[Inhoud]XI.Gerechtigheid.Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren.Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden.Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter gevoelen dan onder woorden brengen.Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen.Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz.227.)Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het[221][222]eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren.Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet.Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9denDecember bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele bevolking deelde in hun geluk.Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen.Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen.Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden.Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben?Den 6denDecember, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen.Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar.Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam.[223]Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon.Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken.Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard:„Carpena,” zei hij, „kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!”Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van hetManderaggio-kwartierte Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad!Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit.„Silas Toronthal”, sprak hij, „ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie teTriëst, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.”En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende:„Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!”Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert lang dood waande.Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen.Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen[224]was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen?En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide:„En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!… Ellendelingen, ziet mij aan!”„Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd.„Ik?… Ik ben graaf Mathias Sandorf!”Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde.Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde.„Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, „gij zijt des doods schuldig!”Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen.Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank uitoefende.„Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, „gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!”„Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg.„Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. „Mijne heeren, ik smeek om genade!”Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was.Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten.Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet[225]uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strengecontrôlevan een der militie-officieren stond.Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan?Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem vanAntekirrtaverontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta.Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een derElektrieks, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan.Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe.„Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon.Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen deElektriekin de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp.Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen.„Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. „Zeg, weet gij dat?”De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen niet altijd onder woorden brengen.„Drommels!” antwoordde hij, „dat is niet gemakkelijk te raden!… Ik geef het op!”Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker.„Volgens mij,” vervolgde hij, „zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden hebben! Meent gij dat ook niet?”„Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. „Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!”Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht.[226]Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken.Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn.Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand.„Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, „niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?”„Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. „Dat getuig ik volgaarne!”„Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. „Ook ik ben gereed dat te getuigen!”„Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig.„En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere.„Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf.„Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. „Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!”„Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte.„Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet kunnen verleenen!… Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..”Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was!Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood.[227]Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand.Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven mocht zijn.Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen.De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen.Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd.„God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. „Wij allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!”Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven.Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was.Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier[228]had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen daarstelde.Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen.De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen.Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven.Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had!Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt.Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen.Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen:[229]„Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?”„Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. „Maar wat er aan te doen?… Wij zijn verplicht ons te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!”Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten.Einde.[230]
[Inhoud]XI.Gerechtigheid.Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren.Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden.Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter gevoelen dan onder woorden brengen.Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen.Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz.227.)Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het[221][222]eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren.Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet.Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9denDecember bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele bevolking deelde in hun geluk.Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen.Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen.Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden.Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben?Den 6denDecember, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen.Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar.Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam.[223]Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon.Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken.Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard:„Carpena,” zei hij, „kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!”Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van hetManderaggio-kwartierte Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad!Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit.„Silas Toronthal”, sprak hij, „ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie teTriëst, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.”En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende:„Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!”Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert lang dood waande.Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen.Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen[224]was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen?En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide:„En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!… Ellendelingen, ziet mij aan!”„Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd.„Ik?… Ik ben graaf Mathias Sandorf!”Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde.Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde.„Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, „gij zijt des doods schuldig!”Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen.Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank uitoefende.„Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, „gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!”„Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg.„Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. „Mijne heeren, ik smeek om genade!”Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was.Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten.Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet[225]uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strengecontrôlevan een der militie-officieren stond.Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan?Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem vanAntekirrtaverontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta.Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een derElektrieks, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan.Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe.„Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon.Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen deElektriekin de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp.Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen.„Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. „Zeg, weet gij dat?”De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen niet altijd onder woorden brengen.„Drommels!” antwoordde hij, „dat is niet gemakkelijk te raden!… Ik geef het op!”Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker.„Volgens mij,” vervolgde hij, „zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden hebben! Meent gij dat ook niet?”„Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. „Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!”Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht.[226]Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken.Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn.Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand.„Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, „niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?”„Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. „Dat getuig ik volgaarne!”„Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. „Ook ik ben gereed dat te getuigen!”„Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig.„En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere.„Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf.„Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. „Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!”„Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte.„Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet kunnen verleenen!… Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..”Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was!Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood.[227]Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand.Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven mocht zijn.Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen.De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen.Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd.„God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. „Wij allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!”Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven.Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was.Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier[228]had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen daarstelde.Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen.De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen.Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven.Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had!Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt.Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen.Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen:[229]„Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?”„Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. „Maar wat er aan te doen?… Wij zijn verplicht ons te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!”Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten.Einde.[230]
XI.Gerechtigheid.
Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren.Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden.Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter gevoelen dan onder woorden brengen.Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen.Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz.227.)Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het[221][222]eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren.Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet.Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9denDecember bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele bevolking deelde in hun geluk.Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen.Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen.Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden.Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben?Den 6denDecember, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen.Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar.Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam.[223]Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon.Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken.Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard:„Carpena,” zei hij, „kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!”Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van hetManderaggio-kwartierte Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad!Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit.„Silas Toronthal”, sprak hij, „ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie teTriëst, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.”En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende:„Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!”Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert lang dood waande.Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen.Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen[224]was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen?En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide:„En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!… Ellendelingen, ziet mij aan!”„Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd.„Ik?… Ik ben graaf Mathias Sandorf!”Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde.Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde.„Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, „gij zijt des doods schuldig!”Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen.Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank uitoefende.„Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, „gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!”„Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg.„Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. „Mijne heeren, ik smeek om genade!”Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was.Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten.Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet[225]uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strengecontrôlevan een der militie-officieren stond.Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan?Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem vanAntekirrtaverontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta.Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een derElektrieks, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan.Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe.„Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon.Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen deElektriekin de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp.Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen.„Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. „Zeg, weet gij dat?”De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen niet altijd onder woorden brengen.„Drommels!” antwoordde hij, „dat is niet gemakkelijk te raden!… Ik geef het op!”Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker.„Volgens mij,” vervolgde hij, „zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden hebben! Meent gij dat ook niet?”„Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. „Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!”Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht.[226]Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken.Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn.Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand.„Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, „niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?”„Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. „Dat getuig ik volgaarne!”„Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. „Ook ik ben gereed dat te getuigen!”„Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig.„En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere.„Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf.„Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. „Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!”„Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte.„Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet kunnen verleenen!… Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..”Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was!Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood.[227]Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand.Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven mocht zijn.Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen.De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen.Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd.„God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. „Wij allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!”Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven.Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was.Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier[228]had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen daarstelde.Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen.De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen.Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven.Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had!Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt.Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen.Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen:[229]„Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?”„Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. „Maar wat er aan te doen?… Wij zijn verplicht ons te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!”Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten.Einde.[230]
Graaf Mathias Sandorf had zijne dankbaarheidsschuld tegenover Maria en Luigi Ferrato voldaan. Die beiden waren in eene fraaie villa gehuisvest, terwijl zij overigens voor hun geheele leven geborgen waren.
Mevrouw Bathory, haar zoon Piet en zijne eigene dochter Sava Sandorf waren thans met elkander vereenigd. Na beloond te hebben, bleef niets anders over, dan te straffen. Aan de gerechtigheid moest voldaan worden.
Gedurende de eerste dagen, die op de nederlaag der Senousisten volgden, was het personeel van het eiland Antekirrta druk in de weer geweest, om de gesneuvelden te begraven en de gekwetsten te verplegen, om de geleden schade te herstellen, en alles weer in orde te brengen. Eenige weinige onbeduidende verwondingen niet medegerekend, waren Piet Bathory, Luigi Ferrato, Pescadospunt en Kaap Matifou,—dat wil zeggen al diegenen, welke meer in het bijzonder bij de verwikkelingen van dit drama betrokken waren,—er heelhuids afgekomen. Dat zij zich in de hitte van den strijd niet ontzien hadden, daarvan kan de lezer overtuigd wezen. Welke vreugde er dan ook heerschte toen zij zich weer met Sava Sandorf, met Maria Ferrato, met mevrouw Bathory en haren ouden dienaar Borik in de groote zaal van het Stadhuis te zamen bevonden, is eenvoudig onmogelijk te beschrijven. Zoo iets laat zich beter gevoelen dan onder woorden brengen.
Na op de meest plechtige wijze de laatste eer bewezen te hebben aan het aardsche omhulsel van hen, die in den strijd omgekomen waren, hervatte de kleine kolonie hare gewone bezigheden, die ongetwijfeld niet meer onderbroken zouden worden. De nederlaag toch, door de Senousisten geleden, was zoo afdoend mogelijk geweest, en hadden de aanvallers daarbij zulke bloedige verliezen geleden, dat zulk een ramp wel geschikt was, om hen van verdere ondernemingen op het eiland Antekirrta af te schrikken. Daarenboven was Sarcany, die hen tot dien veldtocht aangezet had, niet meer onder hen, om die dwepers door zijne gevoelens van haat en zijn dorst naar wraak te bezielen.
Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz. 227.)Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz.227.)
Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf. (Bladz.227.)
Om evenwel op iedere mogelijke gebeurlijkheid voorbereid te zijn, was dokter Antekirrt er op bedacht, het verdedigingstelsel van het[221][222]eiland in den kortst mogelijken tijd te voltooien. Niet alleen, dat de hoofdplaats Artenak dadelijk tegen eene overrompeling beveiligd werd, maar het eiland zelf zou geen enkel kwetsbaar punt meer langs zijn omtrek aanbieden, waar eene vijandelijke macht ongestraft zou kunnen landen. Met die werkzaamheden werd dadelijk begonnen en geen rust werd gegund, voordat zij voleindigd waren.
Eene andere zorg van den dokter was, om nieuwe, maar vooral om geschikte kolonisten naar zijn eiland te lokken, wien door de zeldzame vruchtbaarheid van den bodem eene behoorlijke welvaart verzekerd kon worden. Bij zijn vaderlijk bestuur was dat zoo moeielijk niet.
Middelerwijl was er niets meer, dat aan het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf eenigen hinderpaal in den weg kon leggen. De voltrekking der plechtigheid werd nu op den 9denDecember bepaald. Niets zou daarin meer verandering brengen. Of die beide jongelieden ook gelukkig waren! Maar zij niet alleen. De geheele bevolking deelde in hun geluk.
Pescadospunt was dan ook volijverig in de weer, om de voorbereidende maatregelen voor de publieke vermakelijkheden te treffen. Hij was daarmede reeds eenigermate bezig geweest, maar was door den inval der zeeschuimers van het Cyrenaïsche gebied in de volvoering zijner taak vertraagd geworden. Dat uitstel moest en zou hij inhalen.
Er bleef intusschen nog eene andere, maar meer treurige zaak te beëindigen.
Er moest toch omtrent het lot van Sarcany, van Silas Toronthal en van Carpena beslist worden.
Deze misdadigers zaten afzonderlijk in de kazematten van het fortje van Antekirrta opgesloten, en wisten zelfs niet, dat zij zich alle drie in de macht van dokter Antekirrt bevonden. Wie zou hen dat ook verteld hebben?
Den 6denDecember, dus twee dagen na den aftocht der Senousisten, deed de dokter hen in de groote zaal van het Stadhuis, waarin hij zich met Piet Bathory en met Luigi Ferrato ter zijde hield, voorbrengen.
Daar was het, dat de gevangenen elkander voor het eerst, maar thans in tegenwoordigheid der rechtbank van Artenak en bewaakt door een gewapend detachement der militie van Antekirrta, wederzagen. Dat wederzien miste zijne uitwerking niet, hoewel bij ieder hunner, naarmate van hunne geaardheid, verschillend waarneembaar.
Carpena scheen ongerust; maar daar hij niets van zijn arglistigen aard verloren had, wierp hij rechts en links steelsgewijze blikken, doch durfde zijne oogen niet op zijne rechters vestigen. Dat verleende hem een schuw en angstig uiterlijk, dat niet voor hem innam.[223]
Silas Toronthal was zeer ter neer geslagen en hield het hoofd diep gebogen. Als instinctmatig vermeed hij zorgvuldig iedere aanraking met zijne medeplichtigen. Hij schoof zoo ver van hen af, als hij maar kon.
Sarcany werd slechts door een eenig gevoel beheerscht, namelijk door verwoedheid, dat hij in handen van dokter Antekirrt gevallen was. Die gedachte was hem onverdragelijk; dat was uit zijn geheele voorkomen op te merken.
Toen die drie voor de rechtbank van Artenak, welke uit de voornaamste magistraten en notabelen van het eiland samengesteld was, gebracht waren, trad Luigi tot voor de rechters, nam toen met hun verlof het woord en wendde zich tot den Spanjaard:
„Carpena,” zei hij, „kijk mij aan! Ik ben Luigi Ferrato, de zoon van den visscher van Rovigno, die ten gevolge van uw laaghartig verraad naar het bagno van Stein gezonden werd, waar hij ellendig gestorven is!”
Carpena had voor een oogenblik het hoofd opgeheven en den spreker schuw aangekeken. Toorn deed een blos naar zijn hoofd schieten en schenen zijn oogen met bloed beloopen. Dus het was wel degelijk Maria Ferrato, die hij in de steegjes van hetManderaggio-kwartierte Malta had meenen te herkennen, en het was Luigi Ferrato, haar broeder, die hem thans die aanklacht in de ooren deed klinken. Verdoemenis! hij had zijne toekomst in handen gehad!
Piet Bathory trad daarop voor. Eerst strekte hij de hand naar den bankier uit.
„Silas Toronthal”, sprak hij, „ik ben Piet Bathory, de zoon van Stephanus Bathory, den Hongaarschen patriot, dien gij, in gemeenschap handelende met Sarcany, uwen medeplichtige, laaghartig hebt verraden aan de Oostenrijksche politie teTriëst, en wiens dood gij dientengevolge berokkend hebt.”
En zich toen tot den Tripolitaan, die hem met verbeten woede aanstaarde, wendende:
„Ik ben Piet Bathory, dien gij hebt pogen te vermoorden in de straten van Ragusa! Ik ben de verloofde van Sava, de dochter van graaf Mathias Sandorf, die gij vijftien jaren geleden van het kasteel te Artenak hebt doen ontvoeren!”
Silas Toronthal gevoelde zich, alsof hij door een knodsslag op het hoofd getroffen werd, toen hij Piet Bathory herkende, dien hij sedert lang dood waande.
Sarcany daarentegen had de armen over de borst gekruist. Behalve dat zijne oogleden lichtelijk beefden, vertrok zich geen spier van zijn gelaat en bewaarde hij een uittartend stilzwijgen.
Geen antwoord werd door Silas Toronthal of Sarcany gegeven. Wat zouden zij hun slachtoffer, dat als het ware uit het graf verrezen[224]was, om hen te beschuldigen, ook hebben kunnen zeggen?
En toch was het ergste nog niet gekomen. Hoe geheel anders werd het, toen dokter Antekirrt op zijne beurt oprees en met ernstige stem zeide:
„En ik, ik ben de vriend van graaf Ladislas Zathmar en van Stephanus Bathory, die tengevolge van uw beider verraad in de vesting van Pisino doodgeschoten zijn! Ik ben de vader van Sava, die gij ontvoerd hebt, om u van haar vermogen meester te maken!… Ellendelingen, ziet mij aan!”
„Maar wie zijt gij dan?” vroegen Silas Toronthal en Sarcany bijna tegelijkertijd.
„Ik?… Ik ben graaf Mathias Sandorf!”
Ditmaal was de uitwerking van die verklaring zoodanig, dat de knieën van Silas Toronthal knikten, en hij bijna ter aarde stortte; terwijl Sarcany het hoofd boog, alsof hij zich verbergen wilde.
Toen werden de drie beschuldigden achtereenvolgens verhoord. Zij konden hunne misdaden niet ontkennen, en die misdaden waren van dien aard, dat op geen erbarmen te hopen viel. De voorzitter der rechtbank herinnerde Sarcany, dat de aanslag op het eiland, die voor zijn persoonlijk belang ondernomen was, het leven aan verscheidene bewoners van het eiland gekost had, en dat het bloed der slachtoffers om wraak schreeuwde.
„Door uw toedoen is onschuldig bloed vergoten,” sprak hij plechtig, „gij zijt des doods schuldig!”
Daarna werd den beschuldigden de gelegenheid en ook de volle vrijheid gegeven, om zich te verdedigen.
Eindelijk paste hij de wet toe, volgens welke hij de rechtspleging voerde en krachtens welke hij het voorzitterschap van die rechtbank uitoefende.
„Silas Toronthal, Sarcany, Carpena,” zei hij, „gij hebt wetens en willens den dood veroorzaakt van Stephanus Bathory, van Ladislas Zathmar, van Andreas Ferrato! Wij veroordeelen u ter dood!”
„Zooals gij het goedvindt!” antwoordde Sarcany, wiens onbeschaamdheid weer de overhand verkreeg.
„Genade!” smeekte Carpena met lafhartig gebaar. „Mijne heeren, ik smeek om genade!”
Een blik op zijne rechters overtuigde hem, dat hier geen genade te verwachten was.
Silas Toronthal was eene onmacht nabij. Het was hem onmogelijk een enkel woord te uiten.
Men bracht de drie veroordeelden naar hunne gekazematteerde vertrekken terug, alwaar zij van stonde af, nog meer van nabij bewaakt werden. Elk hunner kreeg nu een schildwacht voor hunne kazemat, die, voor de geopende deur op post staande, hen niet[225]uit het oog verliezen mocht, en zelf onder strengecontrôlevan een der militie-officieren stond.
Van welken aard zou de doodstraf zijn, welke men die ellendelingen zou laten ondergaan?
Zouden zij op eene eenzame en afgelegen plek van het eiland doodgeschoten worden? Maar dan ware de bodem vanAntekirrtaverontreinigd met het bloed van die verraders! Daartegen kwam een ieder op. Er werd dan ook besloten, dat het vonnis op het eiland Kenkrof ten uitvoer gelegd zoude worden. Kenkrof behoorde als het ware niet tot Antekirrta.
Dienzelfden avond werden de drie veroordeelden aan boord van een derElektrieks, die met tien matrozen onder de bevelen van Luigi Ferrato bemand was, gebracht. Dat vaartuig voerde hen naar het eilandje over, waar zij tot het aanbreken van den dag moesten wachten, om hun vonnis te ondergaan.
Sarcany, Silas Toronthal en Carpena verkeerden noodzakelijk in de meening, dat het stervensuur voor hen aangebroken was. Toen zij dan ook ontscheept waren, stapte Sarcany recht op Luigi Ferrato toe.
„Moeten wij er van avond aan gelooven?” vroeg hij op onbeschaamden sarcastischen toon.
Luigi antwoordde niet. De drie veroordeelden werden alleen gelaten en de nacht was reeds ingetreden, toen deElektriekin de haven van Antekirrta wederkeerde en het anker uitwierp.
Het eiland was nu van de bezoedelende tegenwoordigheid der verraders bevrijd. Wat eene ontvluchting van het eilandje Kenkrof betrof, die was eenvoudig onmogelijk. Een zeearm van twintig mijlen breedte, scheidde het van het vaste land. De misdadigers bevonden er zich zonder hulpmiddelen hoegenaamd, en er viel niet aan te denken, den zeearm over te zwemmen.
„Weet ge wat ik denk?” vroeg Pescadospunt aan zijn vriend Kaap Matifou. „Zeg, weet gij dat?”
De reus krabde zich achter een oor. In het raden van andermans gedachten was hij nooit een held geweest. Zelfs kon hij de zijnen niet altijd onder woorden brengen.
„Drommels!” antwoordde hij, „dat is niet gemakkelijk te raden!… Ik geef het op!”
Pescadospunt lachte bij dat antwoord. Hij kende zijn trouwen makker.
„Volgens mij,” vervolgde hij, „zullen die ellendelingen, voordat morgen de dag aanbreekt, elkander daar op dat eilandje verslonden hebben! Meent gij dat ook niet?”
„Pouah!” riep Kaap Matifou met walging uit. „Een onsmakelijk beafstuk! Nog erger dan levende slangen!”
Die laatste nacht voor de veroordeelden werd onder die omstandigheden doorgebracht.[226]
Op het Stadhuis merkte men evenwel op, dat graaf Mathias Sandorf geen oogenblik rust nam. Hij had zich in zijne kamer opgesloten, en liep dat vertrek, hetwelk hij eerst tegen vijf uren in den ochtend wilde verlaten, onafgebroken op en neer. Toen de dag aangebroken was, begaf hij zich naar de groote zaal, alwaar hij Piet Bathory en Luigi Ferrato dadelijk bij zich liet komen. Het was voor hem geen kleinigheid, over drie menschenlevens te beschikken.
Middelerwijl was eene afdeeling der militieplichtigen op het binnenplein van het Stadhuis aangetreden en stond gereed, om op het eerste bevel zich naar het eiland Kenkrof in te schepen. Dat zou het executie-peloton zijn.
Graaf Mathias Sandorf trad de beide geroepenen tegemoet, en greep hen ieder bij eene hand.
„Piet Bathory, Luigi Ferrato,” vroeg hij met van aandoening bewogen stem, „niet waar? de meest stipte rechtvaardigheid, de meest uitgebreide onpartijdigheid heeft voorgezeten, toen die verraders ter dood veroordeeld werden?”
„Ja!” antwoordde Piet Bathory met vastberaden stem. „Dat getuig ik volgaarne!”
„Ja!” herhaalde Luigi Ferrato, even onwrikbaar. „Ook ik ben gereed dat te getuigen!”
„Zij hebben den dood ten volle verdiend!” vervolgde de eerste plechtig en ernstig.
„En iedere aanspraak op medelijden of genade verbeurd!” beaamde de andere.
„Is dat de meening van uw hart, de overtuiging van uw geweten?” vroeg de graaf.
„Ja, dat is zij!” antwoordde Piet. „Volgens mijne overtuiging, volgens mijn geweten!”
„Ja!” knikte Luigi, terwijl hij graat Mathias als bezegeling van zijn gebaar de hand drukte.
„Dat dan de gerechtigheid haren loop hebbe! en dat God hen die vergeving schenke, welke de stervelingen aan zulke misdadigers niet kunnen verleenen!… Dat het Opperwezen hunne zielen genadig zij!..”
Nauwelijks had graaf Mathias Sandorf die plechtige woorden uitgesproken, toen eene verschrikkelijke ontploffing vernomen werd, die zoowel het geheele eiland Antekirrta als het Stadhuis op hunne grondvesten deed schudden. Het was alsof een hevige aardbeving de aardkorst deed golven en trillen. Het was alsof inderdaad de laatste dag aangebroken was!
Graaf Mathias Sandorf, Piet Bathory en Luigi Ferrato stormden naar buiten, terwijl de geheele bevolking van Artenak, ten hevigste verschrikt en beangst, in de grootste ontsteltenis hare woningen ontvlood.[227]
Een verschrikkelijke zuil van vlammen, rook en stoom, vermengd met groote rotsblokken en kleinere steenen, en gepaard met een ontzettenden knal, schoot naar het luchtgewelf tot eene onmetelijke hoogte voort. Kort daarop vielen de harde lichamen, kletterend als hagel, rondom het eiland neer, en deden de wateren der Middellandsche zee in wilde golven hoog opstuiven, terwijl eene dikke wolk als een lijkfloers boven de oppervlakte bleef hangen. Die wolk had eene akelige loodkleur en verdween eerst langzamerhand.
Van het eilandje Kenkrof en van de drie ter dood veroordeelden bleef niets over. De uitbarsting had alles en allen vernietigd. De golven der zee sloegen met woest geweld te zamen over de plek, waar het eilandje gestaan had, en verstrooide wat er drijvende van overgebleven mocht zijn.
Wat was daar toch gebeurd? Dat is wel te gissen.
De lezer zal voorzeker niet vergeten hebben, dat het eilandje, als voorzorgsmaatregel tegen eene landing der Senousisten, geheel en al ondermijnd was; ook niet dat, voor het geval de drievoudige electrische kabelgeleiding, die het met Antekirrta in verbinding stelde, onklaar werd en buiten werking kwam, zeer gevoelige electrische toestellen in den bodem begraven waren, die men slechts met den voet had aan te raken, om den stroom te verbreken en de ontploffing van al de mijnen teweeg te brengen.
Ziet, dat was geschied. Een der veroordeelden, die op het eilandje rondzwierven, en misschien reeds op plannen ter ontsnapping bedacht was, had een dier toestellen bespeurd, had het houten omhulsel willen te voorschijn halen, dat allicht tot ondersteuning in zee kon dienen; maar daarop was de uitbarsting en de vernietiging van het geheele eilandje met al wat er op was, oogenblikkelijk gevolgd.
„God heeft ons de afschuwelijkheid van die terechtstelling willen besparen!” sprak graaf Mathias Sandorf diep ontroerd. „Wij allen moeten Hem daarvoor dankbaar zijn!”
Noch Piet Bathory, noch Luigi Ferrato waren in staat antwoord te geven.
Het huwelijk van Piet Bathory met Sava Sandorf werd drie dagen later in de kleine kerk van Artenak voltrokken. Bij die gelegenheid teekende dokter Antekirrt met zijn waren naam van Mathias Sandorf, dien hij voortaan zou blijven voeren, nu aan de gerechtigheid voldaan was.
Sava Bathory werd drie weken later officiëel door het Oostenrijksche gouvernement erkend als de erfgename van de niet verbeurd verklaarde goederen van graaf Mathias Sandorf. De brief van mevrouw Toronthal, alsook eene verklaring, die men bijtijds van den bankier[228]had bekomen, waren voldoende om hare identiteit te bevestigen. Daar Sava nog geen achttien jaren oud was, werd haar alles, wat van het vorstelijk domein in Transylvanië, te midden van het Karpathisch gebergte gelegen, overgebleven was, teruggegeven, hetgeen nog een groot vermogen daarstelde.
Graaf Mathias Sandorf zou zelf het beheer zijner goederen weder hebben kunnen aanvaarden. In den loop der tijden was toch eene amnestie ten gunste der staatkundige veroordeelden uitgevaardigd. Maar al had hij ook openlijk zijn naam van Mathias Sandorf weer aangenomen, zoo verkoos hij toch aan het hoofd te blijven van de groote familie van Antekirrta. Daar zou hij zijn leven te midden van hen, die hem beminden, doorbrengen.
De kleine volkplanting breidde zich, door zijne onvermoeide zorgen, al meer en meer uit. Haar bevolkingscijfer verdubbelde in minder dan een jaar. Geleerden en uitvinders, door graaf Mathias Sandorf daartoe uitgenoodigd, kwamen er hunne ontdekkingen in praktijk brengen, die anders zonder zijne raadgevingen en zonder het onmetelijk fortuin, waarover hij beschikte, onvruchtbaar zouden gebleven zijn. Het eiland Antekirrta werd dan ook weldra de meest belangrijke plek van de Syrtische zee. Toen daarenboven het verdedigingstelsel van het eiland beëindigd was, kon de veiligheid daar volkomen heeten en behoefde niemand afgeschrikt te worden, zich daar metterwoon te vestigen.
Wat valt nu nog te vertellen van mevrouw Bathory, van Maria en Luigi Ferrato? Wat van Piet en Sava Bathory? De lezer zal beter hun geluk kunnen bevroeden, dan wij dit zouden kunnen beschrijven.
Wat ook nog te vertellen van Pescadospunt en Kaap Matifou, die tot de meest notabelen van de Antekirrtsche volkplanting behoorden? Als die twee goedige wezens iets betreurden, dan was het, dat zij de gelegenheid niet meer hadden, om zich toe te wijden aan, of zich op te offeren voor hem, die hen zulk eene toekomst bereid had!
Graaf Mathias Sandorf had zijne taak volbracht, en ware de herinnering weg te nemen geweest aan zijne twee mede-samenzweerders, professor Stephanus Bathory en graaf Ladislas Zathmar, dan zou hij zoo gelukkig geweest zijn, als een edelmoedig mensch op dit ondermaansche wezen kan, wanneer hij welvaart en geluk onder zijne omgeving verspreidt.
Men zal in de geheele Middellandsche Zee, zelfs in een der andere Oceanen van ons wereldrond, zelfs te midden der Gelukkige eilanden, geen enkele streek vinden, welker welvaart met die van Antekirrta kan wedijveren. Iemand die zulk een streek zou willen opzoeken, zou vergeefsche moeite doen.
Toen dan ook Kaap Matifou zich door zijn geluk overstelpt gevoelde, meende hij te moeten zeggen:[229]
„Verdienen wij waarlijk, zoo gelukkig te zijn? Zeg, Pescadospunt verdienen wij dat inderdaad?”
„Neen, dierbare Kaap, neen!” antwoordde de trouwe makker van den reus. „Maar wat er aan te doen?… Wij zijn verplicht ons te onderwerpen en het noodlot te aanvaarden, wat ons beschoren is!”
Kaap Matifou zuchtte eens, maar antwoordde niet. Hij besloot met volkomen onderwerping zijn geluk te genieten.
Einde.
[230]