Chapter 32

575Journaal van Texier, 8 December 1779.↑576Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑577Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.↑578Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.↑579Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000.↑580Journaal van Texier, 9 Mei 1780.↑581Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.↑582Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.↑583Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑584Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In desociëteits-magazijnenwas slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.↑585Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑586Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑587Journaal van Texier,10 Maart 1781.↑588Journaal van Texier,15 en 30 Maart 1781.↑589Journaal van Texier,17 Maart 1781.↑590Journaal van Texier,19 Maart 1781.↑591Journaal van Texier,28 Augustus 1781.↑592Journaal van Texier,16 en 28 Julij 1781.↑593Journaal van Texier, 22 Maart 1781.↑594Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑595Journaal van Texier, 7 April 1781.↑596Journaal van Texier, 11 April 1781.↑597Journaal van Texier, 28 April 1781.↑598Journaal van Texier, 12 April 1781.↑599Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑600Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.↑601Journaal van Texier, 27 Julij 1781.↑602Journaal van Texier, 8 April 1781.↑603Journaal van Texier, 10 April 1781.↑604Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.↑605De beide kapiteins deroorlogsschepenen de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.↑606Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.↑607Journaal van Texier, 18 Julij 1781.↑608Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑609Journaal van Texier,18 Junij 1781.↑610Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑611Journaal van Texier, 10 Junij 1781.↑612Journaal van Texier, 6 September 1781.↑613Journaal van Texier, 28 Julij 1781.↑614Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.↑615Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.↑616Notulen Gouverneur en Raden,1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.↑617Journaal van Texier,24 December 1781,van Kampen,De Nederlanders buiten Europa,3dedeel,bladz. 286, 87.↑618Journaal van Texier,22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.↑619Journaal van Texier,31 Januarij 1782.↑620Journaal van Texier,6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier,14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7denAugustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier,7 Aug. 1782.↑621Journaal van Texier,3 October 1780.↑622Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.↑623Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.↑624Journaal van Texier, 3 April 1782.↑625Journaal van Texier,12en 17 Mei 1782.↑626Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.↑627Journaal van Texier, 14 September 1782.↑628Journaal van Texier, 10 April 1782.↑629Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.↑630Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑631Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑632Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.↑633Journaal van Texier.↑634Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.↑635Journaal van Texier, 3 Maart 1783.↑636Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.↑637Journaal van Texier,21 Augustus 1783.↑638De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2denSept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20stenMei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4dedeel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2dedeel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3dedeel; Groen van Prinsterer, enz. enz.↑639Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑640Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑641Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.↑642Journaal van Texier, 29 Junij 1781.↑643Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2edeel pag. 68.↑644Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.↑645Journaal van Texier, 7 April 1779.↑646Journaal van Texier,27 September, 24 November 1782, enz. enz.↑647Notulen van Gouverneur en Raden,25 September 1783.↑648Notulen van Gouverneur en Raden,25 en 26 September 1783.↑649Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1784.↑650Notulen van Gouverneur en Raden,15 Februarij 1785.↑651Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 April 1784.↑652Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1784.↑653Notulen van Gouverneur en Raden,31 Augustus 1784.↑654In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden,6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,5 en 11 October 1783, enz. enz.↑655Notulen van Gouverneur en Raden,25 Februarij 1784.↑656Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783.↑657Notulen van Gouverneur en Raden,25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,25 November 1783.↑658Notulen van Gouverneur en Raden,17 November 1784.↑659Notulen van Gouverneur en Raden,27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,27 November 1783.↑660Notulen van Gouverneur en Raden,16 Augustus 1784.↑661Notulen van Gouverneur en Raden,23 Augustus 1784.↑662Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.↑663Zie bladz.319.↑664Historische proeve 2de deel,blad 46, 47.↑665Notulen Gouverneur en Raden,18 December 1783.↑666Notulen van Gouverneur en Raden,10 September 1784.↑667Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 November 1783 enz.↑668Notulen van Gouverneur en Raden,8 en 29 November 1784.↑669Notulen van Gouverneur en Raden,10 Maart 1784, enz.↑670Notulen van Gouverneur en Raden,17 Mei 1784, enz.↑671Notulen van Gouverneur en Raden,8 November 1784.↑672Notulen van Gouverneur en Raden,9 Augustus 1784.↑673Journaal van Beeldsnijder Matroos,3 Maart 1784.↑674Notulen van Gouverneur en Raden,9 December 1784.↑675M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,blz. 52.↑676Historische proeve,1ste deel,bladz. 183 en 193.↑677Journaal van Beeldsnijder Matroos,9 December 1784.↑678Journaal van Beeldsnijder Matroos,1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden,23 en 24 December 1784.↑679Notulen van Gouverneur en Raden,24 December 1784. Directeuren derSociëteiterkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden,5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.↑680Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑681Notulen van Gouverneur en Raden,11 Maart 1786.↑682Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 84.↑683Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 86.↑684Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑685Journaal van Wichers,1 Februarij 1785.↑686Journaal van Wichers,1 Februarij 1783.↑687Notulen van Gouverneur en Raden,8 Maart 1786 en 15 December 1789.↑688Notulen van Gouverneur en Raden,22 Augustus 1786.↑689Notulen van Gouverneur en Raden,14 December 1789.↑690Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door destukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.↑691Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3denMei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over.↑692Den 16denJulij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.↑693Notulen van Gouverneur en Raden,27 Mei 1788.↑694Journaal van Wichers,17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.↑695Notulen van Gouverneur en Raden,14 Februarij 1785.↑696Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.↑697Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H.H. M. verleend.↑698Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1785.↑699Notulen van Gouverneur en Raden,21 December 1785.↑700Historische proeve 2dedeel, bladz. 18 en 19.↑701Historische proeve,2dedeel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers,10 November 1787.↑702Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1788.↑703Zie bladz.313en 14.↑704Zie bladz.231en 32.↑705Historische proeve,1stedeel,bladz. 195.↑706Bijlage 23 van de Historische proeve,2dedeel, bladz. 151.↑707Historische proeve,1stedeel, bladz. 195 en 96.↑708Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12denOctober 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers,11 October 1785.↑709Historische proeve,2deDeel, bladz.47, 48.↑710Historische proeve,2dedeel, bladz. 21, 22.↑711Historische proeve,1stedeel, bladz. 185.↑712Notulen van Gouverneur en Raden,5 Februarij en 3 December 1787.↑713Historische proeve,2dedeel, bladz. 20, 21.↑714Historische proeve,2dedeel, bladz. 71.↑715Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.↑716Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz.142–150.↑717Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.↑718Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn.↑719Historische proeve, 2e deel, blad 70.↑720Notulen Gouverneur en Raden,11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.↑721Notulen Gouverneur en Raden,12 Maart 1787.↑722Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.↑723Notulen van Gouverneur en Raden,12 Maart 1785.↑724Journaal van Wichers,11 Januarij 1783.↑725Journaal van Wichers,26 Januarij 1789.↑726Zie bladz.431.↑727Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.↑728Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.↑729P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.↑730Notulen Gouverneur en Raden,23 Februarij 1786.↑731Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.↑732Notulen Gouverneur en Raden,21 December 1785. Teenstra de landbouw,2e deel,bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve,2e deel,bladz. 14 en Sypensteyn,bladz. 82, ruim 1100.↑733Teenstra,De landbouw in Suriname,2e deel, bladz. 103. Sypensteyn,beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.↑734Teenstra,2e deel,bladz. 110. Sypensteyn,bladz. 82.↑735Notulen Gouverneur en Raden,10 Augustus 1785.↑736Notulen Gouverneur en Raden,9 Augustus 1786.↑737Notulen Gouverneur en Raden,28 Augustus 1786.↑738Notulen Gouverneur en Raden,17 en18Mei 1790.↑739Notulen Gouverneur en Raden,16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.↑740C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.↑741C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98.↑742Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.↑743Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.↑744Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)↑

575Journaal van Texier, 8 December 1779.↑576Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑577Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.↑578Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.↑579Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000.↑580Journaal van Texier, 9 Mei 1780.↑581Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.↑582Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.↑583Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑584Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In desociëteits-magazijnenwas slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.↑585Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑586Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑587Journaal van Texier,10 Maart 1781.↑588Journaal van Texier,15 en 30 Maart 1781.↑589Journaal van Texier,17 Maart 1781.↑590Journaal van Texier,19 Maart 1781.↑591Journaal van Texier,28 Augustus 1781.↑592Journaal van Texier,16 en 28 Julij 1781.↑593Journaal van Texier, 22 Maart 1781.↑594Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑595Journaal van Texier, 7 April 1781.↑596Journaal van Texier, 11 April 1781.↑597Journaal van Texier, 28 April 1781.↑598Journaal van Texier, 12 April 1781.↑599Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑600Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.↑601Journaal van Texier, 27 Julij 1781.↑602Journaal van Texier, 8 April 1781.↑603Journaal van Texier, 10 April 1781.↑604Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.↑605De beide kapiteins deroorlogsschepenen de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.↑606Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.↑607Journaal van Texier, 18 Julij 1781.↑608Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑609Journaal van Texier,18 Junij 1781.↑610Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑611Journaal van Texier, 10 Junij 1781.↑612Journaal van Texier, 6 September 1781.↑613Journaal van Texier, 28 Julij 1781.↑614Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.↑615Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.↑616Notulen Gouverneur en Raden,1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.↑617Journaal van Texier,24 December 1781,van Kampen,De Nederlanders buiten Europa,3dedeel,bladz. 286, 87.↑618Journaal van Texier,22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.↑619Journaal van Texier,31 Januarij 1782.↑620Journaal van Texier,6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier,14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7denAugustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier,7 Aug. 1782.↑621Journaal van Texier,3 October 1780.↑622Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.↑623Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.↑624Journaal van Texier, 3 April 1782.↑625Journaal van Texier,12en 17 Mei 1782.↑626Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.↑627Journaal van Texier, 14 September 1782.↑628Journaal van Texier, 10 April 1782.↑629Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.↑630Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑631Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑632Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.↑633Journaal van Texier.↑634Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.↑635Journaal van Texier, 3 Maart 1783.↑636Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.↑637Journaal van Texier,21 Augustus 1783.↑638De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2denSept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20stenMei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4dedeel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2dedeel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3dedeel; Groen van Prinsterer, enz. enz.↑639Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑640Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑641Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.↑642Journaal van Texier, 29 Junij 1781.↑643Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2edeel pag. 68.↑644Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.↑645Journaal van Texier, 7 April 1779.↑646Journaal van Texier,27 September, 24 November 1782, enz. enz.↑647Notulen van Gouverneur en Raden,25 September 1783.↑648Notulen van Gouverneur en Raden,25 en 26 September 1783.↑649Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1784.↑650Notulen van Gouverneur en Raden,15 Februarij 1785.↑651Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 April 1784.↑652Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1784.↑653Notulen van Gouverneur en Raden,31 Augustus 1784.↑654In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden,6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,5 en 11 October 1783, enz. enz.↑655Notulen van Gouverneur en Raden,25 Februarij 1784.↑656Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783.↑657Notulen van Gouverneur en Raden,25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,25 November 1783.↑658Notulen van Gouverneur en Raden,17 November 1784.↑659Notulen van Gouverneur en Raden,27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,27 November 1783.↑660Notulen van Gouverneur en Raden,16 Augustus 1784.↑661Notulen van Gouverneur en Raden,23 Augustus 1784.↑662Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.↑663Zie bladz.319.↑664Historische proeve 2de deel,blad 46, 47.↑665Notulen Gouverneur en Raden,18 December 1783.↑666Notulen van Gouverneur en Raden,10 September 1784.↑667Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 November 1783 enz.↑668Notulen van Gouverneur en Raden,8 en 29 November 1784.↑669Notulen van Gouverneur en Raden,10 Maart 1784, enz.↑670Notulen van Gouverneur en Raden,17 Mei 1784, enz.↑671Notulen van Gouverneur en Raden,8 November 1784.↑672Notulen van Gouverneur en Raden,9 Augustus 1784.↑673Journaal van Beeldsnijder Matroos,3 Maart 1784.↑674Notulen van Gouverneur en Raden,9 December 1784.↑675M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,blz. 52.↑676Historische proeve,1ste deel,bladz. 183 en 193.↑677Journaal van Beeldsnijder Matroos,9 December 1784.↑678Journaal van Beeldsnijder Matroos,1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden,23 en 24 December 1784.↑679Notulen van Gouverneur en Raden,24 December 1784. Directeuren derSociëteiterkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden,5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.↑680Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑681Notulen van Gouverneur en Raden,11 Maart 1786.↑682Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 84.↑683Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 86.↑684Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑685Journaal van Wichers,1 Februarij 1785.↑686Journaal van Wichers,1 Februarij 1783.↑687Notulen van Gouverneur en Raden,8 Maart 1786 en 15 December 1789.↑688Notulen van Gouverneur en Raden,22 Augustus 1786.↑689Notulen van Gouverneur en Raden,14 December 1789.↑690Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door destukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.↑691Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3denMei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over.↑692Den 16denJulij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.↑693Notulen van Gouverneur en Raden,27 Mei 1788.↑694Journaal van Wichers,17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.↑695Notulen van Gouverneur en Raden,14 Februarij 1785.↑696Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.↑697Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H.H. M. verleend.↑698Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1785.↑699Notulen van Gouverneur en Raden,21 December 1785.↑700Historische proeve 2dedeel, bladz. 18 en 19.↑701Historische proeve,2dedeel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers,10 November 1787.↑702Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1788.↑703Zie bladz.313en 14.↑704Zie bladz.231en 32.↑705Historische proeve,1stedeel,bladz. 195.↑706Bijlage 23 van de Historische proeve,2dedeel, bladz. 151.↑707Historische proeve,1stedeel, bladz. 195 en 96.↑708Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12denOctober 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers,11 October 1785.↑709Historische proeve,2deDeel, bladz.47, 48.↑710Historische proeve,2dedeel, bladz. 21, 22.↑711Historische proeve,1stedeel, bladz. 185.↑712Notulen van Gouverneur en Raden,5 Februarij en 3 December 1787.↑713Historische proeve,2dedeel, bladz. 20, 21.↑714Historische proeve,2dedeel, bladz. 71.↑715Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.↑716Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz.142–150.↑717Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.↑718Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn.↑719Historische proeve, 2e deel, blad 70.↑720Notulen Gouverneur en Raden,11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.↑721Notulen Gouverneur en Raden,12 Maart 1787.↑722Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.↑723Notulen van Gouverneur en Raden,12 Maart 1785.↑724Journaal van Wichers,11 Januarij 1783.↑725Journaal van Wichers,26 Januarij 1789.↑726Zie bladz.431.↑727Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.↑728Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.↑729P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.↑730Notulen Gouverneur en Raden,23 Februarij 1786.↑731Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.↑732Notulen Gouverneur en Raden,21 December 1785. Teenstra de landbouw,2e deel,bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve,2e deel,bladz. 14 en Sypensteyn,bladz. 82, ruim 1100.↑733Teenstra,De landbouw in Suriname,2e deel, bladz. 103. Sypensteyn,beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.↑734Teenstra,2e deel,bladz. 110. Sypensteyn,bladz. 82.↑735Notulen Gouverneur en Raden,10 Augustus 1785.↑736Notulen Gouverneur en Raden,9 Augustus 1786.↑737Notulen Gouverneur en Raden,28 Augustus 1786.↑738Notulen Gouverneur en Raden,17 en18Mei 1790.↑739Notulen Gouverneur en Raden,16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.↑740C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.↑741C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98.↑742Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.↑743Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.↑744Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)↑

575Journaal van Texier, 8 December 1779.↑576Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑577Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.↑578Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.↑579Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000.↑580Journaal van Texier, 9 Mei 1780.↑581Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.↑582Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.↑583Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑584Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In desociëteits-magazijnenwas slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.↑585Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑586Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑587Journaal van Texier,10 Maart 1781.↑588Journaal van Texier,15 en 30 Maart 1781.↑589Journaal van Texier,17 Maart 1781.↑590Journaal van Texier,19 Maart 1781.↑591Journaal van Texier,28 Augustus 1781.↑592Journaal van Texier,16 en 28 Julij 1781.↑593Journaal van Texier, 22 Maart 1781.↑594Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑595Journaal van Texier, 7 April 1781.↑596Journaal van Texier, 11 April 1781.↑597Journaal van Texier, 28 April 1781.↑598Journaal van Texier, 12 April 1781.↑599Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑600Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.↑601Journaal van Texier, 27 Julij 1781.↑602Journaal van Texier, 8 April 1781.↑603Journaal van Texier, 10 April 1781.↑604Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.↑605De beide kapiteins deroorlogsschepenen de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.↑606Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.↑607Journaal van Texier, 18 Julij 1781.↑608Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑609Journaal van Texier,18 Junij 1781.↑610Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑611Journaal van Texier, 10 Junij 1781.↑612Journaal van Texier, 6 September 1781.↑613Journaal van Texier, 28 Julij 1781.↑614Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.↑615Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.↑616Notulen Gouverneur en Raden,1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.↑617Journaal van Texier,24 December 1781,van Kampen,De Nederlanders buiten Europa,3dedeel,bladz. 286, 87.↑618Journaal van Texier,22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.↑619Journaal van Texier,31 Januarij 1782.↑620Journaal van Texier,6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier,14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7denAugustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier,7 Aug. 1782.↑621Journaal van Texier,3 October 1780.↑622Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.↑623Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.↑624Journaal van Texier, 3 April 1782.↑625Journaal van Texier,12en 17 Mei 1782.↑626Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.↑627Journaal van Texier, 14 September 1782.↑628Journaal van Texier, 10 April 1782.↑629Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.↑630Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑631Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑632Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.↑633Journaal van Texier.↑634Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.↑635Journaal van Texier, 3 Maart 1783.↑636Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.↑637Journaal van Texier,21 Augustus 1783.↑638De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2denSept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20stenMei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4dedeel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2dedeel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3dedeel; Groen van Prinsterer, enz. enz.↑639Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑640Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑641Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.↑642Journaal van Texier, 29 Junij 1781.↑643Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2edeel pag. 68.↑644Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.↑645Journaal van Texier, 7 April 1779.↑646Journaal van Texier,27 September, 24 November 1782, enz. enz.↑647Notulen van Gouverneur en Raden,25 September 1783.↑648Notulen van Gouverneur en Raden,25 en 26 September 1783.↑649Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1784.↑650Notulen van Gouverneur en Raden,15 Februarij 1785.↑651Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 April 1784.↑652Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1784.↑653Notulen van Gouverneur en Raden,31 Augustus 1784.↑654In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden,6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,5 en 11 October 1783, enz. enz.↑655Notulen van Gouverneur en Raden,25 Februarij 1784.↑656Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783.↑657Notulen van Gouverneur en Raden,25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,25 November 1783.↑658Notulen van Gouverneur en Raden,17 November 1784.↑659Notulen van Gouverneur en Raden,27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,27 November 1783.↑660Notulen van Gouverneur en Raden,16 Augustus 1784.↑661Notulen van Gouverneur en Raden,23 Augustus 1784.↑662Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.↑663Zie bladz.319.↑664Historische proeve 2de deel,blad 46, 47.↑665Notulen Gouverneur en Raden,18 December 1783.↑666Notulen van Gouverneur en Raden,10 September 1784.↑667Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 November 1783 enz.↑668Notulen van Gouverneur en Raden,8 en 29 November 1784.↑669Notulen van Gouverneur en Raden,10 Maart 1784, enz.↑670Notulen van Gouverneur en Raden,17 Mei 1784, enz.↑671Notulen van Gouverneur en Raden,8 November 1784.↑672Notulen van Gouverneur en Raden,9 Augustus 1784.↑673Journaal van Beeldsnijder Matroos,3 Maart 1784.↑674Notulen van Gouverneur en Raden,9 December 1784.↑675M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,blz. 52.↑676Historische proeve,1ste deel,bladz. 183 en 193.↑677Journaal van Beeldsnijder Matroos,9 December 1784.↑678Journaal van Beeldsnijder Matroos,1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden,23 en 24 December 1784.↑679Notulen van Gouverneur en Raden,24 December 1784. Directeuren derSociëteiterkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden,5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.↑680Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑681Notulen van Gouverneur en Raden,11 Maart 1786.↑682Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 84.↑683Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 86.↑684Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑685Journaal van Wichers,1 Februarij 1785.↑686Journaal van Wichers,1 Februarij 1783.↑687Notulen van Gouverneur en Raden,8 Maart 1786 en 15 December 1789.↑688Notulen van Gouverneur en Raden,22 Augustus 1786.↑689Notulen van Gouverneur en Raden,14 December 1789.↑690Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door destukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.↑691Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3denMei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over.↑692Den 16denJulij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.↑693Notulen van Gouverneur en Raden,27 Mei 1788.↑694Journaal van Wichers,17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.↑695Notulen van Gouverneur en Raden,14 Februarij 1785.↑696Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.↑697Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H.H. M. verleend.↑698Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1785.↑699Notulen van Gouverneur en Raden,21 December 1785.↑700Historische proeve 2dedeel, bladz. 18 en 19.↑701Historische proeve,2dedeel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers,10 November 1787.↑702Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1788.↑703Zie bladz.313en 14.↑704Zie bladz.231en 32.↑705Historische proeve,1stedeel,bladz. 195.↑706Bijlage 23 van de Historische proeve,2dedeel, bladz. 151.↑707Historische proeve,1stedeel, bladz. 195 en 96.↑708Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12denOctober 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers,11 October 1785.↑709Historische proeve,2deDeel, bladz.47, 48.↑710Historische proeve,2dedeel, bladz. 21, 22.↑711Historische proeve,1stedeel, bladz. 185.↑712Notulen van Gouverneur en Raden,5 Februarij en 3 December 1787.↑713Historische proeve,2dedeel, bladz. 20, 21.↑714Historische proeve,2dedeel, bladz. 71.↑715Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.↑716Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz.142–150.↑717Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.↑718Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn.↑719Historische proeve, 2e deel, blad 70.↑720Notulen Gouverneur en Raden,11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.↑721Notulen Gouverneur en Raden,12 Maart 1787.↑722Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.↑723Notulen van Gouverneur en Raden,12 Maart 1785.↑724Journaal van Wichers,11 Januarij 1783.↑725Journaal van Wichers,26 Januarij 1789.↑726Zie bladz.431.↑727Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.↑728Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.↑729P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.↑730Notulen Gouverneur en Raden,23 Februarij 1786.↑731Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.↑732Notulen Gouverneur en Raden,21 December 1785. Teenstra de landbouw,2e deel,bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve,2e deel,bladz. 14 en Sypensteyn,bladz. 82, ruim 1100.↑733Teenstra,De landbouw in Suriname,2e deel, bladz. 103. Sypensteyn,beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.↑734Teenstra,2e deel,bladz. 110. Sypensteyn,bladz. 82.↑735Notulen Gouverneur en Raden,10 Augustus 1785.↑736Notulen Gouverneur en Raden,9 Augustus 1786.↑737Notulen Gouverneur en Raden,28 Augustus 1786.↑738Notulen Gouverneur en Raden,17 en18Mei 1790.↑739Notulen Gouverneur en Raden,16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.↑740C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.↑741C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98.↑742Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.↑743Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.↑744Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)↑

575Journaal van Texier, 8 December 1779.↑576Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑577Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.↑578Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.↑579Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000.↑580Journaal van Texier, 9 Mei 1780.↑581Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.↑582Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.↑583Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑584Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In desociëteits-magazijnenwas slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.↑585Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑586Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑587Journaal van Texier,10 Maart 1781.↑588Journaal van Texier,15 en 30 Maart 1781.↑589Journaal van Texier,17 Maart 1781.↑590Journaal van Texier,19 Maart 1781.↑591Journaal van Texier,28 Augustus 1781.↑592Journaal van Texier,16 en 28 Julij 1781.↑593Journaal van Texier, 22 Maart 1781.↑594Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑595Journaal van Texier, 7 April 1781.↑596Journaal van Texier, 11 April 1781.↑597Journaal van Texier, 28 April 1781.↑598Journaal van Texier, 12 April 1781.↑599Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑600Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.↑601Journaal van Texier, 27 Julij 1781.↑602Journaal van Texier, 8 April 1781.↑603Journaal van Texier, 10 April 1781.↑604Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.↑605De beide kapiteins deroorlogsschepenen de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.↑606Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.↑607Journaal van Texier, 18 Julij 1781.↑608Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑609Journaal van Texier,18 Junij 1781.↑610Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑611Journaal van Texier, 10 Junij 1781.↑612Journaal van Texier, 6 September 1781.↑613Journaal van Texier, 28 Julij 1781.↑614Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.↑615Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.↑616Notulen Gouverneur en Raden,1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.↑617Journaal van Texier,24 December 1781,van Kampen,De Nederlanders buiten Europa,3dedeel,bladz. 286, 87.↑618Journaal van Texier,22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.↑619Journaal van Texier,31 Januarij 1782.↑620Journaal van Texier,6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier,14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7denAugustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier,7 Aug. 1782.↑621Journaal van Texier,3 October 1780.↑622Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.↑623Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.↑624Journaal van Texier, 3 April 1782.↑625Journaal van Texier,12en 17 Mei 1782.↑626Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.↑627Journaal van Texier, 14 September 1782.↑628Journaal van Texier, 10 April 1782.↑629Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.↑630Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑631Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑632Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.↑633Journaal van Texier.↑634Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.↑635Journaal van Texier, 3 Maart 1783.↑636Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.↑637Journaal van Texier,21 Augustus 1783.↑638De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2denSept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20stenMei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4dedeel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2dedeel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3dedeel; Groen van Prinsterer, enz. enz.↑639Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑640Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑641Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.↑642Journaal van Texier, 29 Junij 1781.↑643Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2edeel pag. 68.↑644Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.↑645Journaal van Texier, 7 April 1779.↑646Journaal van Texier,27 September, 24 November 1782, enz. enz.↑647Notulen van Gouverneur en Raden,25 September 1783.↑648Notulen van Gouverneur en Raden,25 en 26 September 1783.↑649Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1784.↑650Notulen van Gouverneur en Raden,15 Februarij 1785.↑651Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 April 1784.↑652Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1784.↑653Notulen van Gouverneur en Raden,31 Augustus 1784.↑654In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden,6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,5 en 11 October 1783, enz. enz.↑655Notulen van Gouverneur en Raden,25 Februarij 1784.↑656Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783.↑657Notulen van Gouverneur en Raden,25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,25 November 1783.↑658Notulen van Gouverneur en Raden,17 November 1784.↑659Notulen van Gouverneur en Raden,27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,27 November 1783.↑660Notulen van Gouverneur en Raden,16 Augustus 1784.↑661Notulen van Gouverneur en Raden,23 Augustus 1784.↑662Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.↑663Zie bladz.319.↑664Historische proeve 2de deel,blad 46, 47.↑665Notulen Gouverneur en Raden,18 December 1783.↑666Notulen van Gouverneur en Raden,10 September 1784.↑667Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 November 1783 enz.↑668Notulen van Gouverneur en Raden,8 en 29 November 1784.↑669Notulen van Gouverneur en Raden,10 Maart 1784, enz.↑670Notulen van Gouverneur en Raden,17 Mei 1784, enz.↑671Notulen van Gouverneur en Raden,8 November 1784.↑672Notulen van Gouverneur en Raden,9 Augustus 1784.↑673Journaal van Beeldsnijder Matroos,3 Maart 1784.↑674Notulen van Gouverneur en Raden,9 December 1784.↑675M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,blz. 52.↑676Historische proeve,1ste deel,bladz. 183 en 193.↑677Journaal van Beeldsnijder Matroos,9 December 1784.↑678Journaal van Beeldsnijder Matroos,1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden,23 en 24 December 1784.↑679Notulen van Gouverneur en Raden,24 December 1784. Directeuren derSociëteiterkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden,5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.↑680Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑681Notulen van Gouverneur en Raden,11 Maart 1786.↑682Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 84.↑683Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 86.↑684Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑685Journaal van Wichers,1 Februarij 1785.↑686Journaal van Wichers,1 Februarij 1783.↑687Notulen van Gouverneur en Raden,8 Maart 1786 en 15 December 1789.↑688Notulen van Gouverneur en Raden,22 Augustus 1786.↑689Notulen van Gouverneur en Raden,14 December 1789.↑690Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door destukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.↑691Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3denMei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over.↑692Den 16denJulij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.↑693Notulen van Gouverneur en Raden,27 Mei 1788.↑694Journaal van Wichers,17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.↑695Notulen van Gouverneur en Raden,14 Februarij 1785.↑696Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.↑697Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H.H. M. verleend.↑698Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1785.↑699Notulen van Gouverneur en Raden,21 December 1785.↑700Historische proeve 2dedeel, bladz. 18 en 19.↑701Historische proeve,2dedeel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers,10 November 1787.↑702Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1788.↑703Zie bladz.313en 14.↑704Zie bladz.231en 32.↑705Historische proeve,1stedeel,bladz. 195.↑706Bijlage 23 van de Historische proeve,2dedeel, bladz. 151.↑707Historische proeve,1stedeel, bladz. 195 en 96.↑708Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12denOctober 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers,11 October 1785.↑709Historische proeve,2deDeel, bladz.47, 48.↑710Historische proeve,2dedeel, bladz. 21, 22.↑711Historische proeve,1stedeel, bladz. 185.↑712Notulen van Gouverneur en Raden,5 Februarij en 3 December 1787.↑713Historische proeve,2dedeel, bladz. 20, 21.↑714Historische proeve,2dedeel, bladz. 71.↑715Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.↑716Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz.142–150.↑717Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.↑718Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn.↑719Historische proeve, 2e deel, blad 70.↑720Notulen Gouverneur en Raden,11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.↑721Notulen Gouverneur en Raden,12 Maart 1787.↑722Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.↑723Notulen van Gouverneur en Raden,12 Maart 1785.↑724Journaal van Wichers,11 Januarij 1783.↑725Journaal van Wichers,26 Januarij 1789.↑726Zie bladz.431.↑727Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.↑728Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.↑729P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.↑730Notulen Gouverneur en Raden,23 Februarij 1786.↑731Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.↑732Notulen Gouverneur en Raden,21 December 1785. Teenstra de landbouw,2e deel,bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve,2e deel,bladz. 14 en Sypensteyn,bladz. 82, ruim 1100.↑733Teenstra,De landbouw in Suriname,2e deel, bladz. 103. Sypensteyn,beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.↑734Teenstra,2e deel,bladz. 110. Sypensteyn,bladz. 82.↑735Notulen Gouverneur en Raden,10 Augustus 1785.↑736Notulen Gouverneur en Raden,9 Augustus 1786.↑737Notulen Gouverneur en Raden,28 Augustus 1786.↑738Notulen Gouverneur en Raden,17 en18Mei 1790.↑739Notulen Gouverneur en Raden,16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.↑740C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.↑741C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98.↑742Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.↑743Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.↑744Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)↑

575Journaal van Texier, 8 December 1779.↑

576Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑

577Journaal van Texier, 6 en 7 Maart 1780.↑

578Journaal van Texier, 23 Maart 1780. Dikwijls gebeurde het dat de stuurlieden, die voor het eerst Suriname bezochten, deze dwaling begingen, terwijl de schepen dan groot gevaar liepen van verbrijzeld te worden. Texier wenschte dit voor het vervolg te voorkomen; hij riep de aanwezige schippers bijeen, ten einde met hen hiertegen maatregelen te nemen. De schippers waren hierover zeer verheugd en raadden aan een Kaap op te rigten, om den hoek bij Braamspunt, op het Rif bij de Winiwinibo kreek en boodden aan daarvoor ieder voor zijn schip ƒ 20 kaapgeld te betalen. Journaal van Texier, 24 Mei 1780.↑

579Journaal van Texier, 5 Junij 1780. De kapitein van een tot assistentie gepreste Bark, leverde eene rekening van daghuur: 50 dagen à ƒ 100 en verdere schaden en kosten ƒ 4000, dus te zamen ƒ 9000.↑

580Journaal van Texier, 9 Mei 1780.↑

581Journaal van Texier, 13 Januarij 1781.↑

582Journaal van Texier, 6 Maart 1781. De Engelsche schippers en een Engelsch koopman, die zich op een dier vaartuigen bevond, verzochten weldra uit de gevangenis te worden ontslagen. Met algemeene stemmen werd dit verzoek door het Hof toegestaan en hun veroorloofd op hun eerewoord in Paramaribo te gaan, onder voorwaarde, dat zij zich bij het eerste alarm weder in arrest zouden begeven. Journaal van Texier, 17 Maart 1781.↑

583Journaal van Texier, 6 Maart 1781.↑

584Journaal van Texier, 7 Maart 1781. In desociëteits-magazijnenwas slechts 30,000 pond kanonkruid en 7000 pond fijn kruid voorhanden, doch van de koopvaardijschepen werd de aanwezige voorraad mede ter beschikking gesteld.↑

585Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑

586Journaal van Texier, 9 Maart 1781.↑

587Journaal van Texier,10 Maart 1781.↑

588Journaal van Texier,15 en 30 Maart 1781.↑

589Journaal van Texier,17 Maart 1781.↑

590Journaal van Texier,19 Maart 1781.↑

591Journaal van Texier,28 Augustus 1781.↑

592Journaal van Texier,16 en 28 Julij 1781.↑

593Journaal van Texier, 22 Maart 1781.↑

594Journaal van Texier, 4 April 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑

595Journaal van Texier, 7 April 1781.↑

596Journaal van Texier, 11 April 1781.↑

597Journaal van Texier, 28 April 1781.↑

598Journaal van Texier, 12 April 1781.↑

599Journaal van Texier, 10 en 14 Mei 1781, notulen van Gouverneur en Raden zelfde datum.↑

600Journaal van Texier, 21 Augustus 1781.↑

601Journaal van Texier, 27 Julij 1781.↑

602Journaal van Texier, 8 April 1781.↑

603Journaal van Texier, 10 April 1781.↑

604Journaal van Texier, 7 en 28 April, 3—10, 18 Mei, 5 Junij. 4, 6, 10 en 17 Julij 1781, enz. enz.↑

605De beide kapiteins deroorlogsschepenen de majoor Friderici boden echter aan eene herovering te beproeven; hun den Gouverneur voorgelegd plan, om met een oorlogs- en een gewapend koopvaardijschip, op welk laatste Friderici zich met 50 man van het vrijcorps als landingstroepen zou inschepen, vond geen bijval bij den Gouverneur en het Hof en kwam alzoo niet tot uitvoering. Notulen van Gouverneur en Raden, 19 April 1781.↑

606Journaal van Texier, 16 en 17 Mei 1781.↑

607Journaal van Texier, 18 Julij 1781.↑

608Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑

609Journaal van Texier,18 Junij 1781.↑

610Journaal van Texier, 20 Augustus 1781.↑

611Journaal van Texier, 10 Junij 1781.↑

612Journaal van Texier, 6 September 1781.↑

613Journaal van Texier, 28 Julij 1781.↑

614Journaal van Texier, 12 September, 18 October 1781.↑

615Journaal van Texier, 5 September 1781. Notulen van Gouverneur en Raden, 6 Augustus 1781 enz. enz.↑

616Notulen Gouverneur en Raden,1, 7 en 19 Junij 1781. Journaal van Texier, zelfde datums.↑

617Journaal van Texier,24 December 1781,van Kampen,De Nederlanders buiten Europa,3dedeel,bladz. 286, 87.↑

618Journaal van Texier,22, 23, 24, 25 en 26 Januarij 1782.↑

619Journaal van Texier,31 Januarij 1782.↑

620Journaal van Texier,6 Maart 1782. Spoedig (14 April) ontving Texier nieuwe tijding uit Berbice; men meldde van daar, dat de handelwijze der Franschen in de heroverde koloniën veel arbritairer en despotieker was dan die der Engelschen. In Junij (12 Junij) bragt een Fransch schip als arrestant mede, den heer Koppiers, vroeger Gouverneur van Berbice. Hij betuigde aan Texier, dat hij behoorlijk zijn gedrag verdedigen kon en beklaagde zich mede zeer over de Franschen, die hem haatten, omdat hij voor de ingezetenen partij koos. Zie journalen van Texier,14 April en 12 Junij 1782. Koppiers vertrok den 7denAugustus 1782 naar Nederland. Journaal van Texier,7 Aug. 1782.↑

621Journaal van Texier,3 October 1780.↑

622Journaal van Texier, 28 en 30 October, 11, 15 en 16 Nov. 1781.↑

623Journaal van Texier, 23 Januarij 1782.↑

624Journaal van Texier, 3 April 1782.↑

625Journaal van Texier,12en 17 Mei 1782.↑

626Journaal van Texier, 10 Junij 1781. Die zoogenaamde Lettres de Marque, waren min of meer gewapende koopvaardijschepen, aan wie door den staat lettres de marque ou de représailles (brieven van schadeverhaling op den vijand) waren verstrekt.↑

627Journaal van Texier, 14 September 1782.↑

628Journaal van Texier, 10 April 1782.↑

629Journaal van Texier, 24 en 25 Julij 1782.↑

630Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑

631Journaal van Texier, 12 Julij 1782.↑

632Journaal van Texier, 26 en 27 October 1782.↑

633Journaal van Texier.↑

634Journaal van Texier, 5 en 11 Februarij 1783.↑

635Journaal van Texier, 3 Maart 1783.↑

636Journaal van Texier, 20 en 21 Maart 1783.↑

637Journaal van Texier,21 Augustus 1783.↑

638De vredes-preliminairen werden van onze zijde eerst den 2denSept. 1783 geteekend en het vredestraktaat den 20stenMei 1784. Zie over dat voor Nederland zoo nadeelige traktaat de onderscheidene schrijvers als: Stuart, vervolg op Wagenaar, 4dedeel; Rendorp, Memorie over den Engelschen oorlog, 2dedeel; van Kampen, De Nederlanders buiten Europa, 3dedeel; Groen van Prinsterer, enz. enz.↑

639Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑

640Journaal van Texier, 13 Julij 1783.↑

641Journaal van Texier, 4 Januarij 1780.↑

642Journaal van Texier, 29 Junij 1781.↑

643Journaal van Texier, 2 Februarij 1780; Historische proeve 2edeel pag. 68.↑

644Notulen van Gouverneur en Raden, 6 December 1780, 18 Mei, 8 Augustus 1781, 21 Februarij 1782, enz. enz.↑

645Journaal van Texier, 7 April 1779.↑

646Journaal van Texier,27 September, 24 November 1782, enz. enz.↑

647Notulen van Gouverneur en Raden,25 September 1783.↑

648Notulen van Gouverneur en Raden,25 en 26 September 1783.↑

649Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1784.↑

650Notulen van Gouverneur en Raden,15 Februarij 1785.↑

651Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 April 1784.↑

652Notulen van Gouverneur en Raden,1 Maart 1784.↑

653Notulen van Gouverneur en Raden,31 Augustus 1784.↑

654In October 1783 werd o. a., volgens opgaaf van den ontvanger Morgues; uit de ijzeren kist ten zijnen huize aan kaartengeld en obligatiën voor eene som van ƒ 23,000 ontvreemd. Over deze zaak werd veel gesproken; er was veel duisters in en er ontstonden vrij levendige vermoedens tegen den ontvanger zelf. Zie Notulen van Gouverneur en Raden,6 en 7 October 1783, enz. enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,5 en 11 October 1783, enz. enz.↑

655Notulen van Gouverneur en Raden,25 Februarij 1784.↑

656Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783.↑

657Notulen van Gouverneur en Raden,25 November 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,25 November 1783.↑

658Notulen van Gouverneur en Raden,17 November 1784.↑

659Notulen van Gouverneur en Raden,27 November en 1 December 1783. Journaal van Beeldsnijder Matroos,27 November 1783.↑

660Notulen van Gouverneur en Raden,16 Augustus 1784.↑

661Notulen van Gouverneur en Raden,23 Augustus 1784.↑

662Men vindt hieromtrent soms treffende bijzonderheden in de notulen vermeld.↑

663Zie bladz.319.↑

664Historische proeve 2de deel,blad 46, 47.↑

665Notulen Gouverneur en Raden,18 December 1783.↑

666Notulen van Gouverneur en Raden,10 September 1784.↑

667Notulen van Gouverneur en Raden,14 October 1783, enz. Journaal van Beeldsnijder Matroos,8 November 1783 enz.↑

668Notulen van Gouverneur en Raden,8 en 29 November 1784.↑

669Notulen van Gouverneur en Raden,10 Maart 1784, enz.↑

670Notulen van Gouverneur en Raden,17 Mei 1784, enz.↑

671Notulen van Gouverneur en Raden,8 November 1784.↑

672Notulen van Gouverneur en Raden,9 Augustus 1784.↑

673Journaal van Beeldsnijder Matroos,3 Maart 1784.↑

674Notulen van Gouverneur en Raden,9 December 1784.↑

675M. D. Teenstra. De landbouw in de kolonie Suriname, 1ste deel,blz. 52.↑

676Historische proeve,1ste deel,bladz. 183 en 193.↑

677Journaal van Beeldsnijder Matroos,9 December 1784.↑

678Journaal van Beeldsnijder Matroos,1, 22 en 23 December 1784, Notulen van Gouverneur en Raden,23 en 24 December 1784.↑

679Notulen van Gouverneur en Raden,24 December 1784. Directeuren derSociëteiterkenden ook zijne verdiensten door hem in 1785 tot ontvanger der in- en uitgaande regten te benoemen. (Zie Notulen van Gouverneur en Raden,5 Maart 1785); hij vertrok echter kort na deze benoeming (5 Mei) naar Holland, keerde niet naar Suriname terug en overleed te ’s Gravenhage den 14 September 1793. Sypensteyn. Aanteekeningen op de chronologische tafel van Gouverneurs.↑

680Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑

681Notulen van Gouverneur en Raden,11 Maart 1786.↑

682Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 84.↑

683Van Schaick. Geschiedenis der Hervormde Kerk,bladz. 86.↑

684Notulen van Gouverneur en Raden,11 Februarij 1788.↑

685Journaal van Wichers,1 Februarij 1785.↑

686Journaal van Wichers,1 Februarij 1783.↑

687Notulen van Gouverneur en Raden,8 Maart 1786 en 15 December 1789.↑

688Notulen van Gouverneur en Raden,22 Augustus 1786.↑

689Notulen van Gouverneur en Raden,14 December 1789.↑

690Bij het feest van het 25 jarig bestaan der gemeente, op zondag 22 November 1767, werd de plegtigheid besloten met een prachtig kerkmuzijk en het schieten der schepen op de reede, die door destukken, liggende voor de kerk, eindelijk werden bedankt.↑

691Van deze obligatiën werden er later verscheidene aan de kerk geschonken. Anderen werden soms nog vele jaren daarna ter voldoening gepresenteerd, waardoor de Kerkeraad niet zelden in groote verlegenheid geraakte. Den 3denMei 1786 bleef er nog voor de somma van ƒ 1900.— af te lossen over.↑

692Den 16denJulij 1793 werd eindelijk door den Kerkeraad het besluit genomen: de plantaadje voor de schuld aan den heer M. Broen over te geven. Eerst in 1799 echter werd het transport gepasseerd en de hypotheek geroyeerd.↑

693Notulen van Gouverneur en Raden,27 Mei 1788.↑

694Journaal van Wichers,17 September 1788. Het meeste van het hier omtrent de Luthersche gemeente medegedeelde is (soms woordelijk teruggegeven) ontleend aan het belangrijk opstel: De geschiedenis der Evangelisch-Luthersche gemeente in Suriname door C. M. Moes, opgenomen in het tijdschrift West-Indië, 2e jaargang.↑

695Notulen van Gouverneur en Raden,14 Februarij 1785.↑

696Zie nader hieromtrent de hoofdstukken, die meer bepaald over de zendingszaak handelen.↑

697Deze nieuwe titel was hun eenige jaren te voren door H.H. M. verleend.↑

698Notulen van Gouverneur en Raden,18 Februarij 1785.↑

699Notulen van Gouverneur en Raden,21 December 1785.↑

700Historische proeve 2dedeel, bladz. 18 en 19.↑

701Historische proeve,2dedeel, bladz. 18, 19. Journaal van Wichers,10 November 1787.↑

702Notulen van Gouverneur en Raden,15 December 1788.↑

703Zie bladz.313en 14.↑

704Zie bladz.231en 32.↑

705Historische proeve,1stedeel,bladz. 195.↑

706Bijlage 23 van de Historische proeve,2dedeel, bladz. 151.↑

707Historische proeve,1stedeel, bladz. 195 en 96.↑

708Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 335. Beschrijving van de plechtigheden nevens de lofdichten en gebeden, uitgesproken op het eerste jubelfeest van de synagogue der Portugeesche Joodsche gemeente op de Savana in de colonie Suriname, den 12denOctober 1785, te Amsterdam, bij Hendrik Willem en Cornelis Dronsberg. Journaal van Wichers,11 October 1785.↑

709Historische proeve,2deDeel, bladz.47, 48.↑

710Historische proeve,2dedeel, bladz. 21, 22.↑

711Historische proeve,1stedeel, bladz. 185.↑

712Notulen van Gouverneur en Raden,5 Februarij en 3 December 1787.↑

713Historische proeve,2dedeel, bladz. 20, 21.↑

714Historische proeve,2dedeel, bladz. 71.↑

715Historische proeve, 2de Deel, bladz. 69.↑

716Historische proeve, 1ste Deel, bladz. 194–05; 2de Deel, bladz.142–150.↑

717Historische proeve, 2de Deel, bladz. 70.↑

718Het was eene navolging der in het laatst der achttiende eeuw in Nederland alom ontstane dichtkundige genootschappen, die door Mr. Jacob van Lennep, in zijn roman: “Ferdinand Huijck,” zoo geestig gehekeld zijn.↑

719Historische proeve, 2e deel, blad 70.↑

720Notulen Gouverneur en Raden,11 Maart 1786, bijlage Acta Conventus van 16 Februarij 1786.↑

721Notulen Gouverneur en Raden,12 Maart 1787.↑

722Historische proeve, 2de Deel, bladz. 78.↑

723Notulen van Gouverneur en Raden,12 Maart 1785.↑

724Journaal van Wichers,11 Januarij 1783.↑

725Journaal van Wichers,26 Januarij 1789.↑

726Zie bladz.431.↑

727Teenstra. Landbouw in Suriname, 2de deel, bladz. 103.↑

728Journaal van Wichers, 18 Februarij 1790.↑

729P. T. Roos. Surinaamsche mengelpoëzij bladz. 201–6. Als gevolg dier klagten werd, volgens placaat van H. H. M. van 24 Nov. 1789 de neger- of slavenhandel op nieuw aangemoedigd.↑

730Notulen Gouverneur en Raden,23 Februarij 1786.↑

731Notulen Gouverneur en Raden, 12 Januarij 1789.↑

732Notulen Gouverneur en Raden,21 December 1785. Teenstra de landbouw,2e deel,bladz. 100, geeft op een getal van 1119 huizen, volgens opgave der Historische proeve,2e deel,bladz. 14 en Sypensteyn,bladz. 82, ruim 1100.↑

733Teenstra,De landbouw in Suriname,2e deel, bladz. 103. Sypensteyn,beschrijving van Suriname, bladz. 82. In 1799 echter werd dit Combé het eerst bebouwd.↑

734Teenstra,2e deel,bladz. 110. Sypensteyn,bladz. 82.↑

735Notulen Gouverneur en Raden,10 Augustus 1785.↑

736Notulen Gouverneur en Raden,9 Augustus 1786.↑

737Notulen Gouverneur en Raden,28 Augustus 1786.↑

738Notulen Gouverneur en Raden,17 en18Mei 1790.↑

739Notulen Gouverneur en Raden,16 en 19 Augustus 28 December 1790. Teenstra, De Landbouw in Suriname, 1e Deel, bladz. 53. Den 21sten December 1791, werden voor het eerst eenige besmette negers derwaarts gebragt.↑

740C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 297.↑

741C. F. Roos, Surinaamsche Mengelpoëzij, bladz. 197–98.↑

742Journaal van Wichers, 4 Junij 1785.↑

743Notulen Gouverneur en Raden, 20 Augustus 1787.↑

744Reeds deze straf was zeer zwaar. Zelfs op commando gezonden negers (dus geene misdadigers) werden door soldaten en officieren soms zoo mishandeld, dat zij aan de gevolgen hiervan kwamen te sterven, of als malinkers naar hunne meesters moesten worden terug gezonden. Zoo de slaven vernamen, dat zij tot dienst op commando bestemd werden, beproefden zij meermalen zich door de vlugt in de bosschen te redden. De BurgerKapitein Werner zond in Augustus 1788 een deerlijk mishandelden neger naar de Heemraden, omdat zij zelven in dien ongelukkigen een overtuigend bewijs der genoemde bewering konden aanschouwen. (Zie Notulen Gouverneur en Raden, 4 Augustus 1788.)↑


Back to IndexNext