AENEAS.

[Inhoud]AENEAS.(VERGILIUS: AENEÏS).[Inhoud]I.DE AANKOMST IN CARTHAGO.Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.[Inhoud]II.AENEAS EN DIDO.IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.[Inhoud]III.OP WEG NAAR LATIUM.V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.[Inhoud]IV.DE STRIJD OM ITALIË.VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]

[Inhoud]AENEAS.(VERGILIUS: AENEÏS).[Inhoud]I.DE AANKOMST IN CARTHAGO.Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.[Inhoud]II.AENEAS EN DIDO.IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.[Inhoud]III.OP WEG NAAR LATIUM.V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.[Inhoud]IV.DE STRIJD OM ITALIË.VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]

AENEAS.(VERGILIUS: AENEÏS).

[Inhoud]I.DE AANKOMST IN CARTHAGO.Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.[Inhoud]II.AENEAS EN DIDO.IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.[Inhoud]III.OP WEG NAAR LATIUM.V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.[Inhoud]IV.DE STRIJD OM ITALIË.VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]

[Inhoud]I.DE AANKOMST IN CARTHAGO.Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.

I.DE AANKOMST IN CARTHAGO.

Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.

Boek I.Aeneas, uit het brandende Ilium ontsnapt, voer met zijn vaderAnchises, met zijn zoontjeAscaniusofIulus, en met tal van makkers op een twintigtal schepen van de Trojaansche kust weg, om, naar de beschikking van het noodlot, in Italië zich een nieuw rijk in te richten.

Maar Juno haatte hem, den Trojaan, en zij vreesde hem bovendien. Zij, de beschermster van het jonge Carthago,[128]wist dat deze stad eens door gesprotenen uit Trojaansch bloed vernietigd zou worden. Toen Aeneas van Sicilië was weggevaren en het doel van zijn reis dus reeds zeer nabij was, wendde daarom Juno zich tot Aeolus, den god van den wind. De schoonste uit de nymfen, die haar begeleidden, bood zij hem tot vrouw, als hij Aeneas wilde verhinderen, het doel van zijn tocht te bereiken. Toen liet Aeolus alle stormen tegelijk op de schepen los. Door geweldige golven werden de lichte vaartuigen ver uiteen geslingerd. Mannen raakten overboord en dreven, worstelend met de hooge stortzeeën, hier en daar op den plas. Voor allen scheen de ondergang nabij. Toen echter merkte Neptunus de ongewone beroering in zijn rijk. Hij reed naar de oppervlakte, en het zeevlak werd effen onder de wielen van zijn wagen.

De schepen waren intusschen gedeeltelijk vergaan; de overige waren geheel uit den koers geslagen en ver van elkander verwijderd geraakt. Dat van Aeneas landde eindelijk op Afrikaanschen bodem.

Nog niet lang geleden wasDido, een Tyrische koningsdochter, hier aangekomen. Zij was met den rijken Tyriër Sychaeus getrouwd geweest; maar haar broederPygmalion, die na den dood van haar vader koning was geworden, had haar man vermoord om zich van zijn schatten meester te kunnen maken. Toen durfde Dido niet langer in Tyrus blijven en vluchtte met een aantal volgelingen over zee naar Afrika, waar zij nu bezig was een nieuwe stad, Carthago, te bouwen.

Aan het strand van het voor hen onbekende land werd door de schepelingen maaltijd gehouden en Aeneas trachtte zijn makkers moed in te spreken: daar immers het noodlot het wilde, zou men, hoe dan ook, ten slotte toch in Italië belanden! Maar inwendig werd hij ook zelf door groote zorgen gefolterd. Toen richtte zich zijn moeder Venus tot Jupiter, en wist van hem gedaan te[129]krijgen, dat Hermes naar Dido werd gezonden, om haar zacht tegenover de vreemdelingen, die in aantocht waren, te stemmen. Ook verscheen Venus, in de gedaante van een jageres, zelve aan haar zoon, openbaarde hem, waar hij was, sprak hem moed in, en wees hem den weg, dien hij had te volgen. Voor ieder onzichtbaar, in een wolk gehuld, bereikte hij met een van zijn makkers de stad. Daar zag hij met bewondering de plaats in aanbouw en de toekomstige bewoners als nijvere bijen in de weer. En hij voelde zich als in een omgeving van bekenden, toen hij in het beitelwerk, dat een der tempels versierde, allerlei tooneelen uit den strijd voor Troje zeer duidelijk herkende.

Gezanten van de andere schepen, die inmiddels ook aan deze kust waren geland, naderden de stad; zij werden door Dido minzaam ontvangen. Toen brandden Aeneas en zijn makker van verlangen om zich ook te vertoonen; en plotseling week de nevel, die hen omgaf: stralend als een god stond de held voor Dido en maakte zich aan haar bekend. Een oogenblik was de koningin verbijsterd door den plotselingen aanblik van den beroemden krijger, toen sprak zij hem toe met vriendelijke woorden en voerde hem zelve naar haar paleis, waar een schitterende maaltijd in gereedheid werd gebracht.

Aeneas verlangde naar zijn kleinen zoon, en zond naar de schepen om hem te halen. Venus echter, die Juno vreesde en de Tyriërs maar half vertrouwde, greep deze gelegenheid aan om haar zoon voor mogelijke aanslagen te beveiligen. Op haar verzoek legde Amor zijn vleugels af, nam de gedaante van Ascanius aan, en, terwijl Venus dezen naar het verre Cyprus voerde en hem daar in zoeten sluimer bracht, werd Cupido de feestzaal binnengeleid. Dido bewonderde den prachtigen knaap en liefkoozend nam zij hem op haar schoot. Toen begon Amor zijn verraderlijk spel: een vurige liefde voor haar Trojaanschen gast ontbrandde in het hart van Carthago’s koningin.[130]II.Toen de maaltijd geëindigd was, werd Aeneas uitgenoodigd zijn lotgevallen te verhalen. En ondanks de smart, die de herinnering aan zooveel droeve gebeurtenissen bij hem moest wekken, was hij bereid aan het verzoek van Dido te voldoen. Hij vertelde de geschiedenis van den schijnbaren aftocht van de Grieken, van het houten paard, van Sinon en Laokoön, van de laatste gevechten in de straten van het brandende Troje, van Priamus’ dood. Hij verhaalde, hoe hij met zijn vrouw, met Anchises en Ascanius ten slotte was gevlucht en hoe hij, reeds in veiligheid, ontdekt had dat Creüsa niet meer bij hem was; hoe hij, teruggekeerd naar de stad om haar te zoeken, door haar schim van het nuttelooze dier onderneming overtuigd was en eindelijk in de bergenIII.een veilig toevluchtsoord had gevonden. Ook schetste hij al de avonturen en gevaren, die hij en zijn makkers hadden beleefd sinds hun vertrek uit het land van Troje, hun landing in Thracië, op Delos, op Kreta, op de Strophaden aan de kust van Messenië, in het land Epirus, bij Helenus eindelijk, die midden onder de Grieken een nieuw Troje gesticht had. Hij schilderde ook de vaart langs de kust van Italië, waarvan hij door allerlei voorzeggingen nu wist, dat het ’t land van bestemming voor hem was, den tocht langs den rotsigen zoom van Sicilië, waar Anchises hem ontviel, den angst ten slotte van den jongsten orkaan, die hen naar de kusten van Afrika had gedreven.

[Inhoud]II.AENEAS EN DIDO.IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.

II.AENEAS EN DIDO.

IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.

IV.Tevergeefs worstelde intusschen Dido met haar liefde voor Aeneas. Zij had zich zoo heilig voorgenomen, zij had zoo plechtig beloofd haar gestorven echtgenoot trouw te blijven; maar gemakkelijk hielp haar zuster Anna haar over haar gewetensbezwaren heen. Ook Juno[131]was van oordeel, dat het zóó den goeden kant uitging. Zij richtte zich tot Venus en sloeg haar voor den Trojaanschen held en de koningin van Carthago in een huwelijk te vereenigen; dan immers zou het gevaar, dat in de toekomst van Italië uit zou dreigen, zijn afgewend. En ofschoon Venus haar bedoeling doorzag, ging zij, bang voor alles wat Aeneas nog boven het hoofd kon hangen, op den voorslag in. Een groote jachtpartij zou gehouden worden, en vroolijk reed de schitterende feeststoet uit. Maar toen men midden in de bergen was gekomen, begon de hemel te betrekken, zware donderslagen rolden ratelend langs het uitspansel, een dichte regen, met hagel gemengd, kletterde op de aarde neer, stroomen water daalden af van de hoogten. Toen zocht ieder voor zich een goed heenkomen. Aeneas en Dido kwamen samen in dezelfde grot; daar werden zij het eens en werd het huwelijk gesloten.

Maar Jupiter, de voltrekker van het noodlot, gaf Mercurius last Aeneas te herinneren aan den wil van het fatum. Snel daalde de bode af van den Olympus, vloog naar Carthago en kweet zich daar van zijn opdracht. Toen gaf Aeneas zijn makkers last de schepen in gereedheid te brengen, en, smartelijk getroffen, zocht hij naar een gelegenheid om Dido het harde bevel, dat hem van de goden geworden was, meê te deelen. Maar reeds voelde de koningin zich niet meer veilig in haar groot geluk en ook drong het gerucht tot haar door dat de vloot voor de afvaart werd uitgerust. Tevergeefs zocht zij door smeekingen, door verwijten en bedreigingen ten slotte, Aeneas van zijn voornemen af te brengen; hij bleef onwrikbaar: tegen de beschikkingen van het noodlot kon en mocht hij zich niet verzetten! Ook Anna pleitte vruchteloos voor haar zuster. Toen besloot Dido, door zelfverwijt bovendien over haar ontrouw jegens Sychaeüs nu gekweld, een einde aan haar leven te maken. Om—naar zij voorgaf—alles wat[132]aan den trouweloozen Trojaan herinnerde te vernietigen, liet zij een brandstapel oprichten, bracht een offer aan de goden van de onderwereld en toen in den nacht Aeneas was weggevaren en Dido in den morgen de haven leeg zag en in de verte de vloot met volle zeilen zich van de kust zag verwijderen, besteeg zij de houtmijt, stortte zich in het zwaard, dat Aeneas had achtergelaten, en stierf in de armen van haar zuster.

[Inhoud]III.OP WEG NAAR LATIUM.V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.

III.OP WEG NAAR LATIUM.

V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.

V.Door tegenwind werd Aeneas genoodzaakt nog eens op Sicilië te landen. Ter viering van de nagedachtenis van Anchises werden hier groote spelen gehouden. Nadat het offer gebracht was en de feestgenooten verzameld waren, opende een roeiwedstrijd de reeks van vermaken. Toen volgde de wedloop, daarna het vuistgevecht. Ook in het boogschieten werd de vaardigheid beproefd; aan een langen mast werd een duif gebonden, die, losgeraakt door een welgemikt schot, hoog in de wolken door den laatsten schutter toch nog werd getroffen. Een aantal caroussel-figuren, door de jongere Trojanen onder het bewonderend oog van hun ouders sierlijk gereden, besloten het feest.

Toen werd de vreugde plotseling verstoord. Want Juno zond Iris in de gedaante van een Trojaansche onder de andere vrouwen, om haar te overreden de schepen in brand te steken, opdat er nu eindelijk een einde aan de omdolingen zou komen. Een hevige regen, op Aeneas’ gebed door Jupiter gezonden, bluschte het vuur, maar vier schepen waren door de vlammen verteerd. Niet allen zouden de reis nu kunnen vervolgen; de zwakkeren moesten opSiciliëachtergelaten worden.

Toen dien nacht Aeneas, vermoeid van den veelbewogen dag, in rustigen slaap neerlag, verscheen hem de[133]schim van zijn vader Anchises en noodigde hem uit om, als hij in Italië zou zijn gekomen, allereerst hèm in de onderwereld op te zoeken. Nadat voor wie achtergelaten werden een nieuwe stad was gesticht, stak men in zee. Op Venus’ voorspraak effende Neptunus de golven en over het kalme watervlak voer men nu eindelijk op Italië toe.

24. Kop van den Hermes van Praxiteles.24.Kop van den Hermes van Praxiteles.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.

24.Kop van den Hermes van Praxiteles.

Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.

F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.

VI.Bij Cumae werd geland. Daar vernam Aeneas van een Sibylle wat hij te doen had om zich toegang tot de onderwereld te verschaffen. Een gouden tak moest dienen tot een geschenk voor Prosèrpina; duiven wezen hem den weg en de twijg werd geplukt. Nadat ook nog het vereischte offer was gebracht, werd onder geleide van de Sibylle de tocht aanvaard. In het voorportaal van Hades’ woning troffen zij vele sombere gedaanten aan: rouw en vrees en allerlei zorgen, ziekten en ouderdom, honger en gebrek; ook monsters als de Gorgonen en de Harpyen. Aan den oever van den Styx zweefden in onrustige warreling de schimmen van onbegravenen, aan wie de toegang tot de onderwereld was ontzegd. Door Charon, in vieze, slordige plunje, werden zij overgezet; door een slaapmiddel werd Cerberus tot rust gebracht. Schimmen van jonggestorven kinderen, van onschuldig ter dood gebrachten, van wie door eigen hand omgekomen waren, ontmoetten zij eerst. Ook Dido troffen zij hier aan; onbewogen luisterde zij naar de verontschuldigende woorden van den man, die haar verlaten had, en vluchtte van hem weg in het schaduwrijke woud, waar Sychaeus haar troostte over de geleden smart. Zij kwamen langs den ingang van den Tartarus, omgeven door een vuurstroom en een drievoudigen muur, afgesloten door een stevige poort, die door een ijzingwekkende furie werd bewaakt; de Sibylle lichtte haar tochtgenoot in over het lijden van Tantalus, Sisyphus, de Danaïden en zoovele anderen, die hier boetten voor vroeger bedreven kwaad. Eindelijk werden de Elyseesche[134]velden, de verblijven der zaligen, bereikt. Hier voerde Anchises zijn bezoekers naar een hoogte, van waar hij Aeneas de lange reeks van zijn nakomelingen toonde, de Romeinsche koningen en daarnaast Augustus, wiens roemrijke daden reeds nu werden voorzegd; ook de groote mannen uit den tijd van de republiek, een Caesar en een Pompejus. Nu voorspelde Anchises zijn zoon de moeite en den strijd, die hem in Italië wachtten, maar wees hem als troost op de wereldheerschappij, die het Romeinsche volk zich zou verwerven. Toen was het tijd om te scheiden, en samen met zijn geleidster keerde Aeneas vol goeden moed tot de zijnen terug.

[Inhoud]IV.DE STRIJD OM ITALIË.VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]

IV.DE STRIJD OM ITALIË.

VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]

VII–XII.Men zette nu koers naar den mond van den Tiber en landde in Latium. Daar regeerde koningLatinus, gehuwd metAmata. Zij hadden een dochterLavinia; voorteekenen hadden haar vader beduid, dat zij voor een vreemdeling, die zou komen, bestemd was, maar door toedoen van haar moeder was zij met Turnus, den vorst der Rutuliërs, verloofd. Na de landing begonnen de Trojanen met den bouw van een versterkte stad. Latinus ontving hen gastvrij en bood Aeneas de hand van zijn dochter; maar door Juno alweer werden de volken tot vijandschap opgeruid en rustten zich tot krijg. Aeneas zocht toen hulp bij den Arkadischen vorst Euander, die zich in Italië had neergelaten; vriendelijk ontving hem de hoogbejaarde koning en aan het hoofd van een kleinen hulptroep gaf hij hem zijn eenigen zoon Pallas meê. Evenals eens Achilles, kwam ook Aeneas in het bezit van een schitterende wapenrusting, door Vulcanus, op Venus’ bede, voor hem gemaakt.

Intusschen had Turnus herhaaldelijk vergeefsche aanvallen[135]op de versterking der Trojanen gedaan. Nu naderde Aeneas, die ook een deel der Etruriërs bereid had gevonden om met hem op te trekken. Turnus deelde zijn leger, en een heftige strijd ontspon zich na de landing van Aeneas’ troepen. Pallas sneuvelde in een gevecht met Turnus, en in zijn droefheid over den dood van den jongen man, die hem maar noode door zijn grijzen vader was toevertrouwd, woedde Aeneas met groote verbittering onder zijn tegenstanders en zocht den vorst der Rutuliërs, om op hem den dood van zijn bondgenoot te wreken. Maar door Juno’s tusschenkomst werd Turnus ditmaal nog gered. Een wapenstilstand werd gesloten; van weerskanten werden de dooden begraven en Pallas’ lijk werd naar Euander teruggebracht; troosteloos en gebroken was de oude man toen hij zoo zijn eenigen zoon, op wien al zijn hoop voor de toekomst was gevestigd, uit den strijd zag terugkeeren. Toen men het gevecht zou hervatten, werd een tweekamp tusschen Aeneas en Turnus voorbereid; maar door Juno’s toedoen vielen de Rutuliërs op hun tegenstanders aan en werd de worsteling weer algemeen. Aeneas werd gewond en Turnus maakte groote vorderingen; toen echter de aanvoerder der Trojanen zich weer mengde in den slag, keerde de kans, en om den nood der zijnen bood Turnus zich nu tot een tweestrijd aan. Juno liet zich eindelijk met den loop der zaken verzoenen door de belofte dat de Latijnen, ook als Aeneas overwon, hun taal en hun zeden zouden mogen behouden. Toen was het lot van den Rutuliër beslist. Aeneas’ speer, met geweldige kracht geslingerd, trof hem in de dij en zwaar gewond zonk hij neer op den bodem. Op zijn smeekende woorden aarzelde echter de Trojaan, die zijn zwaard reeds had getrokken. Toen zag hij over den schouder van den gevallene den riem met gouden knoppen, dien hij zoo vaak den jeugdigen Pallas had zien dragen; het medelijden week, doodelijk[136]trof het scherpe staal, en met zijn laatsten zucht vluchtte Turnus’ leven naar het rijk der schimmen.

Lavinia werd nu Aeneas’ vrouw; de stad, die hij bouwde, werd naar haar Lavinium genoemd. Van hier uit stichtte Ascanius Alba Longa en van Alba Longa uit legden Romulus en Remus de grondslagen voor het beroemde Rome.[137]


Back to IndexNext