1Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.↑2Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.↑3Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaandeReglementop het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart inSuriname, van 14 September 1813.↑4Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.↑5Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.↑6Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.↑7Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑8Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.↑9Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenigeAlgemeene Schoolwettenvoor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie.↑10Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.↑11Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.↑12Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.↑13Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.↑14Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.↑15Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.↑16Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑17Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑18Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑19Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 61.↑20Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.↑21Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.↑22De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1stedeel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.↑23Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.↑24Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.↑25Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑26Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.↑27Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6dejaargang, waar eenelevensschetsvan A. de Veer voorkomt.↑28Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.↑29Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.↑30Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.↑31Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.↑32Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.↑33Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.↑34Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.↑35Notificatie van 6 Junij 1825.↑36Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.↑37Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.↑38Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemdekoloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer.Publicatiënvan A. de Veer,10 Januarij en 23Januarij1824.Despatchfrom secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824.↑39Brief vanEloutaan deVeer, 24 December 1828.↑40Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 64.↑41Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑42Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑43Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 66.↑44Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑45Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑46Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑47Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel. bldz. 67.↑48Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.↑49Sommige schrijvers over definantiëlekwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was.↑50Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz.↑51Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand van Suriname.↑52Publicatie van de Veer, 28 December 1826.↑53Publicatie van de Veer, 30 December 1826.↑54Publicatie van de Veer, 30 October 1827.↑55Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.↑56Publicatie van de Veer, 29 April 1828.↑57Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.↑58Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,bladz. 84.↑59Omtrent deofficieelehandelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen.↑60Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828.↑61Publicatiënvan Cantz’laar, 19 November 1828.↑62Publicatiënvan Cants’laar, 26 Augustus 1828.↑63Publicatiënvan Cantz’laar, 5 December 1828.↑64Publicatiënvan Cantz’laar, 26 October 1830.↑65Publicatiënvan Cantz’laar, 18 November 1828.Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.↑66Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828.↑67Reglement van 7 October 1828.↑68Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828.↑69Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828.↑70Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.↑71Koninglijk Besluit van 30 December 1828,Publicatiënvan Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.↑72Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.↑73Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831.↑74Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000.↑75Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.↑76Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz 69.↑77Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz. 69.↑78Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830.↑79Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831.↑80Teenstra,De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72.Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑81Halberstadt,Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.↑82Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.↑83Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.↑84Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen degeoctroijeerdeSociëteitvan Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld.↑85Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd.↑86In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.↑87Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven.↑88Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten enofficieelestukken.↑89Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.↑90Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.↑91Publicatiënvan van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.↑92Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.↑93Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.↑94Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan.↑95H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21.↑96Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑97Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.↑98Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.↑99Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.↑100In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.↑101Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.↑102Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑103Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23.↑104Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2edeel, blz. 110.↑105Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, blz. 116.↑106Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.↑107Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.↑108Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.↑109Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑110Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister vanKoloniën(1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.↑111Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑112Ellis, Chronologie van Suriname,bladz. 22.↑113Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑114Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑115Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑116Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑117Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.↑118Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑119Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.↑120Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.↑121Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑122Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑123Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑124Proclamatiënvan de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.↑125Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.↑126Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.↑127Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.↑128Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.↑129Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.↑130Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.↑131Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.↑132In de naburige EngelscheKoloniënDemerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62.↑133Zie de rede van den Minister vanKoloniënJ. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte blz. 38 en 39.↑134Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 37.↑135Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.↑136Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840.↑137Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.↑138Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19.↑139Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.↑140Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑141Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑142Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑143Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.↑144Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.↑145Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.↑146Ellis, Chronologie vanSuriname, bladz. 26.↑147Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.↑148Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.↑149Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.↑150Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.↑151Koninklijk Besluit, 5 October 1843.↑152Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister vanKoloniën, 31 October 1843.↑153Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.↑154Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)↑155Adres van belanghebbenden aan den Minister vanKoloniën, 25 November 1843.Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.↑156Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister vanKoloniën, 11 November 1844.↑157Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.↑158Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.↑159Rede van den Minister vanKoloniënin de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 31.↑160Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren vanplantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.↑161Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.↑162Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelstzeer belangrijkebijzonderheden.↑163Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.↑164Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A.Copijn, in het TijdschriftWest-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.↑165Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑166Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑167Woorden van den Minister vanKoloniënin de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.↑168Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.↑169R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.↑170Publicatiënvan de Kanter en van Raders, 13 October 1815.↑171A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.↑172Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.↑173Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.↑
1Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.↑2Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.↑3Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaandeReglementop het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart inSuriname, van 14 September 1813.↑4Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.↑5Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.↑6Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.↑7Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑8Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.↑9Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenigeAlgemeene Schoolwettenvoor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie.↑10Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.↑11Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.↑12Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.↑13Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.↑14Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.↑15Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.↑16Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑17Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑18Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑19Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 61.↑20Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.↑21Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.↑22De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1stedeel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.↑23Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.↑24Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.↑25Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑26Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.↑27Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6dejaargang, waar eenelevensschetsvan A. de Veer voorkomt.↑28Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.↑29Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.↑30Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.↑31Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.↑32Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.↑33Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.↑34Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.↑35Notificatie van 6 Junij 1825.↑36Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.↑37Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.↑38Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemdekoloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer.Publicatiënvan A. de Veer,10 Januarij en 23Januarij1824.Despatchfrom secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824.↑39Brief vanEloutaan deVeer, 24 December 1828.↑40Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 64.↑41Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑42Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑43Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 66.↑44Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑45Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑46Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑47Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel. bldz. 67.↑48Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.↑49Sommige schrijvers over definantiëlekwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was.↑50Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz.↑51Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand van Suriname.↑52Publicatie van de Veer, 28 December 1826.↑53Publicatie van de Veer, 30 December 1826.↑54Publicatie van de Veer, 30 October 1827.↑55Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.↑56Publicatie van de Veer, 29 April 1828.↑57Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.↑58Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,bladz. 84.↑59Omtrent deofficieelehandelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen.↑60Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828.↑61Publicatiënvan Cantz’laar, 19 November 1828.↑62Publicatiënvan Cants’laar, 26 Augustus 1828.↑63Publicatiënvan Cantz’laar, 5 December 1828.↑64Publicatiënvan Cantz’laar, 26 October 1830.↑65Publicatiënvan Cantz’laar, 18 November 1828.Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.↑66Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828.↑67Reglement van 7 October 1828.↑68Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828.↑69Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828.↑70Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.↑71Koninglijk Besluit van 30 December 1828,Publicatiënvan Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.↑72Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.↑73Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831.↑74Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000.↑75Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.↑76Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz 69.↑77Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz. 69.↑78Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830.↑79Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831.↑80Teenstra,De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72.Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑81Halberstadt,Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.↑82Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.↑83Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.↑84Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen degeoctroijeerdeSociëteitvan Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld.↑85Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd.↑86In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.↑87Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven.↑88Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten enofficieelestukken.↑89Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.↑90Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.↑91Publicatiënvan van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.↑92Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.↑93Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.↑94Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan.↑95H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21.↑96Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑97Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.↑98Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.↑99Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.↑100In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.↑101Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.↑102Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑103Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23.↑104Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2edeel, blz. 110.↑105Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, blz. 116.↑106Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.↑107Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.↑108Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.↑109Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑110Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister vanKoloniën(1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.↑111Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑112Ellis, Chronologie van Suriname,bladz. 22.↑113Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑114Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑115Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑116Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑117Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.↑118Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑119Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.↑120Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.↑121Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑122Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑123Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑124Proclamatiënvan de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.↑125Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.↑126Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.↑127Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.↑128Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.↑129Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.↑130Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.↑131Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.↑132In de naburige EngelscheKoloniënDemerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62.↑133Zie de rede van den Minister vanKoloniënJ. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte blz. 38 en 39.↑134Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 37.↑135Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.↑136Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840.↑137Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.↑138Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19.↑139Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.↑140Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑141Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑142Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑143Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.↑144Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.↑145Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.↑146Ellis, Chronologie vanSuriname, bladz. 26.↑147Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.↑148Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.↑149Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.↑150Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.↑151Koninklijk Besluit, 5 October 1843.↑152Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister vanKoloniën, 31 October 1843.↑153Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.↑154Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)↑155Adres van belanghebbenden aan den Minister vanKoloniën, 25 November 1843.Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.↑156Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister vanKoloniën, 11 November 1844.↑157Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.↑158Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.↑159Rede van den Minister vanKoloniënin de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 31.↑160Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren vanplantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.↑161Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.↑162Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelstzeer belangrijkebijzonderheden.↑163Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.↑164Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A.Copijn, in het TijdschriftWest-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.↑165Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑166Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑167Woorden van den Minister vanKoloniënin de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.↑168Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.↑169R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.↑170Publicatiënvan de Kanter en van Raders, 13 October 1815.↑171A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.↑172Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.↑173Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.↑
1Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.↑2Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.↑3Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaandeReglementop het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart inSuriname, van 14 September 1813.↑4Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.↑5Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.↑6Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.↑7Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑8Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.↑9Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenigeAlgemeene Schoolwettenvoor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie.↑10Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.↑11Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.↑12Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.↑13Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.↑14Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.↑15Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.↑16Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑17Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑18Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑19Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 61.↑20Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.↑21Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.↑22De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1stedeel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.↑23Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.↑24Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.↑25Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑26Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.↑27Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6dejaargang, waar eenelevensschetsvan A. de Veer voorkomt.↑28Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.↑29Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.↑30Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.↑31Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.↑32Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.↑33Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.↑34Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.↑35Notificatie van 6 Junij 1825.↑36Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.↑37Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.↑38Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemdekoloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer.Publicatiënvan A. de Veer,10 Januarij en 23Januarij1824.Despatchfrom secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824.↑39Brief vanEloutaan deVeer, 24 December 1828.↑40Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 64.↑41Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑42Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑43Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 66.↑44Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑45Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑46Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑47Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel. bldz. 67.↑48Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.↑49Sommige schrijvers over definantiëlekwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was.↑50Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz.↑51Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand van Suriname.↑52Publicatie van de Veer, 28 December 1826.↑53Publicatie van de Veer, 30 December 1826.↑54Publicatie van de Veer, 30 October 1827.↑55Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.↑56Publicatie van de Veer, 29 April 1828.↑57Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.↑58Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,bladz. 84.↑59Omtrent deofficieelehandelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen.↑60Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828.↑61Publicatiënvan Cantz’laar, 19 November 1828.↑62Publicatiënvan Cants’laar, 26 Augustus 1828.↑63Publicatiënvan Cantz’laar, 5 December 1828.↑64Publicatiënvan Cantz’laar, 26 October 1830.↑65Publicatiënvan Cantz’laar, 18 November 1828.Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.↑66Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828.↑67Reglement van 7 October 1828.↑68Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828.↑69Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828.↑70Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.↑71Koninglijk Besluit van 30 December 1828,Publicatiënvan Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.↑72Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.↑73Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831.↑74Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000.↑75Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.↑76Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz 69.↑77Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz. 69.↑78Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830.↑79Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831.↑80Teenstra,De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72.Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑81Halberstadt,Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.↑82Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.↑83Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.↑84Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen degeoctroijeerdeSociëteitvan Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld.↑85Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd.↑86In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.↑87Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven.↑88Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten enofficieelestukken.↑89Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.↑90Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.↑91Publicatiënvan van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.↑92Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.↑93Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.↑94Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan.↑95H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21.↑96Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑97Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.↑98Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.↑99Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.↑100In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.↑101Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.↑102Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑103Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23.↑104Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2edeel, blz. 110.↑105Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, blz. 116.↑106Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.↑107Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.↑108Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.↑109Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑110Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister vanKoloniën(1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.↑111Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑112Ellis, Chronologie van Suriname,bladz. 22.↑113Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑114Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑115Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑116Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑117Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.↑118Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑119Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.↑120Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.↑121Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑122Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑123Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑124Proclamatiënvan de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.↑125Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.↑126Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.↑127Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.↑128Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.↑129Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.↑130Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.↑131Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.↑132In de naburige EngelscheKoloniënDemerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62.↑133Zie de rede van den Minister vanKoloniënJ. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte blz. 38 en 39.↑134Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 37.↑135Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.↑136Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840.↑137Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.↑138Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19.↑139Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.↑140Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑141Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑142Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑143Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.↑144Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.↑145Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.↑146Ellis, Chronologie vanSuriname, bladz. 26.↑147Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.↑148Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.↑149Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.↑150Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.↑151Koninklijk Besluit, 5 October 1843.↑152Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister vanKoloniën, 31 October 1843.↑153Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.↑154Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)↑155Adres van belanghebbenden aan den Minister vanKoloniën, 25 November 1843.Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.↑156Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister vanKoloniën, 11 November 1844.↑157Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.↑158Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.↑159Rede van den Minister vanKoloniënin de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 31.↑160Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren vanplantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.↑161Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.↑162Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelstzeer belangrijkebijzonderheden.↑163Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.↑164Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A.Copijn, in het TijdschriftWest-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.↑165Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑166Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑167Woorden van den Minister vanKoloniënin de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.↑168Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.↑169R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.↑170Publicatiënvan de Kanter en van Raders, 13 October 1815.↑171A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.↑172Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.↑173Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.↑
1Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.↑2Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.↑3Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaandeReglementop het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart inSuriname, van 14 September 1813.↑4Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.↑5Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.↑6Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.↑7Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑8Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.↑9Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenigeAlgemeene Schoolwettenvoor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie.↑10Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.↑11Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.↑12Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.↑13Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.↑14Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.↑15Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.↑16Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑17Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑18Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑19Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 61.↑20Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.↑21Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.↑22De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1stedeel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.↑23Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.↑24Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.↑25Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑26Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.↑27Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6dejaargang, waar eenelevensschetsvan A. de Veer voorkomt.↑28Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.↑29Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.↑30Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.↑31Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.↑32Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.↑33Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.↑34Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.↑35Notificatie van 6 Junij 1825.↑36Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.↑37Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.↑38Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemdekoloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer.Publicatiënvan A. de Veer,10 Januarij en 23Januarij1824.Despatchfrom secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824.↑39Brief vanEloutaan deVeer, 24 December 1828.↑40Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 64.↑41Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑42Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑43Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 66.↑44Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑45Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑46Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑47Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel. bldz. 67.↑48Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.↑49Sommige schrijvers over definantiëlekwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was.↑50Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz.↑51Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand van Suriname.↑52Publicatie van de Veer, 28 December 1826.↑53Publicatie van de Veer, 30 December 1826.↑54Publicatie van de Veer, 30 October 1827.↑55Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.↑56Publicatie van de Veer, 29 April 1828.↑57Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.↑58Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,bladz. 84.↑59Omtrent deofficieelehandelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen.↑60Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828.↑61Publicatiënvan Cantz’laar, 19 November 1828.↑62Publicatiënvan Cants’laar, 26 Augustus 1828.↑63Publicatiënvan Cantz’laar, 5 December 1828.↑64Publicatiënvan Cantz’laar, 26 October 1830.↑65Publicatiënvan Cantz’laar, 18 November 1828.Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.↑66Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828.↑67Reglement van 7 October 1828.↑68Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828.↑69Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828.↑70Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.↑71Koninglijk Besluit van 30 December 1828,Publicatiënvan Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.↑72Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.↑73Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831.↑74Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000.↑75Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.↑76Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz 69.↑77Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz. 69.↑78Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830.↑79Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831.↑80Teenstra,De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72.Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑81Halberstadt,Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.↑82Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.↑83Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.↑84Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen degeoctroijeerdeSociëteitvan Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld.↑85Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd.↑86In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.↑87Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven.↑88Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten enofficieelestukken.↑89Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.↑90Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.↑91Publicatiënvan van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.↑92Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.↑93Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.↑94Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan.↑95H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21.↑96Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑97Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.↑98Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.↑99Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.↑100In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.↑101Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.↑102Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑103Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23.↑104Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2edeel, blz. 110.↑105Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, blz. 116.↑106Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.↑107Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.↑108Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.↑109Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑110Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister vanKoloniën(1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.↑111Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑112Ellis, Chronologie van Suriname,bladz. 22.↑113Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑114Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑115Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑116Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑117Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.↑118Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑119Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.↑120Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.↑121Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑122Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑123Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑124Proclamatiënvan de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.↑125Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.↑126Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.↑127Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.↑128Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.↑129Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.↑130Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.↑131Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.↑132In de naburige EngelscheKoloniënDemerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62.↑133Zie de rede van den Minister vanKoloniënJ. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte blz. 38 en 39.↑134Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 37.↑135Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.↑136Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840.↑137Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.↑138Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19.↑139Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.↑140Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑141Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑142Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑143Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.↑144Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.↑145Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.↑146Ellis, Chronologie vanSuriname, bladz. 26.↑147Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.↑148Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.↑149Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.↑150Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.↑151Koninklijk Besluit, 5 October 1843.↑152Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister vanKoloniën, 31 October 1843.↑153Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.↑154Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)↑155Adres van belanghebbenden aan den Minister vanKoloniën, 25 November 1843.Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.↑156Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister vanKoloniën, 11 November 1844.↑157Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.↑158Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.↑159Rede van den Minister vanKoloniënin de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 31.↑160Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren vanplantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.↑161Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.↑162Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelstzeer belangrijkebijzonderheden.↑163Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.↑164Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A.Copijn, in het TijdschriftWest-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.↑165Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑166Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑167Woorden van den Minister vanKoloniënin de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.↑168Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.↑169R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.↑170Publicatiënvan de Kanter en van Raders, 13 October 1815.↑171A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.↑172Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.↑173Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.↑
1Proclamatie van Van Panhuijs, 27 Februarij 1816.↑
2Proclamatie van Van Panhuijs, 4 Julij 1816.↑
3Zie over het een en ander hier vermelde, het uit 110 artikelen bestaandeReglementop het beleid van de Regering, het Justitiewezen, den Landbouw en de Scheepvaart inSuriname, van 14 September 1813.↑
4Proclamatie van van Panhuys, 2, 4 en 6 Maart 1816.↑
5Proclamatie van van Panhuys, 28 Junij 1816.↑
6Beschouwing van het Adres van P. C. Bosch Reitz, c. s. door ingezetenen der kolonie Suriname, bladz. 41.↑
7Publicatie van Vaillant, 19 Julij 1816. Teenstra: De Landbouw in de kolonie Suriname, bladz. 60; Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 47.↑
8Resolutie van Gouverneur en Raden, 23 December 1816.↑
9Resolutie van Gouverneur en Raden, 19 Mei 1817, behelzende de bepaling van eenigeAlgemeene Schoolwettenvoor de schoolhouders en onderwijzers der jeugd in deze kolonie.↑
10Publicatie van Vaillant, 26 Februarij 1817.↑
11Publicatie van Vaillant, 19 Mei 1817.↑
12Publicatie van Vaillant, 11 Maart en 19 Mei 1817.↑
13Proclamatie van Vaillant, 24 October 1816.↑
14Resolutie van Vaillant, 13 November 1818.↑
15Proclamatie van Vaillant, 28 December 1818.↑
16Proclamatie van Vaillant, 3 November 1818. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48. Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑
17Teenstra, De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60.↑
18Teenstra. De Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bladz. 60. Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑
19Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 61.↑
20Proclamatie van Vaillant, 6 Junij 1817.↑
21Resolutie van Gouverneur en Raden, 18 Maart 1818.↑
22De preek van Ds. Uden Masman werd later, benevens een verhaal van den brand, in druk uitgegeven bij Leeneman van der Kroe. Aan dit werkje en aan Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1stedeel, bladz. 61—64, zijn de hier medegedeelde bijzonderheden ontleend.↑
23Teenstra merkt aan, dat de waardeering der huizen door elkander op ƒ 20,000 hoog, ja stellig te hoog is, daar er verscheidene hutjes en kleine pakhuizen of bijgebouwen onder waren.↑
24Publicatie van Vaillant, 5 September 1821.↑
25Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 48.↑
26Publicatie van Vaillant, 23 Julij 1821.↑
27Vele der hier vermelde bijzonderheden omtrent de Veer zijn ontleend aan: Handelingen en Geschriften van het Indisch Genootschap te ’s Gravenhage, 6dejaargang, waar eenelevensschetsvan A. de Veer voorkomt.↑
28Publicatie van A. de Veer, 21 Mei 1822.↑
29Publicatie van A. de Veer, 18 Augustus 1823.↑
30Publicatie van A. de Veer, 1 Maart 1823.↑
31Publicatie van A. de Veer, 20 Maart 1824.↑
32Resolutie van Gouverneur en Raden, 9 December 1824.↑
33Publicatie van A. de Veer, 20 December 1824.↑
34Publicatie van A. de Veer, 5 Maart 1828.↑
35Notificatie van 6 Junij 1825.↑
36Publicatie van A. de Veer, 6 October 1825.↑
37Publicatie van A. de Veer, 19 April 1826.↑
38Aan de Redactie van het Tijdschrift: Bijdrage tot de kennis der Nederlandsche en vreemdekoloniën, bijzonder betrekkelijk de vrijlating der slaven, door G. S. de Veer.Publicatiënvan A. de Veer,10 Januarij en 23Januarij1824.Despatchfrom secretary Canning to Viscount Granville, 7 May 1824.↑
39Brief vanEloutaan deVeer, 24 December 1828.↑
40Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 64.↑
41Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑
42Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel blz. 65.↑
43Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 66.↑
44Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑
45Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑
46Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, bldz. 65.↑
47Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel. bldz. 67.↑
48Publicatie van A. de Veer, 20 Junij 1825.↑
49Sommige schrijvers over definantiëlekwestie, als: J. J. de Mesquita en anderen vermelden wel dit laatste feit, doch niet de vroegere daling van het kaartengeld, die hun misschien bij gebrek aan historische bescheiden onbekend was.↑
50Publicatie van de Veer, 25 October 1826, behelzende bepalingen omtrent de intrekking met primo Januarij 1827, van het Surinaamsch papieren- en kaartengeld, enz.↑
51Publicatie van de Veer, 20 December 1826. J. J. de Mesquita. Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand van Suriname.↑
52Publicatie van de Veer, 28 December 1826.↑
53Publicatie van de Veer, 30 December 1826.↑
54Publicatie van de Veer, 30 October 1827.↑
55Publicatie van de Veer, 5 Maart 1828, No. 3 en 4.↑
56Publicatie van de Veer, 29 April 1828.↑
57Publicatie van de Veer, 20 Mei 1828.↑
58Sypesteyn, Beschrijving van Suriname,bladz. 84.↑
59Omtrent deofficieelehandelingen van van den Bosch leze men het Gouvernementsblad van 1828, No. 3, waarin het Reglement op het beleid der Regering van de Nederlandsche West-Indische bezittingen, benevens de daartoe behoorende bijlagen.↑
60Publicatie van P. R. Cantz’laar, 20 Mei 1828.↑
61Publicatiënvan Cantz’laar, 19 November 1828.↑
62Publicatiënvan Cants’laar, 26 Augustus 1828.↑
63Publicatiënvan Cantz’laar, 5 December 1828.↑
64Publicatiënvan Cantz’laar, 26 October 1830.↑
65Publicatiënvan Cantz’laar, 18 November 1828.
Deze wetten waren reeds door van den Bosch opgesteld, doch door den Gouverneur-Generaal in Rade geamplieerd en uitgevaardigd.↑
66Publicatie van Cantz’laar, 23 December 1828.↑
67Reglement van 7 October 1828.↑
68Publicatie van Cantz’laar, 7 October 1828.↑
69Publicatie van Cantz’laar, 20 November 1828.↑
70Deze eerstgenoemde waarborg heeft eigenlijk niet bestaan.↑
71Koninglijk Besluit van 30 December 1828,Publicatiënvan Cantz’laar, 19 Maart en 5 Junij 1829.↑
72Verzameling van stukken aangaande de Surinaamsche aangelegenheden 1845. 2o gedeelte bladz. 28.↑
73Publicatie van Cantz’laar, 3 Mei 1831.↑
74Nog tweemaal werd het Koloniaal Gouvernement gemagtigd tot afgifte van wissels ten bedrage van ƒ 200,000 op het Gouvernement in het Nederland, als in 1838 en 1839 telkens voor ƒ 100,000.↑
75Ontwerp ter verbetering van denfinantiëlentoestand in de Kolonie Suriname, door J. J. de Mesquita, bladz. 39.↑
76Teenstra. De Landbouw in den Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz 69.↑
77Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49. Teenstra,De Landbouw in de Kolonie Suriname, 1ste deel,bladz. 69.↑
78Publicatie van Cantz’laar, 7 September 1830.↑
79Publicatie van Cantz’laar, 18 October 1831.↑
80Teenstra,De Landbouw in de kolonie Suriname, 1e deel, bladz. 69–72.Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑
81Halberstadt,Vrijmoedige gedachten over de oorzaken van den tegenwoordigen staat van verval in de kolonie Suriname, bladz. 13.↑
82Publicatie van van Heeckeren, den 19 November 1831.↑
83Publicatie van van Heeckeren, den 2 Mei 1832.↑
84Men herinnere zich hierbij de vele twisten tusschen degeoctroijeerdeSociëteitvan Suriname en de Kolonisten, vroeger medegedeeld.↑
85Reeds bij de komst van van den Bosch was door de heer Bent in een uitvoerig adres het begeerlijke van beschermende regten (protecting duty) betoogd.↑
86In 1827 en 1828 vond men gereede koopers tegen 11 cent het Amsterdamsche pond, thans naauwelijks tegen 5 cents.↑
87Als een bewijs hoezeer de armoede toenam deelden adressanten de bijzonderheid mede, dat terwijl vroeger de hoofdgelden door ieder werden opgebragt, behoudens eenige zeer weinige uitzonderingen, er thans in 1829 alleen ongeveer 600 certificaten van onvermogen waren afgegeven.↑
88Hoezeer deze bewering leugenachtig was blijkt uit: Teenstra. De Negerslaven in de Kolonie Suriname, en andere particuliere berigten enofficieelestukken.↑
89Uit het door Teenstra daaromtrent medegedeelde blijkt welke groote onbillijkheid jegens de slaven aldaar gepleegd was.↑
90Publicatie van van Heeckeren, 6 Februarij 1832.↑
91Publicatiënvan van Heeckeren, 23 en 27 Maart 1832.↑
92Publicatie van van Heeckeren, 10 October 1832.↑
93Publicatie van het Gemeente-bestuur, 27 September 1832.↑
94Teenstra. De Negerslaven in de kolonie Suriname, bladz. 213. Het voor de Luthersche kerk bestelde orgel kwam in December 1832 en dus gelukkig na den brand in Suriname aan.↑
95H. W. R. Ellis, Chronologie der Geschiedenis van Suriname, bladz. 21.↑
96Sypesteyn,Beschrijving van Suriname, bladz. 49.↑
97Proclamatie van van Heeckeren, 28 Mei 1834.↑
98Publicatie van van Heeckeren, 3 December 1832.↑
99Bij het later uitgevaardigd Reglement op het beheer der Districten Nickerie werd hetzelfde beginsel gevolgd. Aan de Landdrosten werd de handhaving der burgerlijke orde, het toezigt op het nakomen der wetten en de bevordering van het algemeen welzijn opgedragen. Een Collegie van drie ingezetenen werd hun toegevoegd, welke den titel voerden: Raden Hoofd-Ingelanden, en die eene civiele en Correctionele regtbank vormden.↑
100In 1836 werd een Nieuw Reglement daarvoor ontworpen en een Hoofd-ambtenaar onder den titel van Curator aangesteld, zie Publicatie van van Heeckeren, 8 Februarij 1836.↑
101Omtrent den toenmaligen Gouvernements-secretaris G. A. van der Mee, die bij van Heeckeren in blakende gunst stond, vindt men vele klagten in Processtukken, ter zake van den boedel van G. T. Voigt, waarbij diens weduwe zich over slechte beheering beklaagde en eischte dat een andere voogd over hare minderjarige kinderen werd aangesteld, welke eisch door het geregtshof is toegestaan. (Zie eisch en Conclusie in zake van L. van Voigt en H. Lans, ingediend den 9 Januarij 1837.↑
102Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑
103Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21–23.↑
104Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 2edeel, blz. 110.↑
105Teenstra, de Landbouw in de kolonie Suriname, 1edeel, blz. 116.↑
106Sypesteyn, Beschrijving van Suriname, bladz. 84.↑
107Halberstadt. Vrijmoedige gedachten enz., bladz. 61. De schrijver doelt hier o. a. op een geval wegens willekeurige handelwijze van het koloniaal Gouvernement, omtrent zekeren Engelschen grondeigenaar, den bij ons bekenden John Bent.↑
108Publicatie van van Heeckeren, 19 November 1834.↑
109Publicatie van van Heeckeren, 13 Mei 1836.
Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑
110Onder het korte bestuur van jonkheer Cornets de Groot, als Minister vanKoloniën(1861) schijnt hem echter regt te zijn gedaan en zijne eischen ingewilligd.↑
111Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 22.↑
112Ellis, Chronologie van Suriname,bladz. 22.↑
113Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑
114Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 21.↑
115Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑
116Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 23.↑
117Proclamatie van van Heeckeren, 2 Junij 1838.↑
118Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑
119Proclamatie van de Kanter, 2 Junij 1838.↑
120Publicatie van de Kanter, 4 Januarij 1839.↑
121Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑
122Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑
123Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24.↑
124Proclamatiënvan de Kanter en van Rijk, 16 Julij 1839.↑
125Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1839.↑
126Publicatie van J. C. Rijk, 28 December 1839.↑
127Publicatie van J. C. Rijk, 12 Mei 1840.↑
128Publicatie van J. C. Rijk, 9 December 1840.↑
129Publicatie van J. C. Rijk, 28 April 1841.↑
130Publicatie van J. C. Rijk, 8 Mei 1841.↑
131Publicatie van J. C. Rijk, 15 November 1841.↑
132In de naburige EngelscheKoloniënDemerary en Berbice was reeds in 1826 een Protector voor de slaven aangesteld, en een reglement ingevoerd, waarbij, als hoogste straf door den eigenaar op te leggen, 25 zweepslagen voor mannen werd toegestaan; terwijl vrouwen op verbeurte van ƒ 1400 niet met de zweep mogten worden gestraft.
Teenstra. De negerslaven in de kolonie Suriname, van 159–62.↑
133Zie de rede van den Minister vanKoloniënJ. C. Baud, 14 Maart 1843, en Verzameling van stukken, aangaande de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte blz. 38 en 39.↑
134Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 37.↑
135Publicatie van J. C. Rijk, 7 October 1839.↑
136Publicatie van J. C. Rijk, 13–14 Julij 1840.↑
137Publicatie van J. C. Rijk, 16 October 1841.↑
138Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 30 en 31. Beschouwing van het adres van Bosch-Reitz, c. s., bladz. 7 en 17–19.↑
139Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 24 en 25.↑
140Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑
141Ellis, Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑
142Chronologie van Suriname, bladz. 25.↑
143Publicatie van J. C. Rijk, 5 Januarij 1841.
Proclamatie van J. C. Rijk, 24 Maart 1841.↑
144Publicatie van J. C. Rijk, 1 Maart 1842.↑
145Publicatie van J. C. Rijk, 31 Maart 1842.↑
146Ellis, Chronologie vanSuriname, bladz. 26.↑
147Publicatie van de Kanter en Elias, 15 November 1842.↑
148Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s. door eenige ingezetenen van Suriname.↑
149Request van G. L. Röperhoff aan Elias, 18 Augustus 1843. Resolutie van Elias, 4 September 1843.↑
150Adres van de leden van den kolonialen Raad aan Elias. September 1843.↑
151Koninklijk Besluit, 5 October 1843.↑
152Adres van belanghebbenden te Amsterdam aan den Minister vanKoloniën, 31 October 1843.↑
153Dispositie van J. C. Baud, 8 November 1843.↑
154Dat die zorgelijke gesteldheid door Elias was verwekt, werd o. a. in de brochure “Beschouwing van een adres van Bosch Reitz c. s.,” door andere Surinamers ontkend; het moest in allen gevalle eerst worden bewezen en de adressanten willen bewijzen uit hetgeen nog bewezen moest worden (petitio principii.)↑
155Adres van belanghebbenden aan den Minister vanKoloniën, 25 November 1843.
Droevig is het hoe overigens achtingswaardige mannen zoo bij herhaling ijveren kunnen, als ware voor het een palladium der vrijheid, voor het regt, om naar hartelust menschen van gelijke bewegingen als adressanten, ten bloede te laten geeselen, en hoezeer wordt het stelsel der slavernij ook hierdoor veroordeeld.↑
156Adressen aan den Koning van belanghebbenden, enz. 2 October 1844. Dispositie van den Minister vanKoloniën, 11 November 1844.↑
157Beschouwing van het adres van Bosch Reitz, c. s. bladz. 6.↑
158Publicatie van Elias, 19 Junij 1844.↑
159Rede van den Minister vanKoloniënin de zitting van 4 Maart 1845. Verzameling van stukken over de Surinaamsche aangelegenheden, 2degedeelte, bladz. 31.↑
160Proces-Verbaal van het verhandelde op eene comparitie van Eigenaren en Administrateuren vanplantagiën, gehouden te Paramaribo op den 1 Julij 1844.↑
161Koninklijke Besluiten van 6 November 1844, no. 10 en 3.
Verzameling van stukken over Surinaamsche aangelegenheden. Beschouwing van het adres van Bosch Reitz c. s.↑
162Genoemde Brochure waaruit wij reeds een en ander aanhaalden, is in een gematigden doch vaardigen toon geschreven, en behelstzeer belangrijkebijzonderheden.↑
163Sommigen en hieronder de heer Rijsdijk, een der landbouwende leden der Commissie, beschouwen dat juist de toekenning van te veel magt aan bestuurders der nederzetting, nadeelig heeft gewerkt. In Maart 1845 werd bij K. B. een reglement van orde en bestuur uitgevaardigd, en dit door Elias 15 Mei 1845 gepubliceerd.—Zie publicatie van Elias, 15 Mei 1845.↑
164Deze en de later mede te deelen bijzonderheden omtrent de Europesche kolonisatie zijn voornamelijk ontleend aan: Schets van de lotgevallen der kolonisten, enz., door A.Copijn, in het TijdschriftWest-Indië, eerste jaargang; Geschiedkundige aanteekeningen, rakende proeven van Europesche kolonisten in Suriname door R. J. Baron van Raders; eene reeks van artikelen in het Surinaamsche Weekblad, getiteld: Europesche kolonisatie, vrije landbouw in Suriname, door J. Rijsdijk. enz.↑
165Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑
166Publicatie van Elias, 10 Junij 1845.↑
167Woorden van den Minister vanKoloniënin de zitting van de Tweede Kamer van 14 Maart 1845.↑
168Koninklijk Besluit, 1 Julij 1845.↑
169R. F. baron van Raders, de wijze van opheffing der slavernij, enz. bladz. 7.↑
170Publicatiënvan de Kanter en van Raders, 13 October 1815.↑
171A. Copijn, zie West-Indië, eerste jaargang, bladz. 245.↑
172Publicatiën van van Raders, 30 December 1845, 18 Junij 1846, 1 Julij 1847.↑
173Verslag van den staat enz. der Maatschappij tot bevordering van den Landbouw onder de vrije bevolking, 12 September 1848. bladz. 1.↑