1Havelaar, 1 Deel, pag. 100, uitgave 1860. Latere uitgaven van dat werk heb ik nooit onder de oogen gekregen (noot van1873).De aangehaalde zinsnede komt in deze uitgaaf voor op blz. 65 van den Max Havelaar.2De hier bedoelde brief is herhaaldelyk gedrukt, en komt in deze uitgaaf voor in ’t volgende deel onder de «Verspreide Stukken».3De titel is Gouverneur-Generaal... enz.,opperbevelhebbervan Zs. Ms. Land- en Zeemacht, beoosten de Kaapde Goede Hoop. De rang is of schynt officiëel nagenoeg geassimileerd aan dien van Luitenant-Generaal, maar ten-onrechte. Want de Luitenant-Generaal, Kommandant van ’t leger, en de Vice-Admiraal, Kommandant der Zeemacht, staatonderdien Gouverneur. De laatste behoudens eenige directe ondergeschiktheid van meest administratieven aard, aan den Minister van Marine.De juiste titel van den Landvoogd in Indië zou wezen:Luitenant des KoningsofOnder-Koning, met Maarschalksrang.Ik begryp dus niet waarom jongelui die eerzucht gevoelen en begeerte naar ’n Maarschalkstaf, hun carrière ontvangen teWillemsoordof teBreda. De weg tot het hoogste militair Kommandement in den Staat, leidt door den corridor van een prokureurskantoor... of gekker nog: men is in Indië vyf jaren lang geplaagd geweest met een Gouverneur-Generaal die z’n loopbaan begon met ’n mislukt examen voor schoolmeester van den laagsten rang. Zoo springen de Haagsche cliques om met de hoogste belangen van den Staat.Ik sta volstrekt niet de leer voor, dat men te vragen hebbe: «hoe en waar heb gy geleerd?» Wie watweet, wie watkan, wie watisvooral, behoeft geen certificaat van oorsprong. Daarvoor geldt in zoo’n geval, het genie. Heeft men ooit daarnaar gevraagd? Dit betwyfel ik, en niemand beweerde dit ook. Voor Gouverneur-Generaal, Minister en... Volksvertegenwoordiger schynt men den eersten den besten te kunnen gebruiken.4Havelaar, blz. 247.5Minnebrieven, pag. 111 en vlg.6«Ik vraag of ik op 29 Maart onwaarheden in myn belang kon vorderen van een ambtenaar, wien ik den 5den te-voren den brief schreefNo.97?» [Brief aan den Gouv. Gen. in ruste].Om te beoordeelen of ’tmogelykwas dat iemandmyhet hof maakte metonwaarheden, leze men voorts den brief aan den Kontrôleur, die voorkomt in denHavelaar, pag. 169. Ik stel voor, den brief te doen opnemen in ’t Regeerings-Reglement, om den Gouverneur-Generaal te dienen als handleiding tot het bekomen van eenige kennis derwaarheid. Maar er iseigen onderzoekook noodig, anders helpt het niet veel.7In ’t officiëel Regeerings-verslag over 1856 worden die knoeieryen teLebakerkend, maar men vermydt, met de oneerlykheid die ik byna zonder uitzondering overal ontmoet,myte noemen. De ontdekking wordt daar voorgedragen als vigilantie van de Regeering.8Ik had m’n manuscriptnietaan den Heervan Lennepverkocht.Iken niethy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou deMax Havelaarniet verschenen zyn.Het voorgeven van den heervan Lennepdathyeigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. Ente-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde mynboek invollen eigendom aftestaan aan den heervan Lennep.Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zalikwinnen,Mr. van Lennep!Wat zou ’t bovendien baten of ik die zaak won voor een gerechtshof? Een gunstig vonnis zou den heervan Lennepnoodzaken my de behaalde winst uit te betalen, en dit is myn zoeken niet. Ik heb denMax Havelaarniet geschreven om geld te winnen. De hoofdzaak is dat door hoogen prys en trage verspreiding, het juiste oogenblik is verstreken om ’n beroep te doen op ’t Volk. Dat oogenblik kan geen gerechtshof my teruggeven9(1866).9Eenige toelichting van deze zaak is te vinden inIdeën287 en 288, vooral in de by ’t laatste nummer in den vyfden druk gevoegde noot. (1873).10NederlandenMax HavelaardoorPhiloverax.11Handels- en Effectenblad, 6 December 1861.
1Havelaar, 1 Deel, pag. 100, uitgave 1860. Latere uitgaven van dat werk heb ik nooit onder de oogen gekregen (noot van1873).De aangehaalde zinsnede komt in deze uitgaaf voor op blz. 65 van den Max Havelaar.2De hier bedoelde brief is herhaaldelyk gedrukt, en komt in deze uitgaaf voor in ’t volgende deel onder de «Verspreide Stukken».3De titel is Gouverneur-Generaal... enz.,opperbevelhebbervan Zs. Ms. Land- en Zeemacht, beoosten de Kaapde Goede Hoop. De rang is of schynt officiëel nagenoeg geassimileerd aan dien van Luitenant-Generaal, maar ten-onrechte. Want de Luitenant-Generaal, Kommandant van ’t leger, en de Vice-Admiraal, Kommandant der Zeemacht, staatonderdien Gouverneur. De laatste behoudens eenige directe ondergeschiktheid van meest administratieven aard, aan den Minister van Marine.De juiste titel van den Landvoogd in Indië zou wezen:Luitenant des KoningsofOnder-Koning, met Maarschalksrang.Ik begryp dus niet waarom jongelui die eerzucht gevoelen en begeerte naar ’n Maarschalkstaf, hun carrière ontvangen teWillemsoordof teBreda. De weg tot het hoogste militair Kommandement in den Staat, leidt door den corridor van een prokureurskantoor... of gekker nog: men is in Indië vyf jaren lang geplaagd geweest met een Gouverneur-Generaal die z’n loopbaan begon met ’n mislukt examen voor schoolmeester van den laagsten rang. Zoo springen de Haagsche cliques om met de hoogste belangen van den Staat.Ik sta volstrekt niet de leer voor, dat men te vragen hebbe: «hoe en waar heb gy geleerd?» Wie watweet, wie watkan, wie watisvooral, behoeft geen certificaat van oorsprong. Daarvoor geldt in zoo’n geval, het genie. Heeft men ooit daarnaar gevraagd? Dit betwyfel ik, en niemand beweerde dit ook. Voor Gouverneur-Generaal, Minister en... Volksvertegenwoordiger schynt men den eersten den besten te kunnen gebruiken.4Havelaar, blz. 247.5Minnebrieven, pag. 111 en vlg.6«Ik vraag of ik op 29 Maart onwaarheden in myn belang kon vorderen van een ambtenaar, wien ik den 5den te-voren den brief schreefNo.97?» [Brief aan den Gouv. Gen. in ruste].Om te beoordeelen of ’tmogelykwas dat iemandmyhet hof maakte metonwaarheden, leze men voorts den brief aan den Kontrôleur, die voorkomt in denHavelaar, pag. 169. Ik stel voor, den brief te doen opnemen in ’t Regeerings-Reglement, om den Gouverneur-Generaal te dienen als handleiding tot het bekomen van eenige kennis derwaarheid. Maar er iseigen onderzoekook noodig, anders helpt het niet veel.7In ’t officiëel Regeerings-verslag over 1856 worden die knoeieryen teLebakerkend, maar men vermydt, met de oneerlykheid die ik byna zonder uitzondering overal ontmoet,myte noemen. De ontdekking wordt daar voorgedragen als vigilantie van de Regeering.8Ik had m’n manuscriptnietaan den Heervan Lennepverkocht.Iken niethy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou deMax Havelaarniet verschenen zyn.Het voorgeven van den heervan Lennepdathyeigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. Ente-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde mynboek invollen eigendom aftestaan aan den heervan Lennep.Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zalikwinnen,Mr. van Lennep!Wat zou ’t bovendien baten of ik die zaak won voor een gerechtshof? Een gunstig vonnis zou den heervan Lennepnoodzaken my de behaalde winst uit te betalen, en dit is myn zoeken niet. Ik heb denMax Havelaarniet geschreven om geld te winnen. De hoofdzaak is dat door hoogen prys en trage verspreiding, het juiste oogenblik is verstreken om ’n beroep te doen op ’t Volk. Dat oogenblik kan geen gerechtshof my teruggeven9(1866).9Eenige toelichting van deze zaak is te vinden inIdeën287 en 288, vooral in de by ’t laatste nummer in den vyfden druk gevoegde noot. (1873).10NederlandenMax HavelaardoorPhiloverax.11Handels- en Effectenblad, 6 December 1861.
1Havelaar, 1 Deel, pag. 100, uitgave 1860. Latere uitgaven van dat werk heb ik nooit onder de oogen gekregen (noot van1873).De aangehaalde zinsnede komt in deze uitgaaf voor op blz. 65 van den Max Havelaar.2De hier bedoelde brief is herhaaldelyk gedrukt, en komt in deze uitgaaf voor in ’t volgende deel onder de «Verspreide Stukken».3De titel is Gouverneur-Generaal... enz.,opperbevelhebbervan Zs. Ms. Land- en Zeemacht, beoosten de Kaapde Goede Hoop. De rang is of schynt officiëel nagenoeg geassimileerd aan dien van Luitenant-Generaal, maar ten-onrechte. Want de Luitenant-Generaal, Kommandant van ’t leger, en de Vice-Admiraal, Kommandant der Zeemacht, staatonderdien Gouverneur. De laatste behoudens eenige directe ondergeschiktheid van meest administratieven aard, aan den Minister van Marine.De juiste titel van den Landvoogd in Indië zou wezen:Luitenant des KoningsofOnder-Koning, met Maarschalksrang.Ik begryp dus niet waarom jongelui die eerzucht gevoelen en begeerte naar ’n Maarschalkstaf, hun carrière ontvangen teWillemsoordof teBreda. De weg tot het hoogste militair Kommandement in den Staat, leidt door den corridor van een prokureurskantoor... of gekker nog: men is in Indië vyf jaren lang geplaagd geweest met een Gouverneur-Generaal die z’n loopbaan begon met ’n mislukt examen voor schoolmeester van den laagsten rang. Zoo springen de Haagsche cliques om met de hoogste belangen van den Staat.Ik sta volstrekt niet de leer voor, dat men te vragen hebbe: «hoe en waar heb gy geleerd?» Wie watweet, wie watkan, wie watisvooral, behoeft geen certificaat van oorsprong. Daarvoor geldt in zoo’n geval, het genie. Heeft men ooit daarnaar gevraagd? Dit betwyfel ik, en niemand beweerde dit ook. Voor Gouverneur-Generaal, Minister en... Volksvertegenwoordiger schynt men den eersten den besten te kunnen gebruiken.4Havelaar, blz. 247.5Minnebrieven, pag. 111 en vlg.6«Ik vraag of ik op 29 Maart onwaarheden in myn belang kon vorderen van een ambtenaar, wien ik den 5den te-voren den brief schreefNo.97?» [Brief aan den Gouv. Gen. in ruste].Om te beoordeelen of ’tmogelykwas dat iemandmyhet hof maakte metonwaarheden, leze men voorts den brief aan den Kontrôleur, die voorkomt in denHavelaar, pag. 169. Ik stel voor, den brief te doen opnemen in ’t Regeerings-Reglement, om den Gouverneur-Generaal te dienen als handleiding tot het bekomen van eenige kennis derwaarheid. Maar er iseigen onderzoekook noodig, anders helpt het niet veel.7In ’t officiëel Regeerings-verslag over 1856 worden die knoeieryen teLebakerkend, maar men vermydt, met de oneerlykheid die ik byna zonder uitzondering overal ontmoet,myte noemen. De ontdekking wordt daar voorgedragen als vigilantie van de Regeering.8Ik had m’n manuscriptnietaan den Heervan Lennepverkocht.Iken niethy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou deMax Havelaarniet verschenen zyn.Het voorgeven van den heervan Lennepdathyeigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. Ente-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde mynboek invollen eigendom aftestaan aan den heervan Lennep.Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zalikwinnen,Mr. van Lennep!Wat zou ’t bovendien baten of ik die zaak won voor een gerechtshof? Een gunstig vonnis zou den heervan Lennepnoodzaken my de behaalde winst uit te betalen, en dit is myn zoeken niet. Ik heb denMax Havelaarniet geschreven om geld te winnen. De hoofdzaak is dat door hoogen prys en trage verspreiding, het juiste oogenblik is verstreken om ’n beroep te doen op ’t Volk. Dat oogenblik kan geen gerechtshof my teruggeven9(1866).9Eenige toelichting van deze zaak is te vinden inIdeën287 en 288, vooral in de by ’t laatste nummer in den vyfden druk gevoegde noot. (1873).10NederlandenMax HavelaardoorPhiloverax.11Handels- en Effectenblad, 6 December 1861.
1Havelaar, 1 Deel, pag. 100, uitgave 1860. Latere uitgaven van dat werk heb ik nooit onder de oogen gekregen (noot van1873).De aangehaalde zinsnede komt in deze uitgaaf voor op blz. 65 van den Max Havelaar.2De hier bedoelde brief is herhaaldelyk gedrukt, en komt in deze uitgaaf voor in ’t volgende deel onder de «Verspreide Stukken».3De titel is Gouverneur-Generaal... enz.,opperbevelhebbervan Zs. Ms. Land- en Zeemacht, beoosten de Kaapde Goede Hoop. De rang is of schynt officiëel nagenoeg geassimileerd aan dien van Luitenant-Generaal, maar ten-onrechte. Want de Luitenant-Generaal, Kommandant van ’t leger, en de Vice-Admiraal, Kommandant der Zeemacht, staatonderdien Gouverneur. De laatste behoudens eenige directe ondergeschiktheid van meest administratieven aard, aan den Minister van Marine.De juiste titel van den Landvoogd in Indië zou wezen:Luitenant des KoningsofOnder-Koning, met Maarschalksrang.Ik begryp dus niet waarom jongelui die eerzucht gevoelen en begeerte naar ’n Maarschalkstaf, hun carrière ontvangen teWillemsoordof teBreda. De weg tot het hoogste militair Kommandement in den Staat, leidt door den corridor van een prokureurskantoor... of gekker nog: men is in Indië vyf jaren lang geplaagd geweest met een Gouverneur-Generaal die z’n loopbaan begon met ’n mislukt examen voor schoolmeester van den laagsten rang. Zoo springen de Haagsche cliques om met de hoogste belangen van den Staat.Ik sta volstrekt niet de leer voor, dat men te vragen hebbe: «hoe en waar heb gy geleerd?» Wie watweet, wie watkan, wie watisvooral, behoeft geen certificaat van oorsprong. Daarvoor geldt in zoo’n geval, het genie. Heeft men ooit daarnaar gevraagd? Dit betwyfel ik, en niemand beweerde dit ook. Voor Gouverneur-Generaal, Minister en... Volksvertegenwoordiger schynt men den eersten den besten te kunnen gebruiken.4Havelaar, blz. 247.5Minnebrieven, pag. 111 en vlg.6«Ik vraag of ik op 29 Maart onwaarheden in myn belang kon vorderen van een ambtenaar, wien ik den 5den te-voren den brief schreefNo.97?» [Brief aan den Gouv. Gen. in ruste].Om te beoordeelen of ’tmogelykwas dat iemandmyhet hof maakte metonwaarheden, leze men voorts den brief aan den Kontrôleur, die voorkomt in denHavelaar, pag. 169. Ik stel voor, den brief te doen opnemen in ’t Regeerings-Reglement, om den Gouverneur-Generaal te dienen als handleiding tot het bekomen van eenige kennis derwaarheid. Maar er iseigen onderzoekook noodig, anders helpt het niet veel.7In ’t officiëel Regeerings-verslag over 1856 worden die knoeieryen teLebakerkend, maar men vermydt, met de oneerlykheid die ik byna zonder uitzondering overal ontmoet,myte noemen. De ontdekking wordt daar voorgedragen als vigilantie van de Regeering.8Ik had m’n manuscriptnietaan den Heervan Lennepverkocht.Iken niethy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou deMax Havelaarniet verschenen zyn.Het voorgeven van den heervan Lennepdathyeigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. Ente-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde mynboek invollen eigendom aftestaan aan den heervan Lennep.Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zalikwinnen,Mr. van Lennep!Wat zou ’t bovendien baten of ik die zaak won voor een gerechtshof? Een gunstig vonnis zou den heervan Lennepnoodzaken my de behaalde winst uit te betalen, en dit is myn zoeken niet. Ik heb denMax Havelaarniet geschreven om geld te winnen. De hoofdzaak is dat door hoogen prys en trage verspreiding, het juiste oogenblik is verstreken om ’n beroep te doen op ’t Volk. Dat oogenblik kan geen gerechtshof my teruggeven9(1866).9Eenige toelichting van deze zaak is te vinden inIdeën287 en 288, vooral in de by ’t laatste nummer in den vyfden druk gevoegde noot. (1873).10NederlandenMax HavelaardoorPhiloverax.11Handels- en Effectenblad, 6 December 1861.
1Havelaar, 1 Deel, pag. 100, uitgave 1860. Latere uitgaven van dat werk heb ik nooit onder de oogen gekregen (noot van1873).
De aangehaalde zinsnede komt in deze uitgaaf voor op blz. 65 van den Max Havelaar.
2De hier bedoelde brief is herhaaldelyk gedrukt, en komt in deze uitgaaf voor in ’t volgende deel onder de «Verspreide Stukken».
3De titel is Gouverneur-Generaal... enz.,opperbevelhebbervan Zs. Ms. Land- en Zeemacht, beoosten de Kaapde Goede Hoop. De rang is of schynt officiëel nagenoeg geassimileerd aan dien van Luitenant-Generaal, maar ten-onrechte. Want de Luitenant-Generaal, Kommandant van ’t leger, en de Vice-Admiraal, Kommandant der Zeemacht, staatonderdien Gouverneur. De laatste behoudens eenige directe ondergeschiktheid van meest administratieven aard, aan den Minister van Marine.
De juiste titel van den Landvoogd in Indië zou wezen:Luitenant des KoningsofOnder-Koning, met Maarschalksrang.
Ik begryp dus niet waarom jongelui die eerzucht gevoelen en begeerte naar ’n Maarschalkstaf, hun carrière ontvangen teWillemsoordof teBreda. De weg tot het hoogste militair Kommandement in den Staat, leidt door den corridor van een prokureurskantoor... of gekker nog: men is in Indië vyf jaren lang geplaagd geweest met een Gouverneur-Generaal die z’n loopbaan begon met ’n mislukt examen voor schoolmeester van den laagsten rang. Zoo springen de Haagsche cliques om met de hoogste belangen van den Staat.
Ik sta volstrekt niet de leer voor, dat men te vragen hebbe: «hoe en waar heb gy geleerd?» Wie watweet, wie watkan, wie watisvooral, behoeft geen certificaat van oorsprong. Daarvoor geldt in zoo’n geval, het genie. Heeft men ooit daarnaar gevraagd? Dit betwyfel ik, en niemand beweerde dit ook. Voor Gouverneur-Generaal, Minister en... Volksvertegenwoordiger schynt men den eersten den besten te kunnen gebruiken.
4Havelaar, blz. 247.
5Minnebrieven, pag. 111 en vlg.
6«Ik vraag of ik op 29 Maart onwaarheden in myn belang kon vorderen van een ambtenaar, wien ik den 5den te-voren den brief schreefNo.97?» [Brief aan den Gouv. Gen. in ruste].
Om te beoordeelen of ’tmogelykwas dat iemandmyhet hof maakte metonwaarheden, leze men voorts den brief aan den Kontrôleur, die voorkomt in denHavelaar, pag. 169. Ik stel voor, den brief te doen opnemen in ’t Regeerings-Reglement, om den Gouverneur-Generaal te dienen als handleiding tot het bekomen van eenige kennis derwaarheid. Maar er iseigen onderzoekook noodig, anders helpt het niet veel.
7In ’t officiëel Regeerings-verslag over 1856 worden die knoeieryen teLebakerkend, maar men vermydt, met de oneerlykheid die ik byna zonder uitzondering overal ontmoet,myte noemen. De ontdekking wordt daar voorgedragen als vigilantie van de Regeering.
8Ik had m’n manuscriptnietaan den Heervan Lennepverkocht.Iken niethy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.
Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou deMax Havelaarniet verschenen zyn.
Het voorgeven van den heervan Lennepdathyeigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.
Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. Ente-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde mynboek invollen eigendom aftestaan aan den heervan Lennep.Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.
Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.
Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.
Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zalikwinnen,Mr. van Lennep!
Wat zou ’t bovendien baten of ik die zaak won voor een gerechtshof? Een gunstig vonnis zou den heervan Lennepnoodzaken my de behaalde winst uit te betalen, en dit is myn zoeken niet. Ik heb denMax Havelaarniet geschreven om geld te winnen. De hoofdzaak is dat door hoogen prys en trage verspreiding, het juiste oogenblik is verstreken om ’n beroep te doen op ’t Volk. Dat oogenblik kan geen gerechtshof my teruggeven9(1866).
9Eenige toelichting van deze zaak is te vinden inIdeën287 en 288, vooral in de by ’t laatste nummer in den vyfden druk gevoegde noot. (1873).
10NederlandenMax HavelaardoorPhiloverax.
11Handels- en Effectenblad, 6 December 1861.