[Inhoud]OEDIPUS.(SOPHOCLES: OEDIPUS REX, OEDIPUS COLONEÜS, ANTIGONE).Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.[54]Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.
[Inhoud]OEDIPUS.(SOPHOCLES: OEDIPUS REX, OEDIPUS COLONEÜS, ANTIGONE).Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.[54]Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.
[Inhoud]OEDIPUS.(SOPHOCLES: OEDIPUS REX, OEDIPUS COLONEÜS, ANTIGONE).Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.[54]Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.
[Inhoud]OEDIPUS.(SOPHOCLES: OEDIPUS REX, OEDIPUS COLONEÜS, ANTIGONE).Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.[54]Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.
OEDIPUS.(SOPHOCLES: OEDIPUS REX, OEDIPUS COLONEÜS, ANTIGONE).
Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.[54]Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.
Een van Kadmos’ nakomelingen, die over Thebe regeerden, was koningLaios. Een orakel had hem voorspeld, dat de zoon van zijn vrouwIocastehem van het leven zou berooven. Laios vreesde daarom den zoon, die hem spoedig daarna werd geboren; hij beval een dienaar het kind in het Cithaerongebergte uit te zetten, nadat de voetjes doorboord en samengebonden waren. De medelijdende man gaf den kleine echter over aan een herder van den Corintischen koningPòlybos; deze en zijn vrouwMèrope, die geen kinderen hadden, ontfermden zich over het knaapje en voedden het als hun eigen zoon op. Oedipus noemde men het kind, naar zijn gezwollen voetjes. In Corinthe groeide hij voorspoedig op en meende in het huis van zijn ouders te zijn, totdat een van zijn makkers hem eens in een twist voor de voeten wierp, dat hij maar een aangenomen kind was. Die woorden smartten hem diep en ondanks de geruststellende taal van zijn vermeende ouders, bleef twijfel hem kwellen.Toen wendde hij zich tot het orakel van Delphi. Op een vraag naar zijn afkomst kreeg hij geen rechtstreeksch[48]antwoord; hij moest zich ervoor hoeden, zijn vader te dooden en zijn moeder te trouwen, werd hem gezegd. Nog ervan overtuigd—wat immers het orakel niet ontkend had—dat Pòlybos en Mèrope zijn ouders waren, ontvluchtte hij Corinthe en begaf zich op weg naar Thebe, ongewild en onbewust zijn noodlot tegemoet. Onderweg kwam hij aan een driesprong; een kleine reisstoet kwam hem daar tegemoet: een bejaard man al, op een wagen, omgeven van enkele dienaren en voorafgegaan door een heraut. Over het uitwijken ontstond twist en toornig over een slag, die hem door den ouden man werd toegediend, versloeg Oedipus het geheele gezelschap op één dienaar na, die naar Thebe ontkwam. De man schaamde zich te bekennen, dat zóóvelen door een enkele verslagen waren; hij berichtte, dat een rooverbende koning Laios aan den driesprong had overvallen en hem en al de overigen had gedood. Zoo was Oedipus, zonder het te vermoeden, de moordenaar van zijn vader geworden en was de eene helft van de orakelspreuk, die hij te Delphi had vernomen, reeds in vervulling gegaan; weldra zou ook het overige volgen.
In dien tijd werd Thebe door een vreeselijk monster bezocht; het was de Sphinx, half vrouw, half leeuwin en bovendien nog gevleugeld. Het gaf de menschen een raadsel op: „Welk schepsel loopt ’s morgens op vier, ’s middags op twee en ’s avonds op drie beenen?” Wie het niet kon oplossen, werd jammerlijk verscheurd en een orakel had voorspeld, dat Thebe eerst dan van dezen geesel verlost zou worden, als iemand de oplossing zou hebben gevonden. Reeds velen hadden hun leven gewaagd. Toen verklaarde koningin Iocaste, dat zij hand en kroon zou schenken aan hem, die redding zou brengen.
Ook Oedipus had van den nood gehoord, waarin het land verkeerde. Moedig waagde hij zich in de nabijheid van de Sphinx, hoorde het raadsel en vond ook het antwoord, dat luidde: de mensch. De Sphinx stortte[49]zich in een afgrond, Oedipus huwde Iocaste en regeerde als koning over Thebe.
Twintig jaren volgden van ongestoord geluk; toen brak een vreeselijke pest uit. Daar geen middel wilde baten, werdCrèon, een broeder van Iocaste, naar het Delphisch orakel gezonden; hij keerde terug met het bericht, dat de pest een straf der goden was voor den moord, op Laios gepleegd; de moordenaar zou gezocht en met verbanning of dood gestraft moeten worden. Oedipus doet nu een beroep op alle Thebanen, die het goed meenen met hun stad: de schuldige make zich bekend; ongehinderd zal men hem het land uit laten trekken; anders kome vreeselijke rampspoed over zijn hoofd! Als deze poging om den schuldige te vinden natuurlijk vruchteloos blijft, wendt Oedipus zich tot den grijzen zienerTeirèsias. „Och, laat me weer heengaan,” smeekt deze den koning, „dwing mij niet om door te spreken ontzaggelijk leed te brengen over u en over mijzelf.” Maar Oedipus wìl weten; hij wantrouwt die geheimzinnigheid, hij zoekt er booze plannen achter, hij beschuldigt den ouden ziener van medeplichtigheid aan den moord. En ook als Teiresias, over zulk een miskenning tot in het diepst van zijn ziel gegriefd, zich niet langer inhoudt en Oedipus als den moordenaar aanwijst, gaat deze door op zijn eigen gedachten en zoekt naar een oorzaak voor de houding van den ziener. Weldra meent hij die gevonden te hebben: een complot, waarin ook Crèon een rol speelt, en dat bedoelt dezen op den troon te brengen; dan zal ook Teiresias voordeel trekken van de geboden hulp! Dat vermoeden is wel hard voor den grijsaard, die niet anders bedoelt dan Oedipus te sparen; in toornige woorden openbaart hij den koning heel het ongeluk, dat hem wacht. Ook Crèon, van den moord nu mede beticht, verdedigt zich met vuur, maar Oedipus wil van geen rede hooren, hij dreigt zijn zwager met dood of verbanning.[50]
Op de luide twistwoorden, die rijzen, treedt Iocaste naar buiten. Zij wil haar man geruststellen; wat beteekenen orakels en woorden van zieners? Door zijn eigen zoon zou Laios gedood worden, en roovers vermoordden hem op den driesprong!—De vermelding echter van den driesprong wekt bij Oedipus een eerste vermoeden van de waarheid, en als ook de tijd en ’t getal der reizigers uitkomen met het beeld van zijn herinnering, maakt bange twijfel zich meester van zijn gemoed. Hij laat van het land den dienaar ontbieden, die het bericht van Laios’ dood indertijd naar Thebe overbracht.
Ondertusschen komt een bode uit Corinthe aan om den dood van koning Pòlybos te melden. Voor Iocaste is dit opnieuw een bewijs, hoe weinig men aan orakels moet hechten. Had niet de Delphische Apollo Oedipus zelf gezegd, dat Pòlybos door diens hand zou vallen? De Corinthiërs, zoo meldt de bode verder, begeeren Oedipus tot vorst. En als deze zich verzet, omdat immers de vervulling van de andere helft van het orakel nog mogelijk is zoolang Mèrope leeft, tracht de gezant hem over zijn bezwaren heen te helpen door de verzekering, dat hij geen kind van het Corinthische koningspaar was. Hij, de bode, indertijd herder op het Cithaerongebergte, had hem zelf uit de handen van een dienaar van Laios aangenomen en aan Mèrope gegeven! Jammerlijk valt echter die troostgrond uit: heel het treurspel ligt nu voor Oedipus open. En tot volkomen zekerheid wordt zijn somber vermoeden, als de bewering van den Corinthischen gezant bevestigd wordt door het verhaal van den dienaar, om wien Oedipus gezonden had.
Iocaste maakte in wanhoop een einde aan haar leven; Oedipus, door smart en schaamte overweldigd, blindde zich bij haar lijk.
Oedipus Coloneüs.Hij had twee zonen,PolyneìkesenEtèocles, en twee dochters,AntìgoneenIsmène. Toen, na verloop van[51]tijd, het volk zijn verbanning vroeg, verzetten de beide zonen noch Crèon zich tegen dien eisch, en zoo doolde de ongelukkige grijsaard, door allen verlaten, alleen geleid door de hand van zijn trouwe dochter Antigone, van stad tot stad. Eindelijk kwam hij bij het vlek Colònos, in de buurt van Athene, aan en legde zich in de heilige ruimte der Erìnyen ter ruste. De Atheensche koning Theseus verleende hem hier een veilig toevluchtsoord. De door het noodlot zoo wreed vervolgde Oedipus was intusschen door zijn lijden met de goden verzoend en het orakel had voorspeld, dat dàt land tot grooten bloei zou geraken, dat het gebeente van den grijsaard in zijn schoot zou bergen.
Nu was Thebe intusschen geducht in het nauw geraakt; Etèocles en Polyneikes hadden afgesproken, dat zij om beurten daar telkens een jaar zouden regeeren. Maar toen de tijd van den eerste om was, weigerde hij afstand te doen van den troon. Geërgerd trok Polyneikes weg en wist nog zes vorsten over te halen een krijgstocht met hem tegen zijn vaderstad te ondernemen. De Thebanen raakten nu in angstige spanning en, gedachtig aan het bovengenoemde orakel, maakte Crèon zich op om Oedipus over te halen naar het Thebaansche land terug te keeren. Eerst door overreding, later door geweld, trachtte hij den grijsaard weg te voeren, maar Theseus trad als zijn beschermer op en verijdelde Créon’s pogingen. Toen kwam ook Polyneikes zijn vader opeischen voor zijn onderneming; de gesmade werd wel zeer sterk begeerd; maar gedachtig aan zijn vernedering, bleef hij weigeren. Zelfs sprak hij een verwensching uit over de zonen, die zijn verdrijving hadden toegelaten: mochten zij, in broederstrijd, vallen door elkanders hand! En nauwelijks was Polyneikes, beladen met dien vloek, weer heengegaan, of donderslagen verkondigden Oedipus, dat zijn einde nabij was. Als door een onzichtbare macht geleid en door Theseus alleen vergezeld,[52]ging hij naar de plaats, waar hij sterven zou. Hoe hij daar is weggenomen bleef verder een geheim; maar de zwerver had nu rust: de Erìnyen waren voor hem Eumeniden geworden.
Aan Oedipus’ zonen werd de vloek van hun vader maar al te spoedig vervuld.De zeven vorsten, onder wieAdrastos, koning van Argos, enAmphiaràösde bekendsten zijn, trokken op tegen Thebe, maar hadden geen geluk; zij kwamen, op Adrastos na, allen om, Polyneikes en Etèocles vielen door elkanders hand; nadat zij elkaar vruchteloos met de lans hadden bestookt, wondde Etèocles zijn broeder met het zwaard; maar toen hij hem van zijn wapenrusting wilde berooven, werd ook hij door den stervende doodelijk getroffen.
Antìgone.Na dezen bloedigen afloop nam Crèon de teugels van het bewind over Thebe in handen. Hij liet het lijk van Etèocles plechtig begraven, maar beval, op straffe des doods, het lijk van Polyneikes, die in een strijd tegen zijn vaderstad was gevallen, onbegraven te laten, aan honden en roofvogels ten buit. Maar ondanks het strenge verbod van Crèon en ondanks de waarschuwingen van Ismène en haar weigering om te helpen, begroef Antìgone het overschot van haar broeder; zij achtte dat een heiligen zusterplicht, waaraan zij zich tot geen prijs mocht onttrekken. Op heeterdaad werd zij echter betrapt en voor Crèon gebracht. Van spijt was bij haar geen sprake; de geboden der goden gingen haar boven die der menschen—hield zij met fierheid staande—en de dood, die haar tòch niet onwelkom was, zou alleen nu wat vroeger komen. En elke poging om haar fierheid te breken, was vergeefsch.
Zoo bleef ook Crèon onvermurwbaar; zelfs het feit, datAntìgonemet zijn eigen zoonHaimonverloofd was, roerde hem niet; er waren nog wel andere schoondochters te vinden! Haimon zelf trachtte hem tot ander inzicht[53]te brengen; het volk—zoo pleitte hij—mompelde dat de vrome jonkvrouw een heel andere belooning had verdiend, en dikwijls al was onbuigzaamheid te laat tot het besef van eigen feilbaarheid gekomen; wie niet bijtijds de schoot van het zeil wist te vieren, stelde roekeloos schip en leven in de waagschaal! Maar ook zijn woorden misten de bedoelde uitwerking; het kwam tot bittere verwijten over en weer; en in heftigen toorn, die niets goeds voorspelde, snelde Haimon heen.
Antìgone—zoo luidde Crèon’s bevel—zou levend ingemetseld worden in een grafgewelf. Zelf spoorde hij tot haast aan en verzekerde, dat geen geklaag zou baten. Hij zou zich door niemand, allerminst door een vrouw, laten overwinnen; hij zou dòòrzetten, onwrikbaar en onvermurwbaar, tot het einde toe! Teiresias wees hem erop, hoe de offerteekens ongunstig waren, hoe starre eigenzinnigheid, voor rede onvatbaar, steeds dwaasheid was gebleken, hoe weinig verheffend het was over een doode gericht te houden. Alles te vergeefs! Maar ten slotte, door Crèon’s hoonende antwoorden getergd, toonde hij hem al den jammer, dien hij op het punt stond zich op den hals te halen: de Erìnyen gereed om zich op hem te storten, en weeklacht en dood tot in de zalen van zijn paleis! Toen, eindelijk, brak zijn trots; toen, plotseling, scheen het hem toch niet onmogelijk, dat er goddelijke wetten waren, die, ook ondanks het woord van een koning, verdienden nageleefd te worden. Haastig snelde hij naar Antìgone’s graf; dat werd geopend, maar … ’t was te laat! Zij had aan haar leven een einde gemaakt. En voor de oogen van zijn vader volgde haar Haimon; en toen Crèon, jammerend, zich opmaakte naar zijn paleis, werd het bericht hem tegemoet gebracht, dat ook zijn vrouw door eigen hand gestorven was. De ondergang van heel zijn geslacht was de harde straf van zijn koppig tekort aan eerbied voor de instellingen der goden.
14. Apollo van Belvedere.14.Apollo van Belvedere.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
14.Apollo van Belvedere.
Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.
F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
[54]
Na tien jaar ondernamen de zonen van de voor Thebe gevallen helden, deEpigonen, een nieuwen tocht tegen de stad. En ditmaal waren de goden de onderneming gunstig; de Thebanen werden overwonnen en vluchtten weg op raad van Teiresias, die echter zelf op de vlucht is omgekomen. Een zoon van Polyneikes erfde de heerschappij over Thebe.