1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑5Ibid. bladz. 276.↑6Ibid.↑7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑13Ibid. t. a. p.↑14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑15t. a. p. bladz. 143.↑16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegelJehova nostra arx forttissimad. i.God is onze sterkste Burgtonder het zegel stond:Sig eccl-Oudewaterd. i.kerkelijk zegel vanOudewater.↑17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑18Zie dezelfde, bladz. 272.↑19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑23Van Kinschot.↑24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑29Ibid.Art. XIII.↑30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑40Ibid. 26 September 1565.↑41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑45Ibid. fol. 14.↑46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑47Ibid.fol. 289–292.↑48Ibid.fol. 307.↑49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑51Van Kinschot, bladz. 107.↑52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑55Resol. vanHolland.↑56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑64Resolutie boek der stedeOudewater,sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.↑65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑
1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑5Ibid. bladz. 276.↑6Ibid.↑7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑13Ibid. t. a. p.↑14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑15t. a. p. bladz. 143.↑16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegelJehova nostra arx forttissimad. i.God is onze sterkste Burgtonder het zegel stond:Sig eccl-Oudewaterd. i.kerkelijk zegel vanOudewater.↑17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑18Zie dezelfde, bladz. 272.↑19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑23Van Kinschot.↑24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑29Ibid.Art. XIII.↑30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑40Ibid. 26 September 1565.↑41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑45Ibid. fol. 14.↑46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑47Ibid.fol. 289–292.↑48Ibid.fol. 307.↑49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑51Van Kinschot, bladz. 107.↑52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑55Resol. vanHolland.↑56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑64Resolutie boek der stedeOudewater,sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.↑65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑
1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑5Ibid. bladz. 276.↑6Ibid.↑7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑13Ibid. t. a. p.↑14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑15t. a. p. bladz. 143.↑16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegelJehova nostra arx forttissimad. i.God is onze sterkste Burgtonder het zegel stond:Sig eccl-Oudewaterd. i.kerkelijk zegel vanOudewater.↑17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑18Zie dezelfde, bladz. 272.↑19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑23Van Kinschot.↑24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑29Ibid.Art. XIII.↑30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑40Ibid. 26 September 1565.↑41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑45Ibid. fol. 14.↑46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑47Ibid.fol. 289–292.↑48Ibid.fol. 307.↑49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑51Van Kinschot, bladz. 107.↑52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑55Resol. vanHolland.↑56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑64Resolutie boek der stedeOudewater,sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.↑65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑
1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑5Ibid. bladz. 276.↑6Ibid.↑7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑13Ibid. t. a. p.↑14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑15t. a. p. bladz. 143.↑16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegelJehova nostra arx forttissimad. i.God is onze sterkste Burgtonder het zegel stond:Sig eccl-Oudewaterd. i.kerkelijk zegel vanOudewater.↑17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑18Zie dezelfde, bladz. 272.↑19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑23Van Kinschot.↑24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑29Ibid.Art. XIII.↑30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑40Ibid. 26 September 1565.↑41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑45Ibid. fol. 14.↑46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑47Ibid.fol. 289–292.↑48Ibid.fol. 307.↑49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑51Van Kinschot, bladz. 107.↑52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑55Resol. vanHolland.↑56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑64Resolutie boek der stedeOudewater,sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.↑65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑
1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑5Ibid. bladz. 276.↑6Ibid.↑7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑13Ibid. t. a. p.↑14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑15t. a. p. bladz. 143.↑16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegelJehova nostra arx forttissimad. i.God is onze sterkste Burgtonder het zegel stond:Sig eccl-Oudewaterd. i.kerkelijk zegel vanOudewater.↑17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑18Zie dezelfde, bladz. 272.↑19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑23Van Kinschot.↑24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑29Ibid.Art. XIII.↑30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑40Ibid. 26 September 1565.↑41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑45Ibid. fol. 14.↑46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑47Ibid.fol. 289–292.↑48Ibid.fol. 307.↑49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑51Van Kinschot, bladz. 107.↑52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑55Resol. vanHolland.↑56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑64Resolutie boek der stedeOudewater,sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.↑65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑
1Volgens nummering in 1859, aangeduid onder nummer 371.↑
2Beschrijving vanOudewaterbladz. 62.↑
3Gonthoeve, chron. vanHolland, fol. 502.↑
4Rooms Hollands regt door S. van Leeuwen, III boek XI deel bl. 276 en 277.↑
5Ibid. bladz. 276.↑
6Ibid.↑
7Handvesten en privilegien vanGoudapag. M, I Vso.↑
8Ibid. pag. M. S. Vso. beide in M. S.↑
9Ibid. van Weesop M. S. pag. M. 97.↑
10Beschrijving vanOudewater, door van Kinschot bladz. 62–67.↑
11Handvesten en privilegien der stadDelftM. S. pag M. 15.↑
12Beschrijving vanOudewaterdoor van Kinschot bladz. 67–68.↑
13Ibid. t. a. p.↑
14Nog een schoon bewijs van goede verstandhouding metDelftbevindt men in het feit, door van Kinschot vermeld, dat n. l. in de spaansche oorlogen en wel bijzonderlijk in het jaar 1584, de vroedschap der stedeOudewateral zijne Leggers, boeken, Blaffers en papieren, zoo van de stad, kerk als Godshuizen, ten einde dezelve tegen alle gevaar van oorlog en roof mogten beveiligd zijn, bij een besloten brief aan den magistraat vanDelftheeft toegezonden. Zie resolutieboek van de vroedschappen van deze plaats 26 Januarij Ao. 1584.
Al hoewel dit nog eenafdoendbewijs is, voor hetgeen wij trachten te bewijzen, zoo was deze toezending echter zeer slecht voor het archief dezer gemeente, daar deze stukken nooit terug gezonden zijn, voor zoover men ten minste weet. Op een aanvrage van den Heer Burgemeester Montijn andermaal gedaan den 2. November 1829 om deze stukken alsnog terug te bekomen, werd door den heer Burgemeester vanDelftberigt, op den 12 November 1829, „dat bij een streng overzigt van de archieven dier stad, onder dezelve geene gevonden worden deze stad betreffende; dat, zoo dezelve op het raadhuis aldaar zijn gedeponeerd geweest, die dan, bij het gedeeltelijk verbranden van het stadhuis na 1584, waarschijnlijk met stukken de stadDelftbetreffende, zijn verloren geraakt.”↑
15t. a. p. bladz. 143.↑
16Tot in het jaar 1745 werden aan de vertrekkende lidmaten der hervormde kerk, de kerkelijke getuigschriften zonder zegel aan de vertrekkende leden gegeven, totdat in dat jaar het stadswapen in koper aan den kerkeraad daarvoor vereerd werd, door den Bailluw G. R. van Kinschot. Doelende op den rooden burg in het wapen, stond er onder dit zegel
Jehova nostra arx forttissima
d. i.
God is onze sterkste Burgt
onder het zegel stond:
Sig eccl-Oudewater
d. i.
kerkelijk zegel vanOudewater.↑
17Zie dit privilegie bij van Kinschot t. a. p. bladz. 270.↑
18Zie dezelfde, bladz. 272.↑
19Nl. in de bij van Kinschot op bladz. 315 en 316 vermelden giftbrief van de school dezer stede aan Pieter Pansz. in plaats van Mr. Jan Mouwer.↑
20Zie hetzelve in zijn geheel bij van Kinschot bladz. 322 tot en met 324.↑
21De acht Raadsmannen werden Achten genoemd.↑
22Resolutie vanHollanddato den 2 Mei Anno 1585, fol. 248.↑
23Van Kinschot.↑
24Zie van Kinschot, bladz. 75.↑
25Resol. van Holland, 6 Mei 1702, fol. No. 155.↑
26Keuren der Stede vanOudewater, Artic.IV T. XIII.↑
27Keuren»der»Stede»van»»Oudewater»,Artic.»IV T. XII.↑
28Keuren der Stede vanOudewater, Art. XVI.↑
29Ibid.Art. XIII.↑
30Dit is in Anno 1811 vervallen.↑
31Keuren der Stede vanOudewaterArt. 11.↑
32Keuren der Steede vanOudewaterArt. VIII et XVIII.↑
33Dit geschiedt nu namens den Koning.↑
34Resol. vanHollandvan 16 Nov. en 17 Dec. 1723.↑
35Den contra-remonstranten was hij bijzonder vijandig.↑
36Deze en de volgende in officio, zijn gecommitteerd, bij de Raden en meesters van de rekeningen derdomeinender Graaflijkheid vanHolland, in denHaag.↑
37De Graaflijkheids Rekenkamer, bij resolutie der staten vanHollandenWestvrieslandvan dato 17 Maart 1728, gemortificeerd, en bij resolutie van 20 Julij 1729 goedgevonden zijnde, dat eenige der Ambtenaren op nieuw commissie van H. E. Gr. Mog. zouden moeten verzoeken, wanneer de termijn hunner vorige aanstelling verstreken was, zoo is volgens resolutie van gemelde staten dd. 12 October 1731 den voorz. van Kinschot gecontenueerd in zijne betrekking van Bailluw, Dijkgraaf en Schout der stadOudewater.↑
38Register van Aart van der Goes, fol. 262.↑
39Resol. vanHolland1564, fol. 62 72, ibid. fol. 39 1565, ibid. 27 Januarij 1566, fol. 1 en 5 Februarij, fol. 5.↑
40Ibid. 26 September 1565.↑
41Beschrijving vanOudewater, bladzijde 99 en 100.↑
42Reg. vanAartvan der Goes,Advokaatvan de Staten ’s Lands vanHolland, fol. I.↑
433de Boek van de Griffier Sandelijn, fol. 89.↑
44Reg. Aert van der Goes, fol. 11.↑
45Ibid. fol. 14.↑
46Reg. van Aert van der Goes, fol. 16, 50, 108, 111, 112, 142, 145, 152(bij vanKinschot bladz. 103.)↑
47Ibid.fol. 289–292.↑
48Ibid.fol. 307.↑
49Ibid. fol. 329, 330, 344.↑
50Resol. vanHolland1564, fol. 41.↑
51Van Kinschot, bladz. 107.↑
52Resol. vanHollandvan 19 tot 25 Julij, Anno 1572 (in manuscr.)↑
53Prop. in resol. vanHolland, 20 October 1574, fol. 176.↑
54Antw. van Staten en resol. vanHolland12 Nov. 1574, fol. 178.↑
55Resol. vanHolland.↑
56Beschrijving vanOudewater, bladz. 109 en 110.↑
57Resol. vanHolland5 April 1583, fol. 97.↑
58Resol. vanHolland11 Julij 1584 fol. 371 en 372.↑
59Een voornaam gedeelte der bevolking dezer plaats stamt van deze in het 9, 10 en 11 geslacht en van deszelfs grootvader, (1497 Jacob Coppert in het 13e geslacht—onder deze de Montijn’s, Koning’s,Verhoog’s, Vosmeer’s, enz. enz.—men vindt in vroegere transporten wel den naam van Coppert, doch men weet niet of voornoemde Jacob Coppert hiervan afstamde.)↑
60Resolutie boek der steedeOudewatersub 15 Julij 1584 en vanHollandhoc Anno fol. 394 en 414.↑
61Resol. vanHolland15 Julij 1584 fol. 404.↑
62Ibid. 22 Julij 1584 fol.422.↑
63Resol. vanHolland, 31 October 1584, fol. 660.↑
64Resolutie boek der stedeOudewater,
sub datis4September 1586.21September 1587.3Mei 1588.
↑
65Resol. vanHolland, 4 Mei 1589, fol. 285.↑
66ib. ib. 26 Januarij, 18 Maart 1608, fol. 2, pag. 48.↑
67Vide dagbladen der gem. Representanten, en resolutiën der municipaliteit der stadOudewater.↑