toevertrouwd.
Entry,entri, ingang, (binnen)komst, intocht, optreden, steeg, boeking, post, inklaring, declaratie, inbezitneming:To make one’s entry= zijn intocht houden;To make an entry= declareeren (van goed);Will youmake an entry ofthis= dit opschrijven?The entrieswere six in all= deelnemers; (Book-keeping by) Double, Single entry= dubbel, enkel boekhouden;Bill of entry= lijst der voor invoer in te klaren goederen;Entry-money.
Entwine,əntwain,Entwist,əntwist, omwinden, omslingeren.
Enucleate,injûklieit, ontwarren, ophelderen; subst.Enucleation.
Enumerate,ənjûməreit, optellen, opnoemen;Enumeration= optelling, lijst; adj.Enumerative.
Enunciate,inɐnšieit, uiten, uitspreken, verklaren;Enunciation= uitdrukking, bewoordingen, uitspraak, verklaring; adj.Enunciative.
Envelop,ənveləp, omringen, omwikkelen, verbergen;Envelope,envəloup, omslag, enveloppe; decoma(zie dit woord) van een planeet, omhulsel, versterkte wal:A visiting-cardis carried in an open envelopefor one centime— kan worden verzonden;Envelopment= inwikkeling, omslag.
Envenom,ənvenəm, vergiftigen, verbitteren.
Enviable,enviəb’l, benijdenswaardig;Envied,envid, benijd;Envious,enviəs, afgunstig:The envious flood= de boosaardige golven (vloed); subst.Enviousness.
Environ,ənvair’n, omringen, omgeven, insluiten;Environsookenvir’nz, omstreken, omgeving; subst.Environment.
Envisage,ənvizidž, onder de oogen zien, beschouwen.
Envoy,envôi, afgezant, bode; slotstrophe welke een opdracht bevat (ookənvôi);Envoyship= ambt v.envoy.
Envy,envi, subst. nijd, afgunst, voorwerp van afgunst; kwaadaardigheid;Envyverb. benijden, misgunnen:In envy= uit jaloerschheid, nijd.
Enwrap,ənrap, omwikkelen, inwikkelen, omhullen.
Enwreathe,ənrîdh, be-, omkransen.
Eolian,ioulj’n,Eolic, iolik, Eolisch.
Eon,îən, eeuw, eeuwigheid.
Eostre,îəstə, Angelsaksische godin.
Epact,îpakt,epakt, epacta.
Eparch,epək, gouverneur, bisschop (Grieksche kerk);Eparchy= provincie; diocees.
Epaule,əpôl, hoek van een bastion;Epaulement= epaulement, borstwering.
Epaulet(te),epôlet, epaulette.
Epenthesis,ipenthisis, epenthesis.
Ephemera,ifemərə, ééndagsvlieg, ding van één dag;Ephemeral, kortstondig, ephemeer;Ephemeris,ifeməris(Meerv.Ephemerides,îfemeridîz), sterrekundige tafel, astronomische almanak;Ephemeron,ifeməron, =Ephemera.
Ephesian,ifîž’n, subst. Ephezer; adj. vanEphesus,efəsɐs.[174]
Ephialtes,efialtîz, nachtmerrie.
Ephod,efod, rijk en kort opperkleed der Joodsche (hooge)priesters.
Ephor,efö, opziener; mv.EphorsofEphori,efərai, ephoren (Sparta).
Epic,epik, adj. episch, verhalend; subst.epos, heldendicht.
Epicede,episîd, lijk- of klaagzang.
Epicene,episîn, gemeenslachtig.
Epicure,epikjuə, epicurist, gastronoom;Epicurean,epikjurîən, adj. epicuristisch, weelderig; subst. epicurist, lekkerbek;Epicureanism,epikjurîənizm=Epicurism= epicurisme.
Epidemic,epidemik(Epidemy,epidəmi), epidemie:Anepidemic of typhoidwas raging;Epidemic(al)= heerschend, epidemisch.
Epidermis,epidɐ̂mis, opperhuid.
Epigastric,epigastrik, tot het bovendeel van den onderbuik (=Epigastrium) behoorende.
Epiglottis,epiglotis, keelklep; adj. Epiglottic.
Epigram,epigram, puntdicht, epigram; adj.Epigrammatic(al);Epigrammatist,epigramətist, maker van puntdichten;Epigramverb.Epigrammatize.
Epigraph,epigraf, opschrift, motto.
Epilepsy,pilepsi, vallende ziekte;Epileptic,epileptik, subst. epilepticus; adj. epileptisch (=Epileptical).
Epilogical,epilodžik’l,Epilogistic,epiləžistik, epilogisch, tot een epiloog behoorend; Epilogue,epilog, epiloog.
Epiphany,əpifəni, Driekoningen (6 Jan.).
Epiphyte,epifait, woekerplant.
Epirus,epirəs.
Episcopacy,əpiskəpəsi, bisschoppelijke regeering der kerk;Episcopal,əpiskəp’l, episcopaal;Episcopalian,əpiskəpeilj’n, subst. lid v. de episcop. kerk; adj. bisschoppelijk;Episcopate,əpiskəpit, subst. bisdom, waardigheid van bisschop; het episcopaat.
Episode,episoud, episode, voorval, tusschenverhaal;Episodial,episoudj’l;Episodic(al),episodik(’l), tot eene episode behoorend, toevallig.
Epistle,ipis’l, subst. brief, Zendbrief; gedeelte vande Zendbr., dat bij ’t Avondmaal wordt voorgelezen;Epistle side= rechterzijde van het altaar (als men er vóór staat) waar dit voorgelezen wordt;Epistolary,əpistələri:Epistolary style= briefstijl.
Epistyle,epistail, architraaf.
Epitaph,epitaf, grafschrift.
Epithalamium,epithəleimj’m, bruiloftsdicht of lied.
Epithelium,epithîliəm, opperhuid, slijmhuid.
Epithet,epithet, subst. epitheton, toenaam, bijnaam.
Epitome,əpitəmî, korte inhoud, kort begrip;Epitomist= maker van eenepitome;Epitomeverb.Epitomize= condenseeren.
Epoch,epok,îpok, tijdstip, tijdperk;Epoch-making;Epochal,epək’l, opzienbarend.
Epode,epoud, epode, slotzang, refrein.
Epopee,epəpî,Epos,epos, heldendicht.
Epsom Salts,eps’msôlts, Engelsch zout.
Equability,îkwəbiliti,ekwəbiliti, gelijkmatigheid;Equable,îkwəb’l,ekwəb’l, gelijkmatig, gelijkvormig.
Equal,îkw’l, subst. gelijke, wederga; adj. gelijk, gelijkvormig, opgewassen tegen;Equalverb. gelijk zijn (worden, maken), evenaren:Hismental (social) equal;Heis not (does not feel) equal to it= hij is er niet tegen opgewassen;Equal to the occasion= berekend voor zijn taak, slagvaardig;Not to be equalled= zijns gelijke niet hebben;Equality,ikwoliti, gelijkheid, enz.;Equalization,ikwəl(a)izeiš’n, gelijkmaking;Equalize= gelijkmaken.
Equanimity,îkwənimiti, gelijkmoedigheid.
Equate,ikweit, herleiden tot een gemiddelde, in den vorm van een vergelijking brengen;Equation,ikweiš’n, vergelijking, equatie of verevening:Equation of time= tijdsverevening.
Equator,ikweitə, evenaar, aequator;Equatorial,îkwətôri’l, adj. aequatoriaal, ook subst. = bepaalde astronomische kijker;Equatorial current= aequatoriaalstroom;Equatorial regions= de tropen.
Equer(r)y,ekwəri,ikweri, stalmeester.
Eques,îkwiz=Equites.
Equestrian,ikwestriən, subst. ruiter, kunstrijder; adj. te paard zittend, tot het rijden behoorend:Fair equestrian= amazone;Equestrianism= rijkunst;Esquestrienne,ikwestrien,ikwestrien, kunstrijderes.
Equiangular,îkwiaŋgjulə, gelijkhoekig.
Equibalance,îkwibal’ns, subst. evenwicht;Equibalanceverb. in evenwicht zijn met.
Equidifferent,îkwidifər’nt, met gelijke verschillen.
Equidistant,îkwidist’nt, op gelijken afstand.
Equilateral,îkwilatər’l, subst. en adj. gelijkzijdige (figuur).
Equilibrate,îkwilaibreit, in evenwicht zijn (houden, brengen), in evenwicht blijven;Equilibration= evenwicht;Equilibrist,ikwilibrist,ikwilaibrist, koorddanser;Equilibrity,îkwilibriti, evenwicht;Equilibrium,îkwilibriəm.
Equimultiple,îkwimɐltip’l, subst. en adj. met hetzelfde getal vermenigvuldigd (getal).
Equine,îkw(a)in, paardachtig, paarde …
Equinoctial,îkwinokš’l, subst. evenachtslijn; adj. tot de e. behoorende:Equinox,îkwinoks,ekwinoks, dag- en nachtevening:Vernal and autumnal equinox= lente- en herfstnachtevening.
Equip,ikwip, uitrusten;Equipment= equipement.
Equipage,ekwipidž, uitrusting, stoet, gevolg, (staatsie)rijtuig.
Equipoise,îkwipôiz, evenwicht.
Equipollence,îkwipol’ns, gelijkheid van macht of kracht, gelijkwaardigheid;Equipollent= gelijkwaardig.
Equiponderance,îkwipondər’ns, gelijk gewicht;Equiponderant,îkwipondər’nt, van gelijk gewicht;Equiponderate,îkwipondəreit, opwegen tegen, in evenwicht brengen.
Equitable,ekwitəb’l, billijk, onpartijdig; subst.Equitableness.
Equitation,ekwiteiš’n, rijkunst;Equites[175]ekwtîz, de tweede adellijke orde in het oude Rome, die oorspronkelijk de cavalerie vormde.
Equity,ekwiti, billijkheid, rechtvaardigheid; soort van aanvullingsrecht (meer naar den geest dan naar de letter der wet) voor gevallen waarin de oudeCommon Lawniet voorzag:Equity of redemption= de tijd, iemand toegestaan, om de hypotheek op zijne landerijen af te lossen; het hem toekomende overschot na verkoop;Court of Equity= rechtbank waarEquity-recht werd gesproken, vroeger ressorteerend onder het oudeCourt of Chancery; sedert 1878 onder deChancery Divisionvan hetHigh Court of Justice.
Equivalence,ikwivəlens, gelijkwaardigheid;Equivalent= equivalent, adj. en subst.
Equivocal,ikwivək’l, dubbelzinnig, verdacht, onzeker; subst.Equivocalness;Equivocate,ikwivəkeit, dubbelzinnig spreken, het niet nauw met de waarheid nemen; subst.Equivocation;Equivocator= draaier.
Equus,îkwɐs, paard.
Era,îrə, tijdperk, jaartelling.
Eradicate,iradikeit, met wortel en tak uitroeien, verdelgen; subst.Eradication;Eradicative,iradikətiv, subst. en adj. radicaal uitroeiend (middel).
Erase,ireis, uitschrappen, uitwisschen;Erasement= uitkrassing, uitschrapping;Eraser= radeermesje; radeergomelastiek;Erasure,ireižə, uitkrassing, geradeerd gedeelte.
Erasmus,irazməs.
Erastian,irastj’n, Erastiaan(sch), genoemd naarErastus,irastəs, die de Kerk wilde ondergeschikt maken aan den Staat.
Ere,êə, eer, vroeger dan, vóór:Ere ever= voordat;Erelong= eerlang;Erenow= vóór dezen;Ere this= vroeger, te voren;Erewhile= vroeger.
Erebus,eribɐs, Erebus, onderwereld.
Erect,irekt, adj. rechtop, loodrecht, vast, flink;Erectverb. oprichten, stichten, bouwen, monteeren, verheffen, uitzetten, stijf worden, zich verheffen:ToErect a perpendicular= eene loodlijn oprichten;Erectile,irektil, wat opgericht kan worden;Erecting-shop= stelkamer;Erection= oprichting, verheffing, stichting; erectie; gebouw;Erective= oprichtend;Erectness= opgerichte stand of houding; oprechtheid;Erector= oprichter, spier, die ter oprichting dient.
Eremite,erəmait, (h)eremiet, kluizenaar; adj.Eremitic(al).
Ergo,ɐ̂gou, dus, derhalve.
Ergot,ɐ̂gət, moederkoren;Ergotism= moederkoren, vergiftiging hierdoor.
Eric,îrik,erik.
Erica,iraikə, heidekruid.
Erie,îri:Lake Erie;Erin,îrin, Ierland:Son of Erin= Ier.
Erinnys,irinis,irainis, Erinnyen, wraakgodinnen; furiën;Erlking,ɐ̂lkiŋ, elfenkoning.
Ermin(e),ɐ̂min, hermelijn, hermelijnen mantel; rechterlijke waardigheid:Ermined= met rechterl. ofpairs-waardigheid bekleed.
Ern(e),ɐ̂n, zee-arend.
Ernest,ɐ̂nəst.
Erode,iroud, wegvreten, invreten:Erodent= wegvretend (middel).
Eros,îros.
Erosion,irouž’n, wegvreting, weggevreten plaats; kanker; adj.Erosive,irousiv.
Erotic,irotik, erotisch; minnedicht.
Erotomania,əroutəmeinjə,Erotomany,erətoməni, minnewaanzin, erotomanie.
Err,ɐ̂, dwalen, een fout begaan, zondigen.
Errand,er’nd, boodschap:Bent on an errand= op een boodschap uit;Togo (on) an errand,Torun errands= boodschap(pen) doen;Tobe sent on a fool’s errand= voor gek loopen;Errand-boy= loopjongen.
Errant,er’nt, dolend, dwalend:Knight errant= dolende ridder;Errantry= zwerftocht, leven van een dolenden ridder.
Errata,əreitə, Meerv. v.Erratum= fout, vergissing;Erratic(al),əratik(’l), dwalend, doelloos, opvallend, excentriek:Erratic block= erratisch rotsblok.
Erroneous,ərouniəs, verkeerd, onjuist; subst.Erroneousness.