C.Sajors.

[Inhoud]C.Sajors.[Inhoud]22.Sajor asem.Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.[Inhoud]23.Sajor bajemof sajor menir.Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.Bereiding:De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor[Inhoud]24.Sajor bòbòr.Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.[Inhoud]25.Sajor bajem djagoeng.Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.[Inhoud]26.Sajor gado-gadoof djanganan.Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.[Inhoud]27.Sajor goeléï-boontjes.Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.Bereiding:De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.[Inhoud]28.Sajor sambel gòddòk.Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.Bereiding:Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.[Inhoud]29.Sajor ikan-pedah.2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.Bereiding:Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.[Inhoud]30.Sajor keloewèkook sajorbròngkòsgenaamd.Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.Bereiding:De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.[Inhoud]31.Sajor koolof toemis kool.Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.Bereiding:Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.[Inhoud]32.Sajor lemeng.Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.Bereiding:De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.[Inhoud]33.Sajor loddèh.Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.Bereiding:De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.[Inhoud]34.Piendang-ajam.Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.Bereiding:Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.[Inhoud]35.Piendang-kétjapvan visch.Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.Bereiding:De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.[Inhoud]36.Piendang-ketjapvan groentenheeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.[Inhoud]37.Piendang-keloewèk.Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.Bereiding:Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.[Inhoud]38.Piendang keloewèkvan vischheeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.[Inhoud]39.Piendang serani.Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.Bereiding:De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.[Inhoud]40.Piendang tètèl.Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.Bereiding:Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.[Inhoud]41.Podomoro.Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.Bereiding:De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.[Inhoud]42.Pamodéro.Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.Bereiding:Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.[Inhoud]43.Toemis pollong.(Erwtjes).Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.Bereiding:De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.[Inhoud]44.Toemis katjang kaprie.(Peultjes).Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]

[Inhoud]C.Sajors.[Inhoud]22.Sajor asem.Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.[Inhoud]23.Sajor bajemof sajor menir.Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.Bereiding:De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor[Inhoud]24.Sajor bòbòr.Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.[Inhoud]25.Sajor bajem djagoeng.Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.[Inhoud]26.Sajor gado-gadoof djanganan.Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.[Inhoud]27.Sajor goeléï-boontjes.Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.Bereiding:De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.[Inhoud]28.Sajor sambel gòddòk.Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.Bereiding:Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.[Inhoud]29.Sajor ikan-pedah.2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.Bereiding:Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.[Inhoud]30.Sajor keloewèkook sajorbròngkòsgenaamd.Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.Bereiding:De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.[Inhoud]31.Sajor koolof toemis kool.Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.Bereiding:Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.[Inhoud]32.Sajor lemeng.Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.Bereiding:De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.[Inhoud]33.Sajor loddèh.Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.Bereiding:De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.[Inhoud]34.Piendang-ajam.Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.Bereiding:Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.[Inhoud]35.Piendang-kétjapvan visch.Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.Bereiding:De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.[Inhoud]36.Piendang-ketjapvan groentenheeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.[Inhoud]37.Piendang-keloewèk.Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.Bereiding:Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.[Inhoud]38.Piendang keloewèkvan vischheeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.[Inhoud]39.Piendang serani.Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.Bereiding:De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.[Inhoud]40.Piendang tètèl.Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.Bereiding:Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.[Inhoud]41.Podomoro.Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.Bereiding:De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.[Inhoud]42.Pamodéro.Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.Bereiding:Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.[Inhoud]43.Toemis pollong.(Erwtjes).Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.Bereiding:De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.[Inhoud]44.Toemis katjang kaprie.(Peultjes).Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]

C.Sajors.

[Inhoud]22.Sajor asem.Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.[Inhoud]23.Sajor bajemof sajor menir.Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.Bereiding:De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor[Inhoud]24.Sajor bòbòr.Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.[Inhoud]25.Sajor bajem djagoeng.Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.[Inhoud]26.Sajor gado-gadoof djanganan.Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.[Inhoud]27.Sajor goeléï-boontjes.Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.Bereiding:De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.[Inhoud]28.Sajor sambel gòddòk.Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.Bereiding:Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.[Inhoud]29.Sajor ikan-pedah.2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.Bereiding:Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.[Inhoud]30.Sajor keloewèkook sajorbròngkòsgenaamd.Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.Bereiding:De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.[Inhoud]31.Sajor koolof toemis kool.Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.Bereiding:Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.[Inhoud]32.Sajor lemeng.Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.Bereiding:De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.[Inhoud]33.Sajor loddèh.Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.Bereiding:De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.[Inhoud]34.Piendang-ajam.Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.Bereiding:Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.[Inhoud]35.Piendang-kétjapvan visch.Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.Bereiding:De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.[Inhoud]36.Piendang-ketjapvan groentenheeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.[Inhoud]37.Piendang-keloewèk.Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.Bereiding:Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.[Inhoud]38.Piendang keloewèkvan vischheeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.[Inhoud]39.Piendang serani.Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.Bereiding:De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.[Inhoud]40.Piendang tètèl.Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.Bereiding:Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.[Inhoud]41.Podomoro.Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.Bereiding:De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.[Inhoud]42.Pamodéro.Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.Bereiding:Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.[Inhoud]43.Toemis pollong.(Erwtjes).Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.Bereiding:De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.[Inhoud]44.Toemis katjang kaprie.(Peultjes).Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]

[Inhoud]22.Sajor asem.Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.

22.Sajor asem.

Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.

Allerlei soort van groenten, als: boontjes, peultjes, kool, katjang-pandjang, snijboontjes, 2 lepels fijngesneden uien, 4 sioong bawang-poetih, 4 à 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 2 theelepels zout,een kwart vingerlengte laos (fijngesneden), 1 (of meer) lomboks, tamarinde-water naar smaak.

Bereiding:

De groenten worden fijngesneden en, met wat zout, bij elkander gekookt. Vervolgens worden al de opgegeven specerijen fijngestampt. De helft van het water der groenten wordt nu afgegoten en in het overgebleven vocht, met de groenten, de fijngestampte specerijen gedaan. Men voegt hierbij (naar smaak) twee of drie lepels tamarinde-water en laat dit alles samen gaar worden.

[Inhoud]23.Sajor bajemof sajor menir.Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.Bereiding:De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor

23.Sajor bajemof sajor menir.

Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.Bereiding:De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor

Bajem (spinazie),2 fijngesneden uitjes, eenige schijfjestemoekoentji, 2 fijngesneden sioong bawang-poetih, 1 theelepel trassie,zout naar smaak, santen.

Bereiding:

De bajem kookt men af,de kruiden stampt men fijn. Giet vervolgens wat water af van de gekookte bajem en voegt er ongeveer twee kopjes santen benevens de fijngestampte kruiden bij en laat dit samen gaar koken.

Als bij deze sajor, tegelijk met de fijngestampte kruiden, twee lepels rauwe gestampte rijst wordt gevoegd, noemt men deze sajor

[Inhoud]24.Sajor bòbòr.Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.

24.Sajor bòbòr.

Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.

Deze sajor wordt voornamelijk gebruikt voor zieken en kraamvrouwen.

[Inhoud]25.Sajor bajem djagoeng.Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.

25.Sajor bajem djagoeng.

Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.

Dezelfde kruiden als van de sajor bòbòr, met bijvoeging van 4 of 5 kemiries, 1 lombok en jonge djagoengs. De[12]kemiries en lombok moeten met de andere kruiden worden fijngestampt.

Overigens dezelfde bereiding als van de sajor bajem.

[Inhoud]26.Sajor gado-gadoof djanganan.Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.

26.Sajor gado-gadoof djanganan.

Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.Bereiding:De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.

Allerlei soort van groenten, fijngesneden; de kruiden zijn: 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten. 1 theelepel peper, eenige schijfjes fijngesneden laos, eenige schijfjes fijngesneden kentjoor, 1 theelepel trassie, 2 lepels fijngesneden uien, 2 theelepels fijngesneden bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, ¼ geraspte klapper, 2 theelepels zout. Santen-kentel van ½ klapper. Asem- of djeroek-water naar smaak.

Bereiding:

De groenten worden eerst heel fijn gesneden en met wat zout gaar gekookt. Vervolgens brade men afzonderlijk de fijngesneden uien, bawang-poetih en laos,bruin, en voegt er daarna, de fijngesneden lombok bij. De overige kruiden stampt men bij elkander fijn, braadt ze afzonderlijk met den geraspten klapper, voegt hier de santen bij, vervolgens de gekookte groenten en laat dit alles samen opkoken.

Ten laatste voegt men, vóór het opdienen, de gebraden uien en laos, en eindelijk het asem- of djeroek-water bij.

[Inhoud]27.Sajor goeléï-boontjes.Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.Bereiding:De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.

27.Sajor goeléï-boontjes.

Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.Bereiding:De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.

Een bord vol boontjes, fijngesneden of heel gelaten naar verkiezing, eenige kippenkluifjes of een bordje vol fijngesneden vleesch. Dikke santen van één klapper, een handje vol fijngestampte rijst.

Kruiden: 2 volle lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, ½ lepel djienten, 1 lepel ketoembar, een kwart vingerlengte koenjit, 2 theelepels zout, 2 daon salam, een stuk ineengedraaide seréh.

Bereiding:

De kluifjes (de stukjes vleesch) worden even in water opgekookt, daarna er uitgehaald en in dezen bouillon de boontjes bijna gaar gekookt.

De kruiden (behalve daon salam en seréh) worden met de rijst fijngestampt en met de helft van de hoeveelheid santen,[13]met bijvoeging van de kluifjes (het vleesch), de daon salam en de seréh opgekookt. Vervolgens voegt men hier de boontjes met de rest van de santen bij en laat dit samen gaar koken.

[Inhoud]28.Sajor sambel gòddòk.Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.Bereiding:Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.

28.Sajor sambel gòddòk.

Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.Bereiding:Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.

Allerlei soort van katjang, zooals katjang-pandjang, katjang djogo, enz. 1 theekopje fijngesneden bliembing asem, 1 lepel vol fijngesneden lombok-idjoe, 2 eetlepels gedroogde of versche garnalen.

Kruiden: 2 volle eetlepels fijngesneden uien, ½ eetlepel fijngesneden bawang-poetih, 1 theelepel gesneden laos, 1 theelepel ketoembar, 4 stuks gebrande kemirie, een klein stukje (zooveel als in een theelepel gaat) gebrande trassie, santen van een klapper, klapperolie en tempé, zout naar smaak, 2 lepels fijngesneden lombok.

Bereiding:

Men braadt in de klapperolie de fijngesneden uien en laos op, tot dit bruin ziet. Daarna mengt men hier de twee lepels fijngesneden lombok door.

Nu wordt de kemirie, ketoembar en trassie met wat zout fijngestampt, met een paar lepels santen aangeroerd en dit door de gebraden kruiden gedaan. Hierna wordt er nog meer santen aan dit mengsel toegevoegd en doet men er bovendien de bliembing asem, garnalen en de zeer fijngesneden katjang-soorten bij. Laat dit goed gaar koken, terwijl men er nu en dan nog meer santen bijvoegt.

Wanneer men versche garnalen gebruikt, laat men de tempé achterwege.

[Inhoud]29.Sajor ikan-pedah.2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.Bereiding:Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.

29.Sajor ikan-pedah.

2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.Bereiding:Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.

2 stuks ikan-pedah, 2 jonge djagoengs, 3 stuks lombok-idjoe, 1 tèrong, 10 stuks boontjes, gedroogde of versche garnalen (naar verkiezing) een kopje vol.

Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 4 kemiries, 2 lepels ajer-asem, santen, zout.

Bereiding:

Men make de ikan-pedah schoon, neme er de graten uit en scheure de visch aan kleine reepen.[14]

Daarna koke men de opgegeven groenten gaar, stampe de kruiden fijn endoet deze danbij de groenten. Vervolgens voegt men hierbij de reepjes ikan-pedah, de in de helft doorgesneden groene lomboks, en het asem-water. Laat dit nog even koken en doet hierbij, al roerende, de santen, benevens de versche garnalen.

Mocht de sajor niet sterk genoeg zijn, dan voege men er naar verkiezing en smaak, meer roode lombok bij.

[Inhoud]30.Sajor keloewèkook sajorbròngkòsgenaamd.Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.Bereiding:De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.

30.Sajor keloewèk

ook sajorbròngkòsgenaamd.Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.Bereiding:De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.

ook sajorbròngkòsgenaamd.

Een kip of een pond vleesch. Kruiden: 4 of 5 keloewèk-pitten, 2 lepels fijngesneden uien, eenige schijfjes fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit (fijngesneden) 1 lombok, asemwater, zout.

Bereiding:

De kip of het vleesch wordt in kleine stukjes gesneden.

De fijngesneden uien en de lombok worden samen met klapperolie opgebraden. Daarna worden de laos, seréh, koenjit en de uitgehaaldekeloewèk-pittenmet wat zout fijngestampt en bij de gebraden uien gevoegd, met het fijngesneden vleesch. Roer dit nog eens goed door elkaar en voeg er het asemwater bij. Vervolgens giet men er nog twee kopjes vol water bij en laat dit, goed toegedekt, koken, tot het vleesch gaar is.

[Inhoud]31.Sajor koolof toemis kool.Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.Bereiding:Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.

31.Sajor koolof toemis kool.

Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.Bereiding:Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.

Een klein kooltje, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 of 2 lomboks, 2 theelepels zout, 2 eetlepels rauwe garnalen, 2 eetlepels asem-water, de santen van ½ klapper naar verkiezing, 1 eetlepel ketoembar.

Bereiding:

Men stampt een lombok met de uien en bawang-poetih fijn, braadt ze daarna op met klapperolie, voegt er de fijngesneden kool bij en braadt dit samen op tot de kool “lajoe” (verslagen) is. Voegt er daarna wat aangemaakte trassie-water en het asem-water bij alsmede het zout.[15]

Nu kookt men verder de kool gaar, onder toevoeging van één kopje water. Is de kool gaar, dan voegt men er de garnalen en de santen bij en roert dit verder tot de garnalen gaar zijn.

Wil men dit gerecht smakelijker (geuriger) hebben, dan kan men bij de uien een eet lepel ketoembar fijnstampen.

[Inhoud]32.Sajor lemeng.Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.Bereiding:De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.

32.Sajor lemeng.

Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.Bereiding:De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.

Allerlei soort van groenten fijngesneden en gekookt, t. w. boontjes, ketimoen, kool, katjang-pandjang, bloestroe, tempé, rauwe gepelde garnalen, krèttjèk of versch gebraden kroepoek, reboeng.

Kruiden: 4 lepels fijngesneden uien, 3 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 10 [of minder] lomboks, 2 kleine stukjes laos, een paar kleine stukjes kentjoor, 1 volle theelepel ketoembar, 5 gebrande kemiries, een stukje gebrande trassie, ¼ geraspte klapper, dikke en aangelengde santen.

Bereiding:

De reboeng wordt aan schijfjes gesneden en in de aangelengde santen gaar gekookt.

Hierna stampt men al de opgegeven kruiden fijn en braadt ze in klapperolie gaar, waarna men er dikke santen bijvoegt en dit samen opkookt, tot er olie uitkomt.

Dit wordt vervolgens met de gaar gekookte reboeng, de tempé, de gekookte groenten en de rauwe garnalen bij elkaar gevoegd.Hierop wordt nu de overige santen gedaan, tot alles onderstaat en dit gezamenlijk opgekookt.

Zijn de garnalen en de tempé gaar, dan dient men dit gerecht op, met de gebakken krèttjèk of kroepoek er over heen gearrangeerd.

[Inhoud]33.Sajor loddèh.Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.Bereiding:De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.

33.Sajor loddèh.

Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.Bereiding:De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.

Men neemt hiervoor òf allerlei soorten van groenten of alléén reboeng, waarbij dan tempé en petée-boonen worden gevoegd. Dikke santen van een klapper.

Kruiden: 2 lepels fijngesneden uien, 4 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 1 eetlepel ketoembar, 1 eetlepel fijngesneden laos, een stuk seréh (ineen gedraaid), ½ lepel djienten,[16]2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels rauwe trassie, 2 theelepels zout, ¼ geraspte en gebraden klapper. Eindelijk, als laatste toevoegsel, 2 lepels gebakken uien.

Bereiding:

De verschillende groenten òf de reboeng met tempé en petée boonen moeten eerst gaar gekookt worden.

Vervolgens worden de kruiden fijngestampt en met de santen-kentel van één klapper bij de groenten gedaan, waarvan het water eerst is afgegoten.

Dit wordt nu samen opgekookt, tot alles, onder doorloopend roeren, gaar is, Daarna voegt men er de gebakken uien bij.

N.B. Wil men de loddèh roodgekleurd hebben, dan neemt men een zestal lomboks, haalt er de pitten uit, wrijft de lomboks fijn, lengt dit met water aan en roert dit, onder het koken, door de sajor heen. De seréh en de djeroek-poeroet-bladeren worden heel gelaten, terwijl men, in plaats van den geraspten gebraden klapper,vijfgepofte uitgehaalde kemiries kan gebruiken.

De tempé kan, voor den smaak, door garnalen worden vervangen.

[Inhoud]34.Piendang-ajam.Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.Bereiding:Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.

34.Piendang-ajam.

Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.Bereiding:Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.

Een jonge kip, 2 theelepels fijngesneden laos, een stuk ineengedraaid seréh, ½ eetlepel ketoembar, ¼ eetlepel djienten, 2 volle eetlepels fijngesneden uien, 2 lomboks, zout, assem- en trassie-water.

Bereiding:

Men snijdt de kip aan stukken, kookt ze met de fijngestampte kruiden gaar en voegt er het trassie-water bij, terwijl het asem-water, naar smaak, hierbij kan worden gedaan.

Laat dit verder doorkoken, tot alles gaar is.

Het spreekt van zelf dat het stuk seréhnietmede wordt fijngestampt, doch in den vorm ineengedraaid blijft.

[Inhoud]35.Piendang-kétjapvan visch.Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.Bereiding:De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.

35.Piendang-kétjapvan visch.

Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.Bereiding:De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.

Twee kleine ikan-kakap, 6 midden doorgesneden lomboks, 2 stuks seréh, elk een vingerlengte, 5 schijfjes laos, een stukje gepofte asem, ter grootte van een duivenei, 2 djeroek-poeroet-bladeren,[17]1 daon salam, 10 sioongs bawang-poetih, 2 lepels soja, zout naar smaak.

Bereiding:

De zes doorgesneden lomboks worden eerst gepoft en dan met de overige kruiden, in een koewali, half met water gevuld, opgekookt.

Vervolgens wordt de visch schoongemaakt en, in stukken gesneden, er bij gedaan. De gepofte asem wordt verder met water aangemaakt en dit water met de soja door de piendang gedaan.

Dit laat men goed doorkoken, tot de visch gaar is.

Men kan ook andere kleine soort heele vischjes in plaats van kakap gebruiken.

[Inhoud]36.Piendang-ketjapvan groentenheeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.

36.Piendang-ketjapvan groenten

heeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.

heeft dezelfde bereiding, maar in plaats van visch, doet men er allerlei soort van groenten in, zooals: kool, boontjes, katjang, peultjes, enz.

[Inhoud]37.Piendang-keloewèk.Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.Bereiding:Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.

37.Piendang-keloewèk.

Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.Bereiding:Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.

Kip of vleesch, 3 lepels fijngesneden uien, 6 fijngesneden sioongs bawang-poetih, 6 groene lomboks, 2 roode lomboks, 5 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, een halve vingerlengte koentjit, 1 theelepel zout, 4 à 5 keloewèk-pitten, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie.

Bereiding:

Kip of vleesch in stukken snijden en in water opkoken.

Men stampt de roode en witte uien met de kruiden en het zout fijn (behalve de keloewèk-pitten), braadt ze in boter of olie bruin, lengt dit daarna aan met het asem-water en de uitgehaalde fijngewreven keloewèk-pitten, doet er daarna den bouillon en de groene lomboks bij en kookt dit samen gaar. Men kan er ook, naar verkiezing, boontjes of gesneden kools-bladeren bij doen.

[Inhoud]38.Piendang keloewèkvan vischheeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.

38.Piendang keloewèkvan visch

heeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.

heeft dezelfde bestanddeelen, doch in plaats van kip of[18]vleesch doet men er stukken gepofte visch bij engeenkoolsbladeren.

[Inhoud]39.Piendang serani.Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.Bereiding:De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.

39.Piendang serani.

Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.Bereiding:De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.

Kip of vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 2 lomboks, 3 of 4 sioongs bawang-poetih, een paar schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een kwart vingerlengte koenjit, 1 theelepel trassie, zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, 1 lepel asem met water aangelengd en 2 gepofte lomboks.

Bereiding:

De roode en witte uien, de lomboks, ook de gepofte, de laos, koenjit, worden fijngesneden, vermengd met de seréh en dit samen even in klapperolie bruin gebraden. Daarna wordt het trassie- en asem-water er bij gevoegd.

Men neemt nu de kip (het vleesch) kookt dit met de djeroek-poeroet-bladeren en daon salam met zout bijna gaar. Doet dit daarna met den bouillon bij de kruiden en laat dit samen doorkoken tot alles goed gaar is.

[Inhoud]40.Piendang tètèl.Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.Bereiding:Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.

40.Piendang tètèl.

Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.Bereiding:Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.

Een pond vleesch, een halve vingerlengte koenjit, eenige schijfjes laos, 2 lomboks, 2 daon salam, 2 lepels asem-water, zout naar smaak.

Bereiding:

Men snijdt het vleesch aan dobbelsteentjes en kookt het op met de genoemde ingrediënten in ½ liter water. Als het vleesch gaar is, voegt men er het asem-water bij en laat dit dan nog even koken.

N.B. Men kan deze piendang verscheidene dagen bewaren, mits men zorge de piendang, als men ze weêr gebruikt, eerst boven een zacht vuurtje op te warmen.

[Inhoud]41.Podomoro.Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.Bereiding:De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.

41.Podomoro.

Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.Bereiding:De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.

Een vette kip.Taugé of fijn gesneden kool (een bord vol).

Kruiden: 8 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel ketoembar, een klein stukje koenjit, een klein stukje kentjoor, 2 eetlepels fijngesneden lomboks, 2 daon salam, zout naar smaak, santen van 1 klapper.

Bereiding:

De opgegeven kruiden worden fijngestampt, in de santen gaar gekookt met bijvoeging van de kip, lomboks, de daon salam en de taugé of kool. Kook dit goed gaar en niet te droog.

[Inhoud]42.Pamodéro.Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.Bereiding:Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.

42.Pamodéro.

Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.Bereiding:Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.

Kankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesnedentemoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.

Bereiding:

Behalve de djeroek-poeroet-bladeren wordenalde kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.

N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.

[Inhoud]43.Toemis pollong.(Erwtjes).Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.Bereiding:De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.

43.Toemis pollong.(Erwtjes).

Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.Bereiding:De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.

Een bord vol erwtjes, 2 kopjes gepelde garnalen, 3 uitjes, 3 sioongs bawang-poetih, 1 of 2 lomboks, eenige schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, 2 eetlepels asem-water. Boter of klapperolie. 1 of 2 kopjes santen.

Bereiding:

De kruiden worden eerst fijngestampt en daarna in boter of olie opgebraden met de rauwe garnalen; vervolgens doet men er het asem-water en de erwtjes bij, zoomede de santen, dekt den pot dicht en laat dit gaar koken, men zie toe, dat dit gerecht niet te droog kookt.

[Inhoud]44.Toemis katjang kaprie.(Peultjes).Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]

44.Toemis katjang kaprie.(Peultjes).

Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]

Dezelfde bestanddeelen en bereiding als hierboven, alléén neme men peultjes in plaats van erwtjes.[20]


Back to IndexNext