Chapter 72

Nipple,nip’l, tepel.Nirvana,nirvâna, Nirwana;Nisan,naisan,nîsân.Nisi Prius,naisai praiəs, (=unless previously), bevelschrift denSheriffgelastend voor eenJuryte zorgen aan hetCourt of Westminster,tenzijdeJudges of Assizeeerder naar zijnCountykomen; bevoegdheid aan dezewritontleend; behandeling van een zaak krachtens dit bevel; civiele zaken door deJudges of Assizebehandeld.Nit,nit, neet (van ongedierte).Nitre,naitə, salpeter;Nitric:Nitric acid;Nitrification= salpetervorming;Nitrify= tot salpeter vormen (worden);Nitrogen, stikstof;Nitro-glycerine;Nitrous:Nitrous acid= salpeterig zuur;Nitry= salpeter …Nix(ie),niks(i), watergeest.Nizam,nizâm,nizam, titel van den vorst van Hyderabad.No,nou, neen, niet; geen; subst. ontkenning, weigering, tegenstemmer, stem tegen:No cards= algemeene kennisgeving;No such matter= geenszins;It isno matter= het kan niets schelen;By no means= in geen geval;Of no use= nutteloos;No!(als uitroep) = och kom! wat je zegt!There is no avoiding it= dat is niet te vermijden;The noes have it= het voorstel is verworpen;Twenty noesand five ayes= twintig stemmen tegen en vijf vóór;The everlasting no= ontkenning van het bovenzinnelijke, de sceptische geest.Noah,nouə, Noach.Nob,nob, knop, kop, hoofd; hooge (oome):Old Nobs= de oude heer;Nobby= prachtig, piekfijn.Nobble,nob’l, beetnemen, bepraten, gappen:Tonobble the favourite= defavouritedoor eenig gift ongeschikt maken om mee te loopen;Nobbler= slag op het hoofd; diefjesmaat.Nobiliary,nəbiljəri, adellijk, adel …; subst. adelboek.Nobility,nəbiliti, adel tot en met deBarons; grootheid:Nobility of soul;Noble,noub’l,[362]edel, grootmoedig, doorluchtig, adellijk, prachtig, statig; subst. edelman; rozenobel (oude munt van 6s.8p.):Nobleman (Noblewoman)= adellijke (man, vrouw);Noble metals= edele metalen;Noble-minded; subst.Noble-mindedness;Nobleness= edelheid, adel (fig.), grootschheid;Nobly-born= van adellijke geboorte.Nobody,noubədi, niemand, nul, proleet:He is a nobody= een nul;They arenobody particular= zij zijn van gewone “kom-af”.Nocake,noukeik, geroosterd maïpoeder.Noctilionid,noktiljənid, Z.-Amer. vleermuis;Noctule,noktjul, spekmuis of rosse vledermuis.Noctograph,noktəgraf, schrijfraam voor blinden; contrôle-instrument voor nachtwachten.Nocturnal,noktɐ̂n’l, nachtelijk;Nocturne,noktɐ̂n,noktɐ̂n, nocturne (muz.).Nocuous,nokjuəs, schadelijk, giftig.Nod,nod, knikken, knikkebollen, slapen, droomen, suffen, toeknikken; subst. knik, wenk:A nod is as good as a wink to a blind horse= een goed verstaander heeft maar een half woord noodig;Togive one a nod= toeknikken;He wasa man to nod to,not to speak with= hij was iemand om op een afstand te kennen en te houden;Henodded approbation, an affirmative, his assent= hij knikte goedkeurend, toestemmend;I hada nodding acquaintancewith him= kende hem eenigszins;Noddy= wankel.Noddy,nodi, domkop; ijseend; soort van zeezwaluw; zieNod.Noddle,nod’l, subst. kop:Cracked in the noddle= niet recht snik.Nodal,noud’l, knoop …;Nodated,nouditid, geknoopt;Node,noud, knoop, knoest, knobbel, spierverharding; verwikkeling, intrigue;Nodose,nədous,noudous, met knoopen of knoesten;Nodosity,nədositi, knoestigheid, knoop;Nodular,nodjulə, knoestig;Nodule,nodjûl, klompje, knoestje, knobbeltje.Nog,nog, houten nagel;Nogverb. met nagels bevestigen.Noggin,nogin, kroes, maat (¼ pint), kop.Nogoism,nougouizm, onmogelijkheid, wat niet gaat.Nohow,nouhau, in geen geval:Tolook nohow= er verloopen, slordig uitzien;Nohowish= onlekker.Noise,nôiz, subst. geraas, getier, leven;Noiseverb. tieren; verspreiden, uitbazuinen:There is a noise abroad= er loopt een gerucht;Noise in the ear= oorsuizen;Hold your noise= schei uit met je lawaai;Hemade a great noisein his time= deed veel van zich spreken;It wasnoised about= rondgebazuind;Noiseless= stil, zonder geraas of geluid; subst.Noiselessness;Noisiness, subst. v.Noisy= druk, lawaaiig, luidruchtig.Noisome,nôisəm, nadeelig, ongezond, walgelijk, stinkend; subst.Noisomeness.Noli me tangere,noulaimîtanžərə, kruidje-roermeniet, gewoon springzaad, ezelskomkommer; een bepaalde huidziekte.Noll,nol.Nomad,nomad,noumad, subst. nomade; adj. nomadisch =Nomadic;Nomadism= zwervend leven;Nomadize= een zwervend leven leiden.Nombril,nombril, navel (Herald.).Nomenclature,noum’nkleitjə, nomenclatuur, naamlijst.Nominal,nomin’l, nominaal:Nominal price;Nominal rank= titulaire rang;Topay a nominal rent= een zeer geringe huur;Nominalism= de leer, dat aan onze begrippen geene werkelijkheid beantwoordt, en zij slechts alsnamenbestaan;Nominalist= aanhanger van deze leer;Nominate,nomineit, benoemen, candidaat stellen, op de voordracht zetten;Nomination= benoeming, candidaatstelling:Tobe in nomination for= voorgedragen worden;Nominative,nominətiv, subst. eerste naamval =Nominative case; adj. daarop betrekkelijk;Nominator= noemer, benoemer;Nominee,nominî, benoemde.Non,non(in samenst.) niet, b.v.Non-ability= onbekwaamheid;Non-acceptance= non-acceptatie;Non-appearance= niet verschijning;Non-arrival= uitblijven (van een trein b.v.);Non-attendance= niet verschijning;Noncom=non compos mentis,non-commissioned officer;A non-commissioned officer(zieWarrant-officer);A non-committal answer= antwoord, waarbij men zich tot niets verbindt, zich niet bloot geeft;Noncon, verkort voorNonconformist=Dissenter, of voorNon-content(=tegenstemmer of stem tegen in het Huis der Lords);Non-conformist= afgescheidene;Non-conformity= afgescheidenheid van de Anglikaansche kerk;Non-delivery= niet bestelling, onbestelbaarheid;Nondescript= abnormaal, onmogelijk, vreemd, zonderling; ook subst.;Nonentity= nul;Nonintoxicants= niet alcoholische dranken;Nonjuring,nondžûriŋ, tot deNonjurorsbehoorende;Nonjuror,nondžûrə,Jacobite, die bij de revolutie van 1688 niet trouw wilde zweren aan de nieuwe regeering;Non-pareil,nonpərel,nonpərel, weergaloos; subst. iets weergaloos; nonpareille drukletter; soort zijden lint, soort appel;Non-payment= niet betaling;That is a non sequitur(sekwitə) = eene onjuiste gevolgtrekking;Non-sexual= geslachtloos;Non-stop= doorgaand;Nonsuit,nonsiût, subst. het opgeven of royeeren v. eene aanklacht wegens een gepleegd verzuim;Nonsuitverb. aanleiding geven tot het opgeven of royeeren.Nonage,noneidž, minderjarigheid;Nonaged.Nonagenarian,nonədžənêriən, 90-jarig(e).Nonagon,nonəgon, negenhoek.Nonce,nons, alléén in:For the nonce= voor dezen keer;Nonce-word= gelegenheidswoord.None,nɐn, subst. en pron. niemand, niets; adj. geen:None of your cheekhere= hou je brutalen mond thuis;None the less= niettemin;He isnone so young either= ook zoo jong niet meer;None too soon= geen oogenblik te vroeg;I amnone the wiser= geen haar wijzer.Nones,nounz, negende dag vóór de Ides.Nonplus,nonplɐs, subst. verlegenheid;[363]moeilijkheid;Nonplusverb. overbluffen, verlegen maken:Tobe at a nonplus;Tocatch on the nonplus= verrassen.Nonsense,nons’ns, onzin, dwaasheid:Iwill stand no nonsense= oppassen asjeblieft!Nonsensical(ness)= ongerijmd(heid), onzinnig(heid).Non(e)such,nɐnsɐtš, subst. weergaloos persoon of zaak; soort van appel.Noodle,nûd’l, uilskuiken, dwaas;Noodles= deeg van tarwemeel, dun gerold en aan reepen gesneden (Amer.).Nook,nuk, hoek, gezellig plekje.Noon,nûn, subst. middag, toppunt; adj. middag..:Noonday= middag;Noonhouse= herberg;Noontide= middag; hoogtepunt; middag..;Nooning= namiddagslaapje, -rust, -maal.Noose,nûs,nûz, subst. lus, strik, schuifknoop;Nooseverb. knoopen, in een strik vangen, verstrikken:Torun oneself into a noose= in de val loopen.Nopal,noup’l, vijgendistel.Nor,nö, noch, en ook niet:Nor I either= en ik ook niet;Nor is this all= en dat is nog niet alles;Much better nor I=danik (plat).Nora(h),norə;The Nore,dhə nö;Norfolk,nöfək.Norm,nöm, norm;Normal,nöm’l, naar den regel, normaal, loodrecht; subst. loodlijn:Normal school= normaalschool;Normality,nömaliti= normaliteit, etc.;Normalize, normaliseeren.Norman,nöm’n, Normandiër:Norman architecture;Normandy= Normandië.Norn(a),nön(ə), Norne, Noorsche schikgodin.Norse,nös, subst. en adj. (Oud-)Noorsch(e taal);Norseman= Noorman.North,Nöth, subst. Noorden; adj. noordelijk;North-east= noordoosten, noordoostelijk;North-eastern= noordoostelijk;North by East= noord ten oosten;North America;North Pole;North-star= noord(pool)ster;North-west= noordwesten, noordwestelijk;North-western= noordwestelijk, noordwestelijke wind;Norther,nödhə, harde, ijzige noordenwind;Northerly,nödhəli, noordelijk;Northern,nödhən, noordelijk, uit het noorden:Northern-lights= Noorderlicht;Northerner,nödhənə, bewoner van het noorden, van de Noord. Staten van Amer.;Northernmost,nödhənmoust, het meest noordelijk gelegen;Northing,nöthiŋ, noordelijke declinatie, afstand naar het noorden;Northman= Noorman;Northward= naar het noorden:To the Northward= benoorden.Northampton,nöthamt’n;Northumberland,nöthɐmbəland;Norway,nöwei, Noorwegen;Norwegian,nöwîdž’n, Noorsch; subst. (bewoner of taal) van Noorwegen;Norwich,noridž.Nose,nouz, neus, reuk, snavel; spion;Noseverb. ruiken, in den neus krijgen, beruiken, trotseeren, door den neus spreken:Bridge (Point) of the nose;Nose of wax= meegaand persoon;You had bestfollow your nose= rechtuit te gaan;As plain as the nose on one’s face= zoo klaar als een klontje;Tocut the nose off one’s own face= zijn aangezicht schenden (fig.);All my lifemy nose was kept to the grindstone= heb ik hard moeten werken;You canlead them by the nose= blindelings leiden of doen volgen;Topay through the nose= duur betalen, duur te staan komen;That hasput his nose out of joint= hem den voet gelicht;When the baby camethe little boy’s nose was put out of joint= was de kleine jongen “Benjamin-af”;Tosnap a person’s nose off= afsnauwen;Hespeaks in the nose= spreekt door den neus;Hethrusts (puts, shoves) his nose into everything= steekt zijn neus in alles, bemoeit zich met alles;Heturned up his nose at it= hij trok er zijn neus voor op;Heput his thumb to his nose= bracht … aan (ook als teeken van minachting);Hedid it under my very nose= hij deed het waar ik bij was;Nose-bag= voederzak (van een paard); in kellner’sslang: bezoeker die zijn eigen mondvoorraad meebrengt:The British Museum reading-room ismade a nose-bag ofby many= velen gaan naar de leeszaal van het B. M. om warm onder dak te zijn;Nose-band= neusriem;Nose-bleed= gemeen duizendblad;Nose-gay= ruiker;Nosehole= neusgat;Nose-piece= neusriem; mondstuk; objectief uiteinde van een microsc.;Nose-ring= ring door den neus;Nosed:Flat nosed= met een platten neus;Noseless= zonder neus;Nosing= vooruitstekende rand van lijstwerk.Nostalgia,nostaldžə, heimwee (naar =for);Nostalgic= heimwee hebbend.Nostril,nostril, neusgat.Nostrum,nostr’m, kwakzalversmiddel.Nosy,nouzi, met grooten neus.Not,not, niet:Not at all= geenszins, integendeel;Not by a very long way= geenszins;Not in the least= in het minst niet;Not if I know it= ik denk er niet aan, het komt niet bij mij op;Will they do it?Not they= ’t mocht wat, dat kun je begrijpen.Notabene,nouta bînî.Notability,noutəbiliti, merkwaardigheid, gewichtigheid; notabele;Notable,noutəb’l, merkwaardig, aanzienlijk, groot, uitstekend, bekend, berucht, flink (v. huisvr.=notable); subst. kopstuk, notabele:Assembly of Notables= afgevaardigden van Frankrijk (1787); subst.Notableness.Notalgia,nətaldžə, pijn in den rug.Notarial,nətêriəl, notariëel;Notary,noutəri, notaris =Notary public=Public notary.Notation,nouteiš’n, aanteekening, opschrijving, notatie.Notch,notš, subst. kerf, inkeping, keep, gergel; bergpas (Amer.);Notchverb. kerven, inkepen, opschrijven:The stick wasnotched acrossat regular distances= over den stok waren op gelijken afstand inkepingen gemaakt;Notch-board= wang van een trap.Note,nout, subst. opmerking, bekendheid, beteekenis, belang, (verklarende) aanteekening, uitlegging, briefje, mededeeling, nota, rekening, orderbriefje, promesse (ook:Note of hand), toon, noot;Noteverb. aanteekenen,[364]letten op, nota of notitie nemen van, aanteekeningen maken, laten protesteeren:Note of charges= onkosten-nota;Note of exclamation (interrogation);A thingworthyofnote= merkwaardig iets;He is a manof note= man van aanzien en gewicht;As per note= volgens nota;Wecompared notes together= wij vergeleken onze bevindingen;Tomake a note of= aanteekenen;Totake notes= aanteekeningen maken;Totake no note(of it) = geen nota nemen van, niet letten op;Note-book= aanteekenboek;Note-paper= klein formaat schrijfpapier;Note-shaver= iemand, die tegen buitensporige rente wissels disconteert, enz.; maker van valsche bankbiljetten;Noteworthiness, subst. v.Noteworthy,noutwɐ̂dhi, merkwaardig;He is anoted general= vermaard;Notedness= vermaardheid.Nothing,nɐthiŋ, subst. niets, kleinigheid, nul, prul:For nothing= te vergeefs;Next to nothing= zoo goed als niets;Nothing at all= in ’t geheel niets;The piece wasnothing like so wittyas I expected= het leek er niet op, dat;There was nothing for itbut to get out= er zat niets anders op dan;Tohave nothing on= niets aan hebben;That’s nothing to me= dat kan mij niet schelen;He is nothing to us= we hebben niets met hem te maken;There’s nothing in it= dat beteekent niets, is van geen belang;I will have nothing to say to you= niets met u te maken hebben;It is nothing to be inquired into= het is de moeite niet waard, er onderzoek naar te doen;Things havecome to nothing= er is niets van gekomen;Ican make nothing of it= kan er niet uit wijs worden;Nothing venture,nothing have= wie niet waagt, die niet wint;Nothingness= waardeloosheid.Notice,noutis, subst. opmerking, aandacht, acht, hoede, kennisgeving, waarschuwing, aankondiging, recensie;Noticeverb. opmerken, waarnemen, notitie nemen van, vermelden, bespreken, recenseeren, eerbied bewijzen:Toescape notice= onbekend (onopgemerkt) blijven;Hegave me notice(toleave,toquit) = hij heeft me de huur (den dienst) opgezegd;Have yougiven noticeas yet? = hebt ge u al (voor ’t examen) aangegeven;The child takes notice in a wonderful way= krijgt al merkwaardig veel “weet”;At a moment’s notice= onmiddellijk;At (a) short notice= op korten termijn;Wenoticed the work in last week’s issue= hebben in ons nummer van de vorige week besproken;Do not notice me= doe maar alsof ik er niet ben, let niet op mij;I had no opportunity ofnoticing this to you= u hierop opmerkzaam te maken;Notice-board= aanplakbord;Notice-paper= agenda;Noticeable= opvallend, opmerkenswaard:Actresses generally go about withnoticeable dress= zijn nogal dikwijls opzichtig gekleed.Notification,noutifikeiš’n, kennisgeving, verwittiging, mededeeling, het beteekenen (van een vonnis);Notify,noutifai, bekend maken, verwittigen, kond doen.Notion,nouš’n, begrip, denkbeeld, neiging (Notions= kleinigheden, snuisterijen)(Amer.):He hasn’t a notion of doing it= denkt er niet aan;I had no notion of it= ik had er geen flauw idee van;Notional= denkbeeldig, droomerig, begrips …:Notional words= begripsnamen.Notoriety,noutəraiiti, algemeene bekendheid, beruchtheid, onloochenbare zekerheid; bekende persoonlijkheid;Notorious,nətôriəs, bekend, berucht:A notorious burglar= berucht inbreker; subst.Notoriousness.Notturno,notɐ̂nou, nocturne (muz.).Notus,noutəs, Zuiden (of Z. W.) wind.Not-wheat,notwît, ongebaarde tarwe.Notwithstanding,notwidhstandiŋ, niettegenstaande:Notwithstanding that= ofschoon.Nougat,nûgâ, noga.Nought,nôt. ZieNaught.Noun,naun, zelfstandig naamwoord:Proper noun= eigennaam.Nourish,nɐriš, voeden, grootbrengen, koesteren;Nourishable= wat gekweekt of gevoed kan worden;Nourisher;Nourishing= voedzaam;Nourishment= voeding, voedsel.Nous,naus,nûs, verstand; helderheid:Youneed all your nousfor that= daar mag je “de vijf” wel goed voor bij elkaar hebben;Nous-box= “kop”, kersepit.Nova Scotia,nouvəskoušə, Nieuw Schotland;Nova Zembla,nouvəzemblə.Novel,nov’l, subst. roman, novelle (Jur.); adj. nieuw, ongewoon:Thepurpose novel= tendenzroman;A novel point= een nieuw gezichtspunt;A novel-writer= romanschrijver;Novelette,novəlet, novelle;Novelist= romanschrijver;Novelistic= roman..;Novelty= nieuwigheid, nieuw artikel:That isquite a novelty= dat is wat nieuws.November,nəvembə, November.Novice,novis, nieuweling, beginner, novice (klooster);Noviciate,Novitiate,nəvišieit, leertijd, proeftijd (in een klooster), novitiaat.Now,nau, nu, thans:Now… now…= nu eens … dan weer…;Now and again= telkens;Now and then= nu en dan;Every now and then= telkens;Before now= reeds vroeger;By now= op dit oogenblik;But (Even) now= net nog;Just now= zooeven;Till now= tot nu toe;Don’t spill oil on my dress, now= zeg er eens, mors nu geen olie op mijne japon;Now, the weather being nice= aangezien het weer mooi was;He said so.Did he now?= och kom!I shan’t tell you,So now!= basta!Sure now?= Heusch? (Iersch);Now for it!= nu moet het maar wezen;Now for them!= laten ze nu maar komen!Now that= daar nu, omdat;Nowadays,nauədeiz, heden ten dage.Noway(s),nouwei(z), geenszins.Nowhere,nouwêə, nergens:Now that he has lost his property,he is nowhere= beteekent hij niets meer;My horse was nowhere= verloor het royaal, viel geheel uit;His new play is nowhere= trekt geen publiek;It is nowhere by comparison= haalt er niet bij;Nowhither,nouwidhə, nergensheen;Nowise,nouwaiz, op geenerlei wijze.Noxious,nokšəs, schadelijk, verderfelijk, ongezond; subst.Noxiousness.[365]Noyau,Fr. uitspr.persico.Nozzle,noz’l, pijp, mondstuk, snuit; neus.Nub,nɐb, knobbel; adj.Nubbly.Nubia,njûbjə, Nubië; wollen netje (hoofdbedekking voor Amer. dames);Nubian= Nubiër, negerslaaf.Nubile,njûbil, huwbaar.Nucleus,njûkliəs, kern, grondslag.Nude,njûd, naakt, bloot, kaal; ongeldig:The nude= het naakte (lichaam);Nudeness=Nudity.Nudge,nɐdž, subst. duwtje;Nudgeverb. eventjes aanstooten:He nudged me (with his elbow)= hij gaf me een duwtje (met den elleboog), stootte mij aan.Nudity,njûditi, naaktheid.Nugatory,njûgətəri, beuzelachtig, waardeloos.Nugget,nɐgət, klomp edel metaal.Nuisance,njûs’ns, plaag, last, burengerucht:What a nuisance= dat is vervelend;Don’t be a nuisance= hinder me zoo niet;Commit no nuisance!= verontreiniging van deze plaats is verboden.Null,nɐl, krachteloos, nietig, ongeldig; subst. nul:Some voting-papers were null= van onwaarde;Nullification= vernietiging, nietigverklaring;-ify,nɐlifai, van nul en geener waarde maken;Nullity= ongeldigheid.Nullah,nɐla, kanaal, droge stroom, bedding (Brit. Ind.).Numb,nɐm, adj. verstijfd, verkleumd, verdoofd;Numbverb. verdooven, verstijven; subst.Numbness.Number,nɐmbə, subst. getal, nummer, menigte, (vers)maat;Numberverb. rekenen, nummeren, (op)tellen, bedragen:Numbers= verzen, poëzie; Numeri;Tolook well after number one= voor zichzelf zorgen;Out of (Without) number= talloos;To the number of40= ten getale;In great numbers= in gr. getale;It’s the numbers that pay= slechts bij grooten omzet is winst te behalen;Number off= nummert u! (mil.);They can benumbered on the fingers of one hand= zij zijn op de vingers te tellen;Numberer;Numberless= talloos.Numbles,nɐmb’lz, ingewand van een hert.Numerable,njûmərəb’l, telbaar;Numeral, subst. telwoord, getalteeken; adj. tot een telwoord behoorende, een getal aanduidend;Numerary= in een zeker getal begrepen;Numeration= het tellen;Numerate,njûməreit, tellen, rekenen;Numerator,njûməreitə, teller;Numerical,njumerik’l:Numerical difference= verschil in getal;Numerical frame= rekenmachine;Numero= nummer;Numerous= talrijk; subst.Numerousness.Numidia,njumidjə, Numidië;Numidian= Numidiër, Numidisch.Numismatic,njûmizmatik, penning - -, munt - -;Numismatics= penningkunde;Numismatist,njûmizmətist, penningkundige.Numskull,nɐmskɐl, uilskuiken;Numskulled= dom.Nun,nɐn, non; nonnetje (een zaagbek-eend):Nun’s veiling= soort voile-stof;Nunnery= nonnenklooster.Nuncheon,nɐnš’n; ZieLuncheon.Nunciature,nɐnšiətjuə, ambt of woning van eenNuncio,nɐnšiou, pauselijk gezant, nuntius.Nuncle,nɐŋk’l=Uncle.Nuncupative,nɐŋkjupətiv,Nuncupatory,nɐŋkjupətəri, mondeling:A nuncupatory will= mondeling gemaakt testament.Nundinal,nɐndin’l,Nundinary,nɐndin’ri, jaarmarkt - -:Nundinary laws.Nuneaton,nɐnîtən,nɐnətən.Nuphar,njûfə,njûfâ, gele waterlelie of plomp.Nuptial,nɐpš’lhuwelijks.…:Nuptial benediction= huwelijksinzegening;Nuptial tie= huwelijksband;Nuptials= huwelijk, bruiloft.Nuremberg,njûr’mbɐ̂g, Neurenberg.Nurse,nɐ̂s, subst. pleegzuster; baker (=Dry nurse, ofMonthly nurse); min (=Wet nurse); kindermeid, “juffrouw”; kweeker, verzorger;Nurseverb. zoogen, grootbrengen, oppassen, koesteren, streelen, strijken, sparen, dicht blijven bij:The child wasat nurse,wasput out to nurse= het kind was, werd bij eene min uitbesteed;Heput out his income to nurseand accumulate= zette op rente;He understandsthe art of nursing= om ze warm te houden (bilj.);He nursed his capital= was spaarzaam, leefde zuinig;You mustnurse your cold= wat doen tegen;Tonurse one’s face= de handen voor het gezicht houden;Henursed his leg= hij zat met over elkaar geslagen of hoog opgetrokken knieën;Nurse-girl= kindermeisje;Nurse-maid;Nurse-pond= vijver voor vischcultuur;Nursery= kinderkamer; kweekerij (van planten); wedstrijd voor 2 jarige paarden;Nursery-cannon= kanonnetje uit de speelgoeddoos;Nursery-gardener= gardenier, kweeker;Nursery-governess= kinderjuffrouw;Nursery-man= kweeker, gardenier;Nursery-plant= stekje;Nursery-rhyme= kinderversje;Nursery-tale= sprookje;Nursing-bottle= zuigflesch;Nursling= voedsterling, lieveling.Nurture,nɐ̂tšə, subst. het voeden of grootbrengen, voeding, voedsel, opvoeding;Nurtureverb. voeden, grootbrengen, opvoeden.Nustle,nɐs’l=Nuzzle.Nut,nɐt, subst. noot, hazelnoot, moer, neut (van een anker), fat, dandy, nootjeskool, kop;Nutverb. noten plukken:He isas close as a nut= zoo dicht als een pot;As sweet as a nut= als uit een doosje;Hard nuts to crack (tackle);I have a nut to crackwith you= appeltje met je te schillen;That is nuts to me= een kolfje naar mijn hand;It is nutsto read that letter= het is een genot;She isdead nuts on him= smoorlijk verliefd op;Juggles, the policeman, isdead nuts onpoachers= is fel op;You are alwaysdead nuts onthat school= je geeft altijd af op die inrichting;He isoff his nut= gek;Nut-brown= licht bruin;Nut-cracker(s)= notenkraker; ingevallen mond;Nut-gall= galappel;Nut-hatch= boomklever;Nut-hook= notenhaak; dievenvanger;Nut-key= schroevensleutel;Nutmeg= notenmuskaat;Nutmeg-grater= notenmuskaat-raspje;[366]Nutmeg-oil= muskaatolie;Nutshell= notedop (ookfig.):The worldin a nutshell= de wereld in een doosje;The whole matterlies in a nutshell= is doodeenvoudig;Nut-tree;Nut-wood= notenboomhout;Nutter= notenplukker;Nutting:Togo a-nutting= gaan noten plukken;Nutty= vol noten, als noten smakende; lief.Nutrient,njûtriənt, voedend; subst. voedende stof;Nutriment,njûtriment, voedsel:Nutrimental,njûtriment’l, voedend;Nutrition= voeding, voedsel, voedingswaarde;Nutritious= voedzaam; subst.Nutritiousness;Nutritive= voedzaam; subst.Nutritiveness.Nuzzer,nɐzə, een geschenk aan een superieur (Brit. Ind.).Nuzzle,nɐz’l, met den neus omwroeten (zooals een varken), met den neus wrijven tegen, een ring door den neus trekken, liefkoozen, het hoofd verbergen in moeders schoot (als een kind); met het hoofd voorover loopen.Nymph,nimf, nimf; jonge schoone;Nymph-likeofNymphly= als eene nimf;Nymphaea,nimfîə, witte plomp;Nymphean,nimfîən, nimfachtig =Nymphical=Nymphish.

Nipple,nip’l, tepel.Nirvana,nirvâna, Nirwana;Nisan,naisan,nîsân.Nisi Prius,naisai praiəs, (=unless previously), bevelschrift denSheriffgelastend voor eenJuryte zorgen aan hetCourt of Westminster,tenzijdeJudges of Assizeeerder naar zijnCountykomen; bevoegdheid aan dezewritontleend; behandeling van een zaak krachtens dit bevel; civiele zaken door deJudges of Assizebehandeld.Nit,nit, neet (van ongedierte).Nitre,naitə, salpeter;Nitric:Nitric acid;Nitrification= salpetervorming;Nitrify= tot salpeter vormen (worden);Nitrogen, stikstof;Nitro-glycerine;Nitrous:Nitrous acid= salpeterig zuur;Nitry= salpeter …Nix(ie),niks(i), watergeest.Nizam,nizâm,nizam, titel van den vorst van Hyderabad.No,nou, neen, niet; geen; subst. ontkenning, weigering, tegenstemmer, stem tegen:No cards= algemeene kennisgeving;No such matter= geenszins;It isno matter= het kan niets schelen;By no means= in geen geval;Of no use= nutteloos;No!(als uitroep) = och kom! wat je zegt!There is no avoiding it= dat is niet te vermijden;The noes have it= het voorstel is verworpen;Twenty noesand five ayes= twintig stemmen tegen en vijf vóór;The everlasting no= ontkenning van het bovenzinnelijke, de sceptische geest.Noah,nouə, Noach.Nob,nob, knop, kop, hoofd; hooge (oome):Old Nobs= de oude heer;Nobby= prachtig, piekfijn.Nobble,nob’l, beetnemen, bepraten, gappen:Tonobble the favourite= defavouritedoor eenig gift ongeschikt maken om mee te loopen;Nobbler= slag op het hoofd; diefjesmaat.Nobiliary,nəbiljəri, adellijk, adel …; subst. adelboek.Nobility,nəbiliti, adel tot en met deBarons; grootheid:Nobility of soul;Noble,noub’l,[362]edel, grootmoedig, doorluchtig, adellijk, prachtig, statig; subst. edelman; rozenobel (oude munt van 6s.8p.):Nobleman (Noblewoman)= adellijke (man, vrouw);Noble metals= edele metalen;Noble-minded; subst.Noble-mindedness;Nobleness= edelheid, adel (fig.), grootschheid;Nobly-born= van adellijke geboorte.Nobody,noubədi, niemand, nul, proleet:He is a nobody= een nul;They arenobody particular= zij zijn van gewone “kom-af”.Nocake,noukeik, geroosterd maïpoeder.Noctilionid,noktiljənid, Z.-Amer. vleermuis;Noctule,noktjul, spekmuis of rosse vledermuis.Noctograph,noktəgraf, schrijfraam voor blinden; contrôle-instrument voor nachtwachten.Nocturnal,noktɐ̂n’l, nachtelijk;Nocturne,noktɐ̂n,noktɐ̂n, nocturne (muz.).Nocuous,nokjuəs, schadelijk, giftig.Nod,nod, knikken, knikkebollen, slapen, droomen, suffen, toeknikken; subst. knik, wenk:A nod is as good as a wink to a blind horse= een goed verstaander heeft maar een half woord noodig;Togive one a nod= toeknikken;He wasa man to nod to,not to speak with= hij was iemand om op een afstand te kennen en te houden;Henodded approbation, an affirmative, his assent= hij knikte goedkeurend, toestemmend;I hada nodding acquaintancewith him= kende hem eenigszins;Noddy= wankel.Noddy,nodi, domkop; ijseend; soort van zeezwaluw; zieNod.Noddle,nod’l, subst. kop:Cracked in the noddle= niet recht snik.Nodal,noud’l, knoop …;Nodated,nouditid, geknoopt;Node,noud, knoop, knoest, knobbel, spierverharding; verwikkeling, intrigue;Nodose,nədous,noudous, met knoopen of knoesten;Nodosity,nədositi, knoestigheid, knoop;Nodular,nodjulə, knoestig;Nodule,nodjûl, klompje, knoestje, knobbeltje.Nog,nog, houten nagel;Nogverb. met nagels bevestigen.Noggin,nogin, kroes, maat (¼ pint), kop.Nogoism,nougouizm, onmogelijkheid, wat niet gaat.Nohow,nouhau, in geen geval:Tolook nohow= er verloopen, slordig uitzien;Nohowish= onlekker.Noise,nôiz, subst. geraas, getier, leven;Noiseverb. tieren; verspreiden, uitbazuinen:There is a noise abroad= er loopt een gerucht;Noise in the ear= oorsuizen;Hold your noise= schei uit met je lawaai;Hemade a great noisein his time= deed veel van zich spreken;It wasnoised about= rondgebazuind;Noiseless= stil, zonder geraas of geluid; subst.Noiselessness;Noisiness, subst. v.Noisy= druk, lawaaiig, luidruchtig.Noisome,nôisəm, nadeelig, ongezond, walgelijk, stinkend; subst.Noisomeness.Noli me tangere,noulaimîtanžərə, kruidje-roermeniet, gewoon springzaad, ezelskomkommer; een bepaalde huidziekte.Noll,nol.Nomad,nomad,noumad, subst. nomade; adj. nomadisch =Nomadic;Nomadism= zwervend leven;Nomadize= een zwervend leven leiden.Nombril,nombril, navel (Herald.).Nomenclature,noum’nkleitjə, nomenclatuur, naamlijst.Nominal,nomin’l, nominaal:Nominal price;Nominal rank= titulaire rang;Topay a nominal rent= een zeer geringe huur;Nominalism= de leer, dat aan onze begrippen geene werkelijkheid beantwoordt, en zij slechts alsnamenbestaan;Nominalist= aanhanger van deze leer;Nominate,nomineit, benoemen, candidaat stellen, op de voordracht zetten;Nomination= benoeming, candidaatstelling:Tobe in nomination for= voorgedragen worden;Nominative,nominətiv, subst. eerste naamval =Nominative case; adj. daarop betrekkelijk;Nominator= noemer, benoemer;Nominee,nominî, benoemde.Non,non(in samenst.) niet, b.v.Non-ability= onbekwaamheid;Non-acceptance= non-acceptatie;Non-appearance= niet verschijning;Non-arrival= uitblijven (van een trein b.v.);Non-attendance= niet verschijning;Noncom=non compos mentis,non-commissioned officer;A non-commissioned officer(zieWarrant-officer);A non-committal answer= antwoord, waarbij men zich tot niets verbindt, zich niet bloot geeft;Noncon, verkort voorNonconformist=Dissenter, of voorNon-content(=tegenstemmer of stem tegen in het Huis der Lords);Non-conformist= afgescheidene;Non-conformity= afgescheidenheid van de Anglikaansche kerk;Non-delivery= niet bestelling, onbestelbaarheid;Nondescript= abnormaal, onmogelijk, vreemd, zonderling; ook subst.;Nonentity= nul;Nonintoxicants= niet alcoholische dranken;Nonjuring,nondžûriŋ, tot deNonjurorsbehoorende;Nonjuror,nondžûrə,Jacobite, die bij de revolutie van 1688 niet trouw wilde zweren aan de nieuwe regeering;Non-pareil,nonpərel,nonpərel, weergaloos; subst. iets weergaloos; nonpareille drukletter; soort zijden lint, soort appel;Non-payment= niet betaling;That is a non sequitur(sekwitə) = eene onjuiste gevolgtrekking;Non-sexual= geslachtloos;Non-stop= doorgaand;Nonsuit,nonsiût, subst. het opgeven of royeeren v. eene aanklacht wegens een gepleegd verzuim;Nonsuitverb. aanleiding geven tot het opgeven of royeeren.Nonage,noneidž, minderjarigheid;Nonaged.Nonagenarian,nonədžənêriən, 90-jarig(e).Nonagon,nonəgon, negenhoek.Nonce,nons, alléén in:For the nonce= voor dezen keer;Nonce-word= gelegenheidswoord.None,nɐn, subst. en pron. niemand, niets; adj. geen:None of your cheekhere= hou je brutalen mond thuis;None the less= niettemin;He isnone so young either= ook zoo jong niet meer;None too soon= geen oogenblik te vroeg;I amnone the wiser= geen haar wijzer.Nones,nounz, negende dag vóór de Ides.Nonplus,nonplɐs, subst. verlegenheid;[363]moeilijkheid;Nonplusverb. overbluffen, verlegen maken:Tobe at a nonplus;Tocatch on the nonplus= verrassen.Nonsense,nons’ns, onzin, dwaasheid:Iwill stand no nonsense= oppassen asjeblieft!Nonsensical(ness)= ongerijmd(heid), onzinnig(heid).Non(e)such,nɐnsɐtš, subst. weergaloos persoon of zaak; soort van appel.Noodle,nûd’l, uilskuiken, dwaas;Noodles= deeg van tarwemeel, dun gerold en aan reepen gesneden (Amer.).Nook,nuk, hoek, gezellig plekje.Noon,nûn, subst. middag, toppunt; adj. middag..:Noonday= middag;Noonhouse= herberg;Noontide= middag; hoogtepunt; middag..;Nooning= namiddagslaapje, -rust, -maal.Noose,nûs,nûz, subst. lus, strik, schuifknoop;Nooseverb. knoopen, in een strik vangen, verstrikken:Torun oneself into a noose= in de val loopen.Nopal,noup’l, vijgendistel.Nor,nö, noch, en ook niet:Nor I either= en ik ook niet;Nor is this all= en dat is nog niet alles;Much better nor I=danik (plat).Nora(h),norə;The Nore,dhə nö;Norfolk,nöfək.Norm,nöm, norm;Normal,nöm’l, naar den regel, normaal, loodrecht; subst. loodlijn:Normal school= normaalschool;Normality,nömaliti= normaliteit, etc.;Normalize, normaliseeren.Norman,nöm’n, Normandiër:Norman architecture;Normandy= Normandië.Norn(a),nön(ə), Norne, Noorsche schikgodin.Norse,nös, subst. en adj. (Oud-)Noorsch(e taal);Norseman= Noorman.North,Nöth, subst. Noorden; adj. noordelijk;North-east= noordoosten, noordoostelijk;North-eastern= noordoostelijk;North by East= noord ten oosten;North America;North Pole;North-star= noord(pool)ster;North-west= noordwesten, noordwestelijk;North-western= noordwestelijk, noordwestelijke wind;Norther,nödhə, harde, ijzige noordenwind;Northerly,nödhəli, noordelijk;Northern,nödhən, noordelijk, uit het noorden:Northern-lights= Noorderlicht;Northerner,nödhənə, bewoner van het noorden, van de Noord. Staten van Amer.;Northernmost,nödhənmoust, het meest noordelijk gelegen;Northing,nöthiŋ, noordelijke declinatie, afstand naar het noorden;Northman= Noorman;Northward= naar het noorden:To the Northward= benoorden.Northampton,nöthamt’n;Northumberland,nöthɐmbəland;Norway,nöwei, Noorwegen;Norwegian,nöwîdž’n, Noorsch; subst. (bewoner of taal) van Noorwegen;Norwich,noridž.Nose,nouz, neus, reuk, snavel; spion;Noseverb. ruiken, in den neus krijgen, beruiken, trotseeren, door den neus spreken:Bridge (Point) of the nose;Nose of wax= meegaand persoon;You had bestfollow your nose= rechtuit te gaan;As plain as the nose on one’s face= zoo klaar als een klontje;Tocut the nose off one’s own face= zijn aangezicht schenden (fig.);All my lifemy nose was kept to the grindstone= heb ik hard moeten werken;You canlead them by the nose= blindelings leiden of doen volgen;Topay through the nose= duur betalen, duur te staan komen;That hasput his nose out of joint= hem den voet gelicht;When the baby camethe little boy’s nose was put out of joint= was de kleine jongen “Benjamin-af”;Tosnap a person’s nose off= afsnauwen;Hespeaks in the nose= spreekt door den neus;Hethrusts (puts, shoves) his nose into everything= steekt zijn neus in alles, bemoeit zich met alles;Heturned up his nose at it= hij trok er zijn neus voor op;Heput his thumb to his nose= bracht … aan (ook als teeken van minachting);Hedid it under my very nose= hij deed het waar ik bij was;Nose-bag= voederzak (van een paard); in kellner’sslang: bezoeker die zijn eigen mondvoorraad meebrengt:The British Museum reading-room ismade a nose-bag ofby many= velen gaan naar de leeszaal van het B. M. om warm onder dak te zijn;Nose-band= neusriem;Nose-bleed= gemeen duizendblad;Nose-gay= ruiker;Nosehole= neusgat;Nose-piece= neusriem; mondstuk; objectief uiteinde van een microsc.;Nose-ring= ring door den neus;Nosed:Flat nosed= met een platten neus;Noseless= zonder neus;Nosing= vooruitstekende rand van lijstwerk.Nostalgia,nostaldžə, heimwee (naar =for);Nostalgic= heimwee hebbend.Nostril,nostril, neusgat.Nostrum,nostr’m, kwakzalversmiddel.Nosy,nouzi, met grooten neus.Not,not, niet:Not at all= geenszins, integendeel;Not by a very long way= geenszins;Not in the least= in het minst niet;Not if I know it= ik denk er niet aan, het komt niet bij mij op;Will they do it?Not they= ’t mocht wat, dat kun je begrijpen.Notabene,nouta bînî.Notability,noutəbiliti, merkwaardigheid, gewichtigheid; notabele;Notable,noutəb’l, merkwaardig, aanzienlijk, groot, uitstekend, bekend, berucht, flink (v. huisvr.=notable); subst. kopstuk, notabele:Assembly of Notables= afgevaardigden van Frankrijk (1787); subst.Notableness.Notalgia,nətaldžə, pijn in den rug.Notarial,nətêriəl, notariëel;Notary,noutəri, notaris =Notary public=Public notary.Notation,nouteiš’n, aanteekening, opschrijving, notatie.Notch,notš, subst. kerf, inkeping, keep, gergel; bergpas (Amer.);Notchverb. kerven, inkepen, opschrijven:The stick wasnotched acrossat regular distances= over den stok waren op gelijken afstand inkepingen gemaakt;Notch-board= wang van een trap.Note,nout, subst. opmerking, bekendheid, beteekenis, belang, (verklarende) aanteekening, uitlegging, briefje, mededeeling, nota, rekening, orderbriefje, promesse (ook:Note of hand), toon, noot;Noteverb. aanteekenen,[364]letten op, nota of notitie nemen van, aanteekeningen maken, laten protesteeren:Note of charges= onkosten-nota;Note of exclamation (interrogation);A thingworthyofnote= merkwaardig iets;He is a manof note= man van aanzien en gewicht;As per note= volgens nota;Wecompared notes together= wij vergeleken onze bevindingen;Tomake a note of= aanteekenen;Totake notes= aanteekeningen maken;Totake no note(of it) = geen nota nemen van, niet letten op;Note-book= aanteekenboek;Note-paper= klein formaat schrijfpapier;Note-shaver= iemand, die tegen buitensporige rente wissels disconteert, enz.; maker van valsche bankbiljetten;Noteworthiness, subst. v.Noteworthy,noutwɐ̂dhi, merkwaardig;He is anoted general= vermaard;Notedness= vermaardheid.Nothing,nɐthiŋ, subst. niets, kleinigheid, nul, prul:For nothing= te vergeefs;Next to nothing= zoo goed als niets;Nothing at all= in ’t geheel niets;The piece wasnothing like so wittyas I expected= het leek er niet op, dat;There was nothing for itbut to get out= er zat niets anders op dan;Tohave nothing on= niets aan hebben;That’s nothing to me= dat kan mij niet schelen;He is nothing to us= we hebben niets met hem te maken;There’s nothing in it= dat beteekent niets, is van geen belang;I will have nothing to say to you= niets met u te maken hebben;It is nothing to be inquired into= het is de moeite niet waard, er onderzoek naar te doen;Things havecome to nothing= er is niets van gekomen;Ican make nothing of it= kan er niet uit wijs worden;Nothing venture,nothing have= wie niet waagt, die niet wint;Nothingness= waardeloosheid.Notice,noutis, subst. opmerking, aandacht, acht, hoede, kennisgeving, waarschuwing, aankondiging, recensie;Noticeverb. opmerken, waarnemen, notitie nemen van, vermelden, bespreken, recenseeren, eerbied bewijzen:Toescape notice= onbekend (onopgemerkt) blijven;Hegave me notice(toleave,toquit) = hij heeft me de huur (den dienst) opgezegd;Have yougiven noticeas yet? = hebt ge u al (voor ’t examen) aangegeven;The child takes notice in a wonderful way= krijgt al merkwaardig veel “weet”;At a moment’s notice= onmiddellijk;At (a) short notice= op korten termijn;Wenoticed the work in last week’s issue= hebben in ons nummer van de vorige week besproken;Do not notice me= doe maar alsof ik er niet ben, let niet op mij;I had no opportunity ofnoticing this to you= u hierop opmerkzaam te maken;Notice-board= aanplakbord;Notice-paper= agenda;Noticeable= opvallend, opmerkenswaard:Actresses generally go about withnoticeable dress= zijn nogal dikwijls opzichtig gekleed.Notification,noutifikeiš’n, kennisgeving, verwittiging, mededeeling, het beteekenen (van een vonnis);Notify,noutifai, bekend maken, verwittigen, kond doen.Notion,nouš’n, begrip, denkbeeld, neiging (Notions= kleinigheden, snuisterijen)(Amer.):He hasn’t a notion of doing it= denkt er niet aan;I had no notion of it= ik had er geen flauw idee van;Notional= denkbeeldig, droomerig, begrips …:Notional words= begripsnamen.Notoriety,noutəraiiti, algemeene bekendheid, beruchtheid, onloochenbare zekerheid; bekende persoonlijkheid;Notorious,nətôriəs, bekend, berucht:A notorious burglar= berucht inbreker; subst.Notoriousness.Notturno,notɐ̂nou, nocturne (muz.).Notus,noutəs, Zuiden (of Z. W.) wind.Not-wheat,notwît, ongebaarde tarwe.Notwithstanding,notwidhstandiŋ, niettegenstaande:Notwithstanding that= ofschoon.Nougat,nûgâ, noga.Nought,nôt. ZieNaught.Noun,naun, zelfstandig naamwoord:Proper noun= eigennaam.Nourish,nɐriš, voeden, grootbrengen, koesteren;Nourishable= wat gekweekt of gevoed kan worden;Nourisher;Nourishing= voedzaam;Nourishment= voeding, voedsel.Nous,naus,nûs, verstand; helderheid:Youneed all your nousfor that= daar mag je “de vijf” wel goed voor bij elkaar hebben;Nous-box= “kop”, kersepit.Nova Scotia,nouvəskoušə, Nieuw Schotland;Nova Zembla,nouvəzemblə.Novel,nov’l, subst. roman, novelle (Jur.); adj. nieuw, ongewoon:Thepurpose novel= tendenzroman;A novel point= een nieuw gezichtspunt;A novel-writer= romanschrijver;Novelette,novəlet, novelle;Novelist= romanschrijver;Novelistic= roman..;Novelty= nieuwigheid, nieuw artikel:That isquite a novelty= dat is wat nieuws.November,nəvembə, November.Novice,novis, nieuweling, beginner, novice (klooster);Noviciate,Novitiate,nəvišieit, leertijd, proeftijd (in een klooster), novitiaat.Now,nau, nu, thans:Now… now…= nu eens … dan weer…;Now and again= telkens;Now and then= nu en dan;Every now and then= telkens;Before now= reeds vroeger;By now= op dit oogenblik;But (Even) now= net nog;Just now= zooeven;Till now= tot nu toe;Don’t spill oil on my dress, now= zeg er eens, mors nu geen olie op mijne japon;Now, the weather being nice= aangezien het weer mooi was;He said so.Did he now?= och kom!I shan’t tell you,So now!= basta!Sure now?= Heusch? (Iersch);Now for it!= nu moet het maar wezen;Now for them!= laten ze nu maar komen!Now that= daar nu, omdat;Nowadays,nauədeiz, heden ten dage.Noway(s),nouwei(z), geenszins.Nowhere,nouwêə, nergens:Now that he has lost his property,he is nowhere= beteekent hij niets meer;My horse was nowhere= verloor het royaal, viel geheel uit;His new play is nowhere= trekt geen publiek;It is nowhere by comparison= haalt er niet bij;Nowhither,nouwidhə, nergensheen;Nowise,nouwaiz, op geenerlei wijze.Noxious,nokšəs, schadelijk, verderfelijk, ongezond; subst.Noxiousness.[365]Noyau,Fr. uitspr.persico.Nozzle,noz’l, pijp, mondstuk, snuit; neus.Nub,nɐb, knobbel; adj.Nubbly.Nubia,njûbjə, Nubië; wollen netje (hoofdbedekking voor Amer. dames);Nubian= Nubiër, negerslaaf.Nubile,njûbil, huwbaar.Nucleus,njûkliəs, kern, grondslag.Nude,njûd, naakt, bloot, kaal; ongeldig:The nude= het naakte (lichaam);Nudeness=Nudity.Nudge,nɐdž, subst. duwtje;Nudgeverb. eventjes aanstooten:He nudged me (with his elbow)= hij gaf me een duwtje (met den elleboog), stootte mij aan.Nudity,njûditi, naaktheid.Nugatory,njûgətəri, beuzelachtig, waardeloos.Nugget,nɐgət, klomp edel metaal.Nuisance,njûs’ns, plaag, last, burengerucht:What a nuisance= dat is vervelend;Don’t be a nuisance= hinder me zoo niet;Commit no nuisance!= verontreiniging van deze plaats is verboden.Null,nɐl, krachteloos, nietig, ongeldig; subst. nul:Some voting-papers were null= van onwaarde;Nullification= vernietiging, nietigverklaring;-ify,nɐlifai, van nul en geener waarde maken;Nullity= ongeldigheid.Nullah,nɐla, kanaal, droge stroom, bedding (Brit. Ind.).Numb,nɐm, adj. verstijfd, verkleumd, verdoofd;Numbverb. verdooven, verstijven; subst.Numbness.Number,nɐmbə, subst. getal, nummer, menigte, (vers)maat;Numberverb. rekenen, nummeren, (op)tellen, bedragen:Numbers= verzen, poëzie; Numeri;Tolook well after number one= voor zichzelf zorgen;Out of (Without) number= talloos;To the number of40= ten getale;In great numbers= in gr. getale;It’s the numbers that pay= slechts bij grooten omzet is winst te behalen;Number off= nummert u! (mil.);They can benumbered on the fingers of one hand= zij zijn op de vingers te tellen;Numberer;Numberless= talloos.Numbles,nɐmb’lz, ingewand van een hert.Numerable,njûmərəb’l, telbaar;Numeral, subst. telwoord, getalteeken; adj. tot een telwoord behoorende, een getal aanduidend;Numerary= in een zeker getal begrepen;Numeration= het tellen;Numerate,njûməreit, tellen, rekenen;Numerator,njûməreitə, teller;Numerical,njumerik’l:Numerical difference= verschil in getal;Numerical frame= rekenmachine;Numero= nummer;Numerous= talrijk; subst.Numerousness.Numidia,njumidjə, Numidië;Numidian= Numidiër, Numidisch.Numismatic,njûmizmatik, penning - -, munt - -;Numismatics= penningkunde;Numismatist,njûmizmətist, penningkundige.Numskull,nɐmskɐl, uilskuiken;Numskulled= dom.Nun,nɐn, non; nonnetje (een zaagbek-eend):Nun’s veiling= soort voile-stof;Nunnery= nonnenklooster.Nuncheon,nɐnš’n; ZieLuncheon.Nunciature,nɐnšiətjuə, ambt of woning van eenNuncio,nɐnšiou, pauselijk gezant, nuntius.Nuncle,nɐŋk’l=Uncle.Nuncupative,nɐŋkjupətiv,Nuncupatory,nɐŋkjupətəri, mondeling:A nuncupatory will= mondeling gemaakt testament.Nundinal,nɐndin’l,Nundinary,nɐndin’ri, jaarmarkt - -:Nundinary laws.Nuneaton,nɐnîtən,nɐnətən.Nuphar,njûfə,njûfâ, gele waterlelie of plomp.Nuptial,nɐpš’lhuwelijks.…:Nuptial benediction= huwelijksinzegening;Nuptial tie= huwelijksband;Nuptials= huwelijk, bruiloft.Nuremberg,njûr’mbɐ̂g, Neurenberg.Nurse,nɐ̂s, subst. pleegzuster; baker (=Dry nurse, ofMonthly nurse); min (=Wet nurse); kindermeid, “juffrouw”; kweeker, verzorger;Nurseverb. zoogen, grootbrengen, oppassen, koesteren, streelen, strijken, sparen, dicht blijven bij:The child wasat nurse,wasput out to nurse= het kind was, werd bij eene min uitbesteed;Heput out his income to nurseand accumulate= zette op rente;He understandsthe art of nursing= om ze warm te houden (bilj.);He nursed his capital= was spaarzaam, leefde zuinig;You mustnurse your cold= wat doen tegen;Tonurse one’s face= de handen voor het gezicht houden;Henursed his leg= hij zat met over elkaar geslagen of hoog opgetrokken knieën;Nurse-girl= kindermeisje;Nurse-maid;Nurse-pond= vijver voor vischcultuur;Nursery= kinderkamer; kweekerij (van planten); wedstrijd voor 2 jarige paarden;Nursery-cannon= kanonnetje uit de speelgoeddoos;Nursery-gardener= gardenier, kweeker;Nursery-governess= kinderjuffrouw;Nursery-man= kweeker, gardenier;Nursery-plant= stekje;Nursery-rhyme= kinderversje;Nursery-tale= sprookje;Nursing-bottle= zuigflesch;Nursling= voedsterling, lieveling.Nurture,nɐ̂tšə, subst. het voeden of grootbrengen, voeding, voedsel, opvoeding;Nurtureverb. voeden, grootbrengen, opvoeden.Nustle,nɐs’l=Nuzzle.Nut,nɐt, subst. noot, hazelnoot, moer, neut (van een anker), fat, dandy, nootjeskool, kop;Nutverb. noten plukken:He isas close as a nut= zoo dicht als een pot;As sweet as a nut= als uit een doosje;Hard nuts to crack (tackle);I have a nut to crackwith you= appeltje met je te schillen;That is nuts to me= een kolfje naar mijn hand;It is nutsto read that letter= het is een genot;She isdead nuts on him= smoorlijk verliefd op;Juggles, the policeman, isdead nuts onpoachers= is fel op;You are alwaysdead nuts onthat school= je geeft altijd af op die inrichting;He isoff his nut= gek;Nut-brown= licht bruin;Nut-cracker(s)= notenkraker; ingevallen mond;Nut-gall= galappel;Nut-hatch= boomklever;Nut-hook= notenhaak; dievenvanger;Nut-key= schroevensleutel;Nutmeg= notenmuskaat;Nutmeg-grater= notenmuskaat-raspje;[366]Nutmeg-oil= muskaatolie;Nutshell= notedop (ookfig.):The worldin a nutshell= de wereld in een doosje;The whole matterlies in a nutshell= is doodeenvoudig;Nut-tree;Nut-wood= notenboomhout;Nutter= notenplukker;Nutting:Togo a-nutting= gaan noten plukken;Nutty= vol noten, als noten smakende; lief.Nutrient,njûtriənt, voedend; subst. voedende stof;Nutriment,njûtriment, voedsel:Nutrimental,njûtriment’l, voedend;Nutrition= voeding, voedsel, voedingswaarde;Nutritious= voedzaam; subst.Nutritiousness;Nutritive= voedzaam; subst.Nutritiveness.Nuzzer,nɐzə, een geschenk aan een superieur (Brit. Ind.).Nuzzle,nɐz’l, met den neus omwroeten (zooals een varken), met den neus wrijven tegen, een ring door den neus trekken, liefkoozen, het hoofd verbergen in moeders schoot (als een kind); met het hoofd voorover loopen.Nymph,nimf, nimf; jonge schoone;Nymph-likeofNymphly= als eene nimf;Nymphaea,nimfîə, witte plomp;Nymphean,nimfîən, nimfachtig =Nymphical=Nymphish.

Nipple,nip’l, tepel.Nirvana,nirvâna, Nirwana;Nisan,naisan,nîsân.Nisi Prius,naisai praiəs, (=unless previously), bevelschrift denSheriffgelastend voor eenJuryte zorgen aan hetCourt of Westminster,tenzijdeJudges of Assizeeerder naar zijnCountykomen; bevoegdheid aan dezewritontleend; behandeling van een zaak krachtens dit bevel; civiele zaken door deJudges of Assizebehandeld.Nit,nit, neet (van ongedierte).Nitre,naitə, salpeter;Nitric:Nitric acid;Nitrification= salpetervorming;Nitrify= tot salpeter vormen (worden);Nitrogen, stikstof;Nitro-glycerine;Nitrous:Nitrous acid= salpeterig zuur;Nitry= salpeter …Nix(ie),niks(i), watergeest.Nizam,nizâm,nizam, titel van den vorst van Hyderabad.No,nou, neen, niet; geen; subst. ontkenning, weigering, tegenstemmer, stem tegen:No cards= algemeene kennisgeving;No such matter= geenszins;It isno matter= het kan niets schelen;By no means= in geen geval;Of no use= nutteloos;No!(als uitroep) = och kom! wat je zegt!There is no avoiding it= dat is niet te vermijden;The noes have it= het voorstel is verworpen;Twenty noesand five ayes= twintig stemmen tegen en vijf vóór;The everlasting no= ontkenning van het bovenzinnelijke, de sceptische geest.Noah,nouə, Noach.Nob,nob, knop, kop, hoofd; hooge (oome):Old Nobs= de oude heer;Nobby= prachtig, piekfijn.Nobble,nob’l, beetnemen, bepraten, gappen:Tonobble the favourite= defavouritedoor eenig gift ongeschikt maken om mee te loopen;Nobbler= slag op het hoofd; diefjesmaat.Nobiliary,nəbiljəri, adellijk, adel …; subst. adelboek.Nobility,nəbiliti, adel tot en met deBarons; grootheid:Nobility of soul;Noble,noub’l,[362]edel, grootmoedig, doorluchtig, adellijk, prachtig, statig; subst. edelman; rozenobel (oude munt van 6s.8p.):Nobleman (Noblewoman)= adellijke (man, vrouw);Noble metals= edele metalen;Noble-minded; subst.Noble-mindedness;Nobleness= edelheid, adel (fig.), grootschheid;Nobly-born= van adellijke geboorte.Nobody,noubədi, niemand, nul, proleet:He is a nobody= een nul;They arenobody particular= zij zijn van gewone “kom-af”.Nocake,noukeik, geroosterd maïpoeder.Noctilionid,noktiljənid, Z.-Amer. vleermuis;Noctule,noktjul, spekmuis of rosse vledermuis.Noctograph,noktəgraf, schrijfraam voor blinden; contrôle-instrument voor nachtwachten.Nocturnal,noktɐ̂n’l, nachtelijk;Nocturne,noktɐ̂n,noktɐ̂n, nocturne (muz.).Nocuous,nokjuəs, schadelijk, giftig.Nod,nod, knikken, knikkebollen, slapen, droomen, suffen, toeknikken; subst. knik, wenk:A nod is as good as a wink to a blind horse= een goed verstaander heeft maar een half woord noodig;Togive one a nod= toeknikken;He wasa man to nod to,not to speak with= hij was iemand om op een afstand te kennen en te houden;Henodded approbation, an affirmative, his assent= hij knikte goedkeurend, toestemmend;I hada nodding acquaintancewith him= kende hem eenigszins;Noddy= wankel.Noddy,nodi, domkop; ijseend; soort van zeezwaluw; zieNod.Noddle,nod’l, subst. kop:Cracked in the noddle= niet recht snik.Nodal,noud’l, knoop …;Nodated,nouditid, geknoopt;Node,noud, knoop, knoest, knobbel, spierverharding; verwikkeling, intrigue;Nodose,nədous,noudous, met knoopen of knoesten;Nodosity,nədositi, knoestigheid, knoop;Nodular,nodjulə, knoestig;Nodule,nodjûl, klompje, knoestje, knobbeltje.Nog,nog, houten nagel;Nogverb. met nagels bevestigen.Noggin,nogin, kroes, maat (¼ pint), kop.Nogoism,nougouizm, onmogelijkheid, wat niet gaat.Nohow,nouhau, in geen geval:Tolook nohow= er verloopen, slordig uitzien;Nohowish= onlekker.Noise,nôiz, subst. geraas, getier, leven;Noiseverb. tieren; verspreiden, uitbazuinen:There is a noise abroad= er loopt een gerucht;Noise in the ear= oorsuizen;Hold your noise= schei uit met je lawaai;Hemade a great noisein his time= deed veel van zich spreken;It wasnoised about= rondgebazuind;Noiseless= stil, zonder geraas of geluid; subst.Noiselessness;Noisiness, subst. v.Noisy= druk, lawaaiig, luidruchtig.Noisome,nôisəm, nadeelig, ongezond, walgelijk, stinkend; subst.Noisomeness.Noli me tangere,noulaimîtanžərə, kruidje-roermeniet, gewoon springzaad, ezelskomkommer; een bepaalde huidziekte.Noll,nol.Nomad,nomad,noumad, subst. nomade; adj. nomadisch =Nomadic;Nomadism= zwervend leven;Nomadize= een zwervend leven leiden.Nombril,nombril, navel (Herald.).Nomenclature,noum’nkleitjə, nomenclatuur, naamlijst.Nominal,nomin’l, nominaal:Nominal price;Nominal rank= titulaire rang;Topay a nominal rent= een zeer geringe huur;Nominalism= de leer, dat aan onze begrippen geene werkelijkheid beantwoordt, en zij slechts alsnamenbestaan;Nominalist= aanhanger van deze leer;Nominate,nomineit, benoemen, candidaat stellen, op de voordracht zetten;Nomination= benoeming, candidaatstelling:Tobe in nomination for= voorgedragen worden;Nominative,nominətiv, subst. eerste naamval =Nominative case; adj. daarop betrekkelijk;Nominator= noemer, benoemer;Nominee,nominî, benoemde.Non,non(in samenst.) niet, b.v.Non-ability= onbekwaamheid;Non-acceptance= non-acceptatie;Non-appearance= niet verschijning;Non-arrival= uitblijven (van een trein b.v.);Non-attendance= niet verschijning;Noncom=non compos mentis,non-commissioned officer;A non-commissioned officer(zieWarrant-officer);A non-committal answer= antwoord, waarbij men zich tot niets verbindt, zich niet bloot geeft;Noncon, verkort voorNonconformist=Dissenter, of voorNon-content(=tegenstemmer of stem tegen in het Huis der Lords);Non-conformist= afgescheidene;Non-conformity= afgescheidenheid van de Anglikaansche kerk;Non-delivery= niet bestelling, onbestelbaarheid;Nondescript= abnormaal, onmogelijk, vreemd, zonderling; ook subst.;Nonentity= nul;Nonintoxicants= niet alcoholische dranken;Nonjuring,nondžûriŋ, tot deNonjurorsbehoorende;Nonjuror,nondžûrə,Jacobite, die bij de revolutie van 1688 niet trouw wilde zweren aan de nieuwe regeering;Non-pareil,nonpərel,nonpərel, weergaloos; subst. iets weergaloos; nonpareille drukletter; soort zijden lint, soort appel;Non-payment= niet betaling;That is a non sequitur(sekwitə) = eene onjuiste gevolgtrekking;Non-sexual= geslachtloos;Non-stop= doorgaand;Nonsuit,nonsiût, subst. het opgeven of royeeren v. eene aanklacht wegens een gepleegd verzuim;Nonsuitverb. aanleiding geven tot het opgeven of royeeren.Nonage,noneidž, minderjarigheid;Nonaged.Nonagenarian,nonədžənêriən, 90-jarig(e).Nonagon,nonəgon, negenhoek.Nonce,nons, alléén in:For the nonce= voor dezen keer;Nonce-word= gelegenheidswoord.None,nɐn, subst. en pron. niemand, niets; adj. geen:None of your cheekhere= hou je brutalen mond thuis;None the less= niettemin;He isnone so young either= ook zoo jong niet meer;None too soon= geen oogenblik te vroeg;I amnone the wiser= geen haar wijzer.Nones,nounz, negende dag vóór de Ides.Nonplus,nonplɐs, subst. verlegenheid;[363]moeilijkheid;Nonplusverb. overbluffen, verlegen maken:Tobe at a nonplus;Tocatch on the nonplus= verrassen.Nonsense,nons’ns, onzin, dwaasheid:Iwill stand no nonsense= oppassen asjeblieft!Nonsensical(ness)= ongerijmd(heid), onzinnig(heid).Non(e)such,nɐnsɐtš, subst. weergaloos persoon of zaak; soort van appel.Noodle,nûd’l, uilskuiken, dwaas;Noodles= deeg van tarwemeel, dun gerold en aan reepen gesneden (Amer.).Nook,nuk, hoek, gezellig plekje.Noon,nûn, subst. middag, toppunt; adj. middag..:Noonday= middag;Noonhouse= herberg;Noontide= middag; hoogtepunt; middag..;Nooning= namiddagslaapje, -rust, -maal.Noose,nûs,nûz, subst. lus, strik, schuifknoop;Nooseverb. knoopen, in een strik vangen, verstrikken:Torun oneself into a noose= in de val loopen.Nopal,noup’l, vijgendistel.Nor,nö, noch, en ook niet:Nor I either= en ik ook niet;Nor is this all= en dat is nog niet alles;Much better nor I=danik (plat).Nora(h),norə;The Nore,dhə nö;Norfolk,nöfək.Norm,nöm, norm;Normal,nöm’l, naar den regel, normaal, loodrecht; subst. loodlijn:Normal school= normaalschool;Normality,nömaliti= normaliteit, etc.;Normalize, normaliseeren.Norman,nöm’n, Normandiër:Norman architecture;Normandy= Normandië.Norn(a),nön(ə), Norne, Noorsche schikgodin.Norse,nös, subst. en adj. (Oud-)Noorsch(e taal);Norseman= Noorman.North,Nöth, subst. Noorden; adj. noordelijk;North-east= noordoosten, noordoostelijk;North-eastern= noordoostelijk;North by East= noord ten oosten;North America;North Pole;North-star= noord(pool)ster;North-west= noordwesten, noordwestelijk;North-western= noordwestelijk, noordwestelijke wind;Norther,nödhə, harde, ijzige noordenwind;Northerly,nödhəli, noordelijk;Northern,nödhən, noordelijk, uit het noorden:Northern-lights= Noorderlicht;Northerner,nödhənə, bewoner van het noorden, van de Noord. Staten van Amer.;Northernmost,nödhənmoust, het meest noordelijk gelegen;Northing,nöthiŋ, noordelijke declinatie, afstand naar het noorden;Northman= Noorman;Northward= naar het noorden:To the Northward= benoorden.Northampton,nöthamt’n;Northumberland,nöthɐmbəland;Norway,nöwei, Noorwegen;Norwegian,nöwîdž’n, Noorsch; subst. (bewoner of taal) van Noorwegen;Norwich,noridž.Nose,nouz, neus, reuk, snavel; spion;Noseverb. ruiken, in den neus krijgen, beruiken, trotseeren, door den neus spreken:Bridge (Point) of the nose;Nose of wax= meegaand persoon;You had bestfollow your nose= rechtuit te gaan;As plain as the nose on one’s face= zoo klaar als een klontje;Tocut the nose off one’s own face= zijn aangezicht schenden (fig.);All my lifemy nose was kept to the grindstone= heb ik hard moeten werken;You canlead them by the nose= blindelings leiden of doen volgen;Topay through the nose= duur betalen, duur te staan komen;That hasput his nose out of joint= hem den voet gelicht;When the baby camethe little boy’s nose was put out of joint= was de kleine jongen “Benjamin-af”;Tosnap a person’s nose off= afsnauwen;Hespeaks in the nose= spreekt door den neus;Hethrusts (puts, shoves) his nose into everything= steekt zijn neus in alles, bemoeit zich met alles;Heturned up his nose at it= hij trok er zijn neus voor op;Heput his thumb to his nose= bracht … aan (ook als teeken van minachting);Hedid it under my very nose= hij deed het waar ik bij was;Nose-bag= voederzak (van een paard); in kellner’sslang: bezoeker die zijn eigen mondvoorraad meebrengt:The British Museum reading-room ismade a nose-bag ofby many= velen gaan naar de leeszaal van het B. M. om warm onder dak te zijn;Nose-band= neusriem;Nose-bleed= gemeen duizendblad;Nose-gay= ruiker;Nosehole= neusgat;Nose-piece= neusriem; mondstuk; objectief uiteinde van een microsc.;Nose-ring= ring door den neus;Nosed:Flat nosed= met een platten neus;Noseless= zonder neus;Nosing= vooruitstekende rand van lijstwerk.Nostalgia,nostaldžə, heimwee (naar =for);Nostalgic= heimwee hebbend.Nostril,nostril, neusgat.Nostrum,nostr’m, kwakzalversmiddel.Nosy,nouzi, met grooten neus.Not,not, niet:Not at all= geenszins, integendeel;Not by a very long way= geenszins;Not in the least= in het minst niet;Not if I know it= ik denk er niet aan, het komt niet bij mij op;Will they do it?Not they= ’t mocht wat, dat kun je begrijpen.Notabene,nouta bînî.Notability,noutəbiliti, merkwaardigheid, gewichtigheid; notabele;Notable,noutəb’l, merkwaardig, aanzienlijk, groot, uitstekend, bekend, berucht, flink (v. huisvr.=notable); subst. kopstuk, notabele:Assembly of Notables= afgevaardigden van Frankrijk (1787); subst.Notableness.Notalgia,nətaldžə, pijn in den rug.Notarial,nətêriəl, notariëel;Notary,noutəri, notaris =Notary public=Public notary.Notation,nouteiš’n, aanteekening, opschrijving, notatie.Notch,notš, subst. kerf, inkeping, keep, gergel; bergpas (Amer.);Notchverb. kerven, inkepen, opschrijven:The stick wasnotched acrossat regular distances= over den stok waren op gelijken afstand inkepingen gemaakt;Notch-board= wang van een trap.Note,nout, subst. opmerking, bekendheid, beteekenis, belang, (verklarende) aanteekening, uitlegging, briefje, mededeeling, nota, rekening, orderbriefje, promesse (ook:Note of hand), toon, noot;Noteverb. aanteekenen,[364]letten op, nota of notitie nemen van, aanteekeningen maken, laten protesteeren:Note of charges= onkosten-nota;Note of exclamation (interrogation);A thingworthyofnote= merkwaardig iets;He is a manof note= man van aanzien en gewicht;As per note= volgens nota;Wecompared notes together= wij vergeleken onze bevindingen;Tomake a note of= aanteekenen;Totake notes= aanteekeningen maken;Totake no note(of it) = geen nota nemen van, niet letten op;Note-book= aanteekenboek;Note-paper= klein formaat schrijfpapier;Note-shaver= iemand, die tegen buitensporige rente wissels disconteert, enz.; maker van valsche bankbiljetten;Noteworthiness, subst. v.Noteworthy,noutwɐ̂dhi, merkwaardig;He is anoted general= vermaard;Notedness= vermaardheid.Nothing,nɐthiŋ, subst. niets, kleinigheid, nul, prul:For nothing= te vergeefs;Next to nothing= zoo goed als niets;Nothing at all= in ’t geheel niets;The piece wasnothing like so wittyas I expected= het leek er niet op, dat;There was nothing for itbut to get out= er zat niets anders op dan;Tohave nothing on= niets aan hebben;That’s nothing to me= dat kan mij niet schelen;He is nothing to us= we hebben niets met hem te maken;There’s nothing in it= dat beteekent niets, is van geen belang;I will have nothing to say to you= niets met u te maken hebben;It is nothing to be inquired into= het is de moeite niet waard, er onderzoek naar te doen;Things havecome to nothing= er is niets van gekomen;Ican make nothing of it= kan er niet uit wijs worden;Nothing venture,nothing have= wie niet waagt, die niet wint;Nothingness= waardeloosheid.Notice,noutis, subst. opmerking, aandacht, acht, hoede, kennisgeving, waarschuwing, aankondiging, recensie;Noticeverb. opmerken, waarnemen, notitie nemen van, vermelden, bespreken, recenseeren, eerbied bewijzen:Toescape notice= onbekend (onopgemerkt) blijven;Hegave me notice(toleave,toquit) = hij heeft me de huur (den dienst) opgezegd;Have yougiven noticeas yet? = hebt ge u al (voor ’t examen) aangegeven;The child takes notice in a wonderful way= krijgt al merkwaardig veel “weet”;At a moment’s notice= onmiddellijk;At (a) short notice= op korten termijn;Wenoticed the work in last week’s issue= hebben in ons nummer van de vorige week besproken;Do not notice me= doe maar alsof ik er niet ben, let niet op mij;I had no opportunity ofnoticing this to you= u hierop opmerkzaam te maken;Notice-board= aanplakbord;Notice-paper= agenda;Noticeable= opvallend, opmerkenswaard:Actresses generally go about withnoticeable dress= zijn nogal dikwijls opzichtig gekleed.Notification,noutifikeiš’n, kennisgeving, verwittiging, mededeeling, het beteekenen (van een vonnis);Notify,noutifai, bekend maken, verwittigen, kond doen.Notion,nouš’n, begrip, denkbeeld, neiging (Notions= kleinigheden, snuisterijen)(Amer.):He hasn’t a notion of doing it= denkt er niet aan;I had no notion of it= ik had er geen flauw idee van;Notional= denkbeeldig, droomerig, begrips …:Notional words= begripsnamen.Notoriety,noutəraiiti, algemeene bekendheid, beruchtheid, onloochenbare zekerheid; bekende persoonlijkheid;Notorious,nətôriəs, bekend, berucht:A notorious burglar= berucht inbreker; subst.Notoriousness.Notturno,notɐ̂nou, nocturne (muz.).Notus,noutəs, Zuiden (of Z. W.) wind.Not-wheat,notwît, ongebaarde tarwe.Notwithstanding,notwidhstandiŋ, niettegenstaande:Notwithstanding that= ofschoon.Nougat,nûgâ, noga.Nought,nôt. ZieNaught.Noun,naun, zelfstandig naamwoord:Proper noun= eigennaam.Nourish,nɐriš, voeden, grootbrengen, koesteren;Nourishable= wat gekweekt of gevoed kan worden;Nourisher;Nourishing= voedzaam;Nourishment= voeding, voedsel.Nous,naus,nûs, verstand; helderheid:Youneed all your nousfor that= daar mag je “de vijf” wel goed voor bij elkaar hebben;Nous-box= “kop”, kersepit.Nova Scotia,nouvəskoušə, Nieuw Schotland;Nova Zembla,nouvəzemblə.Novel,nov’l, subst. roman, novelle (Jur.); adj. nieuw, ongewoon:Thepurpose novel= tendenzroman;A novel point= een nieuw gezichtspunt;A novel-writer= romanschrijver;Novelette,novəlet, novelle;Novelist= romanschrijver;Novelistic= roman..;Novelty= nieuwigheid, nieuw artikel:That isquite a novelty= dat is wat nieuws.November,nəvembə, November.Novice,novis, nieuweling, beginner, novice (klooster);Noviciate,Novitiate,nəvišieit, leertijd, proeftijd (in een klooster), novitiaat.Now,nau, nu, thans:Now… now…= nu eens … dan weer…;Now and again= telkens;Now and then= nu en dan;Every now and then= telkens;Before now= reeds vroeger;By now= op dit oogenblik;But (Even) now= net nog;Just now= zooeven;Till now= tot nu toe;Don’t spill oil on my dress, now= zeg er eens, mors nu geen olie op mijne japon;Now, the weather being nice= aangezien het weer mooi was;He said so.Did he now?= och kom!I shan’t tell you,So now!= basta!Sure now?= Heusch? (Iersch);Now for it!= nu moet het maar wezen;Now for them!= laten ze nu maar komen!Now that= daar nu, omdat;Nowadays,nauədeiz, heden ten dage.Noway(s),nouwei(z), geenszins.Nowhere,nouwêə, nergens:Now that he has lost his property,he is nowhere= beteekent hij niets meer;My horse was nowhere= verloor het royaal, viel geheel uit;His new play is nowhere= trekt geen publiek;It is nowhere by comparison= haalt er niet bij;Nowhither,nouwidhə, nergensheen;Nowise,nouwaiz, op geenerlei wijze.Noxious,nokšəs, schadelijk, verderfelijk, ongezond; subst.Noxiousness.[365]Noyau,Fr. uitspr.persico.Nozzle,noz’l, pijp, mondstuk, snuit; neus.Nub,nɐb, knobbel; adj.Nubbly.Nubia,njûbjə, Nubië; wollen netje (hoofdbedekking voor Amer. dames);Nubian= Nubiër, negerslaaf.Nubile,njûbil, huwbaar.Nucleus,njûkliəs, kern, grondslag.Nude,njûd, naakt, bloot, kaal; ongeldig:The nude= het naakte (lichaam);Nudeness=Nudity.Nudge,nɐdž, subst. duwtje;Nudgeverb. eventjes aanstooten:He nudged me (with his elbow)= hij gaf me een duwtje (met den elleboog), stootte mij aan.Nudity,njûditi, naaktheid.Nugatory,njûgətəri, beuzelachtig, waardeloos.Nugget,nɐgət, klomp edel metaal.Nuisance,njûs’ns, plaag, last, burengerucht:What a nuisance= dat is vervelend;Don’t be a nuisance= hinder me zoo niet;Commit no nuisance!= verontreiniging van deze plaats is verboden.Null,nɐl, krachteloos, nietig, ongeldig; subst. nul:Some voting-papers were null= van onwaarde;Nullification= vernietiging, nietigverklaring;-ify,nɐlifai, van nul en geener waarde maken;Nullity= ongeldigheid.Nullah,nɐla, kanaal, droge stroom, bedding (Brit. Ind.).Numb,nɐm, adj. verstijfd, verkleumd, verdoofd;Numbverb. verdooven, verstijven; subst.Numbness.Number,nɐmbə, subst. getal, nummer, menigte, (vers)maat;Numberverb. rekenen, nummeren, (op)tellen, bedragen:Numbers= verzen, poëzie; Numeri;Tolook well after number one= voor zichzelf zorgen;Out of (Without) number= talloos;To the number of40= ten getale;In great numbers= in gr. getale;It’s the numbers that pay= slechts bij grooten omzet is winst te behalen;Number off= nummert u! (mil.);They can benumbered on the fingers of one hand= zij zijn op de vingers te tellen;Numberer;Numberless= talloos.Numbles,nɐmb’lz, ingewand van een hert.Numerable,njûmərəb’l, telbaar;Numeral, subst. telwoord, getalteeken; adj. tot een telwoord behoorende, een getal aanduidend;Numerary= in een zeker getal begrepen;Numeration= het tellen;Numerate,njûməreit, tellen, rekenen;Numerator,njûməreitə, teller;Numerical,njumerik’l:Numerical difference= verschil in getal;Numerical frame= rekenmachine;Numero= nummer;Numerous= talrijk; subst.Numerousness.Numidia,njumidjə, Numidië;Numidian= Numidiër, Numidisch.Numismatic,njûmizmatik, penning - -, munt - -;Numismatics= penningkunde;Numismatist,njûmizmətist, penningkundige.Numskull,nɐmskɐl, uilskuiken;Numskulled= dom.Nun,nɐn, non; nonnetje (een zaagbek-eend):Nun’s veiling= soort voile-stof;Nunnery= nonnenklooster.Nuncheon,nɐnš’n; ZieLuncheon.Nunciature,nɐnšiətjuə, ambt of woning van eenNuncio,nɐnšiou, pauselijk gezant, nuntius.Nuncle,nɐŋk’l=Uncle.Nuncupative,nɐŋkjupətiv,Nuncupatory,nɐŋkjupətəri, mondeling:A nuncupatory will= mondeling gemaakt testament.Nundinal,nɐndin’l,Nundinary,nɐndin’ri, jaarmarkt - -:Nundinary laws.Nuneaton,nɐnîtən,nɐnətən.Nuphar,njûfə,njûfâ, gele waterlelie of plomp.Nuptial,nɐpš’lhuwelijks.…:Nuptial benediction= huwelijksinzegening;Nuptial tie= huwelijksband;Nuptials= huwelijk, bruiloft.Nuremberg,njûr’mbɐ̂g, Neurenberg.Nurse,nɐ̂s, subst. pleegzuster; baker (=Dry nurse, ofMonthly nurse); min (=Wet nurse); kindermeid, “juffrouw”; kweeker, verzorger;Nurseverb. zoogen, grootbrengen, oppassen, koesteren, streelen, strijken, sparen, dicht blijven bij:The child wasat nurse,wasput out to nurse= het kind was, werd bij eene min uitbesteed;Heput out his income to nurseand accumulate= zette op rente;He understandsthe art of nursing= om ze warm te houden (bilj.);He nursed his capital= was spaarzaam, leefde zuinig;You mustnurse your cold= wat doen tegen;Tonurse one’s face= de handen voor het gezicht houden;Henursed his leg= hij zat met over elkaar geslagen of hoog opgetrokken knieën;Nurse-girl= kindermeisje;Nurse-maid;Nurse-pond= vijver voor vischcultuur;Nursery= kinderkamer; kweekerij (van planten); wedstrijd voor 2 jarige paarden;Nursery-cannon= kanonnetje uit de speelgoeddoos;Nursery-gardener= gardenier, kweeker;Nursery-governess= kinderjuffrouw;Nursery-man= kweeker, gardenier;Nursery-plant= stekje;Nursery-rhyme= kinderversje;Nursery-tale= sprookje;Nursing-bottle= zuigflesch;Nursling= voedsterling, lieveling.Nurture,nɐ̂tšə, subst. het voeden of grootbrengen, voeding, voedsel, opvoeding;Nurtureverb. voeden, grootbrengen, opvoeden.Nustle,nɐs’l=Nuzzle.Nut,nɐt, subst. noot, hazelnoot, moer, neut (van een anker), fat, dandy, nootjeskool, kop;Nutverb. noten plukken:He isas close as a nut= zoo dicht als een pot;As sweet as a nut= als uit een doosje;Hard nuts to crack (tackle);I have a nut to crackwith you= appeltje met je te schillen;That is nuts to me= een kolfje naar mijn hand;It is nutsto read that letter= het is een genot;She isdead nuts on him= smoorlijk verliefd op;Juggles, the policeman, isdead nuts onpoachers= is fel op;You are alwaysdead nuts onthat school= je geeft altijd af op die inrichting;He isoff his nut= gek;Nut-brown= licht bruin;Nut-cracker(s)= notenkraker; ingevallen mond;Nut-gall= galappel;Nut-hatch= boomklever;Nut-hook= notenhaak; dievenvanger;Nut-key= schroevensleutel;Nutmeg= notenmuskaat;Nutmeg-grater= notenmuskaat-raspje;[366]Nutmeg-oil= muskaatolie;Nutshell= notedop (ookfig.):The worldin a nutshell= de wereld in een doosje;The whole matterlies in a nutshell= is doodeenvoudig;Nut-tree;Nut-wood= notenboomhout;Nutter= notenplukker;Nutting:Togo a-nutting= gaan noten plukken;Nutty= vol noten, als noten smakende; lief.Nutrient,njûtriənt, voedend; subst. voedende stof;Nutriment,njûtriment, voedsel:Nutrimental,njûtriment’l, voedend;Nutrition= voeding, voedsel, voedingswaarde;Nutritious= voedzaam; subst.Nutritiousness;Nutritive= voedzaam; subst.Nutritiveness.Nuzzer,nɐzə, een geschenk aan een superieur (Brit. Ind.).Nuzzle,nɐz’l, met den neus omwroeten (zooals een varken), met den neus wrijven tegen, een ring door den neus trekken, liefkoozen, het hoofd verbergen in moeders schoot (als een kind); met het hoofd voorover loopen.Nymph,nimf, nimf; jonge schoone;Nymph-likeofNymphly= als eene nimf;Nymphaea,nimfîə, witte plomp;Nymphean,nimfîən, nimfachtig =Nymphical=Nymphish.

Nipple,nip’l, tepel.

Nirvana,nirvâna, Nirwana;Nisan,naisan,nîsân.

Nisi Prius,naisai praiəs, (=unless previously), bevelschrift denSheriffgelastend voor eenJuryte zorgen aan hetCourt of Westminster,tenzijdeJudges of Assizeeerder naar zijnCountykomen; bevoegdheid aan dezewritontleend; behandeling van een zaak krachtens dit bevel; civiele zaken door deJudges of Assizebehandeld.

Nit,nit, neet (van ongedierte).

Nitre,naitə, salpeter;Nitric:Nitric acid;Nitrification= salpetervorming;Nitrify= tot salpeter vormen (worden);Nitrogen, stikstof;Nitro-glycerine;Nitrous:Nitrous acid= salpeterig zuur;Nitry= salpeter …

Nix(ie),niks(i), watergeest.

Nizam,nizâm,nizam, titel van den vorst van Hyderabad.

No,nou, neen, niet; geen; subst. ontkenning, weigering, tegenstemmer, stem tegen:No cards= algemeene kennisgeving;No such matter= geenszins;It isno matter= het kan niets schelen;By no means= in geen geval;Of no use= nutteloos;No!(als uitroep) = och kom! wat je zegt!There is no avoiding it= dat is niet te vermijden;The noes have it= het voorstel is verworpen;Twenty noesand five ayes= twintig stemmen tegen en vijf vóór;The everlasting no= ontkenning van het bovenzinnelijke, de sceptische geest.

Noah,nouə, Noach.

Nob,nob, knop, kop, hoofd; hooge (oome):Old Nobs= de oude heer;Nobby= prachtig, piekfijn.

Nobble,nob’l, beetnemen, bepraten, gappen:Tonobble the favourite= defavouritedoor eenig gift ongeschikt maken om mee te loopen;Nobbler= slag op het hoofd; diefjesmaat.

Nobiliary,nəbiljəri, adellijk, adel …; subst. adelboek.

Nobility,nəbiliti, adel tot en met deBarons; grootheid:Nobility of soul;Noble,noub’l,[362]edel, grootmoedig, doorluchtig, adellijk, prachtig, statig; subst. edelman; rozenobel (oude munt van 6s.8p.):Nobleman (Noblewoman)= adellijke (man, vrouw);Noble metals= edele metalen;Noble-minded; subst.Noble-mindedness;Nobleness= edelheid, adel (fig.), grootschheid;Nobly-born= van adellijke geboorte.

Nobody,noubədi, niemand, nul, proleet:He is a nobody= een nul;They arenobody particular= zij zijn van gewone “kom-af”.

Nocake,noukeik, geroosterd maïpoeder.

Noctilionid,noktiljənid, Z.-Amer. vleermuis;Noctule,noktjul, spekmuis of rosse vledermuis.

Noctograph,noktəgraf, schrijfraam voor blinden; contrôle-instrument voor nachtwachten.

Nocturnal,noktɐ̂n’l, nachtelijk;Nocturne,noktɐ̂n,noktɐ̂n, nocturne (muz.).

Nocuous,nokjuəs, schadelijk, giftig.

Nod,nod, knikken, knikkebollen, slapen, droomen, suffen, toeknikken; subst. knik, wenk:A nod is as good as a wink to a blind horse= een goed verstaander heeft maar een half woord noodig;Togive one a nod= toeknikken;He wasa man to nod to,not to speak with= hij was iemand om op een afstand te kennen en te houden;Henodded approbation, an affirmative, his assent= hij knikte goedkeurend, toestemmend;I hada nodding acquaintancewith him= kende hem eenigszins;Noddy= wankel.

Noddy,nodi, domkop; ijseend; soort van zeezwaluw; zieNod.

Noddle,nod’l, subst. kop:Cracked in the noddle= niet recht snik.

Nodal,noud’l, knoop …;Nodated,nouditid, geknoopt;Node,noud, knoop, knoest, knobbel, spierverharding; verwikkeling, intrigue;Nodose,nədous,noudous, met knoopen of knoesten;Nodosity,nədositi, knoestigheid, knoop;Nodular,nodjulə, knoestig;Nodule,nodjûl, klompje, knoestje, knobbeltje.

Nog,nog, houten nagel;Nogverb. met nagels bevestigen.

Noggin,nogin, kroes, maat (¼ pint), kop.

Nogoism,nougouizm, onmogelijkheid, wat niet gaat.

Nohow,nouhau, in geen geval:Tolook nohow= er verloopen, slordig uitzien;Nohowish= onlekker.

Noise,nôiz, subst. geraas, getier, leven;Noiseverb. tieren; verspreiden, uitbazuinen:There is a noise abroad= er loopt een gerucht;Noise in the ear= oorsuizen;Hold your noise= schei uit met je lawaai;Hemade a great noisein his time= deed veel van zich spreken;It wasnoised about= rondgebazuind;Noiseless= stil, zonder geraas of geluid; subst.Noiselessness;Noisiness, subst. v.Noisy= druk, lawaaiig, luidruchtig.

Noisome,nôisəm, nadeelig, ongezond, walgelijk, stinkend; subst.Noisomeness.

Noli me tangere,noulaimîtanžərə, kruidje-roermeniet, gewoon springzaad, ezelskomkommer; een bepaalde huidziekte.

Noll,nol.

Nomad,nomad,noumad, subst. nomade; adj. nomadisch =Nomadic;Nomadism= zwervend leven;Nomadize= een zwervend leven leiden.

Nombril,nombril, navel (Herald.).

Nomenclature,noum’nkleitjə, nomenclatuur, naamlijst.

Nominal,nomin’l, nominaal:Nominal price;Nominal rank= titulaire rang;Topay a nominal rent= een zeer geringe huur;Nominalism= de leer, dat aan onze begrippen geene werkelijkheid beantwoordt, en zij slechts alsnamenbestaan;Nominalist= aanhanger van deze leer;Nominate,nomineit, benoemen, candidaat stellen, op de voordracht zetten;Nomination= benoeming, candidaatstelling:Tobe in nomination for= voorgedragen worden;Nominative,nominətiv, subst. eerste naamval =Nominative case; adj. daarop betrekkelijk;Nominator= noemer, benoemer;Nominee,nominî, benoemde.

Non,non(in samenst.) niet, b.v.Non-ability= onbekwaamheid;Non-acceptance= non-acceptatie;Non-appearance= niet verschijning;Non-arrival= uitblijven (van een trein b.v.);Non-attendance= niet verschijning;Noncom=non compos mentis,non-commissioned officer;A non-commissioned officer(zieWarrant-officer);A non-committal answer= antwoord, waarbij men zich tot niets verbindt, zich niet bloot geeft;Noncon, verkort voorNonconformist=Dissenter, of voorNon-content(=tegenstemmer of stem tegen in het Huis der Lords);Non-conformist= afgescheidene;Non-conformity= afgescheidenheid van de Anglikaansche kerk;Non-delivery= niet bestelling, onbestelbaarheid;Nondescript= abnormaal, onmogelijk, vreemd, zonderling; ook subst.;Nonentity= nul;Nonintoxicants= niet alcoholische dranken;Nonjuring,nondžûriŋ, tot deNonjurorsbehoorende;Nonjuror,nondžûrə,Jacobite, die bij de revolutie van 1688 niet trouw wilde zweren aan de nieuwe regeering;Non-pareil,nonpərel,nonpərel, weergaloos; subst. iets weergaloos; nonpareille drukletter; soort zijden lint, soort appel;Non-payment= niet betaling;That is a non sequitur(sekwitə) = eene onjuiste gevolgtrekking;Non-sexual= geslachtloos;Non-stop= doorgaand;Nonsuit,nonsiût, subst. het opgeven of royeeren v. eene aanklacht wegens een gepleegd verzuim;Nonsuitverb. aanleiding geven tot het opgeven of royeeren.

Nonage,noneidž, minderjarigheid;Nonaged.

Nonagenarian,nonədžənêriən, 90-jarig(e).

Nonagon,nonəgon, negenhoek.

Nonce,nons, alléén in:For the nonce= voor dezen keer;Nonce-word= gelegenheidswoord.

None,nɐn, subst. en pron. niemand, niets; adj. geen:None of your cheekhere= hou je brutalen mond thuis;None the less= niettemin;He isnone so young either= ook zoo jong niet meer;None too soon= geen oogenblik te vroeg;I amnone the wiser= geen haar wijzer.

Nones,nounz, negende dag vóór de Ides.

Nonplus,nonplɐs, subst. verlegenheid;[363]moeilijkheid;Nonplusverb. overbluffen, verlegen maken:Tobe at a nonplus;Tocatch on the nonplus= verrassen.

Nonsense,nons’ns, onzin, dwaasheid:Iwill stand no nonsense= oppassen asjeblieft!Nonsensical(ness)= ongerijmd(heid), onzinnig(heid).

Non(e)such,nɐnsɐtš, subst. weergaloos persoon of zaak; soort van appel.

Noodle,nûd’l, uilskuiken, dwaas;Noodles= deeg van tarwemeel, dun gerold en aan reepen gesneden (Amer.).

Nook,nuk, hoek, gezellig plekje.

Noon,nûn, subst. middag, toppunt; adj. middag..:Noonday= middag;Noonhouse= herberg;Noontide= middag; hoogtepunt; middag..;Nooning= namiddagslaapje, -rust, -maal.

Noose,nûs,nûz, subst. lus, strik, schuifknoop;Nooseverb. knoopen, in een strik vangen, verstrikken:Torun oneself into a noose= in de val loopen.

Nopal,noup’l, vijgendistel.

Nor,nö, noch, en ook niet:Nor I either= en ik ook niet;Nor is this all= en dat is nog niet alles;Much better nor I=danik (plat).

Nora(h),norə;The Nore,dhə nö;Norfolk,nöfək.

Norm,nöm, norm;Normal,nöm’l, naar den regel, normaal, loodrecht; subst. loodlijn:Normal school= normaalschool;Normality,nömaliti= normaliteit, etc.;Normalize, normaliseeren.

Norman,nöm’n, Normandiër:Norman architecture;Normandy= Normandië.

Norn(a),nön(ə), Norne, Noorsche schikgodin.

Norse,nös, subst. en adj. (Oud-)Noorsch(e taal);Norseman= Noorman.

North,Nöth, subst. Noorden; adj. noordelijk;North-east= noordoosten, noordoostelijk;North-eastern= noordoostelijk;North by East= noord ten oosten;North America;North Pole;North-star= noord(pool)ster;North-west= noordwesten, noordwestelijk;North-western= noordwestelijk, noordwestelijke wind;Norther,nödhə, harde, ijzige noordenwind;Northerly,nödhəli, noordelijk;Northern,nödhən, noordelijk, uit het noorden:Northern-lights= Noorderlicht;Northerner,nödhənə, bewoner van het noorden, van de Noord. Staten van Amer.;Northernmost,nödhənmoust, het meest noordelijk gelegen;Northing,nöthiŋ, noordelijke declinatie, afstand naar het noorden;Northman= Noorman;Northward= naar het noorden:To the Northward= benoorden.

Northampton,nöthamt’n;Northumberland,nöthɐmbəland;Norway,nöwei, Noorwegen;Norwegian,nöwîdž’n, Noorsch; subst. (bewoner of taal) van Noorwegen;Norwich,noridž.

Nose,nouz, neus, reuk, snavel; spion;Noseverb. ruiken, in den neus krijgen, beruiken, trotseeren, door den neus spreken:Bridge (Point) of the nose;Nose of wax= meegaand persoon;You had bestfollow your nose= rechtuit te gaan;As plain as the nose on one’s face= zoo klaar als een klontje;Tocut the nose off one’s own face= zijn aangezicht schenden (fig.);All my lifemy nose was kept to the grindstone= heb ik hard moeten werken;You canlead them by the nose= blindelings leiden of doen volgen;Topay through the nose= duur betalen, duur te staan komen;That hasput his nose out of joint= hem den voet gelicht;When the baby camethe little boy’s nose was put out of joint= was de kleine jongen “Benjamin-af”;Tosnap a person’s nose off= afsnauwen;Hespeaks in the nose= spreekt door den neus;Hethrusts (puts, shoves) his nose into everything= steekt zijn neus in alles, bemoeit zich met alles;Heturned up his nose at it= hij trok er zijn neus voor op;Heput his thumb to his nose= bracht … aan (ook als teeken van minachting);Hedid it under my very nose= hij deed het waar ik bij was;Nose-bag= voederzak (van een paard); in kellner’sslang: bezoeker die zijn eigen mondvoorraad meebrengt:The British Museum reading-room ismade a nose-bag ofby many= velen gaan naar de leeszaal van het B. M. om warm onder dak te zijn;Nose-band= neusriem;Nose-bleed= gemeen duizendblad;Nose-gay= ruiker;Nosehole= neusgat;Nose-piece= neusriem; mondstuk; objectief uiteinde van een microsc.;Nose-ring= ring door den neus;Nosed:Flat nosed= met een platten neus;Noseless= zonder neus;Nosing= vooruitstekende rand van lijstwerk.

Nostalgia,nostaldžə, heimwee (naar =for);Nostalgic= heimwee hebbend.

Nostril,nostril, neusgat.

Nostrum,nostr’m, kwakzalversmiddel.

Nosy,nouzi, met grooten neus.

Not,not, niet:Not at all= geenszins, integendeel;Not by a very long way= geenszins;Not in the least= in het minst niet;Not if I know it= ik denk er niet aan, het komt niet bij mij op;Will they do it?Not they= ’t mocht wat, dat kun je begrijpen.

Notabene,nouta bînî.

Notability,noutəbiliti, merkwaardigheid, gewichtigheid; notabele;Notable,noutəb’l, merkwaardig, aanzienlijk, groot, uitstekend, bekend, berucht, flink (v. huisvr.=notable); subst. kopstuk, notabele:Assembly of Notables= afgevaardigden van Frankrijk (1787); subst.Notableness.

Notalgia,nətaldžə, pijn in den rug.

Notarial,nətêriəl, notariëel;Notary,noutəri, notaris =Notary public=Public notary.

Notation,nouteiš’n, aanteekening, opschrijving, notatie.

Notch,notš, subst. kerf, inkeping, keep, gergel; bergpas (Amer.);Notchverb. kerven, inkepen, opschrijven:The stick wasnotched acrossat regular distances= over den stok waren op gelijken afstand inkepingen gemaakt;Notch-board= wang van een trap.

Note,nout, subst. opmerking, bekendheid, beteekenis, belang, (verklarende) aanteekening, uitlegging, briefje, mededeeling, nota, rekening, orderbriefje, promesse (ook:Note of hand), toon, noot;Noteverb. aanteekenen,[364]letten op, nota of notitie nemen van, aanteekeningen maken, laten protesteeren:Note of charges= onkosten-nota;Note of exclamation (interrogation);A thingworthyofnote= merkwaardig iets;He is a manof note= man van aanzien en gewicht;As per note= volgens nota;Wecompared notes together= wij vergeleken onze bevindingen;Tomake a note of= aanteekenen;Totake notes= aanteekeningen maken;Totake no note(of it) = geen nota nemen van, niet letten op;Note-book= aanteekenboek;Note-paper= klein formaat schrijfpapier;Note-shaver= iemand, die tegen buitensporige rente wissels disconteert, enz.; maker van valsche bankbiljetten;Noteworthiness, subst. v.Noteworthy,noutwɐ̂dhi, merkwaardig;He is anoted general= vermaard;Notedness= vermaardheid.

Nothing,nɐthiŋ, subst. niets, kleinigheid, nul, prul:For nothing= te vergeefs;Next to nothing= zoo goed als niets;Nothing at all= in ’t geheel niets;The piece wasnothing like so wittyas I expected= het leek er niet op, dat;There was nothing for itbut to get out= er zat niets anders op dan;Tohave nothing on= niets aan hebben;That’s nothing to me= dat kan mij niet schelen;He is nothing to us= we hebben niets met hem te maken;There’s nothing in it= dat beteekent niets, is van geen belang;I will have nothing to say to you= niets met u te maken hebben;It is nothing to be inquired into= het is de moeite niet waard, er onderzoek naar te doen;Things havecome to nothing= er is niets van gekomen;Ican make nothing of it= kan er niet uit wijs worden;Nothing venture,nothing have= wie niet waagt, die niet wint;Nothingness= waardeloosheid.

Notice,noutis, subst. opmerking, aandacht, acht, hoede, kennisgeving, waarschuwing, aankondiging, recensie;Noticeverb. opmerken, waarnemen, notitie nemen van, vermelden, bespreken, recenseeren, eerbied bewijzen:Toescape notice= onbekend (onopgemerkt) blijven;Hegave me notice(toleave,toquit) = hij heeft me de huur (den dienst) opgezegd;Have yougiven noticeas yet? = hebt ge u al (voor ’t examen) aangegeven;The child takes notice in a wonderful way= krijgt al merkwaardig veel “weet”;At a moment’s notice= onmiddellijk;At (a) short notice= op korten termijn;Wenoticed the work in last week’s issue= hebben in ons nummer van de vorige week besproken;Do not notice me= doe maar alsof ik er niet ben, let niet op mij;I had no opportunity ofnoticing this to you= u hierop opmerkzaam te maken;Notice-board= aanplakbord;Notice-paper= agenda;Noticeable= opvallend, opmerkenswaard:Actresses generally go about withnoticeable dress= zijn nogal dikwijls opzichtig gekleed.

Notification,noutifikeiš’n, kennisgeving, verwittiging, mededeeling, het beteekenen (van een vonnis);Notify,noutifai, bekend maken, verwittigen, kond doen.

Notion,nouš’n, begrip, denkbeeld, neiging (Notions= kleinigheden, snuisterijen)(Amer.):He hasn’t a notion of doing it= denkt er niet aan;I had no notion of it= ik had er geen flauw idee van;Notional= denkbeeldig, droomerig, begrips …:Notional words= begripsnamen.

Notoriety,noutəraiiti, algemeene bekendheid, beruchtheid, onloochenbare zekerheid; bekende persoonlijkheid;Notorious,nətôriəs, bekend, berucht:A notorious burglar= berucht inbreker; subst.Notoriousness.

Notturno,notɐ̂nou, nocturne (muz.).

Notus,noutəs, Zuiden (of Z. W.) wind.

Not-wheat,notwît, ongebaarde tarwe.

Notwithstanding,notwidhstandiŋ, niettegenstaande:Notwithstanding that= ofschoon.

Nougat,nûgâ, noga.

Nought,nôt. ZieNaught.

Noun,naun, zelfstandig naamwoord:Proper noun= eigennaam.

Nourish,nɐriš, voeden, grootbrengen, koesteren;Nourishable= wat gekweekt of gevoed kan worden;Nourisher;Nourishing= voedzaam;Nourishment= voeding, voedsel.

Nous,naus,nûs, verstand; helderheid:Youneed all your nousfor that= daar mag je “de vijf” wel goed voor bij elkaar hebben;Nous-box= “kop”, kersepit.

Nova Scotia,nouvəskoušə, Nieuw Schotland;Nova Zembla,nouvəzemblə.

Novel,nov’l, subst. roman, novelle (Jur.); adj. nieuw, ongewoon:Thepurpose novel= tendenzroman;A novel point= een nieuw gezichtspunt;A novel-writer= romanschrijver;Novelette,novəlet, novelle;Novelist= romanschrijver;Novelistic= roman..;Novelty= nieuwigheid, nieuw artikel:That isquite a novelty= dat is wat nieuws.

November,nəvembə, November.

Novice,novis, nieuweling, beginner, novice (klooster);Noviciate,Novitiate,nəvišieit, leertijd, proeftijd (in een klooster), novitiaat.

Now,nau, nu, thans:Now… now…= nu eens … dan weer…;Now and again= telkens;Now and then= nu en dan;Every now and then= telkens;Before now= reeds vroeger;By now= op dit oogenblik;But (Even) now= net nog;Just now= zooeven;Till now= tot nu toe;Don’t spill oil on my dress, now= zeg er eens, mors nu geen olie op mijne japon;Now, the weather being nice= aangezien het weer mooi was;He said so.Did he now?= och kom!I shan’t tell you,So now!= basta!Sure now?= Heusch? (Iersch);Now for it!= nu moet het maar wezen;Now for them!= laten ze nu maar komen!Now that= daar nu, omdat;Nowadays,nauədeiz, heden ten dage.

Noway(s),nouwei(z), geenszins.

Nowhere,nouwêə, nergens:Now that he has lost his property,he is nowhere= beteekent hij niets meer;My horse was nowhere= verloor het royaal, viel geheel uit;His new play is nowhere= trekt geen publiek;It is nowhere by comparison= haalt er niet bij;Nowhither,nouwidhə, nergensheen;Nowise,nouwaiz, op geenerlei wijze.

Noxious,nokšəs, schadelijk, verderfelijk, ongezond; subst.Noxiousness.[365]

Noyau,Fr. uitspr.persico.

Nozzle,noz’l, pijp, mondstuk, snuit; neus.

Nub,nɐb, knobbel; adj.Nubbly.

Nubia,njûbjə, Nubië; wollen netje (hoofdbedekking voor Amer. dames);Nubian= Nubiër, negerslaaf.

Nubile,njûbil, huwbaar.

Nucleus,njûkliəs, kern, grondslag.

Nude,njûd, naakt, bloot, kaal; ongeldig:The nude= het naakte (lichaam);Nudeness=Nudity.

Nudge,nɐdž, subst. duwtje;Nudgeverb. eventjes aanstooten:He nudged me (with his elbow)= hij gaf me een duwtje (met den elleboog), stootte mij aan.

Nudity,njûditi, naaktheid.

Nugatory,njûgətəri, beuzelachtig, waardeloos.

Nugget,nɐgət, klomp edel metaal.

Nuisance,njûs’ns, plaag, last, burengerucht:What a nuisance= dat is vervelend;Don’t be a nuisance= hinder me zoo niet;Commit no nuisance!= verontreiniging van deze plaats is verboden.

Null,nɐl, krachteloos, nietig, ongeldig; subst. nul:Some voting-papers were null= van onwaarde;Nullification= vernietiging, nietigverklaring;-ify,nɐlifai, van nul en geener waarde maken;Nullity= ongeldigheid.

Nullah,nɐla, kanaal, droge stroom, bedding (Brit. Ind.).

Numb,nɐm, adj. verstijfd, verkleumd, verdoofd;Numbverb. verdooven, verstijven; subst.Numbness.

Number,nɐmbə, subst. getal, nummer, menigte, (vers)maat;Numberverb. rekenen, nummeren, (op)tellen, bedragen:Numbers= verzen, poëzie; Numeri;Tolook well after number one= voor zichzelf zorgen;Out of (Without) number= talloos;To the number of40= ten getale;In great numbers= in gr. getale;It’s the numbers that pay= slechts bij grooten omzet is winst te behalen;Number off= nummert u! (mil.);They can benumbered on the fingers of one hand= zij zijn op de vingers te tellen;Numberer;Numberless= talloos.

Numbles,nɐmb’lz, ingewand van een hert.

Numerable,njûmərəb’l, telbaar;Numeral, subst. telwoord, getalteeken; adj. tot een telwoord behoorende, een getal aanduidend;Numerary= in een zeker getal begrepen;Numeration= het tellen;Numerate,njûməreit, tellen, rekenen;Numerator,njûməreitə, teller;Numerical,njumerik’l:Numerical difference= verschil in getal;Numerical frame= rekenmachine;Numero= nummer;Numerous= talrijk; subst.Numerousness.

Numidia,njumidjə, Numidië;Numidian= Numidiër, Numidisch.

Numismatic,njûmizmatik, penning - -, munt - -;Numismatics= penningkunde;Numismatist,njûmizmətist, penningkundige.

Numskull,nɐmskɐl, uilskuiken;Numskulled= dom.

Nun,nɐn, non; nonnetje (een zaagbek-eend):Nun’s veiling= soort voile-stof;Nunnery= nonnenklooster.

Nuncheon,nɐnš’n; ZieLuncheon.

Nunciature,nɐnšiətjuə, ambt of woning van eenNuncio,nɐnšiou, pauselijk gezant, nuntius.

Nuncle,nɐŋk’l=Uncle.

Nuncupative,nɐŋkjupətiv,Nuncupatory,nɐŋkjupətəri, mondeling:A nuncupatory will= mondeling gemaakt testament.

Nundinal,nɐndin’l,Nundinary,nɐndin’ri, jaarmarkt - -:Nundinary laws.

Nuneaton,nɐnîtən,nɐnətən.

Nuphar,njûfə,njûfâ, gele waterlelie of plomp.

Nuptial,nɐpš’lhuwelijks.…:Nuptial benediction= huwelijksinzegening;Nuptial tie= huwelijksband;Nuptials= huwelijk, bruiloft.

Nuremberg,njûr’mbɐ̂g, Neurenberg.

Nurse,nɐ̂s, subst. pleegzuster; baker (=Dry nurse, ofMonthly nurse); min (=Wet nurse); kindermeid, “juffrouw”; kweeker, verzorger;Nurseverb. zoogen, grootbrengen, oppassen, koesteren, streelen, strijken, sparen, dicht blijven bij:The child wasat nurse,wasput out to nurse= het kind was, werd bij eene min uitbesteed;Heput out his income to nurseand accumulate= zette op rente;He understandsthe art of nursing= om ze warm te houden (bilj.);He nursed his capital= was spaarzaam, leefde zuinig;You mustnurse your cold= wat doen tegen;Tonurse one’s face= de handen voor het gezicht houden;Henursed his leg= hij zat met over elkaar geslagen of hoog opgetrokken knieën;Nurse-girl= kindermeisje;Nurse-maid;Nurse-pond= vijver voor vischcultuur;Nursery= kinderkamer; kweekerij (van planten); wedstrijd voor 2 jarige paarden;Nursery-cannon= kanonnetje uit de speelgoeddoos;Nursery-gardener= gardenier, kweeker;Nursery-governess= kinderjuffrouw;Nursery-man= kweeker, gardenier;Nursery-plant= stekje;Nursery-rhyme= kinderversje;Nursery-tale= sprookje;Nursing-bottle= zuigflesch;Nursling= voedsterling, lieveling.

Nurture,nɐ̂tšə, subst. het voeden of grootbrengen, voeding, voedsel, opvoeding;Nurtureverb. voeden, grootbrengen, opvoeden.

Nustle,nɐs’l=Nuzzle.

Nut,nɐt, subst. noot, hazelnoot, moer, neut (van een anker), fat, dandy, nootjeskool, kop;Nutverb. noten plukken:He isas close as a nut= zoo dicht als een pot;As sweet as a nut= als uit een doosje;Hard nuts to crack (tackle);I have a nut to crackwith you= appeltje met je te schillen;That is nuts to me= een kolfje naar mijn hand;It is nutsto read that letter= het is een genot;She isdead nuts on him= smoorlijk verliefd op;Juggles, the policeman, isdead nuts onpoachers= is fel op;You are alwaysdead nuts onthat school= je geeft altijd af op die inrichting;He isoff his nut= gek;Nut-brown= licht bruin;Nut-cracker(s)= notenkraker; ingevallen mond;Nut-gall= galappel;Nut-hatch= boomklever;Nut-hook= notenhaak; dievenvanger;Nut-key= schroevensleutel;Nutmeg= notenmuskaat;Nutmeg-grater= notenmuskaat-raspje;[366]Nutmeg-oil= muskaatolie;Nutshell= notedop (ookfig.):The worldin a nutshell= de wereld in een doosje;The whole matterlies in a nutshell= is doodeenvoudig;Nut-tree;Nut-wood= notenboomhout;Nutter= notenplukker;Nutting:Togo a-nutting= gaan noten plukken;Nutty= vol noten, als noten smakende; lief.

Nutrient,njûtriənt, voedend; subst. voedende stof;Nutriment,njûtriment, voedsel:Nutrimental,njûtriment’l, voedend;Nutrition= voeding, voedsel, voedingswaarde;Nutritious= voedzaam; subst.Nutritiousness;Nutritive= voedzaam; subst.Nutritiveness.

Nuzzer,nɐzə, een geschenk aan een superieur (Brit. Ind.).

Nuzzle,nɐz’l, met den neus omwroeten (zooals een varken), met den neus wrijven tegen, een ring door den neus trekken, liefkoozen, het hoofd verbergen in moeders schoot (als een kind); met het hoofd voorover loopen.

Nymph,nimf, nimf; jonge schoone;Nymph-likeofNymphly= als eene nimf;Nymphaea,nimfîə, witte plomp;Nymphean,nimfîən, nimfachtig =Nymphical=Nymphish.


Back to IndexNext