1Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaanschecoloniënvan 30 Julij 1804.↑2The Liverpools Saturday’s advertiservan 30 Julij 1804, laat zich daarover in dier voege uit:“De herneming vanSurinamedoor een onzer West-Indische eskaders, kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend worden. De aanzienlijkeBritschekapitalen, in den laatsten oorlog in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen verwachten. DeConsignatiënnaar die colonie zullen, zonder twijfel, zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplantinglangin onze handen blijft.”↑3Terms proposedbytheir Excellencies Major-General Sir Charles Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty’s Land and Sea-Forces for the Surrender to theBritish Governmentof the Colony of Suriname.Art. 2. “The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the immediate and entire possession of their Private Property,whetheron shore or alout.Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its being given up by theBritishGovernment, shall remain in forceuntilHis Majesty’s pleasure shall be known, but this article is not meant to restrict His Majesty’s Representative from making such temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for the security and defence of the Colony, nor must it be construed to militate against such establishments as may be necessary for regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in the British West-India possessions.Art.4. The different persons at present employed in thecivil administrationof the Colony shall all of them, the Governor excepted, continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity to the British Government, and that their conduct is such as to afford no reasonable ground for suspecting their submission thereto.”↑4Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops in Surinam.“HisBritannicMajesty having instructed us to favor the Colony of Surinam as muchaspossible, we are willing to grant to it the same terms asfirstproposed.”↑5Journaal van Sir Charles Green,6 en 7 Mei 1804.↑6Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.↑7Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.↑8Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.↑9Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑10Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.↑11Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.↑12Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname; vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan deOranjekreekwas gelegen.Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur (Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog te doen houden, daar hij “zeer republikeinsch gezind was.”↑13Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑14Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze poging hiertoe.↑15Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑16Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑17Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December 1804 en 24 April 1805.↑18Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet denofficieelenEngelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die bestaat, deofficieele.↑19Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.↑20Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart 1803. Notulen van Gouverneur en Raden,13 April 1803.↑21Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.↑22Surinaamsche courant, 5 October 1804.↑23Surinaamsche courant, 23 October 1804.↑24Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster and Barrack-master General, 15 Julij 1804.↑25Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.↑26Letter from Green to lordCamden, 2 October 1804.↑27Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).↑28Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent actuellement, 9 Aout. 1804.↑29Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.↑30Verslag der speciale Finantiële Commissie.Extract from the Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,Addressfrom the Court of Policy to sir Charles Green,25 Junij 1804.↑31Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.↑32Memoire sur l’état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen, 16 Juillet 1805.↑33Extract from the proceedings and resolutions of the court of policy, 18 Junij 1804.↑34Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.↑35Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.↑36Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld was uitgegeven als volgt:1796 December 2ƒ250,000.—1797 Julij 27ƒ,,350.000.——— November 4ƒ,,400,000.—1798 April 20ƒ,,400,000.——— November 15ƒ,,600.000.—1799 Januarij 28ƒ,,400,000.—ƒ2,400,000.—5700 kaarten à ƒ 2.10, die de Gouverneur den tijd niet had gehad te teekenen, waren, als zonder waarde, verbrandƒ14,250.—Bleef alzoo de sommaƒ2,385,750.—↑37Diverses Memoires de Heshuysen.↑38Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.↑39Diverses memoires de Heshuysen.↑40Diverses memoires de Heshuyzen.↑41Diversesmemoires de Heshuysen.↑42Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805;Memory of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.↑4318 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd op de Spaansche schepen, die zich in de Britschekoloniënbevonden, den 4denMaart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.↑44Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.↑45Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.↑46Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.↑47Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.↑48Proclamatie from Green, 15 April 1805.↑49Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4 Mei 1805.↑50Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij 1805.↑51Answer from Hughes to theAddressof the Court of Policy.↑52Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.↑53Letter from Hughes to WilliamWindham, 21 April 1807.↑54Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.↑55Letter from Lord Castlereaghto Hughes,21 November 1805.↑56Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.↑57Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.↑58Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke verordening in Suriname bestaande.↑59Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.↑60Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.↑61Letter from Melville to S. Cock,2 Februarij 1807, Petition from Simon Cock to theBritish Government.↑62Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.↑63Proclamation from Hughes, 1807.↑64Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12 Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.↑65Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.↑66Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.↑67Letter from Hughes to Major-General Beckwitz,29Januarij 1806.↑68Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3 Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,1ste deel, bladz. 141–142.↑69Notulen van Gouverneur en Raden,29 Junij 1806.↑70Letter from Archer to the Court of Policy,5 Februarij 1806.↑71Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494–5.↑72Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.↑73Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.↑74Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.↑75Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.↑76Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.↑77Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.↑78Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.↑79Letterfrom Archer to Hughes, 25 February 1806.↑80Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.↑81Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February and 2 March 1806.↑82Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.↑83Letter from Lolkens to Hughes.↑84Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.↑85Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.↑86Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September 1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e fiscaal heeft gefungeerd.↑87Rapport from Charles Thesingertothe Commissioners of H. M.↑88Letter from Hughes to Windham,25 September 1806.↑89Letter from Hughes to Lord Castlereagh,27 September 1807,Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.↑90Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28September 1805.↑91Memorie from some Colonists to Wardlau.↑926ieme article de capitulationdu12Janvier1809.LetterfromJohn Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.↑93Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809, letter from John Wardlau to theSecretary of State, 12 December 1809.↑94Letter from van Esch toSirEdward Cooke, 1Februaryand 17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23February1809.↑95Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.↑96Letter from Maxwill to the secretary ofstate for colonies, 13 October 1809.↑97Extracts from theProceedingsof the court ofPolicy, October 1811.De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812 uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks bestuur.↑98Extract from the Records of proceedings etc. of the court of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.↑99Letter from Bonham to Lord Bathurst,7 Februarij 1813. Het geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck aannam ½ derinterestte betalen en later ⅓ van het kapitaal. Zie ook Notulen van het Hof van Policie,1 Junij1810.↑100M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel; bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij geheel vernietigd.↑101Extract from the records of proceedings,etc. of the court of Policy, 30 Augustus 1809.↑102Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.↑103Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.↑104Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December 1811. Extract from the records ofproceedingsetc. of the court of Policy. 23 December 1811.↑105Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.↑106Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.↑107Letter from Bonham to Earl of Liverpool,7 Februarij 1812.↑108Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17 Julij 1813.↑109Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast, (in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:1o. den naam der straten;2o. het nummer van ieder huis;3o. den naam der eigenaars en bewoners;4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over dedrielaatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er geen spoor van ontdekt.↑110Letter from Bonham to Earl of Liverpool,30 March 1812.↑111Publicatie van Hughes.↑112Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811 and 30 March 1812.↑113Letter from BonhamtoEarl Bathurst, 2 October 1812.↑114Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.↑115Letter of Earl Liverpool to Bonham,12 March 1812.↑116Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.↑117Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8June1813.↑118Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9Februarij 1814.↑119Letter from Bonham to Earl Bathurst,14 Julij 1813.↑120Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.↑121Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.↑122Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.↑123Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.↑124Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden, copijen van brieven enz. enz.↑125Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.↑126Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.↑127Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij 1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.↑128Annonce van John Bent, 14 October 1813.↑129Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.↑130Annonce van Bent, 21 December 1813.↑131Annonce van Bonham, 30 December 1813.↑132Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.↑133Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.↑134Petition from some Colonists of Suriname to theBritish Government.↑135Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29 November 1813.Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen, toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk haar de vrijheid.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij, 9 Februarij en 5 Julij 1814.↑136Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10 Februarij 1814, etc.↑137Extract from the Records ofproceedingsof the court of Policy, 3 Februarij 1814.↑138Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814.Answer from Bonham, 3 Februarij 1814.↑139Petition from Veldwijk, Melville and LolkenstoEarl Bathurst, 9 Februarij 1814.↑140Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.↑141Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.↑142Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.↑143Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.↑144Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.↑145Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.↑146Gijsbert Karel van Hogendorp.↑147Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus 1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de Vereenigde provintien en zekerecoloniën, thans in bezitting van Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd te Paramaribo den 29 Augustus 1814.↑148Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.↑149Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30 October 1815.↑150Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to Henry Goulborn, etc.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.↑151Petition from British subjects living at Nickerie to the BritishGovernment.Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.↑152Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April en 4 Augustus 1815.↑153Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.↑154Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑
1Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaanschecoloniënvan 30 Julij 1804.↑2The Liverpools Saturday’s advertiservan 30 Julij 1804, laat zich daarover in dier voege uit:“De herneming vanSurinamedoor een onzer West-Indische eskaders, kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend worden. De aanzienlijkeBritschekapitalen, in den laatsten oorlog in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen verwachten. DeConsignatiënnaar die colonie zullen, zonder twijfel, zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplantinglangin onze handen blijft.”↑3Terms proposedbytheir Excellencies Major-General Sir Charles Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty’s Land and Sea-Forces for the Surrender to theBritish Governmentof the Colony of Suriname.Art. 2. “The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the immediate and entire possession of their Private Property,whetheron shore or alout.Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its being given up by theBritishGovernment, shall remain in forceuntilHis Majesty’s pleasure shall be known, but this article is not meant to restrict His Majesty’s Representative from making such temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for the security and defence of the Colony, nor must it be construed to militate against such establishments as may be necessary for regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in the British West-India possessions.Art.4. The different persons at present employed in thecivil administrationof the Colony shall all of them, the Governor excepted, continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity to the British Government, and that their conduct is such as to afford no reasonable ground for suspecting their submission thereto.”↑4Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops in Surinam.“HisBritannicMajesty having instructed us to favor the Colony of Surinam as muchaspossible, we are willing to grant to it the same terms asfirstproposed.”↑5Journaal van Sir Charles Green,6 en 7 Mei 1804.↑6Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.↑7Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.↑8Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.↑9Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑10Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.↑11Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.↑12Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname; vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan deOranjekreekwas gelegen.Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur (Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog te doen houden, daar hij “zeer republikeinsch gezind was.”↑13Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑14Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze poging hiertoe.↑15Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑16Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑17Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December 1804 en 24 April 1805.↑18Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet denofficieelenEngelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die bestaat, deofficieele.↑19Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.↑20Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart 1803. Notulen van Gouverneur en Raden,13 April 1803.↑21Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.↑22Surinaamsche courant, 5 October 1804.↑23Surinaamsche courant, 23 October 1804.↑24Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster and Barrack-master General, 15 Julij 1804.↑25Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.↑26Letter from Green to lordCamden, 2 October 1804.↑27Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).↑28Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent actuellement, 9 Aout. 1804.↑29Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.↑30Verslag der speciale Finantiële Commissie.Extract from the Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,Addressfrom the Court of Policy to sir Charles Green,25 Junij 1804.↑31Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.↑32Memoire sur l’état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen, 16 Juillet 1805.↑33Extract from the proceedings and resolutions of the court of policy, 18 Junij 1804.↑34Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.↑35Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.↑36Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld was uitgegeven als volgt:1796 December 2ƒ250,000.—1797 Julij 27ƒ,,350.000.——— November 4ƒ,,400,000.—1798 April 20ƒ,,400,000.——— November 15ƒ,,600.000.—1799 Januarij 28ƒ,,400,000.—ƒ2,400,000.—5700 kaarten à ƒ 2.10, die de Gouverneur den tijd niet had gehad te teekenen, waren, als zonder waarde, verbrandƒ14,250.—Bleef alzoo de sommaƒ2,385,750.—↑37Diverses Memoires de Heshuysen.↑38Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.↑39Diverses memoires de Heshuysen.↑40Diverses memoires de Heshuyzen.↑41Diversesmemoires de Heshuysen.↑42Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805;Memory of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.↑4318 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd op de Spaansche schepen, die zich in de Britschekoloniënbevonden, den 4denMaart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.↑44Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.↑45Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.↑46Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.↑47Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.↑48Proclamatie from Green, 15 April 1805.↑49Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4 Mei 1805.↑50Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij 1805.↑51Answer from Hughes to theAddressof the Court of Policy.↑52Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.↑53Letter from Hughes to WilliamWindham, 21 April 1807.↑54Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.↑55Letter from Lord Castlereaghto Hughes,21 November 1805.↑56Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.↑57Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.↑58Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke verordening in Suriname bestaande.↑59Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.↑60Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.↑61Letter from Melville to S. Cock,2 Februarij 1807, Petition from Simon Cock to theBritish Government.↑62Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.↑63Proclamation from Hughes, 1807.↑64Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12 Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.↑65Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.↑66Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.↑67Letter from Hughes to Major-General Beckwitz,29Januarij 1806.↑68Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3 Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,1ste deel, bladz. 141–142.↑69Notulen van Gouverneur en Raden,29 Junij 1806.↑70Letter from Archer to the Court of Policy,5 Februarij 1806.↑71Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494–5.↑72Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.↑73Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.↑74Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.↑75Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.↑76Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.↑77Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.↑78Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.↑79Letterfrom Archer to Hughes, 25 February 1806.↑80Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.↑81Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February and 2 March 1806.↑82Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.↑83Letter from Lolkens to Hughes.↑84Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.↑85Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.↑86Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September 1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e fiscaal heeft gefungeerd.↑87Rapport from Charles Thesingertothe Commissioners of H. M.↑88Letter from Hughes to Windham,25 September 1806.↑89Letter from Hughes to Lord Castlereagh,27 September 1807,Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.↑90Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28September 1805.↑91Memorie from some Colonists to Wardlau.↑926ieme article de capitulationdu12Janvier1809.LetterfromJohn Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.↑93Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809, letter from John Wardlau to theSecretary of State, 12 December 1809.↑94Letter from van Esch toSirEdward Cooke, 1Februaryand 17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23February1809.↑95Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.↑96Letter from Maxwill to the secretary ofstate for colonies, 13 October 1809.↑97Extracts from theProceedingsof the court ofPolicy, October 1811.De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812 uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks bestuur.↑98Extract from the Records of proceedings etc. of the court of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.↑99Letter from Bonham to Lord Bathurst,7 Februarij 1813. Het geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck aannam ½ derinterestte betalen en later ⅓ van het kapitaal. Zie ook Notulen van het Hof van Policie,1 Junij1810.↑100M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel; bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij geheel vernietigd.↑101Extract from the records of proceedings,etc. of the court of Policy, 30 Augustus 1809.↑102Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.↑103Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.↑104Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December 1811. Extract from the records ofproceedingsetc. of the court of Policy. 23 December 1811.↑105Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.↑106Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.↑107Letter from Bonham to Earl of Liverpool,7 Februarij 1812.↑108Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17 Julij 1813.↑109Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast, (in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:1o. den naam der straten;2o. het nummer van ieder huis;3o. den naam der eigenaars en bewoners;4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over dedrielaatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er geen spoor van ontdekt.↑110Letter from Bonham to Earl of Liverpool,30 March 1812.↑111Publicatie van Hughes.↑112Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811 and 30 March 1812.↑113Letter from BonhamtoEarl Bathurst, 2 October 1812.↑114Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.↑115Letter of Earl Liverpool to Bonham,12 March 1812.↑116Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.↑117Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8June1813.↑118Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9Februarij 1814.↑119Letter from Bonham to Earl Bathurst,14 Julij 1813.↑120Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.↑121Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.↑122Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.↑123Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.↑124Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden, copijen van brieven enz. enz.↑125Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.↑126Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.↑127Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij 1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.↑128Annonce van John Bent, 14 October 1813.↑129Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.↑130Annonce van Bent, 21 December 1813.↑131Annonce van Bonham, 30 December 1813.↑132Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.↑133Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.↑134Petition from some Colonists of Suriname to theBritish Government.↑135Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29 November 1813.Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen, toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk haar de vrijheid.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij, 9 Februarij en 5 Julij 1814.↑136Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10 Februarij 1814, etc.↑137Extract from the Records ofproceedingsof the court of Policy, 3 Februarij 1814.↑138Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814.Answer from Bonham, 3 Februarij 1814.↑139Petition from Veldwijk, Melville and LolkenstoEarl Bathurst, 9 Februarij 1814.↑140Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.↑141Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.↑142Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.↑143Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.↑144Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.↑145Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.↑146Gijsbert Karel van Hogendorp.↑147Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus 1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de Vereenigde provintien en zekerecoloniën, thans in bezitting van Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd te Paramaribo den 29 Augustus 1814.↑148Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.↑149Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30 October 1815.↑150Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to Henry Goulborn, etc.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.↑151Petition from British subjects living at Nickerie to the BritishGovernment.Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.↑152Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April en 4 Augustus 1815.↑153Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.↑154Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑
1Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaanschecoloniënvan 30 Julij 1804.↑2The Liverpools Saturday’s advertiservan 30 Julij 1804, laat zich daarover in dier voege uit:“De herneming vanSurinamedoor een onzer West-Indische eskaders, kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend worden. De aanzienlijkeBritschekapitalen, in den laatsten oorlog in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen verwachten. DeConsignatiënnaar die colonie zullen, zonder twijfel, zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplantinglangin onze handen blijft.”↑3Terms proposedbytheir Excellencies Major-General Sir Charles Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty’s Land and Sea-Forces for the Surrender to theBritish Governmentof the Colony of Suriname.Art. 2. “The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the immediate and entire possession of their Private Property,whetheron shore or alout.Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its being given up by theBritishGovernment, shall remain in forceuntilHis Majesty’s pleasure shall be known, but this article is not meant to restrict His Majesty’s Representative from making such temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for the security and defence of the Colony, nor must it be construed to militate against such establishments as may be necessary for regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in the British West-India possessions.Art.4. The different persons at present employed in thecivil administrationof the Colony shall all of them, the Governor excepted, continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity to the British Government, and that their conduct is such as to afford no reasonable ground for suspecting their submission thereto.”↑4Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops in Surinam.“HisBritannicMajesty having instructed us to favor the Colony of Surinam as muchaspossible, we are willing to grant to it the same terms asfirstproposed.”↑5Journaal van Sir Charles Green,6 en 7 Mei 1804.↑6Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.↑7Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.↑8Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.↑9Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑10Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.↑11Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.↑12Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname; vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan deOranjekreekwas gelegen.Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur (Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog te doen houden, daar hij “zeer republikeinsch gezind was.”↑13Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑14Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze poging hiertoe.↑15Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑16Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑17Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December 1804 en 24 April 1805.↑18Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet denofficieelenEngelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die bestaat, deofficieele.↑19Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.↑20Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart 1803. Notulen van Gouverneur en Raden,13 April 1803.↑21Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.↑22Surinaamsche courant, 5 October 1804.↑23Surinaamsche courant, 23 October 1804.↑24Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster and Barrack-master General, 15 Julij 1804.↑25Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.↑26Letter from Green to lordCamden, 2 October 1804.↑27Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).↑28Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent actuellement, 9 Aout. 1804.↑29Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.↑30Verslag der speciale Finantiële Commissie.Extract from the Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,Addressfrom the Court of Policy to sir Charles Green,25 Junij 1804.↑31Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.↑32Memoire sur l’état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen, 16 Juillet 1805.↑33Extract from the proceedings and resolutions of the court of policy, 18 Junij 1804.↑34Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.↑35Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.↑36Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld was uitgegeven als volgt:1796 December 2ƒ250,000.—1797 Julij 27ƒ,,350.000.——— November 4ƒ,,400,000.—1798 April 20ƒ,,400,000.——— November 15ƒ,,600.000.—1799 Januarij 28ƒ,,400,000.—ƒ2,400,000.—5700 kaarten à ƒ 2.10, die de Gouverneur den tijd niet had gehad te teekenen, waren, als zonder waarde, verbrandƒ14,250.—Bleef alzoo de sommaƒ2,385,750.—↑37Diverses Memoires de Heshuysen.↑38Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.↑39Diverses memoires de Heshuysen.↑40Diverses memoires de Heshuyzen.↑41Diversesmemoires de Heshuysen.↑42Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805;Memory of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.↑4318 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd op de Spaansche schepen, die zich in de Britschekoloniënbevonden, den 4denMaart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.↑44Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.↑45Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.↑46Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.↑47Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.↑48Proclamatie from Green, 15 April 1805.↑49Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4 Mei 1805.↑50Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij 1805.↑51Answer from Hughes to theAddressof the Court of Policy.↑52Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.↑53Letter from Hughes to WilliamWindham, 21 April 1807.↑54Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.↑55Letter from Lord Castlereaghto Hughes,21 November 1805.↑56Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.↑57Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.↑58Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke verordening in Suriname bestaande.↑59Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.↑60Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.↑61Letter from Melville to S. Cock,2 Februarij 1807, Petition from Simon Cock to theBritish Government.↑62Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.↑63Proclamation from Hughes, 1807.↑64Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12 Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.↑65Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.↑66Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.↑67Letter from Hughes to Major-General Beckwitz,29Januarij 1806.↑68Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3 Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,1ste deel, bladz. 141–142.↑69Notulen van Gouverneur en Raden,29 Junij 1806.↑70Letter from Archer to the Court of Policy,5 Februarij 1806.↑71Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494–5.↑72Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.↑73Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.↑74Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.↑75Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.↑76Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.↑77Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.↑78Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.↑79Letterfrom Archer to Hughes, 25 February 1806.↑80Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.↑81Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February and 2 March 1806.↑82Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.↑83Letter from Lolkens to Hughes.↑84Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.↑85Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.↑86Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September 1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e fiscaal heeft gefungeerd.↑87Rapport from Charles Thesingertothe Commissioners of H. M.↑88Letter from Hughes to Windham,25 September 1806.↑89Letter from Hughes to Lord Castlereagh,27 September 1807,Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.↑90Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28September 1805.↑91Memorie from some Colonists to Wardlau.↑926ieme article de capitulationdu12Janvier1809.LetterfromJohn Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.↑93Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809, letter from John Wardlau to theSecretary of State, 12 December 1809.↑94Letter from van Esch toSirEdward Cooke, 1Februaryand 17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23February1809.↑95Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.↑96Letter from Maxwill to the secretary ofstate for colonies, 13 October 1809.↑97Extracts from theProceedingsof the court ofPolicy, October 1811.De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812 uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks bestuur.↑98Extract from the Records of proceedings etc. of the court of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.↑99Letter from Bonham to Lord Bathurst,7 Februarij 1813. Het geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck aannam ½ derinterestte betalen en later ⅓ van het kapitaal. Zie ook Notulen van het Hof van Policie,1 Junij1810.↑100M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel; bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij geheel vernietigd.↑101Extract from the records of proceedings,etc. of the court of Policy, 30 Augustus 1809.↑102Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.↑103Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.↑104Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December 1811. Extract from the records ofproceedingsetc. of the court of Policy. 23 December 1811.↑105Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.↑106Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.↑107Letter from Bonham to Earl of Liverpool,7 Februarij 1812.↑108Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17 Julij 1813.↑109Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast, (in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:1o. den naam der straten;2o. het nummer van ieder huis;3o. den naam der eigenaars en bewoners;4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over dedrielaatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er geen spoor van ontdekt.↑110Letter from Bonham to Earl of Liverpool,30 March 1812.↑111Publicatie van Hughes.↑112Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811 and 30 March 1812.↑113Letter from BonhamtoEarl Bathurst, 2 October 1812.↑114Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.↑115Letter of Earl Liverpool to Bonham,12 March 1812.↑116Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.↑117Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8June1813.↑118Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9Februarij 1814.↑119Letter from Bonham to Earl Bathurst,14 Julij 1813.↑120Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.↑121Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.↑122Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.↑123Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.↑124Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden, copijen van brieven enz. enz.↑125Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.↑126Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.↑127Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij 1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.↑128Annonce van John Bent, 14 October 1813.↑129Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.↑130Annonce van Bent, 21 December 1813.↑131Annonce van Bonham, 30 December 1813.↑132Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.↑133Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.↑134Petition from some Colonists of Suriname to theBritish Government.↑135Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29 November 1813.Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen, toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk haar de vrijheid.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij, 9 Februarij en 5 Julij 1814.↑136Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10 Februarij 1814, etc.↑137Extract from the Records ofproceedingsof the court of Policy, 3 Februarij 1814.↑138Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814.Answer from Bonham, 3 Februarij 1814.↑139Petition from Veldwijk, Melville and LolkenstoEarl Bathurst, 9 Februarij 1814.↑140Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.↑141Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.↑142Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.↑143Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.↑144Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.↑145Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.↑146Gijsbert Karel van Hogendorp.↑147Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus 1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de Vereenigde provintien en zekerecoloniën, thans in bezitting van Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd te Paramaribo den 29 Augustus 1814.↑148Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.↑149Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30 October 1815.↑150Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to Henry Goulborn, etc.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.↑151Petition from British subjects living at Nickerie to the BritishGovernment.Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.↑152Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April en 4 Augustus 1815.↑153Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.↑154Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑
1Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaanschecoloniënvan 30 Julij 1804.↑2The Liverpools Saturday’s advertiservan 30 Julij 1804, laat zich daarover in dier voege uit:“De herneming vanSurinamedoor een onzer West-Indische eskaders, kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend worden. De aanzienlijkeBritschekapitalen, in den laatsten oorlog in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen verwachten. DeConsignatiënnaar die colonie zullen, zonder twijfel, zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplantinglangin onze handen blijft.”↑3Terms proposedbytheir Excellencies Major-General Sir Charles Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty’s Land and Sea-Forces for the Surrender to theBritish Governmentof the Colony of Suriname.Art. 2. “The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the immediate and entire possession of their Private Property,whetheron shore or alout.Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its being given up by theBritishGovernment, shall remain in forceuntilHis Majesty’s pleasure shall be known, but this article is not meant to restrict His Majesty’s Representative from making such temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for the security and defence of the Colony, nor must it be construed to militate against such establishments as may be necessary for regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in the British West-India possessions.Art.4. The different persons at present employed in thecivil administrationof the Colony shall all of them, the Governor excepted, continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity to the British Government, and that their conduct is such as to afford no reasonable ground for suspecting their submission thereto.”↑4Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops in Surinam.“HisBritannicMajesty having instructed us to favor the Colony of Surinam as muchaspossible, we are willing to grant to it the same terms asfirstproposed.”↑5Journaal van Sir Charles Green,6 en 7 Mei 1804.↑6Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.↑7Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.↑8Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.↑9Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑10Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.↑11Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.↑12Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname; vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan deOranjekreekwas gelegen.Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur (Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog te doen houden, daar hij “zeer republikeinsch gezind was.”↑13Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑14Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze poging hiertoe.↑15Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑16Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑17Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December 1804 en 24 April 1805.↑18Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet denofficieelenEngelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die bestaat, deofficieele.↑19Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.↑20Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart 1803. Notulen van Gouverneur en Raden,13 April 1803.↑21Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.↑22Surinaamsche courant, 5 October 1804.↑23Surinaamsche courant, 23 October 1804.↑24Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster and Barrack-master General, 15 Julij 1804.↑25Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.↑26Letter from Green to lordCamden, 2 October 1804.↑27Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).↑28Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent actuellement, 9 Aout. 1804.↑29Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.↑30Verslag der speciale Finantiële Commissie.Extract from the Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,Addressfrom the Court of Policy to sir Charles Green,25 Junij 1804.↑31Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.↑32Memoire sur l’état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen, 16 Juillet 1805.↑33Extract from the proceedings and resolutions of the court of policy, 18 Junij 1804.↑34Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.↑35Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.↑36Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld was uitgegeven als volgt:1796 December 2ƒ250,000.—1797 Julij 27ƒ,,350.000.——— November 4ƒ,,400,000.—1798 April 20ƒ,,400,000.——— November 15ƒ,,600.000.—1799 Januarij 28ƒ,,400,000.—ƒ2,400,000.—5700 kaarten à ƒ 2.10, die de Gouverneur den tijd niet had gehad te teekenen, waren, als zonder waarde, verbrandƒ14,250.—Bleef alzoo de sommaƒ2,385,750.—↑37Diverses Memoires de Heshuysen.↑38Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.↑39Diverses memoires de Heshuysen.↑40Diverses memoires de Heshuyzen.↑41Diversesmemoires de Heshuysen.↑42Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805;Memory of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.↑4318 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd op de Spaansche schepen, die zich in de Britschekoloniënbevonden, den 4denMaart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.↑44Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.↑45Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.↑46Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.↑47Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.↑48Proclamatie from Green, 15 April 1805.↑49Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4 Mei 1805.↑50Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij 1805.↑51Answer from Hughes to theAddressof the Court of Policy.↑52Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.↑53Letter from Hughes to WilliamWindham, 21 April 1807.↑54Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.↑55Letter from Lord Castlereaghto Hughes,21 November 1805.↑56Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.↑57Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.↑58Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke verordening in Suriname bestaande.↑59Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.↑60Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.↑61Letter from Melville to S. Cock,2 Februarij 1807, Petition from Simon Cock to theBritish Government.↑62Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.↑63Proclamation from Hughes, 1807.↑64Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12 Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.↑65Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.↑66Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.↑67Letter from Hughes to Major-General Beckwitz,29Januarij 1806.↑68Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3 Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,1ste deel, bladz. 141–142.↑69Notulen van Gouverneur en Raden,29 Junij 1806.↑70Letter from Archer to the Court of Policy,5 Februarij 1806.↑71Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494–5.↑72Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.↑73Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.↑74Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.↑75Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.↑76Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.↑77Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.↑78Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.↑79Letterfrom Archer to Hughes, 25 February 1806.↑80Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.↑81Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February and 2 March 1806.↑82Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.↑83Letter from Lolkens to Hughes.↑84Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.↑85Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.↑86Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September 1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e fiscaal heeft gefungeerd.↑87Rapport from Charles Thesingertothe Commissioners of H. M.↑88Letter from Hughes to Windham,25 September 1806.↑89Letter from Hughes to Lord Castlereagh,27 September 1807,Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.↑90Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28September 1805.↑91Memorie from some Colonists to Wardlau.↑926ieme article de capitulationdu12Janvier1809.LetterfromJohn Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.↑93Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809, letter from John Wardlau to theSecretary of State, 12 December 1809.↑94Letter from van Esch toSirEdward Cooke, 1Februaryand 17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23February1809.↑95Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.↑96Letter from Maxwill to the secretary ofstate for colonies, 13 October 1809.↑97Extracts from theProceedingsof the court ofPolicy, October 1811.De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812 uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks bestuur.↑98Extract from the Records of proceedings etc. of the court of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.↑99Letter from Bonham to Lord Bathurst,7 Februarij 1813. Het geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck aannam ½ derinterestte betalen en later ⅓ van het kapitaal. Zie ook Notulen van het Hof van Policie,1 Junij1810.↑100M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel; bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij geheel vernietigd.↑101Extract from the records of proceedings,etc. of the court of Policy, 30 Augustus 1809.↑102Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.↑103Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.↑104Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December 1811. Extract from the records ofproceedingsetc. of the court of Policy. 23 December 1811.↑105Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.↑106Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.↑107Letter from Bonham to Earl of Liverpool,7 Februarij 1812.↑108Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17 Julij 1813.↑109Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast, (in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:1o. den naam der straten;2o. het nummer van ieder huis;3o. den naam der eigenaars en bewoners;4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over dedrielaatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er geen spoor van ontdekt.↑110Letter from Bonham to Earl of Liverpool,30 March 1812.↑111Publicatie van Hughes.↑112Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811 and 30 March 1812.↑113Letter from BonhamtoEarl Bathurst, 2 October 1812.↑114Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.↑115Letter of Earl Liverpool to Bonham,12 March 1812.↑116Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.↑117Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8June1813.↑118Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9Februarij 1814.↑119Letter from Bonham to Earl Bathurst,14 Julij 1813.↑120Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.↑121Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.↑122Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.↑123Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.↑124Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden, copijen van brieven enz. enz.↑125Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.↑126Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.↑127Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij 1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.↑128Annonce van John Bent, 14 October 1813.↑129Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.↑130Annonce van Bent, 21 December 1813.↑131Annonce van Bonham, 30 December 1813.↑132Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.↑133Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.↑134Petition from some Colonists of Suriname to theBritish Government.↑135Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29 November 1813.Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen, toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk haar de vrijheid.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij, 9 Februarij en 5 Julij 1814.↑136Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10 Februarij 1814, etc.↑137Extract from the Records ofproceedingsof the court of Policy, 3 Februarij 1814.↑138Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814.Answer from Bonham, 3 Februarij 1814.↑139Petition from Veldwijk, Melville and LolkenstoEarl Bathurst, 9 Februarij 1814.↑140Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.↑141Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.↑142Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.↑143Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.↑144Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.↑145Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.↑146Gijsbert Karel van Hogendorp.↑147Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus 1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de Vereenigde provintien en zekerecoloniën, thans in bezitting van Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd te Paramaribo den 29 Augustus 1814.↑148Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.↑149Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30 October 1815.↑150Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to Henry Goulborn, etc.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.↑151Petition from British subjects living at Nickerie to the BritishGovernment.Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.↑152Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April en 4 Augustus 1815.↑153Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.↑154Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑
1Missive van Batenburg aan Berranger en van Berranger aan Batenburg, 28, 29 en 30 April 1804.
Missive van Berranger aan den Raad der Amerikaanschecoloniënvan 30 Julij 1804.↑
2The Liverpools Saturday’s advertiservan 30 Julij 1804, laat zich daarover in dier voege uit:
“De herneming vanSurinamedoor een onzer West-Indische eskaders, kan onder de gewigtigste verrigtingen gedurende dezen oorlog gerekend worden. De aanzienlijkeBritschekapitalen, in den laatsten oorlog in deze volkplanting geplaatst, hebben de planters op de beste wijze in staat gesteld, hunne producten te vermenigvuldigen, en uit het wederkeerig vertier, dat daardoor tusschen dezelve en onze kooplieden geboren wordt, kan men, met grond, de voordeeligste gevolgen verwachten. DeConsignatiënnaar die colonie zullen, zonder twijfel, zeer aanmerkelijk zijn en magtig toenemen, bijaldien die volkplantinglangin onze handen blijft.”↑
3Terms proposedbytheir Excellencies Major-General Sir Charles Green, and Commodore Samuel Hood, commander in Chief of His Majesty’s Land and Sea-Forces for the Surrender to theBritish Governmentof the Colony of Suriname.
Art. 2. “The inhabitants of the Colony shall enjoy full security for theirs persons, and the free exercise of their Religion, with the immediate and entire possession of their Private Property,whetheron shore or alout.
Art 3. The laws of the Colony as they existed at the period of its being given up by theBritishGovernment, shall remain in forceuntilHis Majesty’s pleasure shall be known, but this article is not meant to restrict His Majesty’s Representative from making such temporary Regulations as may appear to him absolutely necessary for the security and defence of the Colony, nor must it be construed to militate against such establishments as may be necessary for regulating the commerce of the colony agreeable to the practise in the British West-India possessions.
Art.4. The different persons at present employed in thecivil administrationof the Colony shall all of them, the Governor excepted, continue in office, provided they take oath of allegiance and fidelity to the British Government, and that their conduct is such as to afford no reasonable ground for suspecting their submission thereto.”↑
4Answer to Lieut. Coll. Batenburg Commanding the Batavian troops in Surinam.
“HisBritannicMajesty having instructed us to favor the Colony of Surinam as muchaspossible, we are willing to grant to it the same terms asfirstproposed.”↑
5Journaal van Sir Charles Green,6 en 7 Mei 1804.↑
6Proclamatie van Sir Charles Green van 7 Mei 1804.↑
7Publicatie van Sir Charles Green, 8 Mei 1804.↑
8Journaal van Sir Charles Green, 9 Mei 1804.↑
9Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑
10Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.↑
11Extract uit het secreet-register der Resolutie van den Raad der Marine van de Bataafsche Republiek, 15 Januarij 1804.↑
12Missive van Berranger aan den Raad der AmerikaanscheColoniën, 30 Julij 1804.
Berranger wilde gaarne afwachten, hoe of het Bataafsche bewind zijne handelingen opnam, en vertoefde alzoo nog ruim een jaar in Suriname; vervolgens ging hij naar Holland, doch keerde later, na hier toe van het Britsch bewind verlof te hebben verkregen, naar Suriname terug en woonde aldaar sedert op zijne plantaadje, die aan deOranjekreekwas gelegen.
Green gaf een goed getuigenis omtrent hem, doch een latere Gouverneur (Bonham) was minder met Berranger ingenomen; hij waarschuwde het Britsch bewind tegen hem en achtte het noodig op hem een wakend oog te doen houden, daar hij “zeer republikeinsch gezind was.”↑
13Proclamatie van Sir Charles Green, 19 Mei 1804.↑
14Letter from Friderici to Lord Hobart, 14 May 1804.
Letter from Lord Hobart to Friderici, 5 July 1804.
Na het vertrek van Green deed Friderici nog eene, doch vruchtelooze poging hiertoe.↑
15Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑
16Proclamatie van Sir Charles Green, 29 Mei 1804.↑
17Proclamatie van Sir Charles Green, 26 September, 7 December 1804 en 24 April 1805.↑
18Om den inhoud niet noodeloos uit te breiden, deelen wij niet denofficieelenEngelschen tekst mede maar de vertaling en, waar die bestaat, deofficieele.↑
19Letter from Charles Green to Earl Camden, 1 Februarij 1803.↑
20Letter from Commodore Hood to Charles Green, 29 Maart 1803. Notulen van Gouverneur en Raden,13 April 1803.↑
21Letter from Green to Lord Camden, 2 October 1804.↑
22Surinaamsche courant, 5 October 1804.↑
23Surinaamsche courant, 23 October 1804.↑
24Letter from Green to Brigadier-General Maitland, Quartermaster and Barrack-master General, 15 Julij 1804.↑
25Letter from Green to Brigadier-General Maitland, 15 Julij 1804.↑
26Letter from Green to lordCamden, 2 October 1804.↑
27Vroeger behoorden, onder het protectoraat, tot deze kas ook nog de in- en uitgaande regten, die thans echter niet meer daarin vloeiden, omdat dit in strijd was met de Britsche zeevaartwetten en de oprigting van het koninklijk tolhuis (custom-house).↑
28Memorie van Heshuijsen sur les appointements tels que se payent actuellement, 9 Aout. 1804.↑
29Memorie over de onderscheidene kassen opgemaakt, op order van den Gouverneur Bonham, door Melville in December 1812.↑
30Verslag der speciale Finantiële Commissie.Extract from the Proceedings and Resolutions of the Court of Policy, 18 Junij 1804,Addressfrom the Court of Policy to sir Charles Green,25 Junij 1804.↑
31Letter from Green to the Court of Policy, 2 Julij 1804.↑
32Memoire sur l’état des Finances Coloniales faite par Heshuijsen, 16 Juillet 1805.↑
33Extract from the proceedings and resolutions of the court of policy, 18 Junij 1804.↑
34Publicatie van Sir Charles Green, 11 Julij 1804.↑
35Publicatie van Sir Charles Green. 20 September 1804.↑
36Diverses memoires de Heshuyzen. Het bedoelde papieren geld was uitgegeven als volgt:
1796 December 2ƒ250,000.—1797 Julij 27ƒ,,350.000.——— November 4ƒ,,400,000.—1798 April 20ƒ,,400,000.——— November 15ƒ,,600.000.—1799 Januarij 28ƒ,,400,000.—ƒ2,400,000.—5700 kaarten à ƒ 2.10, die de Gouverneur den tijd niet had gehad te teekenen, waren, als zonder waarde, verbrandƒ14,250.—Bleef alzoo de sommaƒ2,385,750.—
37Diverses Memoires de Heshuysen.↑
38Dat deze bewering geschiedkundig onwaar is behoeft geen nader betoog: ieder die eenigzins met de geschiedenis van St. Domingo bekend is, weet dat daartoe geheel andere oorzaken hebben geleid.↑
39Diverses memoires de Heshuysen.↑
40Diverses memoires de Heshuyzen.↑
41Diversesmemoires de Heshuysen.↑
42Letter from Green to Edw. Cooke Esq., 26 Januarij 1805;Memory of the Court of Policy to sir Chs. Green, 25 Januarij 1805.↑
4318 Februarij 1805 werd door de Britsche regering embargo gelegd op de Spaansche schepen, die zich in de Britschekoloniënbevonden, den 4denMaart bij proclamatie kennis gegeven van de oorlogs verklaring.↑
44Letter from Green to Earl Camden, 1 Februarij 1805.↑
45Letter from Green to Earl Camden, 2 October 1804.↑
46Letter from Earl Camden to Green, 23 Februarij 1805.↑
47Notulen van Gouverneur en Raden, 13 April 1805.↑
48Proclamatie from Green, 15 April 1805.↑
49Petitie van eenige planters en kooplieden aan Hughes, 4 Mei 1805.↑
50Representation from the Court of Policy to Hughes, 25 Julij 1805.↑
51Answer from Hughes to theAddressof the Court of Policy.↑
52Proclamatie from Hughes, 28 Mei 1805.↑
53Letter from Hughes to WilliamWindham, 21 April 1807.↑
54Memoires de Heshuysen, 16 Juillet 1805.↑
55Letter from Lord Castlereaghto Hughes,21 November 1805.↑
56Letter from Lord Windham to Hughes, 4 Julij 1807.↑
57Letter from Hughes to Lord Castlereagh, 10 Maart 1805.↑
58Surinaamsche Courant, 26 April 1805. Nog is dergelijke verordening in Suriname bestaande.↑
59Letter from Hughes to W. Windham, 3 Januarij 1807.↑
60Lijst der ingevoerde slaven, opgemaakt 1 Januarij 1808.↑
61Letter from Melville to S. Cock,2 Februarij 1807, Petition from Simon Cock to theBritish Government.↑
62Letter from Hughes to lord Castlereagh, 10 December 1807.↑
63Proclamation from Hughes, 1807.↑
64Letter from Hughes to Major-General Beckwitz. 12 Septemb. 1805. Letter from Hughes to Lord Castlereagh.↑
65Letter from Lord Castlereagh to Hughes, 21 November 1805.↑
66Letter from Lieutenant Green to Hughes, 9 November 1805.↑
67Letter from Hughes to Major-General Beckwitz,29Januarij 1806.↑
68Letter from Hughes to lord Windham, 5 September 1806 and 3 Januarij 1807; Reize naar Suriname door den Baron Albert von Sack,1ste deel, bladz. 141–142.↑
69Notulen van Gouverneur en Raden,29 Junij 1806.↑
70Letter from Archer to the Court of Policy,5 Februarij 1806.↑
71Notulen van Gouverneur en Raden, 24 Augustus 1801. Bladz 494–5.↑
72Letter from G. Cramstown to Archer, 23 Februarij 1806.↑
73Letter from Archer to Hughes, 27 Januarij 1806.↑
74Letter from Archer to Hughes, 15 Februarij 1806.↑
75Letter from Hughes to Archer, 19 Februarij 1806, letter from Hughes to Spiering 15 Februarij 1806.↑
76Letter from Spiering to Hughes, 16 Februarij 1806.↑
77Letter from Archer to Hughes, 20 Februarij 1806.↑
78Notulen van Gouverneur en Raden, 22 Februarij 1806.↑
79Letterfrom Archer to Hughes, 25 February 1806.↑
80Letter from Archer to Hughes, 26 Februarij 1806.↑
81Letters from Hughes to Lieutenant-General Beckwitz, 28 February and 2 March 1806.↑
82Petition from Sanches to Hughes, 5 March 1807.↑
83Letter from Lolkens to Hughes.↑
84Rapport van Lolkens aan het Hof van Policie.↑
85Letter from Hughes to lord Windham, 27 May 1807.↑
86Petition from Lolkens to lord Castlereagh, 12 September 1808. Lolkens beklaagde zich in dit rekwest over zijn ontslag, en verzocht weder in zijn ambt te worden hersteld. Dit verzoek werd in zoo ver toegestaan, dat hij na den dood van Hughes weder als 2e fiscaal heeft gefungeerd.↑
87Rapport from Charles Thesingertothe Commissioners of H. M.↑
88Letter from Hughes to Windham,25 September 1806.↑
89Letter from Hughes to Lord Castlereagh,27 September 1807,Letter from Castlereagh to Hughes, 7 Februarij 1805.↑
90Letter from John Wardlau to Lord Castlereagh, 28September 1805.↑
91Memorie from some Colonists to Wardlau.↑
926ieme article de capitulationdu12Janvier1809.LetterfromJohn Wardlau to lord Castlereagh, 31 January 1809.↑
93Letter from Baron Bentinck to lord Castlereagh; 14 May 1809, letter from John Wardlau to theSecretary of State, 12 December 1809.↑
94Letter from van Esch toSirEdward Cooke, 1Februaryand 17 April 1809, letter from baron Bentinck to Cooke, 9 Febr. and 23February1809.↑
95Letter from Bentinck to lord Castlereagh, 26 Augustus 1809.↑
96Letter from Maxwill to the secretary ofstate for colonies, 13 October 1809.↑
97Extracts from theProceedingsof the court ofPolicy, October 1811.De toestemming van dit verzoek kwam eigenlijk eerst na Bentincks dood aan. De proclamatie daaromtrent werd 26 Junij 1812 uitgevaardigd. Het behoort echter tot Het tijdvak van Bentincks bestuur.↑
98Extract from the Records of proceedings etc. of the court of Policy, 8 Januarij 1812. Toen de Agent Mr. Budge overleed, werd Mr. B. J. Jones, Esq. hiertoe benoemd.↑
99Letter from Bonham to Lord Bathurst,7 Februarij 1813. Het geheel der som werd door eene geldleening gevonden, waarvan Bentinck aannam ½ derinterestte betalen en later ⅓ van het kapitaal. Zie ook Notulen van het Hof van Policie,1 Junij1810.↑
100M. D. Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2de deel; bladz. 115. Later werd zij nog versierd met de graftomben van de Gouverneurs Friderici en Bentinck; bij den brand van 1821 werd zij geheel vernietigd.↑
101Extract from the records of proceedings,etc. of the court of Policy, 30 Augustus 1809.↑
102Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 9 November 1811.↑
103Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 10 December 1811.↑
104Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 11 and 19 December 1811. Extract from the records ofproceedingsetc. of the court of Policy. 23 December 1811.↑
105Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 27 December 1811.↑
106Letter from Bonham to Earl Bathurst, 14 Julij 1813.↑
107Letter from Bonham to Earl of Liverpool,7 Februarij 1812.↑
108Letters from Bonham te Earl Bathurst, 2 October 1812, 17 Julij 1813.↑
109Ook door Hughes was bij Publicatie van 1 Julij 1805, ter constatering der bevolking, eene algemeene opschrijving gelast, (in iedere wijk van huis tot huis), bevattende:
1o. den naam der straten;
2o. het nummer van ieder huis;
3o. den naam der eigenaars en bewoners;
4o. of dezelve Christenen of Joden zijn;
5o. of dezelve blanken, vrije kleurlingen of negers zijn;
6o. het getal slaven, zwarte of gecouleurde, en van het mannelijk of vrouwelijk geslacht; voorts gelijke opgave der plantaadjes en gronden, benevens de daaraan behoorende slaven en de eigenaren en Administrateuren, Christen of Jood, door de Burger-officieren in de divisiën; en eindelijk eene opgaaf van het revenue, gemiddeld over dedrielaatste jaren. Of deze opgave niet tot stand gekomen of later vermist is, weten wij niet. Op het state-papers-office hebben wij er geen spoor van ontdekt.↑
110Letter from Bonham to Earl of Liverpool,30 March 1812.↑
111Publicatie van Hughes.↑
112Letters from Bonham to Earl of Liverpool, 28 December 1811 and 30 March 1812.↑
113Letter from BonhamtoEarl Bathurst, 2 October 1812.↑
114Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 29 December 1811.↑
115Letter of Earl Liverpool to Bonham,12 March 1812.↑
116Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 30 March 1812.↑
117Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8June1813.↑
118Letter from Bonham to Earl Bathurst, 9Februarij 1814.↑
119Letter from Bonham to Earl Bathurst,14 Julij 1813.↑
120Publicatie van Bonham 27 Mei 1804.↑
121Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 17 December 1811.↑
122Letter from Bonham to Earl of Liverpool, 12 March 1812.↑
123Proclamatie van Bonham, 15 Mei 1813.↑
124Letter from Bonham to Earl Bathurst, 8 June 1813, benevens de noodige bewijsstukken, als extract der notulen van Gouverneur en Raden, copijen van brieven enz. enz.↑
125Letter from Harrisson (Treasury Chamber) to Bent, 25 April 1813.↑
126Proclamatie van Bonham, 2 June 1813.↑
127Notificatie van den Gouvernements-Secretaris, 25 Junij 1813. Letter from Bonham to Earl Bathurst, 7 Julij 1813.↑
128Annonce van John Bent, 14 October 1813.↑
129Proclamatie van Bonham, 11 December 1813.↑
130Annonce van Bent, 21 December 1813.↑
131Annonce van Bonham, 30 December 1813.↑
132Annonce van John Bent, 14 Januarij 1814.↑
133Letter from Bonham to Earl Bathurst, 25 September 1813.↑
134Petition from some Colonists of Suriname to theBritish Government.↑
135Letter from Fagel and Penn to George Hamilton, Esq., 29 November 1813.Ook Bonham bevestigde dit getuigenis omtrent den goeden invloed van Bent ten opzigte van de behandeling der slaven en deelt daaromtrent verscheidene bijzonderheden mede. Wij nemen er slechts een over. Een directeur liet eene vrouw opbinden en onmenschelijk geeselen. Reeds was het getal der toegebragte slagen tot 315 geklommen, toen Bent haar met geweld verlostte; anders ware zij doodgegeeseld geworden. Hare misdaad was, dat zij in dronkenschap eenige brutale uitdrukkingen had gebezigd. Bonham kocht later deze vrouw en schonk haar de vrijheid.Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij, 9 Februarij en 5 Julij 1814.↑
136Letters from Bonham to Earl Bathurst, 19 Januarij and 10 Februarij 1814, etc.↑
137Extract from the Records ofproceedingsof the court of Policy, 3 Februarij 1814.↑
138Petition from Veldwijk to Bonham, 31 Januarij 1814.Answer from Bonham, 3 Februarij 1814.↑
139Petition from Veldwijk, Melville and LolkenstoEarl Bathurst, 9 Februarij 1814.↑
140Petition from some Colonists to Earl Bathurst, 3 December 1813.↑
141Proclamatie van Bonham, 8 Junij 1814.↑
142Letters from Bonham to Earl Bathurst, 23 Augustus 1814.↑
143Letters from Bonham to Earl Bathurst, 16 November 1814.↑
144Letters from Bonham to Earl Bathurst, 30 October 1815.↑
145Letters from Bonham to Earl Bathurst, 24 Januarij 1816.↑
146Gijsbert Karel van Hogendorp.↑
147Letters from Bonham to Earl Bathurst 18 Julij en 30 Augustus 1814. Parlements-acte ter vergunning van den handel tusschen de Vereenigde provintien en zekerecoloniën, thans in bezitting van Zijne Britsche Majesteit, gedagteekend 17 Junij 1814, gepubliceerd te Paramaribo den 29 Augustus 1814.↑
148Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1815.↑
149Letter from Bonham to Earl Bathurst, 27 Februarij 1810, 30 October 1815.↑
150Letters from B. J. Jones, Agent of the colony of Surinam to Henry Goulborn, etc.
Letters from Bonham to Earl Bathurst, 18 Augustus 1819.↑
151Petition from British subjects living at Nickerie to the BritishGovernment.
Lettre de Fagel à Lord Castlereagh, 15 Mai 1816.↑
152Letters from Bonham to Earl Bathurst, 15 Julij 1814, 4 April en 4 Augustus 1815.↑
153Letter from Bonham to Earl Bathurst, 22 Augustus 1814.↑
154Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑