K.K,kei;K(ing);K.B.=Knight of the Bath= ridder van de Bathorde;K(night)C(ommander of the)S(tar of)I(ndia);K.C.B.=Knight Commander of the Bath;K.G.=Knight of the Garter= ridder van den kouseband;K.G.C.B.=Knight Grand Cross of the Bath= ridder grootkruis van de B.-orde;K.G.F.=Knight of the order of the Golden Fleece= ridder van het Gulden Vlies;Ki(ngs);Knt.ofKt.= Knight;Kent.ofKy.= Kentucky.Kaaba=Caaba.Kaama,kâmə, kleine vos, ook hartebeest (Z.-Afr.).Kabul,kâbul;Kabyle,kəbîl,kəbail.Kaffer,Kaffir (Kafir),kâfə,kafə, ongeloovige; Kaffer(sch);Kaffers= Zuid Afrik. mijn-actiën; adj. kaffer - -.Kail,keil, (boeren)kool, koolsoep, middagmaal;Kail-yard, subst. moestuin; adj. in den geest v. deKail-yard school, van schrijvers alsIan Maclaren, etc.Kainite,kainait, kainiet.Kale,keil=Kail.Kaleidoscope,kəlaidəskoup, kaleidoscoop; adj.Kaleidoscopic(al).Kalender=Calender.Kali,kali,keili, potasch;Kalium,keiliəm, potassium.Kalmuck,kalmɐk, kalmuk; ruige, grove stof.Kamptulicon,kamptjûlikon, soort linoleum.Kamsin,kamsin, heete Zuid-oostewind (Egypte).Kangaroo,kaŋgərû, kangoeroe;Kangarooverb. op kang. jagen, ver springen.Kansas,kansas.Kaolin,kâəlin,keiəlin, porseleinaarde.Kapok,kəpok, kapok.Kaross,kəros, dierenvel door Afrik. stammen gedragen.Ka(r)roo,kərû, groote zandvlakte in de Z.-Afrik. hoogvlakten.Kasan,kəzan;Kashmer,kašmî;Kate,keit;Katharina,kâtharainə;Katherine,kathərin;Kathleen,kathlîn;Katrine,katrin;Kavanagh,kavənâ.Kavass,kəvas, gewapende konstabel ter bescherming van een officieel persoon (Turkije).Kayak,kaiək,keijək, kajak.Kea,kîa, een soort papegaai (N. Zeel.).Kean,kîn;Kearney,kâni;Keble,kîb’l.Keckle,kek’l, touwwerk metsmartingomwoelen of bekleeden.Kedge(r),kedž(ə), klein werpanker (=Kedge-anchor);Kedgeverb. met behulp van een k. vooruittrekken.Kee,kî, interj. kiede-kiede!Keek,kîk, kijken, gluren (Schotl.).Keel,kîl, subst. kiel, kolenschuit, kolenmaat;Keelverb. van een kiel voorzien, omslaan (over), met de kiel over den grond schuren (ook:to plough with the keel), varen;Tofloat keel up= onderste boven:Keel-boat= kielboot;Keeler(=Keelman) = schuitenvoerder;Keelhaul= kielhalen;Keelson= kolsem (scheepst.).Keeling,kîliŋ, leng (soort v. kabeljauw).Keen,kîn, scherp, vinnig, bijtend, bits, doordringend; belust, verzot (on):Askeen as mustard;Keen-edged;Keen-eyed;Keenwitted= scherpzinnig; subst.Keenness.Keep,kîp, subst. bewaring, bewaking, slottoren, redoute, bestaan, onderhoud, voer, kost;Keepverb. bewaren, behouden, hoeden, bewaken, weerhouden, handhaven, onderhouden, vervullen, houden, etc.:I amkeeping you= houd je op;It won’t keep (well)= blijft niet goed;Tokeep aloof= zich op een afstand houden;Tokeep at bay= van zich afhouden;Tokeep close= geheim houden;Tokeep silent (silence)= zwijgen;Hekept crying= hij schreide maar door;Hekept us waiting= liet ons wachten;Tokeep company= gezelschap houden;Tokeep company with= verkeeren met;Tokeep (one’s) counsel= zwijgen, een geheim bewaren;Do youkeep figs? = hebt gij ook vijgen te koop?Tokeep garrison at= in garnizoen liggen;Tokeep one’s ground= stand houden;Tokeep bad (late), good (early) hours= altijd laat, vroeg thuis zijn;Tokeep house= huishouden;Tokeep pace with= op de hoogte blijven van, meegaan met;Put your trust in God, and keep your powder dry;Keep thy shop and thy shop will keep thee= pas op uw zaak en uw zaak zal u onderhouden;Tokeep one’s temper= zich inhouden, kalm blijven;Tokeep terms= college loopen;Tokeep time= in de maat blijven;Tokeep touch of, in touch with= voeling houden met;Tokeep watch= wacht houden;Tokeep one’s silver wedding= vieren;Keep it back= houd het geheim, bedwing u;Hekept downhis anger= onderdrukte;Keep fromsin= laat af van;Hekept me frommy lessons= hield mij af;Ikept the knowledge of it fromhim= onthield hem;I could notkeep from saying it= niet nalaten;Tokeep in(after school-hours) = nahouden;It’s well tokeep in with her= op goeden voet te blijven;Tokeep off= afweren, afhouden (van);I could notkeep myself on my legs= niet op de been blijven;The army waskept on foot= werd onder de wapenen gehouden;Hekept ontaking the first turning to the right= nam maar steeds;Hekept on turning= hij keek maar steeds om;Keep it on= ga zoo door;Keep onwith your algebra[293]by yourself= ga zelf door;Tokeep out ofharm’s way= voor gevaar, ongelukken behoeden;These advertisements must bekept over= tot een volgend nummer uitgesteld;The ship waskept to= bij den wind gehouden;Tokeep toa promise= houden aan;Ikeep tomy own people= houd me bij;Tokeep together= bijeen houden, vereenigd blijven;The ship waskept under weigh (way)= gaande gehouden;He could notkeep up with me= hij kon mij niet bijhouden;Keep it up, boys!= houd vol;Hekept me up tothe letterof the contract = hield mij strikt aan;Keeper= houder, bewaarder, opziener, opzichter, cipier:Keeper of the Great Seal= Grootzegelbewaarder (in Engeland deLord Chancellor);Keeper of the Privy Seal= geheimzegelbewaarder;Keepership;Keeping= bewaring, opzicht, hoede, hechtenis, voeding;In keeping with= harmonieerend met;You are herein safe keeping= in veilige hoede;Keeping-room= huiskamer;Keepsake= gedachtenis, herinnering, aandenken:By way of (As a) keepsake= als gedachtenis.Keeve,kîv, subst. tobbe, kuip, mand;Keeveverb. in eene kuip zetten te gisten.Keg,keg, vaatje.Keighley,kîthli;Keightley,kaitli;Keith,kîth.Kek,kek, kijk, zie (Z.-Afr.).Kelp,kelp, kelp, een ruwe soda uit wier of zeegras.Kelpie, Kelpy,kelpi, soort v. watergeest (Schot.).Kelson,kels’n, kolsem. ZieKeelson.Kelt,kelt, kelt; wollen stof van zwarte en witte wol gemaakt.Kemp,kemp, grove wol, onreinheden in bont.Ken,ken, subst. gezichtskring, ordinaire kroeg of kosthuis;Kenverb. waarnemen, bespeuren, onderscheiden, kennen:Beyond one’s ken= te hoog (fig.), onbegrijpelijk;Out of ken= onzichtbaar, buiten het gezicht;Within ken= zichtbaar;Kenning= gezichtsgrens op zee (20 miles);Kennings= herkenningsteekens, merken op de kust (scheepsterm).Kench,kenš, kuip, vat (Amer.).Kendal:Kendal Black Drug,kend’lblakdrɐg, laudanum;Kendal green,kend’lgrîn, groen laken (voor jagers, enz.).Kenelm,kenelm;Kenilworth,kenilwɐ̂th.Kennel,ken’l, subst. hondenhok, hok, vossenhol, “meute”, goot, poel;Kennelverb. in een hol wonen, in een hok opsluiten:Kennel coal= gaskool;Kennel-raker= voddenraper.Kensington,kenziŋt’n.Kent,kent, Kent; adj.Kentish:Kent-fire= applaus met rhythmisch handgeklap.Kentucky,kentɐki.Keogh,kîou, als plaatsnaam;kjou, als persoonsnaam;Keokuk,kîəkɐk.Kept,kept, P. Imp. en P.P. vanTo Keep:Badly kept up= slecht onderhouden;Kept mistress, bijzit.Kerb(stone),kɐ̂b(stoun), trottoirband.Kerchief,kɐ̂tšif, doek.Kerf,kɐ̂f, kerf, insnijding (van eene zaag).Kermes,kɐ̂mîz, kermes, een soort van schildluis:Kermes grains= scharlaken korrels.Kermess,kɐ̂mes, kermis, gecostumeerd weldadigheidsfeest (Amer.).Kern,kɐ̂n, Oud Iersche of Hooglandsche voetknecht, landlooper, karn; binnenhalen van den oogst en oogstfeest;Kern-baby= met korenaren versierde pop bij het oogstfeest.Kernel,kɐ̂n’l, subst. pit, kern, korrel;Kernelverb. korrelen:He that will eat the kernel, must crack the nut;Tohave no kernel= niet degelijk zijn.Kernooze,kənûz, kennen, op de hoogte zijn van;Kernoozer= kenner, connaisseur.Kerosene,kerəsîn, gezuiverde petroleum.Kerrie,keri, werpknots (Z.-Afr.).Kerse,kɐ̂s, kers, kleinigheid (verouderd, maar nog over in:Not worth a kerse= geen zier waard; Verg.Not worth a damn).Kersey,kɐ̂zi, subst. grove, wollen stof; ook adj.:Kerseys= broek van die stof.Kerseymere,kɐ̂zimîə, casimir.Kestrel,kestr’l, torenvalk.Keswick,kezik.Ket,ket, kreng, vuil.Ketch,ketš, kits, kaag (vaartuig).Ketch,ketš=Jack Ketch.Ketchup,ketšəp, soort v. saus. OokCatsupenCatchupgespeld.Kettle,ket’l, ketel:Here is a pretty kettle of fish= dat ’s een mooie boel;Kettledrum= keteltrom, pauk; theevisite; ook verb. = pauken;Kettle-drummer= paukenslager;Kettle-maker= ketelmaker.Kevel,kev’l, kruisklamp (scheepst.); steenhouwershamer.Kew,kjû.Key,kî, sleutel, toets, klep, toonaard, oplossing, vertaling;Keyverb. vastpinnen; stemmen, spannen:We have thekey of the position= het voornaamste punt der positie;The pope hasthe power of the keys= de macht over den hemel;That fellow hasthe key of the street= de stumperd heeft geen thuis, kan niet in huis;Tobe in key with= in harmonie met;Key-basket= sleutelmandje;Key bit= (sleutel)baard;Keyboard= klavier (van orgel of piano);Key-bone= sleutelbeen;Key-bugle= klephoorn;Keyhole= sleutelgat;Key-note= grondtoon;Key-pipe= pijp;Key-ring= sleutelring;Key-screw= schroefsleutel;Key-stone= sluitsteen;Key-word= slagwoord;All keyed up= klaar voor het gebruik;Keyless watch= remontoir.Keziah,kəzaiə.Khaki,kâki, bruingeel, khaki; subst. khaki stof, soldaat in khaki uniform:Dressed in khaki.Khalifa,kalifə, kalifa;Khalifate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Khan,kan,kân, Aziat. gouverneur, vorst, koning, prins, hoofd; karavanserij;Khanate,kanit,kânit, rechtsgebied van eenkhan.Khartoum,kâtûm.Khedival,kədîvəl, van den Khedive;[294]Khedivate,kədîvit, ambt(sgebied) van den Khedive;Khedive,kədîv, onderkoning (van Egypte).Khel,kel, een Afghaansche stam.Khirkah,kɐ̂ka, een gelapt kleedingstuk door dervischen gedragen.Khoras(s)an,kourasân.Khubber,kɐbə, bericht.Khud,kɐd, ravijn.Kiack,kiak, Boed. tempel.Kibe,kaib, open winterblaar.Kibitka,kibitkə, Russisch rijtuig, als slede te gebruiken; Tartaarsche tent.Kick,kik, subst. schop, terugstoot (van ’t geweer):Kickverb. schoppen, stooten, achteruitslaan, zich verzetten:Hehas a good deal of kickin him this morning= hij is van morgen slecht in zijn hum;Kick-off= eerste schop;At the age of 14 shekicked the beamat 180 pounds= haalde ze al 180 pond;Hekicked the beam= werd te licht bevonden, verloor het;Tokick the bucket= dood gaan;Tokick againstkismet= zich tegen het noodlot verzetten;The horsekicks ateverybody= slaat naar iedereen;His stomachkicked atthemedicine= walgde van:Ikicked him outto sink or swim= ik liet hem aan zijn lot over;Tokick overthe traces= uit den band slaan;Don’tkick upa row here= maak hier geen standje of opstootje;Hekicked uphis legs (heels)= sprong vroolijk rond;He waskicked upstairs into asplendid post= werd vooruit geschopt, en kreeg;Kicker= schopper, voetbalspeler, paard dat achteruit slaat, dwarskop;He isalive and kicking= springlevend.Kickshaws,kikšôz, beuzelarijen, wissewasjes, liflafjes (tegenover “soliede” kost).Kicksies,kiksiz, broek:Kicksies-builder= kleermaker.Kid,kid, subst. jonge geit, geitenleer, glacé-handschoen, kind, onzin, zwendel, vaatje, platte schotel, takkebos; adj. van geitenleer;Kidverb. ter wereld brengen, bedotten:There is no kidding about him= men kan op hem aan;Many candidateskid totheir constituents= houden hunne kiezers voor het lapje;Kid-gloves= glacé-handschoenen;Kiddy= ventje; dief;Kiddyverb. bedotten;Kidling= klein geitje.Kidderminster,kidəminstə, goedkoop soort vloerkleed.Kiddle,kid’l, teenen vischweer; speeksel.Kiddy,kidi. ZieKid.Kidnap,kidnap, stelen, met geweld wegvoeren, pressen;Kidnapper= steler (van kinderen), zielverkooper.Kidney,kidni, nier; soort, aard:They are allof the right (same) kidney= zij zijn allen van ’t goede (zelfde) soort;Kidney-bean= witte boon;Kidney-form=Kidney-shaped= niervormig.Kiefekil,kifikil, meerschuim.Kildare,kildêə.Kilderkin,kildəkin, vaatje van18 gallons.Kilkenny,kilkeni.Kill,kil, dooden, blusschen, dooven, stillen; subst. het dooden, buit:She dances to kill= zij is een onvermoeide danseres;Tokill time= den tijd dooden;It would bea case of kill or cure= er op of er onder;Kill-devil= rum of sterke drank in ’t algemeen;He is a kill-joy= een spelbederver, een “saaie Klaas”;Kill-time= tijdverdrijf;Killing= doodelijk, onweerstaanbaar, vreeselijk:You aretoo killing= je laat me nog doodlachen;Tolook killing= er onweerstaanbaar uitzien.Killaloe,kiləlou;Killarney,kilâni.Killick(=Killock)kilək, klein bootsanker, ankersteen.Killigrew,kiligrû;Kilmarnock,kilmânək;Kilmore,kilmö.Kiln,kil(n), oven, eest, kalkoven;Kiln-dry= in een oven of eest drogen;Kiln-hole= mond van een oven.Kilo,kilou,Kilogram(me),kiləgram, kilogram;Kilolitre,kiləlîtə,kilolitə, kiloliter;Kilometer,kiləmîtə,kilomitə, kilometer;Kilowatt,kiləwot= 1000 Watt (Electr.).Kilsyth,kilsaith.Kilt,kilt, subst. korte rok der Bergschotten;Kiltverb. opnemen;Kilted= (loodrecht) geplooid.Kimbo,kimbou, gebogen, gekromd:There he stood,with his arms akimbo= met zijne armen in de zijde.Kin,kin, subst. maagschap, bloedverwantschap, bloedverwant, maag; adj. verwant, van dezelfde soort:He isnext of kin= de naaste bloedverwant;No kin no care= geen koeien, geen moeien;I do not care for him andall his kith and kin= en zijne geheele familie;Kinsfolk= verwanten;Kinsman,Kinswoman= bloedverwant(e);Kinship:Myfeeling of kinship= mijne gehechtheid aan mijne verwanten.Kinchin,kinšin, kindje;Kinchin cove= jonge dief.Kind,kaind, subst. soort, kunne, geslacht, wijze; adj. vriendelijk, goedaardig, natuurlijk, weldadig, goedhartig:I will pay youin kind= in natura, met dezelfde munt;To hold religious convictionsof a kind= er nog eenigszins godsdienstige overtuigingen op na houden;He has grownout of kind= is uit den aard geslagen;I kind of thoughtyou were there= ik dacht soms, (ook wordtkind ofverbasterd totkinder;Amer.);Tosend one’s kind regards= vriendelijk laten groeten;Kind-hearted= goedhartig; subst.Kind-heartedness;Kindliness= welwillendheid, vriendelijkheid; adj.Kindly;To takesomething kindly of a person= iets goed opnemen;To takekindly to something= met iets op hebben; gesteld zijn op;The pigfattens kindlyon this food= zet flink vleesch aan van;Kindness= vriendelijkheid, etc.Kindergarten,kindəgât’n, Fröbelschool;Kindergarten mistress=Kindergartner,kindəgâtnə, onderwijzeres van eene Fröbelschool.Kindle,kind’l, ontsteken, aansteken, doen ontvlammen of ontbranden, opwekken, opwinden, vlam vatten,ontbranden:This kindled discontent to flame= dit deed de ontevredenheid uitbarsten;The shavings[295]can be used askindlings= als vuuraanmakers.Kindred,kindrəd, subst. verwantschap, verwanten; adj. verwant, van denzelfden aard.Kine,kain, koeien.Kinematics,k(a)inəmatiks, leer der beweging;Kinematograph,kainîmətəgraf,k(a)inəmatəgraf, kinematograaf;Kinetic,k(a)inetik, bewegend, motorisch;Kinetics= mathem. leer der beweging;Kinetoscope,kainîtəskoup,kinîtəskoup.King,kiŋ, koning, vorst, heer, dam (in het damspel);Kingverb. tot koning verheffen; den koning spelen (it);King-at-arms= wapenkoning;King’s-bench= vroeger een gerechtshof;King’s (Queen’s) evidence= medeplichtige, die getuigenis aflegt tegen zijne kameraden;King’s evil= scrofula:Totouch for the king’s evil= door handoplegging genezen:King’s-yellow= koningsgeel;King’s coach (cushion):Tocarry in a king= op saamgevouwen handen dragen(kinderspel);King-craft= regeerkunst, staatkunde;King-cup= scherpe (boldragende) boterbloem;King-fish= soort van makreel;King-fisher= ijsvogel;King-killer= koningsmoorder;King-post= middenstijl van het dak;King-wood= hard Braziliaansch hout;Kingdom, koninkrijk:The Kingdom of God;Animal, mineral and vegetable kingdom= dieren-, delfstoffen- en plantenrijk;Kingdom-come= de eeuwigheid:Hewent to Kingdom-come= hij is overleden;Kinglet (Kingling)= koninkje;Kingless;Kinglike=Kingly= koninklijk;Kingship.Kink,kiŋk, subst. kink, slag in een touw, gril, eigenaardigheid;Kinkverb. kinken:There had not been the slightestkink or hitch= geen enkele kink in de kabel;Wegot the business out of the kink= aan den gang, aan het rollen;Kinky= met bochten.Kinross,kinros;Kinsale,kinseil.Kiosk,kiosk, kiosk, paviljoen.Kip,kip, huid van jonge kalveren; ook:Kipskin.Kipper,kipə, subst. zalm gedurende den tijd van kuitschieten; bokking;Kipperverb. zouten en rooken:Kippered herring.Kirk,kɐ̂k, kerk (Schotl.):Kirk-session= kerkeraadsvergadering.Kirkaldy,kɐ̂kô(l)di.Kirtle,kɐ̂t’l, subst. soort van opperkleed, hemd, rok, buis.Kismet,kismet, noodlot (Oostersch).Kiss,kis, subst. kus, soort suikerboontje;Kissverb. kussen, even aanraken:Tokiss and be (make) friends= afzoenen;Tokiss the book= bij het eed afleggen het N. testament kussen;Tokiss the dust= in het stof bijten;Tokiss the earth, the ground= zich onderwerpen;The ministerskissed handsyesterday= aanvaardden gisteren hun ambt (door de koningin de hand te kussen);Wekissed hands tothewilderness= zeiden vaarwel;Shekissed her hand toher uncle= gaf haar oom kushandjes;Theykissed the rod= zij onderwierpen zich aan de straf;Kiss-in-the-ring= een zeker gezelschapsspel;Kiss-me-quick= kleine dameshoed (van ± 1850), lok bij ’t oor;Kissable= om te zoenen;Kissing:Kissing-crust= dat deel van eene broodkorst, dat een ander brood raakt, zachte zijde van brood;As easy as kissing= doodgemakkelijk.Kit,kit, vaatje, kastje, mand, gereedschapsbak, uitrusting, de “heele rommel” (=All the kit,The whole kit), katje;Kitverb. in eenkitverpakken.Kitcat,kitkat, portret van bepaalde afmeting (71 × 91 cM.); jongensspel:Kitcat cannio= kinderspel met lei en griffel.Kitchen,kitš’n, subst. keuken:Kitchen-dresser= aanrechtbank;Kitchen-garden= moestuin;Kitchen-maid= keukenmeid (in Engeland tot hulp van decook,die alléén kookt);Kitchen-middens= hoopen afval, of schelpen van heel ouden datum;Kitchen-range= keukenfornuis;Kitchen-stuff= keukengroenten; vet, schuim;Kitchen-wench= keukenmeid;KitchinofKitchen Zulu= gebroken Zoeloesch.Kite,kait, koningswauw; roofgierig mensch, vlieger; schoorsteenwissel:Tofly a kite= een vlieger oplaten; een schoorsteenwissel trekken;Kite-flyer(ookfig.);Kite-flying= vlieger oplaten; wisselruiterij;Kites’-foot= soort van gele tabak.Kith,kith, verwanten. ZieKin.Kitten,kit’n, subst. jonge kat;Kittenverb. jongen werpen;Kittenish= speelsch, dartel.Kittiwake,kitiweik, soort van zeemeeuw =Kittiwake-gull.Kittle,kit’l, kiedelen, kietelen: adj. =Kittle cattle= lastig, moeielijk, netelig;Kittlish,kitliš, kietelig, gevaarlijk, gewaagd, bedriegelijk.Kitt’s (St),s’ntkits, de H. Christoffel;Kitty,kiti, Kaatje.Kive,kaiv. ZieKeeve.Kiwi,kîvi, kiwi.Kleptomania,kleptəmeinjə, kleptomanie;Kleptomaniac= kleptomaan.Klick,klik, tikken.Klipspringer,klipspriŋə, antilope (Z. Afr.).Kloof,klûf, kloof, ravijn (Z. Afr.).Knack,nak, slag, handigheid, gemakkelijkheid, gewoonte; beuzelarij:There is a knack in doing it= men moet er slag van hebben;Tohave the knack,Toknow the knack of it= den slag er van beet hebben;Tolose the knack;Knacker= paardenvilder;Knacker’s yard= paardenvilderij;Knackers= notenkraker.Knag,nag, knoest of kwast (in hout), wrat, ruwe rots- of heuveltop; tak van een gewei;Knagginess, subst. v.Knaggy= knoestig, ruw, narrig.Knap,nap, knappen, breken;Knapper= soort hamer.Knapsack,napsak, ransel, knapzak.Knapweed,napwîd, zwart knoopkruid.Knar(l),nâ(l), knoest (in hout).Knave,neiv, schurk, bedrieger, boer (in ’t kaartspel);Knavery= schurkerij, bedriegerij;Knavish= schurkachtig:Knave trick= schurkenstreek; subst.Knaveness.Knead,nîd, kneden:Kneaded in the same trough= van hetzelfde maaksel, met één[296]sop overgoten;Kneader= kneder, kneedmachine;Kneading-trough= bakkerstrog.Knee,nî, knie, kniestuk, kniebuiging:On the knees of the gods= afhankelijk van omstandigheden, die men niet beheerscht, of afhankelijk van den goeden afloop van andere zaken;Tobring one to his knees= iemand doen buigen (fig.);The prize-fighters weregiven a kneeafter every round= namen na iedere ronde wat rust (nl. elk op de knie van een der secondanten);Togo (down) on one’s knees= op de knieën vallen;Totake across one’s knee= over de knie leggen;Towhip a boy over one’s knee= voor zijn broek geven;Knee-breeches= kuitenbroek;Knee-cap= kniebeschermer, knieschijf;Knee-deep= tot aan de knieën;Knee-high= tot aan de knieën;Knee-haltered= gekniepoot;Knee-holly,Knee-holm= ruscus, kleine steekpalm;Knee-joint= kniegewricht;Knee-pan=Knee-cap;Knee-piece= kromhout.Kneel,nîl, knielen:Kneeler= knielkussen of bankje.Knell,nel, subst. gelui, doodsklok;Knellverb. (de doodsklok) luiden.Kneller,nelə.Knelt,nelt, P. Imp. en P.P. vanto kneel.Knew,njû, imperf. vanto know.Knickerbocker,nikəbokə, bewoner van New-York van Oud-Hollandsche afstamming:Knickerbockers= wijde kniebroek, onderbroek =Knickies.Knick-knack,niknak, beuzelarij, snuisterij (meestknick-knacks).Knife,naif, subst. mes, ontleedmes, dolk;Knifeverb. snijden, doorsteken, polit. candidaten arglistig doen vallen (Amer.):War to the knife= strijd op leven en dood;Knife-blade= lemmet;Knife-board= slijpplank; zitbank bovenop een e omnibus;Knife-cleaner= poetsmachine;Knife-edge= scherpe kant van het mes;Knife-grinder= messen- en scharenslijper;Knife-rest= messenleggertje;Knife-sharpener= mesaanzetter;Knife-tray= messenbak;Knifing affrays= gevechten met messen.Knight,nait, subst. ridder,kampioen, paard (in ’t schaakspel), niet erfelijke titel (metSirvoor dendoopnaam);Knightverb. tot ridder slaan;Knight of the blade= ijzervreter;Knight of industry= zwendelaar;Knight of the needle (shears, thimble)= ridder van de el = kleermaker;Knight of the road= struikroover;Knight of the rueful countenance= van de droevige figuur;Knight of the shire= vertegenwoordiger van een graafschap in het parlement;Knight-errant= dolende ridder;Knight-errantry= dolende ridderschap;Knightage= de ridderschap, al de personen, die den titelknighthebben; boek met hun aller namen;Knighthood= ridderschap:Order of Knighthood= ridderorde;Knightlike= ridderlijk;Knightliness, subst. v.Knightly= ridderlijk.Knit,nit, knoopen, breien, samenbinden, samenvoegen, aaneen hechten, fronsen, vlechten, zich vereenigen:Heknit his brow (the brows)= fronste het voorhoofd (de wenkbrauwen);Knitter= breid(st)er, breimachine;Knitting= breiden, breiwerk:Knitting-cotton= breikatoen;Knitting-machine= breimachine;Knitting-needle,Knitting-pin= breinaald, breipen;Knitting-sheath= breipenscheede;Knitting-work= breiwerk, lichte vrouwelijke arbeid (Amer.);Knitting-yarn= breigaren.Knittle,nit’l, koord (van eene beurs, of zak), touw voor eene hangmat.Knob,nob, knobbel, knoest, knop, kwast, brok, alleenstaande heuvel:Electric knobs= drukknoppen;Knobbiness, subst. v.Knobby= knobbelig, knoestig, etc.Knobkerry,nobkeri, knots met ronden knop.Knobstick,nobstik, onderkruiper.Knock,nok, subst. slag, klop, stoot;Knockverb. slaan, stooten, kloppen:He has beenknocking aboutthe whole day= heeft rondgeboemeld;He isknocking himself about= hij vliegt van ’t een op ’t ander;That man wasknocked about= leelijk toegetakeld;Heknocked his enemy down= velde neer, sloeg tegen den grond;The picture wasknocked downto me for 600 guilders= werd mij toegeslagen;I will notknock offone penny= geen stuiver afdoen;The workmen haveknocked off= hebben opgehouden met werken; (Knocking-off time);He wasknocked overin the street= neergeveld, overreden;Hastily knocked together= saamgeflanst;Are you going to fight or toknock under? = het opgeven, toegeven?I am quiteknocked up= ik ben doodop;Heknocks upeasily= is gauw ’op’;You’llknock up= je zult je ziek maken;Aknocker-up= porder;He hasknocked that opinion on the head= den kop ingedrukt;Toknock out of time= zijn bekomst geven;He was knocked silly= deed zoo’n val (kreeg zoo’n slag), dat hij bewusteloos werd;Knock-about= luidruchtig, rusteloos; variété (artist);Knock-down= verpletterend (nieuws), uiterste (prijs);Knock-kneed= met de knieën binnenwaarts;Knock-knees= binnenwaarts gebogen knieën;Knock-out= afspraak om bij eene verkooping niet tegen elkander op te bieden, ten einde alles zoo goedkoop mogelijk te krijgen;Knocker= klopper:Up to the knocker= piekfijn, fameus;Knocking-ghost= klopgeest.Knoll,noul, subst. heuvel(tje), heuveltop; gelui;Knollverb. luiden (vooral van de doodsklok).Knollys,noulz.Knop,nop, knop, knoop, loofwerk aan zuilen;Knopverb. met knoppen versieren.Knot,not, subst. knoop, vouw, bocht, groep, bende; verzameling, knoest, moeilijkheid, schouderlap (voor dragers van lasten), schouderbedekking, epaulet, knoop (ongev. 2.025 yards);Knotverb. knoopen, verbinden, samengroeien, verwarren, knoesten vormen:A hard knot= een moeilijk te ontwarren knoop;How many knots is she going now?= hoeveel knoopen loopt het schip nu;The marriage-knot= huwelijksband;Tocut the knot= doorhakken;Knot-grass= duizendknoop, varkensgras;Knotted:Themany-knotted waterflags= veelknoopige;Knottiness, subst. v.Knotty= vol knoopen, moeielijk:That is rather aknotty point= lastig punt.[297]Knout,naut,nût, subst. knoet;Knoutverb. met de knoet straffen.Know,nou, kennen, verstaan, weten, begrijpen, vernemen:Heknows it like A B C= kent het op zijn duimpje =Heknows it from A. to Z.;I do notknow how to dothis problem= weet niet op te lossen;Youknow very wellwhat you are about= je weet drommels goed wat je doet;Iknow him fora clever fellow= ik weet, dat hij is;That man does notknow his own mind= weet zelf niet wat hij wil;Heknows what is what= heeft z’n weetje, is een gladde kerel;He does notknow which is which= kan personen of zaken niet van elkaar onderscheiden;I neverknew him do it= ik heb het hem nooit zien doen, van hem bijgewoond;I willmake you know betterin future= ik zal wel zorgen, dat ge het later beter weet;Know-all= weetal;Know-nothing= weetniet;Knowable= kenbaar; subst.Knowableness;Knowing= glad, slim:He isa knowing one= gewikst;There is no knowingwhat he may do next= men kan niet weten, wat hij nu weer zal doen; subst.Knowingness;Knowledge,nolədž, kennis, wetenschap, geleerdheid:He has not gone there,to my knowing= voor zoover ik weet;Knowing is power= kennis is macht;Knowing-box= kop.Knowles,noulz;Knox,noks.Knub(ble),nɐb(’l), knopje;Knubverb. onhandig omgaan met, slordig inpakken.Knuckle,nɐk’l, subst. knokkel, kniegewricht (van een kalf), schenkel;Knuckleverb. de vingers buigen, met de knokkels slaan:Torap a person’s knuckles= op de vingers tikken;I am not going toknuckle under (down)= wil niet toegeven, mij onderwerpen;Knuckle-bone= knokkel, bikkel(spel);Knuckle-duster= boksijzer;Knuckle-joint.Knurl,nɐ̂(l), knoest, knobbel, knoop; dwerg;Knurled=Knurlly.Knutsford,nɐtšfəd.Kobold,koubould, kabouter.Koba,kobə, soort van antilope (Midden-Afrika).Kodak,koudak, klein photographie-toestel; ookverb.Koff,kof, kofschip.Koh-i-noor,kouhinûə.Koodoo,kûdû, Z.-Afr. antiloop.Kopeck,koupek, kopeke.Kopje,kopjə, kopje, heuvel (Z.-Afrika).Koran,kôr’n,kərân, koran.Kosher,koušə, koscher.Koul,koul, belofte, contract (Brit. Ind.).Kourbash (Koorbash),kûəbaš, subst. zweep van hippopotamushuid;Kourbashverb. met dekourbashslaan of martelen.Ko(w)-tow,kətau,Kotoo,kətû, subst. diepe buiging, lage vleierij;Ko(w)-towverb. diep neerbuigen, verachtelijk vleien:Theykow-towed to heron account of her reputation.Kraal,krâl,krôl, kraal (in Z.-Afrika);Kraalverb. vee in de kraal drijven.Kraken,krâk’n,kreik’n, fabelachtig zeemonster bij de kust van Noorwegen.Krakow,kreikou.Krang,kraŋ, geraamte van een walvisch na wegneming van het spek.Kransick,kransik, gek, krankzinnig (Transvaal).Krishna,krišnə, Krischna, achtste incarnatie v. Vischnu.Kruller,krɐlə, in vet gekookt krulkoekje.Kudos,kjûdos, roem, eer;Kudosverb. roemen.Kukri,kukri, gekromd mes (Brit. Ind.).Kurd,kûəd,Kurdish;Kurdistan.Kuril,kûril, pijl-stormvogel.Kurile,k(j)urîl:Kurile Islands.Kyley,kaili, boomerang (Austr.).Kyrie eleison,kairiî elaison, Heer, erbarm u! het kyrie (eerste woorden van dat gedeelte der Mis, dat op den introïtus volgt).
K.K,kei;K(ing);K.B.=Knight of the Bath= ridder van de Bathorde;K(night)C(ommander of the)S(tar of)I(ndia);K.C.B.=Knight Commander of the Bath;K.G.=Knight of the Garter= ridder van den kouseband;K.G.C.B.=Knight Grand Cross of the Bath= ridder grootkruis van de B.-orde;K.G.F.=Knight of the order of the Golden Fleece= ridder van het Gulden Vlies;Ki(ngs);Knt.ofKt.= Knight;Kent.ofKy.= Kentucky.Kaaba=Caaba.Kaama,kâmə, kleine vos, ook hartebeest (Z.-Afr.).Kabul,kâbul;Kabyle,kəbîl,kəbail.Kaffer,Kaffir (Kafir),kâfə,kafə, ongeloovige; Kaffer(sch);Kaffers= Zuid Afrik. mijn-actiën; adj. kaffer - -.Kail,keil, (boeren)kool, koolsoep, middagmaal;Kail-yard, subst. moestuin; adj. in den geest v. deKail-yard school, van schrijvers alsIan Maclaren, etc.Kainite,kainait, kainiet.Kale,keil=Kail.Kaleidoscope,kəlaidəskoup, kaleidoscoop; adj.Kaleidoscopic(al).Kalender=Calender.Kali,kali,keili, potasch;Kalium,keiliəm, potassium.Kalmuck,kalmɐk, kalmuk; ruige, grove stof.Kamptulicon,kamptjûlikon, soort linoleum.Kamsin,kamsin, heete Zuid-oostewind (Egypte).Kangaroo,kaŋgərû, kangoeroe;Kangarooverb. op kang. jagen, ver springen.Kansas,kansas.Kaolin,kâəlin,keiəlin, porseleinaarde.Kapok,kəpok, kapok.Kaross,kəros, dierenvel door Afrik. stammen gedragen.Ka(r)roo,kərû, groote zandvlakte in de Z.-Afrik. hoogvlakten.Kasan,kəzan;Kashmer,kašmî;Kate,keit;Katharina,kâtharainə;Katherine,kathərin;Kathleen,kathlîn;Katrine,katrin;Kavanagh,kavənâ.Kavass,kəvas, gewapende konstabel ter bescherming van een officieel persoon (Turkije).Kayak,kaiək,keijək, kajak.Kea,kîa, een soort papegaai (N. Zeel.).Kean,kîn;Kearney,kâni;Keble,kîb’l.Keckle,kek’l, touwwerk metsmartingomwoelen of bekleeden.Kedge(r),kedž(ə), klein werpanker (=Kedge-anchor);Kedgeverb. met behulp van een k. vooruittrekken.Kee,kî, interj. kiede-kiede!Keek,kîk, kijken, gluren (Schotl.).Keel,kîl, subst. kiel, kolenschuit, kolenmaat;Keelverb. van een kiel voorzien, omslaan (over), met de kiel over den grond schuren (ook:to plough with the keel), varen;Tofloat keel up= onderste boven:Keel-boat= kielboot;Keeler(=Keelman) = schuitenvoerder;Keelhaul= kielhalen;Keelson= kolsem (scheepst.).Keeling,kîliŋ, leng (soort v. kabeljauw).Keen,kîn, scherp, vinnig, bijtend, bits, doordringend; belust, verzot (on):Askeen as mustard;Keen-edged;Keen-eyed;Keenwitted= scherpzinnig; subst.Keenness.Keep,kîp, subst. bewaring, bewaking, slottoren, redoute, bestaan, onderhoud, voer, kost;Keepverb. bewaren, behouden, hoeden, bewaken, weerhouden, handhaven, onderhouden, vervullen, houden, etc.:I amkeeping you= houd je op;It won’t keep (well)= blijft niet goed;Tokeep aloof= zich op een afstand houden;Tokeep at bay= van zich afhouden;Tokeep close= geheim houden;Tokeep silent (silence)= zwijgen;Hekept crying= hij schreide maar door;Hekept us waiting= liet ons wachten;Tokeep company= gezelschap houden;Tokeep company with= verkeeren met;Tokeep (one’s) counsel= zwijgen, een geheim bewaren;Do youkeep figs? = hebt gij ook vijgen te koop?Tokeep garrison at= in garnizoen liggen;Tokeep one’s ground= stand houden;Tokeep bad (late), good (early) hours= altijd laat, vroeg thuis zijn;Tokeep house= huishouden;Tokeep pace with= op de hoogte blijven van, meegaan met;Put your trust in God, and keep your powder dry;Keep thy shop and thy shop will keep thee= pas op uw zaak en uw zaak zal u onderhouden;Tokeep one’s temper= zich inhouden, kalm blijven;Tokeep terms= college loopen;Tokeep time= in de maat blijven;Tokeep touch of, in touch with= voeling houden met;Tokeep watch= wacht houden;Tokeep one’s silver wedding= vieren;Keep it back= houd het geheim, bedwing u;Hekept downhis anger= onderdrukte;Keep fromsin= laat af van;Hekept me frommy lessons= hield mij af;Ikept the knowledge of it fromhim= onthield hem;I could notkeep from saying it= niet nalaten;Tokeep in(after school-hours) = nahouden;It’s well tokeep in with her= op goeden voet te blijven;Tokeep off= afweren, afhouden (van);I could notkeep myself on my legs= niet op de been blijven;The army waskept on foot= werd onder de wapenen gehouden;Hekept ontaking the first turning to the right= nam maar steeds;Hekept on turning= hij keek maar steeds om;Keep it on= ga zoo door;Keep onwith your algebra[293]by yourself= ga zelf door;Tokeep out ofharm’s way= voor gevaar, ongelukken behoeden;These advertisements must bekept over= tot een volgend nummer uitgesteld;The ship waskept to= bij den wind gehouden;Tokeep toa promise= houden aan;Ikeep tomy own people= houd me bij;Tokeep together= bijeen houden, vereenigd blijven;The ship waskept under weigh (way)= gaande gehouden;He could notkeep up with me= hij kon mij niet bijhouden;Keep it up, boys!= houd vol;Hekept me up tothe letterof the contract = hield mij strikt aan;Keeper= houder, bewaarder, opziener, opzichter, cipier:Keeper of the Great Seal= Grootzegelbewaarder (in Engeland deLord Chancellor);Keeper of the Privy Seal= geheimzegelbewaarder;Keepership;Keeping= bewaring, opzicht, hoede, hechtenis, voeding;In keeping with= harmonieerend met;You are herein safe keeping= in veilige hoede;Keeping-room= huiskamer;Keepsake= gedachtenis, herinnering, aandenken:By way of (As a) keepsake= als gedachtenis.Keeve,kîv, subst. tobbe, kuip, mand;Keeveverb. in eene kuip zetten te gisten.Keg,keg, vaatje.Keighley,kîthli;Keightley,kaitli;Keith,kîth.Kek,kek, kijk, zie (Z.-Afr.).Kelp,kelp, kelp, een ruwe soda uit wier of zeegras.Kelpie, Kelpy,kelpi, soort v. watergeest (Schot.).Kelson,kels’n, kolsem. ZieKeelson.Kelt,kelt, kelt; wollen stof van zwarte en witte wol gemaakt.Kemp,kemp, grove wol, onreinheden in bont.Ken,ken, subst. gezichtskring, ordinaire kroeg of kosthuis;Kenverb. waarnemen, bespeuren, onderscheiden, kennen:Beyond one’s ken= te hoog (fig.), onbegrijpelijk;Out of ken= onzichtbaar, buiten het gezicht;Within ken= zichtbaar;Kenning= gezichtsgrens op zee (20 miles);Kennings= herkenningsteekens, merken op de kust (scheepsterm).Kench,kenš, kuip, vat (Amer.).Kendal:Kendal Black Drug,kend’lblakdrɐg, laudanum;Kendal green,kend’lgrîn, groen laken (voor jagers, enz.).Kenelm,kenelm;Kenilworth,kenilwɐ̂th.Kennel,ken’l, subst. hondenhok, hok, vossenhol, “meute”, goot, poel;Kennelverb. in een hol wonen, in een hok opsluiten:Kennel coal= gaskool;Kennel-raker= voddenraper.Kensington,kenziŋt’n.Kent,kent, Kent; adj.Kentish:Kent-fire= applaus met rhythmisch handgeklap.Kentucky,kentɐki.Keogh,kîou, als plaatsnaam;kjou, als persoonsnaam;Keokuk,kîəkɐk.Kept,kept, P. Imp. en P.P. vanTo Keep:Badly kept up= slecht onderhouden;Kept mistress, bijzit.Kerb(stone),kɐ̂b(stoun), trottoirband.Kerchief,kɐ̂tšif, doek.Kerf,kɐ̂f, kerf, insnijding (van eene zaag).Kermes,kɐ̂mîz, kermes, een soort van schildluis:Kermes grains= scharlaken korrels.Kermess,kɐ̂mes, kermis, gecostumeerd weldadigheidsfeest (Amer.).Kern,kɐ̂n, Oud Iersche of Hooglandsche voetknecht, landlooper, karn; binnenhalen van den oogst en oogstfeest;Kern-baby= met korenaren versierde pop bij het oogstfeest.Kernel,kɐ̂n’l, subst. pit, kern, korrel;Kernelverb. korrelen:He that will eat the kernel, must crack the nut;Tohave no kernel= niet degelijk zijn.Kernooze,kənûz, kennen, op de hoogte zijn van;Kernoozer= kenner, connaisseur.Kerosene,kerəsîn, gezuiverde petroleum.Kerrie,keri, werpknots (Z.-Afr.).Kerse,kɐ̂s, kers, kleinigheid (verouderd, maar nog over in:Not worth a kerse= geen zier waard; Verg.Not worth a damn).Kersey,kɐ̂zi, subst. grove, wollen stof; ook adj.:Kerseys= broek van die stof.Kerseymere,kɐ̂zimîə, casimir.Kestrel,kestr’l, torenvalk.Keswick,kezik.Ket,ket, kreng, vuil.Ketch,ketš, kits, kaag (vaartuig).Ketch,ketš=Jack Ketch.Ketchup,ketšəp, soort v. saus. OokCatsupenCatchupgespeld.Kettle,ket’l, ketel:Here is a pretty kettle of fish= dat ’s een mooie boel;Kettledrum= keteltrom, pauk; theevisite; ook verb. = pauken;Kettle-drummer= paukenslager;Kettle-maker= ketelmaker.Kevel,kev’l, kruisklamp (scheepst.); steenhouwershamer.Kew,kjû.Key,kî, sleutel, toets, klep, toonaard, oplossing, vertaling;Keyverb. vastpinnen; stemmen, spannen:We have thekey of the position= het voornaamste punt der positie;The pope hasthe power of the keys= de macht over den hemel;That fellow hasthe key of the street= de stumperd heeft geen thuis, kan niet in huis;Tobe in key with= in harmonie met;Key-basket= sleutelmandje;Key bit= (sleutel)baard;Keyboard= klavier (van orgel of piano);Key-bone= sleutelbeen;Key-bugle= klephoorn;Keyhole= sleutelgat;Key-note= grondtoon;Key-pipe= pijp;Key-ring= sleutelring;Key-screw= schroefsleutel;Key-stone= sluitsteen;Key-word= slagwoord;All keyed up= klaar voor het gebruik;Keyless watch= remontoir.Keziah,kəzaiə.Khaki,kâki, bruingeel, khaki; subst. khaki stof, soldaat in khaki uniform:Dressed in khaki.Khalifa,kalifə, kalifa;Khalifate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Khan,kan,kân, Aziat. gouverneur, vorst, koning, prins, hoofd; karavanserij;Khanate,kanit,kânit, rechtsgebied van eenkhan.Khartoum,kâtûm.Khedival,kədîvəl, van den Khedive;[294]Khedivate,kədîvit, ambt(sgebied) van den Khedive;Khedive,kədîv, onderkoning (van Egypte).Khel,kel, een Afghaansche stam.Khirkah,kɐ̂ka, een gelapt kleedingstuk door dervischen gedragen.Khoras(s)an,kourasân.Khubber,kɐbə, bericht.Khud,kɐd, ravijn.Kiack,kiak, Boed. tempel.Kibe,kaib, open winterblaar.Kibitka,kibitkə, Russisch rijtuig, als slede te gebruiken; Tartaarsche tent.Kick,kik, subst. schop, terugstoot (van ’t geweer):Kickverb. schoppen, stooten, achteruitslaan, zich verzetten:Hehas a good deal of kickin him this morning= hij is van morgen slecht in zijn hum;Kick-off= eerste schop;At the age of 14 shekicked the beamat 180 pounds= haalde ze al 180 pond;Hekicked the beam= werd te licht bevonden, verloor het;Tokick the bucket= dood gaan;Tokick againstkismet= zich tegen het noodlot verzetten;The horsekicks ateverybody= slaat naar iedereen;His stomachkicked atthemedicine= walgde van:Ikicked him outto sink or swim= ik liet hem aan zijn lot over;Tokick overthe traces= uit den band slaan;Don’tkick upa row here= maak hier geen standje of opstootje;Hekicked uphis legs (heels)= sprong vroolijk rond;He waskicked upstairs into asplendid post= werd vooruit geschopt, en kreeg;Kicker= schopper, voetbalspeler, paard dat achteruit slaat, dwarskop;He isalive and kicking= springlevend.Kickshaws,kikšôz, beuzelarijen, wissewasjes, liflafjes (tegenover “soliede” kost).Kicksies,kiksiz, broek:Kicksies-builder= kleermaker.Kid,kid, subst. jonge geit, geitenleer, glacé-handschoen, kind, onzin, zwendel, vaatje, platte schotel, takkebos; adj. van geitenleer;Kidverb. ter wereld brengen, bedotten:There is no kidding about him= men kan op hem aan;Many candidateskid totheir constituents= houden hunne kiezers voor het lapje;Kid-gloves= glacé-handschoenen;Kiddy= ventje; dief;Kiddyverb. bedotten;Kidling= klein geitje.Kidderminster,kidəminstə, goedkoop soort vloerkleed.Kiddle,kid’l, teenen vischweer; speeksel.Kiddy,kidi. ZieKid.Kidnap,kidnap, stelen, met geweld wegvoeren, pressen;Kidnapper= steler (van kinderen), zielverkooper.Kidney,kidni, nier; soort, aard:They are allof the right (same) kidney= zij zijn allen van ’t goede (zelfde) soort;Kidney-bean= witte boon;Kidney-form=Kidney-shaped= niervormig.Kiefekil,kifikil, meerschuim.Kildare,kildêə.Kilderkin,kildəkin, vaatje van18 gallons.Kilkenny,kilkeni.Kill,kil, dooden, blusschen, dooven, stillen; subst. het dooden, buit:She dances to kill= zij is een onvermoeide danseres;Tokill time= den tijd dooden;It would bea case of kill or cure= er op of er onder;Kill-devil= rum of sterke drank in ’t algemeen;He is a kill-joy= een spelbederver, een “saaie Klaas”;Kill-time= tijdverdrijf;Killing= doodelijk, onweerstaanbaar, vreeselijk:You aretoo killing= je laat me nog doodlachen;Tolook killing= er onweerstaanbaar uitzien.Killaloe,kiləlou;Killarney,kilâni.Killick(=Killock)kilək, klein bootsanker, ankersteen.Killigrew,kiligrû;Kilmarnock,kilmânək;Kilmore,kilmö.Kiln,kil(n), oven, eest, kalkoven;Kiln-dry= in een oven of eest drogen;Kiln-hole= mond van een oven.Kilo,kilou,Kilogram(me),kiləgram, kilogram;Kilolitre,kiləlîtə,kilolitə, kiloliter;Kilometer,kiləmîtə,kilomitə, kilometer;Kilowatt,kiləwot= 1000 Watt (Electr.).Kilsyth,kilsaith.Kilt,kilt, subst. korte rok der Bergschotten;Kiltverb. opnemen;Kilted= (loodrecht) geplooid.Kimbo,kimbou, gebogen, gekromd:There he stood,with his arms akimbo= met zijne armen in de zijde.Kin,kin, subst. maagschap, bloedverwantschap, bloedverwant, maag; adj. verwant, van dezelfde soort:He isnext of kin= de naaste bloedverwant;No kin no care= geen koeien, geen moeien;I do not care for him andall his kith and kin= en zijne geheele familie;Kinsfolk= verwanten;Kinsman,Kinswoman= bloedverwant(e);Kinship:Myfeeling of kinship= mijne gehechtheid aan mijne verwanten.Kinchin,kinšin, kindje;Kinchin cove= jonge dief.Kind,kaind, subst. soort, kunne, geslacht, wijze; adj. vriendelijk, goedaardig, natuurlijk, weldadig, goedhartig:I will pay youin kind= in natura, met dezelfde munt;To hold religious convictionsof a kind= er nog eenigszins godsdienstige overtuigingen op na houden;He has grownout of kind= is uit den aard geslagen;I kind of thoughtyou were there= ik dacht soms, (ook wordtkind ofverbasterd totkinder;Amer.);Tosend one’s kind regards= vriendelijk laten groeten;Kind-hearted= goedhartig; subst.Kind-heartedness;Kindliness= welwillendheid, vriendelijkheid; adj.Kindly;To takesomething kindly of a person= iets goed opnemen;To takekindly to something= met iets op hebben; gesteld zijn op;The pigfattens kindlyon this food= zet flink vleesch aan van;Kindness= vriendelijkheid, etc.Kindergarten,kindəgât’n, Fröbelschool;Kindergarten mistress=Kindergartner,kindəgâtnə, onderwijzeres van eene Fröbelschool.Kindle,kind’l, ontsteken, aansteken, doen ontvlammen of ontbranden, opwekken, opwinden, vlam vatten,ontbranden:This kindled discontent to flame= dit deed de ontevredenheid uitbarsten;The shavings[295]can be used askindlings= als vuuraanmakers.Kindred,kindrəd, subst. verwantschap, verwanten; adj. verwant, van denzelfden aard.Kine,kain, koeien.Kinematics,k(a)inəmatiks, leer der beweging;Kinematograph,kainîmətəgraf,k(a)inəmatəgraf, kinematograaf;Kinetic,k(a)inetik, bewegend, motorisch;Kinetics= mathem. leer der beweging;Kinetoscope,kainîtəskoup,kinîtəskoup.King,kiŋ, koning, vorst, heer, dam (in het damspel);Kingverb. tot koning verheffen; den koning spelen (it);King-at-arms= wapenkoning;King’s-bench= vroeger een gerechtshof;King’s (Queen’s) evidence= medeplichtige, die getuigenis aflegt tegen zijne kameraden;King’s evil= scrofula:Totouch for the king’s evil= door handoplegging genezen:King’s-yellow= koningsgeel;King’s coach (cushion):Tocarry in a king= op saamgevouwen handen dragen(kinderspel);King-craft= regeerkunst, staatkunde;King-cup= scherpe (boldragende) boterbloem;King-fish= soort van makreel;King-fisher= ijsvogel;King-killer= koningsmoorder;King-post= middenstijl van het dak;King-wood= hard Braziliaansch hout;Kingdom, koninkrijk:The Kingdom of God;Animal, mineral and vegetable kingdom= dieren-, delfstoffen- en plantenrijk;Kingdom-come= de eeuwigheid:Hewent to Kingdom-come= hij is overleden;Kinglet (Kingling)= koninkje;Kingless;Kinglike=Kingly= koninklijk;Kingship.Kink,kiŋk, subst. kink, slag in een touw, gril, eigenaardigheid;Kinkverb. kinken:There had not been the slightestkink or hitch= geen enkele kink in de kabel;Wegot the business out of the kink= aan den gang, aan het rollen;Kinky= met bochten.Kinross,kinros;Kinsale,kinseil.Kiosk,kiosk, kiosk, paviljoen.Kip,kip, huid van jonge kalveren; ook:Kipskin.Kipper,kipə, subst. zalm gedurende den tijd van kuitschieten; bokking;Kipperverb. zouten en rooken:Kippered herring.Kirk,kɐ̂k, kerk (Schotl.):Kirk-session= kerkeraadsvergadering.Kirkaldy,kɐ̂kô(l)di.Kirtle,kɐ̂t’l, subst. soort van opperkleed, hemd, rok, buis.Kismet,kismet, noodlot (Oostersch).Kiss,kis, subst. kus, soort suikerboontje;Kissverb. kussen, even aanraken:Tokiss and be (make) friends= afzoenen;Tokiss the book= bij het eed afleggen het N. testament kussen;Tokiss the dust= in het stof bijten;Tokiss the earth, the ground= zich onderwerpen;The ministerskissed handsyesterday= aanvaardden gisteren hun ambt (door de koningin de hand te kussen);Wekissed hands tothewilderness= zeiden vaarwel;Shekissed her hand toher uncle= gaf haar oom kushandjes;Theykissed the rod= zij onderwierpen zich aan de straf;Kiss-in-the-ring= een zeker gezelschapsspel;Kiss-me-quick= kleine dameshoed (van ± 1850), lok bij ’t oor;Kissable= om te zoenen;Kissing:Kissing-crust= dat deel van eene broodkorst, dat een ander brood raakt, zachte zijde van brood;As easy as kissing= doodgemakkelijk.Kit,kit, vaatje, kastje, mand, gereedschapsbak, uitrusting, de “heele rommel” (=All the kit,The whole kit), katje;Kitverb. in eenkitverpakken.Kitcat,kitkat, portret van bepaalde afmeting (71 × 91 cM.); jongensspel:Kitcat cannio= kinderspel met lei en griffel.Kitchen,kitš’n, subst. keuken:Kitchen-dresser= aanrechtbank;Kitchen-garden= moestuin;Kitchen-maid= keukenmeid (in Engeland tot hulp van decook,die alléén kookt);Kitchen-middens= hoopen afval, of schelpen van heel ouden datum;Kitchen-range= keukenfornuis;Kitchen-stuff= keukengroenten; vet, schuim;Kitchen-wench= keukenmeid;KitchinofKitchen Zulu= gebroken Zoeloesch.Kite,kait, koningswauw; roofgierig mensch, vlieger; schoorsteenwissel:Tofly a kite= een vlieger oplaten; een schoorsteenwissel trekken;Kite-flyer(ookfig.);Kite-flying= vlieger oplaten; wisselruiterij;Kites’-foot= soort van gele tabak.Kith,kith, verwanten. ZieKin.Kitten,kit’n, subst. jonge kat;Kittenverb. jongen werpen;Kittenish= speelsch, dartel.Kittiwake,kitiweik, soort van zeemeeuw =Kittiwake-gull.Kittle,kit’l, kiedelen, kietelen: adj. =Kittle cattle= lastig, moeielijk, netelig;Kittlish,kitliš, kietelig, gevaarlijk, gewaagd, bedriegelijk.Kitt’s (St),s’ntkits, de H. Christoffel;Kitty,kiti, Kaatje.Kive,kaiv. ZieKeeve.Kiwi,kîvi, kiwi.Kleptomania,kleptəmeinjə, kleptomanie;Kleptomaniac= kleptomaan.Klick,klik, tikken.Klipspringer,klipspriŋə, antilope (Z. Afr.).Kloof,klûf, kloof, ravijn (Z. Afr.).Knack,nak, slag, handigheid, gemakkelijkheid, gewoonte; beuzelarij:There is a knack in doing it= men moet er slag van hebben;Tohave the knack,Toknow the knack of it= den slag er van beet hebben;Tolose the knack;Knacker= paardenvilder;Knacker’s yard= paardenvilderij;Knackers= notenkraker.Knag,nag, knoest of kwast (in hout), wrat, ruwe rots- of heuveltop; tak van een gewei;Knagginess, subst. v.Knaggy= knoestig, ruw, narrig.Knap,nap, knappen, breken;Knapper= soort hamer.Knapsack,napsak, ransel, knapzak.Knapweed,napwîd, zwart knoopkruid.Knar(l),nâ(l), knoest (in hout).Knave,neiv, schurk, bedrieger, boer (in ’t kaartspel);Knavery= schurkerij, bedriegerij;Knavish= schurkachtig:Knave trick= schurkenstreek; subst.Knaveness.Knead,nîd, kneden:Kneaded in the same trough= van hetzelfde maaksel, met één[296]sop overgoten;Kneader= kneder, kneedmachine;Kneading-trough= bakkerstrog.Knee,nî, knie, kniestuk, kniebuiging:On the knees of the gods= afhankelijk van omstandigheden, die men niet beheerscht, of afhankelijk van den goeden afloop van andere zaken;Tobring one to his knees= iemand doen buigen (fig.);The prize-fighters weregiven a kneeafter every round= namen na iedere ronde wat rust (nl. elk op de knie van een der secondanten);Togo (down) on one’s knees= op de knieën vallen;Totake across one’s knee= over de knie leggen;Towhip a boy over one’s knee= voor zijn broek geven;Knee-breeches= kuitenbroek;Knee-cap= kniebeschermer, knieschijf;Knee-deep= tot aan de knieën;Knee-high= tot aan de knieën;Knee-haltered= gekniepoot;Knee-holly,Knee-holm= ruscus, kleine steekpalm;Knee-joint= kniegewricht;Knee-pan=Knee-cap;Knee-piece= kromhout.Kneel,nîl, knielen:Kneeler= knielkussen of bankje.Knell,nel, subst. gelui, doodsklok;Knellverb. (de doodsklok) luiden.Kneller,nelə.Knelt,nelt, P. Imp. en P.P. vanto kneel.Knew,njû, imperf. vanto know.Knickerbocker,nikəbokə, bewoner van New-York van Oud-Hollandsche afstamming:Knickerbockers= wijde kniebroek, onderbroek =Knickies.Knick-knack,niknak, beuzelarij, snuisterij (meestknick-knacks).Knife,naif, subst. mes, ontleedmes, dolk;Knifeverb. snijden, doorsteken, polit. candidaten arglistig doen vallen (Amer.):War to the knife= strijd op leven en dood;Knife-blade= lemmet;Knife-board= slijpplank; zitbank bovenop een e omnibus;Knife-cleaner= poetsmachine;Knife-edge= scherpe kant van het mes;Knife-grinder= messen- en scharenslijper;Knife-rest= messenleggertje;Knife-sharpener= mesaanzetter;Knife-tray= messenbak;Knifing affrays= gevechten met messen.Knight,nait, subst. ridder,kampioen, paard (in ’t schaakspel), niet erfelijke titel (metSirvoor dendoopnaam);Knightverb. tot ridder slaan;Knight of the blade= ijzervreter;Knight of industry= zwendelaar;Knight of the needle (shears, thimble)= ridder van de el = kleermaker;Knight of the road= struikroover;Knight of the rueful countenance= van de droevige figuur;Knight of the shire= vertegenwoordiger van een graafschap in het parlement;Knight-errant= dolende ridder;Knight-errantry= dolende ridderschap;Knightage= de ridderschap, al de personen, die den titelknighthebben; boek met hun aller namen;Knighthood= ridderschap:Order of Knighthood= ridderorde;Knightlike= ridderlijk;Knightliness, subst. v.Knightly= ridderlijk.Knit,nit, knoopen, breien, samenbinden, samenvoegen, aaneen hechten, fronsen, vlechten, zich vereenigen:Heknit his brow (the brows)= fronste het voorhoofd (de wenkbrauwen);Knitter= breid(st)er, breimachine;Knitting= breiden, breiwerk:Knitting-cotton= breikatoen;Knitting-machine= breimachine;Knitting-needle,Knitting-pin= breinaald, breipen;Knitting-sheath= breipenscheede;Knitting-work= breiwerk, lichte vrouwelijke arbeid (Amer.);Knitting-yarn= breigaren.Knittle,nit’l, koord (van eene beurs, of zak), touw voor eene hangmat.Knob,nob, knobbel, knoest, knop, kwast, brok, alleenstaande heuvel:Electric knobs= drukknoppen;Knobbiness, subst. v.Knobby= knobbelig, knoestig, etc.Knobkerry,nobkeri, knots met ronden knop.Knobstick,nobstik, onderkruiper.Knock,nok, subst. slag, klop, stoot;Knockverb. slaan, stooten, kloppen:He has beenknocking aboutthe whole day= heeft rondgeboemeld;He isknocking himself about= hij vliegt van ’t een op ’t ander;That man wasknocked about= leelijk toegetakeld;Heknocked his enemy down= velde neer, sloeg tegen den grond;The picture wasknocked downto me for 600 guilders= werd mij toegeslagen;I will notknock offone penny= geen stuiver afdoen;The workmen haveknocked off= hebben opgehouden met werken; (Knocking-off time);He wasknocked overin the street= neergeveld, overreden;Hastily knocked together= saamgeflanst;Are you going to fight or toknock under? = het opgeven, toegeven?I am quiteknocked up= ik ben doodop;Heknocks upeasily= is gauw ’op’;You’llknock up= je zult je ziek maken;Aknocker-up= porder;He hasknocked that opinion on the head= den kop ingedrukt;Toknock out of time= zijn bekomst geven;He was knocked silly= deed zoo’n val (kreeg zoo’n slag), dat hij bewusteloos werd;Knock-about= luidruchtig, rusteloos; variété (artist);Knock-down= verpletterend (nieuws), uiterste (prijs);Knock-kneed= met de knieën binnenwaarts;Knock-knees= binnenwaarts gebogen knieën;Knock-out= afspraak om bij eene verkooping niet tegen elkander op te bieden, ten einde alles zoo goedkoop mogelijk te krijgen;Knocker= klopper:Up to the knocker= piekfijn, fameus;Knocking-ghost= klopgeest.Knoll,noul, subst. heuvel(tje), heuveltop; gelui;Knollverb. luiden (vooral van de doodsklok).Knollys,noulz.Knop,nop, knop, knoop, loofwerk aan zuilen;Knopverb. met knoppen versieren.Knot,not, subst. knoop, vouw, bocht, groep, bende; verzameling, knoest, moeilijkheid, schouderlap (voor dragers van lasten), schouderbedekking, epaulet, knoop (ongev. 2.025 yards);Knotverb. knoopen, verbinden, samengroeien, verwarren, knoesten vormen:A hard knot= een moeilijk te ontwarren knoop;How many knots is she going now?= hoeveel knoopen loopt het schip nu;The marriage-knot= huwelijksband;Tocut the knot= doorhakken;Knot-grass= duizendknoop, varkensgras;Knotted:Themany-knotted waterflags= veelknoopige;Knottiness, subst. v.Knotty= vol knoopen, moeielijk:That is rather aknotty point= lastig punt.[297]Knout,naut,nût, subst. knoet;Knoutverb. met de knoet straffen.Know,nou, kennen, verstaan, weten, begrijpen, vernemen:Heknows it like A B C= kent het op zijn duimpje =Heknows it from A. to Z.;I do notknow how to dothis problem= weet niet op te lossen;Youknow very wellwhat you are about= je weet drommels goed wat je doet;Iknow him fora clever fellow= ik weet, dat hij is;That man does notknow his own mind= weet zelf niet wat hij wil;Heknows what is what= heeft z’n weetje, is een gladde kerel;He does notknow which is which= kan personen of zaken niet van elkaar onderscheiden;I neverknew him do it= ik heb het hem nooit zien doen, van hem bijgewoond;I willmake you know betterin future= ik zal wel zorgen, dat ge het later beter weet;Know-all= weetal;Know-nothing= weetniet;Knowable= kenbaar; subst.Knowableness;Knowing= glad, slim:He isa knowing one= gewikst;There is no knowingwhat he may do next= men kan niet weten, wat hij nu weer zal doen; subst.Knowingness;Knowledge,nolədž, kennis, wetenschap, geleerdheid:He has not gone there,to my knowing= voor zoover ik weet;Knowing is power= kennis is macht;Knowing-box= kop.Knowles,noulz;Knox,noks.Knub(ble),nɐb(’l), knopje;Knubverb. onhandig omgaan met, slordig inpakken.Knuckle,nɐk’l, subst. knokkel, kniegewricht (van een kalf), schenkel;Knuckleverb. de vingers buigen, met de knokkels slaan:Torap a person’s knuckles= op de vingers tikken;I am not going toknuckle under (down)= wil niet toegeven, mij onderwerpen;Knuckle-bone= knokkel, bikkel(spel);Knuckle-duster= boksijzer;Knuckle-joint.Knurl,nɐ̂(l), knoest, knobbel, knoop; dwerg;Knurled=Knurlly.Knutsford,nɐtšfəd.Kobold,koubould, kabouter.Koba,kobə, soort van antilope (Midden-Afrika).Kodak,koudak, klein photographie-toestel; ookverb.Koff,kof, kofschip.Koh-i-noor,kouhinûə.Koodoo,kûdû, Z.-Afr. antiloop.Kopeck,koupek, kopeke.Kopje,kopjə, kopje, heuvel (Z.-Afrika).Koran,kôr’n,kərân, koran.Kosher,koušə, koscher.Koul,koul, belofte, contract (Brit. Ind.).Kourbash (Koorbash),kûəbaš, subst. zweep van hippopotamushuid;Kourbashverb. met dekourbashslaan of martelen.Ko(w)-tow,kətau,Kotoo,kətû, subst. diepe buiging, lage vleierij;Ko(w)-towverb. diep neerbuigen, verachtelijk vleien:Theykow-towed to heron account of her reputation.Kraal,krâl,krôl, kraal (in Z.-Afrika);Kraalverb. vee in de kraal drijven.Kraken,krâk’n,kreik’n, fabelachtig zeemonster bij de kust van Noorwegen.Krakow,kreikou.Krang,kraŋ, geraamte van een walvisch na wegneming van het spek.Kransick,kransik, gek, krankzinnig (Transvaal).Krishna,krišnə, Krischna, achtste incarnatie v. Vischnu.Kruller,krɐlə, in vet gekookt krulkoekje.Kudos,kjûdos, roem, eer;Kudosverb. roemen.Kukri,kukri, gekromd mes (Brit. Ind.).Kurd,kûəd,Kurdish;Kurdistan.Kuril,kûril, pijl-stormvogel.Kurile,k(j)urîl:Kurile Islands.Kyley,kaili, boomerang (Austr.).Kyrie eleison,kairiî elaison, Heer, erbarm u! het kyrie (eerste woorden van dat gedeelte der Mis, dat op den introïtus volgt).
K.
K,kei;K(ing);K.B.=Knight of the Bath= ridder van de Bathorde;K(night)C(ommander of the)S(tar of)I(ndia);K.C.B.=Knight Commander of the Bath;K.G.=Knight of the Garter= ridder van den kouseband;K.G.C.B.=Knight Grand Cross of the Bath= ridder grootkruis van de B.-orde;K.G.F.=Knight of the order of the Golden Fleece= ridder van het Gulden Vlies;Ki(ngs);Knt.ofKt.= Knight;Kent.ofKy.= Kentucky.Kaaba=Caaba.Kaama,kâmə, kleine vos, ook hartebeest (Z.-Afr.).Kabul,kâbul;Kabyle,kəbîl,kəbail.Kaffer,Kaffir (Kafir),kâfə,kafə, ongeloovige; Kaffer(sch);Kaffers= Zuid Afrik. mijn-actiën; adj. kaffer - -.Kail,keil, (boeren)kool, koolsoep, middagmaal;Kail-yard, subst. moestuin; adj. in den geest v. deKail-yard school, van schrijvers alsIan Maclaren, etc.Kainite,kainait, kainiet.Kale,keil=Kail.Kaleidoscope,kəlaidəskoup, kaleidoscoop; adj.Kaleidoscopic(al).Kalender=Calender.Kali,kali,keili, potasch;Kalium,keiliəm, potassium.Kalmuck,kalmɐk, kalmuk; ruige, grove stof.Kamptulicon,kamptjûlikon, soort linoleum.Kamsin,kamsin, heete Zuid-oostewind (Egypte).Kangaroo,kaŋgərû, kangoeroe;Kangarooverb. op kang. jagen, ver springen.Kansas,kansas.Kaolin,kâəlin,keiəlin, porseleinaarde.Kapok,kəpok, kapok.Kaross,kəros, dierenvel door Afrik. stammen gedragen.Ka(r)roo,kərû, groote zandvlakte in de Z.-Afrik. hoogvlakten.Kasan,kəzan;Kashmer,kašmî;Kate,keit;Katharina,kâtharainə;Katherine,kathərin;Kathleen,kathlîn;Katrine,katrin;Kavanagh,kavənâ.Kavass,kəvas, gewapende konstabel ter bescherming van een officieel persoon (Turkije).Kayak,kaiək,keijək, kajak.Kea,kîa, een soort papegaai (N. Zeel.).Kean,kîn;Kearney,kâni;Keble,kîb’l.Keckle,kek’l, touwwerk metsmartingomwoelen of bekleeden.Kedge(r),kedž(ə), klein werpanker (=Kedge-anchor);Kedgeverb. met behulp van een k. vooruittrekken.Kee,kî, interj. kiede-kiede!Keek,kîk, kijken, gluren (Schotl.).Keel,kîl, subst. kiel, kolenschuit, kolenmaat;Keelverb. van een kiel voorzien, omslaan (over), met de kiel over den grond schuren (ook:to plough with the keel), varen;Tofloat keel up= onderste boven:Keel-boat= kielboot;Keeler(=Keelman) = schuitenvoerder;Keelhaul= kielhalen;Keelson= kolsem (scheepst.).Keeling,kîliŋ, leng (soort v. kabeljauw).Keen,kîn, scherp, vinnig, bijtend, bits, doordringend; belust, verzot (on):Askeen as mustard;Keen-edged;Keen-eyed;Keenwitted= scherpzinnig; subst.Keenness.Keep,kîp, subst. bewaring, bewaking, slottoren, redoute, bestaan, onderhoud, voer, kost;Keepverb. bewaren, behouden, hoeden, bewaken, weerhouden, handhaven, onderhouden, vervullen, houden, etc.:I amkeeping you= houd je op;It won’t keep (well)= blijft niet goed;Tokeep aloof= zich op een afstand houden;Tokeep at bay= van zich afhouden;Tokeep close= geheim houden;Tokeep silent (silence)= zwijgen;Hekept crying= hij schreide maar door;Hekept us waiting= liet ons wachten;Tokeep company= gezelschap houden;Tokeep company with= verkeeren met;Tokeep (one’s) counsel= zwijgen, een geheim bewaren;Do youkeep figs? = hebt gij ook vijgen te koop?Tokeep garrison at= in garnizoen liggen;Tokeep one’s ground= stand houden;Tokeep bad (late), good (early) hours= altijd laat, vroeg thuis zijn;Tokeep house= huishouden;Tokeep pace with= op de hoogte blijven van, meegaan met;Put your trust in God, and keep your powder dry;Keep thy shop and thy shop will keep thee= pas op uw zaak en uw zaak zal u onderhouden;Tokeep one’s temper= zich inhouden, kalm blijven;Tokeep terms= college loopen;Tokeep time= in de maat blijven;Tokeep touch of, in touch with= voeling houden met;Tokeep watch= wacht houden;Tokeep one’s silver wedding= vieren;Keep it back= houd het geheim, bedwing u;Hekept downhis anger= onderdrukte;Keep fromsin= laat af van;Hekept me frommy lessons= hield mij af;Ikept the knowledge of it fromhim= onthield hem;I could notkeep from saying it= niet nalaten;Tokeep in(after school-hours) = nahouden;It’s well tokeep in with her= op goeden voet te blijven;Tokeep off= afweren, afhouden (van);I could notkeep myself on my legs= niet op de been blijven;The army waskept on foot= werd onder de wapenen gehouden;Hekept ontaking the first turning to the right= nam maar steeds;Hekept on turning= hij keek maar steeds om;Keep it on= ga zoo door;Keep onwith your algebra[293]by yourself= ga zelf door;Tokeep out ofharm’s way= voor gevaar, ongelukken behoeden;These advertisements must bekept over= tot een volgend nummer uitgesteld;The ship waskept to= bij den wind gehouden;Tokeep toa promise= houden aan;Ikeep tomy own people= houd me bij;Tokeep together= bijeen houden, vereenigd blijven;The ship waskept under weigh (way)= gaande gehouden;He could notkeep up with me= hij kon mij niet bijhouden;Keep it up, boys!= houd vol;Hekept me up tothe letterof the contract = hield mij strikt aan;Keeper= houder, bewaarder, opziener, opzichter, cipier:Keeper of the Great Seal= Grootzegelbewaarder (in Engeland deLord Chancellor);Keeper of the Privy Seal= geheimzegelbewaarder;Keepership;Keeping= bewaring, opzicht, hoede, hechtenis, voeding;In keeping with= harmonieerend met;You are herein safe keeping= in veilige hoede;Keeping-room= huiskamer;Keepsake= gedachtenis, herinnering, aandenken:By way of (As a) keepsake= als gedachtenis.Keeve,kîv, subst. tobbe, kuip, mand;Keeveverb. in eene kuip zetten te gisten.Keg,keg, vaatje.Keighley,kîthli;Keightley,kaitli;Keith,kîth.Kek,kek, kijk, zie (Z.-Afr.).Kelp,kelp, kelp, een ruwe soda uit wier of zeegras.Kelpie, Kelpy,kelpi, soort v. watergeest (Schot.).Kelson,kels’n, kolsem. ZieKeelson.Kelt,kelt, kelt; wollen stof van zwarte en witte wol gemaakt.Kemp,kemp, grove wol, onreinheden in bont.Ken,ken, subst. gezichtskring, ordinaire kroeg of kosthuis;Kenverb. waarnemen, bespeuren, onderscheiden, kennen:Beyond one’s ken= te hoog (fig.), onbegrijpelijk;Out of ken= onzichtbaar, buiten het gezicht;Within ken= zichtbaar;Kenning= gezichtsgrens op zee (20 miles);Kennings= herkenningsteekens, merken op de kust (scheepsterm).Kench,kenš, kuip, vat (Amer.).Kendal:Kendal Black Drug,kend’lblakdrɐg, laudanum;Kendal green,kend’lgrîn, groen laken (voor jagers, enz.).Kenelm,kenelm;Kenilworth,kenilwɐ̂th.Kennel,ken’l, subst. hondenhok, hok, vossenhol, “meute”, goot, poel;Kennelverb. in een hol wonen, in een hok opsluiten:Kennel coal= gaskool;Kennel-raker= voddenraper.Kensington,kenziŋt’n.Kent,kent, Kent; adj.Kentish:Kent-fire= applaus met rhythmisch handgeklap.Kentucky,kentɐki.Keogh,kîou, als plaatsnaam;kjou, als persoonsnaam;Keokuk,kîəkɐk.Kept,kept, P. Imp. en P.P. vanTo Keep:Badly kept up= slecht onderhouden;Kept mistress, bijzit.Kerb(stone),kɐ̂b(stoun), trottoirband.Kerchief,kɐ̂tšif, doek.Kerf,kɐ̂f, kerf, insnijding (van eene zaag).Kermes,kɐ̂mîz, kermes, een soort van schildluis:Kermes grains= scharlaken korrels.Kermess,kɐ̂mes, kermis, gecostumeerd weldadigheidsfeest (Amer.).Kern,kɐ̂n, Oud Iersche of Hooglandsche voetknecht, landlooper, karn; binnenhalen van den oogst en oogstfeest;Kern-baby= met korenaren versierde pop bij het oogstfeest.Kernel,kɐ̂n’l, subst. pit, kern, korrel;Kernelverb. korrelen:He that will eat the kernel, must crack the nut;Tohave no kernel= niet degelijk zijn.Kernooze,kənûz, kennen, op de hoogte zijn van;Kernoozer= kenner, connaisseur.Kerosene,kerəsîn, gezuiverde petroleum.Kerrie,keri, werpknots (Z.-Afr.).Kerse,kɐ̂s, kers, kleinigheid (verouderd, maar nog over in:Not worth a kerse= geen zier waard; Verg.Not worth a damn).Kersey,kɐ̂zi, subst. grove, wollen stof; ook adj.:Kerseys= broek van die stof.Kerseymere,kɐ̂zimîə, casimir.Kestrel,kestr’l, torenvalk.Keswick,kezik.Ket,ket, kreng, vuil.Ketch,ketš, kits, kaag (vaartuig).Ketch,ketš=Jack Ketch.Ketchup,ketšəp, soort v. saus. OokCatsupenCatchupgespeld.Kettle,ket’l, ketel:Here is a pretty kettle of fish= dat ’s een mooie boel;Kettledrum= keteltrom, pauk; theevisite; ook verb. = pauken;Kettle-drummer= paukenslager;Kettle-maker= ketelmaker.Kevel,kev’l, kruisklamp (scheepst.); steenhouwershamer.Kew,kjû.Key,kî, sleutel, toets, klep, toonaard, oplossing, vertaling;Keyverb. vastpinnen; stemmen, spannen:We have thekey of the position= het voornaamste punt der positie;The pope hasthe power of the keys= de macht over den hemel;That fellow hasthe key of the street= de stumperd heeft geen thuis, kan niet in huis;Tobe in key with= in harmonie met;Key-basket= sleutelmandje;Key bit= (sleutel)baard;Keyboard= klavier (van orgel of piano);Key-bone= sleutelbeen;Key-bugle= klephoorn;Keyhole= sleutelgat;Key-note= grondtoon;Key-pipe= pijp;Key-ring= sleutelring;Key-screw= schroefsleutel;Key-stone= sluitsteen;Key-word= slagwoord;All keyed up= klaar voor het gebruik;Keyless watch= remontoir.Keziah,kəzaiə.Khaki,kâki, bruingeel, khaki; subst. khaki stof, soldaat in khaki uniform:Dressed in khaki.Khalifa,kalifə, kalifa;Khalifate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Khan,kan,kân, Aziat. gouverneur, vorst, koning, prins, hoofd; karavanserij;Khanate,kanit,kânit, rechtsgebied van eenkhan.Khartoum,kâtûm.Khedival,kədîvəl, van den Khedive;[294]Khedivate,kədîvit, ambt(sgebied) van den Khedive;Khedive,kədîv, onderkoning (van Egypte).Khel,kel, een Afghaansche stam.Khirkah,kɐ̂ka, een gelapt kleedingstuk door dervischen gedragen.Khoras(s)an,kourasân.Khubber,kɐbə, bericht.Khud,kɐd, ravijn.Kiack,kiak, Boed. tempel.Kibe,kaib, open winterblaar.Kibitka,kibitkə, Russisch rijtuig, als slede te gebruiken; Tartaarsche tent.Kick,kik, subst. schop, terugstoot (van ’t geweer):Kickverb. schoppen, stooten, achteruitslaan, zich verzetten:Hehas a good deal of kickin him this morning= hij is van morgen slecht in zijn hum;Kick-off= eerste schop;At the age of 14 shekicked the beamat 180 pounds= haalde ze al 180 pond;Hekicked the beam= werd te licht bevonden, verloor het;Tokick the bucket= dood gaan;Tokick againstkismet= zich tegen het noodlot verzetten;The horsekicks ateverybody= slaat naar iedereen;His stomachkicked atthemedicine= walgde van:Ikicked him outto sink or swim= ik liet hem aan zijn lot over;Tokick overthe traces= uit den band slaan;Don’tkick upa row here= maak hier geen standje of opstootje;Hekicked uphis legs (heels)= sprong vroolijk rond;He waskicked upstairs into asplendid post= werd vooruit geschopt, en kreeg;Kicker= schopper, voetbalspeler, paard dat achteruit slaat, dwarskop;He isalive and kicking= springlevend.Kickshaws,kikšôz, beuzelarijen, wissewasjes, liflafjes (tegenover “soliede” kost).Kicksies,kiksiz, broek:Kicksies-builder= kleermaker.Kid,kid, subst. jonge geit, geitenleer, glacé-handschoen, kind, onzin, zwendel, vaatje, platte schotel, takkebos; adj. van geitenleer;Kidverb. ter wereld brengen, bedotten:There is no kidding about him= men kan op hem aan;Many candidateskid totheir constituents= houden hunne kiezers voor het lapje;Kid-gloves= glacé-handschoenen;Kiddy= ventje; dief;Kiddyverb. bedotten;Kidling= klein geitje.Kidderminster,kidəminstə, goedkoop soort vloerkleed.Kiddle,kid’l, teenen vischweer; speeksel.Kiddy,kidi. ZieKid.Kidnap,kidnap, stelen, met geweld wegvoeren, pressen;Kidnapper= steler (van kinderen), zielverkooper.Kidney,kidni, nier; soort, aard:They are allof the right (same) kidney= zij zijn allen van ’t goede (zelfde) soort;Kidney-bean= witte boon;Kidney-form=Kidney-shaped= niervormig.Kiefekil,kifikil, meerschuim.Kildare,kildêə.Kilderkin,kildəkin, vaatje van18 gallons.Kilkenny,kilkeni.Kill,kil, dooden, blusschen, dooven, stillen; subst. het dooden, buit:She dances to kill= zij is een onvermoeide danseres;Tokill time= den tijd dooden;It would bea case of kill or cure= er op of er onder;Kill-devil= rum of sterke drank in ’t algemeen;He is a kill-joy= een spelbederver, een “saaie Klaas”;Kill-time= tijdverdrijf;Killing= doodelijk, onweerstaanbaar, vreeselijk:You aretoo killing= je laat me nog doodlachen;Tolook killing= er onweerstaanbaar uitzien.Killaloe,kiləlou;Killarney,kilâni.Killick(=Killock)kilək, klein bootsanker, ankersteen.Killigrew,kiligrû;Kilmarnock,kilmânək;Kilmore,kilmö.Kiln,kil(n), oven, eest, kalkoven;Kiln-dry= in een oven of eest drogen;Kiln-hole= mond van een oven.Kilo,kilou,Kilogram(me),kiləgram, kilogram;Kilolitre,kiləlîtə,kilolitə, kiloliter;Kilometer,kiləmîtə,kilomitə, kilometer;Kilowatt,kiləwot= 1000 Watt (Electr.).Kilsyth,kilsaith.Kilt,kilt, subst. korte rok der Bergschotten;Kiltverb. opnemen;Kilted= (loodrecht) geplooid.Kimbo,kimbou, gebogen, gekromd:There he stood,with his arms akimbo= met zijne armen in de zijde.Kin,kin, subst. maagschap, bloedverwantschap, bloedverwant, maag; adj. verwant, van dezelfde soort:He isnext of kin= de naaste bloedverwant;No kin no care= geen koeien, geen moeien;I do not care for him andall his kith and kin= en zijne geheele familie;Kinsfolk= verwanten;Kinsman,Kinswoman= bloedverwant(e);Kinship:Myfeeling of kinship= mijne gehechtheid aan mijne verwanten.Kinchin,kinšin, kindje;Kinchin cove= jonge dief.Kind,kaind, subst. soort, kunne, geslacht, wijze; adj. vriendelijk, goedaardig, natuurlijk, weldadig, goedhartig:I will pay youin kind= in natura, met dezelfde munt;To hold religious convictionsof a kind= er nog eenigszins godsdienstige overtuigingen op na houden;He has grownout of kind= is uit den aard geslagen;I kind of thoughtyou were there= ik dacht soms, (ook wordtkind ofverbasterd totkinder;Amer.);Tosend one’s kind regards= vriendelijk laten groeten;Kind-hearted= goedhartig; subst.Kind-heartedness;Kindliness= welwillendheid, vriendelijkheid; adj.Kindly;To takesomething kindly of a person= iets goed opnemen;To takekindly to something= met iets op hebben; gesteld zijn op;The pigfattens kindlyon this food= zet flink vleesch aan van;Kindness= vriendelijkheid, etc.Kindergarten,kindəgât’n, Fröbelschool;Kindergarten mistress=Kindergartner,kindəgâtnə, onderwijzeres van eene Fröbelschool.Kindle,kind’l, ontsteken, aansteken, doen ontvlammen of ontbranden, opwekken, opwinden, vlam vatten,ontbranden:This kindled discontent to flame= dit deed de ontevredenheid uitbarsten;The shavings[295]can be used askindlings= als vuuraanmakers.Kindred,kindrəd, subst. verwantschap, verwanten; adj. verwant, van denzelfden aard.Kine,kain, koeien.Kinematics,k(a)inəmatiks, leer der beweging;Kinematograph,kainîmətəgraf,k(a)inəmatəgraf, kinematograaf;Kinetic,k(a)inetik, bewegend, motorisch;Kinetics= mathem. leer der beweging;Kinetoscope,kainîtəskoup,kinîtəskoup.King,kiŋ, koning, vorst, heer, dam (in het damspel);Kingverb. tot koning verheffen; den koning spelen (it);King-at-arms= wapenkoning;King’s-bench= vroeger een gerechtshof;King’s (Queen’s) evidence= medeplichtige, die getuigenis aflegt tegen zijne kameraden;King’s evil= scrofula:Totouch for the king’s evil= door handoplegging genezen:King’s-yellow= koningsgeel;King’s coach (cushion):Tocarry in a king= op saamgevouwen handen dragen(kinderspel);King-craft= regeerkunst, staatkunde;King-cup= scherpe (boldragende) boterbloem;King-fish= soort van makreel;King-fisher= ijsvogel;King-killer= koningsmoorder;King-post= middenstijl van het dak;King-wood= hard Braziliaansch hout;Kingdom, koninkrijk:The Kingdom of God;Animal, mineral and vegetable kingdom= dieren-, delfstoffen- en plantenrijk;Kingdom-come= de eeuwigheid:Hewent to Kingdom-come= hij is overleden;Kinglet (Kingling)= koninkje;Kingless;Kinglike=Kingly= koninklijk;Kingship.Kink,kiŋk, subst. kink, slag in een touw, gril, eigenaardigheid;Kinkverb. kinken:There had not been the slightestkink or hitch= geen enkele kink in de kabel;Wegot the business out of the kink= aan den gang, aan het rollen;Kinky= met bochten.Kinross,kinros;Kinsale,kinseil.Kiosk,kiosk, kiosk, paviljoen.Kip,kip, huid van jonge kalveren; ook:Kipskin.Kipper,kipə, subst. zalm gedurende den tijd van kuitschieten; bokking;Kipperverb. zouten en rooken:Kippered herring.Kirk,kɐ̂k, kerk (Schotl.):Kirk-session= kerkeraadsvergadering.Kirkaldy,kɐ̂kô(l)di.Kirtle,kɐ̂t’l, subst. soort van opperkleed, hemd, rok, buis.Kismet,kismet, noodlot (Oostersch).Kiss,kis, subst. kus, soort suikerboontje;Kissverb. kussen, even aanraken:Tokiss and be (make) friends= afzoenen;Tokiss the book= bij het eed afleggen het N. testament kussen;Tokiss the dust= in het stof bijten;Tokiss the earth, the ground= zich onderwerpen;The ministerskissed handsyesterday= aanvaardden gisteren hun ambt (door de koningin de hand te kussen);Wekissed hands tothewilderness= zeiden vaarwel;Shekissed her hand toher uncle= gaf haar oom kushandjes;Theykissed the rod= zij onderwierpen zich aan de straf;Kiss-in-the-ring= een zeker gezelschapsspel;Kiss-me-quick= kleine dameshoed (van ± 1850), lok bij ’t oor;Kissable= om te zoenen;Kissing:Kissing-crust= dat deel van eene broodkorst, dat een ander brood raakt, zachte zijde van brood;As easy as kissing= doodgemakkelijk.Kit,kit, vaatje, kastje, mand, gereedschapsbak, uitrusting, de “heele rommel” (=All the kit,The whole kit), katje;Kitverb. in eenkitverpakken.Kitcat,kitkat, portret van bepaalde afmeting (71 × 91 cM.); jongensspel:Kitcat cannio= kinderspel met lei en griffel.Kitchen,kitš’n, subst. keuken:Kitchen-dresser= aanrechtbank;Kitchen-garden= moestuin;Kitchen-maid= keukenmeid (in Engeland tot hulp van decook,die alléén kookt);Kitchen-middens= hoopen afval, of schelpen van heel ouden datum;Kitchen-range= keukenfornuis;Kitchen-stuff= keukengroenten; vet, schuim;Kitchen-wench= keukenmeid;KitchinofKitchen Zulu= gebroken Zoeloesch.Kite,kait, koningswauw; roofgierig mensch, vlieger; schoorsteenwissel:Tofly a kite= een vlieger oplaten; een schoorsteenwissel trekken;Kite-flyer(ookfig.);Kite-flying= vlieger oplaten; wisselruiterij;Kites’-foot= soort van gele tabak.Kith,kith, verwanten. ZieKin.Kitten,kit’n, subst. jonge kat;Kittenverb. jongen werpen;Kittenish= speelsch, dartel.Kittiwake,kitiweik, soort van zeemeeuw =Kittiwake-gull.Kittle,kit’l, kiedelen, kietelen: adj. =Kittle cattle= lastig, moeielijk, netelig;Kittlish,kitliš, kietelig, gevaarlijk, gewaagd, bedriegelijk.Kitt’s (St),s’ntkits, de H. Christoffel;Kitty,kiti, Kaatje.Kive,kaiv. ZieKeeve.Kiwi,kîvi, kiwi.Kleptomania,kleptəmeinjə, kleptomanie;Kleptomaniac= kleptomaan.Klick,klik, tikken.Klipspringer,klipspriŋə, antilope (Z. Afr.).Kloof,klûf, kloof, ravijn (Z. Afr.).Knack,nak, slag, handigheid, gemakkelijkheid, gewoonte; beuzelarij:There is a knack in doing it= men moet er slag van hebben;Tohave the knack,Toknow the knack of it= den slag er van beet hebben;Tolose the knack;Knacker= paardenvilder;Knacker’s yard= paardenvilderij;Knackers= notenkraker.Knag,nag, knoest of kwast (in hout), wrat, ruwe rots- of heuveltop; tak van een gewei;Knagginess, subst. v.Knaggy= knoestig, ruw, narrig.Knap,nap, knappen, breken;Knapper= soort hamer.Knapsack,napsak, ransel, knapzak.Knapweed,napwîd, zwart knoopkruid.Knar(l),nâ(l), knoest (in hout).Knave,neiv, schurk, bedrieger, boer (in ’t kaartspel);Knavery= schurkerij, bedriegerij;Knavish= schurkachtig:Knave trick= schurkenstreek; subst.Knaveness.Knead,nîd, kneden:Kneaded in the same trough= van hetzelfde maaksel, met één[296]sop overgoten;Kneader= kneder, kneedmachine;Kneading-trough= bakkerstrog.Knee,nî, knie, kniestuk, kniebuiging:On the knees of the gods= afhankelijk van omstandigheden, die men niet beheerscht, of afhankelijk van den goeden afloop van andere zaken;Tobring one to his knees= iemand doen buigen (fig.);The prize-fighters weregiven a kneeafter every round= namen na iedere ronde wat rust (nl. elk op de knie van een der secondanten);Togo (down) on one’s knees= op de knieën vallen;Totake across one’s knee= over de knie leggen;Towhip a boy over one’s knee= voor zijn broek geven;Knee-breeches= kuitenbroek;Knee-cap= kniebeschermer, knieschijf;Knee-deep= tot aan de knieën;Knee-high= tot aan de knieën;Knee-haltered= gekniepoot;Knee-holly,Knee-holm= ruscus, kleine steekpalm;Knee-joint= kniegewricht;Knee-pan=Knee-cap;Knee-piece= kromhout.Kneel,nîl, knielen:Kneeler= knielkussen of bankje.Knell,nel, subst. gelui, doodsklok;Knellverb. (de doodsklok) luiden.Kneller,nelə.Knelt,nelt, P. Imp. en P.P. vanto kneel.Knew,njû, imperf. vanto know.Knickerbocker,nikəbokə, bewoner van New-York van Oud-Hollandsche afstamming:Knickerbockers= wijde kniebroek, onderbroek =Knickies.Knick-knack,niknak, beuzelarij, snuisterij (meestknick-knacks).Knife,naif, subst. mes, ontleedmes, dolk;Knifeverb. snijden, doorsteken, polit. candidaten arglistig doen vallen (Amer.):War to the knife= strijd op leven en dood;Knife-blade= lemmet;Knife-board= slijpplank; zitbank bovenop een e omnibus;Knife-cleaner= poetsmachine;Knife-edge= scherpe kant van het mes;Knife-grinder= messen- en scharenslijper;Knife-rest= messenleggertje;Knife-sharpener= mesaanzetter;Knife-tray= messenbak;Knifing affrays= gevechten met messen.Knight,nait, subst. ridder,kampioen, paard (in ’t schaakspel), niet erfelijke titel (metSirvoor dendoopnaam);Knightverb. tot ridder slaan;Knight of the blade= ijzervreter;Knight of industry= zwendelaar;Knight of the needle (shears, thimble)= ridder van de el = kleermaker;Knight of the road= struikroover;Knight of the rueful countenance= van de droevige figuur;Knight of the shire= vertegenwoordiger van een graafschap in het parlement;Knight-errant= dolende ridder;Knight-errantry= dolende ridderschap;Knightage= de ridderschap, al de personen, die den titelknighthebben; boek met hun aller namen;Knighthood= ridderschap:Order of Knighthood= ridderorde;Knightlike= ridderlijk;Knightliness, subst. v.Knightly= ridderlijk.Knit,nit, knoopen, breien, samenbinden, samenvoegen, aaneen hechten, fronsen, vlechten, zich vereenigen:Heknit his brow (the brows)= fronste het voorhoofd (de wenkbrauwen);Knitter= breid(st)er, breimachine;Knitting= breiden, breiwerk:Knitting-cotton= breikatoen;Knitting-machine= breimachine;Knitting-needle,Knitting-pin= breinaald, breipen;Knitting-sheath= breipenscheede;Knitting-work= breiwerk, lichte vrouwelijke arbeid (Amer.);Knitting-yarn= breigaren.Knittle,nit’l, koord (van eene beurs, of zak), touw voor eene hangmat.Knob,nob, knobbel, knoest, knop, kwast, brok, alleenstaande heuvel:Electric knobs= drukknoppen;Knobbiness, subst. v.Knobby= knobbelig, knoestig, etc.Knobkerry,nobkeri, knots met ronden knop.Knobstick,nobstik, onderkruiper.Knock,nok, subst. slag, klop, stoot;Knockverb. slaan, stooten, kloppen:He has beenknocking aboutthe whole day= heeft rondgeboemeld;He isknocking himself about= hij vliegt van ’t een op ’t ander;That man wasknocked about= leelijk toegetakeld;Heknocked his enemy down= velde neer, sloeg tegen den grond;The picture wasknocked downto me for 600 guilders= werd mij toegeslagen;I will notknock offone penny= geen stuiver afdoen;The workmen haveknocked off= hebben opgehouden met werken; (Knocking-off time);He wasknocked overin the street= neergeveld, overreden;Hastily knocked together= saamgeflanst;Are you going to fight or toknock under? = het opgeven, toegeven?I am quiteknocked up= ik ben doodop;Heknocks upeasily= is gauw ’op’;You’llknock up= je zult je ziek maken;Aknocker-up= porder;He hasknocked that opinion on the head= den kop ingedrukt;Toknock out of time= zijn bekomst geven;He was knocked silly= deed zoo’n val (kreeg zoo’n slag), dat hij bewusteloos werd;Knock-about= luidruchtig, rusteloos; variété (artist);Knock-down= verpletterend (nieuws), uiterste (prijs);Knock-kneed= met de knieën binnenwaarts;Knock-knees= binnenwaarts gebogen knieën;Knock-out= afspraak om bij eene verkooping niet tegen elkander op te bieden, ten einde alles zoo goedkoop mogelijk te krijgen;Knocker= klopper:Up to the knocker= piekfijn, fameus;Knocking-ghost= klopgeest.Knoll,noul, subst. heuvel(tje), heuveltop; gelui;Knollverb. luiden (vooral van de doodsklok).Knollys,noulz.Knop,nop, knop, knoop, loofwerk aan zuilen;Knopverb. met knoppen versieren.Knot,not, subst. knoop, vouw, bocht, groep, bende; verzameling, knoest, moeilijkheid, schouderlap (voor dragers van lasten), schouderbedekking, epaulet, knoop (ongev. 2.025 yards);Knotverb. knoopen, verbinden, samengroeien, verwarren, knoesten vormen:A hard knot= een moeilijk te ontwarren knoop;How many knots is she going now?= hoeveel knoopen loopt het schip nu;The marriage-knot= huwelijksband;Tocut the knot= doorhakken;Knot-grass= duizendknoop, varkensgras;Knotted:Themany-knotted waterflags= veelknoopige;Knottiness, subst. v.Knotty= vol knoopen, moeielijk:That is rather aknotty point= lastig punt.[297]Knout,naut,nût, subst. knoet;Knoutverb. met de knoet straffen.Know,nou, kennen, verstaan, weten, begrijpen, vernemen:Heknows it like A B C= kent het op zijn duimpje =Heknows it from A. to Z.;I do notknow how to dothis problem= weet niet op te lossen;Youknow very wellwhat you are about= je weet drommels goed wat je doet;Iknow him fora clever fellow= ik weet, dat hij is;That man does notknow his own mind= weet zelf niet wat hij wil;Heknows what is what= heeft z’n weetje, is een gladde kerel;He does notknow which is which= kan personen of zaken niet van elkaar onderscheiden;I neverknew him do it= ik heb het hem nooit zien doen, van hem bijgewoond;I willmake you know betterin future= ik zal wel zorgen, dat ge het later beter weet;Know-all= weetal;Know-nothing= weetniet;Knowable= kenbaar; subst.Knowableness;Knowing= glad, slim:He isa knowing one= gewikst;There is no knowingwhat he may do next= men kan niet weten, wat hij nu weer zal doen; subst.Knowingness;Knowledge,nolədž, kennis, wetenschap, geleerdheid:He has not gone there,to my knowing= voor zoover ik weet;Knowing is power= kennis is macht;Knowing-box= kop.Knowles,noulz;Knox,noks.Knub(ble),nɐb(’l), knopje;Knubverb. onhandig omgaan met, slordig inpakken.Knuckle,nɐk’l, subst. knokkel, kniegewricht (van een kalf), schenkel;Knuckleverb. de vingers buigen, met de knokkels slaan:Torap a person’s knuckles= op de vingers tikken;I am not going toknuckle under (down)= wil niet toegeven, mij onderwerpen;Knuckle-bone= knokkel, bikkel(spel);Knuckle-duster= boksijzer;Knuckle-joint.Knurl,nɐ̂(l), knoest, knobbel, knoop; dwerg;Knurled=Knurlly.Knutsford,nɐtšfəd.Kobold,koubould, kabouter.Koba,kobə, soort van antilope (Midden-Afrika).Kodak,koudak, klein photographie-toestel; ookverb.Koff,kof, kofschip.Koh-i-noor,kouhinûə.Koodoo,kûdû, Z.-Afr. antiloop.Kopeck,koupek, kopeke.Kopje,kopjə, kopje, heuvel (Z.-Afrika).Koran,kôr’n,kərân, koran.Kosher,koušə, koscher.Koul,koul, belofte, contract (Brit. Ind.).Kourbash (Koorbash),kûəbaš, subst. zweep van hippopotamushuid;Kourbashverb. met dekourbashslaan of martelen.Ko(w)-tow,kətau,Kotoo,kətû, subst. diepe buiging, lage vleierij;Ko(w)-towverb. diep neerbuigen, verachtelijk vleien:Theykow-towed to heron account of her reputation.Kraal,krâl,krôl, kraal (in Z.-Afrika);Kraalverb. vee in de kraal drijven.Kraken,krâk’n,kreik’n, fabelachtig zeemonster bij de kust van Noorwegen.Krakow,kreikou.Krang,kraŋ, geraamte van een walvisch na wegneming van het spek.Kransick,kransik, gek, krankzinnig (Transvaal).Krishna,krišnə, Krischna, achtste incarnatie v. Vischnu.Kruller,krɐlə, in vet gekookt krulkoekje.Kudos,kjûdos, roem, eer;Kudosverb. roemen.Kukri,kukri, gekromd mes (Brit. Ind.).Kurd,kûəd,Kurdish;Kurdistan.Kuril,kûril, pijl-stormvogel.Kurile,k(j)urîl:Kurile Islands.Kyley,kaili, boomerang (Austr.).Kyrie eleison,kairiî elaison, Heer, erbarm u! het kyrie (eerste woorden van dat gedeelte der Mis, dat op den introïtus volgt).
K,kei;K(ing);K.B.=Knight of the Bath= ridder van de Bathorde;K(night)C(ommander of the)S(tar of)I(ndia);K.C.B.=Knight Commander of the Bath;K.G.=Knight of the Garter= ridder van den kouseband;K.G.C.B.=Knight Grand Cross of the Bath= ridder grootkruis van de B.-orde;K.G.F.=Knight of the order of the Golden Fleece= ridder van het Gulden Vlies;Ki(ngs);Knt.ofKt.= Knight;Kent.ofKy.= Kentucky.
Kaaba=Caaba.
Kaama,kâmə, kleine vos, ook hartebeest (Z.-Afr.).
Kabul,kâbul;Kabyle,kəbîl,kəbail.
Kaffer,Kaffir (Kafir),kâfə,kafə, ongeloovige; Kaffer(sch);Kaffers= Zuid Afrik. mijn-actiën; adj. kaffer - -.
Kail,keil, (boeren)kool, koolsoep, middagmaal;Kail-yard, subst. moestuin; adj. in den geest v. deKail-yard school, van schrijvers alsIan Maclaren, etc.
Kainite,kainait, kainiet.
Kale,keil=Kail.
Kaleidoscope,kəlaidəskoup, kaleidoscoop; adj.Kaleidoscopic(al).
Kalender=Calender.
Kali,kali,keili, potasch;Kalium,keiliəm, potassium.
Kalmuck,kalmɐk, kalmuk; ruige, grove stof.
Kamptulicon,kamptjûlikon, soort linoleum.
Kamsin,kamsin, heete Zuid-oostewind (Egypte).
Kangaroo,kaŋgərû, kangoeroe;Kangarooverb. op kang. jagen, ver springen.
Kansas,kansas.
Kaolin,kâəlin,keiəlin, porseleinaarde.
Kapok,kəpok, kapok.
Kaross,kəros, dierenvel door Afrik. stammen gedragen.
Ka(r)roo,kərû, groote zandvlakte in de Z.-Afrik. hoogvlakten.
Kasan,kəzan;Kashmer,kašmî;Kate,keit;Katharina,kâtharainə;Katherine,kathərin;Kathleen,kathlîn;Katrine,katrin;Kavanagh,kavənâ.
Kavass,kəvas, gewapende konstabel ter bescherming van een officieel persoon (Turkije).
Kayak,kaiək,keijək, kajak.
Kea,kîa, een soort papegaai (N. Zeel.).
Kean,kîn;Kearney,kâni;Keble,kîb’l.
Keckle,kek’l, touwwerk metsmartingomwoelen of bekleeden.
Kedge(r),kedž(ə), klein werpanker (=Kedge-anchor);Kedgeverb. met behulp van een k. vooruittrekken.
Kee,kî, interj. kiede-kiede!
Keek,kîk, kijken, gluren (Schotl.).
Keel,kîl, subst. kiel, kolenschuit, kolenmaat;Keelverb. van een kiel voorzien, omslaan (over), met de kiel over den grond schuren (ook:to plough with the keel), varen;Tofloat keel up= onderste boven:Keel-boat= kielboot;Keeler(=Keelman) = schuitenvoerder;Keelhaul= kielhalen;Keelson= kolsem (scheepst.).
Keeling,kîliŋ, leng (soort v. kabeljauw).
Keen,kîn, scherp, vinnig, bijtend, bits, doordringend; belust, verzot (on):Askeen as mustard;Keen-edged;Keen-eyed;Keenwitted= scherpzinnig; subst.Keenness.
Keep,kîp, subst. bewaring, bewaking, slottoren, redoute, bestaan, onderhoud, voer, kost;Keepverb. bewaren, behouden, hoeden, bewaken, weerhouden, handhaven, onderhouden, vervullen, houden, etc.:I amkeeping you= houd je op;It won’t keep (well)= blijft niet goed;Tokeep aloof= zich op een afstand houden;Tokeep at bay= van zich afhouden;Tokeep close= geheim houden;Tokeep silent (silence)= zwijgen;Hekept crying= hij schreide maar door;Hekept us waiting= liet ons wachten;Tokeep company= gezelschap houden;Tokeep company with= verkeeren met;Tokeep (one’s) counsel= zwijgen, een geheim bewaren;Do youkeep figs? = hebt gij ook vijgen te koop?Tokeep garrison at= in garnizoen liggen;Tokeep one’s ground= stand houden;Tokeep bad (late), good (early) hours= altijd laat, vroeg thuis zijn;Tokeep house= huishouden;Tokeep pace with= op de hoogte blijven van, meegaan met;Put your trust in God, and keep your powder dry;Keep thy shop and thy shop will keep thee= pas op uw zaak en uw zaak zal u onderhouden;Tokeep one’s temper= zich inhouden, kalm blijven;Tokeep terms= college loopen;Tokeep time= in de maat blijven;Tokeep touch of, in touch with= voeling houden met;Tokeep watch= wacht houden;Tokeep one’s silver wedding= vieren;Keep it back= houd het geheim, bedwing u;Hekept downhis anger= onderdrukte;Keep fromsin= laat af van;Hekept me frommy lessons= hield mij af;Ikept the knowledge of it fromhim= onthield hem;I could notkeep from saying it= niet nalaten;Tokeep in(after school-hours) = nahouden;It’s well tokeep in with her= op goeden voet te blijven;Tokeep off= afweren, afhouden (van);I could notkeep myself on my legs= niet op de been blijven;The army waskept on foot= werd onder de wapenen gehouden;Hekept ontaking the first turning to the right= nam maar steeds;Hekept on turning= hij keek maar steeds om;Keep it on= ga zoo door;Keep onwith your algebra[293]by yourself= ga zelf door;Tokeep out ofharm’s way= voor gevaar, ongelukken behoeden;These advertisements must bekept over= tot een volgend nummer uitgesteld;The ship waskept to= bij den wind gehouden;Tokeep toa promise= houden aan;Ikeep tomy own people= houd me bij;Tokeep together= bijeen houden, vereenigd blijven;The ship waskept under weigh (way)= gaande gehouden;He could notkeep up with me= hij kon mij niet bijhouden;Keep it up, boys!= houd vol;Hekept me up tothe letterof the contract = hield mij strikt aan;Keeper= houder, bewaarder, opziener, opzichter, cipier:Keeper of the Great Seal= Grootzegelbewaarder (in Engeland deLord Chancellor);Keeper of the Privy Seal= geheimzegelbewaarder;Keepership;Keeping= bewaring, opzicht, hoede, hechtenis, voeding;In keeping with= harmonieerend met;You are herein safe keeping= in veilige hoede;Keeping-room= huiskamer;Keepsake= gedachtenis, herinnering, aandenken:By way of (As a) keepsake= als gedachtenis.
Keeve,kîv, subst. tobbe, kuip, mand;Keeveverb. in eene kuip zetten te gisten.
Keg,keg, vaatje.
Keighley,kîthli;Keightley,kaitli;Keith,kîth.
Kek,kek, kijk, zie (Z.-Afr.).
Kelp,kelp, kelp, een ruwe soda uit wier of zeegras.
Kelpie, Kelpy,kelpi, soort v. watergeest (Schot.).
Kelson,kels’n, kolsem. ZieKeelson.
Kelt,kelt, kelt; wollen stof van zwarte en witte wol gemaakt.
Kemp,kemp, grove wol, onreinheden in bont.
Ken,ken, subst. gezichtskring, ordinaire kroeg of kosthuis;Kenverb. waarnemen, bespeuren, onderscheiden, kennen:Beyond one’s ken= te hoog (fig.), onbegrijpelijk;Out of ken= onzichtbaar, buiten het gezicht;Within ken= zichtbaar;Kenning= gezichtsgrens op zee (20 miles);Kennings= herkenningsteekens, merken op de kust (scheepsterm).
Kench,kenš, kuip, vat (Amer.).
Kendal:Kendal Black Drug,kend’lblakdrɐg, laudanum;Kendal green,kend’lgrîn, groen laken (voor jagers, enz.).
Kenelm,kenelm;Kenilworth,kenilwɐ̂th.
Kennel,ken’l, subst. hondenhok, hok, vossenhol, “meute”, goot, poel;Kennelverb. in een hol wonen, in een hok opsluiten:Kennel coal= gaskool;Kennel-raker= voddenraper.
Kensington,kenziŋt’n.
Kent,kent, Kent; adj.Kentish:Kent-fire= applaus met rhythmisch handgeklap.
Kentucky,kentɐki.
Keogh,kîou, als plaatsnaam;kjou, als persoonsnaam;Keokuk,kîəkɐk.
Kept,kept, P. Imp. en P.P. vanTo Keep:Badly kept up= slecht onderhouden;Kept mistress, bijzit.
Kerb(stone),kɐ̂b(stoun), trottoirband.
Kerchief,kɐ̂tšif, doek.
Kerf,kɐ̂f, kerf, insnijding (van eene zaag).
Kermes,kɐ̂mîz, kermes, een soort van schildluis:Kermes grains= scharlaken korrels.
Kermess,kɐ̂mes, kermis, gecostumeerd weldadigheidsfeest (Amer.).
Kern,kɐ̂n, Oud Iersche of Hooglandsche voetknecht, landlooper, karn; binnenhalen van den oogst en oogstfeest;Kern-baby= met korenaren versierde pop bij het oogstfeest.
Kernel,kɐ̂n’l, subst. pit, kern, korrel;Kernelverb. korrelen:He that will eat the kernel, must crack the nut;Tohave no kernel= niet degelijk zijn.
Kernooze,kənûz, kennen, op de hoogte zijn van;Kernoozer= kenner, connaisseur.
Kerosene,kerəsîn, gezuiverde petroleum.
Kerrie,keri, werpknots (Z.-Afr.).
Kerse,kɐ̂s, kers, kleinigheid (verouderd, maar nog over in:Not worth a kerse= geen zier waard; Verg.Not worth a damn).
Kersey,kɐ̂zi, subst. grove, wollen stof; ook adj.:Kerseys= broek van die stof.
Kerseymere,kɐ̂zimîə, casimir.
Kestrel,kestr’l, torenvalk.
Keswick,kezik.
Ket,ket, kreng, vuil.
Ketch,ketš, kits, kaag (vaartuig).
Ketch,ketš=Jack Ketch.
Ketchup,ketšəp, soort v. saus. OokCatsupenCatchupgespeld.
Kettle,ket’l, ketel:Here is a pretty kettle of fish= dat ’s een mooie boel;Kettledrum= keteltrom, pauk; theevisite; ook verb. = pauken;Kettle-drummer= paukenslager;Kettle-maker= ketelmaker.
Kevel,kev’l, kruisklamp (scheepst.); steenhouwershamer.
Kew,kjû.
Key,kî, sleutel, toets, klep, toonaard, oplossing, vertaling;Keyverb. vastpinnen; stemmen, spannen:We have thekey of the position= het voornaamste punt der positie;The pope hasthe power of the keys= de macht over den hemel;That fellow hasthe key of the street= de stumperd heeft geen thuis, kan niet in huis;Tobe in key with= in harmonie met;Key-basket= sleutelmandje;Key bit= (sleutel)baard;Keyboard= klavier (van orgel of piano);Key-bone= sleutelbeen;Key-bugle= klephoorn;Keyhole= sleutelgat;Key-note= grondtoon;Key-pipe= pijp;Key-ring= sleutelring;Key-screw= schroefsleutel;Key-stone= sluitsteen;Key-word= slagwoord;All keyed up= klaar voor het gebruik;Keyless watch= remontoir.
Keziah,kəzaiə.
Khaki,kâki, bruingeel, khaki; subst. khaki stof, soldaat in khaki uniform:Dressed in khaki.
Khalifa,kalifə, kalifa;Khalifate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.
Khan,kan,kân, Aziat. gouverneur, vorst, koning, prins, hoofd; karavanserij;Khanate,kanit,kânit, rechtsgebied van eenkhan.
Khartoum,kâtûm.
Khedival,kədîvəl, van den Khedive;[294]Khedivate,kədîvit, ambt(sgebied) van den Khedive;Khedive,kədîv, onderkoning (van Egypte).
Khel,kel, een Afghaansche stam.
Khirkah,kɐ̂ka, een gelapt kleedingstuk door dervischen gedragen.
Khoras(s)an,kourasân.
Khubber,kɐbə, bericht.
Khud,kɐd, ravijn.
Kiack,kiak, Boed. tempel.
Kibe,kaib, open winterblaar.
Kibitka,kibitkə, Russisch rijtuig, als slede te gebruiken; Tartaarsche tent.
Kick,kik, subst. schop, terugstoot (van ’t geweer):Kickverb. schoppen, stooten, achteruitslaan, zich verzetten:Hehas a good deal of kickin him this morning= hij is van morgen slecht in zijn hum;Kick-off= eerste schop;At the age of 14 shekicked the beamat 180 pounds= haalde ze al 180 pond;Hekicked the beam= werd te licht bevonden, verloor het;Tokick the bucket= dood gaan;Tokick againstkismet= zich tegen het noodlot verzetten;The horsekicks ateverybody= slaat naar iedereen;His stomachkicked atthemedicine= walgde van:Ikicked him outto sink or swim= ik liet hem aan zijn lot over;Tokick overthe traces= uit den band slaan;Don’tkick upa row here= maak hier geen standje of opstootje;Hekicked uphis legs (heels)= sprong vroolijk rond;He waskicked upstairs into asplendid post= werd vooruit geschopt, en kreeg;Kicker= schopper, voetbalspeler, paard dat achteruit slaat, dwarskop;He isalive and kicking= springlevend.
Kickshaws,kikšôz, beuzelarijen, wissewasjes, liflafjes (tegenover “soliede” kost).
Kicksies,kiksiz, broek:Kicksies-builder= kleermaker.
Kid,kid, subst. jonge geit, geitenleer, glacé-handschoen, kind, onzin, zwendel, vaatje, platte schotel, takkebos; adj. van geitenleer;Kidverb. ter wereld brengen, bedotten:There is no kidding about him= men kan op hem aan;Many candidateskid totheir constituents= houden hunne kiezers voor het lapje;Kid-gloves= glacé-handschoenen;Kiddy= ventje; dief;Kiddyverb. bedotten;Kidling= klein geitje.
Kidderminster,kidəminstə, goedkoop soort vloerkleed.
Kiddle,kid’l, teenen vischweer; speeksel.
Kiddy,kidi. ZieKid.
Kidnap,kidnap, stelen, met geweld wegvoeren, pressen;Kidnapper= steler (van kinderen), zielverkooper.
Kidney,kidni, nier; soort, aard:They are allof the right (same) kidney= zij zijn allen van ’t goede (zelfde) soort;Kidney-bean= witte boon;Kidney-form=Kidney-shaped= niervormig.
Kiefekil,kifikil, meerschuim.
Kildare,kildêə.
Kilderkin,kildəkin, vaatje van18 gallons.
Kilkenny,kilkeni.
Kill,kil, dooden, blusschen, dooven, stillen; subst. het dooden, buit:She dances to kill= zij is een onvermoeide danseres;Tokill time= den tijd dooden;It would bea case of kill or cure= er op of er onder;Kill-devil= rum of sterke drank in ’t algemeen;He is a kill-joy= een spelbederver, een “saaie Klaas”;Kill-time= tijdverdrijf;Killing= doodelijk, onweerstaanbaar, vreeselijk:You aretoo killing= je laat me nog doodlachen;Tolook killing= er onweerstaanbaar uitzien.
Killaloe,kiləlou;Killarney,kilâni.
Killick(=Killock)kilək, klein bootsanker, ankersteen.
Killigrew,kiligrû;Kilmarnock,kilmânək;Kilmore,kilmö.
Kiln,kil(n), oven, eest, kalkoven;Kiln-dry= in een oven of eest drogen;Kiln-hole= mond van een oven.
Kilo,kilou,Kilogram(me),kiləgram, kilogram;Kilolitre,kiləlîtə,kilolitə, kiloliter;Kilometer,kiləmîtə,kilomitə, kilometer;Kilowatt,kiləwot= 1000 Watt (Electr.).
Kilsyth,kilsaith.
Kilt,kilt, subst. korte rok der Bergschotten;Kiltverb. opnemen;Kilted= (loodrecht) geplooid.
Kimbo,kimbou, gebogen, gekromd:There he stood,with his arms akimbo= met zijne armen in de zijde.
Kin,kin, subst. maagschap, bloedverwantschap, bloedverwant, maag; adj. verwant, van dezelfde soort:He isnext of kin= de naaste bloedverwant;No kin no care= geen koeien, geen moeien;I do not care for him andall his kith and kin= en zijne geheele familie;Kinsfolk= verwanten;Kinsman,Kinswoman= bloedverwant(e);Kinship:Myfeeling of kinship= mijne gehechtheid aan mijne verwanten.
Kinchin,kinšin, kindje;Kinchin cove= jonge dief.
Kind,kaind, subst. soort, kunne, geslacht, wijze; adj. vriendelijk, goedaardig, natuurlijk, weldadig, goedhartig:I will pay youin kind= in natura, met dezelfde munt;To hold religious convictionsof a kind= er nog eenigszins godsdienstige overtuigingen op na houden;He has grownout of kind= is uit den aard geslagen;I kind of thoughtyou were there= ik dacht soms, (ook wordtkind ofverbasterd totkinder;Amer.);Tosend one’s kind regards= vriendelijk laten groeten;Kind-hearted= goedhartig; subst.Kind-heartedness;Kindliness= welwillendheid, vriendelijkheid; adj.Kindly;To takesomething kindly of a person= iets goed opnemen;To takekindly to something= met iets op hebben; gesteld zijn op;The pigfattens kindlyon this food= zet flink vleesch aan van;Kindness= vriendelijkheid, etc.
Kindergarten,kindəgât’n, Fröbelschool;Kindergarten mistress=Kindergartner,kindəgâtnə, onderwijzeres van eene Fröbelschool.
Kindle,kind’l, ontsteken, aansteken, doen ontvlammen of ontbranden, opwekken, opwinden, vlam vatten,ontbranden:This kindled discontent to flame= dit deed de ontevredenheid uitbarsten;The shavings[295]can be used askindlings= als vuuraanmakers.
Kindred,kindrəd, subst. verwantschap, verwanten; adj. verwant, van denzelfden aard.
Kine,kain, koeien.
Kinematics,k(a)inəmatiks, leer der beweging;Kinematograph,kainîmətəgraf,k(a)inəmatəgraf, kinematograaf;Kinetic,k(a)inetik, bewegend, motorisch;Kinetics= mathem. leer der beweging;Kinetoscope,kainîtəskoup,kinîtəskoup.
King,kiŋ, koning, vorst, heer, dam (in het damspel);Kingverb. tot koning verheffen; den koning spelen (it);King-at-arms= wapenkoning;King’s-bench= vroeger een gerechtshof;King’s (Queen’s) evidence= medeplichtige, die getuigenis aflegt tegen zijne kameraden;King’s evil= scrofula:Totouch for the king’s evil= door handoplegging genezen:King’s-yellow= koningsgeel;King’s coach (cushion):Tocarry in a king= op saamgevouwen handen dragen(kinderspel);King-craft= regeerkunst, staatkunde;King-cup= scherpe (boldragende) boterbloem;King-fish= soort van makreel;King-fisher= ijsvogel;King-killer= koningsmoorder;King-post= middenstijl van het dak;King-wood= hard Braziliaansch hout;Kingdom, koninkrijk:The Kingdom of God;Animal, mineral and vegetable kingdom= dieren-, delfstoffen- en plantenrijk;Kingdom-come= de eeuwigheid:Hewent to Kingdom-come= hij is overleden;Kinglet (Kingling)= koninkje;Kingless;Kinglike=Kingly= koninklijk;Kingship.
Kink,kiŋk, subst. kink, slag in een touw, gril, eigenaardigheid;Kinkverb. kinken:There had not been the slightestkink or hitch= geen enkele kink in de kabel;Wegot the business out of the kink= aan den gang, aan het rollen;Kinky= met bochten.
Kinross,kinros;Kinsale,kinseil.
Kiosk,kiosk, kiosk, paviljoen.
Kip,kip, huid van jonge kalveren; ook:Kipskin.
Kipper,kipə, subst. zalm gedurende den tijd van kuitschieten; bokking;Kipperverb. zouten en rooken:Kippered herring.
Kirk,kɐ̂k, kerk (Schotl.):Kirk-session= kerkeraadsvergadering.
Kirkaldy,kɐ̂kô(l)di.
Kirtle,kɐ̂t’l, subst. soort van opperkleed, hemd, rok, buis.
Kismet,kismet, noodlot (Oostersch).
Kiss,kis, subst. kus, soort suikerboontje;Kissverb. kussen, even aanraken:Tokiss and be (make) friends= afzoenen;Tokiss the book= bij het eed afleggen het N. testament kussen;Tokiss the dust= in het stof bijten;Tokiss the earth, the ground= zich onderwerpen;The ministerskissed handsyesterday= aanvaardden gisteren hun ambt (door de koningin de hand te kussen);Wekissed hands tothewilderness= zeiden vaarwel;Shekissed her hand toher uncle= gaf haar oom kushandjes;Theykissed the rod= zij onderwierpen zich aan de straf;Kiss-in-the-ring= een zeker gezelschapsspel;Kiss-me-quick= kleine dameshoed (van ± 1850), lok bij ’t oor;Kissable= om te zoenen;Kissing:Kissing-crust= dat deel van eene broodkorst, dat een ander brood raakt, zachte zijde van brood;As easy as kissing= doodgemakkelijk.
Kit,kit, vaatje, kastje, mand, gereedschapsbak, uitrusting, de “heele rommel” (=All the kit,The whole kit), katje;Kitverb. in eenkitverpakken.
Kitcat,kitkat, portret van bepaalde afmeting (71 × 91 cM.); jongensspel:Kitcat cannio= kinderspel met lei en griffel.
Kitchen,kitš’n, subst. keuken:Kitchen-dresser= aanrechtbank;Kitchen-garden= moestuin;Kitchen-maid= keukenmeid (in Engeland tot hulp van decook,die alléén kookt);Kitchen-middens= hoopen afval, of schelpen van heel ouden datum;Kitchen-range= keukenfornuis;Kitchen-stuff= keukengroenten; vet, schuim;Kitchen-wench= keukenmeid;KitchinofKitchen Zulu= gebroken Zoeloesch.
Kite,kait, koningswauw; roofgierig mensch, vlieger; schoorsteenwissel:Tofly a kite= een vlieger oplaten; een schoorsteenwissel trekken;Kite-flyer(ookfig.);Kite-flying= vlieger oplaten; wisselruiterij;Kites’-foot= soort van gele tabak.
Kith,kith, verwanten. ZieKin.
Kitten,kit’n, subst. jonge kat;Kittenverb. jongen werpen;Kittenish= speelsch, dartel.
Kittiwake,kitiweik, soort van zeemeeuw =Kittiwake-gull.
Kittle,kit’l, kiedelen, kietelen: adj. =Kittle cattle= lastig, moeielijk, netelig;Kittlish,kitliš, kietelig, gevaarlijk, gewaagd, bedriegelijk.
Kitt’s (St),s’ntkits, de H. Christoffel;Kitty,kiti, Kaatje.
Kive,kaiv. ZieKeeve.
Kiwi,kîvi, kiwi.
Kleptomania,kleptəmeinjə, kleptomanie;Kleptomaniac= kleptomaan.
Klick,klik, tikken.
Klipspringer,klipspriŋə, antilope (Z. Afr.).
Kloof,klûf, kloof, ravijn (Z. Afr.).
Knack,nak, slag, handigheid, gemakkelijkheid, gewoonte; beuzelarij:There is a knack in doing it= men moet er slag van hebben;Tohave the knack,Toknow the knack of it= den slag er van beet hebben;Tolose the knack;Knacker= paardenvilder;Knacker’s yard= paardenvilderij;Knackers= notenkraker.
Knag,nag, knoest of kwast (in hout), wrat, ruwe rots- of heuveltop; tak van een gewei;Knagginess, subst. v.Knaggy= knoestig, ruw, narrig.
Knap,nap, knappen, breken;Knapper= soort hamer.
Knapsack,napsak, ransel, knapzak.
Knapweed,napwîd, zwart knoopkruid.
Knar(l),nâ(l), knoest (in hout).
Knave,neiv, schurk, bedrieger, boer (in ’t kaartspel);Knavery= schurkerij, bedriegerij;Knavish= schurkachtig:Knave trick= schurkenstreek; subst.Knaveness.
Knead,nîd, kneden:Kneaded in the same trough= van hetzelfde maaksel, met één[296]sop overgoten;Kneader= kneder, kneedmachine;Kneading-trough= bakkerstrog.
Knee,nî, knie, kniestuk, kniebuiging:On the knees of the gods= afhankelijk van omstandigheden, die men niet beheerscht, of afhankelijk van den goeden afloop van andere zaken;Tobring one to his knees= iemand doen buigen (fig.);The prize-fighters weregiven a kneeafter every round= namen na iedere ronde wat rust (nl. elk op de knie van een der secondanten);Togo (down) on one’s knees= op de knieën vallen;Totake across one’s knee= over de knie leggen;Towhip a boy over one’s knee= voor zijn broek geven;Knee-breeches= kuitenbroek;Knee-cap= kniebeschermer, knieschijf;Knee-deep= tot aan de knieën;Knee-high= tot aan de knieën;Knee-haltered= gekniepoot;Knee-holly,Knee-holm= ruscus, kleine steekpalm;Knee-joint= kniegewricht;Knee-pan=Knee-cap;Knee-piece= kromhout.
Kneel,nîl, knielen:Kneeler= knielkussen of bankje.
Knell,nel, subst. gelui, doodsklok;Knellverb. (de doodsklok) luiden.
Kneller,nelə.
Knelt,nelt, P. Imp. en P.P. vanto kneel.
Knew,njû, imperf. vanto know.
Knickerbocker,nikəbokə, bewoner van New-York van Oud-Hollandsche afstamming:Knickerbockers= wijde kniebroek, onderbroek =Knickies.
Knick-knack,niknak, beuzelarij, snuisterij (meestknick-knacks).
Knife,naif, subst. mes, ontleedmes, dolk;Knifeverb. snijden, doorsteken, polit. candidaten arglistig doen vallen (Amer.):War to the knife= strijd op leven en dood;Knife-blade= lemmet;Knife-board= slijpplank; zitbank bovenop een e omnibus;Knife-cleaner= poetsmachine;Knife-edge= scherpe kant van het mes;Knife-grinder= messen- en scharenslijper;Knife-rest= messenleggertje;Knife-sharpener= mesaanzetter;Knife-tray= messenbak;Knifing affrays= gevechten met messen.
Knight,nait, subst. ridder,kampioen, paard (in ’t schaakspel), niet erfelijke titel (metSirvoor dendoopnaam);Knightverb. tot ridder slaan;Knight of the blade= ijzervreter;Knight of industry= zwendelaar;Knight of the needle (shears, thimble)= ridder van de el = kleermaker;Knight of the road= struikroover;Knight of the rueful countenance= van de droevige figuur;Knight of the shire= vertegenwoordiger van een graafschap in het parlement;Knight-errant= dolende ridder;Knight-errantry= dolende ridderschap;Knightage= de ridderschap, al de personen, die den titelknighthebben; boek met hun aller namen;Knighthood= ridderschap:Order of Knighthood= ridderorde;Knightlike= ridderlijk;Knightliness, subst. v.Knightly= ridderlijk.
Knit,nit, knoopen, breien, samenbinden, samenvoegen, aaneen hechten, fronsen, vlechten, zich vereenigen:Heknit his brow (the brows)= fronste het voorhoofd (de wenkbrauwen);Knitter= breid(st)er, breimachine;Knitting= breiden, breiwerk:Knitting-cotton= breikatoen;Knitting-machine= breimachine;Knitting-needle,Knitting-pin= breinaald, breipen;Knitting-sheath= breipenscheede;Knitting-work= breiwerk, lichte vrouwelijke arbeid (Amer.);Knitting-yarn= breigaren.
Knittle,nit’l, koord (van eene beurs, of zak), touw voor eene hangmat.
Knob,nob, knobbel, knoest, knop, kwast, brok, alleenstaande heuvel:Electric knobs= drukknoppen;Knobbiness, subst. v.Knobby= knobbelig, knoestig, etc.
Knobkerry,nobkeri, knots met ronden knop.
Knobstick,nobstik, onderkruiper.
Knock,nok, subst. slag, klop, stoot;Knockverb. slaan, stooten, kloppen:He has beenknocking aboutthe whole day= heeft rondgeboemeld;He isknocking himself about= hij vliegt van ’t een op ’t ander;That man wasknocked about= leelijk toegetakeld;Heknocked his enemy down= velde neer, sloeg tegen den grond;The picture wasknocked downto me for 600 guilders= werd mij toegeslagen;I will notknock offone penny= geen stuiver afdoen;The workmen haveknocked off= hebben opgehouden met werken; (Knocking-off time);He wasknocked overin the street= neergeveld, overreden;Hastily knocked together= saamgeflanst;Are you going to fight or toknock under? = het opgeven, toegeven?I am quiteknocked up= ik ben doodop;Heknocks upeasily= is gauw ’op’;You’llknock up= je zult je ziek maken;Aknocker-up= porder;He hasknocked that opinion on the head= den kop ingedrukt;Toknock out of time= zijn bekomst geven;He was knocked silly= deed zoo’n val (kreeg zoo’n slag), dat hij bewusteloos werd;Knock-about= luidruchtig, rusteloos; variété (artist);Knock-down= verpletterend (nieuws), uiterste (prijs);Knock-kneed= met de knieën binnenwaarts;Knock-knees= binnenwaarts gebogen knieën;Knock-out= afspraak om bij eene verkooping niet tegen elkander op te bieden, ten einde alles zoo goedkoop mogelijk te krijgen;Knocker= klopper:Up to the knocker= piekfijn, fameus;Knocking-ghost= klopgeest.
Knoll,noul, subst. heuvel(tje), heuveltop; gelui;Knollverb. luiden (vooral van de doodsklok).
Knollys,noulz.
Knop,nop, knop, knoop, loofwerk aan zuilen;Knopverb. met knoppen versieren.
Knot,not, subst. knoop, vouw, bocht, groep, bende; verzameling, knoest, moeilijkheid, schouderlap (voor dragers van lasten), schouderbedekking, epaulet, knoop (ongev. 2.025 yards);Knotverb. knoopen, verbinden, samengroeien, verwarren, knoesten vormen:A hard knot= een moeilijk te ontwarren knoop;How many knots is she going now?= hoeveel knoopen loopt het schip nu;The marriage-knot= huwelijksband;Tocut the knot= doorhakken;Knot-grass= duizendknoop, varkensgras;Knotted:Themany-knotted waterflags= veelknoopige;Knottiness, subst. v.Knotty= vol knoopen, moeielijk:That is rather aknotty point= lastig punt.[297]
Knout,naut,nût, subst. knoet;Knoutverb. met de knoet straffen.
Know,nou, kennen, verstaan, weten, begrijpen, vernemen:Heknows it like A B C= kent het op zijn duimpje =Heknows it from A. to Z.;I do notknow how to dothis problem= weet niet op te lossen;Youknow very wellwhat you are about= je weet drommels goed wat je doet;Iknow him fora clever fellow= ik weet, dat hij is;That man does notknow his own mind= weet zelf niet wat hij wil;Heknows what is what= heeft z’n weetje, is een gladde kerel;He does notknow which is which= kan personen of zaken niet van elkaar onderscheiden;I neverknew him do it= ik heb het hem nooit zien doen, van hem bijgewoond;I willmake you know betterin future= ik zal wel zorgen, dat ge het later beter weet;Know-all= weetal;Know-nothing= weetniet;Knowable= kenbaar; subst.Knowableness;Knowing= glad, slim:He isa knowing one= gewikst;There is no knowingwhat he may do next= men kan niet weten, wat hij nu weer zal doen; subst.Knowingness;Knowledge,nolədž, kennis, wetenschap, geleerdheid:He has not gone there,to my knowing= voor zoover ik weet;Knowing is power= kennis is macht;Knowing-box= kop.
Knowles,noulz;Knox,noks.
Knub(ble),nɐb(’l), knopje;Knubverb. onhandig omgaan met, slordig inpakken.
Knuckle,nɐk’l, subst. knokkel, kniegewricht (van een kalf), schenkel;Knuckleverb. de vingers buigen, met de knokkels slaan:Torap a person’s knuckles= op de vingers tikken;I am not going toknuckle under (down)= wil niet toegeven, mij onderwerpen;Knuckle-bone= knokkel, bikkel(spel);Knuckle-duster= boksijzer;Knuckle-joint.
Knurl,nɐ̂(l), knoest, knobbel, knoop; dwerg;Knurled=Knurlly.
Knutsford,nɐtšfəd.
Kobold,koubould, kabouter.
Koba,kobə, soort van antilope (Midden-Afrika).
Kodak,koudak, klein photographie-toestel; ookverb.
Koff,kof, kofschip.
Koh-i-noor,kouhinûə.
Koodoo,kûdû, Z.-Afr. antiloop.
Kopeck,koupek, kopeke.
Kopje,kopjə, kopje, heuvel (Z.-Afrika).
Koran,kôr’n,kərân, koran.
Kosher,koušə, koscher.
Koul,koul, belofte, contract (Brit. Ind.).
Kourbash (Koorbash),kûəbaš, subst. zweep van hippopotamushuid;Kourbashverb. met dekourbashslaan of martelen.
Ko(w)-tow,kətau,Kotoo,kətû, subst. diepe buiging, lage vleierij;Ko(w)-towverb. diep neerbuigen, verachtelijk vleien:Theykow-towed to heron account of her reputation.
Kraal,krâl,krôl, kraal (in Z.-Afrika);Kraalverb. vee in de kraal drijven.
Kraken,krâk’n,kreik’n, fabelachtig zeemonster bij de kust van Noorwegen.
Krakow,kreikou.
Krang,kraŋ, geraamte van een walvisch na wegneming van het spek.
Kransick,kransik, gek, krankzinnig (Transvaal).
Krishna,krišnə, Krischna, achtste incarnatie v. Vischnu.
Kruller,krɐlə, in vet gekookt krulkoekje.
Kudos,kjûdos, roem, eer;Kudosverb. roemen.
Kukri,kukri, gekromd mes (Brit. Ind.).
Kurd,kûəd,Kurdish;Kurdistan.
Kuril,kûril, pijl-stormvogel.
Kurile,k(j)urîl:Kurile Islands.
Kyley,kaili, boomerang (Austr.).
Kyrie eleison,kairiî elaison, Heer, erbarm u! het kyrie (eerste woorden van dat gedeelte der Mis, dat op den introïtus volgt).