X.

X.De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.Een marabout.Een marabout.In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.Krijgslieden.Krijgslieden.De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.

X.De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.Een marabout.Een marabout.In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.Krijgslieden.Krijgslieden.De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.

X.De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.Een marabout.Een marabout.In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.Krijgslieden.Krijgslieden.De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.

X.De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.Een marabout.Een marabout.In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.Krijgslieden.Krijgslieden.De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.

X.

De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.Een marabout.Een marabout.In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.Krijgslieden.Krijgslieden.De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.

De Europeanen, die door hun ambt of door handelsbelang naar de westkust van Afrika gevoerd worden, moeten met al hunne gewoonten breken en eene geheel andere levenswijze aannemen; de jacht is bijna het eenige vermaak, dat zij zich verschaffen kunnen; maar de jacht heeft hier voor sommige gemoederen, voor allen die op avonturen gesteld zijn, eene dubbele aantrekkelijkheid: zij is moeilijk en gevaarlijk.

De bodem der vlakten van Senegambië is in den zomer gewoonlijk droog en dor; hij komt dan, door zijne rosse en vale tinten sterk uit tegen den hemel, en maakt dan juist door zijn bruine eentonige kleur het onderscheiden van het wild, dat hier schuilplaatsen in overvloed vindt, zeer moeilijk.

Ten noorden van de rivier zijn de boomen schaars; in de streken langs de oevers van den Senegal vertoonen zich de boomgroepen als eilandjes van groen, te midden van eene onafzienbare vlakte, deels met geel zand, deels met kort verbrand gras bedekt, en waarover de blik heendwaalt tot den schemerenden horizon, half wegduikende achter een witten nevel. Hem, die zich in deze woestijnen durft wagen, wacht een zonderling grootsch schouwspel, dat onvergetelijke indrukken achterlaat. Het zintuig van het gehoor wordt steeds meer gescherpt: allerlei onbekende en onnaspeurlijke geluiden treffen u, zonder dat ge weet van waar zij komen of wat zij beteekenen: dat zijn de stemmen der woestijn; want ook de woestijn heeft hare stemmen, als de steden, maar veel ernstiger en aangrijpender. De mensch gevoelt zich eenzaam en verlaten te midden van deze vreemde ontzaglijke natuur, met haar zonderlinge vormen en kleuren, waar bij iederen voetstap het gevaar dreigt: de moordenaar kan hem, uit zijne onzichtbare schuilplaats, onverwachts treffen; de wilde dieren, die in deze jungles wonen, kunnen hem overvallen en verscheuren; hij heeft van geen enkel menschelijk wezen hulp of redding te wachten; de oneindigheid breidt zich rondom hem uit, van voren, van achteren, ter zijde;—zijne stem zou zich hier verliezen in de zwijgende eenzaamheid. Die dit nooit gezien heeft, kan zich geen denkbeeld vormen van den machtigen, overweldigenden indruk, door de natuur der woestijn op het gemoed gemaakt; zoo kan ook alleen hij, die Syrië en Afrika gezien heeft, de waarheid der bijbelsche tafereelen en voorstellingen ten volle gevoelen.

Aan het hoofd der afrikaansche vogels staat de struisvogel; deze vogels leven bij troepen en worden gemakkelijk tam gemaakt. De Mooren van Oued Noun en van de zuidelijke provinciën van Marokko maken te paard jacht op de struisvogels. Voor deze jacht houden de liefhebbers er zeer fraaie kostbare merriën op na. Eenige personen vereenigen zich om op gemeenschappelijke kosten zulk een dier te koopen en te onderhouden, hetgeen voor een enkel te duur zou zijn. De opbrengst der jacht wordt onderling verdeeld naar gelang van het aandeel, dat ieder in de kosten van aankoop en onderhoud van het paard gedragen heeft.

De afrikaansche jagers wachten doorgaans tot de zon haar volle kracht heeft bereikt, eer zij ter jacht tijgen. Achter de paarden volgen de kameelen, die het wild, dat geveld wordt, moeten dragen. Deze paarden worden, zoo lang de jachttijd duurt, uitsluitend gevoed met kameelmelk, gerstemeel en dadelen.

Op de struisvogels volgen de trapganzen. De groote trapgans vindt men gewoonlijk in de vlakten, die door de Mooren worden bezocht; maar de kleine trapgans komt ook voor in de vlakten, die aan Goeree grenzen. Men jaagt haar te paard en met honden. Zij is iets grooter dan een gewone fazant; zij heeft hooge pooten, een korten staart en groote breede vleugels; de vederen onder de vleugels zijn rozerood. De trapganzen kunnen niet gemakkelijk vliegen; zij zijn spoedig vermoeid, en gij kunt ze schieten, zonder van het paard te stijgen.

Een marabout.Een marabout.

Een marabout.

In de afrikaansche vlakten vindt men talrijke troepen antilopen, die bij voorkeur de plaatsen opzoeken, waar water gevonden wordt. De jager legt zich hier des morgens en des avonds op de loer. Het ismoeilijkde dieren te naderen, tenzij dan bij verrassing, want wanneer de kudde in een vlakte weidt, houden eenige oude mannetjes, scherp van oog en van oor, de wacht; en zoodra zij het teeken geven dat eenig gevaar dreigt, is de gansche kudde in een oogwenk verdwenen. Doorgaans worden de antilopen van nabij gevolgd door een of meer leeuwen, die van deze dieren hun voornaamste voedsel maken. Evenwel versmaadt de leeuw ook de parelhoenders niet; hij weet zeer goed het spoor dezer vogels, die zelden vliegen, in het hooge gras te volgen, en velt er met een enkelen slag van zijn poot een aantal tegelijk neder.

Een officier, die het bevel voerde over een der in de rivier gestationeerde stoombooten, was een hartstochtelijk minnaar van de jacht op parelhoenders. Deze vogel is zeer schuw, en weet zich met groote vlugheid uit de voeten te maken; maar zelden slaagt de jager er in hem dicht genoeg te naderen. Op zekeren dag gelukte het onzen officier, met veel moeite, een troep parelhoenders te verrassen, en twee daarvan te schieten, juist op het oogenblik toen zij weg wilden vliegen. Hij maakte zich gereed de vogels op te rapen, toen eensklaps uit de struiken, waartegen de hoenders gevallen waren, twee groote rosse klauwen te voorschijn kwamen, die den buit voor zijn oogen weghaalden. Onnoodig te zeggen, dat de officier zelfs geen poging waagde, om zijne vangst aan den koning der woestijnen te betwisten. Al achteruit loopende, verwijderde hij zich zoo snel mogelijk, voorzichtigheidshalve zijn geweer met kogels ladende. Maar de leeuw, waarschijnlijk in zijn schik over de prompte bediening, vertoonde zich zelfs niet.

De leeuw leeft eenzaam en is niet gevaarlijk, wanneer men hem niet aanvalt. Naar men zegt, houdt de marabout of afrikaansche reiger, bekend wegens zijne fraaie vederen, zich veelal in de nabijheid van den leeuw op, om zich te voeden met het overschot van zijne maaltijden; want de leeuw voedt zich uitsluitend met levende beesten.

De oncas en andere kleine dieren van het kattengeslacht, die in de streken nabij den Senegal gevonden worden, zijn hoegenaamd niet te vreezen; zelfs de panther en de luipaard nemen, niet getergd of gewond zijnde, voor den mensch de vlucht. Ik heb zelfs meermalen op luipaarden geschoten, zonder dat zij zich te weer stelden.

De jakhals volgt den leeuw en spoort, naar men zegt,somwijlen voor hem het voedsel op. Des avonds komen deze dieren uit hunne holen en schuilhoeken te voorschijn; dan hoort ge van verre hun akelig gejank, dat somwijlen op het schreien van een kind gelijkt.

De zoogenaamde goudwolf is iets grooter dan de jakhals, met wien hij overigens veel gemeen heeft.

Ook de hyena is voor den mensch niet gevaarlijk.Dit dier komt overdag zelden te voorschijn; hij wordt vooral aangelokt door de reuk van rottende lichamen en zwerft voortdurend rondom de begraafplaatsen. Men moet de graven met steenen omringen en met scherpe dorens bedekken, om de lijken te beveiligen tegen de onverzadelijke vraatzucht der gluipende hyenaas.

De jacht op en langs de rivier is in elk jaargetijde zeer uitlokkend. Gedurende den zoogenaamden winter is zij minder bezwaarlijk dan in het droge jaargetijde; daar de lage landen dan onder water staan, schoolt het wild samen op de uitstekende, droog gebleven punten, en het is niet zeldzaam, leeuwen, wilde zwijnen en andere dieren op dezelfde plek bij elkander te vinden.

Krijgslieden.Krijgslieden.

Krijgslieden.

De geduchtste bewoner van de wateren van Senegambië is de krokodil, door wiens harde huid alleen puntkogels kunnen dringen: gewone geweerkogels schaden hem niet. De negers houden veel van krokodillenvleesch, waarvan de sterke muskuslucht den Europeaan tegenstaat.

Naar hetgeen men van hem verhaalt, zou het schijnen dat het instinkt van den krokodil een aanmerkelijken graad van ontwikkeling heeft bereikt. Zoo zegt men, dat hij zijne prooi, na die in het water te hebben gesmoord, in holen en gaten onder water verbergt en gezamenlijk met zijne makkers verteert.

Meermalen gebeurt het, dat negers door deze dieren worden weggevoerd. Sommige negervrouwen hebben bewijzen van onverschrokken moed gegeven, als het er op aan kwam haar kinderen te redden, en daarvoor zelfs een of ander lichaamslid opgeofferd. Volgens de overlevering, moet men, om den krokodil te noodzaken zijne prooi los te laten, hem de vingers in de oogen steken. Zeldzaam gebeurt het, dat de kudden bij het oversteken van de rivier, door dekrokodillen worden aangetast; maar wee den os, die zich alleen, van de kudde afgedwaald, aan den oever waagt: menigmalen wordt hij onverwachts door de geweldige kaken van het monster aangegrepen, en naar de diepte gesleurd. De inlandsche herders oefenen eene bijna ongeloofelijke macht over hunne kudden uit. Wanneer zij voor overvallen, hetzij van roovers, hetzij van wilde dieren, beducht zijn, weten zij de runderen, alleen door de eigenaardige buiging hunner stem, uit een te doen gaan of te verzamelen.

De hippopotamussen zijn in den Senegal zeer talrijk. In alle plassen en meertjes, die met de rivier in gemeenschap staan, ontdekt men de sporen hunner aanwezigheid. De jager wacht hen doorgaans af als zij aan land komen, en doodt ze dan uit zijn schuilhoek.

Olifanten daarentegen zijn zeldzaam; zij vertoonen zich niet langs de rivier, dan wanneer zij verdreven worden uit de groote bosschen van het binnenland, waarin zij zich gewoonlijk ophouden. Enkele malen heeft men olifanten gezien te Sor, bij den ingang der rivier. De negers zijn zeer bevreesd voor dit dier, omdat hij hunne akkers en plantages verwoest; zoodra het bekend wordt, dat zich een olifant in den omtrek ophoudt, trekken uit de omliggende dorpen alle mannen op om hem te vervolgen. De Jolofs vooral onderscheiden zich door hunne bekwaamheid bij deze jacht, waarvan zij groote liefhebbers zijn.

Tegen het einde van den herfst vertoonen zich de apen in grooten getale langs de oevers van den Senegal en op de landen rondom Cayor; de apen, die men langs de beneden-rivier aantreft zijn klein en zeer leelijk. Zij springen van boom tot boom langs de dichtbewassen oevers, en maken allerlei wonderlijke sprongen en bewegingen. De groote apen van Galam verlaten de hoogere gronden langs den Boven-Senegal niet; naar men zegt, vernielen zij daar meermalen den oogst der negers. Men onderscheidt drie of vier verschillende soorten van deze bavianen, allen kenbaar door het gemis van een staart en door den vorm van hun kop, op dien van een hond gelijkende; zij zijn zeer slim en worden gemakkelijk tam gemaakt, maar zeer dikwijls zijn zij kwaadaardig, bijten of werpen met steenen. Men vangt de apen, door het een of ander aas in een kalebas te leggen; zij steken daar dan de hand in, en kunnen die niet weder uithalen.

Tijdens ons verblijf op de reede van Goeree, togen wij meermalen met ons achten of tienen uit, om in de vlakte van Dakar te gaan jagen. De gidsen en de dragers, die voor drijvers dienden, waren altijd aan het strand en wachtten op onze komst; dan trokken wij het binnenland in, in de schemering der bosschen, terwijl het morgenlicht den hemel kleurde. De gids ging natuurlijk vooraan, en een van ons diende voor wegwijzer; de anderen volgden op een rij achter elkander.

Onervaren, met de streek onbekende jagers kunnen soms zonderlinge vergissingen en ontmoetingen hebben. In 1832 was ik te Goeree, op het fregatHermione. Ten vier uur in den morgen zette een boot ons aan wal. De gids houdt mij staande, en zegt op fluisterenden toon: “Kijk daar.” Boven een der doornenhagen, waarmede de negers hunnelonghans, bezaaide akkers, omringen, zie ik een zwaren en hairigen kop uitsteken. Ik geef het bepaalde teeken; de kolonne schaart zich in slagorde en houdt hare wapenen gereed. Ik ga op het dier af, dat niet op de vlucht gaat, en ook geen poging doet om mij aan te vallen. Weldra zag ik dat ik den kameel van den koerier van Saint-Louis voor mij had, die heel bedaard lag uit te rusten van zijn driedaagschen marsch.

In den vroegen morgen ontmoet ge dikwijls, op de stille woudpaden, lange rijen van negers, met witte of blauwe schorten bekleed; eer dat de hitte van den dag begint, begeven zij zich naar de naburige dorpen, om hunne zaken af te doen, of zij gaan naar het land om te arbeiden. Ernstig zwijgend treden zij voort; zij zijn gewapend met een scherp geslepen sagaai of met een klein houweel, dat zij gebruiken om de aarde om te spitten. Bij het opgaan der zon, knielen zij neder, met het aangezicht naar het oosten gewend, en buigen hun aangezicht in het stof. De Afrikanen zijn zeer godsdienstig.—De zon is boven de kimmen gerezen, de jacht begint; zij moet om tien uren afgeloopen zijn, want anders zou de onvoorzichtige Europeaan, die zich in het open veld aan de stralen der zon blootstelde, al zeer spoedig door een zonnesteek getroffen worden.

Duizenderlei kreten en geluiden treffen op deze tochten uw oor; in de verte weerklinkt het laatste gebrul van den leeuw; het geloei der kudden roept andere beelden voor uwen geest, en zou u bijna doen vermoeden, dat ge verre zijt van de woestijn; de patrijzen, die schuw ineen gedoken tusschen de struiken voortsluipen, herinneren aan de vaderlandsche heidevelden; de koekoeks roepen luide aan alle zijden; de parelhoenders kakelen; de neushoornvogels maken zich zoo snel mogelijk uit de voeten. Deze vogel is zoo groot als een kalkoen, en draagt op zijn ver uitstekenden bek een hoornigen uitwas, waaraan hij zijn naam ontleent; zijn schelle stem gelijkt op het geluid van een trompet. Kleine grijze fazanten en toucans met hun lange snavels fladderen tusschen de takken, waarop ook de afrikaansche patrijzen somwijlen een schuilplaats zoeken, wanneer zij door de honden vervolgd worden. Duizende vogels, met schitterend gekleurde, bont geschakeerde vederen, zwerven door de lucht en zoeken hun voedsel in bosch of veld.

Enkele hazen, trage achterblijvers, vertoonen zich hier en daar, zich haastende om te ontsnappen, maar vinden dikwijls eene plaats in den weitasch van den drijver. Desouimanga, de afrikaansche colibri, fladdert om de bloemkelken, waaruit hij met zijn langen gekromden snavel de insecten te voorschijn haalt, die hem tot voedsel dienen.

Hann is een dorp aan de baai van Goeree; in het zand zijn putten gegraven, waar de waterschuiten hun voorraad drinkwater kwamen halen, voordat de bronnen van Dakar tot een vijver waren vereenigd. Rondom die putten waren eenige huizen gebouwd en tuinen aangelegd, waarin de groenten van Europa werden verbouwd nevens de voortbrengselen der heete luchtstreek. Het kostte echter veel moeite en voortdurendezorgen om die tuinen in stand te houden; met name mocht het begieten nooit achterwege worden gelaten.

Hann was het algemeene vereenigingspunt der jagers, die des morgens in de vlakte hadden gejaagd. De korven en manden met het noodige voor het ontbijt waren er vooruit heen gebracht; de bootslieden hadden inmiddels hunne netten uitgeworpen in die baai, die zoo uitnemend rijk is aan visch, dat ik meermalen de netten heb zien scheuren, als men ze aan land optrok.

Het vuur was spoedig aangelegd; het ontbijt, bestaande uit voortreffelijke visch en pas gevangen wild, smaakte kostelijk.

Op korten afstand van Hann bevindt zich een palmbosch. Daarin gaande, zal het uwe aandacht trekken dat in al de boomen, nabij de bladerkroon, vierkante gaten zijn gesneden, en dat onder die gaten kalebassen zijn opgehangen, door middel van palmbladen, die tevens tot buizen dienen.

Weldra zult ge zien, hoe de negers, handig en vlug als clowns, zich een hoepel, die den stam des palmbooms omvat, om het lijf slaan, en vervolgens, zich met handen en voeten omhoog werkende, met hetzelfde gemak als waarmede gij of ik een trap zoudt bestijgen, naar boven klauteren, en de kalebassen wegnemen, die geheel gevuld zijn met het gedurende den nacht uitgelekte sap, dat onder den naam van palmwijn algemeen bekend is. Als deze drank niet meer dan even gegist is, is de smaak, hoewel altijd eenigszins scherp, niet onaangenaam. Men moet evenwel zorgvuldig oppassen, dien wijn niet te drinken, zonder hem vooraf door een zeef te gieten of op andere wijze te filtreeren; want hij bevat eene groote menigte larven, die hoewel pas éénen nacht oud, reeds groot en sterk zijn.

De regen- of wintertijd, die in Senegambië in Juni begint, maakt een einde aan het jachtvermaak. Ook de signaren, die gedurende het schoone jaargetijde hare landhuizen betrekken, verlaten nu den vasten wal om naar Goeree terug te keeren. Zij ontvlieden de verpestende uitdampingen, die het gevolg zijn van de tropische regenbuien op een grond, die gedurende eenige maanden is blootgesteld geweest aan de verdrogende werking van de heete oostenwinden en de brandende zonnestralen.

Dan is het de tijd voor het zaaien. De negers zaaien gierst, die zoo snel opschiet, dat reeds in Augustus de halmen hoog genoeg zijn, dat een man te paard zich daartusschen verbergen kan. De baobabs tooien zich met hun koninklijken mantel van groen; de mimosas en bloemen, die zich langs de reuzenstammen slingeren, staan in vollen bloei; welriekende geuren vervullen de lucht. In dezen tijd des jaars verdient het schiereiland ten volle den naam van kaap Vert.

In December is de gierst binnen gehaald, en zijn de bladeren van den baobab afgeplukt, om te dienen voor het bereiden van de couscous. Ook de peulen van den baobab, in melk geweekt, worden gegeten.

Het klimaat van tropisch Afrika verdeelt zich in twee jaargetijden: het droge en het natte jaargetijde of de regentijd. Het droge jaargetijde begint, in de streek tusschen denequatoren den noorderkeerkring, met December: de heerschende wind is dan de noordoostelijke. Langs de kust waait dan somwijlen dagen achtereen een droge en heete landwind, die hier den naam vanharmattandraagt; meermalen gebeurt het, dat de vogels door dien wind naar de open zee worden gevoerd, zoodat zij een schuilplaats komen zoeken op de masten der schepen, in de nabijheid der kust.

Een roodachtig stof bedekt dan de zeilen en de tuigage der schepen, die langs de kusten der Sahara varen; de bast der boomen splijt; het houtwerk aan woningen, bruggen enz. barst; de inzameling der gom is overvloediger, naarmate de harmattan langer aanhoudt en sterker waait.

De regentijd begint in Juni. In dezen tijd des jaars is de lucht zeer dikwijls met dampen en nevels bezwaard, en in hooge mate met elektriciteit vervuld. De zwarte donderwolken stijgen langzaam naar het oosten op; weldra vormen zij een soort van boog, waarvan de onderrand scherp is afgeteekend; duizende elektrische vonken doorkruisen dien boog in alle richtingen. Zoodra de wolkmassa tot vijfenveertig graden boven den horizon is gestegen, barst de wind met groot geweld los; hij begint in het noordoosten en loopt om naar het zuidoosten. Is de bui naar het westen gedreven, dan is het op nieuw goed weer.

In den regentijd vertoont de natuur zich in al hare pracht. Als ge in de groote wouden doordringt, vormen de boomen diepe en hooge loofgewelven, waardoor het zonnelicht zich met moeite een weg baant, en waaronder eene weldadige, geheimvolle schemering heerscht, door wonderlijke spelingen van licht en schaduw afgewisseld. Tallooze orchideeën, oneindig verscheiden in kleur en tint, hangen in guirlandes langs de stammen der eeuwenoude boomen; het gegons der insecten, de sterkende welriekende geuren der bloeiende aarde, verkwikken het hart.

De afrikaansche koorts ontstaat gewoonlijk na de wisseling der saizoenen, zonder dat men met juistheid weet waaraan hare verschijning is toe te schrijven. Somwijlen heerscht zij epidemisch en richt dan groote verwoestingen aan. De inboorlingen gebruiken afdrijvende en zweetmiddelen om de koorts te genezen, waaraan zij bijkans evenzeer onderhevig zijn als de Europeanen. Ook branden zij des nachts vuur in hunne woningen, om de miasmen te verdrijven en de lucht zuiver te houden.


Back to IndexNext