[Inhoud]DE ZUIDKUST.De voornaamste stad aan de Zuiderzee is sinds eeuwen Amsterdam. Wel heeft het zich in den laatsten tijd een achterdeurtje naar de Noordzee verschaft en is die achterdeur zelfs hoofdportaal geworden, maar dat neemt niet weg, dat toen Amsterdam de belangrijkste handelsstad van de wereld was, de weg leidde over Pampus.Tegenwoordig echter zijn er Amsterdammers genoeg, of liever te veel, die niet eens den weg naar de Zuiderzee kennen en ’t moet erkend worden, dat daar wel eenige reden voor bestaat, want vroeger leidde die weg langs een ondragelijke vuilnisbelt en thans tusschen een abattoir en een kerkhof. Binnenkort komt daarin verbetering, dan komt er een mooi park vlak bij de zee en dan stroomt het er heen van wandelaars.Jongens, jongens, wat heb ik aan de Amsterdamsche kust al een pleizier beleefd en wat heb ik er veel geleerd. In onze jonge jaren zwierven we daar altijd rond. Je had er een paar rustige hoekjes, waar je prettig kon baden en zwemmen. Oude Amsterdammers spreken dan ook nog altijd met genoegen van het Zuidersopje, een kleine baai tusschen twee vooruitstekende groenlandjes. De bodem was er tamelijk vast en er waren plekjes, waar een jongen van een jaar of veertien werkelijk tot aan[40]zijn hals in ’t water stond, of zelfs kopje onder ging. Dat sopje is nu verdwenen door den aanleg van het ververschingskanaal en het Rijnkanaal; de syphonduikers staan er om zoo te zeggen bovenop. De naam Zuidersopje is echter blijven voortleven en geschonken aan andere verboden zwemgelegenheden, hetzij aan de Zuiderzee zelf, hetzij aan Y en Noordzeekanaal.Behalve als speelterrein is de Zuiderzeedijk ook van belang voor ons geworden als studieveld en nog altijd vinden de Amsterdamsche jongelui hun mooiste planten en dieren tusschen Amsterdam en Muiden, of als je ’t ruimer wilt nemen tusschen Amsterdam en Huizen, een tocht, die wij dikwijls genoeg op één dag hebben volbracht en die ik van tijd tot tijd nog wel eens onderneem. Ik kan u sterk aanraden, dat ook eens te doen, onverschillig in welk jaargetijde. De afstand langs de zee is in ’t geheel 15 K.M. We rekenen er 4 uren voor. Wie ’t onderweg te machtig wordt, kan altijd hier of daar een trammetje pakken: aan de Papenlaan in Muiden, in Muiderberg, in Naarden en van uit Huizen zelf ga je met de tram naar Bussum en van daar per spoor weer naar Mokum.Als je den rechten Zeeburgerdijk hebt afgewandeld en de Rijnkanaalbruggen gepasseerd, dan ligt de Zuiderzee ineens open voor je. Aan den overkant lokken Durgerdam en Ransdorp met zijn dikken toren tot nieuwe wandelingen en onze tocht kunnen we haast in zijn geheel overzien: ’t Gemeenlandshuis, Zomerlust, Diemerdam, de Krijgsman, Muiden, het Muiderslot, ’t Dijkhuisje, Muiderberg en het blauwe Gooi. Bij warm zomerweer is er vaak een mooie luchtspiegeling op het water, dan blinkt het tooverachtig onder de verre kusten. Pampus ligt als een reuzenschildpad midden in zee, de vuurtoren van IJdoorn aan den hoek van ’t IJ (92) op zijn ijzeren spillebeenen kijkt over alles heen en de watervlakte is bezaaid met scheepjes van allerlei soort. Maar van de scheepvaart op de Zuiderzee vertel ik in een apart kapittel.Wij zijn nog geen tien minuten onderweg, of we staan al vol bewondering en verwondering te kijken naar een deftig zeventiende-eeuwsch heerenhuis, dat we eerder verwacht zouden hebben op de Heeren- of Keizersgracht dan hier aan Zee. De breede zijpoorten maken het echter tot een echt buitenhuis en boven een daarvan vinden we een steen, waarin onder meer de wapens zijn gebeiteld van Amsterdam, Leiden en Utrecht met het onderschrift ’t Gemeenlandshuis 1609 (83). Je denkt daarbij: begin van ’t twaalfjarig bestand, vrede en droogmakerijen in Noord-Holland en toen is ook dit huis gebouwd als bestuurszetel voor de waterschappen, die Holland bezuiden het Y moesten verdedigen tegen den waterwolf. Dit wordt nog duidelijk aangegeven door de Latijnsche spreuk boven den Hoofdingang:Hic de Freti Batavi—Furore Arcendo—Agris tuendis agitur, met sommige letters verschillend gezet van de andere en als je die dan als Romeinsche cijfers beschouwt en op de een of andere manier optelt, dan moet er 1609[43]uitkomen. Zoo iets heet een „tijdvers” en ik krijg er meestal getallen uit, die kant noch wal raken.4949DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.5050DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.5151DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.5252DOORNSPIJK. STRAND.5353DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.5454AAN DE KUST BIJ HULSHORST.[42]5555HIERDE. KORENVELDEN.5656HARDERWIJK. WERFJE.5757HARDERWIJK. KORENVELDEN.5858BUURTJE BIJ HARDERWIJK.5959HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.6060HIERDEN. WEG NAAR ZEE.Wat de spreuk zelf beteekende, daar hadden wij in onzen jeugdigen eenvoud niet het minste besef van en wij noemden het huis onder ons altijd maar kortweg: het huis van ik vreet Batavieren. Later hebben wij ons laten uitleggen dat de beteekenis is: „Hier handelen de Bataven er over, hoe zij hun velden zullen beschermen tegen het woeden der baren”, of iets dergelijks.In ieder geval is het een mooi huis en zijn tuinen en boomgaarden en stallingen mogen ook gezien worden; bovendien groeit tusschen de voegen van het metselwerk jaar in jaar uit het kleine muurvarentje, dat we ook in Vollenhove zooveel gezien hebben.Een eindje verder komen we aan een zeer leelijk geel houten gebouwtje, waar de teekenaars van ons album wanhopig omheen hebben gedanst, om er een mooi kantje aan te ontdekken, want ik wou er een plaatje van hebben. Het bleek echter vierkant onmogelijk. ’t Is het Iepeslootersluisje, dat vanzelf opengaat, als het water in het Nieuwe Diep hooger is dan in de Zuiderzee en in het tegenovergestelde geval is het zoo dicht als een pot. Bovendien is dit sluisje belangrijk, doordat ieder wandelaar zijn naam schrijft op de houten betimmering en daar kun je dan zien, wie van je vrienden en kennissen een frissche neus is wezen halen aan de Zuiderzee. Eens in ’t jaar gaat natuurlijk de kwast er over.Een eindje verder maakt de dijk opeens een rechten hoek, die punt heet Immetjeshorn en daar hebben de Watergeuzen tijdens het beleg van Haarlem een poosje een schans gehad tot de Amsterdammers, die ’t met Spanje hielden, hen verjaagden. Bij die gelegenheid heeft Jan Haring zoo mooi gevochten, maar dat was aan den overkant bij Durgerdam, toen hij den aftocht dekte; daar vertel ik in ’t volgend hoofdstuk misschien van.Nu komen we aan een nieuwerwetsch, maar zeer vervallen buitentje en daar begint meteen het buitenland, een kleiïge kwelder, die zich een kilometer of twee ver uitstrekt en langs een smal kleidijkje kun je nu wandelen naar zijn noordelijkste punt De Battery. Daar ligt een lage wal, waar in Napoleon’s tijd een kleine versterking was en daar heb ik dagen lang gebivakkeerd, om lekker buiten te zijn en meteen veel vogels te zien. Want zomer en winter trekken hier de vogels langs: meeuwen en sterns, grutto’s, tureluurs, kemphanen, kievitten, wulpen, eenden van allerlei soort, leeuwerikken, piepers, vinken, ijsvogeltjes, valken, sperwers, koekoeken, alles heb ik daar bij tijd en wijle te zien gekregen. Heel mooi is het er op warme Juli-avonden, dan trekt al het jonge goed in scharen van honderden voorbij.Maar ook ’s winters is het hier prachtig, doch je moet niet opzien tegen een beetje guurheid of modder. Liefst ga ik dan naar die Batterij (81), wanneer het na een paar vorstweekjes is gaan dooien en waaien. Als dan onder den invloed van den Zuidwestenwind[44]het ijs opbreekt en opkruit tegen de Oostelijke en Noordelijke kust, dan komen al de watervogels, die op de Zuiderzee overwinteren, hierheen. En dat zijn er geen klein beetje. Heele risten van zwarte zeeëenden dobberen op de baren; een zwarte streep op het vale zeetje en als ze opvliegen lijkt het, of er een groote zwarte slang over het water kruipt. Dan zijn er ook ontelbare kuifeendjes en ook genoeg van die aardige brilduikers, die hun naam danken aan de groote witte vlek vlak voor hun oog. Dan scharrelen er ook grootere, bont gekleurde vogels met smalle roode snavels, dat zijn de zaagbekken en als we al een eindje in Februari zijn, dan zien we die in troepjes bijeen allerlei zotte grimassen en capriolen maken, een teeken, dat de broedtijd nadert. Zelfs eidereenden komen zich hier van tijd tot tijd vertoonen, ja, eigenlijk is hier alles te verwachten van wat er in den winter aan onze stranden en zeegaten van vogels te zien is. Ik zou dat buitenlandje niet graag willen missen en verheug er mij zeer over, dat dit heele stuk van Amsterdam tot Muiderberg toe onveranderd zal blijven, wanneer binnen korter of langer tijd de Zuiderzee wordt drooggemaakt.De kade komt weer aan den hoofddijk bij een binnenplasje, dat heet de Akkerswade en daar tref je weer allerlei aardige dieren aan: ringslangen en hagedissen en in de wilgenroosjes langs den oever de dikke rupsen van den avondroodvlinder.Den dijk houdende hebben we nu links de zee en rechts de breede Diem (79) met mooie huizengroepjes langs den oever. Diemerdam (80) zelf is altijd een soort van fort geweest en vooral in de laatste vijfentwintig jaren zeer versterkt. Wij wandelen er omheen en komen dan in een streek, die het Uilenbosch heet, maar boomen heb je er niet veel, wel binnendijks een ontoegankelijk moeras en buitendijks weer zoo’n kwelder en dan komen we aan de Papenlaan, waar ik, zooals ik in ’t laatste hoofdstuk zal vertellen, een van de onaangenaamste kwartiertjes van mijn leven heb doorgemaakt. Nu achter de buskruitfabriek langs naar Muiden (74), dat we zoodoende door een achterdeurtje bereiken.Muiden (75) is tegenwoordig zoowat net, wat Amsterdam zeshonderd jaar geleden was: twee straten aan weerszijden van de rivier, een slot aan ’t eind en wallen er omheen. Toch zijn er belangrijke zaken te zien n.l. de buskruitfabriek, die dertig jaar geleden in de lucht is gevlogen, de werven en de zoutziederij, de geweldig groote sluizen, van belang in vrede en oorlog en eindelijk het Slot (73) zelf, de stichting en gevangenis van Floris V en later de verblijfplaats van Pieter Corneliszoon Hooft.Als je mij vraagt, wie van die twee ik ’t belangrijkst vind, dan zeg ik dadelijk „Hooft” en ik ben er zeer mee in mijn schik, dat het inwendige van ’t kasteel meer in overeenstemming wordt gebracht met de zeventiende dan met de veertiende eeuw. Uit Hooft zijn brieven kun je merken, dat hij veel hield van het Gooi en hij haalde[45]zijn Amsterdamsche vrienden en vriendinnen meer naar hem toe, naar de Vecht, dan dat hij ze zelf ging opzoeken aan den Amstel. Als ik eventjes tijd heb in Muiden, dan loop ik altijd gauw naar ’t voorplaatsje van ’t kasteel, om daar te genieten van ’t mooie gebouw, de historische herinnering en de stilte.’t Is eigenlijk zonde en jammer, dat je niet langs het slot op den Zuiderzeedijk kunt komen. Wellicht is de doorgang afgesloten om redenen van krijgskundigen aard, waar ik echter geen goed begrip van heb. Nu moet je, om weer verder langs den Zeedijk te wandelen eerst de Oostpoort uit en dan kom je door een landwegje ten slotte uit bij ’t mooie witte Dijkhuisje (72), dat al van mijlen ver een van de meest in ’t oog vallende bijzonderheden van den Gooischen oever is. Van dezen kant gezien is het Muiderslot op zijn mooist en ’t loont de moeite wel, om van hier nog weer even terug te wandelen, want langs den Zuidkant van den dijk vindt je hier een prachtig plekje, waar, als er de Meidoorns bloeien, al de bloemenpracht van Holland vereenigd is, vooral als je over het smalle slootje heen kunt komen, dat een drassig landje omgeeft, waar wat berken en waterwilgen groeien en nog veel meer moois van planten en dieren.Misschien prijs ik dezen hoek te veel, maar ik kan ook niet vergeten, hoe ik als aankomende jongen hier altijd ronddwaalde en ook, hoe heerlijk het was, om als je uren had gedwaald door moerassen en langs dijken, dan aan te komen op den vasten heuvel van Muiderberg. Waar de dijk aan den heuvel aansluit, kon ’t in Mei aan den binnenkant wit zien van de akkerhoornbloemen en de steenen van den dijk gingen schuil onder de paarse bloempjes van de muurleeuwenbek, die er thans nog al schaarsch is, maar die ik gelukkig op een paar andere plaatsen van den Zuiderzeedijk weer heb gevonden.Muiderberg (71) zelf is een van de mooiste landschappen in Holland, vooral uit de verte, want de heuvel met zijn hooge boomen en de kerk met den stompen toren rijzen alleraardigst omhoog uit de zee en uit de vlakte en vormen een prachtig en indrukwekkend silhouet. Er zijn wel een paar hinderlijke dingen, mislukte villatjes en ’t vervallen badhuis, maar die zullen nog wel eens verdwijnen of verbeterd worden. Erger is het misschien, dat er thans aan de Oostzijde een groot fort wordt gebouwd en aan den Zeekant komt de Waterstaat den boel opknappen.Wie op een kalmen zomerdag wel eens geprobeerd heeft, om in de zee bij Muiderberg te gaan zwemmen en dat voornemen moest opgeven, toen hij na een paar honderd meter geloopen te hebben het water nog niet hooger had, dan tot aan de knieën, moet zich erover verwonderen, dat diezelfde suffe en ondiepe zee hier toch zoo de kust heeft kunnen verwoesten. Maar als je er eens een ferme bries bijwoont uit het Noorden, die een paar dagen aanhoudt, dan zie je, hoe hier een flinke branding wordt gevormd, die het steile strand ondermijnt, zoodat heele brokken met struikgewas en al omlaag storten. Zoo is in den loop der jaren de strandlijn hier al verscheidene meters achteruit[46]gegaan. Op de neergeplofte brokken blijven de struiken nog groeien en ’t is heel aardig om te zien, hoe die omgetuimelde eikjes gaandeweg weer overeind komen te staan. Tegelijk zijn er nog een menigte kleine plantjes, die probeeren het losgewoelde zand weer saam te binden. Zoo zien wij dan hier voor het eerst het vernielen en het weder opbouwen, zooals dat langs de heele Gooische kust gebeurt.Muiderberg is voor de Amsterdammers ook het bosch, dat zij al wandelend het vlugst kunnen bereiken. Groot is het niet, maar je vindt er zeer mooie en rijke plekjes met naaldhout en loofhout met de bloemenheesters en de slingerplanten en op den grond varens en mossen, viooltjes en lelietjes van dalen. De groene en de bonte specht komen er allebei en in ’t laatst van April galmt het hier van de nachtegalen. Roodstaartjes, meezen, winterkoninkjes, boomkruipertjes, vliegenvangertjes, allerlei vogeltjes kan je hier te zien krijgen en zelfs ontbreekt de wielewaal niet. Zonder twijfel is deze rijkdom aan vogels voor een groot deel te danken aan het stille kerkhof en het Echo-bosch.Alles met alles is en blijft Muiderberg zeer de moeite waard, om er heen te wandelen en het grintwegje dat daar vandaan leidt naar het Hakkelaarshek aan den Muiderstraatweg is ook niet te versmaden, vooral wanneer in ’t vaartje er naast al de oeverplanten en waterplanten volop bloeien.Van Muiderberg wandel je heel prettig verder langs de zee, eerst langs een paar plasjes en dan over een nog hoog, zandig buitenland—want hier ligt weer een dijk. Den laatsten keer, dat ik daar wandelde was het 1 Mei en mooi zonnig weer, ik kan mij niet herinneren, dat ik ooit van mijn leven ergens zooveel madeliefjes heb zien bloeien als daar in die Maatlanden. Van tijd tot tijd moet je den dijk eens overwippen. Hij heet den Krommen Westdijk en zit vol bochten en achter de meeste daarvan ligt weer zoo’n doorbraakkolkje, sommige half omgeven door den dijk en daar kun je dan heel rustig zitten uitkijken naar al het mooie leven ver en nabij.Als wij willen, kunnen wij nu, steeds den oever houdende, de stad Naarden (70) heel gewoontjes rechts laten liggen. We wandelen dan langs de vestingwallen heen en kunnen in ’t voorbijgaan den grooten steenen beer bewonderen, die ’t water in de grachten moet houden.Intusschen is Naarden heelemaal geen stad, om zoo maar ongezien te passeeren. Vooreerst vergeet geen een Nederlander wat daar op 4 December 1572 is gebeurd. Naarden is om zoo te zeggen de keerzijde van de medaille, waarvan Brielle de schitterende voorkant is. Als ik eens tijd heb, dan ga ik eens uitvisschen, hoe de uitgemoorde en platgebrande stad weer is hersteld. Dat moet nog al vlug in zijn werk zijn gegaan want al spoedig wordt er alweer gewoonweg melding van gemaakt en in 1672 was het alweer een even belangrijke vesting als thans.[47]6161VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.6262ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.6363BUNSCHOTEN.6464SPAKENBURG. WERF.6565KUST BIJ ERMELOO.6666BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.[48]6767HUIZEN. OUD HUISJE.6868GEZICHT OP NAARDEN.6969VALKEVEEN (STRAND).7070HUIZEN. AAN DE HAVEN.7171MUIDERBERG. OUDE KERK.7272DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.[49]Ik ben als kind opgegroeid in vestingen en onder de soldaten en zoo komt het, dat ik ondanks mijn zeer vreedzamen aard en terwijl ik oorlog beschouw als de grootst mogelijke ramp, die een volk kan overkomen, toch altijd de wallen en grachten, poorten en kazematten van Naarden met groote belangstelling bekijk. Hier hebben we werkelijk „geweld van wallen, dubbele gracht” en bochtige poorten, waar niet rechtdoor doorheengeschoten kan worden, maar waar je wel ’t plezier kunt hebben van met je fiets geheel onverwacht voor een auto of voor een stoomtram te staan; voorzichtigheid is er dus geraden. Gelukkig wordt er éen afgebroken.De stad zelf is heel gewoon ouderwetsch, de meeste straten geplaveid met kinderhoofdjes en zooals in zoovele steden de kerk en het stadhuis zijn zoo mooi, als je maar kunt verlangen. Er is ook een gedenkteeken voor Comenius, den man, die tweehonderd jaar geleden precies verteld heeft, hoe men de kinderen het best kan onderwijzen en we doen het nog altijd anders. Zoo is de wereld.Wij loopen nu echter maar voort langs den Zanddijk. Een openbare weg is dat eigenlijk niet, maar dat is des te rustiger. Ook moeten we een paar keer onder afsluitdraden door en zoo komen we dan eindelijk aan ’t strand van Oud-Valkeveen. Op die manier ontduiken we de schatting, die je anders moet betalen, als je van de bekende uitspanning over de boerderij naar zee wil. ’t Kost, meen ik, een cent en die is wel besteed, want je nadert dan de zee door een smal laantje in ’t kreupelhout, wat de eerste aanblik buitengewoon mooi maakt, vooral als er een paar scheepjes in zicht zijn: een mooi zee-schilderijtje in een omlijsting van eikegroen.Het strand zelf is als bij Muiderberg (76), alleen wat modderiger. Naar den Naarderkant is een bultje dat stevig bij elkaar wordt gehouden door helm en strandhaver en zeepostelein, dit laatste een stijf plantje met harde blaadjes, haast heelemaal door ’t zand bedolven; maar ’t bloeit toch in Mei met geelgroene bloempjes.Als je hier door de droge sloot binnenwaarts doordringt, dan kom je op een open plekje in ’t bosch, heelemaal begroeid met een plant, die je elders in Holland haast nergens ziet: de groote Kaarde. Prachtige, meer dan manshooge planten, stekelig van top tot teen. De onderste bladeren zijn twee aan twee met elkaar verbonden en vormen zoo reservoirs waar ’t regenwater dagen lang in blijft staan. Hoog in de toppen zitten de bloemhoofdjes van bleeke lila bloemen, die bloeien in de zomervacantie. Er staan nog vele andere aardige planten op dit plekje, ook vind je er soms heel wat wilde aardbeitjes, zeer lekker.Van Valkeveen (69) naar de haven van Huizen (68) is weer geen weg, maar je kunt wel langs ’t strand erheen scharrelen. Het dennebosch komt hier vlak aan zee, wat heel mooi is. Voortdurend kunnen we achter ons Muiderberg zien, dat zich van hier voordoet als een lang schiereiland. ’t Is hier ook nog al altijd druk van vogels. Vooral is er[50]kans, dat ge hoog in de lucht een lange rij van lepelaars ziet voorttrekken, vogels uit ’t Naardermeer, die garnalen gaan visschen in de Zuiderzee.Huizen (67) is het visschersdorp, dat in de hei ligt, evenals Bunschoten (63) het visschersdorp is in de wei. Allebei hebben ze hun haven, die van Bunschoten heeft nog een aparte naam en heet Spakenburg. (64) Wie Huizen op zijn mooist wil zien, moet niet een van de Gooische bergen beklimmen, maar afdalen naar de Meent en ondernemende menschen kunnen langs den zoogenaamden Betuinden Oever, een smalle kade, een ontdekkingstocht ondernemen naar den mond van de rivier de Eem. Dan kun je langs het Eemdijkje, dat ook alweer geen weg is, opwandelen naar het gehuchtje Eemdijk, daar overvaren en dan langs den Veen-en-Veldedijk (je zoudt het alleen al om dien naam doen) doorwandelen naar Spakenburg (64). Dat is een van mijn wat ik noem „wilde wandelingen”, maar daarbij krijg je dikwijls de aardigste dingen te zien en ze geven de aangenaamste herinneringen.Botter.[52][53]
[Inhoud]DE ZUIDKUST.De voornaamste stad aan de Zuiderzee is sinds eeuwen Amsterdam. Wel heeft het zich in den laatsten tijd een achterdeurtje naar de Noordzee verschaft en is die achterdeur zelfs hoofdportaal geworden, maar dat neemt niet weg, dat toen Amsterdam de belangrijkste handelsstad van de wereld was, de weg leidde over Pampus.Tegenwoordig echter zijn er Amsterdammers genoeg, of liever te veel, die niet eens den weg naar de Zuiderzee kennen en ’t moet erkend worden, dat daar wel eenige reden voor bestaat, want vroeger leidde die weg langs een ondragelijke vuilnisbelt en thans tusschen een abattoir en een kerkhof. Binnenkort komt daarin verbetering, dan komt er een mooi park vlak bij de zee en dan stroomt het er heen van wandelaars.Jongens, jongens, wat heb ik aan de Amsterdamsche kust al een pleizier beleefd en wat heb ik er veel geleerd. In onze jonge jaren zwierven we daar altijd rond. Je had er een paar rustige hoekjes, waar je prettig kon baden en zwemmen. Oude Amsterdammers spreken dan ook nog altijd met genoegen van het Zuidersopje, een kleine baai tusschen twee vooruitstekende groenlandjes. De bodem was er tamelijk vast en er waren plekjes, waar een jongen van een jaar of veertien werkelijk tot aan[40]zijn hals in ’t water stond, of zelfs kopje onder ging. Dat sopje is nu verdwenen door den aanleg van het ververschingskanaal en het Rijnkanaal; de syphonduikers staan er om zoo te zeggen bovenop. De naam Zuidersopje is echter blijven voortleven en geschonken aan andere verboden zwemgelegenheden, hetzij aan de Zuiderzee zelf, hetzij aan Y en Noordzeekanaal.Behalve als speelterrein is de Zuiderzeedijk ook van belang voor ons geworden als studieveld en nog altijd vinden de Amsterdamsche jongelui hun mooiste planten en dieren tusschen Amsterdam en Muiden, of als je ’t ruimer wilt nemen tusschen Amsterdam en Huizen, een tocht, die wij dikwijls genoeg op één dag hebben volbracht en die ik van tijd tot tijd nog wel eens onderneem. Ik kan u sterk aanraden, dat ook eens te doen, onverschillig in welk jaargetijde. De afstand langs de zee is in ’t geheel 15 K.M. We rekenen er 4 uren voor. Wie ’t onderweg te machtig wordt, kan altijd hier of daar een trammetje pakken: aan de Papenlaan in Muiden, in Muiderberg, in Naarden en van uit Huizen zelf ga je met de tram naar Bussum en van daar per spoor weer naar Mokum.Als je den rechten Zeeburgerdijk hebt afgewandeld en de Rijnkanaalbruggen gepasseerd, dan ligt de Zuiderzee ineens open voor je. Aan den overkant lokken Durgerdam en Ransdorp met zijn dikken toren tot nieuwe wandelingen en onze tocht kunnen we haast in zijn geheel overzien: ’t Gemeenlandshuis, Zomerlust, Diemerdam, de Krijgsman, Muiden, het Muiderslot, ’t Dijkhuisje, Muiderberg en het blauwe Gooi. Bij warm zomerweer is er vaak een mooie luchtspiegeling op het water, dan blinkt het tooverachtig onder de verre kusten. Pampus ligt als een reuzenschildpad midden in zee, de vuurtoren van IJdoorn aan den hoek van ’t IJ (92) op zijn ijzeren spillebeenen kijkt over alles heen en de watervlakte is bezaaid met scheepjes van allerlei soort. Maar van de scheepvaart op de Zuiderzee vertel ik in een apart kapittel.Wij zijn nog geen tien minuten onderweg, of we staan al vol bewondering en verwondering te kijken naar een deftig zeventiende-eeuwsch heerenhuis, dat we eerder verwacht zouden hebben op de Heeren- of Keizersgracht dan hier aan Zee. De breede zijpoorten maken het echter tot een echt buitenhuis en boven een daarvan vinden we een steen, waarin onder meer de wapens zijn gebeiteld van Amsterdam, Leiden en Utrecht met het onderschrift ’t Gemeenlandshuis 1609 (83). Je denkt daarbij: begin van ’t twaalfjarig bestand, vrede en droogmakerijen in Noord-Holland en toen is ook dit huis gebouwd als bestuurszetel voor de waterschappen, die Holland bezuiden het Y moesten verdedigen tegen den waterwolf. Dit wordt nog duidelijk aangegeven door de Latijnsche spreuk boven den Hoofdingang:Hic de Freti Batavi—Furore Arcendo—Agris tuendis agitur, met sommige letters verschillend gezet van de andere en als je die dan als Romeinsche cijfers beschouwt en op de een of andere manier optelt, dan moet er 1609[43]uitkomen. Zoo iets heet een „tijdvers” en ik krijg er meestal getallen uit, die kant noch wal raken.4949DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.5050DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.5151DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.5252DOORNSPIJK. STRAND.5353DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.5454AAN DE KUST BIJ HULSHORST.[42]5555HIERDE. KORENVELDEN.5656HARDERWIJK. WERFJE.5757HARDERWIJK. KORENVELDEN.5858BUURTJE BIJ HARDERWIJK.5959HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.6060HIERDEN. WEG NAAR ZEE.Wat de spreuk zelf beteekende, daar hadden wij in onzen jeugdigen eenvoud niet het minste besef van en wij noemden het huis onder ons altijd maar kortweg: het huis van ik vreet Batavieren. Later hebben wij ons laten uitleggen dat de beteekenis is: „Hier handelen de Bataven er over, hoe zij hun velden zullen beschermen tegen het woeden der baren”, of iets dergelijks.In ieder geval is het een mooi huis en zijn tuinen en boomgaarden en stallingen mogen ook gezien worden; bovendien groeit tusschen de voegen van het metselwerk jaar in jaar uit het kleine muurvarentje, dat we ook in Vollenhove zooveel gezien hebben.Een eindje verder komen we aan een zeer leelijk geel houten gebouwtje, waar de teekenaars van ons album wanhopig omheen hebben gedanst, om er een mooi kantje aan te ontdekken, want ik wou er een plaatje van hebben. Het bleek echter vierkant onmogelijk. ’t Is het Iepeslootersluisje, dat vanzelf opengaat, als het water in het Nieuwe Diep hooger is dan in de Zuiderzee en in het tegenovergestelde geval is het zoo dicht als een pot. Bovendien is dit sluisje belangrijk, doordat ieder wandelaar zijn naam schrijft op de houten betimmering en daar kun je dan zien, wie van je vrienden en kennissen een frissche neus is wezen halen aan de Zuiderzee. Eens in ’t jaar gaat natuurlijk de kwast er over.Een eindje verder maakt de dijk opeens een rechten hoek, die punt heet Immetjeshorn en daar hebben de Watergeuzen tijdens het beleg van Haarlem een poosje een schans gehad tot de Amsterdammers, die ’t met Spanje hielden, hen verjaagden. Bij die gelegenheid heeft Jan Haring zoo mooi gevochten, maar dat was aan den overkant bij Durgerdam, toen hij den aftocht dekte; daar vertel ik in ’t volgend hoofdstuk misschien van.Nu komen we aan een nieuwerwetsch, maar zeer vervallen buitentje en daar begint meteen het buitenland, een kleiïge kwelder, die zich een kilometer of twee ver uitstrekt en langs een smal kleidijkje kun je nu wandelen naar zijn noordelijkste punt De Battery. Daar ligt een lage wal, waar in Napoleon’s tijd een kleine versterking was en daar heb ik dagen lang gebivakkeerd, om lekker buiten te zijn en meteen veel vogels te zien. Want zomer en winter trekken hier de vogels langs: meeuwen en sterns, grutto’s, tureluurs, kemphanen, kievitten, wulpen, eenden van allerlei soort, leeuwerikken, piepers, vinken, ijsvogeltjes, valken, sperwers, koekoeken, alles heb ik daar bij tijd en wijle te zien gekregen. Heel mooi is het er op warme Juli-avonden, dan trekt al het jonge goed in scharen van honderden voorbij.Maar ook ’s winters is het hier prachtig, doch je moet niet opzien tegen een beetje guurheid of modder. Liefst ga ik dan naar die Batterij (81), wanneer het na een paar vorstweekjes is gaan dooien en waaien. Als dan onder den invloed van den Zuidwestenwind[44]het ijs opbreekt en opkruit tegen de Oostelijke en Noordelijke kust, dan komen al de watervogels, die op de Zuiderzee overwinteren, hierheen. En dat zijn er geen klein beetje. Heele risten van zwarte zeeëenden dobberen op de baren; een zwarte streep op het vale zeetje en als ze opvliegen lijkt het, of er een groote zwarte slang over het water kruipt. Dan zijn er ook ontelbare kuifeendjes en ook genoeg van die aardige brilduikers, die hun naam danken aan de groote witte vlek vlak voor hun oog. Dan scharrelen er ook grootere, bont gekleurde vogels met smalle roode snavels, dat zijn de zaagbekken en als we al een eindje in Februari zijn, dan zien we die in troepjes bijeen allerlei zotte grimassen en capriolen maken, een teeken, dat de broedtijd nadert. Zelfs eidereenden komen zich hier van tijd tot tijd vertoonen, ja, eigenlijk is hier alles te verwachten van wat er in den winter aan onze stranden en zeegaten van vogels te zien is. Ik zou dat buitenlandje niet graag willen missen en verheug er mij zeer over, dat dit heele stuk van Amsterdam tot Muiderberg toe onveranderd zal blijven, wanneer binnen korter of langer tijd de Zuiderzee wordt drooggemaakt.De kade komt weer aan den hoofddijk bij een binnenplasje, dat heet de Akkerswade en daar tref je weer allerlei aardige dieren aan: ringslangen en hagedissen en in de wilgenroosjes langs den oever de dikke rupsen van den avondroodvlinder.Den dijk houdende hebben we nu links de zee en rechts de breede Diem (79) met mooie huizengroepjes langs den oever. Diemerdam (80) zelf is altijd een soort van fort geweest en vooral in de laatste vijfentwintig jaren zeer versterkt. Wij wandelen er omheen en komen dan in een streek, die het Uilenbosch heet, maar boomen heb je er niet veel, wel binnendijks een ontoegankelijk moeras en buitendijks weer zoo’n kwelder en dan komen we aan de Papenlaan, waar ik, zooals ik in ’t laatste hoofdstuk zal vertellen, een van de onaangenaamste kwartiertjes van mijn leven heb doorgemaakt. Nu achter de buskruitfabriek langs naar Muiden (74), dat we zoodoende door een achterdeurtje bereiken.Muiden (75) is tegenwoordig zoowat net, wat Amsterdam zeshonderd jaar geleden was: twee straten aan weerszijden van de rivier, een slot aan ’t eind en wallen er omheen. Toch zijn er belangrijke zaken te zien n.l. de buskruitfabriek, die dertig jaar geleden in de lucht is gevlogen, de werven en de zoutziederij, de geweldig groote sluizen, van belang in vrede en oorlog en eindelijk het Slot (73) zelf, de stichting en gevangenis van Floris V en later de verblijfplaats van Pieter Corneliszoon Hooft.Als je mij vraagt, wie van die twee ik ’t belangrijkst vind, dan zeg ik dadelijk „Hooft” en ik ben er zeer mee in mijn schik, dat het inwendige van ’t kasteel meer in overeenstemming wordt gebracht met de zeventiende dan met de veertiende eeuw. Uit Hooft zijn brieven kun je merken, dat hij veel hield van het Gooi en hij haalde[45]zijn Amsterdamsche vrienden en vriendinnen meer naar hem toe, naar de Vecht, dan dat hij ze zelf ging opzoeken aan den Amstel. Als ik eventjes tijd heb in Muiden, dan loop ik altijd gauw naar ’t voorplaatsje van ’t kasteel, om daar te genieten van ’t mooie gebouw, de historische herinnering en de stilte.’t Is eigenlijk zonde en jammer, dat je niet langs het slot op den Zuiderzeedijk kunt komen. Wellicht is de doorgang afgesloten om redenen van krijgskundigen aard, waar ik echter geen goed begrip van heb. Nu moet je, om weer verder langs den Zeedijk te wandelen eerst de Oostpoort uit en dan kom je door een landwegje ten slotte uit bij ’t mooie witte Dijkhuisje (72), dat al van mijlen ver een van de meest in ’t oog vallende bijzonderheden van den Gooischen oever is. Van dezen kant gezien is het Muiderslot op zijn mooist en ’t loont de moeite wel, om van hier nog weer even terug te wandelen, want langs den Zuidkant van den dijk vindt je hier een prachtig plekje, waar, als er de Meidoorns bloeien, al de bloemenpracht van Holland vereenigd is, vooral als je over het smalle slootje heen kunt komen, dat een drassig landje omgeeft, waar wat berken en waterwilgen groeien en nog veel meer moois van planten en dieren.Misschien prijs ik dezen hoek te veel, maar ik kan ook niet vergeten, hoe ik als aankomende jongen hier altijd ronddwaalde en ook, hoe heerlijk het was, om als je uren had gedwaald door moerassen en langs dijken, dan aan te komen op den vasten heuvel van Muiderberg. Waar de dijk aan den heuvel aansluit, kon ’t in Mei aan den binnenkant wit zien van de akkerhoornbloemen en de steenen van den dijk gingen schuil onder de paarse bloempjes van de muurleeuwenbek, die er thans nog al schaarsch is, maar die ik gelukkig op een paar andere plaatsen van den Zuiderzeedijk weer heb gevonden.Muiderberg (71) zelf is een van de mooiste landschappen in Holland, vooral uit de verte, want de heuvel met zijn hooge boomen en de kerk met den stompen toren rijzen alleraardigst omhoog uit de zee en uit de vlakte en vormen een prachtig en indrukwekkend silhouet. Er zijn wel een paar hinderlijke dingen, mislukte villatjes en ’t vervallen badhuis, maar die zullen nog wel eens verdwijnen of verbeterd worden. Erger is het misschien, dat er thans aan de Oostzijde een groot fort wordt gebouwd en aan den Zeekant komt de Waterstaat den boel opknappen.Wie op een kalmen zomerdag wel eens geprobeerd heeft, om in de zee bij Muiderberg te gaan zwemmen en dat voornemen moest opgeven, toen hij na een paar honderd meter geloopen te hebben het water nog niet hooger had, dan tot aan de knieën, moet zich erover verwonderen, dat diezelfde suffe en ondiepe zee hier toch zoo de kust heeft kunnen verwoesten. Maar als je er eens een ferme bries bijwoont uit het Noorden, die een paar dagen aanhoudt, dan zie je, hoe hier een flinke branding wordt gevormd, die het steile strand ondermijnt, zoodat heele brokken met struikgewas en al omlaag storten. Zoo is in den loop der jaren de strandlijn hier al verscheidene meters achteruit[46]gegaan. Op de neergeplofte brokken blijven de struiken nog groeien en ’t is heel aardig om te zien, hoe die omgetuimelde eikjes gaandeweg weer overeind komen te staan. Tegelijk zijn er nog een menigte kleine plantjes, die probeeren het losgewoelde zand weer saam te binden. Zoo zien wij dan hier voor het eerst het vernielen en het weder opbouwen, zooals dat langs de heele Gooische kust gebeurt.Muiderberg is voor de Amsterdammers ook het bosch, dat zij al wandelend het vlugst kunnen bereiken. Groot is het niet, maar je vindt er zeer mooie en rijke plekjes met naaldhout en loofhout met de bloemenheesters en de slingerplanten en op den grond varens en mossen, viooltjes en lelietjes van dalen. De groene en de bonte specht komen er allebei en in ’t laatst van April galmt het hier van de nachtegalen. Roodstaartjes, meezen, winterkoninkjes, boomkruipertjes, vliegenvangertjes, allerlei vogeltjes kan je hier te zien krijgen en zelfs ontbreekt de wielewaal niet. Zonder twijfel is deze rijkdom aan vogels voor een groot deel te danken aan het stille kerkhof en het Echo-bosch.Alles met alles is en blijft Muiderberg zeer de moeite waard, om er heen te wandelen en het grintwegje dat daar vandaan leidt naar het Hakkelaarshek aan den Muiderstraatweg is ook niet te versmaden, vooral wanneer in ’t vaartje er naast al de oeverplanten en waterplanten volop bloeien.Van Muiderberg wandel je heel prettig verder langs de zee, eerst langs een paar plasjes en dan over een nog hoog, zandig buitenland—want hier ligt weer een dijk. Den laatsten keer, dat ik daar wandelde was het 1 Mei en mooi zonnig weer, ik kan mij niet herinneren, dat ik ooit van mijn leven ergens zooveel madeliefjes heb zien bloeien als daar in die Maatlanden. Van tijd tot tijd moet je den dijk eens overwippen. Hij heet den Krommen Westdijk en zit vol bochten en achter de meeste daarvan ligt weer zoo’n doorbraakkolkje, sommige half omgeven door den dijk en daar kun je dan heel rustig zitten uitkijken naar al het mooie leven ver en nabij.Als wij willen, kunnen wij nu, steeds den oever houdende, de stad Naarden (70) heel gewoontjes rechts laten liggen. We wandelen dan langs de vestingwallen heen en kunnen in ’t voorbijgaan den grooten steenen beer bewonderen, die ’t water in de grachten moet houden.Intusschen is Naarden heelemaal geen stad, om zoo maar ongezien te passeeren. Vooreerst vergeet geen een Nederlander wat daar op 4 December 1572 is gebeurd. Naarden is om zoo te zeggen de keerzijde van de medaille, waarvan Brielle de schitterende voorkant is. Als ik eens tijd heb, dan ga ik eens uitvisschen, hoe de uitgemoorde en platgebrande stad weer is hersteld. Dat moet nog al vlug in zijn werk zijn gegaan want al spoedig wordt er alweer gewoonweg melding van gemaakt en in 1672 was het alweer een even belangrijke vesting als thans.[47]6161VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.6262ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.6363BUNSCHOTEN.6464SPAKENBURG. WERF.6565KUST BIJ ERMELOO.6666BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.[48]6767HUIZEN. OUD HUISJE.6868GEZICHT OP NAARDEN.6969VALKEVEEN (STRAND).7070HUIZEN. AAN DE HAVEN.7171MUIDERBERG. OUDE KERK.7272DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.[49]Ik ben als kind opgegroeid in vestingen en onder de soldaten en zoo komt het, dat ik ondanks mijn zeer vreedzamen aard en terwijl ik oorlog beschouw als de grootst mogelijke ramp, die een volk kan overkomen, toch altijd de wallen en grachten, poorten en kazematten van Naarden met groote belangstelling bekijk. Hier hebben we werkelijk „geweld van wallen, dubbele gracht” en bochtige poorten, waar niet rechtdoor doorheengeschoten kan worden, maar waar je wel ’t plezier kunt hebben van met je fiets geheel onverwacht voor een auto of voor een stoomtram te staan; voorzichtigheid is er dus geraden. Gelukkig wordt er éen afgebroken.De stad zelf is heel gewoon ouderwetsch, de meeste straten geplaveid met kinderhoofdjes en zooals in zoovele steden de kerk en het stadhuis zijn zoo mooi, als je maar kunt verlangen. Er is ook een gedenkteeken voor Comenius, den man, die tweehonderd jaar geleden precies verteld heeft, hoe men de kinderen het best kan onderwijzen en we doen het nog altijd anders. Zoo is de wereld.Wij loopen nu echter maar voort langs den Zanddijk. Een openbare weg is dat eigenlijk niet, maar dat is des te rustiger. Ook moeten we een paar keer onder afsluitdraden door en zoo komen we dan eindelijk aan ’t strand van Oud-Valkeveen. Op die manier ontduiken we de schatting, die je anders moet betalen, als je van de bekende uitspanning over de boerderij naar zee wil. ’t Kost, meen ik, een cent en die is wel besteed, want je nadert dan de zee door een smal laantje in ’t kreupelhout, wat de eerste aanblik buitengewoon mooi maakt, vooral als er een paar scheepjes in zicht zijn: een mooi zee-schilderijtje in een omlijsting van eikegroen.Het strand zelf is als bij Muiderberg (76), alleen wat modderiger. Naar den Naarderkant is een bultje dat stevig bij elkaar wordt gehouden door helm en strandhaver en zeepostelein, dit laatste een stijf plantje met harde blaadjes, haast heelemaal door ’t zand bedolven; maar ’t bloeit toch in Mei met geelgroene bloempjes.Als je hier door de droge sloot binnenwaarts doordringt, dan kom je op een open plekje in ’t bosch, heelemaal begroeid met een plant, die je elders in Holland haast nergens ziet: de groote Kaarde. Prachtige, meer dan manshooge planten, stekelig van top tot teen. De onderste bladeren zijn twee aan twee met elkaar verbonden en vormen zoo reservoirs waar ’t regenwater dagen lang in blijft staan. Hoog in de toppen zitten de bloemhoofdjes van bleeke lila bloemen, die bloeien in de zomervacantie. Er staan nog vele andere aardige planten op dit plekje, ook vind je er soms heel wat wilde aardbeitjes, zeer lekker.Van Valkeveen (69) naar de haven van Huizen (68) is weer geen weg, maar je kunt wel langs ’t strand erheen scharrelen. Het dennebosch komt hier vlak aan zee, wat heel mooi is. Voortdurend kunnen we achter ons Muiderberg zien, dat zich van hier voordoet als een lang schiereiland. ’t Is hier ook nog al altijd druk van vogels. Vooral is er[50]kans, dat ge hoog in de lucht een lange rij van lepelaars ziet voorttrekken, vogels uit ’t Naardermeer, die garnalen gaan visschen in de Zuiderzee.Huizen (67) is het visschersdorp, dat in de hei ligt, evenals Bunschoten (63) het visschersdorp is in de wei. Allebei hebben ze hun haven, die van Bunschoten heeft nog een aparte naam en heet Spakenburg. (64) Wie Huizen op zijn mooist wil zien, moet niet een van de Gooische bergen beklimmen, maar afdalen naar de Meent en ondernemende menschen kunnen langs den zoogenaamden Betuinden Oever, een smalle kade, een ontdekkingstocht ondernemen naar den mond van de rivier de Eem. Dan kun je langs het Eemdijkje, dat ook alweer geen weg is, opwandelen naar het gehuchtje Eemdijk, daar overvaren en dan langs den Veen-en-Veldedijk (je zoudt het alleen al om dien naam doen) doorwandelen naar Spakenburg (64). Dat is een van mijn wat ik noem „wilde wandelingen”, maar daarbij krijg je dikwijls de aardigste dingen te zien en ze geven de aangenaamste herinneringen.Botter.[52][53]
DE ZUIDKUST.
De voornaamste stad aan de Zuiderzee is sinds eeuwen Amsterdam. Wel heeft het zich in den laatsten tijd een achterdeurtje naar de Noordzee verschaft en is die achterdeur zelfs hoofdportaal geworden, maar dat neemt niet weg, dat toen Amsterdam de belangrijkste handelsstad van de wereld was, de weg leidde over Pampus.Tegenwoordig echter zijn er Amsterdammers genoeg, of liever te veel, die niet eens den weg naar de Zuiderzee kennen en ’t moet erkend worden, dat daar wel eenige reden voor bestaat, want vroeger leidde die weg langs een ondragelijke vuilnisbelt en thans tusschen een abattoir en een kerkhof. Binnenkort komt daarin verbetering, dan komt er een mooi park vlak bij de zee en dan stroomt het er heen van wandelaars.Jongens, jongens, wat heb ik aan de Amsterdamsche kust al een pleizier beleefd en wat heb ik er veel geleerd. In onze jonge jaren zwierven we daar altijd rond. Je had er een paar rustige hoekjes, waar je prettig kon baden en zwemmen. Oude Amsterdammers spreken dan ook nog altijd met genoegen van het Zuidersopje, een kleine baai tusschen twee vooruitstekende groenlandjes. De bodem was er tamelijk vast en er waren plekjes, waar een jongen van een jaar of veertien werkelijk tot aan[40]zijn hals in ’t water stond, of zelfs kopje onder ging. Dat sopje is nu verdwenen door den aanleg van het ververschingskanaal en het Rijnkanaal; de syphonduikers staan er om zoo te zeggen bovenop. De naam Zuidersopje is echter blijven voortleven en geschonken aan andere verboden zwemgelegenheden, hetzij aan de Zuiderzee zelf, hetzij aan Y en Noordzeekanaal.Behalve als speelterrein is de Zuiderzeedijk ook van belang voor ons geworden als studieveld en nog altijd vinden de Amsterdamsche jongelui hun mooiste planten en dieren tusschen Amsterdam en Muiden, of als je ’t ruimer wilt nemen tusschen Amsterdam en Huizen, een tocht, die wij dikwijls genoeg op één dag hebben volbracht en die ik van tijd tot tijd nog wel eens onderneem. Ik kan u sterk aanraden, dat ook eens te doen, onverschillig in welk jaargetijde. De afstand langs de zee is in ’t geheel 15 K.M. We rekenen er 4 uren voor. Wie ’t onderweg te machtig wordt, kan altijd hier of daar een trammetje pakken: aan de Papenlaan in Muiden, in Muiderberg, in Naarden en van uit Huizen zelf ga je met de tram naar Bussum en van daar per spoor weer naar Mokum.Als je den rechten Zeeburgerdijk hebt afgewandeld en de Rijnkanaalbruggen gepasseerd, dan ligt de Zuiderzee ineens open voor je. Aan den overkant lokken Durgerdam en Ransdorp met zijn dikken toren tot nieuwe wandelingen en onze tocht kunnen we haast in zijn geheel overzien: ’t Gemeenlandshuis, Zomerlust, Diemerdam, de Krijgsman, Muiden, het Muiderslot, ’t Dijkhuisje, Muiderberg en het blauwe Gooi. Bij warm zomerweer is er vaak een mooie luchtspiegeling op het water, dan blinkt het tooverachtig onder de verre kusten. Pampus ligt als een reuzenschildpad midden in zee, de vuurtoren van IJdoorn aan den hoek van ’t IJ (92) op zijn ijzeren spillebeenen kijkt over alles heen en de watervlakte is bezaaid met scheepjes van allerlei soort. Maar van de scheepvaart op de Zuiderzee vertel ik in een apart kapittel.Wij zijn nog geen tien minuten onderweg, of we staan al vol bewondering en verwondering te kijken naar een deftig zeventiende-eeuwsch heerenhuis, dat we eerder verwacht zouden hebben op de Heeren- of Keizersgracht dan hier aan Zee. De breede zijpoorten maken het echter tot een echt buitenhuis en boven een daarvan vinden we een steen, waarin onder meer de wapens zijn gebeiteld van Amsterdam, Leiden en Utrecht met het onderschrift ’t Gemeenlandshuis 1609 (83). Je denkt daarbij: begin van ’t twaalfjarig bestand, vrede en droogmakerijen in Noord-Holland en toen is ook dit huis gebouwd als bestuurszetel voor de waterschappen, die Holland bezuiden het Y moesten verdedigen tegen den waterwolf. Dit wordt nog duidelijk aangegeven door de Latijnsche spreuk boven den Hoofdingang:Hic de Freti Batavi—Furore Arcendo—Agris tuendis agitur, met sommige letters verschillend gezet van de andere en als je die dan als Romeinsche cijfers beschouwt en op de een of andere manier optelt, dan moet er 1609[43]uitkomen. Zoo iets heet een „tijdvers” en ik krijg er meestal getallen uit, die kant noch wal raken.4949DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.5050DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.5151DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.5252DOORNSPIJK. STRAND.5353DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.5454AAN DE KUST BIJ HULSHORST.[42]5555HIERDE. KORENVELDEN.5656HARDERWIJK. WERFJE.5757HARDERWIJK. KORENVELDEN.5858BUURTJE BIJ HARDERWIJK.5959HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.6060HIERDEN. WEG NAAR ZEE.Wat de spreuk zelf beteekende, daar hadden wij in onzen jeugdigen eenvoud niet het minste besef van en wij noemden het huis onder ons altijd maar kortweg: het huis van ik vreet Batavieren. Later hebben wij ons laten uitleggen dat de beteekenis is: „Hier handelen de Bataven er over, hoe zij hun velden zullen beschermen tegen het woeden der baren”, of iets dergelijks.In ieder geval is het een mooi huis en zijn tuinen en boomgaarden en stallingen mogen ook gezien worden; bovendien groeit tusschen de voegen van het metselwerk jaar in jaar uit het kleine muurvarentje, dat we ook in Vollenhove zooveel gezien hebben.Een eindje verder komen we aan een zeer leelijk geel houten gebouwtje, waar de teekenaars van ons album wanhopig omheen hebben gedanst, om er een mooi kantje aan te ontdekken, want ik wou er een plaatje van hebben. Het bleek echter vierkant onmogelijk. ’t Is het Iepeslootersluisje, dat vanzelf opengaat, als het water in het Nieuwe Diep hooger is dan in de Zuiderzee en in het tegenovergestelde geval is het zoo dicht als een pot. Bovendien is dit sluisje belangrijk, doordat ieder wandelaar zijn naam schrijft op de houten betimmering en daar kun je dan zien, wie van je vrienden en kennissen een frissche neus is wezen halen aan de Zuiderzee. Eens in ’t jaar gaat natuurlijk de kwast er over.Een eindje verder maakt de dijk opeens een rechten hoek, die punt heet Immetjeshorn en daar hebben de Watergeuzen tijdens het beleg van Haarlem een poosje een schans gehad tot de Amsterdammers, die ’t met Spanje hielden, hen verjaagden. Bij die gelegenheid heeft Jan Haring zoo mooi gevochten, maar dat was aan den overkant bij Durgerdam, toen hij den aftocht dekte; daar vertel ik in ’t volgend hoofdstuk misschien van.Nu komen we aan een nieuwerwetsch, maar zeer vervallen buitentje en daar begint meteen het buitenland, een kleiïge kwelder, die zich een kilometer of twee ver uitstrekt en langs een smal kleidijkje kun je nu wandelen naar zijn noordelijkste punt De Battery. Daar ligt een lage wal, waar in Napoleon’s tijd een kleine versterking was en daar heb ik dagen lang gebivakkeerd, om lekker buiten te zijn en meteen veel vogels te zien. Want zomer en winter trekken hier de vogels langs: meeuwen en sterns, grutto’s, tureluurs, kemphanen, kievitten, wulpen, eenden van allerlei soort, leeuwerikken, piepers, vinken, ijsvogeltjes, valken, sperwers, koekoeken, alles heb ik daar bij tijd en wijle te zien gekregen. Heel mooi is het er op warme Juli-avonden, dan trekt al het jonge goed in scharen van honderden voorbij.Maar ook ’s winters is het hier prachtig, doch je moet niet opzien tegen een beetje guurheid of modder. Liefst ga ik dan naar die Batterij (81), wanneer het na een paar vorstweekjes is gaan dooien en waaien. Als dan onder den invloed van den Zuidwestenwind[44]het ijs opbreekt en opkruit tegen de Oostelijke en Noordelijke kust, dan komen al de watervogels, die op de Zuiderzee overwinteren, hierheen. En dat zijn er geen klein beetje. Heele risten van zwarte zeeëenden dobberen op de baren; een zwarte streep op het vale zeetje en als ze opvliegen lijkt het, of er een groote zwarte slang over het water kruipt. Dan zijn er ook ontelbare kuifeendjes en ook genoeg van die aardige brilduikers, die hun naam danken aan de groote witte vlek vlak voor hun oog. Dan scharrelen er ook grootere, bont gekleurde vogels met smalle roode snavels, dat zijn de zaagbekken en als we al een eindje in Februari zijn, dan zien we die in troepjes bijeen allerlei zotte grimassen en capriolen maken, een teeken, dat de broedtijd nadert. Zelfs eidereenden komen zich hier van tijd tot tijd vertoonen, ja, eigenlijk is hier alles te verwachten van wat er in den winter aan onze stranden en zeegaten van vogels te zien is. Ik zou dat buitenlandje niet graag willen missen en verheug er mij zeer over, dat dit heele stuk van Amsterdam tot Muiderberg toe onveranderd zal blijven, wanneer binnen korter of langer tijd de Zuiderzee wordt drooggemaakt.De kade komt weer aan den hoofddijk bij een binnenplasje, dat heet de Akkerswade en daar tref je weer allerlei aardige dieren aan: ringslangen en hagedissen en in de wilgenroosjes langs den oever de dikke rupsen van den avondroodvlinder.Den dijk houdende hebben we nu links de zee en rechts de breede Diem (79) met mooie huizengroepjes langs den oever. Diemerdam (80) zelf is altijd een soort van fort geweest en vooral in de laatste vijfentwintig jaren zeer versterkt. Wij wandelen er omheen en komen dan in een streek, die het Uilenbosch heet, maar boomen heb je er niet veel, wel binnendijks een ontoegankelijk moeras en buitendijks weer zoo’n kwelder en dan komen we aan de Papenlaan, waar ik, zooals ik in ’t laatste hoofdstuk zal vertellen, een van de onaangenaamste kwartiertjes van mijn leven heb doorgemaakt. Nu achter de buskruitfabriek langs naar Muiden (74), dat we zoodoende door een achterdeurtje bereiken.Muiden (75) is tegenwoordig zoowat net, wat Amsterdam zeshonderd jaar geleden was: twee straten aan weerszijden van de rivier, een slot aan ’t eind en wallen er omheen. Toch zijn er belangrijke zaken te zien n.l. de buskruitfabriek, die dertig jaar geleden in de lucht is gevlogen, de werven en de zoutziederij, de geweldig groote sluizen, van belang in vrede en oorlog en eindelijk het Slot (73) zelf, de stichting en gevangenis van Floris V en later de verblijfplaats van Pieter Corneliszoon Hooft.Als je mij vraagt, wie van die twee ik ’t belangrijkst vind, dan zeg ik dadelijk „Hooft” en ik ben er zeer mee in mijn schik, dat het inwendige van ’t kasteel meer in overeenstemming wordt gebracht met de zeventiende dan met de veertiende eeuw. Uit Hooft zijn brieven kun je merken, dat hij veel hield van het Gooi en hij haalde[45]zijn Amsterdamsche vrienden en vriendinnen meer naar hem toe, naar de Vecht, dan dat hij ze zelf ging opzoeken aan den Amstel. Als ik eventjes tijd heb in Muiden, dan loop ik altijd gauw naar ’t voorplaatsje van ’t kasteel, om daar te genieten van ’t mooie gebouw, de historische herinnering en de stilte.’t Is eigenlijk zonde en jammer, dat je niet langs het slot op den Zuiderzeedijk kunt komen. Wellicht is de doorgang afgesloten om redenen van krijgskundigen aard, waar ik echter geen goed begrip van heb. Nu moet je, om weer verder langs den Zeedijk te wandelen eerst de Oostpoort uit en dan kom je door een landwegje ten slotte uit bij ’t mooie witte Dijkhuisje (72), dat al van mijlen ver een van de meest in ’t oog vallende bijzonderheden van den Gooischen oever is. Van dezen kant gezien is het Muiderslot op zijn mooist en ’t loont de moeite wel, om van hier nog weer even terug te wandelen, want langs den Zuidkant van den dijk vindt je hier een prachtig plekje, waar, als er de Meidoorns bloeien, al de bloemenpracht van Holland vereenigd is, vooral als je over het smalle slootje heen kunt komen, dat een drassig landje omgeeft, waar wat berken en waterwilgen groeien en nog veel meer moois van planten en dieren.Misschien prijs ik dezen hoek te veel, maar ik kan ook niet vergeten, hoe ik als aankomende jongen hier altijd ronddwaalde en ook, hoe heerlijk het was, om als je uren had gedwaald door moerassen en langs dijken, dan aan te komen op den vasten heuvel van Muiderberg. Waar de dijk aan den heuvel aansluit, kon ’t in Mei aan den binnenkant wit zien van de akkerhoornbloemen en de steenen van den dijk gingen schuil onder de paarse bloempjes van de muurleeuwenbek, die er thans nog al schaarsch is, maar die ik gelukkig op een paar andere plaatsen van den Zuiderzeedijk weer heb gevonden.Muiderberg (71) zelf is een van de mooiste landschappen in Holland, vooral uit de verte, want de heuvel met zijn hooge boomen en de kerk met den stompen toren rijzen alleraardigst omhoog uit de zee en uit de vlakte en vormen een prachtig en indrukwekkend silhouet. Er zijn wel een paar hinderlijke dingen, mislukte villatjes en ’t vervallen badhuis, maar die zullen nog wel eens verdwijnen of verbeterd worden. Erger is het misschien, dat er thans aan de Oostzijde een groot fort wordt gebouwd en aan den Zeekant komt de Waterstaat den boel opknappen.Wie op een kalmen zomerdag wel eens geprobeerd heeft, om in de zee bij Muiderberg te gaan zwemmen en dat voornemen moest opgeven, toen hij na een paar honderd meter geloopen te hebben het water nog niet hooger had, dan tot aan de knieën, moet zich erover verwonderen, dat diezelfde suffe en ondiepe zee hier toch zoo de kust heeft kunnen verwoesten. Maar als je er eens een ferme bries bijwoont uit het Noorden, die een paar dagen aanhoudt, dan zie je, hoe hier een flinke branding wordt gevormd, die het steile strand ondermijnt, zoodat heele brokken met struikgewas en al omlaag storten. Zoo is in den loop der jaren de strandlijn hier al verscheidene meters achteruit[46]gegaan. Op de neergeplofte brokken blijven de struiken nog groeien en ’t is heel aardig om te zien, hoe die omgetuimelde eikjes gaandeweg weer overeind komen te staan. Tegelijk zijn er nog een menigte kleine plantjes, die probeeren het losgewoelde zand weer saam te binden. Zoo zien wij dan hier voor het eerst het vernielen en het weder opbouwen, zooals dat langs de heele Gooische kust gebeurt.Muiderberg is voor de Amsterdammers ook het bosch, dat zij al wandelend het vlugst kunnen bereiken. Groot is het niet, maar je vindt er zeer mooie en rijke plekjes met naaldhout en loofhout met de bloemenheesters en de slingerplanten en op den grond varens en mossen, viooltjes en lelietjes van dalen. De groene en de bonte specht komen er allebei en in ’t laatst van April galmt het hier van de nachtegalen. Roodstaartjes, meezen, winterkoninkjes, boomkruipertjes, vliegenvangertjes, allerlei vogeltjes kan je hier te zien krijgen en zelfs ontbreekt de wielewaal niet. Zonder twijfel is deze rijkdom aan vogels voor een groot deel te danken aan het stille kerkhof en het Echo-bosch.Alles met alles is en blijft Muiderberg zeer de moeite waard, om er heen te wandelen en het grintwegje dat daar vandaan leidt naar het Hakkelaarshek aan den Muiderstraatweg is ook niet te versmaden, vooral wanneer in ’t vaartje er naast al de oeverplanten en waterplanten volop bloeien.Van Muiderberg wandel je heel prettig verder langs de zee, eerst langs een paar plasjes en dan over een nog hoog, zandig buitenland—want hier ligt weer een dijk. Den laatsten keer, dat ik daar wandelde was het 1 Mei en mooi zonnig weer, ik kan mij niet herinneren, dat ik ooit van mijn leven ergens zooveel madeliefjes heb zien bloeien als daar in die Maatlanden. Van tijd tot tijd moet je den dijk eens overwippen. Hij heet den Krommen Westdijk en zit vol bochten en achter de meeste daarvan ligt weer zoo’n doorbraakkolkje, sommige half omgeven door den dijk en daar kun je dan heel rustig zitten uitkijken naar al het mooie leven ver en nabij.Als wij willen, kunnen wij nu, steeds den oever houdende, de stad Naarden (70) heel gewoontjes rechts laten liggen. We wandelen dan langs de vestingwallen heen en kunnen in ’t voorbijgaan den grooten steenen beer bewonderen, die ’t water in de grachten moet houden.Intusschen is Naarden heelemaal geen stad, om zoo maar ongezien te passeeren. Vooreerst vergeet geen een Nederlander wat daar op 4 December 1572 is gebeurd. Naarden is om zoo te zeggen de keerzijde van de medaille, waarvan Brielle de schitterende voorkant is. Als ik eens tijd heb, dan ga ik eens uitvisschen, hoe de uitgemoorde en platgebrande stad weer is hersteld. Dat moet nog al vlug in zijn werk zijn gegaan want al spoedig wordt er alweer gewoonweg melding van gemaakt en in 1672 was het alweer een even belangrijke vesting als thans.[47]6161VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.6262ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.6363BUNSCHOTEN.6464SPAKENBURG. WERF.6565KUST BIJ ERMELOO.6666BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.[48]6767HUIZEN. OUD HUISJE.6868GEZICHT OP NAARDEN.6969VALKEVEEN (STRAND).7070HUIZEN. AAN DE HAVEN.7171MUIDERBERG. OUDE KERK.7272DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.[49]Ik ben als kind opgegroeid in vestingen en onder de soldaten en zoo komt het, dat ik ondanks mijn zeer vreedzamen aard en terwijl ik oorlog beschouw als de grootst mogelijke ramp, die een volk kan overkomen, toch altijd de wallen en grachten, poorten en kazematten van Naarden met groote belangstelling bekijk. Hier hebben we werkelijk „geweld van wallen, dubbele gracht” en bochtige poorten, waar niet rechtdoor doorheengeschoten kan worden, maar waar je wel ’t plezier kunt hebben van met je fiets geheel onverwacht voor een auto of voor een stoomtram te staan; voorzichtigheid is er dus geraden. Gelukkig wordt er éen afgebroken.De stad zelf is heel gewoon ouderwetsch, de meeste straten geplaveid met kinderhoofdjes en zooals in zoovele steden de kerk en het stadhuis zijn zoo mooi, als je maar kunt verlangen. Er is ook een gedenkteeken voor Comenius, den man, die tweehonderd jaar geleden precies verteld heeft, hoe men de kinderen het best kan onderwijzen en we doen het nog altijd anders. Zoo is de wereld.Wij loopen nu echter maar voort langs den Zanddijk. Een openbare weg is dat eigenlijk niet, maar dat is des te rustiger. Ook moeten we een paar keer onder afsluitdraden door en zoo komen we dan eindelijk aan ’t strand van Oud-Valkeveen. Op die manier ontduiken we de schatting, die je anders moet betalen, als je van de bekende uitspanning over de boerderij naar zee wil. ’t Kost, meen ik, een cent en die is wel besteed, want je nadert dan de zee door een smal laantje in ’t kreupelhout, wat de eerste aanblik buitengewoon mooi maakt, vooral als er een paar scheepjes in zicht zijn: een mooi zee-schilderijtje in een omlijsting van eikegroen.Het strand zelf is als bij Muiderberg (76), alleen wat modderiger. Naar den Naarderkant is een bultje dat stevig bij elkaar wordt gehouden door helm en strandhaver en zeepostelein, dit laatste een stijf plantje met harde blaadjes, haast heelemaal door ’t zand bedolven; maar ’t bloeit toch in Mei met geelgroene bloempjes.Als je hier door de droge sloot binnenwaarts doordringt, dan kom je op een open plekje in ’t bosch, heelemaal begroeid met een plant, die je elders in Holland haast nergens ziet: de groote Kaarde. Prachtige, meer dan manshooge planten, stekelig van top tot teen. De onderste bladeren zijn twee aan twee met elkaar verbonden en vormen zoo reservoirs waar ’t regenwater dagen lang in blijft staan. Hoog in de toppen zitten de bloemhoofdjes van bleeke lila bloemen, die bloeien in de zomervacantie. Er staan nog vele andere aardige planten op dit plekje, ook vind je er soms heel wat wilde aardbeitjes, zeer lekker.Van Valkeveen (69) naar de haven van Huizen (68) is weer geen weg, maar je kunt wel langs ’t strand erheen scharrelen. Het dennebosch komt hier vlak aan zee, wat heel mooi is. Voortdurend kunnen we achter ons Muiderberg zien, dat zich van hier voordoet als een lang schiereiland. ’t Is hier ook nog al altijd druk van vogels. Vooral is er[50]kans, dat ge hoog in de lucht een lange rij van lepelaars ziet voorttrekken, vogels uit ’t Naardermeer, die garnalen gaan visschen in de Zuiderzee.Huizen (67) is het visschersdorp, dat in de hei ligt, evenals Bunschoten (63) het visschersdorp is in de wei. Allebei hebben ze hun haven, die van Bunschoten heeft nog een aparte naam en heet Spakenburg. (64) Wie Huizen op zijn mooist wil zien, moet niet een van de Gooische bergen beklimmen, maar afdalen naar de Meent en ondernemende menschen kunnen langs den zoogenaamden Betuinden Oever, een smalle kade, een ontdekkingstocht ondernemen naar den mond van de rivier de Eem. Dan kun je langs het Eemdijkje, dat ook alweer geen weg is, opwandelen naar het gehuchtje Eemdijk, daar overvaren en dan langs den Veen-en-Veldedijk (je zoudt het alleen al om dien naam doen) doorwandelen naar Spakenburg (64). Dat is een van mijn wat ik noem „wilde wandelingen”, maar daarbij krijg je dikwijls de aardigste dingen te zien en ze geven de aangenaamste herinneringen.Botter.[52][53]
De voornaamste stad aan de Zuiderzee is sinds eeuwen Amsterdam. Wel heeft het zich in den laatsten tijd een achterdeurtje naar de Noordzee verschaft en is die achterdeur zelfs hoofdportaal geworden, maar dat neemt niet weg, dat toen Amsterdam de belangrijkste handelsstad van de wereld was, de weg leidde over Pampus.
Tegenwoordig echter zijn er Amsterdammers genoeg, of liever te veel, die niet eens den weg naar de Zuiderzee kennen en ’t moet erkend worden, dat daar wel eenige reden voor bestaat, want vroeger leidde die weg langs een ondragelijke vuilnisbelt en thans tusschen een abattoir en een kerkhof. Binnenkort komt daarin verbetering, dan komt er een mooi park vlak bij de zee en dan stroomt het er heen van wandelaars.
Jongens, jongens, wat heb ik aan de Amsterdamsche kust al een pleizier beleefd en wat heb ik er veel geleerd. In onze jonge jaren zwierven we daar altijd rond. Je had er een paar rustige hoekjes, waar je prettig kon baden en zwemmen. Oude Amsterdammers spreken dan ook nog altijd met genoegen van het Zuidersopje, een kleine baai tusschen twee vooruitstekende groenlandjes. De bodem was er tamelijk vast en er waren plekjes, waar een jongen van een jaar of veertien werkelijk tot aan[40]zijn hals in ’t water stond, of zelfs kopje onder ging. Dat sopje is nu verdwenen door den aanleg van het ververschingskanaal en het Rijnkanaal; de syphonduikers staan er om zoo te zeggen bovenop. De naam Zuidersopje is echter blijven voortleven en geschonken aan andere verboden zwemgelegenheden, hetzij aan de Zuiderzee zelf, hetzij aan Y en Noordzeekanaal.
Behalve als speelterrein is de Zuiderzeedijk ook van belang voor ons geworden als studieveld en nog altijd vinden de Amsterdamsche jongelui hun mooiste planten en dieren tusschen Amsterdam en Muiden, of als je ’t ruimer wilt nemen tusschen Amsterdam en Huizen, een tocht, die wij dikwijls genoeg op één dag hebben volbracht en die ik van tijd tot tijd nog wel eens onderneem. Ik kan u sterk aanraden, dat ook eens te doen, onverschillig in welk jaargetijde. De afstand langs de zee is in ’t geheel 15 K.M. We rekenen er 4 uren voor. Wie ’t onderweg te machtig wordt, kan altijd hier of daar een trammetje pakken: aan de Papenlaan in Muiden, in Muiderberg, in Naarden en van uit Huizen zelf ga je met de tram naar Bussum en van daar per spoor weer naar Mokum.
Als je den rechten Zeeburgerdijk hebt afgewandeld en de Rijnkanaalbruggen gepasseerd, dan ligt de Zuiderzee ineens open voor je. Aan den overkant lokken Durgerdam en Ransdorp met zijn dikken toren tot nieuwe wandelingen en onze tocht kunnen we haast in zijn geheel overzien: ’t Gemeenlandshuis, Zomerlust, Diemerdam, de Krijgsman, Muiden, het Muiderslot, ’t Dijkhuisje, Muiderberg en het blauwe Gooi. Bij warm zomerweer is er vaak een mooie luchtspiegeling op het water, dan blinkt het tooverachtig onder de verre kusten. Pampus ligt als een reuzenschildpad midden in zee, de vuurtoren van IJdoorn aan den hoek van ’t IJ (92) op zijn ijzeren spillebeenen kijkt over alles heen en de watervlakte is bezaaid met scheepjes van allerlei soort. Maar van de scheepvaart op de Zuiderzee vertel ik in een apart kapittel.
Wij zijn nog geen tien minuten onderweg, of we staan al vol bewondering en verwondering te kijken naar een deftig zeventiende-eeuwsch heerenhuis, dat we eerder verwacht zouden hebben op de Heeren- of Keizersgracht dan hier aan Zee. De breede zijpoorten maken het echter tot een echt buitenhuis en boven een daarvan vinden we een steen, waarin onder meer de wapens zijn gebeiteld van Amsterdam, Leiden en Utrecht met het onderschrift ’t Gemeenlandshuis 1609 (83). Je denkt daarbij: begin van ’t twaalfjarig bestand, vrede en droogmakerijen in Noord-Holland en toen is ook dit huis gebouwd als bestuurszetel voor de waterschappen, die Holland bezuiden het Y moesten verdedigen tegen den waterwolf. Dit wordt nog duidelijk aangegeven door de Latijnsche spreuk boven den Hoofdingang:Hic de Freti Batavi—Furore Arcendo—Agris tuendis agitur, met sommige letters verschillend gezet van de andere en als je die dan als Romeinsche cijfers beschouwt en op de een of andere manier optelt, dan moet er 1609[43]uitkomen. Zoo iets heet een „tijdvers” en ik krijg er meestal getallen uit, die kant noch wal raken.
4949DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.5050DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.5151DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.5252DOORNSPIJK. STRAND.5353DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.5454AAN DE KUST BIJ HULSHORST.
4949DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.
49
DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN ZEE.
5050DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.
50
DOORNSPIJK. BOERDERIJ AAN DE BEEK.
5151DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.
51
DOORNSPIJK. AAN DE BEEK.
5252DOORNSPIJK. STRAND.
52
DOORNSPIJK. STRAND.
5353DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.
53
DOORNSPIJK. BEEKMONDING MET SLUISJE.
5454AAN DE KUST BIJ HULSHORST.
54
AAN DE KUST BIJ HULSHORST.
[42]
5555HIERDE. KORENVELDEN.5656HARDERWIJK. WERFJE.5757HARDERWIJK. KORENVELDEN.5858BUURTJE BIJ HARDERWIJK.5959HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.6060HIERDEN. WEG NAAR ZEE.
5555HIERDE. KORENVELDEN.
55
HIERDE. KORENVELDEN.
5656HARDERWIJK. WERFJE.
56
HARDERWIJK. WERFJE.
5757HARDERWIJK. KORENVELDEN.
57
HARDERWIJK. KORENVELDEN.
5858BUURTJE BIJ HARDERWIJK.
58
BUURTJE BIJ HARDERWIJK.
5959HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.
59
HARDERWIJK. OUDE STADSMUUR.
6060HIERDEN. WEG NAAR ZEE.
60
HIERDEN. WEG NAAR ZEE.
Wat de spreuk zelf beteekende, daar hadden wij in onzen jeugdigen eenvoud niet het minste besef van en wij noemden het huis onder ons altijd maar kortweg: het huis van ik vreet Batavieren. Later hebben wij ons laten uitleggen dat de beteekenis is: „Hier handelen de Bataven er over, hoe zij hun velden zullen beschermen tegen het woeden der baren”, of iets dergelijks.
In ieder geval is het een mooi huis en zijn tuinen en boomgaarden en stallingen mogen ook gezien worden; bovendien groeit tusschen de voegen van het metselwerk jaar in jaar uit het kleine muurvarentje, dat we ook in Vollenhove zooveel gezien hebben.
Een eindje verder komen we aan een zeer leelijk geel houten gebouwtje, waar de teekenaars van ons album wanhopig omheen hebben gedanst, om er een mooi kantje aan te ontdekken, want ik wou er een plaatje van hebben. Het bleek echter vierkant onmogelijk. ’t Is het Iepeslootersluisje, dat vanzelf opengaat, als het water in het Nieuwe Diep hooger is dan in de Zuiderzee en in het tegenovergestelde geval is het zoo dicht als een pot. Bovendien is dit sluisje belangrijk, doordat ieder wandelaar zijn naam schrijft op de houten betimmering en daar kun je dan zien, wie van je vrienden en kennissen een frissche neus is wezen halen aan de Zuiderzee. Eens in ’t jaar gaat natuurlijk de kwast er over.
Een eindje verder maakt de dijk opeens een rechten hoek, die punt heet Immetjeshorn en daar hebben de Watergeuzen tijdens het beleg van Haarlem een poosje een schans gehad tot de Amsterdammers, die ’t met Spanje hielden, hen verjaagden. Bij die gelegenheid heeft Jan Haring zoo mooi gevochten, maar dat was aan den overkant bij Durgerdam, toen hij den aftocht dekte; daar vertel ik in ’t volgend hoofdstuk misschien van.
Nu komen we aan een nieuwerwetsch, maar zeer vervallen buitentje en daar begint meteen het buitenland, een kleiïge kwelder, die zich een kilometer of twee ver uitstrekt en langs een smal kleidijkje kun je nu wandelen naar zijn noordelijkste punt De Battery. Daar ligt een lage wal, waar in Napoleon’s tijd een kleine versterking was en daar heb ik dagen lang gebivakkeerd, om lekker buiten te zijn en meteen veel vogels te zien. Want zomer en winter trekken hier de vogels langs: meeuwen en sterns, grutto’s, tureluurs, kemphanen, kievitten, wulpen, eenden van allerlei soort, leeuwerikken, piepers, vinken, ijsvogeltjes, valken, sperwers, koekoeken, alles heb ik daar bij tijd en wijle te zien gekregen. Heel mooi is het er op warme Juli-avonden, dan trekt al het jonge goed in scharen van honderden voorbij.
Maar ook ’s winters is het hier prachtig, doch je moet niet opzien tegen een beetje guurheid of modder. Liefst ga ik dan naar die Batterij (81), wanneer het na een paar vorstweekjes is gaan dooien en waaien. Als dan onder den invloed van den Zuidwestenwind[44]het ijs opbreekt en opkruit tegen de Oostelijke en Noordelijke kust, dan komen al de watervogels, die op de Zuiderzee overwinteren, hierheen. En dat zijn er geen klein beetje. Heele risten van zwarte zeeëenden dobberen op de baren; een zwarte streep op het vale zeetje en als ze opvliegen lijkt het, of er een groote zwarte slang over het water kruipt. Dan zijn er ook ontelbare kuifeendjes en ook genoeg van die aardige brilduikers, die hun naam danken aan de groote witte vlek vlak voor hun oog. Dan scharrelen er ook grootere, bont gekleurde vogels met smalle roode snavels, dat zijn de zaagbekken en als we al een eindje in Februari zijn, dan zien we die in troepjes bijeen allerlei zotte grimassen en capriolen maken, een teeken, dat de broedtijd nadert. Zelfs eidereenden komen zich hier van tijd tot tijd vertoonen, ja, eigenlijk is hier alles te verwachten van wat er in den winter aan onze stranden en zeegaten van vogels te zien is. Ik zou dat buitenlandje niet graag willen missen en verheug er mij zeer over, dat dit heele stuk van Amsterdam tot Muiderberg toe onveranderd zal blijven, wanneer binnen korter of langer tijd de Zuiderzee wordt drooggemaakt.
De kade komt weer aan den hoofddijk bij een binnenplasje, dat heet de Akkerswade en daar tref je weer allerlei aardige dieren aan: ringslangen en hagedissen en in de wilgenroosjes langs den oever de dikke rupsen van den avondroodvlinder.
Den dijk houdende hebben we nu links de zee en rechts de breede Diem (79) met mooie huizengroepjes langs den oever. Diemerdam (80) zelf is altijd een soort van fort geweest en vooral in de laatste vijfentwintig jaren zeer versterkt. Wij wandelen er omheen en komen dan in een streek, die het Uilenbosch heet, maar boomen heb je er niet veel, wel binnendijks een ontoegankelijk moeras en buitendijks weer zoo’n kwelder en dan komen we aan de Papenlaan, waar ik, zooals ik in ’t laatste hoofdstuk zal vertellen, een van de onaangenaamste kwartiertjes van mijn leven heb doorgemaakt. Nu achter de buskruitfabriek langs naar Muiden (74), dat we zoodoende door een achterdeurtje bereiken.
Muiden (75) is tegenwoordig zoowat net, wat Amsterdam zeshonderd jaar geleden was: twee straten aan weerszijden van de rivier, een slot aan ’t eind en wallen er omheen. Toch zijn er belangrijke zaken te zien n.l. de buskruitfabriek, die dertig jaar geleden in de lucht is gevlogen, de werven en de zoutziederij, de geweldig groote sluizen, van belang in vrede en oorlog en eindelijk het Slot (73) zelf, de stichting en gevangenis van Floris V en later de verblijfplaats van Pieter Corneliszoon Hooft.
Als je mij vraagt, wie van die twee ik ’t belangrijkst vind, dan zeg ik dadelijk „Hooft” en ik ben er zeer mee in mijn schik, dat het inwendige van ’t kasteel meer in overeenstemming wordt gebracht met de zeventiende dan met de veertiende eeuw. Uit Hooft zijn brieven kun je merken, dat hij veel hield van het Gooi en hij haalde[45]zijn Amsterdamsche vrienden en vriendinnen meer naar hem toe, naar de Vecht, dan dat hij ze zelf ging opzoeken aan den Amstel. Als ik eventjes tijd heb in Muiden, dan loop ik altijd gauw naar ’t voorplaatsje van ’t kasteel, om daar te genieten van ’t mooie gebouw, de historische herinnering en de stilte.
’t Is eigenlijk zonde en jammer, dat je niet langs het slot op den Zuiderzeedijk kunt komen. Wellicht is de doorgang afgesloten om redenen van krijgskundigen aard, waar ik echter geen goed begrip van heb. Nu moet je, om weer verder langs den Zeedijk te wandelen eerst de Oostpoort uit en dan kom je door een landwegje ten slotte uit bij ’t mooie witte Dijkhuisje (72), dat al van mijlen ver een van de meest in ’t oog vallende bijzonderheden van den Gooischen oever is. Van dezen kant gezien is het Muiderslot op zijn mooist en ’t loont de moeite wel, om van hier nog weer even terug te wandelen, want langs den Zuidkant van den dijk vindt je hier een prachtig plekje, waar, als er de Meidoorns bloeien, al de bloemenpracht van Holland vereenigd is, vooral als je over het smalle slootje heen kunt komen, dat een drassig landje omgeeft, waar wat berken en waterwilgen groeien en nog veel meer moois van planten en dieren.
Misschien prijs ik dezen hoek te veel, maar ik kan ook niet vergeten, hoe ik als aankomende jongen hier altijd ronddwaalde en ook, hoe heerlijk het was, om als je uren had gedwaald door moerassen en langs dijken, dan aan te komen op den vasten heuvel van Muiderberg. Waar de dijk aan den heuvel aansluit, kon ’t in Mei aan den binnenkant wit zien van de akkerhoornbloemen en de steenen van den dijk gingen schuil onder de paarse bloempjes van de muurleeuwenbek, die er thans nog al schaarsch is, maar die ik gelukkig op een paar andere plaatsen van den Zuiderzeedijk weer heb gevonden.
Muiderberg (71) zelf is een van de mooiste landschappen in Holland, vooral uit de verte, want de heuvel met zijn hooge boomen en de kerk met den stompen toren rijzen alleraardigst omhoog uit de zee en uit de vlakte en vormen een prachtig en indrukwekkend silhouet. Er zijn wel een paar hinderlijke dingen, mislukte villatjes en ’t vervallen badhuis, maar die zullen nog wel eens verdwijnen of verbeterd worden. Erger is het misschien, dat er thans aan de Oostzijde een groot fort wordt gebouwd en aan den Zeekant komt de Waterstaat den boel opknappen.
Wie op een kalmen zomerdag wel eens geprobeerd heeft, om in de zee bij Muiderberg te gaan zwemmen en dat voornemen moest opgeven, toen hij na een paar honderd meter geloopen te hebben het water nog niet hooger had, dan tot aan de knieën, moet zich erover verwonderen, dat diezelfde suffe en ondiepe zee hier toch zoo de kust heeft kunnen verwoesten. Maar als je er eens een ferme bries bijwoont uit het Noorden, die een paar dagen aanhoudt, dan zie je, hoe hier een flinke branding wordt gevormd, die het steile strand ondermijnt, zoodat heele brokken met struikgewas en al omlaag storten. Zoo is in den loop der jaren de strandlijn hier al verscheidene meters achteruit[46]gegaan. Op de neergeplofte brokken blijven de struiken nog groeien en ’t is heel aardig om te zien, hoe die omgetuimelde eikjes gaandeweg weer overeind komen te staan. Tegelijk zijn er nog een menigte kleine plantjes, die probeeren het losgewoelde zand weer saam te binden. Zoo zien wij dan hier voor het eerst het vernielen en het weder opbouwen, zooals dat langs de heele Gooische kust gebeurt.
Muiderberg is voor de Amsterdammers ook het bosch, dat zij al wandelend het vlugst kunnen bereiken. Groot is het niet, maar je vindt er zeer mooie en rijke plekjes met naaldhout en loofhout met de bloemenheesters en de slingerplanten en op den grond varens en mossen, viooltjes en lelietjes van dalen. De groene en de bonte specht komen er allebei en in ’t laatst van April galmt het hier van de nachtegalen. Roodstaartjes, meezen, winterkoninkjes, boomkruipertjes, vliegenvangertjes, allerlei vogeltjes kan je hier te zien krijgen en zelfs ontbreekt de wielewaal niet. Zonder twijfel is deze rijkdom aan vogels voor een groot deel te danken aan het stille kerkhof en het Echo-bosch.
Alles met alles is en blijft Muiderberg zeer de moeite waard, om er heen te wandelen en het grintwegje dat daar vandaan leidt naar het Hakkelaarshek aan den Muiderstraatweg is ook niet te versmaden, vooral wanneer in ’t vaartje er naast al de oeverplanten en waterplanten volop bloeien.
Van Muiderberg wandel je heel prettig verder langs de zee, eerst langs een paar plasjes en dan over een nog hoog, zandig buitenland—want hier ligt weer een dijk. Den laatsten keer, dat ik daar wandelde was het 1 Mei en mooi zonnig weer, ik kan mij niet herinneren, dat ik ooit van mijn leven ergens zooveel madeliefjes heb zien bloeien als daar in die Maatlanden. Van tijd tot tijd moet je den dijk eens overwippen. Hij heet den Krommen Westdijk en zit vol bochten en achter de meeste daarvan ligt weer zoo’n doorbraakkolkje, sommige half omgeven door den dijk en daar kun je dan heel rustig zitten uitkijken naar al het mooie leven ver en nabij.
Als wij willen, kunnen wij nu, steeds den oever houdende, de stad Naarden (70) heel gewoontjes rechts laten liggen. We wandelen dan langs de vestingwallen heen en kunnen in ’t voorbijgaan den grooten steenen beer bewonderen, die ’t water in de grachten moet houden.
Intusschen is Naarden heelemaal geen stad, om zoo maar ongezien te passeeren. Vooreerst vergeet geen een Nederlander wat daar op 4 December 1572 is gebeurd. Naarden is om zoo te zeggen de keerzijde van de medaille, waarvan Brielle de schitterende voorkant is. Als ik eens tijd heb, dan ga ik eens uitvisschen, hoe de uitgemoorde en platgebrande stad weer is hersteld. Dat moet nog al vlug in zijn werk zijn gegaan want al spoedig wordt er alweer gewoonweg melding van gemaakt en in 1672 was het alweer een even belangrijke vesting als thans.[47]
6161VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.6262ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.6363BUNSCHOTEN.6464SPAKENBURG. WERF.6565KUST BIJ ERMELOO.6666BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.
6161VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.
61
VOOR DE HAVEN VAN NIJKERK.
6262ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.
62
ZUIDERZEEDIJK TUSSCHEN NIJKERK-BUNSCHOTEN.
6363BUNSCHOTEN.
63
BUNSCHOTEN.
6464SPAKENBURG. WERF.
64
SPAKENBURG. WERF.
6565KUST BIJ ERMELOO.
65
KUST BIJ ERMELOO.
6666BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.
66
BUNSCHOTEN. BOTTERS BINNENVALLEND.
[48]
6767HUIZEN. OUD HUISJE.6868GEZICHT OP NAARDEN.6969VALKEVEEN (STRAND).7070HUIZEN. AAN DE HAVEN.7171MUIDERBERG. OUDE KERK.7272DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.
6767HUIZEN. OUD HUISJE.
67
HUIZEN. OUD HUISJE.
6868GEZICHT OP NAARDEN.
68
GEZICHT OP NAARDEN.
6969VALKEVEEN (STRAND).
69
VALKEVEEN (STRAND).
7070HUIZEN. AAN DE HAVEN.
70
HUIZEN. AAN DE HAVEN.
7171MUIDERBERG. OUDE KERK.
71
MUIDERBERG. OUDE KERK.
7272DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.
72
DIJKHUISJE BIJ MUIDEN.
[49]
Ik ben als kind opgegroeid in vestingen en onder de soldaten en zoo komt het, dat ik ondanks mijn zeer vreedzamen aard en terwijl ik oorlog beschouw als de grootst mogelijke ramp, die een volk kan overkomen, toch altijd de wallen en grachten, poorten en kazematten van Naarden met groote belangstelling bekijk. Hier hebben we werkelijk „geweld van wallen, dubbele gracht” en bochtige poorten, waar niet rechtdoor doorheengeschoten kan worden, maar waar je wel ’t plezier kunt hebben van met je fiets geheel onverwacht voor een auto of voor een stoomtram te staan; voorzichtigheid is er dus geraden. Gelukkig wordt er éen afgebroken.
De stad zelf is heel gewoon ouderwetsch, de meeste straten geplaveid met kinderhoofdjes en zooals in zoovele steden de kerk en het stadhuis zijn zoo mooi, als je maar kunt verlangen. Er is ook een gedenkteeken voor Comenius, den man, die tweehonderd jaar geleden precies verteld heeft, hoe men de kinderen het best kan onderwijzen en we doen het nog altijd anders. Zoo is de wereld.
Wij loopen nu echter maar voort langs den Zanddijk. Een openbare weg is dat eigenlijk niet, maar dat is des te rustiger. Ook moeten we een paar keer onder afsluitdraden door en zoo komen we dan eindelijk aan ’t strand van Oud-Valkeveen. Op die manier ontduiken we de schatting, die je anders moet betalen, als je van de bekende uitspanning over de boerderij naar zee wil. ’t Kost, meen ik, een cent en die is wel besteed, want je nadert dan de zee door een smal laantje in ’t kreupelhout, wat de eerste aanblik buitengewoon mooi maakt, vooral als er een paar scheepjes in zicht zijn: een mooi zee-schilderijtje in een omlijsting van eikegroen.
Het strand zelf is als bij Muiderberg (76), alleen wat modderiger. Naar den Naarderkant is een bultje dat stevig bij elkaar wordt gehouden door helm en strandhaver en zeepostelein, dit laatste een stijf plantje met harde blaadjes, haast heelemaal door ’t zand bedolven; maar ’t bloeit toch in Mei met geelgroene bloempjes.
Als je hier door de droge sloot binnenwaarts doordringt, dan kom je op een open plekje in ’t bosch, heelemaal begroeid met een plant, die je elders in Holland haast nergens ziet: de groote Kaarde. Prachtige, meer dan manshooge planten, stekelig van top tot teen. De onderste bladeren zijn twee aan twee met elkaar verbonden en vormen zoo reservoirs waar ’t regenwater dagen lang in blijft staan. Hoog in de toppen zitten de bloemhoofdjes van bleeke lila bloemen, die bloeien in de zomervacantie. Er staan nog vele andere aardige planten op dit plekje, ook vind je er soms heel wat wilde aardbeitjes, zeer lekker.
Van Valkeveen (69) naar de haven van Huizen (68) is weer geen weg, maar je kunt wel langs ’t strand erheen scharrelen. Het dennebosch komt hier vlak aan zee, wat heel mooi is. Voortdurend kunnen we achter ons Muiderberg zien, dat zich van hier voordoet als een lang schiereiland. ’t Is hier ook nog al altijd druk van vogels. Vooral is er[50]kans, dat ge hoog in de lucht een lange rij van lepelaars ziet voorttrekken, vogels uit ’t Naardermeer, die garnalen gaan visschen in de Zuiderzee.
Huizen (67) is het visschersdorp, dat in de hei ligt, evenals Bunschoten (63) het visschersdorp is in de wei. Allebei hebben ze hun haven, die van Bunschoten heeft nog een aparte naam en heet Spakenburg. (64) Wie Huizen op zijn mooist wil zien, moet niet een van de Gooische bergen beklimmen, maar afdalen naar de Meent en ondernemende menschen kunnen langs den zoogenaamden Betuinden Oever, een smalle kade, een ontdekkingstocht ondernemen naar den mond van de rivier de Eem. Dan kun je langs het Eemdijkje, dat ook alweer geen weg is, opwandelen naar het gehuchtje Eemdijk, daar overvaren en dan langs den Veen-en-Veldedijk (je zoudt het alleen al om dien naam doen) doorwandelen naar Spakenburg (64). Dat is een van mijn wat ik noem „wilde wandelingen”, maar daarbij krijg je dikwijls de aardigste dingen te zien en ze geven de aangenaamste herinneringen.
Botter.
[52]
[53]