[Inhoud]ORPHEUS EN EURYDICE.(OVÌDIUS: METAMORPHOSEN, X reg. 1 vlgg.)Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.
[Inhoud]ORPHEUS EN EURYDICE.(OVÌDIUS: METAMORPHOSEN, X reg. 1 vlgg.)Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.
[Inhoud]ORPHEUS EN EURYDICE.(OVÌDIUS: METAMORPHOSEN, X reg. 1 vlgg.)Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.
[Inhoud]ORPHEUS EN EURYDICE.(OVÌDIUS: METAMORPHOSEN, X reg. 1 vlgg.)Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.
ORPHEUS EN EURYDICE.(OVÌDIUS: METAMORPHOSEN, X reg. 1 vlgg.)
Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.
Wonderlijke gaven bezaten de menschen van dien overouden tijd. De zangerOrpheuszong zoo heerlijk bij den klank der lier, dat wilde dieren zich als lammeren neervlijden aan zijn voeten, dat boomen hun wortels uit den grond scheurden om de zoete tonen te volgen, dat zelfs steenen door zijn gezang tot in hun binnenste werden geroerd. Zijn echtgenoote was de nymfEurỳdice. Toen deze eens met haar vriendinnen op een weide speelde, werd zij door een giftige slang gebeten en stierf aan haar wonden. Toen waagde Orpheus het naar de onderwereld af te dalen en den troon van Hades te naderen. Met snarenspel begeleidde hij zijn weemoedigen klaagzang. Toen weenden de schimmen, Tàntalus vergat zich naar het water te bukken, Sìsyphus zat luisterend op den steen, die niet meer wegrolde en zelfs de Erìnyen vergoten haar eerste tranen. Toen werdEurỳdicegeroepen en aan haar man teruggegeven; hij mocht haar meevoeren naar de bovenwereld, mits hij niet naar haar om zou kijken vóór hij het schimmenrijk zou hebben verlaten. En reeds waren zij dicht bij den uitgang gekomen, toen Orpheus, bang dat zij hem toch nog zou ontgaan en vol verlangen om haar te zien, den blik naar achteren wendde; dadelijk ontvlood zij; toen hij de armen naar haar uitstrekte, ontmoetten zij niets dan ijle lucht; een nauwelijks hoorbaar vaarwel bereikte alleen nog zijn ooren. En toen hij haar wilde volgen, weigerde Cerberus hem door te laten. Treurig zat hij zeven dagen en zeven nachten aan den oever van den Styx, de rivier, die het rijk van Hades omgeeft; toen pas keerde hij naar de aarde terug. Eenzaam zette hij zijn leven voort, en trouw aan de gestorvene, vermeed hij den omgang met vrouwen; door woedende Bacchanten, die rondzwierven door de gebergten[18]van Thracië, werd hij daarom verscheurd. De vogels beklaagden den dood van den zanger, treurend lieten ook de boomen hun takken hangen en met droef gemurmel stroomden beken en rivieren, Orpheus werd thans echter voorgoed met zijn vrouw hereenigd.