V.De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.
V.De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.
V.De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.
V.De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.
V.De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.
De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.
De godsdienstige feesten van Sevilla: dePasos.—Judas Iscarioth.—Jezus Nazareno del Grand Poder.—Een monsterkaars: deCirio Pascuel.—DeConfradias; deNazarenos, deCaperuzas.—DeTinieblasen hetMisererein de kathedraal.—HetMonumento.—De processiën van Goeden Vrijdag.—De stoet van den dood en de grondvestiging der kerk.—De Paaschzondag.
De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.
De godsdienstige feesten van Sevilla, vooral die welke gedurende de stille week plaats hebben, zijn de meest bezochte en merkwaardigste, en kunnen met die te Rome worden vergeleken; in de eerste plaats verdienen dePasoste worden genoemd. Dit woord, hetwelk letterlijk een beeld van den Heiland in zijne lijdensdagen beteekent, wordt algemeen gebruikt van groepen houten beeldhouwwerk van natuurlijkegrootte, die in de kerken bewaard en, tijdens de Paaschweek, in processie door de straten der stad rondgedragen worden.
Eertijds versmaadden de beroemdste spaansche beeldhouwers, zoo als Becerra, Alonzo Cano Montanés en anderen, het snijden vanPasosniet; in een aantal kerken worden deze beeldhouwwerken nog bewaard. In een der benedenzalen van het Museum van Valladolid zagen wij een reeks van deze in de zestiende eeuw gesneden figuren. Zij stelden, met het allervreemdste realisme, een aantal personen uit het Lijden voor, in de kleederdracht van den tijd: het is een der merkwaardigste oudePasos, die men zien kan.[91]
Tegenwoordig nog worden dePasos, als die van weleer uit hout gesneden en beschilderd gelijk het beeldhouwwerk in de middeleeuwen; men heeft daarvoor in al de groote steden van Spanje bijzonderekunstenaars—pintores de esculturas, wier eenige bezigheid bestaat in het schilderen vanPasosen andere godsdienstige beelden. Er bestaan zekere overleveringen, die men, wat de kleuren der kleeding van de verschillende personen betreft, zeer gestreng volgt: bijvoorbeeld die van de Heilige Maagd zijn altijd blauw en wit, terwijl Johannes altijd in het groen verschijnt. Judas Iscarioth, die dikwijls in dePasosvoorkomt, waarbij hij natuurlijk de rol van verrader vervult, wordt onveranderlijk met gele kleederen afgebeeld. Deze kleur is ongetwijfeld gekozen ter herinnering aan een in de middeleeuwen in zwang zijnde wet, waarbij den spaanschen Joden de verplichting werd opgelegd gele kleederen te dragen; en men weet dat later het geel als kleur werd aangenomen voor denSan Benito, dat laatste en sombere kleed der door de Inquisitie tot den brandstapel veroordeelden.
Jesus Nazareno del gran Poder, dat wil zeggen: Jezus de Nazarener van groote macht, is een houten beeld, dat aan de St. Laurentiuskerk van Sevilla toebehoort. Het heeft een grooten, zwart fluweelen, met goud en zilver borduursel overladen rok aan; het groote kruis, dat het draagt, is allerkeurigst bewerkt, en het uiterlijk van het beeld verraadt het joodsche type. Het is in sterke tegenspraak met de opvatting der moderne Nazarenerschool onder de schilders, die haar Christus gaarne met zachte trekken en blonde lokken afbeeldt, hetgeen volstrekt niet bij een semitisch gelaat uit Palestina past en in strijd met de waarheid is. Aan weêrszijden staat een engel met een lantaarn. Deze Christus wordt door de leden der in Sevilla zoo talrijke godsdienstige broederschappen,cofradias, gedragen; deze lieden zijn echter achter neerhangende tapijten verborgen, zoodat het is alsof het zware gevaarte zich van zelve voortbewoog. Overigens moeten alle Pasos in de Kathedraal een statie maken.
De groote feestelijkheden nemen op Palmzondag een aanvang: op dien dag worden alle palmtakken in de Domkerk ingezegend. Ieder huis is met zulk een tak versierd, want het volksgeloof wil dat het dan tegen het inslaan van het onweder beveiligd is.
Het domkapittel van Sevilla stuurt ieder jaar palmtakken aan dat van Toledo, en dit zendt daarentegen het voor denCirio pascual, de paaschkaars, benoodigde was. Deze kaars gelijkt op een mastboom, weegt twintig centenaars, en is vijf-en-twintig voet hoog. De processies op den Palmzondagmiddag zijn ware volksfeesten, en inderdaad zijn deze vertooningen allerschilderachtigst. De tocht wordt altoos geopend door den Paso van den Christus tusschen de beide moordenaars, en ook hier ontbreken de groote lantarens niet. Vooraf gaat eene afdeeling soldaten, daarna komt een banierdrager eener cofradia; daarachter volgen boetelingen „Nazareners” in lange kleederen en met kappen, die het gelaat bedekken. Deze „caperuza” is anderhalf el hoog, loopt spits toe en gelijkt op het hoofddeksel, waarmede op oude schilderijen de beoefenaars der zwarte kunst en geestenbezweerders zijn voorgesteld. De rok heeft een sleep, die op straat over den rechter arm gedragen wordt. De boeteling laat gaarne zijn helder witte kousen en schoenen met zilveren gespen kijken.
Achter dehermanos mayores, de leden der grootere broederschappen, komen demozos del cordel, een soort van bedienden, en wel twee aan twee; ieder draagt een mand met waskaarsen. Dat de geestelijkheid bij de Pasos tegenwoordig is, spreekt van zelf, alsook dat er veel muziek bij wordt gemaakt: het ontbreekt er niet bij aan aria’s en marschen uit geliefkoosde opera’s. Des Maandags en Dinsdags hebben er geen groote feestelijkheden plaats; daarentegen wordt des Woensdags in de Kathedraal een groot voorhang gescheurd, en worden er, even als dat in den schouwburg geschiedt, donder en bliksem nagebootst, om recht aanschouwelijk te maken hoe het eens in den tempel te Jeruzalem is toegegaan. Des namiddags trekken weder verscheidene Pasos door de stad, en des avonds lokt detinieblas(het voorstellen der duisternis) een ieder naar de Kathedraal; dan wordt er een Miserere gezongen, dat wel een uur lang duurt en zeer goed wordt uitgevoerd. De kerkmuziek van de sevillasche Domkerk is beroemd.—Des Donderdags heerscht er nog meer staatsie. Des morgens wijdt de aartsbisschop de heilige olie, en de ongemeen talrijke geestelijkheid woont deze plechtigheid in hare prachtigste en kostbaarste kleederen bij.
Als pronkstuk figureert het beroemdeMonumentoofSantissimo, zooals de Spanjaarden zeggen, het heilige sacrament. Het is in de zestiende eeuw door een italiaanschen kunstenaar vervaardigd, en stelt een kolossalen houten tempel voor, die stuksgewijs uit elkander kan worden genomen. Tot het opzetten er van worden niet minder dan drie weken vereischt. Deze tempel heeft den vorm van een grieksch kruis, en bestaat uit vier verdiepingen, die door dorische, iönische en korinthische zuilen gedragen worden, en bevat een aantal kolossale beelden, Abraham, Melchizedek, Aäron, Mozes en andere joden uit het Oude Testament voorstellende; daarbij komen dan verscheidene Nieuw-testamentische personen en allerlei heiligen.
Dat Monumento wordt in hetTrascoroopgeslagen, de plaats achter het koor, vlak boven het graf, waarin de zoon van Christophorus Columbus rust. Als alle waskaarsen ontstoken zijn, maakt het geheel een inderdaad betooverenden indruk. Aan het Monumento worden iederen dag dertig centenaars was verbruikt, en het aantal kaarsen beloopt ongeveer achthonderd.
Op Goeden Vrijdag spelen geen houten beelden, maar menschen van vleesch en been de hoofdrol. Dan ziet men den levenden Dood; hij heeft een zeis in de hand en zit op den aardbol, waarboven een kruis uitsteekt. Hem volgen als engelen verkleede kinderen; de heilige Michaël is als krijgsman uitgedost, en van een sabel voorzien; de „Schutsheilige” leidt[92]den „mensch” aan de hand; deze laatste wordt door een vierjarigen knaap voorgesteld. De heilige Gabriël heeft een lelie; de heilige Raphaël draagt een pelgrimskleed; in de eene hand heeft hij een staf, in de andere een visch. Christus ligt in een glazen doodkist en deze wordt weder door krijgslieden in romeinsche kleederdracht begeleid. Daar achter gaan Maria, de heilige Johannes, Jozef van Arimathea, Nicodemus en andere Nieuw-testamentische figuren. Het geheel doet aan de mysteriën der middeleeuwen denken.
DesZaterdagsheeft er eene allegorische processie plaats; zij stelt de grondvesting der Kerk voor. God de Vader zit op een wolkentroon, en naast hem God de Zoon en God de Heilige Geest; uit de vijf wonden van Christus vloeien even zoovele stralen bloed, die op de Kerk vallen, en haar het leven schenken. De Kerk wordt door een jong meisje in priestergewaad voorgesteld, hetgeen een zonderlingen indruk te weeg brengt. Het Geloof, ook een jong meisje, knielt met geblinddoekte oogen voor God den Vader.
Op Paaschzondag worden duizenden lammeren geslacht; des morgens loopt een ieder naar de kerk, en des namiddags naar de stierengevechten. Men hield ze dien dag ook op zijn portugeesch, en ofschoon vreemd, waren ze er niet minder belangrijk om. Wij zagen een jeugdigenEspadatwee dezer dieren met eigen hand vellen. Na hem kwam een torero, die op stelten liep en onder het gejubel der menigte ook eenige stieren doodde. Want voor het spaansche publiek moet er bloed stroomen, al heeft het des morgens gebeden, anders acht men het Paaschfeest goed gelukt noch volmaakt.