Runagate,rɐnəgeit, afvallige, vluchteling.Rundle,rɐnd’l, sport.Rune,rûn, runenpoezie.Rung,rɐŋ, imperf. en p. perf. vanto ring.Rung,rɐŋ, sport, planken vloer (schip):On the lowest rung of the ladder(fig.).Runic,rûnik:Runic letters;Runic knot= runenknoop.Runlet,rɐnlət, klein stroompje (ook:Runnel); vaatje (18 à 18½ gallons = ± 81,784 L.).Runnet,rɐnet. ZieRennet.Runnymede,rɐnimîd, weide op den zuidelijken oever van de Theems, waarJohn Lackland(1215) deMagna Chartaverleende:He had togo to Runnymede= hij moest zoete broodjes bakken.Runt,rɐnt, dwergdier, dwerg, duivensoort.Rupee,rupî, O.-I. munt, vroeger = ƒ 1,20, thans ± ƒ 0,70;He wasshaking the rupee tree= hij verdiende geld als water.Rupert,rûpət, Rubrecht:(Prince) Rupert’s drop= glastranen.Rupture,rɐptšə, subst. breuk, scheuring;Ruptureverb. barsten, breken, een breuk krijgen.Rural,rûr’l, landelijk, boersch:Rural dean= deken, die het toezicht heeft opthe clergy and laityvan een district;Ruralize= op het land wonen, een landelijk aanzien geven;Ruralness= landelijkheid;Aruridecanal(rûridekn’l)meeting= vergadering of bijeenkomst vanrural deans.Ruse,rûz, krijgslist, kunstgreep, streek.Rush,rɐš, stormloop, geraas, aanloop, aandrang, levendige vraag, groote drukte, energie;Rushverb. stormloopen, zich storten op, bestormen, voort(door)drijven; voortsnellen, naar binnen stuiven:A rush tothe doors= een bestorming van;Torush a billthrough Parliament= met spoed behandelen en aannemen;The sailorsrushed the boats= bestormden de booten;Torush a fortress(=Tocarry it with a rush) = door een snellen en onverwachten aanval nemen;He gave us no time for reflection, in fact,rushed us= overrompelde ons feitelijk (met zijne vraag);Tobe rushed= het erg druk hebben;Herushed in uponme all at once= viel me ineens op ’t lijf;Rush-answers= antwoorden aan abonné’s van een blad per telefoon (Amer.);Rush-seat= onbesproken plaats (Amer.);Rush-time= drukke uren in deCity;Rusher= doorzetter, aanpakker.Rush,rɐš, bies; lor:I don’t care a rush= geef er geen lor om, het kan me niets schelen;Rush-bottomed(=Rushseated) = met matten zitting;Rush-candle= kaarsje van biezenmerg in talk gedompeld;Rush-light= licht van eenRush-candle; zwak en flikkerend licht;Rush-mat= biezen mat;Rushiness, subst. v.Rushy= vol biezen.Rusk,rɐsk, licht gebak, gestampte beschuit,Ruskverb. stampen v. beschuit (Amer.).Ruskin,rɐskin;Russell,rɐs’l.Russet,rɐsət, roodbruin, uit roodbruine en grove stof vervaardigd, boersch; subst. roodbruine stof, soort winterappel;Russety= roodbruin.Russia,rɐšə, Rusland:Russia leather= juchtleder;Russian, subst. en adj. Rus(sische taal), Russisch;Russophile,rɐsəf(a)il, Russenvriend; ook adj.;Russophobia,rɐsəfoubjə, Russenvrees, Russenhaat;The Russo-Turkish war.Rust,rɐst, subst. roest, schimmel;Rustverb. roesten, schimmelen, roestig maken:Togather rust= roesten, schimmelen, ontaarden;Rust-eaten= door en door verroest;Rustful= roestig;Rustiness, subst. v.Rusty= roestig, beschimmeld, verschoten, afgedragen, stram, krassend, knorrig, saai:I ama little rusty in my French= mijn Fr. is niet veel meer;He isgetting rusty= gaat achteruit, wordt vergeetachtig;Toturn rusty= boos, saai worden.Rustic,rɐstik, subst. landbewoner, boer, lomperd; adj. landelijk, eenvoudig, ongekunsteld, primitief, onhandig, lomp:Rustic beauty= landelijke schoone;Rustic tobacco= boerentabak;Rustic work= rustiek bewerkte meubelen en prieelen;Rusticalness= boerschheid, lompheid;Rusticate,rɐstikeit,[476]op het land wonen, verboeren; voor een tijd wegzenden (van de hoogeschool):Arusticated student;The deanrusticated the whole party= de deken sjeesde het heele troepje; subst.Rustication;Rusticityrɐstisiti, landelijkheid, eenvoud, lompheid, boerschheid.Rustle,rɐs’l, subst. geruisch.geritsel;Rustleverb. ritselen, ruischen; aanpakken (Amer.);Rustler= doorzettend man, veedief (Amer.).Rut,rɐt, subst. bronsttijd; wagenspoor, groef, goot, voor;Rutverb. met voren of groeven doorsnijden; bronsten, dekken:In therut(ting)season= bronsttijd;Ruttish= bronstig, geil;Rutty= met groeven doorsneden.Rutabaga,rûtəbeigə, Zweedsche koolraap.Ruth,rûth.Ruth,rûth, kommer, ellende, mededoogen;Ruthful= ellendig, meedoogend;Ruthless= onbarmhartig, wreed; subst.Ruthlessness.Rutherford,rɐdhəfəd;Ruthven,rɐthv’n,riv’n.Ruyter (De),dəraitə;Ryswick,rizwik.Rye,rai, rogge, whisky uit r. gestookt;Rye-bread= roggebrood;Rye-grass= Engelsch raaigras;Rye-straw= roggestroo.Ryot,raiət, Hindoesche boer, pachter.
Runagate,rɐnəgeit, afvallige, vluchteling.Rundle,rɐnd’l, sport.Rune,rûn, runenpoezie.Rung,rɐŋ, imperf. en p. perf. vanto ring.Rung,rɐŋ, sport, planken vloer (schip):On the lowest rung of the ladder(fig.).Runic,rûnik:Runic letters;Runic knot= runenknoop.Runlet,rɐnlət, klein stroompje (ook:Runnel); vaatje (18 à 18½ gallons = ± 81,784 L.).Runnet,rɐnet. ZieRennet.Runnymede,rɐnimîd, weide op den zuidelijken oever van de Theems, waarJohn Lackland(1215) deMagna Chartaverleende:He had togo to Runnymede= hij moest zoete broodjes bakken.Runt,rɐnt, dwergdier, dwerg, duivensoort.Rupee,rupî, O.-I. munt, vroeger = ƒ 1,20, thans ± ƒ 0,70;He wasshaking the rupee tree= hij verdiende geld als water.Rupert,rûpət, Rubrecht:(Prince) Rupert’s drop= glastranen.Rupture,rɐptšə, subst. breuk, scheuring;Ruptureverb. barsten, breken, een breuk krijgen.Rural,rûr’l, landelijk, boersch:Rural dean= deken, die het toezicht heeft opthe clergy and laityvan een district;Ruralize= op het land wonen, een landelijk aanzien geven;Ruralness= landelijkheid;Aruridecanal(rûridekn’l)meeting= vergadering of bijeenkomst vanrural deans.Ruse,rûz, krijgslist, kunstgreep, streek.Rush,rɐš, stormloop, geraas, aanloop, aandrang, levendige vraag, groote drukte, energie;Rushverb. stormloopen, zich storten op, bestormen, voort(door)drijven; voortsnellen, naar binnen stuiven:A rush tothe doors= een bestorming van;Torush a billthrough Parliament= met spoed behandelen en aannemen;The sailorsrushed the boats= bestormden de booten;Torush a fortress(=Tocarry it with a rush) = door een snellen en onverwachten aanval nemen;He gave us no time for reflection, in fact,rushed us= overrompelde ons feitelijk (met zijne vraag);Tobe rushed= het erg druk hebben;Herushed in uponme all at once= viel me ineens op ’t lijf;Rush-answers= antwoorden aan abonné’s van een blad per telefoon (Amer.);Rush-seat= onbesproken plaats (Amer.);Rush-time= drukke uren in deCity;Rusher= doorzetter, aanpakker.Rush,rɐš, bies; lor:I don’t care a rush= geef er geen lor om, het kan me niets schelen;Rush-bottomed(=Rushseated) = met matten zitting;Rush-candle= kaarsje van biezenmerg in talk gedompeld;Rush-light= licht van eenRush-candle; zwak en flikkerend licht;Rush-mat= biezen mat;Rushiness, subst. v.Rushy= vol biezen.Rusk,rɐsk, licht gebak, gestampte beschuit,Ruskverb. stampen v. beschuit (Amer.).Ruskin,rɐskin;Russell,rɐs’l.Russet,rɐsət, roodbruin, uit roodbruine en grove stof vervaardigd, boersch; subst. roodbruine stof, soort winterappel;Russety= roodbruin.Russia,rɐšə, Rusland:Russia leather= juchtleder;Russian, subst. en adj. Rus(sische taal), Russisch;Russophile,rɐsəf(a)il, Russenvriend; ook adj.;Russophobia,rɐsəfoubjə, Russenvrees, Russenhaat;The Russo-Turkish war.Rust,rɐst, subst. roest, schimmel;Rustverb. roesten, schimmelen, roestig maken:Togather rust= roesten, schimmelen, ontaarden;Rust-eaten= door en door verroest;Rustful= roestig;Rustiness, subst. v.Rusty= roestig, beschimmeld, verschoten, afgedragen, stram, krassend, knorrig, saai:I ama little rusty in my French= mijn Fr. is niet veel meer;He isgetting rusty= gaat achteruit, wordt vergeetachtig;Toturn rusty= boos, saai worden.Rustic,rɐstik, subst. landbewoner, boer, lomperd; adj. landelijk, eenvoudig, ongekunsteld, primitief, onhandig, lomp:Rustic beauty= landelijke schoone;Rustic tobacco= boerentabak;Rustic work= rustiek bewerkte meubelen en prieelen;Rusticalness= boerschheid, lompheid;Rusticate,rɐstikeit,[476]op het land wonen, verboeren; voor een tijd wegzenden (van de hoogeschool):Arusticated student;The deanrusticated the whole party= de deken sjeesde het heele troepje; subst.Rustication;Rusticityrɐstisiti, landelijkheid, eenvoud, lompheid, boerschheid.Rustle,rɐs’l, subst. geruisch.geritsel;Rustleverb. ritselen, ruischen; aanpakken (Amer.);Rustler= doorzettend man, veedief (Amer.).Rut,rɐt, subst. bronsttijd; wagenspoor, groef, goot, voor;Rutverb. met voren of groeven doorsnijden; bronsten, dekken:In therut(ting)season= bronsttijd;Ruttish= bronstig, geil;Rutty= met groeven doorsneden.Rutabaga,rûtəbeigə, Zweedsche koolraap.Ruth,rûth.Ruth,rûth, kommer, ellende, mededoogen;Ruthful= ellendig, meedoogend;Ruthless= onbarmhartig, wreed; subst.Ruthlessness.Rutherford,rɐdhəfəd;Ruthven,rɐthv’n,riv’n.Ruyter (De),dəraitə;Ryswick,rizwik.Rye,rai, rogge, whisky uit r. gestookt;Rye-bread= roggebrood;Rye-grass= Engelsch raaigras;Rye-straw= roggestroo.Ryot,raiət, Hindoesche boer, pachter.
Runagate,rɐnəgeit, afvallige, vluchteling.Rundle,rɐnd’l, sport.Rune,rûn, runenpoezie.Rung,rɐŋ, imperf. en p. perf. vanto ring.Rung,rɐŋ, sport, planken vloer (schip):On the lowest rung of the ladder(fig.).Runic,rûnik:Runic letters;Runic knot= runenknoop.Runlet,rɐnlət, klein stroompje (ook:Runnel); vaatje (18 à 18½ gallons = ± 81,784 L.).Runnet,rɐnet. ZieRennet.Runnymede,rɐnimîd, weide op den zuidelijken oever van de Theems, waarJohn Lackland(1215) deMagna Chartaverleende:He had togo to Runnymede= hij moest zoete broodjes bakken.Runt,rɐnt, dwergdier, dwerg, duivensoort.Rupee,rupî, O.-I. munt, vroeger = ƒ 1,20, thans ± ƒ 0,70;He wasshaking the rupee tree= hij verdiende geld als water.Rupert,rûpət, Rubrecht:(Prince) Rupert’s drop= glastranen.Rupture,rɐptšə, subst. breuk, scheuring;Ruptureverb. barsten, breken, een breuk krijgen.Rural,rûr’l, landelijk, boersch:Rural dean= deken, die het toezicht heeft opthe clergy and laityvan een district;Ruralize= op het land wonen, een landelijk aanzien geven;Ruralness= landelijkheid;Aruridecanal(rûridekn’l)meeting= vergadering of bijeenkomst vanrural deans.Ruse,rûz, krijgslist, kunstgreep, streek.Rush,rɐš, stormloop, geraas, aanloop, aandrang, levendige vraag, groote drukte, energie;Rushverb. stormloopen, zich storten op, bestormen, voort(door)drijven; voortsnellen, naar binnen stuiven:A rush tothe doors= een bestorming van;Torush a billthrough Parliament= met spoed behandelen en aannemen;The sailorsrushed the boats= bestormden de booten;Torush a fortress(=Tocarry it with a rush) = door een snellen en onverwachten aanval nemen;He gave us no time for reflection, in fact,rushed us= overrompelde ons feitelijk (met zijne vraag);Tobe rushed= het erg druk hebben;Herushed in uponme all at once= viel me ineens op ’t lijf;Rush-answers= antwoorden aan abonné’s van een blad per telefoon (Amer.);Rush-seat= onbesproken plaats (Amer.);Rush-time= drukke uren in deCity;Rusher= doorzetter, aanpakker.Rush,rɐš, bies; lor:I don’t care a rush= geef er geen lor om, het kan me niets schelen;Rush-bottomed(=Rushseated) = met matten zitting;Rush-candle= kaarsje van biezenmerg in talk gedompeld;Rush-light= licht van eenRush-candle; zwak en flikkerend licht;Rush-mat= biezen mat;Rushiness, subst. v.Rushy= vol biezen.Rusk,rɐsk, licht gebak, gestampte beschuit,Ruskverb. stampen v. beschuit (Amer.).Ruskin,rɐskin;Russell,rɐs’l.Russet,rɐsət, roodbruin, uit roodbruine en grove stof vervaardigd, boersch; subst. roodbruine stof, soort winterappel;Russety= roodbruin.Russia,rɐšə, Rusland:Russia leather= juchtleder;Russian, subst. en adj. Rus(sische taal), Russisch;Russophile,rɐsəf(a)il, Russenvriend; ook adj.;Russophobia,rɐsəfoubjə, Russenvrees, Russenhaat;The Russo-Turkish war.Rust,rɐst, subst. roest, schimmel;Rustverb. roesten, schimmelen, roestig maken:Togather rust= roesten, schimmelen, ontaarden;Rust-eaten= door en door verroest;Rustful= roestig;Rustiness, subst. v.Rusty= roestig, beschimmeld, verschoten, afgedragen, stram, krassend, knorrig, saai:I ama little rusty in my French= mijn Fr. is niet veel meer;He isgetting rusty= gaat achteruit, wordt vergeetachtig;Toturn rusty= boos, saai worden.Rustic,rɐstik, subst. landbewoner, boer, lomperd; adj. landelijk, eenvoudig, ongekunsteld, primitief, onhandig, lomp:Rustic beauty= landelijke schoone;Rustic tobacco= boerentabak;Rustic work= rustiek bewerkte meubelen en prieelen;Rusticalness= boerschheid, lompheid;Rusticate,rɐstikeit,[476]op het land wonen, verboeren; voor een tijd wegzenden (van de hoogeschool):Arusticated student;The deanrusticated the whole party= de deken sjeesde het heele troepje; subst.Rustication;Rusticityrɐstisiti, landelijkheid, eenvoud, lompheid, boerschheid.Rustle,rɐs’l, subst. geruisch.geritsel;Rustleverb. ritselen, ruischen; aanpakken (Amer.);Rustler= doorzettend man, veedief (Amer.).Rut,rɐt, subst. bronsttijd; wagenspoor, groef, goot, voor;Rutverb. met voren of groeven doorsnijden; bronsten, dekken:In therut(ting)season= bronsttijd;Ruttish= bronstig, geil;Rutty= met groeven doorsneden.Rutabaga,rûtəbeigə, Zweedsche koolraap.Ruth,rûth.Ruth,rûth, kommer, ellende, mededoogen;Ruthful= ellendig, meedoogend;Ruthless= onbarmhartig, wreed; subst.Ruthlessness.Rutherford,rɐdhəfəd;Ruthven,rɐthv’n,riv’n.Ruyter (De),dəraitə;Ryswick,rizwik.Rye,rai, rogge, whisky uit r. gestookt;Rye-bread= roggebrood;Rye-grass= Engelsch raaigras;Rye-straw= roggestroo.Ryot,raiət, Hindoesche boer, pachter.
Runagate,rɐnəgeit, afvallige, vluchteling.
Rundle,rɐnd’l, sport.
Rune,rûn, runenpoezie.
Rung,rɐŋ, imperf. en p. perf. vanto ring.
Rung,rɐŋ, sport, planken vloer (schip):On the lowest rung of the ladder(fig.).
Runic,rûnik:Runic letters;Runic knot= runenknoop.
Runlet,rɐnlət, klein stroompje (ook:Runnel); vaatje (18 à 18½ gallons = ± 81,784 L.).
Runnet,rɐnet. ZieRennet.
Runnymede,rɐnimîd, weide op den zuidelijken oever van de Theems, waarJohn Lackland(1215) deMagna Chartaverleende:He had togo to Runnymede= hij moest zoete broodjes bakken.
Runt,rɐnt, dwergdier, dwerg, duivensoort.
Rupee,rupî, O.-I. munt, vroeger = ƒ 1,20, thans ± ƒ 0,70;He wasshaking the rupee tree= hij verdiende geld als water.
Rupert,rûpət, Rubrecht:(Prince) Rupert’s drop= glastranen.
Rupture,rɐptšə, subst. breuk, scheuring;Ruptureverb. barsten, breken, een breuk krijgen.
Rural,rûr’l, landelijk, boersch:Rural dean= deken, die het toezicht heeft opthe clergy and laityvan een district;Ruralize= op het land wonen, een landelijk aanzien geven;Ruralness= landelijkheid;Aruridecanal(rûridekn’l)meeting= vergadering of bijeenkomst vanrural deans.
Ruse,rûz, krijgslist, kunstgreep, streek.
Rush,rɐš, stormloop, geraas, aanloop, aandrang, levendige vraag, groote drukte, energie;Rushverb. stormloopen, zich storten op, bestormen, voort(door)drijven; voortsnellen, naar binnen stuiven:A rush tothe doors= een bestorming van;Torush a billthrough Parliament= met spoed behandelen en aannemen;The sailorsrushed the boats= bestormden de booten;Torush a fortress(=Tocarry it with a rush) = door een snellen en onverwachten aanval nemen;He gave us no time for reflection, in fact,rushed us= overrompelde ons feitelijk (met zijne vraag);Tobe rushed= het erg druk hebben;Herushed in uponme all at once= viel me ineens op ’t lijf;Rush-answers= antwoorden aan abonné’s van een blad per telefoon (Amer.);Rush-seat= onbesproken plaats (Amer.);Rush-time= drukke uren in deCity;Rusher= doorzetter, aanpakker.
Rush,rɐš, bies; lor:I don’t care a rush= geef er geen lor om, het kan me niets schelen;Rush-bottomed(=Rushseated) = met matten zitting;Rush-candle= kaarsje van biezenmerg in talk gedompeld;Rush-light= licht van eenRush-candle; zwak en flikkerend licht;Rush-mat= biezen mat;Rushiness, subst. v.Rushy= vol biezen.
Rusk,rɐsk, licht gebak, gestampte beschuit,Ruskverb. stampen v. beschuit (Amer.).
Ruskin,rɐskin;Russell,rɐs’l.
Russet,rɐsət, roodbruin, uit roodbruine en grove stof vervaardigd, boersch; subst. roodbruine stof, soort winterappel;Russety= roodbruin.
Russia,rɐšə, Rusland:Russia leather= juchtleder;Russian, subst. en adj. Rus(sische taal), Russisch;Russophile,rɐsəf(a)il, Russenvriend; ook adj.;Russophobia,rɐsəfoubjə, Russenvrees, Russenhaat;The Russo-Turkish war.
Rust,rɐst, subst. roest, schimmel;Rustverb. roesten, schimmelen, roestig maken:Togather rust= roesten, schimmelen, ontaarden;Rust-eaten= door en door verroest;Rustful= roestig;Rustiness, subst. v.Rusty= roestig, beschimmeld, verschoten, afgedragen, stram, krassend, knorrig, saai:I ama little rusty in my French= mijn Fr. is niet veel meer;He isgetting rusty= gaat achteruit, wordt vergeetachtig;Toturn rusty= boos, saai worden.
Rustic,rɐstik, subst. landbewoner, boer, lomperd; adj. landelijk, eenvoudig, ongekunsteld, primitief, onhandig, lomp:Rustic beauty= landelijke schoone;Rustic tobacco= boerentabak;Rustic work= rustiek bewerkte meubelen en prieelen;Rusticalness= boerschheid, lompheid;Rusticate,rɐstikeit,[476]op het land wonen, verboeren; voor een tijd wegzenden (van de hoogeschool):Arusticated student;The deanrusticated the whole party= de deken sjeesde het heele troepje; subst.Rustication;Rusticityrɐstisiti, landelijkheid, eenvoud, lompheid, boerschheid.
Rustle,rɐs’l, subst. geruisch.geritsel;Rustleverb. ritselen, ruischen; aanpakken (Amer.);Rustler= doorzettend man, veedief (Amer.).
Rut,rɐt, subst. bronsttijd; wagenspoor, groef, goot, voor;Rutverb. met voren of groeven doorsnijden; bronsten, dekken:In therut(ting)season= bronsttijd;Ruttish= bronstig, geil;Rutty= met groeven doorsneden.
Rutabaga,rûtəbeigə, Zweedsche koolraap.
Ruth,rûth.
Ruth,rûth, kommer, ellende, mededoogen;Ruthful= ellendig, meedoogend;Ruthless= onbarmhartig, wreed; subst.Ruthlessness.
Rutherford,rɐdhəfəd;Ruthven,rɐthv’n,riv’n.
Ruyter (De),dəraitə;Ryswick,rizwik.
Rye,rai, rogge, whisky uit r. gestookt;Rye-bread= roggebrood;Rye-grass= Engelsch raaigras;Rye-straw= roggestroo.
Ryot,raiət, Hindoesche boer, pachter.