Chapter 31

1Aan deze brochure wedervaart de hooge eer te worden uitgegeven door denzelfden man die voor het eerst “le Testament du Curé Meslier” doet drukken. Ik beschouw dit als ’n gunstigomen.Maar datMeslierwachtte tot-i dood was, voor hy de waarheid verkondigde, neem ik hem kwalyk. (1862).2Zie z’n aanteekeningen op den Bybel (1862).3Voor hen die zoo gaarne my willen doen doorgaan voor een opposantquand même, voor een wargeest, voor een afbreker, moet het lastig wezen te ontwaren dat ik, nu reeds meer dan twee jaren geleden, na den dood van heerStolte, van eenbehouderdus, de verkiezing heb aangeraden van iemand inzynengeest. (1862)4Dit wordt inderdaad gezegd in een Haagsch krantje. Den naam van ’t blad weet ik niet. Het is dezelfde courant die m’n heele redeneering over ’tcyfer van wat er wordt gestolen onder één Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet, zoo triumfantelyk omver gooit met ’n paar regeltjes. Hoe die krant over logica denkt, gaat me niet aan. Maar gissende dat sommige—velen misschien—even als die krant meenen dat ik overdreef, omdat ze belang hebben by die meening, verbind ik my op die zaak terugtekomen. En met genoegen. (1862)5Dit zeide hy in deAmsterdamsche Courantvan ruim twee jaar geleden, die ik reeds aanhaalde. En hy zeide ’t later dikwyls, maar altyd te-vergeefs. ’t Was te eenvoudig. (1862).6Ik weet dat velen die onderworpenheid aanvoeren als ’n bewys voor ’t gevaarlyke om ’n Hoofd te straffen. Hierin ligt ’n dwaling die ik releveeren zal in m’nIdeën(1862).7Napoleonop St. Helena.8Sieurwas de titel waarmee sommige beambten der “edele” compagnie werden aangesproken.Heer,mynheerwas hooger. ZieValentyn. Een dominee was volgens hem ’nheer, geloof ik, enValentynwas dominee. Voor wien ’t aardig vindt, vertel ik hierby dat ik teAmboninValentyn’shuis gewoond heb. Althans op myn huis sloegen al de afmetingen die hy in z’n bekend werk opgeeft als maat van ’t zyne. Ook straat en buurt klopten. Men vindt over ’t geheel in de Molukken veel meer herinneringen aan de oude Compagnie, dan teBataviaof elders opJava.9Kennis, wetenschap en bekwaamheid. Lezer, vraag eens een uwer Indische kennissen de instructie voor de Kontroleurs by de Landelyke inkomsten op Java, ter-inzage. Dit is ’n merkwaardig stuk. Het zal u eenig denkbeeld geven van wat er inIndiëmoet gedaan worden om de zaken gaande te houden. (1862)

1Aan deze brochure wedervaart de hooge eer te worden uitgegeven door denzelfden man die voor het eerst “le Testament du Curé Meslier” doet drukken. Ik beschouw dit als ’n gunstigomen.Maar datMeslierwachtte tot-i dood was, voor hy de waarheid verkondigde, neem ik hem kwalyk. (1862).2Zie z’n aanteekeningen op den Bybel (1862).3Voor hen die zoo gaarne my willen doen doorgaan voor een opposantquand même, voor een wargeest, voor een afbreker, moet het lastig wezen te ontwaren dat ik, nu reeds meer dan twee jaren geleden, na den dood van heerStolte, van eenbehouderdus, de verkiezing heb aangeraden van iemand inzynengeest. (1862)4Dit wordt inderdaad gezegd in een Haagsch krantje. Den naam van ’t blad weet ik niet. Het is dezelfde courant die m’n heele redeneering over ’tcyfer van wat er wordt gestolen onder één Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet, zoo triumfantelyk omver gooit met ’n paar regeltjes. Hoe die krant over logica denkt, gaat me niet aan. Maar gissende dat sommige—velen misschien—even als die krant meenen dat ik overdreef, omdat ze belang hebben by die meening, verbind ik my op die zaak terugtekomen. En met genoegen. (1862)5Dit zeide hy in deAmsterdamsche Courantvan ruim twee jaar geleden, die ik reeds aanhaalde. En hy zeide ’t later dikwyls, maar altyd te-vergeefs. ’t Was te eenvoudig. (1862).6Ik weet dat velen die onderworpenheid aanvoeren als ’n bewys voor ’t gevaarlyke om ’n Hoofd te straffen. Hierin ligt ’n dwaling die ik releveeren zal in m’nIdeën(1862).7Napoleonop St. Helena.8Sieurwas de titel waarmee sommige beambten der “edele” compagnie werden aangesproken.Heer,mynheerwas hooger. ZieValentyn. Een dominee was volgens hem ’nheer, geloof ik, enValentynwas dominee. Voor wien ’t aardig vindt, vertel ik hierby dat ik teAmboninValentyn’shuis gewoond heb. Althans op myn huis sloegen al de afmetingen die hy in z’n bekend werk opgeeft als maat van ’t zyne. Ook straat en buurt klopten. Men vindt over ’t geheel in de Molukken veel meer herinneringen aan de oude Compagnie, dan teBataviaof elders opJava.9Kennis, wetenschap en bekwaamheid. Lezer, vraag eens een uwer Indische kennissen de instructie voor de Kontroleurs by de Landelyke inkomsten op Java, ter-inzage. Dit is ’n merkwaardig stuk. Het zal u eenig denkbeeld geven van wat er inIndiëmoet gedaan worden om de zaken gaande te houden. (1862)

1Aan deze brochure wedervaart de hooge eer te worden uitgegeven door denzelfden man die voor het eerst “le Testament du Curé Meslier” doet drukken. Ik beschouw dit als ’n gunstigomen.Maar datMeslierwachtte tot-i dood was, voor hy de waarheid verkondigde, neem ik hem kwalyk. (1862).2Zie z’n aanteekeningen op den Bybel (1862).3Voor hen die zoo gaarne my willen doen doorgaan voor een opposantquand même, voor een wargeest, voor een afbreker, moet het lastig wezen te ontwaren dat ik, nu reeds meer dan twee jaren geleden, na den dood van heerStolte, van eenbehouderdus, de verkiezing heb aangeraden van iemand inzynengeest. (1862)4Dit wordt inderdaad gezegd in een Haagsch krantje. Den naam van ’t blad weet ik niet. Het is dezelfde courant die m’n heele redeneering over ’tcyfer van wat er wordt gestolen onder één Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet, zoo triumfantelyk omver gooit met ’n paar regeltjes. Hoe die krant over logica denkt, gaat me niet aan. Maar gissende dat sommige—velen misschien—even als die krant meenen dat ik overdreef, omdat ze belang hebben by die meening, verbind ik my op die zaak terugtekomen. En met genoegen. (1862)5Dit zeide hy in deAmsterdamsche Courantvan ruim twee jaar geleden, die ik reeds aanhaalde. En hy zeide ’t later dikwyls, maar altyd te-vergeefs. ’t Was te eenvoudig. (1862).6Ik weet dat velen die onderworpenheid aanvoeren als ’n bewys voor ’t gevaarlyke om ’n Hoofd te straffen. Hierin ligt ’n dwaling die ik releveeren zal in m’nIdeën(1862).7Napoleonop St. Helena.8Sieurwas de titel waarmee sommige beambten der “edele” compagnie werden aangesproken.Heer,mynheerwas hooger. ZieValentyn. Een dominee was volgens hem ’nheer, geloof ik, enValentynwas dominee. Voor wien ’t aardig vindt, vertel ik hierby dat ik teAmboninValentyn’shuis gewoond heb. Althans op myn huis sloegen al de afmetingen die hy in z’n bekend werk opgeeft als maat van ’t zyne. Ook straat en buurt klopten. Men vindt over ’t geheel in de Molukken veel meer herinneringen aan de oude Compagnie, dan teBataviaof elders opJava.9Kennis, wetenschap en bekwaamheid. Lezer, vraag eens een uwer Indische kennissen de instructie voor de Kontroleurs by de Landelyke inkomsten op Java, ter-inzage. Dit is ’n merkwaardig stuk. Het zal u eenig denkbeeld geven van wat er inIndiëmoet gedaan worden om de zaken gaande te houden. (1862)

1Aan deze brochure wedervaart de hooge eer te worden uitgegeven door denzelfden man die voor het eerst “le Testament du Curé Meslier” doet drukken. Ik beschouw dit als ’n gunstigomen.Maar datMeslierwachtte tot-i dood was, voor hy de waarheid verkondigde, neem ik hem kwalyk. (1862).2Zie z’n aanteekeningen op den Bybel (1862).3Voor hen die zoo gaarne my willen doen doorgaan voor een opposantquand même, voor een wargeest, voor een afbreker, moet het lastig wezen te ontwaren dat ik, nu reeds meer dan twee jaren geleden, na den dood van heerStolte, van eenbehouderdus, de verkiezing heb aangeraden van iemand inzynengeest. (1862)4Dit wordt inderdaad gezegd in een Haagsch krantje. Den naam van ’t blad weet ik niet. Het is dezelfde courant die m’n heele redeneering over ’tcyfer van wat er wordt gestolen onder één Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet, zoo triumfantelyk omver gooit met ’n paar regeltjes. Hoe die krant over logica denkt, gaat me niet aan. Maar gissende dat sommige—velen misschien—even als die krant meenen dat ik overdreef, omdat ze belang hebben by die meening, verbind ik my op die zaak terugtekomen. En met genoegen. (1862)5Dit zeide hy in deAmsterdamsche Courantvan ruim twee jaar geleden, die ik reeds aanhaalde. En hy zeide ’t later dikwyls, maar altyd te-vergeefs. ’t Was te eenvoudig. (1862).6Ik weet dat velen die onderworpenheid aanvoeren als ’n bewys voor ’t gevaarlyke om ’n Hoofd te straffen. Hierin ligt ’n dwaling die ik releveeren zal in m’nIdeën(1862).7Napoleonop St. Helena.8Sieurwas de titel waarmee sommige beambten der “edele” compagnie werden aangesproken.Heer,mynheerwas hooger. ZieValentyn. Een dominee was volgens hem ’nheer, geloof ik, enValentynwas dominee. Voor wien ’t aardig vindt, vertel ik hierby dat ik teAmboninValentyn’shuis gewoond heb. Althans op myn huis sloegen al de afmetingen die hy in z’n bekend werk opgeeft als maat van ’t zyne. Ook straat en buurt klopten. Men vindt over ’t geheel in de Molukken veel meer herinneringen aan de oude Compagnie, dan teBataviaof elders opJava.9Kennis, wetenschap en bekwaamheid. Lezer, vraag eens een uwer Indische kennissen de instructie voor de Kontroleurs by de Landelyke inkomsten op Java, ter-inzage. Dit is ’n merkwaardig stuk. Het zal u eenig denkbeeld geven van wat er inIndiëmoet gedaan worden om de zaken gaande te houden. (1862)

1Aan deze brochure wedervaart de hooge eer te worden uitgegeven door denzelfden man die voor het eerst “le Testament du Curé Meslier” doet drukken. Ik beschouw dit als ’n gunstigomen.

Maar datMeslierwachtte tot-i dood was, voor hy de waarheid verkondigde, neem ik hem kwalyk. (1862).

2Zie z’n aanteekeningen op den Bybel (1862).

3Voor hen die zoo gaarne my willen doen doorgaan voor een opposantquand même, voor een wargeest, voor een afbreker, moet het lastig wezen te ontwaren dat ik, nu reeds meer dan twee jaren geleden, na den dood van heerStolte, van eenbehouderdus, de verkiezing heb aangeraden van iemand inzynengeest. (1862)

4Dit wordt inderdaad gezegd in een Haagsch krantje. Den naam van ’t blad weet ik niet. Het is dezelfde courant die m’n heele redeneering over ’tcyfer van wat er wordt gestolen onder één Gouverneur-Generaal die z’n plicht niet doet, zoo triumfantelyk omver gooit met ’n paar regeltjes. Hoe die krant over logica denkt, gaat me niet aan. Maar gissende dat sommige—velen misschien—even als die krant meenen dat ik overdreef, omdat ze belang hebben by die meening, verbind ik my op die zaak terugtekomen. En met genoegen. (1862)

5Dit zeide hy in deAmsterdamsche Courantvan ruim twee jaar geleden, die ik reeds aanhaalde. En hy zeide ’t later dikwyls, maar altyd te-vergeefs. ’t Was te eenvoudig. (1862).

6Ik weet dat velen die onderworpenheid aanvoeren als ’n bewys voor ’t gevaarlyke om ’n Hoofd te straffen. Hierin ligt ’n dwaling die ik releveeren zal in m’nIdeën(1862).

7Napoleonop St. Helena.

8Sieurwas de titel waarmee sommige beambten der “edele” compagnie werden aangesproken.Heer,mynheerwas hooger. ZieValentyn. Een dominee was volgens hem ’nheer, geloof ik, enValentynwas dominee. Voor wien ’t aardig vindt, vertel ik hierby dat ik teAmboninValentyn’shuis gewoond heb. Althans op myn huis sloegen al de afmetingen die hy in z’n bekend werk opgeeft als maat van ’t zyne. Ook straat en buurt klopten. Men vindt over ’t geheel in de Molukken veel meer herinneringen aan de oude Compagnie, dan teBataviaof elders opJava.

9Kennis, wetenschap en bekwaamheid. Lezer, vraag eens een uwer Indische kennissen de instructie voor de Kontroleurs by de Landelyke inkomsten op Java, ter-inzage. Dit is ’n merkwaardig stuk. Het zal u eenig denkbeeld geven van wat er inIndiëmoet gedaan worden om de zaken gaande te houden. (1862)


Back to IndexNext