[Inhoud]F.Sambelans.[Inhoud]78.Sambel asem.Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.Bereiding:De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.[Inhoud]79.Sambel asem van woenieEen bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.Bereiding:Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.[Inhoud]80.Sambel ati.Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.Bereiding:De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]81.Sambel babi I.Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.Bereiding:Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34][Inhoud]82.Sambel babi II.Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.[Inhoud]83.Sambel badjak I.10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitzietMen kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.[Inhoud]84.Sambel badjak II.5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.[Inhoud]85.Sambel badjak III.Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.Bereiding:De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.[Inhoud]86.Sambel banten.Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.Bereiding:De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36][Inhoud]87.Sambel bawang.Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).Bereiding:De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.[Inhoud]88.Sambel boeboek kring.Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.Bereiding:De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).[Inhoud]89.Sambel boeboek kring van katjang bras.Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.Bereiding:De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.[Inhoud]90.Sambel boeboek kring van katjang idjoe.Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)Bereiding:Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)[Inhoud]91.Sambel boeboek dèndèngGeroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.[Inhoud]92.Sambel boontjes.Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)Bereiding:De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.Verder koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]93.Sambel brandal.10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38][Inhoud]94.Sambel daging.Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.Bereiding:Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.[Inhoud]95.Sambel djelanta.6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.Bereiding:De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.[Inhoud]96.Sambel dèndèng.De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.Bereiding:Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]97.Sambel gòddòk.Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.Bereiding:De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.[Inhoud]98.Sambel kemantèn.10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.[Inhoud]99.Sambel katjang-gorèng.Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.Bereiding:Als van de sambel badjak (No.83).[Inhoud]100.Sambel kemirie.15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]101.Sambel ketimoen I.Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.Bereiding:De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.[Inhoud]102.Sambel ketimoen II.Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.Bereiding:Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.[Inhoud]103.Sambel klappa I.Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.[Inhoud]104.Sambel klappa (rauw) II.Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.Bereiding:De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.[Inhoud]105.Sambel kool.Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.[Inhoud]106.Sambel lobak.6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.Bereiding:Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.[Inhoud]107.Sambel lombok Iof sambel tjabé.30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.[Inhoud]108.Sambel lombok II.40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.[Inhoud]109.Sambel malakka.10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.[Inhoud]110.Sambel mieso.1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.[Inhoud]111.Sambel oedang basa.Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.Bereiding:De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44][Inhoud]112.Sambel oedang kringEen bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.[Inhoud]113.Sambel oedang kring,bij ketoepat.5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.[Inhoud]114.Sambel petée.2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]115.Sambel petis.4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.Bereiding:Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]116.Sambel pojabij ketoepat.Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.Bereiding:De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.[Inhoud]117.Sambel serdadoe.Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.Bereiding:Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.[Inhoud]118.Sambel selderie.Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.Bereiding:Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.[Inhoud]119.Sambel seréh.2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.[Inhoud]120.Sambel van tomaten.4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.Bereiding:De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmeladeDeze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.[Inhoud]121.Sambel telor.4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.Bereiding:De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.[Inhoud]122.Sambel troeboek.2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.Bereiding:De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48][Inhoud]123.Roedjak gobèt.Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.Bereiding:Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.[Inhoud]124.Roedjak manis.10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).Bereiding:Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.[Inhoud]125.Petis.Dezelfde kruiden als van de sambel petis.Bereiding:Evenals van de sambel petis (No.115).Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.[Inhoud]126.Petis boembon of petis djawa.2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.Bereiding:Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.[Inhoud]127.Pètjèl ajam.Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.Bereiding:De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).[Inhoud]128.Pètjèl mangga moeda.of Trantjam mangga moeda.Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.Bereiding:De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.[Inhoud]129.Pètjèl selderie.Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.Bereiding:Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.[Inhoud]130.Pètjèl tougéEen bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).[Inhoud]131.Djanganan of gado-gado.Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.Bereiding:De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.
[Inhoud]F.Sambelans.[Inhoud]78.Sambel asem.Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.Bereiding:De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.[Inhoud]79.Sambel asem van woenieEen bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.Bereiding:Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.[Inhoud]80.Sambel ati.Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.Bereiding:De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]81.Sambel babi I.Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.Bereiding:Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34][Inhoud]82.Sambel babi II.Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.[Inhoud]83.Sambel badjak I.10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitzietMen kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.[Inhoud]84.Sambel badjak II.5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.[Inhoud]85.Sambel badjak III.Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.Bereiding:De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.[Inhoud]86.Sambel banten.Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.Bereiding:De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36][Inhoud]87.Sambel bawang.Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).Bereiding:De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.[Inhoud]88.Sambel boeboek kring.Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.Bereiding:De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).[Inhoud]89.Sambel boeboek kring van katjang bras.Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.Bereiding:De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.[Inhoud]90.Sambel boeboek kring van katjang idjoe.Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)Bereiding:Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)[Inhoud]91.Sambel boeboek dèndèngGeroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.[Inhoud]92.Sambel boontjes.Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)Bereiding:De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.Verder koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]93.Sambel brandal.10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38][Inhoud]94.Sambel daging.Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.Bereiding:Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.[Inhoud]95.Sambel djelanta.6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.Bereiding:De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.[Inhoud]96.Sambel dèndèng.De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.Bereiding:Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]97.Sambel gòddòk.Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.Bereiding:De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.[Inhoud]98.Sambel kemantèn.10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.[Inhoud]99.Sambel katjang-gorèng.Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.Bereiding:Als van de sambel badjak (No.83).[Inhoud]100.Sambel kemirie.15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]101.Sambel ketimoen I.Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.Bereiding:De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.[Inhoud]102.Sambel ketimoen II.Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.Bereiding:Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.[Inhoud]103.Sambel klappa I.Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.[Inhoud]104.Sambel klappa (rauw) II.Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.Bereiding:De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.[Inhoud]105.Sambel kool.Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.[Inhoud]106.Sambel lobak.6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.Bereiding:Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.[Inhoud]107.Sambel lombok Iof sambel tjabé.30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.[Inhoud]108.Sambel lombok II.40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.[Inhoud]109.Sambel malakka.10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.[Inhoud]110.Sambel mieso.1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.[Inhoud]111.Sambel oedang basa.Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.Bereiding:De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44][Inhoud]112.Sambel oedang kringEen bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.[Inhoud]113.Sambel oedang kring,bij ketoepat.5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.[Inhoud]114.Sambel petée.2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]115.Sambel petis.4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.Bereiding:Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]116.Sambel pojabij ketoepat.Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.Bereiding:De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.[Inhoud]117.Sambel serdadoe.Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.Bereiding:Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.[Inhoud]118.Sambel selderie.Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.Bereiding:Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.[Inhoud]119.Sambel seréh.2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.[Inhoud]120.Sambel van tomaten.4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.Bereiding:De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmeladeDeze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.[Inhoud]121.Sambel telor.4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.Bereiding:De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.[Inhoud]122.Sambel troeboek.2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.Bereiding:De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48][Inhoud]123.Roedjak gobèt.Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.Bereiding:Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.[Inhoud]124.Roedjak manis.10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).Bereiding:Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.[Inhoud]125.Petis.Dezelfde kruiden als van de sambel petis.Bereiding:Evenals van de sambel petis (No.115).Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.[Inhoud]126.Petis boembon of petis djawa.2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.Bereiding:Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.[Inhoud]127.Pètjèl ajam.Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.Bereiding:De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).[Inhoud]128.Pètjèl mangga moeda.of Trantjam mangga moeda.Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.Bereiding:De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.[Inhoud]129.Pètjèl selderie.Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.Bereiding:Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.[Inhoud]130.Pètjèl tougéEen bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).[Inhoud]131.Djanganan of gado-gado.Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.Bereiding:De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.
F.Sambelans.
[Inhoud]78.Sambel asem.Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.Bereiding:De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.[Inhoud]79.Sambel asem van woenieEen bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.Bereiding:Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.[Inhoud]80.Sambel ati.Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.Bereiding:De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]81.Sambel babi I.Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.Bereiding:Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34][Inhoud]82.Sambel babi II.Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.[Inhoud]83.Sambel badjak I.10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitzietMen kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.[Inhoud]84.Sambel badjak II.5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.[Inhoud]85.Sambel badjak III.Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.Bereiding:De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.[Inhoud]86.Sambel banten.Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.Bereiding:De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36][Inhoud]87.Sambel bawang.Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).Bereiding:De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.[Inhoud]88.Sambel boeboek kring.Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.Bereiding:De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).[Inhoud]89.Sambel boeboek kring van katjang bras.Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.Bereiding:De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.[Inhoud]90.Sambel boeboek kring van katjang idjoe.Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)Bereiding:Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)[Inhoud]91.Sambel boeboek dèndèngGeroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.[Inhoud]92.Sambel boontjes.Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)Bereiding:De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.Verder koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]93.Sambel brandal.10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38][Inhoud]94.Sambel daging.Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.Bereiding:Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.[Inhoud]95.Sambel djelanta.6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.Bereiding:De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.[Inhoud]96.Sambel dèndèng.De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.Bereiding:Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]97.Sambel gòddòk.Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.Bereiding:De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.[Inhoud]98.Sambel kemantèn.10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.[Inhoud]99.Sambel katjang-gorèng.Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.Bereiding:Als van de sambel badjak (No.83).[Inhoud]100.Sambel kemirie.15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]101.Sambel ketimoen I.Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.Bereiding:De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.[Inhoud]102.Sambel ketimoen II.Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.Bereiding:Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.[Inhoud]103.Sambel klappa I.Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.[Inhoud]104.Sambel klappa (rauw) II.Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.Bereiding:De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.[Inhoud]105.Sambel kool.Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.[Inhoud]106.Sambel lobak.6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.Bereiding:Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.[Inhoud]107.Sambel lombok Iof sambel tjabé.30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.[Inhoud]108.Sambel lombok II.40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.[Inhoud]109.Sambel malakka.10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.[Inhoud]110.Sambel mieso.1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.[Inhoud]111.Sambel oedang basa.Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.Bereiding:De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44][Inhoud]112.Sambel oedang kringEen bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.[Inhoud]113.Sambel oedang kring,bij ketoepat.5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.[Inhoud]114.Sambel petée.2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]115.Sambel petis.4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.Bereiding:Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.[Inhoud]116.Sambel pojabij ketoepat.Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.Bereiding:De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.[Inhoud]117.Sambel serdadoe.Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.Bereiding:Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.[Inhoud]118.Sambel selderie.Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.Bereiding:Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.[Inhoud]119.Sambel seréh.2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.[Inhoud]120.Sambel van tomaten.4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.Bereiding:De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmeladeDeze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.[Inhoud]121.Sambel telor.4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.Bereiding:De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.[Inhoud]122.Sambel troeboek.2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.Bereiding:De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48][Inhoud]123.Roedjak gobèt.Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.Bereiding:Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.[Inhoud]124.Roedjak manis.10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).Bereiding:Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.[Inhoud]125.Petis.Dezelfde kruiden als van de sambel petis.Bereiding:Evenals van de sambel petis (No.115).Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.[Inhoud]126.Petis boembon of petis djawa.2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.Bereiding:Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.[Inhoud]127.Pètjèl ajam.Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.Bereiding:De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).[Inhoud]128.Pètjèl mangga moeda.of Trantjam mangga moeda.Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.Bereiding:De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.[Inhoud]129.Pètjèl selderie.Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.Bereiding:Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.[Inhoud]130.Pètjèl tougéEen bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).[Inhoud]131.Djanganan of gado-gado.Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.Bereiding:De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.
[Inhoud]78.Sambel asem.Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.Bereiding:De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.
78.Sambel asem.
Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.Bereiding:De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.
Een bordje vol asem, een groot stuk javaansche suiker, 2 bierglazen water.
Kruiden: 2 fijngesneden lomboks, 2 lepels fijngesneden uien, 1 theelepel zout.
Bereiding:
De asem wordt met het water en de suiker gekookt tot een brij. Vervolgens stampt men de kruiden fijn, vermengt ze en doet ze door de asembrij, kookt alles nog eens samen op en zeeft het. Daarna wordt het gezeefde nog eens opgekookt, tot alles een dikke massa wordt. Men kan deze sambel lang bewaren.
[Inhoud]79.Sambel asem van woenieEen bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.Bereiding:Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.
79.Sambel asem van woenie
Een bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.Bereiding:Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.
Een bordje vol woenie, 1 theelepel rauwe petis oedang, 2 theelepels zout, 1½ theelepel gebrande trassie, 6 of meer stuks lombok, ½ bierglas water.
Bereiding:
Alles wordt bij elkander fijngestampt en met water aangelengd. Men eet deze sambel met “lalap” van allerlei groenten of met onrijpe vruchten.
[Inhoud]80.Sambel ati.Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.Bereiding:De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.
80.Sambel ati.
Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.Bereiding:De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.
Levertjes en maagjes van kippen, die men voor het eten geslacht heeft,4 groote eetlepels uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 lomboks, 5 stukjes fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, of een stuk ineengedraaid seréh, 1 theelepel zout, ¼ theelepel suiker, een groote lepel asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 kopjes santen, klapperolie.
Bereiding:
De levertjes en maagjes worden goed schoongemaakt en aan kleine stukjes gesneden, daarna gekookt. De kruiden, met uitzondering van de bladeren en het stuk seréh, worden fijngestampt en in klapperolie opgebraden, daarna de stukjes lever, enz., het asem-water en de bladeren hierbij gedaan; dit samen met de santen opgekookt, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]81.Sambel babi I.Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.Bereiding:Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34]
81.Sambel babi I.
Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.Bereiding:Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34]
Een of ½ pond varkensvleesch, aan dobbelsteentjes gesneden, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, fijngesneden, 5 schijfjes djahé, 5 schijfjes laos, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 2 eetlepels asem-water, 2 lepels mieso, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, zout, boter.
Bereiding:
Het fijngesneden vleesch kookt men met een weinig water half gaar. Daarna stampt men de kruiden (zonder de bladeren) fijn en braadt ze op. Braad verder de kruiden, met het vleesch samen nog eens op met het tamarinde water, en als dit eenigen tijd op het vuur is geweest, doet men er de mieso bij, laat dit nog even met elkaar smoren en voeg daarna de santen, den bouillon en de bladeren daarbij. Men laat dit nu verder koken tot het vleesch gaar is en de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel babi is, hoe smakelijker het er uitziet.[34]
[Inhoud]82.Sambel babi II.Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.
82.Sambel babi II.
Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.
Dezelfde hoeveelheid vleesch als hierboven, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel trassie, 1 kopje vol fijngesneden bawang-prij, 2 fijngesneden lomboks, ½ theelepeltje suiker, 3lepelsasam-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.
Bereiding:
Het vleesch wordt als hiervoren gesneden en opgekookt. Vervolgens worden de kruiden, met uitzondering van de prij, fijngestampt en in boter of olie gebraden, de stukjes vleesch er bij gevoegd. Daarna doet men het asem-water er bij, met de fijngesneden prij; laat dit nu met den bouillon goed doorkoken, tot alles bijna droog gebraden is.
Dit gerecht kan men ook maken van overgeschoten kip of vleesch.
[Inhoud]83.Sambel badjak I.10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitzietMen kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.
83.Sambel badjak I.
10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitzietMen kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.
10 kemiries, 5 lepels fijngesneden uien, 8 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 6 heele lomboks, 1 theelepel suiker, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
Alle kruiden worden heel fijngestampt, goed met elkander vermengd en in boter of klapperolie gebraden, tot er de olie uitkomt en dit gerecht er rood uitziet
Men kan deze sambel lang in stopflesschen bewaren. Bij gebruik even op te braden.
[Inhoud]84.Sambel badjak II.5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.
84.Sambel badjak II.
5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.
5 eetlepels fijngesneden uien, 15 kemiries, 8 sioongs bawang-poetih, 2 volle lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 5 lomboks (fijngesneden), 1 eetlepel gewone of javaansche suiker, 2 eetlepels asem-water, 1 eetlepel trassie-water, 1 theelepel zout, 4 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kemiries worden uitgehaald, gestampt met de kruiden (behalve de bladeren) en daarna met boter of olie opgebraden. Vervolgens voegt men er het asem- en trassie-water[35]bij en laat dit samen nog even braden. Daarna voegt men er de santen bij en kookt dit alles zoolang, tot de olie er uitkomt en de sambel badjak bijna droog is.
[Inhoud]85.Sambel badjak III.Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.Bereiding:De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.
85.Sambel badjak III.
Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.Bereiding:De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.
Overgeschoten vleesch of versch vleesch, ongeveer ½ pond, aan dobbelsteentjes gesneden, 3 lepels fijngesneden uien, 1 heele bawang-poetih, fijngesneden, 1 theelepel suiker, 5 stuks gepofte kemiries, een groote eetlepel fijngesneden seréh, 4 of 5 lomboks, 6 à 7 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-schillen, 2 stuks daon salam, 1 volle eetlepel trassie-water, 1 à 2 eetlepels asem-water, boter of klapperolie.
Bereiding:
De gepofte kemiries worden uitgehaald en met de kruiden (behalve de lomboks en de bladeren) fijngestampt en bruin gebraden. Vervolgens wordt de lombok heel fijn gesneden en daarbij gedaan. Daarna doet men het vleesch, het asem- en trassie-water, benevens de schillen en bladeren er bij en laat dit wederom samen braden. Wordt het te droog, dan voegt men er een lepel water bij.
In plaats van kemiries, kan men ook 30 à 40 stuks katjang-gorèng gebruiken.
[Inhoud]86.Sambel banten.Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.Bereiding:De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36]
86.Sambel banten.
Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.Bereiding:De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36]
Een jonge kip, 2 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden seréh, ½ lepel fijngesneden laos, 4 à 5 schijfjes djahé, 1 lepel ketoembar, ½ lepel djienten, 2 lepels asem-water, een asem-papje met zout naar smaak aangelengd, boter, zout.
Bereiding:
De kip wordt rauw in stukken gesneden en ingewreven, met het asem-papje (z.g.asem-garem), daarna in boter (of klapperolie) bruin gebraden.
Vervolgens worden de opgegeven kruiden fijngestampt, gebraden en de kip er bij gedaan. Braad ze nog even samen op er voeg er het asem-water bij. Laat alles nu op een zacht vuurtje gaar smoren. Wordt het te droog, dan voegt men er wat water bij. Hoe rooder deze sambel er uitziet, hoe smakelijker.[36]
[Inhoud]87.Sambel bawang.Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).Bereiding:De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.
87.Sambel bawang.
Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).Bereiding:De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.
Ongeveer 20 bawang-mérah, ½ bawang-poetih, 10 in de lengte doorgesneden en afgekookte lomboks, 1 lepel bruine suiker of goela djawa, 1 theelepel zout, 3 lepels asem-water, boter (of klapperolie).
Bereiding:
De opgegeven lomboks worden met de hoeveelheid suiker fijngestampt.
De uien worden heel fijn gehakt en met boter opgebraden. Als ze “verslagen” zijn, doet men er de fijngemaakte lomboks bij met het asem-water en laat dit koken tot de uien gaar zijn en de olie er bovenop komt drijven.
[Inhoud]88.Sambel boeboek kring.Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.Bereiding:De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).
88.Sambel boeboek kring.
Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.Bereiding:De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).
Een bord vol ebbie (gedr. garnalen), 3 lomboks, 5 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 theelepel gebrande trassie.
Bereiding:
De gedroogde garnalen worden even geroosterd en fijngestampt; daarna stampt men de kruiden fijn en vermengt dit met de garnalen, die men verder tot poeder stampt. (Droog gerecht).
[Inhoud]89.Sambel boeboek kring van katjang bras.Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.Bereiding:De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.
89.Sambel boeboek kring van katjang bras.
Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.Bereiding:De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.
Een bord vol katjang bras, 1 theelepel gebrande trassie, 3 lomboks, 5 schijfjes kenjoor, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 theelepels zout.
Bereiding:
De katjang bras wordt droog opgebraden, zonder olie, daarna met de kruiden zoo fijn mogelijk gestampt tot poeder.
N.B. De katjang bras kan men ook eerst droog braden, vervolgens in een zeef doen en er water over gieten en, als het water uitgelekt is, de katjang met de kruiden fijnstampen.
[Inhoud]90.Sambel boeboek kring van katjang idjoe.Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)Bereiding:Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)
90.Sambel boeboek kring van katjang idjoe.
Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)Bereiding:Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)
Een bord vol katjang idjoe, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 djeroek-poeroet-bladeren (geroosterd.)
Bereiding:
Als hierboven, (de eerste bereiding No.88.)
[Inhoud]91.Sambel boeboek dèndèngGeroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.
91.Sambel boeboek dèndèng
Geroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.
Geroosterde en gestampte dèndèng (geengruis), 1 theelepel trassie, 5 schijfjes kentjoor, 5 sioongs bawang-poetih, 1 lombok, 1 theelepel zout, 1 theelepel djeroek-poeroet-bladeren.
Bereiding:
Men stampt de kruiden fijn, doet er daarna de stukjes dèndèng bij, en stampt dit verder tot poeder. Men eet deze sambel bij de ketoepat.
[Inhoud]92.Sambel boontjes.Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)Bereiding:De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.Verder koken, tot de olie er uitkomt.
92.Sambel boontjes.
Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)Bereiding:De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.Verder koken, tot de olie er uitkomt.
Een bordje vol gesneden snijboontjes, 3 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 2 groene en 1 roode lombok (fijngesneden), 1 lepel fijngesneden seréh, 5 stukjes laos, ½ theelepel suiker, 1 theelepel zout, 2 lepels trassie-water, ½ lepel asem-water, een kopje santen, boter (of klapperolie.)
Bereiding:
De kruiden worden gestampt en met boter opgebraden, daarna de boontjes er bij gedaan, vervolgens het trassie- en asem-water daarbij gevoegd. Dit wordt samen gekookt en na eenigen tijd de santen er bij gedaan.
Verder koken, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]93.Sambel brandal.10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38]
93.Sambel brandal.
10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38]
10 gepofte lomboks, 8 kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 2 à 3 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden met de kruiden (behalve de bladeren) fijngestampt—de kemiries worden daartoe eerst uitgehaald—daarna met boter of olie opgebraden, tot alles bijna droog is; daarna voegt men er het asem- of djeroek-water bij met de djeroek-poeroet-bladeren, en laat dit nog eens samen braden, tot de olie er uitkomt.
Deze sambel kan men eenige dagen bewaren.
Indien men overgeschoten vleesch heeft, kan men dit met deze sambel vermengen.[38]
[Inhoud]94.Sambel daging.Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.Bereiding:Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.
94.Sambel daging.
Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.Bereiding:Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.
Een half pond vleesch, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 4 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ¾ theelepel suiker of een klein stukje goela djawa, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 2 salam-bladeren, 1 lepel trassie-water, 1 lepel asem-water, boter of klapperolie, 2 lomboks.
Bereiding:
Het vleesch snijdt men aan kleine stukjes. Al de kruiden, behalve de bladeren en één lombok, stampt men fijn; daarna braadt men dit op en doet er het vleesch, de andere, fijngesneden, lombok en de opgegeven bladeren bij. Voeg er vervolgens het trassie- en asem-water bij, braad dit tot de olie er uitkomt en het gerecht er geel-bruin begint uit te zien.
Men kan, in plaats van vleesch, ook aan kleine stukjes gesneden lever nemen.
[Inhoud]95.Sambel djelanta.6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.Bereiding:De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.
95.Sambel djelanta.
6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.Bereiding:De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.
6 groene en 6 roode lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, een paar lepels water, boter of klapperolie.
Bereiding:
De roode en groene lomboks worden heel fijn gesneden en in boter (of olie) opgebraden. Daarna neemt men ze uit de olie en stampt ze met de trassie en het zout fijn. Vervolgens braadt men ze in dezelfde olie weder op en voegt er het water bij; laat het zoo bijna droog braden.
[Inhoud]96.Sambel dèndèng.De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.Bereiding:Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.
96.Sambel dèndèng.
De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.Bereiding:Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.
De kruiden evenals van de sambel boeboek dèndèng; men voegt er een kopje santen bij.
Bereiding:
Hierbij wordt de dèndèng geroosterd en aan stukjes gescheurd (niet gestampt), bij de kruiden gevoegd en samen met de santen opgebraden, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]97.Sambel gòddòk.Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.Bereiding:De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.
97.Sambel gòddòk.
Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.Bereiding:De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.
Groenten als: kool, boontjes, peultjes, katjang-pandjang (fijngesneden),fijngesneden petée, een bord vol gepelde garnalen.[39]
De kruiden zijn: 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 theelepel gebrande trassie, 4 stuks gepofte kemiries, 2 eetlepels fijngesneden en gebraden lomboks, ½ lepel ketoembar, 1 lepel vol fijngesneden lombok idjoe, 1 theekopje fijngesneden bliembing, santen van één klapper. Boter of olie, 1 theelepel zout, een stukje djeroek-poeroet-schil.
Bereiding:
De groenten worden, met wat zout, in water afgekookt; giet dan het water er af en doe er de santen bij met de djeroek-poeroet-schil, de gebraden lomboks en de gebraden uien.Daarna stampt men de kruiden fijn, voegt dit bij het vorige en laat dit verder samen gaar koken, tot het een dikke brij wordt.
[Inhoud]98.Sambel kemantèn.10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.
98.Sambel kemantèn.
10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.
10 groene en 10 roode lomboks, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 schijfjes laos, 1 lepel fijngesneden seréh, een volle theelepel trassie, ½ theelepel witte suiker, 1 lepel asem-water, 2 kopjes santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks snijdt men fijn en kookt men af. Leg ze daarna eenigen tijd (een uurtje) in koud water te weeken en pers ze uit.
Nu stampt men de kruiden samen fijn, braadt ze op in 2 lepels boter (of olie), doet er de uitgeperste lomboks bij, voegt hier eerst het asem-water, daarna de santen bij en laat dit samen koken tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]99.Sambel katjang-gorèng.Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.Bereiding:Als van de sambel badjak (No.83).
99.Sambel katjang-gorèng.
Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.Bereiding:Als van de sambel badjak (No.83).
Dezelfde bestanddeelen als van sambel badjak II en (of) sambel badjak III, maar in plaats van 5 kemiries neemt men ongeveer 30 katjang-gorèng, met bijvoeging van ½ theelepel suiker en wat meer seréh.
Bereiding:
Als van de sambel badjak (No.83).
[Inhoud]100.Sambel kemirie.15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.
100.Sambel kemirie.
15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.
15 à 20 kemiries, 10 roode lomboks, 4 sioongs fijngesneden[40]bawang-poetih, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 à 2 lepels asem-water, zout naar smaak, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kemiries worden uitgehaald en zeer fijn gestampt, de lomboks in de lengte doorgesneden, de pitten er uit gehaald en tweemaal afgekookt, vervolgens met de trassie, de bawang-poetih en de kemiries fijn gestampt. Hierna fruit men het in boter of klapperolie, voegt er het asem-water bij en laat dit daarna koken, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]101.Sambel ketimoen I.Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.Bereiding:De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.
101.Sambel ketimoen I.
Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.Bereiding:De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.
Eenige komkommers, 6 gepofte kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, ½ kopje azijn, 1 theelepel zout.
Bereiding:
De komkommers worden aan dunne schijfjes gesneden en met zout ingewreven, waarna men ze aldus eenigen tijd laat staan(een half à één uur).Daarna worden ze op een schaal netjes geschikt. De kemiries worden uitgehaald en met de lomboks, trassie en het zout gestampt, daarna met den azijn aangelengd en deze saus over de komkommers gegoten.
[Inhoud]102.Sambel ketimoen II.Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.Bereiding:Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.
102.Sambel ketimoen II.
Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.Bereiding:Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.
Komkommers, 2 lomboks. 1 lepel fijngesneden uien, 2 sioongs bawang-poetih, 4 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 1 theelepel mosterd, ¼ theelepel suiker, ¾ theekopje azijn.
Bereiding:
Als hierboven. De kruiden bij elkander stampen en met den azijn tot een dun papje maken, vervolgens gieten over de gesneden komkommers, die op een schaaltje netjes zijn gerangschikt.
[Inhoud]103.Sambel klappa I.Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.
103.Sambel klappa I.
Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.
Een halve geraspte klapper, 3 lomboks, 2 theelepels zout, 1 theelepel trassie, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-schillen, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kruiden worden fijngestampt en met den klapper in boter geel-bruin gebraden, daarna fijngestampt.[41]
Men kan ook eerst den klapper (zonder boter) geel braden, vervolgens de kruiden stampen en fruiten in boter en daarna den gebakken klapper met de djeroek-poeroet-schillen er door roeren.
[Inhoud]104.Sambel klappa (rauw) II.Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.Bereiding:De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.
104.Sambel klappa (rauw) II.
Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.Bereiding:De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.
Een halve klapper, waarvan de bruine buitenschil is afgehaald, 2 lomboks, 5 schijfjes kentjoor, 4 plakjes laos, 2 sioongs bawang-poetih, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, 2 djeroek-poeroet-bladeren en kemangie-blaadjes.
Bereiding:
De klapper wordt geraspt, de kruiden met de djeroek-poeroet-bladeren heel fijn gestampt, daarna wordt dit door den geraspten klapper vermengd (ramès). Dit mengsel wordt op een schaaltje gearrangeerd en met de kemangie-blaadjes netjes opgesierd.
[Inhoud]105.Sambel kool.Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.
105.Sambel kool.
Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.Bereiding:De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.
Een half kooltje, zoo fijn mogelijk gekorven (als rampé), 4 lepels fijngesneden uien, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 8 afgekookte in de lengte doorgesneden lomboks, 1 theelepel zout, santen van ½ klapper, boter of klapperolie.
Bereiding:
De afgekookte lomboks worden met de kruiden fijngestampt, daarna met boter halfgaar opgebraden; hierna voegt men er de fijngesneden kool bij en doet er de santen bij, als de kool half gaar is gebraden. Laat dit zoo, toegedekt, verder gaar stoven.
Men kan bij deze sambel wat versche gepelde garnalen voegen, dan doet men er wat citroensap door.
[Inhoud]106.Sambel lobak.6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.Bereiding:Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.
106.Sambel lobak.
6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.Bereiding:Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.
6 à 8 lobaks, fijngesneden, ½ theelepel trassie, 1 lombok, 2 à 3 lepels azijn, ½ theelepel zout.
Bereiding:
Men strooit wat zout op de aan plakjes fijngesneden lobaks, en laat dit aldus een half uurtje staan. Daarna wascht men[42]ze af, wringt ze voorzichtig uit en plaatst ze op een schaaltje. Vervolgens stampt men de opgegeven kruiden fijn, vermengt ze met den azijn en giet deze saus over de lobaks.
[Inhoud]107.Sambel lombok Iof sambel tjabé.30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.
107.Sambel lombok Iof sambel tjabé.
30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.
30 à 40 lomboks, 2 eetlepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 6 schijfjes laos, 1 theelepel trassie, 1 eetlepel bruine of javaansche suiker, 1 à 2 lepels asem-water, 1 theelepel zout, een kopje santen. Boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden in de lengte doorgesneden en de pitten er uitgehaald. Daarna worden zij fijn gestampt met wat zout en even in boter opgebraden. Nu stampt men de kruiden fijn en braadt ze ook in boter, voegt er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water en laat dit samen nog een tijdje doorbraden. Eindelijk voegt men hier de santen bij en laat alles verder doorbraden tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]108.Sambel lombok II.40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.
108.Sambel lombok II.
40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.
40 lomboks, 2 theelepels gebrande trassie, 6 lepels fijngesneden uien, 1½ theelepel zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden met de trassie fijngestampt,vervolgens even in boter gefruit. Daarin stampt men de fijngesneden uien met het zout door elkander en voegt dit bij de gebraden lomboks. Laat dit samen gaar braden.
Deze sambel, eenmaal koud geworden, kan men, in stopflesschen,dagen lang goed bewaren.
[Inhoud]109.Sambel malakka.10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.
109.Sambel malakka.
10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.Bereiding:De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.
10 roode lomboks, 6 sioongs bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden laos, 1 lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, 30 fijngesneden kleine uitjes, 2 lepels asem-water, santen van ½ klapper, 2 theelepels zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
De lomboks worden eerst van de pitten ontdaan en met het zout fijngestampt. Vervolgens worden de kruiden fijngestampt[43]en in drie lepels boter of klapperolie gebraden. Hierna voegt men er de fijngestampte lomboks bij met het asem-water, laat dit nog een tijdje doorbraden,men voegtdaarna de santen hierbij enbraadtdit verder tot de olie er uitkomt. Hoe rooder deze sambel is, hoe smakelijker.
[Inhoud]110.Sambel mieso.1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.
110.Sambel mieso.
1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.Bereiding:De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.
1½ kopje mieso (gekookte), 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 eetlepels fijngesneden gebraden uien, 1 eetlepel fijngesneden lombok, 1 kopje water, 1 kopje fijngesneden tjerimé, 1 theelepel zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
De gekookte mieso wordt even opgebraden, daarna de lomboks met de gebraden uien vermengd en dit alles samen in boter gefruit.Het water en de tjerimé wordt onder het braden er bij gevoegd met het zout en wordt dit verder gesmoord, tot de tjerimé gaar is.
In plaats van tjerimé kan men een zelfde hoeveelheid fijn gesneden bliembing asem of mangga moeda gebruiken.
[Inhoud]111.Sambel oedang basa.Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.Bereiding:De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44]
111.Sambel oedang basa.
Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.Bereiding:De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44]
Een bordje vol gepelde versche garnalen, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 à 2 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 lepel asem-water, 1 lepel trassie-water, 1 theelepeltje goela djawa, santen van ¼ klapper, 1 daon salam, zout naar smaak, boter of klapperolie, 1 eetlepel fijngesneden seréh.
Bereiding:
De kruiden, behalve de bladeren, worden gestampt en daarna in boter of olie gefruit, de garnalen er bij gedaan met het trassie- en het asem-water en dit eenigen tijd, onder doorroeren, op het vuur gehouden. Daarna doet men er de santen bij; laat dit koken tot de olie er uitkomt en dit gerecht er rood uitziet.
Wil men dit gerecht een nog rooder kleur geven, dan worden twee lomboks méér gebruikt, waarvan de pitten eerst zijn uitgehaald, en die daarna ragfijn gesneden en fijngestampt worden en eindelijk door de sambel geroerd worden.[44]
[Inhoud]112.Sambel oedang kringEen bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.
112.Sambel oedang kring
Een bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.Bereiding:De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.
Een bordje vol geweekte gedroogde garnalen, 2 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 1 lepel fijngesneden seréh, 5 schijfjes laos, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 2 lomboks, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 à 2 kopjes santen, boter of klapperolie.
Bereiding:
De kruiden worden fijngestampt,in boter of olie gebraden, daarna het asem-water er bij gedaan met de djeroek-poeroet-bladeren. Hierna doet men er de geweekte garnalen bij, roert dit nog even om en doet er de santen bij.
Men blijft dit roeren, tot de garnalen gaar zijn en de sambel er rood begint uit te zien.
[Inhoud]113.Sambel oedang kring,bij ketoepat.5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.
113.Sambel oedang kring,bij ketoepat.
5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.Bereiding:De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.
5 eetlepels gedroogde garnalen (ebbie), 5 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 5 schijfjes kentjoor, 1 theelepel gebrande trassie, ¾ theelepel zout, 4 djeroek-poeroet-bladeren.
Bereiding:
De ebbie wordt geroosterd of droog gebraden; vervolgens stampt men de kruiden fijn, daarna doet men er de garnalen bij en stampt dit nog eens samen fijn.
Deze poeder (boeboek) wordt droog bij de ketoepat voorgediend.
[Inhoud]114.Sambel petée.2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.
114.Sambel petée.
2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.Bereiding:De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.
2 of meer lomboks. 1 kopje vol petée-boonen, 3 lepels fijngesneden uien, een kopje vol gepelde rauwe garnalen, (dit naar verkiezing), 1 eetlepel trassie-water, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, 1 kopje santen, zout naar smaak, boter of klapperolie.
Bereiding:
De petée-boonen snijdt men fijn en kan men, naar keuze, eerst afkoken. (Sommigen koken de rauwe petée pas in de sambel). De kruiden worden, met uitzondering van één lombok, fijngestampt en in boter gebraden. Nu wordt de andere lombok heel fijn gesneden en met het trassie- en asem-water[45]door de gebraden kruiden vermengd. Laat dit samen even doorkoken en voeg daarna de petée-boonen (c.q. en de garnalen) er bij, en eindelijk de djeroek-poeroet-bladeren met de santen.
Alles verder gaar koken, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]115.Sambel petis.4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.Bereiding:Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.
115.Sambel petis.
4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.Bereiding:Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.
4 lepels rauwe petis, 3 lepels fijngesneden uien, 2 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 2 fijngesneden lomboks, 1 lepel fijngesneden temoe koentjie, 1 theelepel fijngesneden laos, 1½ lepel fijngesneden seréh, 2 theelepels trassie, een weinig suiker, naar smaak, 1 of meer kopjes asem-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, een salam blad, zout, santen een kopje vol, en evenveel warm water, boter of klapperolie.
Bereiding:
Bovengenoemde kruiden, met uitzondering van de petis, trassie, lomboks, de djeroek-poeroet- en salam-bladeren, worden fijngestampt en in goed boter of olie gefruit; daarna, als de uien bijna gaar zijn, maakt men de trassie met wat water fijn en voegt dit met het asem-water en het kopje warm water bij de gebraden kruiden; vervolgens doet men hier de vier lepels rauwe petis bij en roert er in, tot de petis versmolten is. Daarna doet men er de djeroek-poeroet- en salam-bladeren bij, laat dit alles goed koken, voegt er dan de santen bij en laat alles hierin doorkoken, tot de olie er uitkomt.
[Inhoud]116.Sambel pojabij ketoepat.Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.Bereiding:De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.
116.Sambel pojabij ketoepat.
Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.Bereiding:De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.
Een halve geraspte klapper, droog gebraden (geel bruin), 1 theelepel gebrande trassie, 1 lepel ketoembar, 4 schijfjes laos, 4 djeroek-poeroet-bladeren, ½ lepel zout.
Bereiding:
De kruiden stampt men met elkander fijn, braadt ze evendroogop met den gebakken klapper. Men kan dit gerecht, als het koud geworden is, tot poeder fijnstampen.
[Inhoud]117.Sambel serdadoe.Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.Bereiding:Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.
117.Sambel serdadoe.
Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.Bereiding:Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.
Een bord vol fijngesneden uien, 10 fijngesneden lomboks, 1 lepel trassie-water, zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
Men begint met de boter of de olie op te zetten; begint de boter te braden, dan doet men er de uien en de lomboks in en roert dit tot de uien bijna gaar zijn. Daarna doet men er het trassie-water in en laat dit verder, gedekt, gaar smoren. Zijn de uien gaar, dan is het gerecht voor het gebruik geschikt.
Men kan dit gerecht lang bewaren. De soldaten nemen ze wel eens, als toespijs, op marsch mede.
[Inhoud]118.Sambel selderie.Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.Bereiding:Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.
118.Sambel selderie.
Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.Bereiding:Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.
Dezelfde bestanddeelen als bij sambel ketimoen I; in plaats van de komkommer neemt men een bordje vol jonge selderie blaadjes.
Bereiding:
Als bij de sambel ketimoen I; velen doen de blaadjes even in kokend water, alvorens ze met de saus te overgieten. Men kan echter de blaadjes ook rauw laten.
[Inhoud]119.Sambel seréh.2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.
119.Sambel seréh.
2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.Bereiding:Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.
2 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs gesneden bawang-poetih, 2 lomboks, 4 eetlepels versch gesneden seréh, 1 theelepel zout, 1 theelepel trassie, ½ theelepel suiker, 1 lepel asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, boter of klapperolie.
Bereiding:
Men stampt de kruiden, behalve de seréh en de bladeren, fijn, braadt ze op met goed boter of olie, doet er daarna de seréh en de djeroek-poeroet-bladeren bij, braadt dit samen nog even op en giet er daarna het asem- of djeroek-water over; laat alles vervolgens zoo droog mogelijk braden.
[Inhoud]120.Sambel van tomaten.4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.Bereiding:De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmeladeDeze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.
120.Sambel van tomaten.
4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.Bereiding:De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmeladeDeze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.
4 of 5 rijpe tomaten, 2 lepels fijngesneden uien, ½ notemuskaat, ½ theelepel peper, ¼ kopje azijn, boter en zout.
Bereiding:
De rijpe tomaten snijdt men fijn, terwijl men de uien met het zout, de peper en de muskaatnoot te samen fijn stampt.[47]Daarna braadt men deze kruiden op met boter, doet er de gesneden tomaten en den azijn bij. Kook dit alles, tot het zeer gaar wordt, als marmelade
Deze sambel kan, koud, zeer goed bij koud vleesch worden gebruikt.
[Inhoud]121.Sambel telor.4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.Bereiding:De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.
121.Sambel telor.
4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.Bereiding:De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.
4 à 5 hardgekookte eieren, 2 eetlepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 5 kemiries, uitgehaald, 5 schijfjes laos, ½ eetlepel fijngesneden seréh, ½ theelepel suiker, 1 theelepel rauwe trassie, 1 heele èn 1 fijngesneden lombok, 1 eetlepel asem- of djeroek-water, ½ kopje santen, zout, boter of klapperolie.
Bereiding:
De hardgekookte eieren worden in vierde parten gesneden en op een schaaltje gerangeerd.
De kemiries stampt men met al de kruiden, behalve de fijngesneden lombok, fijn; braadt dit daarna met boter of olie op; vervolgens doet men er het asem- of djeroek-water bij, laat dit samen koken en doet er daarna de santen bij. Dit laat men dan met de fijngesneden lombok doorkoken tot een papje. Wordt dit dik, dan giet men het over de eieren heen.
Dezelfde kruiden gebruikt men ook voor de sambel gorèng dadar en sambel gorèng tjeplok.
[Inhoud]122.Sambel troeboek.2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.Bereiding:De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48]
122.Sambel troeboek.
2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.Bereiding:De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48]
2 stuks troeboek, 4 lepels fijngesneden uien, 5 sioongs bawang-poetih, 2 heele en 3 fijngesneden lomboks, 5 schijfjes laos, 4 lepels azijn, ½ kopje water, zout, boter of olie.
Bereiding:
De troeboeks worden eerst goed schoongewasschen en met een drogen doek goed afgeveegd; daarna braadt men ze heel op, laat ze vervolgens koud worden en snijd ze dan in stukjes, ter grootte van dobbelsteentjes.
Men stampt nu de kruiden bij elkander fijn, behalve de drie fijngesneden lomboks, fruit ze in boter of olie op, doet hier de troeboek met de fijngesneden lomboks bij, daarna de vier lepels azijn en dan het water en laat dit samen doorkoken, tot hetbijnadroog is.[48]
[Inhoud]123.Roedjak gobèt.Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.Bereiding:Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.
123.Roedjak gobèt.
Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.Bereiding:Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.
Petis ikan of petis oedang (een lepel vol), 2 fijngesneden lomboks, 1 theelepel trassie, ¾ lepel suiker (of iets meer naar verkiezing), een of meer lepels azijn.
Bereiding:
Men stampt de lomboks fijn met de suiker en de trassie; daarna roert men de petis aan met den azijn, doet er de fijngestampte kruiden door en mengt dit goed tot een pap dooreen.
Deze roedjak eet men met rauwe groenten, als: komkommers, pepaja, bangkowang enz.
[Inhoud]124.Roedjak manis.10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).Bereiding:Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.
124.Roedjak manis.
10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).Bereiding:Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.
10 lomboks, een stuk goela-djawa of 1 eetlepel gewone suiker, 2 theelepeltjes asem, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, water (of ketjap).
Bereiding:
Alle bovenvermelde kruiden worden fijngestampt en naar verkiezing met wat water (of ketjap) aangelengd.
Deze roedjak wordt evenzoo met rauwe, of gekookte groenten, dan wel met onrijpe vruchten gegeten.
[Inhoud]125.Petis.Dezelfde kruiden als van de sambel petis.Bereiding:Evenals van de sambel petis (No.115).Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.
125.Petis.
Dezelfde kruiden als van de sambel petis.Bereiding:Evenals van de sambel petis (No.115).Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.
Dezelfde kruiden als van de sambel petis.
Bereiding:
Evenals van de sambel petis (No.115).
Men kan bij deze petis de santen weglaten en er meer asem-water aan toevoegen en daarmede tot een dikke pap opkoken. Men kan de petis dan langer bewaren.
[Inhoud]126.Petis boembon of petis djawa.2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.Bereiding:Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.
126.Petis boembon of petis djawa.
2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.Bereiding:Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.
2 à 3 lepels rauwe petis, 4 lepels fijngesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, 1 heele en 1 fijngesneden lombok, 5 schijfjes laos, 5 schijfjes djahé, 6 schijfjestemoekoentji, 2 volle lepels fijngesneden seréh, 1 theelepel trassie, 1 theelepel fijngesneden koenjit, 1 theelepel zout, 1 theelepel suiker of een stukje goela-djawa, 2 lepels asem- of djeroek-water, 2 djeroek-poeroet-bladeren, 1 daon salam, boter of klapperolie.
Bereiding:
Met uitzondering van de fijngesneden lomboks en de opgegeven bladeren, worden al de overige kruiden samen fijngestampt, daarna in boter of olie gefruit, vervolgens de petis er bij gedaan en dit te samen geroerd, tot de petis gesmolten is. Daarna roert men er het asem-water door heen. Laat dit nog even samen koken en voeg er daarna de santen bij. Koken tot de olie er uitkomt.
N.B. Men kan ook gesneden petée-boontjes met deze petis samen opkoken.
[Inhoud]127.Pètjèl ajam.Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.Bereiding:De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).
127.Pètjèl ajam.
Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.Bereiding:De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).
Een kip, 2 lepels gesneden uien, 3 sioongs bawang-poetih, 5 gepofte kemiries, 1 theelepel gebrande trassie, 1 theelepel zout, 5 schijfjes kentjoor, (naar verkiezing 1 theelepel fijngesneden seréh), santen en djeroek-water. Kemangie-blaadjes.
Bereiding:
De kip wordt geroosterd en, als ze gaar is, het vleesch er afgenomen en aan reepen gescheurd. Dit vleesch op een schaaltje doen.
Nu stampt men de kruiden fijn, leng ze aan met de santen, warm dit, onder aanhoudend roeren, even op, voeg er het djeroek-water bij en giet vervolgens dit papje over het kippenvleesch; men versiert dit gerecht met kemangie-blaadjes.
Men kan deze aldus bereide kruiden ook over gekookte groenten doen, dan heet het gerecht: “pètjèl-sajoran” of “gado-gado.” (zie hierachter: “djanganan”, No.131).
[Inhoud]128.Pètjèl mangga moeda.of Trantjam mangga moeda.Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.Bereiding:De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.
128.Pètjèl mangga moeda.of Trantjam mangga moeda.
Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.Bereiding:De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.
Een bord vol fijngesneden rauwe mangga of “mangga mèngkèl”, 2 lomboks, 2 sioongs bawang-poetih, 2 lepels fijngesneden uien, 5 kemiries, 1 theelepel trassie, 1 kopje santen. Zout naar smaak.
Bereiding:
De fijngesneden mangga wordt rauw, of even in warm water gedoopt, gebruikt. De kruiden stampt men fijn, warmt ze even met de santen, al roerende, op, tot alles dik wordt[50]en giet dit dan over de mangga, die te voren op een schaaltje is gerangschikt.
[Inhoud]129.Pètjèl selderie.Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.Bereiding:Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.
129.Pètjèl selderie.
Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.Bereiding:Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.
Dezelfde kruiden als hierboven; maar in plaats van santen gebruikt men ¾ kopje azijn.
Bereiding:
Een bordje vol selderie wordt op een schaaltje gerangschikt; de kruiden worden met den azijn tot een papje gekookt en er over heen gegoten.
[Inhoud]130.Pètjèl tougéEen bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).
130.Pètjèl tougé
Een bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).
Een bord vol gaar gekookte tougé. Overigens dezelfde ingrediënten en dezelfde bereiding als de “pètjèl mangga.” (No.128).
[Inhoud]131.Djanganan of gado-gado.Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.Bereiding:De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.
131.Djanganan of gado-gado.
Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.Bereiding:De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.
Allerlei soort van jonge groenten en peulvruchten,ook fijngesneden kool, 8 kemiries, 2 lomboks, 1 theelepel trassie, 1 theelepel zout, asem-water naar smaak.
Bereiding:
De kemiries worden gepoft, uitgehaald en met de lomboks, ’t zout en de trassie fijngestampt, daarna met het asem-water aangelengd en over de groenten, die tevoren gekookt en op eene schaal geschikt zijn, gegoten.
Men kan ook de saus afzonderlijk bij de gekookte groenten opdienen.