Houri,hûri,hauri, houri.Housage,hauzidž, pakhuishuur.House,haus, huis, woning, armhuis, geslacht, vorstenhuis, kamer v. afgevaardigden, schouwburg, gehoor of toeschouwers, firma; vierkant (op een schaakbord), plaats van een planeet, één twaalfde v. het firmament;Houseverb. onder dak brengen, huizen:There is a house= er is zitting van het Parlement;No house= geen zitting;As safe as a house= bepaald zeker, gewis;Like a house on fire= snel als de wind;The House= de Beurs (in ’t City slang);A house of call= arbeidsbeurs, herberg;House of correction= gevangenis, verbeterhuis;House of God= Godshuis, tempel;House of keys= de 24 leden van hetCourt of Tynwald, een wetgevend lichaam op het eilandMan;Free house= een herberg waarvan de waard vrij is om zijn dranken te koopen bij wie hij wil; tegenoverTied house, een herberg behoorende aan een firma bij wie alle drank gekocht moet worden;His speechbrought down the house= werd stormachtig toegejuicht;The piecedrew a full house= trok veelpubliek;Theyplayed at keeping house= zij speelden huishoudentje;Hekeeps open house= hij ontvangt iedereen, houdt open tafel;Every house has its trial= ieder huisje heeft z’n kruisje;The house was out of windows= het ging er wild langs, het hek was van den dam;House-agent= agent voor het verhuren v. huizen, het ophalen der huur, enz.;House-boat= woonschip (gemeubileerd als zomerverblijf);House-bote= recht om hout te kappen (Jur.);House-breaker= slooper; inbreker;House-breaking= inbraak;House-dog= waakhond;House-duty=House-tax;House-father;House-flag= de bijzondere vlag van een firma;House-flannel= wrijflappen;House-fly= huisvlieg;Household, subst. huisgezin, huishouding; adj. huiselijk, huishoudelijk, alledaagsch:Household bread= gewoon brood;Household brigade= lijfwacht (inf. en cav.);Household franchise(House suffrage) = huismanskiesrecht;Household management= bestuur eener huishouding;Household stuff= huishoudingsartikelen en meubelen;Household troops= de 3 inf. en 3 cav. reg. van de lijfwacht;Household words (songs)= bekende of gemeenzame woorden (liederen);Householder= hoofd van een gezin (huurder of eigenaar);Househunting= het zien van huizen als men wenscht te huren;Housekeep= het huishouden doen (Amer.);Housekeeper= huishoudster;Housekeeping= huishouding, adj. huis …, huishoud …:Housekeeping book= huishoudboek;Housekeeping money= huishoudgeld;Houseleek= huislook;House-line= huizing (scheepst.);Housemaid= dienstmeid, werkmeid;Housemaid’s closet= meidenkamertje;Housemaid’s knee= leewater;House-mate= huisgenoot;House-party= de familie met logé(e)s;House-room= ruimte in een huis, logies in een hotel:I cangive you house-roomtill to-morrow= kan u logeeren;House-sparrow= huismusch;House-steward= intendant;House-surgeon= inwonend chirurg (van een hospitaal);House-tax= belasting op huizen van minstens £ 20 huurwaarde;House-warming= inwijdingsfeestje bij het betrekken van een huis;House-wife,hauswaif, huisvrouw, necessaire of naaikistje (in de laatste beteekenis steedshɐzifuitgesproken);House-wifelygelijk eene huisvrouw, huishoudelijk, spaarzaam;Housewifery,hauswaifri,hɐzifri,hɐzwifri, huishouding, huishoudelijkheid;Houseless= dakloos; subst.Houselessness.Housing,hauziŋ, herberging, onderdak, transportkosten, pakhuishuur:Housing Bill= Ontwerp Woningwet.Housing,hauziŋ, dek, schabrak.Houston,h(j)ûstən.Houyhnhnm,hwinm,hûinm.Hove,houv, imperf. vanto heave.Hovel,hov’l,hɐv’l, subst. hut, afdak voor vee;Hovelverb. in eene schuur plaatsen, onderdak brengen, aanbrengen v. een schoorsteenkap; bergen;Hovel(l)er= berger (persoon en vaartuig).Hover,hovə,hɐvə, zweven, dralen, weifelen, zwerven.How,hau, hoe, op welke wijze, hoever;You must do itanyhow and everyhow= hoe dan ook;I did itsomehow= ik heb het op de eene of andere wijze gedaan gekregen;I must sayhow-(de)-do(gemeenz. voorhow-do-you-do)to him= hem goedendag zeggen, groeten, bezoeken;How about your friend= hoe staat het met uw vriend?Howbeit= hoewel, niettegenstaande, echter;However= hoe dan ook, in elk geval, nochtans,[260]echter:However he manages it, I do not know= hoe drommel hij hem dat levert;Howsoever= hoedanig ook, hoe ook.Howard,hauəd.Howdah,haudə, overdekte tentvormige zitplaats op den rug v. een olifant.Howe,hau;Howells,hauəlz.Howel,hauəl, kuipersschaaf, dissel.Howes,hauz;Howitt,hauit.Howitzer,hauitsə, houwitser.Howker,haukə. ZieHooker.Howl,haul, subst. gehuil, geschreeuw, kreet, gejank;Howlverb. huilen, janken, brullen, schreeuwen, gieren (van den wind):All the children wereon the full howl= al de kinderen waren zoo hard mogelijk aan het gillen, schreeuwen;Howler= huiler; brulaap, stommiteit:Togo a howler= zwaar verliezen;Howling= akelig, vreeselijk.Howlet,haulət, uil. ZieOwlet.Hoy,hôi, subst. soort v. lichter; interj. hei! helà!Hoyman= schuitevaarder.Hoyden,hôid’n. ZieHoiden.Hub,hɐb, uitsteeksel, doelwit, gevest, naaf:The universe is large, andhas many hubs= dient velerlei bedoelingen, doeleinden.Hubble-bubble,hɐb’lbɐb’l, gemompel, warboel; pijp; ZieHookah.Hubbub,hɐbɐb, verwarring, verward geraas, rumoer;Hubbubboo,hɐbəbû, gejank, gegier, gekerm.Hubby,hɐbi=Husband.Hubert,hjûbət.Huck,hɐk, Donauzalm.Huckaback,hɐkəbak, groflinnen, oogjesgoed.Huckle,hɐk’l, heup, bult;Huckle-backed= met ronden rug;Huckleberry,hɐk’lberi, blauwe boschbes;Huckle-bone= bikkel.Huckster,hɐkstə, subst. venter, kramer, bedrieger;Hucksterverb. schacheren, venten:To bein huckster’s hand= bij den duivel te biecht, voor de haaien;Hucksterage= kleinhandel, kramerij;Hucksteress.Huddle,hɐd’l, subst. menigte, gedrang;Huddleverb. haastig doen, door elkaar gooien, slordig bij elkaar pakken, opeendringen, aangooien (on), haastig en verward voortdringen:It is allin a huddle= ligt alles door elkaar;Peace washuddled upwith the enemy= er werd een overhaaste vrede met den vijand gesloten;Huddler= knoeier.Hudibras,hjûdibras.Hue,hjû, kleur, tint, schakeering; luid geschreeuw:Theyraised the hue and cryafter the thieves= zij zetten de dieven na, schreeuwende: “Houd den dief”;Hued= getint;Huer,hjûə, persoon op eene verhevenheid, die de bewegingen van eene school haringen nagaat en door roepen bekend maakt.Huff,hɐf, subst. nijdige bui, geraaktheid;Huffverb. opzwellen, rijzen, razen, tieren tegen, blazen (in het damspel):She wasin a huff= had eene booze bui, was geraakt;Totake huff abouta thing= zich geraakt gevoelen;Huffish= boos, aanmatigend, opgeblazen; subst.Huffishness;Huffy=Huffish.Hug,hɐg, subst. omhelzing, bepaalde manier van vastpakken (bij het worstelen):Hugverb. omhelzen, in de armen drukken, pakken, liefkoozen, vleien, dicht houden aan:Shehugged herself with the ideaof getting rid of him= zij verkneuterde zich in de gedachte;Hehugged his constituents (constituency)= praatte zijne kiezers naar den mond;The shiphugged the shore= hield dicht langs de kust.Huge,hjûdž, zeer groot, kolossaal; subst.Hugeness.Hugger-mugger,hɐgəmɐgə, subst. heimelijkheid, geheimhouding; wanorde; adj. geheim, heimelijk; slordig, armzalig.Huggins,hɐginz;Hugh,hjû;Hughenden,hjûənd’n,hitšənd’n;Hughes,hjûz.Huguenot,hjûgənot, Hugenoot;Huguenotism.Hulk,hɐlk, romp v. een afgedankt schip, klomp, plomp mensch:The hulks= oude schepen als gevangenis gebruikt voor galeiboeven, enz.;Hulking= plomp, log, onbeholpen =Hulky.Hull,hɐl, schil, dop, romp (van een schip):The ship ishull down= het schip is zoo ver verwijderd, dat alleen de masten nog zichtbaar zijn.Hullabaloo,hɐləbəlû, lawaai, drukte, geschreeuw.Hulme,hûm.Hum,hɐm, subst. gegons, gemompel, gebrom, gesnor (van een wiel), sterk aangezet bier, beetnemerij, mop;Humverb. gonzen, snorren, brommen, neuriën, beetnemen:Hum and ha(w)= stotteren, niet uit zijn woorden komen; interj. h’m, hum!I do not likehumming and ha’ing= ik houd niet van die bedekte, ontwijkende antwoorden;Tomake things hum= leven in de brouwerij brengen; doen floreeren. ZieHumming.Human,hjûm’n, adj. menschelijk, aardsch; mensch;Humane,hjumein, humaan, menschlievend, vriendelijk, zacht:The Royal Human Society= Maatschappij tot Redding van Drenkelingen (gesticht in 1774);Humanism,hjûmənizm, humanisme; menschelijke natuur;Humanist= humanist; adj.Humanistic(al);Humanitarian,hjûmənitêriən, subst. iemand, die gelooft dat Jezus een mensch was; iemand die in de voortgaande volmaking der menschheid gelooft, philanthroop; adj. menschlievend;Humanity,hjumaniti, menschelijkheid, menschheid, menschlievendheid:The Humanities= de klassieke letteren, enz., Humaniora;Humanization, subst. v.Humanize,hjûmən’a’iz, beschaven, veredelen, menschelijk maken;Humankind,hjûmənkaind,hjûmənkaind, de menschheid;Humanly:Humanly speaking= menschelijkerwijs gesproken.Humble,hɐmb’l, adj. nederig, bescheiden, onderdanig;Humbleverb. vernederen, onderwerpen;Humble-bee= hommel;Humble-mouthed= bescheiden, deemoedig;Humble-pie= pastei van herteningewand (=Humbles) die vroeger het dienstpersoneel kreeg bij jachtmaaltijden:He has eaten humble-pie= hij heeft zoete broodjes gebakken;Humble-plant= kruidjeroermeniet.[261]Humbug,hɐmbɐg, subst. bedrog, onzin, larie; windmaker, bedrieger;Humbugverb. bedriegen, beetnemen;Humbugger;Humbuggery= bedotterij, bedriegerij, malligheid.Humdrum,hɐmdrɐm, subst. eentonigheid, gonzend geluid; vervelend mensch; adj. vervelend, eentonig, alledaagsch.Hume,hjûm.Humectation,hjûməkteiš’n, bevochtiging.Humeral,hjûmər’l, schouder …; subst. amictus, priesterl. schouderbedekking tusschen alb en soutane.Humerus,hjûmərɐs, opperarmbeen.Humhum,hɐmhɐm, grove gladde wollen stof (Indië).Humic,hjûmik, humus …:Humic acid= humuszuur.Humid,hjûmid, vochtig, nattig;Humidity,hjumiditi, vochtigheid =Humidness.Humiliate,hjumiljeit, vernederen, ootmoedig maken; subst.Humiliation;Humility,hjumiliti, nederigheid, ootmoed.Humming,hɐmiŋ, gonzend, reusachtig, sterk schuimend, koppig (van bier);Humming-bird= kolibri;Humming-top= bromtol.Hummock,hɐmək, heuveltje, hoogte; adj.Hummocky.Hummum,hɐmɐm, Turksch bad.Humoral,(h)jûmər’l, tot de vochten (des lichaams) behoorend;Humoralism= leer, dat de vochten des lichaams de oorzaken der ziekten zijn, ookHumoral pathologygenoemd.Humo(u)rist,(h)jûmərist, luimig mensch, spotvogel, humorist;Humorous= geestig, grillig, luimig; subst.Humorousness.Humour,(h)jûmə, subst. vocht, vochtigheid; temperament, stemming, luim, gril, humor;Humourverb. believen, toegeven:In good humour= goed geluimd;I amout of humour withmyself= ik ben boos op mijzelf;Vitreous humour= glaslichaam;Black humours= kwade sappen;Let himhave his humours= geef hem zijn zin;Childrenmust be humoureda little= men moet kinderen wat toegeven;Humoured= geluimd;Humourless= zonder sappen; nuchter;Humoursome= grillig, humoristisch.Hump,hɐmp, bult, uitsteeksel;Humpverb. krommen, zich inspannen; het land opjagen:To have the hump= het land hebben;Hump-back= bult, bochel;Hump-backed;Shoulder “humps”= Over … “huup”;Humpy= vol bulten; vervelend.Humphrey,hɐmfri.Humpty-Dumpty,hɐm(p)ti-dɐm(p)ti, kort en dik; kleine dikkerd.Humus,hjûməs, teelaarde, humus.Hun,hɐn, Hun; adj.Hunnic=Hunnish.Hunch,hɐnš, subst. bochel, brok, homp, duw;Hunchverb. krommen, duwen, stooten;Hunch-back= gebochelde;Hunchbacked.Hundred,hɐndrəd, honderd; afdeeling van eencountyofshiremet eigencourt; soms ditcourtzelf =Hundred-court;A hundred guilders= honderd gulden;Three hundred and five= driehonderd vijf;Some hundred= zoowat honderd;Some hundreds (of)= eenige honderden;Hundred-weight= centenaar (112 lbs.; inAmer. 100 lbs.);Hundredfold= honderdvoudig;Hundredth= honderdste.Hung,hɐŋ, opgehangen;Hung-beef= rookvleesch.Hungarian,hɐŋgêrj’n, subst. en adj. Hongaar(sch);Hungary,hɐŋgəri, Hongarije:Hungary-water= rosmarijn (reuk)water.Hunger,hɐŋgə, subst. honger, sterk verlangen, dorst (fig.);Hungerverb. hongeren, hunkeren, uithongeren:Hunger is the best sauce= is de beste kok (saus);A pale, hungered woman;Hunger-bit(ten)= door honger gekweld, uitgehongerd;Hunger-rot= soort v. hongerschurft bij schapen;Hungry,hɐŋgri, hongerig, uitgehongerd, hunkerend, schraal, onvruchtbaar:A hungry belly has no ears= een hongerige buik heeft geen ooren;Hungry evil= geeuwhonger (bij paarden).Hunk,hɐŋk, homp, groot brok.Hunker,hɐŋkə, conservatief (Am.).Hunks,hɐŋks, vrek.Hunt,hɐnt, subst. (vossen)jacht, troep jagers, jachtgebied;Huntverb. jagen, afjagen, nazetten, najagen, vervolgen, opzoeken:He isout of the huntaltogether= kan heelemaal niet mee;Tohunt down(Tohunt to death) = doodjagen;Tohunt high and low= overal zoeken;They werehunting for riches, etc. = jaagden na;I havehunted it outat length= het eindelijk opgesnord;I have not been able tohunt upthat expression= heb niet kunnen vinden;They wereplaying at hunt the slipper= speelden “slofje onder”;Hunt-counter= jachthond, die het spoor achteruitloopend volgt; slecht jager; beuzelaar;Hunter= jager, jachtpaard, jagershorloge:I amas hungry as a hunter= ik heb een honger als een paard;Hunting= het jagen (op vossen), drijfjacht;Hunting-box= jachthuis;Hunting-crop= jachtzweep;Hunting-horn= jachthoorn;Hunting-horse,Hunting-nag= jachtpaard;Hunting-shirt= jachtvest;Hunting-watch= jachthorloge (met openspringend deksel);Huntress;Huntsman= jager; jachtknecht met de zorg en leiding der honden belast.Hurdle,hɐ̂d’l, subst. horde (waarop vroeger o.a. misdadigers naar de galg werden gesleept), fascine, heining;Hurdle-race= wedren met hindernissen, over heggen.Hurds,hɐ̂dz. ZieHards.Hurdy-gurdy,hɐ̂digɐ̂di, lier (draaiorgel).Hurkaroo,Hurkaru,hɐ̂kərû, loopjongen, koerier (Brit. Indië).Hurl,hɐ̂l, subst. krachtige worp;Hurlverb. slingeren, werpen, (zich) storten op, uitstooten, hethurleyspel spelen;Hurler=hurley-speler;Hurley= hurley, ofhockey-spel.Hurly-burly,hɐ̂libɐ̂li, verwarring, tumult.Huron,hjûrən:Lake Huron.Hurrah,hurâ, subst. en interj. hoera!Hurrahverb. hoera roepen, met hoera’s begroeten =Hurray,hurei.Hurricane,hɐrikein, orkaan;Hurricane-deck= brug-, of bovendek;Hurricane-house=Crow’s nest.Hurry,hɐri, subst. overgroote haast, overijling, verwarring, gewoel; buis voor het lossen van steenkolen uit spoorwagens in schepen;Hurryverb. haasten, drijven, verhaasten, haast maken, overhaasten:There’s no hurry= er is geen haast bij;[262]What is donein a hurryis seldom done well= haastige spoed is zelden goed;Don’t be hurried= haast je maar niet;Tohurry away= wegijlen;We werehurried on by fear= voortgejaagd door;Tohurry onone’s things= zich haastig aankleeden;Hurry up there!= maak daar wat voort;Hurry-scurry(Hurry-skurry), subst. verwarde drukte; adv. verward, haastig.Hurst,hɐ̂st, boschje.Hurt,hɐ̂t, subst. wonde, beleediging, letsel, nadeel;Hurtverb. wonden, kwetsen, benadeelen; zeer doen;Hurtful (to)= nadeelig, schadelijk (voor); subst.Hurtfulness;Hurtless= onschadelijk; onbeschadigd.Hurtle,hɐ̂t’l, krachtig stooten, slingeren; botsen, stooten tegen, kletteren, aanvallen.Hurtleberry,hɐ̂t’lberi. ZieWhortleberry.Husband,hɐzb’nd, subst. echtgenoot, man;Husbandverb. zuinig omgaan met;Husband’s tea= slappe thee;Let ushusband (out) life (time)as much as possible= laten we zoo zuinig mogelijk omgaan;Husbandman= landman, huisman;Husbandry= landbouw, spaarzaamheid, landbouwopbrengst.Hush,hɐš, interj. stil! zwijg!; subst. stilte, rust;Hushverb. stil maken, tot zwijgen brengen, doen bedaren, doodslaan, stil houden, den kop indrukken, stil zijn of worden:We must try tohush it up= moeten trachten het stil te houden, het den kop in te drukken;Hush-money= steekpenning;Hushaby,hɐšəbi, sussen (van kinderen);Hushmush= behoedz. stilzwijgen, “stiekemig”heid.Husk,hɐsk, subst. schil, dop;Huskverb. doppen, wannen, schillen;Husker= pelmachine;Husking= het pellen of doppen;Husking-bee,Husking-frolic= partij van vrienden, om een boer maïs te helpen pellen; het feest daarbij gehouden (Amer.);Huskiness, subst. v.Husky= ruw, vol schillen; krassend, schor.Hussar,huzâ, huzaar.Hussif,hɐzif, necessaire, naaikistje.Hussite,hɐsait,husait, volgeling vanHuss.Hussy,hɐzi, meisje, schalk of ondeugd v. eene meid; slechte vrouw.Husting,hɐstiŋ:Hustings= tribune der candidaten voor het parlement; vroeger geschiedde daarop denominationdoor middel vanshow of hands;Court of Hustings= het Kanselarij-Hof van Oud-Londen.Hustle,hɐs’l, dringen, duwen, door elkaar schudden, zich flink aanpakken:Hustle him= gooi hem er uit.Hut,hɐt, subst. hut, barak, hok;Hutverb. in de barak brengen, in hutten liggen of wonen.Hutch,hɐtš, subst. kist, trog, bak, hok (voor konijnen, etc.), kneedtrog, waschtrog;Hutchverb. in eene kist leggen of bewaren, erts in een trog wasschen.Hux,hɐks, visschen met aan blazen bevestigde haken.Huyg(h)ens,haig’nz.Huzza,huzâ. ZieHurra(h).Hyacinth,haiəsinth, hyacint; adj.Hyacinthian=Hyacinthine.Hyades,haiədîz,Hyads,haiədz, Hyaden, regengesternte.Hyaena,haiînə; ZieHyena.Hyaline,haiəl(a)in, adj. doorschijnend, kristalachtig; subst. glasachtige, doorzichtige stof of oppervlakte; zeespiegel;Hyalite,haiəlait, glasopaal.Hybrid,h(a)ibrid, subst. bastaard(vorm); bastaardwoord; adj. basterd;Hybridism,haibridizm,hibridizm= verbastering;Hybridize,h(a)ibridaiz, verbasteren; adj.Hybridous,h(a)ibridɐs=Hybrid.Hydepark,hai(d)pâk;Hyderabad,haidərəbâd.Hydra,haidrə, hydra, waterslang (myth.), zoetwaterpoliep;Hydra-headed= veelkoppig, zich uitbreidend;Hydra-tainted= vergiftig, doodelijk.Hydrangea,haidranžiə, hortensia.Hydrant,haidr’nt, hydrant.Hydraulic,haidrôlik;Hydraulic-press= hydraulische pers;Hydraulics= hydraulica.Hydriad,haidriəd, waternimf.Hydro,haidrou… (in samenstellingen), water..; inrichting voor watergeneeskunde.Hydrobarometer,haidrəbəromətə, werktuig om door de drukking van het water de diepte te bepalen.Hydrocephalus,haidrəsefəlɐs, waterzucht in het hoofd.Hydrodynamics,haidrədainamiks, hydrodynamica.Hydrogen,haidrədžen, waterstof;Hydrogenize,haidrodžənaiz, met waterstof verbinden;Hydrogenous,haidrodžənɐs, waterstof …, waterstof bevattend.Hydrographer,haidrogrəfə, iemand bekwaam inHydrography,haidrogrəfi, zeebeschrijving, het maken van zeekaarten, enz.Hydrometer,haidromətə, areometer; hydrometer;Hydrometry.Hydropathic,haidrəpathik, hydropathisch; ook subst. =Hydropathic establishment= inrichting voor waterkuur;Hydropathist= hydropaat;Hydropathy= hydropathie, watergeneeskunde, waterkuur.Hydrophobia,haidrəfoubjə, watervrees, hondsdolheid.Hydroplane,haidrəplein, hydroplaan.Hydrops(y),haidrops(i), waterzucht.Hydroscope,haidrəskoup, wateruurwerk.Hydrostatic(al),haidrəstatik(’l), hydrostatisch;Hydrostatics= hydrostatica.Hydrus,haidrəs, eene soort van waterslang; slang (sterrenbeeld in ’t Z. halfrond).Hyena,haiînə, hyena.Hygeia,haidžîə, Hygea.Hygeist,h(a)idžiist, hygiënist;Hygiene,h(a)idžiîn, gezondheidsleer; adj.Hygienic;Hygienics= gezondheidsleer;Hygienist,h(a)idžiənist, hygiënist.Hygrometer,haigromətə, hygrometer;Hygrometry,haigromətri, hygrometrie.Hygroscope,haigrəskoup, hygroscoop.Hymen,haim’n, god des huwelijks, huwelijk; hymen (anatom.);Hymeneal,haimənîəl, subst. en adj. bruiloft(slied).Hymn,him, subst. lied, ode, gezang;Hymnverb. loven, bezingen:National hymn=[263]volkslied;Hymn-book= gezangboek =Hymnal=Hymnology,himnolədži, verzameling of kennis van kerkliederen; verhandeling over dit onderwerp.Hyper,haipə(in samenstellingen), over …, bovenmate …, overdreven …;Hyperbole,haipɐ̂bəlî, hyperbool;Hyperbolic(al),haipəbolik(’l), hyperbolisch;Hyperbolism,haipɐ̂bəlizm, gebruik van hyperbolische uitdrukkingen;Hyperborean,haipəbôriən, subst. en adj. (iemand) tot het uiterste Noorden behoorende; ijskoud (fig.);Hypercritic,haipəkritik, subst. en adj. letterzifter(ig), overkritisch (mensch);Hypercriticism,haipəkritisizm, haarklooverij, letterzifterij;Hypercriticize= haarklooven, muggenziften.Hyperion,haipîrj’n,hipəraiən.Hyphen,haif’n, subst. verbindingsstreepje;Hyphenverb. met een streepje verbinden.Hypnobate,hipnəbeit, slaapwandelaar (Am.);Hypnosis,hipnousis, hypnose;Hypnotic= slaapwekkend (middel), hypnotisch; gehypnotiseerde;Hypnotism= hypnotisme;Hypnotize= hypnotiseeren.Hypochondria,h(a)ipəkondriə, zwaarmoedigheid;Hypochondriac,h(a)ipəkondriək, subst. en adj. zwaarmoedig(persoon);Hypochondriacal,h(a)ipəkondraiək’l, zwaarmoedig.Hypocrisy,hipokrisi, veinzerij, huichelarij;Hypocrite,hipəkrit, huichelaar;Hypocritical= schijnheilig.Hypodermic,h(a)ipədɐ̂mik, onderhuidsch; onderhuidsche inspuiting (met morphine) =Hypodermic injection.Hypogastric,h(a)ipəgastrik, onderlijfs..:Hypogastric region= onderlijf.Hypostasis,h(a)ipostəsis,Hypostasy,haipostəsi, grondslag; Wezen; bezinksel;Hypostatic union,h(a)ipəstatikjûnj’n= vereeniging van God en mensch in Christus.Hypotenuse,h(a)ipotənjûs, hypotenusa.Hypothecate,h(a)ipothikeit, verhypothekeeren;Letter ofhypothecation= pandbrief.Hypothesis,h(a)ipothəsis, hypothese;Hypothesize= vooropstellen, aannemen;Hypothetical= onderstellend, voorwaardelijk.Hyrcania,hɐ̂keinia, Hyrcanië; adj.Hyrcanian.Hyson,hais’n, een soort groene Chineesche thee.Hy-spy,haispai, verstoppertje-spel.Hyssop,hisəp, hysop.Hysteria,histîriə, hysterie;Hysteric,histerik, hysterisch:Hysterics= zenuwaanval:Togo off (fall) into hysterics= het op de zenuwen krijgen;Hysterical= hysterisch.Hysterotomy,histərotəmi, keizersnede.Hythe,haidh.
Houri,hûri,hauri, houri.Housage,hauzidž, pakhuishuur.House,haus, huis, woning, armhuis, geslacht, vorstenhuis, kamer v. afgevaardigden, schouwburg, gehoor of toeschouwers, firma; vierkant (op een schaakbord), plaats van een planeet, één twaalfde v. het firmament;Houseverb. onder dak brengen, huizen:There is a house= er is zitting van het Parlement;No house= geen zitting;As safe as a house= bepaald zeker, gewis;Like a house on fire= snel als de wind;The House= de Beurs (in ’t City slang);A house of call= arbeidsbeurs, herberg;House of correction= gevangenis, verbeterhuis;House of God= Godshuis, tempel;House of keys= de 24 leden van hetCourt of Tynwald, een wetgevend lichaam op het eilandMan;Free house= een herberg waarvan de waard vrij is om zijn dranken te koopen bij wie hij wil; tegenoverTied house, een herberg behoorende aan een firma bij wie alle drank gekocht moet worden;His speechbrought down the house= werd stormachtig toegejuicht;The piecedrew a full house= trok veelpubliek;Theyplayed at keeping house= zij speelden huishoudentje;Hekeeps open house= hij ontvangt iedereen, houdt open tafel;Every house has its trial= ieder huisje heeft z’n kruisje;The house was out of windows= het ging er wild langs, het hek was van den dam;House-agent= agent voor het verhuren v. huizen, het ophalen der huur, enz.;House-boat= woonschip (gemeubileerd als zomerverblijf);House-bote= recht om hout te kappen (Jur.);House-breaker= slooper; inbreker;House-breaking= inbraak;House-dog= waakhond;House-duty=House-tax;House-father;House-flag= de bijzondere vlag van een firma;House-flannel= wrijflappen;House-fly= huisvlieg;Household, subst. huisgezin, huishouding; adj. huiselijk, huishoudelijk, alledaagsch:Household bread= gewoon brood;Household brigade= lijfwacht (inf. en cav.);Household franchise(House suffrage) = huismanskiesrecht;Household management= bestuur eener huishouding;Household stuff= huishoudingsartikelen en meubelen;Household troops= de 3 inf. en 3 cav. reg. van de lijfwacht;Household words (songs)= bekende of gemeenzame woorden (liederen);Householder= hoofd van een gezin (huurder of eigenaar);Househunting= het zien van huizen als men wenscht te huren;Housekeep= het huishouden doen (Amer.);Housekeeper= huishoudster;Housekeeping= huishouding, adj. huis …, huishoud …:Housekeeping book= huishoudboek;Housekeeping money= huishoudgeld;Houseleek= huislook;House-line= huizing (scheepst.);Housemaid= dienstmeid, werkmeid;Housemaid’s closet= meidenkamertje;Housemaid’s knee= leewater;House-mate= huisgenoot;House-party= de familie met logé(e)s;House-room= ruimte in een huis, logies in een hotel:I cangive you house-roomtill to-morrow= kan u logeeren;House-sparrow= huismusch;House-steward= intendant;House-surgeon= inwonend chirurg (van een hospitaal);House-tax= belasting op huizen van minstens £ 20 huurwaarde;House-warming= inwijdingsfeestje bij het betrekken van een huis;House-wife,hauswaif, huisvrouw, necessaire of naaikistje (in de laatste beteekenis steedshɐzifuitgesproken);House-wifelygelijk eene huisvrouw, huishoudelijk, spaarzaam;Housewifery,hauswaifri,hɐzifri,hɐzwifri, huishouding, huishoudelijkheid;Houseless= dakloos; subst.Houselessness.Housing,hauziŋ, herberging, onderdak, transportkosten, pakhuishuur:Housing Bill= Ontwerp Woningwet.Housing,hauziŋ, dek, schabrak.Houston,h(j)ûstən.Houyhnhnm,hwinm,hûinm.Hove,houv, imperf. vanto heave.Hovel,hov’l,hɐv’l, subst. hut, afdak voor vee;Hovelverb. in eene schuur plaatsen, onderdak brengen, aanbrengen v. een schoorsteenkap; bergen;Hovel(l)er= berger (persoon en vaartuig).Hover,hovə,hɐvə, zweven, dralen, weifelen, zwerven.How,hau, hoe, op welke wijze, hoever;You must do itanyhow and everyhow= hoe dan ook;I did itsomehow= ik heb het op de eene of andere wijze gedaan gekregen;I must sayhow-(de)-do(gemeenz. voorhow-do-you-do)to him= hem goedendag zeggen, groeten, bezoeken;How about your friend= hoe staat het met uw vriend?Howbeit= hoewel, niettegenstaande, echter;However= hoe dan ook, in elk geval, nochtans,[260]echter:However he manages it, I do not know= hoe drommel hij hem dat levert;Howsoever= hoedanig ook, hoe ook.Howard,hauəd.Howdah,haudə, overdekte tentvormige zitplaats op den rug v. een olifant.Howe,hau;Howells,hauəlz.Howel,hauəl, kuipersschaaf, dissel.Howes,hauz;Howitt,hauit.Howitzer,hauitsə, houwitser.Howker,haukə. ZieHooker.Howl,haul, subst. gehuil, geschreeuw, kreet, gejank;Howlverb. huilen, janken, brullen, schreeuwen, gieren (van den wind):All the children wereon the full howl= al de kinderen waren zoo hard mogelijk aan het gillen, schreeuwen;Howler= huiler; brulaap, stommiteit:Togo a howler= zwaar verliezen;Howling= akelig, vreeselijk.Howlet,haulət, uil. ZieOwlet.Hoy,hôi, subst. soort v. lichter; interj. hei! helà!Hoyman= schuitevaarder.Hoyden,hôid’n. ZieHoiden.Hub,hɐb, uitsteeksel, doelwit, gevest, naaf:The universe is large, andhas many hubs= dient velerlei bedoelingen, doeleinden.Hubble-bubble,hɐb’lbɐb’l, gemompel, warboel; pijp; ZieHookah.Hubbub,hɐbɐb, verwarring, verward geraas, rumoer;Hubbubboo,hɐbəbû, gejank, gegier, gekerm.Hubby,hɐbi=Husband.Hubert,hjûbət.Huck,hɐk, Donauzalm.Huckaback,hɐkəbak, groflinnen, oogjesgoed.Huckle,hɐk’l, heup, bult;Huckle-backed= met ronden rug;Huckleberry,hɐk’lberi, blauwe boschbes;Huckle-bone= bikkel.Huckster,hɐkstə, subst. venter, kramer, bedrieger;Hucksterverb. schacheren, venten:To bein huckster’s hand= bij den duivel te biecht, voor de haaien;Hucksterage= kleinhandel, kramerij;Hucksteress.Huddle,hɐd’l, subst. menigte, gedrang;Huddleverb. haastig doen, door elkaar gooien, slordig bij elkaar pakken, opeendringen, aangooien (on), haastig en verward voortdringen:It is allin a huddle= ligt alles door elkaar;Peace washuddled upwith the enemy= er werd een overhaaste vrede met den vijand gesloten;Huddler= knoeier.Hudibras,hjûdibras.Hue,hjû, kleur, tint, schakeering; luid geschreeuw:Theyraised the hue and cryafter the thieves= zij zetten de dieven na, schreeuwende: “Houd den dief”;Hued= getint;Huer,hjûə, persoon op eene verhevenheid, die de bewegingen van eene school haringen nagaat en door roepen bekend maakt.Huff,hɐf, subst. nijdige bui, geraaktheid;Huffverb. opzwellen, rijzen, razen, tieren tegen, blazen (in het damspel):She wasin a huff= had eene booze bui, was geraakt;Totake huff abouta thing= zich geraakt gevoelen;Huffish= boos, aanmatigend, opgeblazen; subst.Huffishness;Huffy=Huffish.Hug,hɐg, subst. omhelzing, bepaalde manier van vastpakken (bij het worstelen):Hugverb. omhelzen, in de armen drukken, pakken, liefkoozen, vleien, dicht houden aan:Shehugged herself with the ideaof getting rid of him= zij verkneuterde zich in de gedachte;Hehugged his constituents (constituency)= praatte zijne kiezers naar den mond;The shiphugged the shore= hield dicht langs de kust.Huge,hjûdž, zeer groot, kolossaal; subst.Hugeness.Hugger-mugger,hɐgəmɐgə, subst. heimelijkheid, geheimhouding; wanorde; adj. geheim, heimelijk; slordig, armzalig.Huggins,hɐginz;Hugh,hjû;Hughenden,hjûənd’n,hitšənd’n;Hughes,hjûz.Huguenot,hjûgənot, Hugenoot;Huguenotism.Hulk,hɐlk, romp v. een afgedankt schip, klomp, plomp mensch:The hulks= oude schepen als gevangenis gebruikt voor galeiboeven, enz.;Hulking= plomp, log, onbeholpen =Hulky.Hull,hɐl, schil, dop, romp (van een schip):The ship ishull down= het schip is zoo ver verwijderd, dat alleen de masten nog zichtbaar zijn.Hullabaloo,hɐləbəlû, lawaai, drukte, geschreeuw.Hulme,hûm.Hum,hɐm, subst. gegons, gemompel, gebrom, gesnor (van een wiel), sterk aangezet bier, beetnemerij, mop;Humverb. gonzen, snorren, brommen, neuriën, beetnemen:Hum and ha(w)= stotteren, niet uit zijn woorden komen; interj. h’m, hum!I do not likehumming and ha’ing= ik houd niet van die bedekte, ontwijkende antwoorden;Tomake things hum= leven in de brouwerij brengen; doen floreeren. ZieHumming.Human,hjûm’n, adj. menschelijk, aardsch; mensch;Humane,hjumein, humaan, menschlievend, vriendelijk, zacht:The Royal Human Society= Maatschappij tot Redding van Drenkelingen (gesticht in 1774);Humanism,hjûmənizm, humanisme; menschelijke natuur;Humanist= humanist; adj.Humanistic(al);Humanitarian,hjûmənitêriən, subst. iemand, die gelooft dat Jezus een mensch was; iemand die in de voortgaande volmaking der menschheid gelooft, philanthroop; adj. menschlievend;Humanity,hjumaniti, menschelijkheid, menschheid, menschlievendheid:The Humanities= de klassieke letteren, enz., Humaniora;Humanization, subst. v.Humanize,hjûmən’a’iz, beschaven, veredelen, menschelijk maken;Humankind,hjûmənkaind,hjûmənkaind, de menschheid;Humanly:Humanly speaking= menschelijkerwijs gesproken.Humble,hɐmb’l, adj. nederig, bescheiden, onderdanig;Humbleverb. vernederen, onderwerpen;Humble-bee= hommel;Humble-mouthed= bescheiden, deemoedig;Humble-pie= pastei van herteningewand (=Humbles) die vroeger het dienstpersoneel kreeg bij jachtmaaltijden:He has eaten humble-pie= hij heeft zoete broodjes gebakken;Humble-plant= kruidjeroermeniet.[261]Humbug,hɐmbɐg, subst. bedrog, onzin, larie; windmaker, bedrieger;Humbugverb. bedriegen, beetnemen;Humbugger;Humbuggery= bedotterij, bedriegerij, malligheid.Humdrum,hɐmdrɐm, subst. eentonigheid, gonzend geluid; vervelend mensch; adj. vervelend, eentonig, alledaagsch.Hume,hjûm.Humectation,hjûməkteiš’n, bevochtiging.Humeral,hjûmər’l, schouder …; subst. amictus, priesterl. schouderbedekking tusschen alb en soutane.Humerus,hjûmərɐs, opperarmbeen.Humhum,hɐmhɐm, grove gladde wollen stof (Indië).Humic,hjûmik, humus …:Humic acid= humuszuur.Humid,hjûmid, vochtig, nattig;Humidity,hjumiditi, vochtigheid =Humidness.Humiliate,hjumiljeit, vernederen, ootmoedig maken; subst.Humiliation;Humility,hjumiliti, nederigheid, ootmoed.Humming,hɐmiŋ, gonzend, reusachtig, sterk schuimend, koppig (van bier);Humming-bird= kolibri;Humming-top= bromtol.Hummock,hɐmək, heuveltje, hoogte; adj.Hummocky.Hummum,hɐmɐm, Turksch bad.Humoral,(h)jûmər’l, tot de vochten (des lichaams) behoorend;Humoralism= leer, dat de vochten des lichaams de oorzaken der ziekten zijn, ookHumoral pathologygenoemd.Humo(u)rist,(h)jûmərist, luimig mensch, spotvogel, humorist;Humorous= geestig, grillig, luimig; subst.Humorousness.Humour,(h)jûmə, subst. vocht, vochtigheid; temperament, stemming, luim, gril, humor;Humourverb. believen, toegeven:In good humour= goed geluimd;I amout of humour withmyself= ik ben boos op mijzelf;Vitreous humour= glaslichaam;Black humours= kwade sappen;Let himhave his humours= geef hem zijn zin;Childrenmust be humoureda little= men moet kinderen wat toegeven;Humoured= geluimd;Humourless= zonder sappen; nuchter;Humoursome= grillig, humoristisch.Hump,hɐmp, bult, uitsteeksel;Humpverb. krommen, zich inspannen; het land opjagen:To have the hump= het land hebben;Hump-back= bult, bochel;Hump-backed;Shoulder “humps”= Over … “huup”;Humpy= vol bulten; vervelend.Humphrey,hɐmfri.Humpty-Dumpty,hɐm(p)ti-dɐm(p)ti, kort en dik; kleine dikkerd.Humus,hjûməs, teelaarde, humus.Hun,hɐn, Hun; adj.Hunnic=Hunnish.Hunch,hɐnš, subst. bochel, brok, homp, duw;Hunchverb. krommen, duwen, stooten;Hunch-back= gebochelde;Hunchbacked.Hundred,hɐndrəd, honderd; afdeeling van eencountyofshiremet eigencourt; soms ditcourtzelf =Hundred-court;A hundred guilders= honderd gulden;Three hundred and five= driehonderd vijf;Some hundred= zoowat honderd;Some hundreds (of)= eenige honderden;Hundred-weight= centenaar (112 lbs.; inAmer. 100 lbs.);Hundredfold= honderdvoudig;Hundredth= honderdste.Hung,hɐŋ, opgehangen;Hung-beef= rookvleesch.Hungarian,hɐŋgêrj’n, subst. en adj. Hongaar(sch);Hungary,hɐŋgəri, Hongarije:Hungary-water= rosmarijn (reuk)water.Hunger,hɐŋgə, subst. honger, sterk verlangen, dorst (fig.);Hungerverb. hongeren, hunkeren, uithongeren:Hunger is the best sauce= is de beste kok (saus);A pale, hungered woman;Hunger-bit(ten)= door honger gekweld, uitgehongerd;Hunger-rot= soort v. hongerschurft bij schapen;Hungry,hɐŋgri, hongerig, uitgehongerd, hunkerend, schraal, onvruchtbaar:A hungry belly has no ears= een hongerige buik heeft geen ooren;Hungry evil= geeuwhonger (bij paarden).Hunk,hɐŋk, homp, groot brok.Hunker,hɐŋkə, conservatief (Am.).Hunks,hɐŋks, vrek.Hunt,hɐnt, subst. (vossen)jacht, troep jagers, jachtgebied;Huntverb. jagen, afjagen, nazetten, najagen, vervolgen, opzoeken:He isout of the huntaltogether= kan heelemaal niet mee;Tohunt down(Tohunt to death) = doodjagen;Tohunt high and low= overal zoeken;They werehunting for riches, etc. = jaagden na;I havehunted it outat length= het eindelijk opgesnord;I have not been able tohunt upthat expression= heb niet kunnen vinden;They wereplaying at hunt the slipper= speelden “slofje onder”;Hunt-counter= jachthond, die het spoor achteruitloopend volgt; slecht jager; beuzelaar;Hunter= jager, jachtpaard, jagershorloge:I amas hungry as a hunter= ik heb een honger als een paard;Hunting= het jagen (op vossen), drijfjacht;Hunting-box= jachthuis;Hunting-crop= jachtzweep;Hunting-horn= jachthoorn;Hunting-horse,Hunting-nag= jachtpaard;Hunting-shirt= jachtvest;Hunting-watch= jachthorloge (met openspringend deksel);Huntress;Huntsman= jager; jachtknecht met de zorg en leiding der honden belast.Hurdle,hɐ̂d’l, subst. horde (waarop vroeger o.a. misdadigers naar de galg werden gesleept), fascine, heining;Hurdle-race= wedren met hindernissen, over heggen.Hurds,hɐ̂dz. ZieHards.Hurdy-gurdy,hɐ̂digɐ̂di, lier (draaiorgel).Hurkaroo,Hurkaru,hɐ̂kərû, loopjongen, koerier (Brit. Indië).Hurl,hɐ̂l, subst. krachtige worp;Hurlverb. slingeren, werpen, (zich) storten op, uitstooten, hethurleyspel spelen;Hurler=hurley-speler;Hurley= hurley, ofhockey-spel.Hurly-burly,hɐ̂libɐ̂li, verwarring, tumult.Huron,hjûrən:Lake Huron.Hurrah,hurâ, subst. en interj. hoera!Hurrahverb. hoera roepen, met hoera’s begroeten =Hurray,hurei.Hurricane,hɐrikein, orkaan;Hurricane-deck= brug-, of bovendek;Hurricane-house=Crow’s nest.Hurry,hɐri, subst. overgroote haast, overijling, verwarring, gewoel; buis voor het lossen van steenkolen uit spoorwagens in schepen;Hurryverb. haasten, drijven, verhaasten, haast maken, overhaasten:There’s no hurry= er is geen haast bij;[262]What is donein a hurryis seldom done well= haastige spoed is zelden goed;Don’t be hurried= haast je maar niet;Tohurry away= wegijlen;We werehurried on by fear= voortgejaagd door;Tohurry onone’s things= zich haastig aankleeden;Hurry up there!= maak daar wat voort;Hurry-scurry(Hurry-skurry), subst. verwarde drukte; adv. verward, haastig.Hurst,hɐ̂st, boschje.Hurt,hɐ̂t, subst. wonde, beleediging, letsel, nadeel;Hurtverb. wonden, kwetsen, benadeelen; zeer doen;Hurtful (to)= nadeelig, schadelijk (voor); subst.Hurtfulness;Hurtless= onschadelijk; onbeschadigd.Hurtle,hɐ̂t’l, krachtig stooten, slingeren; botsen, stooten tegen, kletteren, aanvallen.Hurtleberry,hɐ̂t’lberi. ZieWhortleberry.Husband,hɐzb’nd, subst. echtgenoot, man;Husbandverb. zuinig omgaan met;Husband’s tea= slappe thee;Let ushusband (out) life (time)as much as possible= laten we zoo zuinig mogelijk omgaan;Husbandman= landman, huisman;Husbandry= landbouw, spaarzaamheid, landbouwopbrengst.Hush,hɐš, interj. stil! zwijg!; subst. stilte, rust;Hushverb. stil maken, tot zwijgen brengen, doen bedaren, doodslaan, stil houden, den kop indrukken, stil zijn of worden:We must try tohush it up= moeten trachten het stil te houden, het den kop in te drukken;Hush-money= steekpenning;Hushaby,hɐšəbi, sussen (van kinderen);Hushmush= behoedz. stilzwijgen, “stiekemig”heid.Husk,hɐsk, subst. schil, dop;Huskverb. doppen, wannen, schillen;Husker= pelmachine;Husking= het pellen of doppen;Husking-bee,Husking-frolic= partij van vrienden, om een boer maïs te helpen pellen; het feest daarbij gehouden (Amer.);Huskiness, subst. v.Husky= ruw, vol schillen; krassend, schor.Hussar,huzâ, huzaar.Hussif,hɐzif, necessaire, naaikistje.Hussite,hɐsait,husait, volgeling vanHuss.Hussy,hɐzi, meisje, schalk of ondeugd v. eene meid; slechte vrouw.Husting,hɐstiŋ:Hustings= tribune der candidaten voor het parlement; vroeger geschiedde daarop denominationdoor middel vanshow of hands;Court of Hustings= het Kanselarij-Hof van Oud-Londen.Hustle,hɐs’l, dringen, duwen, door elkaar schudden, zich flink aanpakken:Hustle him= gooi hem er uit.Hut,hɐt, subst. hut, barak, hok;Hutverb. in de barak brengen, in hutten liggen of wonen.Hutch,hɐtš, subst. kist, trog, bak, hok (voor konijnen, etc.), kneedtrog, waschtrog;Hutchverb. in eene kist leggen of bewaren, erts in een trog wasschen.Hux,hɐks, visschen met aan blazen bevestigde haken.Huyg(h)ens,haig’nz.Huzza,huzâ. ZieHurra(h).Hyacinth,haiəsinth, hyacint; adj.Hyacinthian=Hyacinthine.Hyades,haiədîz,Hyads,haiədz, Hyaden, regengesternte.Hyaena,haiînə; ZieHyena.Hyaline,haiəl(a)in, adj. doorschijnend, kristalachtig; subst. glasachtige, doorzichtige stof of oppervlakte; zeespiegel;Hyalite,haiəlait, glasopaal.Hybrid,h(a)ibrid, subst. bastaard(vorm); bastaardwoord; adj. basterd;Hybridism,haibridizm,hibridizm= verbastering;Hybridize,h(a)ibridaiz, verbasteren; adj.Hybridous,h(a)ibridɐs=Hybrid.Hydepark,hai(d)pâk;Hyderabad,haidərəbâd.Hydra,haidrə, hydra, waterslang (myth.), zoetwaterpoliep;Hydra-headed= veelkoppig, zich uitbreidend;Hydra-tainted= vergiftig, doodelijk.Hydrangea,haidranžiə, hortensia.Hydrant,haidr’nt, hydrant.Hydraulic,haidrôlik;Hydraulic-press= hydraulische pers;Hydraulics= hydraulica.Hydriad,haidriəd, waternimf.Hydro,haidrou… (in samenstellingen), water..; inrichting voor watergeneeskunde.Hydrobarometer,haidrəbəromətə, werktuig om door de drukking van het water de diepte te bepalen.Hydrocephalus,haidrəsefəlɐs, waterzucht in het hoofd.Hydrodynamics,haidrədainamiks, hydrodynamica.Hydrogen,haidrədžen, waterstof;Hydrogenize,haidrodžənaiz, met waterstof verbinden;Hydrogenous,haidrodžənɐs, waterstof …, waterstof bevattend.Hydrographer,haidrogrəfə, iemand bekwaam inHydrography,haidrogrəfi, zeebeschrijving, het maken van zeekaarten, enz.Hydrometer,haidromətə, areometer; hydrometer;Hydrometry.Hydropathic,haidrəpathik, hydropathisch; ook subst. =Hydropathic establishment= inrichting voor waterkuur;Hydropathist= hydropaat;Hydropathy= hydropathie, watergeneeskunde, waterkuur.Hydrophobia,haidrəfoubjə, watervrees, hondsdolheid.Hydroplane,haidrəplein, hydroplaan.Hydrops(y),haidrops(i), waterzucht.Hydroscope,haidrəskoup, wateruurwerk.Hydrostatic(al),haidrəstatik(’l), hydrostatisch;Hydrostatics= hydrostatica.Hydrus,haidrəs, eene soort van waterslang; slang (sterrenbeeld in ’t Z. halfrond).Hyena,haiînə, hyena.Hygeia,haidžîə, Hygea.Hygeist,h(a)idžiist, hygiënist;Hygiene,h(a)idžiîn, gezondheidsleer; adj.Hygienic;Hygienics= gezondheidsleer;Hygienist,h(a)idžiənist, hygiënist.Hygrometer,haigromətə, hygrometer;Hygrometry,haigromətri, hygrometrie.Hygroscope,haigrəskoup, hygroscoop.Hymen,haim’n, god des huwelijks, huwelijk; hymen (anatom.);Hymeneal,haimənîəl, subst. en adj. bruiloft(slied).Hymn,him, subst. lied, ode, gezang;Hymnverb. loven, bezingen:National hymn=[263]volkslied;Hymn-book= gezangboek =Hymnal=Hymnology,himnolədži, verzameling of kennis van kerkliederen; verhandeling over dit onderwerp.Hyper,haipə(in samenstellingen), over …, bovenmate …, overdreven …;Hyperbole,haipɐ̂bəlî, hyperbool;Hyperbolic(al),haipəbolik(’l), hyperbolisch;Hyperbolism,haipɐ̂bəlizm, gebruik van hyperbolische uitdrukkingen;Hyperborean,haipəbôriən, subst. en adj. (iemand) tot het uiterste Noorden behoorende; ijskoud (fig.);Hypercritic,haipəkritik, subst. en adj. letterzifter(ig), overkritisch (mensch);Hypercriticism,haipəkritisizm, haarklooverij, letterzifterij;Hypercriticize= haarklooven, muggenziften.Hyperion,haipîrj’n,hipəraiən.Hyphen,haif’n, subst. verbindingsstreepje;Hyphenverb. met een streepje verbinden.Hypnobate,hipnəbeit, slaapwandelaar (Am.);Hypnosis,hipnousis, hypnose;Hypnotic= slaapwekkend (middel), hypnotisch; gehypnotiseerde;Hypnotism= hypnotisme;Hypnotize= hypnotiseeren.Hypochondria,h(a)ipəkondriə, zwaarmoedigheid;Hypochondriac,h(a)ipəkondriək, subst. en adj. zwaarmoedig(persoon);Hypochondriacal,h(a)ipəkondraiək’l, zwaarmoedig.Hypocrisy,hipokrisi, veinzerij, huichelarij;Hypocrite,hipəkrit, huichelaar;Hypocritical= schijnheilig.Hypodermic,h(a)ipədɐ̂mik, onderhuidsch; onderhuidsche inspuiting (met morphine) =Hypodermic injection.Hypogastric,h(a)ipəgastrik, onderlijfs..:Hypogastric region= onderlijf.Hypostasis,h(a)ipostəsis,Hypostasy,haipostəsi, grondslag; Wezen; bezinksel;Hypostatic union,h(a)ipəstatikjûnj’n= vereeniging van God en mensch in Christus.Hypotenuse,h(a)ipotənjûs, hypotenusa.Hypothecate,h(a)ipothikeit, verhypothekeeren;Letter ofhypothecation= pandbrief.Hypothesis,h(a)ipothəsis, hypothese;Hypothesize= vooropstellen, aannemen;Hypothetical= onderstellend, voorwaardelijk.Hyrcania,hɐ̂keinia, Hyrcanië; adj.Hyrcanian.Hyson,hais’n, een soort groene Chineesche thee.Hy-spy,haispai, verstoppertje-spel.Hyssop,hisəp, hysop.Hysteria,histîriə, hysterie;Hysteric,histerik, hysterisch:Hysterics= zenuwaanval:Togo off (fall) into hysterics= het op de zenuwen krijgen;Hysterical= hysterisch.Hysterotomy,histərotəmi, keizersnede.Hythe,haidh.
Houri,hûri,hauri, houri.Housage,hauzidž, pakhuishuur.House,haus, huis, woning, armhuis, geslacht, vorstenhuis, kamer v. afgevaardigden, schouwburg, gehoor of toeschouwers, firma; vierkant (op een schaakbord), plaats van een planeet, één twaalfde v. het firmament;Houseverb. onder dak brengen, huizen:There is a house= er is zitting van het Parlement;No house= geen zitting;As safe as a house= bepaald zeker, gewis;Like a house on fire= snel als de wind;The House= de Beurs (in ’t City slang);A house of call= arbeidsbeurs, herberg;House of correction= gevangenis, verbeterhuis;House of God= Godshuis, tempel;House of keys= de 24 leden van hetCourt of Tynwald, een wetgevend lichaam op het eilandMan;Free house= een herberg waarvan de waard vrij is om zijn dranken te koopen bij wie hij wil; tegenoverTied house, een herberg behoorende aan een firma bij wie alle drank gekocht moet worden;His speechbrought down the house= werd stormachtig toegejuicht;The piecedrew a full house= trok veelpubliek;Theyplayed at keeping house= zij speelden huishoudentje;Hekeeps open house= hij ontvangt iedereen, houdt open tafel;Every house has its trial= ieder huisje heeft z’n kruisje;The house was out of windows= het ging er wild langs, het hek was van den dam;House-agent= agent voor het verhuren v. huizen, het ophalen der huur, enz.;House-boat= woonschip (gemeubileerd als zomerverblijf);House-bote= recht om hout te kappen (Jur.);House-breaker= slooper; inbreker;House-breaking= inbraak;House-dog= waakhond;House-duty=House-tax;House-father;House-flag= de bijzondere vlag van een firma;House-flannel= wrijflappen;House-fly= huisvlieg;Household, subst. huisgezin, huishouding; adj. huiselijk, huishoudelijk, alledaagsch:Household bread= gewoon brood;Household brigade= lijfwacht (inf. en cav.);Household franchise(House suffrage) = huismanskiesrecht;Household management= bestuur eener huishouding;Household stuff= huishoudingsartikelen en meubelen;Household troops= de 3 inf. en 3 cav. reg. van de lijfwacht;Household words (songs)= bekende of gemeenzame woorden (liederen);Householder= hoofd van een gezin (huurder of eigenaar);Househunting= het zien van huizen als men wenscht te huren;Housekeep= het huishouden doen (Amer.);Housekeeper= huishoudster;Housekeeping= huishouding, adj. huis …, huishoud …:Housekeeping book= huishoudboek;Housekeeping money= huishoudgeld;Houseleek= huislook;House-line= huizing (scheepst.);Housemaid= dienstmeid, werkmeid;Housemaid’s closet= meidenkamertje;Housemaid’s knee= leewater;House-mate= huisgenoot;House-party= de familie met logé(e)s;House-room= ruimte in een huis, logies in een hotel:I cangive you house-roomtill to-morrow= kan u logeeren;House-sparrow= huismusch;House-steward= intendant;House-surgeon= inwonend chirurg (van een hospitaal);House-tax= belasting op huizen van minstens £ 20 huurwaarde;House-warming= inwijdingsfeestje bij het betrekken van een huis;House-wife,hauswaif, huisvrouw, necessaire of naaikistje (in de laatste beteekenis steedshɐzifuitgesproken);House-wifelygelijk eene huisvrouw, huishoudelijk, spaarzaam;Housewifery,hauswaifri,hɐzifri,hɐzwifri, huishouding, huishoudelijkheid;Houseless= dakloos; subst.Houselessness.Housing,hauziŋ, herberging, onderdak, transportkosten, pakhuishuur:Housing Bill= Ontwerp Woningwet.Housing,hauziŋ, dek, schabrak.Houston,h(j)ûstən.Houyhnhnm,hwinm,hûinm.Hove,houv, imperf. vanto heave.Hovel,hov’l,hɐv’l, subst. hut, afdak voor vee;Hovelverb. in eene schuur plaatsen, onderdak brengen, aanbrengen v. een schoorsteenkap; bergen;Hovel(l)er= berger (persoon en vaartuig).Hover,hovə,hɐvə, zweven, dralen, weifelen, zwerven.How,hau, hoe, op welke wijze, hoever;You must do itanyhow and everyhow= hoe dan ook;I did itsomehow= ik heb het op de eene of andere wijze gedaan gekregen;I must sayhow-(de)-do(gemeenz. voorhow-do-you-do)to him= hem goedendag zeggen, groeten, bezoeken;How about your friend= hoe staat het met uw vriend?Howbeit= hoewel, niettegenstaande, echter;However= hoe dan ook, in elk geval, nochtans,[260]echter:However he manages it, I do not know= hoe drommel hij hem dat levert;Howsoever= hoedanig ook, hoe ook.Howard,hauəd.Howdah,haudə, overdekte tentvormige zitplaats op den rug v. een olifant.Howe,hau;Howells,hauəlz.Howel,hauəl, kuipersschaaf, dissel.Howes,hauz;Howitt,hauit.Howitzer,hauitsə, houwitser.Howker,haukə. ZieHooker.Howl,haul, subst. gehuil, geschreeuw, kreet, gejank;Howlverb. huilen, janken, brullen, schreeuwen, gieren (van den wind):All the children wereon the full howl= al de kinderen waren zoo hard mogelijk aan het gillen, schreeuwen;Howler= huiler; brulaap, stommiteit:Togo a howler= zwaar verliezen;Howling= akelig, vreeselijk.Howlet,haulət, uil. ZieOwlet.Hoy,hôi, subst. soort v. lichter; interj. hei! helà!Hoyman= schuitevaarder.Hoyden,hôid’n. ZieHoiden.Hub,hɐb, uitsteeksel, doelwit, gevest, naaf:The universe is large, andhas many hubs= dient velerlei bedoelingen, doeleinden.Hubble-bubble,hɐb’lbɐb’l, gemompel, warboel; pijp; ZieHookah.Hubbub,hɐbɐb, verwarring, verward geraas, rumoer;Hubbubboo,hɐbəbû, gejank, gegier, gekerm.Hubby,hɐbi=Husband.Hubert,hjûbət.Huck,hɐk, Donauzalm.Huckaback,hɐkəbak, groflinnen, oogjesgoed.Huckle,hɐk’l, heup, bult;Huckle-backed= met ronden rug;Huckleberry,hɐk’lberi, blauwe boschbes;Huckle-bone= bikkel.Huckster,hɐkstə, subst. venter, kramer, bedrieger;Hucksterverb. schacheren, venten:To bein huckster’s hand= bij den duivel te biecht, voor de haaien;Hucksterage= kleinhandel, kramerij;Hucksteress.Huddle,hɐd’l, subst. menigte, gedrang;Huddleverb. haastig doen, door elkaar gooien, slordig bij elkaar pakken, opeendringen, aangooien (on), haastig en verward voortdringen:It is allin a huddle= ligt alles door elkaar;Peace washuddled upwith the enemy= er werd een overhaaste vrede met den vijand gesloten;Huddler= knoeier.Hudibras,hjûdibras.Hue,hjû, kleur, tint, schakeering; luid geschreeuw:Theyraised the hue and cryafter the thieves= zij zetten de dieven na, schreeuwende: “Houd den dief”;Hued= getint;Huer,hjûə, persoon op eene verhevenheid, die de bewegingen van eene school haringen nagaat en door roepen bekend maakt.Huff,hɐf, subst. nijdige bui, geraaktheid;Huffverb. opzwellen, rijzen, razen, tieren tegen, blazen (in het damspel):She wasin a huff= had eene booze bui, was geraakt;Totake huff abouta thing= zich geraakt gevoelen;Huffish= boos, aanmatigend, opgeblazen; subst.Huffishness;Huffy=Huffish.Hug,hɐg, subst. omhelzing, bepaalde manier van vastpakken (bij het worstelen):Hugverb. omhelzen, in de armen drukken, pakken, liefkoozen, vleien, dicht houden aan:Shehugged herself with the ideaof getting rid of him= zij verkneuterde zich in de gedachte;Hehugged his constituents (constituency)= praatte zijne kiezers naar den mond;The shiphugged the shore= hield dicht langs de kust.Huge,hjûdž, zeer groot, kolossaal; subst.Hugeness.Hugger-mugger,hɐgəmɐgə, subst. heimelijkheid, geheimhouding; wanorde; adj. geheim, heimelijk; slordig, armzalig.Huggins,hɐginz;Hugh,hjû;Hughenden,hjûənd’n,hitšənd’n;Hughes,hjûz.Huguenot,hjûgənot, Hugenoot;Huguenotism.Hulk,hɐlk, romp v. een afgedankt schip, klomp, plomp mensch:The hulks= oude schepen als gevangenis gebruikt voor galeiboeven, enz.;Hulking= plomp, log, onbeholpen =Hulky.Hull,hɐl, schil, dop, romp (van een schip):The ship ishull down= het schip is zoo ver verwijderd, dat alleen de masten nog zichtbaar zijn.Hullabaloo,hɐləbəlû, lawaai, drukte, geschreeuw.Hulme,hûm.Hum,hɐm, subst. gegons, gemompel, gebrom, gesnor (van een wiel), sterk aangezet bier, beetnemerij, mop;Humverb. gonzen, snorren, brommen, neuriën, beetnemen:Hum and ha(w)= stotteren, niet uit zijn woorden komen; interj. h’m, hum!I do not likehumming and ha’ing= ik houd niet van die bedekte, ontwijkende antwoorden;Tomake things hum= leven in de brouwerij brengen; doen floreeren. ZieHumming.Human,hjûm’n, adj. menschelijk, aardsch; mensch;Humane,hjumein, humaan, menschlievend, vriendelijk, zacht:The Royal Human Society= Maatschappij tot Redding van Drenkelingen (gesticht in 1774);Humanism,hjûmənizm, humanisme; menschelijke natuur;Humanist= humanist; adj.Humanistic(al);Humanitarian,hjûmənitêriən, subst. iemand, die gelooft dat Jezus een mensch was; iemand die in de voortgaande volmaking der menschheid gelooft, philanthroop; adj. menschlievend;Humanity,hjumaniti, menschelijkheid, menschheid, menschlievendheid:The Humanities= de klassieke letteren, enz., Humaniora;Humanization, subst. v.Humanize,hjûmən’a’iz, beschaven, veredelen, menschelijk maken;Humankind,hjûmənkaind,hjûmənkaind, de menschheid;Humanly:Humanly speaking= menschelijkerwijs gesproken.Humble,hɐmb’l, adj. nederig, bescheiden, onderdanig;Humbleverb. vernederen, onderwerpen;Humble-bee= hommel;Humble-mouthed= bescheiden, deemoedig;Humble-pie= pastei van herteningewand (=Humbles) die vroeger het dienstpersoneel kreeg bij jachtmaaltijden:He has eaten humble-pie= hij heeft zoete broodjes gebakken;Humble-plant= kruidjeroermeniet.[261]Humbug,hɐmbɐg, subst. bedrog, onzin, larie; windmaker, bedrieger;Humbugverb. bedriegen, beetnemen;Humbugger;Humbuggery= bedotterij, bedriegerij, malligheid.Humdrum,hɐmdrɐm, subst. eentonigheid, gonzend geluid; vervelend mensch; adj. vervelend, eentonig, alledaagsch.Hume,hjûm.Humectation,hjûməkteiš’n, bevochtiging.Humeral,hjûmər’l, schouder …; subst. amictus, priesterl. schouderbedekking tusschen alb en soutane.Humerus,hjûmərɐs, opperarmbeen.Humhum,hɐmhɐm, grove gladde wollen stof (Indië).Humic,hjûmik, humus …:Humic acid= humuszuur.Humid,hjûmid, vochtig, nattig;Humidity,hjumiditi, vochtigheid =Humidness.Humiliate,hjumiljeit, vernederen, ootmoedig maken; subst.Humiliation;Humility,hjumiliti, nederigheid, ootmoed.Humming,hɐmiŋ, gonzend, reusachtig, sterk schuimend, koppig (van bier);Humming-bird= kolibri;Humming-top= bromtol.Hummock,hɐmək, heuveltje, hoogte; adj.Hummocky.Hummum,hɐmɐm, Turksch bad.Humoral,(h)jûmər’l, tot de vochten (des lichaams) behoorend;Humoralism= leer, dat de vochten des lichaams de oorzaken der ziekten zijn, ookHumoral pathologygenoemd.Humo(u)rist,(h)jûmərist, luimig mensch, spotvogel, humorist;Humorous= geestig, grillig, luimig; subst.Humorousness.Humour,(h)jûmə, subst. vocht, vochtigheid; temperament, stemming, luim, gril, humor;Humourverb. believen, toegeven:In good humour= goed geluimd;I amout of humour withmyself= ik ben boos op mijzelf;Vitreous humour= glaslichaam;Black humours= kwade sappen;Let himhave his humours= geef hem zijn zin;Childrenmust be humoureda little= men moet kinderen wat toegeven;Humoured= geluimd;Humourless= zonder sappen; nuchter;Humoursome= grillig, humoristisch.Hump,hɐmp, bult, uitsteeksel;Humpverb. krommen, zich inspannen; het land opjagen:To have the hump= het land hebben;Hump-back= bult, bochel;Hump-backed;Shoulder “humps”= Over … “huup”;Humpy= vol bulten; vervelend.Humphrey,hɐmfri.Humpty-Dumpty,hɐm(p)ti-dɐm(p)ti, kort en dik; kleine dikkerd.Humus,hjûməs, teelaarde, humus.Hun,hɐn, Hun; adj.Hunnic=Hunnish.Hunch,hɐnš, subst. bochel, brok, homp, duw;Hunchverb. krommen, duwen, stooten;Hunch-back= gebochelde;Hunchbacked.Hundred,hɐndrəd, honderd; afdeeling van eencountyofshiremet eigencourt; soms ditcourtzelf =Hundred-court;A hundred guilders= honderd gulden;Three hundred and five= driehonderd vijf;Some hundred= zoowat honderd;Some hundreds (of)= eenige honderden;Hundred-weight= centenaar (112 lbs.; inAmer. 100 lbs.);Hundredfold= honderdvoudig;Hundredth= honderdste.Hung,hɐŋ, opgehangen;Hung-beef= rookvleesch.Hungarian,hɐŋgêrj’n, subst. en adj. Hongaar(sch);Hungary,hɐŋgəri, Hongarije:Hungary-water= rosmarijn (reuk)water.Hunger,hɐŋgə, subst. honger, sterk verlangen, dorst (fig.);Hungerverb. hongeren, hunkeren, uithongeren:Hunger is the best sauce= is de beste kok (saus);A pale, hungered woman;Hunger-bit(ten)= door honger gekweld, uitgehongerd;Hunger-rot= soort v. hongerschurft bij schapen;Hungry,hɐŋgri, hongerig, uitgehongerd, hunkerend, schraal, onvruchtbaar:A hungry belly has no ears= een hongerige buik heeft geen ooren;Hungry evil= geeuwhonger (bij paarden).Hunk,hɐŋk, homp, groot brok.Hunker,hɐŋkə, conservatief (Am.).Hunks,hɐŋks, vrek.Hunt,hɐnt, subst. (vossen)jacht, troep jagers, jachtgebied;Huntverb. jagen, afjagen, nazetten, najagen, vervolgen, opzoeken:He isout of the huntaltogether= kan heelemaal niet mee;Tohunt down(Tohunt to death) = doodjagen;Tohunt high and low= overal zoeken;They werehunting for riches, etc. = jaagden na;I havehunted it outat length= het eindelijk opgesnord;I have not been able tohunt upthat expression= heb niet kunnen vinden;They wereplaying at hunt the slipper= speelden “slofje onder”;Hunt-counter= jachthond, die het spoor achteruitloopend volgt; slecht jager; beuzelaar;Hunter= jager, jachtpaard, jagershorloge:I amas hungry as a hunter= ik heb een honger als een paard;Hunting= het jagen (op vossen), drijfjacht;Hunting-box= jachthuis;Hunting-crop= jachtzweep;Hunting-horn= jachthoorn;Hunting-horse,Hunting-nag= jachtpaard;Hunting-shirt= jachtvest;Hunting-watch= jachthorloge (met openspringend deksel);Huntress;Huntsman= jager; jachtknecht met de zorg en leiding der honden belast.Hurdle,hɐ̂d’l, subst. horde (waarop vroeger o.a. misdadigers naar de galg werden gesleept), fascine, heining;Hurdle-race= wedren met hindernissen, over heggen.Hurds,hɐ̂dz. ZieHards.Hurdy-gurdy,hɐ̂digɐ̂di, lier (draaiorgel).Hurkaroo,Hurkaru,hɐ̂kərû, loopjongen, koerier (Brit. Indië).Hurl,hɐ̂l, subst. krachtige worp;Hurlverb. slingeren, werpen, (zich) storten op, uitstooten, hethurleyspel spelen;Hurler=hurley-speler;Hurley= hurley, ofhockey-spel.Hurly-burly,hɐ̂libɐ̂li, verwarring, tumult.Huron,hjûrən:Lake Huron.Hurrah,hurâ, subst. en interj. hoera!Hurrahverb. hoera roepen, met hoera’s begroeten =Hurray,hurei.Hurricane,hɐrikein, orkaan;Hurricane-deck= brug-, of bovendek;Hurricane-house=Crow’s nest.Hurry,hɐri, subst. overgroote haast, overijling, verwarring, gewoel; buis voor het lossen van steenkolen uit spoorwagens in schepen;Hurryverb. haasten, drijven, verhaasten, haast maken, overhaasten:There’s no hurry= er is geen haast bij;[262]What is donein a hurryis seldom done well= haastige spoed is zelden goed;Don’t be hurried= haast je maar niet;Tohurry away= wegijlen;We werehurried on by fear= voortgejaagd door;Tohurry onone’s things= zich haastig aankleeden;Hurry up there!= maak daar wat voort;Hurry-scurry(Hurry-skurry), subst. verwarde drukte; adv. verward, haastig.Hurst,hɐ̂st, boschje.Hurt,hɐ̂t, subst. wonde, beleediging, letsel, nadeel;Hurtverb. wonden, kwetsen, benadeelen; zeer doen;Hurtful (to)= nadeelig, schadelijk (voor); subst.Hurtfulness;Hurtless= onschadelijk; onbeschadigd.Hurtle,hɐ̂t’l, krachtig stooten, slingeren; botsen, stooten tegen, kletteren, aanvallen.Hurtleberry,hɐ̂t’lberi. ZieWhortleberry.Husband,hɐzb’nd, subst. echtgenoot, man;Husbandverb. zuinig omgaan met;Husband’s tea= slappe thee;Let ushusband (out) life (time)as much as possible= laten we zoo zuinig mogelijk omgaan;Husbandman= landman, huisman;Husbandry= landbouw, spaarzaamheid, landbouwopbrengst.Hush,hɐš, interj. stil! zwijg!; subst. stilte, rust;Hushverb. stil maken, tot zwijgen brengen, doen bedaren, doodslaan, stil houden, den kop indrukken, stil zijn of worden:We must try tohush it up= moeten trachten het stil te houden, het den kop in te drukken;Hush-money= steekpenning;Hushaby,hɐšəbi, sussen (van kinderen);Hushmush= behoedz. stilzwijgen, “stiekemig”heid.Husk,hɐsk, subst. schil, dop;Huskverb. doppen, wannen, schillen;Husker= pelmachine;Husking= het pellen of doppen;Husking-bee,Husking-frolic= partij van vrienden, om een boer maïs te helpen pellen; het feest daarbij gehouden (Amer.);Huskiness, subst. v.Husky= ruw, vol schillen; krassend, schor.Hussar,huzâ, huzaar.Hussif,hɐzif, necessaire, naaikistje.Hussite,hɐsait,husait, volgeling vanHuss.Hussy,hɐzi, meisje, schalk of ondeugd v. eene meid; slechte vrouw.Husting,hɐstiŋ:Hustings= tribune der candidaten voor het parlement; vroeger geschiedde daarop denominationdoor middel vanshow of hands;Court of Hustings= het Kanselarij-Hof van Oud-Londen.Hustle,hɐs’l, dringen, duwen, door elkaar schudden, zich flink aanpakken:Hustle him= gooi hem er uit.Hut,hɐt, subst. hut, barak, hok;Hutverb. in de barak brengen, in hutten liggen of wonen.Hutch,hɐtš, subst. kist, trog, bak, hok (voor konijnen, etc.), kneedtrog, waschtrog;Hutchverb. in eene kist leggen of bewaren, erts in een trog wasschen.Hux,hɐks, visschen met aan blazen bevestigde haken.Huyg(h)ens,haig’nz.Huzza,huzâ. ZieHurra(h).Hyacinth,haiəsinth, hyacint; adj.Hyacinthian=Hyacinthine.Hyades,haiədîz,Hyads,haiədz, Hyaden, regengesternte.Hyaena,haiînə; ZieHyena.Hyaline,haiəl(a)in, adj. doorschijnend, kristalachtig; subst. glasachtige, doorzichtige stof of oppervlakte; zeespiegel;Hyalite,haiəlait, glasopaal.Hybrid,h(a)ibrid, subst. bastaard(vorm); bastaardwoord; adj. basterd;Hybridism,haibridizm,hibridizm= verbastering;Hybridize,h(a)ibridaiz, verbasteren; adj.Hybridous,h(a)ibridɐs=Hybrid.Hydepark,hai(d)pâk;Hyderabad,haidərəbâd.Hydra,haidrə, hydra, waterslang (myth.), zoetwaterpoliep;Hydra-headed= veelkoppig, zich uitbreidend;Hydra-tainted= vergiftig, doodelijk.Hydrangea,haidranžiə, hortensia.Hydrant,haidr’nt, hydrant.Hydraulic,haidrôlik;Hydraulic-press= hydraulische pers;Hydraulics= hydraulica.Hydriad,haidriəd, waternimf.Hydro,haidrou… (in samenstellingen), water..; inrichting voor watergeneeskunde.Hydrobarometer,haidrəbəromətə, werktuig om door de drukking van het water de diepte te bepalen.Hydrocephalus,haidrəsefəlɐs, waterzucht in het hoofd.Hydrodynamics,haidrədainamiks, hydrodynamica.Hydrogen,haidrədžen, waterstof;Hydrogenize,haidrodžənaiz, met waterstof verbinden;Hydrogenous,haidrodžənɐs, waterstof …, waterstof bevattend.Hydrographer,haidrogrəfə, iemand bekwaam inHydrography,haidrogrəfi, zeebeschrijving, het maken van zeekaarten, enz.Hydrometer,haidromətə, areometer; hydrometer;Hydrometry.Hydropathic,haidrəpathik, hydropathisch; ook subst. =Hydropathic establishment= inrichting voor waterkuur;Hydropathist= hydropaat;Hydropathy= hydropathie, watergeneeskunde, waterkuur.Hydrophobia,haidrəfoubjə, watervrees, hondsdolheid.Hydroplane,haidrəplein, hydroplaan.Hydrops(y),haidrops(i), waterzucht.Hydroscope,haidrəskoup, wateruurwerk.Hydrostatic(al),haidrəstatik(’l), hydrostatisch;Hydrostatics= hydrostatica.Hydrus,haidrəs, eene soort van waterslang; slang (sterrenbeeld in ’t Z. halfrond).Hyena,haiînə, hyena.Hygeia,haidžîə, Hygea.Hygeist,h(a)idžiist, hygiënist;Hygiene,h(a)idžiîn, gezondheidsleer; adj.Hygienic;Hygienics= gezondheidsleer;Hygienist,h(a)idžiənist, hygiënist.Hygrometer,haigromətə, hygrometer;Hygrometry,haigromətri, hygrometrie.Hygroscope,haigrəskoup, hygroscoop.Hymen,haim’n, god des huwelijks, huwelijk; hymen (anatom.);Hymeneal,haimənîəl, subst. en adj. bruiloft(slied).Hymn,him, subst. lied, ode, gezang;Hymnverb. loven, bezingen:National hymn=[263]volkslied;Hymn-book= gezangboek =Hymnal=Hymnology,himnolədži, verzameling of kennis van kerkliederen; verhandeling over dit onderwerp.Hyper,haipə(in samenstellingen), over …, bovenmate …, overdreven …;Hyperbole,haipɐ̂bəlî, hyperbool;Hyperbolic(al),haipəbolik(’l), hyperbolisch;Hyperbolism,haipɐ̂bəlizm, gebruik van hyperbolische uitdrukkingen;Hyperborean,haipəbôriən, subst. en adj. (iemand) tot het uiterste Noorden behoorende; ijskoud (fig.);Hypercritic,haipəkritik, subst. en adj. letterzifter(ig), overkritisch (mensch);Hypercriticism,haipəkritisizm, haarklooverij, letterzifterij;Hypercriticize= haarklooven, muggenziften.Hyperion,haipîrj’n,hipəraiən.Hyphen,haif’n, subst. verbindingsstreepje;Hyphenverb. met een streepje verbinden.Hypnobate,hipnəbeit, slaapwandelaar (Am.);Hypnosis,hipnousis, hypnose;Hypnotic= slaapwekkend (middel), hypnotisch; gehypnotiseerde;Hypnotism= hypnotisme;Hypnotize= hypnotiseeren.Hypochondria,h(a)ipəkondriə, zwaarmoedigheid;Hypochondriac,h(a)ipəkondriək, subst. en adj. zwaarmoedig(persoon);Hypochondriacal,h(a)ipəkondraiək’l, zwaarmoedig.Hypocrisy,hipokrisi, veinzerij, huichelarij;Hypocrite,hipəkrit, huichelaar;Hypocritical= schijnheilig.Hypodermic,h(a)ipədɐ̂mik, onderhuidsch; onderhuidsche inspuiting (met morphine) =Hypodermic injection.Hypogastric,h(a)ipəgastrik, onderlijfs..:Hypogastric region= onderlijf.Hypostasis,h(a)ipostəsis,Hypostasy,haipostəsi, grondslag; Wezen; bezinksel;Hypostatic union,h(a)ipəstatikjûnj’n= vereeniging van God en mensch in Christus.Hypotenuse,h(a)ipotənjûs, hypotenusa.Hypothecate,h(a)ipothikeit, verhypothekeeren;Letter ofhypothecation= pandbrief.Hypothesis,h(a)ipothəsis, hypothese;Hypothesize= vooropstellen, aannemen;Hypothetical= onderstellend, voorwaardelijk.Hyrcania,hɐ̂keinia, Hyrcanië; adj.Hyrcanian.Hyson,hais’n, een soort groene Chineesche thee.Hy-spy,haispai, verstoppertje-spel.Hyssop,hisəp, hysop.Hysteria,histîriə, hysterie;Hysteric,histerik, hysterisch:Hysterics= zenuwaanval:Togo off (fall) into hysterics= het op de zenuwen krijgen;Hysterical= hysterisch.Hysterotomy,histərotəmi, keizersnede.Hythe,haidh.
Houri,hûri,hauri, houri.
Housage,hauzidž, pakhuishuur.
House,haus, huis, woning, armhuis, geslacht, vorstenhuis, kamer v. afgevaardigden, schouwburg, gehoor of toeschouwers, firma; vierkant (op een schaakbord), plaats van een planeet, één twaalfde v. het firmament;Houseverb. onder dak brengen, huizen:There is a house= er is zitting van het Parlement;No house= geen zitting;As safe as a house= bepaald zeker, gewis;Like a house on fire= snel als de wind;The House= de Beurs (in ’t City slang);A house of call= arbeidsbeurs, herberg;House of correction= gevangenis, verbeterhuis;House of God= Godshuis, tempel;House of keys= de 24 leden van hetCourt of Tynwald, een wetgevend lichaam op het eilandMan;Free house= een herberg waarvan de waard vrij is om zijn dranken te koopen bij wie hij wil; tegenoverTied house, een herberg behoorende aan een firma bij wie alle drank gekocht moet worden;His speechbrought down the house= werd stormachtig toegejuicht;The piecedrew a full house= trok veelpubliek;Theyplayed at keeping house= zij speelden huishoudentje;Hekeeps open house= hij ontvangt iedereen, houdt open tafel;Every house has its trial= ieder huisje heeft z’n kruisje;The house was out of windows= het ging er wild langs, het hek was van den dam;House-agent= agent voor het verhuren v. huizen, het ophalen der huur, enz.;House-boat= woonschip (gemeubileerd als zomerverblijf);House-bote= recht om hout te kappen (Jur.);House-breaker= slooper; inbreker;House-breaking= inbraak;House-dog= waakhond;House-duty=House-tax;House-father;House-flag= de bijzondere vlag van een firma;House-flannel= wrijflappen;House-fly= huisvlieg;Household, subst. huisgezin, huishouding; adj. huiselijk, huishoudelijk, alledaagsch:Household bread= gewoon brood;Household brigade= lijfwacht (inf. en cav.);Household franchise(House suffrage) = huismanskiesrecht;Household management= bestuur eener huishouding;Household stuff= huishoudingsartikelen en meubelen;Household troops= de 3 inf. en 3 cav. reg. van de lijfwacht;Household words (songs)= bekende of gemeenzame woorden (liederen);Householder= hoofd van een gezin (huurder of eigenaar);Househunting= het zien van huizen als men wenscht te huren;Housekeep= het huishouden doen (Amer.);Housekeeper= huishoudster;Housekeeping= huishouding, adj. huis …, huishoud …:Housekeeping book= huishoudboek;Housekeeping money= huishoudgeld;Houseleek= huislook;House-line= huizing (scheepst.);Housemaid= dienstmeid, werkmeid;Housemaid’s closet= meidenkamertje;Housemaid’s knee= leewater;House-mate= huisgenoot;House-party= de familie met logé(e)s;House-room= ruimte in een huis, logies in een hotel:I cangive you house-roomtill to-morrow= kan u logeeren;House-sparrow= huismusch;House-steward= intendant;House-surgeon= inwonend chirurg (van een hospitaal);House-tax= belasting op huizen van minstens £ 20 huurwaarde;House-warming= inwijdingsfeestje bij het betrekken van een huis;House-wife,hauswaif, huisvrouw, necessaire of naaikistje (in de laatste beteekenis steedshɐzifuitgesproken);House-wifelygelijk eene huisvrouw, huishoudelijk, spaarzaam;Housewifery,hauswaifri,hɐzifri,hɐzwifri, huishouding, huishoudelijkheid;Houseless= dakloos; subst.Houselessness.
Housing,hauziŋ, herberging, onderdak, transportkosten, pakhuishuur:Housing Bill= Ontwerp Woningwet.
Housing,hauziŋ, dek, schabrak.
Houston,h(j)ûstən.
Houyhnhnm,hwinm,hûinm.
Hove,houv, imperf. vanto heave.
Hovel,hov’l,hɐv’l, subst. hut, afdak voor vee;Hovelverb. in eene schuur plaatsen, onderdak brengen, aanbrengen v. een schoorsteenkap; bergen;Hovel(l)er= berger (persoon en vaartuig).
Hover,hovə,hɐvə, zweven, dralen, weifelen, zwerven.
How,hau, hoe, op welke wijze, hoever;You must do itanyhow and everyhow= hoe dan ook;I did itsomehow= ik heb het op de eene of andere wijze gedaan gekregen;I must sayhow-(de)-do(gemeenz. voorhow-do-you-do)to him= hem goedendag zeggen, groeten, bezoeken;How about your friend= hoe staat het met uw vriend?Howbeit= hoewel, niettegenstaande, echter;However= hoe dan ook, in elk geval, nochtans,[260]echter:However he manages it, I do not know= hoe drommel hij hem dat levert;Howsoever= hoedanig ook, hoe ook.
Howard,hauəd.
Howdah,haudə, overdekte tentvormige zitplaats op den rug v. een olifant.
Howe,hau;Howells,hauəlz.
Howel,hauəl, kuipersschaaf, dissel.
Howes,hauz;Howitt,hauit.
Howitzer,hauitsə, houwitser.
Howker,haukə. ZieHooker.
Howl,haul, subst. gehuil, geschreeuw, kreet, gejank;Howlverb. huilen, janken, brullen, schreeuwen, gieren (van den wind):All the children wereon the full howl= al de kinderen waren zoo hard mogelijk aan het gillen, schreeuwen;Howler= huiler; brulaap, stommiteit:Togo a howler= zwaar verliezen;Howling= akelig, vreeselijk.
Howlet,haulət, uil. ZieOwlet.
Hoy,hôi, subst. soort v. lichter; interj. hei! helà!Hoyman= schuitevaarder.
Hoyden,hôid’n. ZieHoiden.
Hub,hɐb, uitsteeksel, doelwit, gevest, naaf:The universe is large, andhas many hubs= dient velerlei bedoelingen, doeleinden.
Hubble-bubble,hɐb’lbɐb’l, gemompel, warboel; pijp; ZieHookah.
Hubbub,hɐbɐb, verwarring, verward geraas, rumoer;Hubbubboo,hɐbəbû, gejank, gegier, gekerm.
Hubby,hɐbi=Husband.
Hubert,hjûbət.
Huck,hɐk, Donauzalm.
Huckaback,hɐkəbak, groflinnen, oogjesgoed.
Huckle,hɐk’l, heup, bult;Huckle-backed= met ronden rug;Huckleberry,hɐk’lberi, blauwe boschbes;Huckle-bone= bikkel.
Huckster,hɐkstə, subst. venter, kramer, bedrieger;Hucksterverb. schacheren, venten:To bein huckster’s hand= bij den duivel te biecht, voor de haaien;Hucksterage= kleinhandel, kramerij;Hucksteress.
Huddle,hɐd’l, subst. menigte, gedrang;Huddleverb. haastig doen, door elkaar gooien, slordig bij elkaar pakken, opeendringen, aangooien (on), haastig en verward voortdringen:It is allin a huddle= ligt alles door elkaar;Peace washuddled upwith the enemy= er werd een overhaaste vrede met den vijand gesloten;Huddler= knoeier.
Hudibras,hjûdibras.
Hue,hjû, kleur, tint, schakeering; luid geschreeuw:Theyraised the hue and cryafter the thieves= zij zetten de dieven na, schreeuwende: “Houd den dief”;Hued= getint;Huer,hjûə, persoon op eene verhevenheid, die de bewegingen van eene school haringen nagaat en door roepen bekend maakt.
Huff,hɐf, subst. nijdige bui, geraaktheid;Huffverb. opzwellen, rijzen, razen, tieren tegen, blazen (in het damspel):She wasin a huff= had eene booze bui, was geraakt;Totake huff abouta thing= zich geraakt gevoelen;Huffish= boos, aanmatigend, opgeblazen; subst.Huffishness;Huffy=Huffish.
Hug,hɐg, subst. omhelzing, bepaalde manier van vastpakken (bij het worstelen):Hugverb. omhelzen, in de armen drukken, pakken, liefkoozen, vleien, dicht houden aan:Shehugged herself with the ideaof getting rid of him= zij verkneuterde zich in de gedachte;Hehugged his constituents (constituency)= praatte zijne kiezers naar den mond;The shiphugged the shore= hield dicht langs de kust.
Huge,hjûdž, zeer groot, kolossaal; subst.Hugeness.
Hugger-mugger,hɐgəmɐgə, subst. heimelijkheid, geheimhouding; wanorde; adj. geheim, heimelijk; slordig, armzalig.
Huggins,hɐginz;Hugh,hjû;Hughenden,hjûənd’n,hitšənd’n;Hughes,hjûz.
Huguenot,hjûgənot, Hugenoot;Huguenotism.
Hulk,hɐlk, romp v. een afgedankt schip, klomp, plomp mensch:The hulks= oude schepen als gevangenis gebruikt voor galeiboeven, enz.;Hulking= plomp, log, onbeholpen =Hulky.
Hull,hɐl, schil, dop, romp (van een schip):The ship ishull down= het schip is zoo ver verwijderd, dat alleen de masten nog zichtbaar zijn.
Hullabaloo,hɐləbəlû, lawaai, drukte, geschreeuw.
Hulme,hûm.
Hum,hɐm, subst. gegons, gemompel, gebrom, gesnor (van een wiel), sterk aangezet bier, beetnemerij, mop;Humverb. gonzen, snorren, brommen, neuriën, beetnemen:Hum and ha(w)= stotteren, niet uit zijn woorden komen; interj. h’m, hum!I do not likehumming and ha’ing= ik houd niet van die bedekte, ontwijkende antwoorden;Tomake things hum= leven in de brouwerij brengen; doen floreeren. ZieHumming.
Human,hjûm’n, adj. menschelijk, aardsch; mensch;Humane,hjumein, humaan, menschlievend, vriendelijk, zacht:The Royal Human Society= Maatschappij tot Redding van Drenkelingen (gesticht in 1774);Humanism,hjûmənizm, humanisme; menschelijke natuur;Humanist= humanist; adj.Humanistic(al);Humanitarian,hjûmənitêriən, subst. iemand, die gelooft dat Jezus een mensch was; iemand die in de voortgaande volmaking der menschheid gelooft, philanthroop; adj. menschlievend;Humanity,hjumaniti, menschelijkheid, menschheid, menschlievendheid:The Humanities= de klassieke letteren, enz., Humaniora;Humanization, subst. v.Humanize,hjûmən’a’iz, beschaven, veredelen, menschelijk maken;Humankind,hjûmənkaind,hjûmənkaind, de menschheid;Humanly:Humanly speaking= menschelijkerwijs gesproken.
Humble,hɐmb’l, adj. nederig, bescheiden, onderdanig;Humbleverb. vernederen, onderwerpen;Humble-bee= hommel;Humble-mouthed= bescheiden, deemoedig;Humble-pie= pastei van herteningewand (=Humbles) die vroeger het dienstpersoneel kreeg bij jachtmaaltijden:He has eaten humble-pie= hij heeft zoete broodjes gebakken;Humble-plant= kruidjeroermeniet.[261]
Humbug,hɐmbɐg, subst. bedrog, onzin, larie; windmaker, bedrieger;Humbugverb. bedriegen, beetnemen;Humbugger;Humbuggery= bedotterij, bedriegerij, malligheid.
Humdrum,hɐmdrɐm, subst. eentonigheid, gonzend geluid; vervelend mensch; adj. vervelend, eentonig, alledaagsch.
Hume,hjûm.
Humectation,hjûməkteiš’n, bevochtiging.
Humeral,hjûmər’l, schouder …; subst. amictus, priesterl. schouderbedekking tusschen alb en soutane.
Humerus,hjûmərɐs, opperarmbeen.
Humhum,hɐmhɐm, grove gladde wollen stof (Indië).
Humic,hjûmik, humus …:Humic acid= humuszuur.
Humid,hjûmid, vochtig, nattig;Humidity,hjumiditi, vochtigheid =Humidness.
Humiliate,hjumiljeit, vernederen, ootmoedig maken; subst.Humiliation;Humility,hjumiliti, nederigheid, ootmoed.
Humming,hɐmiŋ, gonzend, reusachtig, sterk schuimend, koppig (van bier);Humming-bird= kolibri;Humming-top= bromtol.
Hummock,hɐmək, heuveltje, hoogte; adj.Hummocky.
Hummum,hɐmɐm, Turksch bad.
Humoral,(h)jûmər’l, tot de vochten (des lichaams) behoorend;Humoralism= leer, dat de vochten des lichaams de oorzaken der ziekten zijn, ookHumoral pathologygenoemd.
Humo(u)rist,(h)jûmərist, luimig mensch, spotvogel, humorist;Humorous= geestig, grillig, luimig; subst.Humorousness.
Humour,(h)jûmə, subst. vocht, vochtigheid; temperament, stemming, luim, gril, humor;Humourverb. believen, toegeven:In good humour= goed geluimd;I amout of humour withmyself= ik ben boos op mijzelf;Vitreous humour= glaslichaam;Black humours= kwade sappen;Let himhave his humours= geef hem zijn zin;Childrenmust be humoureda little= men moet kinderen wat toegeven;Humoured= geluimd;Humourless= zonder sappen; nuchter;Humoursome= grillig, humoristisch.
Hump,hɐmp, bult, uitsteeksel;Humpverb. krommen, zich inspannen; het land opjagen:To have the hump= het land hebben;Hump-back= bult, bochel;Hump-backed;Shoulder “humps”= Over … “huup”;Humpy= vol bulten; vervelend.
Humphrey,hɐmfri.
Humpty-Dumpty,hɐm(p)ti-dɐm(p)ti, kort en dik; kleine dikkerd.
Humus,hjûməs, teelaarde, humus.
Hun,hɐn, Hun; adj.Hunnic=Hunnish.
Hunch,hɐnš, subst. bochel, brok, homp, duw;Hunchverb. krommen, duwen, stooten;Hunch-back= gebochelde;Hunchbacked.
Hundred,hɐndrəd, honderd; afdeeling van eencountyofshiremet eigencourt; soms ditcourtzelf =Hundred-court;A hundred guilders= honderd gulden;Three hundred and five= driehonderd vijf;Some hundred= zoowat honderd;Some hundreds (of)= eenige honderden;Hundred-weight= centenaar (112 lbs.; inAmer. 100 lbs.);Hundredfold= honderdvoudig;Hundredth= honderdste.
Hung,hɐŋ, opgehangen;Hung-beef= rookvleesch.
Hungarian,hɐŋgêrj’n, subst. en adj. Hongaar(sch);Hungary,hɐŋgəri, Hongarije:Hungary-water= rosmarijn (reuk)water.
Hunger,hɐŋgə, subst. honger, sterk verlangen, dorst (fig.);Hungerverb. hongeren, hunkeren, uithongeren:Hunger is the best sauce= is de beste kok (saus);A pale, hungered woman;Hunger-bit(ten)= door honger gekweld, uitgehongerd;Hunger-rot= soort v. hongerschurft bij schapen;Hungry,hɐŋgri, hongerig, uitgehongerd, hunkerend, schraal, onvruchtbaar:A hungry belly has no ears= een hongerige buik heeft geen ooren;Hungry evil= geeuwhonger (bij paarden).
Hunk,hɐŋk, homp, groot brok.
Hunker,hɐŋkə, conservatief (Am.).
Hunks,hɐŋks, vrek.
Hunt,hɐnt, subst. (vossen)jacht, troep jagers, jachtgebied;Huntverb. jagen, afjagen, nazetten, najagen, vervolgen, opzoeken:He isout of the huntaltogether= kan heelemaal niet mee;Tohunt down(Tohunt to death) = doodjagen;Tohunt high and low= overal zoeken;They werehunting for riches, etc. = jaagden na;I havehunted it outat length= het eindelijk opgesnord;I have not been able tohunt upthat expression= heb niet kunnen vinden;They wereplaying at hunt the slipper= speelden “slofje onder”;Hunt-counter= jachthond, die het spoor achteruitloopend volgt; slecht jager; beuzelaar;Hunter= jager, jachtpaard, jagershorloge:I amas hungry as a hunter= ik heb een honger als een paard;Hunting= het jagen (op vossen), drijfjacht;Hunting-box= jachthuis;Hunting-crop= jachtzweep;Hunting-horn= jachthoorn;Hunting-horse,Hunting-nag= jachtpaard;Hunting-shirt= jachtvest;Hunting-watch= jachthorloge (met openspringend deksel);Huntress;Huntsman= jager; jachtknecht met de zorg en leiding der honden belast.
Hurdle,hɐ̂d’l, subst. horde (waarop vroeger o.a. misdadigers naar de galg werden gesleept), fascine, heining;Hurdle-race= wedren met hindernissen, over heggen.
Hurds,hɐ̂dz. ZieHards.
Hurdy-gurdy,hɐ̂digɐ̂di, lier (draaiorgel).
Hurkaroo,Hurkaru,hɐ̂kərû, loopjongen, koerier (Brit. Indië).
Hurl,hɐ̂l, subst. krachtige worp;Hurlverb. slingeren, werpen, (zich) storten op, uitstooten, hethurleyspel spelen;Hurler=hurley-speler;Hurley= hurley, ofhockey-spel.
Hurly-burly,hɐ̂libɐ̂li, verwarring, tumult.
Huron,hjûrən:Lake Huron.
Hurrah,hurâ, subst. en interj. hoera!Hurrahverb. hoera roepen, met hoera’s begroeten =Hurray,hurei.
Hurricane,hɐrikein, orkaan;Hurricane-deck= brug-, of bovendek;Hurricane-house=Crow’s nest.
Hurry,hɐri, subst. overgroote haast, overijling, verwarring, gewoel; buis voor het lossen van steenkolen uit spoorwagens in schepen;Hurryverb. haasten, drijven, verhaasten, haast maken, overhaasten:There’s no hurry= er is geen haast bij;[262]What is donein a hurryis seldom done well= haastige spoed is zelden goed;Don’t be hurried= haast je maar niet;Tohurry away= wegijlen;We werehurried on by fear= voortgejaagd door;Tohurry onone’s things= zich haastig aankleeden;Hurry up there!= maak daar wat voort;Hurry-scurry(Hurry-skurry), subst. verwarde drukte; adv. verward, haastig.
Hurst,hɐ̂st, boschje.
Hurt,hɐ̂t, subst. wonde, beleediging, letsel, nadeel;Hurtverb. wonden, kwetsen, benadeelen; zeer doen;Hurtful (to)= nadeelig, schadelijk (voor); subst.Hurtfulness;Hurtless= onschadelijk; onbeschadigd.
Hurtle,hɐ̂t’l, krachtig stooten, slingeren; botsen, stooten tegen, kletteren, aanvallen.
Hurtleberry,hɐ̂t’lberi. ZieWhortleberry.
Husband,hɐzb’nd, subst. echtgenoot, man;Husbandverb. zuinig omgaan met;Husband’s tea= slappe thee;Let ushusband (out) life (time)as much as possible= laten we zoo zuinig mogelijk omgaan;Husbandman= landman, huisman;Husbandry= landbouw, spaarzaamheid, landbouwopbrengst.
Hush,hɐš, interj. stil! zwijg!; subst. stilte, rust;Hushverb. stil maken, tot zwijgen brengen, doen bedaren, doodslaan, stil houden, den kop indrukken, stil zijn of worden:We must try tohush it up= moeten trachten het stil te houden, het den kop in te drukken;Hush-money= steekpenning;Hushaby,hɐšəbi, sussen (van kinderen);Hushmush= behoedz. stilzwijgen, “stiekemig”heid.
Husk,hɐsk, subst. schil, dop;Huskverb. doppen, wannen, schillen;Husker= pelmachine;Husking= het pellen of doppen;Husking-bee,Husking-frolic= partij van vrienden, om een boer maïs te helpen pellen; het feest daarbij gehouden (Amer.);Huskiness, subst. v.Husky= ruw, vol schillen; krassend, schor.
Hussar,huzâ, huzaar.
Hussif,hɐzif, necessaire, naaikistje.
Hussite,hɐsait,husait, volgeling vanHuss.
Hussy,hɐzi, meisje, schalk of ondeugd v. eene meid; slechte vrouw.
Husting,hɐstiŋ:Hustings= tribune der candidaten voor het parlement; vroeger geschiedde daarop denominationdoor middel vanshow of hands;Court of Hustings= het Kanselarij-Hof van Oud-Londen.
Hustle,hɐs’l, dringen, duwen, door elkaar schudden, zich flink aanpakken:Hustle him= gooi hem er uit.
Hut,hɐt, subst. hut, barak, hok;Hutverb. in de barak brengen, in hutten liggen of wonen.
Hutch,hɐtš, subst. kist, trog, bak, hok (voor konijnen, etc.), kneedtrog, waschtrog;Hutchverb. in eene kist leggen of bewaren, erts in een trog wasschen.
Hux,hɐks, visschen met aan blazen bevestigde haken.
Huyg(h)ens,haig’nz.
Huzza,huzâ. ZieHurra(h).
Hyacinth,haiəsinth, hyacint; adj.Hyacinthian=Hyacinthine.
Hyades,haiədîz,Hyads,haiədz, Hyaden, regengesternte.
Hyaena,haiînə; ZieHyena.
Hyaline,haiəl(a)in, adj. doorschijnend, kristalachtig; subst. glasachtige, doorzichtige stof of oppervlakte; zeespiegel;Hyalite,haiəlait, glasopaal.
Hybrid,h(a)ibrid, subst. bastaard(vorm); bastaardwoord; adj. basterd;Hybridism,haibridizm,hibridizm= verbastering;Hybridize,h(a)ibridaiz, verbasteren; adj.Hybridous,h(a)ibridɐs=Hybrid.
Hydepark,hai(d)pâk;Hyderabad,haidərəbâd.
Hydra,haidrə, hydra, waterslang (myth.), zoetwaterpoliep;Hydra-headed= veelkoppig, zich uitbreidend;Hydra-tainted= vergiftig, doodelijk.
Hydrangea,haidranžiə, hortensia.
Hydrant,haidr’nt, hydrant.
Hydraulic,haidrôlik;Hydraulic-press= hydraulische pers;Hydraulics= hydraulica.
Hydriad,haidriəd, waternimf.
Hydro,haidrou… (in samenstellingen), water..; inrichting voor watergeneeskunde.
Hydrobarometer,haidrəbəromətə, werktuig om door de drukking van het water de diepte te bepalen.
Hydrocephalus,haidrəsefəlɐs, waterzucht in het hoofd.
Hydrodynamics,haidrədainamiks, hydrodynamica.
Hydrogen,haidrədžen, waterstof;Hydrogenize,haidrodžənaiz, met waterstof verbinden;Hydrogenous,haidrodžənɐs, waterstof …, waterstof bevattend.
Hydrographer,haidrogrəfə, iemand bekwaam inHydrography,haidrogrəfi, zeebeschrijving, het maken van zeekaarten, enz.
Hydrometer,haidromətə, areometer; hydrometer;Hydrometry.
Hydropathic,haidrəpathik, hydropathisch; ook subst. =Hydropathic establishment= inrichting voor waterkuur;Hydropathist= hydropaat;Hydropathy= hydropathie, watergeneeskunde, waterkuur.
Hydrophobia,haidrəfoubjə, watervrees, hondsdolheid.
Hydroplane,haidrəplein, hydroplaan.
Hydrops(y),haidrops(i), waterzucht.
Hydroscope,haidrəskoup, wateruurwerk.
Hydrostatic(al),haidrəstatik(’l), hydrostatisch;Hydrostatics= hydrostatica.
Hydrus,haidrəs, eene soort van waterslang; slang (sterrenbeeld in ’t Z. halfrond).
Hyena,haiînə, hyena.
Hygeia,haidžîə, Hygea.
Hygeist,h(a)idžiist, hygiënist;Hygiene,h(a)idžiîn, gezondheidsleer; adj.Hygienic;Hygienics= gezondheidsleer;Hygienist,h(a)idžiənist, hygiënist.
Hygrometer,haigromətə, hygrometer;Hygrometry,haigromətri, hygrometrie.
Hygroscope,haigrəskoup, hygroscoop.
Hymen,haim’n, god des huwelijks, huwelijk; hymen (anatom.);Hymeneal,haimənîəl, subst. en adj. bruiloft(slied).
Hymn,him, subst. lied, ode, gezang;Hymnverb. loven, bezingen:National hymn=[263]volkslied;Hymn-book= gezangboek =Hymnal=Hymnology,himnolədži, verzameling of kennis van kerkliederen; verhandeling over dit onderwerp.
Hyper,haipə(in samenstellingen), over …, bovenmate …, overdreven …;Hyperbole,haipɐ̂bəlî, hyperbool;Hyperbolic(al),haipəbolik(’l), hyperbolisch;Hyperbolism,haipɐ̂bəlizm, gebruik van hyperbolische uitdrukkingen;Hyperborean,haipəbôriən, subst. en adj. (iemand) tot het uiterste Noorden behoorende; ijskoud (fig.);Hypercritic,haipəkritik, subst. en adj. letterzifter(ig), overkritisch (mensch);Hypercriticism,haipəkritisizm, haarklooverij, letterzifterij;Hypercriticize= haarklooven, muggenziften.
Hyperion,haipîrj’n,hipəraiən.
Hyphen,haif’n, subst. verbindingsstreepje;Hyphenverb. met een streepje verbinden.
Hypnobate,hipnəbeit, slaapwandelaar (Am.);Hypnosis,hipnousis, hypnose;Hypnotic= slaapwekkend (middel), hypnotisch; gehypnotiseerde;Hypnotism= hypnotisme;Hypnotize= hypnotiseeren.
Hypochondria,h(a)ipəkondriə, zwaarmoedigheid;Hypochondriac,h(a)ipəkondriək, subst. en adj. zwaarmoedig(persoon);Hypochondriacal,h(a)ipəkondraiək’l, zwaarmoedig.
Hypocrisy,hipokrisi, veinzerij, huichelarij;Hypocrite,hipəkrit, huichelaar;Hypocritical= schijnheilig.
Hypodermic,h(a)ipədɐ̂mik, onderhuidsch; onderhuidsche inspuiting (met morphine) =Hypodermic injection.
Hypogastric,h(a)ipəgastrik, onderlijfs..:Hypogastric region= onderlijf.
Hypostasis,h(a)ipostəsis,Hypostasy,haipostəsi, grondslag; Wezen; bezinksel;Hypostatic union,h(a)ipəstatikjûnj’n= vereeniging van God en mensch in Christus.
Hypotenuse,h(a)ipotənjûs, hypotenusa.
Hypothecate,h(a)ipothikeit, verhypothekeeren;Letter ofhypothecation= pandbrief.
Hypothesis,h(a)ipothəsis, hypothese;Hypothesize= vooropstellen, aannemen;Hypothetical= onderstellend, voorwaardelijk.
Hyrcania,hɐ̂keinia, Hyrcanië; adj.Hyrcanian.
Hyson,hais’n, een soort groene Chineesche thee.
Hy-spy,haispai, verstoppertje-spel.
Hyssop,hisəp, hysop.
Hysteria,histîriə, hysterie;Hysteric,histerik, hysterisch:Hysterics= zenuwaanval:Togo off (fall) into hysterics= het op de zenuwen krijgen;Hysterical= hysterisch.
Hysterotomy,histərotəmi, keizersnede.
Hythe,haidh.