Slot.

Slot.De exploratie van Nieuw-Guinee was hiermee dus beëindigd; zij had veel gekost, veel geld, veel inspanning en vele menschenlevens.Moet men nu teleurgesteld uitroepen, als men hoort, dat geen rijke goudvelden gevonden, geen steenkolenlagen of petroleumbronnen tot nu toe met succes geëxploiteerd zijn: “Waartoe zóóveel verspild aan een land zonder toekomst?” Immers neen. Om te beginnen is het een verblijdend iets, dat Nederland, hetwelk tot 1907 sinds 80 jaren een kolonie van 12 maal zijn eigen oppervlak bezat, zonder het binnenland noemenswaard te kennen, in 8 jaren tijds een goede overzichtskaart verkreeg.Tevens wijzen verschillende feiten bij het uit den aard der zaak zeer vluchtig geologisch onderzoek tijdens de militaire exploratie er op, dat op meerdere plaatsen petroleum gevonden kan worden. Op de Noordkust werd jodium en petroleum ontdekt; steenkool werd gevonden in West-Nieuw-Guinee.De aanplantingen op Engelsch Nieuw-Guinee van rubber, cocos, hennep, tabak en katoen geven zeer gunstige resultaten, en het is zeker, dat ons vruchtbaar gedeelte in dit opzicht daar niet voor onder behoeft te doen. Als werkkrachten zijn de bewoners van ons gebied echter nog weinig bruikbaar; werken kunnen zij niet. Dit kan en moet hun echter geleerd worden. Een groot bezwaar blijft echter nog over, het buitengewoon ongezonde klimaat der lage streken, die vóór de ontginning zeker geassaineerd moeten worden.Aan de hand van de voor dit doel zeer bruikbare overzichtskaart zullen geologen, plant- en dierkundigenhet land verder elk op hun gebied nader kunnen onderzoeken. Gebruik te maken van de dikwijls jarenlange ondervinding van de eerste explorateurs zal dan wel nuttig blijken te zijn.Van ethnografisch belang blijft nog de nadere kennismaking met de bewoners der zeer dicht bevolkte valleien, door mij gezien bewesten en bezuiden het laatste observatiepunt, ± 4000 M. hoog, bezuiden Kalongeiland.De Edi-vallen.De Edi-vallen.Een onderwerp, dat nog steeds veler belangstelling gaande houdt, is dat van den zoogenaamden “doorsteek”, dwars door Nieuw-Guinee op zijn breedst. Over de plaats, waar dit het gemakkelijkst zal geschieden, valt natuurlijk wel van meening te verschillen; doch ik ben van opinie, dat deze doorsteek, mits goed voorbereid, overal slagen zal.Dit herinnert mij het gezegde van den toenmaligen Militairen Commandant van Ambon, onzen doortastenden en energieken Chef der geheele Exploratie, den Majoor Gooszen,42die nooit bezwaren maakte en ook geen bezwaren accepteerde: “Bezwaren en moeilijkheden zijn er alleen om te worden overwonnen”.Het mooie resultaat der Mamberamo-expeditie moet dan ook voor een groot gedeelte toegeschreven worden aan het met helder inzicht en ruimen blik in groote lijnen aangeven van het plan door dezen hoofdofficier, die in vroegere jaren als een der eerste explorateurs in Merauke reeds zijne sporen verdiende.Vergelijken wij de kaart van het Nederlandsche gebied met die van de oostelijke helft van het eiland, dan kunnen wij constateeren, dat wij onze buren, de Duitschers en de Engelschen, in dit opzicht een heel eind vooruit zijn en kunnen wij tevreden zijn, dat onze regeering dit werk zoo krachtig heeft aangepakt.Mogen, als vrede en rust weder op aarde zijn wedergekeerd, vele wetenschappelijke onderzoekers zich beijveren, om den voltooiden arbeid der Militaire Exploratie-detachementen productief te maken door nader en vollediger onderzoek. De weg is voor hen bereid!1Onder bovenstaanden titel kwam ons in handen een uitgebreid werk over de exploratie van Nieuw-Guinee door de Luitenants ter zee L. Doorman en J. Langeler, welke beide officieren een belangrijk aandeel hadden aan dezen grootsch opgezetten Gouvernementsarbeid.Wij nemen hieruit, bij gebrek aan plaatsruimte voor geheele publicatie, een aantal fragmenten over. Een korte inleiding, die de schrijvers doen voorafgaan aan de schetsen, is onontbeerlijk.De Uitgevers.2Raak = Papoesch woord voor plunderen en koppensnellen.3Dit ontschepen en weder inschepen was noodig om de materialen, die het eerst gebruikt moesten worden, te sorteeren.4Luitenant ter zee Langeler.5Niet overgenomen.6Mamberamo, evenals Amberam of Aiberam, beteekent “het groote water” in Papoea-taal.7Bij het bereiken van grootere berghoogten verschijnt zij helaas weer, mijn collega Doorman had er tot 2000 M. hoogte last van.8Collega Doorman teekent hierbij aan:“Deze Papoea’s werden door mij aangetroffen bij de Weir-rivier, vergezeld van twee Ternataansche of Binongkineesche jagers; zij kwamen rechtstreeks in aanraking met deze jagers, die van Wakdé-eiland kwamen, via de Matabori (een rivier tusschen Mamberamo en Apauwer), naar den Mamberamo. Deze laatste rivier oproeien lukte hun niet door den sterken stroom.”9Evenals Pionierbivak het hoofdbivak was der vorige expedities voor de stroomversnellingen in het Van Rees-gebergte, was Batavia-bivak geweest het hoofdbivak nà die versnellingen, dus bij het begin der “Meervlakte”, waar de Mamberamo weer vlakterivier was; Batavia-bivak dateerde van de Expeditie Franssen Herderschee van 1910.10Die wij naar onzen dokter de “Thomsen-rivier” noemden.11Niet overgenomen.12De groote motorboot liep n.l. hoogstens 5½ mijl per uur.13Uit den vezeligen bast van den melindjoe-boom.14Doorman teekent hierbij aan, dat op Nieuw-Guinee nog nooit vergiftigde pijlen gevonden zijn.15Maleisch; = het schip komt!16Maleisch: heel gemakkelijk.17Noordkust beoosten Kaap d’ Urville.18De lezer ziet uit deze uitlating, dat het ongeval van de “Valk”, op blz.148beschreven, niet alleen stond.19De eigen gemaakte tuinbank op den hoogen rots was van Post II en was voor den doortrekkende na het dagwerk een gewaardeerd zitje.20Zoet water voor voeding van den ketel.21Mandoer = bootsman.22Werd gedoopt Motorbivak; wel te onderscheiden van Motorbivak aan de Idenburg-rivier.23Lens beteekent hier: droog en drijvende.24Karabijnen = Inl. fuseliers.25Ladangs = tuinen.26Zie kaart.27Bij het Detachement geplaatst voor den geëvacueerden 1en luitenant Schulze.28Obs.-punt 4 = de zoo juist beklommen top van 2650 meter.29Hier en daar zijn enkele onjuistheden verbeterd.30Deze “ik” is de schrijver S(taal) in het TijdschriftK.N.A.G.31Tocht van Doorman in 1913.32Maleisch; = we leven weer op33“Karabijn” is synoniem met fuselier.34Dit bedoelde hoofdstuk is niet opgenomen.35Indische naam voor de kamponghonden.36cholera-essence.37Maleisch: er uit! er uit!38Maleisch; pana = pijl.39Hoe worden deze aanzienlijke afstanden echter weder in de schaduw gesteld, als men bedenkt dat de lengte van den Amazonas van den oorsprong tot de monding 4500 KM. is!40Toerin beteekende hier water.41Maleisch; = ik leef weer op!42De tegenwoordige kolonel Gooszen, Commandant van Walcheren.

Slot.De exploratie van Nieuw-Guinee was hiermee dus beëindigd; zij had veel gekost, veel geld, veel inspanning en vele menschenlevens.Moet men nu teleurgesteld uitroepen, als men hoort, dat geen rijke goudvelden gevonden, geen steenkolenlagen of petroleumbronnen tot nu toe met succes geëxploiteerd zijn: “Waartoe zóóveel verspild aan een land zonder toekomst?” Immers neen. Om te beginnen is het een verblijdend iets, dat Nederland, hetwelk tot 1907 sinds 80 jaren een kolonie van 12 maal zijn eigen oppervlak bezat, zonder het binnenland noemenswaard te kennen, in 8 jaren tijds een goede overzichtskaart verkreeg.Tevens wijzen verschillende feiten bij het uit den aard der zaak zeer vluchtig geologisch onderzoek tijdens de militaire exploratie er op, dat op meerdere plaatsen petroleum gevonden kan worden. Op de Noordkust werd jodium en petroleum ontdekt; steenkool werd gevonden in West-Nieuw-Guinee.De aanplantingen op Engelsch Nieuw-Guinee van rubber, cocos, hennep, tabak en katoen geven zeer gunstige resultaten, en het is zeker, dat ons vruchtbaar gedeelte in dit opzicht daar niet voor onder behoeft te doen. Als werkkrachten zijn de bewoners van ons gebied echter nog weinig bruikbaar; werken kunnen zij niet. Dit kan en moet hun echter geleerd worden. Een groot bezwaar blijft echter nog over, het buitengewoon ongezonde klimaat der lage streken, die vóór de ontginning zeker geassaineerd moeten worden.Aan de hand van de voor dit doel zeer bruikbare overzichtskaart zullen geologen, plant- en dierkundigenhet land verder elk op hun gebied nader kunnen onderzoeken. Gebruik te maken van de dikwijls jarenlange ondervinding van de eerste explorateurs zal dan wel nuttig blijken te zijn.Van ethnografisch belang blijft nog de nadere kennismaking met de bewoners der zeer dicht bevolkte valleien, door mij gezien bewesten en bezuiden het laatste observatiepunt, ± 4000 M. hoog, bezuiden Kalongeiland.De Edi-vallen.De Edi-vallen.Een onderwerp, dat nog steeds veler belangstelling gaande houdt, is dat van den zoogenaamden “doorsteek”, dwars door Nieuw-Guinee op zijn breedst. Over de plaats, waar dit het gemakkelijkst zal geschieden, valt natuurlijk wel van meening te verschillen; doch ik ben van opinie, dat deze doorsteek, mits goed voorbereid, overal slagen zal.Dit herinnert mij het gezegde van den toenmaligen Militairen Commandant van Ambon, onzen doortastenden en energieken Chef der geheele Exploratie, den Majoor Gooszen,42die nooit bezwaren maakte en ook geen bezwaren accepteerde: “Bezwaren en moeilijkheden zijn er alleen om te worden overwonnen”.Het mooie resultaat der Mamberamo-expeditie moet dan ook voor een groot gedeelte toegeschreven worden aan het met helder inzicht en ruimen blik in groote lijnen aangeven van het plan door dezen hoofdofficier, die in vroegere jaren als een der eerste explorateurs in Merauke reeds zijne sporen verdiende.Vergelijken wij de kaart van het Nederlandsche gebied met die van de oostelijke helft van het eiland, dan kunnen wij constateeren, dat wij onze buren, de Duitschers en de Engelschen, in dit opzicht een heel eind vooruit zijn en kunnen wij tevreden zijn, dat onze regeering dit werk zoo krachtig heeft aangepakt.Mogen, als vrede en rust weder op aarde zijn wedergekeerd, vele wetenschappelijke onderzoekers zich beijveren, om den voltooiden arbeid der Militaire Exploratie-detachementen productief te maken door nader en vollediger onderzoek. De weg is voor hen bereid!1Onder bovenstaanden titel kwam ons in handen een uitgebreid werk over de exploratie van Nieuw-Guinee door de Luitenants ter zee L. Doorman en J. Langeler, welke beide officieren een belangrijk aandeel hadden aan dezen grootsch opgezetten Gouvernementsarbeid.Wij nemen hieruit, bij gebrek aan plaatsruimte voor geheele publicatie, een aantal fragmenten over. Een korte inleiding, die de schrijvers doen voorafgaan aan de schetsen, is onontbeerlijk.De Uitgevers.2Raak = Papoesch woord voor plunderen en koppensnellen.3Dit ontschepen en weder inschepen was noodig om de materialen, die het eerst gebruikt moesten worden, te sorteeren.4Luitenant ter zee Langeler.5Niet overgenomen.6Mamberamo, evenals Amberam of Aiberam, beteekent “het groote water” in Papoea-taal.7Bij het bereiken van grootere berghoogten verschijnt zij helaas weer, mijn collega Doorman had er tot 2000 M. hoogte last van.8Collega Doorman teekent hierbij aan:“Deze Papoea’s werden door mij aangetroffen bij de Weir-rivier, vergezeld van twee Ternataansche of Binongkineesche jagers; zij kwamen rechtstreeks in aanraking met deze jagers, die van Wakdé-eiland kwamen, via de Matabori (een rivier tusschen Mamberamo en Apauwer), naar den Mamberamo. Deze laatste rivier oproeien lukte hun niet door den sterken stroom.”9Evenals Pionierbivak het hoofdbivak was der vorige expedities voor de stroomversnellingen in het Van Rees-gebergte, was Batavia-bivak geweest het hoofdbivak nà die versnellingen, dus bij het begin der “Meervlakte”, waar de Mamberamo weer vlakterivier was; Batavia-bivak dateerde van de Expeditie Franssen Herderschee van 1910.10Die wij naar onzen dokter de “Thomsen-rivier” noemden.11Niet overgenomen.12De groote motorboot liep n.l. hoogstens 5½ mijl per uur.13Uit den vezeligen bast van den melindjoe-boom.14Doorman teekent hierbij aan, dat op Nieuw-Guinee nog nooit vergiftigde pijlen gevonden zijn.15Maleisch; = het schip komt!16Maleisch: heel gemakkelijk.17Noordkust beoosten Kaap d’ Urville.18De lezer ziet uit deze uitlating, dat het ongeval van de “Valk”, op blz.148beschreven, niet alleen stond.19De eigen gemaakte tuinbank op den hoogen rots was van Post II en was voor den doortrekkende na het dagwerk een gewaardeerd zitje.20Zoet water voor voeding van den ketel.21Mandoer = bootsman.22Werd gedoopt Motorbivak; wel te onderscheiden van Motorbivak aan de Idenburg-rivier.23Lens beteekent hier: droog en drijvende.24Karabijnen = Inl. fuseliers.25Ladangs = tuinen.26Zie kaart.27Bij het Detachement geplaatst voor den geëvacueerden 1en luitenant Schulze.28Obs.-punt 4 = de zoo juist beklommen top van 2650 meter.29Hier en daar zijn enkele onjuistheden verbeterd.30Deze “ik” is de schrijver S(taal) in het TijdschriftK.N.A.G.31Tocht van Doorman in 1913.32Maleisch; = we leven weer op33“Karabijn” is synoniem met fuselier.34Dit bedoelde hoofdstuk is niet opgenomen.35Indische naam voor de kamponghonden.36cholera-essence.37Maleisch: er uit! er uit!38Maleisch; pana = pijl.39Hoe worden deze aanzienlijke afstanden echter weder in de schaduw gesteld, als men bedenkt dat de lengte van den Amazonas van den oorsprong tot de monding 4500 KM. is!40Toerin beteekende hier water.41Maleisch; = ik leef weer op!42De tegenwoordige kolonel Gooszen, Commandant van Walcheren.

Slot.De exploratie van Nieuw-Guinee was hiermee dus beëindigd; zij had veel gekost, veel geld, veel inspanning en vele menschenlevens.Moet men nu teleurgesteld uitroepen, als men hoort, dat geen rijke goudvelden gevonden, geen steenkolenlagen of petroleumbronnen tot nu toe met succes geëxploiteerd zijn: “Waartoe zóóveel verspild aan een land zonder toekomst?” Immers neen. Om te beginnen is het een verblijdend iets, dat Nederland, hetwelk tot 1907 sinds 80 jaren een kolonie van 12 maal zijn eigen oppervlak bezat, zonder het binnenland noemenswaard te kennen, in 8 jaren tijds een goede overzichtskaart verkreeg.Tevens wijzen verschillende feiten bij het uit den aard der zaak zeer vluchtig geologisch onderzoek tijdens de militaire exploratie er op, dat op meerdere plaatsen petroleum gevonden kan worden. Op de Noordkust werd jodium en petroleum ontdekt; steenkool werd gevonden in West-Nieuw-Guinee.De aanplantingen op Engelsch Nieuw-Guinee van rubber, cocos, hennep, tabak en katoen geven zeer gunstige resultaten, en het is zeker, dat ons vruchtbaar gedeelte in dit opzicht daar niet voor onder behoeft te doen. Als werkkrachten zijn de bewoners van ons gebied echter nog weinig bruikbaar; werken kunnen zij niet. Dit kan en moet hun echter geleerd worden. Een groot bezwaar blijft echter nog over, het buitengewoon ongezonde klimaat der lage streken, die vóór de ontginning zeker geassaineerd moeten worden.Aan de hand van de voor dit doel zeer bruikbare overzichtskaart zullen geologen, plant- en dierkundigenhet land verder elk op hun gebied nader kunnen onderzoeken. Gebruik te maken van de dikwijls jarenlange ondervinding van de eerste explorateurs zal dan wel nuttig blijken te zijn.Van ethnografisch belang blijft nog de nadere kennismaking met de bewoners der zeer dicht bevolkte valleien, door mij gezien bewesten en bezuiden het laatste observatiepunt, ± 4000 M. hoog, bezuiden Kalongeiland.De Edi-vallen.De Edi-vallen.Een onderwerp, dat nog steeds veler belangstelling gaande houdt, is dat van den zoogenaamden “doorsteek”, dwars door Nieuw-Guinee op zijn breedst. Over de plaats, waar dit het gemakkelijkst zal geschieden, valt natuurlijk wel van meening te verschillen; doch ik ben van opinie, dat deze doorsteek, mits goed voorbereid, overal slagen zal.Dit herinnert mij het gezegde van den toenmaligen Militairen Commandant van Ambon, onzen doortastenden en energieken Chef der geheele Exploratie, den Majoor Gooszen,42die nooit bezwaren maakte en ook geen bezwaren accepteerde: “Bezwaren en moeilijkheden zijn er alleen om te worden overwonnen”.Het mooie resultaat der Mamberamo-expeditie moet dan ook voor een groot gedeelte toegeschreven worden aan het met helder inzicht en ruimen blik in groote lijnen aangeven van het plan door dezen hoofdofficier, die in vroegere jaren als een der eerste explorateurs in Merauke reeds zijne sporen verdiende.Vergelijken wij de kaart van het Nederlandsche gebied met die van de oostelijke helft van het eiland, dan kunnen wij constateeren, dat wij onze buren, de Duitschers en de Engelschen, in dit opzicht een heel eind vooruit zijn en kunnen wij tevreden zijn, dat onze regeering dit werk zoo krachtig heeft aangepakt.Mogen, als vrede en rust weder op aarde zijn wedergekeerd, vele wetenschappelijke onderzoekers zich beijveren, om den voltooiden arbeid der Militaire Exploratie-detachementen productief te maken door nader en vollediger onderzoek. De weg is voor hen bereid!

De exploratie van Nieuw-Guinee was hiermee dus beëindigd; zij had veel gekost, veel geld, veel inspanning en vele menschenlevens.

Moet men nu teleurgesteld uitroepen, als men hoort, dat geen rijke goudvelden gevonden, geen steenkolenlagen of petroleumbronnen tot nu toe met succes geëxploiteerd zijn: “Waartoe zóóveel verspild aan een land zonder toekomst?” Immers neen. Om te beginnen is het een verblijdend iets, dat Nederland, hetwelk tot 1907 sinds 80 jaren een kolonie van 12 maal zijn eigen oppervlak bezat, zonder het binnenland noemenswaard te kennen, in 8 jaren tijds een goede overzichtskaart verkreeg.

Tevens wijzen verschillende feiten bij het uit den aard der zaak zeer vluchtig geologisch onderzoek tijdens de militaire exploratie er op, dat op meerdere plaatsen petroleum gevonden kan worden. Op de Noordkust werd jodium en petroleum ontdekt; steenkool werd gevonden in West-Nieuw-Guinee.

De aanplantingen op Engelsch Nieuw-Guinee van rubber, cocos, hennep, tabak en katoen geven zeer gunstige resultaten, en het is zeker, dat ons vruchtbaar gedeelte in dit opzicht daar niet voor onder behoeft te doen. Als werkkrachten zijn de bewoners van ons gebied echter nog weinig bruikbaar; werken kunnen zij niet. Dit kan en moet hun echter geleerd worden. Een groot bezwaar blijft echter nog over, het buitengewoon ongezonde klimaat der lage streken, die vóór de ontginning zeker geassaineerd moeten worden.

Aan de hand van de voor dit doel zeer bruikbare overzichtskaart zullen geologen, plant- en dierkundigenhet land verder elk op hun gebied nader kunnen onderzoeken. Gebruik te maken van de dikwijls jarenlange ondervinding van de eerste explorateurs zal dan wel nuttig blijken te zijn.

Van ethnografisch belang blijft nog de nadere kennismaking met de bewoners der zeer dicht bevolkte valleien, door mij gezien bewesten en bezuiden het laatste observatiepunt, ± 4000 M. hoog, bezuiden Kalongeiland.

De Edi-vallen.De Edi-vallen.

De Edi-vallen.

Een onderwerp, dat nog steeds veler belangstelling gaande houdt, is dat van den zoogenaamden “doorsteek”, dwars door Nieuw-Guinee op zijn breedst. Over de plaats, waar dit het gemakkelijkst zal geschieden, valt natuurlijk wel van meening te verschillen; doch ik ben van opinie, dat deze doorsteek, mits goed voorbereid, overal slagen zal.

Dit herinnert mij het gezegde van den toenmaligen Militairen Commandant van Ambon, onzen doortastenden en energieken Chef der geheele Exploratie, den Majoor Gooszen,42die nooit bezwaren maakte en ook geen bezwaren accepteerde: “Bezwaren en moeilijkheden zijn er alleen om te worden overwonnen”.

Het mooie resultaat der Mamberamo-expeditie moet dan ook voor een groot gedeelte toegeschreven worden aan het met helder inzicht en ruimen blik in groote lijnen aangeven van het plan door dezen hoofdofficier, die in vroegere jaren als een der eerste explorateurs in Merauke reeds zijne sporen verdiende.

Vergelijken wij de kaart van het Nederlandsche gebied met die van de oostelijke helft van het eiland, dan kunnen wij constateeren, dat wij onze buren, de Duitschers en de Engelschen, in dit opzicht een heel eind vooruit zijn en kunnen wij tevreden zijn, dat onze regeering dit werk zoo krachtig heeft aangepakt.

Mogen, als vrede en rust weder op aarde zijn wedergekeerd, vele wetenschappelijke onderzoekers zich beijveren, om den voltooiden arbeid der Militaire Exploratie-detachementen productief te maken door nader en vollediger onderzoek. De weg is voor hen bereid!

1Onder bovenstaanden titel kwam ons in handen een uitgebreid werk over de exploratie van Nieuw-Guinee door de Luitenants ter zee L. Doorman en J. Langeler, welke beide officieren een belangrijk aandeel hadden aan dezen grootsch opgezetten Gouvernementsarbeid.Wij nemen hieruit, bij gebrek aan plaatsruimte voor geheele publicatie, een aantal fragmenten over. Een korte inleiding, die de schrijvers doen voorafgaan aan de schetsen, is onontbeerlijk.De Uitgevers.2Raak = Papoesch woord voor plunderen en koppensnellen.3Dit ontschepen en weder inschepen was noodig om de materialen, die het eerst gebruikt moesten worden, te sorteeren.4Luitenant ter zee Langeler.5Niet overgenomen.6Mamberamo, evenals Amberam of Aiberam, beteekent “het groote water” in Papoea-taal.7Bij het bereiken van grootere berghoogten verschijnt zij helaas weer, mijn collega Doorman had er tot 2000 M. hoogte last van.8Collega Doorman teekent hierbij aan:“Deze Papoea’s werden door mij aangetroffen bij de Weir-rivier, vergezeld van twee Ternataansche of Binongkineesche jagers; zij kwamen rechtstreeks in aanraking met deze jagers, die van Wakdé-eiland kwamen, via de Matabori (een rivier tusschen Mamberamo en Apauwer), naar den Mamberamo. Deze laatste rivier oproeien lukte hun niet door den sterken stroom.”9Evenals Pionierbivak het hoofdbivak was der vorige expedities voor de stroomversnellingen in het Van Rees-gebergte, was Batavia-bivak geweest het hoofdbivak nà die versnellingen, dus bij het begin der “Meervlakte”, waar de Mamberamo weer vlakterivier was; Batavia-bivak dateerde van de Expeditie Franssen Herderschee van 1910.10Die wij naar onzen dokter de “Thomsen-rivier” noemden.11Niet overgenomen.12De groote motorboot liep n.l. hoogstens 5½ mijl per uur.13Uit den vezeligen bast van den melindjoe-boom.14Doorman teekent hierbij aan, dat op Nieuw-Guinee nog nooit vergiftigde pijlen gevonden zijn.15Maleisch; = het schip komt!16Maleisch: heel gemakkelijk.17Noordkust beoosten Kaap d’ Urville.18De lezer ziet uit deze uitlating, dat het ongeval van de “Valk”, op blz.148beschreven, niet alleen stond.19De eigen gemaakte tuinbank op den hoogen rots was van Post II en was voor den doortrekkende na het dagwerk een gewaardeerd zitje.20Zoet water voor voeding van den ketel.21Mandoer = bootsman.22Werd gedoopt Motorbivak; wel te onderscheiden van Motorbivak aan de Idenburg-rivier.23Lens beteekent hier: droog en drijvende.24Karabijnen = Inl. fuseliers.25Ladangs = tuinen.26Zie kaart.27Bij het Detachement geplaatst voor den geëvacueerden 1en luitenant Schulze.28Obs.-punt 4 = de zoo juist beklommen top van 2650 meter.29Hier en daar zijn enkele onjuistheden verbeterd.30Deze “ik” is de schrijver S(taal) in het TijdschriftK.N.A.G.31Tocht van Doorman in 1913.32Maleisch; = we leven weer op33“Karabijn” is synoniem met fuselier.34Dit bedoelde hoofdstuk is niet opgenomen.35Indische naam voor de kamponghonden.36cholera-essence.37Maleisch: er uit! er uit!38Maleisch; pana = pijl.39Hoe worden deze aanzienlijke afstanden echter weder in de schaduw gesteld, als men bedenkt dat de lengte van den Amazonas van den oorsprong tot de monding 4500 KM. is!40Toerin beteekende hier water.41Maleisch; = ik leef weer op!42De tegenwoordige kolonel Gooszen, Commandant van Walcheren.

1Onder bovenstaanden titel kwam ons in handen een uitgebreid werk over de exploratie van Nieuw-Guinee door de Luitenants ter zee L. Doorman en J. Langeler, welke beide officieren een belangrijk aandeel hadden aan dezen grootsch opgezetten Gouvernementsarbeid.

Wij nemen hieruit, bij gebrek aan plaatsruimte voor geheele publicatie, een aantal fragmenten over. Een korte inleiding, die de schrijvers doen voorafgaan aan de schetsen, is onontbeerlijk.De Uitgevers.

2Raak = Papoesch woord voor plunderen en koppensnellen.

3Dit ontschepen en weder inschepen was noodig om de materialen, die het eerst gebruikt moesten worden, te sorteeren.

4Luitenant ter zee Langeler.

5Niet overgenomen.

6Mamberamo, evenals Amberam of Aiberam, beteekent “het groote water” in Papoea-taal.

7Bij het bereiken van grootere berghoogten verschijnt zij helaas weer, mijn collega Doorman had er tot 2000 M. hoogte last van.

8Collega Doorman teekent hierbij aan:

“Deze Papoea’s werden door mij aangetroffen bij de Weir-rivier, vergezeld van twee Ternataansche of Binongkineesche jagers; zij kwamen rechtstreeks in aanraking met deze jagers, die van Wakdé-eiland kwamen, via de Matabori (een rivier tusschen Mamberamo en Apauwer), naar den Mamberamo. Deze laatste rivier oproeien lukte hun niet door den sterken stroom.”

9Evenals Pionierbivak het hoofdbivak was der vorige expedities voor de stroomversnellingen in het Van Rees-gebergte, was Batavia-bivak geweest het hoofdbivak nà die versnellingen, dus bij het begin der “Meervlakte”, waar de Mamberamo weer vlakterivier was; Batavia-bivak dateerde van de Expeditie Franssen Herderschee van 1910.

10Die wij naar onzen dokter de “Thomsen-rivier” noemden.

11Niet overgenomen.

12De groote motorboot liep n.l. hoogstens 5½ mijl per uur.

13Uit den vezeligen bast van den melindjoe-boom.

14Doorman teekent hierbij aan, dat op Nieuw-Guinee nog nooit vergiftigde pijlen gevonden zijn.

15Maleisch; = het schip komt!

16Maleisch: heel gemakkelijk.

17Noordkust beoosten Kaap d’ Urville.

18De lezer ziet uit deze uitlating, dat het ongeval van de “Valk”, op blz.148beschreven, niet alleen stond.

19De eigen gemaakte tuinbank op den hoogen rots was van Post II en was voor den doortrekkende na het dagwerk een gewaardeerd zitje.

20Zoet water voor voeding van den ketel.

21Mandoer = bootsman.

22Werd gedoopt Motorbivak; wel te onderscheiden van Motorbivak aan de Idenburg-rivier.

23Lens beteekent hier: droog en drijvende.

24Karabijnen = Inl. fuseliers.

25Ladangs = tuinen.

26Zie kaart.

27Bij het Detachement geplaatst voor den geëvacueerden 1en luitenant Schulze.

28Obs.-punt 4 = de zoo juist beklommen top van 2650 meter.

29Hier en daar zijn enkele onjuistheden verbeterd.

30Deze “ik” is de schrijver S(taal) in het TijdschriftK.N.A.G.

31Tocht van Doorman in 1913.

32Maleisch; = we leven weer op

33“Karabijn” is synoniem met fuselier.

34Dit bedoelde hoofdstuk is niet opgenomen.

35Indische naam voor de kamponghonden.

36cholera-essence.

37Maleisch: er uit! er uit!

38Maleisch; pana = pijl.

39Hoe worden deze aanzienlijke afstanden echter weder in de schaduw gesteld, als men bedenkt dat de lengte van den Amazonas van den oorsprong tot de monding 4500 KM. is!

40Toerin beteekende hier water.

41Maleisch; = ik leef weer op!

42De tegenwoordige kolonel Gooszen, Commandant van Walcheren.


Back to IndexNext