Former,fömə, voorafgaand, vroeger, eerste;Formerly= vroeger, te voren.Formic,fömik, van mieren;Formic-acid= mierenzuur;Formication= jeuking.Formicant,fömik’nt, zwak en onregelmatig (van den pols).Formidable,fömidəb’l, geducht, vreeswekkend; subst.Formidableness.Formula,fömjulə, formule, recept:Formularize= formuleeren;Formulary, subst. = formulier, formule; adj. voorgeschreven, vastgesteld naar den ritus;Formulate=Formularize=Formulize.Fornicate,fönikeit, hoereeren;Fornication,fönikeiš’n, ontucht, bloedschande, overspel, afgodendienst;Fornicator= hoereerder, afgodendienaar.Fors Clavigera,föz klavigərə(ofklavidžərə).Forsake,föseik, verzaken, verlaten, begeven;Forsaken= part. perf.;Forsook,fösuk, imperf. vanto forsake.Forsooth,fösûth, voorwaar, zeker (dikwijls ironisch).Forspeak,föspîk, beheksen (Schotl.).Forspend,föspend, verkwisten, afmatten.Forswear,föswêə, afzweren, bij eede ontkennen:You are forsworn= gij hebt uw eed gebroken;You have forsworn yourself= gij hebt een meineed gedaan.Forsyth,fösaith.Fort,föt, subst. sterkte, vesting, kasteel, iemands sterke zijde; adj. sterk, machtig.Fortalice,fötəlis, klein buitenwerk.Forte,föt, iemands sterke zijde; forto; bovenkling (schermen).Forth,föth, vooruit, buiten, uit, voorwaarts, de grenzen te buiten gaande, voort:To beforth-coming,föthkɐmiŋ= gereed of op ’t punt te verschijnen, verschijnend; subst. te voorschijn komen:No confirmation of the report wasforth-coming= het gerucht werd niet bevestigd;Forth-going,föthgouiŋ, uitgaand, voortzettend; subst. uitgaan;Forth-issuing= uitkomend;Forthright= recht vooruit, oprecht;Forthrightness of phrase= juistheid van uitdrukking;Forthwith,föthwidh,föthwith,föthwith, onmiddellijk, op staanden voet.Fortieth,fötiəth, subst. en adj. veertigste (deel).Fortification,fötifikeiš’n, versterking, fort;Fortify,fötifai, versterken, bevestigen;Fortitude,fötitjûd, lichamelijke of zielskracht, vastberadenheid, moed, geduld.Fortnight,fötnait, veertien dagen;Fortnightly= alle veertien dagen; veertiendaagsch.Fortress,fötrəs, vesting, kasteel, sterkte.Fortuitous,fötjûitɐs, toevallig;Fortuitousness, toevalligheid;Fortuity,fötjûiti, toeval.Fortunate,fötšənit, gelukkig, gunstig; subst.Fortunateness;Fortune,fötš’n, subst. geluk, fortuin, lot, groote rijkdom, bezit;Fortuneverb. begunstigen, gebeuren:By fortune= toevallig;Fortune favours the bold= wie waagt, wint;As fortune would have it= toevallig (’t was of het spel sprak);Hecame into his fortune= hij kreeg zijn erfdeel;Fortune-book= voorspellingsboekje;Fortune-hunter= iemand, die bij het trouwen op geld uit is;Fortune-hunting= het zoeken van eene rijke vrouw;Fortune-tell= waarzeggen;Fortune-teller= waarzegger;Fortune-telling= waarzeggerij.Forty,föti, veertig:In forty seconds= in minder dan geen tijd;I’ll take myforty winks= een dutje doen;The roaring forties= streek op 40° tot 50° Z.B., met steeds krachtigen W.N.W. wind.Forum,fôr’m, forum, rechtbank.Forward,föwəd, subst. een vooraan geplaatst speler bijfootball; adj. voorste, vroeg, ver gevorderd in, vroegtijdig, niet achterlijk, wijsneuzig, brutaal, vooruit; adv. (Forwards) vooruit, voorwaarts;Forwardverb. bevorderen, aansporen, verhaasten, overzenden; interj. voorwaarts!The book isin a forward state= het boek is een heel eind op weg;I begto forward this letter= ik ben zoo vrij u dezen brief te doen toekomen;From this day forward= in het vervolg;Forwarder= verzender, expediteur =Forwarding agent;Forwarding firm= expeditiezaak;Forwarding note= vrachtbrief (Amer.);Forwardness= vroolijkheid, vroegrijpheid, wijsneuzigheid, brutaliteit.Fosbroke,fosbruk.Fosse,fos, vestinggracht, halte.Fossick,fosik, verlaten goudmijnen of waschplaatsen nasnuffelen; lastig en druk zijn, aanhoudend zoeken;Fossicker(Austr.).Fossil,fosil, subst. delfstof, versteend lichaam; iemand ten achteren bij zijn tijd; adj. opgedolven, verouderd:Fossiliferous= versteeningen bevattend;Fossilization= versteening;Fossilize,fosilaiz, versteenen, verouderen.[208]Fossroad,fosroud, een der 4 groote heirbanen door de Romeinen aangelegd, met slooten aan beide kanten, ookFoss(e)waygeheeten.Foster,fostə, voeden, zoogen, kweeken, aanmoedigen, koesteren;Foster-brother= zoogbroeder;Foster-child= voedsterkind;Foster-daughter= pleegdochter;Foster-father= pleegvader;Foster-mother= zoogmoeder;Foster-sister= zoogzuster;Foster-son= pleegzoon;Fosterer= voedster, zoogster, bevorderaar.Fother,fodhə, wagenvracht; ook verb.:Tofother a leak= stoppen.Fotheringay,fodhəriŋgei.Fotmal,fotmâl, 70 Eng. ponden (31,751 K.G.) lood.Fought,fôt, imperf. en part. perf. vanto fight.Foul,faul, vuil, onrein, stinkend, heiligschennend, gemeen, zondig, misdadig, onwettig, onbillijk, storm- of regenachtig, bewolkt, belemmerend; subst. aanrijden, aanvaren, ongeoorloofde slag;Foulverb. bevuilen, besmetten, in botsing komen, vuil worden, verward raken:Foul means=oneerlijke;A foul pipe= vuile;Foul play= valsch spel, bedrog;I had afoul tastein the mouth;Foul wind= tegenwind;Wefell (ran) foul of a rock= stieten op eene rots;These two personsfell foul of each other= kregen samen twist;Hefouled my courseand received all my weight= hij kwam mij in den weg, en kreeg mijne geheele zwaarte op zich;Foul-anchor= onklaar anker;Foul-proof= vuile proef;Foul-mouthed,Foul-spoken,Foul-tongued= vuile taal sprekend;Foulness= vuilheid, etc.Foulard,fulâd, zijden (hals)doek.Found,faund, imp. en p.p. vanto find.Found,faund, metaal gieten; stichten, grondvesten, oprichten, begiftigen;Foundation,faundeiš’n, grondslag, fundeering, stichting, begiftiging, fundatie (Foundationer= alumnus);Foundation-muslin= stijf gaas;Foundation-school= door corporaties of privaat-personen gestichte school;Foundation-stone= eerste steen;Founder, subst. metaalgieter; stichter, maker, begiftiger:He is thefounder of the feast= aanlegger; vr.Foundress;Foundry= metaalgieterij;Foundry-goods= gietijzeren artikelen.Founder,faundə, verb. zinken, zakken, vergaan, mislukken; doen zinken, vallen, kreupel worden of maken (van paarden):A foundered copy= slecht uitziend (onderhouden) exemplaar;I am foundered with cold= stijf van koude.Foundling,faundliŋ, vondeling:Foundling-hospital= vondelingshuis.Fount,faunt, bron, fontein, put;Fountain,fauntin, bron, fontein, waterreservoir;Fountain-head= oorsprong of bron v. eene rivier (ookfig.);Fountain-pen= vulpen.Four,fö, vier:Toform fours= in vieren opmarcheeren;To befolded in fours= in vieren;We are (run)on all fours= wij zijn (loopen) op handen en voeten;Theygo on all fours= zij stemmen volkomen overeen;Thatis on all fours withit= dat komt er geheel mede overeen;Toplace on all fours with= gelijkstellen;Four-ale= goedkoop bier (4d. het quart):Fourfold, adj. viervoudig; subst. viervoud;Fourfoldverb. verviervoudigen;Four-footed= viervoetig;Four-handed= vierhandig;Four-horse= door vier paarden getrokken;Four-in-hand, subst. rijtuig met vier paarden; adj. door vier paarden getrokken;Four-legged= met vier pooten, viervoetig;Fourpenny,Fourpence= vierstuiverstukje;Four-poster= groot ledikant met stijlen aan de vier hoeken;Fourscore= tachtig;Foursquare= vierkant, vast gegrond, vast staand:The Eiffel towerstands foursquare onfeet of solid masonry= staat onwrikbaar vast op;Four-wheeler= vigelante;Fourteen= veertien;Fourteenth= veertiende;Fourth= vierde;Fourth-rate= vierklassig (bij de marine);Fourthly= ten vierde.Fourbisseur,fûəbisɐ̂, zwaardveger.Fourgon,fûəgon, fourgon, ammunitie- of bagagewagen.Fourierism,fûriərizm, het socialistisch stelsel, aanbev. doorCharles Fourier.Fowl,faul, subst. gevogelte, het vleesch daarvan, gezamenlijke vogels, haan, kip;Fowlverb. vogels vangen of schieten;Fowler= vogelaar;Fowling-piece= ganzenroer;Fowling-shot= ganzenhagel.Fox,foks, subst. vos, sluwe kwant;Foxverb. zuren (bij ’t gisten), rood of zuur worden, begluren, voorwenden, veinzen, kapen, stelen, voorschoenen aanzetten (Amer.);Fox-brush= vossestaart;Fox-chase(Fox-hunt) = vossenjacht;Fox-earth= vossenhol;Fox-evil= kaalheid;Fox-gloveofFolks’-glove= vingerhoedskruid;Fox-grape= Amerikaansche wijnstok;Fox-hound= hond voor vossenjacht;Fox-tail= vossestaart;Fox-trap= vossenval;Fox-trot= sukkeldraf (van een paard);Foxed,fokst, verkleurd, gevlekt; met gestikt bovenleer versierd (Amer.);Foxing, subst. bovenleder; adj. verkleurend;Foxlike;Foxy= sluw, rossig.Fracas,freikəs, lawaai, ruzie.Frack,frak, gretig, vaardig, krachtig.Fracted,fraktid, gebroken;Fraction,frakš’n, breking (vooral met geweld), gebroken getal, breuk, brok; het breken van het brood bij het H. Avondmaal;Fractional,frakšən’l, tot eene breuk behoorend, gebroken, klein, nietig:Fractional certificate= scrip certificaat;Fracture,fraktšə, breuk (met geweld), gebroken deel;Fractureverb. breken:Simple fracture= eenvoudige been- of armbreuk;Compound fracture= gecomplic. breuk (beschadiging v. het weefsel).Fractious,frakšəs, twistziek, kribbig; subst.Fractiousness.Fragile,fradžil, broos, zwak, teer;Fragileness=Fragility,frədžiliti, broosheid, zwakheid.Fragment,fragm’nt, brokstuk;Fragmental,frəgment’l,Fragmentary,fragm’ntəri, uit brokken bestaande, zonder verband.Fragrance, Fragrancy,freigr’ns(i), geur, welriekendheid;Fragrant,freigr’nt, geurig, welriekend.[209]Frail,freil, subst. bies (voor manden), biezenmandje of mat (voor vijgen of rozijnen).Frail,freil, bros, broos, teer, besluiteloos, onvast, zwak, zondig:The frail sex;Frailness=Frailty= zwakheid, broosheid.Fraise,freiz, subst. frees, halskraag, stormpaal (onder een hoek van 45°); spekpannekoek; drukte;Fraiseverb. fraiseeren, met stormpalen beschermen:The battalion was fraised= het bataljon stond met gevelde bajonet.Frame,freim, subst. samenstel, lichaamsgestel, steiger, geraamte, lijst, raam, borduurraam, broeiraam (broeibak), etc., gemoedsgesteldheid, gietvorm;Frameverb. bouwen, samenvoegen, regelen, ordenen, vormen, overlèggen, omlijsten, in elkander zetten:Out of frame= in wanorde;Hisframe of mind= gemoedsstemming;Who framed that story= bedacht;Frame-bridge= brug op jukken;Frame-building=Frame-house= houten huis;Frame-timbers= inhouten van een schip;Framework= geraamte, lijstwerk, kader, omlijsting, inrichting.France,frâns, Frankrijk:Isle of France= Mauritius;The Franco-German war.Frances,fransəs, Francisca;Francis,fransis, Franciscus, Frans.Franchise,franš(a)iz, subst. voorrecht, recht, vrijplaats, vrijmoedigheid, edelmoedigheid, stemrecht (=Elective franchise);Franchiseverb. vrijdom verleenen.Franciscan,fr’nsisk’n, subst. Franciskaner (grijze) monnik; adj. Franciskaansch.Franconia,fraŋkouniə, Frankenland;Franconian= Frankisch; Frank.Frangible,franžib’l, licht breekbaar; bros;Frangibility= broosheid.Frangipane,franžipein, amandelgebak:Frangipane gloves= geparfumeerde.Frank,fraŋk, openhartig, oprecht, vrij; subst. Frank, franc, brief vrij van port;Frankverb. zonder vracht of port verzenden (door “Dienst” of“O. H. M. S.”en de handteekening van den verzender);Franking (of letters);Frankish= Frankisch;Frankly= ronduit;Frankness= openhartigheid.Frankincense,fraŋkinsens, soort v. geurige hars, wierook.Frantic(al),frantik(’l), dol, krankzinnig, woest, razend; subst.Franticness.Frap,frap, spannen (van eene trom); sjorren.Fraternal,frətɐ̂n’l, broederlijk;Fraternity,frətɐ̂niti, broederschap;Fraternization,fratənizeiš’n,freitən(a)izeiš’n= verbroedering;Fraternize,fratənaiz,freitənaiz, vertrouwelijk en vriendschappelijk omgaan;Fratricide,fratrisaid, broedermoord(er).Fraud,frôd, bedrog, bedrieger, list;Fraudulence,Fraudulency= bedriegelijkheid, bedriegerij, bedrog;Fraudulent,frôdjulent, bedriegend, bedriegelijk.Fraught,frôt, beladen, geladen, overvloedig:Fraught with sorrow= vol smart, van smart overstelpt.Fray,frei, subst. strijd, gekrakeel, twist, rafel, kale plek (in laken, b.v.);Frayverb. verslijten, rafelen, afslijten door wrijven (van horens van een jong hert):Frayed ropes= uitgerafelde touwen.Freak,frîk, subst. gril, kuur;Freakverb. bont maken, streepen of stippels trekken:Freak of nature= wangedrocht.Freckle,frek’l, subst. (zomer)sproet, vlekje;Freckleverb. met sproeten bedekken of teekenen;Freckle-faced= met sproeten in ’t gezicht =Freckled; subst.Freckledness;Freckly=Freckled.Fred,fred, verk. v.Frederick,fredərik, Frederik.Free,frî, adj. vrij, toegankelijk, onbelemmerd, gratis, vrijwillig, oprecht, mededeelzaam, mild, toegelaten (tot een gilde b.v.), los;Freeverb. bevrijden, verlossen, uithoozen, lens pompen:Free-and-easy, ongedwongen; subst. gezellige familiare bijeenkomst;You are freeto jump my claim= moogt gerust … negeeren;Wine was free toall takers= ieder, die wou, kon vrijelijk wijn drinken;He isfree of the goldsmiths’ company= hij is lid van het goudsmidsgilde;You are asfree of the houseas anybody= gij kunt even vrij het huis binnen gaan als ieder;I am free to admit that= ik erken dit gaarne;Toget free= vrij komen;Togo free= met gevierde schooten zeilen;He wasmade free of the City= hem werd het eereburgerschap der City aangeboden;Theymade free withhis wine= dronken ongegeneerd;He did not offerto free me= mij van mijn woord te ontslaan;This ticket will free you over every lineof the country= met dit kaartje kunt ge voor niets langs elke spoorlijn in het land reizen;Free-bench= weduwengoed;Freebooter= vrijbuiter;Free chase= vrije jacht;Free church= kerk zonder Staatscontrole of met vrije zitplaatsen; de in 1843 afgescheiden Schotsche kerk;Free-city= vrije Rijksstad;Free-fighter= guerilla soldaat, franc-tireur;Free grace= Vrije Genade;Free-hand= uit de vrije hand;Free-handed= edelmoedig, mild, royaal;Free-hearted= openhartig, weldadig;Freehold, subst. grondbezittingen, waarover men vrijelijk testamentair mag beschikken =Freehold estate in land;Free-holder= bezitter van eenfreehold;Free-lance= krijgsknecht; “wilde” (Parl.);Free-list= lijst van hen, die vrijkaarten krijgen (hebben);Free-liver= smulpaap, iemand die groot leeft;Free love= vrije liefde;Freeman= vrije, stemgerechtigd burger, lid van eenCity Company;Free-mason= vrijmetselaar;Free-masonry,masonry= vrijmetselarij;Free-minded= met onbekommerd gemoed;Free-pass= vrijbiljet;Free-port= vrijhaven;Free-school= kostelooze school;He wantedFree and open sittings in church= wenschte, dat ieder vrijelijk de onbezette plaatsen zou mogen innemen;His talents hadFree spaceto work= konden zich vrij ontplooien;Free-spoken= vrijmoedig;Free-stone= zandsteen, arduin;Free-states= die Staten van de Unie, waar reeds voor den burgeroorlog geene slavernij meer bestond;Free-talkand knowing innuendos= familiare gesprekken en slimme wenkjes;Free-thinker= vrijdenker;Free-trade= vrijhandel;Free-trader= voorstander van vrijhandel;Free-wheel;Free-will[210]= vrije wil; adj. (meestfrîwil) vrijwillig;Free wind= gunstige wind;Freedman= vrijgemaakte lijfeigene;Freedom= vrijheid, vrijdom, al te groote vrijheid, gemakkelijkheid:I shall take the libertyto speak with freedom= ik zal zoo vrij zijn ronduit te spreken;He wasofferedthefreedom of that town= hem werd het eereburgerschap van die stad aangeboden;Freer= bevrijder.Freeze,frîz, subst. vorst, het vriezen;Freezeverb. vriezen, bevriezen, stollen:Tofreeze out= wegkijken;Tofreeze to= hangen aan, dol zijn op;Tofreeze up= koel en strak worden (Amer.);Freezing-point= vriespunt.Freight,freit, subst. vrachtprijs, goederentrein, vracht of lading (Amer.);Freightverb. laden, bevrachten:We havesentthe trunkby slow freight= als vrachtgoed;Freight-train(Amer.) = goederentrein;Freight-waggon= goederenwagen;Freightage= vrachtprijs, vracht;Freighter= bevrachter;Freightless= zonder vracht.French,frenš, subst. en adj. Fransch(e taal), Fransch(e volk):What is the French forWilliam= wat is Willem in het Fransch?Guillaume is French for William;French-bean= snijboon;French-chalk= kleermakerskrijt;French-curve= teekenmal;French-horn= waldhoorn;Totake French leave= met de noorderzon vertrekken;Frenchman= Franschman;French-polish, subst. wrijfwas;French-polishverb.frenšpoliš, politoeren; een vernisje geven (fig.);French-roll= broodje;French-window= openslaande glazen deur;Frenchwoman= française;Frenchify,frenšifai, verfranschen;Frenchlike= op zijn Fransch;Frenchy= Fransoos.Frenzy,frenzi, subst. waanzin;Frenzyverb. waanzinnig maken.Frequency,frîkw’nsi, herhaald voorkomen, herhaling;Frequent,frîkw’nt, gedurig, herhaald; subst.Frequentness.Frequent,frikwent, dikwijls bezoeken, omgaan met; subst.Frequentation;Frequentative,frikwentətiv, subst. en adj. frequentatief (werkwoord).Fresco,freskou, subst. waterverfschildering op versche kalk;Frescoverb. schilderen op die wijze.Fresh,freš, frisch, versch, verfrischt, zoet, ongezouten, nieuw, onervaren; subst. riviertje of stroompje bij de zee, overstrooming, zoetwaterstroom, die een eind in zee doorloopt, dooi weder:As fresh as a daisy,As fresh as paint= zoo frisch als eene roos, als een hoen;We shall haveto gather fresh way= wij zullen wat moeten opstoomen, wat meer spoed moeten bijzetten;Fresh-blown= pas ontloken;Fresh-fish= nieuweling;Freshman= groen, nieuweling;Fresh-run= in den tijd van het kuitschieten de rivieren opkomen;Fresh-water= zoet water;Freshen= opfrisschen, verfrisschen, verlevendigen, ontzouten of ontpekelen, aanwakkeren, kracht krijgen;Freshes,frešiz: het brakke water aan de monding van rivieren;Freshet= overstrooming (door zwaren regen of het smelten van sneeuw);Freshness= frischheid, etc.Fret,fret, subst. het in- of wegvreten, zweer, gisting, kwelling, schaving (van de huid), lijstwerk, ornamentwerk;Fretverb. wegvreten, invreten, afwrijven, schoonwrijven, aantasten, beschadigen, kwetsen; kwellen, beroeren, gemelijk zijn, kniezen; versieren (m. snijwerk), beitelen of beeldhouwen, van toetsen voorzien, tokkelen;Fret-saw= figuurzaag;Fret-work= snijwerk, netwerk;Fretful= gemelijk, knorrig, gerimpeld; subst.Fretfulness;PockFretten,fret’n, van de pokken geschonden;Fretty, met snijwerk versierd.Freya,fraiə, eene Godin.Friability,fraiəbiliti, brokkeligheid, brosheid;Friable,fraiəb’l, bros, brokkelig; subst.Friableness.Friar,fraiə, frater, broeder, monnik; plaatsen in een proef waar de inkt niet geraakt heeft;Friar’s-balsam= monniksbalsem;Friar’s-lantern= dwaallicht;Friary= klooster.Fribble,frib’l, subst. beuzelaar, beuzelarij; adj. beuzelachtig;Fribbleverb. beuzelen;Fribbler= beuzelaar.Fricassee,frikəsî, subst. fricassee, schotel v. gehakt vleesch met pikante saus;Fricasseeverb. eene fricassee maken.Fricative,frikətiv, subst. schuringsgeluid; adj. schurend.Friction,frikš’n, subst. wrijving, kleine oneenigheid; adj. wrijvend;Friction-match= lucifer;Friction-wheel= wiel, dat door wrijving in beweging brengt of gebracht wordt;Frictional-electricity= wrijvingselectriciteit;Frictionize= wrijven.Friday,fraidi, Vrijdag:Good Friday= Goede Vrijdag.Friend,frend, vriend, kennis, bloedverwant, vriendin, beschermer, bevorderaar, Kwaker:A friend in need is a friend indeed= in den nood leert men zijne vrienden kennen;Friends= bloedverwanten;Society of Friends= de sekte der Kwakers (17e eeuw gesticht);To have friends in (at) court= vrienden aan het hof, invloedrijke vrienden hebben;I’ll never againmake a friend= ik sluit nooit weer vriendschap;Let usmake friends withhim= laten wij ons met hem verzoenen;Friendless= zonder vrienden; subst.Friendlessness;Friendlike= als van een vriend, welwillend;Friendliness, subst. vanFriendly= vriendschappelijk, goedaardig, gunstig gezind:Friendly Societies= (arbeiders) vereenigingen tot wederzijdschen bijstand in ziekte en nood;Friendship= vriendschap, goede gezindheid:That’s in friendship= dat blijft onder ons.Friese,frîz, Fries, Friezin; adj.Friesian,frîž’n;Friesland,frîzlənd.Frieze,frîz, fries (bouwk.); fries, een grove wollen stof.Frigate,frigit, fregat;Frigate-bird= fregatvogel;Frigatoon,frigətûn, Venetiaansch fregat.Fright,frait, vrees, schrik; ook verb. =Frighten:In a fright= verschrikt;Youlook a fright,if you do not do yourself up= ge ziet er uit om van te schrikken, als ge u niet blanket;Toput in a fright= doen schrikken;Hetook fright= hij schrikte;It is the[211]thunder that frights, and the lightning that smites;Frighten= schrik aanjagen; ontstellen:I wasfrightened to death, out of my wits= doodelijk verschrikt;Frightful= verschrikkelijk; subst.Frightfulness.Frigid,fridžid, koel, koud, kil, vormelijk; vervelend:Frigid zones= de Poolstreken tusschen de Polen en de Poolcirkels;Frigidness=Frigidity,frîdžiditi, koelheid, enz.Frill,fril, subst. geplooide strook, kanten kraag; affectatie, opgedirktheid (Amer.);Frillverb. plooien, van eenfrillvoorzien; de veeren van koude opzetten.Fringe,frinž, subst. franje, rand;Fringeverb. met franje versieren:To wearone’s hair in a fringe= ponnies hebben;Newgate fringe (Fringe frill)= baard onder de kin.Fringilla,frindžilə, vink;Fringillaceous,frindžileišəs, tot de vinken behoorend.Fringing,frinžiŋ, franje, rand:Fringing reef= koraalrif dat een eiland omgeeft.Frippery,fripəri, subst. oude kleeren, tweedehandsmeubels, oude-kleerwinkel, prulleboel; adj. min, beuzelachtig.Frisco,friskou=San Francisco.Frisia,frižə, Friesland;Frisian, Fries(ch).Frisk,frisk, subst. dartele sprong, dol, vroolijke bui; adj. levendig, dartel, druk;Friskverb. rondspringen, dansen, dartelen;Friskiness, subst. vanFrisky= dartel, vroolijk, uitgelaten.Frit,frit, subst. frit, gesmolten glasmassa.Frith,frith, mond eener rivier, vischweer; kreupelhout.Fritillary,fritiləri, keizerskroon (bloem).Fritter,fritə, brokje, stuk, reepje, afgesneden stukje vleesch om te bakken;Fritterverb. in kleine stukken snijden of breken, verknoeien:He hasfrittered awayhis money, his time= zijn geld verknoeid, zijn tijd verbeuzeld.Frivolity,frivoliti, beuzelachtigheid, wuftheid;Frivolous,frivəlɐs, beuzelachtig, nietig, wuft; subst.Frivolousness.Friz(z),friz, krullen, kroezen; subst. krul;Frizzle= krullen, op heete kolen bakken;Frizzler= friseur, kapper;Frizzling-iron= friseertang.Fro,frou, alléén in:To and fro= heen en weer.Frock,frok, pij, kleed, kiel, jurk;Frock-coat= gekleede jas;Frock-dress= in gekleede jas.Frog,frog, kikker, langwerpige bekleede knoop met lus tot sluiting en versiering; verbindingstuk om op andere rails te komen; straal (aan paardehoeven);Frog-bit= kikkerkruid;Frog-eater= Franschman (iron.);Frog-hopper= schuimcicade;Frogs’-march= kruipen op handen en voeten, het wegdragen door de politie van een lastigen dronken man (met het gezicht naar beneden);Frogged= met ‘frogs’ bevestigd of versierd;Froggy= vol kikkers.Froise,frôiz, spekpannekoek.Frolic,frolik, subst. dartele sprong, grap; vroolijke partij, pretje; adj. vroolijk, dartel, dol, lustig;Frolicverb. dartelen, rondspringen, pret maken:Frolicsome= dartel, vroolijk; subst.Frolicsomeness.From,from, van, vandaag, vanuit, sedert, wegens:From forth= vanuit;He had his missionfrom on high= hij ontving zijne zending van boven, uit den hemel;From my childhood= van kindsbeen af;From the sixth of May= sedert;It’s all from his unwillingnessto oblige me= het komt allemaal door zijne ongeneigdheid om mij te helpen;From time to time= van tijd tot tijd;Judging fromthis= hiernaar te oordeelen;Protected fromtherain= beschermd voor;Tosiftgrainfromchaff= kaf van koren, waarheid van leugen scheiden;Tellit himfrom me= namens mij.Frome,froum.Frond,frond, blad van planten als varens en palmen;Frondescence,frondes’ns, het ontplooien der bladeren; adj.Frondescent,frondes’nt;Frondiferous,frondifərɐs, waaiervormige bladeren dragend;Frondose,frondous,frondous, waaiervormig (waaierdragend).Frondeur,frondɐ̂, lid derFrondei.e. tegenstanders van de Regeering bij de minderjarigheid v. Lodewijk XIV.Front,frɐnt, subst. voorhoofd, gelaat, voorste gedeelte, front, gevel, voorvertrek: brutaalheid, schaamteloosheid, toertje (valsch haar), overhemdje, begin, voorhoede;Frontverb. het hoofd bieden, staan tegenover, met het voorhoofd gekeerd staan naar, van een front voorzien:Hechanged frontall at once= hij veranderde in eens v. batterij;This man hascome to the frontof late= neemt in den laatsten tijd eene eerste plaats in;Theypresented a united frontin this emergency= in dezen nood boden ze gezamenlijk weerstand;Tostand in front of= staan vóór;My shoes must benew fronted= ik moet laten voorschoenen;Front-benchers= (ministers) die op de eerste bank zitten (Lagerhuis);Front-box= loge tegenover het tooneel;Front-door= voordeur;Front opposition bench= eerste bank, links van denSpeaker, in hetHouse of Commonswaarop de leiders der oppositie zitten;Front-rank= eerste rang (klas);Frontage,frɐntidž, voorzijde of front van een gebouw langs de geheele uitgestrektheid;Frontal, subst. fronton, hoofdband, deur- of vensterboog; adj. eerste, voorste, vooraan gelegen, tot het voorhoofd of front behoorende;Frontlet, kleine hoofdband;Fronton,frontən,frɐntən, of Fr.uitspr., fronton.Frontier,frontjə,frɐntjə,frontîə, subst. grens(lijn); adj. aan de grenzen gelegen.Frontispiece,frontispîs,frɐntispîs, frontispies, voorgevel, plaat tegenover het titelblad, gelaat; voorzien van een frontispies.Frost,frost, vorst, ijzel, kilheid, koele ontvangst;Frostverb. berijpen, glaceeren, scherpen (v. paardehoeven), mat of dof maken:The singerwas a fearful frost= had niet het minste succes;This piece willrun no chance of a frost= dit zal ongetwijfeld succes hebben, “gaan”;Frost-bitten= bevroren:A frost-bitten nose= bevroren neus;Frost-bound= ingevroren;Frost-flower(ZieFrost-work);Frost-nail= ijsnagel (voor paarden);Frost-work= ijsbloemen op glas, enz.;Frosted= geglaceerd, mat:Frosted glass= ijsglas;Frosted silver= mat zilver;[212]Frostiness= vorstigheid;Frosting= suikerglazuur, matte oppervlakte;Frosty= vorstig, koel, koud.Froth,froth, subst. schuim, ijdel gesnap, gewauwel;Frothverb. met schuim bedekken, (doen) schuimen, ijdele praat houden:Froth and flummery= gewauwel en nonsens;Froth-spit, ZieFrog-hopper;Frothiness, subst. vanFrothy= schuimend, ijdel, onbeteekenend.Froude,frûd.Frounce,frauns, krul, rimpel:Frounces of phrase and style= gemaakte zinswendingen en onnatuurlijke stijl.Frousy, Frouzy,frauzi, vuil, slordig, muf, rans.Froward,frouwəd, adj. weerspannig, gemelijk, onaangenaam; subst.Frowardness.Frown,fraun, subst. gefronst gelaat, ontevreden blik;Frownverb. fronsen, dreigend staren:He wasunder the frown of power= de machtigen staarden hem dreigend aan;Hefrowned us intoobedience= zijn dreigende blik deed ons gehoorzamen.Frowzy,frauzi=Frousy.Froze,frouz, imperf. vanto freeze.Frozen,frouz’n, bevroren, buitengewoon koud, kil; part. perf. v.to freeze:The Frozen Ocean= de IJszee;The Frozen Zones= de Poolstreken.Fructescence,frɐktes’ns, rijpwording der vruchten, vruchtentijd;Fructiferous= vruchtdragend;Fructification,frɐktifikeiš’n, bevruchting, vruchtvorming;Fructify,frɐktifai, vruchtbaar maken, vrucht dragen;Fructose,frɐktous,frɐktous, vruchtensuiker.Frugal,frûg’l, matig, zuinig;Frugality,frugaliti, matigheid, zuinigheid.Frugivorous,frudživərɐs, vruchtenetend.Fruit,frût, vrucht(en), fruit, kroost, gevolgen, voordeel;Fruitverb. vruchten dragen;Fruit-bearing= vruchtdragend;Fruit-bud= vruchtknop;Fruit-dish= vruchtenschaal;Fruit-knife= fruitmesje;Fruit-loft= fruitzolder;Fruit-time= oogsttijd, vruchtentijd;Fruit-tree= vruchtboom;Fruitage= ooft; opbrengst;Fruiterer= fruithandelaar;Fruitful= vruchtbaar; subst.Fruitfulness;Fruitiness=vruchtensmaak;Fruition,frûiš’n, vruchtgebruik, bezit, genot daaruit voortvloeiend;Fruitive,frûitiv, genietend, gebruikend;Fruitless= vruchteloos; subst.Fruitlessness;Fruity= met vruchtensmaak.Frumenty,frûm’nti, tarwepap.Frump,frɐmp, brommige, ouderwetsch of slordig gekleede vrouw;Frumpverb. bespotten, afsnauwen:Old frump= oude soes;Frumpish= lastig, brommig, ouderwetsch, slonzig; ordinair;Frumpish ways= ouderwetsche manier van doen;Frumpy=Frumpish.Frustrate,frɐstreit, teleurstellen, verijdelen, tenietdoen; adj.frɐstrit, ijdel, nutteloos; subst.Frustration.Frustum,frɐst’m, brok, stuk:Frustum of a cone (pyramid)= geknotte kegel (zuil).Frutescent,frûtes’nt, heesterachtig.Fry,frai, bakken, braden; schoteltje, baksel; lever, longen, hart, enz. van varkens, schapen, kalveren en ossen; school (jonge visschen), jong goedje of volkje, kleinigheden, mindere lui;Frying-pan= bakpan:Out of the frying-pan into the fire= van den regen in den drop, van den wal in de sloot.Fub,fɐb, bedriegen, stelen:Tofub off= onder valsche voorwendsels uitstellen.Fuchsia,fjûšə, foksia.Fucus,fjûkəs, blaaswier.Fuddle,fɐd’l, dronken maken, overmatig drinken, zuipen:He fuddled himself;Fuddler= dronkaard.Fudge,fɐdž, subst. malligheid, onzin; interj. och loop! onzin!;Fudgeverb. vervalschen, verzinnen; opsnijden:Hefudgedhis reportsfromanother paper= flanste samen.Fuel,fjûəl, subst. brandstof;Fuelverb. van brandstof voorzien, voeden:That added(was as)fuel to the fire= dat was olie in ’t vuur;Fuel-gas= kookgas.Fuff,fɐf, subst. trekje (aan sigaar of pijp);Fuffverb. trekken, puffen;Fuffy= opgeblazen, buiïg.Fugacious,fjugeišəs, vluchtig; vroeg afvallend; subst.Fugacity.Fugh,fjû, Bah! ZieFaugh.Fugitive,fjûdžitiv, subst. vluchteling, deserteur; adj. vluchtig, voorbijgaand, voortvluchtig, zwervend:Fugitive compositions= werken van één dag;Fugitiveness= vluchtigheid.Fugleman,fjûg’lmən, vleugelman, guide; leider, woordvoerder.Fugue,fjûg, fuga;Fuguist,fjûgist, componist van fuga’s.Fulcrate,fɐlkrit, van steunorganen voorzien;Fulcrate-stem= boom, waarvan de takken tot de aarde reiken;Fulcrum,fɐlkr’m, steunpunt (van een hefboom), stut, steun.Fulfil,fulfil, vervullen, volbrengen, uitvoeren:This short notefulfils the adage,for it is a merry one= dit korte briefje maakt het bekende gezegde waar, want het is een vroolijk kattebelletje (i.e.Short but merry);He wasfulfilled ofthis pleasure= had er genoeg van; subst.Fulfilment.Fulgency,fɐldž’nsi, glans, schittering; adj.Fulgent.Fulgo(u)r,fɐlgə, schittering;Fulguration,fɐlgjureiš’n, weerlicht, fonkeling;Fulgurite,fɐlgjurait, fulguriet, bliksembuizen.Fulham,fuləm.Fuliginous,fjulidžinɐs, roetachtig, rookerig, vuil, duister, somber.Fulk,fɐlk, Folkert.Full,ful, adj. vol, verzadigd, bezet, dik, gevuld, rijp, volkomen, krachtig; subst. volle maat, grootste uitgebreidheid, hoogste punt:The full of the moon= de tijd, dat de maan vol is;The moon was at the(its)full= was vol;We are full= wij hebben geen plaats meer (in hotel of school, etc.);The dogs werein full cry= blaften alle luide;He knows itfull well= hij weet het heel goed;To the full,In full= ten volle, geheel;Full and by= met volle zeilen, en scherp bij den wind;Full age(d)= meerderjarig(heid);Full-armed= in volle wapenrusting;Full-bloomed= in vollen bloei, rijp;Full-blown= geheel ontwikkeld,[213]volkomen rijp;Full-bottom(ed wig)= allonge pruik, lange krulpruik (gedragen door rechters);Full-cry= samen blaffend;Full-dress= gala;Full-drive= in vollen ren, met volle kracht;Full-eyed= met groote oogen;Full-faced= met groot en dik gelaat;Afull-fledgedsocialist= ten volle ontwikkeld, overtuigd;Full-out= geheel, voluit;Full-stop= punt, plotseling einde;Full-swing= in vollen ren, volkomen vrij, druk bezig:We arein the full swing ofstopping managers to play our pieces= wij zijn druk bezig er een stokje voor te steken, dat …;Fullness= volheid:In the fullness of time;Fully= ten volle;Fully-committed= naar deAssizesverwezen.Full,ful, vollen;Fullage= geld voor ’t vollen;Fuller= voller;Fuller’s earth= vollersaarde;Fullery=Fulling-mill= vollersmolen.Fulminate,fɐlmineit, donderen, losbarsten, ontploffen;Fulminating-powder= donderpoeder;Fulminatory, donderend;Fulminic:Fulmic acid= knalzuur.Fulness=Fullness.Fulsome,fɐls’m, aanstootelijk, overdreven, grof; subst.Fulsomeness.Fulton,fult’n.Fulvous,fulvəs, taan- of voskleurig.Fumble,fɐmb’l, rondtasten, tastend zoeken, onhandig doen, knoeien met, verward zijn, morrelen aan(with), verfrommelen(up).Fume,fjûm, subst. uitwaseming, damp, reuk, toorn, woede;Fumeverb. damp uitwerpen, in damp opgaan, rooken (van vleesch, etc.), doorgeuren, ontsmetten (door rook en damp), woedend zijn:He wasin a fume= hij was woedend;To sleep off thefumes of a debauch= zijn roes uitslapen;He walked up and down,fretting and fuming= knarsetandend en woedend.Fumigate,fjûmigeit, doorgeuren, ontsmetten (door rook);Fumigation= berooking; rook, wierook:Fumigator= rook- of damptoestelletje;Fumitory= duivenkervel;Fumous= damp of rook veroorzakend.Fun,fɐn, subst. pretje, grap, vroolijkheid;Funverb. grappen maken:That was the fun of it= dat was juist de aardigheid er van;It wouldn’tbe much fun= niet erg leuk zijn;Idid it for (in) fun,for the fun of the thing= voor de grap, voor de aardigheid;Tohave good (great) fun= veel pleizier hebben;Hemade fun of it= hij maakte er een grapje van;Topoke fun at= voor de mal houden.Funambulation,fjûnambjuleiš’n, het koorddansen;Funambulist.Function,fɐŋkš’n, subst. verrichting, uitvoering, beroep, dienst (van een bepaald orgaan), bijeenkomst, partij, feest, kerkelijk ambt;Functionverb. een plicht, dienst of beroep vervullen:That railway functions no longer= die baan is buiten dienst;Functional-disease= organisch gebrek;Functionary,fɐŋkš’nəri, ambtenaar, beambte.Fund,fɐnd, subst. fonds, kapitaal, voorraad (Funds= nationale schuld, geld, financiën)Fundverb. beleggen (van geld), een fonds bestemmen voor;Fund-holder= actiënhouder;Funded debt= staatsschuld, die de regeering niet op een bepaalden tijd behoeft af te lossen;Funding-system= amortisatie-stelsel.Fundament,fɐndəment, grondslag, benedenste, achterste;Fundamental,fɐndəment’l, adj. den grondslag vormend, voornaamste, oorspronkelijk; subst. basis, grondslag, grondtoon:Fundamental bass= becijferde bas, aanduiding der accoorden door hun grondtoon.Fundi,fɐndi,Fundungi,f’ndɐnži, West-Afrikaansch koren.Funen,fjûnən.Funeral,fjûnər’l, subst. begrafenis, lijkstatie; ook adj.:Funeral pile= brandstapel;Funeral-sacrifice= doodenoffer;Funeral-sermon= lijkrede;Funeral-train= begrafenisstoet;Funeralize= als geestelijke dienst doen bij eene begrafenis (Amer.);Funereal,fjunîriəl, begrafenis …, treurig:A funereal gait= begrafenispas.Fungacious,fɐŋgeišəs;Fungal,fɐŋg’l, spons- of zwamachtig;Fungi,fɐnžai, zwammen;Fungivorous,fɐndživərɐs, zich met zwammen of paddestoelen voedend;Fungoid,fɐŋgôid;Fungous,fɐŋgəs, zwamachtig;Fungus,fɐŋgəs, zwam, sponsachtige uitwas:Fungous flesh= wild vleesch.Fungible,fɐnžib’l, vervangbaar.Funicle,fjûnik’l, dun snoer, vezel, navelstreng;Funicular,fjunikjulə, kabel- of touwvormig:Funicular railway= kabelspoorweg;Funiculus,fjunikjulɐs=Funicle;Funiliform= vezelvormig.Funk,fɐŋk, subst. stank, vrees, lafhartigheid, lafaard; schop, knorrigheid;Funkverb. bang maken of zijn, schoppen of trappen (van woede), woedend zijn:He wasin a blue funk= zat vreeselijk in de rats;You seem to funk it= gij schijnt het niet aan te durven;Funker= bange, benauwde vent;Funky= angstig.Funnel,fɐn’l, trechter, schoorsteen (van stoomboot of locomotief);Funnel-form (Funnel-shaped)= trechtervormig;Funnel-net= fuik.Funniments,fɐnimənts= grapjes;Funny,fɐni, grappig, kluchtig; subst. soort van roeiboot;Funny-bone= elleboogsknokkel:A rap on the funny-bone= weduwnaarspijn.Fur,fɐ̂, subst. bont, kleed met bont gevoerd, beslag op de tong, ketelsteen; adj. van bont, met bont gevoerd of afgezet;Furverb. met bont voeren of afzetten, beslaan (van de tong);Furbelow, subst. geplooide rand aan japonnen of rokken; opschik, tooi;Furverb. met bont voeren of omzoomen;Fur-moth= mot;Fur-trimmed= met bont omzoomd;Furred= met bont gevoerd;Furring= pelswerk, beslag op de tong, ketelsteen, spijkerhuid;Furry= met bont gevoerd, uit bont bestaand, bont …Furbish,fɐ̂biš, oppoetsen, polijsten, bruineeren;Furbisher= polijster, zwaardveger.Furcate(d),fɐ̂kit(-eitid), gevorkt, in twee takken gedeeld;Furcation= vertakking.Furfur,fɐ̂fə, roos (op ’t hoofd);Furfuraceous,fɐ̂fəreišəs, gekorst.Furiosity,fjûriositi, krankzinnigheid;Furious,fjûriəs, woedend, dol, geweldig, levenmakend; subst.Furiousness.[214]Furl,fɐ̂l, samenrollen, vastmaken (van zeilen).Furlong,fɐ̂loŋ, ⅛ van eene E. mijl of ± 201 M.Furlough,fɐ̂lou, subst. verlof;Furloughverb. verlof toestaan:He ison furlough= met verlof.Furmenty,fɐ̂m’nti. ZieFrumenty.Furnace,fɐ̂nis, subst. oven, vuurhaard; vuurproef, martelplaats.Furnish,fɐ̂niš, voorzien, uitrusten, meubileeren, versieren; in betere ‘conditie’ komen (rensport):Theyfurnished him forth withthe best they could get= zij rustten hem uit met, voorzagen hem van;Furnisher= leverancier, behanger.Furniture,fɐ̂nitšə, uitrusting, huisraad; meubilair, tuig, sloten aan deuren en vensters, monteering (van een kanon), masten en tuig:Articles of furniture= meubelen;Furniture-van= verhuiswagen;Thecoffinwasdestitute of furniture= de kist had geen zilveren hengsels, etc.Furrier,fɐ̂riə, bontwerker, bonthandelaar;Furriery= bontwerkerszaak, bontwerken.Furrow,fɐrou, subst. voor, groef, rimpel;Furrowverb. doorploegen, groeven of rimpels trekken in;Furrow-drain= voor (om water af te voeren);Furrow-faced= met gerimpeld gelaat.Further,fɐ̂dhə, adj. verder, meer, buitendien, behalve, bijgevoegd;Furtherverb. bevorderen; adv. bovendien, behalve:On the further side= aan den anderen (tegenovergest.) kant;Further than this= buiten dit alles;Furtherance,fɐ̂dhər’ns, bevordering, hulp, bijstand:In furtherance of= ter bevordering van;Furtherer= bevorderaar;Furthermore= bovendien;Furthermost= het verst verwijderd;Furthest,fɐ̂dhist, adj. het verst; adv. verst:I shall come to-morrowat the furthest= op zijn laatst.Furtive,fɐ̂tiv, steelsgewijs, heimelijk, sluw.Furuncle,fjûrɐŋk’l, bloedvin, zweer.Fury,fjûri, woede, dolheid, onstuimigheid, razernij:The Furies= de drie wraakgodinnen.Furze,fɐ̂z, gaspeldoorn, stekelbrem; brem;Furzy= met brem begroeid.Fuse,fjûz, smelten, vloeibaar maken, samensmelten;Fusion= (samen)smelting, vereeniging.Fuse,fjûz, (ookFusee) sisser of lont.Fusee,fjuzî, lont, windlucifer, spil (in een uurwerk); spoor van wild.Fusibility,fjûzibiliti, smeltbaarheid;Fusible,fjûzib’l, smeltbaar.Fusiform,fjûziföm, spilvormig.Fusil,fjûzil, fuziel(geweer); ruit (in de heraldiek);Fusileer,Fusilier,fjûzilîə, fuselier;Fusil(l)ade,fjûzileid,fjûzileid, subst. geweervuur;Fusil(l)adeverb. neerschieten, fusileeren.Fuss,fɐs, subst. lawaai; noodelooze, opzienbarende drukte;Fussverb. woelig en druk zijn, klateren, snel stroomen:Fuss and feathers= veel geschreeuw en weinig wol (Amer.);The riverfretted and fussed overits bed= schuurde en klaterde;The tugfussed and fretted,tossing over the green waves= pufte en woelde;The animal wasfussing and fuming after it= liep er puffend en woedend achteraan;Fussiness= drukte, enz.;Fussy= drukte makend, druk:A fussy looking fellow= eenopgewonden, druk standje.
Former,fömə, voorafgaand, vroeger, eerste;Formerly= vroeger, te voren.Formic,fömik, van mieren;Formic-acid= mierenzuur;Formication= jeuking.Formicant,fömik’nt, zwak en onregelmatig (van den pols).Formidable,fömidəb’l, geducht, vreeswekkend; subst.Formidableness.Formula,fömjulə, formule, recept:Formularize= formuleeren;Formulary, subst. = formulier, formule; adj. voorgeschreven, vastgesteld naar den ritus;Formulate=Formularize=Formulize.Fornicate,fönikeit, hoereeren;Fornication,fönikeiš’n, ontucht, bloedschande, overspel, afgodendienst;Fornicator= hoereerder, afgodendienaar.Fors Clavigera,föz klavigərə(ofklavidžərə).Forsake,föseik, verzaken, verlaten, begeven;Forsaken= part. perf.;Forsook,fösuk, imperf. vanto forsake.Forsooth,fösûth, voorwaar, zeker (dikwijls ironisch).Forspeak,föspîk, beheksen (Schotl.).Forspend,föspend, verkwisten, afmatten.Forswear,föswêə, afzweren, bij eede ontkennen:You are forsworn= gij hebt uw eed gebroken;You have forsworn yourself= gij hebt een meineed gedaan.Forsyth,fösaith.Fort,föt, subst. sterkte, vesting, kasteel, iemands sterke zijde; adj. sterk, machtig.Fortalice,fötəlis, klein buitenwerk.Forte,föt, iemands sterke zijde; forto; bovenkling (schermen).Forth,föth, vooruit, buiten, uit, voorwaarts, de grenzen te buiten gaande, voort:To beforth-coming,föthkɐmiŋ= gereed of op ’t punt te verschijnen, verschijnend; subst. te voorschijn komen:No confirmation of the report wasforth-coming= het gerucht werd niet bevestigd;Forth-going,föthgouiŋ, uitgaand, voortzettend; subst. uitgaan;Forth-issuing= uitkomend;Forthright= recht vooruit, oprecht;Forthrightness of phrase= juistheid van uitdrukking;Forthwith,föthwidh,föthwith,föthwith, onmiddellijk, op staanden voet.Fortieth,fötiəth, subst. en adj. veertigste (deel).Fortification,fötifikeiš’n, versterking, fort;Fortify,fötifai, versterken, bevestigen;Fortitude,fötitjûd, lichamelijke of zielskracht, vastberadenheid, moed, geduld.Fortnight,fötnait, veertien dagen;Fortnightly= alle veertien dagen; veertiendaagsch.Fortress,fötrəs, vesting, kasteel, sterkte.Fortuitous,fötjûitɐs, toevallig;Fortuitousness, toevalligheid;Fortuity,fötjûiti, toeval.Fortunate,fötšənit, gelukkig, gunstig; subst.Fortunateness;Fortune,fötš’n, subst. geluk, fortuin, lot, groote rijkdom, bezit;Fortuneverb. begunstigen, gebeuren:By fortune= toevallig;Fortune favours the bold= wie waagt, wint;As fortune would have it= toevallig (’t was of het spel sprak);Hecame into his fortune= hij kreeg zijn erfdeel;Fortune-book= voorspellingsboekje;Fortune-hunter= iemand, die bij het trouwen op geld uit is;Fortune-hunting= het zoeken van eene rijke vrouw;Fortune-tell= waarzeggen;Fortune-teller= waarzegger;Fortune-telling= waarzeggerij.Forty,föti, veertig:In forty seconds= in minder dan geen tijd;I’ll take myforty winks= een dutje doen;The roaring forties= streek op 40° tot 50° Z.B., met steeds krachtigen W.N.W. wind.Forum,fôr’m, forum, rechtbank.Forward,föwəd, subst. een vooraan geplaatst speler bijfootball; adj. voorste, vroeg, ver gevorderd in, vroegtijdig, niet achterlijk, wijsneuzig, brutaal, vooruit; adv. (Forwards) vooruit, voorwaarts;Forwardverb. bevorderen, aansporen, verhaasten, overzenden; interj. voorwaarts!The book isin a forward state= het boek is een heel eind op weg;I begto forward this letter= ik ben zoo vrij u dezen brief te doen toekomen;From this day forward= in het vervolg;Forwarder= verzender, expediteur =Forwarding agent;Forwarding firm= expeditiezaak;Forwarding note= vrachtbrief (Amer.);Forwardness= vroolijkheid, vroegrijpheid, wijsneuzigheid, brutaliteit.Fosbroke,fosbruk.Fosse,fos, vestinggracht, halte.Fossick,fosik, verlaten goudmijnen of waschplaatsen nasnuffelen; lastig en druk zijn, aanhoudend zoeken;Fossicker(Austr.).Fossil,fosil, subst. delfstof, versteend lichaam; iemand ten achteren bij zijn tijd; adj. opgedolven, verouderd:Fossiliferous= versteeningen bevattend;Fossilization= versteening;Fossilize,fosilaiz, versteenen, verouderen.[208]Fossroad,fosroud, een der 4 groote heirbanen door de Romeinen aangelegd, met slooten aan beide kanten, ookFoss(e)waygeheeten.Foster,fostə, voeden, zoogen, kweeken, aanmoedigen, koesteren;Foster-brother= zoogbroeder;Foster-child= voedsterkind;Foster-daughter= pleegdochter;Foster-father= pleegvader;Foster-mother= zoogmoeder;Foster-sister= zoogzuster;Foster-son= pleegzoon;Fosterer= voedster, zoogster, bevorderaar.Fother,fodhə, wagenvracht; ook verb.:Tofother a leak= stoppen.Fotheringay,fodhəriŋgei.Fotmal,fotmâl, 70 Eng. ponden (31,751 K.G.) lood.Fought,fôt, imperf. en part. perf. vanto fight.Foul,faul, vuil, onrein, stinkend, heiligschennend, gemeen, zondig, misdadig, onwettig, onbillijk, storm- of regenachtig, bewolkt, belemmerend; subst. aanrijden, aanvaren, ongeoorloofde slag;Foulverb. bevuilen, besmetten, in botsing komen, vuil worden, verward raken:Foul means=oneerlijke;A foul pipe= vuile;Foul play= valsch spel, bedrog;I had afoul tastein the mouth;Foul wind= tegenwind;Wefell (ran) foul of a rock= stieten op eene rots;These two personsfell foul of each other= kregen samen twist;Hefouled my courseand received all my weight= hij kwam mij in den weg, en kreeg mijne geheele zwaarte op zich;Foul-anchor= onklaar anker;Foul-proof= vuile proef;Foul-mouthed,Foul-spoken,Foul-tongued= vuile taal sprekend;Foulness= vuilheid, etc.Foulard,fulâd, zijden (hals)doek.Found,faund, imp. en p.p. vanto find.Found,faund, metaal gieten; stichten, grondvesten, oprichten, begiftigen;Foundation,faundeiš’n, grondslag, fundeering, stichting, begiftiging, fundatie (Foundationer= alumnus);Foundation-muslin= stijf gaas;Foundation-school= door corporaties of privaat-personen gestichte school;Foundation-stone= eerste steen;Founder, subst. metaalgieter; stichter, maker, begiftiger:He is thefounder of the feast= aanlegger; vr.Foundress;Foundry= metaalgieterij;Foundry-goods= gietijzeren artikelen.Founder,faundə, verb. zinken, zakken, vergaan, mislukken; doen zinken, vallen, kreupel worden of maken (van paarden):A foundered copy= slecht uitziend (onderhouden) exemplaar;I am foundered with cold= stijf van koude.Foundling,faundliŋ, vondeling:Foundling-hospital= vondelingshuis.Fount,faunt, bron, fontein, put;Fountain,fauntin, bron, fontein, waterreservoir;Fountain-head= oorsprong of bron v. eene rivier (ookfig.);Fountain-pen= vulpen.Four,fö, vier:Toform fours= in vieren opmarcheeren;To befolded in fours= in vieren;We are (run)on all fours= wij zijn (loopen) op handen en voeten;Theygo on all fours= zij stemmen volkomen overeen;Thatis on all fours withit= dat komt er geheel mede overeen;Toplace on all fours with= gelijkstellen;Four-ale= goedkoop bier (4d. het quart):Fourfold, adj. viervoudig; subst. viervoud;Fourfoldverb. verviervoudigen;Four-footed= viervoetig;Four-handed= vierhandig;Four-horse= door vier paarden getrokken;Four-in-hand, subst. rijtuig met vier paarden; adj. door vier paarden getrokken;Four-legged= met vier pooten, viervoetig;Fourpenny,Fourpence= vierstuiverstukje;Four-poster= groot ledikant met stijlen aan de vier hoeken;Fourscore= tachtig;Foursquare= vierkant, vast gegrond, vast staand:The Eiffel towerstands foursquare onfeet of solid masonry= staat onwrikbaar vast op;Four-wheeler= vigelante;Fourteen= veertien;Fourteenth= veertiende;Fourth= vierde;Fourth-rate= vierklassig (bij de marine);Fourthly= ten vierde.Fourbisseur,fûəbisɐ̂, zwaardveger.Fourgon,fûəgon, fourgon, ammunitie- of bagagewagen.Fourierism,fûriərizm, het socialistisch stelsel, aanbev. doorCharles Fourier.Fowl,faul, subst. gevogelte, het vleesch daarvan, gezamenlijke vogels, haan, kip;Fowlverb. vogels vangen of schieten;Fowler= vogelaar;Fowling-piece= ganzenroer;Fowling-shot= ganzenhagel.Fox,foks, subst. vos, sluwe kwant;Foxverb. zuren (bij ’t gisten), rood of zuur worden, begluren, voorwenden, veinzen, kapen, stelen, voorschoenen aanzetten (Amer.);Fox-brush= vossestaart;Fox-chase(Fox-hunt) = vossenjacht;Fox-earth= vossenhol;Fox-evil= kaalheid;Fox-gloveofFolks’-glove= vingerhoedskruid;Fox-grape= Amerikaansche wijnstok;Fox-hound= hond voor vossenjacht;Fox-tail= vossestaart;Fox-trap= vossenval;Fox-trot= sukkeldraf (van een paard);Foxed,fokst, verkleurd, gevlekt; met gestikt bovenleer versierd (Amer.);Foxing, subst. bovenleder; adj. verkleurend;Foxlike;Foxy= sluw, rossig.Fracas,freikəs, lawaai, ruzie.Frack,frak, gretig, vaardig, krachtig.Fracted,fraktid, gebroken;Fraction,frakš’n, breking (vooral met geweld), gebroken getal, breuk, brok; het breken van het brood bij het H. Avondmaal;Fractional,frakšən’l, tot eene breuk behoorend, gebroken, klein, nietig:Fractional certificate= scrip certificaat;Fracture,fraktšə, breuk (met geweld), gebroken deel;Fractureverb. breken:Simple fracture= eenvoudige been- of armbreuk;Compound fracture= gecomplic. breuk (beschadiging v. het weefsel).Fractious,frakšəs, twistziek, kribbig; subst.Fractiousness.Fragile,fradžil, broos, zwak, teer;Fragileness=Fragility,frədžiliti, broosheid, zwakheid.Fragment,fragm’nt, brokstuk;Fragmental,frəgment’l,Fragmentary,fragm’ntəri, uit brokken bestaande, zonder verband.Fragrance, Fragrancy,freigr’ns(i), geur, welriekendheid;Fragrant,freigr’nt, geurig, welriekend.[209]Frail,freil, subst. bies (voor manden), biezenmandje of mat (voor vijgen of rozijnen).Frail,freil, bros, broos, teer, besluiteloos, onvast, zwak, zondig:The frail sex;Frailness=Frailty= zwakheid, broosheid.Fraise,freiz, subst. frees, halskraag, stormpaal (onder een hoek van 45°); spekpannekoek; drukte;Fraiseverb. fraiseeren, met stormpalen beschermen:The battalion was fraised= het bataljon stond met gevelde bajonet.Frame,freim, subst. samenstel, lichaamsgestel, steiger, geraamte, lijst, raam, borduurraam, broeiraam (broeibak), etc., gemoedsgesteldheid, gietvorm;Frameverb. bouwen, samenvoegen, regelen, ordenen, vormen, overlèggen, omlijsten, in elkander zetten:Out of frame= in wanorde;Hisframe of mind= gemoedsstemming;Who framed that story= bedacht;Frame-bridge= brug op jukken;Frame-building=Frame-house= houten huis;Frame-timbers= inhouten van een schip;Framework= geraamte, lijstwerk, kader, omlijsting, inrichting.France,frâns, Frankrijk:Isle of France= Mauritius;The Franco-German war.Frances,fransəs, Francisca;Francis,fransis, Franciscus, Frans.Franchise,franš(a)iz, subst. voorrecht, recht, vrijplaats, vrijmoedigheid, edelmoedigheid, stemrecht (=Elective franchise);Franchiseverb. vrijdom verleenen.Franciscan,fr’nsisk’n, subst. Franciskaner (grijze) monnik; adj. Franciskaansch.Franconia,fraŋkouniə, Frankenland;Franconian= Frankisch; Frank.Frangible,franžib’l, licht breekbaar; bros;Frangibility= broosheid.Frangipane,franžipein, amandelgebak:Frangipane gloves= geparfumeerde.Frank,fraŋk, openhartig, oprecht, vrij; subst. Frank, franc, brief vrij van port;Frankverb. zonder vracht of port verzenden (door “Dienst” of“O. H. M. S.”en de handteekening van den verzender);Franking (of letters);Frankish= Frankisch;Frankly= ronduit;Frankness= openhartigheid.Frankincense,fraŋkinsens, soort v. geurige hars, wierook.Frantic(al),frantik(’l), dol, krankzinnig, woest, razend; subst.Franticness.Frap,frap, spannen (van eene trom); sjorren.Fraternal,frətɐ̂n’l, broederlijk;Fraternity,frətɐ̂niti, broederschap;Fraternization,fratənizeiš’n,freitən(a)izeiš’n= verbroedering;Fraternize,fratənaiz,freitənaiz, vertrouwelijk en vriendschappelijk omgaan;Fratricide,fratrisaid, broedermoord(er).Fraud,frôd, bedrog, bedrieger, list;Fraudulence,Fraudulency= bedriegelijkheid, bedriegerij, bedrog;Fraudulent,frôdjulent, bedriegend, bedriegelijk.Fraught,frôt, beladen, geladen, overvloedig:Fraught with sorrow= vol smart, van smart overstelpt.Fray,frei, subst. strijd, gekrakeel, twist, rafel, kale plek (in laken, b.v.);Frayverb. verslijten, rafelen, afslijten door wrijven (van horens van een jong hert):Frayed ropes= uitgerafelde touwen.Freak,frîk, subst. gril, kuur;Freakverb. bont maken, streepen of stippels trekken:Freak of nature= wangedrocht.Freckle,frek’l, subst. (zomer)sproet, vlekje;Freckleverb. met sproeten bedekken of teekenen;Freckle-faced= met sproeten in ’t gezicht =Freckled; subst.Freckledness;Freckly=Freckled.Fred,fred, verk. v.Frederick,fredərik, Frederik.Free,frî, adj. vrij, toegankelijk, onbelemmerd, gratis, vrijwillig, oprecht, mededeelzaam, mild, toegelaten (tot een gilde b.v.), los;Freeverb. bevrijden, verlossen, uithoozen, lens pompen:Free-and-easy, ongedwongen; subst. gezellige familiare bijeenkomst;You are freeto jump my claim= moogt gerust … negeeren;Wine was free toall takers= ieder, die wou, kon vrijelijk wijn drinken;He isfree of the goldsmiths’ company= hij is lid van het goudsmidsgilde;You are asfree of the houseas anybody= gij kunt even vrij het huis binnen gaan als ieder;I am free to admit that= ik erken dit gaarne;Toget free= vrij komen;Togo free= met gevierde schooten zeilen;He wasmade free of the City= hem werd het eereburgerschap der City aangeboden;Theymade free withhis wine= dronken ongegeneerd;He did not offerto free me= mij van mijn woord te ontslaan;This ticket will free you over every lineof the country= met dit kaartje kunt ge voor niets langs elke spoorlijn in het land reizen;Free-bench= weduwengoed;Freebooter= vrijbuiter;Free chase= vrije jacht;Free church= kerk zonder Staatscontrole of met vrije zitplaatsen; de in 1843 afgescheiden Schotsche kerk;Free-city= vrije Rijksstad;Free-fighter= guerilla soldaat, franc-tireur;Free grace= Vrije Genade;Free-hand= uit de vrije hand;Free-handed= edelmoedig, mild, royaal;Free-hearted= openhartig, weldadig;Freehold, subst. grondbezittingen, waarover men vrijelijk testamentair mag beschikken =Freehold estate in land;Free-holder= bezitter van eenfreehold;Free-lance= krijgsknecht; “wilde” (Parl.);Free-list= lijst van hen, die vrijkaarten krijgen (hebben);Free-liver= smulpaap, iemand die groot leeft;Free love= vrije liefde;Freeman= vrije, stemgerechtigd burger, lid van eenCity Company;Free-mason= vrijmetselaar;Free-masonry,masonry= vrijmetselarij;Free-minded= met onbekommerd gemoed;Free-pass= vrijbiljet;Free-port= vrijhaven;Free-school= kostelooze school;He wantedFree and open sittings in church= wenschte, dat ieder vrijelijk de onbezette plaatsen zou mogen innemen;His talents hadFree spaceto work= konden zich vrij ontplooien;Free-spoken= vrijmoedig;Free-stone= zandsteen, arduin;Free-states= die Staten van de Unie, waar reeds voor den burgeroorlog geene slavernij meer bestond;Free-talkand knowing innuendos= familiare gesprekken en slimme wenkjes;Free-thinker= vrijdenker;Free-trade= vrijhandel;Free-trader= voorstander van vrijhandel;Free-wheel;Free-will[210]= vrije wil; adj. (meestfrîwil) vrijwillig;Free wind= gunstige wind;Freedman= vrijgemaakte lijfeigene;Freedom= vrijheid, vrijdom, al te groote vrijheid, gemakkelijkheid:I shall take the libertyto speak with freedom= ik zal zoo vrij zijn ronduit te spreken;He wasofferedthefreedom of that town= hem werd het eereburgerschap van die stad aangeboden;Freer= bevrijder.Freeze,frîz, subst. vorst, het vriezen;Freezeverb. vriezen, bevriezen, stollen:Tofreeze out= wegkijken;Tofreeze to= hangen aan, dol zijn op;Tofreeze up= koel en strak worden (Amer.);Freezing-point= vriespunt.Freight,freit, subst. vrachtprijs, goederentrein, vracht of lading (Amer.);Freightverb. laden, bevrachten:We havesentthe trunkby slow freight= als vrachtgoed;Freight-train(Amer.) = goederentrein;Freight-waggon= goederenwagen;Freightage= vrachtprijs, vracht;Freighter= bevrachter;Freightless= zonder vracht.French,frenš, subst. en adj. Fransch(e taal), Fransch(e volk):What is the French forWilliam= wat is Willem in het Fransch?Guillaume is French for William;French-bean= snijboon;French-chalk= kleermakerskrijt;French-curve= teekenmal;French-horn= waldhoorn;Totake French leave= met de noorderzon vertrekken;Frenchman= Franschman;French-polish, subst. wrijfwas;French-polishverb.frenšpoliš, politoeren; een vernisje geven (fig.);French-roll= broodje;French-window= openslaande glazen deur;Frenchwoman= française;Frenchify,frenšifai, verfranschen;Frenchlike= op zijn Fransch;Frenchy= Fransoos.Frenzy,frenzi, subst. waanzin;Frenzyverb. waanzinnig maken.Frequency,frîkw’nsi, herhaald voorkomen, herhaling;Frequent,frîkw’nt, gedurig, herhaald; subst.Frequentness.Frequent,frikwent, dikwijls bezoeken, omgaan met; subst.Frequentation;Frequentative,frikwentətiv, subst. en adj. frequentatief (werkwoord).Fresco,freskou, subst. waterverfschildering op versche kalk;Frescoverb. schilderen op die wijze.Fresh,freš, frisch, versch, verfrischt, zoet, ongezouten, nieuw, onervaren; subst. riviertje of stroompje bij de zee, overstrooming, zoetwaterstroom, die een eind in zee doorloopt, dooi weder:As fresh as a daisy,As fresh as paint= zoo frisch als eene roos, als een hoen;We shall haveto gather fresh way= wij zullen wat moeten opstoomen, wat meer spoed moeten bijzetten;Fresh-blown= pas ontloken;Fresh-fish= nieuweling;Freshman= groen, nieuweling;Fresh-run= in den tijd van het kuitschieten de rivieren opkomen;Fresh-water= zoet water;Freshen= opfrisschen, verfrisschen, verlevendigen, ontzouten of ontpekelen, aanwakkeren, kracht krijgen;Freshes,frešiz: het brakke water aan de monding van rivieren;Freshet= overstrooming (door zwaren regen of het smelten van sneeuw);Freshness= frischheid, etc.Fret,fret, subst. het in- of wegvreten, zweer, gisting, kwelling, schaving (van de huid), lijstwerk, ornamentwerk;Fretverb. wegvreten, invreten, afwrijven, schoonwrijven, aantasten, beschadigen, kwetsen; kwellen, beroeren, gemelijk zijn, kniezen; versieren (m. snijwerk), beitelen of beeldhouwen, van toetsen voorzien, tokkelen;Fret-saw= figuurzaag;Fret-work= snijwerk, netwerk;Fretful= gemelijk, knorrig, gerimpeld; subst.Fretfulness;PockFretten,fret’n, van de pokken geschonden;Fretty, met snijwerk versierd.Freya,fraiə, eene Godin.Friability,fraiəbiliti, brokkeligheid, brosheid;Friable,fraiəb’l, bros, brokkelig; subst.Friableness.Friar,fraiə, frater, broeder, monnik; plaatsen in een proef waar de inkt niet geraakt heeft;Friar’s-balsam= monniksbalsem;Friar’s-lantern= dwaallicht;Friary= klooster.Fribble,frib’l, subst. beuzelaar, beuzelarij; adj. beuzelachtig;Fribbleverb. beuzelen;Fribbler= beuzelaar.Fricassee,frikəsî, subst. fricassee, schotel v. gehakt vleesch met pikante saus;Fricasseeverb. eene fricassee maken.Fricative,frikətiv, subst. schuringsgeluid; adj. schurend.Friction,frikš’n, subst. wrijving, kleine oneenigheid; adj. wrijvend;Friction-match= lucifer;Friction-wheel= wiel, dat door wrijving in beweging brengt of gebracht wordt;Frictional-electricity= wrijvingselectriciteit;Frictionize= wrijven.Friday,fraidi, Vrijdag:Good Friday= Goede Vrijdag.Friend,frend, vriend, kennis, bloedverwant, vriendin, beschermer, bevorderaar, Kwaker:A friend in need is a friend indeed= in den nood leert men zijne vrienden kennen;Friends= bloedverwanten;Society of Friends= de sekte der Kwakers (17e eeuw gesticht);To have friends in (at) court= vrienden aan het hof, invloedrijke vrienden hebben;I’ll never againmake a friend= ik sluit nooit weer vriendschap;Let usmake friends withhim= laten wij ons met hem verzoenen;Friendless= zonder vrienden; subst.Friendlessness;Friendlike= als van een vriend, welwillend;Friendliness, subst. vanFriendly= vriendschappelijk, goedaardig, gunstig gezind:Friendly Societies= (arbeiders) vereenigingen tot wederzijdschen bijstand in ziekte en nood;Friendship= vriendschap, goede gezindheid:That’s in friendship= dat blijft onder ons.Friese,frîz, Fries, Friezin; adj.Friesian,frîž’n;Friesland,frîzlənd.Frieze,frîz, fries (bouwk.); fries, een grove wollen stof.Frigate,frigit, fregat;Frigate-bird= fregatvogel;Frigatoon,frigətûn, Venetiaansch fregat.Fright,frait, vrees, schrik; ook verb. =Frighten:In a fright= verschrikt;Youlook a fright,if you do not do yourself up= ge ziet er uit om van te schrikken, als ge u niet blanket;Toput in a fright= doen schrikken;Hetook fright= hij schrikte;It is the[211]thunder that frights, and the lightning that smites;Frighten= schrik aanjagen; ontstellen:I wasfrightened to death, out of my wits= doodelijk verschrikt;Frightful= verschrikkelijk; subst.Frightfulness.Frigid,fridžid, koel, koud, kil, vormelijk; vervelend:Frigid zones= de Poolstreken tusschen de Polen en de Poolcirkels;Frigidness=Frigidity,frîdžiditi, koelheid, enz.Frill,fril, subst. geplooide strook, kanten kraag; affectatie, opgedirktheid (Amer.);Frillverb. plooien, van eenfrillvoorzien; de veeren van koude opzetten.Fringe,frinž, subst. franje, rand;Fringeverb. met franje versieren:To wearone’s hair in a fringe= ponnies hebben;Newgate fringe (Fringe frill)= baard onder de kin.Fringilla,frindžilə, vink;Fringillaceous,frindžileišəs, tot de vinken behoorend.Fringing,frinžiŋ, franje, rand:Fringing reef= koraalrif dat een eiland omgeeft.Frippery,fripəri, subst. oude kleeren, tweedehandsmeubels, oude-kleerwinkel, prulleboel; adj. min, beuzelachtig.Frisco,friskou=San Francisco.Frisia,frižə, Friesland;Frisian, Fries(ch).Frisk,frisk, subst. dartele sprong, dol, vroolijke bui; adj. levendig, dartel, druk;Friskverb. rondspringen, dansen, dartelen;Friskiness, subst. vanFrisky= dartel, vroolijk, uitgelaten.Frit,frit, subst. frit, gesmolten glasmassa.Frith,frith, mond eener rivier, vischweer; kreupelhout.Fritillary,fritiləri, keizerskroon (bloem).Fritter,fritə, brokje, stuk, reepje, afgesneden stukje vleesch om te bakken;Fritterverb. in kleine stukken snijden of breken, verknoeien:He hasfrittered awayhis money, his time= zijn geld verknoeid, zijn tijd verbeuzeld.Frivolity,frivoliti, beuzelachtigheid, wuftheid;Frivolous,frivəlɐs, beuzelachtig, nietig, wuft; subst.Frivolousness.Friz(z),friz, krullen, kroezen; subst. krul;Frizzle= krullen, op heete kolen bakken;Frizzler= friseur, kapper;Frizzling-iron= friseertang.Fro,frou, alléén in:To and fro= heen en weer.Frock,frok, pij, kleed, kiel, jurk;Frock-coat= gekleede jas;Frock-dress= in gekleede jas.Frog,frog, kikker, langwerpige bekleede knoop met lus tot sluiting en versiering; verbindingstuk om op andere rails te komen; straal (aan paardehoeven);Frog-bit= kikkerkruid;Frog-eater= Franschman (iron.);Frog-hopper= schuimcicade;Frogs’-march= kruipen op handen en voeten, het wegdragen door de politie van een lastigen dronken man (met het gezicht naar beneden);Frogged= met ‘frogs’ bevestigd of versierd;Froggy= vol kikkers.Froise,frôiz, spekpannekoek.Frolic,frolik, subst. dartele sprong, grap; vroolijke partij, pretje; adj. vroolijk, dartel, dol, lustig;Frolicverb. dartelen, rondspringen, pret maken:Frolicsome= dartel, vroolijk; subst.Frolicsomeness.From,from, van, vandaag, vanuit, sedert, wegens:From forth= vanuit;He had his missionfrom on high= hij ontving zijne zending van boven, uit den hemel;From my childhood= van kindsbeen af;From the sixth of May= sedert;It’s all from his unwillingnessto oblige me= het komt allemaal door zijne ongeneigdheid om mij te helpen;From time to time= van tijd tot tijd;Judging fromthis= hiernaar te oordeelen;Protected fromtherain= beschermd voor;Tosiftgrainfromchaff= kaf van koren, waarheid van leugen scheiden;Tellit himfrom me= namens mij.Frome,froum.Frond,frond, blad van planten als varens en palmen;Frondescence,frondes’ns, het ontplooien der bladeren; adj.Frondescent,frondes’nt;Frondiferous,frondifərɐs, waaiervormige bladeren dragend;Frondose,frondous,frondous, waaiervormig (waaierdragend).Frondeur,frondɐ̂, lid derFrondei.e. tegenstanders van de Regeering bij de minderjarigheid v. Lodewijk XIV.Front,frɐnt, subst. voorhoofd, gelaat, voorste gedeelte, front, gevel, voorvertrek: brutaalheid, schaamteloosheid, toertje (valsch haar), overhemdje, begin, voorhoede;Frontverb. het hoofd bieden, staan tegenover, met het voorhoofd gekeerd staan naar, van een front voorzien:Hechanged frontall at once= hij veranderde in eens v. batterij;This man hascome to the frontof late= neemt in den laatsten tijd eene eerste plaats in;Theypresented a united frontin this emergency= in dezen nood boden ze gezamenlijk weerstand;Tostand in front of= staan vóór;My shoes must benew fronted= ik moet laten voorschoenen;Front-benchers= (ministers) die op de eerste bank zitten (Lagerhuis);Front-box= loge tegenover het tooneel;Front-door= voordeur;Front opposition bench= eerste bank, links van denSpeaker, in hetHouse of Commonswaarop de leiders der oppositie zitten;Front-rank= eerste rang (klas);Frontage,frɐntidž, voorzijde of front van een gebouw langs de geheele uitgestrektheid;Frontal, subst. fronton, hoofdband, deur- of vensterboog; adj. eerste, voorste, vooraan gelegen, tot het voorhoofd of front behoorende;Frontlet, kleine hoofdband;Fronton,frontən,frɐntən, of Fr.uitspr., fronton.Frontier,frontjə,frɐntjə,frontîə, subst. grens(lijn); adj. aan de grenzen gelegen.Frontispiece,frontispîs,frɐntispîs, frontispies, voorgevel, plaat tegenover het titelblad, gelaat; voorzien van een frontispies.Frost,frost, vorst, ijzel, kilheid, koele ontvangst;Frostverb. berijpen, glaceeren, scherpen (v. paardehoeven), mat of dof maken:The singerwas a fearful frost= had niet het minste succes;This piece willrun no chance of a frost= dit zal ongetwijfeld succes hebben, “gaan”;Frost-bitten= bevroren:A frost-bitten nose= bevroren neus;Frost-bound= ingevroren;Frost-flower(ZieFrost-work);Frost-nail= ijsnagel (voor paarden);Frost-work= ijsbloemen op glas, enz.;Frosted= geglaceerd, mat:Frosted glass= ijsglas;Frosted silver= mat zilver;[212]Frostiness= vorstigheid;Frosting= suikerglazuur, matte oppervlakte;Frosty= vorstig, koel, koud.Froth,froth, subst. schuim, ijdel gesnap, gewauwel;Frothverb. met schuim bedekken, (doen) schuimen, ijdele praat houden:Froth and flummery= gewauwel en nonsens;Froth-spit, ZieFrog-hopper;Frothiness, subst. vanFrothy= schuimend, ijdel, onbeteekenend.Froude,frûd.Frounce,frauns, krul, rimpel:Frounces of phrase and style= gemaakte zinswendingen en onnatuurlijke stijl.Frousy, Frouzy,frauzi, vuil, slordig, muf, rans.Froward,frouwəd, adj. weerspannig, gemelijk, onaangenaam; subst.Frowardness.Frown,fraun, subst. gefronst gelaat, ontevreden blik;Frownverb. fronsen, dreigend staren:He wasunder the frown of power= de machtigen staarden hem dreigend aan;Hefrowned us intoobedience= zijn dreigende blik deed ons gehoorzamen.Frowzy,frauzi=Frousy.Froze,frouz, imperf. vanto freeze.Frozen,frouz’n, bevroren, buitengewoon koud, kil; part. perf. v.to freeze:The Frozen Ocean= de IJszee;The Frozen Zones= de Poolstreken.Fructescence,frɐktes’ns, rijpwording der vruchten, vruchtentijd;Fructiferous= vruchtdragend;Fructification,frɐktifikeiš’n, bevruchting, vruchtvorming;Fructify,frɐktifai, vruchtbaar maken, vrucht dragen;Fructose,frɐktous,frɐktous, vruchtensuiker.Frugal,frûg’l, matig, zuinig;Frugality,frugaliti, matigheid, zuinigheid.Frugivorous,frudživərɐs, vruchtenetend.Fruit,frût, vrucht(en), fruit, kroost, gevolgen, voordeel;Fruitverb. vruchten dragen;Fruit-bearing= vruchtdragend;Fruit-bud= vruchtknop;Fruit-dish= vruchtenschaal;Fruit-knife= fruitmesje;Fruit-loft= fruitzolder;Fruit-time= oogsttijd, vruchtentijd;Fruit-tree= vruchtboom;Fruitage= ooft; opbrengst;Fruiterer= fruithandelaar;Fruitful= vruchtbaar; subst.Fruitfulness;Fruitiness=vruchtensmaak;Fruition,frûiš’n, vruchtgebruik, bezit, genot daaruit voortvloeiend;Fruitive,frûitiv, genietend, gebruikend;Fruitless= vruchteloos; subst.Fruitlessness;Fruity= met vruchtensmaak.Frumenty,frûm’nti, tarwepap.Frump,frɐmp, brommige, ouderwetsch of slordig gekleede vrouw;Frumpverb. bespotten, afsnauwen:Old frump= oude soes;Frumpish= lastig, brommig, ouderwetsch, slonzig; ordinair;Frumpish ways= ouderwetsche manier van doen;Frumpy=Frumpish.Frustrate,frɐstreit, teleurstellen, verijdelen, tenietdoen; adj.frɐstrit, ijdel, nutteloos; subst.Frustration.Frustum,frɐst’m, brok, stuk:Frustum of a cone (pyramid)= geknotte kegel (zuil).Frutescent,frûtes’nt, heesterachtig.Fry,frai, bakken, braden; schoteltje, baksel; lever, longen, hart, enz. van varkens, schapen, kalveren en ossen; school (jonge visschen), jong goedje of volkje, kleinigheden, mindere lui;Frying-pan= bakpan:Out of the frying-pan into the fire= van den regen in den drop, van den wal in de sloot.Fub,fɐb, bedriegen, stelen:Tofub off= onder valsche voorwendsels uitstellen.Fuchsia,fjûšə, foksia.Fucus,fjûkəs, blaaswier.Fuddle,fɐd’l, dronken maken, overmatig drinken, zuipen:He fuddled himself;Fuddler= dronkaard.Fudge,fɐdž, subst. malligheid, onzin; interj. och loop! onzin!;Fudgeverb. vervalschen, verzinnen; opsnijden:Hefudgedhis reportsfromanother paper= flanste samen.Fuel,fjûəl, subst. brandstof;Fuelverb. van brandstof voorzien, voeden:That added(was as)fuel to the fire= dat was olie in ’t vuur;Fuel-gas= kookgas.Fuff,fɐf, subst. trekje (aan sigaar of pijp);Fuffverb. trekken, puffen;Fuffy= opgeblazen, buiïg.Fugacious,fjugeišəs, vluchtig; vroeg afvallend; subst.Fugacity.Fugh,fjû, Bah! ZieFaugh.Fugitive,fjûdžitiv, subst. vluchteling, deserteur; adj. vluchtig, voorbijgaand, voortvluchtig, zwervend:Fugitive compositions= werken van één dag;Fugitiveness= vluchtigheid.Fugleman,fjûg’lmən, vleugelman, guide; leider, woordvoerder.Fugue,fjûg, fuga;Fuguist,fjûgist, componist van fuga’s.Fulcrate,fɐlkrit, van steunorganen voorzien;Fulcrate-stem= boom, waarvan de takken tot de aarde reiken;Fulcrum,fɐlkr’m, steunpunt (van een hefboom), stut, steun.Fulfil,fulfil, vervullen, volbrengen, uitvoeren:This short notefulfils the adage,for it is a merry one= dit korte briefje maakt het bekende gezegde waar, want het is een vroolijk kattebelletje (i.e.Short but merry);He wasfulfilled ofthis pleasure= had er genoeg van; subst.Fulfilment.Fulgency,fɐldž’nsi, glans, schittering; adj.Fulgent.Fulgo(u)r,fɐlgə, schittering;Fulguration,fɐlgjureiš’n, weerlicht, fonkeling;Fulgurite,fɐlgjurait, fulguriet, bliksembuizen.Fulham,fuləm.Fuliginous,fjulidžinɐs, roetachtig, rookerig, vuil, duister, somber.Fulk,fɐlk, Folkert.Full,ful, adj. vol, verzadigd, bezet, dik, gevuld, rijp, volkomen, krachtig; subst. volle maat, grootste uitgebreidheid, hoogste punt:The full of the moon= de tijd, dat de maan vol is;The moon was at the(its)full= was vol;We are full= wij hebben geen plaats meer (in hotel of school, etc.);The dogs werein full cry= blaften alle luide;He knows itfull well= hij weet het heel goed;To the full,In full= ten volle, geheel;Full and by= met volle zeilen, en scherp bij den wind;Full age(d)= meerderjarig(heid);Full-armed= in volle wapenrusting;Full-bloomed= in vollen bloei, rijp;Full-blown= geheel ontwikkeld,[213]volkomen rijp;Full-bottom(ed wig)= allonge pruik, lange krulpruik (gedragen door rechters);Full-cry= samen blaffend;Full-dress= gala;Full-drive= in vollen ren, met volle kracht;Full-eyed= met groote oogen;Full-faced= met groot en dik gelaat;Afull-fledgedsocialist= ten volle ontwikkeld, overtuigd;Full-out= geheel, voluit;Full-stop= punt, plotseling einde;Full-swing= in vollen ren, volkomen vrij, druk bezig:We arein the full swing ofstopping managers to play our pieces= wij zijn druk bezig er een stokje voor te steken, dat …;Fullness= volheid:In the fullness of time;Fully= ten volle;Fully-committed= naar deAssizesverwezen.Full,ful, vollen;Fullage= geld voor ’t vollen;Fuller= voller;Fuller’s earth= vollersaarde;Fullery=Fulling-mill= vollersmolen.Fulminate,fɐlmineit, donderen, losbarsten, ontploffen;Fulminating-powder= donderpoeder;Fulminatory, donderend;Fulminic:Fulmic acid= knalzuur.Fulness=Fullness.Fulsome,fɐls’m, aanstootelijk, overdreven, grof; subst.Fulsomeness.Fulton,fult’n.Fulvous,fulvəs, taan- of voskleurig.Fumble,fɐmb’l, rondtasten, tastend zoeken, onhandig doen, knoeien met, verward zijn, morrelen aan(with), verfrommelen(up).Fume,fjûm, subst. uitwaseming, damp, reuk, toorn, woede;Fumeverb. damp uitwerpen, in damp opgaan, rooken (van vleesch, etc.), doorgeuren, ontsmetten (door rook en damp), woedend zijn:He wasin a fume= hij was woedend;To sleep off thefumes of a debauch= zijn roes uitslapen;He walked up and down,fretting and fuming= knarsetandend en woedend.Fumigate,fjûmigeit, doorgeuren, ontsmetten (door rook);Fumigation= berooking; rook, wierook:Fumigator= rook- of damptoestelletje;Fumitory= duivenkervel;Fumous= damp of rook veroorzakend.Fun,fɐn, subst. pretje, grap, vroolijkheid;Funverb. grappen maken:That was the fun of it= dat was juist de aardigheid er van;It wouldn’tbe much fun= niet erg leuk zijn;Idid it for (in) fun,for the fun of the thing= voor de grap, voor de aardigheid;Tohave good (great) fun= veel pleizier hebben;Hemade fun of it= hij maakte er een grapje van;Topoke fun at= voor de mal houden.Funambulation,fjûnambjuleiš’n, het koorddansen;Funambulist.Function,fɐŋkš’n, subst. verrichting, uitvoering, beroep, dienst (van een bepaald orgaan), bijeenkomst, partij, feest, kerkelijk ambt;Functionverb. een plicht, dienst of beroep vervullen:That railway functions no longer= die baan is buiten dienst;Functional-disease= organisch gebrek;Functionary,fɐŋkš’nəri, ambtenaar, beambte.Fund,fɐnd, subst. fonds, kapitaal, voorraad (Funds= nationale schuld, geld, financiën)Fundverb. beleggen (van geld), een fonds bestemmen voor;Fund-holder= actiënhouder;Funded debt= staatsschuld, die de regeering niet op een bepaalden tijd behoeft af te lossen;Funding-system= amortisatie-stelsel.Fundament,fɐndəment, grondslag, benedenste, achterste;Fundamental,fɐndəment’l, adj. den grondslag vormend, voornaamste, oorspronkelijk; subst. basis, grondslag, grondtoon:Fundamental bass= becijferde bas, aanduiding der accoorden door hun grondtoon.Fundi,fɐndi,Fundungi,f’ndɐnži, West-Afrikaansch koren.Funen,fjûnən.Funeral,fjûnər’l, subst. begrafenis, lijkstatie; ook adj.:Funeral pile= brandstapel;Funeral-sacrifice= doodenoffer;Funeral-sermon= lijkrede;Funeral-train= begrafenisstoet;Funeralize= als geestelijke dienst doen bij eene begrafenis (Amer.);Funereal,fjunîriəl, begrafenis …, treurig:A funereal gait= begrafenispas.Fungacious,fɐŋgeišəs;Fungal,fɐŋg’l, spons- of zwamachtig;Fungi,fɐnžai, zwammen;Fungivorous,fɐndživərɐs, zich met zwammen of paddestoelen voedend;Fungoid,fɐŋgôid;Fungous,fɐŋgəs, zwamachtig;Fungus,fɐŋgəs, zwam, sponsachtige uitwas:Fungous flesh= wild vleesch.Fungible,fɐnžib’l, vervangbaar.Funicle,fjûnik’l, dun snoer, vezel, navelstreng;Funicular,fjunikjulə, kabel- of touwvormig:Funicular railway= kabelspoorweg;Funiculus,fjunikjulɐs=Funicle;Funiliform= vezelvormig.Funk,fɐŋk, subst. stank, vrees, lafhartigheid, lafaard; schop, knorrigheid;Funkverb. bang maken of zijn, schoppen of trappen (van woede), woedend zijn:He wasin a blue funk= zat vreeselijk in de rats;You seem to funk it= gij schijnt het niet aan te durven;Funker= bange, benauwde vent;Funky= angstig.Funnel,fɐn’l, trechter, schoorsteen (van stoomboot of locomotief);Funnel-form (Funnel-shaped)= trechtervormig;Funnel-net= fuik.Funniments,fɐnimənts= grapjes;Funny,fɐni, grappig, kluchtig; subst. soort van roeiboot;Funny-bone= elleboogsknokkel:A rap on the funny-bone= weduwnaarspijn.Fur,fɐ̂, subst. bont, kleed met bont gevoerd, beslag op de tong, ketelsteen; adj. van bont, met bont gevoerd of afgezet;Furverb. met bont voeren of afzetten, beslaan (van de tong);Furbelow, subst. geplooide rand aan japonnen of rokken; opschik, tooi;Furverb. met bont voeren of omzoomen;Fur-moth= mot;Fur-trimmed= met bont omzoomd;Furred= met bont gevoerd;Furring= pelswerk, beslag op de tong, ketelsteen, spijkerhuid;Furry= met bont gevoerd, uit bont bestaand, bont …Furbish,fɐ̂biš, oppoetsen, polijsten, bruineeren;Furbisher= polijster, zwaardveger.Furcate(d),fɐ̂kit(-eitid), gevorkt, in twee takken gedeeld;Furcation= vertakking.Furfur,fɐ̂fə, roos (op ’t hoofd);Furfuraceous,fɐ̂fəreišəs, gekorst.Furiosity,fjûriositi, krankzinnigheid;Furious,fjûriəs, woedend, dol, geweldig, levenmakend; subst.Furiousness.[214]Furl,fɐ̂l, samenrollen, vastmaken (van zeilen).Furlong,fɐ̂loŋ, ⅛ van eene E. mijl of ± 201 M.Furlough,fɐ̂lou, subst. verlof;Furloughverb. verlof toestaan:He ison furlough= met verlof.Furmenty,fɐ̂m’nti. ZieFrumenty.Furnace,fɐ̂nis, subst. oven, vuurhaard; vuurproef, martelplaats.Furnish,fɐ̂niš, voorzien, uitrusten, meubileeren, versieren; in betere ‘conditie’ komen (rensport):Theyfurnished him forth withthe best they could get= zij rustten hem uit met, voorzagen hem van;Furnisher= leverancier, behanger.Furniture,fɐ̂nitšə, uitrusting, huisraad; meubilair, tuig, sloten aan deuren en vensters, monteering (van een kanon), masten en tuig:Articles of furniture= meubelen;Furniture-van= verhuiswagen;Thecoffinwasdestitute of furniture= de kist had geen zilveren hengsels, etc.Furrier,fɐ̂riə, bontwerker, bonthandelaar;Furriery= bontwerkerszaak, bontwerken.Furrow,fɐrou, subst. voor, groef, rimpel;Furrowverb. doorploegen, groeven of rimpels trekken in;Furrow-drain= voor (om water af te voeren);Furrow-faced= met gerimpeld gelaat.Further,fɐ̂dhə, adj. verder, meer, buitendien, behalve, bijgevoegd;Furtherverb. bevorderen; adv. bovendien, behalve:On the further side= aan den anderen (tegenovergest.) kant;Further than this= buiten dit alles;Furtherance,fɐ̂dhər’ns, bevordering, hulp, bijstand:In furtherance of= ter bevordering van;Furtherer= bevorderaar;Furthermore= bovendien;Furthermost= het verst verwijderd;Furthest,fɐ̂dhist, adj. het verst; adv. verst:I shall come to-morrowat the furthest= op zijn laatst.Furtive,fɐ̂tiv, steelsgewijs, heimelijk, sluw.Furuncle,fjûrɐŋk’l, bloedvin, zweer.Fury,fjûri, woede, dolheid, onstuimigheid, razernij:The Furies= de drie wraakgodinnen.Furze,fɐ̂z, gaspeldoorn, stekelbrem; brem;Furzy= met brem begroeid.Fuse,fjûz, smelten, vloeibaar maken, samensmelten;Fusion= (samen)smelting, vereeniging.Fuse,fjûz, (ookFusee) sisser of lont.Fusee,fjuzî, lont, windlucifer, spil (in een uurwerk); spoor van wild.Fusibility,fjûzibiliti, smeltbaarheid;Fusible,fjûzib’l, smeltbaar.Fusiform,fjûziföm, spilvormig.Fusil,fjûzil, fuziel(geweer); ruit (in de heraldiek);Fusileer,Fusilier,fjûzilîə, fuselier;Fusil(l)ade,fjûzileid,fjûzileid, subst. geweervuur;Fusil(l)adeverb. neerschieten, fusileeren.Fuss,fɐs, subst. lawaai; noodelooze, opzienbarende drukte;Fussverb. woelig en druk zijn, klateren, snel stroomen:Fuss and feathers= veel geschreeuw en weinig wol (Amer.);The riverfretted and fussed overits bed= schuurde en klaterde;The tugfussed and fretted,tossing over the green waves= pufte en woelde;The animal wasfussing and fuming after it= liep er puffend en woedend achteraan;Fussiness= drukte, enz.;Fussy= drukte makend, druk:A fussy looking fellow= eenopgewonden, druk standje.
Former,fömə, voorafgaand, vroeger, eerste;Formerly= vroeger, te voren.Formic,fömik, van mieren;Formic-acid= mierenzuur;Formication= jeuking.Formicant,fömik’nt, zwak en onregelmatig (van den pols).Formidable,fömidəb’l, geducht, vreeswekkend; subst.Formidableness.Formula,fömjulə, formule, recept:Formularize= formuleeren;Formulary, subst. = formulier, formule; adj. voorgeschreven, vastgesteld naar den ritus;Formulate=Formularize=Formulize.Fornicate,fönikeit, hoereeren;Fornication,fönikeiš’n, ontucht, bloedschande, overspel, afgodendienst;Fornicator= hoereerder, afgodendienaar.Fors Clavigera,föz klavigərə(ofklavidžərə).Forsake,föseik, verzaken, verlaten, begeven;Forsaken= part. perf.;Forsook,fösuk, imperf. vanto forsake.Forsooth,fösûth, voorwaar, zeker (dikwijls ironisch).Forspeak,föspîk, beheksen (Schotl.).Forspend,föspend, verkwisten, afmatten.Forswear,föswêə, afzweren, bij eede ontkennen:You are forsworn= gij hebt uw eed gebroken;You have forsworn yourself= gij hebt een meineed gedaan.Forsyth,fösaith.Fort,föt, subst. sterkte, vesting, kasteel, iemands sterke zijde; adj. sterk, machtig.Fortalice,fötəlis, klein buitenwerk.Forte,föt, iemands sterke zijde; forto; bovenkling (schermen).Forth,föth, vooruit, buiten, uit, voorwaarts, de grenzen te buiten gaande, voort:To beforth-coming,föthkɐmiŋ= gereed of op ’t punt te verschijnen, verschijnend; subst. te voorschijn komen:No confirmation of the report wasforth-coming= het gerucht werd niet bevestigd;Forth-going,föthgouiŋ, uitgaand, voortzettend; subst. uitgaan;Forth-issuing= uitkomend;Forthright= recht vooruit, oprecht;Forthrightness of phrase= juistheid van uitdrukking;Forthwith,föthwidh,föthwith,föthwith, onmiddellijk, op staanden voet.Fortieth,fötiəth, subst. en adj. veertigste (deel).Fortification,fötifikeiš’n, versterking, fort;Fortify,fötifai, versterken, bevestigen;Fortitude,fötitjûd, lichamelijke of zielskracht, vastberadenheid, moed, geduld.Fortnight,fötnait, veertien dagen;Fortnightly= alle veertien dagen; veertiendaagsch.Fortress,fötrəs, vesting, kasteel, sterkte.Fortuitous,fötjûitɐs, toevallig;Fortuitousness, toevalligheid;Fortuity,fötjûiti, toeval.Fortunate,fötšənit, gelukkig, gunstig; subst.Fortunateness;Fortune,fötš’n, subst. geluk, fortuin, lot, groote rijkdom, bezit;Fortuneverb. begunstigen, gebeuren:By fortune= toevallig;Fortune favours the bold= wie waagt, wint;As fortune would have it= toevallig (’t was of het spel sprak);Hecame into his fortune= hij kreeg zijn erfdeel;Fortune-book= voorspellingsboekje;Fortune-hunter= iemand, die bij het trouwen op geld uit is;Fortune-hunting= het zoeken van eene rijke vrouw;Fortune-tell= waarzeggen;Fortune-teller= waarzegger;Fortune-telling= waarzeggerij.Forty,föti, veertig:In forty seconds= in minder dan geen tijd;I’ll take myforty winks= een dutje doen;The roaring forties= streek op 40° tot 50° Z.B., met steeds krachtigen W.N.W. wind.Forum,fôr’m, forum, rechtbank.Forward,föwəd, subst. een vooraan geplaatst speler bijfootball; adj. voorste, vroeg, ver gevorderd in, vroegtijdig, niet achterlijk, wijsneuzig, brutaal, vooruit; adv. (Forwards) vooruit, voorwaarts;Forwardverb. bevorderen, aansporen, verhaasten, overzenden; interj. voorwaarts!The book isin a forward state= het boek is een heel eind op weg;I begto forward this letter= ik ben zoo vrij u dezen brief te doen toekomen;From this day forward= in het vervolg;Forwarder= verzender, expediteur =Forwarding agent;Forwarding firm= expeditiezaak;Forwarding note= vrachtbrief (Amer.);Forwardness= vroolijkheid, vroegrijpheid, wijsneuzigheid, brutaliteit.Fosbroke,fosbruk.Fosse,fos, vestinggracht, halte.Fossick,fosik, verlaten goudmijnen of waschplaatsen nasnuffelen; lastig en druk zijn, aanhoudend zoeken;Fossicker(Austr.).Fossil,fosil, subst. delfstof, versteend lichaam; iemand ten achteren bij zijn tijd; adj. opgedolven, verouderd:Fossiliferous= versteeningen bevattend;Fossilization= versteening;Fossilize,fosilaiz, versteenen, verouderen.[208]Fossroad,fosroud, een der 4 groote heirbanen door de Romeinen aangelegd, met slooten aan beide kanten, ookFoss(e)waygeheeten.Foster,fostə, voeden, zoogen, kweeken, aanmoedigen, koesteren;Foster-brother= zoogbroeder;Foster-child= voedsterkind;Foster-daughter= pleegdochter;Foster-father= pleegvader;Foster-mother= zoogmoeder;Foster-sister= zoogzuster;Foster-son= pleegzoon;Fosterer= voedster, zoogster, bevorderaar.Fother,fodhə, wagenvracht; ook verb.:Tofother a leak= stoppen.Fotheringay,fodhəriŋgei.Fotmal,fotmâl, 70 Eng. ponden (31,751 K.G.) lood.Fought,fôt, imperf. en part. perf. vanto fight.Foul,faul, vuil, onrein, stinkend, heiligschennend, gemeen, zondig, misdadig, onwettig, onbillijk, storm- of regenachtig, bewolkt, belemmerend; subst. aanrijden, aanvaren, ongeoorloofde slag;Foulverb. bevuilen, besmetten, in botsing komen, vuil worden, verward raken:Foul means=oneerlijke;A foul pipe= vuile;Foul play= valsch spel, bedrog;I had afoul tastein the mouth;Foul wind= tegenwind;Wefell (ran) foul of a rock= stieten op eene rots;These two personsfell foul of each other= kregen samen twist;Hefouled my courseand received all my weight= hij kwam mij in den weg, en kreeg mijne geheele zwaarte op zich;Foul-anchor= onklaar anker;Foul-proof= vuile proef;Foul-mouthed,Foul-spoken,Foul-tongued= vuile taal sprekend;Foulness= vuilheid, etc.Foulard,fulâd, zijden (hals)doek.Found,faund, imp. en p.p. vanto find.Found,faund, metaal gieten; stichten, grondvesten, oprichten, begiftigen;Foundation,faundeiš’n, grondslag, fundeering, stichting, begiftiging, fundatie (Foundationer= alumnus);Foundation-muslin= stijf gaas;Foundation-school= door corporaties of privaat-personen gestichte school;Foundation-stone= eerste steen;Founder, subst. metaalgieter; stichter, maker, begiftiger:He is thefounder of the feast= aanlegger; vr.Foundress;Foundry= metaalgieterij;Foundry-goods= gietijzeren artikelen.Founder,faundə, verb. zinken, zakken, vergaan, mislukken; doen zinken, vallen, kreupel worden of maken (van paarden):A foundered copy= slecht uitziend (onderhouden) exemplaar;I am foundered with cold= stijf van koude.Foundling,faundliŋ, vondeling:Foundling-hospital= vondelingshuis.Fount,faunt, bron, fontein, put;Fountain,fauntin, bron, fontein, waterreservoir;Fountain-head= oorsprong of bron v. eene rivier (ookfig.);Fountain-pen= vulpen.Four,fö, vier:Toform fours= in vieren opmarcheeren;To befolded in fours= in vieren;We are (run)on all fours= wij zijn (loopen) op handen en voeten;Theygo on all fours= zij stemmen volkomen overeen;Thatis on all fours withit= dat komt er geheel mede overeen;Toplace on all fours with= gelijkstellen;Four-ale= goedkoop bier (4d. het quart):Fourfold, adj. viervoudig; subst. viervoud;Fourfoldverb. verviervoudigen;Four-footed= viervoetig;Four-handed= vierhandig;Four-horse= door vier paarden getrokken;Four-in-hand, subst. rijtuig met vier paarden; adj. door vier paarden getrokken;Four-legged= met vier pooten, viervoetig;Fourpenny,Fourpence= vierstuiverstukje;Four-poster= groot ledikant met stijlen aan de vier hoeken;Fourscore= tachtig;Foursquare= vierkant, vast gegrond, vast staand:The Eiffel towerstands foursquare onfeet of solid masonry= staat onwrikbaar vast op;Four-wheeler= vigelante;Fourteen= veertien;Fourteenth= veertiende;Fourth= vierde;Fourth-rate= vierklassig (bij de marine);Fourthly= ten vierde.Fourbisseur,fûəbisɐ̂, zwaardveger.Fourgon,fûəgon, fourgon, ammunitie- of bagagewagen.Fourierism,fûriərizm, het socialistisch stelsel, aanbev. doorCharles Fourier.Fowl,faul, subst. gevogelte, het vleesch daarvan, gezamenlijke vogels, haan, kip;Fowlverb. vogels vangen of schieten;Fowler= vogelaar;Fowling-piece= ganzenroer;Fowling-shot= ganzenhagel.Fox,foks, subst. vos, sluwe kwant;Foxverb. zuren (bij ’t gisten), rood of zuur worden, begluren, voorwenden, veinzen, kapen, stelen, voorschoenen aanzetten (Amer.);Fox-brush= vossestaart;Fox-chase(Fox-hunt) = vossenjacht;Fox-earth= vossenhol;Fox-evil= kaalheid;Fox-gloveofFolks’-glove= vingerhoedskruid;Fox-grape= Amerikaansche wijnstok;Fox-hound= hond voor vossenjacht;Fox-tail= vossestaart;Fox-trap= vossenval;Fox-trot= sukkeldraf (van een paard);Foxed,fokst, verkleurd, gevlekt; met gestikt bovenleer versierd (Amer.);Foxing, subst. bovenleder; adj. verkleurend;Foxlike;Foxy= sluw, rossig.Fracas,freikəs, lawaai, ruzie.Frack,frak, gretig, vaardig, krachtig.Fracted,fraktid, gebroken;Fraction,frakš’n, breking (vooral met geweld), gebroken getal, breuk, brok; het breken van het brood bij het H. Avondmaal;Fractional,frakšən’l, tot eene breuk behoorend, gebroken, klein, nietig:Fractional certificate= scrip certificaat;Fracture,fraktšə, breuk (met geweld), gebroken deel;Fractureverb. breken:Simple fracture= eenvoudige been- of armbreuk;Compound fracture= gecomplic. breuk (beschadiging v. het weefsel).Fractious,frakšəs, twistziek, kribbig; subst.Fractiousness.Fragile,fradžil, broos, zwak, teer;Fragileness=Fragility,frədžiliti, broosheid, zwakheid.Fragment,fragm’nt, brokstuk;Fragmental,frəgment’l,Fragmentary,fragm’ntəri, uit brokken bestaande, zonder verband.Fragrance, Fragrancy,freigr’ns(i), geur, welriekendheid;Fragrant,freigr’nt, geurig, welriekend.[209]Frail,freil, subst. bies (voor manden), biezenmandje of mat (voor vijgen of rozijnen).Frail,freil, bros, broos, teer, besluiteloos, onvast, zwak, zondig:The frail sex;Frailness=Frailty= zwakheid, broosheid.Fraise,freiz, subst. frees, halskraag, stormpaal (onder een hoek van 45°); spekpannekoek; drukte;Fraiseverb. fraiseeren, met stormpalen beschermen:The battalion was fraised= het bataljon stond met gevelde bajonet.Frame,freim, subst. samenstel, lichaamsgestel, steiger, geraamte, lijst, raam, borduurraam, broeiraam (broeibak), etc., gemoedsgesteldheid, gietvorm;Frameverb. bouwen, samenvoegen, regelen, ordenen, vormen, overlèggen, omlijsten, in elkander zetten:Out of frame= in wanorde;Hisframe of mind= gemoedsstemming;Who framed that story= bedacht;Frame-bridge= brug op jukken;Frame-building=Frame-house= houten huis;Frame-timbers= inhouten van een schip;Framework= geraamte, lijstwerk, kader, omlijsting, inrichting.France,frâns, Frankrijk:Isle of France= Mauritius;The Franco-German war.Frances,fransəs, Francisca;Francis,fransis, Franciscus, Frans.Franchise,franš(a)iz, subst. voorrecht, recht, vrijplaats, vrijmoedigheid, edelmoedigheid, stemrecht (=Elective franchise);Franchiseverb. vrijdom verleenen.Franciscan,fr’nsisk’n, subst. Franciskaner (grijze) monnik; adj. Franciskaansch.Franconia,fraŋkouniə, Frankenland;Franconian= Frankisch; Frank.Frangible,franžib’l, licht breekbaar; bros;Frangibility= broosheid.Frangipane,franžipein, amandelgebak:Frangipane gloves= geparfumeerde.Frank,fraŋk, openhartig, oprecht, vrij; subst. Frank, franc, brief vrij van port;Frankverb. zonder vracht of port verzenden (door “Dienst” of“O. H. M. S.”en de handteekening van den verzender);Franking (of letters);Frankish= Frankisch;Frankly= ronduit;Frankness= openhartigheid.Frankincense,fraŋkinsens, soort v. geurige hars, wierook.Frantic(al),frantik(’l), dol, krankzinnig, woest, razend; subst.Franticness.Frap,frap, spannen (van eene trom); sjorren.Fraternal,frətɐ̂n’l, broederlijk;Fraternity,frətɐ̂niti, broederschap;Fraternization,fratənizeiš’n,freitən(a)izeiš’n= verbroedering;Fraternize,fratənaiz,freitənaiz, vertrouwelijk en vriendschappelijk omgaan;Fratricide,fratrisaid, broedermoord(er).Fraud,frôd, bedrog, bedrieger, list;Fraudulence,Fraudulency= bedriegelijkheid, bedriegerij, bedrog;Fraudulent,frôdjulent, bedriegend, bedriegelijk.Fraught,frôt, beladen, geladen, overvloedig:Fraught with sorrow= vol smart, van smart overstelpt.Fray,frei, subst. strijd, gekrakeel, twist, rafel, kale plek (in laken, b.v.);Frayverb. verslijten, rafelen, afslijten door wrijven (van horens van een jong hert):Frayed ropes= uitgerafelde touwen.Freak,frîk, subst. gril, kuur;Freakverb. bont maken, streepen of stippels trekken:Freak of nature= wangedrocht.Freckle,frek’l, subst. (zomer)sproet, vlekje;Freckleverb. met sproeten bedekken of teekenen;Freckle-faced= met sproeten in ’t gezicht =Freckled; subst.Freckledness;Freckly=Freckled.Fred,fred, verk. v.Frederick,fredərik, Frederik.Free,frî, adj. vrij, toegankelijk, onbelemmerd, gratis, vrijwillig, oprecht, mededeelzaam, mild, toegelaten (tot een gilde b.v.), los;Freeverb. bevrijden, verlossen, uithoozen, lens pompen:Free-and-easy, ongedwongen; subst. gezellige familiare bijeenkomst;You are freeto jump my claim= moogt gerust … negeeren;Wine was free toall takers= ieder, die wou, kon vrijelijk wijn drinken;He isfree of the goldsmiths’ company= hij is lid van het goudsmidsgilde;You are asfree of the houseas anybody= gij kunt even vrij het huis binnen gaan als ieder;I am free to admit that= ik erken dit gaarne;Toget free= vrij komen;Togo free= met gevierde schooten zeilen;He wasmade free of the City= hem werd het eereburgerschap der City aangeboden;Theymade free withhis wine= dronken ongegeneerd;He did not offerto free me= mij van mijn woord te ontslaan;This ticket will free you over every lineof the country= met dit kaartje kunt ge voor niets langs elke spoorlijn in het land reizen;Free-bench= weduwengoed;Freebooter= vrijbuiter;Free chase= vrije jacht;Free church= kerk zonder Staatscontrole of met vrije zitplaatsen; de in 1843 afgescheiden Schotsche kerk;Free-city= vrije Rijksstad;Free-fighter= guerilla soldaat, franc-tireur;Free grace= Vrije Genade;Free-hand= uit de vrije hand;Free-handed= edelmoedig, mild, royaal;Free-hearted= openhartig, weldadig;Freehold, subst. grondbezittingen, waarover men vrijelijk testamentair mag beschikken =Freehold estate in land;Free-holder= bezitter van eenfreehold;Free-lance= krijgsknecht; “wilde” (Parl.);Free-list= lijst van hen, die vrijkaarten krijgen (hebben);Free-liver= smulpaap, iemand die groot leeft;Free love= vrije liefde;Freeman= vrije, stemgerechtigd burger, lid van eenCity Company;Free-mason= vrijmetselaar;Free-masonry,masonry= vrijmetselarij;Free-minded= met onbekommerd gemoed;Free-pass= vrijbiljet;Free-port= vrijhaven;Free-school= kostelooze school;He wantedFree and open sittings in church= wenschte, dat ieder vrijelijk de onbezette plaatsen zou mogen innemen;His talents hadFree spaceto work= konden zich vrij ontplooien;Free-spoken= vrijmoedig;Free-stone= zandsteen, arduin;Free-states= die Staten van de Unie, waar reeds voor den burgeroorlog geene slavernij meer bestond;Free-talkand knowing innuendos= familiare gesprekken en slimme wenkjes;Free-thinker= vrijdenker;Free-trade= vrijhandel;Free-trader= voorstander van vrijhandel;Free-wheel;Free-will[210]= vrije wil; adj. (meestfrîwil) vrijwillig;Free wind= gunstige wind;Freedman= vrijgemaakte lijfeigene;Freedom= vrijheid, vrijdom, al te groote vrijheid, gemakkelijkheid:I shall take the libertyto speak with freedom= ik zal zoo vrij zijn ronduit te spreken;He wasofferedthefreedom of that town= hem werd het eereburgerschap van die stad aangeboden;Freer= bevrijder.Freeze,frîz, subst. vorst, het vriezen;Freezeverb. vriezen, bevriezen, stollen:Tofreeze out= wegkijken;Tofreeze to= hangen aan, dol zijn op;Tofreeze up= koel en strak worden (Amer.);Freezing-point= vriespunt.Freight,freit, subst. vrachtprijs, goederentrein, vracht of lading (Amer.);Freightverb. laden, bevrachten:We havesentthe trunkby slow freight= als vrachtgoed;Freight-train(Amer.) = goederentrein;Freight-waggon= goederenwagen;Freightage= vrachtprijs, vracht;Freighter= bevrachter;Freightless= zonder vracht.French,frenš, subst. en adj. Fransch(e taal), Fransch(e volk):What is the French forWilliam= wat is Willem in het Fransch?Guillaume is French for William;French-bean= snijboon;French-chalk= kleermakerskrijt;French-curve= teekenmal;French-horn= waldhoorn;Totake French leave= met de noorderzon vertrekken;Frenchman= Franschman;French-polish, subst. wrijfwas;French-polishverb.frenšpoliš, politoeren; een vernisje geven (fig.);French-roll= broodje;French-window= openslaande glazen deur;Frenchwoman= française;Frenchify,frenšifai, verfranschen;Frenchlike= op zijn Fransch;Frenchy= Fransoos.Frenzy,frenzi, subst. waanzin;Frenzyverb. waanzinnig maken.Frequency,frîkw’nsi, herhaald voorkomen, herhaling;Frequent,frîkw’nt, gedurig, herhaald; subst.Frequentness.Frequent,frikwent, dikwijls bezoeken, omgaan met; subst.Frequentation;Frequentative,frikwentətiv, subst. en adj. frequentatief (werkwoord).Fresco,freskou, subst. waterverfschildering op versche kalk;Frescoverb. schilderen op die wijze.Fresh,freš, frisch, versch, verfrischt, zoet, ongezouten, nieuw, onervaren; subst. riviertje of stroompje bij de zee, overstrooming, zoetwaterstroom, die een eind in zee doorloopt, dooi weder:As fresh as a daisy,As fresh as paint= zoo frisch als eene roos, als een hoen;We shall haveto gather fresh way= wij zullen wat moeten opstoomen, wat meer spoed moeten bijzetten;Fresh-blown= pas ontloken;Fresh-fish= nieuweling;Freshman= groen, nieuweling;Fresh-run= in den tijd van het kuitschieten de rivieren opkomen;Fresh-water= zoet water;Freshen= opfrisschen, verfrisschen, verlevendigen, ontzouten of ontpekelen, aanwakkeren, kracht krijgen;Freshes,frešiz: het brakke water aan de monding van rivieren;Freshet= overstrooming (door zwaren regen of het smelten van sneeuw);Freshness= frischheid, etc.Fret,fret, subst. het in- of wegvreten, zweer, gisting, kwelling, schaving (van de huid), lijstwerk, ornamentwerk;Fretverb. wegvreten, invreten, afwrijven, schoonwrijven, aantasten, beschadigen, kwetsen; kwellen, beroeren, gemelijk zijn, kniezen; versieren (m. snijwerk), beitelen of beeldhouwen, van toetsen voorzien, tokkelen;Fret-saw= figuurzaag;Fret-work= snijwerk, netwerk;Fretful= gemelijk, knorrig, gerimpeld; subst.Fretfulness;PockFretten,fret’n, van de pokken geschonden;Fretty, met snijwerk versierd.Freya,fraiə, eene Godin.Friability,fraiəbiliti, brokkeligheid, brosheid;Friable,fraiəb’l, bros, brokkelig; subst.Friableness.Friar,fraiə, frater, broeder, monnik; plaatsen in een proef waar de inkt niet geraakt heeft;Friar’s-balsam= monniksbalsem;Friar’s-lantern= dwaallicht;Friary= klooster.Fribble,frib’l, subst. beuzelaar, beuzelarij; adj. beuzelachtig;Fribbleverb. beuzelen;Fribbler= beuzelaar.Fricassee,frikəsî, subst. fricassee, schotel v. gehakt vleesch met pikante saus;Fricasseeverb. eene fricassee maken.Fricative,frikətiv, subst. schuringsgeluid; adj. schurend.Friction,frikš’n, subst. wrijving, kleine oneenigheid; adj. wrijvend;Friction-match= lucifer;Friction-wheel= wiel, dat door wrijving in beweging brengt of gebracht wordt;Frictional-electricity= wrijvingselectriciteit;Frictionize= wrijven.Friday,fraidi, Vrijdag:Good Friday= Goede Vrijdag.Friend,frend, vriend, kennis, bloedverwant, vriendin, beschermer, bevorderaar, Kwaker:A friend in need is a friend indeed= in den nood leert men zijne vrienden kennen;Friends= bloedverwanten;Society of Friends= de sekte der Kwakers (17e eeuw gesticht);To have friends in (at) court= vrienden aan het hof, invloedrijke vrienden hebben;I’ll never againmake a friend= ik sluit nooit weer vriendschap;Let usmake friends withhim= laten wij ons met hem verzoenen;Friendless= zonder vrienden; subst.Friendlessness;Friendlike= als van een vriend, welwillend;Friendliness, subst. vanFriendly= vriendschappelijk, goedaardig, gunstig gezind:Friendly Societies= (arbeiders) vereenigingen tot wederzijdschen bijstand in ziekte en nood;Friendship= vriendschap, goede gezindheid:That’s in friendship= dat blijft onder ons.Friese,frîz, Fries, Friezin; adj.Friesian,frîž’n;Friesland,frîzlənd.Frieze,frîz, fries (bouwk.); fries, een grove wollen stof.Frigate,frigit, fregat;Frigate-bird= fregatvogel;Frigatoon,frigətûn, Venetiaansch fregat.Fright,frait, vrees, schrik; ook verb. =Frighten:In a fright= verschrikt;Youlook a fright,if you do not do yourself up= ge ziet er uit om van te schrikken, als ge u niet blanket;Toput in a fright= doen schrikken;Hetook fright= hij schrikte;It is the[211]thunder that frights, and the lightning that smites;Frighten= schrik aanjagen; ontstellen:I wasfrightened to death, out of my wits= doodelijk verschrikt;Frightful= verschrikkelijk; subst.Frightfulness.Frigid,fridžid, koel, koud, kil, vormelijk; vervelend:Frigid zones= de Poolstreken tusschen de Polen en de Poolcirkels;Frigidness=Frigidity,frîdžiditi, koelheid, enz.Frill,fril, subst. geplooide strook, kanten kraag; affectatie, opgedirktheid (Amer.);Frillverb. plooien, van eenfrillvoorzien; de veeren van koude opzetten.Fringe,frinž, subst. franje, rand;Fringeverb. met franje versieren:To wearone’s hair in a fringe= ponnies hebben;Newgate fringe (Fringe frill)= baard onder de kin.Fringilla,frindžilə, vink;Fringillaceous,frindžileišəs, tot de vinken behoorend.Fringing,frinžiŋ, franje, rand:Fringing reef= koraalrif dat een eiland omgeeft.Frippery,fripəri, subst. oude kleeren, tweedehandsmeubels, oude-kleerwinkel, prulleboel; adj. min, beuzelachtig.Frisco,friskou=San Francisco.Frisia,frižə, Friesland;Frisian, Fries(ch).Frisk,frisk, subst. dartele sprong, dol, vroolijke bui; adj. levendig, dartel, druk;Friskverb. rondspringen, dansen, dartelen;Friskiness, subst. vanFrisky= dartel, vroolijk, uitgelaten.Frit,frit, subst. frit, gesmolten glasmassa.Frith,frith, mond eener rivier, vischweer; kreupelhout.Fritillary,fritiləri, keizerskroon (bloem).Fritter,fritə, brokje, stuk, reepje, afgesneden stukje vleesch om te bakken;Fritterverb. in kleine stukken snijden of breken, verknoeien:He hasfrittered awayhis money, his time= zijn geld verknoeid, zijn tijd verbeuzeld.Frivolity,frivoliti, beuzelachtigheid, wuftheid;Frivolous,frivəlɐs, beuzelachtig, nietig, wuft; subst.Frivolousness.Friz(z),friz, krullen, kroezen; subst. krul;Frizzle= krullen, op heete kolen bakken;Frizzler= friseur, kapper;Frizzling-iron= friseertang.Fro,frou, alléén in:To and fro= heen en weer.Frock,frok, pij, kleed, kiel, jurk;Frock-coat= gekleede jas;Frock-dress= in gekleede jas.Frog,frog, kikker, langwerpige bekleede knoop met lus tot sluiting en versiering; verbindingstuk om op andere rails te komen; straal (aan paardehoeven);Frog-bit= kikkerkruid;Frog-eater= Franschman (iron.);Frog-hopper= schuimcicade;Frogs’-march= kruipen op handen en voeten, het wegdragen door de politie van een lastigen dronken man (met het gezicht naar beneden);Frogged= met ‘frogs’ bevestigd of versierd;Froggy= vol kikkers.Froise,frôiz, spekpannekoek.Frolic,frolik, subst. dartele sprong, grap; vroolijke partij, pretje; adj. vroolijk, dartel, dol, lustig;Frolicverb. dartelen, rondspringen, pret maken:Frolicsome= dartel, vroolijk; subst.Frolicsomeness.From,from, van, vandaag, vanuit, sedert, wegens:From forth= vanuit;He had his missionfrom on high= hij ontving zijne zending van boven, uit den hemel;From my childhood= van kindsbeen af;From the sixth of May= sedert;It’s all from his unwillingnessto oblige me= het komt allemaal door zijne ongeneigdheid om mij te helpen;From time to time= van tijd tot tijd;Judging fromthis= hiernaar te oordeelen;Protected fromtherain= beschermd voor;Tosiftgrainfromchaff= kaf van koren, waarheid van leugen scheiden;Tellit himfrom me= namens mij.Frome,froum.Frond,frond, blad van planten als varens en palmen;Frondescence,frondes’ns, het ontplooien der bladeren; adj.Frondescent,frondes’nt;Frondiferous,frondifərɐs, waaiervormige bladeren dragend;Frondose,frondous,frondous, waaiervormig (waaierdragend).Frondeur,frondɐ̂, lid derFrondei.e. tegenstanders van de Regeering bij de minderjarigheid v. Lodewijk XIV.Front,frɐnt, subst. voorhoofd, gelaat, voorste gedeelte, front, gevel, voorvertrek: brutaalheid, schaamteloosheid, toertje (valsch haar), overhemdje, begin, voorhoede;Frontverb. het hoofd bieden, staan tegenover, met het voorhoofd gekeerd staan naar, van een front voorzien:Hechanged frontall at once= hij veranderde in eens v. batterij;This man hascome to the frontof late= neemt in den laatsten tijd eene eerste plaats in;Theypresented a united frontin this emergency= in dezen nood boden ze gezamenlijk weerstand;Tostand in front of= staan vóór;My shoes must benew fronted= ik moet laten voorschoenen;Front-benchers= (ministers) die op de eerste bank zitten (Lagerhuis);Front-box= loge tegenover het tooneel;Front-door= voordeur;Front opposition bench= eerste bank, links van denSpeaker, in hetHouse of Commonswaarop de leiders der oppositie zitten;Front-rank= eerste rang (klas);Frontage,frɐntidž, voorzijde of front van een gebouw langs de geheele uitgestrektheid;Frontal, subst. fronton, hoofdband, deur- of vensterboog; adj. eerste, voorste, vooraan gelegen, tot het voorhoofd of front behoorende;Frontlet, kleine hoofdband;Fronton,frontən,frɐntən, of Fr.uitspr., fronton.Frontier,frontjə,frɐntjə,frontîə, subst. grens(lijn); adj. aan de grenzen gelegen.Frontispiece,frontispîs,frɐntispîs, frontispies, voorgevel, plaat tegenover het titelblad, gelaat; voorzien van een frontispies.Frost,frost, vorst, ijzel, kilheid, koele ontvangst;Frostverb. berijpen, glaceeren, scherpen (v. paardehoeven), mat of dof maken:The singerwas a fearful frost= had niet het minste succes;This piece willrun no chance of a frost= dit zal ongetwijfeld succes hebben, “gaan”;Frost-bitten= bevroren:A frost-bitten nose= bevroren neus;Frost-bound= ingevroren;Frost-flower(ZieFrost-work);Frost-nail= ijsnagel (voor paarden);Frost-work= ijsbloemen op glas, enz.;Frosted= geglaceerd, mat:Frosted glass= ijsglas;Frosted silver= mat zilver;[212]Frostiness= vorstigheid;Frosting= suikerglazuur, matte oppervlakte;Frosty= vorstig, koel, koud.Froth,froth, subst. schuim, ijdel gesnap, gewauwel;Frothverb. met schuim bedekken, (doen) schuimen, ijdele praat houden:Froth and flummery= gewauwel en nonsens;Froth-spit, ZieFrog-hopper;Frothiness, subst. vanFrothy= schuimend, ijdel, onbeteekenend.Froude,frûd.Frounce,frauns, krul, rimpel:Frounces of phrase and style= gemaakte zinswendingen en onnatuurlijke stijl.Frousy, Frouzy,frauzi, vuil, slordig, muf, rans.Froward,frouwəd, adj. weerspannig, gemelijk, onaangenaam; subst.Frowardness.Frown,fraun, subst. gefronst gelaat, ontevreden blik;Frownverb. fronsen, dreigend staren:He wasunder the frown of power= de machtigen staarden hem dreigend aan;Hefrowned us intoobedience= zijn dreigende blik deed ons gehoorzamen.Frowzy,frauzi=Frousy.Froze,frouz, imperf. vanto freeze.Frozen,frouz’n, bevroren, buitengewoon koud, kil; part. perf. v.to freeze:The Frozen Ocean= de IJszee;The Frozen Zones= de Poolstreken.Fructescence,frɐktes’ns, rijpwording der vruchten, vruchtentijd;Fructiferous= vruchtdragend;Fructification,frɐktifikeiš’n, bevruchting, vruchtvorming;Fructify,frɐktifai, vruchtbaar maken, vrucht dragen;Fructose,frɐktous,frɐktous, vruchtensuiker.Frugal,frûg’l, matig, zuinig;Frugality,frugaliti, matigheid, zuinigheid.Frugivorous,frudživərɐs, vruchtenetend.Fruit,frût, vrucht(en), fruit, kroost, gevolgen, voordeel;Fruitverb. vruchten dragen;Fruit-bearing= vruchtdragend;Fruit-bud= vruchtknop;Fruit-dish= vruchtenschaal;Fruit-knife= fruitmesje;Fruit-loft= fruitzolder;Fruit-time= oogsttijd, vruchtentijd;Fruit-tree= vruchtboom;Fruitage= ooft; opbrengst;Fruiterer= fruithandelaar;Fruitful= vruchtbaar; subst.Fruitfulness;Fruitiness=vruchtensmaak;Fruition,frûiš’n, vruchtgebruik, bezit, genot daaruit voortvloeiend;Fruitive,frûitiv, genietend, gebruikend;Fruitless= vruchteloos; subst.Fruitlessness;Fruity= met vruchtensmaak.Frumenty,frûm’nti, tarwepap.Frump,frɐmp, brommige, ouderwetsch of slordig gekleede vrouw;Frumpverb. bespotten, afsnauwen:Old frump= oude soes;Frumpish= lastig, brommig, ouderwetsch, slonzig; ordinair;Frumpish ways= ouderwetsche manier van doen;Frumpy=Frumpish.Frustrate,frɐstreit, teleurstellen, verijdelen, tenietdoen; adj.frɐstrit, ijdel, nutteloos; subst.Frustration.Frustum,frɐst’m, brok, stuk:Frustum of a cone (pyramid)= geknotte kegel (zuil).Frutescent,frûtes’nt, heesterachtig.Fry,frai, bakken, braden; schoteltje, baksel; lever, longen, hart, enz. van varkens, schapen, kalveren en ossen; school (jonge visschen), jong goedje of volkje, kleinigheden, mindere lui;Frying-pan= bakpan:Out of the frying-pan into the fire= van den regen in den drop, van den wal in de sloot.Fub,fɐb, bedriegen, stelen:Tofub off= onder valsche voorwendsels uitstellen.Fuchsia,fjûšə, foksia.Fucus,fjûkəs, blaaswier.Fuddle,fɐd’l, dronken maken, overmatig drinken, zuipen:He fuddled himself;Fuddler= dronkaard.Fudge,fɐdž, subst. malligheid, onzin; interj. och loop! onzin!;Fudgeverb. vervalschen, verzinnen; opsnijden:Hefudgedhis reportsfromanother paper= flanste samen.Fuel,fjûəl, subst. brandstof;Fuelverb. van brandstof voorzien, voeden:That added(was as)fuel to the fire= dat was olie in ’t vuur;Fuel-gas= kookgas.Fuff,fɐf, subst. trekje (aan sigaar of pijp);Fuffverb. trekken, puffen;Fuffy= opgeblazen, buiïg.Fugacious,fjugeišəs, vluchtig; vroeg afvallend; subst.Fugacity.Fugh,fjû, Bah! ZieFaugh.Fugitive,fjûdžitiv, subst. vluchteling, deserteur; adj. vluchtig, voorbijgaand, voortvluchtig, zwervend:Fugitive compositions= werken van één dag;Fugitiveness= vluchtigheid.Fugleman,fjûg’lmən, vleugelman, guide; leider, woordvoerder.Fugue,fjûg, fuga;Fuguist,fjûgist, componist van fuga’s.Fulcrate,fɐlkrit, van steunorganen voorzien;Fulcrate-stem= boom, waarvan de takken tot de aarde reiken;Fulcrum,fɐlkr’m, steunpunt (van een hefboom), stut, steun.Fulfil,fulfil, vervullen, volbrengen, uitvoeren:This short notefulfils the adage,for it is a merry one= dit korte briefje maakt het bekende gezegde waar, want het is een vroolijk kattebelletje (i.e.Short but merry);He wasfulfilled ofthis pleasure= had er genoeg van; subst.Fulfilment.Fulgency,fɐldž’nsi, glans, schittering; adj.Fulgent.Fulgo(u)r,fɐlgə, schittering;Fulguration,fɐlgjureiš’n, weerlicht, fonkeling;Fulgurite,fɐlgjurait, fulguriet, bliksembuizen.Fulham,fuləm.Fuliginous,fjulidžinɐs, roetachtig, rookerig, vuil, duister, somber.Fulk,fɐlk, Folkert.Full,ful, adj. vol, verzadigd, bezet, dik, gevuld, rijp, volkomen, krachtig; subst. volle maat, grootste uitgebreidheid, hoogste punt:The full of the moon= de tijd, dat de maan vol is;The moon was at the(its)full= was vol;We are full= wij hebben geen plaats meer (in hotel of school, etc.);The dogs werein full cry= blaften alle luide;He knows itfull well= hij weet het heel goed;To the full,In full= ten volle, geheel;Full and by= met volle zeilen, en scherp bij den wind;Full age(d)= meerderjarig(heid);Full-armed= in volle wapenrusting;Full-bloomed= in vollen bloei, rijp;Full-blown= geheel ontwikkeld,[213]volkomen rijp;Full-bottom(ed wig)= allonge pruik, lange krulpruik (gedragen door rechters);Full-cry= samen blaffend;Full-dress= gala;Full-drive= in vollen ren, met volle kracht;Full-eyed= met groote oogen;Full-faced= met groot en dik gelaat;Afull-fledgedsocialist= ten volle ontwikkeld, overtuigd;Full-out= geheel, voluit;Full-stop= punt, plotseling einde;Full-swing= in vollen ren, volkomen vrij, druk bezig:We arein the full swing ofstopping managers to play our pieces= wij zijn druk bezig er een stokje voor te steken, dat …;Fullness= volheid:In the fullness of time;Fully= ten volle;Fully-committed= naar deAssizesverwezen.Full,ful, vollen;Fullage= geld voor ’t vollen;Fuller= voller;Fuller’s earth= vollersaarde;Fullery=Fulling-mill= vollersmolen.Fulminate,fɐlmineit, donderen, losbarsten, ontploffen;Fulminating-powder= donderpoeder;Fulminatory, donderend;Fulminic:Fulmic acid= knalzuur.Fulness=Fullness.Fulsome,fɐls’m, aanstootelijk, overdreven, grof; subst.Fulsomeness.Fulton,fult’n.Fulvous,fulvəs, taan- of voskleurig.Fumble,fɐmb’l, rondtasten, tastend zoeken, onhandig doen, knoeien met, verward zijn, morrelen aan(with), verfrommelen(up).Fume,fjûm, subst. uitwaseming, damp, reuk, toorn, woede;Fumeverb. damp uitwerpen, in damp opgaan, rooken (van vleesch, etc.), doorgeuren, ontsmetten (door rook en damp), woedend zijn:He wasin a fume= hij was woedend;To sleep off thefumes of a debauch= zijn roes uitslapen;He walked up and down,fretting and fuming= knarsetandend en woedend.Fumigate,fjûmigeit, doorgeuren, ontsmetten (door rook);Fumigation= berooking; rook, wierook:Fumigator= rook- of damptoestelletje;Fumitory= duivenkervel;Fumous= damp of rook veroorzakend.Fun,fɐn, subst. pretje, grap, vroolijkheid;Funverb. grappen maken:That was the fun of it= dat was juist de aardigheid er van;It wouldn’tbe much fun= niet erg leuk zijn;Idid it for (in) fun,for the fun of the thing= voor de grap, voor de aardigheid;Tohave good (great) fun= veel pleizier hebben;Hemade fun of it= hij maakte er een grapje van;Topoke fun at= voor de mal houden.Funambulation,fjûnambjuleiš’n, het koorddansen;Funambulist.Function,fɐŋkš’n, subst. verrichting, uitvoering, beroep, dienst (van een bepaald orgaan), bijeenkomst, partij, feest, kerkelijk ambt;Functionverb. een plicht, dienst of beroep vervullen:That railway functions no longer= die baan is buiten dienst;Functional-disease= organisch gebrek;Functionary,fɐŋkš’nəri, ambtenaar, beambte.Fund,fɐnd, subst. fonds, kapitaal, voorraad (Funds= nationale schuld, geld, financiën)Fundverb. beleggen (van geld), een fonds bestemmen voor;Fund-holder= actiënhouder;Funded debt= staatsschuld, die de regeering niet op een bepaalden tijd behoeft af te lossen;Funding-system= amortisatie-stelsel.Fundament,fɐndəment, grondslag, benedenste, achterste;Fundamental,fɐndəment’l, adj. den grondslag vormend, voornaamste, oorspronkelijk; subst. basis, grondslag, grondtoon:Fundamental bass= becijferde bas, aanduiding der accoorden door hun grondtoon.Fundi,fɐndi,Fundungi,f’ndɐnži, West-Afrikaansch koren.Funen,fjûnən.Funeral,fjûnər’l, subst. begrafenis, lijkstatie; ook adj.:Funeral pile= brandstapel;Funeral-sacrifice= doodenoffer;Funeral-sermon= lijkrede;Funeral-train= begrafenisstoet;Funeralize= als geestelijke dienst doen bij eene begrafenis (Amer.);Funereal,fjunîriəl, begrafenis …, treurig:A funereal gait= begrafenispas.Fungacious,fɐŋgeišəs;Fungal,fɐŋg’l, spons- of zwamachtig;Fungi,fɐnžai, zwammen;Fungivorous,fɐndživərɐs, zich met zwammen of paddestoelen voedend;Fungoid,fɐŋgôid;Fungous,fɐŋgəs, zwamachtig;Fungus,fɐŋgəs, zwam, sponsachtige uitwas:Fungous flesh= wild vleesch.Fungible,fɐnžib’l, vervangbaar.Funicle,fjûnik’l, dun snoer, vezel, navelstreng;Funicular,fjunikjulə, kabel- of touwvormig:Funicular railway= kabelspoorweg;Funiculus,fjunikjulɐs=Funicle;Funiliform= vezelvormig.Funk,fɐŋk, subst. stank, vrees, lafhartigheid, lafaard; schop, knorrigheid;Funkverb. bang maken of zijn, schoppen of trappen (van woede), woedend zijn:He wasin a blue funk= zat vreeselijk in de rats;You seem to funk it= gij schijnt het niet aan te durven;Funker= bange, benauwde vent;Funky= angstig.Funnel,fɐn’l, trechter, schoorsteen (van stoomboot of locomotief);Funnel-form (Funnel-shaped)= trechtervormig;Funnel-net= fuik.Funniments,fɐnimənts= grapjes;Funny,fɐni, grappig, kluchtig; subst. soort van roeiboot;Funny-bone= elleboogsknokkel:A rap on the funny-bone= weduwnaarspijn.Fur,fɐ̂, subst. bont, kleed met bont gevoerd, beslag op de tong, ketelsteen; adj. van bont, met bont gevoerd of afgezet;Furverb. met bont voeren of afzetten, beslaan (van de tong);Furbelow, subst. geplooide rand aan japonnen of rokken; opschik, tooi;Furverb. met bont voeren of omzoomen;Fur-moth= mot;Fur-trimmed= met bont omzoomd;Furred= met bont gevoerd;Furring= pelswerk, beslag op de tong, ketelsteen, spijkerhuid;Furry= met bont gevoerd, uit bont bestaand, bont …Furbish,fɐ̂biš, oppoetsen, polijsten, bruineeren;Furbisher= polijster, zwaardveger.Furcate(d),fɐ̂kit(-eitid), gevorkt, in twee takken gedeeld;Furcation= vertakking.Furfur,fɐ̂fə, roos (op ’t hoofd);Furfuraceous,fɐ̂fəreišəs, gekorst.Furiosity,fjûriositi, krankzinnigheid;Furious,fjûriəs, woedend, dol, geweldig, levenmakend; subst.Furiousness.[214]Furl,fɐ̂l, samenrollen, vastmaken (van zeilen).Furlong,fɐ̂loŋ, ⅛ van eene E. mijl of ± 201 M.Furlough,fɐ̂lou, subst. verlof;Furloughverb. verlof toestaan:He ison furlough= met verlof.Furmenty,fɐ̂m’nti. ZieFrumenty.Furnace,fɐ̂nis, subst. oven, vuurhaard; vuurproef, martelplaats.Furnish,fɐ̂niš, voorzien, uitrusten, meubileeren, versieren; in betere ‘conditie’ komen (rensport):Theyfurnished him forth withthe best they could get= zij rustten hem uit met, voorzagen hem van;Furnisher= leverancier, behanger.Furniture,fɐ̂nitšə, uitrusting, huisraad; meubilair, tuig, sloten aan deuren en vensters, monteering (van een kanon), masten en tuig:Articles of furniture= meubelen;Furniture-van= verhuiswagen;Thecoffinwasdestitute of furniture= de kist had geen zilveren hengsels, etc.Furrier,fɐ̂riə, bontwerker, bonthandelaar;Furriery= bontwerkerszaak, bontwerken.Furrow,fɐrou, subst. voor, groef, rimpel;Furrowverb. doorploegen, groeven of rimpels trekken in;Furrow-drain= voor (om water af te voeren);Furrow-faced= met gerimpeld gelaat.Further,fɐ̂dhə, adj. verder, meer, buitendien, behalve, bijgevoegd;Furtherverb. bevorderen; adv. bovendien, behalve:On the further side= aan den anderen (tegenovergest.) kant;Further than this= buiten dit alles;Furtherance,fɐ̂dhər’ns, bevordering, hulp, bijstand:In furtherance of= ter bevordering van;Furtherer= bevorderaar;Furthermore= bovendien;Furthermost= het verst verwijderd;Furthest,fɐ̂dhist, adj. het verst; adv. verst:I shall come to-morrowat the furthest= op zijn laatst.Furtive,fɐ̂tiv, steelsgewijs, heimelijk, sluw.Furuncle,fjûrɐŋk’l, bloedvin, zweer.Fury,fjûri, woede, dolheid, onstuimigheid, razernij:The Furies= de drie wraakgodinnen.Furze,fɐ̂z, gaspeldoorn, stekelbrem; brem;Furzy= met brem begroeid.Fuse,fjûz, smelten, vloeibaar maken, samensmelten;Fusion= (samen)smelting, vereeniging.Fuse,fjûz, (ookFusee) sisser of lont.Fusee,fjuzî, lont, windlucifer, spil (in een uurwerk); spoor van wild.Fusibility,fjûzibiliti, smeltbaarheid;Fusible,fjûzib’l, smeltbaar.Fusiform,fjûziföm, spilvormig.Fusil,fjûzil, fuziel(geweer); ruit (in de heraldiek);Fusileer,Fusilier,fjûzilîə, fuselier;Fusil(l)ade,fjûzileid,fjûzileid, subst. geweervuur;Fusil(l)adeverb. neerschieten, fusileeren.Fuss,fɐs, subst. lawaai; noodelooze, opzienbarende drukte;Fussverb. woelig en druk zijn, klateren, snel stroomen:Fuss and feathers= veel geschreeuw en weinig wol (Amer.);The riverfretted and fussed overits bed= schuurde en klaterde;The tugfussed and fretted,tossing over the green waves= pufte en woelde;The animal wasfussing and fuming after it= liep er puffend en woedend achteraan;Fussiness= drukte, enz.;Fussy= drukte makend, druk:A fussy looking fellow= eenopgewonden, druk standje.
Former,fömə, voorafgaand, vroeger, eerste;Formerly= vroeger, te voren.
Formic,fömik, van mieren;Formic-acid= mierenzuur;Formication= jeuking.
Formicant,fömik’nt, zwak en onregelmatig (van den pols).
Formidable,fömidəb’l, geducht, vreeswekkend; subst.Formidableness.
Formula,fömjulə, formule, recept:Formularize= formuleeren;Formulary, subst. = formulier, formule; adj. voorgeschreven, vastgesteld naar den ritus;Formulate=Formularize=Formulize.
Fornicate,fönikeit, hoereeren;Fornication,fönikeiš’n, ontucht, bloedschande, overspel, afgodendienst;Fornicator= hoereerder, afgodendienaar.
Fors Clavigera,föz klavigərə(ofklavidžərə).
Forsake,föseik, verzaken, verlaten, begeven;Forsaken= part. perf.;Forsook,fösuk, imperf. vanto forsake.
Forsooth,fösûth, voorwaar, zeker (dikwijls ironisch).
Forspeak,föspîk, beheksen (Schotl.).
Forspend,föspend, verkwisten, afmatten.
Forswear,föswêə, afzweren, bij eede ontkennen:You are forsworn= gij hebt uw eed gebroken;You have forsworn yourself= gij hebt een meineed gedaan.
Forsyth,fösaith.
Fort,föt, subst. sterkte, vesting, kasteel, iemands sterke zijde; adj. sterk, machtig.
Fortalice,fötəlis, klein buitenwerk.
Forte,föt, iemands sterke zijde; forto; bovenkling (schermen).
Forth,föth, vooruit, buiten, uit, voorwaarts, de grenzen te buiten gaande, voort:To beforth-coming,föthkɐmiŋ= gereed of op ’t punt te verschijnen, verschijnend; subst. te voorschijn komen:No confirmation of the report wasforth-coming= het gerucht werd niet bevestigd;Forth-going,föthgouiŋ, uitgaand, voortzettend; subst. uitgaan;Forth-issuing= uitkomend;Forthright= recht vooruit, oprecht;Forthrightness of phrase= juistheid van uitdrukking;Forthwith,föthwidh,föthwith,föthwith, onmiddellijk, op staanden voet.
Fortieth,fötiəth, subst. en adj. veertigste (deel).
Fortification,fötifikeiš’n, versterking, fort;Fortify,fötifai, versterken, bevestigen;Fortitude,fötitjûd, lichamelijke of zielskracht, vastberadenheid, moed, geduld.
Fortnight,fötnait, veertien dagen;Fortnightly= alle veertien dagen; veertiendaagsch.
Fortress,fötrəs, vesting, kasteel, sterkte.
Fortuitous,fötjûitɐs, toevallig;Fortuitousness, toevalligheid;Fortuity,fötjûiti, toeval.
Fortunate,fötšənit, gelukkig, gunstig; subst.Fortunateness;Fortune,fötš’n, subst. geluk, fortuin, lot, groote rijkdom, bezit;Fortuneverb. begunstigen, gebeuren:By fortune= toevallig;Fortune favours the bold= wie waagt, wint;As fortune would have it= toevallig (’t was of het spel sprak);Hecame into his fortune= hij kreeg zijn erfdeel;Fortune-book= voorspellingsboekje;Fortune-hunter= iemand, die bij het trouwen op geld uit is;Fortune-hunting= het zoeken van eene rijke vrouw;Fortune-tell= waarzeggen;Fortune-teller= waarzegger;Fortune-telling= waarzeggerij.
Forty,föti, veertig:In forty seconds= in minder dan geen tijd;I’ll take myforty winks= een dutje doen;The roaring forties= streek op 40° tot 50° Z.B., met steeds krachtigen W.N.W. wind.
Forum,fôr’m, forum, rechtbank.
Forward,föwəd, subst. een vooraan geplaatst speler bijfootball; adj. voorste, vroeg, ver gevorderd in, vroegtijdig, niet achterlijk, wijsneuzig, brutaal, vooruit; adv. (Forwards) vooruit, voorwaarts;Forwardverb. bevorderen, aansporen, verhaasten, overzenden; interj. voorwaarts!The book isin a forward state= het boek is een heel eind op weg;I begto forward this letter= ik ben zoo vrij u dezen brief te doen toekomen;From this day forward= in het vervolg;Forwarder= verzender, expediteur =Forwarding agent;Forwarding firm= expeditiezaak;Forwarding note= vrachtbrief (Amer.);Forwardness= vroolijkheid, vroegrijpheid, wijsneuzigheid, brutaliteit.
Fosbroke,fosbruk.
Fosse,fos, vestinggracht, halte.
Fossick,fosik, verlaten goudmijnen of waschplaatsen nasnuffelen; lastig en druk zijn, aanhoudend zoeken;Fossicker(Austr.).
Fossil,fosil, subst. delfstof, versteend lichaam; iemand ten achteren bij zijn tijd; adj. opgedolven, verouderd:Fossiliferous= versteeningen bevattend;Fossilization= versteening;Fossilize,fosilaiz, versteenen, verouderen.[208]
Fossroad,fosroud, een der 4 groote heirbanen door de Romeinen aangelegd, met slooten aan beide kanten, ookFoss(e)waygeheeten.
Foster,fostə, voeden, zoogen, kweeken, aanmoedigen, koesteren;Foster-brother= zoogbroeder;Foster-child= voedsterkind;Foster-daughter= pleegdochter;Foster-father= pleegvader;Foster-mother= zoogmoeder;Foster-sister= zoogzuster;Foster-son= pleegzoon;Fosterer= voedster, zoogster, bevorderaar.
Fother,fodhə, wagenvracht; ook verb.:Tofother a leak= stoppen.
Fotheringay,fodhəriŋgei.
Fotmal,fotmâl, 70 Eng. ponden (31,751 K.G.) lood.
Fought,fôt, imperf. en part. perf. vanto fight.
Foul,faul, vuil, onrein, stinkend, heiligschennend, gemeen, zondig, misdadig, onwettig, onbillijk, storm- of regenachtig, bewolkt, belemmerend; subst. aanrijden, aanvaren, ongeoorloofde slag;Foulverb. bevuilen, besmetten, in botsing komen, vuil worden, verward raken:Foul means=oneerlijke;A foul pipe= vuile;Foul play= valsch spel, bedrog;I had afoul tastein the mouth;Foul wind= tegenwind;Wefell (ran) foul of a rock= stieten op eene rots;These two personsfell foul of each other= kregen samen twist;Hefouled my courseand received all my weight= hij kwam mij in den weg, en kreeg mijne geheele zwaarte op zich;Foul-anchor= onklaar anker;Foul-proof= vuile proef;Foul-mouthed,Foul-spoken,Foul-tongued= vuile taal sprekend;Foulness= vuilheid, etc.
Foulard,fulâd, zijden (hals)doek.
Found,faund, imp. en p.p. vanto find.
Found,faund, metaal gieten; stichten, grondvesten, oprichten, begiftigen;Foundation,faundeiš’n, grondslag, fundeering, stichting, begiftiging, fundatie (Foundationer= alumnus);Foundation-muslin= stijf gaas;Foundation-school= door corporaties of privaat-personen gestichte school;Foundation-stone= eerste steen;Founder, subst. metaalgieter; stichter, maker, begiftiger:He is thefounder of the feast= aanlegger; vr.Foundress;Foundry= metaalgieterij;Foundry-goods= gietijzeren artikelen.
Founder,faundə, verb. zinken, zakken, vergaan, mislukken; doen zinken, vallen, kreupel worden of maken (van paarden):A foundered copy= slecht uitziend (onderhouden) exemplaar;I am foundered with cold= stijf van koude.
Foundling,faundliŋ, vondeling:Foundling-hospital= vondelingshuis.
Fount,faunt, bron, fontein, put;Fountain,fauntin, bron, fontein, waterreservoir;Fountain-head= oorsprong of bron v. eene rivier (ookfig.);Fountain-pen= vulpen.
Four,fö, vier:Toform fours= in vieren opmarcheeren;To befolded in fours= in vieren;We are (run)on all fours= wij zijn (loopen) op handen en voeten;Theygo on all fours= zij stemmen volkomen overeen;Thatis on all fours withit= dat komt er geheel mede overeen;Toplace on all fours with= gelijkstellen;Four-ale= goedkoop bier (4d. het quart):Fourfold, adj. viervoudig; subst. viervoud;Fourfoldverb. verviervoudigen;Four-footed= viervoetig;Four-handed= vierhandig;Four-horse= door vier paarden getrokken;Four-in-hand, subst. rijtuig met vier paarden; adj. door vier paarden getrokken;Four-legged= met vier pooten, viervoetig;Fourpenny,Fourpence= vierstuiverstukje;Four-poster= groot ledikant met stijlen aan de vier hoeken;Fourscore= tachtig;Foursquare= vierkant, vast gegrond, vast staand:The Eiffel towerstands foursquare onfeet of solid masonry= staat onwrikbaar vast op;Four-wheeler= vigelante;Fourteen= veertien;Fourteenth= veertiende;Fourth= vierde;Fourth-rate= vierklassig (bij de marine);Fourthly= ten vierde.
Fourbisseur,fûəbisɐ̂, zwaardveger.
Fourgon,fûəgon, fourgon, ammunitie- of bagagewagen.
Fourierism,fûriərizm, het socialistisch stelsel, aanbev. doorCharles Fourier.
Fowl,faul, subst. gevogelte, het vleesch daarvan, gezamenlijke vogels, haan, kip;Fowlverb. vogels vangen of schieten;Fowler= vogelaar;Fowling-piece= ganzenroer;Fowling-shot= ganzenhagel.
Fox,foks, subst. vos, sluwe kwant;Foxverb. zuren (bij ’t gisten), rood of zuur worden, begluren, voorwenden, veinzen, kapen, stelen, voorschoenen aanzetten (Amer.);Fox-brush= vossestaart;Fox-chase(Fox-hunt) = vossenjacht;Fox-earth= vossenhol;Fox-evil= kaalheid;Fox-gloveofFolks’-glove= vingerhoedskruid;Fox-grape= Amerikaansche wijnstok;Fox-hound= hond voor vossenjacht;Fox-tail= vossestaart;Fox-trap= vossenval;Fox-trot= sukkeldraf (van een paard);Foxed,fokst, verkleurd, gevlekt; met gestikt bovenleer versierd (Amer.);Foxing, subst. bovenleder; adj. verkleurend;Foxlike;Foxy= sluw, rossig.
Fracas,freikəs, lawaai, ruzie.
Frack,frak, gretig, vaardig, krachtig.
Fracted,fraktid, gebroken;Fraction,frakš’n, breking (vooral met geweld), gebroken getal, breuk, brok; het breken van het brood bij het H. Avondmaal;Fractional,frakšən’l, tot eene breuk behoorend, gebroken, klein, nietig:Fractional certificate= scrip certificaat;Fracture,fraktšə, breuk (met geweld), gebroken deel;Fractureverb. breken:Simple fracture= eenvoudige been- of armbreuk;Compound fracture= gecomplic. breuk (beschadiging v. het weefsel).
Fractious,frakšəs, twistziek, kribbig; subst.Fractiousness.
Fragile,fradžil, broos, zwak, teer;Fragileness=Fragility,frədžiliti, broosheid, zwakheid.
Fragment,fragm’nt, brokstuk;Fragmental,frəgment’l,Fragmentary,fragm’ntəri, uit brokken bestaande, zonder verband.
Fragrance, Fragrancy,freigr’ns(i), geur, welriekendheid;Fragrant,freigr’nt, geurig, welriekend.[209]
Frail,freil, subst. bies (voor manden), biezenmandje of mat (voor vijgen of rozijnen).
Frail,freil, bros, broos, teer, besluiteloos, onvast, zwak, zondig:The frail sex;Frailness=Frailty= zwakheid, broosheid.
Fraise,freiz, subst. frees, halskraag, stormpaal (onder een hoek van 45°); spekpannekoek; drukte;Fraiseverb. fraiseeren, met stormpalen beschermen:The battalion was fraised= het bataljon stond met gevelde bajonet.
Frame,freim, subst. samenstel, lichaamsgestel, steiger, geraamte, lijst, raam, borduurraam, broeiraam (broeibak), etc., gemoedsgesteldheid, gietvorm;Frameverb. bouwen, samenvoegen, regelen, ordenen, vormen, overlèggen, omlijsten, in elkander zetten:Out of frame= in wanorde;Hisframe of mind= gemoedsstemming;Who framed that story= bedacht;Frame-bridge= brug op jukken;Frame-building=Frame-house= houten huis;Frame-timbers= inhouten van een schip;Framework= geraamte, lijstwerk, kader, omlijsting, inrichting.
France,frâns, Frankrijk:Isle of France= Mauritius;The Franco-German war.
Frances,fransəs, Francisca;Francis,fransis, Franciscus, Frans.
Franchise,franš(a)iz, subst. voorrecht, recht, vrijplaats, vrijmoedigheid, edelmoedigheid, stemrecht (=Elective franchise);Franchiseverb. vrijdom verleenen.
Franciscan,fr’nsisk’n, subst. Franciskaner (grijze) monnik; adj. Franciskaansch.
Franconia,fraŋkouniə, Frankenland;Franconian= Frankisch; Frank.
Frangible,franžib’l, licht breekbaar; bros;Frangibility= broosheid.
Frangipane,franžipein, amandelgebak:Frangipane gloves= geparfumeerde.
Frank,fraŋk, openhartig, oprecht, vrij; subst. Frank, franc, brief vrij van port;Frankverb. zonder vracht of port verzenden (door “Dienst” of“O. H. M. S.”en de handteekening van den verzender);Franking (of letters);Frankish= Frankisch;Frankly= ronduit;Frankness= openhartigheid.
Frankincense,fraŋkinsens, soort v. geurige hars, wierook.
Frantic(al),frantik(’l), dol, krankzinnig, woest, razend; subst.Franticness.
Frap,frap, spannen (van eene trom); sjorren.
Fraternal,frətɐ̂n’l, broederlijk;Fraternity,frətɐ̂niti, broederschap;Fraternization,fratənizeiš’n,freitən(a)izeiš’n= verbroedering;Fraternize,fratənaiz,freitənaiz, vertrouwelijk en vriendschappelijk omgaan;Fratricide,fratrisaid, broedermoord(er).
Fraud,frôd, bedrog, bedrieger, list;Fraudulence,Fraudulency= bedriegelijkheid, bedriegerij, bedrog;Fraudulent,frôdjulent, bedriegend, bedriegelijk.
Fraught,frôt, beladen, geladen, overvloedig:Fraught with sorrow= vol smart, van smart overstelpt.
Fray,frei, subst. strijd, gekrakeel, twist, rafel, kale plek (in laken, b.v.);Frayverb. verslijten, rafelen, afslijten door wrijven (van horens van een jong hert):Frayed ropes= uitgerafelde touwen.
Freak,frîk, subst. gril, kuur;Freakverb. bont maken, streepen of stippels trekken:Freak of nature= wangedrocht.
Freckle,frek’l, subst. (zomer)sproet, vlekje;Freckleverb. met sproeten bedekken of teekenen;Freckle-faced= met sproeten in ’t gezicht =Freckled; subst.Freckledness;Freckly=Freckled.
Fred,fred, verk. v.Frederick,fredərik, Frederik.
Free,frî, adj. vrij, toegankelijk, onbelemmerd, gratis, vrijwillig, oprecht, mededeelzaam, mild, toegelaten (tot een gilde b.v.), los;Freeverb. bevrijden, verlossen, uithoozen, lens pompen:Free-and-easy, ongedwongen; subst. gezellige familiare bijeenkomst;You are freeto jump my claim= moogt gerust … negeeren;Wine was free toall takers= ieder, die wou, kon vrijelijk wijn drinken;He isfree of the goldsmiths’ company= hij is lid van het goudsmidsgilde;You are asfree of the houseas anybody= gij kunt even vrij het huis binnen gaan als ieder;I am free to admit that= ik erken dit gaarne;Toget free= vrij komen;Togo free= met gevierde schooten zeilen;He wasmade free of the City= hem werd het eereburgerschap der City aangeboden;Theymade free withhis wine= dronken ongegeneerd;He did not offerto free me= mij van mijn woord te ontslaan;This ticket will free you over every lineof the country= met dit kaartje kunt ge voor niets langs elke spoorlijn in het land reizen;Free-bench= weduwengoed;Freebooter= vrijbuiter;Free chase= vrije jacht;Free church= kerk zonder Staatscontrole of met vrije zitplaatsen; de in 1843 afgescheiden Schotsche kerk;Free-city= vrije Rijksstad;Free-fighter= guerilla soldaat, franc-tireur;Free grace= Vrije Genade;Free-hand= uit de vrije hand;Free-handed= edelmoedig, mild, royaal;Free-hearted= openhartig, weldadig;Freehold, subst. grondbezittingen, waarover men vrijelijk testamentair mag beschikken =Freehold estate in land;Free-holder= bezitter van eenfreehold;Free-lance= krijgsknecht; “wilde” (Parl.);Free-list= lijst van hen, die vrijkaarten krijgen (hebben);Free-liver= smulpaap, iemand die groot leeft;Free love= vrije liefde;Freeman= vrije, stemgerechtigd burger, lid van eenCity Company;Free-mason= vrijmetselaar;Free-masonry,masonry= vrijmetselarij;Free-minded= met onbekommerd gemoed;Free-pass= vrijbiljet;Free-port= vrijhaven;Free-school= kostelooze school;He wantedFree and open sittings in church= wenschte, dat ieder vrijelijk de onbezette plaatsen zou mogen innemen;His talents hadFree spaceto work= konden zich vrij ontplooien;Free-spoken= vrijmoedig;Free-stone= zandsteen, arduin;Free-states= die Staten van de Unie, waar reeds voor den burgeroorlog geene slavernij meer bestond;Free-talkand knowing innuendos= familiare gesprekken en slimme wenkjes;Free-thinker= vrijdenker;Free-trade= vrijhandel;Free-trader= voorstander van vrijhandel;Free-wheel;Free-will[210]= vrije wil; adj. (meestfrîwil) vrijwillig;Free wind= gunstige wind;Freedman= vrijgemaakte lijfeigene;Freedom= vrijheid, vrijdom, al te groote vrijheid, gemakkelijkheid:I shall take the libertyto speak with freedom= ik zal zoo vrij zijn ronduit te spreken;He wasofferedthefreedom of that town= hem werd het eereburgerschap van die stad aangeboden;Freer= bevrijder.
Freeze,frîz, subst. vorst, het vriezen;Freezeverb. vriezen, bevriezen, stollen:Tofreeze out= wegkijken;Tofreeze to= hangen aan, dol zijn op;Tofreeze up= koel en strak worden (Amer.);Freezing-point= vriespunt.
Freight,freit, subst. vrachtprijs, goederentrein, vracht of lading (Amer.);Freightverb. laden, bevrachten:We havesentthe trunkby slow freight= als vrachtgoed;Freight-train(Amer.) = goederentrein;Freight-waggon= goederenwagen;Freightage= vrachtprijs, vracht;Freighter= bevrachter;Freightless= zonder vracht.
French,frenš, subst. en adj. Fransch(e taal), Fransch(e volk):What is the French forWilliam= wat is Willem in het Fransch?Guillaume is French for William;French-bean= snijboon;French-chalk= kleermakerskrijt;French-curve= teekenmal;French-horn= waldhoorn;Totake French leave= met de noorderzon vertrekken;Frenchman= Franschman;French-polish, subst. wrijfwas;French-polishverb.frenšpoliš, politoeren; een vernisje geven (fig.);French-roll= broodje;French-window= openslaande glazen deur;Frenchwoman= française;Frenchify,frenšifai, verfranschen;Frenchlike= op zijn Fransch;Frenchy= Fransoos.
Frenzy,frenzi, subst. waanzin;Frenzyverb. waanzinnig maken.
Frequency,frîkw’nsi, herhaald voorkomen, herhaling;Frequent,frîkw’nt, gedurig, herhaald; subst.Frequentness.
Frequent,frikwent, dikwijls bezoeken, omgaan met; subst.Frequentation;Frequentative,frikwentətiv, subst. en adj. frequentatief (werkwoord).
Fresco,freskou, subst. waterverfschildering op versche kalk;Frescoverb. schilderen op die wijze.
Fresh,freš, frisch, versch, verfrischt, zoet, ongezouten, nieuw, onervaren; subst. riviertje of stroompje bij de zee, overstrooming, zoetwaterstroom, die een eind in zee doorloopt, dooi weder:As fresh as a daisy,As fresh as paint= zoo frisch als eene roos, als een hoen;We shall haveto gather fresh way= wij zullen wat moeten opstoomen, wat meer spoed moeten bijzetten;Fresh-blown= pas ontloken;Fresh-fish= nieuweling;Freshman= groen, nieuweling;Fresh-run= in den tijd van het kuitschieten de rivieren opkomen;Fresh-water= zoet water;Freshen= opfrisschen, verfrisschen, verlevendigen, ontzouten of ontpekelen, aanwakkeren, kracht krijgen;Freshes,frešiz: het brakke water aan de monding van rivieren;Freshet= overstrooming (door zwaren regen of het smelten van sneeuw);Freshness= frischheid, etc.
Fret,fret, subst. het in- of wegvreten, zweer, gisting, kwelling, schaving (van de huid), lijstwerk, ornamentwerk;Fretverb. wegvreten, invreten, afwrijven, schoonwrijven, aantasten, beschadigen, kwetsen; kwellen, beroeren, gemelijk zijn, kniezen; versieren (m. snijwerk), beitelen of beeldhouwen, van toetsen voorzien, tokkelen;Fret-saw= figuurzaag;Fret-work= snijwerk, netwerk;Fretful= gemelijk, knorrig, gerimpeld; subst.Fretfulness;PockFretten,fret’n, van de pokken geschonden;Fretty, met snijwerk versierd.
Freya,fraiə, eene Godin.
Friability,fraiəbiliti, brokkeligheid, brosheid;Friable,fraiəb’l, bros, brokkelig; subst.Friableness.
Friar,fraiə, frater, broeder, monnik; plaatsen in een proef waar de inkt niet geraakt heeft;Friar’s-balsam= monniksbalsem;Friar’s-lantern= dwaallicht;Friary= klooster.
Fribble,frib’l, subst. beuzelaar, beuzelarij; adj. beuzelachtig;Fribbleverb. beuzelen;Fribbler= beuzelaar.
Fricassee,frikəsî, subst. fricassee, schotel v. gehakt vleesch met pikante saus;Fricasseeverb. eene fricassee maken.
Fricative,frikətiv, subst. schuringsgeluid; adj. schurend.
Friction,frikš’n, subst. wrijving, kleine oneenigheid; adj. wrijvend;Friction-match= lucifer;Friction-wheel= wiel, dat door wrijving in beweging brengt of gebracht wordt;Frictional-electricity= wrijvingselectriciteit;Frictionize= wrijven.
Friday,fraidi, Vrijdag:Good Friday= Goede Vrijdag.
Friend,frend, vriend, kennis, bloedverwant, vriendin, beschermer, bevorderaar, Kwaker:A friend in need is a friend indeed= in den nood leert men zijne vrienden kennen;Friends= bloedverwanten;Society of Friends= de sekte der Kwakers (17e eeuw gesticht);To have friends in (at) court= vrienden aan het hof, invloedrijke vrienden hebben;I’ll never againmake a friend= ik sluit nooit weer vriendschap;Let usmake friends withhim= laten wij ons met hem verzoenen;Friendless= zonder vrienden; subst.Friendlessness;Friendlike= als van een vriend, welwillend;Friendliness, subst. vanFriendly= vriendschappelijk, goedaardig, gunstig gezind:Friendly Societies= (arbeiders) vereenigingen tot wederzijdschen bijstand in ziekte en nood;Friendship= vriendschap, goede gezindheid:That’s in friendship= dat blijft onder ons.
Friese,frîz, Fries, Friezin; adj.Friesian,frîž’n;Friesland,frîzlənd.
Frieze,frîz, fries (bouwk.); fries, een grove wollen stof.
Frigate,frigit, fregat;Frigate-bird= fregatvogel;Frigatoon,frigətûn, Venetiaansch fregat.
Fright,frait, vrees, schrik; ook verb. =Frighten:In a fright= verschrikt;Youlook a fright,if you do not do yourself up= ge ziet er uit om van te schrikken, als ge u niet blanket;Toput in a fright= doen schrikken;Hetook fright= hij schrikte;It is the[211]thunder that frights, and the lightning that smites;Frighten= schrik aanjagen; ontstellen:I wasfrightened to death, out of my wits= doodelijk verschrikt;Frightful= verschrikkelijk; subst.Frightfulness.
Frigid,fridžid, koel, koud, kil, vormelijk; vervelend:Frigid zones= de Poolstreken tusschen de Polen en de Poolcirkels;Frigidness=Frigidity,frîdžiditi, koelheid, enz.
Frill,fril, subst. geplooide strook, kanten kraag; affectatie, opgedirktheid (Amer.);Frillverb. plooien, van eenfrillvoorzien; de veeren van koude opzetten.
Fringe,frinž, subst. franje, rand;Fringeverb. met franje versieren:To wearone’s hair in a fringe= ponnies hebben;Newgate fringe (Fringe frill)= baard onder de kin.
Fringilla,frindžilə, vink;Fringillaceous,frindžileišəs, tot de vinken behoorend.
Fringing,frinžiŋ, franje, rand:Fringing reef= koraalrif dat een eiland omgeeft.
Frippery,fripəri, subst. oude kleeren, tweedehandsmeubels, oude-kleerwinkel, prulleboel; adj. min, beuzelachtig.
Frisco,friskou=San Francisco.
Frisia,frižə, Friesland;Frisian, Fries(ch).
Frisk,frisk, subst. dartele sprong, dol, vroolijke bui; adj. levendig, dartel, druk;Friskverb. rondspringen, dansen, dartelen;Friskiness, subst. vanFrisky= dartel, vroolijk, uitgelaten.
Frit,frit, subst. frit, gesmolten glasmassa.
Frith,frith, mond eener rivier, vischweer; kreupelhout.
Fritillary,fritiləri, keizerskroon (bloem).
Fritter,fritə, brokje, stuk, reepje, afgesneden stukje vleesch om te bakken;Fritterverb. in kleine stukken snijden of breken, verknoeien:He hasfrittered awayhis money, his time= zijn geld verknoeid, zijn tijd verbeuzeld.
Frivolity,frivoliti, beuzelachtigheid, wuftheid;Frivolous,frivəlɐs, beuzelachtig, nietig, wuft; subst.Frivolousness.
Friz(z),friz, krullen, kroezen; subst. krul;Frizzle= krullen, op heete kolen bakken;Frizzler= friseur, kapper;Frizzling-iron= friseertang.
Fro,frou, alléén in:To and fro= heen en weer.
Frock,frok, pij, kleed, kiel, jurk;Frock-coat= gekleede jas;Frock-dress= in gekleede jas.
Frog,frog, kikker, langwerpige bekleede knoop met lus tot sluiting en versiering; verbindingstuk om op andere rails te komen; straal (aan paardehoeven);Frog-bit= kikkerkruid;Frog-eater= Franschman (iron.);Frog-hopper= schuimcicade;Frogs’-march= kruipen op handen en voeten, het wegdragen door de politie van een lastigen dronken man (met het gezicht naar beneden);Frogged= met ‘frogs’ bevestigd of versierd;Froggy= vol kikkers.
Froise,frôiz, spekpannekoek.
Frolic,frolik, subst. dartele sprong, grap; vroolijke partij, pretje; adj. vroolijk, dartel, dol, lustig;Frolicverb. dartelen, rondspringen, pret maken:Frolicsome= dartel, vroolijk; subst.Frolicsomeness.
From,from, van, vandaag, vanuit, sedert, wegens:From forth= vanuit;He had his missionfrom on high= hij ontving zijne zending van boven, uit den hemel;From my childhood= van kindsbeen af;From the sixth of May= sedert;It’s all from his unwillingnessto oblige me= het komt allemaal door zijne ongeneigdheid om mij te helpen;From time to time= van tijd tot tijd;Judging fromthis= hiernaar te oordeelen;Protected fromtherain= beschermd voor;Tosiftgrainfromchaff= kaf van koren, waarheid van leugen scheiden;Tellit himfrom me= namens mij.
Frome,froum.
Frond,frond, blad van planten als varens en palmen;Frondescence,frondes’ns, het ontplooien der bladeren; adj.Frondescent,frondes’nt;Frondiferous,frondifərɐs, waaiervormige bladeren dragend;Frondose,frondous,frondous, waaiervormig (waaierdragend).
Frondeur,frondɐ̂, lid derFrondei.e. tegenstanders van de Regeering bij de minderjarigheid v. Lodewijk XIV.
Front,frɐnt, subst. voorhoofd, gelaat, voorste gedeelte, front, gevel, voorvertrek: brutaalheid, schaamteloosheid, toertje (valsch haar), overhemdje, begin, voorhoede;Frontverb. het hoofd bieden, staan tegenover, met het voorhoofd gekeerd staan naar, van een front voorzien:Hechanged frontall at once= hij veranderde in eens v. batterij;This man hascome to the frontof late= neemt in den laatsten tijd eene eerste plaats in;Theypresented a united frontin this emergency= in dezen nood boden ze gezamenlijk weerstand;Tostand in front of= staan vóór;My shoes must benew fronted= ik moet laten voorschoenen;Front-benchers= (ministers) die op de eerste bank zitten (Lagerhuis);Front-box= loge tegenover het tooneel;Front-door= voordeur;Front opposition bench= eerste bank, links van denSpeaker, in hetHouse of Commonswaarop de leiders der oppositie zitten;Front-rank= eerste rang (klas);Frontage,frɐntidž, voorzijde of front van een gebouw langs de geheele uitgestrektheid;Frontal, subst. fronton, hoofdband, deur- of vensterboog; adj. eerste, voorste, vooraan gelegen, tot het voorhoofd of front behoorende;Frontlet, kleine hoofdband;Fronton,frontən,frɐntən, of Fr.uitspr., fronton.
Frontier,frontjə,frɐntjə,frontîə, subst. grens(lijn); adj. aan de grenzen gelegen.
Frontispiece,frontispîs,frɐntispîs, frontispies, voorgevel, plaat tegenover het titelblad, gelaat; voorzien van een frontispies.
Frost,frost, vorst, ijzel, kilheid, koele ontvangst;Frostverb. berijpen, glaceeren, scherpen (v. paardehoeven), mat of dof maken:The singerwas a fearful frost= had niet het minste succes;This piece willrun no chance of a frost= dit zal ongetwijfeld succes hebben, “gaan”;Frost-bitten= bevroren:A frost-bitten nose= bevroren neus;Frost-bound= ingevroren;Frost-flower(ZieFrost-work);Frost-nail= ijsnagel (voor paarden);Frost-work= ijsbloemen op glas, enz.;Frosted= geglaceerd, mat:Frosted glass= ijsglas;Frosted silver= mat zilver;[212]Frostiness= vorstigheid;Frosting= suikerglazuur, matte oppervlakte;Frosty= vorstig, koel, koud.
Froth,froth, subst. schuim, ijdel gesnap, gewauwel;Frothverb. met schuim bedekken, (doen) schuimen, ijdele praat houden:Froth and flummery= gewauwel en nonsens;Froth-spit, ZieFrog-hopper;Frothiness, subst. vanFrothy= schuimend, ijdel, onbeteekenend.
Froude,frûd.
Frounce,frauns, krul, rimpel:Frounces of phrase and style= gemaakte zinswendingen en onnatuurlijke stijl.
Frousy, Frouzy,frauzi, vuil, slordig, muf, rans.
Froward,frouwəd, adj. weerspannig, gemelijk, onaangenaam; subst.Frowardness.
Frown,fraun, subst. gefronst gelaat, ontevreden blik;Frownverb. fronsen, dreigend staren:He wasunder the frown of power= de machtigen staarden hem dreigend aan;Hefrowned us intoobedience= zijn dreigende blik deed ons gehoorzamen.
Frowzy,frauzi=Frousy.
Froze,frouz, imperf. vanto freeze.
Frozen,frouz’n, bevroren, buitengewoon koud, kil; part. perf. v.to freeze:The Frozen Ocean= de IJszee;The Frozen Zones= de Poolstreken.
Fructescence,frɐktes’ns, rijpwording der vruchten, vruchtentijd;Fructiferous= vruchtdragend;Fructification,frɐktifikeiš’n, bevruchting, vruchtvorming;Fructify,frɐktifai, vruchtbaar maken, vrucht dragen;Fructose,frɐktous,frɐktous, vruchtensuiker.
Frugal,frûg’l, matig, zuinig;Frugality,frugaliti, matigheid, zuinigheid.
Frugivorous,frudživərɐs, vruchtenetend.
Fruit,frût, vrucht(en), fruit, kroost, gevolgen, voordeel;Fruitverb. vruchten dragen;Fruit-bearing= vruchtdragend;Fruit-bud= vruchtknop;Fruit-dish= vruchtenschaal;Fruit-knife= fruitmesje;Fruit-loft= fruitzolder;Fruit-time= oogsttijd, vruchtentijd;Fruit-tree= vruchtboom;Fruitage= ooft; opbrengst;Fruiterer= fruithandelaar;Fruitful= vruchtbaar; subst.Fruitfulness;Fruitiness=vruchtensmaak;Fruition,frûiš’n, vruchtgebruik, bezit, genot daaruit voortvloeiend;Fruitive,frûitiv, genietend, gebruikend;Fruitless= vruchteloos; subst.Fruitlessness;Fruity= met vruchtensmaak.
Frumenty,frûm’nti, tarwepap.
Frump,frɐmp, brommige, ouderwetsch of slordig gekleede vrouw;Frumpverb. bespotten, afsnauwen:Old frump= oude soes;Frumpish= lastig, brommig, ouderwetsch, slonzig; ordinair;Frumpish ways= ouderwetsche manier van doen;Frumpy=Frumpish.
Frustrate,frɐstreit, teleurstellen, verijdelen, tenietdoen; adj.frɐstrit, ijdel, nutteloos; subst.Frustration.
Frustum,frɐst’m, brok, stuk:Frustum of a cone (pyramid)= geknotte kegel (zuil).
Frutescent,frûtes’nt, heesterachtig.
Fry,frai, bakken, braden; schoteltje, baksel; lever, longen, hart, enz. van varkens, schapen, kalveren en ossen; school (jonge visschen), jong goedje of volkje, kleinigheden, mindere lui;Frying-pan= bakpan:Out of the frying-pan into the fire= van den regen in den drop, van den wal in de sloot.
Fub,fɐb, bedriegen, stelen:Tofub off= onder valsche voorwendsels uitstellen.
Fuchsia,fjûšə, foksia.
Fucus,fjûkəs, blaaswier.
Fuddle,fɐd’l, dronken maken, overmatig drinken, zuipen:He fuddled himself;Fuddler= dronkaard.
Fudge,fɐdž, subst. malligheid, onzin; interj. och loop! onzin!;Fudgeverb. vervalschen, verzinnen; opsnijden:Hefudgedhis reportsfromanother paper= flanste samen.
Fuel,fjûəl, subst. brandstof;Fuelverb. van brandstof voorzien, voeden:That added(was as)fuel to the fire= dat was olie in ’t vuur;Fuel-gas= kookgas.
Fuff,fɐf, subst. trekje (aan sigaar of pijp);Fuffverb. trekken, puffen;Fuffy= opgeblazen, buiïg.
Fugacious,fjugeišəs, vluchtig; vroeg afvallend; subst.Fugacity.
Fugh,fjû, Bah! ZieFaugh.
Fugitive,fjûdžitiv, subst. vluchteling, deserteur; adj. vluchtig, voorbijgaand, voortvluchtig, zwervend:Fugitive compositions= werken van één dag;Fugitiveness= vluchtigheid.
Fugleman,fjûg’lmən, vleugelman, guide; leider, woordvoerder.
Fugue,fjûg, fuga;Fuguist,fjûgist, componist van fuga’s.
Fulcrate,fɐlkrit, van steunorganen voorzien;Fulcrate-stem= boom, waarvan de takken tot de aarde reiken;Fulcrum,fɐlkr’m, steunpunt (van een hefboom), stut, steun.
Fulfil,fulfil, vervullen, volbrengen, uitvoeren:This short notefulfils the adage,for it is a merry one= dit korte briefje maakt het bekende gezegde waar, want het is een vroolijk kattebelletje (i.e.Short but merry);He wasfulfilled ofthis pleasure= had er genoeg van; subst.Fulfilment.
Fulgency,fɐldž’nsi, glans, schittering; adj.Fulgent.
Fulgo(u)r,fɐlgə, schittering;Fulguration,fɐlgjureiš’n, weerlicht, fonkeling;Fulgurite,fɐlgjurait, fulguriet, bliksembuizen.
Fulham,fuləm.
Fuliginous,fjulidžinɐs, roetachtig, rookerig, vuil, duister, somber.
Fulk,fɐlk, Folkert.
Full,ful, adj. vol, verzadigd, bezet, dik, gevuld, rijp, volkomen, krachtig; subst. volle maat, grootste uitgebreidheid, hoogste punt:The full of the moon= de tijd, dat de maan vol is;The moon was at the(its)full= was vol;We are full= wij hebben geen plaats meer (in hotel of school, etc.);The dogs werein full cry= blaften alle luide;He knows itfull well= hij weet het heel goed;To the full,In full= ten volle, geheel;Full and by= met volle zeilen, en scherp bij den wind;Full age(d)= meerderjarig(heid);Full-armed= in volle wapenrusting;Full-bloomed= in vollen bloei, rijp;Full-blown= geheel ontwikkeld,[213]volkomen rijp;Full-bottom(ed wig)= allonge pruik, lange krulpruik (gedragen door rechters);Full-cry= samen blaffend;Full-dress= gala;Full-drive= in vollen ren, met volle kracht;Full-eyed= met groote oogen;Full-faced= met groot en dik gelaat;Afull-fledgedsocialist= ten volle ontwikkeld, overtuigd;Full-out= geheel, voluit;Full-stop= punt, plotseling einde;Full-swing= in vollen ren, volkomen vrij, druk bezig:We arein the full swing ofstopping managers to play our pieces= wij zijn druk bezig er een stokje voor te steken, dat …;Fullness= volheid:In the fullness of time;Fully= ten volle;Fully-committed= naar deAssizesverwezen.
Full,ful, vollen;Fullage= geld voor ’t vollen;Fuller= voller;Fuller’s earth= vollersaarde;Fullery=Fulling-mill= vollersmolen.
Fulminate,fɐlmineit, donderen, losbarsten, ontploffen;Fulminating-powder= donderpoeder;Fulminatory, donderend;Fulminic:Fulmic acid= knalzuur.
Fulness=Fullness.
Fulsome,fɐls’m, aanstootelijk, overdreven, grof; subst.Fulsomeness.
Fulton,fult’n.
Fulvous,fulvəs, taan- of voskleurig.
Fumble,fɐmb’l, rondtasten, tastend zoeken, onhandig doen, knoeien met, verward zijn, morrelen aan(with), verfrommelen(up).
Fume,fjûm, subst. uitwaseming, damp, reuk, toorn, woede;Fumeverb. damp uitwerpen, in damp opgaan, rooken (van vleesch, etc.), doorgeuren, ontsmetten (door rook en damp), woedend zijn:He wasin a fume= hij was woedend;To sleep off thefumes of a debauch= zijn roes uitslapen;He walked up and down,fretting and fuming= knarsetandend en woedend.
Fumigate,fjûmigeit, doorgeuren, ontsmetten (door rook);Fumigation= berooking; rook, wierook:Fumigator= rook- of damptoestelletje;Fumitory= duivenkervel;Fumous= damp of rook veroorzakend.
Fun,fɐn, subst. pretje, grap, vroolijkheid;Funverb. grappen maken:That was the fun of it= dat was juist de aardigheid er van;It wouldn’tbe much fun= niet erg leuk zijn;Idid it for (in) fun,for the fun of the thing= voor de grap, voor de aardigheid;Tohave good (great) fun= veel pleizier hebben;Hemade fun of it= hij maakte er een grapje van;Topoke fun at= voor de mal houden.
Funambulation,fjûnambjuleiš’n, het koorddansen;Funambulist.
Function,fɐŋkš’n, subst. verrichting, uitvoering, beroep, dienst (van een bepaald orgaan), bijeenkomst, partij, feest, kerkelijk ambt;Functionverb. een plicht, dienst of beroep vervullen:That railway functions no longer= die baan is buiten dienst;Functional-disease= organisch gebrek;Functionary,fɐŋkš’nəri, ambtenaar, beambte.
Fund,fɐnd, subst. fonds, kapitaal, voorraad (Funds= nationale schuld, geld, financiën)Fundverb. beleggen (van geld), een fonds bestemmen voor;Fund-holder= actiënhouder;Funded debt= staatsschuld, die de regeering niet op een bepaalden tijd behoeft af te lossen;Funding-system= amortisatie-stelsel.
Fundament,fɐndəment, grondslag, benedenste, achterste;Fundamental,fɐndəment’l, adj. den grondslag vormend, voornaamste, oorspronkelijk; subst. basis, grondslag, grondtoon:Fundamental bass= becijferde bas, aanduiding der accoorden door hun grondtoon.
Fundi,fɐndi,Fundungi,f’ndɐnži, West-Afrikaansch koren.
Funen,fjûnən.
Funeral,fjûnər’l, subst. begrafenis, lijkstatie; ook adj.:Funeral pile= brandstapel;Funeral-sacrifice= doodenoffer;Funeral-sermon= lijkrede;Funeral-train= begrafenisstoet;Funeralize= als geestelijke dienst doen bij eene begrafenis (Amer.);Funereal,fjunîriəl, begrafenis …, treurig:A funereal gait= begrafenispas.
Fungacious,fɐŋgeišəs;Fungal,fɐŋg’l, spons- of zwamachtig;Fungi,fɐnžai, zwammen;Fungivorous,fɐndživərɐs, zich met zwammen of paddestoelen voedend;Fungoid,fɐŋgôid;Fungous,fɐŋgəs, zwamachtig;Fungus,fɐŋgəs, zwam, sponsachtige uitwas:Fungous flesh= wild vleesch.
Fungible,fɐnžib’l, vervangbaar.
Funicle,fjûnik’l, dun snoer, vezel, navelstreng;Funicular,fjunikjulə, kabel- of touwvormig:Funicular railway= kabelspoorweg;Funiculus,fjunikjulɐs=Funicle;Funiliform= vezelvormig.
Funk,fɐŋk, subst. stank, vrees, lafhartigheid, lafaard; schop, knorrigheid;Funkverb. bang maken of zijn, schoppen of trappen (van woede), woedend zijn:He wasin a blue funk= zat vreeselijk in de rats;You seem to funk it= gij schijnt het niet aan te durven;Funker= bange, benauwde vent;Funky= angstig.
Funnel,fɐn’l, trechter, schoorsteen (van stoomboot of locomotief);Funnel-form (Funnel-shaped)= trechtervormig;Funnel-net= fuik.
Funniments,fɐnimənts= grapjes;Funny,fɐni, grappig, kluchtig; subst. soort van roeiboot;Funny-bone= elleboogsknokkel:A rap on the funny-bone= weduwnaarspijn.
Fur,fɐ̂, subst. bont, kleed met bont gevoerd, beslag op de tong, ketelsteen; adj. van bont, met bont gevoerd of afgezet;Furverb. met bont voeren of afzetten, beslaan (van de tong);Furbelow, subst. geplooide rand aan japonnen of rokken; opschik, tooi;Furverb. met bont voeren of omzoomen;Fur-moth= mot;Fur-trimmed= met bont omzoomd;Furred= met bont gevoerd;Furring= pelswerk, beslag op de tong, ketelsteen, spijkerhuid;Furry= met bont gevoerd, uit bont bestaand, bont …
Furbish,fɐ̂biš, oppoetsen, polijsten, bruineeren;Furbisher= polijster, zwaardveger.
Furcate(d),fɐ̂kit(-eitid), gevorkt, in twee takken gedeeld;Furcation= vertakking.
Furfur,fɐ̂fə, roos (op ’t hoofd);Furfuraceous,fɐ̂fəreišəs, gekorst.
Furiosity,fjûriositi, krankzinnigheid;Furious,fjûriəs, woedend, dol, geweldig, levenmakend; subst.Furiousness.[214]
Furl,fɐ̂l, samenrollen, vastmaken (van zeilen).
Furlong,fɐ̂loŋ, ⅛ van eene E. mijl of ± 201 M.
Furlough,fɐ̂lou, subst. verlof;Furloughverb. verlof toestaan:He ison furlough= met verlof.
Furmenty,fɐ̂m’nti. ZieFrumenty.
Furnace,fɐ̂nis, subst. oven, vuurhaard; vuurproef, martelplaats.
Furnish,fɐ̂niš, voorzien, uitrusten, meubileeren, versieren; in betere ‘conditie’ komen (rensport):Theyfurnished him forth withthe best they could get= zij rustten hem uit met, voorzagen hem van;Furnisher= leverancier, behanger.
Furniture,fɐ̂nitšə, uitrusting, huisraad; meubilair, tuig, sloten aan deuren en vensters, monteering (van een kanon), masten en tuig:Articles of furniture= meubelen;Furniture-van= verhuiswagen;Thecoffinwasdestitute of furniture= de kist had geen zilveren hengsels, etc.
Furrier,fɐ̂riə, bontwerker, bonthandelaar;Furriery= bontwerkerszaak, bontwerken.
Furrow,fɐrou, subst. voor, groef, rimpel;Furrowverb. doorploegen, groeven of rimpels trekken in;Furrow-drain= voor (om water af te voeren);Furrow-faced= met gerimpeld gelaat.
Further,fɐ̂dhə, adj. verder, meer, buitendien, behalve, bijgevoegd;Furtherverb. bevorderen; adv. bovendien, behalve:On the further side= aan den anderen (tegenovergest.) kant;Further than this= buiten dit alles;Furtherance,fɐ̂dhər’ns, bevordering, hulp, bijstand:In furtherance of= ter bevordering van;Furtherer= bevorderaar;Furthermore= bovendien;Furthermost= het verst verwijderd;Furthest,fɐ̂dhist, adj. het verst; adv. verst:I shall come to-morrowat the furthest= op zijn laatst.
Furtive,fɐ̂tiv, steelsgewijs, heimelijk, sluw.
Furuncle,fjûrɐŋk’l, bloedvin, zweer.
Fury,fjûri, woede, dolheid, onstuimigheid, razernij:The Furies= de drie wraakgodinnen.
Furze,fɐ̂z, gaspeldoorn, stekelbrem; brem;Furzy= met brem begroeid.
Fuse,fjûz, smelten, vloeibaar maken, samensmelten;Fusion= (samen)smelting, vereeniging.
Fuse,fjûz, (ookFusee) sisser of lont.
Fusee,fjuzî, lont, windlucifer, spil (in een uurwerk); spoor van wild.
Fusibility,fjûzibiliti, smeltbaarheid;Fusible,fjûzib’l, smeltbaar.
Fusiform,fjûziföm, spilvormig.
Fusil,fjûzil, fuziel(geweer); ruit (in de heraldiek);Fusileer,Fusilier,fjûzilîə, fuselier;Fusil(l)ade,fjûzileid,fjûzileid, subst. geweervuur;Fusil(l)adeverb. neerschieten, fusileeren.
Fuss,fɐs, subst. lawaai; noodelooze, opzienbarende drukte;Fussverb. woelig en druk zijn, klateren, snel stroomen:Fuss and feathers= veel geschreeuw en weinig wol (Amer.);The riverfretted and fussed overits bed= schuurde en klaterde;The tugfussed and fretted,tossing over the green waves= pufte en woelde;The animal wasfussing and fuming after it= liep er puffend en woedend achteraan;Fussiness= drukte, enz.;Fussy= drukte makend, druk:A fussy looking fellow= eenopgewonden, druk standje.