[Inhoud]PROMETHEUS EN EPIMETHEUS.(HESÌODUS: „THEOGONIE” EN „WERKEN EN DAGEN”).Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.
[Inhoud]PROMETHEUS EN EPIMETHEUS.(HESÌODUS: „THEOGONIE” EN „WERKEN EN DAGEN”).Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.
[Inhoud]PROMETHEUS EN EPIMETHEUS.(HESÌODUS: „THEOGONIE” EN „WERKEN EN DAGEN”).Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.
[Inhoud]PROMETHEUS EN EPIMETHEUS.(HESÌODUS: „THEOGONIE” EN „WERKEN EN DAGEN”).Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.
PROMETHEUS EN EPIMETHEUS.(HESÌODUS: „THEOGONIE” EN „WERKEN EN DAGEN”).
Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.
Er leefden echter twee broeders van goddelijk geslacht, wier vader, als Titaan, tegen Zeus had gestreden; zij woonden onder de menschen en waren hun zeer goed gezind. De een heettePrometheus, dat wil zeggen: die vooruit denkt; de anderEpimetheus, de man, die achterna denkt. Zeus, boos op de menschen, wilde hun het vuur onthouden; toen besloot Prometheus het hun te verschaffen; heimelijk, in een rietstengel, roofde hij het weg van den Olympus. Hevig toornde Zeus, toen hij den hellen gloed van het vuur op aarde zag lichten. Toch ontnam hij het den menschen niet, maar het goede, dat zij er door gewonnen hadden, deed hij van veel kwaad vergezeld gaan. Aan Hephaistos gaf hij last uit klei een mooie, jonge vrouw te vormen en haar stem en leven te geven; Athene leerde haar aan den weefstoel kunstigen arbeid verrichten en Aphrodìte omgaf haar met lieflijke bevalligheid. Maar Hermes schonk haar listigen zin en de zucht om te behagen.Pandòra, de al-begiftigde, werd zij genoemd.
4. Zeus van Otricoli.4.Zeus van Otricoli.Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
4.Zeus van Otricoli.
Uit: Brunn,Denkmäler griech. und röm. Skulptur.
F. Bruckmann, München. P. Noordhoff, Groningen.
Zeus gaf nu aan zijn bode last haar aan Epimetheus over te geven. Prometheus had zijn broer gewaarschuwd[13]voor elk geschenk van Zeus; maar de zorgelooze, die steeds nadacht, als het te laat was, stoorde zich daar niet aan en nam het meisje dankbaar aan. Te laat pas bemerkte hij, hoe dwaas hij gehandeld had. Want Pandora lichtte, nieuwsgierig, het deksel op van het vat, waarin alle onheilen waren geborgen. Toen stormden zorgen en rampen er uit en verspreidden zich onder de menschen, ziekten en kwalen, nood en ellende, waarvan zee en aarde vol zijn. Alleen de hoop bleef boven aan den rand van het vat hangen en vloog er niet uit, daar Pandora snel het deksel weer sloot.
En ook Prometheus, de trotsche beschermer der menschen, die het gewaagd had zich tegen den wil van Zeus te verzetten, ontging zijn straf niet. Twee goden kregen bevel hem naar den Kaukasus te brengen en Hephaistos smeedde hem met sterke ketenen aan een rotsblok vast. Iederen dag kwam een geweldige adelaar, boorde zijn scherpen snavel in het lichaam van den weerlooze en pikte hem de lever uit; iederen nacht sloot de wonde zich weer en groeide de lever weer aan, opdat den volgenden dag het wreede spel opnieuw kon beginnen. Duldelooze pijnen leed Prometheus; maar standvastig bleef hij weigeren het trotsche hoofd voor Zeus te buigen en nooit kwam berouw bij hem op, dat hij het vuur had geroofd en aan de aardbewoners had geschonken. Geduldig droeg hij zijn lijden, totdat eindelijk Heracles den adelaar doodde en Zeus Prometheus van verdere straf ontsloeg.