Chapter 58

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”Van Duijn.↑198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑202Wagenaar VII D. pag. 94.↑203ib. pag. 139.↑204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑205De missieve is op het stadhuis berustende.↑206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑208Pag. 144 en volg.↑209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑212Wagenaar, pag. 200.↑213Pag. 203 en volg.↑214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑218Ib. pag. 20.↑219Ib. pag. 20.↑220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑224Reuckappel pag. 72.↑225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑230Uit de Archieven der stad.↑231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑236Van den Bosch III D. pag. 184.↑237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑243Hofdijk, pag. 208 enz.↑244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”Van Duijn.↑198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑202Wagenaar VII D. pag. 94.↑203ib. pag. 139.↑204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑205De missieve is op het stadhuis berustende.↑206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑208Pag. 144 en volg.↑209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑212Wagenaar, pag. 200.↑213Pag. 203 en volg.↑214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑218Ib. pag. 20.↑219Ib. pag. 20.↑220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑224Reuckappel pag. 72.↑225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑230Uit de Archieven der stad.↑231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑236Van den Bosch III D. pag. 184.↑237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑243Hofdijk, pag. 208 enz.↑244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”Van Duijn.↑198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑202Wagenaar VII D. pag. 94.↑203ib. pag. 139.↑204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑205De missieve is op het stadhuis berustende.↑206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑208Pag. 144 en volg.↑209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑212Wagenaar, pag. 200.↑213Pag. 203 en volg.↑214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑218Ib. pag. 20.↑219Ib. pag. 20.↑220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑224Reuckappel pag. 72.↑225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑230Uit de Archieven der stad.↑231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑236Van den Bosch III D. pag. 184.↑237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑243Hofdijk, pag. 208 enz.↑244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”Van Duijn.↑198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑202Wagenaar VII D. pag. 94.↑203ib. pag. 139.↑204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑205De missieve is op het stadhuis berustende.↑206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑208Pag. 144 en volg.↑209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑212Wagenaar, pag. 200.↑213Pag. 203 en volg.↑214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑218Ib. pag. 20.↑219Ib. pag. 20.↑220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑224Reuckappel pag. 72.↑225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑230Uit de Archieven der stad.↑231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑236Van den Bosch III D. pag. 184.↑237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑243Hofdijk, pag. 208 enz.↑244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”Van Duijn.↑198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑202Wagenaar VII D. pag. 94.↑203ib. pag. 139.↑204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑205De missieve is op het stadhuis berustende.↑206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑208Pag. 144 en volg.↑209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑212Wagenaar, pag. 200.↑213Pag. 203 en volg.↑214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑218Ib. pag. 20.↑219Ib. pag. 20.↑220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑224Reuckappel pag. 72.↑225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑230Uit de Archieven der stad.↑231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑236Van den Bosch III D. pag. 184.↑237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑243Hofdijk, pag. 208 enz.↑244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑

185Van Duijn in zijn meergenoemd boekje over den moord, meldt pag. 15, dat men in de stadsmuur bij de bresse, in de poort eene mijn gemaakt had, om die ter behoorlijker tijd in de lucht te doen springen en den rook in het leger te leiden, endatmen den kruidkelder dan ook met de poort liet springen, maar het vervroegde de inname der stad, immers voor de bresse, die toen merkelijk grooter werd, waren geen manschappen meer om die naar behooren te bezetten. Van Duijn is echter zeer dikwijls met geloofwaardige schrijvers in tegenspraak en het is dus somtijds zeer gevaarlijk, om hetgeen hij opdischt, voor waar aan te nemen. Dit is dan ook de rede, dat wij weinig gebruik van hem maken, maar liever andere bronnen, en met name van Kinschot te baat namen, die wij nu en dan bijna woordelijk volgden.↑

186P. Bor, Nederlandsche beroerten VIII B. pag. 121 B.↑

187Hoofts. Nederlandsche Historien pag. 424.↑

188Meerdere bijzonderheden bij van Kinschot, pag. 257 vs.

Wij mogen bijzonderheden omtrent personen, niet in alle fijnheden overnemen, omdat ons dit te wijdloopig zoude doen worden.↑

189Bor, ib. en leven van prins Willem I, 2 D. VIII B, pag. 284.↑

190Resol. der stat. vanHolland9 Aug. 1575 pag. 553 en 554.↑

191Wagenaar, Vaderlandsche geschiedenis, over Sonnoy en Lumeij.↑

192Zie van Kinschot pag. 256 al.↑

193Voor hen, die de namen zouden willen weten, verwijzen wij naar de Utrechtsche Volksalm. 1859 van pag. 69 tot 86.↑

194Voor een versterkte politie, is inmiddels zorg gedragen, omdat er tusschen „de kinderen des velds”, verhit door Bachus en aangespoord door Cupido ligtelijk twisten ontstaan.↑

195Van Kinschot, pag. 419 vso. en III keurb. der stad Delft, pag. 275, op het Stadhuis berusten twee registers van aangenomen poorters van de jaren 1577 tot 1806.↑

196Het octrooi berust ter Secretarij in origine.↑

197„Leendert A. van Dam en Jan Pieters Watergrave liepen menig keer op partij en zochten alle middelen, om die vanMontfoortuit te lokken, omdat zij twee partijen toegedaan waren.”

Van Duijn.↑

198Er is eene dergelijke van het volgende jaar; doch om niet noodeloos uitvoerig te worden, schrijf ik daaruit niets af.↑

199Zie ons werk van pag. 212 tot pag. 214 en een aantal stukken op het archieve der stad in deze tijden.↑

200Op het stadhuis is een accijnsboek berustende van bieren en wijn teOudewaterAo. 1578 en 1579. In de stad waren eertijds een aantal bierbrouwerijen aanwezig.↑

201Zie de inhoud van dit octrooi, bij van Kinschot pag. 422 tot pag. 427, en hetorigineelop het stadhuis.↑

202Wagenaar VII D. pag. 94.↑

203ib. pag. 139.↑

204Hofdijk, geschiedenis der Nederlanden pag. 79. vso.↑

205De missieve is op het stadhuis berustende.↑

206Resol. van Holland 11 Julij 1584.↑

207Zie Resolutie der stad, sub 15 July 1584 en vanHollandten zelfden jare, fol. 394 en 414. De volmagt te vinden bij van Kinschot,pag. 111 tot en met pag. 114.↑

208Pag. 144 en volg.↑

209Zie de acte van Burgemeesters en Schepenen betreffende het huren van zolders, tot berging van het graan, ter gemeente-secretary.↑

210Vroeger tijd waren er met den Heer van Montfoort dikwijls oneenigheden over die gronden geweest.↑

211Wagenaar, VIII D., pag. 189.↑

212Wagenaar, pag. 200.↑

213Pag. 203 en volg.↑

214Zij bevinden zich op het stadhuis; maar kapitein van Zwieten, waakte, zooveel in hem was, tegen dergelijke misdrijven, in 1587 trouwens, had de compagnie van van Zwieten nog afdoening gehad.↑

215Ter viering van dit bestand binnenOudewaterbestaat er op het stadhuis nog de aanschrijving der Staten van Holland en Westvriesland 23 April 1609.↑

216Zie zijne levensschets in dit werk van pag. 361 tot 365.↑

217Wagenaar, X D. pag. 16 en volg.↑

218Ib. pag. 20.↑

219Ib. pag. 20.↑

220Wagenaar, X. Dl. pag. 152 en 153.

„De Heer van Kinschot meldt van Lijdius, pag. 142 en 143 het volgende: Johannus Lijdius, schoon inDuitschlandhet eerste levenslicht aanschouwd hebbende, is ter zake van zijn langdurig verblijf en inwoning zoo inHollandals wel voornamelijk inOudewateronder de geleerde mannen, aldaar te huis hoorende met recht geteld geworden. Hij was in de talen en bijzonder in de theologie en geschiedkunde zeer ervaren, zijne schriften zijn daarvan de getuigen. Hij heeft het leeraarsambt in de Gereformeerde gemeente in deze stad met grooten roem en algemeene hoogachting bediend van 1602 tot 1643 als wanneer hij overleed.”

Tevens moeten wij herinneren, dat van 1608 tot in 1617, de Heer Levinus de Raad de tweede predikant was, terwijl in het tijdvak waarvan wij schrijven, Gerrit Gerritszoon Crayenstein de waardigheid van Balluw bekleedde tot in 1618.↑

221De 1. draagt tot titel:„Historisch verhaal, van de voornaamste swaricheden, verschillen en proceduren, sowel in kerckelijke als politycke saken, drie jaren herwaarts voorghevallen binnen de stadtOudewater, door de kerckeraat aldaar, en eenige van de magistratenAmsterdam1618.”

Wij behoeven niet te zeggen dat die brochure zeer contra Remonstrantsch is.

De 2. heet „Reuckappel enz. enz., tegen de kwade lucht, onlanghs bij een onervaren weyman veroorsaackt, door het opdoen, ende aanwijsen van een valsche fenijnighe spore, enz. enz. philodelphi MDC XVIII.”Dit boek is in zeer Remonstrantschen geest geschreven.

En de 3e, is de Clachte der Ghemeynte totOudewaterder ghenen, die houden hij de oude Religie, aan de edele Hooch Moghende H. H. Staten vanHollandendeWest Vrieslanddienende tot wederlegginhe van de valschheden in een boek onder den name, ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra Remonstranten totOudewater.

Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.

Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.

Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.

Die sijnen naam sal vermondenAls de namen bij het tegenschrift sijn bevondenIn het jaar ons Heeren 1618.

Die sijnen naam sal vermonden

Als de namen bij het tegenschrift sijn bevonden

In het jaar ons Heeren 1618.

Zoo als men dus ziet, is die brochure weder in Contra Remonstrantschen geest geschreven.↑

222Wij zien het dus, de leeraars waren Contra Remonstrantsch, en de Magistraat—tenminste gedeeltelijk—Remonstrantschgezind.↑

223Tot dusver het „historisch verhaal”.↑

224Reuckappel pag. 72.↑

225Wagenaar X Dl. pag. 159.↑

226Wagenaar X Dl. pag. 160, 161 en 162.↑

227Zie den hoofdinhoud bij Wagenaar, X D. pag. 162 en 163.↑

228Die troepenbeweging, is welligt te meer noodzakelijk geweest, omdat er van 25 Junij 1623 eene publicatie bestaat, nopens de bevordering der eendragt tusschen de burgerij en het garnizoen.↑

229Wij mogen niet vergeten aan te stippen, dat de gecommitteerde Raden van de Staten van Holland en Westvriesland besloten tot den afstand der wallen en vestingwerken vanOudewaterten behoeve der stad, die acte, dato 8 Februarij 1634, is op het stadhuis berustende.↑

230Uit de Archieven der stad.↑

231Wirster,Geschiedenis van ons Vaderland, pag. 82–92.↑

232Wagenaar, XIV D. pag. 41.↑

233In zijn tooneel des oorlogs, pag. 247–252.↑

234„Onze stad,” zegt van den Bosch, dit zou doen denken, dat hij een stadgenoot was, meerdere gronden meen ik daarvoor te hebben indien wij zijn verhaal aandachtig nagaan.↑

235Van het slot te Vliet is slechts de ruïne overig; over de geschiedenis van hetzelve verwijs ik onder anderen naar ons boekske getiteld: Bijzonderheden omtrent het slot te Vliet, 1861.↑

236Van den Bosch III D. pag. 184.↑

237Dezelfde III D. pag. 190, alwaar wij het volgende bewijs van grooten moed van hen vinden opgeteekend. Het was in Februarij 1673, dat twee Dortsche en een Haagsch burger tot onder de tuinen vanWoerdengetogen waren, op hoop den vijand eenigen afbreuk te doen. Daar bemerkten zij 8 franschen, die twee schapen bij zich hadden. Niettegenstaande de hoop op overwinnen dus zeer gering was, vallen zij den vijand aan en brengen hen spoedig alle acht gevangenOudewaterbinnen.↑

238Nog eenige sleden met hooi die door het ijs gezakt waren, werden door hen verbrand. Zie van den Bosch III D. pag. 190,191 en Allan, Beschrijving van ’sGravenhagepag. 225.↑

239Zie van den Bosch, tooneel des oorlogs III. D. pag. 249.↑

240Het origineel berust ter archieve; zoo ook van het jaar 1710, eene naamlijst van 58 fransche officieren in den franschen oorlog binnen de stad krijgsgevangen geworden, benevens den staat der door hen gemaakte schulden.↑

241Gevolgd naar „De Beroerten in de Nederlanden.” III Deel, pag. 195.↑

242Hofdijk,Geschiedenisder Nederlanden 106.↑

243Hofdijk, pag. 208 enz.↑

244Vele verschillende missiven over het leggen van de bezetting binnen de stad, berusten ten raadhuize onder de archieven.↑

245Keizer Napoleon passeerde in 1811Oudewater, hij onderhield zich eenigen tijd met eene deputatie uit de burgerschap.

Ten raadhuize bevinden zich nog eenige missiven, bevattende voorschriften van een plan tot feestviering bij gelegenheid van het passeren van Zijne Majesteit.↑

246De uitnemende Van den Bergh, heeft deze regelen vervaardigd voor het tijdvak uit de Vaderlandsche geschiedenis, toen de Vlamingen in de middeneeuwen ons graafschap veroverden.↑

247Het schijnt echter, dat de Hooge Regering de nog overig zijnde wallen nog niet van waarschijnlijk nut ontbloot acht, tenminste eene voor ongeveer 10 jaren voorgenomene verkooping der aarde van de borstweringen, werd van wege het Ministerie van Oorlog verboden.↑

248Deze vereeniging ondervindt ieder jaar, de milddadigheid van H. M. de Koningin Weduwe.↑

249Wij gewaagden daar van het woordGilde. In vroeger tijd waren er te dezer stede een zeer groot getal verschillende gilden, die genaamd werden naar de uitoefening van het bedrijf of het beroep der leden.

Het lijndraaijers gild schijnt daar nog overblijfsel van te zijn. Het zakkendragers en bierdragers gild, bleef tot voor eenige jaren nog gewijzigd in wezen.↑

250Een lid dezer afdeeling, de hoefsmid H. de Zwart, onderscheidt zich zeer gunstig in het vervaardigen van hoefijzers, ter te gemoetkoming of geheele verbetering van gebrekkige paardenhoeven.

Een keurige verzameling dier ijzers 74 verschillenden in getal, heeft bereids op menige tentoonstelling van landbouw zoo door gunstige getuigschriften als medailles grooten naam verworven.↑

251Twee, der drie in de stad aan denIJsselliggende bruggen werden bij die gelegenheid geamoveerd en niet weder herbouwd. De IJsselbrug echter wordt vervangen door eenen ijzeren, deze vroegere is welligt nog de brug, die ten jare 1371 door grave Albrecht vergund werd te maken, ten minste zij droeg dit jaartal 1ʖ71; het tweede cijfer van dit jaar doet met evenveel gerustheid aan een 3, dan aan eene 5 denken.↑

252De alom bekende Nederlandsche liefdadigheid, onderscheidt zich inOudewatersteeds bijzonder. De jongste algemeene collecte, gehouden op den verjaardag des konings, ten behoeve der noodlijdenden door de overstroomingen inGelderlandenNoord-Braband, bragt binnen den kom der stede, met inbegrip van loten, in de algemeene verloting, niet minder op dan 966 gulden 61½ cent.↑


Back to IndexNext