The Project Gutenberg eBook ofMevr. Warren's BedrijfThis ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.Title: Mevr. Warren's BedrijfAuthor: Bernard ShawTranslator: J. A. Simons-MeesRelease date: February 16, 2017 [eBook #54175]Most recently updated: October 23, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF ***
This ebook is for the use of anyone anywhere in the United States and most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this ebook or online atwww.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook.
Title: Mevr. Warren's BedrijfAuthor: Bernard ShawTranslator: J. A. Simons-MeesRelease date: February 16, 2017 [eBook #54175]Most recently updated: October 23, 2024Language: DutchCredits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.
Title: Mevr. Warren's Bedrijf
Author: Bernard ShawTranslator: J. A. Simons-Mees
Author: Bernard Shaw
Translator: J. A. Simons-Mees
Release date: February 16, 2017 [eBook #54175]Most recently updated: October 23, 2024
Language: Dutch
Credits: Produced by Jeroen Hellingman and the Online DistributedProofreading Team at http://www.pgdp.net/ for ProjectGutenberg.
*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MEVR. WARREN'S BEDRIJF ***
Mevr.WARREN’S BEDRIJFOorspronkelijke titelpagina.WERELD BIBLIOTHEEK ONDER·LEIDING·VAN·L. SIMONSGEORGE BERNARD SHAWMevr.WARREN’S BEDRIJFVERTAALD DOORJ. A. SIMONS-MEESMET INLEIDING VAN L. S. (HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT)UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAMINLEIDING.Mevr. Warren’s Bedrijfis een vroegere arbeid vanShawdan het dit voorjaar gepubliceerde blijspel:Je kunt nooit weten. Het stuk volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel:Widowers Houses(letterlijk:Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: “Dief en diefjesmaat” of “Oud lood om oud ijzer”. De kritikus onzer maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, waarop de hypotheekhouder,de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,—altemaal toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid een romantische blankheid vertoont.⁂Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag behandeldeonderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het ligt nu eenmaal in Shaw’s neiging, voor geen uiterste terug te schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. InMevr. Warrenis hij losser van het “zelf aan detouwtjes-trekken” dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren’s huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en Crofts, ook al heeft zijhaar opvoeding te danken aan op dezelfde methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al zijn socialisme is Shaw—hij zegt het zelf in zijn Inleiding totJohn Bull’s other Island(Ierland)—een protestantsch-individualist. Zonder individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.⁂De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaatraak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme bijna alle ontroerend vermogen mist, onseen heel sterke intellectueele opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur en in Frank’s verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving overslaan; al raakt Vivie’s persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks fijnere losbol-gratie tot Croft’s innerlijk grove verloopenheid.⁂De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging definitief geworden.Mrs. Warrens Professionis zeker letterlijkMevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar het Engelsche woordprofessionheeft precies als onsberoepeen schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort als de hare. Tusschen Mevr. W’sberoep,bedrijfenonderneminghebben wij ten slot het middelste gekozen. ’t Leek juister dan:beroep, en is korter danonderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.L. S.
Mevr.WARREN’S BEDRIJF
Mevr.WARREN’S BEDRIJF
Mevr.WARREN’S BEDRIJF
Oorspronkelijke titelpagina.
Oorspronkelijke titelpagina.
Oorspronkelijke titelpagina.
WERELD BIBLIOTHEEK ONDER·LEIDING·VAN·L. SIMONSGEORGE BERNARD SHAWMevr.WARREN’S BEDRIJFVERTAALD DOORJ. A. SIMONS-MEESMET INLEIDING VAN L. S. (HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT)UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAM
WERELD BIBLIOTHEEK ONDER·LEIDING·VAN·L. SIMONS
WERELD BIBLIOTHEEK ONDER·LEIDING·VAN·L. SIMONS
GEORGE BERNARD SHAW
Mevr.WARREN’S BEDRIJF
Mevr.WARREN’S BEDRIJF
VERTAALD DOORJ. A. SIMONS-MEESMET INLEIDING VAN L. S. (HET RECHT VAN VERTOONEN VOORBEHOUDEN VOLGENS DE WET OP HET AUTEURSRECHT)
UITGEGEVEN·DOOR·DE MAATSCHAPPIJ·VOOR GOEDE·EN·GOEDKOOPE LECTUUR—AMSTERDAM
INLEIDING.Mevr. Warren’s Bedrijfis een vroegere arbeid vanShawdan het dit voorjaar gepubliceerde blijspel:Je kunt nooit weten. Het stuk volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel:Widowers Houses(letterlijk:Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: “Dief en diefjesmaat” of “Oud lood om oud ijzer”. De kritikus onzer maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, waarop de hypotheekhouder,de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,—altemaal toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid een romantische blankheid vertoont.⁂Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag behandeldeonderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het ligt nu eenmaal in Shaw’s neiging, voor geen uiterste terug te schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. InMevr. Warrenis hij losser van het “zelf aan detouwtjes-trekken” dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren’s huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en Crofts, ook al heeft zijhaar opvoeding te danken aan op dezelfde methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al zijn socialisme is Shaw—hij zegt het zelf in zijn Inleiding totJohn Bull’s other Island(Ierland)—een protestantsch-individualist. Zonder individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.⁂De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaatraak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme bijna alle ontroerend vermogen mist, onseen heel sterke intellectueele opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur en in Frank’s verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving overslaan; al raakt Vivie’s persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks fijnere losbol-gratie tot Croft’s innerlijk grove verloopenheid.⁂De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging definitief geworden.Mrs. Warrens Professionis zeker letterlijkMevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar het Engelsche woordprofessionheeft precies als onsberoepeen schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort als de hare. Tusschen Mevr. W’sberoep,bedrijfenonderneminghebben wij ten slot het middelste gekozen. ’t Leek juister dan:beroep, en is korter danonderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.L. S.
INLEIDING.
Mevr. Warren’s Bedrijfis een vroegere arbeid vanShawdan het dit voorjaar gepubliceerde blijspel:Je kunt nooit weten. Het stuk volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel:Widowers Houses(letterlijk:Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: “Dief en diefjesmaat” of “Oud lood om oud ijzer”. De kritikus onzer maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, waarop de hypotheekhouder,de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,—altemaal toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid een romantische blankheid vertoont.⁂Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag behandeldeonderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het ligt nu eenmaal in Shaw’s neiging, voor geen uiterste terug te schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. InMevr. Warrenis hij losser van het “zelf aan detouwtjes-trekken” dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren’s huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en Crofts, ook al heeft zijhaar opvoeding te danken aan op dezelfde methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al zijn socialisme is Shaw—hij zegt het zelf in zijn Inleiding totJohn Bull’s other Island(Ierland)—een protestantsch-individualist. Zonder individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.⁂De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaatraak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme bijna alle ontroerend vermogen mist, onseen heel sterke intellectueele opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur en in Frank’s verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving overslaan; al raakt Vivie’s persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks fijnere losbol-gratie tot Croft’s innerlijk grove verloopenheid.⁂De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging definitief geworden.Mrs. Warrens Professionis zeker letterlijkMevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar het Engelsche woordprofessionheeft precies als onsberoepeen schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort als de hare. Tusschen Mevr. W’sberoep,bedrijfenonderneminghebben wij ten slot het middelste gekozen. ’t Leek juister dan:beroep, en is korter danonderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.L. S.
Mevr. Warren’s Bedrijfis een vroegere arbeid vanShawdan het dit voorjaar gepubliceerde blijspel:Je kunt nooit weten. Het stuk volgde spoedig op den eersteling, met den zonderlingen titel:Widowers Houses(letterlijk:Huizen van weduwnaars), en het is uit denzelfden levenskijk ontstaan. Men zou beiden stukken tot motto kunnen geven: “Dief en diefjesmaat” of “Oud lood om oud ijzer”. De kritikus onzer maatschappij, de socialist Shaw, gaat erin uit van de bedoeling om duidelijk te doen blijken, dat het z. i. heelemaal onverschillig is, hoè men komt aan zgn. onafhankelijke (renteniers)inkomens; dat de wijze waarop de huisjesmelker en de hoerenwaardin rijk worden, misschien in graad maar niet in wezen verschilt van de methoden, waarop de hypotheekhouder,de aandeelhouder, de fabrikant aan hun hooge dividenden, tantièmes, directeurs-inkomen moeten geraken,—altemaal toe-eigening van overwaarden, alleen te verkrijgen ten koste van te hooge huren, te lage loonen, te lange werktijden: uitbuiting van anderen in het algemeen. Wie daarvan meeprofiteert is precies even verantwoordelijk als wie directelijk het vuile werk doet. En de eenige manier om in deze maatschappij zoover mogelijk buiten die verantwoordelijkheid te blijven, is, zelf hard te werken en alleen te willen leven van de opbrengst van dien eigen arbeid; niet van dividenden, en niet in luiheid en niets-doen, in op zichzelf ontzenuwende en ontaardende weelderigheid. In elk geval komt het er op aan, dit duidelijk in te zien en zich niet diets te maken dat het anders is. Een eerlijke schoelje is, als men de keus heeft, altijd nog verkieslijk boven iemand die zich wijs maakt dat zijn grauwheid een romantische blankheid vertoont.
⁂
Aldus het gezichtspunt, van waaruit Shaw het ook in de fransche tooneelletterkunde van de tweede helft der 19e eeuw nogal eens graag behandeldeonderwerp aanpakt van een jong mensch, die plotseling ontdekt dat zijn of haar moeder in nauwe betrekking staat tot den vulgairen drift. Hij heeft niet, op sentimenteele gronden, de sympathie voor de moeder zoeken op te wekken; hij is zelfs begonnen met haar meer dan onsympathiek te maken door haar niet maar als een zelf-overgegevene te schilderen, maar, erger, als een die jonge vrouwen in de val lokt, en houdt, en van de opbrengst van hun ontucht mooi weer speelt. Het ligt nu eenmaal in Shaw’s neiging, voor geen uiterste terug te schrikken, en zijn thesis op den wijdsten grondslag op te bouwen. En natuurlijk ontkomt hij aldus niet aan het gevaar van te veel te willen bewijzen en dan toch ten slotte de consequentie van zijn uiterste niet zelf aan te durven; wèl in zijn uitvoerige voorredenen, maar niet in zijn stukken zelf. Als hij die voorredenen schrijft, kan hij zoo vlijmscherp ontleden en conclusies trekken, als zijn toegespitst vernuft maar veroorloven wil. Doch als auteur kan hij niet werken met abstracties, en hoe meer hij zijn beeldend dramatiseerend vermogen ontwikkelde, des te meer moest hij de abstractie loslaten om zijn menschen in hun verscheidenheid en inconsequenties te teekenen. InMevr. Warrenis hij losser van het “zelf aan detouwtjes-trekken” dan in het eerste stuk; men ziet hem wel achter de schermen, maar zijn figuren hebben toch al veel meer eigen leefkracht en zelf bewegingsvermogen. En zoo ontschieten ze nogal eens aan de logica van zijn thesis. Hij kan nu niet meer blind blijven voor de psychologische waarheid, dat al moge moraliter de mede-genieter mede-aansprakelijk blijven voor de wijze waarop geld bijeengebracht is, hij of zij, die het vuile werk zèlf doen, toch anders besmet worden dan wie er vrij van blijven. Hij leent mevr. Warren en Crofts zijn eigen dialectisch vernuft en maatschappelijke kritiek, om hùn wijze van geldmakerij te verdedigen met heel veel kracht en overtuiging, en niet zonder anderen, die vrij-uit plegen te gaan, te raken. Maar met dat al is Frank, hoewel een leeglooper en doeniet evengoed als Crofts, ook den schrijver zelf, heel wat sympathieker dan deze eerste aandeelhouder in mevr. Warren’s huizen; en Vivie mag uit het veld geslagen worden door haar moeders maatschappelijke logica omtrent hamer of aambeeld, en door Crofts aanwijzing van haar indirecte mede-plichtigheid, de auteur kan immers zelf niet nalaten te doen blijken dat deze nuchtere, hard-werkende jonge vrouw niet van gelijk allooi is geworden als haar moeder en Crofts, ook al heeft zijhaar opvoeding te danken aan op dezelfde methode verkregen gelden, als hún onguren rijkdom uitmaken. Ondanks al zijn socialisme is Shaw—hij zegt het zelf in zijn Inleiding totJohn Bull’s other Island(Ierland)—een protestantsch-individualist. Zonder individualiseeringskunst zou hij trouwens geen mensch-teekenaar kunnen zijn. En zoo worstelen in dit werk zijn levenstheorie en zijn kunstenaarsdrift voortdurend met elkaar. Het eind is dat de kunstenaar-individualist overwint. Mevr. Warren wordt, ondanks haar sterke argumenten, met vriend Crofts aan den dijk gezet; en Vivie blijft alleen achter om haar eigen redding te bewerken door harden arbeid, buiten alle romantiek en schoonheidsdrift, die immers met zinnelijkheid samenhangen en, in leegen rijkdom, tot wellust vergroeien, ten bate van ondernemingen als van mevr. Warren.
⁂
De tweeslachtigheid in dit werk wordt gelukkig goedgemaakt door de zeer bizondere gaven van den puren dramaschrijver. Shaw teekent raak, slaatraak, en zoo geeft ook dit stuk, dat in zijn zuiver intellectualisme bijna alle ontroerend vermogen mist, onseen heel sterke intellectueele opfrissching. Het is knap gebouwd, en al voelen we in de dominésfiguur en in Frank’s verhouding tot zijn vader de teekening tot overdrijving overslaan; al raakt Vivie’s persoonlijkheid de bevriezings-temperatuur van het opzettelijk-bedachte, het geheel gaat toch voor ons leven uit eigen innerlijke kracht, en onder den stuw van mevr. Warrens volbloedig volkstemperament houdt het ons vast tot het eind. Crofts en Praeddie zijn allebei prachtig geslaagde figuren, en de tegenstelling van het cynisme van den éen tot de romantiek van den ander is geen oogenblik te dik; toont zich zonder opdringerigheid, zooals ook die van Franks fijnere losbol-gratie tot Croft’s innerlijk grove verloopenheid.
⁂
De titelkeus is bij vertaalster en mijzelf niet zonder lange overweging definitief geworden.Mrs. Warrens Professionis zeker letterlijkMevr. Warrens Beroep, en in het laatste bedrijf schijnt Vivie voor Frank en Praed haar moeders qualificatie neer te schrijven. Maar het Engelsche woordprofessionheeft precies als onsberoepeen schakeering die het meer toepasselijk maakt op professoren, musici,leeraren, dan op het hoofd eener vennootschap, zeker van het soort als de hare. Tusschen Mevr. W’sberoep,bedrijfenonderneminghebben wij ten slot het middelste gekozen. ’t Leek juister dan:beroep, en is korter danonderneming. En hoe korter een titel, hoe beter.
L. S.