TYPHOEUS

[Inhoud]TYPHOEUS(HESÌODUS: THEOGONIE).Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.

[Inhoud]TYPHOEUS(HESÌODUS: THEOGONIE).Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.

[Inhoud]TYPHOEUS(HESÌODUS: THEOGONIE).Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.

[Inhoud]TYPHOEUS(HESÌODUS: THEOGONIE).Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.

TYPHOEUS(HESÌODUS: THEOGONIE).

Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.

Na de overwinning op de Giganten gaf Gaia het nog niet op, maar schiep een ontzettend monster, denTyphon. Krachtig waren zijn armen; zijn voeten onvermoeibaar en uit zijn schouders staken honderd vuurspuwende drakenkoppen op. Ieder van die koppen had zijn eigen geluid; nu eens klonk het als de taal der goden, dan weer als het loeien van een stier of het brullen van een leeuw, soms ook als het geblaf van honden of het gesis van een slang. Haastig greep Zeus zijn bliksemschichten en ging het ondier te lijf; van de zware donderslagen dreunden de aarde, de hemel en de zee, ja zelfs de donkere diepten van den Tàrtaros. Hoog bruiste het water op en weer sidderde de Olympus; van een lichtenden vuurgloed werd alles vervuld; Hades huiverde in zijn duister rijk en de Titanen werden bevreesd door het ontzaglijk tumult van dien woedenden strijd. Eindelijk gelukte het Zeus het monster neer te slaan; zijn koppen zengde hij hem af met bliksem op bliksem, en toen hij ten slotte, verlamd, op den bodem lag uitgestrekt, stegen rossige vlammen op uit het doorboorde lichaam. De aarde dampte over een groote uitgestrektheid en begon[6]te smelten als tin in den smeltkroes; toen greep Zeus hem beet en slingerde hem toornig in de diepte van den Tàrtaros.


Back to IndexNext